
Al eens eerder heb ik hier beschreven hoe mijn beroepsmatige leven verliep. Als ik daar nu op terugkijk kan ik alleen maar constateren dat ik door de bedrijfstakken waarin ik verkeerde nooit in saaiheid de dagen heb doorgebracht. Integendeel. Het ‘doel’ heiligde de middelen en met inventiviteit en inzetbaarheid op alle takken van dienst kon je van jouw functie een veel interessantere maken dan andere mensen deden of doen die zich in een hokje verschansen. Ik leerde er ook waanzinnig veel van. Immers service verlenen hoorde bij al die takken van dienst boven aan het prioriteitenlijstje en aangezien ik vaak met chefs van doen had die dit principe zelf ook huldigden werd er heel vaak buiten de lijntjes gekleurd om gestelde doelen te bereiken.

Als kantoorpersoneel even een vliegtuig laden als er een spoedzending mee moest, geen probleem. Moest een klant een spoedorder ontvangen maar was er even geen chauffeur beschikbaar, dan stapte je zelf achter het stuur van bestelwagen of truck en reed als ware professional het land in. Het versnelde processen, vergrootte de klanttevredenheid en je had ook even contact met de mensen die normaal aan de telefoon met je converseerden. Op Schiphol ging dat zo, maar zeker ook in de automotive. Ik weet nog goed dat ik voor het eerst bij het dealerbedrijf waarover ik al eerder schreef binnenstapte en tegen de middag van mijn eerste werkdag vernam dat er vier nieuwe auto’s moesten worden opgehaald bij de importeur.

Men had net een man tekort, dus…. Uiteraard ging ik mee. Kwam die eerste werkdag daardoor later thuis dan gepland, maar had wel meteen door hoe de dingen in elkaar staken. Dat bleef zo doorgaan. Niet bang zijn om zelf een auto te poetsen of de showroom even goed op te tuigen als de mensen die dat normaal altijd deden waren verhinderd. Met die mentaliteit ging ik ook het importvak in. Gewoon je gevoel volgen. Niet bang zijn voor smerige handen ook al was de organisatie daar dan weer wel zo dat men dat niet meteen van je vroeg. Toen ik een kwart eeuw geleden voor mijzelf startte was duidelijk dat een stapje extra me goed verder kon helpen.

Dus organiseerde ik een grote braderie voor een Amsterdams winkelcentrum liep ik daar zelf de bewuste dagen rond om te helpen en ook om de folders vooraf rond te brengen in de buurt. Ook in de bladenmakerij moest je niet bang zijn om een stapje meer te doen. Heel wat afgereden in die tijd, voor interviews, geregel met lokale journalisten, adverteerders en zo meer. Het zat in de man, een manusje-van-alles. Absoluut hoogtepunt? Nou ja, het is maar hoe je het bekijkt, ik deed in de jaren zeventig ook een stuk chartering. Op vliegveld Beek bij Maastricht. De theorie was simpel, lading uit Hong Kong moest door een ploeg mensen worden overgezet op speciale pallets (platen waarop je lading kunt bergen) die pasten in de DC-8-62CF die wij inhuurden voor vervoer van dit spul naar Lagos in Nigeria. Ook lading uit trucks (Frankrijk) moest dan worden toegevoegd en dat spul voorzien van de benodigde documenten via douane en afhandelaar op tijd in die DC-8 zien te krijgen.

Met hard werken (mijn toenmalige chef Ruud deed vaak stevig mee..) kregen we dit meestal voor elkaar. Tot die ene keer dat de lading klaarstond maar er geen DC-8 verscheen maar een Boeing 707Cargo. Dat was een vervelende verrassing, want dan pasten de geprepareerde pallets niet. Die moesten dan worden ‘afgebroken’ en opnieuw opgebouwd. En laat het grondpersoneel nu net in de kantine genieten van friet met knakworst…. Mijn assistent/vriend Victor en ik deden het dan maar zelf. In onze kantoor-outfit. Maar we verzetten bergen werk. Later namen de volgegeten Limburgers het werkje over. Wij keken tevreden toe. Want de machine ging op tijd weg en we bespaarden ons bedrijf en de (grote) klant veel geld. Het is deze mentaliteit die ik nog steeds in me voel. Leeftijd doet niet ter zaken. Het werk moet gedaan en de klant tevreden gesteld…..Alleen….waar zijn die klanten??? Hoe dan ook, ik kijk tevreden terug. Jullie ook???(beelden: archief)












































