Getver…

Het is weer de periode van het jaar dat we op het terras of balcon gebruik maken van de omstandigheden om buiten te genieten van zon, temperatuur, sfeer en lekker eten plus drinken. Lekker eten is dan vaak betrekkelijk. Want ik ben er door mijn iets hogere leeftijd door de jaren heen wel achter gekomen dat wat de een lekker vindt voor de ander een gruwel kan zijn. En dat zal ongetwijfeld voor velen gelden. Mijn smaakgevoel is verfijnd. Nou ja, waar het mijn voorkeuren betreft. Niet geplaagd door enige culinaire kennis ben ik wel een gewaardeerde consument. Mits je me voorzet wat ik als ‘echt eten’ beschouw. En dat zijn niet zo zeer liflafjes, gefrituurde brandnetelpuree met slakkensaus of verbrande koteletjes. Ik ben van herkenbaarheid. Nederlands, Italiaans, Grieks, Indisch, Thais, allemaal goed, maar wel herkenbaar graag. En met die herkenbaarheid is soms echt iets mis. De sociale media zoals Facebook maken me duidelijk dat veel mensen voor zichzelf lekker koken.

Naar eigen smaak. Moeten ze vooral doen of zelf weten. Maar als je iemand anders uitnodigt bedenk dan dat die wellicht een andere smaak heeft. En kook dan iets op die smaak ingesteld. Al eerder gaf ik aan dat je voor mij bepaalde groenten niet hoeft neer te zetten. Meestal zijn dat groenten waaraan een barre of boze herinnering kleeft. Dingen die uit de jeugd stammen vaak. Mijn moeder kon aardig koken, ze deed het zelden en richtte zich vooral op de smaak van haar partner, onze lease-pa. En die lustte zaken waar wij van gruwden. Groenten waar we als kinderen echt een hekel aan hadden of kregen. Bloemkool, spruitjes, tuinbonen, raapstelen, rauwe lof, broccoli of de doorgekookte worteltjes die behoorden bij het vrijdagse maal dat uit visproducten moest bestaan omdat je dan geen vlees mocht eten volgens de katholieke leer van toen. Andijvie was er ook zo een, net als spinazie. Maar dat heb ik later goed leren eten.

Want ik had het geluk een vrouw te trouwen die wel kon koken, smakelijk, en met de nodige fantasie. Daardoor leerde ik gerechten waarderen die ik vroeger ook op mijn lijstje van ‘do not’ had gezet. Het kon dus wel. Maar andere groenten zijn nog steeds taboe. Ik heb ook asperges nooit leren waarderen. Maar gun ze mensen die houden van het Hollandse goud hoor. Als ik een keertje in afzondering verkeer, vrouwlief gaat jaarlijks lekker citytrippen en dan moet ik voor mezelf zorgen, doe ik dat wat ik lekker vind. Ik gebruik mijn zelf bedachte receptjes. KISS (Keep it stupid simple). Ik neem een paar grote aardappelen, snij die tot schijfjes of blokjes, kook ze gewoon in de pan tot ze half gekookt zijn en mik dat spul dan in de AirFryer. Daar laat ik ze dan stomen en drogen tot ze krokant zijn. Aanvullen met doperwten, bruine bonen of wat ook, stukje vlees of vegan-vleesvervanger er bij en hup. Zalig maal. Houd ik het dagen mee vol. En geef mijzelf een pluim om zoveel kookkunst. Ik heb het nog niet aangedurft om er anderen mee op te zadelen. Je weet maar nooit. Voor je het weet zegt iemand ‘Getver’ en dat risico wil ik niet lopen. Tegen de rest zeg ik…eet smakelijk. Maar niet voordat je even reageert met wat jij, beste/lieve lezer(es) echt niet lust….ook niet bij anderen….(Beelden: Archief/internet)

De G van Gierigheid…

Gretigheid, gulheid, gezelligheid, allemaal termen die passen bij de letter G van het door mij al een paar blogjes geleden opgevoerde ABC van onderwerpen. Maar ik wilde het hier meer hebben over de G van Gierigheid. Dat is een eigenschap die ik wel eens om mee heen zie. Bij mensen die het eigenlijk best kunnen missen maar toch de indruk maken dat ze het geld niet gemakkelijk uit de binnenzak trekken als het gaat om de aanschaf van zaken die zij als vluchtig beschouwen. Gierigheid is iets dat past bij mensen die heel lang kunnen doen met wat ze bezitten. Die niets geven om verandering van mode of trend. Die het geld een ander niet gunnen en ook menen dat bezit meegenomen kan worden naar die plek waar wij allemaal zullen eindigen. De mier in optima forma in een wereld die tegenwoordig in hun ogen wordt bevolkt door hele krekelvolkeren. Gierigheid is ook goed te combineren met het benutten van de bronnen die anderen kennelijk bezitten en waarmee zij rijkelijk om zich heen strooien.

Bij de ander eten, meerijden, roken, snoepen, of zelfs nog wat grotere zaken, zorgen voor verminderde uitgaven bij hen die het geld het liefst in een grote kist in de tuin zouden begraven. Het zit in de genen vaak, kinderen krijgen dat mee in de opvoeding. Ledigheid is des duivels oorkussen en zo. En dus zie je dan bankstellen en stoelen die zonder overdrijven een leven lang meegaan. Waar anderen, ik denk ook aan mijzelf, gemiddeld om de tien jaar zo’n zithoek vervangen. Hoe onverslijtbaar ook. Je wilt wel eens iets anders. Ik heb ooit een collega gekend die zo leefde. Hij reed in een oude Saab, die nooit werd gewassen en waar bijvoorbeeld de ruitenwissers niet werden vervangen maar voorzien van plakband als het rubber de metalen houders verlieten. Hij had een regenjas aan die echt kon dienen als bron voor de lokale gaarkeuken en zijn pak werd nooit maar dan ook nooit gestoomd.

Een zeldzaam portret. Afkomstig uit een goede buut in het Gooi, afgestudeerd, slim en in staat om in het buitenland carriere te maken. Indertijd maakte hij gebruik van de mensen om hem heen zoals ik dat hiervoor omschreef. Alles werd ‘gebietst’ en hij werd om dat gedrag vaak beschimpt of uitgescholden. Met een minzame glimlach onderging hij de behandeling. Zijn tijd zou nog wel komen. Jaren later kwam ik hem bij toeval weer eens tegen. Tijdens de AutoRAI waar ik mijn merk stond te vertegenwoordigen. Ik kon hem op afstand herkennen. Zelfde pak, dito jas, (te duur om die jas op te bergen in de garderobe..) maar wel met een bijster fraaie dame aan zijn zijde. Hij woonde en werkte nu in Zwitserland. Had het naar de zin. En vroeg brutaal of wij nog woonden waar we hem indertijd wel eens hadden ontvangen. Dat was niet meer het geval en ik hield de nieuwe locatie maar even buiten het gesprek. Voor je het weet stond hij weer voor de deur…. Later belde hij me heel vaak op. Wilde graag nog eens langs komen voor de koffie en even bijkletsen. Ik hield de boot af. Ik ben niet gierig, vrijgevig zelfs, maar heb niets mee mee/uitvreters. Mag dat? Is dat netjes? In geval van echte gierigaards vast wel.

Smerige katten…

Poezen maken de dienst uit in huize Pool - 2006 001Zo lang ik me kan herinneren leef ik al met en tussen de huisdieren. Niet van de vreemde of agrarische soort, ik schreef er al eens eerder een stukje over, nee gewoon honden, poezen wat tropische vissen of een verdwaalde parkiet. Allemaal in mijn jeugd meegemaakt en dan krijg je toch iets mee van….ik wil dat ook!  Nu zijn parkieten niet mijn ding en heb ik na een enkele ervaring met tropische vissen in een niet waterdicht aquarium in combinatie met de nodige ziekten dat stukje dierenleven al decennia geleden opgegeven. Het bleef bij diverse katten, poezen en een enkele hond. Dieren die me het leven aangenamer maakten, een huis tot thuis maakten en dat nog steeds doen. Net als wij mensen hebben ook die dieren bepaalde nadelen. De kattenbak is geen genoegen, al is het vrouwlief die zich daarmee het meeste bezighoudt. Dat zo’n diertje af en toe even zijn maaginhoud op tapijt of jouw schoenen deponeert mag ook in het vakje ‘onaangenaam’ worden opgenomen. En de schade die je hebt of krijgt als zo’n dier zijn plek in huis even duidelijk afbakent moet je incalculeren. Doe je dat niet wordt het geen gelukkige samenleving met die viervoeters en zijn beide partijen ongelukkig. Een hond, zo heb ik ervaren, moet gewoon minstens drie keer per dag naar buiten. Of het nu regent, waait, sneeuw of vriest dat het kraakt. Er uit moet je. Valt niet altijd mee.

OLYMPUS DIGITAL CAMERAJuist onlangs las ik een boek waarin levensvragen over allerlei verschillende facetten daarvan worden beantwoord. (Waarom je kat niet mee naar bed mag – Ellen de Visser – ISBN 978-90-351-3957-2) Zoals ‘is het verstandig de kat in bed toe te laten?’. Nou, dat antwoord viel me nogal tegen. Nee! De poes mag never-nooit in bed liggen, niet eens in de slaapkamer aanwezig zijn en je moet na elke aaibeurt je handen uitgebreid ontsmetten. Het verhaal daar achter zit hem in het feit dat poezen eigenlijk vol zitten met agressieve virussen en bacillen, dat ze hun huid likken met een tong die even daarvoor hun poep en plasinstrumenten hebben schoongemaakt en dat daardoor alleen al duizenden enge ziektekiemen jouw leven kunnen verzieken. Tja! Ik heb er nooit last van gehad, al moet ik zeggen dat de meeste poezen die wij hadden of nog bezitten (al zien poezen dat precies andersom..) meestal in hun eigen mandje of stoel de slaap met ons delen. Slechts de nieuwe Pixel is er een van de geborgenheid en die nestelt zich graag tegen ons aan als hij de kans krijgt. Om daarbij ineens uit te groeien tot een kat van twee meter en een gewicht dat een beetje fikse herdershond niet zou misstaan. De auteur van het boek waarover ik het heb, zou het een ware gruwel zijn.

WP_20140905_001Die wil ook dat je een hond buiten de deur in de kou neerlegt, en niet in huis. Allemaal omwille van de properheid. Al die enge haren en zo. Nu was onze Purdy indertijd gewend om beneden te blijven, hij durfde niet eens de trap op naar de slaapvertrekken, maar dat was dan toch nog in huis. Helemaal fout. Huisdieren horen daar niet, die moet je ver van je af houden. Vraag ik me direct af waarom je ze dan uberhaupt zou moeten willen hebben. Het is ook een beetje een knuffeldier toch? En vanavond, als we met boek en Smart op de bank zitten en beide poezen zich dicht tegen me aan nestelen voelt dat buitengewoon goed. Huis wordt er echt thuis door en dat we eigenlijk in dienst staan van die beesten, so be it! En wat die auteur betreft; die houdt volgens mij niet van dieren. Net echt althans. Want laten we wel zijn, ook mensen zijn verspreiders van de meest enge ziektekiemen en soms buitengewoon viezig in hun gedrag. Moet je daarom je partner uit bed mikken of de vriendenkring opschonen? Nee toch? Nou dan!