100 jaar oud – zonder echte seksbeleving…

Onlangs zag ik op TV een aardige aflevering uit een serie die door SBS was geproduceerd en Gordon als presentator had. En wat je ook van die man wilt of kunt zeggen, omgaan met ouderen is wel zijn dingetje. Hij doet dat op zijn Gordons, brutaal, soms bijna plat maar wel met resultaten. Je moet er om lachen of niet, maar wat hij aansnijdt in die ouderenwereld is soms best confronterend. Dit keer ging zijn reeks over 100-jarigen. En daar zitten een paar portretten tussen. De een pinnig en sterk nog, de ander toch lichamelijk broos en verlangend naar een vredig einde omdat ook kinderen, partners en familie intussen het aardse voor het eeuwige verwisselden. In die bewuste uitzending had hij een hoofdpersoon die intussen 102 jaar oud was en nog zelfstandig leefde in een geweldig groot huis vol herinneringen, maar ook met een tuin waar hij zijn eigen groenten en fruit verbouwde. Een van zijn zoons hielp hem, want zicht en gehoor speelden parten. Zijn humor niet. Die was nog volop aanwezig en daarbij ook zijn interesse in alles wat nog om ons heen plaatsvindt.

Letterlijk, want hij verdiepte zich in de kennis over de kosmos. Luisterboeken hadden zijn leesboeken vervangen, maar dat deed niets af aan zijn levenszin. Overigens kenden wij de man. Wij kwamen hem wel eens tegen op een bij toeval ontdekte behandelplek voor mensen die een stapje extra willen zetten richting genezing van lastige kwalen. En daarbij maakte hij zelf reclame voor zijn optreden ‘over een paar weken’. Geen moment spijt gehad dat we dit advies hebben opgevolgd. Wat zeer veel indruk maakte was zijn levensverhaal. Want dik 50 jaar getrouwd geweest, binnen het katholieke geloof van toen, en met zijn vrouw uiteraard geen seks voor het huwelijk. Erna eigenlijk ook niet. De beschrijving was bijna stuitend. Nooit had zijn vrouw enige interesse getoond in seksuele activiteit, hij mocht haar in al die jaren samen nooit ook maar een keer naakt aanschouwen, wel ‘bevruchten’ want ze hadden naar ik meen 5 kinderen verwekt samen. Seks was ook afgelopen toen die nakomelingen er waren en zijn vrouw ‘het wel genoeg vond’. En scheiden was er niet bij natuurlijk, want wat de pastoor had verbonden mocht niet worden verbroken.

Maar in de woorden van de oude heer klonk daarover toch wel wat spijt. Overdag waren ze prima maatjes geweest, maar de nachten waren kil en eenzaam. Als je dan dik 100 bent en je moet constateren dat je deze fase in je leven feitelijk bent overgeslagen, nooit zult weten hoe het kan zijn als je wellicht een iets levendiger type zou ontmoeten, het lijkt me geen fijne constatering. Want als een ding de mens is gegeven is het toch wel de gave plezier te onttrekken aan alles wat met seksualiteit van doen heeft. Al zijn er nog zo veel heilige boontjes die het tegendeel beweren. Vroeg geleerd is oud gedaan, nooit geleerd is inderdaad nooit gedaan. Van alles wat de oudeheer in dat programma vertelde maakte dit toch wel veel indruk. Het lijkt mij een soort van verloren leven. Al zijn er natuurlijk meer mensen (ik denk aan a-seksuelen die er vanuit de genen niets aan vinden) die zo kunnen leven als ik hiervoor beschreef. Wie het weet mag het zeggen. Maar frustrerend lijkt het me wel. (Beelden: Yellowbird archief)

 

Hoezo integratie??

Stel je deze situatie eens voor. Uw meninggever, toch een geboren en getogen Amsterdammer besluit om hem moverende redenen naar Rotterdam te verhuizen. Een op zichzelf ondenkbare en wonderlijke gedachte maar voor dit verhaal wellicht aardig illustratief. En als hij dit dan heeft gedaan en een half jaartje aan de Nieuwe Maas zetelt hangt hij de Ajax-vlag buiten en begint af te geven op de Rotterdamse samenleving. Dit deugt volgens hem niet en dat ook niet. Hij wil dat men in supermarkten Amsterdamse uitjes gaat verkopen en ook dat Johnnie Jordaan meer aandacht krijgt bij TV West. Ik denk dat ik dan op zijn minst met afkeer wordt bejegend als het al niet verder gaat in die stad van meer daden dan woorden. Als omgekeerd een Rotterdammer Amsterdam beledigt levert dat uiteraard ook allerlei strijd op. Nederlanders blijken dan best lange tenen te bezitten. Nu neem ik u als ander voorbeeld mee over de grenzen. Ik ga naar Turkije en vestig me daar. (ook ondenkbaar uiteraard…) Wat ik daar van meet af aan wil is dat mijn woonomgeving wordt aangepast opdat ik daar een katholieke kerkdienst kan bijwonen en dat mijn buren mijn taal moeten gaan spreken.

Ik verwacht dan ook nog dat mijn gedrag respect krijgt van de lokale bevolking. Zie je het voor je? Wonderlijk genoeg is dit in ons land wel het geval bij veel nieuwkomers. Zoals ik onlangs weer mocht zien en horen bij de revival van het aardige programma over de Akbarstraat in Amsterdam-West. Waar een ‘deskundige’ uitgebreid de tijd krijgt om uit te leggen dat de voor 85% uit allochtonen bestaande wijk vooral was mislukt omdat de Nederlanders geen moeite deden zich aan te passen. Huh?? Opvallend was ook dat allerlei sociale aspecten werden opgevoerd als oorzaak en reden, maar dat men het dominante islamitische geloof en alle culturele aspecten daarmee verbonden volledig buiten beeld hield. Mensen die daar woonden spraken na soms 40-50 jaar hier wonen de taal nog steeds niet. Je wordt er echt moedeloos van. Wat is Nederlanderschap dan precies? Nou dat wat is opgebouwd in de loop van de geschiedenis, bevochten soms. Een liberale, vrijzinnige maar soms ook wat kleinzielige gemeenschap waarin iedereen samen wel het gevoel heeft Nederlander (of specifieke stedeling) te zijn. Waarin we soms met respect met elkaar omgaan en de kerk 50 jaar geleden als culturele hoofdstroming buiten de deur hebben gemikt.

We zijn blank, zwart, licht getint, geel, rood, Europees, Chinees, Afrikaans of wat ook, maar toch vooral samen Nederlands. Mits je maar integreert. En dat kan alleen als je de taal leert, de geschiedenis respecteert en een bijdrage levert aan de samenleving die jou opnam. Gek genoeg namen we (willekeurige volgorde) Molukkers op, Indische Nederlanders, Spanjaarden, Italianen, Fransen, Russen, Polen, Tsjechen, Hongaren, Iraniërs enz. enz. Vaak volledig opgegaan in die Nederlandse samenleving. Maar juist met bepaalde groepen wil dat maar niet lukken. Het waarom zit hem vast ergens in de wil om er iets van te bakken hier. Die wil is er wel, maar integratie is ook trouwen en kinderen krijgen. Over en weer zonder geloofsgedoe. En daar gaat het fout. Dus kan integratie niet van twee kanten. Of je moet bedoelen dat wij Nederlanders allemaal de islam gaan aanhangen. Kijk, en dat is een stapje te ver. Kortom…Er is veel werk te verrichten nog….En daarbij zijn uitgestoken handen nodig. En verlaging van opgeworpen drempels. Pas dan is sprake van succesvolle integratie….toch?

 

Geen zin…

‘He toe nou…’ zeurde ze naar hem. Hij negeerde haar…. O zeker, ze was mooi, lief, kon goed koken en was aardig met de kinderen. Maar ze kon ook zo zeuren….. ‘Toe nou, je zou mij echt helpen om ook eens een soort plezier te beleven…ik wil zo graag ook even genieten…’. Ze keek hem bijna smekend aan, hij zag haar prettige ogen, bekeek haar uitdagende bloes, die strakke rok, haar mooie benen en fraai geknipte haar. Ze was de zonde zeker waard. Maar ja, sinds hun huwelijk moest hij soms wel 12 uur per dag werken, kwam hij doodmoe thuis en wilde dan gewoon weinig meer dan even lekker eten, de kinderen een aai geven of naar bed brengen, en daarna nog even aandacht voor haar opbrengen of van haar kant ontvangen. Het was best zwaar allemaal en zo had hij het voor dat huwelijk nooit bedacht. Toen droomden zij beiden nog van wereldreizen en daarna een boerderij ergens op het verre platteland van Drenthe of Overijssel, met dieren en moestuinen. Maar in de praktijk van alle dag hadden ze met veel moeite een kleine middenwoning kunnen kopen en woekerden ze niet alleen met het woonoppervlak, ook met hun financiele ruimte. Zij leek zich eerder te schikken in dat lot dan hij. Hij droomde nog steeds van dat leven elders. Maar ja….dromen zijn bedrog. En nu leefde hij dus met zijn vrouw die constant zeurde dat hij ‘dit’ of ‘dat’ wel wat meer aandacht kon of moest geven. Hij werd er zo moe van. Wilde gewoon rust. Ook al was hij niet zo oud om daar al van te kunnen genieten….. Ze wilde dat hij promotie maakte, meer ging verdienen, aandacht had voor de kinderen, maar ook specifiek voor haar. En zeker, hij hield zielsveel van haar, maar was er wel achter dat dit zeurkant voor het huwelijk nooit naar voren was gekomen. Hoe dan ook, hij keek naar buiten, hoorde haar eigenlijk niet tegen hem praten. Overwoog, bedacht, wist dat als hij haar toegaf ze wellicht vanavond weer wat liever voor hem zou zijn. Dus nam hij een besluit…..’OK….ik haal de auto even. Kunnen we naar de IKEA en heb jij je zin’….. Voor hij stampend van opwinding naar de gang liep om zijn jack aan te trekken hing zij om zijn nek en kuste hem. Ze was oprecht blij. Haar opwinding moest ze maar zien vast te houden dacht hij….en stapte de deur uit….

Heel fijne Kerstdagen toegewenst!!

Moge het voor alle lezers en lezeressen ongeacht hun voorkeuren of gedachten een prachtig en liefdevolle Kerst worden.

Samen met geliefden, familie en/of vrienden. Eet smakelijk en geniet van de eventuele vrije tijd. Op de 27e is dit theater weer geopend. Tot dan!! 

Tante….

Ze was altijd al een buitenbeentje geweest. Had daardoor weinig vriendinnen opgedaan tijdens haar schooltijd. En ook later was haar vriendenkring klein gebleven. Ze sloot nooit helemaal aan bij de anderen. Die gingen uit en met jongens zitten of liggen klooien, het had haar nooit geboeid. Daarbij hadden de bezorgde ouders haar gewaarschuwd….jongens zijn slecht en maken je zwanger. Ze durfde het niet aan. Had ook geen idee gehad wat te doen met zo’n vaak wat schreeuwerig puistenkoppie. Nee, ze was meer van de plantjes en dieren. En besloot om geen vlees of vis te eten toen ze nog heel jong was. Het gaf haar een slank figuur en ze had geen schuldgevoelens naar medewezens. Volgens haar moeder was ze best knap van uiterlijk, zelf zag ze dit niet zo. En als het al zo was, wat moest je er mee. Ook de dominee waarschuwde voor ‘seks voor het huwelijk’, dus gaf ze nooit kussen weg en mochten jongens met hun grijpgrage handen niet in haar buurt komen. Tuurlijk voelde ze wel eens opwindingsmomenten, maar die verdrong ze het liefst. Dat was zij niet, zo zat ze niet in mekaar. Toen ze de huwbare leeftijd bereikte was ze in de dierenkliniek in de buurt gaan werken. Ze bleek een puike kracht. Lief voor de dieren, afstandelijk naar haar klanten toe. Maar men zag wel dat dit een vrouw was met een missie. Haar zussen trouwden. Die kregen kinderen en leken gelukkig. Zij deed niet mee in het verhaal. Het boeide haar niet. Alle verhalen over hoe het toeging in het huwelijksbed, haar zussen vertelden wel eens iets, deden haar bijna walgen. Het idee alleen al. Ze had door haar studies dierkunde en de praktijk wel door hoe alles functioneerde bij bloemetjes en bijtjes, maar erg aantrekkelijk was het daardoor niet voor haar. En zo verliepen de jaren. Ze was de ‘strenge tante’ voor haar neefjes en nichtjes. Ze voldeed niet aan de norm voor haar buurtbewoners van huisje-boompje-beestje, had geen man, geen vrouw, slechts een leuke wat te dikke kat. Als ze al behoefte had aan afleiding las ze wat, deed aan breien of haken, ging op vakantie naar oorden waar je cultuur vond en geen blote lijven op het strand. Ze vond het leven fijn zoals het ging. En na alle werkende jaren werd ze ouder en wijzer. Niet vrolijker. Haar leven was saai geweest. Maar wel ordelijk en overzichtelijk. Het lichamelijke was haar voorbij gegaan. De grote liefde niet gearriveerd. En de Heer haar herder. En zo stierf ze. 78 jaar oud. Met een verwrongen glimlach op haar gezicht. Haar spullen werden verkocht, haar spaarrekening verdeeld onder de familie. De intussen erg oude kat ging naar het asiel. Tante had nooit echt geleefd. En zij verdween in vergetelheid. Precies zoals ze dat zelf graag had gehad. Slechts de nog wat oudere dominee kon zich haar herinneren. Een waar kind van God. Jezus zou trots op haar zijn en haar vast naast zijn troon opvangen…..Maar hoe heette ze nou ook al weer??? (Beeld: Yellowbird archief/Roermond)

Notabele voorvader…

Jaja, uw meninggever is voorzien van een voorvader die echt iets in de melk te brokkelen had. Een man (1816-1900)die notabel was, burgemeester zelfs van twee Nederlandse steden, en zorgde dat zijn nakomelingen door hun uitzwerven in ons land o.a. veroorzaakten dat ik het levenslicht zag. Hoe ik aan deze wijsheid kwam? Nou simpel, door vroegere medeblogster Pia die van genealogie een bijna professionele passie heeft gemaakt. Via Facebook doet zij vaak verslag van de meest ingewikkelde zoektochten naar mensen uit haar eigen familiegeschiedenis en elk lijntje dat zij tegenkomt zoekt zij dan nauwgezet uit. Bij mij is de zoektocht een stuk ingewikkelder. Allereerst omdat ik geen geduld bezit om allerlei archieven uit te pluizen als je nauwelijks weet wat of waar je moet zoeken. Mijn familiegeschiedenis in de generatie boven mij is al verstoord door scheiding en andere perikelen. Ik liep al snel vast toen ik het wel eens probeerde. Kwam voor mijn familienaam in een joodse lijn terecht of een van de Mormonen. Maar dat zijn echt de verkeerde verbindingen. Wist ik zeker.

Ik schatte ook de leeftijd van mijn natuurlijke vader wat verkeerd in. Wist wel ongeveer zijn overlijdensdatum, maar niet die van zijn geboorte. Thuis werd er niet zoveel over de man gepraat en door omstandigheden als….dan…negatief. Kortom een lastige zoektocht. Van mijn moeders kant was de situatie niet zoveel positiever. Ook daar een vervelende scheiding bij de grootouders, ver voor de oorlog. Wel wist ik dat er aan die familiekant lijnen liepen naar Hoofddorp en Scheveningen. Maar verder? Ik legde het onlangs weer eens neer bij Pia. ‘Hoe doe jij dat toch? Ik snap er geen moer van….’. Zij beloofde eens voor mij te zoeken als ik wel wat basisinformatie had. Die kon ik net aan leveren. En dus…..Twee dagen later was ze al zes generaties boven mij uitgekomen. En keek ik naar een overzicht waarbij die burgemeester passeerde maar ook de man die onze familie in Nederland zijn naam gaf, een uit Duitsland afkomstige huursoldaat die zich ooit (1765) in Nijmegen vestigde. En dat uit dat geslacht (met een Duitse H tussen de naamletters) ook een Groningse tak ontstond. Dus verre familie. Ik werd er helemaal blij en opgewonden van. Immers in onze huidige generatie en die voor of na ons, ligt Duitsland (en Tsjechie) na aan het hart. Dat bleek ook te gelden voor mijn vader en grootvader.

We vinden kennelijk het land fijn, het eten, de mensen. Nooit echt geweten waar het vandaan kwam. Nu wel….stukje familieband. En dat stemt toch in zekere mate vrolijk. Pia vertelde me nog waar ik op moest letten, dat bepaalde huizen uit die tijd nog bestaan en te bezoeken, en dat je bij allerlei archieven terecht kunt voor nog meer informatie. Nou, ik heb er weer een hobby bij. En vrouwlief wil uiteraard ook dat ik voor haar ga zoeken. Want opmerkelijk genoeg kent die vanuit een van haar grootouders net als ik een even onbekende maar wel vastgelegde link naar Nijmegen. Straks waren onze voorouders ook al met elkaar verbonden. Verborgen verledens…..Het blijft leuk allemaal! Zelf ook wel eens op zoek geweest? En? Gevonden??? (Beelden: Yellowbird archief/Zelhem/Wiki)

Geloof in de Sint….

Als je in de oud-Hollandse tradities vandaag pakjesavond viert, al dan niet in aanwezigheid van de goede oude Sint en zijn zwart geschminkte assistent, hoop ik dat je dit vooral doet voor de kinderen of de gezelligheid. En dat je in staat bent om alle frustraties of schuldgevoelens van je af te werpen. Immers, de claims van al die gefrustreerden die menen dat Zwarte Piet een slavenrol vervult t.o.v. een knechten misbruikende schijnheilige heeft van ons feest niets begrepen. En benut dit feestje om eigen claims op schadevergoedingen vanwege een mogelijk slavernijverleden neer te kunnen leggen bij hen die weliswaar het feest vieren, maar in dat verre verleden zelden reden hadden voor feesten. Integendeel. Het merendeel van de geboren en getogen Nederlanders leefde in die jaren in grote armoede. Wie dat niet wil of kan geloven zou verplicht een rondje door de Amsterdamse Jordaan of andere toenmalige achterstandsbuurt in Nederland moeten maken. En zien waar soms enorme gezinnen werden ondergebracht in krotten, waar het water op de vloer en de wanden stond en de ratten af en toe een hapje namen uit de ledematen van de aanwezigen. Armoede troef dus.

En de rijke handelaren die mogelijk betrokken waren bij die slavenhandel hadden maar ook heel weinig op met die arme paupers in hun stad of dorp. Maar dit terzijde. Het fenomeen Zwarte Piet is een wonderlijke samenstelling van een beroet gezicht, en een pakje dat nog het meest doet denken aan wat nobelen aantrokken in de tijd van de Tachtigjarige oorlog. Zwierig, zelfverzekerd en helemaal niet in dienst van die oude man die zelfs niet in staat was om zijn ‘grote boek’, toch een equivalent van de Bijbel uit vroeger jaren, te dragen. Net zoals misdienaren dat doen tijdens de heilige katholieke missen. En ook die dragen bijzondere pakjes. Aankleding die niet meer van deze tijd is, maar dat geldt ook voor het geloof op zich. Wie dat nu weer wil invoeren overschrijdt grenzen van de persoonlijke vrijheid die ons volk nu eenmaal sinds de jaren zestig van de vorige eeuw heeft bevochten. Schijnvertoningen passen bij ons.

Laten we wel zijn, 50 jaar geleden was een kerstboom in bepaalde kringen verboden. Heidens gebruik. Nu overal in zwang. De befaamde pakjesavond werd min of meer vervangen door surprise-party’s onder vrienden of collega’s. En dan elkaar maar gedichten schrijven met de meest vreselijke inhoud. Om daarna een cadeautje te krijgen waar je helemaal niet op zat of zit te wachten. Dat was vroeger wel anders. Wij zaten om de kachel, toen nog op kolen gestookt, zongen ons de blubber aan die oude smartlappen die rond dit feest hangen en kregen dan een hartverzakking als er ineens op de deur werd geramd. In de gang stond dan een wasteil (die van ons zelf..) vol pakjes. Net als we dan op het gemakje aan het uitpakken van deze vele presentjes begonnen, stapte ‘pa’ dan binnen. Die was altijd net even sigaretten wezen halen…jaja. In de door de Sint gebrachte pakjes zelden wat je had gevraagd…wel sokken, ondergoed, een bootje dat niet wilde blijven drijven, een auto van een gulden etc. etc. Veel gedoe voor weinig. Maar je was er apentrots op. Een feestje voor de kinderen. Tegenwoordig gekaapt door een kleine groep volwassenen die nog steeds meent dat alles wat in onze samenleving plaats vindt hen kwetst. Op hun tenen wordt gestaan omdat ze er anders uit zien. Maar vaak komt dat eerder door hun eigen afwijkende gedrag. Als men daar nu eens mee ophoudt wordt het wellicht weer een echt leuke samenleving. Pas je gewoon aan en wacht op dat bonzen op de deur. Wie weet zit er wel een pakje in die teil. Ook voor jou. Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe. Ik wens alle lieve bloglezertjes een fijne Sinterklaasavond toe!  (Beelden:  Internet)

Begijnhof…

Wie als vrouw in vroeger jaren zonder man zat of kwam te zitten had daarna maar weinig echte keuzes. Zoals je nu bij nieuwe bevolkingsgroepen nog wel eens ziet was in christelijk/katholieke kring uithuwelijken nog heel normaal tijdens de late Middeleeuwen. En wilde een vrouw dat niet ging (moest) ze in het klooster. Met name dat laatste hield in dat men geen kans meer had op menselijke geneugten, immers geloften van armoede en kuisheid waren dan opgelegd pandoer en de Here Jezus de enige man in je leven. Dat was voor veel vrouwen vanuit hun fysieke or karakterwezen geen optie. Maar meestal economisch afhankelijk van de mannen of familie hadden ze geen keuze. Tot er een ‘derde weg’ ontstond die door heel Europa een behoorlijke reeks volgsters kreeg. Je kon ook begijn worden. Een soort tussenvorm waarbij je het geloof trouw bleef, maar toch minder streng in de leer een soort van onafhankelijke status kon opbouwen.

Die status hield dan wel in dat die kuisheid (reinheid) nog steeds min of meer in acht werd genomen, maar dat je verder in een eigen onderkomen samen met andere dames kon genieten van een redelijk beschermde jonge of oude dag. Begijnhoven werden al snel overal ingevoerd of opgericht. De resultaten daarvan vinden we nog steeds in vooral van oorsprong katholieke steden. Al dan niet nog steeds in gebruik. Zo kennen we het bekende Begijnhof van Amsterdam, maar zijn die ook elders in Nederland te vinden. Onlangs bezochten wij een van de grootste. In Belgie. Turnhout heeft de eer om daar een schitterend voorbeeld van die toenmalige cultuur in ere te houden en je staat met je mond open van verbazing als je ziet welke oase dit eigenlijk altijd moet zijn geweest. Prachtige huizen, schitterende kerken, een Mariakapel en fraaie natuur. Maar vooral die stilte…

De laatste begijn die hier nog leefde was een Rotterdamse die in 2002 op zeer hoge leeftijd overleed en had bedongen dat zij achter de kerk in het hof begraven wilde worden. Men had bij het stadsbestuur van Turnhout niet zoveel op met die laatste wens, maar uiteindelijk kreeg de onverzettelijke begijn het toch voor elkaar. En dat geeft wel weer dat deze dames die toch vooral druk waren met goede doelen en nuttig werk, niet voor een kleintje vervaard waren. Geen nonnen dus. Wie de man van hun dromen tegenkwam kon altijd kiezen voor een  bestaan buiten het hof. Dan was de kuisheid niet meer gewaardborgd, maar lonkte een leven met gezin en kinderen.

Begijnen waren voor de diverse kerkelijke en wereldse machthebbers lastig te vatten. Men wilde ze eigenlijk niet zien als vroom genoeg, maar dat besef kwam toch met de jaren. Al was het maar omdat de begijnen in hun tijd veelal echt gelovig en vlijtig leefden. Op het hof van Turnhout kom je heel wat kerken en kapellen tegen. En alles is in prima staat bijgehouden. Er staat ook een leuk museum waar vanuit men met enthousiaste gidsen rondleidingen kan maken en een goed inzicht wordt gegeven van wat hier in verleden en heden allemaal speelde of speelt. Wij hadden er ondanks de buiten heersende hittegolf-temperaturen veel plezier aan. Een aanrader van jewelste als je een beetje interesse hebt in de kerkelijke geschiedenis en cultuur. En ook wilt zien hoever we in onze huidige tijd en cultuur zijn opgeschoven naar vrijheid en blijheid. Want hoe fraai het leven van die begijnen ook was in hun tijd, een godsdienstig bepaald keurslijf was nog best hun deel. En dat hebben echt moderne vrouwen toch maar mooi van zich afgeschud. Nu blijft het gevecht om dat vooral vast te houden. (Beelden: Yellowbird)

Cuba!

Welk gesprek we in de afgelopen 25 jaren die we hier nu wonen met haar begonnen, het eindige steevast met een soort wereldbeschouwing waarbij zij als positief voorbeeld Cuba noemde. Daar was alles goed. Althans als ik mijn lieve buurvrouw G moest geloven. Een keer in haar leven op dat Castro-eiland op bezoek geweest. Zij was onze naaste buur ter rechterzijde. Toen wij hier kwamen wonen als redelijk jong stel was zij al bezig met haar gepensioneerde echtgenoot een iets rustiger leven te leiden. Die echtgenoot was toen net fulltime thuis en deed de hele dag vrijwel niks. Dat stoorde haar, maar gaf haar ook het alibi om er af en toe eens lekker uit te breken. Naar de P.C. Hooft of Beethovenstraat in onze mooie stad. G. was een stevig karakter. Gemengd bloed waarmee ze een zekere felheid opbouwde die zijn weerga niet kende. Ze was een knappe verschijning, daarbij ook slank bij het magere af. Vegetarisch, maar kookte voor anderen de meest heerlijke gerechten. Je zag dan ook vaak mensen langs komen voor een maaltje. En als zij dan de keukendeur openzette rook het bij ons in de tuin zalig. Diepgaande contacten tussen ons bestonden overigens niet eens. Af en toe even, voor een probleempje bij haar in huis. Lekkage onder het huis, kapot gevroren leidingen, iets met de oven. Overal had ze haar mannetjes voor. Zeker toen ze haar man had laten weten dat het huwelijk wat haar betreft voorbij was. Ze wilde gewoon verder leven en niet amechtig achter de denkbeeldige geraniums zitten. Gymnastiek met een vriendin, bezoeken aan de (volwassen) kinderen. Ze ergerde zich als een van de oorspronkelijke bewoners van ons schone straatje aan sommige ‘nieuwkomers’ die hun auto steevast voor haar deur mikten. Te beroerd om even verderop een eigen plekje op te zoeken.

Die nieuwkomers kwamen meestal uit de wat aardiger buurten in Amsterdam-Zuid hier wonen omdat wij nog een huis met tuin te bieden hebben ipv de bekende etage-woning. Ze ergerde zich aan de gemeente die allerlei lasten oplegde waar zij na de scheiding toch best financiele problemen door kreeg. Maar het meest ergerde ze zich aan de Haagse regering. Het maakte niet uit welke, het was allemaal niks. Asociaal, niet bezig met de burgers maar met zichzelf. Gesprekken over mierenoverlast in de tuin konden zomaar uitlopen op een inhoudelijk politiek gesprek van drie kwartier. Toen ze alleen woonde werd ze ook nog wel eens geplaagd door jochies van een jaar of 12-14 die belletje trokken of in haar voortuin klooiden. Omdat zij altijd woest reageerde hadden die bengels daar de meeste lol om. Tot ik als buurman ingreep. Het gaf enige beroering, daarna was dat gepest over. Als het sneeuwde maakte ik meestal ook even haar straatje schoon, ze liet nooit na me daarvoor te bedanken. Kleine moeite. ‘En jij bent ook al zo lief voor je auto, nog liever dan voor je vrouw..’ was een van haar gevleugelde uitspraken als ik mijn Tsjechische vierwieler weer eens poedelde. Vorig jaar ging het ineens mis met haar gezondheid. Ze werd broos, kwetsbaar, kwam vrijwel niet meer buiten. Moest worden behandeld door dokters, specialisten en zo meer. Het hielp niet veel. Haar kinderen kwamen haar verzorgen. Elke dag, trouw! Petje diep af voor de jongelui! Maar afgelopen zondag was het over. In haar eigen bed ingeslapen om niet meer wakker te worden. Het was ‘op’. Rond dit weekend wordt ze begraven. Een van die eerste bewoners van dit hofje, met wie het goed toeven was. Karakteristiek. Met niveau! Haar parkeerplek voor de deur zal door anderen worden ingenomen. En niemand die er meer iets van zal zeggen. Zelfs de politie op Cuba niet. Zij ruste in vrede. Het is haar meer dan gegund!

Verhuizen

Onlangs maakte ik weer een verhuisproces mee bij een naaste en diens lief. Ondanks alles wat vooraf gepland werd bleek toch hoe stressvol zo’n verhuizing eigenlijk is. Dingen gaan altijd net even anders, je bent een tijdlang je spullen maar vooral je ritme kwijt en ook huisdieren raken er aardig door van de leg. Mijn eigen eerste verhuizing was indertijd nogal simpel. Ik kon zaken per brommer vervoeren naar het huis van mijn aanstaande. Mijn broer haalde verder de zaken op die er toe deden en we vervoerden dat met een bakfiets. Binnen deze stad een nu nog veel gebruikt vervoermiddel al wordt de term dan tegenwoordig vaak toegeschreven aan van die children-movers op twee wielen. Omdat ik indertijd naar het hartje van het centrum verhuisde kwamen we onderweg nogal wat bruggen over grachten tegen en dat was best een uitdaging. Maar het lukte. De volgende verhuizing was van ons eerste eigen woonadres naar een nieuwe flat in de toen net gebouwde wijk de Bijlmermeer. Met wat geleende voertuigen van onze werkgevers kwam dat allemaal in relatief korte tijd voor elkaar.

Twee huizen tegelijk leeg halen en de boel overbrengen. Het was zwaar maar uiteindelijk goed te doen. Liften waren een luxe tenslotte. De volgende verhuizing speelde zich af van onze eerste flat naar een veel grotere in hetzelfde gebouw. Veel lopen en sjouwen, maar doordat het in dat gebouw bleef was het ook goed te doen. Dat werd heel anders toen we die zelfde flat zeven jaar later verlieten en ook de stad achter ons min of meer naar de achtergrond werd verdrongen. Dat werd een verhuizing met hindernissen en ook een die weken vroeg. Naar het nieuwe land, een splinternieuw huis, groter en met een garage voor de deur. Dat scheelde veel bij het tijdelijk opslaan van spullen. Ik kreeg een week of twee een VW-busje als mijn bedrijfsvoertuig mee en kon zo elke dag een keer of twee op en neer. De grote meubels gingen in een nog wat grotere bus en zo vertrokken we uit die buurt waar we toch een jaar of twaalf hadden doorgebracht. Wat je hier ook meteen terugleest is dat een mens door de loop van de jaren steeds meer zaken om zich heen verzamelt. Wij zeker!

Lezers als we zijn, liefhebbers van echt verzamelen, houders van huisdieren. Dan loopt het snel op. En natuurlijk gezinsuitbreiding waar ook het nodige voor moest worden geregeld. Twaalf jaar bleven we in die polder wonen. In een ruime jas, het huis groot, dus onze woonstek werd goed benut. Toen ik indertijd i.v.m. werk weg ging daar en terug verhuisde naar het oude land, de hoofdstad weer in beeld kreeg, was de verhuizing een hele toer. Twee grote en twee kleine verhuiswagens kwamen er aan te pas, en ik reed elke dag weer op weg naar het werk met een stationwagen vol zaken die buiten de echte verhuizing om naar het nieuwe woonadres moesten. We wonen hier intussen alweer een jaar of 23. En als ik dan bedenk dat we weer eens moeten verhuizen krijg ik op voorhand koortsige stress. Want dan is het ook een zaak van weg mikken, verkopen, afvoeren van spullen die nu nog belangrijk zijn voor de dagelijkse genoegens in dit huis dat zo mijn thuis is geworden. Bij het ouder worden daalt vaak het aantal vierkante meters woongenot. Ik krijg er op voorhand al de kriebels bij. Nou, voorlopig dus maar niet. We zingen het nog even uit. Oude bomen moet je niet verplanten. Een beter excuus heb ik vooralsnog niet. Hoe zit het met mijn lezers?? Verhuisfreaks of zijn jullie honkvast? Laat eens weten als je wilt… Dank bij voorbaat…