Russische Belg…

Russische Belg…

Een merk dat in onze streken op enig moment redelijk populair was in kringen van o.a. CPN-leden was het Russische MZMA, beter bekend als Moskvitch. Het stamt uit de tijden van de Sovjet-Unie en was al voor WO2 actief als producent van wagens die leunden op Amerikaanse Ford’s. De Russen kregen een wat kleiner type auto bij wijze van oorlogsbuit aan het einde van hun overwinning op Nazi-Duitsland in de schoot geworpen toen ze in Eisenach een complete fabriek van Opel wisten te ontmantelen.

En die inclusief rijdende voorbeelden naar het oosten afvoerden. De toenmalige Opel Kadett/Olympia diende als voorbeeld voor een Moskvitch van een jaar later. Zelfs echte kenners moesten wel drie keer kijken om het onderscheid te kunnen zien. En op die lijn auto’s bouwde Moskvitch vrolijk verder al werd de vormgeving gek genoeg een stuk moderner en soms zelfs westers aandoend.

Zo was het type 407 van 1956 sterk afgeleid van de Britse Standard Vanguard uit die periode en had men de motor kopkleppen gegeven wat best geavanceerd was in die tijd. Was er veel mis met die auto’s? Eigenlijk niet. En de lagere prijzen maakten ook dat je het wat hogere brandstofverbruik en de wat lawaaiige 1358cc viercilinder op de koop toe nam. Gek genoeg heette de opvolger van die 407 in 1963 de 403. En hoewel de auto hooguit wat geretoucheerde uiterlijke vormen liet zien zat de grote kracht in de overeenkomsten die de Sovjets sloten met diverse landen in het westen waar ze in licentie zouden worden gebouwd.

Dat deed men ook met het meer voor de hand liggende Bulgarije. Maar voor ons was toch het grootste nieuws dat de 403 en zijn opvolgers in Belgie werden gemaakt en onder de naam Scaldia aan de markt werden gebracht. Ook bij ons met enig succes. Daarbij kwam nog eens dat die slimme Belgen ook Dieselmotoren aan het gamma wisten toe te voegen, zij het van de redelijk trage Britse merk Perkins, maar toch. De opvolger van dit type werd de 408 die een strakke carrosserie bezat en nu ook in stationcarvorm onze markten bereikte. Die had overigens een andere aanduiding, maar was technisch gelijk.

De nodige Scaldia’s gingen richting hen die achter de Sovjet-Unie aanliepen uit politieke overwegingen of vielen voor het idee van een auto die een kachel had die ook in Siberie zijn rol zou vervullen. Het succes ging verder met de 412 die nog wat scherper was gesneden en een top bood van 150km/u. Voor weinig geld kreeg je dan een redelijk gebouwde Rus met dikker plaatstaal, een bovenliggende nokkenas en rembekrachtiging op de schijfremmen voor. En echt dat was bepaald niet normaal voor veel westerse concurrenten. Maar die remden vaak toch beter want de 412 had dan wel een hoge snelheid maar de gemonteerde remmen konden dat geweld niet echt aan. Daarbij kwam dat roest ondanks dat dikkere staal, ook een dingetje werd en daarnaast de levering van reserve-onderdelen moeizaam verliep. Ergens in de jaren zeventig was het over en uit met de Scaldia’s. Sovjet-Rusland zette vol in op de nieuwe Lada 1200 als meest geliefde export-auto en de Scaldia’s verdwenen al snel van de markt en een paar jaar later uit het verkeersbeeld. Toch bleven ze wel in productie. Als sedan, stationcar en Pickup, en zeker ook in steeds wat gemodificeerde vorm in Bulgarije. Tijdens mijn trips naar en door Oost-Europa kwam ik ze nog wel eens tegen, vaak in slecht onderhouden of vervallen staat. De laatsten der Sovjet-Mohicanen. Maar nog wel een echte Rus. En die zijn tegenwoordig helemaal schaars geworden… (Beelden: Archief)

Ultieme liefde..

O zeker, hij had er heel wat gekend, zowel oppervlakkig als intiem. Hij was er gek op geweest, achterna gelopen, had er kapitalen voor uitgegeven om hen goed gestemd te krijgen, had huizen verbouwd, vakanties georganiseerd, maar op enig moment toch ontdekt dat het kennelijk aan hem lag dat niets blijvends ontstond. Nooit de mooiste van de klas geweest tussen al die binken met hun strakke lijven, krullende haardossen, sterke verhalen en versierpogingen uit het boekje. Hij was wel slim en had daarbij de zakelijke genen van zijn vader overgenomen. Geld speelde op enig moment geen rol meer. Dus kon hij ‘kopen’ wat anderen met veel moeite bereikten. Maar hij was geen man met een wasbord als buik, licht kalend, hield van voetballen en auto’s, maar ook van zijn rust. Tuurlijk wilde hij dat allemaal delen met die vrouw van zijn leven die hem alles kon geven en echt ook het diepere van zijn wezen zag, maar buiten de eerder genoemden die vooral vroegen voordat ze iets gaven, was het geluk hem min of meer ontglipt. En dus nam hij een drastisch besluit. Voortaan hield hij het bij die blonde schoonheid die hem zoveel gaf en weinig vroeg. Die onbaatzuchtig was in de liefde, een eigenschap die hij bij al die vorige types nooit had ontdekt. Hij noemde haar zijn lieveling, en in feite was ze dat ook. Zeker als ze zich bij hem nestelde in zijn riante bed. Mira noemde hij haar, vond hij lekker klinken. En ze luisterde er ook naar…die lieve Labrador die hij als puppie in huis haalde en nu zo leuk jong volwassen werd. Hij verheugde zich op dat uitje naar het strand straks….Toch maar een goed jack aan doen, het zou vast fris zijn daar…..

Handel…

Handel…

Kinderen waren wij slechts toen de handel van leasepa nog floreerde.

Met Skoda als centraal automerk waarmee hij soms goede sier kon maken kwamen er ook heel wat andere merken voorbij. Ik schreef daar al eens eerder over in mijn verslagen over het leven met de Vliegende Pijl. Mijn leasepa deed overal zijn zaakjes, veelal ook bij en met autobedrijven in de woonomgeving. Daar kocht hij dan een stuk of wat ingeruilde auto’s in, testte ze, pakte ze echt beet, reviseerde waar nodig of spoot over, en verkocht weer met winst. Op een dag had hij met het tegenover ons huis gelegen garagebedrijf een deal gesloten om een Skoda over te nemen die daar een tijd lang in de verhuur had gelopen en nu werd verkocht. Pa kocht hem min of meer ongezien.

Had hij beter niet kunnen doen, want het ding bleek ‘krom’. Vast door een of andere aanrijding, maar ja, de prijs was ook lager dan hij gewend was. ‘Daar kwam wel weer een baasje voor’ zo dacht hij. En dat bleek ook. Via een tip wist hij iemand te vinden die in de (toen) nieuwe woonwijk Osdorp woonde en een grote Opel had staan waar hij graag vanaf wilde, maar ook wilde omruilen voor een kleiner en goedkoper model. Dat trof, want die kromme Skoda zocht een baasje. Wij moesten als kinderen mee op die missie, want dat maakte de handel optisch minder schimmig. Pa deed zich graag voor op dit soort ritten als een normale particulier…. In het donker reden we naar Osdorp. Het was een beetje regenachtig weer, de Skoda glom als een spiegel daardoor en Pa wist een ding zeker, die klant zou niet zo nauwkeurig inspecteren….

Bij de betreffende mensen voor de deur, de tegenpartij bleek een gezinshoofd die omstandig uitlegde dat die grote Opel Kapitan echt te duur voor hem was geworden en die Skoda hem prima zou bevallen qua kosten. Bij een bakkie koffie en nog een neutje werd de deal beklonken. Pa kreeg nog wat geld toe ook, want hij had omstandig uitgelegd dat die Opel moeilijker te verkopen was dan de best populaire Skoda in die jaren. Sleutels en papieren werden uitgewisseld en hup wij stapten in die grote Opel en reden weg. Pa lachte in zijn vuistje. Die deal was goed gegaan en de Opel zou best zijn centen opbrengen.

Rijdend op de hoofdstedelijke Johan Huizingalaan hoorde we uit het achteronder van de grote Duitser een hoop gebonk. En dat werd niet veel beter toen we bijna thuis waren. Er klapperde iets onder de auto en dat klonk mechanisch. Pa’s humeur zakte aardig in. Morgen maar eens kijken wat er loos was. Het bleek een cardanas die kapot was. Een dure reparatie. Dat handeltje zou alleen maar geld gaan kosten. Maar, handel is handel, dezelfde man die hem die kromme Skoda had verkocht zag de Opel staan en vond dat wel iets voor hem als vertegenwoordiger van dat verhuurbedrijf. Over de prijs werden ze het snel eens, en garantie zat er niet op voor dat geld. De Opel verdween, de relatie met het verhuurbedrijf daarna wat bekoeld, maar mijn leasepa trok zich daar meestal weinig van aan. Hij leerde wel om zelf ook wat beter op te letten bij zaken doen met particulieren. Want die beduvelden de boel nog eerder dan die garagisten die hij kende. In mijn latere carriere in dat mooie vak maakte ik dat ook nog wel eens mee. Al was ik intussen wel door de wol geverfd. Die avond met die Opel nooit vergeten. Vandaar hier even gememoreerd…. (beelden: Yellowbird archief/Internet)

Kroegvrienden…

‘Iedereen’ mocht hem. Althans dat gevoel had hij zelf altijd gehad. Henk, lekker populair in zijn jeugd. Veel vrienden, met wie hij uitging en op de meiden kon jagen. Zijn vader had een eigen bedrijf en hem was zelden iets te kort gedaan. Financieel zeker niet. Hij liep er echter wel de kantjes van af. Het bedrijfsleven was eigenlijk niks voor hem, maar toch had zijn vader hem opgenomen in de onderneming. Ook omdat ‘die ouwe’ dan een oogje in het zeil kon houden. Henk was een vrouwenjager, en daarbij hield hij wel van een glaasje bier. Hij was nergens goed in waar het nuttige zaken betrof, maar kon wel goed biljarten, voetballen, en onderhield zijn sociale contacten. Maar het leukst vond hij toch wel de kroeg. Ook toen hij in dienst zat was hij toch vooral een ‘drukker’ om daarna in de vrije ruimte vooral lol te trappen met zijn maten. Die hadden Henk altijd hoog zitten. Sloegen hem op de schouder en wilden nog wel eens een stapje extra voor hem lopen. Logisch want de meeste rondjes in de kantine betaalde hij. Net als bij het voetballen. Altijd was Henk de gevierde jongen. Toen zijn vader overleed en hij de onderneming erfde moest hij even wennen aan het nieuwe leventje. Hij werd wat serieuzer, maar onderhield wel goede contacten met sportverenigingen en zo meer. Zijn sponsorschap daarvan maakte dat hij vaak werd uitgenodigd voor een hapje en drankje en daar genoot hij met volle teugen van. Het werken ging hem redelijk af. Hij gaf leiding aan dat bedrijf, maar had ook prima mensen om zich heen verzameld op wie hij kon bouwen en die hij graag wilde vertrouwen. In het weekend was er dan het gezin, ja hij was ook nog getrouwd met ongeveer de vijfde vrouw met wie hij een soort van liefdesrelatie had opgebouwd en met wie hij twee zonen kreeg. Op zondag zat hij bij de clubs. En genoot, deelde rondjes uit en werd op het schild getild. Nu hij wat ouder werd, de kinderen in de zaak en hij met een soort pre-pensioen, genoot hij nog het meest van zijn dagen en avonden in de kroeg. Hij genoot van de verhalen, van de sfeer, van de drank. Tot hij ontdekte dat al die drank ook betaald moest worden. Het inzicht dat hij wellicht vriendschap (…) kocht was confronterend. En dus deed hij een stapje terug. Het bleek heel vervelend te werken. Niet alleen werd het ineens een stuk ongezelliger, maar al die ‘vriendschappen’ stelden uiteindelijk niks voor. Als hij geen rondjes gaf, kreeg hij er maar heel weinig van anderen. Zag men hem als een gierige kapitalist. Het werkte ontnuchterend. Hij stopte er mee. Wel jammer dat intussen zijn vrouw was vertrokken en zijn zoons hem niet meer op de zaak wilden zien. Henk, eenzaam mens, door niemand meer gezien. Hij pakte er nog maar een pilsje bij en voelde de tranen in zijn ogen opwellen…. Zoveel jaren voorbij…. en weer alleen!

Edsel – marketingmisser van jewelste…

Het grote automerk Ford, wordt later nog uitgebreid in deze reeks blogs over automerken aan de orde gebracht, deed in haar geschiedenis heel veel goed, maar ook dingen fout. Een daarvan was het idee om een apart merk te bouwen dat tussen de duurste Ford’s en het eigen luxemerk Mercury in zou komen te zitten. Met wagens die qua techniek en uitmonstering wellicht bij de tijd pasten, maar ook weer geen baanbrekende pluspunten vertoonden. Edsel was geboren en dat merk kwam in een reeks van uitvoeringen op de markt. Men schatte zelf in dat men alleen al in 1958 200.000 Edsels zou kunnen verkopen, het werden er in totaal 63.000. Een fiasco dat Ford 300 miljoen dollar kostte. Reden, de wagens waren niet onderscheidend genoeg, zeker niet in een tijdperk toen de Amerikanen massaal vielen voor de leuke compacte en zuinige VW Kever die een ware cultstatus verkreeg in de V.S. De Edsels kenden nog een groot minpunt. De grille in de neus. Speciaal bedacht voor de Edsels weliswaar, maar volgens puriteinse Amerikanen een grote verbeelding van een vrouwelijk geslachtsdeel. Het idee alleen al komt slechts in die gefrustreerde koppies op, maar toch.

De wagens waren direct besmet. Ford paste weliswaar een paar zaken aan in het bouwjaar 1959, men hield toch vast aan die markante grille. Men bouwde nu ook stationcars en cabriolets en behield het vertrouwen dat de grote luxe van de Edsels kopers zou trekken. Het bleek een deceptie. Ford/Edseldealers begonnen te klagen. De verkopen liepen veel te traag en de voorraden onverkochte auto’s groeiden. Toch kwam Edsel nog met een uitvoering die we nu zien als zeer ultiem, de Bermuda die naar wens plek bood aan 6-9 inzittenden. De wagens waren 25% duurder dan een vergelijkbare Ford stationcar, en de keuze was voor velen duidelijk. Het aantal Edsels nam steeds verder af. In 1960 liepen de laatste Edsels van de band. Met een totaal andere (Ford-achtige) vormgeving.

Maar het kwaad was al geschied, het merk was gestruikeld, de dealers hadden er geen vertrouwen meer in en Ford trok de stekker er uit. Edsel werd vergeten. Maar niet bij liefhebbers van echte Amerikaanse luxe wagens. Door de jaren heen trokken die de prijzen aardig omhoog. Een beetje mooie Edsel is nu 45-50 mille waard en dat is heel wat meer dan kopers indertijd moesten betalen. Niks mis mee, gewoon een fijn rijdende en lekker luxe uitgeruste Amerikaan uit de jaren vijftig. En voor ons is die grille geen enkel probleem. En gek genoeg is dat in de VS nu ook totaal anders. Al bleef het puriteinse volk dan op afstand, men schat die wagens nu heel anders in. (Beelden: Yellowbird archief)

Revolutie…

In de afgelopen periode viel onze economie wereldwijd stil. De samenleving verlamd door ‘het virus’, alle andere zaken ineens van minder belang. Nou……. ?? Maar dan ben je toch wat naief door zo te denken. Revoluties beginnen vaak als een veenbrand en blijven woekeren, ook al wordt er voor miljoenen aan bluswater overheen gegooid. Bij revoluties werkt dit ook zo. Ontevredenheid kan leiden tot ellende. Soms is dat gevoel rechtvaardig, moet er iets gebeuren aan een bepaalde situatie. Maar tegenwoordig lijkt het wel of alles en iedereen revolutionair is. En de kosten voor die revolutie het liefst door de ander wil laten betalen. Zo zijn er de Lange Tenen Brigades, mensen die om het minste geringste beginnen te gillen dat ze beledigd zijn als er ook maar een letter negatief (in hun optiek) wordt gezegd over de groep waartoe zij behoren. Kan zijn rond hun geaardheid, kleur, godsdienst of afkomst. Ook als die kritiek gerechtvaardigd is. Ik ben niet van het racisme, wel van de realiteit. Ook ik zie wekelijks afleveringen van Opsporing Verzocht. Waardoor het extra opvalt dat mensen die solidair zijn met bepaalde groepen in andere situaties juist worden bedreigd door extreem gewelddadige vertegenwoordigers uit diezelfde groepen.

Drugshandel is zeker in ons land levendig, de bijbehorende criminaliteit ook. Mag je daar dan niets over zeggen? Zelfde zie je bij de milieuterroristen. Ik noem ze zo omdat deze mensen niet schuwen voor keiharde acties die vooral anderen schaden. Of het nu een boer betreft die volgens hen niet zijn werk doet op de door hen gewenste manier, of de luchtvaart die volgens deze groepen altijd tien keer zoveel uitstoot als de officieel erkende cijfers bewijzen. Schreeuwen, bleren, plunderen als het moet, men wil met donder en het nodige geweld zijn/haar gelijk bewijzen. Veelal gaat het daarbij toch om geld. Want excuses eerst, de blanco cheque daarna. Weet je nog wat er gebeurde na die affaire van een blanke agent die een donker getinte verdachte te lang in de nekklem hield in de VS? De zgn. Black Live Matters beweging kreeg meteen steun in ons land en iedereen op de linker vleugel van het politieke spectrum vond daarbij dat in Nederland ‘zwarten’ stelselmatig worden achtergesteld. Dat tegelijk een claim loopt tegen de Nederlandse staat om te kunnen komen tot schadevergoedingen voor hen die vinden recht te hebben op zoiets i.v.m. het lijden van een paar eeuwen terug door het slavernijverleden zegt mij genoeg. Het gaat om gratis geld. Niks anders. Nederland ving juist deze groepen op sinds 1975 en gaf hen subsidies en leefgeld. Je denkt dan dat men daarmee aardig tevreden is, maar nee!

Ene meneer Akwasi, zelf overigens afkomstig uit een Afrikaanse stam, de Ashanti, die zich in dat zelfde verleden aardig schuldig maakte aan de handel in slaven, zette zelfs op tot een aanval op Zwarte Piet acteurs in de komende feestmaanden. Hij kwam er mee weg, al werd hij wel persona-non-grata in ieder andere dan linkse kring. Je mag hier wel oproepen tot geweld tegen andere dan linkse mensen, maar omgekeerd eindig je voor de rechter. Antifa plunderde in dezelfde periode samen met bendes immigranten de binnenstad van Stuttgart. De media zwegen. In de VS zagen we hetzelfde beeld in de protesten van na die dood van die zwarte arrestant. Protesteren altijd gepaard gaand met geweld en vernieling, maar vooral plundering. Wat men kennelijk niet heeft geleerd van de geschiedenis is dat revoluties altijd hebben geleid tot contra-revoluties. Mensen zijn het zat altijd maar weer aangewezen te worden als schuldig. Zonder enige reden meestal. Wie zich aan de Tien Geboden houdt of aan de Nederlandse normen en waarden heeft niks te vrezen. Wie geweld gebruikt mag niet verbaasd zijn dat er een tikkie terug zal worden uitgedeeld. En de geschiedenis is geduldig. Zo waren de Noord-Afrikanen en Otomanen de grootste slavendrijvers ooit. Net als de Romeinen. En gek op vooral christelijke slaven, of Noord-Europese vrouwen. De door Vikingen aangerichte plunderingen, verkrachtingen en vernieling van have en goed? Vergeten? Vast! Maar na al die eeuwen mag ook daar wel eens voor betaald worden. Toch? Of heeft men op links een beetje selectief geheugen? Zal vast in de scholing zitten, of de indoctrinatie.  (Beelden: Archief/Internet)

Presenteren doet soms begeren…

De meeste uitvinders kunnen niet verkopen. De techneuten of goede koks onder ons ook zelden of nooit. Het zijn twee verschillende disciplines. Een enkeling kan dit combineren. En maken hun business tot succes. Wil je weten hoe dat al dan niet moet? Kijk dan (terug) naar het erg aardige programma van WNL, Dragons Den. Daarin moeten mensen met een nieuw bedrijf of product zien dat ze bij soms steenrijke investeerders geld los kunnen krijgen om hun zaken in de toekomst enig houvast te geven in de desbetreffende markten. Daartoe dienen zij naast hun nieuwe producten of diensten ook cijfers te overleggen, maar vooral te brengen. En wat je zo vaak ziet bij bedrijven van dit kaliber, velen zijn geroepen maar slechts weinigen uitverkoren. Kaf en koren worden meteen gescheiden door de beroepsinvesteerders in dit programma die in het verleden door slim zaken doen en steeds weer opnieuw goochelen en durven grote kapitalen vergaarden die ze nu (met een enkele uitzondering..) inzetten t.b.v. anderen. Het kaf komt overigens het meeste voor bij die presentaties.

Vaak slecht voorbereid, cijfers zonder onderbouwing, en een product dat meestal binnen een half jaar in China van de band rolt en daardoor elke exclusiviteit mankeert. Daarbij vergat men nog wel eens een patent aan te vragen (kosten) maar bleek men ook gewoon niet in staat om het ‘unieke’ concept te verkopen. Eigenlijk wil men het liefst zelf een beetje doorklooien en van het geinvesteerde bedrag een verkoper aan trekken om de boel in de markt te zetten. Nou, uit ervaring weet ik dat veel verkopers bepaald niet geschikt zijn voor het vak dat ze beoefenen en in veel gevallen zelf liever lui dan moe zijn. ‘Bent u geinteresseerd in ons unieke aanbod, neem dan contact op met…’. In autoland heb ik er te veel meegemaakt of op training gehad waarvan je echt zuchtend afvroeg waarom ze dat vak kozen. En als ik op Linkedin kijk wat daar allemaal wordt aangeboden zie ik vooral veel pro-passiviteit. Echte verkopers gaan er op uit, werken met sociale media, bellen, mailen en doen hun best om orders binnen te trekken.

Ze bouwen een netwerk op en weten dat ze na een tijdje klanten weer eens moeten opzoeken om dat contact warm te houden. Als die verkopers dat al niet hebben, wat moet je dan als niet commerciele ondernemer wel niet beheersen om je producten in de markt te krijgen., Nou de Dragons uit dat programma maken er veelal gehakt van. Pas als er een geweldige presentatie uitrolt met perspectief, rollen ook de centjes. En wil men zelf actief bijdragen met advies hoe het nog beter kan. Dat presenteren doet dus begeren, net als solliciteren. Wie dat goed doet kan veelal rekenen op een nieuwe baan. Wie dat niet lukt komt veelal achteraan in de rij. Het is een vak, je kunt er voor trainen, het is bij te leren. Maar niet in de genen? Vergeet het maar. Dan moet je iemand zoeken met passie die deze kunst wel verstaat. En neem van mij aan, na al die jaren ervaring in verschillende vakgebieden, het zijn de uitzonderingen die de regel bevestigen. Maar een goede voorbereiding is het halve werk. Als je zelfs dat niet beheerst, presenteer dan maar niets. Zeker niet bij investeerders als de Dragons Den.

De ene dierenarts is de andere niet…

Met drie katten in huis zoek je natuurlijk naar mogelijkheden om de beste zorg in geval van nood te koppelen aan een betaalbare prijs. En dat laatste speelt best een rol als je ziet hoeveel de normale dierenartsen tegenwoordig vragen voor een simpel consult. Nu speelde voor ons ook mee dat we in de afgelopen jaren niet alleen kapitalen brachten naar het professionele adres om de hoek (relatief dichtbij) maar ons meteen ook koppelde aan kort na elkaar voorkomend leed en verdriet. De oplettende lezer zal het niet ontgaan zijn wat ik daarmee bedoel. Kortom, toen we onze veestapel dus weer wat opbouwden met kittens zochten we naar een betaalbaar alternatief. Nou dat was er. Los van elkaar kregen we van de lieve mensen die ons deze kittens leverden het advies om toch vooral te gaan voor de dierenklinieken die zijn gevestigd in een tuincentrumketen die in ons deel van Nederland te vinden is.

Het scheelde inderdaad wel erg veel geld om de katten volgens de regels te laten vaccineren tegen de ras-kenmerkende ziekten en controleren op groei en gezondheid. Bleek allemaal prima geregeld en zeer betaalbaar. De dierenartsen zijn er veelal van de jonge soort en de assistentes lief en begaan. Alles liep dus een tijdlang goed tot we aanliepen tegen een bijzonder probleem bij onze twee toen jongste kittens. Na de verplichte injecties tegen kattenziekten en zo meer kregen ze een dag of twee later ineens een soort uitvalverschijnselen. Heel akelig om te zien. Dus snel naar die kliniek terug. De een na de andere kat (er zat enig tijdsverschil in de verschijnselen) gebracht en laten onderzoeken. Maar men kon niks vinden. Zat niet in het serum, kon niet! Maar wij hadden het wel. Dat gaf een ongemakkelijk gevoel. Het werd pas vervelend toen men ons opriep voor een vervolgvaccinatie en kennelijk niet meer wist wat we eerder al hadden meegemaakt.

Slordig. Dat vervolg gaven we daarom niet aan het verzoek. Eerst weten wat die uitval had veroorzaakt. Snapte men niet. Vond ons wat vreemd. Onlangs kreeg onze grote grijze vriend (net 1,4 jaar oud) last van zijn blaas. Leek op blaasgruis, maar daar was hij wel erg jong voor. Wij brachten hem dus weer voor onderzoek naar dat tuincentrum. Waar men liefdevol keek, voelde, en foto’s maakte. Maar niet echt wist wat te doen. Dezelfde dag tegen de avond bleek het probleem niet opgelost en belden we opnieuw. ‘Wat moeten we nou???’ ‘Helaas is de dierenarts er nu niet dus ik verwijs u door naar de spoedkliniek’. En die zat dus in een plaats op 20 minuten rijden. Gedaan…natuurlijk. Maar zonder echt resultaat. Men vond niks bijzonders. Maar het dier had wel last van spasmen. En de rekening voor dat consult was best pittig. Volgende dag weer naar de dierenarts in het tuincentrum. Die nam de kat op. Wilde zelf wel eens na een dag zien wat er loos was.  Bij ophalen na die hele dag kliniek was er weinig goeds te melden. Men had nl. eigenlijk niets te melden.

Niets gevonden. Maar de kat had ook slechts een drupje geplast. Niet goed, maar ja , wat moet je er mee… Dat was definitief het einde v.w.b. ons vertrouwen in die lui.. We brachten wat urine van de kat naar onze oude dierenarts om de hoek. Onderzoek daar leerde dat hij geen gruis of bacteriele infectie had. Maar als advies voor de compleetheid nog even naar dezelfde kliniek buiten de stad waar we eerder waren voor nog een zekerheidscheck. Deden we. De rekening was intussen opgelopen tot een aardig bedrag. Maar je wilt het beste voor je diertje. Trauma’s uit het verleden geven garanties voor heel wat ellendige frustraties in het heden. Met een pilletje en de zekerheid dat het vermoedelijk geen fysieke oorzaken had wat de kat meemaakte, wachtten we het af. Twee dagen later was het dier weer monter en gezond. Het lijkt uiteindelijk iets stressachtigs te zijn. Kan komen door geluiden uit de omgeving, maar ook door de andere katten. Hoe dan ook, daar houden we rekening mee. En voor de rest hebben we toch het kaf van het koren kunnen scheiden. Geld maakt niet gelukkig. Verkeerd besparen ook niet. Dan maar over die trauma’s heen zien te komen en de kliniek om de hoek onze dieren in geval van nood toevertrouwen…Scheelt ook veel rijden..En de liefde voor die dieren gaat toch boven veel, zo niet alles..(Beelden: Yellowbird)

Gebedsgenezing, over afkeer en verlangen…plus een taboe!

Binnen de religies en occulte clubs is het genezen van zieken en hulpbehoevenden een bijna dagelijks terugkerend fenomeen. Men gelooft er in of juist niet. Zij die bidden naar Maria bezoeken bij honderdduizenden per jaar de heilige plekken waar deze moeder van Jezus zich aan aardlingen vertoonde. Althans volgens de overlevering. Water uit de buurt van die plekken op zich moet al van zodanig kwaliteit zijn dat mensen die het drinken van ziek naar gezond gaan. Net zoals je vaak zag bij de al dan niet bekende Kuroorden in Midden-Europa. Drink van dat ijzerhoudende en soms naar zwavel stinkende water uit de hete bronnen en hup….. In Hongarije kennen ze zelfs warme zwembaden voor hen die last hebben van de gewrichten. En met resultaat.

Maar terug naar de genezers. Het blijft bijzonder dat er mensen zijn die niet alleen menen dat ze genezen kunnen worden door handoplegging of gebed, het feit dat er lieden zijn die deze vorm van genezing loslaten op de massa is nog aparter. Los van alles wat er aan occulte groepen rondhobbelt in ons land, ook de traditionele kerken zijn er niet geheel vies van. Veel van deze acties maken een normaal mens heilig. De katholieken mengen deze vorm van bijgeloof dwars door het bijbelse heen en roepen de helden van de genezing graag uit tot heilige. Moeder Theresa was er zo een en in de katholieke historie zijn er meer die als zodanig zijn verheven boven de middelmaat.

Het komt vermoedelijk toch voort uit de donkere middeleeuwen toen slechts de katholieke kerk met haar kloosters en monniken/zusterordes een vorm van ziekenhuizen aanbood aan de droeven of behoeftigen. Die normaal terecht kwamen bij kwakzalvers op de markt, maar in zo’n katholiek hospitaal nog wel eens genazen van hun etterende wonden of zo. Natuurgenezers denken dat als ze iets met kruiden of planten mengen en laten nuttigen de patient er vast niet slechter van wordt. En als het helpt, waarom niet. Kennen we Jomanda nog?? Dat dametje wist velen te verrassen door haar handopleggingen met gevolgen.

Beetje doorgestoken kaart natuurlijk, maar toch. Het wordt pas ernstig als mensen de reguliere artsen ontlopen omdat ze geloven in de handkracht van deze lieden. Opvallend is wel dat we ondanks ons cynisme behorend bij de moderne tijd, toch in grote aantallen de kant van die gebedsgenezers op gaan. Er zijn er heel wat die met die flauwekul (in de meeste gevallen) aardig hun centjes verdienen. Het gaat me hierbij niet om homeopaten of dergelijke alternatieve doktoren. Het gaat me puur om mensen die door middel van handoplegging of een dansje rond een vuur gemaakt van paardendrollen een ander wijs maken dat het gaat helpen. Als het gaat helpen is het prima natuurlijk, en als gebed zorgt voor genezing dan doe ik graag mee. Maar ik vrees dat de kerken vol zitten met oprechte gelovigen die zich suf bidden zonder enig resultaat. God heeft het daar vast te druk voor. En omdat dit zo is ontstaan die wonderlijke figuren. Waartegen trouwens de mensen die op D66 stemden over het algemeen het meest kritisch reageren. Kennelijk is men bij de volgers van die stroming, hoe populistisch ook, in staat om een enkele keer vol realisme naar de mensheid te kijken. Dat delen ze dan weer met de knoeperharde afkeer bij de aanhangers van CU en SGP. Die moeten er niks van hebben. En in mijn optiek terecht.

Plof….kraak…..schade….

Bang…….. dreunde het midden in de nacht. Een klap op afstand. Wakker makend. Van enige afstand dat moest wel. Vuurwerk uit de Bijlmer? Zal wel. Maar vijf minuten later de politieheli boven de wijk. Rondjes draaiend. Zoekend. Maar de slaap won het van de nieuwsgierigheid. De volgende ochtend ontdekte ik dat de geldautomaat in Ouderkerk-Centrum was opgeblazen. En dat als altijd twee in het donker geklede daders op een scooter waren gevlucht. Vandaar die helikopter. Terwijl de daders vermoedelijk al in West of Zuidoost in hun bedje lagen vloog die heli zijn rondjes. Te laat, als altijd. Wat bleef was de totale chaos. De explosie waarmee men aan de geldlade achter de gevel wilde komen was zo hevig dat in de straat waaraan die automaat gelegen was alle ramen sneuvelden van buurpanden, overburen, winkels, woningen en zo meer.

De politie deed onderzoek en sloot daartoe de doorgaande en enige winkelstraat van dat oude dorp af. De hele dag. De winkeliers hadden daardoor de tijd om de schade op te nemen en de schok te verwerken. Die was groot. Want glas in vrijwel alle vleeswaren bij de slager, alle ramen stuk bij de drogist, de supermarkt die niet meer kon draaien omdat de drankafdeling grote schade had opgelopen en bij woningen boven de winkel alle ramen er uit lagen. Tel die schade op en je praat meteen in de tonnen. Laten we dan maar bedenken dat de daders dit niet overdenken. Immers zij zijn uit op buit. Opdat ze niet meer hoeven te werken, indruk maken, respect afdwingen. De samenleving is voor hen luilekkerland. Wat je wilt hebben steel je, desnoods met veel geweld.

Normen en waarden van dit land tellen niet voor hen. Snelle jongens die het liefst met merkkleding de show stelen. Flitsende jacks, glimmende horloges. Tof man. Weer een overval of pinautomaat op je conto. En de automaat vermoedelijk hierna niet meer terugkerend. Een dag eerder was dit het geval in Spijkenisse. In een appartementengebouw. Gewoon de boel opblazen en de bewoners met de schrik en schade laten zitten. Veenendaal, Wageningen, Rotterdam, Arnhem, enzomeer. Wie ons geen geld geeft moet maar voelen. En de samenleving gedoogt, lijdt, maar zwijgt. De politie kan het werk niet aan, te druk met (welke?)andere zaken. En dus viert de criminaliteit haar feestjes. Betaald door ons allen. Goh wat vreemd dat banken en winkels de poorten sluiten. Schande is het! Jaja!