Schotse liefde; Edinburgh!

Het was echt liefde op het eerste gezicht toen we daar ergens aan het begin van de jaren negentig voor het eerst een bezoek brachten; Edinburgh. Schotse hoofdstad, prachtige geschiedenis, dito gebouwen en wat een aardige mensen die Schotten. Wij kenden het Verenigd Koninkrijk van onze bezoeken van een jaar of twintig regelmatige bezoeken en diverse plekken aardig, maar dit was toch de overtreffende trap. Vanaf het vliegveld met een rechtstreekse buslijn aan komen rijden en dan rechts van je dat echt ontroerend mooie kasteel op een hoge heuvel zien. Princess Street, met dat wonderlijke beeld van aan de ene kant pand na pand winkels met hotels en aan de andere kant diepe dalen waar parken te vinden zijn maar ook het befaamde Waverley Station.

Je ziet de Salisbury Craig, een half groene hoge heuvel die de stad mede domineert, de standbeelden, de drukte. Bij wandelingen die we maakten in deze fraaie stad en omgeving werd wel duidelijk dat dit een heerlijke plek is om te vertoeven. We troffen het soms met het weer, maar hebben er ook midden in de zomer constant in de mist gezeten. Het kan allemaal. Want Edinburgh heeft ‘last’ van het klimaat in haar omgeving, zeewater, maar ook de heuvels van Schotland, die je niet moet onderschatten. Ruig landschap daar. Maar tijdens die mistige dagen was er genoeg te doen. We bezochten diverse malen het Royal Museum of Scotland, je gaat eens kijken in Holyrood Castle waar de Engelse familie af en toe komt kijken.

Je klimt naar en ziet het kasteel en kijkt van daaruit over de hele stad en omgeving uit. Over strategische ligging gesproken. Ook aardig, koop een sandwich (altijd te vinden in welke winkel ook en vaak heerlijk belegd..) en ga op een (gesponsorde) bank zitten in een van de parken langs Princess Street. Je ziet er de eekhoorns voorbij rennen en ook de meest wonderlijke types, want cultuur zit deze stad in de genen gebakken. Een beetje Schot vertelt je meteen waarom het land eigenlijk niks van doen heeft met die wonderlijke Britten. Men voert zelfs een eigen munteenheid, het Schotse Pond, waarmee je daar wel, maar in Engeland niet welkom bent.

In veel opzichten lijkt Edinburgh op veel Britse steden, maar wel met die Schotse saus er over heen. En om het daarover even te hebben, wij hebben er vrijwel altijd lekker gegeten, zonder ons te laten verleiden tot een wonderlijk gerecht als Haggish. Schapendarmen gevuld met vlees.

Je moet de liefde niet overdrijven natuurlijk. Stap in een van de toeristenbussen voor een rondrit door de stad en omgeving en je weet meteen waarom dit de hoofdstad is van het Schotse land. De stad is flink groot, en kent vele wijken die bij toeristen nauwelijks bekend zijn. Bezoek ook eens de botanische tuinen. Prachtig. En je ziet ook daar eekhoorns zo groot als katten. Heb je een dagje over? Stap in een trein naar Glasgow en combineer die twee plaatsen met elkaar. Ook een echte verrassing. Omdat het aan de andere kant van het land ligt (uurtje treinen) vaak ook ander weer. Leuk shoppen daar en de meest fantastische boekenwinkels. Kortom, Edinburgh is geweldig. En ik denk nog steeds met weemoed aan alle trips die we daarheen maakten. En die fantastische wandeling die we ooit deden om die knoest te beklimmen aan de Zuidwestelijke kant van de stad. Ruig, kaal en geen enkele afrastering langs de rulle paadjes omhoog. Maar wat een uitzicht is dan je deel. We daalden af langs de glooiende achterkant en dat was net een landschap van Tolkien. Alleen daarvoor al moet je de wandelschoenen (ik liep omhoog met soort van kantoorschoenen)even aantrekken. Edinburgh is een parel. Een stad die me nog altijd een brok in de keel bezorgd. Top-3 notering! (Beelden: Yellowbird archief)

Praag – de Gouden Stad die blijft ontroeren…

In de verhalen over mijn werkkringen in luchtvaart en auto’s komen nog wel eens verwijzingen voorbij naar trips die ik al dan niet mocht maken (of moest). Een daarvan was een door de toenmalige Skoda-importeur Englebert georganiseerde dealertrip naar Praag. Najaar 1978! Met de eigen auto. Een Skoda. Tuurlijk. Voor het eerst naar dat mysterieuze land dat me zo na aan het hart ging, zeker na de gebeurtenissen van 1968 toen de ‘Praagse Lente’ wreed werd veranderd in een nieuwe Russische winter. Opgevoed met het merk Skoda, op Schiphol veel zaken gedaan met CSA, de KLM van Tsjecho-Slowakije, zelf rijdend in het merk vanaf 1971, ik had en heb iets met dat land en die stad. Dus toen ik er in 1978 voor het eerst was vond ik alles bijzonder interessant.

Maar was ook verbaasd over de vele historische wijken en gebouwen die weliswaar door de communistische leiders niet meteen elke dag werden onderhouden, maar nog wel de nodige grandeur uitstraalden. Grandeur die Praag nog steeds deelt met zustersteden als Wenen. Want ook deze stad was ooit onderdeel van het Oostenrijks-Hongaarse keizerrijk. Een niet te onderschatten periode in de geschiedenis van het land en de stad. De Moldau stroomt gestaag door de stad, al is die naam dan de Duitse variant en noemen de Tsjechen zelf deze stroom Vltva. Praag kent een oeroud centrum, straatjes waar ooit alchemisten werkten aan het maken van goud, samen met schrijvers die in alle armoede wel fraaie werken afleverden.

Je hebt er de Karelsbrug in het centrum, waarvan de geschiedenis werd aangepast om het mooier te maken, en wiens fundamenten leunen op eierschalen. Een brug waar je indertijd nog gewoon met de auto overheen kon rijden, tegenwoordig is het een flaneerbrug geworden, met schitterende ornamenten en veel (namaak)kunstenaars. Praag is ook de stad van Jan Pallach, een student die zich uit protest tegen de Sovjet-invasie en nieuwe bezetting na 1968, zelf in brand stak. Hij deed dat op het Wenceslasplein, wat eigenlijk een boulevard is, waar ook in 1989  de omwenteling plaats vond waarbij de communisten alsnog het landsbestuur moesten afgeven.

In de keren (36 in totaal) dat ik er nadien te gast was bezochten we allerlei zaken die van interesse waren. Zoals de fraaie Burcht, waar de regering zetelt, boven de stad uit stekend naast de St.Vituskathedraal waarover men bij de bouw honderden jaren deed. Maar wat een pracht en als je even de tijd neemt, welk een uitzicht over de stad en de Moldau. Nog fraaier als je dat doet vanaf een stukje stroomafwaarts en de heuvel beklimt bij het oude kerkhof Vizegrad van de stad waar veel bekende Tsjechen begraven liggen. De nabij gelegen heuvel geeft je een uitzicht dat adembenemend is. Tien bruggen in beeld, die Burght en St.Vitus op afstand, echt schitterend. Praag kent een puik metronetwerk, maar er rijden ook voldoende trams. Wandelen is er een genoegen, al was het er dan vaak flink druk. Winkelen kan er ook naar hartelust. Er zijn grote en kleine winkels, marktjes en ook de nodige straathandel en artiesten. Hotels in overvloed, van keurig netjes tot super-luxe. Met de bijbehorende prijzen. Met de auto zelf door het centrum rijden is avontuurlijk. De straten zijn soms onoverzichtelijk in het centrum, parkeren een crime, dus ik raad dat zelf af. Maar wat een stad mensen. Zeer aan te bevelen.

Net als het eigen Tsjechische bier en de andere drankjes van eigen bodem die men je graag schenkt en verkoopt. Zoals Bergerovka dat zorgt dat je na een paar glaasjes (ijskoud)een zeer rooskleurige kijk op de wereld ontwikkelt. Of het nog heftiger Slivovitsj dat menig reisgenoot indertijd aardig de das om deed na consumptie. Goed voor plaatselijke verdoving van mond, keel en maag…dat wel. Praag, heerlijke stad in het centrum van Europa. Mooie mensen, lastige taal, maar door de ontwikkeling van de bevolking kom je met Duits en Engels ook ver. Aanrader van jewelste. (beelden: Yellowbird archief)

Passende stellen…

Op ieder potje past een dekseltje. Een gezegde dat soms hout snijdt, maar ook vaak niet. Zeker niet in de ogen van een observator als uw meninggever. Die er heel wat jaartjes ervaring bij heeft opgedaan om dit fenomeen te kunnen bestuderen. Zittend op een terras, een bankje in een park, of gewoon tijdens zijn werk. Waar ik het over heb? Over stellen. Die (naar mijn mening)al dan niet bij mekaar horen. Soms bijna uit een en het zelfde nest komend (of zo lijkt het) in andere gevallen oogt het alsof men ergens in de uitverkoop een partner heeft gevonden en aan zich verbonden. Niemand maakt zichzelf hoor, laat ik daar meteen duidelijk over zijn, en schoonheid is altijd aanwezig vanuit het oogpunt van diegene verblind door de liefde. Maar ik zie soms echt waar het op termijn mis zal gaan of wellicht al bezig is te gaan.

In veel culturen houdt men het liefst van relaties en vooral huwelijken tussen gelijkgestemden. Neef en nicht nog een milde vorm van verbinden. Herkenning het voornaamste punt. Lastiger is het als een ander dan het eigen geloof om de hoek komt kijken. Dat mixen leidt weer tot verwatering. Volgens de sociaal/cuturele omgeving van een potentieel stel. Zelfde geldt wat mij betreft ook voor lengte- en omvangsverschillen tussen partners. Ik heb er combi’s van gezien die me verbijsterden. Een piepkleine vrouw met een meer dan twee meter lange man, een vrouw van 150 kilo met een schriel mannetje, een hunk met een prachtige vrouw, die alleen al om haar uiterlijk ongeveer alle ogen van voorbijlopende mannen weet te vangen en de blikken beantwoordt met iets dat je niet kunt vertalen in nette woorden. Toch zoeken we natuurlijk als mens de juiste frequentie op bij de partner.

Al was het maar om die sociale druk. Want een oudere man met een jonge blom wordt nogal eens bespottelijk gemaakt, omgekeerd is dat helemaal het geval. Alsof onderling geluk leeftijdsgebonden zou zijn. Sommige jeugdigen hebben een oude geest, sommige ouderen zijn meer dan jong van geest. Liefde maakt ook op dat punt blind. Waarbij opvalt dat sommige mensen zelfs na drie huwelijken hun draai niet lijken te kunnen vinden. Afwisseling is fijn, maar de sleur maakt ze onzeker en altijd hongerig om het nog eens met een ander te proberen. Dat avontuurlijke en spontane uit het begin van een relatie dan ineens een probleem als de huwelijkse voorwaarden zijn voorgelezen. Of dat rustige uit de jeugd ineens saai bij het ouder worden.

De kinderwens kan ook een dingetje zijn, vooral als de een die sterker heeft dan de ander. Maar in de meeste gevallen blijft men toch lang bij elkaar en beleeft samen allerlei hoogte- en dieptepunten. Men vecht zich door het leven, laat verliefdheid uitdoven en liefde opbloeien, pakt elkaar bij de hand en zoekt het pad dat voor beiden het beste is en niet confronterend. Hoe meer strijd hoe sneller een jurist nodig is om te helpen uit elkaar te gaan. Partners moeten vooral dat zijn, op basis van gelijkheid en niet met een dominantie door de een en onderwerping van de ander. Mits je daar erotische gevoelens bij hebt, want dan kan het wellicht prima werken… Mensen zijn wonderlijk ingesteld op het punt van de relaties. Heel anders dan veel andere zoogdieren, die vooral bezig zijn met voortplanten en daarvoor steeds wisselende partners zoeken om dat doel te bereiken. Maar als mensen lang bij elkaar zijn en eigenlijk volledig vergroeid en ze vieren hun 75-jarig huwelijk of zo is dat wel weer aardig natuurlijk. Vaak is bij navraag het antwoord van soortgelijke oudere stellen dat je veel water bij de wijn moe(s)t doen. En dat je mekaar ruimte moet gunnen. Dan maakt het niet meer uit of de een twee meter in omvang is en de ander doorschijnend bij tegenlicht. Maar toch zijn dat de ware uitzonderingen en zijn die mensen die wat op elkaar lijken toch de meest succesvollen… (Beelden: Internet)

2050…

2050…de kans dat ik dat bewust ga meemaken is niet te groot. Hoewel…tegenwoordig worden we als mens allemaal ouder. Weliswaar gemiddeld, maar toch. Zou dat alsnog dus zo zijn ga ik meemaken wat een of ander Leefbureau van de regering voorspelde voor ons land. Een land met dan 22,5 miljoen inwoners, 40% daarvan uit andere landen en culturen afkomstig. Geen fijn vooruitzicht. Zeker niet als dat inhoudt dat ons land van karakter verandert. Ook al is dat kennelijk voor de linkse stemmers en uitvoerders van de leer die Marx en Lenin ooit bedachten een ideaalbeeld. Ik zie er weinig in. Nou ja, ik ben blij met goed opgeleide mensen uit Wit-Rusland, Polen of Iran, maar zie weinig in nieuwe uitkeringstrekkers uit Noord-Afrika of zuidelijker streken. En als ik daarmee iemand op de lange tenen stond, sorry op voorhand. Een samenleving bestaat slechts bij de gratie van de onderwerping aan de al bestaande cultuur en die is hier nu eenmaal Nederlands.

En die Nederlandse cultuur houdt in dat je hier de taal van het land goed leert benutten, vraagt waarmee je jouw land en medeburgers kunt helpen en niet wat je hier kunt komen halen. Daarbij is Nederland overwegend een niet gelovig, liberaal land. Ook al lijkt het er soms op dat we massaal het Gouden Kalf of andere afgod omarmen. Niets is minder waar. Nederlanders geloven in zichzelf, desnoods in hun buren of kinderen, maar zien overwegend een hogere macht niet meer als van groot belang voor het verder als keurig net en hardwerkend burger functioneren. Daarnaast is het voor mij een crime dat we ook vergrijzen. Ouder worden is leuk, maar moet je dan meteen vergrijzen? Kleur je haar, scheer de bol zoals ik, en blijf gewoon jong van geest. Als we dan langer moeten doorwerken van onze overheid, dan ook maar andere dingen doen die daarbij horen. Tot nu toe voel ik me zelf eerder 21 dan de leeftijd die mijn kalender me aangeeft, of die waarmee de spiegel me dagelijks confronteert.

Lol maken, genieten, reizen als het mag of kan. Rondkijken helpt vaak tegen verveling. En liefhebberijen zijn prima alternatieven voor achter de geraniums de groei van die planten bestuderen. 22,5 miljoen inwoners. We bengelen nu tussen 17,5 en 18 miljoen in. Weet je wat dat inhoudt? Verstening. De Randstad wordt gewoon een groot woon/werkgebied. Agrarische gedeelten verdwijnen, de immigratie dwingt tot verspreiding van mensen over het hele land. Provincieplaatsen veranderen in getto’s als we niet opletten en de voorzieningen moeten meegroeien. Wegen, treinen, de luchtvaart, scheepvaart. Maar ook de zorgsector. Kunnen we dat aan? Moeten alle boeren verdwijnen opdat we het hele groene karakter van ons land op kunnen offeren aan die ongebreidelde groei van het aantal inwoners? En dan is er ineens geen uitstootprobleem meer? Of is dat er alleen voor rechtse mensen die Nederland willen bewaren zoals het nu is (ook al erg druk) en niet voor linkse lieden die vol gaan voor de massa-immigratie?

Ik ben benieuwd wie daar een eigen mening op nahoudt op dit punt. Overigens als dat in Nederland zo gaat geldt dat vermoedelijk ook voor de ons omringende landen. De trek naar het ‘rijke westen’ zal ook daar zijn weerslag kennen. ‘Wir schaffen dass’ zei onze grote buurvrouw ooit. Spijt komt na de zonde. Bij de oosterburen is dat duidelijk het geval. Want als je dacht alleen doctoren en professoren te importeren blijkt nu dat kwantiteit voor kwaliteit ging en men is opgescheept met een groot sociaal/cultureel probleem. En dat is ook in ons land het geval. Dus zijn keuzes nodig. Dringend! Voor het te laat is….of ineens 2050! (Beelden: Yellowbird archief)

Schaamte…

Paar weken terug, bericht op de Telegraaf-website. Een vrouw had in Zuid-Engeland een tweetal meiden uit zee gered van de verdrinkingsdood. De eerste jonge dame was in zee gaan zwemmen, werd meegezogen door de stroming, om hulp geroepen, waarop de tweede puber de zee in was gerend om de eerste te redden. Uiteindelijk kwamen ze er samen niet uit, waarop de in het bericht genoemde dame (34) in zee sprong en de meiden er uit viste. Maar wat mij vooral opviel was de kop. ‘Topless vrouw redt twee meiden uit zee’. Topless! Alsof dat iets bijzonders was. De daad leek me meer van belang dan het feit of zij al dan niet een bovenstukje van haar bikini had aangetrokken. Opvallend genoeg werd het woord topless diverse malen genoemd in het artikel. En zelfs dat de betrokken vrouw haar bij de bikini passende string had aangedaan voor ze in zee sprong. Ze lag immers op een naaktstrand, wat kennelijk in Engeland nog te vinden is. Naaktheid als iets bijzonders.

Topless een fenomeen dat we nog slechts doen op afgelegen plaatsen waar het vroeger in de jaren negentig nog maar, schering en inslag was. Logisch want niks mis mee. Maar sinds we in een wereld leven waarin aan de ene kant het preutse Amerikaanse christendenken voet aan wal zette in onze streken en aan de andere kant jonge lieden uit conservatieve islamitische kring ons land binnenkomen en die stranden zien als showroom voor te keuren vlees, is dat toplessgebruik toch wat in de ban geraakt. We moeten ons nu kennelijk schamen voor ons lichaam. Want zondig! En wie zich toont aan de wereld in alle glorie die een mooi lijf nu eenmaal te bieden heeft, is iemand voor wie schaamte kennelijk geen plek heeft. Daarbij ben ik van mening dat je vooral moet doen waar je zin in hebt. Naadloos bruinen of een alles bedekkend badpak, het is aan jezelf. Net zoals ik best snap dat je soms schaamte voelt voor die 10 kilo te veel of een overdaad aan haargroei. Maar het mag niet zo zijn dat zij die moed vertonen om gewoon zichzelf te zijn, ineens schaamte moeten voelen omdat hen dit door anderen wordt opgelegd. 50 jaar geleden was dit wellicht nog normaal pandoer in ons land.

Schaamte omdat ongeveer alles ‘niet kon’ of inderdaad ook toen al zondig was. De traditionele kerken hielden de spiegel voor. Zondig was een toverwoord. Maar gelukkig wierpen we dat juk van ons af en werden vrijer. Nederland een baken op dit punt in een vaak met belangstelling kijkende wereld om ons heen. De eerste borsten werden ontbloot in de jaren 70, en we hielden dat best een langere tijd vol. Tegenwoordig ben je een heldin als je niet alleen mensen redt maar ook nog eens zonder bovenstukje. Het geeft te denken. Terwijl ik juist vind dat zij die dit allemaal veroordelen zich diep moeten schamen. Om hun oordeel, hun mening, ook al heeft iedereen dan de vrijheid een eigen mening te vormen. MOET je dan met blote borsten (of meer) over het strand paraderen? Nee natuurlijk, maar de vrijheid dit te doen mag nooit worden beknot door vertrutting of frustratie bij hen die nog een aantal eeuwen terug leven qua gedachten en de vrouw vooral zien als ingepakt stuk vee. Als iets vrouwen en mannen gelijk stelt dan dit. En het feit dat zelfs al de Telegraaf topless ziet als bijzonderheid geeft te denken. Vertrutting als norm, schaamte tot geloof verheven. Wie zich niet schaamt mag zich melden en uiteraard zij die dat niet doen ook. Zeker niet voor het eigen lijf. Want hoe dan ook, dat is toch de drager voor jouw bestaan. Niet mee eens…..vertellen maar….Ik schaam me er niet voor. (Beelden: Archief)

Bossen vol geheimen…

Toen Nederland nog bang was voor ‘de Russen’ werkte men zeer nauw samen in NAVO-verband aan haar verdediging. En die verdediging was stevig, vrijwel zonder beperkingen op materieel en financieel gebied. De Amerikanen hielpen ons met een soort ijzeren paraplu tegen de nucleaire regen, tot we met onze Koninklijke Luchtmacht een vliegtuig in huis kregen dat elke vijand van dat moment aan zou kunnen, de F16. Tot die tijd hielp een Amerikaanse squadron supervliegtuigen het land verdedigen. En die waren gestationeerd op Vliegbasis Soesterberg. Naast wat Nederlandse toestellen was het 32e Fighter Interceptor Squadron van de USAF een van de best bewaarde defensiegeheimen van die tijd.

Men gebruikte toestellen die onze KLu zich niet kon of mocht veroorloven. Zoals de North American Super Sabre, of de fantastische F-102 Delta Dagger van Convair. Later kwamen er F-4 Phantoms naar Soesterberg en weer een paar jaar verder als ultiem verdedigingstoestel, de McDonnell-Douglas F-15 Eagle die al omhoog stijgend door de geluidsbarriere heen kon breken. Laat de Rus maar komen, hij komt van een koude kermis thuis! Die Amerikanen leefden in Soesterberg en omgeving, veelal in speciale wijken van die plaats en bemoeiden zich weinig tot niet met de Nederlandse bevolking. Er waren eigen winkels op de vliegbasis, de spullen daarvoor werden ingevlogen via Schiphol of met speciale transportkisten die de Amerikaanse luchtmacht in Europa gebruikte om haar vele bases te bevoorraden. Ik was als jeugdig spottertje maar ook later in mijn Schipholse werkleven, regelmatig te gast op Soesterberg. Die kisten, die sfeer, al die geheimen.

Geheimen die je slechts kon bevroeden. Niemand wist precies hoe het echt zat daar. Intussen is de basis met dank aan Minister van Defensie Kamp al enige jaren gesloten. De vijand wordt geacht zich te wenden tot de Luchtmachtfilialen op Leeuwarden of Volkel als men even wil sparren. Soesterberg is nu de thuisbasis voor het Militair Museum, er zal op een deel van het terrein worden gebouwd en men stelde de bossen open. En juist die laatste opening is waarover mijn verhaal nu gaat. Welk een prachtig gebied. Gelegen naast de Paltz waarover ik al eens eerder een blogverhaal schreef. En midden in die fraaie groene omgeving (wandelen en fietsen) vindt je nu ondergrondse en bovengrondse bunkerstelsels. Indrukwekkend veel zelfs. Munitiebunkers, met speciale (enorme dikke)deuren en daken die er vanaf kunnen springen bij een onverwachte explosie.

Vaak zit er nu iets kunstzinnigs in, zoals je bij meer forten in ons land tegenkomt. Cultuur als tegenwicht voor militarisme. Het ‘parkgebied’ is heuvelachtig, er zijn bekkens voor drinkwater (vroegere bluswaterbakken) en er loopt en vliegt al het nodige rond dat in een beetje oerbos niet zou misstaan. Heuvelachtig, uitkijkplaatsen waar je een paar trappen voor op moet, en simpele verbindingen met Soest en Soesterberg. Ik liep er met dubbele gevoelens. Ik ben denk ik toch te veel van de goede defensie, zeker in tijden als nu, van de supervliegtuigen en de wetenschap dat die oude paraplu van toen niet in de schuur hoort te staan naast kunst maar uitgeklapt tegen alles wat een eventuele vijand over ons kan uitstorten. Hoe dan ook, en alle meninggeefblognostalgie terzijde schuivend, een prachtig gebied en een aanrader om er eens heen te gaan. Maak dan van de gelegenheid gebruik om ook dat prachtige militaire museum te bezoeken. Waar nog een deel van de oude Amerikaanse vloot te zien is ook. Zeker als die corona-ellende achter de rug is, een uitstapje met een uitroepteken. (Beelden: Yellowbird)

Lekker…

Veel van wat we zoal ‘lekker’ vinden baseert zich op ervaringen uit de jeugd. Werd je opgevoed met stamppot of rauwe groenten zal je dat vast op een bepaalde manier als lekker omschrijven. Wellicht ook omdat de kookkunsten van je moeder (of vader naar gelang de huishoudelijke indeling) goed of minder werden beoordeeld. Ik heb mijn voor/afkeuren daaromtrent al eens gegeven hier en kan je verzekeren dat ik veel van ‘toen’ nu als niet lekker omschrijf. Nog steeds. Wel lekker vond ik patat friet, toen een noviteit, of Chinese nassi. Mijn moeder was goed in de kippensoep, dus die vind ik nog steeds het lekkerst als ik een soepsoort mag kiezen. Ik was niet zo van de snoep, wel van de chocolade. En dan van de pure soort. Nog steeds een passie. Maar ik weet dat anderen een totaal andere smaak volgen. Zo ken ik mensen die op een boterham pindakaas smeren (brrr) en daar hagelslag overheen mikken. Of kaas met frietsaus. Mijn leasevader had ook zo zijn eigenaardigheden. Zo smeerde hij zijn brood soms met boter, strooide daar hagelslag overheen en dan weer een lading boter.

Het was een soort gebakje. Ik heb het lang op dezelfde manier nagedaan. Heerlijk. Maar natuurlijk ook dik makend. Dat gold ook voor zijn ontbijt. Hij nam dan de keukenmixer, gooide daar twee stuk geslagen eieren in, suiker en wat melk (en in zijn geval een cognacje) en zette die mixer aan. Dronk dan in een keer al die zaken op en kon er tegen voor de ochtend. Zwaar werk, dus altijd behoefte aan wat versterkends….Of zoiets. Zonder die cognac vond ik dat ook een lekkere start van de dag. Maar na de jeugd nooit meer gedaan. Lekker vind ik nu de na mijn huwelijk leren eten zaken als wat vrouwlief kookt, ingegeven door ervaringen bij haar thuis. Uit een familie afkomstig waar vrouwen gewoon goed kookten en smakelijk. Groenten waar ik voorheen omheen liep, of met grote afschuw naar binnen harkte, eet ik nu met smaak op. Wat  bleef op ‘lekker’ gebied is mijn voorliefde voor friet. Ik zie dat nog steeds als een traktatie. Of dat geweldige broodje kroket van Kwekkeboom in Amsterdam.

Aangevuld door vele zaken die ik door de jaren heen leerde eten. Maar o wee als ik ergens anders te gast ben en hoor wat men daar lekker vindt. Veelal weinig vrolijkmakend voor iemand met een eigen interpretatie van ‘lekker’. Iedereen kookt weer anders, en soms bevalt de smaak me beter dan anders. Ik prijs mij (om diverse redenen) gelukkig met mijn schoondochter die ongeveer elk kookboek uit de hele wereld bezit en telkens weer in staat is om me te verrassen met iets bijzonders. Soms moet ik even ‘blussen’, maar veelal kom ik toch aardig voldaan van tafel na een opnieuw geslaagd maal met voor/nagerecht. Ik bezit (nou ja…) wat vriend(en)innen die ook geweldig kunnen koken, en ook daar is het dan een feestje om uitgenodigd te worden voor een maaltje. Lekker komt in vele vormen en smaken. Ben benieuwd wat jullie als mijn lezer(essen)s hierbij naar boven weten te toveren…Zoveel mensen, zoveel smaken en meningen uiteraard. (Beelden: Yellowbird archief)

Self service…

Tuurlijk, een taboe voor velen, maar als je bekijkt hoe lang we er al mee worstelen of dit acceptabel menselijk gedrag is of niet, wel een onderwerp om eens aandacht voor te hebben; masturbatie onder mannen en vrouwen. Het waarom zit toch vooral in de becijferingen die tijdens het hoogtepunt van de corona-ellende over ons heen kwamen. Al is de vraag in hoeverre mensen eerlijk antwoord geven op relevante vragen rond dit onderwerp. Zeker in deze toch wat vertrutte tijden best een extra groot taboe. Mensen die door virus en overheid opgehokt werden kregen volgens de media ineens ofwel minder zin in seks met de partner, dan wel meer, maar in het algemeen nam de frequentie van het zich zelf plezieren cijfermatig zeker toe. Nu is dat nog niet zo spannend omdat in die cijfers ook mensen zitten die geen partner bezitten en dus wel het risico lopen droog te komen staan in deze zware tijden. Maar ook onder gehuwden stegen de momenten van zelf opgewekt geluk flink. Men nam de tijd voor zichzelf en dat is verder uiteraard prima.

 

Zeker als je ziet dat het juist ook onder vrouwen opgeld doet. En dat is iets waar we toch even bij stil mogen staan als we bedenken dat pakweg een eeuw of anderhalf geleden vrouwen niet werden geacht zich seksueel te vermaken of te ontladen. Dat was voorbehouden aan mannen en de vrouw diende als opvangplek voor al het door hun partner voorgebrachte zaad, wat dan weer moest leiden tot zwangerschap. Dat een vrouw ook behoefte kon hebben aan een verlossend hoogtepunt was iets dat niet werd besproken. En masturbatie voor man en vrouw zat naar de normen van de toen zwaar het maatschappelijke (KERK)normbesef bepalende beleid en gevoel, in de verdomhoek. De geschiedenis van Onan uit de Bijbel vaak aangehaald als zondig en verspilling van zaad dat weer kon leiden tot nieuwe kleine mensjes die je tenminste kon dopen en aan de kerkvolkeren toevoegen. Op enig moment begon in de psychiatrie van toen een fenomeen de kop op te steken dat men omschreef als vrouwelijke hysterie. Vrouwen werden soms letterlijk bijna gek en kwamen dan in aanraking met de professionele hulpverlening van die jaren.

Toen die tot het inzicht kwam dat er iets fysieks ten grondslag lag aan die hysterie bedacht men na enige tijd en veel onderzoek een elektrisch instrument dat je nu mag zien als voorloper van alle hulpmiddelen die je via internet of speciale winkels gewoon kunt kopen voor de moderne naar ontspanning snakkende vrouw. Toen was dat zeer revolutionair, controversieel maar zorgde ook voor dusdanige verlichting van het leed (deels door de Victoriaans/christelijke moraal veroorzaakt) dat vrouwen na enige tijd als genezen de klinieken uitliepen en ineens wisten wat ze zouden willen van hun mannen. Niet dat die nu meteen begripvol reageerden. Indertijd was de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen nog best wel een dingetje. En in sommige culturen is dat nu nog zo. Een vrouw dient geen plezier te beleven aan de seksactiviteiten, de man dient dat plezier te voelen, de vrouw even niet. Die mag (be)dienen.  Bedenk maar eens dat in sommige culturen de vrouwelijke genitalien worden verminkt om dat plezier voor altijd weg te nemen. Hoe barbaars mag het zijn?

Dan is zelfs het plezier van het eigen lijf je voor altijd ontzegd. Chagrijn en wellicht hysterie het gevolg. Maar laten we het leuk houden. Het fenomeen van het zelf plezier maken zorgt voor veel ontspanning, bestrijdt slaapgebrek, je hoeft er geen ingewikkelde relaties voor op te bouwen en je mag alle tijd nemen van de wereld. En als we iets hadden in die coronatijd, was het dat wel. Overigens ben ik wel benieuwd naar onze wereld over een maand of wat. Want al die seksgedachten zullen toch ook wel weer leiden tot de nodige zwangerschappen. Behalve daar waar men slechts aan het eigen plezier heeft gewerkt natuurlijk….daar niet.  (Beelden: Internet – info uit het plaatje met cijfers dateert van voor de Cofid19-crisis )

Angstvirus…

Dat COVID-19 virusje is onzichtbaar, treft naar willekeur mensen die lijden onder een of andere al oudere aandoening of die boven op elkaar gestapeld leven, maar gaat toch aan de meeste deuren voorbij. Op het moment dat ik dit verhaaltje schrijf zijn in de hele wereld 4 miljoen mensen besmet geraakt (en getest..) en pakweg 150.000 mensen overleden aan complicaties die het een en ander veroorzaakten. Op een wereldbevolking van een paar miljard zijn dat toch relatief kleine getallen. Toch legt dit virus onze samenleving wereldwijd lam. In de meeste landen hield men zich aan de ophokplicht en nam beschermende maatregelen, de verspreiding ging daardoor op enig moment langzaam. Doofde echter nooit uit. Maar beste mensen, dat deed HIV of Ebolah ook nooit. Wie zich niet beschermt loopt kans op besmetting. En toch leefden we met al die ziekten alsof ze niet bestonden. Bij dat nieuwe Chinese virus zijn we collectief toch aardig in paniek.

We raken elkaar  niet meer aan, lopen in een boog om anderen heen, laten als bevolking hele stukken van ons leven afpakken door nieuwe protocols en zien een ritje naar de supermarkt als een uitdaging. Een angstcultuur is ons leven binnengelopen. Nu ben ik zelf niet zo bang uitgevallen, al zijn er best zaken waar ik wel wat angst voor heb. Linkse leugens bijvoorbeeld die kunnen leiden tot een veranderde samenleving zonder democratische inspraak. Of een dominante islam, dan wel andere kerkelijke organisatie of cultuur die ons allen zou willen bekeren of omvormen. Ik heb angst voor wat me ooit zal overkomen als ik moet gaan hemelen. Vooral omdat ik het nu nog zo naar de zin heb en nog zo veel moet leren over die wereld om me heen en alles wat er zich in beweegt. Maar echte angst voor dat virus heb ik niet. Ik bescherm me waar mogelijk maar besef me ook dat ik sneller een verkoudheid of griep overneem van iemand die zijn handen niet wast of in mijn richting niest.

Ik maakte ooit een chef mee die als hij nieste of hoestte dit in zijn handen deed en de restanten in zijn haar smeerde. Zijn handen wassen deed hij zelden (zichtbaar) dus was een lopende bron van ziektekiemen. Was hij een bijzonderheid? Ik vrees van niet. Toch had hij met tientallen mensen contact. Vast voor een deel ziek geworden. Zo gaan die dingen met besmettingen. Wat me wel opvalt dat mensen om me heen voor een deel redelijk angstig reageren op de pandemie. Komen zelden meer buiten, gaan eens per week naar de supermarkt, bezoeken verder niets meer dan plekken waar weinig andere mensen komen. Ook zitten ze nogal eens geisoleerd thuis.

In de hoop dat er af en toe iemand in de tuin naar ze zwaait……Lijkt me niet fijn. Men hunkert naar contact, wil knuffelen, maar durft niet. Immers, je zult net die ene tegenkomen die…Kwetsbare ouderen zijn primaire doelgroep, maar gek genoeg slaat het virus zonder aanziens des persoons toe en zie je dus dat heel wat flink jongeren ook worden geveld. Maar nog steeds, een grote meerderheid niet. We overleven dit wel. Om daarna te ontdekken dat onze wereld is veranderd. Dat wat voor zeker aannamen intussen is verdwenen. Zoals werk en inkomen, reizen en vakantie, dat tweede huis, die nieuwe auto of boot. Bedrijven vielen of vallen om, de wereldorde zet in op een nieuwe toekomst. Waarbij we niet meer kunnen doen wat we willen, maar slechts wat we mogen. Als er een complottheorie bestaat is het die van de milieufreaks die dit virus hebben losgelaten om zo de mensheid te straffen voor zijn vermeende misdragingen…… Over stikstof praten alleen de linksen nog. De rest zucht onder de angst. Een virus dat alles lamlegt. Nog meer dan dat verrekte Chinese Corona-virus. Wie ook bang is of vreest voor…mag het melden hoor….weest niet bevreesd! (Beelden: Yellowbird archief)

Hekel aan…

In de afgelopen weken werden we weer eens geconfronteerd met groepen jongeren die maling hadden aan de adviezen van de overheid ten aanzien van het gedrag teneinde geen Coronavirus op te lopen of te verspreiden. Het bleek bij deze groepen tegen dovemansoren gezegd. Ze hebben een ingebouwde afkeer van onze overheid, erkennen vermoedelijk ook het gezag daarvan niet. Andere cultuur, andere opvoeding, dus…. Dat geldt ook voor hun instelling ten aanzien van zaken die wij in ons liberale land normaal geaccepteerd gedrag vinden. Zoals het feit dat mannen op mannen en vrouwen op vrouwen kunnen vallen. Gewoon de weg van de liefde volgen en dat ook in het openbaar uiten. In bepaalde kerkelijke kring al niet zo lekker liggend, bij sommige culturen vaak leidend tot agressief en soms gewelddadig gedrag. De slachtoffers veelal lichamelijk beschadigd en mentaal gefrustreerd, de daders zelden vervolgd…. ”Omdat ze het al zo beroerd hebben met die integratie en omdat hun geloof al zo wordt afgewezen’.

Huh? Als er een groep niet wordt vervolgd of op uitingen beoordeeld dan juist deze. Laten we het eens bekijken vanuit Joodse kring. Ook daar lopen mensen rond die aan den lijve ondervinden hoe die genoemde groep jongeren meent om te moeten gaan met medeburgers met een joodse achtergrond. Ingebakken haat, het wordt er kennelijk thuis en in de familie of omgeving met turbodruk ingepompt, zorgt voor agressie en geweld. Wat is dat toch? Staat het in dat gekoesterde heilig boek van die lui. Zoals bekend mag heten heb ik zelf ook een gelovige achtergrond. Ik maakte me daar ooit als jong mens van los, maar houdt me ‘ergens’ wel aan de tien geboden en voel ook het verschil tussen goed en kwaad. Voel me zelfs akelig als ik ergens 150km/u rijdt waar je maar 100km/u mag. Hou me toch liever in. Ook al heb ik een hekel aan onzinnige beperkingen, zeker aan de soms door de overheid opgestuurde bonnen. Want mij weet die zelfde overheid die alles uit de genoemde groepen met de mantel der liefde bedekt, altijd weer te vinden.

En dat noem ik dus klassenjustitie. Geldt dus ook voor dat antisemitisme. Pak dat nou eens aan en benoem de dadergroepen. Het zal niet verrassen waar die vooral te vinden zijn. Dat je dan aangeeft dat het ‘ook elders’ voor komt is geen reden de hoofdgroep van daders aan te pakken. Toch? Geldt ook voor dat anti-homo/lesbo-geweld. Onacceptabel! En volgens de wetten in ons land strafbaar. Doe daar dan wat mee. Ik wil geen begrip tonen voor de wensen en verlangens van deze groepen ten aanzien van hun geloof of cultuur als dat omgekeerd ook niet het geval is. Geldt voor veel Nederlanders. En die zijn het al bijna 20 jaar zat dat de overheid er niets mee wenst te doen. Kennelijk in de greep van linkse rakkers en polcorridders. Ik heb een oprecht hekel  gekregen aan die lui. Net als aan milieufreaks, Grethisten, namaak-socialisten, notoire leugenaars, bumperklevers, onnodige linksrijders, maling-aan-corona-burgers, maar zeker ook aan hen die anderen het recht van bestaan ontzeggen. Stel je voor dat ik hetzelfde gedrag ging vertonen als die beschreven groepen dat doen. Hoe zouden mijn lezers en reaguurders dan om gaan met de meninggever?? Ben toch benieuwd….