Staat van oorlog…

Of we het nu willen of niet, wij allemaal worden op een of andere wijze geconfronteerd of getroffen door dat verrekte Corona-virus. Wat eerst nog leek op een redelijk onbekende en matig schadelijke griepsoort is nu in staat om tienduizenden mensen om te leggen en ook om qua besmetting zo snel van mens op mens te laten springen dat het bijna science-fiction-achtig aan doet. Ware het niet zo realistisch en bloedserieus. Op het moment dat je dit leest is Nederland voor 50% op slot. De horeca is dicht, maar ook de musea, bijeenkomsten zijn afgelast, mensen moeten thuis werken, de luchtvaart staat eigenlijk stil, het OV draait op een ander schema en de supermarkten draaien overuren. Huh? Hoezo? Nou….net als elders in de wereld raken Nederlandse burgers van slecht nieuws zo van de leg dat zo acuut beginnen met hamsteren. Je weet maar nooit…. En dus slaan we massaal blikken met eetwaar in, pasta’s, voorverpakte maaltijden, water, bier, chips en……toiletpapier. Dat laatste is het meest verbazingwekkende. Want je kunt dat spul niet eten, en als je echt leegloopt door welke oorzaak ook is een krant of gewone doek die je desnoods daarna wast even effectief.

Maar nee, we leren niets van de armen onder ons, zoeken het comfort en laden ons huis vol met rollen wc-papier. Wat er ook gebeurt in die wereld om ons heen, we moeten wel met een goed schoongemaakt achterste overleven. En echt. lege vakken bij de supers zijn het gevolg. Soms al dagen lang. Ondanks alle geruststellingen van Rutte en c.s. bleven die schappen ook soms dagen lang leeg. Waardoor de amateur-plunderaars gelijk kregen. Zie je wel…’ze’ hebben de logistiek niet onder controle! Goed dat we ons voorbereidden. Hoe dan ook, het blijft asociaal en bespottelijk. Nu ken ik het fenomeen wel hoor. Vroegere generaties die de oorlog hadden meegemaakt wisten wat honger was. De eerste de beste dreiging in de wereld zorgde voor een versnelde tred richting toenmalige winkels waar men dan blikken groenten en fruit insloeg, maar ook beschuit of scheepsbiscuit. Alles om als de oorlog kwam wel te kunnen eten. Men had tussen 1940-45 al zo geleden. De generaties daarna leefden in overvloed. Die maakten geen crises mee. Nou ja, 9/11 wellicht, maar dat was toch van een andere orde. Toch zijn er mensen die zich al jaren voorbereiden op het onvermijdelijke en ongeveer alles in huis halen wat een onafhankelijk leven van voorzieningen mogelijk kan maken.

Van accu’s tot waterzuiveringspillen, van helmen tot witte bonen in tomatensaus. Schuren en zolders volgepakt. Een enkeling bouwde op voorhand al een kelder onder de tuin waarin het overleven een nieuwe dimensie zou kunnen krijgen. De laatste generaties kiezen voor toiletpapier. En Paracetamol zo zag ik. Met hele armen vol pakjes pillen uit de Kruidvat of Trekpleister gehaald. Want ‘je weet maar nooit’. Opvallend, toen ik onlangs zelf mijn normale boodschappen deed, je moet ook in Coronatijden toch een hapje kunnen eten, stonden twee Eritreese of Ethiopische mannen (Ik houd ze niet zo uit elkaar..) een heel vak met pakken bakmeel leeg te ruimen. In hun karretje er mee en hup naar de kassa. Voorraad van de winkel daarna ‘nul’. Maar zij konden bakken…..Net zo geschuffeld als dat WC-Papier en even asociaal. Al is maar de vraag wat nog wel sociaal is als deze crisis nog een tijdje doorgaat. De besmetting- en overlijdenscijfers stijgen met de dag. Straks mag je niet meer naar buiten. Toch blij dat ik zoveel oude kranten heb liggen. Vast handig. En je hoeft er niet voor te hamsteren. (Beelden: Internet)

Corona en de vieze handen…

De Chinese stad Wuhan (11 miljoen inwoners) werd in december vorig jaar het centrum van een langzaam uitdijend en soms dodelijk virus. Corona. Voor mij eerder verwant met twee zaken die er niet of nauwelijks mee van doen hebben. Een oud model Toyota en het virus dat door haar agressieve mutatie zorgde dat onze lieve kater Pixels leven verwoest werd en daarna beëindigd. Bron van alle ellende, de bezeten gekte van Aziaten om alles wat poten heeft op te eten, liefst vanuit vrij onhygiënische situaties. Want een Chinees eet naar verluid alles wat leeft behalve de tafel waarop wordt geserveerd. Dus ook vleermuizen, slangen, ratten  en ander ongedierte. Alleen maar om het idee dat iets eetbaars is wordt het gekookt of gebakken. Wie wel eens in China of ander Aziatisch land is geweest weet ook dat de toiletten er vaak een grote smeerboel zijn (behalve in hotels van grote steden) en dat handen wassen voor veel van die lui na ongeveer elke boodschap er zelden van komt.

Men wandelt dus met de nog levende bacteriën (en virusbesmettingen)op die handen (of andere lichaamsdelen) richting keuken en begint vrolijk aan het klaarmaken van een gerecht dat zelf ook barst van de ellende. En zoals ooit aids en Ebola uit Afrika kwamen en over de hele wereld miljoenen mensen troffen die tot dan meenden dat zij onkwetsbaar waren voor dat soort ziekten, de Aziaten bezorgen ons door hun gedrag ook heel wat ellende. Van SARS tot griep en nu weer dat Corona-virus. Heel besmettelijk en lastig te bestrijden, ook al heeft de Chinese overheid dan naar eigen zeggen een middel ontwikkeld tegen de ziekte. En die ziekte is een heftige, want wie op zich al zwak of misselijk is en dit virus in zijn lijf krijgt gaat niet prettig naar het einde zijner/harer tijden. Geen onschuldig griepje. En als we het daar over hebben, door soortgelijk gedrag in onze streken komen jaarlijks honderden zo niet duizenden mensen om door een simpele griep.

Ook daarbij spelen hygiëne en besmetting door derden een rol. Hoesten en proesten en geen handen wassen of je gezicht bedekken bij het niezen zijn grote oorzaken. En wie dat wel doet hoort daarna zijn of haar handen te reinigen. Bij uitblijven daarvan…verspreiding verzekerd. Dat lukt al met een simpele verkoudheid. Laat staan griep. Kortom ook wij kunnen nog veel leren. En denk nu niet dat smerigheid is voorbehouden aan Aziaten. Overal waar ik kom en gebruik maak van openbare toiletten zie ik echt te vaak mannen en/of vrouwen zonder handen wassen het toilet verlaten. Om daarna gezellig hun partner over het gezicht te aaien of nog erger hun kinderen. Diezelfde mensen stappen in tram, bus of metro en pakken alle stangen en handgrepen beet die jij als oplettende burger ook vastpakt. En hupsakee…Een onderzoek in de Rotterdamse metro onlangs gaf me gelijk. Smerigheid troef. En dat vooral omdat sommige mensen zeep enger vinden dan ziektekiemen. Dus…eigenlijk hebben we de verspreiding van Corona zelf in de hand. Letterlijk!(Beelden: Internet)

 

 

Trieste herinnering

Wat was die kerst van vorig jaar een ellendige geschiedenis zeg. Niet omdat we het niet naar de zin hadden of omdat onze kinderen en lieve Almeerse vriendin ons niet verwenden zoals zij naar traditie elk jaar doen. Nee…we wisten voor de kerst al dat op die dag, nu precies een jaar geleden, het definitieve afscheid zou moeten plaatsvinden van onze zwarte lieve kater Pixel. Slechts 4,5 jaar oud, gekregen als kitten en zo met ons vergroeid dat hij vrijwel niet weg te denken viel uit ons gezin. Toch moest dat afscheid er komen, want hij was getroffen door een vreselijk virus, dat hem uitmergelde en waar tegen geen enkel kruid of middel gewassen bleek. De o zo trotse kater gedroeg zich nog als een jonge god, maar was intussen fysiek een schaduw van zijn jonge ik uit het verleden. De dierenartsen die hem hadden behandeld wisten geen oplossing. Dit virus sloeg (slaat) toe bij vooral jongere en oudere katten en men had of heeft er geen medicijn of werkende behandeling tegen. Het einde zou extreem pijnlijk zijn voor het dier, dus besloten we dan maar om elk lijden te vermijden, zelf in te grijpen. En om dat na de kerst van vorig jaar te doen.

Hadden we hem nog even bij ons. Hoe dom kan een mens zijn. Want wat je dan doet is uitkijken naar het moment dat… Net zoals een operatie of tandartsbehandeling waar je tegenop ziet. Stressvolle uren gingen vooraf aan dat definitieve afscheid en het verdriet werd er niet minder om. Integendeel. Pixel overleed dus op ‘humane’ wijze precies een jaar geleden en we eren hem op onze wijze zoals we ook vaak doen met zijn voorgangers die soms nog korter dan wel veel langer leefden. We kijken naar zijn foto’s, filmpjes, we herinneren ons zijn lieve manier van omgaan met zijn personeel. Bij je liggen, liefst met zijn kop op je benen, hoe hij ons toen nog kleine Prinsje Percy als kitten opvoedde, en welke liefde we vanaf moment een bij het dier kregen. Kortom, het was een rot dag vorig jaar om deze tijd. Nu is Kerstmis uberhaupt al een periode van mixed feelings, ik ben zelf altijd blij als het weer 1 januari is. Maar vorig jaar was dat dus nog een slag erger. En besloten we dat mocht het ooit onverhoopt nog eens plaatsvinden we niet meer doorschuiven naar de toekomst, maar sneller handelen. Dat scheelt veel verdriet, schuldgevoel en sfeer. Nu gedenken we alsmnog weer in warme herinnering. Een kat die we niet hadden willen missen, die niet gemist had moeten of mogen worden, maar ons qua geschiedenis en beleving nooit zal verlaten. Vandaar dit stukje….Ik vermoed dat onze Pixel na het lezen van dit stukje tevreden knort en samen met zijn andere dierenvrienden geniet van het grote Walhalla…..Maar God wat voelt dat nog steeds wrang en onrechtvaardig….

Klein (maar voor ons groot) leed. Pixel!

Op 21 maart 2014, de dag dat in dat jaar de lente begon, haalden wij hem als kleine kitten op bij medeblogster Bettina in Oss. Pixel. Gitzwart van kleur, fluweel van huid, ondernemend, maar vooral intens lief. Vanaf het eerst moment dat we hem hier onderdak boden, wist hij ons in te palmen. Een vrijdoos, knuffelkat, maar zeker niet zonder eigen wil. Zijn oranjerode en even oude broertje, Lucky, kreeg een warm onderdak bij een naast familielid. Vanaf het moment dat we Pixel in huis hadden leek het wel of ook in ons huis de lente echt door was gebroken. Hij was zo aanhankelijk dat hij echt een soort kind werd. Een diertje dat je constant wel moest aaien en dat was waar hij ook zeer van hield. Ach, hij maakte wel eens iets stuk in mijn hobbykamer, maar dat vergaf je hem als hij dan knorrend naar je op keek met die blik die hem zo kenmerkte.

Eigenlijk kwam hij ook in huis als gezelschap voor onze ‘oude theemuts’ Poespoes, die na het verlies van haar even oude broer een jaar eerder, toch een wat zoekende en eenzame indruk maakte. De oude dame en de jonge kater gingen al snel heel goed met elkaar om. Helaas duurde dat niet zo lang. Poespoes was op leeftijd, had nog nooit een dierenarts gezien, maar was ineens ‘op’. Werd benauwd en dat noopte tot een beslissing die Pixel nu op zijn beurt alleen deed zijn. Iets waar hij maar matig van hield. Als we wel eens een dagje of zo weg wilden keek hij ons voor het raam na en braken we zowat of zegden soms die tripjes bijna af. Reden waarom we een maatje voor hem zochten in de vorm van de achteraf bezien zeer ongelukkige Punky die naar later bleek zo’n slechte start te hebben gemaakt dat dit zijn korte leven elke vreugde uit het jonge diertje zou weghalen.

Pixel bleef een stabiele factor, maar had weinig op met deze nieuwe kameraad. Sterk/zwak ging kennelijk niet goed samen. Pixel werd de dominante kater en dat was even een andere kant van zijn karakter die wij nooit eerder hadden gezien, maar achteraf logisch bleek. Nadat we eind vorig jaar november die arme kleine stakker moesten laten verlossen uit zijn lijden, was er intussen een nieuwe kandidaat huisvriend aangetreden in de vorm van de meer extravagante Prins Percy. Dat ging wel goed samen en de kleine Prins kreeg van Pixel een opvoeding die er toe leidde dat die intussen best grote jonge kater zijn zwarte maatje overal volgde. Van onder naar boven in ons huis, maar ook in bed. Want Pixel was een bedslaper. Mandjes had hij minder mee. Tegen ons aan in bed vond hij veel fijner. Een speciale poezendeken bracht uitkomst. Kon hij trappelen en zich daarna nestelen. Anders dan andere poezen en katers die wij gewend waren, sliep hij dan als een mens.

Diep, zonder onderbrekingen en dicht tegen je aan. Grappig genoeg nam de prins dat van hem over, al ligt die dan niet strak tegen ons aan. Pixel lag ook tot op het laatst naast me als ik hier in mijn werkkamer mijn stukjes tikte. Altijd op een kussen naast mijn bureau. En als het moest gewoon op mijn toetsenbord omdat hij even extra aandacht wilde. Vaste waarde, vaste prik. Altijd lief, altijd onvoorwaardelijk trouw en dus nu enorm gemist. Gisteren, de dag na Kerst, moesten we hem laten inslapen. Preventief. Oorzaak, een gemuteerd Coronavirus in zijn intussen sterk vermagerde lijf. Want hij viel in de laatste fase van het jaar enorm snel af. Van 5,5 naar 4 kilo. Opmerkelijk. At ook nauwelijks meer. Dan denk je al snel aan iets anders, maar na bloedonderzoek en analyses plus drie confronterende gesprekken met der dierenartsen werd het oordeel vrijwel even erg.

Hij zou enorm gaan lijden als we niets deden. Dat wilden we niet. Het voorspelbare trauma van ‘middelen die erger bleken dan de kwaal’ bij Punky zat en zit zeer hoog. We besloten hem wel nog tijdens de kerstdagen bij ons te houden en te verwennen. Hij at weer wat, hij deed alle dingen die we zo van hem waardeerden. Hij was als altijd lief en aanhankelijk, lag strak tegen me aan in bed. En mijn hart brak, bij elke aai die ik hem gaf. De decemberdip was en is dit jaar extra diep. Het afscheid is een open gescheurde wond geworden. Naast mij op dat speciale kussen ligt nu geen zwarte kater meer. In bed heb ik weer wat extra ruimte, maar o hemel wat mis ik dat diertje nu al. Net 4,5 jaar oud geworden…Maar gelukkig in een poezenhemel en naar we oprecht hopen hier op aarde veel leed bespaard. Ook een vorm van liefde. Wel een heel pijnlijke vorm….heel pijnlijk!

Zika!

WP_20151210_001 (2)Soms lijkt het wel of we als mensen iets nodig hebben om onze expansie als soort over de wereld binnen grenzen te houden. Natuurrampen, conflicten, oorlog en ziekten. Elk jaar wel weer iets om bang voor te zijn of te vrezen voor de gezondheid. Naast de al bekende dodelijke ziekten uit het verleden is er onlangs weer een vreselijk soort virus opgedoken dat met name in Midden- en Zuid-Amerika huis is gaan houden. Zika! Niet nieuw, maar wel ineens op wereldwijde schaal een probleem. Want komt ook voor in Afrika (juist!) en Azië en de eerste infecties in Europa zijn al gemeld. Zo begon het ooit met hiv ook. Kwam ook uit Afrika, van dier op mens overgebracht en daarna ongeremd van mens op mens. En ook toen al via seksuele contacten. Want wat start met een muggenbeet blijkt ook nu vooral via de al dan niet echtelijke sponde zijn weg te vervolgen. Helaas met enorme gevolgen voor vrouwen die zwanger zijn.

SpuitDie moeten vrezen voor hun ongeboren kinderen. Die kunnen een syndroom oplopen waardoor ze met een te kleine schedel worden geboren. Vreselijk gevolg van een muggenprikje of een nachtje vol passie. Dat wens je niemand toe. En toch blijft het virus zijn weg vervolgen. We reizen als moderne mensen waanzinnig veel tegenwoordig. En bezoeken vaak onbeschermd oorden waar van alles en nog wat loert op verbreiding van de dodelijke last die deze dragers in zich herbergen. De beruchte tijger mug of de minnaar met vele vrouwen. En de slachtoffers reizen terug naar huis en vervolgen hun verder normale leven.

Woestijn in debuurtMet alle gevolgen van dien. Maar als het niet snel genoeg gaat met die verspreiding van Zika, komen de muggen ons wel achterna. Ook zij reizen over de wereld. Wie wel eens heeft gezien wat zich aan boord van schepen en vliegtuigen laat vervoeren aan ongeregeld soort leven, weet dat het een utopie is om deze ziekten in het land van oorsprong te houden. Immers, Zika was ooit (in 1946 al bekend) een Afrikaanse ziekte, nu, in 2016 een wereldwijd probleem. En Aids ging Zika voor. Zoals we de vele vogelgriepen te danken hebben aan de Aziaten die zodanig met dieren omgaan dat overspringen van dit soort virussen op mensen bijna is ingebakken in dat gedrag. Met alle gevolgen voor ons allen. Nu is de medische wetenschap aardig in staat om weerstand te bieden aan deze gevaren, maar voor men een echt middel te pakken heeft zijn we een paar jaar verder en sterven er heel wat mensen aan de gevolgen. Aids heeft men nu min of meer onder controle.

Aircargo distri HKGHet resultaat is dat mensen die er het meest onder lijden weer bereid zijn risico’s te nemen om het te krijgen. Immers, er zijn geneesmiddelen waardoor je een redelijk leven kunt leiden, ziek of niet. Maar het genot van die paar minuten lol biedt zoveel aantrekkingskracht en genoegen, dat we door rommelen zonder nadenken of bescherming. Zoals we ook deden met de vroegere ziekten die we nu nauwelijks meer kennen. Het gedrag stond haaks op de kans een ziekte op te lopen. De mens is wat dat betreft hardleers. En dat is buitengewoon jammer. Want de gevolgen zijn soms verschrikkelijk. Eens zien hoe erg dat Zikavirus echt is en hoe ver het zal reiken. Ik ben er niet gerust op. Echt niet!