Gekoesterde vriendschappen…

Echte vriendschappen zijn het best maar uitgebreid te koesteren. Telkens weer blijkt dat je dit in feite te weinig deed als je beseft of ontdekt dat je iemand zo maar uit je eigen kringetje verliest. Dat hoeft niet eens te komen door dramatische gebeurtenissen, soms is een verhuizing naar een of ander ver buitenland al genoeg om dit soort emotionele zaken te doen verwateren. Dat is jammer, en soms blijft ergens in je ziel een beschadigd en wat pijnlijk plekje zitten. Toch doen we zelf soms te weinig aan het goed onderhouden van vriendschapsbanden met hen die redelijk nabij zijn. Er is natuurlijk altijd een reden voor te bedenken dan. ‘Geen zin’, ‘geen tijd’, ‘mijn werk’, ‘de verbouwing’, ‘de kinderen’, ‘mijn gezondheid’ enz. Altijd is er wel een keer een excuus aan te halen rond het waarom je ‘even geen zin hebt in anderen dan je geliefden of wellicht quality-time voor en met jezelf’.

Toch heb je echte vrienden hard nodig. Een mens kan nu eenmaal niet zonder warmte, een aai over de bol (of meer), een luisterend oor, of gewoon even een middag of avond onbegrensde lol. Vrienden zijn er in voor- en tegenspoed. Over en weer. Komt het niet van beide kanten is het vaak oppervlakkiger en spreek je eerder van goede kennissen. Naarmate de leeftijd vordert ontdek je ook dat er steeds minder echte vrienden overblijven. Dat komt zeker ook doordat sommige mensen je letterlijk ontvallen. Vaak veel te jong meestal, want naarmate je zelf ouder wordt, zijn leeftijdgenoten ‘veel te jong’ natuurlijk. En als die leeftijd stijgt komen de fysieke en geestelijke kwetsbaarheden nog wel eens sneller dan gewesnt naar boven.

Ook in de vriendenkring. Men begint wat te mankeren, je moet ineens gaan relativeren. Dromen en verlangens worden weggeschoven en maken plaats voor een meer berustend accepteren. De heftigheid gaat er af, de verwijten verdwijnen, wat blijft is puurder dan voorheen en staat open voor een warm gevoel van bij elkaar willen zijn. Elkaar beschermen tegen die boze wereld met al zijn vervelende kantjes. Noem het bijna een liefdesgevoel. Emotioneel mens als deze Mokummer nu eenmaal is voel ik dat bij veel van onze vrienden. Wil niet dat ze iets overkomt, wil ze omarmen, er zijn als het nodig is. Wellicht zijn we daarin wat naïef, hebben een te roze bril op, maar vriendschappen moet je koesteren. De echte dan! En die zijn toch een beetje uniek…… Wie er anders over denkt mag dat uiteraard hier bij mij nu uiten….:) Maar o wee als me de commentaren niet bevallen. Je bent zo ontvriend natuurlijk…

Het feilende kookgeluk…

Als je zoals ik nu even tijdelijk partner loos door het leven gaat houdt dit ook direct in dat e.e.a. gevolgen heeft voor het eten wat ik tot mij neem. Van alle kwaliteiten die ik wellicht bezit is koken er zeker geen van. Ik kan eieren koken, bakken, potjes en blikken openen en de inhoud op redelijke wijze verhitten tot een eetbare substantie en aardappelen koken of bakken. Maar meer moet je niet van me vragen. Het is er nooit van gekomen en verdiepen wat te veel gevraagd. Nee, koken is niet mijn ding. Wel (mee)eten. Altijd fijn om bij liefdevolle koks of kokkinnen aan te mogen schuiven in zo’n situatie. Gelukkig zijn er een paar die begrijpen dat het niet zo meevalt voor een man als ik in zijn eentje…. Dus komen er wat uitnodigingen die me naast een lekker maaltje ook een gezellige avond bezorgen.

De dank daarvoor en uiteraard de waardering zijn groot. Maar blijft toch de kwestie van het gebrek aan talent op dit gebied. Ik had de pech dat mijn moeder vroeger thuis met alleen mannen om zich heen min of meer gedwongen werd om het kookwerk te verrichten. Dat deed ze met duidelijke tegenzin en dat was soms goed te merken (of te proeven). Uitdragen van haar wellicht aanwezige kennis op dit gebied was zinloos. Wij mannen waren bezig met de dingen die bij onze sekse behoorden en daar paste al te veel huishoudelijk werk niet bij. Koken dus ook niet. En dat heeft zich toch wat gewroken. Nadat ik mij om allerlei positieve redenen bond aan mijn echtgenote voor de decennia die tot de dag van vandaag duurden, was zij automatisch degene die ging koken.

En door haar erfelijke connecties met goed kokende voorouders had ik daarna weinig tot niets meer te klagen. Ze maakt er vaak iets bijzonders van en dat is bijster smakelijk. Van puur-Nederlandse pot, maar dan net even smakelijker tot inheemse gerechten die dan weer op mijn smaak zijn gebracht door links en rechts wat al te scherpe zaken weg te laten. Je moet als man nu ook weer niet overdrijven natuurlijk. Zij kookt ook efficiënt. Kan een maaltijd op tafel zetten binnen een uur. En nog lekker ook. Elke dag iets anders. Knap staaltje kookkunsten vertonen. Maar als ze dan even op reis gaat heb ik het lastig. Want ik pikte in al die jaren maar weinig op van dat kooktalent. Nu komt dat wel vaker voor hoor, ze maakt de fraaiste trips en geniet daarvan. Maar voor mij is het dan altijd even wennen. En toch heeft het wel iets. Nog los van al dat lekkers dat me door de lieve gastvrouwen en dito heren wordt voorgezet is het ook best lekker om met enige trots je zelf bereide maaltijd naar binnen te werken. En gezien de belangstelling die beide harige huisgenoten tonen als ik dan aan tafel zit, moet er wel iets goeds aan te ontdekken zijn. Vandaar…Smakelijk eten allemaal……Doe ik het ook….

Onze auto-vakanties…

Wellicht kunnen lezers zich nog herinneren hoe ze zelf vroeger op vakantie gingen, in mijn geval was dat steevast met de auto. Er was vroeger altijd wel een of ander vervoermiddel beschikbaar en dan togen we, ik schreef het al eerder, meestal richting Zuid-Limburg om daar een een paar dagen in zekere luxe door te brengen. Later, ik werd zelf volwassen, waren de eerste tripjes, per trein of bus. Een auto had ik nog niet, dat kwam later pas. Maar toen we die eenmaal bezaten was het hek van de dam. Duitsland, Belgie, Frankrijk, we reden er heen of het niks was. Voor wat verdere bestemmingen namen we het vliegtuig. Dat was verreweg het meest comfortabel en je was er tenminste snel.  In latere fasen van mijn werkende leven werd de auto voor bijpassende trips het standaardvervoer als we een paar dagen ergens heen moesten. Zo reed ik ooit naar Praag op en neer, was Frankfurt goed 4,5 uur rijden en kwam je met zo’n vierwieler ook snel genoeg in cursusplaatsen als Mainz of voor onderhandelingen met de toen relevante fabrikant in Branchweig.

De zakelijke rest werd gevlogen. Ik had heel wat punten staan op mijn frequent-flyer-passen bij een paar van die airlines. En voor mijn liefhebberij die met de vliegerij van doen had was het een interessante periode. Nu hoef ik niet meer zo nodig. Als ik ergens heen ga is het met de auto. En blijkt dat ik in goed gezelschap verkeer. Wij Nederlanders gaan meer en meer op vakantie en nemen daarbij de auto als favoriete vervoermiddel. Maar liefst bijna 10 miljoen vakantietrips met die auto als cijfer over 2016. Dat is ruim 30% meer dan we gewend waren te doen in 1992. Het vliegtuig loopt qua populariteit wel snel in. Daarmee gingen maar liefst 6,8 miljoen mensen op stap (in 1992 nog maar 2,1 miljoen). Grootste daler is de touringcar. Nog maar 700.000 boeken een vakantie die met de bus verloopt. Comfort, gedoe, vermoeidheid, veiligheid, het zijn allemaal factoren die spelen bij die keuze.

De auto is bij alle vakanties nu voor 54% het meest geliefde vervoermiddel. Waarbij je wel moet aantekenen dat dit wordt gedaan met auto’s die rijden op benzine, diesel of gas. Elektrische auto’s zijn niet zo geschikt voor dit werk, dus die tellen nauwelijks tot niet mee. Dat kan nog wat worden in 2030 als 50% van het wegennet moet zijn volgeplempt met die elektrische wagens. Alleen al om dat gedrag van normale mensen zou je moeten vrezen dat die omschakeling niet zo snel zal gaan als de grachtengordelelite meent te kunnen voorspellen. Hoe dan ook, we gaan binnenkort weer met voorjaarsvakantie. En naar het zich laat aanzien doen we dat massaal met onze auto. Ik wens je nu alvast veel plezier. Ik ga pas als iedereen geweest is. Het iets ouder worden kent zo haar voordelen….

IKEA in de herfstvakanties

Wil je weten hoe de Nederlandse samenleving er vandaag de dag uitziet? Gewoon een dagje naar de IKEA gaan! Vestigingen genoeg en die bieden vrijwel allemaal hetzelfde beeld. Van oud tot jong, van arm tot rijk, multiculti?, IKEA is the place to be. Onlangs bezocht ik de Amsterdamse vestiging omdat ik had beloofd een enkel onderdeel op te halen voor een familielid die dat nu net te kort kwam bij de bouw van een of ander door de Zweden geleverd meubel. Het was herfstvakantie en buiten druilde het dat het een lieve lust was. Dus gaan mensen dan kennelijk massaal hun dagje besteden bij de Efteling van de huisklussers, IKEA! Het drukke restaurant gebruikte ik dit keer voor observaties en wat daar om je heen gebeurt zorgt voor veel inzicht in de overeenkomsten en/of verschillen tussen de vele bevolkingsgroepen die hier rondlopen. Daarbij hoor je dan pas echt hoe de Nederlandse taal (niet) is opgenomen in het handboek soldaat van veel van die bezoekers.

Men vervalt ook in de jongere generaties onderling al snel in het oorspronkelijke thuisjargon en dat maakt dat het beeld qua gehoor en beeld kleurrijk is. En dan heb ik het echt niet alleen over Surinaams, Marokkaans of Turks. Echt elke taal valt tegen te komen bij dat Zweedse woonwarenhuis. Daarbij zie je ook hoe populair dat bedrijf is. Zij waren als international bedrijf indertijd uitermate vlot met het binnentrekken van Oost-Europa na de Wende in 1989/90. Veel van die mensen daar vandaan die hier (tijdelijk) kwamen wonen doen hun meubel- of inrichtingsboodschappen bij IKEA. Bij de kassa (voor mij het equivalent van de hel op Aarde…) sta je met al die lui in de rij. Karren vol. Daartussen kinderen die alles leuk vinden daar bij die Zweden, behalve de kassa, want juist daar gaan de meesten dreinen, janken of zelfs schreeuwen.

Hun ouders zijn dan vaak al in de stress door de zoektochten naar meubels of accessoires die op de gereedstaande computers (zoek hier je artikel…) niet te vinden waren omdat die beeldschermen voor 60% stuk blijken. Er lopen mensen tussen de schappen in het magazijn dan maar wanhopig zelf te zoeken naar het begeerde. En hoe platter het volk, hoe harder de schreeuw. Het is een kakafonie van lawaai op zo’n doordeweekse vakantiedag. Dan heb je nog de dwarsliggers. Mensen met een grote transportkar die overdwars in een gangpad hun verhaal gaan doen bij toevallig ook daar op bezoek of zoektocht zijnde buren en vrienden. Het zorgt voor een hoop ergernis en gedoe. Kom je bij veel winkels niet tegen. Ik kan in dat opzicht de WoonXL aanbevelen. Soortgelijk aanbod, maar een divisie hoger qua beleving. Maar dit terzijde. Dat ene artikel vond ik op goed geluk, kwestie van kijken. En ik leverde het af bij de jongelui die het nodig hadden. Maar onder een voorwaarde. Volgende keer niet meer tijdens de herfstvakanties vragen om deze gunst, want dat gaan we niet meer doen. Echt niet!

Het belang van Schiphol – voor ons allen…

Als ik het dan toch heb over het economische belang van o.a. een luchthaven als Schiphol voor ons allen als ingezetenen van dit land moeten we even terugkijken naar de tijd dat dit vliegveld werd uitgebouwd door toedoen van o.a. de pioniers bij KLM. Zonder KLM geen Schiphol en zonder Schiphol was er vermoedelijk van dat nu al bijna een eeuw durende avontuur bij KLM ook niet veel terecht gekomen. De Gemeente Amsterdam zag er voor de oorlog gelukkig de noodzaak van in om een eigen luchthaven te bezitten waarmee de stad een groter belang kreeg dan het in feite op basis van haar eigen omvang verdiende. De KLM had met Albert Plesman als voorman ook grote ambities. Men vloog indertijd al een lijnennet dat zich uitstrekte tot de voormalige koloniale bestemmingen als het vroegere Nederlands-Indië of de Caraïbische eilanden. Maar men vergat ook niet dat de wereld uit meer bestond dan alleen het eigen grondgebied en zo werd al snel een fijnmazig netwerk opgezet naar alle grote hoofdsteden in Europa. Na de oorlog werd dat uitgebreid met New York, Tokio, Sydney en Johannesburg.

KLM was dus de drijvende kracht achter de expansie van de luchthaven die in 1967 zijn beslag kreeg toen het nieuwe Schiphol van toen, op een kilometer of 7 zuidwest van het oude gelegen, werd geopend. Sindsdien is dat Schiphol een enorme luchthaven geworden en is het aantal vliegbewegingen sterk uitgebreid. Sinds de jaren negentig kwamen daar de budgetvliegers bij. EasyJet, Vueling, WOW, Ryanair etc. Als je dan nu op de ranglijst van Europese luchthavens kijkt met de meeste directe verbindingen zie je dat Amsterdam helemaal boven aan prijkt, nog boven het op zich nog drukkere Heathrow bij Londen en Frankfurt an Main. Vanaf Schiphol vlieg je naar ruim 400 bestemmingen meer dan naar het door Air France benutte Charles de Gaulle. Dat is best trots makend en geeft ook het belang aan van zo’n vliegveld.

Want veel passagiers zorgen ook voor een enorme economische bijdrage aan ons aller welvaart. De prijs die je dan wellicht betaalt is de grote drukte. Die ervaar je als passagiers, maar ook als omwonenden, mijn vorige blog ging daar al over. Los van al die vervoerde passagiers heb je dan ook nog de logistieke sector. Luchtvracht was vroeger een snel ontwikkelende sector omdat veel goederen door de lucht moesten worden vervoerd opdat ze vers en snel bij wereldwijde ontvangers zouden aankomen. Denk maar eens aan de bloemensector die we vooral kennen uit Aalsmeer en Rijnsburg. De veilingen daar waren nooit zo groot geworden als ze nu zijn zonder een luchthaven als Schiphol om de hoek. Luchtvracht werd daar altijd als belangrijk gezien en de enorme gebouwen die intussen rondom de platforms en startbanen zijn gebouwd zijn daar getuigen voor. De sector is wellicht van karakter veranderd, de vliegtuigen die deze vracht vervoeren zeker ook. Waren het vroeger vaak oude afgedankte passagiersvliegtuigen die nog net konden vliegen maar goed genoeg werden geacht voor het transporteren van vracht en post, tegenwoordig bouwen zowel Boeing als Airbus speciale vrachtversies van hun laatste passagiersmodellen en leveren die bij de tientallen af aan gespecialiseerde airlines. En die zie je je ook dagelijks op Schiphol neerstrijken. Met naar vermogen 30-100 ton lading aan boord. Keurig verpakt in containers opdat de be/ontlading efficiënt verloopt. Alles bij elkaar opgeteld is die luchthaven van levensbelang voor ons allen. Of dachten we wellicht dat het met een zeilschip net zo goed te vervoeren was?! Nee toch zeker? Koester nou maar wat er is en weeg plus- en minpunten. Dan kom je er vanzelf achter dat we zonder Schiphol niet zouden kunnen leven in de welvaart die we nu zo normaal achten.

Zomerse geneugten

Terwijl ik dit tik is het zweten geblazen. Warm! Juni is echt zomers begonnen en zet ook zo door. Het maakt de dagen plezieriger, de kansen om ergens heen te gaan om daar nieuwe zaken te ontdekken, groter en de lol van de lange dagen groter.  Zomers weer maakt mensen ook vrolijker. Je ziet dat in de manier waarop ze zich kleden, gedragen, praten. Al ben ik dan weer niet zo enthousiast over al die barbecue-fans die zorgen dat je soms de tuindeuren moet sluiten omdat anders jouw huis blauw van de rook staat zonder dat je er om hebt gevraagd. Minder leuk is ook dat mensen tot diep in de nacht in de tuin of op hun tuinbankjes voor de deur gaan zitten kleppen. Ik misgun uiteraard niemand iets, maar laat me wel slapen als mijn fysiek daarom vraagt. Maar als ik het af zet tegen de zonnewarmte en het genoegen van zomerse taferelen ben ik zelfs op dat punt van die nadelen, mild. Je moet het maar accepteren. Zien dat we er mee leven.

Ik merk ook ik in de zon zitten nog leuk vind ook. Nou ja, een minuutje of tien. Als het me te heet op de botten wordt vlucht ik naar de schaduw, maar toch. Ik was nooit zo’n zonaanbidder en eigenlijk is dat nog zo. Ooit, in het zuiden van Portugal, daar genoot ik er wel van en werd zo bruin als een Portugese Adonis. Maar daar hadden we dan ook zo’n fijne bungalow met dakterras en zwembad voor gasten en een volstrekt leeg strand op 100 meter afstand van het complex waar we zaten. We wandelden er in Adam-kostuum de zee in en werden zo egaal bruin zonder verbranden. Hetzelfde trucje een paar jaar later op Cran Canaria zorgde voor brandwonden van de redelijk ernstige soort. Dus nee, dat beviel niet. Maar zo’n Nederlandse zomer is echt iets voor me. Af en toe even een graad of 20 met wat wolken, wellicht een buitje en dan de volgende dagen weer lekker zonnig. Zo is het lekker. En ik hoop dat we er met zijn allen nog een tijdje van mogen genieten. (Beeld: Internet)

 

Vertellen waar je bent en dat je geniet…

Hoewel ik weet dat de Social media niet ieders Cup-a-Tea zijn is het toch wel aardig om te zien hoe imago van die media en de dagelijkse praktijk van elkaar verschillen. Zo zou je weleens de indruk kunnen krijgen dat als je als Numero-Zero in de wereld toch een plekje wilt veroveren in de harten van meekijkende of lezende toeschouwers het vloggen op YouTube ongeveer verplichte kost is. Al was het maar omdat je daar zelf televisietje kunt spelen of (al dan niet betaalde) presentator van vakantie of consumentenprogramma’s. Het blijkt in de praktijk nogal mee/tegen te vallen. YouTube is in bepaalde kring zeker populair en je kunt daar zaken zien die de meer traditionele media mijden. Zelf ben ik nogal gek op alle vliegfilms die er voorbijkomen. Van eerste solovluchten van leerling-piloten tot het uitvoeren van een vluchtoperatie tussen (voorbeeld) New York en Amsterdam. En gezien het aantal ‘views’ zijn dat zeer populaire filmpjes.

Maar dat aantal keren dat een filmpje wordt bekeken stijgt naarmate het avontuurlijke of gewelddadige dan wel liefdevolle karakter van het gebodene in de regie is meegenomen. Er zijn mensen die alles weten over make-up of het juist scheren van de oksels en daarmee intussen een aardige boterham verdienen. Al was het maar omdat ze producten promoten die voor al die doelen geschikt zijn. Zelf heb ik weleens iets geplaatst op YouTube, dat ging dan meer over modelauto’s en vliegtuigen. Maar na de wisseling van WIN7 naar WIN10 was ook mijn wachtwoord verdwenen en kon ik mijn eigen account niet meer in. Dat blijft wel een probleempje. Maar, als het gaat om andere zaken die mensen willen delen, zie je toch dat andere sociale media veel meer worden gebruikt door intussen een paar miljard mensen.

Wie veel reist heeft, zo blijkt uit recent onderzoek, voorkeur voor Facebook. 62% van al die reizigers zet de verhalen en avonturen daar op het eigen profiel in de wetenschap dat het wordt ‘gevreten’ door de kring ‘vrienden’ die men daartoe heeft uitgenodigd. Ook Instagram en Twitter scoren daar beter dan YouTube. Van alle reizenden plaatste slechts 6% iets op dat gefilmde medium. Zal zeker komen doordat men beter fotografeert (..) dan filmt en ook de eigen stem voor veel mensen een niet te nemen barrière is. Maar geeft ook wel weer dat we nu ook weer niet al te overdreven gedachten moeten hebben over vraag en aanbod. Al hoop ik wel dat sommige reizigers blijven filmen als ze weer eens in een levensgevaarlijk vaar- voer- of vliegtuig stappen en daar verslag van willen doen. Ben wel benieuwd welk medium jullie prefereren voor alle avonturen die je beleeft. Al kan ik van sommige reageerders wel voorspellen welke antwoorden ik zal krijgen uiteraard….:)

Ouderen en hun genoegens…

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Mensen kennen in hun leven heel wat verschillende fasen. Jeugd, opgroeiend volwassen, volwassen/gebonden, carrieremakend, kinderen, oudere jongere en dan de fase dat het leven geen druk meer zet op de toekomst. Je wordt iets ouder en neemt de tijd om nu eens echt te gaan doen wat je altijd al van plan was maar nooit de tijd voor had of de gelegenheid. Druk als we zijn maken we eerder ruimte voor een carriere of de kinderen, dan dat we voor ons zelf zorgen. Dat mag tegenwoordig ook pas als je tenminste tot je 67e hebt doorgeploeterd. De generatie voor ons mocht al een jaar of tien eerder met de VuT en die mensen hebben heel wat langer van hun vrijheden kunnen genieten. Met behoud van een belangrijk deel van hun salaris. Dat is nu wel anders. Wie al pensioen krijgt weet vrijwel zeker dat dit jaar na jaar wordt gekort. Want anders is de pot (1400 miljard..) zo leeg en krijgt de volgende generatie niets meer….

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Vraag is wel of dit nu ligt aan hen die hun leven lang bijdroegen aan het pensioen van zichzelf of dat van dit vutters voor zich, of dat het een kwestie is van verkeerd beleid bij die pensioenfondsen. Rarara. Maar goed, terug naar het onderwerp. Ouderen gaan dus al dan niet gepland genieten. De ANBO zocht onlangs uit wat die mensen dan gaan doen als het leven hen niet meer zo in de nek hijgt. De meesten zijn druk met internet. Daarna wordt er gelezen, gewandeld, gefietst, gewinkeld of in de tuin gerommeld. Een relaxed leventje dunkt mij. Een algemeen begrip als ‘hobby’ scoort ook hoog. Al zullen er best 50-plussers zijn die dat fietsen en wandelen als zodanig aanduiden. Wie met pensioen gaat zou kunnen denken aan lekker bezig zijn met de beurs, of verre vakanties. Maar niets blijkt minder waar. Nederlanders doen over het algemeen liever normaal. En dus willen ze in overgrote meerderheid ‘gezond blijven’, een eerste vereiste voor meer plezier in het leven.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Maar dat reizen trekt wel. Men wil wat zien van de wereld, al was het maar omdat die campings in Frankrijk of Italie nu wel bekend zijn. Men wil het graat een beetje goed hebben op financieel gebied. Zekerheid dat je niet in de armoede terecht komt zit bij de huidige ‘grijze golf’ vaak diep geworteld. De jaren vijftig, toch de jeugdperiode van velen, ligt nog vers in het geheugen. En dat was vaak geen vetpot. Dat je kunt genieten van de vrijheid en NIETS meer van doen hebt met opgelegde verplichtingen is ook zoiets. 50-Plussers zien dat als een groot goed. Net als genieten van of met de (klein)kinderen. Dat men ook ervoor kiest om oud te worden en gelukkig lijkt mij geen gekke wens. Dat zullen meer mensen hebben, ook zij die nog lang niet op die leeftijd zitten. En op een of andere manier herken ik wel wat van dit gedrag en al die wensen. Wat dat betreft is uw meninggever net een gewoon mens. Of zou het komen doordat ouder vaak ook wijzer maakt???

Agressie in de lucht! Britten het lastigst!

212611 - Fokker F-XVIII KLM with crew Scan10032Agressie onder vliegtuigpassagiers lijkt een steeds groter probleem te worden. Vermoedelijk heeft dit deels te maken met drankmisbruik bij hen die het vliegtuig in stappen, maar er lijken nog wat andere factoren een rol te spelen. Vroeger was vliegen iets voor de rijkere medeburgers. Normale mensen hadden helemaal geen geld om te vliegen laat staan dat ze op dat moment zouden weten waar ze eigenlijk heen wilden. Al werd er wellicht veel gedroomd over al die reizen die de elite maakte, een hard werkende arbeider kwam daar niet aan toe. De passagiers die wel gingen werden enorm verwend. Sommige maatschappijen hadden koks en echte keukens aan boord en de service was op niveau van dat toenmalige vliegen. Kijk naar oude beelden en je ziet enorme luxe en lachende mensen. Terwijl het comfort binnen wellicht nog wel aardig was, qua vliegen zelf was het afzien. De meeste vliegtuigen hadden en relatief korte actieradius, er moest dus veel tussentijds geland en getankt worden, en de vlieghoogte zorgde voor veel ellende als zo’n kist dwars door slecht weer heen moest ploeteren.

34153 - MDC DC-6A MAC PH-MAM Scan10009De straalverkeersvliegtuigen veranderden al veel van dat beeld. Peperdure vliegtuigen die de luchtvaart in de jaren zestig diep in de rode cijfers deden tuimelen. Daarom ook democratiseerde de vliegerij en konden ook meer normale mensen een vluchtje wagen. Bij de komst van de ‘jumbojets’ werd dat nog beter. De maatschappijen konden nu soms wel drie verschillende klassen en niveaus van luxe aanbieden. Economy was weliswaar minder luxe, maar je kreeg nog steeds een hapje en een drankje en de stewardessen bleven mooi en vriendelijk. Het volk ging op vakantie met de vliegtuigen van toen en ontdekte zo dat de wereld rond was en verre bestemmingen bereikbaar. Tegenwoordig hebben we het vliegtuig in ons leven opgenomen als een soort alternatief voor de trein of de auto. Voor een paar tientjes vlieg je naar Rome of Istanboel.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Helaas is door de loop van de jaren heen de service richting passagiers door de lage tarieven omgekeerd evenredig slechter geworden. Niets is meer inclusief en je moet je tegenwoordig zelf inchecken via internet. De veiligheidssituatie vraagt om uren lang wachten en als je dan eindelijk in de vliegende tubes zit, ben je blij dat je past op de smalle keukenstoelen die men tegenwoordig als zitplekken monteert. Dat zorgt soms voor agressie. Passagiers gaan aan de drank tijdens de wachttijden, zijn al gefrustreerd door de eerder genoemde factoren, en als ze dan aan boord zitten moeten ze soms vertragingen op de kop toe nemen, en voor elke stap die ze zetten extra bijbetalen. Vliegen is niet meer voor de elite, elke Jan Doedel en zijn partner of gezin kunnen nu op stap en dat geldt voor elk land in de wereld. Uit onderzoek bleek wel dat het qua agressie wel uitmaakt welke routes er worden gevlogen. De lijnen naar en van Engeland zijn berucht. De Britten kennelijk lastpakken en drinkebroers. En de crewmembers die er mee te maken krijgen zijn niet te benijden. In die zin is de Brexit zo gek nog niet. Of zou dat tot nog meer frustraties gaan leiden bij de volksstammen die daar vandaan alsnog naar het door hen zo verguisde Europa afreizen om daar hun vakanties te vieren? Ik wens de bemanningen alvast sterkte. En ga vermoedelijk zelf voortaan maar met de auto op reis….(Afbeelding: Yellowbird/LPAC-collectie)

Vakantie

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

In mijn jeugd was vakantie vooral de periode die in de zomermaanden bepaalde dat je niet naar school hoefde. Van verre reizen of comfortabel vervoer was echt geen sprake. In de woonwijk waar ik opgroeide was werken het devies en de ouders hadden niet zoals nu zoveel of vaak vrij dat ze wel een weekje of drie naar Spanje konden afreizen. Nee, een week was al lang. Ook bij ons thuis. Mijn leasevader handelde in vierwielers en sleutelde waar hij kon bij familieleden aan scheepsmotoren of auto’s en kwam dan vaak met een aardig weekbedrag naar huis. Niet dat we daar veel aan overhielden hoor. Hij maakte in zijn handelsjaren ook wel eens missers mee en kon ook erg aardig ‘innemen’. Een euvel dat hij deelde met meer ouders van jongens in mijn leeftijdsgroep. Die ouders hadden de oorlog mee gemaakt en ergens waren ze daardoor soms wat van het geestelijk rechte paadje af. Neemt niet weg dat wij voor de vakantie altijd ergens geld genoeg hadden en dat we dan wat je noemt ‘luxe’ op stap gingen. Met de auto. En die kwam dan vrijwel steevast uit de handelsvoorraad van ‘pa’. Een Amerikaanse of Britse Ford, Skoda, IFA of soms een DKW. Omdat mijn moeder een ingebakken afkeer had van tenten en kamperen, werd dan gekozen voor een redelijk luxe hotel of even comfortabel familiepension, liefst ergens in of bij het toen nog redelijk rustige Limburgse Valkenburg.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Mijn moeder had iets met die omgeving, vermoedelijk omdat het zo dicht bij het buitenland lag, waar zij telkens van droomde om er nog eens te komen. Maar ja, een paspoort hadden we niet en mijn ‘pa’ liet zich liever van de Vaalserberg afgooien dan dat hij ook maar een stap in Duitsland zette. ‘Teveel meegemaakt met die Moffen’. Als we na een lange rit dan eindelijk in het  hotel van bestemming waren aangekomen werd er uitgepakt. Niet alleen letterlijk, ook figuurlijk. Het mocht iets kosten. We dronken thee met taartjes, bier (voor pa) en een wijntje met wat pinda’s in een of ander etablissement en ‘s-avonds een goed diner in het hotel. Geld speelde dan even geen rol. Ik had altijd het idee dat andere kinderen uit mijn straat of school hetzelfde meemaakten tijdens die weken afwezigheid, maar dat viel meestal vies tegen. De meesten bleven in de straat hangen waar ze woonden, bezochten een dagje het Pretpark Oud-Valkeveen aan de rand van Gooi en als hun vader een auto had wellicht de Veluwe. Maar echt ver ging men in die jaren vijftig niet. Onze soort vakanties was dus best uitzonderlijk. Dat we soms drie weken na terugkomst weinig beleg op brood hadden speelde een minder opvallende rol.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Het geld vloeide waar het niet gaan kon. Maar plezier hadden we wel. En ik leerde er zo het zelf ook het Valkenburgse vermaak kennen. Net als de Vaalser omgeving en kleine stukjes Belgie. Want illegaal die grens over vonden mijn ouders indertijd best spannend. Soms pakte dat best wel verkeerd uit, want als gezegd, een paspoort hadden ze niet, zelfs geen groene kaart of zo. Maar goed, avontuur moest er zijn. Op de terugweg naar huis waren we altijd extra lang onderweg. We stopten dan in Roermond waar we ergens een maaltijd namen van friet en knakworst. Zalig! En in Utrecht nog even stoppen voor een drankje en een hard stuk metworst of zoiets. Elk jaar weer een feest. Toen ik zelf voor het eerst op vakantie ging, samen met mijn huidige vrouw, toen nog mijn verloofde, mag je raden waar we heen gingen. Juist. Maar de ware magie en passie kwamen nu van ons zelf en niet van de omgeving. Maar dat paste ook goed bij de leeftijd. Of ik toen veel heb gezien van die zelfde omgeving? Ik geloof het niet. Maar dat haalden we later nog wel in. Ben er sindsdien nog vaak geweest. Leuke bestemming, al is er intussen veel veranderd. En niet allemaal ten goede.