Klassieke schoonheid…

Klassieke schoonheid…

Ze is intussen de 70 gepasseerd, heeft vier huwelijken achter de rug, kreeg vier kinderen, maar staat mij vooral bij om haar jeugdige schoonheid tijdens de jaren van haar acteercarriere; Jane Seymour.

Kind van een Pools-Joodse vader met een Engels paspoort en een Nederlandse moeder was haar geboortenaam Frankenberg en werd haar naam door de filmcarriere bepaald. Beide ouders waren bekendheden in hun eigen beroep en een goede opleiding was wat Jane derhalve meekreeg. In 1969 debuteerde ze in een muzikale komedie, later was ze te zien in de Onedin Line (ook hier een bekende TV-serie) en de James Bondfilm ‘Live and let Die’. Haar uiterlijk en spel waren zodanig dat ze lovende kritieken oogstte en in verschillende producties voor tv of filmdoek mocht aantreden. East of Eden was er zo een, The Woman he Loved uit 1988 een andere. Maar ze was ook te zien in de mateloos populaire tv-serie ‘Battlestar Galactica’ waar ik haar zelf door leerde kennen.

Later speelde ze o.a. ook in ‘Dr.Quinn, Medicine Woman’ een tv-serie die maar liefst zes seizoenen duurde en haar de nodige prijzen opleverde. Talloos haar vele rollen daarna. Haar uiterlijk prachtig, klassieke schoonheid en dan gecombineerd met dat typisch Britse wat ook Amerikanen zo aanspreekt. Intussen verliep ook haar priveleven niet zonder slag of stoot. Haar partnerkeuze niet altijd even logisch, al bracht het haar vaak wel weer in bekende acteerkringen via familiebanden. In 2005 koos ze voor de Amerikaanse nationaliteit. Handiger voor wat ze allemaal intussen deed of nog van plan was. Ze bemoeit zich met charitatieve instellingen, schreef diverse boeken waarmee ze andere mensen kon helpen die motivatie zochten voor werk of het priveleven.

Ze ontwikkelde een eigen modelijn, gaf liefdesadviezen (logisch, want ervaringsdeskundige), vond haar weg in een juwelenlijn en kreeg zelfs een enorme blauwe diamant naar haar genoemd. Ze vliegt nog steeds de hele wereld over voor haar nieuwe werk. In films en tv-series zien we haar nog maar zelden. Reden is simpel, de rollen voor wat oudere actrices zijn nauwelijks te vinden. De laatste dateert nog wel van dit jaar. Maar is nog nergens in onze streken te zien geweest. Hoe het ook zij, ze kan terugkijken op een enorme lijst van rollen die ze wel mocht spelen. Ik vond er in het vooronderzoek van dit blog alleen al zo maar ruim 100. En dat doen veel actrices haar niet na. En die schoonheid bleef. Een klassieke uitstraling, prachtig! (Beelden: Internet/Wiki)

TROS-gezicht..

TROS-gezicht..

De Dionne Stax van de jaren 60-70-80 was voor mij toch vooral Willy Dobbe.

Oer-Nederlands, knap, mooie stem, en typerend voor de omroep die zij zovele jaren zou dienen, de TROS. De fraaie dame werd geboren in 1944, startte haar carriere in 1967 als omroepster bij de NTS, voorloper van de huidige NOS. Zij presenteerde ook middagprogramma’s en werd zeker bekend toen zij samen met de Belgische collega Jan Theys het spelprogramma ‘Zevensprong’ op de buis neerzette met charme en flair. Schandalen waren haar vreemd. Een dame in doen en laten en altijd perfect verzorgd. Je zou er verliefd op kunnen worden en de kijkers van de toen nog best wat vernieuwende TROS werden dat. Mateloos populair die vrouw. Dat nutte ze zelf aardig uit door o.a. reclamewerk aan te nemen wat de kas thuis aardig spekte. Ooit presenteerde ze ook het Eurovisie-Songfestival toen dat in Nederland werd gehouden.

Zo zeer was Willy Dobbe al een levende legende dat zelfs de VPRO haar naam benutte voor de kolderieke reeksen van Wim T. Schippers, die een aantal van de door hem bedachte series qua buitenopnamen deed in het fictieve ‘Willy Dobbeplantsoen’. En dat vele seizoenen lang. Dat plantsoen ging een eigen leven leiden toen de Gemeente Olst in september 1997 besloot om een kopie van dat fake-plantsoen in het echt ook aan te leggen. Het werd geopend door de intussen gestopte presentatrice samen met de bedenker Wim T.Schippers. Willy Dobbe stopte met haar TV-carriere toen ze nog maar 44 jaar oud was. Een ander leven wachtte haar. Die sierlijke verschijning en dat mooie stemgeluid verdwenen van de buis. Gezien haar leeftijd zal ze nu vermoedelijk in alle rust genieten van haar pensioen in een of ander mooi oord. Ik wens het haar toe. En die TROS? Tja, die ging samen met de AVRO en verdween vrijwel in de vergetelheid. Net als de oorspronkelijke filosofie van die omroep. Wat zouden we die in deze tijden van al te linkse media goed kunnen gebruiken. Maar dat is een ander verhaal waardig….(Beelden: Internet/Wiki)

Kasteel aan de Angstel…

Kasteel aan de Angstel…

Bij een toevallige rit via via naar onze thuisbasis onlangs, ontdekten we onderweg ineens een kasteel waarvan wij het bestaan al die jaren nooit eerder hadden ontdekt.

OK, het ligt wat verscholen, het kent geen grote militaire geschiedenis wellicht zoals die meestal in de vaderlandse boeken op dat gebied werd opgetekend, maar toch de moeite van het vermelden waard. Kasteel Loenersloot gaat dit blog over. Prachtig gelegen aan de op dat punt vrij smalle Angstel, de verbinding tussen Amstel en Vecht, werd dat kasteel al in de 13e eeuw op de kaart van onze historie ingetekend. In eerste instantie bouwde men slechts een verdedigingstoren, in de loop van de eeuwen die volgden werden diverse families eigenaar van die toren en bijbehorende gebouwen, maar pas in de 19e eeuw voorzag men de toren van kantelen en werd het aanpalende kasteel tot wat het nu is. Met de bossen er omheen werd het geheel een prachtige buitenplaats waar je als bezoeker ook deels in mag wandelen.

De adelijke familie die het kasteel ooit als laatste bewoonde droeg het in 1985 over aan een Stichting die het beheer van slot en omgeving op zich zou nemen. Sinds 2011 is het beheer van dat hele spulletje in handen van de Stichting Utrechts Landschap welke haar taken gezien de staat waarin alles verkeert zeer serieus neemt. Zo is het Kasteel intussen een beschermd monument en mag je er op gezette tijden even een kijkje nemen, uiteraard met een gids als begeleiding. Over de eventuele militaire geschiedenis van het Kasteel kon ik niet zoveel vinden. Het lag ooit aan die toch best belangrijke vaarweg tussen Amsterdam en Utrecht, als je nu in de omgeving kijkt zie je alleen maar provinciale en snelwegen in de omgeving.

Het Kasteel ligt ook op steenworp afstand van de spoorlijn tussen die twee grote steden en het Amsterdam-Rijnkanaal ligt op ongeveer dezelfde afstand ten oosten van het landgoed. Juist dat maakt het Kasteel dat wij nu ontdekten tot zoiets bijzonders. Omsloten door bomen en struiken is het in de zomer vrijwel niet te zien vanaf de weg of het water, al hebben de bootbezitters die de Angstel afvaren (niet te grote plezierscheepjes kunnen met passen en meten onder de voor het kasteel gelegen ophaalbruggetje door) wellicht een net even beter zicht op het perceel. Hoe dan ook, een mij tot recent onbekend Kasteel dat ik met veel plezier bekeek en daarna in een blogverslagje hier neerzette. Het ligt aan de Rijksstraatweg in Loenersloot, niet te ver van de Provinciale Weg N201 Hilversum-Haarlem. (beelden: eigen archief)

Totale vrouw…Ida Engvoll!

Totale vrouw…Ida Engvoll!

In de afgelopen maanden bekeken we door die lockdown en avondklokmaatregelen regelmatiger series op Netflix.

Door onze voorkeuren richting Scandinavische films of series kwamen we haar daarbij regelmatig tegen. En telkens maakte ze indruk. We kenden haar al uit de zeer aan te raden reeks ‘Het Restaurant’, waarin ze een beetje valse rol speelt als ambitieuze schoonzuster Ester van de hoofdrolspelers, maar een hoofdrol in de serie ‘Liefde en anarchie’ zette haar voor mij op geheel andere wijze op de kaart. En wat je daar zag was dat zij bijzondere emoties meer dan vrijmoedig en openhartig kan neerzetten. Ida Engvoll, Zweedse, 36 jaar oud intussen, 1.65mtr lang en bekend uit een reeks Zweedse series en films. Altijd met die helblauwe ogen waarin tranen, opwinding, boosheid of andere emoties een plek vinden.

Ze kan van diepe dalen tot hoge toppen wegzetten alsof het haar eigen ziel betreft. De ietwat lange voortanden een typerend kenmerk. Ze speelde in de (ook aan te raden) series The Team, Rebecka Martinsson, en is op Netflix dus een vaste waarde. Voor mij is zij Zweeds zoals vrouwen uit dat land moeten zijn. In het land waar het soms nooit licht lijkt te worden een personage neerzetten dat veelal lijdt onder stemmingswisselingen, twijfels over partners of liefde, altijd op zoek naar iets wat haar gelukkig kan maken.

Intussen natuurlijk bedrijven reddend, boeven vangend en misdrijven oplossend, dan wel hele families uit elkaar spelend zoals in die schitterende Restaurant-reeks. Ik ben dan gevangen door haar natuurlijke manier van acteren. Dat ze in de serie over Rebecka Martinsson dan ook nog in een Skoda Octavia rondrijdt maakt haar uiteraard extra aantrekkelijk. Ida Engvoll werd geboren in een klein dorpje vlak bij het Zweedse Soderhamm, werd tot actrice opgeleid door een grote toneelschool in Stockholm en kwam vanaf 2009 in het acteerwereldje terecht. Naast films en series speelt ze ook op het toneel. En doet ze nu ook aan produceren. Volgens mijn informatie was de erg vermakelijke reeks Love and Anarchy mede aan haar wensen te danken om tegelijk te produceren en te acteren. Die reeks speelt zich af in de wereld van de uitgeverij en is zeer aan te raden. Gewoon ontspannen ook al zitten er dan (voor sommigen) confronterende scenes in. Ida Engvoll, een Zweedse actrice die volgens mij nog wel een grote carriere zal maken. Ik ben een fan van haar. Al was het maar om die ogen….met al die uitdrukkingen…..(Beelden: Internet)

Schotse liefde; Edinburgh!

Het was echt liefde op het eerste gezicht toen we daar ergens aan het begin van de jaren negentig voor het eerst een bezoek brachten; Edinburgh. Schotse hoofdstad, prachtige geschiedenis, dito gebouwen en wat een aardige mensen die Schotten. Wij kenden het Verenigd Koninkrijk van onze bezoeken van een jaar of twintig regelmatige bezoeken en diverse plekken aardig, maar dit was toch de overtreffende trap. Vanaf het vliegveld met een rechtstreekse buslijn aan komen rijden en dan rechts van je dat echt ontroerend mooie kasteel op een hoge heuvel zien. Princess Street, met dat wonderlijke beeld van aan de ene kant pand na pand winkels met hotels en aan de andere kant diepe dalen waar parken te vinden zijn maar ook het befaamde Waverley Station.

Je ziet de Salisbury Craig, een half groene hoge heuvel die de stad mede domineert, de standbeelden, de drukte. Bij wandelingen die we maakten in deze fraaie stad en omgeving werd wel duidelijk dat dit een heerlijke plek is om te vertoeven. We troffen het soms met het weer, maar hebben er ook midden in de zomer constant in de mist gezeten. Het kan allemaal. Want Edinburgh heeft ‘last’ van het klimaat in haar omgeving, zeewater, maar ook de heuvels van Schotland, die je niet moet onderschatten. Ruig landschap daar. Maar tijdens die mistige dagen was er genoeg te doen. We bezochten diverse malen het Royal Museum of Scotland, je gaat eens kijken in Holyrood Castle waar de Engelse familie af en toe komt kijken.

Je klimt naar en ziet het kasteel en kijkt van daaruit over de hele stad en omgeving uit. Over strategische ligging gesproken. Ook aardig, koop een sandwich (altijd te vinden in welke winkel ook en vaak heerlijk belegd..) en ga op een (gesponsorde) bank zitten in een van de parken langs Princess Street. Je ziet er de eekhoorns voorbij rennen en ook de meest wonderlijke types, want cultuur zit deze stad in de genen gebakken. Een beetje Schot vertelt je meteen waarom het land eigenlijk niks van doen heeft met die wonderlijke Britten. Men voert zelfs een eigen munteenheid, het Schotse Pond, waarmee je daar wel, maar in Engeland niet welkom bent.

In veel opzichten lijkt Edinburgh op veel Britse steden, maar wel met die Schotse saus er over heen. En om het daarover even te hebben, wij hebben er vrijwel altijd lekker gegeten, zonder ons te laten verleiden tot een wonderlijk gerecht als Haggish. Schapendarmen gevuld met vlees.

Je moet de liefde niet overdrijven natuurlijk. Stap in een van de toeristenbussen voor een rondrit door de stad en omgeving en je weet meteen waarom dit de hoofdstad is van het Schotse land. De stad is flink groot, en kent vele wijken die bij toeristen nauwelijks bekend zijn. Bezoek ook eens de botanische tuinen. Prachtig. En je ziet ook daar eekhoorns zo groot als katten. Heb je een dagje over? Stap in een trein naar Glasgow en combineer die twee plaatsen met elkaar. Ook een echte verrassing. Omdat het aan de andere kant van het land ligt (uurtje treinen) vaak ook ander weer. Leuk shoppen daar en de meest fantastische boekenwinkels. Kortom, Edinburgh is geweldig. En ik denk nog steeds met weemoed aan alle trips die we daarheen maakten. En die fantastische wandeling die we ooit deden om die knoest te beklimmen aan de Zuidwestelijke kant van de stad. Ruig, kaal en geen enkele afrastering langs de rulle paadjes omhoog. Maar wat een uitzicht is dan je deel. We daalden af langs de glooiende achterkant en dat was net een landschap van Tolkien. Alleen daarvoor al moet je de wandelschoenen (ik liep omhoog met soort van kantoorschoenen)even aantrekken. Edinburgh is een parel. Een stad die me nog altijd een brok in de keel bezorgd. Top-3 notering! (Beelden: Yellowbird archief)

Bossen vol geheimen…

Toen Nederland nog bang was voor ‘de Russen’ werkte men zeer nauw samen in NAVO-verband aan haar verdediging. En die verdediging was stevig, vrijwel zonder beperkingen op materieel en financieel gebied. De Amerikanen hielpen ons met een soort ijzeren paraplu tegen de nucleaire regen, tot we met onze Koninklijke Luchtmacht een vliegtuig in huis kregen dat elke vijand van dat moment aan zou kunnen, de F16. Tot die tijd hielp een Amerikaanse squadron supervliegtuigen het land verdedigen. En die waren gestationeerd op Vliegbasis Soesterberg. Naast wat Nederlandse toestellen was het 32e Fighter Interceptor Squadron van de USAF een van de best bewaarde defensiegeheimen van die tijd.

Men gebruikte toestellen die onze KLu zich niet kon of mocht veroorloven. Zoals de North American Super Sabre, of de fantastische F-102 Delta Dagger van Convair. Later kwamen er F-4 Phantoms naar Soesterberg en weer een paar jaar verder als ultiem verdedigingstoestel, de McDonnell-Douglas F-15 Eagle die al omhoog stijgend door de geluidsbarriere heen kon breken. Laat de Rus maar komen, hij komt van een koude kermis thuis! Die Amerikanen leefden in Soesterberg en omgeving, veelal in speciale wijken van die plaats en bemoeiden zich weinig tot niet met de Nederlandse bevolking. Er waren eigen winkels op de vliegbasis, de spullen daarvoor werden ingevlogen via Schiphol of met speciale transportkisten die de Amerikaanse luchtmacht in Europa gebruikte om haar vele bases te bevoorraden. Ik was als jeugdig spottertje maar ook later in mijn Schipholse werkleven, regelmatig te gast op Soesterberg. Die kisten, die sfeer, al die geheimen.

Geheimen die je slechts kon bevroeden. Niemand wist precies hoe het echt zat daar. Intussen is de basis met dank aan Minister van Defensie Kamp al enige jaren gesloten. De vijand wordt geacht zich te wenden tot de Luchtmachtfilialen op Leeuwarden of Volkel als men even wil sparren. Soesterberg is nu de thuisbasis voor het Militair Museum, er zal op een deel van het terrein worden gebouwd en men stelde de bossen open. En juist die laatste opening is waarover mijn verhaal nu gaat. Welk een prachtig gebied. Gelegen naast de Paltz waarover ik al eens eerder een blogverhaal schreef. En midden in die fraaie groene omgeving (wandelen en fietsen) vindt je nu ondergrondse en bovengrondse bunkerstelsels. Indrukwekkend veel zelfs. Munitiebunkers, met speciale (enorme dikke)deuren en daken die er vanaf kunnen springen bij een onverwachte explosie.

Vaak zit er nu iets kunstzinnigs in, zoals je bij meer forten in ons land tegenkomt. Cultuur als tegenwicht voor militarisme. Het ‘parkgebied’ is heuvelachtig, er zijn bekkens voor drinkwater (vroegere bluswaterbakken) en er loopt en vliegt al het nodige rond dat in een beetje oerbos niet zou misstaan. Heuvelachtig, uitkijkplaatsen waar je een paar trappen voor op moet, en simpele verbindingen met Soest en Soesterberg. Ik liep er met dubbele gevoelens. Ik ben denk ik toch te veel van de goede defensie, zeker in tijden als nu, van de supervliegtuigen en de wetenschap dat die oude paraplu van toen niet in de schuur hoort te staan naast kunst maar uitgeklapt tegen alles wat een eventuele vijand over ons kan uitstorten. Hoe dan ook, en alle meninggeefblognostalgie terzijde schuivend, een prachtig gebied en een aanrader om er eens heen te gaan. Maak dan van de gelegenheid gebruik om ook dat prachtige militaire museum te bezoeken. Waar nog een deel van de oude Amerikaanse vloot te zien is ook. Zeker als die corona-ellende achter de rug is, een uitstapje met een uitroepteken. (Beelden: Yellowbird)

Geluidgevoelig…

Sinds mijn vroege jeugd heb ik naast een oog voor schoonheid ook nog eens gevoelige oren. Wat mooi oogt klinkt meestal ook zo. En dat vertaalt zich in een bijna programmatische optelsom in de hersenen. Zo weet ik nog hoe een Renault 4CV klonk, of een Dakota die over ons huis vloog op weg naar Hannover op een vrachtvlucht van KLM. De startmotoren van vroegere jets, of het brullende geluid van een Harley-Davidson motor. Een pruttelende DKW of Trabant, het staat me net zo bij als de lucht van tweetakt uit de uitlaten van die wagens. En neem van mij aan dat ik er zo gevoelig voor ben dat ik bij stille beelden die geluiden meteen terug weet te halen. Die gevoeligheid werkt ook in negatieve zin. Gevoeligheid voor geluid kan ook leiden tot negatieve associaties. Zoals die flat waar we ooit woonden en waar zowel boven- als benedenburen zoveel herrie maakten dat we er niet van konden slapen soms.

Om het over op buizen slaande andere buren die ook wilden slapen en zich stoorden aan hen die daar kennelijk nog niet aan toe waren maar niet te hebben. Of de stem van mensen met wie ik ooit te maken had en die bepaalde dingen oreerden die me altijd zijn bijgebleven. Niet alleen door de inhoud van het gezegde, ook door stem en intonatie. Je bent er maar mee behept. En ik vertaal ook de namen van artiesten op die wijze. Hoor meteen het geluid van zang- of spreekkunst als zo’n  naam passeert. Prince bijvoorbeeld, waar ik ooit een concert van meemaakte in de Kuip. Ik zag de man slechts met behulp van een verrekijker. Niet alleen omdat hij zelf klein van stuk was, maar ook omdat we zo’n beetje aan de andere kant van het Rotterdamse stadion zaten. Maar naast ons stond wel een enorme geluidsbox. En daar kwam de toch wat pieperige stem van Prince goed hoorbaar uit.

Net als 10.000dB aan basgeluid. Mijn oren toeteren nu nog. Als ik de naam van Trijntje Oosterhuis hoor, moet ik altijd denken aan de Walkure. Maar dan een die zo hard schreeuwt dat de bergen rond de Rijn zouden instorten en de rivier er onder versperren. Ingetogenheid is haar vreemd. Dat alles vertellen mijn oren me. En ja, ik heb ook een van haar concerten ooit gevolgd. Die stempel komt niet van niets natuurlijk. Maar toch blijft het mooiste om de herinneringen te koesteren aan de vele vliegtuigen waarmee ik te maken kreeg in mijn leven en uiteraard ook de auto’s. Van die vliegtuigen heb ik de nodige CD’s waarop die kisten van toen te horen zijn. En telkens weer een feest om even terug te kijken naar hoe het leven vroeger was. Geen afstand, gewoon observeren, genieten, beeld en geluid combineren. Het is een waardevolle toevoeging aan mijn liefhebberijen en was dat ooit ook van mijn professionele leven. Nog iemand die dit kent of heeft? Maak van je hart geen moordkuil en deel je ervaringen hoor….Juist in Coronatijd een prima afleiding… (Beelden: Yellowbird archief)

Ook bij ons zeer bekend…Chevrolet…

Vraag iemand als uw meninggever aan welke auto hij nou heel speciale herinneringen hebt en je krijgt al snel als antwoord….de Chevrolet Impala van 1959. Een auto met dusdanig fraaie lijnen en vleugels op de achterkant die nog het meest leken op sierlijk gevormde strijkplanken dat je er wel verliefd op moest worden. Maar jaren eerder had mijn ooit hier beschreven ‘Ome Leo’ al een geweldig fraaie Stylemaster uit 1948 (zie ook: Leven met de Vliegende Pijl deel 1a -1-7-18)waarmee we vaak als gezin met hem samen naar Limburg reisden. Chevrolets waren na de oorlog ook aardig talrijk in ons land. Ze waren groot, kostten niet te veel en benzine was nog aardig betaalbaar. Daarbij waren ze goed leverbaar en door de bevrijding populair.

Het merk zelf stamt qua afkomst al uit 1911 en werd kort daarna overgenomen door General Motors. Het werd door de jaren heen eigenlijk constant gezien als rechtstreekse concurrent voor Ford. Voor de oorlog keurig nette wagens die o.a. door doktoren en juristen werd gebruikt, na de oorlog door een veel breder publiek. Als je nu ziet welke wagens dat merk voortbracht is het ongekend dat het tegenwoordig compleet van de markt is verdwenen. General Motors nutte het door de crisis compleet uit en ging zelfs zo ver dat het Koreaanse Daewoo’s als Chevrolets ging vermarkten.

Voor de ware liefhebber is het toch het merk van de grote wagens, met een zoemende V8 voorin en elk jaar een nieuw aangepast model. Van de BelAir, via de Impala naar de Corvair, waarbij de motor voor de verandering achterin was gezet om ze de concurrentie met VW aan te kunnen. Het werd een mislukking al werden er toch enorme aantallen van gebouwd en verkocht. Maar het imago werd door sommige critici bijna compleet de grond in geboord. Chevelle en Caprice poetsten dat imago later weer op. Zeker ook in ons land waar deze wagens vaak werden gebruikt als taxi of onderdeel van een bruidsstoet of uitvaart.

Bij de Caprice uit 1977 kon je al kiezen uit verschillende motoren en kreeg je auto een met een geweldige bouwkwaliteit, enorme ruimte, en een gewicht dat soms bijna 2 ton haalde. Voor ons Europeanen die toen nog in piepklein en goedkoop geloofden was dat even wennen. De verkopen namen ook nog wat af omdat de oliecrisis van 1973 de literprijzen voor benzine omhoog stuwden en voor Amerikaanse benzineslurpers lastig bleek te zijn.  Vanaf de jaren tachtig kwam Chevrolet met compactere wagens met een lager gewicht en nam men soms zelfs een viercilindermotor voor lief. Mits je geen Camaro of Corvette kocht want die waren bedoeld voor het uitbouwen van een sportieve imago en ook om je te onderscheiden van de massa. Wat aardig lukte. De foute marketingtruc om Chevrolets uit Korea te gaan verkopen of onder de merknaam Opel uit te  brengen heeft het merk geen goed gedaan. Jammer maar helaas.

En dus is het nu vrijwel volledig verdwenen van de Europese en ook Nederlandse markten. In de VS zelf nog steeds aardig verkocht. Met grote SUV’s, Pickup’s en die lijn sportieve wagens natuurlijk net zo bekend als revolutionaire maar toch wat geflopte elektrische Volt/Bolt. Maar toch een merk dat er zijn mag. Al was het maar om die mooie herinneringen aan die Chevy’s waar ik zelf nog eens in werd vervoerd…..(Foto’s: Yellowbird archief)

Aantrekkingskracht…

Tuurlijk, het ligt aan mij. Mijn observaties zijn uiteraard puur persoonlijk en vol van fantasie. Ik deelde al eerder in de afgelopen blogjaren wat ik zoal om me heen zie en welke conclusies mijn (soms verdorven)geest dan daarbij maakt. Ik zie vaak matig communicerende paren, chagrijnige uitstraling tentoonspreidende mannen en vrouwen, ouders die hun kinderen niet in bedwang houden en zo meer. Ook zie ik soms heel liefdevolle taferelen waarvan ik al doordenkend hoop dat die ergens op een verborgen plekje vervolg krijgen. Mensen zijn een zeer interessante en vooral onuitputtelijke voedingsbodem voor mijn blogfantasie. Ik kijk, zie, maar bedenk toch iets anders. Niet zo lang geleden, we zaten ergens op een leuk en warm terras aan het water, stopten er twee mensen van een jaar of 45, om hetzelfde te doen.

Ze reden op de fiets, waarbij de man de indruk maakte dat hij was voorbereid op een plotselinge sneeuwbui, de vrouw liet zien dat zij nog behoorde bij de aantrekkelijken dezer Aarde. Ik observeerde haar kledingkeuze, de designer-zonnebril, de strakke broek. Zag er als totaalpakket goed uit, mede doordat haar kapsel zat alsof ze zo van de kapper was gekomen. En dat terwijl ze vast een stuk hadden gefietst. Ze streken naast ons neer. De lichte parfumgeur van haar combineerde met een wat vreemde zweetgeur van zijn kant. Alles aan de man was naar mijn idee saai en grauw. Ook zijn gezicht toonde weinig aantrekkelijks. Toch waren ze al snel innig in gesprek, ze dronken een wijntje, keken naar dat wat zich afspeelde rond het terras en spraken zacht tegen elkaar als twee jonge geliefden. Ik snapte het niet. Ik zag de klik niet, de smaak van de vrouw voor een toch wat ‘bijzondere’ man. Omgekeerd prees ik hem in mijn gedachten wel om zijn smaak. Mooie vrouw, aantrekkelijk en dartel pratend. Sophisticated. Zou dat met geld van doen hebben? Moest wel.  De fietsen waren van de wat duurdere soort, een goed bekend Nederlands merk met echt alles er op en aan. Het mocht wat kosten. Vermoedelijk reed hij normaal in een lease-Mercedes, zij in een leuke Mini of zo. Maar nu op de fiets. Toen wij vertrokken van dat terras zaten zij er nog. Hand in hand, genietend van de zon en elkaar. Zeer gegund. Maar niet begrepen…Uw meninggever moest er even over nadenken…… En schreef daarom dit blogje….Kan iemand het me uitleggen wat de een in de ander ziet en waarom??? Ben benieuwd naar de reacties…(Beelden: Internet/archief)

Leven met de Vliegende Pijl – Hoofdstuk 52 – Fabia en meer…

Toch had ik bij de Marketing Round Tables ook wel eens een klein zakelijk meningsverschil uit te vechten met die slimme Alfred Rieck. Want bij de Fabia was niet alles alleen maar Hossanah in de Hoge. De Tsjechen bedachten ook een erg lelijke variant op het thema, de sedan. Gewoon een Fabia Hatchback, die om een of andere reden een vrij lelijke ‘kont’ opgeplakt kreeg. Kennelijk omdat er in Finland, Griekenland of verre deelstaten van Rusland belangstelling voor bestond. Om de kosten te drukken moesten ook de West-Europese markten mee doen om die wagens te verkopen. Toen mij tijdens een MRT in Frankfurt werd gevraagd hoeveel van die sedans ik wilde bestellen voor onze markt, gaf ik aan: ‘nul’. Het was voor het eerst dat Alfred Rieck me boos aankeek. Wij hadden nooit echt ruzie, maar over deze auto en diens verkoopkansen waren we het niet eens. En wat mij betreft tot nu toe nog steeds terecht. Sedans waren (en zijn) geen handel in ons land. Het marktaandeel van soortgelijke Volkswagens (de Polo kende in Nederland ook een weinig succesvolle sedanversie) was bijster klein, met Skoda moesten we dus rekenen op flink wat winkeldochters als we zo door zouden gaan.

Vanaf ‘maximaal 50’ onderhandelde Skoda via Cees Hoekstra en mijn verkoopcollega naar 200 stuks van deze foeilelijke Fabia-versie en ik kan gerust stellen dat ik volkomen gelijk kreeg v.w.b. de vermarkting. Niet te verkopen die dingen. Maar toen was het al te laat. Intussen gingen de Marketing-gesprekken al weer over andere modellen na de Fabia. Skoda had grootse plannen. Wilde komen met een ‘Uber-Octavia’ die vooral in het segment van de bovenste middenklasse een rol van betekenis zou kunnen spelen. Als ik de specificaties van die eerste ontwerpen bekeek moesten we denken aan een tegenhanger voor de Audi A6, of Mercedes E-Klasse, maar dan tegen een veel lagere prijs. Gezien het net wat opgevijzelde imago voor het merk zou het naar mijn idee nog een hele kluif worden om deze wagen goed in de markt te zetten.

Hij had weliswaar veel mee, maar ook best wat zaken tegen. Toch gaf ook deze auto weer extra veel hoop voor de toekomst. Het gamma werd breder en breder en we zouden als merk straks een steeds groter deel van de markt kunnen bedienen. De introductie van de nieuwe auto, later aangeduid als de Superb, werd gezien voor 2001. In de periode daar aan voorafgaande werd internationaal tijdens die marketingbijeenkomsten veel gepraat over de kansen en mogelijkheden. Als ik achteraf terug kijk naar wat voor auto dit in feite was geworden moet ik stellen dat de verwachtingen heel wat hoger waren dan de uitkomsten. Ook al was het een meer dan puike en zeer comfortabele auto, die het platform deelde met een in China verlengde VW Passat-bodemplaat en rijkelijk mocht worden gewinkeld in de schappen van zowel VW als Audi voor de motoren. Voor veel dealers was het een ultieme demonstratiewagen. Ook dat was wel iets waard. Ze schaamden zich niet meer voor hun eigen merk en gingen zelfs met hun caravan er achter in de grote Skoda op vakantie. Wordt vervolgd! (beelden: Yellowbird archief/Skoda)