Cijfers, feiten en propaganda…

Cijfers, feiten en propaganda…

Kijk als je alleen zou letten op wat de overwegend linkse lobby in dit land allemaal oreert op het gebied van verkeer en transport zou je denken dat je met een auto die nog op normale brandstoffen draait ineens heel erg ouderwets bent en ook nog een uitzondering. Maar zo is het niet. Zij die mij al een tijdje volgen weten dat ik meer ben van de cijfers en feiten en niet zo van de propaganda. Neem even in het achterhoofd dat in ons land ongeveer 9.2 miljoen voertuigen rondhobbelen. De meesten daarvan draaien op benzine, diesel of gas (in welke vorm ook). Jubelende propaganda vertelt dat elk jaar het aantal elektrische en hybride-voertuigen stijgt met tientallen procenten, maar ik legde al eens eerder uit dat percentages weinig zeggen. 1 plus 1 is 2, maar ook een stijging van 100%.

In dat kader moet je ook de jubelcijfers zien vanuit de politiek en de branche. Maar liefst 40% meer stekkerauto’s in 2021. Maar ja, de totalen zijn relatief klein. In totaal kende ons land 243.000 auto’s op Witte-kat-batterijen wat op die enorme vloot meer normale auto’s een klein percentage uitmaakt. Daarbij telt men dan graag op de wagens die naast een normale motor ook nog een piepklein stukje op accu’s kunnen rijden, de zgn. Hybrides. Ook die groeiden met maar liefst (..) 37% naar 138.000 stuks. Samen is dat dus 381.000 exemplaren en dat op die vloot van 9.5 miljoen. Ga je de door links zo gewenste transitieoorlog met de normale samenleving niet mee winnen.

Temeer daar de meeste van die aparte categorie wagens zich bevinden in het hogere prijssegment wat voor normale mensen onbereikbaar is. Nu is dat op zich al een oplossing voor het vermeende probleem. Zo lang rijden weer voor een elitaire minderheid bestemd raakt neemt de uitstoot van al die kwalijke gassen natuurlijk af. Het plebs mag in het OV. Waarvan de elektriciteit natuurlijk alleen maar met windmolens werd opgewekt. E de gee geleuf da? Nou ik niet. Klimaatakkoord of niet, je kunt niet alle ellende afwentelen op normale mensen zonder dat heilige geloof van de fanatieke sektes die een milieu nastreven waarin steeds meer mensen in een klein land samen zorgen voor een verbetering van de leefomgeving met 0,06%. Ook cijfers mensen….niets anders. Opvallend blijft dat men ons hier in Tesla’s en pakweg Nissans wil persen maar niets wil doen aan de telkens groeiende bevolking. Elke tien jaar een stad als Utrecht er bij. Blijft niet zonder gevolgen. Of je nu overstapt op elektrisch of niet. Kortom, die redenaties van de linkse sektes zijn verkeerd. Net als die van soortgelijke fanatici die wachten op het einde der tijden boven op een berg. En als ze niet worden gered dan maar de hand aan zichzelf slaan. Zou men dat ook doen als de doelen niet worden bereikt en het klimaat elders zwaarder wordt vervuild dan wij het hier kunnen redden?? Je zou het bijna verwachten. Hoe dan ook, het aantal elektrische (zwaar gesubsidieerde) auto’s in ons land ligt ergens rond de 3%. Dat zijn cijfers die op zich aardig klinken, maar bepaald niet overtuigen. Het zal mijn tijd wel duren. En later zullen zij die veel jonger zijn dan ik wellicht in een of ander oud elektronisch archief nog wel eens teruglezen wat ik anno nu heb opgeschreven. En gniffelen in hun met pek besmeerde handen…..’Had die oude meninggever toch gelijk….was allemaal flauwekul.’ (beelden: Archief)

De tand des tijds…

De tand des tijds…

In mijn interessegebieden zitten wat Social-Media-groepen die af en toe fraaie oude plaatjes posten waarop bijvoorbeeld auto’s uit de jaren 60/70 of zo met daarbij allerlei aantrekkelijke dames. Al dan niet in de toen gebruikelijke vrouwelijke dracht. De vertrutters van deze wereld hadden toen nog geen grote invloed en over het idee dat de dames wellicht achter de schermen door fotografen of zo werden betast (ik overdrijf nu even schromelijk) dacht niemand na. We spraken nog gewoon Nederlands, Frans of Spaans en het Engelse #Metoo gedoe was onbekend. Hoe dan ook, tijdens een van die sessies merkte iemand van die groepen op dat het toch wat is, die dames waren intussen ook klassiekers (..) geworden net als die auto’s. Ik vond het wel een confronterend idee.

Net zo als wanneer ik door die oude dia’s heen ga en zie dat indertijd bezochte artiesten intussen oud zijn of al zijn hemelen, familieleden of vrienden het pad naar boven allang hebben gevonden en eventuele slanke en soepele lijven en leden wel enkele kilo’s geleden zijn. Zelfs mensen die altijd jonger waren dan ik ben of was, zijn intussen op leeftijd gekomen. Overgang, grootouderschap of zelfs pensioen wordt nu ook door hen bereikt. Het gaat zo snel allemaal. Bij een van de op zo’n beeld aantrekkelijke dames ging ik eens zitten berekenen hou oud die nu moet zijn als ze nog in ons land der levenden rondloopt op haar toen zo slanke benen. Nou, ware zij toen pakweg 20, is ze nu 72.

Mai mai toch een mooie leeftijd om tenminste moeder dan wel oma te zijn. De glans van de jeugd verdwenen, de ondeugd uit het lijf verbannen, van korte rok naar lange lappen, van blond naar grijs, van staand naar hangend. De oude Meninggever voelde zich meteen een stuk plezieriger. Het ouder worden is dus niet alleen voor hem van toepassing, we lijden er allemaal aan. Zelfs de toen zo mooie dames. Van filmster tot fotomodel. Sommigen daarvan doen er alles aan om zich via kunst/vliegwerk jonger te laten lijken. Ze doen aan sport, yoga of wat ook om het functioneren nog wat soepeltjes te laten verlopen. Net als die oldtimers. De nieuwe wagens van toen, goed onderhouden, altijd binnen gestaan en met weinig kilometertjes op de klok. En vaak kunnen die dames dat allemaal niet beweren. Geen wonder dat ze dan niet meer zo fraai ogen als toen…… Zijn net mannen….. En meteen een waarschuwing dat ons allen dit bij goede gezondheid zal overkomen. (Beelden: Eigen archief)

Snelle jongen…

Altijd gehad. Die behoefte aan snelheid. Op zijn driewielertje vroeger al, altijd razen, door de kamer, of in de hal van hun best grote huis van zijn ouders. Tuurlijk wel eens een bult op zijn bol opgelopen als hij ergens tegenop reed of omviel. Maar daar werd je hard van, zo vond zijn vader. Gelukkig wreef zijn moeder dan over de pijnlijke plek of legde er een nat lapje op. Huilen deed hij zelden. Hard moest hij zijn. En dat werd hij. Op de fiets, de scooter, motor en later in de auto. Haantje de voorste in het verkeer, de bekeuringen zijn fanmail. Maar elke auto die hij weer kocht als opvolger voor dat waaraan hij eerder een tijdje verknocht was geweest, bleek opnieuw sneller te kunnen. Hij gaf veel geld uit aan verfraaiingen, aan tuning van de motor, het onderstel, en steeds weer was hij de snelste van de straat, zelfs het dorp waar hij leefde toen hij eenmaal het huis uit was gegaan. Zijn liefdes kwamen en gingen net zo snel als zijn auto’s. De meeste meiden niet zo blij met zijn rijstijl. Die wilde gewoon dat hij lief voor ze was, kluste in huis of in de tuin. Maar hij zag meer in die racemonsters van hem. De kick die het gaf als hij er iemand uit reed bij het verkeerslicht of net even sneller een rotonde over kon dan anderen. Nooit deed hij echt onvoorzichtig, rijden kon hij wel, bekeuringen zeiden op dat punt weinig tot niks vond hij. Op een avond reed hij weer naar huis vanaf zijn werk. Een afstand van 25 km, deels langs het kanaal. Het was donker, regende en het zicht was matig. Toch ging het gaspedaal weer diep omlaag, want zijn nieuwste liefde wachtte op hem thuis. Een lieverd die hem verwende en ook hield van zijn passies. Tuurlijk, je mocht hier maar 80km/u maar ach, dat was niks, dus hup, 120km/u moest ook kunnen. Had hij zich aan de snelheid gehouden had hij dit verhaal persoonlijk naverteld, nu zag hij te laat die trekker met aanhanger van rechts de weg opdraaien voor hem. De bestuurder schatte zijn snelheid veel lager in dan hij echt was, de klap die volgde was zo heftig dat zijn auto in twee brokken brak. De kracht van de aanrijding maakte dat dat deel waar hij zat totaal verfrommelde tegen de stevige landbouwaanhanger…Het licht ging voor altijd uit. Toen het weer aan ging vroeg Petrus aan hem wat hij op Aarde zoal had gedaan en hoe hij werd gezien door anderen….. Met moeite kon hij nog uitbrengen..’een snelle jongen’. En daarna werd het donker…..

Recente boeken…

Recente boeken…

Wie mij de afgelopen pakweg 16-17 jaar heeft gevolgd op Altijdeenmening of dit blog Altijdmijnmening zal vast wel weten dat ik een stevige maar ook ouderwetse boekenlezer ben. Waarmee wordt bedoeld dat ik gedrukte boeken prefereer en niet die digitale dingen op ipad of andere apparatuur. Daarbij zijn veel van die boeken die mijn voorkeur hebben niet digitaal te vinden. Zo kocht ik onlangs bij een kringloopwinkel een boekje uit november 1945 over de luchtoorlog in mei 1940. En de schrijver nam geen blad voor de mond waar het ging om de slechte uitrusting en strategie die het gevolg waren van het linkse denken in de jaren dertig, zodat de Duitsers ons land ondanks heldhaftige weerstand van de LuVa in vijf dagen onder de voet liepen.

Echt een lekker boekje. Ook fijn is de jaarlijkse encyclopedie van Auto Motor & Sport uit Duitsland waar elk merk op aarde in is vermeld, jaarlijks met de nieuwe modellen voor het komende jaar (2022) uitgebreid behandeld. Voor net geen 15 euro een jaarlijkse traktatie voor iemand als ik. Een boek over de laatste Russische verkeersvliegtuigen uit de periode na 1990 is natuurlijk helemaal niet te versmaden. Van jongs af aan altijd interesse in gehad dus dit boek uit 2021 kwam me als geroepen. Dan was er nog dat ook in Duitsland gekochte boek over het verkeer en de auto’s uit de DDR wat weer wat andere aspecten belicht over het verkeer van toen en de auto’s op de wegen van die communistische heilstaat, dan ik in eerdere uitgaven tot me kon nemen.

Voor de afwisseling natuurlijk ook een boek over dat fenomeen Rijk de Gooijer. Komiek, acteur, recalcitrant maar ook een Amsterdammer uit liefde. Dikke pil die ik nu tussen de bedrijven door ook lees. Net als dat geweldige boek over de Pijp, de ook hier al beschreven woonwijk in Amsterdam-Zuid waaraan ik toch wat mixed feelings kan ontlenen. En die nog steeds een beetje voelt als ‘thuis’, hoe raar dat ook moge klinken. Zeker voor mijzelf. En vaak lees ik al dat spul dwars door elkaar. Afwisselend, opdat de geest scherp blijft. Want ook drie talen door mekaar. En weer wat extra feiten, ontleend aan ieder op zich lekkere boekwerken. En dat is nog maar een deel van alles wat ik zoal leeswaardig verorber. Hoe is dat voor jullie medebloggers? Ook van die specifieke of algemene lezers, dan wel van de digitale soort? Laat eens weten wat bij jullie zoal op nachtkastje dan wel boekentafel ligt? Bij voorbaat dank….. (Beelden: Prive)

Geschiedenis herhaalt zich…of..?

Geschiedenis herhaalt zich…of..?

Ooit, lang geleden al weer, was het vervoer beperkt toegankelijk voor normale burgers en arbeiders. De meeste boeren bedienden zich van karren met een os, hond of paard er voor. De hoger geplaatsten reden in koetsen en werden alleen daardoor via logische ontwikkelingen de eerste gebruikers van een gemotoriseerd vervoermiddel. Maar voor de mensen daar tussenin was er het openbaar vervoer voor zover aanwezig. Een fiets was luxe, een motorfiets later iets voor hen die echt iets te verdienen hadden. We vergeten het wel eens wat snel, maar pas na de Tweede Wereldoorlog kwam de individuele verplaatsing van normale mensen echt op gang.

De brommer (rijwiel met hulpmotor) werd een must, de scooter (al dan niet met zijspan) en pas veel later de particuliere auto. Van piepklein en tweedehands tot groot en luxe maar wel nieuw voor de welgestelden. Linkse partijen van toen drongen aan op het recht op vrijheid van verplaatsing voor iedereen, niet alleen voor de welgestelden. En zo kwam in de jaren zestig pas echt die motorisering op gang. Arbeiders aller landen verenigt en verplaatst u!

Steden werden daartoe soms aangepast, doorgaande straten wat breder gemaakt, buitenwijken verbonden met grote wegen richting de plekken waar werd gewerkt. In Nederland groeide het forenzenverkeer. Al was het maar omdat de stadsbestuurders van toen geen oog hadden voor de bestaande woningnood en het niet zo erg vonden als hun inwoners elders hun woonheil zochten.

Dat falende beleid zorgde ook dat het broodnodige Openbaar Vervoer maar moeizaam op poten werd gezet naar al die buitensteden en wijken. Fouten die men nog decennia lang zou blijven maken. En intussen groeide het wagenpark. De arbeider- en middenklasse maakte dankbaar gebruik van de mogelijkheden. Men kon nu op vakantie met de auto, op en neer naar school en kantoor, en genoot met volle teugen van de vrijheid. Maar voor de overheid was al dat verkeer overigens naast een zorg ook een zegen. Immers, men kon overal belastingen voor heffen. De gemiddelde autoprijzen in ons land 25% hoger dan bij de buren, de literprijs voor brandstoffen zelfs 45%. Wegenbouw kwam daarentegen maar moeizaam op gang.

Toen dus het volk massaal koos voor individueel vervoer gingen met name linkse partijen zelf ineens voor spoorbanen en tramverbindingen, al dan niet ondergronds. Spanden symbolisch de paarden achter de wagens. De enorme kosten van dat denken verhaalde men gewoon op de burgers die er niet om vroegen. Bekende linkse reflex. En nu zwaait men met het klimaatargument. Mensen moeten niet in de file staan, maar thuis werken. Ze mogen geen benzine, gas of diesel meer tanken maar moeten over op accu en oplaadstations. Het individuele autobezit moet worden ontmoedigd, de arbeiders en burgers van morgen moeten maar auto’s gaan delen of met zijn allen in het openbaar vervoer. Leuk…..je zult maar in een dorp wonen waar men het OV nooit aansloot op de bewoonde wereld. Of waar de metro en spoor van niets naar niets rijden en peperduur zijn geworden bij gebrek aan concurrentie.

Het Mobiliteitsfonds, opgebracht door de autorijdende burger, misbruikt voor subsidies aan het Spoor en de vermaledijde windmolenparken. En maar claimen dat het vervoer onze planeet stuk maakt. Bewezen niet waar, maar links is nog zelden aangelopen tegen mensen die ze echt eens betrapt op dat constante gelieg. De auto is vrijheid, met een echt exemplaar kom je nog eens ergens en voor masochisten is er natuurlijk de elektrische variant. De NS wenst geen concurrentie, de linkse stromingen willen nationaliseren. Waar dat toe leidde hebben we gezien in het vroegere oosten van ons continent. Auto’s voor de kameraden zonder concurrentie, levertijden van 10 jaar of meer, een kwaliteit die soms best twijfelachtig was en geen ritjes naar landen die je wel eens zou willen bezoeken.

Toch blijft dit het ideaalbeeld voor de linkse gardisten. Wie daar niet aan wil meedoen stemt dus anders. Het gaat om ons aller vrijheid. En die kan zomaar worden afgenomen. O je dacht van niet?? Binnen twee jaar Covid19 hebben we gezien hoe snel dat kan gaan. Laat het een les zijn….Stem dus dezer dagen een partij die uw vrijheid niet af wil pakken. Uw stad of dorp wordt daar vast beter van…Net als u zelf…(Beelden: Archief)

Gemiste selfies…

Gemiste selfies…

Ik ben vast een roepende in de digitale woestijn als ik aangeef niks te zien in series beelden waarop ik zelf als onderwerp of lijdend voorwerp acteer. Hele volksstammen zijn met niets anders bezig zo lijkt het wel eens. Ze kopen daarvoor de meest geavanceerde foto-apparatuur of nog potentere smartphones met 45 MP’s, maar benutten ook filters in de software om er vooral zelf zo goed mogelijk uit te zien. Het fenomeen had al eerder mijn aandacht. Maar het is best confronterend als ik tijdens mijn zoektocht door de analoog opgeslagen diabeelden ontdek dat ik indertijd ongeveer alles en iedereen op foto of dia zette, maar zelf niet in beeld verscheen.

Ik weet ook nog wel dat ik daar indertijd echt geen behoefte aan had, of het moest een hoger doel dienen. Zo werden er nog wel eens professionele beelden geschoten voor artikelen in vakbladen of rond weer een opening van een nieuw dealerbedrijf waar ik bij betrokken was. Dan moest het wel. Maar verder zette ik toch vooral fraaie vliegtuigen, auto’s, vrouwlief of de rest van de familie en de toenmalige leuke en lieve huisdieren op de foto. Dat was op zich al leuk, want nu ik ze regelmatig scan komen ook herinneringen terug aan een totaal ander tijdperk en dieren die weer even aandacht krijgen omdat ze dat ook verdien(d)en. Wat ik natuurlijk ook zie is hoe snel een leven eigenlijk door je handen glipt.

De glans van de jeugd, de mensen die er niet meer zijn, de vakantiebestemmingen die je al dan niet in de herinnering bleef koesteren en sommige bestemmingen van toen die eigenlijk uit de hersenkrochten waren verdwenen maar je nu weer terug haalt. Zonder zelf in beeld te komen. Het blijft knap. Nou ja, ook weer niet, want anders dan met die huidige apparatuur die zelfs voor en achter foto’s kan schieten had die toenmalige SLR van Praktika of Minolta de narigheid in zich dat je die moest instellen op afstand en licht, en dan voor je gezicht zou moeten houden om tot een plaatje te komen. Grote kans dat je dan je buik in beeld had, of een oor, maar niet je hele gezicht. Tuurlijk had zo’n ding een zelfontspanner, kon je alles op een statief instellen, indrukken en dan heel hard rennend een positie innemen voor de klik van de camera je vastlegde voor later. Nou, ik heb er weinig gebruik van gemaakt. Niet veel veranderd. Tuurlijk sta ik wel eens op de foto nu, maar toch te weinig interessant om dat hier regelmatig met jullie te delen. Maar OK, voor deze keer een paar uit afgelopen digitale jaren. Ik was, ben en zal namelijk nooit zo selfie-gericht zijn. Dat laat ik toch meer aan hen die het ego boven alles doen gaan. Daartoe schrijf ik mijn verhalen. Helpt mij in ieder geval beter. (Beelden: eigen archief)

De kracht van stoom…

De kracht van stoom…

Het scheelt maar een enkele letter maar vergis je niet, deze vorm van aandrijving bij machines zorgde ook voor een revolutie in de wereld van het vervoer, de landbouw en nog veel meer. Stoommachines, met dank aan mensen als James Watt een eeuw of wat terug, maakten dat wat voorheen ambachtelijke en zeer zware handarbeid was, door die machines kon worden gedaan in een fractie van de tijd en met een grote welvaart tot gevolg.

Al was die welvaart wat beperkt qua toegang en ging die veelal naar hen die investeringen hadden gedaan waardoor de introductie van dat nieuwe wondermiddel mogelijk werd. Stoom werd opgewekt door het verhitten van water middels grote boilers waarin je dan vooral kolen mikte en verbrandde. Met dank aan die stoom kregen we echte fabrieken met honderden arbeiders die van alles en nog wat maakten.

We konden als mensen ineens reizen maken in een fractie van de tijd die bijvoorbeeld een zeilschip of postkoets nodig hadden om ergens te komen. De trein baseerde zich ook op het principe. Een stoomloc trok dan wagons met passagiers of goederen in een uurtje van Amsterdam naar Haarlem waar je met een trekschuit een halve dag over deed. En al die schuiten kregen opvolgers in de vorm van stoomboten die nu nog af en toe door Sinterklaas wordt benut en wiens knechten door al dat gestook hun kenmerkende kleur opliepen. Roet overal als gevolg van het principe.

De uitstoot van al die machines was niet alleen zuivere stoomdamp natuurlijk, in Engeland gingen hele steden bijna ten onder aan de roet en smog die door die nieuwe industrie werd veroorzaakt. Maar ja, efficient, en duidelijk handiger dan alles wat daarvoor was benut. Die Britten ging nog veel verder. Want wat met treinen kon moest ook op de weg mogelijk zijn. En zo ontstonden met name vrachtwagenmerken als Leyland en Sentinel waar men trucks in elkaar stak die door stoom werden voortgedreven.

Er was een chauffeur voor nodig, maar ook een stoker die de vaak handzamer stoomketels voorzag van genoeg kolen om een rit te volbrengen. Beide mannen zagen zwart van het roet, kolengruis of wat ook, maar aan het principe werd vastgehouden tot na WO2. De eerste vliegtuigbouwers wilden ook wel eens kijken of die stoommachines hun vliegmachines in de lucht konden brengen maar dat bleek wat tegen te vallen. Deze waren bepaald niet lichter dan lucht en dat is toch wel een soort van voorwaarde om te kunnen vliegen in een toestel van houten frames met linnen omhulsels. Nee, vliegen kon je er niet mee, maar verder? Stoom als wondermiddel, meer dan 150 jaar actueel gebleven. Schoorvoetend kwamen andere bronnen van brandstofmotoren een beetje in zwang. Benzine als eerste, diesel later pas en ook nog eens gas.

Gelijktijdig deden de eerste elektrische apparaten en voertuigen van zich spreken. Al een eeuw terug. Maar dat laatste zette niet meteen door. Geen actieradius, die batterijen veel te zwaar en het systeem van opladen al te ingewikkeld. Stoom handiger, kolen overal te vinden, en dan wist je wat je had. Voor benzine was je nog afhankelijk van oude paardenhandelaren die er een handeltje bij gingen doen. En bij veel schepen hield men het op het bunkeren van kolen en water, net als in de treinenhandel. Of in de wegenbouw….stoomwalsen waren nog tot ver in de jaren zeventig gewoon in zwang en gebruik. Kortom, nog maar zo kort geleden.

Met het uitfaseren van al die stoommachines daalde het percentage smogdagen in de wereld met grote sprongen. De sterfte onder mensen die er altijd in of mee hadden gewerkt zakte ook weg en het comfort was daarnaast met sprongen vooruit gegaan. Nu bekijken we al die stoomboten en machines met de nodige nieuwsgierigheid en nostalgie. Net zoals we bezoeken brengen aan kolenmijnen. O nee, niet in China, waar men die kolen nog gewoon in massale hoeveelheden uit de grond haalt. Ten behoeve van enorme energiecentrales die met hun stoom stroom opwekken om zo de gemiddelde behoefte van de Chinees te bevredigen. Die rijdt nu af en toe in een EV en meent het milieu te redden. Maar eigenlijk houdt hij nog steeds vast aan 19e eeuwse technieken. Zal Kameraad Tsji een worst zijn….als hij maar rijdt….Toch? (beelden: Archief/internet)

En toen werd het koud….

Van de ene op de andere dag sloeg het weer om. En toch moesten zij er uit. Afgesproken. Samen kleedden ze zich er feestelijk voor aan, het zou een mooi diner met vrienden worden. Ze waren gevaccineerd, hadden modieuze mondkapjes bij zich voor het geval ‘dat’ en sloten het huis zorgvuldig achter zich. Toen ze in hun grote Volvo stapten begon het te sneeuwen. Ach…het zou wel meevallen toch. Zij huiverde, ondanks die dikke winterjas die ze droeg over die blote jurk en stay-up kousen die ze eigenlijk nooit had aangehad. Tja en een vest er onder dragen was natuurlijk geen optie. Haar in de juiste coupe, makeup verzorgd en een lekkere parfum op de thuis nog warme plekken…. Ze zette haar zijde van het verwarmingssysteem in de stoere Zweed op 23 graden. Hij in zijn smoking, wat stond hem dat prachtig, vond 19 graden best goed voor een ontspannen rit. Terwijl ze de snelweg bereikten en die opreden werd de sneeuwval echt heftig en het meeste van dat spul bleef nog liggen ook. Na 20 km onderweg waren er nog sporen van andere auto’s te zien, de rest wit geworden en bevroor op de onbehandelde ondergrond. Langzamer en langzamer werd het reistempo. Hij nam geen risico. Zij dommelde. Dacht aan die collega waar ze zo mee had gekibbeld. Die haar op kantoor altijd kleineerde. Haar man vond dat ze zich druk maakte om niks. Maar ze kon er domweg niet tegen. Die collega was er zo een van drie kinderen, een drukke baan, stoffige kleding en altijd negatief. Ze kon er kennelijk niet tegen dat zij aandacht kreeg van dergelijke mannelijke collega’s ondanks dat ze (ze keek vaak in de spiegel om alles te bekijken) strak in haar vel zat, mooie borsten en billen bezat en zich altijd goed verzorgde en aantrekkelijk kleedde. Toen de Volvo ineens een zwieper maakte schrok ze op uit haar overpeinzingen…Ze keek naar haar man. Die was nu constant aan het vechten met het stuurwiel. De grote auto maakte slingerende bewegingen, de gladheid had hen nu ook in de greep. Haar hartslag ging omhoog, jeminee, waren ze maar thuis gebleven. Was veel gezelliger met zijn tweetjes en zonder risico’s. Uiteindelijk raakten ze vast in een stilstaande file achter een paar trucks die niet meer voor- of achteruit konden komen. Hij zette de verwarming maar wat hoger. De buitentemperatuur liep volgens hun Zweedse kameraad op naar -10 graden en de sneeuwval werd zodanig dik dat al snel de ruiten dicht zaten. Het werd koud…zelfs met die verwarming aan. Het zou een bijzondere kerstavond worden, dat voelde ze wel aan…. Ze trok haar schoenen uit en nestelde zich op haar stoel…..Waarom niet even slapen nu het nog kon….? Het zou een bijzondere Kerst worden….dat voelde ze nu al….

Afschrijving…

Afschrijving…

Een begrip dat in verschillende kringen een andere betekenis krijgt tegenwoordig. Ik ben vooral vergroeid met de economische kant van dat begrip. Afschrijving van roerende goederen meestal stevig, lineair en goed uitlegbaar. Immers een nieuwe auto die je net de showroom uitreed is na ingebruikname meteen een stuk minder waard dan die door jou betaalde aanschafprijs. Het waarom is economisch. Zouden we een buiten op straat gebruikte en aan invloeden van weer en wind dan wel een mateloos slechte of veel kilometers rijdende auto niet afschrijven zou hij altijd zijn nieuwwaarde behouden en komt de economie op dat punt tot stilstand.

De kracht van de afschrijving is dan ook dat we (in meerderheid het geval) anders tweedehands auto’s, motoren, of fietsen nooit zouden kunnen betalen. Het ene merk schrijft meer af dan het andere. Klein en zuinig behoren tot de gunstige afschrijvers, groot en dorstig tot de ongunstige. En dan speelt het land van herkomst, merk en ook imago een rol. Maar over het algemeen ben je na een jaar of drie bijna 45% van de nieuwwaarde wel kwijt. Rijdt je tegen een boom en vertel je dat nog na is de auto wellicht total loss en krijg je de dagwaarde uitgekeerd bij all-risk-verzekeringen.

Daarbij hanteert men vaak een net even andere restwaarde dan in de reguliere handel. Valt soms mee, in andere gevallen tegen. Een auto die tien jaar oud is nog steeds all-risk-verzekeren is dus een dure hobby, omdat de dagwaarde dan (enkele uitzondering daar gelaten) vrijwel nul is. Wat schrijft nog meer af dan auto’s? Nou meubels bijvoorbeeld. Die prachtige nieuwe zitbank die je net geleverd kreeg en neergezet in je huiskamer is direct tweedehands op het moment dat de billen het stof of leer beroeren. En raak je meteen meer dan 50% van de waarde op kwijt. Een jaartje gebruik maakt dat zitmeubel voer voor kringloopwinkel of marktplaats.

Ook boeken ondergaan dat lot. Kijk maar eens hoe snel die in waarde verliezen, als ze niet behoren tot de groep boeken die in kleine oplage zijn uitgevoerd, een bijzonder onderwerp beschrijven en/of in goud zijn uitgevoerd. Vraag en aanbod bepalen dan verder wat die fraaie en interessante boeken nog waard zijn. De rest is voer voor de shredder of kringloopwinkel. En daar zie je de vergankelijkheid van beroemde titels heel goed. Zoals onlangs het zeer goed verkochte boek ‘vijftig tinten grijs’ waarvan ik drie exemplaren zag bij een kringloper voor 25 cent per stuk. En in nette staat ook nog. Afgeschreven. Net als we sommige mensen doen. Kanslozen, sommige daklozen, drinkebroers, hongerigen, mensen die knel zitten in een oorlogsgebied of niet passen in onze denkwereld.

Afgeschreven. Verdreven. Maar veelal ook zonder meerwaarde voor de samenleving. Zou er een kringloopsysteem voor bestaan? Of inruilen mogelijk bij de Schepper als die al bestaat. Ik zelf heb die laatste al veel eerder afgeschreven. Te veel voorbeelden gezien van wat niet deugt in die schepping. En dat gaat dan echt niet om mooie auto’s, lekker zittende bankstellen, of een warm aanvoelend huis. En wat dat laatste betreft, de meeste huizen schrijven niet af maar worden steeds meer waard. Maar ja, die zijn ook onroerend. Maakt bijna ontroerend. Stenen gaan voor mensen….nog altijd…(Beelden: eigen archief)

Messerschmitt…piepklein – grote faam..

Messerschmitt…piepklein – grote faam..

De naam Messerschmitt doet wellicht sommige ouderen nog de wenkbrauwen fronsen, voor mensen die zich zonder vooroordelen verdiepten in de geschiedenis is dit een heel grote. Qua vliegtuigbouw dan. Want een belangrijk deel van de Duitse Luftwaffe voor en tijdens WO2 was uitgerust met Messerschmitt’s. Van de Bf108 trainer tot de zeer opzienbarende Me-262 straaljager die al tijdens de oorlog rondvloog. Maar na de ook voor hem minder goed verlopen oorlog wilde oprichter en naamgever Willy Messerschmitt zijn mensen zo veel mogelijk aan het werk houden. Dat hij voorlopig geen vliegtuigen meer mocht bouwen accepteerde hij maar moeizaam, maar al snel vond men een alternatief; de bouw van kleine invalidenauto’s voor een groep kopers die in de oorlog aardig hadden geleden. Ingenieur Fritz Fend, ook al een luchtvaartpionier ontwierp het eerste voertuig, de KR175 en wist het concept bij Messerschmitt onder te brengen.

Sierlijk als een vliegtuigromp, een kap van een vliegtuig boven de twee inzittenden, die ook al weer net als in toenmalige sportvliegtuigen, achter elkaar plaats namen in de skelterachtige wagentjes. Een kleine een-cilindermotor van 174cc gaf 9 pk en draaide op tweetaktbenzine. Een succes vanaf de start. De eerste versie bracht het tot een ongelooflijke 20.000 exemplaren wat voor een karretje als dit ongekend was. Succes leidde tot ontwikkelingen en al snel kreeg de ‘Kabinenroller’ zoals zijn bijnaam werd, een grotere motor, een betere kap, hydraulische schokdempers en als fraaier zusje een cabrio-uitvoering met stoffen dak. De verkopen liepen als een speer. Ook in ons land kwam je die karretjes nog wel eens tegen.

Wilde je niet op de scooter met zijspan naar de camping, kocht je eventueel een Messerschmitt. Weinig wegenbelasting, zuinig en een top van 85km/u. Het was voor die tijd genoeg. Bagage nam je mee op een rekje boven de motor, of in een piepklein aanhangertje. Voor de liefhebbers van het betere scheurwerk kwam in 1958 de TG500 op de markt. Aangeduid als Tiger kreeg je nu vier wielen die vooral de achterkant breder maakten, maar ook een tweecilinder tweetaktblokje van 500cc waarmee de Tiger maar liefst 135kmu snel werd. Je reed er een beetje Opel Record mee zoek. Jammer genoeg voor Messerschmitt en Fend die nadat Messerschmitt weer terug ging naar de luchtvaart deze wagens in eigen beheer ging bouwen, was begin jaren zestig de trend richting dwergauto’s voorbij.

De duurdere Tiger verkocht dus duidelijk slechter dan het standaard model. Maar is nu een zeer dure klassieker geworden. Schrik maar niet van een prijs voor een goed rijdend exemplaar van rond de 35 mille. In Euro’s…dat spreekt. De Messerschmitt Kabinenroller dus. Een auto uit een ander tijdperk. Gekoesterd door liefhebbers in Duitsland, maar ook in ons land zijn die te vinden. Doet je terugdenken aan een totaal andere periode in autoland. Die van dergelijke mini-karretjes die in onze ogen zo klein zijn dat ze gevaarlijk ogen. En dat zijn ze eigenlijk ook. Maar ook curieus. (Beelden: Yellowbird archief)