Oude bekende..Honda!

Oude bekende..Honda!

Steevast wel in de top van de kwaliteitsranglijsten maar qua verkopen helemaal onderaan in de top 50 van Nederlandse merken te vinden, Honda!

Terwijl het voor ons land al een oude bekende is. Want al ergens in de jaren zestig kwam Honda naar dit landje om haar eerste vierwielers te verkopen. Men had al enige naam met tweewielers en buitenboordmotoren, maar auto’s waren voor het merk toen nog nieuw. Vanaf 1962 nam men de handschoen op. Niet alleen op de weg, ook op het circuit en ging meteen met een Formule-1 auto van start die een V12 als aandrijfbron bezat. Nou die zocht je tevergeefs in die eerste personenwagentjes. Die rustte Honda namelijk uit met een kleine krachtbron afkomstig van hun motorfietsen en die dingen draaiden zulke hoge toerentallen dat je er nog aardig in mee kon komen op de snelweg. De N360 en N600 waren de eerste proeven van bekwaamheid en dat waren echt piepkleine wagentjes.

Maar de kwaliteit was al best redelijk en de prijzen aardig concurrerend. Nog overtuigender waren de sportief uitgemonsterde S600 en S600 die je als cabriolet of coupe kon kopen en die niet meteen bedoeld waren voor Europese coureurs maar voor de ondergemiddeld lange mens veel waar voor het geld leverden. Men stak met deze serie de Britse sportwagens naar de kroon maar zeker ook op het niveau van geluid en gebrek aan comfort. En toch werden die wagens door liefhebbers van het genre zeer gewaardeerd. In 1970 had Honda intussen al de 1-miljoenste auto gebouwd en bleef men op koers richting het wereldwijde succes dat men tegenwoordig kent.

Met de Civic uit 1972 werden de eerste fundamenten voor dat succes echt geslagen. Honda had hiermee een auto in handen die werd ‘gevreten’, ook in ons land. Compact, maar niet echt klein meer, potent, maar niet meer met van die enorm hoge toerentallen, en met een uitrustingsniveau dat je in een Opel of Ford niet snel kon vinden. Niet voor niets werd deze auto een succes. En de naam Civic bleef door vele generaties heen verbonden aan het merk. Latere modellen werden groter, sneller, luxer en helaas ook duurder. Uitvindingen schuwde men niet, het merk hielp op enig moment het Britse Triumph aan een nieuw model dat in feite een Honda was (Acclaim) en men bleef verbonden met de sportieve kant van het autovak.

Toch kreeg men ergens in de jaren negentig toch door dat men de concurrentie met de gevestigde orde niet helemaal meer aan kon. De prijzen waren te hoog, de innovaties toch wat te mager. Honda had intussen een productielijn in Engeland opgezet, had zo toegang tot de Europese Unie, bouwde nog steeds zeer goede auto’s maar zakte qua verkopen steeds verder terug. Dat gold minder voor de Amerikaanse en Chinese markten waar men nog steeds goede zaken doet. Hybrides kwamen uit, SUV’s waarmee men het gamma opvulde. Auto’s voor mensen met een specifieke smaak. In eigen land heeft men nog een hele trits van die kleine karretjes die specifiek voor de Japanse markt zijn bestemd maar vaak overtuigen door hun wonderlijke vormgeving en technisch vernuft. Maar hier wil het niet meer lukken.

De organisatie toch wat opgebroken en klanten winkelen nu bij Koreaanse merken of de Japanse concurrentie. En dat is best jammer. Overigens bouwt Honda ook haar eigen zakenjet, is nog steeds heel groot in motorfietsen, levert oa. de motoren voor het Red Bull team van Max Verstappen en verkoopt ook nog allerlei andere producten als grasmaaiers of de befaamde buitenboordmotoren. Breed, groot en bekend. Honda! (Beelden: Internet/archief)

John…

John…

Het was door stom toeval dat ik ineens het bericht las van zijn overlijden. Dat was op dat moment al vier maanden geleden. Als ik dit opschrijf zijn we alweer een kleine maand verder.

Maakt op het eeuwige leven natuurlijk niet uit. Maar hij verdient dan wel weer dat ik even aandacht voor hem vraag. Een markant mens uit mijn schrijvende en vliegende verleden. Een man die ik ontmoette tijdens de hoogtijdagen van onze exposities ter promotie van de luchtvaart en de uitgave van het bijbehorende magazine Stabilo. Hoe ik nu precies met hem in contact ben gekomen is me achteraf bekeken niet meer zo duidelijk, wel dat hij ineens met veel enthousiasme zijn kunsten ging vertonen tijdens een van de in het Schipholse Aviodome-museum gehouden tentoonstellingen van onze Stichting. Hij liet zich omhoog takelen met een gehuurde kraan, zelf gekleed in een pilotenpak en schoot na de ‘landing’ allerlei vuurpijlen af om zo de ‘dinghy-drill’ van piloten te demonstreren. Wij en het publiek om ons heen, waren er zeer van onder de indruk. En dat was voor John eigenlijk nog maar een klein beginnetje. Hij was journalist, kende enorm veel mensen, van Prins Bernhard tot Martin Schroder, belde gewoon het hele land door om zijn doel te bereiken en beet zich graag vast in luchtvaart-gerelateerde onderwerpen. Nam ons mee naar recepties of tv-shows, zonder vragen of uitnodiging, reed in een grote Cadillac en had altijd al dan niet geleende apparatuur bij zich. Hij leerde op enig moment zelf vliegen, een passie die hij graag met me deelde, kon prima zeilen, was een prater van jewelste maar had ook maling aan sociaal normaal contact. Niet vreemd opkijken als hij ineens om 10 uur ‘s-avonds bij je voor de deur stond. Hij regelde testvluchten met dikke helikopters of liet zich in een US Navy jet afschieten vanaf het vliegdek van een Amerikaanse carrier in de Middellandse Zee. Toch hing er ook wel een zweem van geheimzinnigheid om hem heen. Hij verzweeg bepaalde dingen uit het verleden. Toen we nog samen in de polder woonden maakten we desondanks veel plezier. Hij altijd in de weer om bij sponsoren van alles los te peuteren, een man die op alle vliegvelden in Nederland bekend was en altijd in voor een gesprek of interview. En veelal in dat bijzondere vliegerspak van hem. Net als zijn oude regenjas een soort uniform. Toen ik een jaar of 25 geleden terugverhuisde naar het oude land werd de relatie verbroken. Ik had het veel te druk met mijn carriere die op dat moment zorgde dat ik me met de Stichting en het magazine niet meer te veel bemoeide en dat verhaal ook mede daardoor stopte. John ging iets anders doen. Verdween uit beeld en verlegde zijn vizier richting andere dingen. Via een andere relatie in de Polder kreeg ik dus onlangs ineens dat verlate overlijdensbericht. Te laat, maar toch. John Assmann, hij werd 82 jaar oud. En bijzonder mens. Maar in de hemel vast allerlei dingen aan het organiseren…..Moet wel…..(Foto: John en ik in een Piper Super Cub voor weer een fotovluchtje..)

Relatief

Relatief

Alles is relatief in het leven. Zeker als je kijkt hoe snel de tijd langs ons heen vliegt.

Voor je het weet zijn maanden, jaren, decennia of eeuwen voorbij. Niet dat we dat dan meemaken, die eeuwen bedoel ik, maar het weten is toch handig als je oprecht denkt dat wat hier en nu actueel is dat morgen ook zal zijn. Hoeveel van de mensen die je om je heen had bij de geboorte zijn er nu nog? Woon je nog steeds in hetzelfde huis? Dezelfde straat of stad? Wellicht ben je wel geemi- of immigreerd? Zo gaat het ook met andere vaste waarden.

Bij de in mijn leven best een belangrijke rol spelende schoon-grootvader, wiens eigen bestaan zeer lang mocht worden in goede gezondheid, kregen we soms verhalen te horen over de eerste Zeppelins, vliegtuigen, de overgang van stoom naar elektriciteit bij het railvervoer. Hij vertelde soms over hoe het leven voor de Tweede W.O. was, over geloof dat ons toen stuurde, een andere moraal, maar ook over hoe zijn leven als toenmalige mkb-er toch anders was in de oude tijd. En als ik zelf een beetje terugkijk naar vroeger tijden zie ik ook wel heel veel veranderingen. Ik noem het evolutie, ook al ben ik lang niet gelukkig met alles wat zoal voorbij is gekomen.

Laten we wel zijn, Nederland was een provinciaal landje in mijn jeugd, ook al vochten we nog voor onze overzeese gebiedsdelen tegen een overmacht. We groeiden op in de tijd van de atoombom, de Sovjet-dreiging, invasies in Hongarije en Tsjecho-Slowakije. We zagen eerst Frankrijk, later de VS verwikkeld zijn of raken in Vietnamoorlogen. We zagen de ontmanteling van godsdiensten en aanhangende zuilen. Respect veranderde in ‘wiebenjijdanweldatikUtegenjemoetzeggen’ gedrag. We zagen de revolutie over ons land heen golven, de krakers, Provo, Kabouters. Wat bleef was de structurele woningnood. Ook de even structurele armoede in sommige gezinnen.

We maakten de ondergang mee van het staatszorgsysteem en de liberalisering (..) van zowel de taximarkt als die zelfde zorgsector. Werd dat alles goedkoper zoals aangegeven? Nee. In tegendeel zelfs. De selfiecultuur kwam op, in de afgelopen jaren de zelf opgelegde vertrutting gevolgd door een cultuur van schaamte en excuses voor een vermeend koloniaal verleden een paar eeuwen terug. We zagen de auto terrein winnen, de vrijheid van gezinnen garanderend. Mensen vlogen over de hele wereld op zoek naar ontspanning en cultuur. We zagen de EEG ontwikkelen tot de bureaucratische EU. We zagen een president vermoord worden in de VS en een politicus in ons eigen land.

We zagen de terreur uit moslimhoek en soortgelijke daden vanuit mensen met een anti-vreemdelingenmentaliteit. We maakten de RAF mee in Duitsland, maar ook de onafhankelijkheidsgolf in de Afrikaanse en Aziatische landen. Kortom….met deze kleine bloemlezing maakte ik nog eens duidelijk dat als ‘Opa’ gaat vertellen er voor mensen van een andere generatie toch veel te leren valt. Net zoals het mij is overkomen met de genoemde Opa in dat verleden. En dan is de cirkel rond. Zonder verleden geen toekomst in het heden. Over vijftig jaar maakt men vast ook weer een balans op en vertellen de twintigers van nu dezelfde soort verhalen. Wijzer geworden, rijker, en ook in staat om te relativeren. En dat is al winst op zich….(Beelden: Yellowbird archief.)

Werken op Schiphol – 26 – Terug na 13 jaar!

Werken op Schiphol – 26 – Terug na 13 jaar!

Zoals te lezen valt in mijn vervolgverhaal over werken voor en leven met de Vliegende Pijl, kwam ik op enig moment als dealer-directeur in conflict met de toenmalige aandeelhouders en was het nodig om op korte termijn door te schakelen naar iets anders.

Ik zocht en vond steun bij de toenmalige importeur van het mij zo aan het hart liggende merk, maar die kon me niet meteen plaatsen op een plek die ik ambieerde. En dus liep ik rond met toch een wat ongeduldig en onrustig gevoel over ‘wat nu’. Mijn oude vriend Victor die ik indertijd aan zijn baan en roeping had geholpen reageerde. Ook hij had diverse bedrijven gediend nadat ik was vertrokken bij dat vroegere transportbedrijf en had nu een aardige job bij een relatief onbekend maar wel erg druk logistiek bedrijf aan de zuidkant van Schiphol.

‘Of ik zin had om daar de sales en organisatie te ondersteunen naast de directeur van dienst’. Dan had hij meteen de vriendendienst uit 1970 met een wederdienst goed gemaakt, zo was zijn redenatie. Het eerste gesprek met die betreffende directeur verliep trouwens zeer plezierig moet ik stellen. Het geboden salaris leek prima, de baan uitdagend en de omgeving (weer vlakbij de start/landingsbanen) vertrouwd. Het tweede gesprek een paar dagen later verliep bepaald anders van sfeer en toon, het had me moeten waarschuwen. Maar ik had de antenne net even verkeerd afgesteld, dus verkocht mijzelf met overtuiging als de juiste man op de goede plek. Een paar weken later zat ik in die functie achter een relatief simpel bureau. De sfeer bij dat bedrijf was bijzonder. Men was net door een lastige fusie heen gegaan en zocht nu weer een eigen weg. Had Duitse en Amerikaanse aandeelhouders, die moesten met elkaar door de deur. De directeur bleek een van de aandeelhouders (wist ik toen nog niet) en schipperde een beetje tussen twee werelden.

Gelukkig was er in het verleden een stel erg grote accounts binnengehaald en werd er keihard gewerkt door het team. Samen met mij traden nog meer mensen in dienst op diezelfde dag van 1990, dat hielp wel mee om de weg in de structuur van die tent te vinden. Qua werk was er niet veel veranderd t.o.v. wat ik tussen 1965/77 bij dat eerder beschreven bedrijf had meegemaakt. Ik kon waar nodig al snel een handje bij steken. Of ik nooit was weggeweest. Maar er was ook veel onrust in die tent. Emotionele gesprekken tussen directeur en MT maakten me (ik zweeg toen nog..) duidelijk dat er veel mis was. De Duitse aanpak van het bedrijf was vreemd genoeg veel ‘wilder’ en ‘avontuurlijker’ dan de Amerikaanse. Daar was men gewend dat ‘New York’ bepaalde wat er in ons land gebeurde, maar daar had onze directeur maling aan. En zo waren er soms heel bijzondere gesprekken met de Amerikaanse partners. De aangeleverde ‘Sales leads’ waren talrijk maar nauwelijks serieus te nemen. Men stuurde van alles en nog wat op en verwachtte dan dat ik daar met de auto actief op af ging. Na een aantal compleet zinloze ritten voor dat doel staakte ik met deze inzet. Het bracht niks. Handiger was om eens te kijken hoe we meer konden verdienen aan de handel die uberhaupt al lekker doorliep bij dit bedrijf. En zo zette ik me in voor een getrapt tariefsysteem dat voor buitenlandse en soms binnenlandse relaties keuzes bood voor welke prijs men wat kon verwachten. Want men wilde indertijd heel graag met de KLM vliegen voor de prijs van Aeroflot, en dat was nogal een verschil. Onder mijn regie werd dit anders. En zo verdienden we aardig wat geld. Op zowel export als import zaten daar overigens teams van kanjers, die erg veel werk verzetten. Maar weinig erkenning kregen. Het waarom ontdekte ik pas later….. (beelden: archief/internet) (Zie ook: Leven met de Vliegen Pijl – 30 27/1/19 en 31 van 3/2/19)

Humor!

Humor!

Nou beste mensen, deze oudere jongere kan nog steeds keihard lachen om humor die hem raakt.

Opgevoed met films van Laurel & Hardy (toen al klassiekers) ontdekte ik al snel dat subtiel en over-the-top me veelal over de drempel van de gulle lach heen trekken. Gekkigheid in woord en beeld. Sommigen hebben dit aan de kont hangen. Nu is niet alle Britse humor is per definitie leuk. Juist waar de teksten scherp zijn en de mimiek van topniveau komt het beter over dan als men leuk doet om de lach. De Schutters een voorbeeld, ik lachte me daar gek om, vooral omdat Britten soms zichzelf compleet bespottelijk kunnen maken met behoud van hun traditionele gevoel de wereld te beheersen. Fawly Towers, de eerste reeksen Are You Being Served, Tommy Cooper. Maar die reeks van ‘On the buses’ al snel vervelend, net als Benny Hill.

Het pakte me dan niet. In Nederland zie ik Andre van Duyn als een echte komiek, zoals dat ook gold voor Johnny Kraaikamp Sr. Cabaretiers alleen als ze ook echt leuk zijn en niet als ze anderen fel bespottelijk maken. Ik ben dus niet zo van Youp van ’t Hek, meer van Hans Teeuwen of Guido Wyers. Omdat ik geen onderscheid wil zien in het bashen van sommige lieden. Polcor-humor is geen humor. En wij Nederlanders zijn slecht in het spiegelen van wat fout zit bij ons zelf. Wie dat wel doet kan rekenen op groot publiek.

Maar wie doet dat nog?? Bang voor van alles en nog wat en vooral van kritiek uit (on)verwachte hoek. Humor is soms tijdloos, maar er waren ook vroeger al humoristen die ik niet kon waarderen. Chaplin was er zo een. Ik zag er niks in. Veel te serieus en te overtuigd van zijn eigen leukigheid. Dat was nu net de kracht van Laurel & Hardy. Altijd zelf uiteindelijk het slachtoffer. Sloebers soms en niet bang voor een emmer water of een zaag op de bol. Ook geweldig vond ik ‘Keeping up Appearances’ met die geweldige actrice die Mrs.Bucket speelde (Mrs Bouquet….in haar jargon) waar de stijl van de middenklasse t.o.v. de onderklasse zo goed werd weergegeven.

Humor is dus ook persoonlijk, laat ik daar duidelijk over zijn. Wat ik leuk vind zal voor een ander niets betekenen. Mensen kopen massaal kaartjes voor Freek de Jonge of Claudia de Breij of soortgelijke lieden. Moet toch wel iets zeggen. Wellicht over mij?? Kan zo maar. Want ik kan mijzelf nog in de spiegel aankijken en om dat koppie lachen dan. Wie kan dit ook. Schroom niet hoor…..ik lach je niet uit… (Beelden: Internet/archief)

Jarig…

Jarig…

Morgen is het weer zover. Verjaardag! Intussen toch een avontuur. Naarmate de leeftijd stijgt is elke verjaardag die je zonder al te veel gekreun en gekraak bereikt er een.

De onkwetsbaarheid is natuurlijk voorbij, het virus vanuit China maakte ook mij duidelijk dat als je eenmaal de zes kruisjes voorbij bent je ineens behoort tot de risicogroepen. Niet dat ik er nu echt elke dag mee bezig ben…maar toch. De meeste kerstfeesten zijn intussen wel gevierd, maar ja, wellicht worden we 100plus en dan mag ik nog wat liedjes zingen onder de intussen alweer afgetuigde boom. Maar die verjaardag had wel altijd wat. Zeker als kind. Want ik werd geboren aan het begin van die eerste maand na de decemberse feestdagen en die waren ook toen al vaak best duur geweest.

Je was al blij als er uberhaupt een feestje gevierd kon worden en er een cadeautje uit rolde. Nou, dat lukte op een of andere wijze altijd wel. Niet in luxe opgegroeid, integendeel zelfs, was wat ik op de verjaardag kreeg gelukkig nooit ‘praktisch’ zoals bij Sinterklaas, maar echt iets wat ik graag wilde hebben. De inkomensgrilligheid (leasepa had ook wel eens pech bij de verkoop van zijn handel) zorgde voor avontuurlijke verwachtingen. Veelal vroeg ik dan een Dinky Toy model waarvan ik zeker wist dat mijn vriendjes (90% in dezelfde omstandigheden opgegroeid) die nu net niet hadden. Dat maakte dan wel dat als je dan zo’n model kreeg je er (tot nu toe) zuinig op was. Immers, kostte veel geld en moest gewaardeerd.

Later werd de verjaardag meer een feestje. De omstandigheden en samenstelling van gezin en vriendenkring maakten dat mogelijk. Soms zat de hele kamer vol met bezoek en deed men zeer zijn of haar best om mij met lieve of mooie dingen te plezieren. Jarig zijn toch een feestje en ook een prima gelegenheid om de hele bups weer eens bij mekaar te halen. Later werd het aantal mensen dat er bij aanwezig was toch steeds minder. Sommige schepen voeren voorbij in de nacht, mensen verdwenen compleet uit beeld, gingen hemelen, of kwamen niet meer omdat de afstanden te groot waren geworden. In het huidige leeftijdsgebied zijn de feesten verdwenen en meer omgevormd naar gezellige samenzijns waarbij weer eens lekker wordt gelachen of gehuild om hen die niet meer bij ons zijn.

Leeftijd maakt kennelijk emotioneel, al ben ik daar dan zelf niet zo van. Je koestert wat is en hoeft geen gouden bergen meer te ontvangen om te weten dat mensen van je houden. Als ze dat al doen merk je dat vanzelf. Zelfs de oude Hork weet hoe dat werkt. Toch mooi geleerd door de jaren heen… Morgen dus…en anders dan in vroeger tijden, lig ik er niet meer wakker van. Een dag lang voel ik mij geconfronteerd door weer een nieuw getal op de leeftijdsladder die zo lang is geworden, daarna gaan we weer gewoon verder met wat zorgt voor bereiken volgende mijlpalen, leven! En vieren we gespreid de verjaardag. Heb ik dankzij Corona toch nog een paar extra feestjes te vieren. Een week lang zelfs…U wilt me wel vergeven hoop ik…(Beelden:Internet)

Manusje van alles…Hanomag!

Manusje van alles…Hanomag!

Ware liefhebbers van alles wat rijdt op weg, boerenland of rails kennen het merk vast, maar voor de leek is het een afgesloten hoofdstuk. Hanomag.

Duits merk uit Hannover (Hannoversche Maschinenfabrik AG) dat al halverwege de 19e eeuw actief was met de bouw van o.a. stoomlocomotieven. Daar kwamen in 1925 ook auto’s bij. De eerste een piepklein karretje dat als ‘Kommissbrot’ bekend raakte. Praktisch wellicht, niet mooi. Maar het ding verkocht letterlijk als broodjes. Later bouwde men grotere, modernere en ook duurdere auto’s met goede techniek. Onafhankelijke wielophanging was voor de Hanomag’s van toen gemeengoed.

Iets wat je bij andere merken maar weinig tegenkwam. In 1905 had men al de omslag gemaakt van railvervoer (wat nog jaren zou doorgaan overigens) naar wegvervoer met stoomaandrijving. Trucks trachtte men aan de man te brengen, wat matig lukte. Daarna werden dieselmotoren ingebouwd. En werd men een heel grote naam op dit gebied. Heel wat vooroorlogse transportondernemingen hadden Hanomag’s in gebruik. Tijdens de oorlog moest men aan de bak voor de Nazi-leiding en bouwde men veel voor het vervoer van de Wehrmacht.

Na de oorlog moest men weer even overeind zien te komen, maar dat lukte al snel goed en kwam men weer met een reeks trucks en bestelwagens waarmee men de groeiende markten kon bedienen. Het luxe wagen segment werd nog wel even benaderd, maar na wat mislukte pogingen ook weer verlaten. Goederenvervoer en busjes werden de hoofdmoot naast de traditionele tractorbouw die men ook al heel lang in het gamma had zitten. Ook in ons land waren Hanomag’s veel te zien. Maar ergens in 1969 ging het fout en moest het merk fuseren met een ook al zo grote naam in Duitsland, Henschel.

Onder beider namen ging de productie verder. De vrachtwagenproductie kwam uiteindelijk in andere handen terecht. De grondverzet/tractoren-productie verkocht aan het Japanse Komatsu dat in 2001 na verloop van tijd de traditionele naam Hanomag helemaal schrapte. Gelukkig zijn er musea en clubs van enthousiasten die overgebleven producten van de fabriek uit Hannover rijdend weten te houden. En daarmee deze naam nog een beetje glans weten te geven. Net als ik trachtte te doen met dit blogje…. (Beelden: Internet/Wiki)

Laatste dag van een bewogen jaar…

Laatste dag van een bewogen jaar…

Toen we een dikke 365 dagen geleden elkaar omarmden en knuffelden en het allerbeste wensten voor dat nieuwe jaar 2020 konden we niet bevroeden dat dit jaar zou verlopen zoals het deed.

Ons leven, onze samenleving, eigenlijk alles werd door elkaar geschud door dat verrekte virus dat zijn oorsprong had in het grote China. Wat aanvankelijk leek op een ‘griepje’ van een bijzondere soort bleek in staat om alles wat wij voordien als normaal aanvaardden overhoop te smijten. Vanaf het voorjaar bleek dat virus goed voor een of meer door de overheden over de hele wereld afgekondigde ‘lockdowns’. Hele sectoren van onze menselijke economie zakten daardoor in elkaar. De transportsector, middenstand, horeca, maar ook de zorg kregen het zwaar. Mensen kwamen als getroffenen terecht op een glijdende schaal als ze met dat virus van doen kregen. Van een beetje hoesten tot ademgebrek, ziekenhuisopname en soms dood. Ouderen werden van ons gescheiden door dikke muren van steen of beton, we bleven op 1,5 meter afstand tot elkaar en dat hield in dat we ineens heel anders dachten of denken over samenleven. Huidhonger een geboren begrip.

De economische gevolgen zijn nog steeds onverminderd groot. De door de kabinetten Rutte redelijk afgebouwde staatsschuld werd met tientallen miljarden overschreden en vergroot. Iemand gaat dat op termijn betalen. Rara wie… Intussen is er een stel serums uitgevonden die ons komend jaar moeten redden van de te grote besmettingskans. Zien of dat gaat werken en of we er geen blijvende gevolgen aan overhouden. Niet elk middel tegen een kwaal is onschuldig gebleken tenslotte. Middelen erger dan de kwaal? We zullen zien. Naast dit dominante nieuws hadden we opnieuw te maken met terreur, op dat punt is elk jaar telkens een vraagteken, vele mensenlevens gingen daardoor verloren. In de VS verloor Trump de verkiezingen ook al gelooft hij dat zelf nog steeds niet. Blijft wel opmerkelijk dat toch bijna de helft van de Amerikanen die stemden voor juist deze man gingen. En de andere helft voor een broze democraat op leeftijd.

In eigen land komen de verkiezingen er in maart a.s. aan. Zoals het nu gaat wordt midden/rechts het grootste blok. Eens zien of we dat nu ook echt gaan zien in de samenstelling van een nieuw kabinet. Want de neiging links te betrekken bij alles wat we hier doen en denken is toch een groot probleem. De sluier van de vertrutting en opgelegd schuldcomplex over alles wat voorouders wellicht fout deden of wij nu doen maakt mijn persoonlijke afkeer van dat linkse denken groter en groter. Schuld opleggen aan hen die daar part noch deel aan hadden en claims laten uitkeren aan hen die nooit leden…..het is een slecht plan. Alleen daarom al is uw stem van belang. Maar dat is volgend jaar, oftewel vanaf morgen van belang. Vandaag kijken we nog een keer terug. En sluiten met een zucht van frustratie het jaar af. 2020 was heel bijzonder. Nooit eerder zoiets meegemaakt. Hoop dat we in 2021 weer normaler kunnen omgaan met wat ons allen boeit en bezig houdt. Heel fijne jaarwisseling en op naar een nieuw jaar…(beelden: eigen archief)

God…

God…

In tijden van nood mag en moet men dopen of bidden. De afgelopen maanden van dit bijna voorbije jaar 2020 maakten wel duidelijk dat in sommige stromingen een crisis leidt tot grenzenloze behoeften om in kerk of gebedshuis samen te komen en de persoonlijk vereerde Heer (nooit een dame) te aanbidden en hulp te vragen.

Want daar zijn we als mensen goed in. Als we denken dat we het zelf niet kunnen redden moet die alles ziende en beheersende God (of hoe hij bij al die stromingen heet) oplossingen bieden. God als marionettenspeler voor mensen die menen nog steeds een uitverkoren ras te zijn dat uniek is binnen een schepping die slechts dient ter lering en vermaak van ons mensen. Wetenschappers zijn er aardig in geslaagd te duiden waar al dat godsgeloof vandaan komt.

Het zit in ons aller angst voor de dood. We denken, dus we bestaan, zou dat aardse leven ophouden moet er toch een deel van ons doorgaan op dezelfde basis. De ziel krijgt een eeuwig leven. In alle variaties kom je dit tegen bij de meeste grote geloven. En dat al door de vele eeuwen heen. En er wordt flink gekopieerd door al die geloven. Analiseer ze maar eens en je ziet dat veel is terug te voeren naar oergeloven uit de oudheid en we daar ook de nodige vieringen en vereringen aan danken. Of je dus een boom, rots of de zon aanbidt, het godsbeeld is gelijk. Mensen willen dus kennelijk geloven in iets hogers, verheveners.

Al doet in ons land meer dan de helft van de inwoners helemaal niets met dat geloof. Men ziet het humanisme als leidraad, lost zelf problemen op en gaat uit van het grote zwart na de dood. Gelovigen is dat een gruwel. En die gruwel moet soms met donder en geweld opgelegd aan anderen. Wat ik dan weer niet snap. Want geloof is ook een persoonlijke keuze. Al worden niet voor niets zoveel kinderen op babyleeftijd gedoopt of half gecastreerd om ze zo in te lijven in het gewenste geloof. Godsdienst versus een liefdevolle god. Vroomheid versus zondig gedrag.

De greep op de gelovige mens is groot. Niet voor niets vastgelegd in grote handboeken vol verhalen. De toorn van de Heer is daarin leidraad. Je houdt je aan de regels of…… En daar gaat het dus mis. Kerstening, islamisering, dreiging en geweld. Welke god ook, zo zal het niet bedoeld zijn geweest. Liefde het uitgangspunt. Dat moeten we willen als we dan toch geloven. Dood en verderf zaaien kan niet het basisidee zijn. En zo ja raad ik iedereen aan te stoppen met dat geloof. Want echte bewijzen voor het bestaan van profeten en brandende en pratende braambossen is nooit geleverd.

En om daar nu mensen voor om zeep te helpen….Nee! Die god van al die mensen die daar achter aan sjouwen moet naar mijn idee pure liefde zijn, je moet je er goed bij voelen en vervuld van verlangen om dat gevoel uit te dragen. Zonder zwaard, geweer of bommen. Intussen blijf ik zelf voor dit verhaal en de vergelijking maar liever geloven in zoiets als het naturisme. Ook een prachtig geloof en zeer tastbaar. Maar voor velen ook best een brug te ver. Overigens wie dat gelooft is voor alles vatbaar. Op naar 2021……(Beelden: archief)