Het nieuwe normaal…

Onlangs gingen weer wat zaken ‘van het slot’ die voorheen niet mochten of slechts met enige beperking. Niet dat er erg veel is veranderd. Het ‘virus loert overal’ dus mogen we niet meer zo maar naar de kroeg, een hapje eten, het strand bezoeken of naar een museum. Alles met restricties. Zelfs de kerk mag zich niet verheugen in te grote belangstelling. En dat noemen we dan ‘het nieuwe normaal’. Wonderlijk genoeg zijn deze maatregelen voor kroegen en andere zaken nooit genomen voor het HIV-virus. Of voor Ebola, SARS of wat ook. En ik ken (op het moment van schrijven van dit verhaal) niemand in de wijde omgeving die ook maar iets met Covid19 te maken heeft gehad. Met Aids, gevolg van HIV, in het verleden wel. Om dat nieuwe normaal eens af te zetten tegen het normaal van voorheen heb ik eens opgezocht wat we precies een jaar geleden in de wereld van toen deden.

Zo regende het toen. Iets wat we de afgelopen weken en maanden tijdens de intelligente lockdown toch hebben moeten missen.We reden door de omgeving voor boodschappen en een hapje eten. We bezochten een lieve Almeerse vriendin en namen die mee naar Lelystad waar we ons vermaakten bij wat kringloopwinkels in die stad. Daarna reden we terug naar haar huis en dronken een glas, deden een plas en bedachten dat het zo moest blijven als het daar toen was. Precies een jaar geleden ging een verwoestende storm over onze streken en nam bomen en struiken mee op zijn vernielzuchtige tocht door de regio. Daar maakten we ons aardig druk om want heel wat bomen lagen als luciferhoutjes geknakt in de parken en het gras. Maar een jaar geleden, heel andere actualiteit. Wij waren hier in huis druk met de eerste verbouwingen. Een nieuwe elektragroep moest aangelegd omdat we aan de inductiekokerij begonnen en van het gas af wilden.

Je bent een vriend van Klaver en Jetten of niet… De elektricien kon zonder enige beperking komen. Ik moest naar de tandarts voor een controle en dat was zonder problemen in te boeken. En in die week boekten we ook de grote verbouwing in die maanden later zou leiden tot nieuwe ramen en deuren. Niets weerhield ons behalve praktische zaken als tijd, budget, of dergelijke dingen. Bedenk dan eens hoe je dit in de huidige tijd van het nieuwe normaal allemaal moet regelen. Afstand houden, ontsmetting, reisrestricties, weg blijven van vrienden en geliefden, van familie. Niks tripjes met plezier, alles moet beperkt en met de grootste voorzichtigheid geschieden. Het begint ook te vervelen. Het antwoord zit hem in de constatering dat ondanks de cijfers die op een aantal plekken kennelijk aangeven hoeveel mensen alsnog besmet zijn geraakt, ziek geworden en zelfs overleden, dit in de dagelijkse gang der dingen niet te constateren valt. Wie wel gevallen kent moet zich even melden. Nogmaals, ik ken ze (gelukkig) niet en krijg langzaam aan de kriebels.

Want ik zie ook wat het doet voor de economie, voor bepaalde sectoren die echt om dreigen te vallen, voor relaties tussen mensen onderling. Moet niet veel langer meer duren. Gelukkig is een ding overeind gebleven. Het linkse gedram op milieugebied of dat van de ‘duurzaamheid’. Al ligt het land aan het infuus, de groene gekkies blijven doorgaan met investeringen eisen die elk verstand te boven gaan. Maling aan de dreigende armoede voor medeburgers. Dus niet alles is veranderd in een nieuw normaal. Er is altijd nog dit oude abnormaal. En dat geeft hoop… (Beelden: Yellowbird archief)

Geluidgevoelig…

Sinds mijn vroege jeugd heb ik naast een oog voor schoonheid ook nog eens gevoelige oren. Wat mooi oogt klinkt meestal ook zo. En dat vertaalt zich in een bijna programmatische optelsom in de hersenen. Zo weet ik nog hoe een Renault 4CV klonk, of een Dakota die over ons huis vloog op weg naar Hannover op een vrachtvlucht van KLM. De startmotoren van vroegere jets, of het brullende geluid van een Harley-Davidson motor. Een pruttelende DKW of Trabant, het staat me net zo bij als de lucht van tweetakt uit de uitlaten van die wagens. En neem van mij aan dat ik er zo gevoelig voor ben dat ik bij stille beelden die geluiden meteen terug weet te halen. Die gevoeligheid werkt ook in negatieve zin. Gevoeligheid voor geluid kan ook leiden tot negatieve associaties. Zoals die flat waar we ooit woonden en waar zowel boven- als benedenburen zoveel herrie maakten dat we er niet van konden slapen soms.

Om het over op buizen slaande andere buren die ook wilden slapen en zich stoorden aan hen die daar kennelijk nog niet aan toe waren maar niet te hebben. Of de stem van mensen met wie ik ooit te maken had en die bepaalde dingen oreerden die me altijd zijn bijgebleven. Niet alleen door de inhoud van het gezegde, ook door stem en intonatie. Je bent er maar mee behept. En ik vertaal ook de namen van artiesten op die wijze. Hoor meteen het geluid van zang- of spreekkunst als zo’n  naam passeert. Prince bijvoorbeeld, waar ik ooit een concert van meemaakte in de Kuip. Ik zag de man slechts met behulp van een verrekijker. Niet alleen omdat hij zelf klein van stuk was, maar ook omdat we zo’n beetje aan de andere kant van het Rotterdamse stadion zaten. Maar naast ons stond wel een enorme geluidsbox. En daar kwam de toch wat pieperige stem van Prince goed hoorbaar uit.

Net als 10.000dB aan basgeluid. Mijn oren toeteren nu nog. Als ik de naam van Trijntje Oosterhuis hoor, moet ik altijd denken aan de Walkure. Maar dan een die zo hard schreeuwt dat de bergen rond de Rijn zouden instorten en de rivier er onder versperren. Ingetogenheid is haar vreemd. Dat alles vertellen mijn oren me. En ja, ik heb ook een van haar concerten ooit gevolgd. Die stempel komt niet van niets natuurlijk. Maar toch blijft het mooiste om de herinneringen te koesteren aan de vele vliegtuigen waarmee ik te maken kreeg in mijn leven en uiteraard ook de auto’s. Van die vliegtuigen heb ik de nodige CD’s waarop die kisten van toen te horen zijn. En telkens weer een feest om even terug te kijken naar hoe het leven vroeger was. Geen afstand, gewoon observeren, genieten, beeld en geluid combineren. Het is een waardevolle toevoeging aan mijn liefhebberijen en was dat ooit ook van mijn professionele leven. Nog iemand die dit kent of heeft? Maak van je hart geen moordkuil en deel je ervaringen hoor….Juist in Coronatijd een prima afleiding… (Beelden: Yellowbird archief)

Werken op Schiphol 10 – Vrachtgebouw!

Dat Vrachtgebouw waar we indertijd in mei 1967 als onderdeel van de luchtvrachtgemeenschap van toen waren neergestreken was t.o.v. onze eigen vroegere vestiging in een oude hangaar op Schiphol-Oost natuurlijk een fikse vooruitgang. Het gebouw was tien etages hoog en kende een centrale liftschaft waarin je op en neer kon worden gebracht. Vaak was dit niet het geval want er zaten flink wat kinderziekten in die nieuwe huisvesting. Dat beperkte zich niet tot die liften. Ook de verwarming en vooral de koeling van het gebouw was een flink probleem. Het was op dat moment de meest zuidwestelijke bebouwing van Schiphol en er stond altijd wind om dat gebouw heen. Daarmee had de architect bij het maken van het ontwerp voor deze kantoorhuisvesting kennelijk geen rekening gehouden. Hij liet elk raam, op zich voorzien van een draaimechaniek om frisse lucht toe te laten, uitrusten met een automatisch (..) systeem van zonneschermen. Zodra die via een of andere fotocel zonlicht vermoedden zakten die schermen naar beneden.

Plezierig voor de gebruikers van het gebouw wellicht, het had ook de nodige nadelen. Zo gingen die schermen ook naar beneden bij een Zuid-Westerstorm waarbij af en toe de zon zich liet zien. Resultaat, verbogen zonneschermen en soms gescheurde doeken. Bij nog heftiger stormvlagen waaiden soms zelfs de ramen uit het gebouw. Het was allemaal niet zo doordacht. Maar men loste het telkens wel op. Na enige gedoe voorzag men de ramen van een folie, doorzichtig, maar wel uitzichtbeperkend. Mijn blik op de start/landingsbanen werden er ook aardig door beperkt. Maar ja, voor het goede doel…. Die stormen maakten ook duidelijk dat het gebouw wel een windvanger was, want boven windkracht 7 trilde en dreunde alles in het kantoor. Daar wenden we uiteindelijk wel aan, maar toch. Gelukkig zat er onderin het gebouw een snackbar, annex bar, die door veel vertegenwoordigers van airlines en vrachtagenten werd gebruikt als een ontmoetingsplek.

Er werden soms bijzondere handeltjes gedreven. Baas Ruud was er een bekende gast en hij nam het er soms aardig van. Wij, harde werkers met stapels dossiers op ons bureau, maakten er geen punt van. Hij bracht voldoende handel binnen, maar soms was de sfeer ineens wel erg vrolijk. En daar zou het later niet bij blijven. De vrachtloods van KLM was een gigantisch ding, had een soort zadeldak en ook dat was niet geheel bestand tegen de heftige windvlagen die het vliegveld soms heftig raakten. Je zag dan hele panelen door de lucht vliegen. Sensatie was in die jaren altijd een onderdeel van ons werk. Soms was dat leuker dan anders. Op de toen nog aanpalende A4 bij Hoofddorp vond indertijd een enorme kettingbotsing plaats in dichte mist. Heel wat mensen gewond en zelfs doden naar ik me herinner. Overal brandweer en ambulances, maar door de dichte mist zagen we alleen maar wat rook voorbij komen van brandende voertuigen. Ook een brand bij Sikkens in Sassenheim staat me bij. Zagen we uit dat gebouw aardig fikken. Maar dat waren de afleidingen voor de harde werkers die we toch waren. Schiphol was dynamisch en in de groei. En ons bedrijf hield het tempo aardig bij. (Beelden: Internet/Wiki)

Een huis als thuis…

Als iets ons tijdens de Corona-crisis en de daarbij behorende ‘ophokplicht’ heeft geleerd van ons aller huis te houden,  dan toch ook wel het besef dat we geen andere keuze hadden. ‘Blijft thuis’ was het regime en dan moet je voor ons allen hopen dat een huis ook voldoende leefruimte biedt voor eenieder die onder hetzelfde dak moet verkeren. Voor mij en vrouwlief is dat best te doen. We hebben onze eigen ruimten naast de gezamenlijke en kunnen prima met of zonder elkaar leven in dezelfde ruimte. Mits niet te lang natuurlijk. Voor mij moet een huis mijn thuis zijn, de veilige haven waar je altijd kunt binnenvaren als er ‘buiten’ weer eens een storm woedt. Tot nu toe heb ik de nodige huizen meegemaakt waar ik dat thuisgevoel kon bereiken. Vaak ook omdat we het inrichtten naar eigen smaak en idee. Dat is voor alle mensen anders uiteraard. Smaak is nu eenmaal persoonlijk. Ik ben net als vrouwlief van de liefhebberijen, maar ook van de dieren, katten in dit geval, en we schromen niet om een deel van de bibliotheek of videotheek zichtbaar in huis uit te stallen.

Ik ben door de jaren heen bij veel mensen op bezoek of visite geweest en soms voel je meteen een ‘klik’ als het om die inrichting gaat. Bij anderen verkeer je zowat in een showroom van een meubeltoonzaal. Alles op zijn plek, geen huisdieren, dus nooit haren of speeltjes over de vloer. Mooi hoor, schoon ook, maar is dat je thuisgevoel versterkend? Een bijpassende oorzaak is ook mijn gebrek aan klustalent. Ik schilder echt alleen als het niet anders meer kan. Zeker niet omdat ineens de mode vraagt om een net afwijkende tint beige op de muren of zo. Werken deed ik al vele jaren lang en intens genoeg om er na mijn (eindelijk) pensioen alsnog voor te gaan. Tuurlijk doe ik het noodzakelijke. Zo heb ik onlangs de tuinbank voorzien van een nieuwe laklaag. Die is nu zo dik dat hij nog 25 jaar mee kan. Maar dan heb je ook de kleur van deuren en kozijnen te pakken. Duurde even, maar past bij het thuisgevoel. Rond mijn geliefde zitplek liggen altijd boeken of bladen. Anders voel ik me zo leeg of kaal. Lezen is een van de passies en er is altijd wel iets wat me nader interesseert. Zie ik op TV iets wat me bevalt of vraagtekens oproept zoek ik het even na.

Geeft veel denkwerk en dat is goed voor de ouder wordende geest…. Hoe dan ook, ik ben benieuwd hoe mensen leven en wonen. In een villa? Of toch een gewone etage dan wel flat. En hoe zij het thuisgevoel ervoeren of ervaren. Gesprekken met vrienden leveren een duidelijk beeld op, bij veel familie kom ik bijna spiegelbeelden tegen van ons eigen gevoel van inrichten en genieten. Maar bij veel anderen is dat toch totaal anders. Wellicht dat men daarom ook zo graag naar buiten gaat en plezier zoekt op alle plekken behalve die specifieke thuisplek. Benieuwd hoe mijn lezers/essen zich profileren op dit punt. Brandt gerust los! Een oordeel zal ik er niet over geven…hooguit mijn mening. (Beelden: Yellowbird)

Hekel aan…

In de afgelopen weken werden we weer eens geconfronteerd met groepen jongeren die maling hadden aan de adviezen van de overheid ten aanzien van het gedrag teneinde geen Coronavirus op te lopen of te verspreiden. Het bleek bij deze groepen tegen dovemansoren gezegd. Ze hebben een ingebouwde afkeer van onze overheid, erkennen vermoedelijk ook het gezag daarvan niet. Andere cultuur, andere opvoeding, dus…. Dat geldt ook voor hun instelling ten aanzien van zaken die wij in ons liberale land normaal geaccepteerd gedrag vinden. Zoals het feit dat mannen op mannen en vrouwen op vrouwen kunnen vallen. Gewoon de weg van de liefde volgen en dat ook in het openbaar uiten. In bepaalde kerkelijke kring al niet zo lekker liggend, bij sommige culturen vaak leidend tot agressief en soms gewelddadig gedrag. De slachtoffers veelal lichamelijk beschadigd en mentaal gefrustreerd, de daders zelden vervolgd…. ”Omdat ze het al zo beroerd hebben met die integratie en omdat hun geloof al zo wordt afgewezen’.

Huh? Als er een groep niet wordt vervolgd of op uitingen beoordeeld dan juist deze. Laten we het eens bekijken vanuit Joodse kring. Ook daar lopen mensen rond die aan den lijve ondervinden hoe die genoemde groep jongeren meent om te moeten gaan met medeburgers met een joodse achtergrond. Ingebakken haat, het wordt er kennelijk thuis en in de familie of omgeving met turbodruk ingepompt, zorgt voor agressie en geweld. Wat is dat toch? Staat het in dat gekoesterde heilig boek van die lui. Zoals bekend mag heten heb ik zelf ook een gelovige achtergrond. Ik maakte me daar ooit als jong mens van los, maar houdt me ‘ergens’ wel aan de tien geboden en voel ook het verschil tussen goed en kwaad. Voel me zelfs akelig als ik ergens 150km/u rijdt waar je maar 100km/u mag. Hou me toch liever in. Ook al heb ik een hekel aan onzinnige beperkingen, zeker aan de soms door de overheid opgestuurde bonnen. Want mij weet die zelfde overheid die alles uit de genoemde groepen met de mantel der liefde bedekt, altijd weer te vinden.

En dat noem ik dus klassenjustitie. Geldt dus ook voor dat antisemitisme. Pak dat nou eens aan en benoem de dadergroepen. Het zal niet verrassen waar die vooral te vinden zijn. Dat je dan aangeeft dat het ‘ook elders’ voor komt is geen reden de hoofdgroep van daders aan te pakken. Toch? Geldt ook voor dat anti-homo/lesbo-geweld. Onacceptabel! En volgens de wetten in ons land strafbaar. Doe daar dan wat mee. Ik wil geen begrip tonen voor de wensen en verlangens van deze groepen ten aanzien van hun geloof of cultuur als dat omgekeerd ook niet het geval is. Geldt voor veel Nederlanders. En die zijn het al bijna 20 jaar zat dat de overheid er niets mee wenst te doen. Kennelijk in de greep van linkse rakkers en polcorridders. Ik heb een oprecht hekel  gekregen aan die lui. Net als aan milieufreaks, Grethisten, namaak-socialisten, notoire leugenaars, bumperklevers, onnodige linksrijders, maling-aan-corona-burgers, maar zeker ook aan hen die anderen het recht van bestaan ontzeggen. Stel je voor dat ik hetzelfde gedrag ging vertonen als die beschreven groepen dat doen. Hoe zouden mijn lezers en reaguurders dan om gaan met de meninggever?? Ben toch benieuwd….

De boom van de buren…..

Toen wij hier, lang geleden alweer, kwamen wonen kregen we als gratis accessoire bij ons huis een boom bij de buren die elk jaar zo’n beetje in de eerste twee weken van april tot volle bloei komt of kwam. Prachtig! En onze oude buurvrouw genoot daar net als wij intens van. Omdat deze boom een ver familielid kent die bij een overbuur ooit is geplant en daar net even later ook in de bloei komt en dan een andere bloesemkleur laat zien, is het voorjaar voor ons daardoor altijd extra zicht- en tastbaar. Overigens relatief kort. Juist in het voorjaar wil het naast aardig weer ook vaak waaien en regenen en dan is diezelfde boom een bron van wat ergernis. Immers de honderdduizenden blaadjes dwarrelen dan neer als sneeuwvlokken en kleuren diverse tuinen eerst aardig roze, daarna bruin tot zwart. Je veegt je een ongeluk, maar ach, dat heb je er voor over uiteraard. Ik maakte de lezer(es) al eerder deelgenoot dat de oude buurvrouw een paar jaar geleden is gaan hemelen.

Wij vreesden al met grote vreze voor wat er na haar dood komen zou, maar dat viel in eerste instantie wel mee. Een van de dochters, mede-erfgename van de woning, bleef meer dan een jaar wonen in het huis van haar moeder. Deed weinig meer aan onderhoud en tuin, maar dat hield wel in dat de boom bleef staan. Een even fraaie aan de voorkant van het huis was nog bij leven van ‘moeder’ net in de bloei bevroren geraakt en afgestorven. Het leven van een boom in ons grillige klimaat niet altijd even makkelijk. Omdat de oude dame redelijk ‘zuinig’ was bleef de dode boom als een soort relikwie staan. Hoe dan ook, eind vorig jaar werd het huis alsnog verkocht. Een jong gezin uit een belendende gemeente kocht het en ging voortvarend aan de gang. Alles wat hen niet beviel werd in huis afgebroken en opnieuw geinstalleerd. Het mocht iets kosten en de aannemer leek wel bij hen te overnachten. Ook qua geluidsproductie. Dat was niet zo natuurlijk. Maar je wilt een huis toch naar je zin maken. Ik snap dat zeer. Maar ergens dit voorjaar, de bewuste boom in de achtertuin had net knoppen, hoorden we het jonge stel tegen elkaar zeggen dat die boom er echt uit moest in verband met de ruimte’.

Het sloeg ons best om het hart. Ook al ben ik zelf erg van een betonnen plaat met planten/bloemenbakken ter versiering, die boom was altijd wel een anker van geur en kleur. Hij is van hen, zij mogen dat beslissen. Maar we gaan die boom wel erg missen. Nu is het wel zo dat we wel zien dat hij kwalitatief minder wordt. Hij slinkt ook, groeit niet meer. Maar hij bloeit nog wel. Gelukkig hebben we de plaatjes nog. Overigens hebben wij zelf ook diverse bomen en struiken uit de tuin gehaald in de loop van de jaren. Ooit geplant door de vorige bewoners van ons huis. Die kennelijk niet door hadden dat sommige bomen erg groot worden en soms zelfs boven de nok van het huis uit groeien. Wij wel. En dus ging de zaag er in. Kaalslag het gevolg, ruimtegewin ook. En dat zal bij de buren ook wel zo zijn. Oud is leuk, hout ook, maar soms wil je gewoon dat de kinderen kunnen spelen. Dat zal het zijn… (Beelden: Yellowbird 1994/2019/20)

Wat gisteren normaal was….

Vorig jaar, op Koningsdag, liepen we ons de blaren op de voeten. Zoals ieder jaar. Vrijmarkten af, en genieten van de sfeer in onze stad. Van de vroege ochtend tot de late namiddag. Heerlijk. Speuren naar die bijzondere zaken die je normaal met een lampje moet zoeken maar nu voor een habbekrats op een kleedje liggen uitgestald. Nou…dit jaar, gisteren dus, was dat er niet bij. Corona houdt ons binnen, een ‘ophokplicht’ wordt een ‘intelligente lockdown’ genoemd. Niet met meer dan twee mensen samen en dan ook nog als je die echt kent. Dus niks drukke straten vol scharrelende en feest vierende mensen. Maar deze situatie heeft meer vervelende zaken in zich. Wij hebben toch een bepaald patroon ingebakken zitten rond onze sociale contacten. Wij bezoeken onze vrienden regelmatig, doen de familie uiteraard in een zelfde schema en houden er ook van om ergens heen te rijden en te genieten van winkels, trekpleisters of horeca. Al weken is dat nu weggevallen.

En dat vraagt gewenning. Want dat binnen zitten is niet alles, al lees ik nu veel en klus af en toe. Vind ik dat leuker dan al die normale zaken? Nee! Maar ja. We hebben geen keuze. Omgekeerd weet ik dat veel mensen die ons na aan het hart gaan onze kant op willen komen. Gaat niet. De geplande tripjes zijn afgeblazen. Leuke evenementen waar we met vrienden heen zouden kunnen zijn uit de agenda gestreept. Sommigen van onze vriendjes maken hetzelfde mee. Smeekbedes komen tot ons….’we willen zo graag’. Maar we doen vol dedain dat wat Rutte ons vroeg. We houden afstand. Niet leuk, maar ook een ‘per ongeluk’ besmetting is er een te veel. Het werpt ons terug op ons zelf. Gelukkig zijn wij dat hier gewend. Gaan ons gang en kunnen samen aardig door de dag heen komen. Voordeel is wel dat we minder geld uitgeven aan terrasjes, benzine, broodjes, etc.

Nadeel, je stompt toch wat af. Ik zoek altijd naar leuke dingen voor de hobby’s, komt nu vrijwel niks meer van. En omdat het zich niet beperkt tot Nederland, zijn onze ritjes Duitsland nu ook even ongewenst. Gelukkig daalden de benzineprijzen wel wat in ons land, die ene keer in de 14 dagen dat ik nu de tank bijvul merkte ik dat wel. Maar wat je toch vooral mist zijn intermenselijke contacten. Geen knuffels, niet even bijpraten over wat anderen meemaken, leuke zaken delen, soms ook de minder fijne dingen. Gelukkig kunnen we er af en toe nog wel even uit. Boodschappen doen. We moeten ook voor een ouder zorgen, en dat maakt dat we de dingen combineren. Het wordt een soort uitje. Alleen al om het steeds veranderende protocol. Je kunt je ergeren aan hen die maling hebben aan het afstand houden. Zou ik normaal niet over nadenken. Kortom, het vraagt gewenning dit gedoe. Of het echt ooit gaat wennen? Ik vrees toch van niet. Maar ja, weinig keuze dus. Voor jullie, lezers en lezeressen, zal het niet veel anders zijn. Ben wel benieuwd hoe jullie door deze dagen heen komen. En wie je zoal mist…..(Beelden: Yellowbird)

De ene dierenarts is de andere niet…

Met drie katten in huis zoek je natuurlijk naar mogelijkheden om de beste zorg in geval van nood te koppelen aan een betaalbare prijs. En dat laatste speelt best een rol als je ziet hoeveel de normale dierenartsen tegenwoordig vragen voor een simpel consult. Nu speelde voor ons ook mee dat we in de afgelopen jaren niet alleen kapitalen brachten naar het professionele adres om de hoek (relatief dichtbij) maar ons meteen ook koppelde aan kort na elkaar voorkomend leed en verdriet. De oplettende lezer zal het niet ontgaan zijn wat ik daarmee bedoel. Kortom, toen we onze veestapel dus weer wat opbouwden met kittens zochten we naar een betaalbaar alternatief. Nou dat was er. Los van elkaar kregen we van de lieve mensen die ons deze kittens leverden het advies om toch vooral te gaan voor de dierenklinieken die zijn gevestigd in een tuincentrumketen die in ons deel van Nederland te vinden is.

Het scheelde inderdaad wel erg veel geld om de katten volgens de regels te laten vaccineren tegen de ras-kenmerkende ziekten en controleren op groei en gezondheid. Bleek allemaal prima geregeld en zeer betaalbaar. De dierenartsen zijn er veelal van de jonge soort en de assistentes lief en begaan. Alles liep dus een tijdlang goed tot we aanliepen tegen een bijzonder probleem bij onze twee toen jongste kittens. Na de verplichte injecties tegen kattenziekten en zo meer kregen ze een dag of twee later ineens een soort uitvalverschijnselen. Heel akelig om te zien. Dus snel naar die kliniek terug. De een na de andere kat (er zat enig tijdsverschil in de verschijnselen) gebracht en laten onderzoeken. Maar men kon niks vinden. Zat niet in het serum, kon niet! Maar wij hadden het wel. Dat gaf een ongemakkelijk gevoel. Het werd pas vervelend toen men ons opriep voor een vervolgvaccinatie en kennelijk niet meer wist wat we eerder al hadden meegemaakt.

Slordig. Dat vervolg gaven we daarom niet aan het verzoek. Eerst weten wat die uitval had veroorzaakt. Snapte men niet. Vond ons wat vreemd. Onlangs kreeg onze grote grijze vriend (net 1,4 jaar oud) last van zijn blaas. Leek op blaasgruis, maar daar was hij wel erg jong voor. Wij brachten hem dus weer voor onderzoek naar dat tuincentrum. Waar men liefdevol keek, voelde, en foto’s maakte. Maar niet echt wist wat te doen. Dezelfde dag tegen de avond bleek het probleem niet opgelost en belden we opnieuw. ‘Wat moeten we nou???’ ‘Helaas is de dierenarts er nu niet dus ik verwijs u door naar de spoedkliniek’. En die zat dus in een plaats op 20 minuten rijden. Gedaan…natuurlijk. Maar zonder echt resultaat. Men vond niks bijzonders. Maar het dier had wel last van spasmen. En de rekening voor dat consult was best pittig. Volgende dag weer naar de dierenarts in het tuincentrum. Die nam de kat op. Wilde zelf wel eens na een dag zien wat er loos was.  Bij ophalen na die hele dag kliniek was er weinig goeds te melden. Men had nl. eigenlijk niets te melden.

Niets gevonden. Maar de kat had ook slechts een drupje geplast. Niet goed, maar ja , wat moet je er mee… Dat was definitief het einde v.w.b. ons vertrouwen in die lui.. We brachten wat urine van de kat naar onze oude dierenarts om de hoek. Onderzoek daar leerde dat hij geen gruis of bacteriele infectie had. Maar als advies voor de compleetheid nog even naar dezelfde kliniek buiten de stad waar we eerder waren voor nog een zekerheidscheck. Deden we. De rekening was intussen opgelopen tot een aardig bedrag. Maar je wilt het beste voor je diertje. Trauma’s uit het verleden geven garanties voor heel wat ellendige frustraties in het heden. Met een pilletje en de zekerheid dat het vermoedelijk geen fysieke oorzaken had wat de kat meemaakte, wachtten we het af. Twee dagen later was het dier weer monter en gezond. Het lijkt uiteindelijk iets stressachtigs te zijn. Kan komen door geluiden uit de omgeving, maar ook door de andere katten. Hoe dan ook, daar houden we rekening mee. En voor de rest hebben we toch het kaf van het koren kunnen scheiden. Geld maakt niet gelukkig. Verkeerd besparen ook niet. Dan maar over die trauma’s heen zien te komen en de kliniek om de hoek onze dieren in geval van nood toevertrouwen…Scheelt ook veel rijden..En de liefde voor die dieren gaat toch boven veel, zo niet alles..(Beelden: Yellowbird)

Werken op Schiphol – 7 – Groei en levende maden…

Ik moet Ruud Breems, anno nu,  zeker nageven dat hij onze dienstverlening kon verkopen. Hij had een enorme flair en reed of vloog naar overal en nergens om bedrijven en mensen te overtuigen dat voor hun luchtvrachtverzendingen maar een expediteur op Schiphol in aanmerking kwam, dat bedrijf van ons. Daarbij hadden de beide stadskantoren van het bedrijf indertijd zgn. ‘acquisiteurs’ op de weg die ook het product luchtvracht meenamen in hun portfolio. Dat deden ze weliswaar met veel plezier maar weinig kennis van zaken en dan werd er wel eens iets beloofd dat echt niet kon. Mouwen passen en zien dat je het oploste was dan niet voldoende. Toch zorgde het er wel voor dat we een steeds grotere klantenkring kregen en we langzaamaan behoefte kregen aan uitbreiding van het aantal werknemers. Al was het maar omdat we ook de meest wonderlijke bedrijven aan ons koppelden. Zo was er een bedrijf uit Nijkerkerveen, Bosch, waar men als groothandel deed in levende maden voor de sportvisserij. Die beestjes werden gekweekt op koeienkadavers (aldus het verhaal) en dan in 50-100 grote metalen blikken verpakt en met luchtvracht naar Nederland gestuurd waar ze bij die firma aan de rand van de Veluwe weer in bassins werden gemikt waaruit men dan schepsgewijs de visserijwinkels bevoorraadde.

Ik heb wel eens gedacht dat Ruud Breems deze zendingen zelf wilde binnenhalen omdat hij een verwoed sportvisser was. Anders verklaar ik niet dat je zoveel ellende op je hals wilde halen bij het behandelen van deze transporten. Want ze kwamen met regelmaat uit Engeland en vlogen dan mee op de vrachtvluchten van KLM. Uitgevoerd met DC-7F’s. En juist dat maakte dat er nog wel eens wat vertraging was omdat die kisten af en toe storingen vertoonden. En dat was in de winter niet zo erg, immers, maden ontwikkelen hitte als ze samen zijn en dat werd wel gekoeld door de winterse koude, maar o wee als het warmer was buiten. Dan stonden de blikken bol. En soms overleden die diertjes dan door de hitte. En hadden we de poppen aan het dansen. Claims van de klanten, afwijzingen van KLM en gedoe met verzekeraars. De kerels die deze ladingen kwamen halen namens de afnemer, controleerden daarom altijd die blikken als ze die op Schiphol moesten inladen. Dat ging simpel, deksel er af, kijken of er genoeg bewoog, hand en arm erin, beetje roeren en dan op de hand kijken of er voldoende leven in die maden zat. Het zal duidelijk zijn dat ik ze vooraf of daarna de hand niet schudde. Toch waren dat aardige mensen hoor en ze verdienden er goud mee. Ruud Breems nam nog wel eens een potje van dat spul af voor zijn eigen behoeften. Was vaak een gratis aardigheidje van de klant.

Maar op een dag liet hij de maden staan op kantoor. Na het weekend waren we voorzien van bergen zwarte vliegen. Want het ging snel met die dieren. Jaren later zaten er nog vliegenlijken in de TL-bakken en het plafond. Maar verder was dit slechts een voorbeeld van welke diversiteit aan klanten we meemaakten. Naast de aloude elektronica van Berg was er ook de klant Bell Helicopters die vanuit Schiphol spoedzendingen verstuurde over de hele wereld. Mijn klant, want export, maar niet de makkelijkste. Als men iets verstuurde stond ergens een heli met pech aan de grond en moest er rap worden gevlogen. En dat ging niet altijd volgens plan. De toenmalige maatschappijen redeneerden soms nog wel eens krom, en lieten passagiers voorgaan op vracht. Zeker toen men nog met heel wat kleinere toestellen vloog dan later het geval was. En dan nog even voor de sfeerbeelden…Als je anno 2020 rondkijkt op Schiphol zie je dat logistiek overal rond en op de luchthaven zijn plek heeft. Giga gebouwen, eigen loodsen, in Hoofddorp, Aalsmeer, maar ook op Schiphol-Zuid. In de periode die ik beschrijf was er nog maar een enkel vrachtgebouw van tien etages waarin iedereen uit de business geconcentreerd zat en bouwde men aan het nieuwe onderkomen voor de Aero Grounddienst die veelal de wat bijzondere carriers onder haar afhandeling had zitten, maar ook entrepotruimten kon bieden aan bedrijven zoals het onze. En dat was nodig. Want een nieuwe reeks klanten meldde zich. Waarover later meer. (Beelden: Internet/Yellowbird/Google)

Klap…bang!

In die periode voor het Coronavirus ons landje aardig lam legde, maakten we dus op een wat regenachtige zaterdag een ritje Midden-Nederland. Beetje kringlopers bezoeken die we nooit eerder hadden bezocht en eens zien wat ons land in dat groene hart nog meer te bieden had dan de bekende plekjes waar we wel vaker langsfietsen, maar dan op vier wielen. Na een hele serie van die plaatsjes en steden in het gebied te hebben bezocht kwamen we ook terecht in Boskoop. Waar het centrum klein, de kringloper idem dito en het horeca-aanbod nog kleiner is. Gelukkig heeft men in het toch wat bescheiden centrum wel een Albert Heijnwinkel zitten en die bezochten we voor wat boodschappen. Nadat we daar zoals dat hoort hadden afgerekend en de uitgang opzochten liep ik voorop door de schuifdeuren naar buiten en sloeg linksaf richting parkeerplekken. Achter me hoorde ik een doffe klap en daarna een kreet. Vrouwlief was tegen een aan de gevel van de winkel opgehangen kast aangelopen, die montageplek was op zijn zachtst gesteld onhandig.

Het gevolg van die botsing was heftig. Ze lag op straat, was achterover geslagen en bloedde heftig uit een flinke snijwond. De hoeken van die kast bleken messcherp. Nadat we haar overeind hadden geholpen, omstanders hielpen daarbij, nam ik haar mee naar de auto en benutte de EHBO-kit die gelukkig meestal niet nodig was of is. De schok (klap) moest even verwerkt. Je bent toch uit het veld geslagen door zoiets stoms. Maar we reden naar huis en verzorgden haar wonden. Daarna kwam de pijn. Hoofdpijn, later bleek dat het gevolg van een lichte hersenschudding. Maar erger, die klap bleef niet zonder gevolgen. Een soort bloedverzakking sloop door haar gezicht naar beneden en bereikte haar ogen die er snel uitzagen alsof ze een rondje had lopen sparren met Nico Verhoeven. Dikke rode plekken rond haar ogen, voor een vrouw toch een ramp natuurlijk. Opgeteld vonden we wel dat we de manager van AH in Boskoop maar eens moesten aanspreken op die verrekte kast. Geen idee of dat ding van hem was of van de Gemeente of pandeigenaar. Op internet vonden we plaatjes van de winkel waarbij men reclameborden precies voor die kast plaatste waardoor je er niet tegen aan kon lopen, juist op die zaterdag dat wij er waren stond er niks en kon dit incident dus plaatsvinden.

Mijn brief met vermelding van feiten en aanbevelingen rond die kast was snel gemaakt, met foto’s van o.a. het gezicht van mijn eega als bijlage meegestuurd. Maar even wachten wat er zou gebeuren. Nou de reactie kwam snel. De manager belde zelf en putte zich uit in excuses. Kast was van AH zelf en had eigenlijk geen functie meer. Maar men was eigenlijk laks geweest met verwijderen. Zou meteen gebeuren. Vond het vreselijk wat er was gebeurd en die kast zou meteen worden weggehaald. Helpt ons niets, maar eventuele verder slachtoffers wel. Zijn mededogen leek oprecht. Een enorme bloemenbos de volgende dag een uiting daarvan. Hij snapte het. Ging niet eens om die bloemen, meer over het besef dat je door een simpel feit grote gevolgen kunt krijgen. Vrouwlief lijdt nog steeds onder hoofdpijn, de schrik is nu wat weg, de ogen weer een beetje op normale dikte en kleur, maar of we nog naar Boskoop gaan is zeer de vraag. Wel een erg matige ervaring, alles opgeteld, maar dat heeft dan niet meteen van doen met dit incident. Buiten de rondfladderende meeuwen is er voor ons net even te weinig te doen. En om telkens zelf te zorgen voor het entertainment…nee! Dat doen we dan thuis wel.