Leeshonger…

Tuurlijk, ik kan als ik me nooit meer druk zou maken over de zaken die ik hier nog wel eens te berde breng, tot het einde der dagen met mijn in de eigen bieb verkerende boekwerken lezend de tijd doorbrengen. Geen behoefte meer aan een nieuwe uitgave. Gewoon de voorraad eens benutten waartoe hij is bestemd. Naslagwerken komen me overigens dagelijks vaak van pas. Je wilt soms wel even een paar feiten op hun waarheidsgehalte toetsen. Ik doe op dat punt meestal veel uit de bol, maar soms…. Kortom, boeken te over in ons huis dat toch veel weg heeft van een bibliotheekfiliaal. Wij zijn nog echte lezers van papieren gedrukte boeken. En sommige daarvan ruiken ook heel specifiek. Heerlijk. Soms even drie boeken door mekaar heen. Stripboek er tussendoor voor de smaak, maar ook wat zwaarder werk. Vrouwlief meer in de fictie, ik vooral in de non-fictie geïnteresseerd. Maar dat voldoende hebben staan is nooit reden om waar mogelijk niet even te neuzen naar iets wat ik nog niet in huis heb.

En vrouwlief doet dat op haar manier net zo. Het was en is dan ook bijna frustrerend dat we niet zonder ‘gedoe’ even kunnen binnenstappen bij een boekhandel of een goed gesorteerde kringloopwinkel. Al zijn die laatsten tegenwoordig niet meteen goedkoop, toch vind je er wel eens zaken die best bijzonder zijn. Maar al dat gedoe bij de ingang, je bent als je een beetje gaat winkelen bijna schoonmaker van mandjes en handjes met diploma. Jeminee, het ongedwongen kijken is bijna niet te doen. Toch weet ik dat ergens weer nieuwe dingen te vinden zijn die mijn leeshonger zouden kunnen stillen. Maar dat geldt voor meer dingen die me interesseren of aan de smaak appelleren. Net als de zgn. ‘huidhonger’ is ook de leeshonger stevig gegroeid in de afgelopen maanden. Is dat een goed of slecht teken? Heb ik dan nooit genoeg van het een of het ander? Kennelijk is dat leesvoer in de jeugd zo aantrekkelijk gemaakt dat ik vanaf boek 1 dat ik in mijn eigen kamer had staan ben uitgegroeid tot beheerder van een aardig archief.

Ook weer uitgelezen…..

Zal veel mensen van mijn generatie niet verrassen, want ik hoor/lees veel van hen die hetzelfde meemaken. Leeshonger, en niks fijner dan met een boek op de bank of in bed. Op het moment dat ik dit schrijf lees ik ondertussen een boek over alle zaken die met Amsterdam van doen hebben, daarnaast een boek over de luchtoorlog in Europa tussen 1914-45, een boek van Geert Mak over de politiek en samenleving vanuit zijn standpunt en een van mijn maandelijkse uitgaven (in miniboekvorm) over de actuele situatie in de luchtvaart. Daarnaast nog bladen, om het over de sociale media met al hun leeswerk maar niet eens te hebben…….. Ben jij ook zo’n lezer? Ik lees er graag over….(Beelden: Eigen bieb)

 

Werken op Schiphol – 15 – Mobiliteit werd troef…

Ergens in die jaren werd steeds duidelijker dat de zaak op Schiphol aardig draaide. Het werd nu ook erkend door de lieden die ons aanstuurden vanuit Rotterdam. Het Amsterdamse kantoor was door de nieuwe ontwikkelingen in de zeevrachtsector (stukgoed verdween) en het verlies van loodsen in het oostelijk havengebied van de stad, duidelijk secundair van belang geworden. Alles verliep nu vanuit het hoofdkantoor in Rotterdam. De naamgever van het bedrijf kwam zelf nog wel eens per Mercedes onze kant op. Want die expansie had ook meegebracht dat de kosten aardig opliepen en daar niet het sterkste punt lag voor baas Breems. Regelmatig overleg moest dat klusje klaren. Intussen had die laatste zijn zinnen gezet op een nieuwe auto voor zijn persoonlijk gebruik. De Taunus waarin hij sinds een paar jaar had gereden was aardig aan de kilometers en omdat er geen echte vracht meer mee hoefde te worden gevoerd zag hij zich wel rondrijden in de nieuwste Toyota Celica of Ford Capri.

Hij hield van snelheid, zoveel was duidelijk. Maar de grote baas van het spul zag dat niet zitten. ‘Daarmee kom je niet voorrijden bij een klant’ was zijn commentaar. Hij moest maar eens kijken naar een Peugeot of zo. Mokkend deed hij wat er werd gezegd en na enige tijd reed hij in een fraaie bordeauxrode 404 met schuifdak en stuurversnelling. Een degelijke reiswagen waarin ik zelf ook de nodige kilometers zou afleggen. Overigens naast de stevige kilometrage in de Skoda die ik intussen zelf nieuw had gekocht. Want ook die deed soms dienst als back-up voor al die zakelijke ritjes. Uiteraard wel met kilometervergoeding. Kwam je met die Skoda aardig mee weg. Voor de echte afleveringen van lading en het ophalen van zendingen moesten we steeds meer beroep doen op de lokale verhuurders met een vestiging op de luchthaven. Die hadden ingespeeld op de behoefte van die luchtvrachtsector en boden naast Mercedessen ook Ford Transits aan en Fiat 238’s.

Die laatsten waren fijne bestellers. Kon je veel in kwijt en het reed als een sportwagen i.v.m. de wat bedaagdere VW Bus. En die laatste ging steeds meer tekenen vertonen van slijtage. Hij moest soms ook zoveel sjouwen dat de motor het diverse malen begaf. De auto moest vervangen. En na intensief overleg en de nodige vergelijkingen viel onze keuze op een Mercedes. Van het type dat vroeger als Hanomag door het leven was gegaan, en daarvoor als Tempo Matador. Maar wel met een diesel. Omschakelen, maar ook een verademing. Die nieuwe auto reed fijn, maar dat gold minder voor de chauffeur van dienst, Jaap Kunst. Die vertrok bij het bedrijf en werd opgevolgd door een vent die in Amsterdam overbodig was geworden en nu op Schiphol emplooi zocht. Ander type, stoer wellicht maar minder geschikt voor het Schipholse werk. Dus al snel volgden die chauffeurs/vrijmakers elkaar af. Op kantoor kregen we steeds meer mensen in algemene functies om o.a. de administratieve processen op te volgen en ook de rekeningen voor al dat werk tijdig de deur uit te werken. En de controles bleven rusten op de oude heer Vos en wat mensen uit Rotterdam die af en toe toch eens kwamen kijken naar hoe het toch kwam dat die Schipholse rebellen zoveel klanten binnen wisten te trekken.  (Beelden: Yellowbird archief)

Spoedkliniek – tegen een prijs…

Als je echt op zoek gaat (of moet) naar een spoedkliniek voor dieren kom je zonder het te willen letterlijk en figuurlijk in een wat andere wereld terecht. Een wereld waarin je maar weinig van die voorzieningen zult vinden. Wij mogen blij zijn dat in onze omgeving een tweetal van deze klinieken te vinden is. Een daarvan benutten we net aan het begin van de corona-ellende voor een probleem met onze grote en trotse maar nog zo jonge kater Presley. Doorgestuurd door de dierenarts die er geen heil in zag zelf echt onderzoek te doen. Het kostte ons uiteindelijk 700 Euro om het diertje te kunnen laten behandelen, maar de uitkomst was dat men eigenlijk niet wist wat er loos was. Dier knapte op, we namen ons verlies en gingen verder met ons leven. Gelukkig deed Presley dat ook. Een andere kliniek zit in Amsterdam-Sloterdijk. Zat vroeger aan de Weesperzijde in onze stad en heeft een aantal ‘experts’ in huis op diverse terreinen.

Komt de gewone dierenarts er niet uit, of wordt jouw dier net ziek in het weekend dat de jou bekende dierartsenkliniek niet open is, ‘mag je’ naar de spoedkliniek. En dan is het te hopen dat je saldo op de rekening toereikend is. Zo niet? Jammer maar helaas. Onlangs maakten wij iets soortgelijks mee met een kat van een familielid. In de nacht ziek geworden, de dierenarts pas om 9 uur beschikbaar voor een afspraak (ben je nog niet binnen want afspraak maken) dus verwezen naar de dierenkliniek in Amsterdam. De woonplaats van het familielid is Almere, je zou toch verwachten dat men daar ook zo’n voorziening heeft intussen, maar nee, dus ik diende als spoedambulance in de vroege ochtend die door alle perikelen in het verkeer (Almere en files, het blijft een dingetje) lang deed over de weg heen en weer naar de hoofdstad. Eenmaal daar werd het dier aangenomen, een rapportje opgemaakt over de conditie van het (jonge) diertje en de kat meegenomen.

De baasjes mochten door de corona-protocollen niet mee naar binnen. Maar hopen dat men goed had begrepen wat er loos was. Wij konden vertrekken. In de middag belde een internist. Moest nog aan het onderzoek begonnen en wilde even weten wat er loos was. Geen rapport gelezen. Leek wel een mensenziekenhuis. Lang verhaal kort, volgende dag (diertje moest overblijven) mocht de trotse kater weer worden opgehaald. Men had van alles en nog wat gedaan, maar een echte conclusie over oorzaak en gevolg bleef uit. De hoogte van de rekening zodanig dat je daar een aardige tweedehandsauto van kunt kopen, zij het zonder garantie. Geen persoonlijk gesprek, vragen stellen moet via mail.

Dat laatste was nodig, omdat het dier eigenlijk nog steeds het euvel vertoonde waarvoor hij eerder al eens bij deze kliniek was geweest. Maar de mailvragen bleven lang onbeantwoord. Ach…voor dat geld… Het is jammer dat er zo weinig van deze klinieken bestaan. Ook dat dit allemaal zo peperduur moet zijn. Want laten we wel zijn, niet iedereen is bij machte deze goede vorm van zorg voor huisdieren te betalen. En zal wellicht besluiten om een ziek dier dan maar niet te laten nakijken met alle gevolgen van dien. Maar een gemiddeld maandsalaris besteden aan een kat, hond of ander klein huisdier is best een beslissing. En omdat er weinig van deze klinieken bestaan is er ook geen concurrentie. Kortom, het was even een dingetje allemaal. En iets om goed over na te denken. Wellicht dat dierenartsen zelf de boel eens wat kunnen opwaarderen en niet alleen meer onderzoeken zelf gaan doen, maar ook de openingstijden wat kunnen verbreden waardoor je als ‘baasje’ van huisdieren niet meteen wordt veroordeeld door de gang naar zo’n duur en exclusief instituut. Zelf ook ervaringen op dit punt? Ik ben benieuwd. (Beelden: Yellowbird archief)

Revolutie…

In de afgelopen periode viel onze economie wereldwijd stil. De samenleving verlamd door ‘het virus’, alle andere zaken ineens van minder belang. Nou……. ?? Maar dan ben je toch wat naief door zo te denken. Revoluties beginnen vaak als een veenbrand en blijven woekeren, ook al wordt er voor miljoenen aan bluswater overheen gegooid. Bij revoluties werkt dit ook zo. Ontevredenheid kan leiden tot ellende. Soms is dat gevoel rechtvaardig, moet er iets gebeuren aan een bepaalde situatie. Maar tegenwoordig lijkt het wel of alles en iedereen revolutionair is. En de kosten voor die revolutie het liefst door de ander wil laten betalen. Zo zijn er de Lange Tenen Brigades, mensen die om het minste geringste beginnen te gillen dat ze beledigd zijn als er ook maar een letter negatief (in hun optiek) wordt gezegd over de groep waartoe zij behoren. Kan zijn rond hun geaardheid, kleur, godsdienst of afkomst. Ook als die kritiek gerechtvaardigd is. Ik ben niet van het racisme, wel van de realiteit. Ook ik zie wekelijks afleveringen van Opsporing Verzocht. Waardoor het extra opvalt dat mensen die solidair zijn met bepaalde groepen in andere situaties juist worden bedreigd door extreem gewelddadige vertegenwoordigers uit diezelfde groepen.

Drugshandel is zeker in ons land levendig, de bijbehorende criminaliteit ook. Mag je daar dan niets over zeggen? Zelfde zie je bij de milieuterroristen. Ik noem ze zo omdat deze mensen niet schuwen voor keiharde acties die vooral anderen schaden. Of het nu een boer betreft die volgens hen niet zijn werk doet op de door hen gewenste manier, of de luchtvaart die volgens deze groepen altijd tien keer zoveel uitstoot als de officieel erkende cijfers bewijzen. Schreeuwen, bleren, plunderen als het moet, men wil met donder en het nodige geweld zijn/haar gelijk bewijzen. Veelal gaat het daarbij toch om geld. Want excuses eerst, de blanco cheque daarna. Weet je nog wat er gebeurde na die affaire van een blanke agent die een donker getinte verdachte te lang in de nekklem hield in de VS? De zgn. Black Live Matters beweging kreeg meteen steun in ons land en iedereen op de linker vleugel van het politieke spectrum vond daarbij dat in Nederland ‘zwarten’ stelselmatig worden achtergesteld. Dat tegelijk een claim loopt tegen de Nederlandse staat om te kunnen komen tot schadevergoedingen voor hen die vinden recht te hebben op zoiets i.v.m. het lijden van een paar eeuwen terug door het slavernijverleden zegt mij genoeg. Het gaat om gratis geld. Niks anders. Nederland ving juist deze groepen op sinds 1975 en gaf hen subsidies en leefgeld. Je denkt dan dat men daarmee aardig tevreden is, maar nee!

Ene meneer Akwasi, zelf overigens afkomstig uit een Afrikaanse stam, de Ashanti, die zich in dat zelfde verleden aardig schuldig maakte aan de handel in slaven, zette zelfs op tot een aanval op Zwarte Piet acteurs in de komende feestmaanden. Hij kwam er mee weg, al werd hij wel persona-non-grata in ieder andere dan linkse kring. Je mag hier wel oproepen tot geweld tegen andere dan linkse mensen, maar omgekeerd eindig je voor de rechter. Antifa plunderde in dezelfde periode samen met bendes immigranten de binnenstad van Stuttgart. De media zwegen. In de VS zagen we hetzelfde beeld in de protesten van na die dood van die zwarte arrestant. Protesteren altijd gepaard gaand met geweld en vernieling, maar vooral plundering. Wat men kennelijk niet heeft geleerd van de geschiedenis is dat revoluties altijd hebben geleid tot contra-revoluties. Mensen zijn het zat altijd maar weer aangewezen te worden als schuldig. Zonder enige reden meestal. Wie zich aan de Tien Geboden houdt of aan de Nederlandse normen en waarden heeft niks te vrezen. Wie geweld gebruikt mag niet verbaasd zijn dat er een tikkie terug zal worden uitgedeeld. En de geschiedenis is geduldig. Zo waren de Noord-Afrikanen en Otomanen de grootste slavendrijvers ooit. Net als de Romeinen. En gek op vooral christelijke slaven, of Noord-Europese vrouwen. De door Vikingen aangerichte plunderingen, verkrachtingen en vernieling van have en goed? Vergeten? Vast! Maar na al die eeuwen mag ook daar wel eens voor betaald worden. Toch? Of heeft men op links een beetje selectief geheugen? Zal vast in de scholing zitten, of de indoctrinatie.  (Beelden: Archief/Internet)

Werd pruttelend succesvol; DKW!

Vraag mensen die iets verstand hebben van auto’s naar het merk DKW en al snel zal men een imitatie geven van de geluiden die de motoren van die wagens ooit maakten. Rengdednggdengggdenggg… DKW benutte voor haar wagens namelijk tweetakt-techniek. Was in de jaren voor de oorlog buitengewoon modern en goed toepasbaar in lichte wagens waarvan de eigenaren geen zin hadden in al te veel gedoe. Tweetakt hield in dat motorsmeerolie werd gemengd met benzine en dan verhit tot ontbranding gebracht. Het geluid was een aspect van dat verhaal, een grotere rookontwikkeling het andere. DKW werd opgezet in 1928 en startte met de fabricage van een auto die men had overgenomen bij een andere fabrikant. Het merk DKW werd gemaakt en opgezet in Berlijn, maar verhuisde al snel naar Zwickau in het oosten van Duitsland.

Door de jaren heen bouwde men diverse succesvolle kleine en wat grotere wagens, maar ook motorfietsen die over het algemeen een prima kwaliteit vertoonden. In 1932 werd het merk toegevoegd aan de Auto Union waartoe ook Horch, Audi en later NSU behoorden. De Tweede Wereldoorlog bleek een streep door de rekening van het merk. En met name de bevrijding van het oostelijke deel van Duitsland door de Russen zorgde voor grote problemen. Immers de fabrieken van DKW vielen in handen van de grote beer en die klauwde alles mee wat voorhanden was. Gelukkig niet de ontwerptekeningen voor een nieuw model dat DKW nog tijdens de oorlog had ontwikkeld en voor die tijd hypermoderne lijnen liet zien. Alleen lagen die tekeningen dus in Zwickau. De directie van DKW was intussen verhuisd naar Dusseldorf, maar de techneuten van het merk zaten in Zwickau.

En daarmee kwam aan beide kanten van het toen al gestikte IJzeren Gordijn de productie op gang van de nieuwe DKW’s. In het westen onder regie van Auto Union maar wel onder de oorspronkelijke naam, in het oosten onder regie van IFA en in eerste instantie ook onder die naam van DKW. De Oost-Duitsers waren qua bouw de West-Duitse vroegere zuster te snel af. Maar de West-Duitsers hadden betere juristen. De oorspronkelijke fabriek in Zwickau mocht de naam DKW niet meer voeren en zette voortaan IFA op haar identieke modellen. Opvallend genoeg zijn beiden ook in Nederland verkocht. Nog steeds hadden die modern uitziende wagens trouwens een tweetaktmotor, geen verschil van inzicht tussen oost en west. Alleen ging de ontwikkeling van nieuwe modellen in het westen een stuk sneller. Na de Meisterklasse kwam DKW met de Sonderklasse en weer later met de erg fraaie 3=6. Die was in maatvoeringen gegroeid, had weliswaar nog steeds dezelfde motor maar die leverde nu meer vermogen.

De topsnelheid ging nu naar 125km/u waardoor DKW vond dat de driecilinder tweetakt net zo goed reed als een zescilinder van andere merken. De ultieme stap bij het oermodel was de 1000 die nu ook als Auto Union 1000 werd aangeboden. Uit een 1000cc motor haalde men nu 50pk en een top van 135km/u. Prachtige auto’s, alleen flink duurder dan een VW Kever of Opel en dat hielp de verkopen niet. Fraai was de 1000Sp Coupe. Een soort mini-Thunderbird met prachtige lijnen, een panoramavoorruit en vinnen op de achterschermen. Met 140km/u nog sportief ook. Mits je dat motorgeluid en de rook voor lief nam. DKW ging maar door met ontwikkelen van nieuwe wagens maar dat zorgde ook voor problemen. In 1964 zette men de F102 neer, een fraaie sedan, met een 1200cc tweetaktmotor en de kenmerkende vier ringen op de neus.

De auto was mooi gemaakt, maar te duur. En het einde van Auto Union kondigde zich aan. Mercedes nam de boel over, Audi werd de nieuwe naam voor de DKW’s en de F102 gewoon Audi 60 maar wel met een viertaktmotor die goed verkocht. Daarmee kwam een bekend merk dat ook nog bestelwagens had verkocht overigens, tot een roemloos einde. Audi werd de nieuwe naam en al snel kwam die in bezit van Volkswagen. En wat die ermee deden is voor eenieder wel duidelijk denk ik. Overigens ging dat DKW in het oosten dus op in IFA en leverde dat weer uiteindelijk Trabants en Wartburgs op. Zelfde techniek en geluid, maar toch een andere beleving…(Beelden: Yellowbird archieven)