De avontueren van Ridder Brandewijn – genezing…

De avontueren van Ridder Brandewijn – genezing…

Toen Ridder Brandewijn zijn ogen open deed na wat hij dacht een goede nacht slapen, ontdekte hij dat hij naakt in een bed van bladeren was neergelegd met een deken over zich heen van vrij grove stof.

Bij nader inzien bleek dat een dierenhuid te zijn. Zijn wonden waren ingesmeerd met een of ander goedje en daar lagen dan weer kruidentakken overheen. Hij voelde zich slap, kon zich ook niet herinneren hoe hij hier terecht was gekomen. Om hem heen hoorde hij slechts het geluid dat paste bij het woud waarin hij zich bevond, maar hij kon zich niet goed herinneren wat hij daar deed. Vaag kwam er een soort droom voorbij waarin een mooie vrouw hem had gered van een vierkoppige draak, maar verder was alles vaag. Hij bewoog zich en wilde opstaan, maar werd zo duizelig dat hij dat plan snel liet varen. Daarbij, hoe kwam hij zo naakt? Kon hij hier wel in zijn natuurlijke staat door dat takkenhutje rond gaan lopen op zoek naar oorzaak en gevolg van zijn hier zijn? Even later hoorde hij iemand lopen en een zachte stem tegen hem zeggen ‘Heer, blijf vooral liggen, uw wonden moeten genezen en ik zal U verzorgen tot U weer verder kunt reizen’. Hij keek opzij en zag een lieve bijna vrome vrouw die zich over hem heen boog en die met haar groene ogen in de zijne keek en half glimlachend vaststelde hoe het met hem ging. ‘Waar ben ik?’ vroeg hij bijna stamelend. De woorden kwamen nauwelijks uit zijn mond, hij had een droge keel en voelde zich zo slap als een herfstblad dat van een boom in een beek valt tijdens een storm. Nergens kracht voor…zo leek het.

De vrouw glimlachte nog een keer en haalde wat van de kruiden weg die sommige van zijn wonden bedekten. De glimlach verdween snel, zij pakte wat achter zich en doopte haar vingers in een pot waarin zich kennelijk de genezende zalf bevond die zij al eerder op zijn gevoelige wonden had gesmeerd. Ook nu deed ze dit. Hij kreunde. Want de wonden waren ontstoken en deden hem zeer. Elke plek op zijn lijf waar hij gewond was geraakt (maar hoe dan toch en wanneer??) werd door haar aangepakt. En daarna bedekte zij zijn lichaam weer onder de kruidentakken en de dierenhuid. Hij kreeg iets van haar te drinken en nadat hij dat gulzig naar binnen kreeg viel hij vrij snel weer in een diepe slaap. Dromen die vooral door koorts werden opgewekt maakten dat hij zich man voelde in een open veld vol vrouwen die hem wilden plezieren maar als hij er dan op in ging werd tegengehouden door mannen met zwaarden die op hem inhakten. En die dromen herhaalden zich. Hij werd er zelfs in zijn dromen angstig van, terwijl hij als Kruisridder natuurlijk nooit echt angst had gekend. De vrouw die hem verzorgde keek neer op zijn naakte lichaam, zag zijn hoofd heen en weer gaan door de dromen en glimlachte. Zij had grootse plannen voor dat mannenlijf, maar dan moest hij wel op krachten komen. Nu was hij te slap voor wat ook. Buiten haar hut keek ze naar de lijven van de andere mannen die hem hadden vergezeld. De meesten in een staat van verglazing door de drankjes die zij hen had gevoerd en die hen minstens een paar dagen buiten de werkelijkheid zouden houden. De gevangenen had ze bewust wakker gehouden. Wel vast geketend aan een paar bomen die zij als bescherming om haar hut had neergelegd tegen de wolven in het bos. Maar als de wolven kwamen wilden zij graag vers vlees. En die mannen zouden dat vast kunnen verzorgen. Wederom glimlachte ze. Over een paar dagen zou de Maan vol zijn. Ze keek er naar uit…

Plaag…

Plaag…

Terwijl we ons in deze door Covid19 verziekte tijden druk maakten of nog maken over ons gebrek aan vrijheid of mogelijkheid tot feesten of shoppen is een terugblik naar andere plagen op dit gebied wellicht goed.

In de Middeleeuwen, een periode in onze geschiedenis waarnaar sommige extremistische of ultralinkse stromingen naar verluid gaarne terugverlangen, hield een soortgelijke ziekte ons mensen dusdanig bezig dat er tussen de 75-200 miljoen mensen aan overleden. De Zwarte Dood, oftewel de Pest hield ons meer dan angstig. En die sterk besmettelijke ziekte kwam zelfs twee keer langs om ons op de relativiteit van het leven te wijzen. 25% van de totale Europese bevolking bezweek er aan. Vergelijk dat maar eens met Corona nu. Terugblikkend kwam ook deze ziekte uit het Verre Oosten per schip onze kant op. Zeer waarschijnlijk via besmette ratten aan boord van de toenmalige handelsschepen van de Venetiaanse Republiek.

Met rattenbloed besmette vlooien, toen een heel normaal beestje dat ook onze soort constant belaagde, besmetten veel mensen. En die weer andere mensen. Men nam die besmettingen nauwelijks serieus en bedenk ook maar dat de hygiene in die jaren matig tot slecht verzorgd was. Wassen en zo meer een vrijwel onbekend fenomeen. De Pest sloeg overal toe. Het maakte geen onderscheid tussen man of vrouw, oud of jong, arm of rijk, al zullen de armoedigen eerder zijn bezweken dan de vaak wat afgezonderd wonende en levende rijken. De pest kwam in verschillende verschijningsvormen. De meest bekende was de builenpest die patienten al snel deed onderscheiden van gezonden.

Opmerkelijk was ook dat men in die periode van de tijd meende met bepaalde uitmonsteringen zoals een masker met vogelvorm waarin je dan ‘geneeskundige kruiden’ stopte die je tegen de ziekte moesten beschermen, de besmetting buiten het eigen lijf te kunnen houden. Herstel van de kaalslag die deze ziekte in met name Europa onder mensen aanrichtte duurde bijna 150 jaar. En tussentijds bleven af en toe toch weer besmettingen optreden omdat men maar niet kon bedenken waarom deze ziekte optrad en waar de oorzaken lagen. Mensen die overleden werden door speciale doodgravers veelal buiten de steden begraven, vaak in massagraven, om zo de besmettingen buiten die steden te houden. Wie een besmet lijk aanraakte kon bijna zeker zelf in de volgende ronde worden bijgezet. Het waren dus speciale lieden die deze taken verrichtten.

Opvallend is ook dat de Pest zich wereldwijd verspreidde. Ook in die jaren zonder moderne reismiddelen. Overal waar mensen heen reisden kwam de ziekte terecht en zaaide dood en verderf onder al dan niet lokale volkeren. Ook in Azie en Noord-Afrika was dit het geval, omdat daar veelal handelssteden te vinden waren die werden aangedaan door koopvaarders uit besmette landen. In Egypte kwam de ziekte in 1347 aan land, door het aanmeren van een enkel schip dat werd geroeid door christelijke slaven en waar de ziekte onder deze arme donders werd meegenomen. De verspreiding van de Pest in het oude land van de Farao’s zorgde voor meer dan 600.000 doden die gewoon werden gedumpt in de Nijl, waardoor die niet meer kon stromen op sommige plekken en het water compleet vergiftigde. Vanuit Egypte kwam de besmetting terecht in het Midden-Oosten, meegebracht door islamitische pelgrims die o.a. Mekka bezochten en zo die stad voorzagen van een grote plaag. De Pest bleef een actieve rol spelen tot in de 19e eeuw. Toen pas ontdekte men echt wat de oorzaken waren en wat er tegen moest worden gedaan. Bestrijding van ratten en vlooien door o.a. sterk verbeterde persoonlijke hygiene en controles maakten dat de ziekte afnam qua belangrijke bron van dood en ellende, al moet hij nog steeds niet worden onderschat. Zelfs in de 20e eeuw werd India getroffen door de pest en overleed daar 3% van de bevolking er nog aan. Gelukkig hebben we nu geneesmiddelen om de boel binnen de grenzen van het redelijke te houden. Maar het geeft ook aan hoe kwetsbaar wij mensen zijn als er een besmetting van die orde en grootte plaatsvind. U bent gewaarschuwd. De Middeleeuwen zijn geen toekomstdroom waardig, bedenk dat je beter drie keer je lijf kunt wassen per dag dan niet, en neem dit soort besmettingen serieus. Ook al zien we niet meteen zwarte etterende bulten op iemand anders’ lijf waardoor we snappen dat die besmet kan zijn….. (Beelden: Internet)

10e mei

10e mei

Juist vandaag is het precies 81 jaar geleden dat het tot dan nog als redelijk bevriende buurland Duitsland, zo zagen velen dat voor WO2, onder haar toenmalige brute Nazi-leiding grote strategische stappen zette richting de Noordzeekust.

Men viel daarbij de lage landen binnen met een overtuigend militair offensief dat de landen die men snel wilde bezetten even vlot overrompelde. Ook ons land kreeg met die Duitse invasie te maken. Geheel onverwacht was het allemaal niet, zelfs de toen ook al slapende Nederlandse regering had in de gaten dat er in Berlijn iemand aan de macht was gekomen die met zijn doctrine niet meteen het beste voor had voor de rest van Europa. Wij waren weliswaar officieel neutraal, maar dat was ook omdat men in feite de oorlog te duur achtte en veel te weinig had geinvesteerd om onze strijdmacht ook echt competitief te maken. Het was in de eerste wereldoorlog gelukt om de strijdende partijen buiten de deur te houden, moest nu ook lukken zou je denken…. Zo was althans de filosofie van de toenmalige regering.

En dus behield men officieel goede contacten met Adolf H en zijn foute vrienden. Bevriend staatshoofd en zo meer… In eigen land was de NSB opgestaan, een beweging die de Nationaal Socialistische Beweging heette te zijn, maar vooral het gedrag van de Duitse moederpartij kopieerde. Men had een bloedhekel aan communisten, maar onderhuids ook aan Joden. Bleef een akelige maar marginale beweging ook al liep men dan in het zwart te paraderen. Het waren spannende tijden voor ons volk. Toch geloofden de meeste Nederlanders in de goede afloop. ‘Hitler had toch niks te zoeken in ons land, Frankrijk en Engeland hadden hem de oorlog verklaard, dus wat moest hij met dat kleine landje achter de duinen’. Nou dat werd al snel duidelijk. Vanaf ‘s-morgens 3 uur op die 10e mei 1940 trokken de Duitse troepen ons land binnen en vlogen de bommenwerpers en jagers van de Luftwaffe samen met parakisten over onze verdedigingslinies heen naar het westen van ons land.

Ze stuitten daarbij soms op fikse weerstand, want Nederland gaf zich zeker niet zo maar gewonnen. Al vochten onze jongens aan de Grebbelinie dan in uniformen uit WO1 met geweren uit dezelfde periode tegen de veel sterkere overmacht, de moed der wanhoop maakt van sommige watjes helden. De luchtmacht-afdeling van ons leger werd grotendeels al op de grond vernietigd. Maar op enkele bij de Duitsers onbekende buitenvliegvelden stonden toch nog wat jagers paraat en die stegen ook op. Fokkers tegen Messerschmitt’s of Junkers. En juist tegen die laatste trage kisten hadden die Fokkers het voordeel van hun wendbaarheid. Mariniers verdedigden manmoedig de Maasbruggen onder Rotterdam, een kanoneerboot van de marine positioneerde zich bij de Afsluitdijk en schoot alles wat Duits was in puin. Maar de Duitsers dropten para’s bij strategische punten en passeerden zo de Nederlandse weerstandsplekken.

De 10e mei 1940 werd een trauma voor ons volk. Onzekerheid over wat er ging gebeuren. Na een terreurbombardement op Rotterdam een paar dagen later, wat die stad voor altijd veranderde, kwam het besef bij de legerleiding dat dit een verloren strijd was. Daarbij was de Koninklijke familie en regering intussen met een marineboot naar Engeland gevlucht en had men geen rugdekking meer voor verdere acties. 15 mei 1940 werd er gecapituleerd. Het land overgeleverd aan een wrede bezetter die vijf jaar lang met misdadig geweld joden afvoerde, dwangarbeid oplegde, het land ontmantelde en het volk knevelde. Wie zich echt verzette kon rekenen op gevangenis of erger. Het ooit bevriende regime bleek duivels van karakter. En uit die periode dienen we nog steeds lessen te leren. Aan de poorten van de vrijheid staan opnieuw dictatoren en extremisten die hun doctrines willen opleggen aan andere staten. Een blik op het dagelijkse nieuws vertelt veel. En weer zie je de naiviteit als het gaat over omgaan met ‘bevriende’ staatshoofden en doctrines…. Je zou denken dat men geen onderwijs heeft gehad op school. Geschiedenis leert je veel zo niet alles over hoe om te gaan met heden en toekomst. Voor je het weet is het weer mis. Omstandigheden misschien anders, maar de wereld is nog steeds een wrede plek om als naief mens in te leven. We zijn dus gewaarschuwd…. (Beelden: Archief)

KIA – Koreaans succes…

KIA – Koreaans succes…

Een merk dat tegenwoordig zeker bij ons hoge ogen gooit, al was het maar om die 7 jaar garantie die men op de meeste auto’s verstrekt, is het Koreaanse KIA.

Na Hyundai het tweede volumemerk uit dat ambitieuze land waar men zo autogek is dat men de Japanners van de troon wil stoten qua bouwvolumes. Bouwt het merk tegenwoordig bijna 3 miljoen auto’s per jaar, ooit startte het (1944) met de fabricage van stalen buizen en fietsonderdelen. Dat werd in 1951 omgezet in de bouw van hele fietsen en later ook nog motorfietsen. En neem van mij maar aan dat wij er hier in Nederland toen nog nooit van hadden gehoord. Pas in de jaren zestig zette KIA vierwielers in elkaar, veelal onder licentie van Japanse merken, zoals Honda en Mazda. Jammer genoeg moest het bedrijf in 1981 van de Koreaanse regering stoppen met de ontwikkeling en bouw van personenwagens en mocht het nog slechts vrachtwagens produceren.

Wellicht onder druk van het toen ook al naar volume zoekende Hyundai? Vijf jaar later herstartte men die productie echter weer en nam o.a. van Mazda overgenomen modellen in productie zoals de Pride, die baseerde op de 121 van het Japanse merk. Daarmee zette men indertijd ook de export op en zagen we de eerste KIA’s ook bij ons verschijnen. Veel ex-Mazda-dealers zagen wel wat in dat Koreaanse merk en omdat de prijs laag was wist men er ook kopers voor te vinden. KIA expandeerde al snel met een hele reeks wagens die allemaal een verschillend merkbeeld uitdroegen, voor een deel doordat men licenties gebruikte van andere merken, maar nog geen eigen imago wist te vestigen. Maar als de prijs laag is zijn er altijd kopers te vinden. Intussen was KIA ook in de V.S. actief en werd het daar flink succesvol.

De Sephia en Sportage werden modelnamen die je zowel in Amerika als Europa kon tegenkomen. Zij het in niet al te grote aantallen. Maar het begin was er en heel langzaam bouwde men de volumes verder op. Tot het bedrijf in 1997 failliet ging. Een jaar later nam Hyundai de boedel voor 51% van de aandelen over en hield zo concurrent Ford buiten de deur dat ook al aandelen KIA had verworven. Door een slimme aandelenruil tussen beide Koreaanse merken werd KIA beschermd tegen verdere buitenlandse invloeden. En door die samenwerking kreeg KIA sterk verbeterde technieken beschikbaar en kon men teren op de financiele reserves van de enorme gigant die Hyundai nu eenmaal in eigen land is.

Europa werd focuspunt voor de Koreanen en men vestigde hier ook een eigen hoofdkantoor, vlakbij dat van Opel in Duitsland, nam mensen aan met een Europese visie en kreeg zo modellen in huis die aanspraken bij een breder publiek. Volume was nu een nieuw toverwoord en al snel verkocht KIA twee keer zoveel auto’s als concernmoeder Hyundai. Hetzelfde voor een lagere prijs, het blijft een bijna magische marketingformule. Zeker in Nederland. Terwijl men in groot tempo de markt veroverde met heel veel modellen tegen aantrekkelijke prijzen, wist men ook de kwaliteit van de wagens snel naar het niveau te brengen van Europese en zelfs Japanse auto’s. En tegenwoordig heeft men diverse hybride- en elektrische voertuigen in het aanbod. Een budgetmerk is KIA intussen niet meer, kwaliteit en innovatie kent haar prijs.

Maar men heeft intussen wel een trouwe schare merkrijders gekregen en het imago van het merk stijgt langzaam maar zeker naar enig niveau. De echte topklassemarkt voor limousines die men ook bouwt heeft men echter qua verkoop nog niet veroverd. Althans niet in Europa. In de VS gaat dat toch eenvoudiger. En ook in eigen land is KIA een merk met grote waarde geworden. Van daar die aantallen die men per jaar nu bouwt. Typische modellen van het merk zijn de Ceed, Niro, Optima, Picanto, Soul en Sportage. Als je onderweg oplet zie je ze vast elke 100 meter wel voorbij komen. En die naam? KIA betekent vertaald zoiets als Opgestaan in Azie. Nou als dat geen indicatie is voor de ambities die het merk nog steeds heeft…dan niets….(Beelden: Archief/internet)

Koiboys…

Koiboys…

De kop van dit blog refereert aan de uitspraak die in ons land vroeger nogal eens werd gebruikt voor in films of boeken opgevoerde koeienjongens die het zo lastig hadden met de Amerikaanse Indianen.

Want die ‘arme jongens’ werden bedreigd met van alles en nog wat en moesten zich daar wel met veel geweld tegen verdedigen. Indianen de grote en vooral krom Engels sprekende vijanden van die voor ons zo herkenbare cowboys voorzien van hun stoere uitrusting en colts met lange loop. De sigaretten losjes in de mond. Slachtpartijen veelal het gevolg van bepaald gedrag en dat land van die Indianen toch maar mooi ontgonnen. De blanke mens als superieur aan die roodhuiden die maar een beetje rondhingen op de prairie en in tenten woonden met hun (in films) bloedmooie vrouwen. Nee, dan was onze veelal Europese beschaving toch wel superieur.

Zo ging dat in die vele boeken en films waarvan een aantal toch zeer beroemd werden en het patroon elke keer gelijk. Waar we toen volkomen aan voorbij gingen was dat die Euro-Afrikaanse cultuur helemaal niet thuis hoorde in dat nieuwe Amerika of Canada. Als we spreken over kolonisatie moeten we dat Amerika vooral niet vergeten. Europeanen op verkenningstocht door de voor hen veelal onbekende wereld eigenden zich met donder en geweld hele werelddelen toe waar ze vruchtbare gronden vermoedden en de lokale bevolking inschatten als ‘wild’ en ‘gevaarlijk’.

Het patroon was overal gelijk. Indiaanse volken (helaas, die term kregen we door Columbus die bij ontdekking van Zuid-Amerika meende in India te zijn terechtgekomen via de westelijke route) streden met veel moed en soms wanhoop tegen de invasie van allerlei volken die toen vonden dat ook zij recht hadden op een stukje van dat nieuwe land. De Ieren, Zweden, Britten, Fransen, Duitsers, Nederlanders, Russen, Portugezen, Spanjaarden en niet te vergeten Italianen kregen allemaal de kans op een stukje van dat grote land, mits ze het zelf ‘ontdekten’. De grote tochten over land voor dat doel gedaan met karavaans die bewapend het binnenland introkken en daar piketpaaltjes sloegen waar nieuwe farms werden ingericht en met vee of koren een nieuwe realiteit maar ook economie werd opgebouwd.

Al die staten in de 18e eeuw verenigd i n de VS waar men later nog een bloedige oorlog uitvocht over het recht al dan niet Afrikaanse slaven te mogen houden, met alle gevolgen van dien tot nu toe, maar niemand die zich druk maakte over de eigenlijke inheemse bevolkingsgroepen. Die stopte men weg in reservaten en zag ze als ‘nulmensen’, nog lager in te schatten dan de Chinese gastarbeiders die ooit werden binnengehaald om de spoorwegen aan te leggen in dat immense land. En dat is in het hele Amerikaanse continent nergens anders. Van Canada tot het uiterste zuidelijke puntje van Zuid-Amerika. De voertalen zijn Spaans, Portugees, Engels en Frans, maar weinigen kennen de oude talen nog van de oerbevolking. Ik blijf dat schrijnend vinden. Black Lives Matter maakt zich druk om haar rechten in die VS, al dan niet terecht, maar Red Lives Matter is een roep om gerechtigheid door een volkomen verdrukte groep mensen die straks door voortdurend restrictief beleid zal zijn uitgestorven. De ontdekking van de nieuwe wereld en die cowboys met hun wapens zorgden voor een hoop ellende. En zo zie je maar dat massa-immigratie van mensen met een totaal ander wereldbeeld dan het jouwe niet meteen verrijking betekent maar juist verarming en ongewenste verkleuring. De koiboys van toen nu de loverboys en fanatici met een bijzondere agenda. Geschiedenis leert soms veel. Maar je moet er wel even voor open staan. In het land van blinden is eenoog koning. (Beelden: internet)

Herdenking…

Herdenking…

Ik weet wel dat veel mensen langzaam aan menen dat we het begrip ‘Herdenking’ maar moeten verbreden en die tweede Wereldoorlog maar eens moesten vergeten. Immers, er zijn ook tegenwoordig zoveel mensen die zich achtergesteld voelen en ‘enorm lijden’ onder vaak zelf gekozen of gekoesterde problemen. Maar ik ben daar niet van. Ook ik maakte de gruwelijkheden van de oorlog niet mee, maar wel de verhalen van generaties voor mij die in enigerlei vorm aan den lijve ondervonden wat oorlog en bezetting met mensen doet. Wat sneuvelen is, of hele families uiteengerukt zien worden. Waarvan sommige mensen tot op de dag van vandaag door de overlevering lijden onder wat toen is gebeurd. Want in dat vredige Nederland van net voor mei 1940 kon niemand bevroeden dat we honderdduizenden medemensen zouden gaan verliezen uit onze samenleving. Het getuigt wellicht van grote naiviteit maar zeker ook van de gedachte dat in ons land zoiets ondenkbaar was. Nederland als baken van burgerlijke gehoorzaamheid en veiligheid.

Ook in die jaren al. Maar toen de Duitsers ons land in de greep kregen was het snel gedaan met onze naiviteit en onschuld. Al snel werden tegenstanders van de Nazi’s afgevoerd, sommigen daarvan kwamen nooit meer terug. Daarna begonnen de jodenvervolgingen. En anders dan sommige geschiedvervalsers anno nu wel eens willen doen geloven was dat toch wel iets anders en wreder dan we nu zien als de avondklok ons thuis houdt of als we mekaar vanwege dat virus niet mogen knuffelen. Straten werden soms afgezet door speciale overvalcommando’s en met de door de ambtenarij van toen verstrekte adresgegevens werden joodse gezinnen van huis gehaald, in vrachtwagens geladen en naar opstelplekken gebracht waar vandaan ze op transport gingen naar concentratiekampen of directe vernietigingsoorden.

‘Mindere mensensoorten’ als homoseksuelen, zigeuners en later zelfs priesters gingen dezelfde weg. Massaal, industrieel. Bij de miljoenen vond volkerenmoord plaats. Niet om wie je was, maar om wat je was. Joodse mensen de vijand van het nazisme. Niet zo maar, want een haat die al heel lang borrelde in Centraal- en Oost-Europa. In totaal ruim 6 miljoen Joden vermoord, vanuit Nederland zeker 250.000! Dood om wie je bent! Onvoorstelbaar. Later zouden we ontdekken dat het communisme in de Sovjet-Unie zelfs nog grotere aantallen mensen deed vermoorden. Bij de minste of geringste verdenking was het einde oefening. Totalitaire regimes genoeg toen en de controle nul. Het zijn die doden die we juist vandaag herdenken. Tegenwoordig tellen we dan ook de mensen mee die in militaire krijgsdienst hier en ‘in den vreemde zijn gesneuveld voor het vaderland’. Want laten we wel zijn, veelal dienstplichtigen die moesten doen wat er werd gezegd en voor wie weigering soms grote gevolgen kon hebben. Vanachter een studeertafel óf lekker thuis werkend is het achteraf makkelijk kritiek op geven natuurlijk, en roepen dat we elders ‘niets te zoeken hadden’ veelal getuigend van weinig inzicht in de historie van dit land. Een land dat democratisch in elkaar steekt en waar de vrijheid van meningsuiting nog niet helemaal is afgeschaft al zijn er stromingen die dat graag zouden willen. Net zoals die bezetter in de oorlog. Die een hekel had aan andersdenkenden. De volgende stap dan snel gezet. En daarom moeten we realistisch gedenken. Elk jaar weer. Want de bedreigingen zijn niet verdwenen. Integendeel….. (Beelden: Internet/archief)

Ridder Brandewijn – 6 – de bosheks

Ridder Brandewijn – 6 – de bosheks

Steeds langzamer ging de groep met de ridder in het midden huiswaarts.

Niet alleen omdat een aantal van de eigen soldaten van Ridder Brandewijn gewond was geraakt, maar hij zelf ook en dat begon hem nu op te spelen. Ook onder de paar gevangenen waren een paar mannen er slecht aan toe en vielen soms zomaar neer. Dat vertraagde de thuisreis. Maar dat deed ook het slechte weer dat na de slag aan de rivier over hen heen was gekomen als een gordijn. De regen maakte de paden modderig en zwaar al spoelde het ook de bloedresten van de lijven en het vuil van de kleren die ze droegen. Toen ze weer in het woud terecht waren gekomen en de heuvels beklommen die richting Rosendael leidden werd het donker. Hoewel de bomen de regen wat tegenhielden was het wel duidelijk dat ze kamp moesten maken. Zo konden ze niet door en Ridder Rogier voelde zich niet goed genoeg om ook in de nacht door te trekken, al liet hij dat niet merken. Midden in het woud zagen ze ineens een lichtje. Zou daar iemand wonen? De Ridder stuurde zijn paard die kant op en hoopte dat het een boerderij zou zijn waar hij met zijn mannen onderdak kon krijgen en even op temperatuur komen. Het bleek echter een relatief klein hutje te zijn.

Niet veel meer dan dat. En om dat hutje heen zag hij allerlei voorwerpen in de struiken hangen die hem meteen deden vermoeden dat hier een heks moest wonen. Vanuit zijn geloof had hij daar een afkeer van, maar die heksen uit het woud konden met kruiden nog wel eens iets doen om wonden te verzachten. Dus stuurde hij een van zijn mannen naar de hut om de daar wonende bosfeeks te vragen om hulp. De vrouw die naar buiten kwam was niet oud, zag er niet vies uit, maar liep meteen op hem af en bekeek hem en zijn paard van boven tot beneden. ‘Heer, alles wat ik u kan bieden is ter uwer beschikking’ zei ze met zachte stem terwijl ze het paard langs de hals streelde. Ridder Rogier stapte af, wankelde en zou gevallen zijn als zij hem niet had tegen gehouden. Ook twee van zijn mannen hielpen hem en droegen hem bijna naar de hut van de vrouw die hen voor ging met een olielampje in haar handen dat ondanks de regen toch bleef branden. Ze legden Ridder Rogier in de hut op een bed van oude lappen en takken en ontdeden hem van zijn harnas. Toen pas merkten ze de vele wonden die hij in de strijd had opgelopen. Veel bloed was hij verloren. De vrouw stuurde de mannen weg. Vertelde waar ze bessen en ander voedsel zouden kunnen vinden en dat ze buiten hun kampement konden opzetten. Zij zou de wonden van de ridder wel verzorgen. Toen de mannen van Brandewijn waren verdwenen ontdeed ze Ridder Rogier van zijn zijn verdere kleding en pakte wat potten met kruidenzalf en andere smeersels en begon hem daarmee in te smeren. Zelf maakte hij dat nauwelijks meer mee. De vermoeidheid speelde hem parten, maar het bloedverlies had hem ook verzwakt. Op zijn paard was het nog wel uit te houden geweest, maar nu hij eenmaal lag….. De vrouw bleef een tijd met hem bezig, pakte toen een aantal bladeren en legde die op zijn verwondingen en pakte hem daarna in een soort van oude deken, gaf hem iets te drinken uit een kleine nap en legde haar hand op zijn voorhoofd. Maar dat maakte Ridder Rogier niet meer bewust mee….Hij sliep….koortsig als hij was en doodmoe van…..ja van wat ook al weer??

Elastiek…

Elastiek…

En ja, ik ben op veel plekken geweest. Voor werk en plezier, heb de nodige oorden in binnen- of buitenland bekeken en ben van sommigen daarvan gaan houden. Maar die ene plek waar mijn wiegie stond blijft me als een magneet vasthouden op de plaats waar ik nu vertoef. Amsterdam! Bijna 800 jaar oud, een relatief klein deel daarvan maakte ik deel uit van haar burgerij. Maar wat is het een heerlijke stad vaak. De historie druipt er vanaf en de elk decennium doorgevoerde vernieuwingen houden de stad levendig. Ik romantiseer de boel niet hoor, want er is ook veel af te dingen op wat er de afgelopen 50 jaar zoal veranderde. De bevolking sterk veranderd, de oorspronkelijke Mokummers vaak verhuisd naar omliggende steden of dorpen. Al was het maar omdat de stad niet in staat bleek soelaas te bieden op woninggebied.

Sommige Amsterdammers gemangeld tussen oud en nieuw, tussen arm en rijk, en geen enkele kans om te kunnen of mogen wonen waar men graag zou willen. Wachtlijsten voor een huis nog steeds ellenlang, de invloed van migratie steeds vaker voelbaar als het ging om kansen op een betaalbaar huis. Werk genoeg al verplaatste zich dat steeds meer naar de periferie. De Amsterdammers verlangen naar hun stad. Naar de sfeer, de muziek die zo eigen is, en soms zelfs de buren uit de vroegere woonstraten. Ik zelf heb minder met die oude woonomgeving van toen. Overigens voor een belangrijk deel afgebroken en vernieuwd dus geen wortels meer. Mijn tweede woonhuis midden in het centrum intussen omgetoverd tot een appartementenhotel, dus ook dat is alleen nog maar in herinneringen en foto’s terug te halen.

Het derde huis, de Bijlmermeer toen nieuw en comfortabel, ook niet meer in de vroegere vorm terug te halen. De afstand tot het centrum letterlijk en figuurlijk al erg groot toen. De Metro maakte veel goed. Toch, na 1975, op zoek naar de volgende stap. Weer verder van huis. Almere. Waar veel Amsterdammers hun wortels in de grond stopten en een soort voorstad van Mokum vormden. Maar zonder de bijbehorende sfeer. Maar daar hoorde je meer ‘accent’ uit de stad dan in Amsterdam zelf waar Arabisch en Turks naast Surinaams en nog 32 andere talen langzaam aan dominant werden en intussen zijn.

De echte Amsterdammer vol heimwee zijn tuintje wiedend in de polder. Genietend van rust en ruimte, maar o wee, wat trok dat elastiek. Bij mij hard genoeg om me terug te halen naar de periferie. Centrum weer om de hoek en als ik de klanken van de Wester wil horen is dat een kwestie van wat OV en wandelen. En dan geniet ik weer. Kijk dwars door de veranderingen heen en geniet. Want dat elastiek blijkt best stevig. Wellicht is de Amsterdammer uit Mokum weg te halen door verhuizingen of wat ook, Mokum gaat nooit uit de echte Amsterdammer! En dat onderscheidt ons dan toch van al die dorpelingen die hier zijn komen wonen en weinig snappen van de grootscheepse cultuur en die knoeperharde humor of tot het botte rechtlijnigheid. Kom nooit aan de stad…..Wie dat wel doet krijgt met ons, echte Amsterdammers, te maken…..:) (Beelden: Archief)

Duivels dilemma…

Duivels dilemma…

Heb ik het in mijn blogverhaal van 13 april jl gehad over het godsbeeld dat de mensheid op enigerlei wijze overal beheerst, dit keer gaat het om zijn kwalijke evenknie, de duivel.

In de meeste religies afgebeeld als een wonderlijk type met horentjes op de scherp gesneden bol, bedoeld om ons allen te kwellen en te verleiden tot zeer anti-christelijke daden zoals het overtreden van ongeveer elk gebod als gehakt uit de stenen tafelen van Mozes. Wie slecht genoeg is wordt vanzelf gastvrij ontvangen door dat ergste opperwezen in zijn hel vol vuur en zwavel. Opvallend ook dat we daar naakt moeten vertoeven als we ons niet gedragen. Opvallend ook dat er vaak wordt verwezen naar die wraakzuchtige opperrechter als het gaat om misdadig gedrag. Zelden kijken we daarbij naar ons zelf. En de grootste duivel zit veelal juist in ons aller mensen.

Want reken maar dat naast goede zaken veel mensen de nodige duivelse karaktertrekken in zich verenigen. Al was het maar omdat we mensen zijn. En daar zit weinig goeds bij als we niet via wetten, normen of waarden zijn opgevoed tot enig normaal geacht gedrag. Zou dat niet zo zijn kan ik je verzekeren dat geen vrouw meer veilig over straat zou kunnen.

Dat geen bezit veilig was, geen rijkdom zou bestaan, geen bankier zich meer verheven zou kunnen voelen en milieu-activisten werkeloos konden toekijken hoe de wereld werd gesmoord in vuil en rook van de branden die na plundering werden aangestoken. Afgunst een drijfveer voor de duivels lust naar seks en bloed. En geen enkele penitentie die daar tegen hielp dan. Kijk naar rellen en zie welke oerkrachten er in sommige lieden vrij komen. Maling aan alles, woede, vertaald in toegeeigende rechten, geweld en zelfs erger. Duivels gedrag zagen we ook toen bepaalde extremisten hun slag sloegen om met name onschuldigen van het leven te beroven.

Bloederig, en uitgaand van een soort zelf benoemd gelijk. Aanslagen, bommen, kapingen, onthoofdingen, maar ook onderwerping en slavernij. En over dat laatste gesproken, dat duivelse gedrag is al duizenden jaren oud. Niks nieuws, ook al vindt het nog steeds plaats en zijn we vooral in ons land soms selectief verontwaardigd op dit terrein. De mens die de andere mens zo maar vermoordt. Een ander elk recht op leven ontnemend. Duivels gedrag. Net als roddel en achterklap, ook al zien veel mensen dat als relatief onschuldig. De duivel dus meestal niet zo herkenbaar als die man met dat bokkengezicht, maar wellicht als mooie en slinkse vrouw die een man versiert (of vrouw) die eigenlijk van een ander houdt. Of het type dat dieren kwelt, kinderen verkracht, rooft, dreigt, haat zaait, geweld predikt. De duivel dus eigenlijk gewoon iets menselijks. En dus in ons allen. Nou, leer er dan maar mee leven. Hij zit dus ook in jou! Of ben je in staat om hem(haar) altijd uit te sluiten in je gedachten? Onderzoeken bij een stel universiteiten leerde dat proefpersonen mits onder druk gezet, binnen de kortste keren duivels gedrag gaan vertonen t.o.v. slachtoffers. Boter op het hoofd, vrij van zonden en al met de stenen in de hand staand? Bedenk dan maar dat ook jouw spiegel je veel kan leren over het eigen karakter. Maar de ware heiligen mogen zich uiteraard hier en meteen als zodanig melden. Ik ben benieuwd……(Beelden: Internet)

Kaiser – ook in Nederland gebouwd..

Kaiser – ook in Nederland gebouwd..

Alweer een Amerikaans merk met een Nederlandse link voor haar geschiedenis. Kaiser! Een merk dat haar bestaan en naam dankte aan een indertijd befaamde scheepsbouwer die altijd in het groot dacht.

Henry J. Kaiser bouwde o.a. confectie-vrachtschepen voor de geallieerden tijdens de tweede wereldoorlog, maar meende dat hij ook in auto’s groot kon worden. En zo ontstond in 1946 zijn eigen autofabriek die als Kaiser-Frazer bekend zou worden. Frazer naar de tweede vennoot die ooit het merk Graham-Paige van voor de oorlog had bezeten. De Kaiser-modellen waren innovatief, verkochten nog aardig ook en al snel werden ze gezien als een prima alternatief voor de toen meer bekende modellen van de grote drie uit Detroit. Modellen van Kaizer waren de Virginian, Continental, Henry J, Manhattan of Darrin.

Een voor ons land meer bekend model was de ‘Rotterdam’ die zoals de naam al suggereert in ons land werd gefabriceerd. In Rotterdam aan de Sluisjesdijk. Onder de naam NEKAF (Nederlandse Kaiser Fabriek) kwamen daar 5000 Kaisers vandaan en ook nog eens een paar duizend kleinere Henry J’s. De meeste Kaisers hadden 6-cilindermotor voorin die tussen de 65 en 105 pk’s leverde naar gelang de versie. Best een luxe auto in het na-oorlogse Nederland, maar heel veel werden er niet verkocht hier. Elegant waren ze wel.

Opvallend was de Henry J die als compacte Amerikaan bedoeld was in een tijdperk dat ook in Nederland een Amerikaanse auto als ‘slee’ werd gezien. En dus was dit concept geen groot succes. De viercilindermotoren die deze wagens als basis aandreven waren eigenlijk gewoon Jeep-motoren en dus betrouwbaar maar ook simpel. Latere Kaisers waren de Manhattan als eerder aangegeven en die wagens waren fraaier van lijn en nu ook leverbaar met een Hydra-Matic automaat.

Een buitenbeentje in het gamma was de Darrin, een sportwagen met een kunststof carrosserie, in die tijd zeer modern, en met de technische onderbouwing van de Henry J waardoor je in je sportwagen (..) dan wel een zescilinder had staan. Een paar honderd Darrins zijn gebouwd. In Nederland staakte NEKAF de productie van Kaiser-wagens en stapte over op de bouw van zgn. NEKAF-Jeeps voor het Nederlandse leger. Kaisers zijn ondanks hun link met ons land zeer zeldzaam. En dat brengt de prijs voor goed bewaarde exemplaren wel op een aardig hoog niveau. Maar daarvan is de Darrin dan weer door zijn kleine productiereeks de koploper. Ik zou wel eens willen weten hoeveel van die Kaisers er uberhaupt nog in ons land voorkomen. Je hebt dan wel een uniek stukje Nederlandse autogeschiedenis in handen als die wagen dan ook nog in Rotterdam werd gebouwd. (Beelden: Archief/internet)