De luxe van Pullman

Wie wel eens in een trein heeft gezeten anno onze nieuwe eeuw zal weten dat met name de tweede klasse uitblinkt door simpelheid, redelijk comfort en nogal vaak vuil op de vloer en overvolle prullenbakken. De eerste klasse is een treetje hoger in te schalen en biedt nog wat meer rust. Maar het haalt het niet bij de luxe die eerste-klasse reizigers pakweg een eeuw geleden mochten verwachten. En die luxe was slechts voor hen betaalbaar. Veel van die stijl en inrichting van de treinen in die jaren dankten we aan een Amerikaans bedrijf. Pullman Palace Car Company heette dat bedrijf en die naam is synoniem gebleven met ultra luxe en comfort. Niet voor niets associeren wij dat in onze tijd nog steeds met die begrippen al vertalen we dit dan eerder naar een ulta-comfortabele boxspring of auto’s met een vergelijkbare uitmonstering. Pullman was en is voor de rijken. Die rijtuigen waren zo luxe dat zelfs het Britse koningshuis de opdracht gaf om haar koninklijke treinen als zodanig uit te voeren. Wonderlijk genoeg had oprichter George Pullman in feite de indertijd welvarende Amerikaanse middenklasse op het oog bij zijn treinwagons.

Ook de restauratiewagens waren voor Pullman uitingen van pure luxe en welvaart en de reizigers doften zich ook echt op voor elke maaltijd die een dag aan boord van zo’n trein van toen met zich mee bracht. Voor hen die een tweede of zelfs derde-klasse ticket betaalden was deze luxe overigens niet aanwezig. Verre van dat zelfs! Houten banken kwamen eerst en rechtop zittend slapen de norm. Niet zo bij Pullman-reizigers. Die kregen stewards aangeboden die hen verzorgden met alles wat ze thuis gewend waren. Het ontwerp van die wagens was in pure art-deco-stijl, veel bruin, leder, maar ook elektrische lampen en tafelkleden. Via een Britse dochteronderneming van de Amerikaanse onderneming bereikte het concept in 1884 ook Europa. En al snel werden afspiegelingen van dit denken doorgevoerd bij de grotere treinbedrijven. Later overgenomen door de eerste luchtvaartbedrijven die het gemis aan comfort door de primitieve eerste vliegtuigen compenseerden met allerlei luxe zaken die passagiers van toen verwenden en afleidden van wat ze zoal meemaakten aan boord onderweg.

Fauteuils in plaats van stoelen, warm en vers bereid eten, maar ook krantjes, drankjes, en hotels met veel luxe als ergens een tussenlanding moest worden gemaakt. De reizigers van toen uiteraard veelal van rijke komaf, de gewone burger had in een vliegtuig nog niets te zoeken. Ook bij autobouwers was dit luxe denken op enig moment in zwang. Elke zichzelf serieus nemende fabrikant had wel een reeks modellen in huis die gericht waren op Pullman-klanten. Een chauffeur voorin, vaak in de open lucht, en de reizigers in alle luxe achterin. Zie je nog steeds. Vaak bij verlengde limousines, waarbij de chauffeur weliswaar nu ook enig comfort ervaart, maar de passagiers zich omringd weten met alles wat hij/ziij maar wensen kunnen. Het mag iets kosten en zij willen niet in eerste de beste leasesloep worden vervoerd. Luxe moet het zijn. Net zoals George Pullman het in de 19e eeuw al bedacht. De kleuren en stijl veranderden door de jaren heen, maar het verlangen naar die verwennerij zeker niet. In de jaren zeventig van de vorige eeuw verdwenen de Pullman-rijtuigen pas bij de meeste spoorbedrijven. De jumbojets maakten vliegreizen democratisch en een beetje compacte middenklasser heeft ook al zoveel luxe aan boord dat je je daar niet voor hoeft te schamen. Maar het Pullman-denken blijft toch voorbehouden aan de bovendanen en nieuw-rijken van deze wereld. Want verschil moet er zijn. En dat was zelfs in de communistische heilstaten zo. Wie dat niet gelooft moet maar eens kijken naar de treinen, vliegtuigen en auto’s waarmee de leiders in die landen werden vervoerd. Confronterend!

Schilder zonder perspectief…

Het feit dat je de buurman/vrouw bent van een bekende kunstenaar of musicus maakt jou zelf per definitie ook niet meteen tot een bekende of beroemde persoon in dat genre. Zo overdacht ik op een bankje voor het Amersfoortse stadsmuseum Flehite onlangs de expositie over Gerard Hordijk. Een schilder die leefde en werkte in de periode van de De Stijl. Een stroming binnen de Nederlandse schilderkunst. Hordijk was de buurman van Piet Mondriaan en samen zochten ze hun weg richting beroemdheid met de schilderskwasten in de hand. Kijkend naar de werken van Hordijk vraag ik me wel af of de keuze voor deze man de juiste was.

Weinig van zijn tot moment van bezoek expositie onbekende schilderijen of andere uitingen overtuigen door hun kwaliteit. Zijn figuren en portretten zijn qua perspectief echt niet correct uitgevallen en zijn kleurgebruik is voor mij ook niet overtuigend genoeg. Opvallend is dat Hordijk in zijn tijd zeer succesvol was en dat Mondriaan vaak bij hem moest aankloppen voor geldelijke ondersteuning. Anno 2017 is dat helemaal omgekeerd. Had ik deze expositie niet gezien zou ik nooit geweten hebben dat die Hordijk ooit schilderde. Eigenlijk stond hij ook in de slagschaduw van zijn nu zo beroemde buurman.  Pas in 2006 is Hordijk weer op de agenda gezet door een kunsthandelaar die wel iets zag in deze schilder.

En die er ook voor zorgde dat een deel van zijn werken nu in dat verder fraaie en interessante Amersfoortse museum zichtbaar is geworden. Het mag van mij hoor, maar ik ben niet zo overtuigd van ’s-mans kwaliteiten. Mondriaan kan intrigeren, dat beeld krijg ik bij Hordijk niet. Al was het maar omdat hij zelfs blote dames niet in perspectief krijgt. Er mankeert altijd wel iets aan een figuur wat hij in the nude tekende of schilderde. Kortom, voor mij hoeft het niet, maar ik vrees dat ik nu enorm vloek in de kunstkerk. Wie het toch wil bekijken, in Museum Flehite aan de Westsingel 50 in Amersfoort draait die expositie nog tot en met 22 oktober a.s. Naast deze expositie hebben ze nog veel meer te bieden hoor, al was het maar de geweldig leuke vaste tentoonstelling over Eysink, het motorenmerk uit Amersfoort, en een indrukwekkende expositie over de Tweede W.O. De locatie is geweldig en de kostprijs goed te doen. Museumjaarkaart zorgt voor gratis toegang.

De P van Patsergedrag…

Onlangs zag ik weer eens iemand die volledig voldeed aan mijn (vooroordeel)beeld van een patser. Veel te opvallend pak aan, een horloge als een wekker om zijn gebruinde linker pols en autosleutels van een merk waarvan een ster het boegbeeld is naast de glimmende smartphone die uiteraard een te luide ringtoon voortbracht toen de man op meerdere momenten werd gebeld. Zijn al te donkere zonnebril maakte het beeld compleet. Compleet als in ‘het bewijs is geleverd, jij bent een patser’. Mensen als deze menen ook dat de wereld hen toebehoort en zijn vaak luider in de conversatie dan mensen met een minder uitgesproken karakter. Noem die patsers gewoon lieden met ‘nieuw’ of vooral ‘zwart’ geld en je komt een eind. En ik moest aan die man die ik hier beschreef denken toen ik onlangs hoorde van een douane-ambtenaar die zijn ambt misbruikte door in de Rotterdamse haven hele containers met drugs door te laten waarmee de onderwereld het nodige geld kon verdienen.

Elke container die hij doorliet leverde hem 5% op van de omzet die werd behaald met de inhoud.  Nu is maar de vraag of de aanbieders van die provisie ook echt eerlijk genoeg waren om die 5% zuiver te maken, maar de man had een enorm bedrag ontvangen. En dat vond de politie bij hem thuis, maar ook op zijn normale bankrekening. Miljoenen! En ook zijn auto, inrichting, horloges, kleding en vakantie waren op dat nieuwe gedrag aangepast. Zijn al dan niet nieuwe partner ook denk ik. Want hoe patserig het potje ook is, er past altijd een dekseltje op. Vaak van de uiterlijk aantrekkelijke soort, en met de insteek dat gedeelde smart halve smart is of dat er altijd wel wat kruimels vallen aan de kant van het snijbord als er grof brood wordt gesneden. Voorbeelden te over als ik weer eens in de grote koopgoten van ons land rond kijk. Foute auto voor de deur, foute man met vette creditcard en toch ook wel foute dames aan de armen.

Patsergedrag zie je ook bij hen die van hun werkgever mogen rijden in ‘patserbakken’ waartoe ik de hedendaagse SUV’s maar reken. Ik stam nog uit de tijd dat je met een auto van de baas netjes om ging en je een merk koos dat bij jouw klantenkring niet zou stuiten op weerstand. Die zelfreflectie bestaat kennelijk helemaal niet meer bij mensen die menen dat groot altijd groter kan en dat je daarmee indruk maakt. Het tegendeel is waar. Wie mij zou bezoeken om iets te verkopen of zo en dan met zo’n bak voor de deur kwam hoefde niet te rekenen op enige order. Dat geldt ook voor die overmatige horloges of dat al te geblondeerde haar. Doe normaal, dan doe je al gek genoeg. Echt Nederlands, ik weet het. En heeft niets van doen met jaloezie voor zover je dat zou denken. Want dat is mij vreemd. Net als patsergedrag. Pas niet bij een simpele mening gever. Sorry!

Bevalt het?

‘En’ vroeg mijn buurman toen hij mij met mijn voor Schipholse dagen ingerichte bagage richting de Tsjechische lastezel zag lopen, ‘went het al dat pensioen?’. ‘Ja hoor!’ gaf ik eerlijk als ik ben aan. En zo is het ook. Na 1,5 jaar geleden de deur van het ondernemerschap te hebben afgesloten en ik meer dan een halve eeuw had gezorgd voor brood en beleg plus nog wat luxe was het mooi geweest. En duurde het even om aan het ‘nietsdoen’ te wennen. Nu is niets in dat opzicht nog wat relatief. Elke dag schrijf ik mijn verhalen nog op het internet, maakte ik mijn derde boek af en reizen we door Nederland en Duitsland op zoek naar leuke dingen of mooie plekken. Van groeiende geraniums heb ik geen last. Zo lang het nog kan genieten we met volle teugen. Voor mijn buurman is dat besluit en besef pas geleden genomen en gekomen. Ook hij werkte al enige tijd als onafhankelijk adviseur en hij verdiende daar aardig zijn brood mee.

Maar soms zijn er omstandigheden die je niet kunt bevechten en dus staakte ook hij zijn professioneel geraas. Zorg voor vrouw, kinderen en kleinkinderen nam de plaats in van afspraken met relaties of zoeken naar opdrachten. Net zoals het mij verging. Hij gaf eerlijk aan dat hij nog moest wennen aan die situatie. Ik glimlachte hem toe en stelde ‘dat het echt zal komen dat besef’. Waarbij ik uit ervaring weet dat het afbreken van je professionele netwerk doordat je hebt besloten daar niets meer in te doen het meest pijnlijke aanvoelt. Nu was ik in mijn carrière een paar maal eerder van de hak op de tak gesprongen, ambitie vraagt soms om stappen opzij om dan daarna weer omhoog te kunnen. En dan nam ik afscheid van een wereld die ik zelf goed kende en lieden die ook mij om mijn professionalisme waardeerden.

Maar eenmaal weg werd je outcast. Je behoorde er niet meer bij, je had een andere weg gekozen. Vervelend, maar het was en is niet anders. Nieuwe kansen en ook nieuwe mensen kwamen ervoor in de plaats. En ook dat wende snel. Jarenlang heb ik professioneel gediend op Schiphol en Maastricht Airport, nu kijk ik er naar de vliegtuigen en voel niets meer met de plekken waar ik vroeger ‘achter het hek’ actief was. Geldt ook voor de autowereld. Langere carrière gehad, maar ik kijk er nu objectief naar en bij mijn dealer als ‘klant’. Zijn allemaal processen waar je mee te maken krijgt. Ook als gepensioneerde harde werker. En ik tel mijn knopen op dit gebied. Zoveel mensen haalden hun pensioen niet eens, of konden daar veel te kort van genieten. Dat zal nooit wennen. En dat zal mijn buurman ook wel ontdekken. (beeld: Internet)

Rommelmarkten en mensenkennis…

Ja mensen, ik kom er soms best graag, rommelmarkten, door het hele land heen. Veelal slechts als bezoeker en evt. koper van voor mij interessante zaken. Maar soms ook een beetje als ondersteuning voor de vrouwen in mijn leven die er qua verkoop wel hun roeping van lijken te hebben gemaakt. Die kunnen dan dagen van te voren al vol spanning dozen vullen met spullen die in beider levens overbodig zijn, net niet rijp voor de kringloop en soms zelfs nog in buitengewoon goede staat. Mijn bijdrage aan het geheel is vervoer en algemeen vermaak. Het waarom leg ik u graag in de komende zinnen van dit verhaal uit. Aan de verkopende kant krijg ik zelf vaak moordneigingen. Dat is een slechte eigenschap voor een verkoper, maar het komt door het gedrag van sommige mensen aan de kopende kant. Die regelmatig in staat zijn splinternieuwe zaken (met de kaartjes er nog aan) op te pakken, vol interesse te bekijken, te vragen naar de prijs (als we die er als service al niet op hebben gezet) en daarna te beginnen met bieden op een manier die aan het gezonde verstand van betrokkenen doen twijfelen. Of aan de wil om echt een zaak te doen. Ooit verkocht ik zelf auto’s. Simpel verhaal. Je had echte kopers, mensen met een serieuze wens tot aanschaf van een nieuw of ander vervoermiddel, je had ook mensen die alleen maar langs kwamen om hun eigen tweedehands vehikel te laten taxeren en je had de ‘zeikerds’. Ik noem ze even zo omdat dit de mensen waren die kennelijk te veel vrije tijd en te weinig hobby’s hadden.

Vaak laat in de middag nog even binnenstappend, zaken te oreren die ze net uit de meest recente uitgave van AutoVisie hadden gehaald over een van jouw merken, maar waar je verder niet zoveel mee kon. Behalve veel tijd aan vuil maken. Wat ik op het laatst niet meer deed. ‘Ga even naar huis man, denk er nog even na en kom terug als je serieus bent’. Maar dan verpakt in keurig nette diplomatieke termen. Slechts een enkele keer mikte ik echt iemand fysiek de deur uit. Die ging voorafgaand aan mijn verwijdering onder een van de opgestelde auto’s liggen en begon het het hele ding luidkeels en onder gehoor van andere showroomgasten af te breken op basis van wat hij de avond er voor van iemand bij de TROS-Autoredactie had gehoord. Toen kon ik me niet beheersen en mikte de man de deur uit. Dat zelfde gevoel krijg ik bij hen die op rommelmarkten menen dat de verkoper niet goed snik is als hij bijvoorbeeld een hele euro durft te vragen voor een artikel dat zelfs bij de goedkoopste discounter nog voor een tientje moet worden aangeschaft in mindere kwaliteit. Vrouwlief is er onverwacht goed in. Die kan er tegen. Al begint ze haar grenzen van geduld ook te verleggen als er weer eens een allochtoon voorbij komt die zelfs op die ene euro nog 90 cent wil afdingen. ‘Gewoon laten liggen, niks voor u’ is de zin die nu tegen haar gehemelte kleeft als er weer eens iemand alles op pakt en alleen maar bezig is met de handel verpesten.

Onlangs waren we weer eens op een (grote en drukke) rommelmarkt, van de kofferbaksoort. Het was mooi weer, veel mensen, enorm breed aanbod aan handel. En het patroon was gelijk aan het hiervoor geschetste. Mijn dames gezelschap was druk. Ik hield de boel  wat in de gaten. En observeerde. Van mijn eigen meegenomen spullen werd maar liefst voor E. 1,50 verkocht. Alles was te duur, niet interessant, elders goedkoper of wat ook. De spullen van de dames gingen gelukkig wel lekker de dozen uit. Maar ik snapte soms het geduld niet. Toen ik zelf een paar keer rond liep hoorde ik overal hetzelfde. De verkopers klaagden over het publiek en de biedingen, de kopers hadden tassen vol spul en pochten over bedongen koopprijzen. Is dat nu de typische lol van rommelmarkten? Ik kijk zelf naar een prijs als ik iets zie wat leuk is, lijkt het mij wat betaal ik die prijs. Klaar! Beter wat te duur dan niet te koop toch? Wat ik zelf die bewuste keer aanbood heb ik elders nergens gezien. Dus was leuk, goed van prijs en aardig van aanbod. De volgende die zegt dat het anders is komt in aanmerking voor wurging ter plekke…. In Mei de volgende sessie…..Op een voor ons bekendere locatie. Eens zien hoe het daar gaat…

De G van Gierigheid…

Gretigheid, gulheid, gezelligheid, allemaal termen die passen bij de letter G van het door mij al een paar blogjes geleden opgevoerde ABC van onderwerpen. Maar ik wilde het hier meer hebben over de G van Gierigheid. Dat is een eigenschap die ik wel eens om mee heen zie. Bij mensen die het eigenlijk best kunnen missen maar toch de indruk maken dat ze het geld niet gemakkelijk uit de binnenzak trekken als het gaat om de aanschaf van zaken die zij als vluchtig beschouwen. Gierigheid is iets dat past bij mensen die heel lang kunnen doen met wat ze bezitten. Die niets geven om verandering van mode of trend. Die het geld een ander niet gunnen en ook menen dat bezit meegenomen kan worden naar die plek waar wij allemaal zullen eindigen. De mier in optima forma in een wereld die tegenwoordig in hun ogen wordt bevolkt door hele krekelvolkeren. Gierigheid is ook goed te combineren met het benutten van de bronnen die anderen kennelijk bezitten en waarmee zij rijkelijk om zich heen strooien.

Bij de ander eten, meerijden, roken, snoepen, of zelfs nog wat grotere zaken, zorgen voor verminderde uitgaven bij hen die het geld het liefst in een grote kist in de tuin zouden begraven. Het zit in de genen vaak, kinderen krijgen dat mee in de opvoeding. Ledigheid is des duivels oorkussen en zo. En dus zie je dan bankstellen en stoelen die zonder overdrijven een leven lang meegaan. Waar anderen, ik denk ook aan mijzelf, gemiddeld om de tien jaar zo’n zithoek vervangen. Hoe onverslijtbaar ook. Je wilt wel eens iets anders. Ik heb ooit een collega gekend die zo leefde. Hij reed in een oude Saab, die nooit werd gewassen en waar bijvoorbeeld de ruitenwissers niet werden vervangen maar voorzien van plakband als het rubber de metalen houders verlieten. Hij had een regenjas aan die echt kon dienen als bron voor de lokale gaarkeuken en zijn pak werd nooit maar dan ook nooit gestoomd.

Een zeldzaam portret. Afkomstig uit een goede buut in het Gooi, afgestudeerd, slim en in staat om in het buitenland carriere te maken. Indertijd maakte hij gebruik van de mensen om hem heen zoals ik dat hiervoor omschreef. Alles werd ‘gebietst’ en hij werd om dat gedrag vaak beschimpt of uitgescholden. Met een minzame glimlach onderging hij de behandeling. Zijn tijd zou nog wel komen. Jaren later kwam ik hem bij toeval weer eens tegen. Tijdens de AutoRAI waar ik mijn merk stond te vertegenwoordigen. Ik kon hem op afstand herkennen. Zelfde pak, dito jas, (te duur om die jas op te bergen in de garderobe..) maar wel met een bijster fraaie dame aan zijn zijde. Hij woonde en werkte nu in Zwitserland. Had het naar de zin. En vroeg brutaal of wij nog woonden waar we hem indertijd wel eens hadden ontvangen. Dat was niet meer het geval en ik hield de nieuwe locatie maar even buiten het gesprek. Voor je het weet stond hij weer voor de deur…. Later belde hij me heel vaak op. Wilde graag nog eens langs komen voor de koffie en even bijkletsen. Ik hield de boot af. Ik ben niet gierig, vrijgevig zelfs, maar heb niets mee mee/uitvreters. Mag dat? Is dat netjes? In geval van echte gierigaards vast wel.

Het dubbele gezicht van de Tsarina…

wp_20161027_028Het tweede museum dat ik onlangs binnen de periode van twee dagen bezocht was de Hermitage in Amsterdam. Het was de bedoeling om er al eerder heen te gaan, maar dat kwam er om e.o.a. reden steeds niet van. Maar uiteindelijk is het dan toch gelukt. Samen met onze Soester vriendjes op een mooie dag in oktober. ‘Catharine de Groote – Zelfgeslepen diamant’. In de sfeervolle Hermitage, altijd goed voor exposities van kunstzinnig werk uit het grote museum in Sint-Petersburg, Rusland. Tot en met 15 januari 2017 te bekijken, tegen een geringe meerprijs op je normaal gratis MJK-toegang.

wp_20161027_027De werken die men uitstalde zijn soms prachtig, maar de onderwerpen in veel gevallen wat minder fraai. Waren die mensen in die tijd zo lelijk of hadden de schilders hun dag niet? Catherina de Groote was een vrouw met twee gezichten. Eerzuchtig, steenrijk. Machtig, en invloedrijk. Ze kende de andere koningshuizen uit die periode en hield van corresponderen met filosofen als Voltaire en Diderot.

wp_20161027_025Catherina wilde de Pruisische koning Frederik verslaan waar het om kunst verzamelen ging en intussen verborg zij af en toe een minnaar of drie voor de buitenwereld. Of die allemaal tegelijk langs kwamen is de vraag. Maar dat zij dominant zal zijn geweest….het moet wel.  Geslepen en glimmend was de geweldige tsarenkroon die stijf stond van de diamanten en parels. De uitgestalde kroon in de Hermitage is een kopie, stamt uit 2012, en is bedoeld om over de wereld te reizen. Het origineel vermoedelijk zo duur dat je dat risico niet durft te nemen om hem uit te stallen. Catherina is met haar voorkeur voor de kunst en de letteren ook actief geweest om al haar schatten onder dak te krijgen en zo stichtte zij 250 jaar geleden het Hermitage waaraan het Amsterdamse filiaal zijn naam dankt.

wp_20161027_018Erg aardig waren de monitoren met daarop te zien filmfragmenten van bekende sterren die deze in het echt niet al te fraaie vorstin ooit uitbeeldden. Marlène Dietrich, Jeanne Moreau, Catherine Deneuve, Catherine Zeta-Jones en Keira Knightley zetten soms een erg mooie tsarina neer. Mooier dan ze op die oude schilderijen bij de observator overkomt. Want complimenteus is anders. Maar ga zeker kijken als je interesse hebt in dit stukje geschiedenis. Al was het maar omdat je o.a. een kaart te zien krijgt waarop het Europa uit die tijd. Waarbij meteen opvalt hoe verdeeld en klein Duitsland was en hoe verscheurd het huidige Polen. En ook hoe goed die Nederlandse schilders uit de betreffende periode waren. Die hangen hier niet. Dat is meer voor een andere kant van het museum….Waar je zeker ook even heen moet gaan als je er toch bent…

 

Ouderen en hun genoegens…

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Mensen kennen in hun leven heel wat verschillende fasen. Jeugd, opgroeiend volwassen, volwassen/gebonden, carrieremakend, kinderen, oudere jongere en dan de fase dat het leven geen druk meer zet op de toekomst. Je wordt iets ouder en neemt de tijd om nu eens echt te gaan doen wat je altijd al van plan was maar nooit de tijd voor had of de gelegenheid. Druk als we zijn maken we eerder ruimte voor een carriere of de kinderen, dan dat we voor ons zelf zorgen. Dat mag tegenwoordig ook pas als je tenminste tot je 67e hebt doorgeploeterd. De generatie voor ons mocht al een jaar of tien eerder met de VuT en die mensen hebben heel wat langer van hun vrijheden kunnen genieten. Met behoud van een belangrijk deel van hun salaris. Dat is nu wel anders. Wie al pensioen krijgt weet vrijwel zeker dat dit jaar na jaar wordt gekort. Want anders is de pot (1400 miljard..) zo leeg en krijgt de volgende generatie niets meer….

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Vraag is wel of dit nu ligt aan hen die hun leven lang bijdroegen aan het pensioen van zichzelf of dat van dit vutters voor zich, of dat het een kwestie is van verkeerd beleid bij die pensioenfondsen. Rarara. Maar goed, terug naar het onderwerp. Ouderen gaan dus al dan niet gepland genieten. De ANBO zocht onlangs uit wat die mensen dan gaan doen als het leven hen niet meer zo in de nek hijgt. De meesten zijn druk met internet. Daarna wordt er gelezen, gewandeld, gefietst, gewinkeld of in de tuin gerommeld. Een relaxed leventje dunkt mij. Een algemeen begrip als ‘hobby’ scoort ook hoog. Al zullen er best 50-plussers zijn die dat fietsen en wandelen als zodanig aanduiden. Wie met pensioen gaat zou kunnen denken aan lekker bezig zijn met de beurs, of verre vakanties. Maar niets blijkt minder waar. Nederlanders doen over het algemeen liever normaal. En dus willen ze in overgrote meerderheid ‘gezond blijven’, een eerste vereiste voor meer plezier in het leven.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Maar dat reizen trekt wel. Men wil wat zien van de wereld, al was het maar omdat die campings in Frankrijk of Italie nu wel bekend zijn. Men wil het graat een beetje goed hebben op financieel gebied. Zekerheid dat je niet in de armoede terecht komt zit bij de huidige ‘grijze golf’ vaak diep geworteld. De jaren vijftig, toch de jeugdperiode van velen, ligt nog vers in het geheugen. En dat was vaak geen vetpot. Dat je kunt genieten van de vrijheid en NIETS meer van doen hebt met opgelegde verplichtingen is ook zoiets. 50-Plussers zien dat als een groot goed. Net als genieten van of met de (klein)kinderen. Dat men ook ervoor kiest om oud te worden en gelukkig lijkt mij geen gekke wens. Dat zullen meer mensen hebben, ook zij die nog lang niet op die leeftijd zitten. En op een of andere manier herken ik wel wat van dit gedrag en al die wensen. Wat dat betreft is uw meninggever net een gewoon mens. Of zou het komen doordat ouder vaak ook wijzer maakt???

Vakantie

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

In mijn jeugd was vakantie vooral de periode die in de zomermaanden bepaalde dat je niet naar school hoefde. Van verre reizen of comfortabel vervoer was echt geen sprake. In de woonwijk waar ik opgroeide was werken het devies en de ouders hadden niet zoals nu zoveel of vaak vrij dat ze wel een weekje of drie naar Spanje konden afreizen. Nee, een week was al lang. Ook bij ons thuis. Mijn leasevader handelde in vierwielers en sleutelde waar hij kon bij familieleden aan scheepsmotoren of auto’s en kwam dan vaak met een aardig weekbedrag naar huis. Niet dat we daar veel aan overhielden hoor. Hij maakte in zijn handelsjaren ook wel eens missers mee en kon ook erg aardig ‘innemen’. Een euvel dat hij deelde met meer ouders van jongens in mijn leeftijdsgroep. Die ouders hadden de oorlog mee gemaakt en ergens waren ze daardoor soms wat van het geestelijk rechte paadje af. Neemt niet weg dat wij voor de vakantie altijd ergens geld genoeg hadden en dat we dan wat je noemt ‘luxe’ op stap gingen. Met de auto. En die kwam dan vrijwel steevast uit de handelsvoorraad van ‘pa’. Een Amerikaanse of Britse Ford, Skoda, IFA of soms een DKW. Omdat mijn moeder een ingebakken afkeer had van tenten en kamperen, werd dan gekozen voor een redelijk luxe hotel of even comfortabel familiepension, liefst ergens in of bij het toen nog redelijk rustige Limburgse Valkenburg.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Mijn moeder had iets met die omgeving, vermoedelijk omdat het zo dicht bij het buitenland lag, waar zij telkens van droomde om er nog eens te komen. Maar ja, een paspoort hadden we niet en mijn ‘pa’ liet zich liever van de Vaalserberg afgooien dan dat hij ook maar een stap in Duitsland zette. ‘Teveel meegemaakt met die Moffen’. Als we na een lange rit dan eindelijk in het  hotel van bestemming waren aangekomen werd er uitgepakt. Niet alleen letterlijk, ook figuurlijk. Het mocht iets kosten. We dronken thee met taartjes, bier (voor pa) en een wijntje met wat pinda’s in een of ander etablissement en ‘s-avonds een goed diner in het hotel. Geld speelde dan even geen rol. Ik had altijd het idee dat andere kinderen uit mijn straat of school hetzelfde meemaakten tijdens die weken afwezigheid, maar dat viel meestal vies tegen. De meesten bleven in de straat hangen waar ze woonden, bezochten een dagje het Pretpark Oud-Valkeveen aan de rand van Gooi en als hun vader een auto had wellicht de Veluwe. Maar echt ver ging men in die jaren vijftig niet. Onze soort vakanties was dus best uitzonderlijk. Dat we soms drie weken na terugkomst weinig beleg op brood hadden speelde een minder opvallende rol.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Het geld vloeide waar het niet gaan kon. Maar plezier hadden we wel. En ik leerde er zo het zelf ook het Valkenburgse vermaak kennen. Net als de Vaalser omgeving en kleine stukjes Belgie. Want illegaal die grens over vonden mijn ouders indertijd best spannend. Soms pakte dat best wel verkeerd uit, want als gezegd, een paspoort hadden ze niet, zelfs geen groene kaart of zo. Maar goed, avontuur moest er zijn. Op de terugweg naar huis waren we altijd extra lang onderweg. We stopten dan in Roermond waar we ergens een maaltijd namen van friet en knakworst. Zalig! En in Utrecht nog even stoppen voor een drankje en een hard stuk metworst of zoiets. Elk jaar weer een feest. Toen ik zelf voor het eerst op vakantie ging, samen met mijn huidige vrouw, toen nog mijn verloofde, mag je raden waar we heen gingen. Juist. Maar de ware magie en passie kwamen nu van ons zelf en niet van de omgeving. Maar dat paste ook goed bij de leeftijd. Of ik toen veel heb gezien van die zelfde omgeving? Ik geloof het niet. Maar dat haalden we later nog wel in. Ben er sindsdien nog vaak geweest. Leuke bestemming, al is er intussen veel veranderd. En niet allemaal ten goede.

Discussie over de claim op gelijk…

Twitter4f461eeWie mij hier volgt weet dat ik mij vaak buitengewoon kan ergeren aan de staat waarin de ‘media’ in ons land verkeren. Pluriformiteit is soms ver te zoeken, het ‘linkerdeel van de samenleving’ wordt vaak wel erg goed bediend. Met name de VARA heeft een soort claim op het absolute gelijk en vindt  kennelijk ook dat je andersdenkenden geen kans hoeft te geven op het uiten van een eigen of afwijkende mening. Dat is soms schrijnend! Propaganda vermoeit. Eenzijdigheid ook. Zo raakte ik onlangs op mijn autoblog in een serieuze discussie over een elektrische auto. Deze Amerikaanse nieuwkomer wordt gemaakt door een fabriek die op elke nu verkochte auto iets van 18.000 dollar toelegt. Hun nieuwe modellen zijn geen koopjes en je mag dus best kritisch zijn vond ik. Nou buiten de waard gerekend. Het merk kent zo haar progressieve volgers en die sprongen massaal in de bres voor het merk en vonden mijn conclusie dat deze nieuwe elektrische auto geen ‘’koopje’ zou worden wel erg bevooroordeeld. Ik was een zgn. ‘Petrol Head’ wat zoveel is als iemand die gek is op auto’s die rijden op benzine en diesel. En ik was ook fout geïnformeerd…., had geen verstand van auto’s en kende die wereld helemaal niet.

EV oplaadapparatuur AmsterdamAltijd leuk om die claim op het gelijk een ander te onthouden. Zonder te weten wie je tegenover je hebt. Kom je in politieke discussies ook zo vaak tegen. Nu was mijn verhaal gebaseerd op zaken die ik haalde uit Amerikaanse en Duitse media. Dus ik was redelijk geïnformeerd, maar dat bleek in de discussie geen soelaas te bieden. Ook niet dat ik toch wel een paar decennia in dat autowereldje heb rondgelopen. De jakhalzen beten zich vast in mijn kuiten en vonden dat ik mijn conclusies maar snel moest herzien. En dat deed en doe ik dus niet. Never, nooit als ik gelijk heb. En voor hen die ik moet geruststellen, als ik geen gelijk heb geef ik dat best vaak toe. Mijn nadeel (of voordeel) is dat ik breed geïnteresseerd ben in vrijwel alles, maar er zijn voldoende mensen die juist smalle interesseterreinen kennen en die kunnen mij nog weleens verrassen. Soms tot grote blijdschap van deze meninggever hoor. En dan is een ruiterlijk excuus op zijn plek. Maar niet in het onderhavige geval. Of zoals onlangs rond de zgn. ‘vluchtelingen’. Zolang de instroom bestaat uit mensen die hier niks te zoeken hebben en de voorstanders van die grote volksverhuizing vinden dat wij hier te lande nog wel 250.000 mensen per jaar kunnen toelaten komen we er niet uit. Dan maar tot het gaatje.

WP_20140906_002Deed ik daarom ook in de discussie over die elektrische auto. Tot mijn stomme verbazing zag ik onlangs dat vrijwel alle media, aandacht gaven aan die zelfde nieuwe auto van dat merk met de T in de neus. Zonder enige vorm van zelfkritiek verslag doend van de rijen mensen die nu reserveerden voor een auto die pas in 2018/9 leverbaar zal zijn. Van een bedrijf dat nu eerst nog moet zoeken naar een productiefaciliteit en geld om dat ding te bouwen. Kijk, dan ben ik zo vrij om fijntjes te wijzen op merken als General Motors, Opel, Volkswagen, Nissan, Renault, smart, Volvo en zo meer. Die bieden allemaal elektrische auto’s aan. Even schoon, even handig en stil. En stukken goedkoper. Maar kennelijk minder modieus. En daar vallen die media toch voor. Maar het heeft dan niets met kennis van zaken of journalistiek te maken. En zo is het, en daar moet u het dan maar weer even mee doen…