Isolatie in de ruimte…

De gemiddelde man of vrouw is niet gemaakt voor lange perioden van eenzaamheid. Denk maar eens aan de vele verhalen die over dit thema verschenen. Onbewoonde eilanden, lijken leuk, in de praktijk kan 99,9% van de mensheid daar niet overleven zonder mentaal ziek te worden. Om het over honger en dorst niet eens te hebben. Een paar maanden niet kunnen winkelen of naar de kroeg in coronatijd maakte duidelijk dat velen al symbolisch tegen de wanden klimmen. Moet je eens indenken dat je dan jaren vast komt te zitten in de oneindige ruimte om ons heen. En oneindig is die ruimte zeker. Zodanig dat we als mensheid vermoedelijk niet veel verder kunnen reizen dan pakweg een deurtje verder in een straat die is gelegen in een stad die weer is gesitueerd in een land zo groot als Rusland en dat dan weer op een wereldbol die eerder zo groot is als Saturnus dan de aarde zoals we die kennen. Lichtjaren weg houdt in dat je met de snelheid van het licht vele jaren zult moeten reizen om ergens te komen. Nou, voorlopig zijn onze raketten voorzien van een technologie die tripjes als die van een slak in een teerton mogelijk maken.

En niet veel meer. Hoe dan ook, we plannen trips naar de Maan (opnieuw nadat we in de jaren 60/70 al eerder die kant op gingen) waarvoor je ongeveer een dikke week moet reizen, maar ook naar Mars. En dat laatste is andere koek., Want een jaar ben je zo onder weg. Enkele reis. Want heen en weer is nog best een oefening. En dus selecteert men mensen die in staat zijn die eenzaamheid in de ruimte te doorstaan, maar ook een verblijf op een zeer mensvijandige planeet vol te houden gedurende een periode van wellicht een normaal mensenleven. Tuurlijk zijn de mannen en vrouwen die dit willen doen van oordeel dat ze dit aan kunnen, maar de vraag is of ze zich wel realiseren wat ze dan bedenken. De trips die astro- en kosmonauten maakten naar en in de ruimte (denk aan het ISS) gaven als resultaat te zien dat een jaar in de ruimte het menselijke fysiek aardig verandert. Ons beenderstelsel geeft het op, de spieren verslappen, hoe zeer we ook trainen, en ook de bloedsomloop is een probleem.

Komen die lui dan weer terug op aarde zijn ze een paar centimeter gekrompen en voelen zich tijdenlang niet lekker. Erger lijkt me de optie dat er bij zowel die lange Marsvluchten of de landing op die planeet misloopt en je roemloos ten onder gaat. Of een noodlanding maakt die grote schade geeft aan jouw vervoermiddel en je dan langzaam aan sterft op die rode planeet. Ik moet er niet aan denken, maar ja, ver weg van de Westertoren begint het al te jeuken. Dus ik ben om diverse redenen niet geschikt. Als je besluit om een kolonie te stichten op Mars, en die plannen zijn er, moet je dus ook mannen en vrouwen sturen om die kolonie duurzaam de toekomst in te leiden. Samen zoveel mogelijk kinderen maken, gezinnen stichten die de missie kunnen voortzetten en de basis daar gevestigd desnoods ontginnen. Met een rood waas voor de ogen en vooral verlangend kijken naar die ene blauwe planeet die heel ver weg in de sterrenhemel te zien is. Het lijkt mij vreselijk. Maar goed, ik hoef ook niet. Nee, met beide benen op de aardse grond. Toch net even plezieriger. Maar wie het aandurft is voor mij wel heen held(in)hoor. Ik wens hen behouden vlucht….(Beelden: Internet)

De boom van de buren…..

Toen wij hier, lang geleden alweer, kwamen wonen kregen we als gratis accessoire bij ons huis een boom bij de buren die elk jaar zo’n beetje in de eerste twee weken van april tot volle bloei komt of kwam. Prachtig! En onze oude buurvrouw genoot daar net als wij intens van. Omdat deze boom een ver familielid kent die bij een overbuur ooit is geplant en daar net even later ook in de bloei komt en dan een andere bloesemkleur laat zien, is het voorjaar voor ons daardoor altijd extra zicht- en tastbaar. Overigens relatief kort. Juist in het voorjaar wil het naast aardig weer ook vaak waaien en regenen en dan is diezelfde boom een bron van wat ergernis. Immers de honderdduizenden blaadjes dwarrelen dan neer als sneeuwvlokken en kleuren diverse tuinen eerst aardig roze, daarna bruin tot zwart. Je veegt je een ongeluk, maar ach, dat heb je er voor over uiteraard. Ik maakte de lezer(es) al eerder deelgenoot dat de oude buurvrouw een paar jaar geleden is gaan hemelen.

Wij vreesden al met grote vreze voor wat er na haar dood komen zou, maar dat viel in eerste instantie wel mee. Een van de dochters, mede-erfgename van de woning, bleef meer dan een jaar wonen in het huis van haar moeder. Deed weinig meer aan onderhoud en tuin, maar dat hield wel in dat de boom bleef staan. Een even fraaie aan de voorkant van het huis was nog bij leven van ‘moeder’ net in de bloei bevroren geraakt en afgestorven. Het leven van een boom in ons grillige klimaat niet altijd even makkelijk. Omdat de oude dame redelijk ‘zuinig’ was bleef de dode boom als een soort relikwie staan. Hoe dan ook, eind vorig jaar werd het huis alsnog verkocht. Een jong gezin uit een belendende gemeente kocht het en ging voortvarend aan de gang. Alles wat hen niet beviel werd in huis afgebroken en opnieuw geinstalleerd. Het mocht iets kosten en de aannemer leek wel bij hen te overnachten. Ook qua geluidsproductie. Dat was niet zo natuurlijk. Maar je wilt een huis toch naar je zin maken. Ik snap dat zeer. Maar ergens dit voorjaar, de bewuste boom in de achtertuin had net knoppen, hoorden we het jonge stel tegen elkaar zeggen dat die boom er echt uit moest in verband met de ruimte’.

Het sloeg ons best om het hart. Ook al ben ik zelf erg van een betonnen plaat met planten/bloemenbakken ter versiering, die boom was altijd wel een anker van geur en kleur. Hij is van hen, zij mogen dat beslissen. Maar we gaan die boom wel erg missen. Nu is het wel zo dat we wel zien dat hij kwalitatief minder wordt. Hij slinkt ook, groeit niet meer. Maar hij bloeit nog wel. Gelukkig hebben we de plaatjes nog. Overigens hebben wij zelf ook diverse bomen en struiken uit de tuin gehaald in de loop van de jaren. Ooit geplant door de vorige bewoners van ons huis. Die kennelijk niet door hadden dat sommige bomen erg groot worden en soms zelfs boven de nok van het huis uit groeien. Wij wel. En dus ging de zaag er in. Kaalslag het gevolg, ruimtegewin ook. En dat zal bij de buren ook wel zo zijn. Oud is leuk, hout ook, maar soms wil je gewoon dat de kinderen kunnen spelen. Dat zal het zijn… (Beelden: Yellowbird 1994/2019/20)

Jeri Ryan – voor altijd verbonden aan Seven of Nine…

Ik denk dat weinig mensen haar zouden hebben leren kennen als actrice wanneer ze niet die ene rol had gespeeld waarmee ze letterlijk en figuurlijk in the picture was gekomen, die van Seven of Nine in de Populaire SF-serie Star Trek – Voyager. Jeri Ryan heet ze in het echte leven en intussen is ze 52 jaar oud. Ze bouwde een geweldig oeuvre op aan rollen en prijzen voor haar acteerprestaties, maar voor mij is ze vooral altijd verbonden aan die ene rol, Seven! Wie het genre niet kent en het verhaal heeft gemist, deze reeks liep tussen 1994-2001 en in de vierde reeks kwam zij ineens het beeld binnenlopen. Eerst nog als een zgn. Borg-drone, waarbij het goed is te bedenken dat in de fantasie van de makers van deze reeks verhalen, Borg de oer vijand van de andere wezens in het Heelal zijn en mensen als de helden uit de reeks alleen maar willen assimileren en ombouwen tot Borg-drone. De logica daarvan is niet geheel duidelijk, maar ach….

Seven of Nine (haar naam binnen de Borg-omgeving) werd volgens het script als kind al omgebouwd tot dar(drone) en gekoppeld aan het centrale denkframe van dat ‘ras’. Hoe dan ook, door veel inspanningen van de bemanning aan boord van de Voyager wordt Seven of Nine gered en voor 80% teruggebouwd tot mens. En hoe! Men steekt haar in een pakje dat min of meer vacuüm verpakt om haar heen zit, zet haar op hoge hakken, steekt de blonde haren op en geeft haar een manier van praten die robotesk sexy is. Jery Ryan vervult die rol letterlijk alsof hij op haar huid is geschreven en haar ‘Borg-logica’ is soms echt fantastisch om te zien. Maar voor veel mannen die houden van SF en Star Trek is de introductie van Seven of Nine wel een beetje het hoogtepunt op het gebied van verhaallijnen. Als je achter de schermen kijkt van dat uiterlijk lees je dat Ryan een korset droeg dat o.a. haar boezem links en rechts separeerde en aan de voorkant afdekte, maar ook dat er baleinen waren getrokken om haar buik en een extra bescherming om haar onderlijf was aangebracht opdat we als kijker maar niet ook maar de minste fantasie zouden krijgen rond dat fantastische lijf dat deze strak verpakte omgebouwde Borg-actrice zo pront showde.

Nee, ook in de ruimte blijven we Amerikaans preuts natuurlijk. Een toiletbezoek van de actrice duurde indertijd overigens tussen een half uur en een uur, omdat al die lagen van haar af moesten worden gepeld voor een simpel plasje, maar daarna ook weer aangebracht. Later loste men dit op via een veel fijner zittende en eenvoudiger aan te trekken overall. Hoe dan ook, Jeri Ryan was een fenomeen geworden en deed na Star Trek ontelbaar veel rollen in series en films. Trouwde met een politicus met ambities om Obama te verslaan, maar die haar kwijtraakte (en de nominatie) toen duidelijk werd dat hij wat perverse kantjes vertoonde door haar o.a. te willen afdwingen seks te hebben op openbare plekken of obscure clubs. Dat ging haar te ver. Scheiding het gevolg. Aan dat huwelijk hield ze wel een zoon over. Uit haar tweede huwelijk dat ze sloot in 2007 heeft ze nu ook een dochter. Ryan heeft ooit de titel gewonnen van Miss Illinois, werd derde bij de Miss-Amerika-verkiezingen en wie haar figuur van toen zag weet waarom. Ze acteert nog steeds en is ook gevraagd voor de nieuwste (nog uit te brengen) Star Trek film ‘Picard’ waarin ze na vele jaren weer als Seven zal opdraven, dit keer echter vermoedelijk niet meer in zo’n strakke catsuit. Mocht je twijfelen aan mijn verhaal, kijk nog eens naar de serie (Netflix vertoont hem) of vraag het kenners. Seven is een te koesteren karakter. En daarmee doen we ook meteen Jeri Ryan eer aan, die deze rol zo prachtig vertolkte.  (Beelden: Internet/Wikipedia)

De vreemde Kerstster…

Kerstmis was op komst en over de hele wereld waren vredelievende mensen bezig met het doen van inkopen om dat van oorsprong christelijke feest naar traditie te laten verlopen. In sommige delen van de wereld sneeuwde het aan de vooravond van Kerst, in andere stukken op onze aardbol was het snoeiheet. Waar het ook hoog opliep qua gevoelstemperatuur was bij de NASA en de andere ruimtevaartorganisaties over de hele wereld. Een melding van een kennelijk op ramkoers zijnde UFO die leek op een meteoor of komeet zorgde voor opwinding. Want voor zover men kon berekenen zou dit stuk ruimtevaartuig dat plotseling was opgedoken vanachter Saturnus rond eind december de aarde raken en gezien de omvang van het ding moest dat wel enorme gevolgen hebben. Niemand mocht praten over de rampspoed die de Aarde dreigde te treffen. Na een paar weken kwamen er echter ook berichten van amateurastronomen die met hun eigen apparatuur iets hadden opgemerkt dat niet in ons zonnestelsel voor hoorde te komen. En de sociale media deden hun werk.

Mensen die ook maar enige interesse hadden in de ruimte keken nu dagelijks door allerlei kijkers omhoog. Zagen het vreemde ding met de dag groter worden. Maar de gemiddelde aardbewoner had andere zorgen. Kerstmis kwam er aan…de boodschappen, de familievrienden…. Toen het 24 december was bleek wel dat deze narigheid de Aarde niet meer kon ontgaan. De sirenes begonnen te loeien, mensen moesten onderduiken voor zover dat ging. De chaos brak overal uit. Men nam mee wat kon en begaf zich naar hooggelegen plekken of dook juist onder in bunkers uit de oude oorlogstijden of verschanste zich in metrostations. Maar daar was geen plek voor iedereen, dus braken gevechten uit. Anderen baden tot hun goden, hoopten op genade, dat dit onheil alsnog aan ons voorbij zou gaan. Aardbevingen die het gevolg waren van de aankomst van deze ongenode gast maakten de eerste slachtoffers. Overstromingen zorgden voor veel onheil in gebieden waar men niet tegen vloedgolven beschermd was. Het luchtverkeer was neergelegd, mensen zaten op die vliegvelden soms als ratten in de val. Plunderingen braken uit, moordpartijen. Toen het ding uit de ruimte vlak bij de Aarde was veranderde het van koers.

Draaide zijn rug naar de Aarde toe. Met sterrenkijkers zag men de boodschap die op die rug was geschreven. ‘Dit is de laatste waarschuwing. Als jullie nu niet in vrede met elkaar kunnen samenleven, zonder haat, afgunst, respect voor elkaar…dan kom ik terug en vlieg mij te pletter opdat het ook met jullie mensen is afgelopen’.  Deemoedig bogen daarna de Aardbewoners het hoofd. Vielen elkaar in de armen en waren blij dat deze ellende was afgewend. Het zou een mooie Kerst worden. Een nieuw leven had zich aangediend. Een leven vol hoop. Maar ook een vol genade. Immers…laatste kans. En terwijl men weer tevoorschijn kroop uit de schuilplekken begon het overal te sneeuwen en hoorde men via de grote ontvangers van de Aardstations die alle landen op de ruimte gericht hebben staan ‘I’m dreaming of a white Christmas’ van Bing Crosby voorbij trekken. Twee dagen later was alles weer zoals het ervoor ook al was.

Alleen dan vredelievender…dat wel… (Dit verhaal berust op hoop en wat minder op kennis en ervaringen in het verleden opgedaan…dus biedt ook geen garanties voor de toekomst. Die brokken steen of daarop gelijkende tuigen vliegen gelukkig nu nog voorbij aan ons….)

Gedigitaliseerde rij-impressie – Skoda Karoq!

Twee afspraken te doen en de compacte Tsjech toe aan een beetje aandacht van mijn favoriete service-adres. Dan moet er even alternatief vervoer komen. En dus kreeg ik de laatste nieuwe Karoq-suv mee in de meest luxe uitvoering. De persoonlijke auto van de bedrijfseigenaar. Grijs van kleur, hoog op de wielen en barstensvol elektronica. Als je ergens wilt zien waar de stappen zijn gezet bij het favoriete merk moet je even gaan rijden in zo’n Karoq. Deze is uitgerust met een automatisch walk-in systeem. De sleutel praat met de auto en de deuren gaan voor je open. Daarna starten met een knop aan de stuurkolom, niet met diezelfde sleutel. Dan gaat het dashboard je meteen daarna met al de beschikbare informatie imponeren.

Naast fraai uitgevoerde instrumenten een van laptopformaat groot display in het midden waarmee je alle functies van navigatie, stereo en zo meer kunt aflezen. Maar ook of je rechtuit op de weg rijdt en dat bij inparkeren een camerabeeld geeft van achter de auto. Een automatisch Keep your lane-systeem of drivers assistance houdt je tussen de lijntjes van de weg. En als je het stuur loslaat piept er ergens iets en verschijnt de instructie om dat stuur toch echt weer beet te pakken. Bij het passeren van andere weggebruikers piepen de buitenspiegels vrolijk mee als je iemand passeert en weer teruggaat naar je eigen baan. In die spiegels verschijnt dan ook een teken, oranjekleurig. Niet over het hoofd te zien.

Naast de nodige optiek ook veel geluiden dus, die je erg goed tot je neemt omdat de lekker oppakkende 1,5 liter benzinemotor zich juist niet echt laat horen. Mede door de vlot schakelende zesbak. En daarover gesproken, het dashboard geeft je de informatie over wanneer je kunt of mag schakelen. Opdat je dit efficiënt doet en brandstof bespaart. Handig systeem! De bereden Karoq had een prachtig panorama dak, lederen bekleding, stoelverwarming, een mooi gescheiden aircosysteem dat automatisch werkt. Je zit er als een vorst voorin en houdt aardig veel ruimte over achter.

De kofferbak is enorm en de instap lekker want hoog. Tijdens mijn rij-indruk bleek hij niet al te onzuinig te rijden, maar ik ben niet voluit de snelweg over geweest. Verder heb je nog een hele rij aan extra’s op, aan en in de auto zitten die dit een ideale reiswagen maken.

Persoonlijk zou ik dat Lane-assist systeem afzetten. Ik ben niet van de onverwachte rukjes aan het stuurwiel uit het niets, omdat een robot meent dat ik niet zit op te letten. Maar dat is dan wel het enige. Twee andere zaken vielen me op. Ik kon niet ontdekken hoe het tankklepje openging. Moet je het boekje voor pakken als niet ingewijde en deze testrijder kreeg de motor van de auto niet uit na het uitstappen. Moest je gewoon de startknop even langer voor ingedrukt houden. Maar dat is gewenning. Kost dat? Vraagt u zich wellicht af. Nou, die Karoq met zijn stevige formaat is de opvolger van de erg aardige Yeti. Die had je voor pakweg 25 mille voor de deur staan, een beetje luxe versie zat daar wel tien mille boven. Tel voor de Karoq nog maar een mille of tien meer in de budgetplanning. Voor het formaat en wat je geboden krijgt bepaald niet te veel, maar ik blijf het persoonlijk best stijve prijzen vinden. Als ik echter zie wat de concurrentie voor soortgelijke auto’s vraagt met veel minder uitmonstering doet Skoda het ook nu weer gewoon goed. En met deze Skoda mag je echt bij iedereen voor de deur komen. Ook bij kritische klanten. Want hij zal qua uitstraling vooral zakelijk zijn rijders vinden denk ik. En terecht! Fijne auto! Aanrader! (Beelden: Auteur)

Werkpaleis…

Ik geef het eerlijk toe, los van wat momentjes in de tijd, ben ik geen groot fan in de breedte van de artiest Herman van Veen. Ook al snap ik wel dat er hele volksstammen achteraan lopen. Mooie teksten, komisch talent, en slimme zakenman. En dan komt door dat laatste bij mij de bewondering alsnog. Want deze man is een alleskunner. Hij staat niet alleen op het toneel om zijn kunsten te vertonen, zijn nooit stilstaande geest ziet overal creatieve mogelijkheden. Dus heeft hij ergens in de bossen van Soest, niet ver van het Militair Museum daar, een schitterend landgoed ingericht als cultureel centrum. Een prachtig wit pand, met barstens veel ruimte binnen en buiten staat beschikbaar voor Herman van Veen zelf of de vooral jonge artiesten die hij begeleidt op weg naar een nieuwe carrière.

Daarnaast is dit een expositiecentrum voor zijn kunst en die van evt. andere creatieve geesten. Waar je kijkt, je ziet iets wat kunstzinnig bedoeld is of het in onze ogen ook echt is. Van smeedijzeren vogels tot nagemaakte krokodillen, een olifant of een van metaal gemaakte hond. Het pand kent een reeks van kamers, barstensvol kunst. Maar ook ruimten waar men workshops geeft. En heel veel uitingen van wat Van Veen in ons land voor de kunstsector betekende of nog doet. Je staat er als onbevooroordeeld meninggever echt paf van. De avonturen van Alfred Jodocus Kwak zijn daar maar een onderdeel van. Er is zoveel. In boekvorm of op cd, als kunstwerk aan de wand of in beeldvorm.

Ontelbaar, en zeer indrukwekkend. Beneden in het pand word je met grote warmte ontvangen, in ons geval door de maestro zelf. Geen sterallures, gewoon even een welkom en dan weer verder met wat die dag moest gebeuren. Het schitterende witte pand kent ook een terras waar we even in de buitenlucht, het was een prachtige nazomerdag toen wij daar waren, genoten van de omgeving. Die natuur eromheen zal ik later nog even beschrijven. Dat helpt hier zeker mee om de kunstzinnigheid te stimuleren. Zonder dat het op enig moment als een troep overkomt. Niks van dit alles. Glad, professioneel, plezierig.

Dat is de sfeer hier. Naast het grote pand nog wat kleinere waarin men tijdens ons bezoek driftig oefende op stukken klassieke muziek. Ook een kapel doet mee aan de ambiance, de bellen van de toren van dat gebouw klinken helder en luid. Maakt het extra grappig allemaal. Mocht je in de buurt van Soest zijn, neem eens de tijd om deze omgeving te verkennen. Neem ook even de kunst in ogenschouw, en als je een fan bent van het werk van Herman van Veen, is dit een eldorado. Weg gaan zonder dat je iets in de shop koopt is vrijwel onmogelijk dan. En ik snap dat. Zelfs als niet zo’n grote liefhebber…ja zelfs dan! (Beelden: Yellowbird Photo)

De Eredivisie qua design – Raymond Loewey.

Als er een competitie zou zijn voor ontwerpers, speelde Raymond Loewy in de Eredivisie daarvan. De man was zo subliem dat hij in ongeveer elke tak van industrie zijn ontwerpen mocht leveren. Zo bedacht hij ooit de beschildering voor de Air Force One, het staatsvliegtuig van de Amerikaanse president. Maar hij bedacht ook ontwerpen voor Coca Cola, het interieur voor het supersone Concorde-vliegtuig, een Gestettner stencilmachine, de Greyhound Scenicruiser bus plus logo, een postzegel voor John F.Kennedy en zo voort. De man werd in Frankrijk geboren in 1893 en kwam uit een Joodse familie. Die familie zelf stamde weer uit Oostenrijk van vaderskant, zijn moeder was Frans. In 1908 won hij al de nodige prijzen voor zijn ontwerpen van modelvliegtuigen. Later vocht hij in de Eerste Wereldoorlog en kreeg het Erekruis voor  zijn moed. In 1919 verhuisde hij naar New York en startte zijn imposante professionele carriere.

Eerst als briljant etaleur bij grote warenhuizen als Macy’s, Sak’s  en Wanamakers. Ook werkte hij als illustrator voor bladen als de Vogue en Harper’s Bazar. Zijn eerste grote opdrachten kreeg hij van de Pennsylvania Railroad waarbij hij locomotieven een dusdanig ander aanzien wist te geven dat dit het beeld van loc’s over de hele wereld zou veranderen. Hij ging zo ver dat hij voor de spoorwegmaatschappij ook stations ging ontwerpen maar tevens interieurs van wagons waarin passagiers zich zeer comfortabel zouden voelen. Maar zijn grootste doorbraak kwam toch toen hij in de jaren dertig ging werken voor het automerk Studebaker. Niet alleen ontwierp hij het later zo bekende logo voor dat merk, maar al snel was zijn hand ook terug te vinden in de door Studebaker gefabriceerde modellen.

Door zijn slimme manier van werken kon hij Studebaker na de Tweede Wereldoorlog qua ontwerpen helpen aan een voorsprong op de andere Amerikaanse merken van tenminste twee jaar. Iconisch waren zijn ontwerpen waarbij de voorkant van de auto vrijwel gelijk was aan de achterkant en de neus een grille had waarin een imitatie-straalmotor dominant te zien was. Natuurlijk zat er onderhuids gewoon de bekende Studebaker-techniek, maar dat maakte de auto niet minder opvallend. Later ontwierp hij voor het merk de lage coupe-achtige Starliner, die door de jaren heen zou uitgroeien tot de latere Golden Hawk.

Ook opvallend was de Avanti. Een auto die in 1963 jonge kopers aan het intussen toch wel noodlijdende merk moest gaan binden. Een dergelijk ontwerp had nog niemand gezien of aangedurfd. Loewy wel. De auto werd deels in keiharde kunststoffen opgebouwd en dat had een succes kunnen zijn als de autowereld intussen niet enorm was veranderd. Studebaker ging onderuit en de Avanti ging een eigen leven leiden. Tot op de dag van vandaag. Want er zijn in de VS nog steeds kopers voor te vinden en kleine bedrijfjes bouwen deze wagens graag met moderne technieken nieuw in beperkte series. Omdat het ontwerp tijdloos is. Loewy werkte intussen voor NASA. Hij ontwierp daar het Skylab ruimtestation, waarbij hij ook lette op het feit dat je als astronaut in zo’n station nog een beetje normaal moest kunnen functioneren. Hij kon zich daarin verplaatsen en maakte een succesvol ontwerp ook al heeft hij zelf nooit de ruimte bezocht. Los van al die technische ontwerpen was Loewy ook altijd bezig met logo’s voor bedrijven, ontwikkelde hij restaurants, ontwierp ovenschotels, huizen, tractoren en zelfs flesjes voor Coca Cola toen dat merk van de oude vormgeving over wilde naar een nieuwe. Vele honderden ontwerpen en patenten staan op zijn naam.

Pas toen hij 80 was stopte hij met werken. En ging in Frankrijk van zijn pensioen genieten. Hij werd uiteindelijk 92 jaar oud en overleed in Monaco. Een erfenis achterlatend die zijn weerga niet kende. Nog steeds gezien als wellicht de grootste industrieel ontwerper ooit. En dat lijkt mij meer dan terecht. En dus gaf ik even aandacht aan de man. Overigens is er jaren geleden ooit in het Stedelijk Museum een overzichtstentoonstelling gehouden over Loewy en zijn werk. Werd toen druk bezocht. Van mij mag dat wel weer gebeuren. Verdient hij. (Beelden: Internet/Wiki)

Luxe Eendje…de Dyane!

Je hebt van die auto’s die indertijd, toen ze de straten als nieuw bevolkten, nauwelijks enige indruk achterlieten op hen die er niet voor vielen maar die toch onder liefhebbers mateloos populair bleken. Een dergelijke wagen was de Citroen Dyane die op het moment van verschijnen werd gezien als de opvolger voor de befaamde 2CV ‘Lelijke eend’, maar bij deze taak toch niet echt kon overtuigen. De auto werd in 1967 in het Citroen-programma opgenomen en kreeg meteen de 2-cilinder boxermotor voorin uit de Ami. 602cc groot en een vermogen van 31pk. Hoewel er veel overeenkomsten waren met de basis-Eend, was die Dyane toch een heel andere auto.

De carrosserie zat toch wat meer als een ‘echte auto’ in elkaar en had ook een veel hoekiger vormgeving. Mensen die voorheen met een Eend hadden gereden vonden die wat steviger Dyane best wel een ‘upgrade’, je kon er zelfs na een lange aanloop meer dan 100km/u in halen en het gehele comfort lag op een wat hoger niveau. Wat bleef was de goede en comfortabele wegligging, ruimte voor een heel gezin plus bagage en een veercomfort dat geen enkele concurrent in deze klasse kon bieden. De ‘luxe eend’ zoals hij vaak werd aangeduid bleef enorm lang in productie maar kon toch nooit zijn illustere en goedkopere zusje evenaren qua populariteit.

Toch zijn er van de Dyane in de loop van ruim zestien jaar productie iets van 1,5 miljoen van gemaakt die helaas voor een groot deel zijn aangetast door de roestduivel en bij liefhebbers van de oer-2CV niet gezocht zijn en zelfs een beetje met minachting worden behandeld. Dat is jammer, want een Dyane had voor de liefhebber van het concept veel te bieden. Zoals bij Citroen gebruikelijk kwam er ook een bestelwagenversie van uit, de Acadyane, die wel mateloos populair werd, maar dit succes deels dankte aan het feit dat de aloude ‘Besteleend’ niet meer werd aangeboden. In 1984 staakte Citroen de productie van alle Dyanes. Wie er nu eentje zoekt kan meestal voor relatief weinig geld nog wel terecht. Gave (en dus unieke) exemplaren doen iets van vier mille, een mooie besteller is nog eens de helft duurder. Een interessante auto, en duidelijk onderschat!  (Beelden: Internet/archief)

De V van Verzamelen (reprise)

Oh wat heb ik warme herinneringen aan tv-programma’s als ‘Showroom’, ‘Het Pakhuis’ of soortgelijke. Het waarom ligt hem in het feit dat ik als verzamelaar en liefhebber van wat ik steeds weer zie als leuk en (be)waardevol daarbij bevestiging vond van mijn gelijk. Het is leuk om er een serieuze hobby op na te houden en ‘later’ zou ik wel zien wat er dan met al dat spul zou gebeuren. De uitstalling van al dat verzamelde spul nam al snel een paar kamers in beslag en daar gingen we altijd vrij slim mee om. Later werd het vooral een kwestie van stapelen en was tussen de diverse kasten en vitrines doorlopen een tamelijk hachelijke onderneming. Maar ook huiskatten zijn een redelijk slechte toevoeging aan in kasten opgestelde modellen. En het begon ooit zo simpel. Een plank boven mijn (opklap)bed in het ouderlijk huis herbergde de eerste zelf gebouwde vliegtuigmodellen. In een aantal kastjes lagen mijn luchtvaartbladen en boeken.

Toen ik ging trouwen en verhuisde naar ons eigen piepkleine woninkje werd er voor de hobbyspullen ook een ruimte gebouwd, in een gangkast bovenaan de toen vrij steile  trap. Maar al snel woonden we ruimer en kregen de liefhebberijen meer ruimte. En begon de grote expansie. Een jaar of tien geleden, voorafgaand aan de verbouwingen in en aan ons huis die extra ruimte moest bieden, had ik de meeste zaken weer eens in de handen. Het was onvoorstelbaar veel. Alleen al het parkeren en opslaan van al die dozen vol mooie zaken bracht een hele logistieke operatie met zich mee. Toen de boel klaar was en de herinrichting begon van vooralsnog alleen mijn hobbymuseum bleek al snel dat het heel lastig zou zijn om alles weer terug te plaatsen. Het paste niet meer zo goed. Een jaar lang heb ik staan passen en meten. Velen om mij heen zuchtten dat het wellicht handiger was om wat zaken te verkopen, dingen weg te doen of me zelfs te specialiseren.

Klinkt leuk, maar wie eenmaal besmet is met een verzamelaarvirus kan dit dus niet. Als ik al zwakten heb zitten in mijn karakter, dan deze wel. We zijn nu een aantal jaren verder, en warempel, het past nog steeds. Veel van de uitgestalde waren zijn goed te bekijken. Het papieren archief heeft een plekje gekregen en zaken die ik niet kwijt kan keurig netjes opgeslagen. Vol is vol, dat is zeker, en ik heb al eens verhaald dat het hier voor enkele bezoekers claustrofobisch aandoet. Maar de ware liefhebber vindt het hier schitterend. En daar gaat het me om. Liever een huis vol hobbyspullen waaraan wij (vrouwlief heeft zo haar eigen verzamelingen) plezier beleven dan een vol geraniums waarachter we ons zouden moeten vervelen. Hoe kom ik nu (weer) op dit onderwerp?

Wel in Oost-Nederland is ooit door een Provinciaal bestuur ruim een miljoen Euro betaald om een collectie van een ‘alles-verzamelaar’ op leeftijd over te nemen die anders dreigde uit elkaar te vallen. De collectie is zo groot dat de man nauwelijks meer kon leven in zijn woonhuis en schuur. Er is dus nog hoop, ik kan gewoon doorgaan met verzamelen, de Provincie of de Gemeente ziet het wellicht straks allemaal als echt museaal en van lokaal of regionaal belang en is er toch nog hoop voor zoonlief. Die dreigde al dat na mijn onverhoopte verscheiden de hele boel in de ‘container’ zou worden gesmeten. Zou wel zonde zijn van al die potentiele waarde natuurlijk. Hoewel de jongere generatie gemakkelijker met geld smijt dan de oudere….Maar een miljoen Euro? Gelukkig is alles hier wel gecatalogiseerd. Dat had die man in het oosten des lands niet gedaan. Ik maak het mijn opvolger(s) ook veel te gemakkelijk en voor de goede orde, het is lang niet zoveel waard!

1 jaar blauw metallic

WP_20160723_002Precies een jaar geleden reden we met onze nieuwe aanwinst vanuit het Overijsselse Rouveen in de richting van Almere om onze nieuwste rijdende aanwinst in fonkelnagelnieuwe conditie even te laten zien aan onze lieve vriendin daar. Na 2,5 jaar met een zilvergrijze driedeurs was het tijd voor een nieuwe vijfdeurs. Uitvoering qua deuren en kleur met dank aan vrouwlief die bij de vorige nog wat had gezwegen. Die vijfdeurs uitvoering bleek in de praktijk een stuk handiger dan de vorige driedeurs. Ook al deden we daar ook dingen mee die de ontwerpers vast niet voor mogelijk hadden gehouden. Intussen is de kilometrage aardig opgelopen en heeft ook de blauwe er heel wat ritjes opzitten naar verre Duitse of Nederlandse dreven. Tegen een gemiddeld brandstofverbruik van 1:19, wat voor een benzineauto in mijn rijstijl best een groot compliment is. Dat de auto cruise-control heeft blijkt in de praktijk zeer handig. De airco zorgt voor plezierige omstandigheden en het veercomfort is wat beter dan bij de vorige versie die 1,5cm lager op zijn wielen stond.

WP_20160229_001Dat hield in dat je dan als een slak over verkeersdrempels heen moest, dat is bij de blauwe beter verzorgd. De radio kent ook twee boxen meer dan bij de vorige auto van hetzelfde merk en ook dat werd in dank aanvaard. Jammer is wel dat het merk en haar moederconcern niet in staat is om zelf stootstrips of spatlappen te leveren. Die laatste dingen lijken ouderwets, maar wie weet hoe snel de achterkant van het vlotte karretje aanslaat weet dat je dit met een paar van die rubber beschermplaatjes zonder problemen kunt oplossen. Maar ja, wat niet is kan nog komen. Het onderhoud deden we bij de garage die het dichtste bij onze woonstek is gelegen. Een technische instelling met grote mate aan servicegevoel. Naast het reguliere onderhoud moesten ze me een keer helpen. Omdat ik een voorband lek had. Lek door een schroef die diep in het rubber geboord bleek. Dat moest even opgelost. Intussen is de reparatie daarvan alweer 5000 km geleden.

WP_000445Het gaat hard, ook met de blauwe, ook al gaat het minder snel qua kilometers dan bij de zilveren voorganger die ook nog deels zakelijk werd benut. Dat scheelde toch flink wat kilometertjes per jaar. Voorlopig kan het nog even, de garantie duurt nog drie jaar (..) en het ding doet al rijdend geen slag verkeerd. Het lijstje bestemmingen waar hij al geweest is groeit. Ik ben zelf altijd verbaasd wat we met die compacte blauwe allemaal hebben bekeken. De zilveren reikte al verder, maar ja, baas boven baas. Ik wilde het maar even memoreren. De jarige kreeg een wasbeurt voor de velgen. Dat moet het maar zijn voorlopig. Zoals mijn jeugdvriend Fons ooit uitlegde bij het wassen van de door zijn vader geexploiteerde huurvloot auto’s die ik mocht helpen (..) schoonmaken, velgen, banden en ramen schoon = auto schoon! En daar houd ik me dan maar aan. En ga verder op de ingeslagen weg….