Lekker eten in Zuidoost…

Lekker eten in Zuidoost…

Aan de zuidkant van Amsterdam’s woonwijk Zuid-Oost, de vroegere Bijlmermeer, verrijzen steeds weer nieuwe wijken en woon/werkgebouwen waardoor de veelal kale omgeving van het daar bekende zorgcomplex AMC behoorlijk wordt opgefleurd. In een van de grotere gebouwen daar, waar moderne appartementen op elkaar zijn gestapeld als in een competitie van Lego-fans, vindt je aan het Markelenbergpad 1917 het etablissement met de aansprekende naam Miss Scarlett. 7 dagen per week open van 10-24u, full service restaurant met een erg aardige, moderne, wat industriele inrichting, maar ook een aardig terras.

Men levert er comfort food van over de hele wereld en schenkt er geweldige Italiaanse koffiesoorten naast een heel scala aan lekkere drankjes en cocktails. Tijdens ons bezoek was het er gezellig druk (zondag) en werd ook het terras met de toen fel schijnende zon goed bezocht. Met name lokale buurtgenoten uit Holendrecht en uit die nieuwe wooncomplexen zijn er te gast. De aparte lunchkaart is ruim voorzien van allerlei aantrekkelijkheden. Wij aten er dus een heerlijke lunch, in mijn geval een meer dan smakelijke Club Sandwich die bij deze gelegenheid zodanig gevuld is dat je er de rest van de dag wel genoeg aan hebt. Het gezelschap koos voor een salade met gebakken geitenkaas en dat zag er niet alleen leuk opgemaakt uit, maar bleek ook erg lekker. Smakelijk is hier ook de bediening. Aardige jonge en knappe meiden van overal en nergens die al dan niet met een buitenlands accent er alles aan doen om je het naar de zin te maken. Nooit opdringerig, gewoon vriendelijk en service-gericht. Als altijd controleerde ik even de toiletten, en die waren spic- en span, maar eerlijk gezegd is deze gelegenheid nog te nieuw voor echte verloedering.

Maar het is desondanks allemaal gewoon top voor mekaar. En dus hadden we een leuke middag in goed gezelschap met dank aan het hier plezierige vertoeven. Het restaurant ligt op steenworp afstand van Metrostation Holendrecht, parkeren is wel een dingetje, want als altijd is dat in Amsterdam een dure hobby en moet je eigenlijk in de nabijgelegen (andere kant van de spoorlijnen) woonwijken je heil zoeken. Dan is het een wandeling van een minuut of tien om bij Miss Scarlett te komen. Maar dan krijg je wel een ervaring die wat mij betreft een 10 verdient. En die geef ik niet zo snel weg. U kent me intussen. Prijs/kwaliteit is hier echter zo voor elkaar dat ze het als team hier volstrekt verdienen. (beelden: Yellowbird)

Trams van vroeger en nu…

Trams van vroeger en nu…

Als jong mens had ik zoveel interesse voor alles wat van doen had met het vervoer vanuit die jaren dat ik o.a. ook het tramverkeer van toen aardig bestudeerde.

Zo waren er de blauwe trams van de hoofdstedelijke GVB waarmee je voor relatief kleine prijsjes dwars door de stad kon reizen. Overstappen was een fluitje van een cent en je kon er mee tot elke uithoek van de stad komen. Slechts het noordelijke deel van de stad bereikte je uitsluitend per boot, pont en bus. Het railverkeer kwam daar niet. Daarnaast was Amsterdam voorzien van een uitgebreid regionaal tramlijnennet waarvan de blauwe NZH-trams de meest bekende exponent was. Daarmee reisde je bijvoorbeeld vanaf het Spui naar Zandvoort, al dan niet met overstap in Haarlem. Veel van die regionale tramlijnen werden in de jaren waarin ik opgroeide overigens opgevolgd door busverbindingen met een hogere graad van op tijd rijden en dito comfort.

De stedelijke verbindingen bleven gewoon door trams ingevuld. Amsterdam een van de weinige steden in ons land waar men consequent voor dat type railvervoer koos. Elders in het land vond men de bus ‘toch handiger’. In onze buurt reden veelal blauwe spitsneuzen die o.a. op Lijn 3 en 4 opereerden. Voor de wat luxere Stadionbuurt en het chique Zuid koos men voor de relatief nieuwe drieassers met hun gesloten passagiersruimten en comfortabeler inrichting. Lijn 24 en 25 de exponenten daarvan. Na 1956 startte men met de vervanging van ouder materieel via de gelede trams. In Nederland gemaakte wagens met veel meer comfort en wat zwaardere motoren.

De bestuurders nu in een soort cockpit voorin, waarbij het aloude draaiwiel voor bediening van de elektrische aandrijving in eerste instantie was vervangen door een soort sidestick die je naar voren of achteren bewoog naar gelang de behoefte van accelereren en remmen. Een verbeterde versie van die nieuwe tram was de dubbelgelede die een extra tussenstuk kreeg en twee scharnierende onderdelen die met een soort rubber blaasbalg waren afgesloten. Al snel werd dat de standaard tram van het GVB en verdwenen de ‘blauwen’ steeds vaker uit het straatbeeld. Door de jaren heen kwamen er steeds meer tramtypen in gebruik. Er werd een verbinding aangelegd met Amstelveen. Ook daarvoor zette men bij het GVB nieuwe trams in.

Een mengelmoes van typen was het gevolg. De ene tram wat succesvoller dan de andere. Begin deze eeuw kregen we de Combino’s. Prachtige in Duitsland gebouwde trams met een bijna metro-achtige inrichting en uitstraling. Oudere trams verdwenen daarop vaak naar het buitenland. O.a. naar Polen waar ze nog jaren dienst zouden doen. Van de oude blauwen bleef een klein aantal over om door liefhebbers vol liefde rijdend gehouden te worden. Intussen zijn er weer nieuwe trams bijgekomen.

Met prachtig gestroomlijnde neuzen, terwijl men op de Amstelveenlijn wederom aparte trams inzet die tegenwoordig geen last meer hebben van gelijkvloerse kruisingen. Het comfort op hoog niveau, maar helaas geldt dat ook voor de gevraagde tarieven. Het mag kennelijk wat kosten, dat O.V. Opmerkelijk is dat men nu ook de Amstelveenlijn gaat doortrekken naar Uithoorn. Terug naar de tijden van de vroegere stoomtrams die Amsterdam verbonden met omliggende gemeenten.

Efficient, duurzaam en snel. Waarmee ook de typische regionale forens kan kiezen voor een ander vervoermiddel dan de voor de hand liggende auto of fiets. Ook de nieuwe verbinding naar IJburg kreeg een tramverbinding waarbij men twee Combino’s aan elkaar koppelt, waardoor een soort stadstrein ontstaat. Het succes van de tram meteen bewezen. In de stad een groot succes. En zo hoort het ook. Net als toen. En voorbeeld voor vele steden waar men maar blijft vasthouden aan die bussen die toch net even minder efficient zijn. En o ja, Amsterdam kent intussen ook een metronet met maar liefst vier lijnen. Zowel boven- als ondergronds actief. En zo weten we uit eigen ervaring, heel erg praktisch om snel vanuit de buitenwijken of periferie naar het centrum te komen of omgekeerd……. En dat dan gezien vanuit het perspectief van een echte autoliefhebber zoals ik dat ben. Maar daarover schreef ik al vaker…. (beelden: eigen archief/collectie)

Frans fenomeen..Panhard…

Frans fenomeen..Panhard…

Het Franse automerk Panhard was altijd een beetje een buitenbeentje in autoland. Men was heel innovatief, bouwde grote en kleine wagens, trucks en onderdelen voor andere merken. Bemoeide zich met de bouw van militaire uitrustingen en was als onafhankelijk bedrijf een van de oudste merken ter wereld. Had men voor de oorlog allerlei grote personenwagens in het aanbod, na WO2 zette men in op vooral bijzondere wagens. Klein, maar fijn. Zoals de Dyna. Een compact maar elegant model dat werd ontworpen door Gregoire, uitgerust met een 2-cilindermotor van eerst 610cc, later met een wat grotere inhoud.

De wat rauw lopende motoren bleken in combinatie met het lage eigen gewicht van de auto te zorgen voor beste prestaties. Daarbij was die motor luchtgekoeld en had de Dyna anno 1946 al onafhankelijke wielophanging voor. Nog opvallender, de Dyna werd op enig moment geleverd met een vier versnellingsbak met een overdrive, waardoor je nog zuiniger reed. Zijn tijd ver vooruit dus. En dat zou het merk op veel terreinen blijven. Zo was de Dyna Z uit 1954 een zeer futuristisch vormgegeven auto met een aerodynamisch zo goed vorm gegeven body dat je uit een tweecilinder blokje van 850cc dik 160km/u peurde.

Daarbij was de auto zo ingericht dat je op de twee banken zes mensen kon meenemen. Neem van mij maar aan dat geen enkele concurrent binnen dit segment dat kon bieden. De opvolger van deze wagen werd de PL-17 die er met optische retouches net zo goed uitzag. Alleen gingen de voordeuren nu meer normaal open i.p.v. dat ze naar achteren scharnierden. Met net zo’n futuristische vormgeving was ook de B en C serie uitgerust. Coupe-achtige wagens waarbij de B wat langer was dan de C en waarvan een deel in Belgie werd geassembleerd.

Deze wagens waren wel het summum van wat Panhard kon halen uit haar bekende tweecilinders. De auto’s barstten van de nieuwe snufjes en waren anno 1963 daardoor alleen al hun tijd ver vooruit. Wie van auto’s hield zag ook dat o.a. de ruitenwissers bij die Panhards heel anders functioneerden dan bij andere wagens. Ook zat het elektrisch systeem heel anders in elkaar dan bij andere wagens. Was dat allemaal beter? Nee, niet bepaald. Veel Panhards leden onder een reeks van technische problemen, deels veroorzaakt doordat men zo pionierde. In 1967 kwam het merk onder Citroen terecht en verdween het vrijwel in stilte van de markt. De klassieke markt zorgt er voor dat de prijzen relatief hoog zijn. Ook al omdat er zo weinig Panhards in goede rijwaardige toestand overbleven. En het best een dingetje is om aan onderdelen te komen. Maar hoe we het wenden of keren, dat Panhard was bijzonder. En dat alleen zorgde voor mijn enthousiaste verhalen over het merk…(Beelden: Archief)

Vleeskoeien…

Vleeskoeien…

Voor de goede orde, ik ben geen vegetarier of lid van de linkse Gektesekte die alles wat een beetje behoort bij het moderne leven af wil zweren om zo terug te keren naar de duistere Middeleeuwen waarin alles wat mooi en fijn is moet worden opgeofferd aan het grotere welzijn van de nieuwe elite. Nee, ik ben een realistisch mens. Houdt van een stukje vlees, maar doe geen overdreven dingen op dat punt. Komt ook omdat vlees ooit pure luxe was.

Ging het ons in vroeger jaren goed kwam er vlees op tafel, maar veelal werd er ook niet veel verdiend in die wat schrale jaren en was de keukenmeester in de weer met groenten en aardappelen. Vandaar dat ik vlees zie als een lekker luxe goedje. Typisch stadsmens ook. Vlees haalde je bij de slager en die leverde gehakt of andere stukken vlees keurig verpakt aan je af in een papiertje of later een bakje met wat folie er omheen gewikkeld. De supermarkten deden er nog eens een schepje bovenop en wie er van houdt kan de meest bijzondere vleessoorten vinden.

Van Argentijnse biefstukken tot Italiaanse ham, afgewisseld met Franse tournedo’s of Hongaarse goulash. Noem het maar en we kunnen er van genieten en smullen. Een industrie is ons deel geworden. Een industrie die de schaduwkantjes van dat consumeren van vlees vooral uit zicht weet te houden. Want hoeveel dieren moet je slachten om onze behoefte aan vlees (of vis) overeind te houden? Het is een groot aantal. Wie wel eens over onze wegen toert in de ochtend ziet vrachtwagens vol richting een van de vele slachthuizen rijden. Dieren die soms een geweldig leven hebben gehad, maar vaak ook in grote stallen opgesloten vooral vet werden gemest om onze karbonades te verzorgen.

Zelfde geldt voor pluimvee. Kip is een van de goedkoopste vleessoorten, zowel in de supermarkt als op de wereldwijde fysieke markten. En we zijn als Nederlanders bepaald niet als enige dol op dat vlees. Veel in/uitheemse gerechten baseren nu net op die geslachte vogels. Voor wie het lekker vindt zijn er kalfsvleesgerechten, of lamsvlees. Vertaal het eens letterlijk en zie welke diertjes er voor het leven moesten laten. De trek neemt meteen af. Nu is schuldgevoel ook zoiets natuurlijk. Immers, vlees zit vrijwel overal in, al was het maar in dierenvoedsel.

De Chinezen (en andere Aziatische volken) eten alles met poten op, behalve de tafels en stoelen waarop ze dat verorberen. ‘s-lands wijs ‘s-lands eer en we moeten nu niet net doen of alleen die Nederlanders zo veel vlees verorberen. Ik ben zelf een matige eter, geldt dus ook voor vlees. Maar ik ga het ook niet uit de weg. Dat kan beter, vast, maar het is net als met dat milieu, als wij totaal zouden stoppen met vlees scheelt dat 0,05% van het totaal in de wereld. Misschien is het goed om kinderen eens mee te nemen naar een slachthuis en ze te laten zien hoe het daar toegaat met die dieren……Wellicht dat we dan dwars door culturen heen komen tot het besluit om minder vlees te consumeren. Iets voor een schoolreisje?? Ben benieuwd wie het voortouw daartoe neemt…..en intussen…smakelijk eten. (Beelden: eigen archief..)

Invasie..

Invasie..

Vandaag precies 82 jaar geleden vielen de Duitsers ons land binnen. Dat deden ze niet zo maar, ze hadden strategische doelen voor ogen. Zoals de havens van Rotterdam en Amsterdam. Maar ook die van Antwerpen stond op de agenda. Onze strijdmacht stond min of meer klaar om een Duitse inval op te vangen. Maar met zeer beperkte middelen en manschappen die voor een deel maar matig getraind waren. Waar dat wel het geval was deden de Nederlanders wat ze konden om het de Duitsers moeilijk te maken.

Prachtig weer, een behoorlijk overzicht en nieuwe wapens aan de kant van de Duitse invasiemacht zorgden er voor dat de vijand al snel ver kon doorstoten in Nederland en al op de eerste dag de nodige paratroepen voor de poorten van Den Haag kon neerlaten. De luchtmacht weerde zich kranig met de niet door de vijand vernietigde kisten die men links en rechts in het land verdekt had opgesteld. Maar de sterkste wapens op dat gebied, zoals de geweldige vliegende slagkruiser als de Fokker G1, werd voor een groot deel op de grond vernield door Duitse bombardementen.

De Nederlandse bevolking was verbijsterd. Duitsland werd tot kort voor de invasie gezien als vriendschappelijk broedervolk. Maar de Nazi’s die Europa wilden onderwerpen hadden niets met dat broederlijke gevoel. Opvallend genoeg bleek dat men zich toch had vergist in de Nederlandse weerstand. Er werd fel teruggevochten door delen van onze krijgsmacht. De Mariniers, piloten, soldaten op de Grebbelinie, maar ook in de Friese kazematten bij de Afsluitdijk. De Duitse Luftwaffe alleen al verloor de nodige vliegtuigen door dat verzet van die dappere Nederlanders. En dat ging zo een dag of wat door.

Tot men in Berlijn besloot het verzet definitief te verbreken. Rotterdam werd gebombardeerd. Gewoon burgerdoelen, burgers, niks militaire doelen. Duizenden verloren het leven, huis en haard. En het Duitse opperbevel maakte duidelijk dat men niet zou schromen ook andere Nederlandse steden de zelfde behandeling te geven als er niet werd gecapituleerd. Op 15 mei was dat zover. De Nederlandse regering allang overgestoken naar Engeland, samen met het Koninklijke Huis. Vijf zware jaren zouden volgen. Wie goed op let ziet parallellen met wat nu in Oekraine gebeurt. Invasie, verzet, terreur, onderdrukking. Mensen leren maar weinig van het verleden. En dat is een heel trieste constatering. (Beelden: Archief)

Scheiding..

Al jaren was ze alleen en het beviel haar prima. Ze hoefde nu niks, kookte haar eigen potje en ging uit als ze daar zin in had. Al jaren leefde ze gescheiden. Richtte zich op haar hondje en kinderen, en waar het zo uit kwam in die volgorde. Altijd had ze naar haar eigen idee pech gehad in haar leven. Thuis was het armoede troef geweest en dus mocht ze niet studeren. Moest snel aan het werk in dat atelier waar haar chef zijn handen niet van haar af kon laten. Nou ja, niet alleen van haar, alle meiden waren door hem wel eens betast. In de kerk ontmoette ze Jan. Streng gelovig, zoon van de kruidenier. Het was liefde op het eerste gezicht. En in bed had ze voor het eerst het idee gehad waarom mannen en vrouwen voor elkaar geschapen waren. Niet dat ze er nou zoveel plezier aan beleefde, maar toch. Als Jan gelukkig was, had zij het ook naar haar zin. En kookte ze lekkere maaltjes voor hem. Later nam hij de zaak van zijn vader over en werkte hard om geld thuis te kunnen brengen. Omdat hij zo vaak weg was om zijn klanten te bedienen ging ze zelf maar wat klussen in huis. Schilderde, timmerde en maakte kamertjes op zolder voor de kinderen die ongetwijfeld zouden komen. Al duurde het met Jan allemaal wel erg lang. Op een dag stond ze weer te klussen en zag ze de glazenwasser met zijn ladder voor het raam de boel schoon maken. Een jonge vent, donker haar, grote glimlach. Na een paar maal viel ze voor hem. Jan was nergens te bekennen. Met Mario, de glazenwasser met half Italiaans bloed, was de fysieke liefde zoveel dieper en zuchtte ze telkens van genoegen. Tot ze zwanger raakte. Natuurlijk hield ze het kind. Jan dacht dat het van hem was. Vond het wel bijzonder dat de eerste zoon die ze kregen bruine ogen had en donker haar, terwijl ze beiden blauwe ogen bezaten, maar nam het kind op als het zijne omdat hij niet beter wist. Toen het tweede kind zich aankondigde, Mario was al lang verdwenen, en de geboorte van hun dochter achter de rug was, bleek die blond en voorzien van blauwe ogen. Een heel ander kind. Gold ook voor haar derde. Weer een dochter, weer blond en blauwe ogen. Jan hield van alle drie evenveel. Maar tussen hen ging het mis. Het liefdesleven zonder fantasie begon zich te wreken, ze kreeg er genoeg van. En besloot toen de kinderen groter waren haar heil te zoeken in de grote stad. Ze nam afscheid van Jan, belde een advocaat en vroeg de scheiding aan. Was nog een tijdje op zoek naar Mario, maar die was echt nergens meer te vinden. Ze betrok een flatje e n genoot van het vrije leven. De liefde hield ze buiten de deur. Het was mooi geweest. Als ze wilde kon ze reizen waarheen ze wilde. Haar nieuwe baan had ze te danken een haar studie die ze in haar nieuwe leven had opgepakt. Vriendinnen uit de stad hielden haar op de hoogte van alles wat belangrijk was. Haar kinderen intussen goed terechtgekomen. Al was hun zoon nu zelf glazenwasser en de dochters duidelijk uit ander hout gesneden. De ene manager bij een IT-bedrijf en de andere bestuurde een zakenvliegtuig voor een of andere rijke pief. Nee, ze had het goed getroffen….. En Jan? Ach die Jan, die raakte aan de drank en dronk zijn eigen supermarkt leeg…..Maar dat kon haar niet meer schelen. Had hij maar attenter moeten zijn…..voor haar…….

60 jaar terug in de tijd..

60 jaar terug in de tijd..

Wie vooruit wil moet af en toe ook een terug durven kijken en met die kennis van toen zijn/haar kijk op het leven en wat ons bezighoudt eventueel bijstellen. Dus pakte ik even de historische cijfers van 60 jaar terug, 6 mei 1962, er eens bij om wat zaken te duiden. Zo was onze totale bevolking toen nog geen 12 miljoen mensen groot. Min of meer gelijk verdeeld tussen mannen en vrouwen. Over onzijdigen werd toen nog niet gerept. De totale immigratie van die periode bedroeg 66.000 mensen, de meesten daarvan afkomstig uit Europa en hier slechts naartoe gekomen om te werken.

We trouwden met zijn allen doorgaans relatief laat, mannen waren gemiddeld 27, hun bruiden 24. Qua levensverwachting hadden die dan beiden een jaar 50 te gaan tot ze het aardse voor het hemelse paradijs zouden verruilen. Mannen heetten Johannes, Jan, Cornelis, Petrus, Hendrik, Peter, Ronald, Willem, Robert of Franciscus. Dat zegt al veel over hoe men qua geloof in het leven stond. Bij vrouwen waren Maria, Johanna, Anna, Elisabeth, Cornelia, Wilhelmina, Catharina, Yvonne, Petronella, Adriana het meest populair. Je ziet bijna welke oer-Nederlandse keuzes toen nog werden gemaakt. Het was op die dag dat de gemiddelde temperatuur 13,1 graden celsius was en er gemiddeld 2,9mm regen viel bij een stevig windje.

Ik kan me dat niet precies herinneren trouwens, want was toen nog schoolgaand en dan richtte je je toch het meest op wat er zoal in de klas gebeurde. Qua prijzen was het ook wel een interessante tijd. Voor een kilo aardappelen betaalde je (omgerekend naar nu) 0,15 cent per kilo, 1 liter bier kostte je 0,47, een brood ging mee naar huis voor 0,21 en een kilo kaas was voor 1,53 in de boodschappentas te stoppen. Eieren kostten nog maar 0,07 per stuk en een pak koffie was 1,33. Moest je thuis dan wel zelf even malen. Een liter echte melk kostte maar 0,19 en dat spul zat dan nog in glazen flessen met een aluminium dop. Wie echt geld verdiende kocht zich een pakje roomboter voor 0,45, margarine kostte 13 cent per pakje minder. Het zijn best confronterende cijfers.

Er is veel veranderd in al die jaren. Niet allemaal ten goede om het netjes te zeggen. Maar ja, indertijd waren de verdiensten ook mager. Toen ik ging werken in die periode (en ja, in de avonduren stevig studeren ‘om verder te komen’) was mijn eerste maandsalaris 40 Euri (ook even omgerekend). Best weinig voor in eerste instantie nog 5,5 dagen werken. Doordat die zaterdagochtend op enig moment verdween als verplichting kon ik er een jaar later bij een ons bekende relatie in de tweewielerbranche nog wat bijverdienen. Tientje voor een dagje poetsen en rangeren. Was je de koning te rijk mee…. Maar ja, we waren toen met weinig tevreden natuurlijk. Want laten we wel zijn, pas toen werden er douches gebouwd in de huizen waar onze ouders zo lang hadden geleefd zonder. Op aardgasverwarming moesten we nog dik 5 jaar wachten, kolen was toen het verhaal en de winters waren nog heel erg koud. Afzien dus. Zelf nog herinneringen aan die tijd?? Laat maar weten. Nostalgie mag zelfs in dit jaargetijde best even hoor…..(beelden: Internet)

Gedenk..

Gedenk..

Juist morgen herdenken we de mensen die ons tijdens de Tweede W.O. en in de jaren daarna zijn ontnomen door oorlogshandelingen of de wrede bezetting van ons land tussen 1940-45 of 1941-45 in het vroegere Nederlands-Indie. En juist nu zien we ineens weer de parallellen tussen vroeger en nu waar het oorlog betreft en bezetting. Onze herinneringen aan WO2 zijn voor de meesten vaag en vooral afkomstig uit overlevering. Voor mensen elders in de wereld is het dagelijkse realiteit. Machthebbers met een vaak ideologisch sterk van de democratie afwijkende insteek neigen al snel naar verbreiding van hun doctrine of vergroting van hun grondgebied.

Sommigen baseren daarbij op rassenleer, anderen benutten het idee dat het volk gewoon moet worden gezien als werkbijen en slechts een enkele koning(in) daarboven uitsteekt om de boel leiding te geven. De gevolgen zijn veelal verschrikkelijk. Tegenstanders worden meedogenloos aangepakt en al dan niet vermoord. Bij sommige doctrines ging dat in het geniep, anderen maakten geen geheim van hun afkeer van mindere volken of culturen en roeiden die met industrieel gemak uit.

Op de 4e mei herdenken we o.a. de moord op de vele joodse burgers die alleen om hun zijn werden opgepakt en afgevoerd. Maar ook zij de niet behoorden tot de door de Duitsers uitgeroepen Arische gemeenschap. En velen stonden er bij en keken er naar. Bang om zelf ook tot de slachtoffers te gaan behoren, soms toch actief bij het verzet. Gaat nu weer net zo. Een despoot valt een ander land binnen en zaait daar dood en verderf. Het eigen volk wordt door propaganda dom gehouden en wie zich toch verzet mag 15 jaar vakantie vieren in Siberie. Andere meelopende dictatoren hebben soortgelijke straffen in petto voor eventuele tegenstribbelende burgers. Methoden die zo afkomstig zijn uit het handboek soldaat van Stalin of Mao.

De dictatuur is goed in stand te houden als alle werkbijen dezelfde zoemtoon horen van hun koningin en gewoon dat doen wat wordt gevraagd. En meer niet. Propaganda doet de rest. Is dat dictaturen voorbehouden? Nee natuurlijk, ook in onze democratie houden we niet van tegenspraak. Als de zichzelf verheven achtende politieke kopstukken iets oreren dienen wij als stemvee gewoon te buigen en als het kan te betalen voor de utopische dromen van die zelfde machthebbers. Ons stemgedrag maakt dan niets uit, want die elite blijft gewoon aan het bewind deelnemen, of het volk dat nu niet wil of wellicht mee wil lopen. En de vele Main Stream Media doen de rest. Journalistiek is niet meer bestaand, men kwaakt zonder controle de diverse uitingen na die door de bewuste politieke kopstukken wenselijk worden geacht. Vrijheid van meningsuiting is dan het eerste dat sneuvelt. Wie tegenwerkt wordt gewoked, gecancelled of opgepakt dan wel erger. De dictatuur lonkt. Want net als thuis, wie lastig is krijgt een draai om zijn/haar oren en wie meewerkt krijgt een snoepje of schijfje komkommer om maar even politiek correct te blijven. Morgen herdenken we, de dag er na vieren we de vrijheid. Vraag is langzamerhand wel, welke vrijheid…..Want dat die onder druk staat wordt elke dag weer bewezen…..Ook hier! (Beelden: eigen archief)

Verloren chique – Packard…

Verloren chique – Packard…

Je moet al wat langer op deze aardbol hebben rondgelopen wil je je het merk Packard nog ddw kunnen herinneren. Het werd in 1899 opgericht en bouwde onder eigen naam door tot in 1958. Toen fuseerde dit toch wat chique Amerikaanse automerk met het even bijzondere Studebaker om verder in de vergetelheid te verdwijnen. Packard’s waren concurrenten voor o.a. Cadillac en werden voor de oorlog veel gebruikt door filmsterren en gangsters.

Grote en luxe wagens die je aanzien deden krijgen bij hen die het moesten stellen met een veel simpeler model van een goedkoper merk. Tijdens WO2 verdiende men goed geld met de productie van vliegtuigmotoren van Rolls Royce t.b.v. de fameuze P-51 Mustang jagers. Maar op kleinere schaal ging men wel door met de productie van personenwagens, zoals de Clipper die tot na WO2 werd gebouwd en in die naoorlogse jaren in gemoderniseerde vorm met zijn ronde vormen klanten wist te trekken.

Naar gelang de behoefte leverde Packard de wagens met een 6- of 8-cilindermotor en in diverse vormen van uitmonstering en comfort. In 1947 had Packard al haar miljoenste auto gebouwd, best bijzonder in die jaren, en vierde dat met haar nieuwste model, de gladde en mooi aflopende Standard Eight. Een stationwagen had veelal houten bekleding aan de zijkanten en was ook in ons land nog wel eens te zien. In de jaren vijftig begonnen de Packards veel meer te lijken op alles wat de concurrentie bij de grote drie uit Detroit aanboden.

Chroom en wat aardige ontwerpdetails moesten klanten trekken, maar dat lukte steeds minder goed. Tuurlijk bracht Packard ook de bij Amerikanen zo geliefde V8-motoren uit, wat de rustige loop ten gunste kwam, net als het koppel en de topsnelheid. Want met een beetje Packard uit de jaren 50 was de 200km/u snel in zicht, wat je met een Opel of VW uit Europa echt niet lukte. Helaas maakte Packard in die jaren flink verlies. Men kreeg niet voldoende klanten voor wagens als de Clipper, Caribbean of Four-Hundred. Met name die laatste moest klanten weghalen bij Cadillac, maar door de kostprijs die 1,5 keer zo hoog was als een 62 van dat luxe GM-merk lukte dat maar matig.

Wie er een kocht kreeg wel enorm veel auto voor zijn/haar geld. Maar ja, die prijs….anno 1955 best een dingetje… Na de fusie met Studebaker bouwde Packard nog een tijdje wagens van dat fusiemerk met wat kleine wijzigingen aan de carrosserie om een Packardsausje mee te geven. Technisch werd de Hawk, zoals hij werd genoemd, nog wat opgewaardeerd, maar het kon Packard niet meer redden. Het bedrijf verdween. Gelukkig zijn er veel liefhebbers voor te vinden die voor goede exemplaren beste bedragen neerleggen. Want een Packard is niet zomaar een Amerikaanse auto, maar echt iets bijzonders. Vandaar dat ik er ook even aandacht voor had..(beelden: Internet)

Nostalgisch puinruimen…

Nostalgisch puinruimen…

Onlangs, het regende op een aprilmaandag pijpenstelen, bedacht ik me dat ik wel eens wat kon gaan opruimen. Ons huis kent vele ruimten waar in de loop van de tijd van alles en nog wat is opgeslagen geraakt. Uit het zicht, uit het hoofd, was de gedachte door de jaren heen. En dat was te zien. Sommige opslagruimten (met name na de verbouwingen hier van een jaar of 12/13 geleden zorgden daarvoor) zaten propvol. Zo had ik daar o.a. een jarenlang trouw gebruikte attachekoffer in staan vol allerlei paperassen.

In mijn actieve jaren voor autobranche, trainingen, redactie- en advieswerk nam ik vaak allerlei voorbeelden mee die ik kon gebruiken als ondersteuning voor vocale uitingen mijnerzijds. Het werd een ontdekkingstocht. Maar het meeste werd verscheurd en in bakken gemikt die later richting vuilstort gingen. Een krat uit een van de vroegere auto’s die van kofferbak naar kofferbak werd gesjouwd maar op enig moment ook opgeslagen, werd nu weer bevrijd en gaat naar de kringloop. Inclusief oude autokrik, onderdelen, gereedschap en flessen intussen over de houdbaarheidsdatum heen zijnde flessen olie en koelvloeistof. Een oude doos vol papieren dossiers bleek ook de eerste ontwerpen en voorstellen te bevatten die ik ooit met mijn nieuwe reclamebureautje deed in 1991 voor mijn toen eerste klanten. Jaren kwijt geweest, en nu weer teruggevonden.

Kijk die kunnen terug in het bedrijfsarchief. Een robotstofzuiger die ik ooit Robbie 2 noemde omdat we er al een hadden die als Robbie door het leven ging stond ook al een tijdje op zolder opgeslagen. In mijn mancave heeft dat ding geen enkele kans om zijn werk goed te doen, veel te vol, dus hup naar de kringloop. En zo verging het wel meer dingen op die dag. Het gaf een plezierig gevoel. Binnenkort ga ik weer verder. Nu eerst even de rug rechten want opgevouwen in een bergruimte aan het werk is niets voor oudere meninggevers. Maar het doel heiligt de middelen en het bleek ook aardig bevredigend. Daarbij las ik weer wat zaken terug waarover ik me een jaar of wat terug enorm kon opwinden. Achteraf is alles relatief natuurlijk. Zelf ook wel eens aan het opruimen geslagen?? En?? Bevredigend?? (beelden: Prive)