Prachtig gemaakt – Aston Martin!

Dacht je nu echt dat de Brexit ook maar iets verandert aan het beeld van de Britten ten aanzien van de wereld? Echt? Nou bij de klassieke automerken op dat grote eiland kijkt men al heel lang niet naar buiten maar naar binnen. Britser dan Aston Martin is het dus bijna niet te vinden in autoland. Een sportief automerk dat al voor de oorlog (1914) faam opbouwde met goed presterende auto’s voor de Rich and Famous. Maar pas na de oorlog ook elders klanten wist te trekken. Met de bekende DB-reeks, genoemd naar toenmalig eigenaar David Brown, die het verlies makende merk kocht. Zelf was hij een tractorenman, maar hij wist van dat toch wat bijzondere automerk best iets te maken.

Nu peperdure klassiekers die eerste DB’s, maar met de DB-5 kwam de echte doorbraak. Niet door de goede reclame of PR, meer doordat deze wagen een hoofdrol speelde in de James Bond filmreeks. Inclusief schietstoel, oliewerp-installatie en mitrailleurs. Een auto ook die anno 1963 goed was voor 235 km/u. Nou, de gemiddelde VW Keverrijder of Opel Kadett-coureur kon daar alleen maar van dromen. Een open versie was helemaal een filmsterrenauto en doet nu gigantische bedragen in het klassieker-circuit. Toch is het de zgn. Shooting Break die de echt grote bedragen trekt.

De stationachtige uitvoering, niet moeders mooiste ook nog werd maar voor 12 klanten gebouwd. En schaars maakt duur. Een geweldige ontwikkeling was de V8-motor die Aston Martin zelf bouwde en in haar toenmalige DBS lepelde. Met een beetje auto van dit type kwam je anno 1970 al voorbij de 260km/u. En dat in smoking en baljurk. Kom daar maar eens om in je gemiddelde Porsche of Ferrari. En over dat gevoel….ik bezocht de fabriek van dit merk aan het einde van de jaren negentig en kan je verzekeren dat merkgevoel hier echt op nummer 1 stond.

Men was apentrots op wat men bouwde. Iedere motor door een enkele monteur in elkaar gezet, het plaatwerk niet zo maar gemonteerd maar eerst dagenlang uitgeklopt, glad gemaakt en daarna zodanig geschuurd dat de lak er als een huid van een mens overheen lag. Klasse meneer of mevrouw. Waarvoor je wel iets moet over hebben. Een heel bijzondere auto was de Lagonda uit 1976. Lang, hoekig, elektronisch dashboard, V8 motor en gezien als een sportieve Rolls Royce. Alles wat je in de toenmalige ruimtevaart-capsules verwachtte aan digitaliteit verpakt in een joeper van een auto. Maar o wee, wat een storingen ook. Onderschatte klassieker! In de periode dat ik de overigens zeer bescheiden fabrieksgebouwen bezocht bouwde men daar ook de DB7. Een auto met een carrosserie van Jaguar, voorzien van techniek uit eigen stal. Men vond het zelf maar een soort ‘Volkswagen’. Het huwelijk met Ford van toen zorgde voor deze ontwikkeling, maar de Britten waren er niet gelukkig mee. Het merk is later verkocht door Ford en weer in andere handen terecht gekomen.

In de huidige tijd bouwt men naast bekende modellen als de Vantage (intussen met een V12 motor) ook de DB11, Vanguish, Rapide en Valkyrie. Allemaal wagens die hun clientele vooral vinden bij zeer rijken in Engeland zelf of bij de Sheiks in het Midden-of Verre Oosten. Wie Aston Martin rijdt kan het zich veroorloven. En neemt sommige typisch Britse eigenaardigheden op de koop toe. Klasse merk. En gelukkig nog steeds Made in England.  (Beelden: INternet/Yellowbird)

Drankvliegers…

Al eens eerder beschreef ik in een blogverhaal dat ik zelf niet zo’n notoire alcoholtanker ben. Maar ik ben vrees ik een uitzondering op de regel dat je toch vooral veel van dat spul naar binnen moet werken om gezien of vooral ook gehoord te worden. Het begint al heel jong en zet door in de volwassen jaren. Soms met heel negatieve gevolgen. Die gevolgen zie je ook in de luchtvaart terug. Nog los van het feit dat men soms piloten betrapt op een te hoog alcoholpercentage in het bloed, stappen ook passagiers soms kacheltje lazarus aan boord. En dat blijft dan niet gezellig of zo, maar soms worden die lui agressief als ze niet nog meer te drinken krijgen dan ze al op hebben. In de steeds maar groeiende luchtvaartsector een probleem dat men op allerlei wijzen tracht te tackelen.

Al was het maar door minder te schenken of er dik voor te laten betalen. Maar er zijn ook non-alcohol-vluchten en als je dan zo’n zuipschuit aan boord krijgt is het snel hommeles. Uit recent onderzoek (Zakenreis 508-2019) blijkt dat het aantal onhandelbare passagiers aan boord van vliegtuigen in 2018 weliswaar daalde maar dat met name in het Verenigd Koninkrijk deze trend niet gelijk op gaat. Britten zijn echte alcoholtankers en je moet met wetgeving komen om ze te weerhouden stomdronken aan boord te stappen. En dat ze kunnen drinken weten we wel uit eigen waarneming. Wie wel eens een ‘vrijgezellenparty’ van Britten meemaakte of observeerde weet dat men pas stopt bij een total loss of control. Zowel mannen als vrouwen en als de tank vol is vallen alle remmen weg. Wonderlijk volk. Ik zag ze ooit eens tijdens een vakantie op Gran Canaria en snapte niet waar men al dat vocht liet.

Maar gek genoeg waren ze overdag dan zo dronken dat uitslapen tot de eerste avonduren nodig was om weer bij te komen. Of men ging al dan niet compleet ‘in the nude’ op het strand liggen waar men dan werd gebakken tot medium rare biefstukken met menselijke attributen. Om de pijn van het verbranden in de zon dan de volgende avond weer weg te drinken. Hoe dan ook, die Britten blijven bijzondere types. Moet je wel even bedenken dat ze qua drankzucht nog een flink eind achter liggen op landen als Duitsland of Tsjechië, dan wel Polen. Daar tankt men nog veel meer, soms honderden liters op jaarbasis. Maar is men toch minder agressief. En dat maakt veel uit. Soort stille drinkers….(Beelden: Internet & eigen archief)

Leven met de vliegende pijl – 8 – Engeland en Korea!

Een paar kritische artikelen in de internationale en vaderlandse pers zetten de aanvankelijk goed lopende verkopen van de nieuwe Skoda’s uit 1977 aardig onder druk. Probleem was dat de auto’s op door de fabriek geleverde originele relatief smalle en wat hoge velgen, Tsjechische Barumbanden en basis onderstel uit de vorige reeks redelijk instabiel konden worden als de bestuurder wat weinig gevoel had voor het moment dat de wagen met zijn toch wat zware achterkant hard door een bocht heen moest. Zoals bij alle auto’s met de motor achterin moest je als bestuurder wel een beetje weten wat je deed en haakse bochten nemen met veel snelheid was niet zo handig. In Engeland waren mensen zo op hun zijkant en zelfs dak van hun nieuwe Tsjech terechtgekomen en de Britse tegenhanger van de ANWB vond de Skoda’s zelfs zo beroerd rijden dat ze de term ‘gevaarlijk’ gebruikte. De Britse importeur uit die jaren deed daarop iets heel slims, men werkte al snel met die zelfde consumentenorganisaties samen. Om die door hen geleverde Skoda’s te verbeteren. Dat lukte door de vering in te korten, andere dempers te monteren, bredere velgen plus banden, en het stuurhuis, toen nog worm en rol, strak aan te trekken, waardoor de auto’s veel beter rechtuit reden dan voorheen. Nadeel was dat je daarna flink moest trekken aan het stuurwiel om een bocht door te komen. Hoe dan ook, de Britten noemden de wagens vanaf dat moment ‘Estelle’ en brachten de modificaties onder de aandacht van de Tsjechische fabrikant. Die reageerde relatief snel voor een producent uit het toenmalige Oostblok.

De fabricage werd stil gelegd, aanpassingen gedaan en de auto’s op Britse wijze geleverd. Alleen de uit de vorige modelreeks stammende maar nog steeds separaat gebouwde S-110R Coupe ontsprong deze modificatie. Al snel kwamen er allerlei uitvoeringen op de markt die het thema Estelle onder de aandacht moesten brengen. Meest opvallend was de Super Estelle. Daarbij kreeg je als koper af fabriek sportvelgen, brede banden, een vinyl dakje en nog wat opsmuk. Het hielp de verkopen weer ietsjes op de been, maar het kwaad was eigenlijk al gedaan. De smet op het imago van de auto’s met de achterwielaandrijving uit Mlada Boleslav zou nooit meer helemaal verdwijnen, al lag er in de toekomst gek genoeg nog veel succes te wachten op ons dealers. Maar intussen moest er wel hard gewerkt worden om de schoorsteen in het dealerbedrijf te laten roken natuurlijk. Wij deden ons best om met de drie merken die we voerden door te gaan op de ingeslagen weg, maar de verkopen daarvan daalden toch gestaag. Intussen werd wel duidelijk dat we het met Dacia niet zouden redden. Die wagens bleken niet alleen te duur, maar ook te onbetrouwbaar. Dat merk zetten we dus al kort nadat we er dealer van waren geworden aan de kant.

De Polen op hun beurt haalden een truc uit door een aanvulling op het gamma aan te kondigen die in vele uitvoeringen leverbaar zou worden, zelfs met een dieselmotor. De FSO Polonez heette het ding en hij oogde op de eerste plaatjes die we er van zagen indrukwekkend. Die Poolse Fiats hielden we dus nog maar even aan. En omdat we in onze bedrijfsvoering wat veranderingen wilden doorvoeren werd mijn houten showroom uit begin 1977 voorbestemd werkplaats te worden voor een van onze gespecialiseerde afdelingen in auto-elektra, en kreeg ik een deel van het oudste pand, stammend uit 1932, vlak naast de doorgaande weg, waar een showroom werd ingericht voor drie auto’s, inclusief gezellig zitje en een informatiebalie met barkrukken. Mijn kantoor kwam achter deze showroom te liggen en zat daarmee in feite onderdak in een houtopslagloods van de buren.

Een voordeel was dat het toilet voor medewerkers en klanten er net naast lag, maar nadeel was dat onder het kantoor een waterafvoer liep. Het bleef een vorm van ontberingen ondergaan daar in dat Amsterdam-Zuid. Maar de ‘nieuwe showroom’ had tenminste wel verwarming, was voorzien van een harde vloer, en ik kon redelijk eenvoudig een beroep doen op mijn werkplaatscollega als er weer even te grote drukte heerste in de verkoop om dat met slechts een enkele man aan te kunnen.
Net klaar met deze verhuizing stopte er een half jaar later voor onze deur een kleine, wonderlijk gevormde auto. Twee heren in keurig pak stapten de nieuwe (..) showroomdeuren binnen en stelden zich enthousiast voor als vertegenwoordigers van een nieuw Koreaans automerk, Hyundai. Of wij er iets in zouden zien om dat voor hen te gaan verkopen in Amsterdam. Na een proefrit en bestuderen van de afgegeven informatie besloten we op dat verzoek in te gaan. Een jaar later waren we dus dealer voor Hyundai. Samen met nog wat Amsterdamse bedrijven die dit ook hadden gedaan, waaronder een van onze intussen naar Zuid-Oost verhuisde Skoda-collega’s. Het werd druk…vooral omdat we al die merken ook ergens op het nieuwe briefpapier kwijt moesten. Wordt vervolgd! (Afbeeldingen: Yellowbird Photo/Skoda – Alle teksten eigendom van de auteur)

Made in England; Humber! Ooit van gehoord?

Ooit, ik werkte toen nog bij een in totale omvang uitgedrukt, aardig groot bedrijf op onze nationale luchthaven, had de toko waar ik mijn talenten voor inzette een directiesecretaris die reed in een Humber. Toen al een zeer exclusief Engels merk dat uiteindelijk, opgegaan in het roemruchte Amerikaanse Chryslerimperium, in 1967 haar fabriekspoorten moest sluiten. Maar in de jaren daarvoor was Humber een merk met een rijke geschiedenis. Want de naamgever van dit bedrijf startte al in 1868 met een fietsenfabriek waar later ook automobielen werden gebouwd. Jarenlang waren die Humbers uiterst conservatieve wagens, maar in 1936 waren die Britse auto’s uitgerust met zescilindermotoren en onafhankelijke wielophanging. Vanaf 1939 monteerde Humber al hydraulische remmen en dat was best innovatief in die tijd. Het model Snipe bleek een zodanig goede auto dat deze auto’s massaal werden verkocht aan de Engelse strijdkrachten en Veldmaarschalk Montgomery er een als persoonlijke stafauto op na hield. Die auto deed dienst op vrijwel elk oorlogstoneel. Na de oorlog bouwde Humber nog een tijdje verder op haar vooroorlogse modellen, net zoals veel andere fabrikanten in die dagen.

Maar in het begin van de jaren vijftig kwam Humber met een volkomen nieuwe carrosserievorm die als Snipe, Super Snipe en Hawk in productie zou gaan. Een auto die wat leek op de Standard Vanguard uit 1955, maar het heeft er eerder iets van dat die Standard zijn lijnen dankte aan de nieuwe Humbers. Opmerkelijk was dat de nieuwe Humbers panoramische voor- en achterruiten hadden, een (indertijd) splinternieuwe kopklepmotor van 4.1 liter met een vermogen van 114pk en een volledig gesynchroniseerde vierbak. In die dagen heel bijzondere zaken.

De Hawk kreeg deze verfijningen pas in 1957. Deze laatste was eigenlijk het basismodel uit de reeks en de Snipe en Super Snipe de meer exclusieve versies die o.a. opvielen door het vele chroom. De Hawk kreeg ook een kleinere motor onder de fraai gewelfde kap, een 2,3 liter met 74pk. Ondanks het stevige gewicht van de Humbers, een Hawk woog al snel 1430 kilo, haalde je met die auto toch de 150km/u en dat was best een goede prestatie. Daarbij waren die Humbers buitengewoon ruim, zes personen vonden er een prima zitplek in en kon je een vracht aan bagage meenemen. De Snipe kreeg in 1958 een nieuwe zescilindermotor. 2.6 liter groot en 114pk sterk. Deze werden nu gekoppeld aan drieversnellingsbakken die naar keuze ook met overdrive leverbaar waren. Ook een automatische versnellingsbak zat in het gamma. Van de Super Snipe werd net als bij de Hawk het geval was, ook een stationcar uitgebracht. Maar dat was met recht een zwaargewicht, want hij woog maar liefst 1519kg.

Opmerkelijk  was dat Humber qua ontwikkeling consequent aan de gang bleef met haar motoren. Zo leverde men in 1959 weer een nieuwe zespitter, nu van bijna drie liter inhoud en een vermogen van 131pk. Een jaar later kregen de Humbers dubbele koplampunits. Maar in de jaren zestig kwam toch het eind voor de grote prestigieuze Humbers in zicht. Het bedrijf behoorde inmiddels toe aan Rootes waar ook Hillmann en Sunbeam waren ondergebracht en waar men steeds meer aan ‘badgeselling’ ging doen. Nieuwe Humbers waren eigenlijk Hillmans met een paar onderdelen van Sunbeam en een exclusief interieur van Humber zelf. Daardoor vervreemdde het koperspubliek van het merk en zag latere eigenaar Chrysler er geen been meer in om het exclusieve oude merk overeind te houden. En nu, in onze dagen, weten de meeste autoliefhebbers niet eens meer dat dit merk ooit heeft bestaan. Het is dat ik er indertijd mee werd geconfronteerd, met dank aan die oude directiesecretaris uit de jaren zestig die zijn Humber benutte als een piloot zijn vliegtuig met zuigermotoren. Hij was dan ook niet voor niets oud-commandant van de vliegbasis Valkenburg en oudgediende van de MLD in Indie. (Beelden: Internet)

Mooie ouderwetse Brit….Hillman Minx

Het oude Engelse automerk Hillman nam na de tweede wereldoorlog al snel weer haar vooroorlogse succesmodel Minx in productie. Men maakte het zich daarbij redelijk gemakkelijk door die auto min of meer te baseren op het oudere type. En zo kwam daar ook dezelfde motor in te hangen, een 4-cilinder van net geen 1200cc die het hield bij 35pk en een top bood van ergens rond de 100km/uur. Maar de Minx had een goede naam en de auto werd in het Verenigd Koninkrijk nog best verkocht ook. Niet in de laatste plaats omdat er ook een cabrioversie van ontstond die als Drophead Coupe op de markt werd gebracht. Voor (omgerekend) 500 Euro meerprijs reed je de Minx met de zon op je bolletje.

In 1948 pakte Hillmann de vormgeving van de succesvolle auto aan en kreeg de auto een veel strakker uitlijk. Weg waren de los staande spatschermen en het ‘korte kontje’ met opstaande bagageklep. De nieuwe Minx had een echte kofferbak. De prijs van de auto steeg ook, hij was zo’n 450 Euro duurder dan zijn voorganger. Daarvoor kreeg je weliswaar een leuker uiterlijk, geen verbeterde techniek. Hetzelfde motortje dreef de even zware Hillman nu aan waardor de veel vlotter ogende wagen er qua prestaties niet op vooruit ging. Maar Hillman behield wel haar voorsprong op de toenmalige concurrentie door ook van deze Minx weer een ‘Convertible’ uit te brengen. In 1950 werd de Minx nog eens grondig beetgepakt en kreeg de auto een nog wat vlotter uiterlijk.

Daarbij kwam er meteen ook een andere, wat zwaardere, motor beschikbaar zodat de MInx nu ook net even sneller werd. Een paar jaar later voegde Hillman een vlot ogende compacte driedeursstationcar aan het gamma toe, die als Husky door het leven zou gaan. Dat wagentje had een wat lagere prijs dan de sedanversie en was daardoor op zich al succesvol. Maar het kon wat nog extremer. Hillman ging naar Amerika en ontwikkelde voor die markt de nu zeer gezochte ‘Minx Californian’ die was uitgerust met 1.4 liter motor van 47pk. Daarmee was deze extra luxe uitgeruste Hillman zowaar 115km/u snel.

Het Amerikaanse avontuur duurde overigens niet zo lang, na drie jaar staakte men de pogingen om Amerikanen van de Engelse technische kwaliteiten te overtuigen. In plaats daarvan werd de Minx telkens weer gemoderniseerd, aangepast aan de tijd en daardoor ook flink wat vlotter. Zo kreeg de wagen in 1956 een panoramisch achterruit en een iets teruglopende daklijn. En telkens was er een cabrio- en stationcar om het publiek een brede keuze te kunnen bieden. Uiteindelijk staakte men de productie van de Minx in 1967, toen de wagen in allerlei verschillende gedaanten 30 jaar in productie was geweest. Hij werd afgelost door de Hunter die een totaal ander ontwerpgedachte liet zien en eindelijk wat aansprekender prestaties. Maar de Minx zal altijd verbonden blijven aan de periode van heropbouw van de Engelse auto-industrie na de tweede wereldoorlog. Al was het maar doordat er ook de nodige Dinky- en Corgimodellen van bestaan. Overigens zijn die modellen zeer gewild en prijzig. Dat geldt niet voor overgebleven Minxen in het echt. Alleen de Convertibles zijn gevraagd. Maar dan wel graag mint. En dat is bij veel Britse auto’s uit die jaren wel wat veel gevraagd vaak.

Brexit

LOnden - Paliament House 1988 AMU 45 Scan10028De paniek was onlangs groot toen bleek dat de Britten in meerderheid, hoe klein die dan ook was, stemden voor het uit de EU stappen. Op het vasteland van Europa werd met een soort (gespeelde) verbijstering gekeken naar die uitslag. Men gaf direct als stoer commentaar dat als die Britten dan ‘zo graag wilden, ze ook maar snel moesten vertrekken’. Maling aan die andere helft van de mensen in dat grote land die hun best hadden gedaan om het Verenigd Koninkrijk in de EU te houden. Denk aan de Schotten, de Noord-Ieren en een deel van de Welshmen. De Engelse jeugd wil bij Europa behoren, die ziet de toekomst voor een eiland als het Britse minder rooskleurig dan een zelfde in een grotere omgeving als het Verenigde Europa. Maar het past bij de Britse sentimenten ten aanzien van de Brusselse beleidsmakers. Men zoekt naar zaken en argumenten die de ‘onafhankelijkheid van het land’ ondermijnen. De Britten hebben net als wij te maken met veel werkloosheid, met de gevolgen van massa-immigratie, met een teruglopende economie en een veranderende wereld waarin het Britse Imperium van vroeger achter de horizon is verdwenen.

Thames v.a. Tower Bridge - Lon.110787 - AMI-18 - Scan10377De Britten hebben aan eigen wetgeving vastgehouden, ze doen de dingen al die jaren op hun eigen houtje, trekken zich niets aan van ‘Brussel’ maar de sentimenten bij de tegenstanders zijn en kleuren toch anders. Laten we wel zijn, Engeland is een natie die volkomen anders is dan wat je zoal op het vasteland van Europa tegenkomt aan naaste of verdere buren. Men rijdt nog steeds aan de verkeerde kant van de weg, drinkt in de pubs liters bocht die ze daar als bier omschrijven, ze nodigen je als vreemde zeker niet thuis uit, ze eten er beroerd (al zijn  de ontbijten niet te versmaden)en het land is in de afgelopen decennia overlopen door mensen uit de eigen vroegere Gemenebestlanden voordat er überhaupt sprake was van immigratie in de moderne zin van het woord. Britten zijn zuipschuiten als ze hier te gast zijn. Ze zijn dol op onze Coffeeshops. Niet voor de koffie maar omdat ze hier kunnen blowen wat in hun land niet kan en strafbaar is bovendien. Over eigen wetgeving gesproken! De meest verschrikkelijke gedragingen van voetbalsupporters maakten hen niet geliefd en als ze eenmaal aan zee verkeren blijven ze het liefst een beetje hangen rond hun eigen all-in-resorts.

ANM - 13 - Edinburgh 1993 - avondblik op Castle Scan10018Het land bestaat uit een lappendeken van volken die samen het Verenigde Koninkrijk vormen. Ik noemde de Schotten al. Totaal ander volk dan de Britten. De Welshmen en Noord-Ieren net zo. Lijken net zoveel op Londenaren als Tukkers hier bij ons op Amsterdammers. Kortom, al die emoties zijn in feite gebakken lucht die is opgediend door de tegenstanders van de EU. Populisme ten top. Al is er veel af te doen aan de toegevoegde waarde van die Brusselse bestuurdersclub die vooral bestaat uit bureaucraten die zichzelf kiezen en ook nog eens goed voor het eigen inkomen zorgen. Met 28 landen gaan de dingen anders dan zonder die besluitvorming. Natuurlijk. Het compromis is dan uitgangspunt. Maar daar houden de Brexit-kiezers niet van. Die willen weer de vrijheid die ze voor 1979 gewend waren. Die krijgen ze nu terug. Eens zien hoe lang het ze goed gaat. Ik gun het ze van harte. Maar reken maar dat het niet zo mee zal vallen. Voor ons verandert er echt niet zo veel. En met een dalend Pond is het weer een aardiger vakantiebestemming. Nu dat weertype nog. Want dat is best een lastige in het V.K. Zal ook wel de schuld zijn van Brussel. Zoals alles. We’ll meet again, don’t know how, don’t know when…….

Vrijheid van Pers….

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Juist nu loopt er een geweldig interessante serie documentaires bij de NPO (2) over de vrijheid van Pers in veel andere landen dan het onze. Waar we hier nog wel eens iets horen over terughoudendheid en zelfdiscipline, in veel van de in deze serie behandelde landen zie je dat die discipline daar soms met veel geweld wordt afgedwongen. Niks vrije Pers, niks openhartige media. Nee, gewoon censuur en wie zich daar niet aan houdt zal iets beleven. Op dat punt hebben wij het hier geweldig getroffen al zou ik denken dat sommige media zich wel erg voor het karretje van partijen als PvdA, GroenLinks of D66 laten spannen. Opmerkelijk ook dat die media en de achterliggende stromingen, juist die gekleurde media zien als wel geinformeerd en betrouwbaar. Terwijl het tegendeel vaak het geval is. Wie steevast de groepen ongewenste immigranten als ‘vluchteling’ blijft aanduiden dient een politiek doel, niet de waarheidsvinding. Uit onderzoek blijkt dat al die stromen voor 55% bestaan uit mensen die hier op grond van de vluchtelingenstatus niets te zoeken hebben. Maar dat past niet in het beoogde doel.

Zo..even een nieuwe tv uitgezocht, retrolook...en uit voorraad leverbaar...

Die zelfde media zijn zeer terughoudend waar het de dictatoren betreft die worden gesteund door een achterban met stempotentie. Dus verzwijgt men de inmenging bij onze zaken door de Turkse dictator en vergeet ook het liefst de  afkomst van groepen de boel verpestende jongeren in een of andere Nederlandse stad. Nee, want dat stigmatiseert zo….. Jaja. Maar het is ook het verzwijgen van een bestaand probleem, waardoor de oplossingen nog verder weg lijken dan ze al deden. Als ik het echte wereldnieuws wil bekijken doe ik dat tegenwoordige op de Duitse of Britse TV. Ik lees op mijn smartphone de kranten uit het buitenland of de bewezen neutrale media via internet. Het inhoudelijke verschil bij TV-journaals tussen NOS en RTL is echt heel groot vaak. De onderwerpkeuze dito. Geeft toch aan dat bij de NOS bewust gekozen wordt voor een zgn. ‘progressieve’ koers. We hebben nog net niet die loeiende Noord-Koreaanse nieuwslezeres in beeld, maar ik vrees voor de onderliggende gedachte. En dat is in een tijd waarin onze samenlevingen dreigen te scheuren, volkomen fout.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Vrijheid van Pers houdt in dat al die stromingen die we kennen in dit land aan bod moeten komen. Dat je kiest voor een bepaalde krant als lezer(es) is prima. Maar de strikt neutrale NOS moet dat gewoon blijven. Voor linkse propaganda kijk ik wel naar De Wereld Draait Door of Pauw. Daar is alles zo gekleurd dat het genante vormen aan neemt. Maar dat weet je en je hoeft niet te kijken. Gelukkig, in ons land is die keuze er. Elders niet. Hoe dat precies zit? Kijk naar de reeks ‘De pen en het zwaard’ op NPO2, elke zondagavond.  Het doet de ogen open voor hen die menen dat we hier slecht bediend worden qua vrijheden. Gelukkig heeft iedereen de keuze om te kijken hoor. Ik doe dat, maar niemand hoeft! Nee, want als ik dat dwingend zou opleggen deed ik precies wat ik anderen wel eens verwijt…….. Mijn excuses op voorhand! Uw bescheiden meninggever!

De val van VW

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Het Duitse Ruhrgebied heeft veel belang bij overeind blijven van Made in Germany..

Ooit was het een aanbeveling om de term ‘Made in England’ op een product te zetten. Het was een vaak degelijk gebouwd product waarmee de Britse natie goede sier kon maken. Britten stonden vooraan bij de bouw van mechanieken, stoommachines, ze waren goed in kleding, kortom, een Brits product deed er toe. Na de Tweede Wereldoorlog veranderde dit rap. De Britten leden enorm onder hun arbeidsproblemen, nationalisaties en stakingen zorgden voor een droevige daling van die ooit zo bewonderde kwaliteit. De vliegtuig- en auto-industrie teerde nog wel op die oude namen, maar intussen waren de (verslagen) Duitsers met steun uit dat zelfde Engeland of Amerika terug op de been gezet en begonnen aan een inhaalrace die zijn weerga niet kende. ‘Made in Germany’ werd een trotse verklaring van kwaliteit en goede afkomst. Ook in ons land. Wie zich een Duitse auto wilde kopen werd niet uitgelachen maar bewonderend aangekeken. Een Mercedes, Volkswagen, Audi, ja zelfs een Opel werd gezien als de norm in de markt. Ook voor andere producten gold dat die Duitse kwaliteit spreekwoordelijk was.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

In Berlijn is nu spoedoverleg gaande over de VWsituatie…

Een keuken, slaapkamermeubel, messen uit Solingen, ja zelfs de koekoeksklokken uit Beieren, ze bleken degelijk en zorgden voor het wonder van de wederopbouw bij de oosterburen. Maar daar is nu toch wel een enorme deuk in geslagen. Nota bene door een wonderlijke manoeuvre van het o zo trotse Volkswagen dat met recht het grootste autoconcern van de wereld wil zijn. Rommelen met software bij hun Dieselauto’s om zo de stringente uitlaatgaseisen van de milieu-waakhonden in de VS te omzeilen. Op zich een slimme truc, maar zo dom, zo ver strekkend, zo schadelijk. Want je krijgt meteen een stigmatiserend stempel. Linkse media roepen van alles en nog wat. Zwendel, slechte kwaliteit, zijn daarvan de mildste. Trots moet altijd het hoofd buigen voor gejoel in de massa. De top van VW moest aftreden, een ongekend fenomeen in de Duitse geschiedenis. De leiding van een concern is onaantastbaar. De hierarchische verhoudingen daar anders dan bij ons.

02-T1-productieIk maakte dat zelf vaak mee als ik er weer eens voor zaken was. Je werd geacht op zij te gaan staan voor een hogere ‘pief’ als die je passeerde in een doorgang of zo. Niets voor ons Nederlanders, helemaal niets voor mij. Werd niet in dank afgenomen, maar ik zie niet in waarom een hoger gestelde ineens andere menselijke privileges zou moeten krijgen alleen omdat hij een andere functie bekleed. Past bij ons botte Nederlanders. Maar niet in Duitsland waar tutoyeren van collega’s al een lastige is. Kortom, het VW-effect zal groot zijn. De groten van het land bemoeien zich er mee, de politiek in rep en roer. ‘Made in Germany’ staat nu heftig onder druk. Ongekend en ongewenst. Damage control wordt toegepast. En dat zal moeten ook. Want we zouden in Nederland een rare pijp roken als dat label ‘Made in Germany’ net zo zou verwateren als ‘Made in England’ ooit deed. Iets Brits kopen is nu iets voor durfals, maar wie zijn verstand gebruikt doet dat echt niet. En dat willen wij met onze exporthandel richting het oosten echt niet meemaken. Kortom, te hopen dat VW en de Duitse regering snel komen met pleisters op de wonden. Dat kost wat, maar dan bereik je ook wat. Made in Germany is het waard om voor te vechten. Toch?

Vrijheid

4-DUKW-SideZeventig jaar geleden werd Nederland bevrijd. De Canadezen en Britten drongen eindelijk door de linies van de Duitsers die vooral in West-Nederland onaangenaam sterk bleken. Nederland werd weer een vrij land en al snel kwam de economie weer wat op gang. Deels zwart, maar ook legitiem. Wat we vieren vandaag is dat we ons niet meer laten knechten, ik schreef er hiervoor, op 3 mei,  al een verhaaltje over. Democratie kwam terug, de Amerikaanse invloed op ons leven werd groot. Voor sommigen die daar met de ogen van nu naar kijken, te groot wellicht. Maar aan de andere kant van Europa waren het de Russen die de Nazi’s verjoegen. Helaas vergaten ze zelf weer te vertrekken en werden overal vazalstaten gevormd van de Sovjet-Unie. Communistische regimes maakten korte metten met al te westerse of democratische gedachten. Wie als Pool of Tsjech in Engeland had meegevochten tegen de Duitsers werd gezien als kapitalist of landverrader, heel wat van deze mensen eindigden in de cellen van Stalin of erger. GMC 1945 Wien

Nederland behoorde gelukkig bij de landen die al snel weer op eigen benen kwamen te staan. Met een ‘beetje steun’ uit de V.S., het Marshallplan leverde geld en materiaal om het land te herbouwen, plus een hoop inzet kwam  Nederland weer overeind en kreeg het zijn oude veerkracht terug. Ons koningshuis werd weer verwelkomd, de treinen reden weer op tijd en het parlement voelde zich terecht of onterecht de democratische vertegenwoordiging van de bevolking. Bevrijdingsdag is dus niet zomaar een dagje in het jaar, het is de invulling van de dankbaarheid die we mogen voelen voor hen die ons daadwerkelijk bevrijdden, onze democratie en de daarbij behorende wetgeving, normen en waarden, kortom alles waar wij als volk aan hechten herstelden.

2615063225_1e9ed5bc96Bevrijdingsdag is dus ook bedoeld om te koesteren dat we nog steeds willen en mogen zeggen wat we willen. Leveren we dat in kunnen we wel stoppen met de viering van deze dag. En volgens mij is de dreiging overal om ons heen aanwezig. Immers, er lopen genoeg fundamentalistische figuren rond die menen dat onze vrijheid moet worden beperkt vanwege de lange tenen die zij hebben bij bepaalde onderwerpen. Ik zal daar zelf niet aan toegeven. Vrijheid is blijheid! En dat vieren we vandaag!

Mongoolse Barbaren…

Mongolen 4Hoe komt het toch dat tussen de oude historie van de grote beschavingen langs Eufraat en Tigris zo weinig is overgebleven en we slechts Barbaarse voorbeelden zien van wat men daar verstaat onder godsdienst of cultuur. Wel, je hoeft maar een jaar of 800 terug te gaan in de tijd en je komt uit op de basis van waar we nu mee van doen hebben. Indertijd waren de beschavingen bekend als de Seleucia, Ctesiphon of Babylon. Bagdad was een belangrijke culturele hoofdstad en daar bloeide de kunst en cultuur die nu nog wel eens worden aangehaald als de wortels voor de hedendaagse beschaving (..) in die hoek. Op 10 februari 1258 echter namen de Mongolen uit het Verre Oosten met veel geweld deze hoofdstad en haar omgeving in bezit. Geen enkel leger was in staat gebleken deze Barbaarse horden tegen te houden. Huiveringwekkend was het lot voor de inwoners. De Mongolen vermoordden de kalief, de mannen, verkrachtten de vrouwen en trokken verder. Heel Mesopotamië werd toegevoegd aan het Mongoolse rijk dat nu ook grote delen van Rusland en China omvatte.

Mongolen 1 Alleen al in Bagdad en omstreken vielen meer dan een half miljoen slachtoffers. Het Barbaarse denken stopte pas toen die lui ergens bij de Middellandse Zee halt hielden en op adem kwamen. Maar ze vestigden ook de genen voor dat wat wij nu meemaken in de 21e eeuw aan manier van denken en doen. Bagdad werd een troosteloze provinciestad zonder betekenis. Irrigatie en openbare orde verdwenen, het recht van de sterkste zegevierde. Pas na de 1e Wereldoorlog kwam er weer een beetje gang in de ontwikkeling van stad en omliggend land. Werd Irak een zelfstandige natie met Britse invloeden op de politiek, al was het alleen al om de gewonnen olie daar. In feite is dat land daar dus net in ontwikkeling. Is de beschaving die we er nu aan toe dichten slechts kort geleden ontstaan en moeten we van de mensen daar niet veel meer verwachten dan wat we er nu van zien. Moord- en doodslag zit er kennelijk in de genen en het geloof is aan de ene kant een aanjager, aan de andere geen rem.

Mongolen 3Als we nu eens kijken naar Mongolië zien we dat van die beschaving maar weinig is overgebleven. Het is een agrarisch volkje dat indertijd een buffer vormde tussen de Sovjet Unie en China. Het omvangrijke Mongoolse Rijk verloor al snel haar gewicht en sindsdien verarmde het in razend vlot tempo. Alles is relatief. Ook het denken dat alles zal blijven zoals het ooit was. Maar dat een invasie door een vreemde macht niet altijd even positief uit zal vallen is iets dat je maar eens goed tot je moet nemen. Vandaar dat ik pleit voor waakzaamheid. Al schrijft er over 800 jaar iemand wellicht een heel aardig stukje geschiedenis over het huidige jaar 2015.