Bossen vol geheimen…

Toen Nederland nog bang was voor ‘de Russen’ werkte men zeer nauw samen in NAVO-verband aan haar verdediging. En die verdediging was stevig, vrijwel zonder beperkingen op materieel en financieel gebied. De Amerikanen hielpen ons met een soort ijzeren paraplu tegen de nucleaire regen, tot we met onze Koninklijke Luchtmacht een vliegtuig in huis kregen dat elke vijand van dat moment aan zou kunnen, de F16. Tot die tijd hielp een Amerikaanse squadron supervliegtuigen het land verdedigen. En die waren gestationeerd op Vliegbasis Soesterberg. Naast wat Nederlandse toestellen was het 32e Fighter Interceptor Squadron van de USAF een van de best bewaarde defensiegeheimen van die tijd.

Men gebruikte toestellen die onze KLu zich niet kon of mocht veroorloven. Zoals de North American Super Sabre, of de fantastische F-102 Delta Dagger van Convair. Later kwamen er F-4 Phantoms naar Soesterberg en weer een paar jaar verder als ultiem verdedigingstoestel, de McDonnell-Douglas F-15 Eagle die al omhoog stijgend door de geluidsbarriere heen kon breken. Laat de Rus maar komen, hij komt van een koude kermis thuis! Die Amerikanen leefden in Soesterberg en omgeving, veelal in speciale wijken van die plaats en bemoeiden zich weinig tot niet met de Nederlandse bevolking. Er waren eigen winkels op de vliegbasis, de spullen daarvoor werden ingevlogen via Schiphol of met speciale transportkisten die de Amerikaanse luchtmacht in Europa gebruikte om haar vele bases te bevoorraden. Ik was als jeugdig spottertje maar ook later in mijn Schipholse werkleven, regelmatig te gast op Soesterberg. Die kisten, die sfeer, al die geheimen.

Geheimen die je slechts kon bevroeden. Niemand wist precies hoe het echt zat daar. Intussen is de basis met dank aan Minister van Defensie Kamp al enige jaren gesloten. De vijand wordt geacht zich te wenden tot de Luchtmachtfilialen op Leeuwarden of Volkel als men even wil sparren. Soesterberg is nu de thuisbasis voor het Militair Museum, er zal op een deel van het terrein worden gebouwd en men stelde de bossen open. En juist die laatste opening is waarover mijn verhaal nu gaat. Welk een prachtig gebied. Gelegen naast de Paltz waarover ik al eens eerder een blogverhaal schreef. En midden in die fraaie groene omgeving (wandelen en fietsen) vindt je nu ondergrondse en bovengrondse bunkerstelsels. Indrukwekkend veel zelfs. Munitiebunkers, met speciale (enorme dikke)deuren en daken die er vanaf kunnen springen bij een onverwachte explosie.

Vaak zit er nu iets kunstzinnigs in, zoals je bij meer forten in ons land tegenkomt. Cultuur als tegenwicht voor militarisme. Het ‘parkgebied’ is heuvelachtig, er zijn bekkens voor drinkwater (vroegere bluswaterbakken) en er loopt en vliegt al het nodige rond dat in een beetje oerbos niet zou misstaan. Heuvelachtig, uitkijkplaatsen waar je een paar trappen voor op moet, en simpele verbindingen met Soest en Soesterberg. Ik liep er met dubbele gevoelens. Ik ben denk ik toch te veel van de goede defensie, zeker in tijden als nu, van de supervliegtuigen en de wetenschap dat die oude paraplu van toen niet in de schuur hoort te staan naast kunst maar uitgeklapt tegen alles wat een eventuele vijand over ons kan uitstorten. Hoe dan ook, en alle meninggeefblognostalgie terzijde schuivend, een prachtig gebied en een aanrader om er eens heen te gaan. Maak dan van de gelegenheid gebruik om ook dat prachtige militaire museum te bezoeken. Waar nog een deel van de oude Amerikaanse vloot te zien is ook. Zeker als die corona-ellende achter de rug is, een uitstapje met een uitroepteken. (Beelden: Yellowbird)

Geluidgevoelig…

Sinds mijn vroege jeugd heb ik naast een oog voor schoonheid ook nog eens gevoelige oren. Wat mooi oogt klinkt meestal ook zo. En dat vertaalt zich in een bijna programmatische optelsom in de hersenen. Zo weet ik nog hoe een Renault 4CV klonk, of een Dakota die over ons huis vloog op weg naar Hannover op een vrachtvlucht van KLM. De startmotoren van vroegere jets, of het brullende geluid van een Harley-Davidson motor. Een pruttelende DKW of Trabant, het staat me net zo bij als de lucht van tweetakt uit de uitlaten van die wagens. En neem van mij aan dat ik er zo gevoelig voor ben dat ik bij stille beelden die geluiden meteen terug weet te halen. Die gevoeligheid werkt ook in negatieve zin. Gevoeligheid voor geluid kan ook leiden tot negatieve associaties. Zoals die flat waar we ooit woonden en waar zowel boven- als benedenburen zoveel herrie maakten dat we er niet van konden slapen soms.

Om het over op buizen slaande andere buren die ook wilden slapen en zich stoorden aan hen die daar kennelijk nog niet aan toe waren maar niet te hebben. Of de stem van mensen met wie ik ooit te maken had en die bepaalde dingen oreerden die me altijd zijn bijgebleven. Niet alleen door de inhoud van het gezegde, ook door stem en intonatie. Je bent er maar mee behept. En ik vertaal ook de namen van artiesten op die wijze. Hoor meteen het geluid van zang- of spreekkunst als zo’n  naam passeert. Prince bijvoorbeeld, waar ik ooit een concert van meemaakte in de Kuip. Ik zag de man slechts met behulp van een verrekijker. Niet alleen omdat hij zelf klein van stuk was, maar ook omdat we zo’n beetje aan de andere kant van het Rotterdamse stadion zaten. Maar naast ons stond wel een enorme geluidsbox. En daar kwam de toch wat pieperige stem van Prince goed hoorbaar uit.

Net als 10.000dB aan basgeluid. Mijn oren toeteren nu nog. Als ik de naam van Trijntje Oosterhuis hoor, moet ik altijd denken aan de Walkure. Maar dan een die zo hard schreeuwt dat de bergen rond de Rijn zouden instorten en de rivier er onder versperren. Ingetogenheid is haar vreemd. Dat alles vertellen mijn oren me. En ja, ik heb ook een van haar concerten ooit gevolgd. Die stempel komt niet van niets natuurlijk. Maar toch blijft het mooiste om de herinneringen te koesteren aan de vele vliegtuigen waarmee ik te maken kreeg in mijn leven en uiteraard ook de auto’s. Van die vliegtuigen heb ik de nodige CD’s waarop die kisten van toen te horen zijn. En telkens weer een feest om even terug te kijken naar hoe het leven vroeger was. Geen afstand, gewoon observeren, genieten, beeld en geluid combineren. Het is een waardevolle toevoeging aan mijn liefhebberijen en was dat ooit ook van mijn professionele leven. Nog iemand die dit kent of heeft? Maak van je hart geen moordkuil en deel je ervaringen hoor….Juist in Coronatijd een prima afleiding… (Beelden: Yellowbird archief)

Ook bij ons zeer bekend…Chevrolet…

Vraag iemand als uw meninggever aan welke auto hij nou heel speciale herinneringen hebt en je krijgt al snel als antwoord….de Chevrolet Impala van 1959. Een auto met dusdanig fraaie lijnen en vleugels op de achterkant die nog het meest leken op sierlijk gevormde strijkplanken dat je er wel verliefd op moest worden. Maar jaren eerder had mijn ooit hier beschreven ‘Ome Leo’ al een geweldig fraaie Stylemaster uit 1948 (zie ook: Leven met de Vliegende Pijl deel 1a -1-7-18)waarmee we vaak als gezin met hem samen naar Limburg reisden. Chevrolets waren na de oorlog ook aardig talrijk in ons land. Ze waren groot, kostten niet te veel en benzine was nog aardig betaalbaar. Daarbij waren ze goed leverbaar en door de bevrijding populair.

Het merk zelf stamt qua afkomst al uit 1911 en werd kort daarna overgenomen door General Motors. Het werd door de jaren heen eigenlijk constant gezien als rechtstreekse concurrent voor Ford. Voor de oorlog keurig nette wagens die o.a. door doktoren en juristen werd gebruikt, na de oorlog door een veel breder publiek. Als je nu ziet welke wagens dat merk voortbracht is het ongekend dat het tegenwoordig compleet van de markt is verdwenen. General Motors nutte het door de crisis compleet uit en ging zelfs zo ver dat het Koreaanse Daewoo’s als Chevrolets ging vermarkten.

Voor de ware liefhebber is het toch het merk van de grote wagens, met een zoemende V8 voorin en elk jaar een nieuw aangepast model. Van de BelAir, via de Impala naar de Corvair, waarbij de motor voor de verandering achterin was gezet om ze de concurrentie met VW aan te kunnen. Het werd een mislukking al werden er toch enorme aantallen van gebouwd en verkocht. Maar het imago werd door sommige critici bijna compleet de grond in geboord. Chevelle en Caprice poetsten dat imago later weer op. Zeker ook in ons land waar deze wagens vaak werden gebruikt als taxi of onderdeel van een bruidsstoet of uitvaart.

Bij de Caprice uit 1977 kon je al kiezen uit verschillende motoren en kreeg je auto een met een geweldige bouwkwaliteit, enorme ruimte, en een gewicht dat soms bijna 2 ton haalde. Voor ons Europeanen die toen nog in piepklein en goedkoop geloofden was dat even wennen. De verkopen namen ook nog wat af omdat de oliecrisis van 1973 de literprijzen voor benzine omhoog stuwden en voor Amerikaanse benzineslurpers lastig bleek te zijn.  Vanaf de jaren tachtig kwam Chevrolet met compactere wagens met een lager gewicht en nam men soms zelfs een viercilindermotor voor lief. Mits je geen Camaro of Corvette kocht want die waren bedoeld voor het uitbouwen van een sportieve imago en ook om je te onderscheiden van de massa. Wat aardig lukte. De foute marketingtruc om Chevrolets uit Korea te gaan verkopen of onder de merknaam Opel uit te  brengen heeft het merk geen goed gedaan. Jammer maar helaas.

En dus is het nu vrijwel volledig verdwenen van de Europese en ook Nederlandse markten. In de VS zelf nog steeds aardig verkocht. Met grote SUV’s, Pickup’s en die lijn sportieve wagens natuurlijk net zo bekend als revolutionaire maar toch wat geflopte elektrische Volt/Bolt. Maar toch een merk dat er zijn mag. Al was het maar om die mooie herinneringen aan die Chevy’s waar ik zelf nog eens in werd vervoerd…..(Foto’s: Yellowbird archief)

Aantrekkingskracht…

Tuurlijk, het ligt aan mij. Mijn observaties zijn uiteraard puur persoonlijk en vol van fantasie. Ik deelde al eerder in de afgelopen blogjaren wat ik zoal om me heen zie en welke conclusies mijn (soms verdorven)geest dan daarbij maakt. Ik zie vaak matig communicerende paren, chagrijnige uitstraling tentoonspreidende mannen en vrouwen, ouders die hun kinderen niet in bedwang houden en zo meer. Ook zie ik soms heel liefdevolle taferelen waarvan ik al doordenkend hoop dat die ergens op een verborgen plekje vervolg krijgen. Mensen zijn een zeer interessante en vooral onuitputtelijke voedingsbodem voor mijn blogfantasie. Ik kijk, zie, maar bedenk toch iets anders. Niet zo lang geleden, we zaten ergens op een leuk en warm terras aan het water, stopten er twee mensen van een jaar of 45, om hetzelfde te doen.

Ze reden op de fiets, waarbij de man de indruk maakte dat hij was voorbereid op een plotselinge sneeuwbui, de vrouw liet zien dat zij nog behoorde bij de aantrekkelijken dezer Aarde. Ik observeerde haar kledingkeuze, de designer-zonnebril, de strakke broek. Zag er als totaalpakket goed uit, mede doordat haar kapsel zat alsof ze zo van de kapper was gekomen. En dat terwijl ze vast een stuk hadden gefietst. Ze streken naast ons neer. De lichte parfumgeur van haar combineerde met een wat vreemde zweetgeur van zijn kant. Alles aan de man was naar mijn idee saai en grauw. Ook zijn gezicht toonde weinig aantrekkelijks. Toch waren ze al snel innig in gesprek, ze dronken een wijntje, keken naar dat wat zich afspeelde rond het terras en spraken zacht tegen elkaar als twee jonge geliefden. Ik snapte het niet. Ik zag de klik niet, de smaak van de vrouw voor een toch wat ‘bijzondere’ man. Omgekeerd prees ik hem in mijn gedachten wel om zijn smaak. Mooie vrouw, aantrekkelijk en dartel pratend. Sophisticated. Zou dat met geld van doen hebben? Moest wel.  De fietsen waren van de wat duurdere soort, een goed bekend Nederlands merk met echt alles er op en aan. Het mocht wat kosten. Vermoedelijk reed hij normaal in een lease-Mercedes, zij in een leuke Mini of zo. Maar nu op de fiets. Toen wij vertrokken van dat terras zaten zij er nog. Hand in hand, genietend van de zon en elkaar. Zeer gegund. Maar niet begrepen…Uw meninggever moest er even over nadenken…… En schreef daarom dit blogje….Kan iemand het me uitleggen wat de een in de ander ziet en waarom??? Ben benieuwd naar de reacties…(Beelden: Internet/archief)

Leven met de Vliegende Pijl – Hoofdstuk 52 – Fabia en meer…

Toch had ik bij de Marketing Round Tables ook wel eens een klein zakelijk meningsverschil uit te vechten met die slimme Alfred Rieck. Want bij de Fabia was niet alles alleen maar Hossanah in de Hoge. De Tsjechen bedachten ook een erg lelijke variant op het thema, de sedan. Gewoon een Fabia Hatchback, die om een of andere reden een vrij lelijke ‘kont’ opgeplakt kreeg. Kennelijk omdat er in Finland, Griekenland of verre deelstaten van Rusland belangstelling voor bestond. Om de kosten te drukken moesten ook de West-Europese markten mee doen om die wagens te verkopen. Toen mij tijdens een MRT in Frankfurt werd gevraagd hoeveel van die sedans ik wilde bestellen voor onze markt, gaf ik aan: ‘nul’. Het was voor het eerst dat Alfred Rieck me boos aankeek. Wij hadden nooit echt ruzie, maar over deze auto en diens verkoopkansen waren we het niet eens. En wat mij betreft tot nu toe nog steeds terecht. Sedans waren (en zijn) geen handel in ons land. Het marktaandeel van soortgelijke Volkswagens (de Polo kende in Nederland ook een weinig succesvolle sedanversie) was bijster klein, met Skoda moesten we dus rekenen op flink wat winkeldochters als we zo door zouden gaan.

Vanaf ‘maximaal 50’ onderhandelde Skoda via Cees Hoekstra en mijn verkoopcollega naar 200 stuks van deze foeilelijke Fabia-versie en ik kan gerust stellen dat ik volkomen gelijk kreeg v.w.b. de vermarkting. Niet te verkopen die dingen. Maar toen was het al te laat. Intussen gingen de Marketing-gesprekken al weer over andere modellen na de Fabia. Skoda had grootse plannen. Wilde komen met een ‘Uber-Octavia’ die vooral in het segment van de bovenste middenklasse een rol van betekenis zou kunnen spelen. Als ik de specificaties van die eerste ontwerpen bekeek moesten we denken aan een tegenhanger voor de Audi A6, of Mercedes E-Klasse, maar dan tegen een veel lagere prijs. Gezien het net wat opgevijzelde imago voor het merk zou het naar mijn idee nog een hele kluif worden om deze wagen goed in de markt te zetten.

Hij had weliswaar veel mee, maar ook best wat zaken tegen. Toch gaf ook deze auto weer extra veel hoop voor de toekomst. Het gamma werd breder en breder en we zouden als merk straks een steeds groter deel van de markt kunnen bedienen. De introductie van de nieuwe auto, later aangeduid als de Superb, werd gezien voor 2001. In de periode daar aan voorafgaande werd internationaal tijdens die marketingbijeenkomsten veel gepraat over de kansen en mogelijkheden. Als ik achteraf terug kijk naar wat voor auto dit in feite was geworden moet ik stellen dat de verwachtingen heel wat hoger waren dan de uitkomsten. Ook al was het een meer dan puike en zeer comfortabele auto, die het platform deelde met een in China verlengde VW Passat-bodemplaat en rijkelijk mocht worden gewinkeld in de schappen van zowel VW als Audi voor de motoren. Voor veel dealers was het een ultieme demonstratiewagen. Ook dat was wel iets waard. Ze schaamden zich niet meer voor hun eigen merk en gingen zelfs met hun caravan er achter in de grote Skoda op vakantie. Wordt vervolgd! (beelden: Yellowbird archief/Skoda)

 

Koninginnedag….

Ja…u leest het goed. Ik gebruik de oude term nog voor een fenomeen waar ik nu al decennia lang achteraan loop. De viering van Koninginnedag. Ook al moet dit dat perse Koningsdag heten en is de datum veranderd van 30 april naar de 27e. Ik heb niks bijzonders met het koningshuis hoor, maar ben wel Nederlander van geboorte en ook qua gevoel en gedrag in hart en nieren. Wat inhoudt dat ik ook de ons bekende feestdagen koester en waar het kan vier. Zeker als je dan de sfeer proeft die met name in onze mooie stad heerst. Ook al is die dan tegenwoordig anarchistisch en semi-communistisch bestuurd, die koningsdag blijft nog even. Tot ook dat niet meer mag vanwege de overlast of uitstoot. Want 500.000 bezoekers aan de stad is een gruwel in Groenlinkse ogen. Maar dit terzijde. Waarom pleit ik dan voor Koninginnedag? Omdat ik denk dat onze Maxima een geweldige koningin is. Als iemand het woord vrouw een diepere betekenis geeft, dan zij. Voorbeeld voor veel vrouwen in dit land.

Charmant, slim, soms zelfs wat sexy. Moeder, maar ook zakenvrouw. Lief maar vast ook heel Argentijns fel als WimLex iets doet dat haar niet bevalt. Een vrouw naar mijn hart. En dus zou ze een eigen feestdag moeten krijgen. Maar dat zal wel niet gebeuren. Tradities en zo. En die tradities vul ik elk jaar min of meer gelijk in. Met zoektochten over de vrijmarkten. Ik zoek wat ik niet meteen nodig heb, maar huiver bijna van genoegen als ik er dat vind wat ik niet verwachtte. En ik ben al met heel wat terug gekomen dat echt de moeite van het ophalen waard was. We maken er altijd een dagje van. Met tussenpozen. Af en toe een pauze. Even thuis op adem komen en dan weer op stap. In de stad is zoveel te doen, het is er zo gezellig, en de mensen zijn dan zo met elkaar eens dat een open samenleving van twee kanten moet komen dat er zelden of nooit iets vervelends plaatsvindt. En als dit wel zo is, dan vooral door de vele drank die er ook bij Koningsdag doorheen gaat. Want ondanks alle regels wordt heel wat drank gewoon op straat verkocht door lieden die wel een centje extra willen verdienen. Wat ze wat mij betreft gegund is.

Onze tradities lopen langs andere paden. Letterlijk en figuurlijk. Op een van onze routes stoppen we altijd even bij een ons bekende en fameuze banketbakker in Zuid en kopen daar een kroketje van de hoogst mogelijke kwaliteit. Al dan niet met broodje. Lopen maakt hongerig. En dan krijgen we daarbij als aardigheidje een klein glaasje oranjebitter aangeboden. Proost! En daarna moeten we de terugweg weer doen, die net zo lang is als de heenweg. Heel vreemd, maar dat is al eens door geleerden uitgelegd hoe dat werkt. Hoe dan ook…..ik wens u allen een fijne Koningsdag toe morgen en hoop dat het weer ons allen helpt om er een leuk feestje van te maken. Uiteraard ook voor Willem-Alexander en zijn Maxima. Want die vieren ook nog zijn verjaardag. In Amersfoort en daarna in huiselijke kring.  Nou majesteiten…..pjjjjoooossst…!! (Beelden: Yellowbird archief)

Angie Dickinson – kent u haar nog?

Zo af en toe krijg ik ineens een soort brain wave en moet dan zomaar ineens denken aan intussen vergeten filmsterren. Vaak vrouwen, die maken nu eenmaal meer indruk op me dan mannen, u wilt me wel vergeven in deze gender neutrale wereld anno 2019. De naam die me onlangs te binnen schoot was die van Angie Dickinson. Een in haar hoogtijdagen erg interessante en knappe verschijning die heel wat films met haar persoonlijkheid vulde en ook in series de nodige rollen mocht spelen. Geboren in 1931 is ze nog steeds levend en wel en dus intussen 88 jaar oud. Dickinson dankt haar achternaam aan haar eerste echtgenoot. Dat was een American Footballspeler. Ook in die periode nam ze acteerlessen en startte haar carrière. Als je ziet in welke series en films ze allemaal speelde duizelt het zowat. Ongekend. Ze was opvallend omdat ze ondanks haar uiterlijk weigerde om typische blondevrouwenmetweinighersens te spelen. Ze had een afkeer van het type Marilyn Monroe of Jayne Mansfield. Niet zo gek als je weet dat Dickinson in haar jonge jaren een graad in ‘handelswetenschappen’ behaalde. Inhoud wilde ze, charisma had ze.

Haar doorbraak voor de TV behaalde ze in de serie ‘Police Story’ die later een spin-off kreeg met haar in de hoofdrol. Vier jaar lang was ze in die reeks (Police Woman) te zien. En ze bleef actief als actrice tot het begin van deze eeuw. Later deed ze nog mee in een soort liveshow waarin mensen tegen elkaar pokerden. Als goede pokeraarster voelde ze zich daarin prima op het gemak. Dickinson was tussen 1965 en 1980 getrouwd met Burt Bacharach waarmee ze een dochter kreeg die helaas leed aan allerlei aandoeningen en zichzelf in 2007 van het leven beroofde. Haar echt allerlaatste rol speelde ze op 76-jarige leeftijd in Mending Fences, een Tv-film. Daarna werd het stil om haar persoon. Je kunt je voorstellen dat ze na het overlijden van haar kind ook geen zin meer had. Daarbij zijn oudere actrices ook niet meer zo gevraagd in het moderne mediawereldje. Angie Dickinson, wie in de jaren zeventig tv keek zal haar wellicht nog kennen als Leann ‘Pepper’ Anderson. Een ook in ons land uitgezonden serie met haar in de hoofdrol. Of ze daarna nog bij de gemiddelde Nederlander in de herinnering is gebleven is de vraag. Een vraag die ik met dit verhaaltje even trachtte in te vullen of beantwoorden. (Beelden: Internet/Wiki)

Talentvol rijkeluiskind…

Tijdens de afgelopen maanden deden we iets wat al langer in de planning stond, maar er zelden van kwam. DVD’s kijken. Het was buiten te warm en die DVD’s bekijken we dan en voeren ze daarna af richting Kringloopwinkel of naar hen die er ook lol aan beleven. Een van de bekeken series was de door ITV geproduceerde reeks Trial & Retribution. Een Britse detectivereeks die we ook op TV nog wel eens voorbij zagen of zien voorbij komen. Stevige verhalen met korte shots en aardige dialogen. Een van de meest opvallende karakters is DCI (Detective Chief Inspector) Roisin Connor. Een dame met haar op haar tanden die het niet alleen met haar chef aan de stok heeft maar ook tot het gaatje wenst te gaan om daders op of aan te pakken. De hoofdrolspeelster voor dit karakter is Victoria Smurfit. Een van oorsprong Ierse blondine uit een rijk Iers geslacht. Met een behoorlijke staat van dienst op het gebied van acteerprestaties. Van de series waar ze te zien is werkt ze vaak hele reeksen af door de jaren. Maar ook films zijn haar niet vreemd.

Ze speelde o.a. de gemene Cruella de Vil in de ABC-reeks ‘Once upon a time’. Maar ook een rol in een serie over Dracula ging ze niet uit de weg. Smurfit is nu 44 jaar en een aantrekkelijke dame. Dat ze in haar eigen leven ook niet echt als doetje bekend zal staan bewees ze door na een huwelijk met de ook al Ierse reclameman Douglas Baxter wat 15 jaar duurde en twee kinderen opleverde. In 2015 was het over en uit. Intussen woont de aantrekkelijke Smurfit in Santa Monica (Cal.) waarmee ze dichtbij de producenten en studio’s leeft waar al dat fraais vandaag komt dat haar talenten doet glanzen. Ik vind het persoonlijk een erg interessante en zelfs sexy actrice. En dat terwijl haar huid niet meteen van de allerzuiverste soort lijkt te zijn. Maar dat weerhoudt haar er niet van om de rollen die ze speelt neer te zetten met een eigen karakter. Met dat kenmerkende Ierse accent. En een prachtig lijf. Jammer dat die DVD’s intussen zijn verdwenen. Maar ja…we hebben de foto’s nog. (Beelden: Wiki/Internet)

Nicola Walker – Ingetogen acteren…

Pas onlangs ontdekten wij de geneugten van de Britse Tv-zender BBC First. Niet alleen omdat men daar zoals gewoonlijk goede series en films brengt, maar ook omdat men zich met deze zender richt op het Europese publiek, meer met name ook, het Nederlandse. Aardige en soms ook best wat flauwe series komen er ondertiteld voorbij, maar een van de toppers was de serie Split waarin o.a. de Nederlandse acteur Barry Atsma een leuke rol vervult. De hoofdrol van deze serie die zich afspeelt in de Londense advocatenwereld, is voor een actrice die ik echt graag een keer zou willen ontmoeten bij een Cuppa Tea. Nicola Walker heet de dame en haar grote kracht is, zo hebben we door de jaren heen ontdekt, vooral gezichtsuitdrukking en het vrijwel altijd aanwezige gebrek aan overdreven volume bij het spreken. Haar acteerprestaties zijn op het hoogste niveau en haar blikken die altijd iets melancholieks of droevigs in zich dragen uniek en ongekend.

Welke rol ze speelt, en ze speelde er tientallen in films van naam of Tv-series, het is spot-on en bingo qua emoties. Het liefst speelt ze karakters met een levensprobleem. Een katholieke pastor met een actieve lesbische verhouding die niet mag van de kerk maar wel wordt gedoogd. Of in die genoemde reeks een advocate die valt voor hunk Barry, intussen grote zaken moet winnen en ook de familie bij elkaar moet houden. Nergens geschreeuw of geblèr, nergens over-acted, alles binnen grenzen. Soms denk je wel eens dat Mrs. Walker zichzelf speelt. Vandaar die behoefte haar eens te ontmoeten. Ze is overigens keurig netjes getrouwd en heeft een zoon hoor, dus geen rare gedachten. Daarbij is ze van 1970 dus ook nog wat piep i.v.m. uw toch inmiddels wat oudere Meninggever.

Grappig is om terug te lezen dat haar ouders een totaal verschillende opinie bezaten rond haar wens om te gaan acteren. Haar moeder vond dat een goed plan, haar vader juist het tegenovergestelde. Als je ziet in welke films en series ze speelde en ook nog eens wat ze op het toneel allemaal deed, is het bijna ongelooflijk dat wij haar in ons land maar nauwelijks kennen. Nou ja, uit een enkele detective-reeks of uit die eerdergenoemde reeksen bij BBC First of Netflix. Dat gezicht is meteen bekend als je haar ziet.  Althans voor mij wel. Omdat het ook net lijkt of zij totaal nooit is opgemaakt. Of haar lokken de kapper maar nauwelijks zagen en haar kledingkast min of meer te vinden is bij de lokale kringloopwinkel. Maar dat is meteen haar kracht ook. Geen glamour, geen flauwekul, maar acteerwerk op het hoogste niveau. Ík ben fan…..nu jullie nog. Onthoudt die naam….Nicola Walker! Grote ster, maar slechts te zien met een duidelijke kijker….

 

Borgward komt terug

Geef Chinezen een vinger en ze pakken je hele hand. Zo gaat dat zeker vaak in de wereld van het grote geld en het zakendoen. Chinezen kochten intussen heel wat bedrijven en merken op in het westen en bouwen dan de boel om tot iets wat lijkt op… maar het net niet meer is. Laten we wel zijn voor veel mensen van mijn generatie is bijvoorbeeld Borgward een automerk om te herinneren. Ook al ging het al in 1961 failliet. De enige grote autofabriek van Noord-Duitsland met schitterende auto’s als de Isabella in de showroom en nog wat submerken als Hansa en Goliath onder haar beheer. Borgward was indertijd best wel een merk van enige statuur. Wie zo’n auto kon rijden was vaak directeur van een eigen textielfabriek of scheepswerf.

Nu, na een jaar of 55 is Borgward op de weg terug. Niet meer in eerste instantie uit Duitsland afkomstig maar uit China. De Chinezen kochten een paar jaar terug de merkrechten en beloofden dat ze er iets nieuws van zouden bakken. Met o.a. elektrische SUV’s, een markt daarvoor was zeker in China zelf zeker te vinden en die historisch sterke westerse naam goed voor de verkopen. Maar Borgward gaat ons verrassen. Want men komt ook met SUV’s met een meer dan betaalbare prijs waarin men een tweeliter benzinemotor monteert die 224pk gaat leveren en standaard vierwielaandrijving kent en een geflipperde zesbaks-automaat. De auto wordt aangeduid als BX7 en moet het kunnen opnemen tegen de gevestigde orde van o.a. VW en BMW.

Daartoe krijgt de nieuwe Borgward ook een vracht aan extra’s mee die je elders extra moet betalen. De prijs moet ergens rond de 45 mille komen te liggen en dat is dan nog maar het eerste model. Een kleinere BX5 en een BX-6 met coupe-achtige lijnen komt er aan, net als die beloofde elektrische versies. De wagen wordt in China al op de lopende band gebouwd en het zal niet te lang duren voor je in Duitsland de eerste exemplaren van dit retromerk kunt kopen. Later willen de Chinezen ook weer terug naar de wortels van het merk als ze de Borgwards voor Europa in Bremen gaan bouwen. Dat kent vele voordelen, ook v.w.b. de zekerheden die de moderne Euro-NCAP botsproeven en uitlaatgastests betreft. In Duitsland werkt met op moderne wijze via internet samen met Sixt, de autoverhuurder. Die zal er zelf wel een aantal gaan inzetten. Volgens de Duitse autopers komt Borgward in eerste instantie beschikbaar in Duitsland, Frankrijk en Italie. Men zoekt voor de kleinere Europese landen nu al naar importeurs en dealers. Want de opmars van Borgward zal niet te stuiten zijn. Zo zelfverzekerd is men wel. En ik denk…terecht! (Beelden: AMuS/Internet)