Tweewieler Tweetakt – een nieuwe Puch…

Tweewieler Tweetakt – een nieuwe Puch…

Ik stam uit een tijdperk waarin de persoonlijke mobiele ontwikkeling werd bepaald door wat de omgeving min of meer bepaalde. Daarbij opgevoed in een wereld waarin je al snel zag dat afbetaling en lenen veelal leidden tot ellende was sparen en keihard werken voor zaken op je verlanglijstje het credo. Ik was daar overigens wel een uitzondering in binnen de familie van toen.

Hoe dan ook, na een drietal tweedehands bromfietsen waarop ik niet alleen goed leerde rijden maar soms ook flink aan sleutelen, (1xHMW en 2xLocomotief/Sachs) was het tijd voor iets anders. En dus werd mij als jong mens al snel de keuzevraag gesteld of ik zou gaan voor een sportieve Kreidler Floret of juist een meer bij de intellectuele jongelingen van toen passende Puch. Het werd dus een Puch. Zo een met een hangend tankje, hoog stuur en veel chroom.

Kostte wat maar dan kreeg je ook iets. 49.9cc tweetaktmotor met geforceerde koeling. Het was een dure (want nieuw) investering maar hij reed probleemloos en fijn. Tuurlijk was dat hoge stuur vermoeiend bij lange ritten, maar dat gaf je never-nooit toe. Via mijn vriendenkring kwam ik er al snel achter dat je met wat simpele handelingen de Puch kon opstuwen naar de voor die tijd gigantische snelheid van 60km/u. En je in de eerste versnelling zowat de hele straat doorkon zonder te schakelen naar 2. Weinig mis met het Oostenrijkse stukje techniek.

Bewust koos ik voor het origineel. Er was een Joegoslavisch alternatief, de Tomos, die als twee druppels water leek op die Puch, maar door de vriendenkring met enig dedain werd beschreven en bekeken. Nee, het was een Puch voor deze meninggever. Reed ik er lang mee? Nou in kilometers wel. Ritjes naar Nunspeet of Texel vanaf Amsterdam schuwde ik niet. Maar in jaren was die Puch niet eens zo lang mijn basisvervoer. Dat zat hem toch in dat werk op Schiphol. Daar reed ik voor heen en weer en af en toe met lading achterop die ik dan met de Puch oppikte en naar de KLM of andere maatschappij op Schiphol vervoerde.

Maar dat was natuurlijk maar beperkt van omvang en bij regen en wind, laat staat sneeuw en ijs was die Puch ook best oncomfortabel. Dus besloot het bedrijf waar ik toen mijn kantoorwerk verrichtte dat ik de net nieuwe bedrijfsbus (VW T2) mee mocht nemen naar huis, mits ik dan in weekenden of avonden ook de eventuele ‘spoedklussen’ zou opknappen. Scheelde de ‘baas’ weer overwerk voor de relatief dure chauffeurs op die bestelwagens en ik kon dan meteen de documentatie van die zendingen verzorgen. Op enig moment verhuisde ik omwille van de liefde naar het centrum van Amsterdam en kwam de Puch daar in de onderliggende garage te staan. Ongebruikt. Af en toe even gepoetst en meegenomen voor een kort ritje. Maar het gevoel was weg. De noodzaak ook. Dat rijbewijs en die auto’s maakten de Puch overbodig en op enig moment verkocht ik hem met wat pijn in het hart. De verkregen prijs verzachtte de wond. Ik schreef er bijna niets op af. Heel veel later, ik was al bijna zelf met pensioen gegaan ontdekte ik dat twee oude jeugdvrienden uit mijn vroegere woonstraat nog steeds op Puchjes rondreden en die dingen koesterden. Ze waren er nog steeds gek op. ‘Wil jij ook niet nog eens zo’n Puch hebben?…..’. Nou nee, ik was wel klaar met die tweewielers. Maar koester wel nog steeds dat gevoel van toen, een nieuwe brommer, een Puch! (Beelden: Prive-archief)

Te vroeg geboren…

Te vroeg geboren…

Voordat de gemiddelde lezer(es) nu denkt dat dit mij letterlijk is overkomen….neuh. Het is meer een constatering rond wat ik had kunnen doen met de huidige foto-apparatuur toen de wereld er nog uit zag zoals ik hem indertijd om me heen spotte. En dan letterlijk. Dat spotten dan. Want ik zat als kind veel op Schiphol. Keek naar de toenmalige vliegtuigen, schreef alles op wat relevant was en genoot van de geluiden, de geur en dynamiek van de luchtvaart. Maar op de foto zetten was er nog niet bij.

De eerste consumentencamera’s van toen nog aardig aan de prijs, dus onbereikbaar voor een jong mens als ik, je had er rolletjes in zitten voor 12 hele foto’s en die dingen waren veelal ook zwartwit. Pas toen ik een meer volwassen status bereikte kwamen er handige pocketcamera’s die je mee kon nemen naar waarheen je wilde. 12-16 foto’s of dia’s en nu in kleur kwamen beschikbaar, maar wie details wilde vastleggen moest domweg dichtbij het onderwerp gaan staan.

Kon niet op de meeste luchthavens in ons land, dus de kwaliteit van die eerste beelden was niet best. Pas toen ik mij waagde aan mijn eerste Spiegelreflex-camera, een stoere en zware van het merk Practica uit de DDR, waarop je wat telelenzen kon schroeven voegden de beelden wat toe aan wat ik zag. Gelukkig waren die vliegtuigen nog steeds interessant genoeg om ze vast te leggen wat ik ook heel regelmatig deed. Het spotten en ‘platen’ een geweldige afleiding voor de drukke banen die ik indertijd vervulde.

Ik kijk nu soms met verbazing naar al die foto’s en dia’s die ik toen schoot. Maar meteen ook in de constatering dat alles wat daarvoor op Schiphol te zien was niet op de plaat gezet was. En juist die machines waren interessant. Omdat ze veelal werden aangedreven door motoren waarop men toen nog propellers monteerde die elke machine extra interessant maakte en ook vaak zeer onderscheidend. Die oude kisten die vaak nog stamden uit de Tweede Wereldoorlog en daarna een succesvol lange carriere invulden.

Maar die machines weer afgewisseld met splinternieuw materieel uit die periode als de Britse Trident, de Franse Caravelle of de eerste DC-8 van KLM of Boeing 707 van Pan American. Ik kon soms wekelijks uren langs het platform zitten, bij weer en wind, zomer of winter. Maakte niet uit. Later, ik werkte zelf al op de luchthaven, waren de sessies vaak verplaatst naar de start/landingsbanen waar ik dan bij de ‘heg’ staand de dynamiek van die vluchtfase vastlegde. Tegenwoordig doe ik dit nog sporadisch. Wel digitaal, goede camera er bij, Flightradar-app aan zodat ik zie wat wanneer komt en of ik er al dan niet een foto van wil maken, de auto achter me, net als de broodjes en het drinken. Gewoon ouderwets genieten. En mijmeren over die kisten die ik wel zag, noteerde maar nooit fotografeerde. En dan constateer je dat je toch te vroeg geboren bent. Maar ja, aan de andere kant, ik geniet er nu dubbel van…ook iets waard…. (Foto’s archief)

(R)evolutie…

(R)evolutie…

In de vakgebieden waarin ik al die decennia mijn brood met beleg trachtte te verdienen, ik deelde mijn verhalen al eens eerder op dit punt, is de laatste jaren sprake van een ware (r)evolutie. De werkzaamheden zijn in basis natuurlijk nog steeds gelijk aan vroeger, alleen heeft men veel zaken gestroomlijnd en is schaalvergroting op elk terrein een toverwoord. Kijk ik even terug naar mijn bankjaren, indertijd werkte ik samen met tientallen mensen op een afdeling die onderdeel was van een heel pand vol bankwerkers die allemaal de verstrekking van en controle op kredietfaciliteiten bij bedrijven als uitgangspunt hadden.

Die bank had nog overal fysieke kantoren, waar de lokale klanten terecht konden voor die faciliteiten naast het ophalen of storten van cash geld. Tegenwoordig bankieren we digitaal, de kantoren verdwenen en dat hoofdkantoor doet met een laptop wat wij vroeger met al die medewerkers in teamverband deden. Op Schiphol is de wereld ook totaal veranderd. De computer verving de dagen lang rennende en procedures volgende medewerkers in de passage- en vrachtafdelingen.

Groei van de omzet maakte dat waar ik ooit werkte in het meest zuidelijk gelegen kantoorpand van Schiphol, nu in die omgeving tot ver aan de horizon giga-panden staan en ook de meeste passagiers gewoon thuis op hun laptop boekingen doen en zelf hun tickets printen. Vloog je vroeger voor pakweg (omgerekend) 250 euro p.p. naar Parijs, wie het slim aanpakt kan dat nu voor een paar tientjes. Het avontuur werd een busrit met vleugels. Later in het autovak was de combinatie van verkoop en administratie een hele klus. Alles handmatig. Tot aan het halen van nieuwe auto’s bij importeurs aan toe. Als je een auto had verkocht moest je een stel handelingen verrichten waar je een halve dag mee zoet was, intussen deden de technische collega’s datgene wat die auto tot een rijdbaar exemplaar voor de klant maakte en ook nog eens deed glimmen.

Een kenteken moest je zelf op naam stellen bij het postkantoor, had je meerdere afleveringen (veelal op vrijdagen) stond je met je stapel kentekenbewijzen in een file voor het desbetreffende loket. Immers, in de buurt zaten meer garagebedrijven met dezelfde behoefte. Stress was in al die gevallen het gevolg. Die administratie was een kwestie van fysiek uitgeschreven bonnen en facturen inboeken met de hand in grote boeken, de tellingen vierkant op orde brengen en al die bescheiden keurig opbergen en bewaren. Je had daar alleen al een hele zolder voor nodig.

In het importeurswerk had ik van doen met dat toenmalige dealerwerk in het kwadraat. Met 80 dealers een hele klus om al die lui dezelfde kant op te krijgen en ook nog eens te voldoen aan de wensen van een steeds veeleisender fabrikant. Zie ik nu hoe men alles zelf digitaal kan doen, je hoeft echt niet meer naar het postkantoor voor die kentekens, maar ook de communicatie met dealers is voor importeurs een stuk minder ingewikkeld. Alles gaat met computers nu, in feite beweegt men als doorgeefluik voor de bestellingen van de klant via de dealer naar de fabriek. De computer maakt dan uit wanneer een auto op welke wijze wordt gebouwd en geleverd. Van die 80 dealers van toen is er vrijwel geen een meer actief. Vervangen door giga-bedrijven met soms duizenden auto’s omzet per jaar. Andere tijden. En dan heb ik het nog niet over mijn jaren in de communicatie. De schrijverij in fysieke magazines, bladen, boeken, adviezen en trainingen…..Het is allemaal veranderd. En toen we dat virus over ons heen kregen werd gewoon thuis gewerkt en bleek dat prima te kunnen. Het is allemaal anders geworden. Sneller, maar ook leuker?? Als ik soms zie hoe weinig klantvriendelijk bedrijven soms opereren….ik heb er weinig hoop op dat dit beter wordt….Maar interessant is het allemaal wel…. (B eelden: Archief)

Chaos..

Chaos..

De veelal links getinte media in dit land konden, zo leek het, niet genoeg aandacht geven aan de lange rijen mensen die op Schiphol stonden te wachten tot ze mochten inchecken voor hun geboekte vluchten naar een of andere vakantiebestemming. Immers, volgens sommige commentaren werd bewezen dat de luchtvaart te druk was geworden en dat medewerkers op de afdeling bagage, schoonmaak of veiligheidscontrole werkten voor minimum-uurtarieven. Nee, dan was het beter dat al die klanten in de trein stapten…. Jaja. Juist 14 dagen eerder stond het hele treinennet in ons land stil door een computerstoring.

Niemand maakte zich er druk om, passagiers kwamen niet meer thuis, maar ach, volgens de linkse lobby rijden treinen op aardwarmte en dat is zoooooo goed voor het milieu. Wat is er nou echt mis op dat eens zo geweldige vliegveld in de Haarlemmermeerpolder? Nou, voor een deel is het bedrijf (niet het veld zelf) enorm gegroeid. Men heeft belangen in allerlei andere vliegvelden en bedrijven. Maar de directie is naar mijn mening niet ingesteld op die taken. De CEO is een PvdA politicus en hij praat met meel in de mond.

Daarnaast is het vliegveld zelf op enig moment budgetmaatschappijen als EasyJet, Ryanair en zo meer gaan binnenhalen en die willen de laagst mogelijke kosten betalen om zo de ticketprijzen te kunnen drukken. Daarnaast zijn de carriers uit het Midden-Oosten zeer actief, zulks ten laste van KLM en heeft die laatste maatschappij de loden last van partner Air France op haar nek. Iedereen wil minder betalen, de verliezen beperken. Verliezen die na 2010/1 en natuurlijk de Corona-crisis enorm zijn opgelopen. Tel daarbij op dat onder druk van de linkse lobby vliegtuigen stiller en zuiniger moesten worden, dus enorme investeringen moesten worden gedaan om de vloot als zodanig uit te monsteren, en je ziet dat het fiasco al wat eerder op de loer lag. Corona (twee jaar lang vrijwel niet gevlogen met passagiers, wel met vracht..) zorgde voor ontslag duizenden medewerkers.

Die gingen elders aan de slag. Trekt de boel dan weer aan heb je ze niet zo snel meer terug. Anders dan iemand die een perron bewaakt of veegt is werken op Schiphol iets waarvoor je aardig moet worden geschoold. Men huurt dus nogal wat bedrijven in, die werken met de laagst betaalden uit de maatschappij, drukken de kosten, en betalen een laag uurloon. De kwaliteit onder druk en aanbod personeel bescheiden. Overal in de samenleving zie je veel vraag naar mensen die met een lager loon genoegen nemen. Het aanbod blijkt best een dingetje. En dit doet zich ook in onze buurlanden voor, ook op de vliegvelden daar. Gelukkig kent Nederland nog wat regionale vliegvelden waarheen we kunnen uitwijken. Rotterdam, Eindhoven, Groningen en Maastricht. Het voor de hand liggende en helemaal opgeleverde Lelystad mag niet van start omdat linkse lieden weer moord en brand gillen over zoveel (vermeende) overlast. Juist gebouwd voor opvang van die extra vakantievluchten. Was dat veld open geweest had niemand gemekkerd over de files op Schiphol. Het kan raar lopen. Zeker als je gewoon tracht om met de beschikbare middelen een enorm bedrijf gaande te houden. Waarvan in de breedte 400.000 banen afhankelijk zijn. Tijd voor een beetje meer daadkracht en bananen in de oren voor al die linksies die Nederland graag de verpaupering in zien verdwijnen…… (Beelden: Archief)

Trams van vroeger en nu…

Trams van vroeger en nu…

Als jong mens had ik zoveel interesse voor alles wat van doen had met het vervoer vanuit die jaren dat ik o.a. ook het tramverkeer van toen aardig bestudeerde.

Zo waren er de blauwe trams van de hoofdstedelijke GVB waarmee je voor relatief kleine prijsjes dwars door de stad kon reizen. Overstappen was een fluitje van een cent en je kon er mee tot elke uithoek van de stad komen. Slechts het noordelijke deel van de stad bereikte je uitsluitend per boot, pont en bus. Het railverkeer kwam daar niet. Daarnaast was Amsterdam voorzien van een uitgebreid regionaal tramlijnennet waarvan de blauwe NZH-trams de meest bekende exponent was. Daarmee reisde je bijvoorbeeld vanaf het Spui naar Zandvoort, al dan niet met overstap in Haarlem. Veel van die regionale tramlijnen werden in de jaren waarin ik opgroeide overigens opgevolgd door busverbindingen met een hogere graad van op tijd rijden en dito comfort.

De stedelijke verbindingen bleven gewoon door trams ingevuld. Amsterdam een van de weinige steden in ons land waar men consequent voor dat type railvervoer koos. Elders in het land vond men de bus ‘toch handiger’. In onze buurt reden veelal blauwe spitsneuzen die o.a. op Lijn 3 en 4 opereerden. Voor de wat luxere Stadionbuurt en het chique Zuid koos men voor de relatief nieuwe drieassers met hun gesloten passagiersruimten en comfortabeler inrichting. Lijn 24 en 25 de exponenten daarvan. Na 1956 startte men met de vervanging van ouder materieel via de gelede trams. In Nederland gemaakte wagens met veel meer comfort en wat zwaardere motoren.

De bestuurders nu in een soort cockpit voorin, waarbij het aloude draaiwiel voor bediening van de elektrische aandrijving in eerste instantie was vervangen door een soort sidestick die je naar voren of achteren bewoog naar gelang de behoefte van accelereren en remmen. Een verbeterde versie van die nieuwe tram was de dubbelgelede die een extra tussenstuk kreeg en twee scharnierende onderdelen die met een soort rubber blaasbalg waren afgesloten. Al snel werd dat de standaard tram van het GVB en verdwenen de ‘blauwen’ steeds vaker uit het straatbeeld. Door de jaren heen kwamen er steeds meer tramtypen in gebruik. Er werd een verbinding aangelegd met Amstelveen. Ook daarvoor zette men bij het GVB nieuwe trams in.

Een mengelmoes van typen was het gevolg. De ene tram wat succesvoller dan de andere. Begin deze eeuw kregen we de Combino’s. Prachtige in Duitsland gebouwde trams met een bijna metro-achtige inrichting en uitstraling. Oudere trams verdwenen daarop vaak naar het buitenland. O.a. naar Polen waar ze nog jaren dienst zouden doen. Van de oude blauwen bleef een klein aantal over om door liefhebbers vol liefde rijdend gehouden te worden. Intussen zijn er weer nieuwe trams bijgekomen.

Met prachtig gestroomlijnde neuzen, terwijl men op de Amstelveenlijn wederom aparte trams inzet die tegenwoordig geen last meer hebben van gelijkvloerse kruisingen. Het comfort op hoog niveau, maar helaas geldt dat ook voor de gevraagde tarieven. Het mag kennelijk wat kosten, dat O.V. Opmerkelijk is dat men nu ook de Amstelveenlijn gaat doortrekken naar Uithoorn. Terug naar de tijden van de vroegere stoomtrams die Amsterdam verbonden met omliggende gemeenten.

Efficient, duurzaam en snel. Waarmee ook de typische regionale forens kan kiezen voor een ander vervoermiddel dan de voor de hand liggende auto of fiets. Ook de nieuwe verbinding naar IJburg kreeg een tramverbinding waarbij men twee Combino’s aan elkaar koppelt, waardoor een soort stadstrein ontstaat. Het succes van de tram meteen bewezen. In de stad een groot succes. En zo hoort het ook. Net als toen. En voorbeeld voor vele steden waar men maar blijft vasthouden aan die bussen die toch net even minder efficient zijn. En o ja, Amsterdam kent intussen ook een metronet met maar liefst vier lijnen. Zowel boven- als ondergronds actief. En zo weten we uit eigen ervaring, heel erg praktisch om snel vanuit de buitenwijken of periferie naar het centrum te komen of omgekeerd……. En dat dan gezien vanuit het perspectief van een echte autoliefhebber zoals ik dat ben. Maar daarover schreef ik al vaker…. (beelden: eigen archief/collectie)

Persvlucht..

Persvlucht..

Een van de dingen die ik in mijn leven ooit met passie deed was schrijven, het is hier al eens eerder aan de orde geweest. Ik was in de loop der jaren naast boekauteur ook van de nodige bladen (hoofd)redacteur en in dat kader refereer ik hier aan een zgn. Persvlucht die ik mocht meemaken in oktober 1984. De gedachte achter die uitnodiging was dat ik namens ons toenmalige luchtvaartblad mijn ervaringen zou optekenen aan boord van een van de eerste en toen splinternieuwe Britse verkeerskisten voor de korte afstanden, de British Aerospace 146.

Het toenmalige DanAir was de maatschappij die er mee vloog en mijn uitnodiging hield in dat ik ‘een dagje onderweg’ zou zijn. Nooit weg als je gek bent op vliegen. Het werd een gedenkwaardige ervaring. Al vroeg in de ochtend stapte ik aan boord van de nieuwe kist en kreeg een plekje helemaal voorin achter de cockpit. De machine had de bijpassende registratie G-SCHH omdat dit type zo stil was voor omwonenden (..). We vertrokken op tijd naar Bristol. Daar was het, zo bleek, berenslecht weer.

Omdat de statijd zo kort was mochten we aan boord blijven, wat gezien de regen niet verkeerd was. Daarna ging het op naar Cardiff. Tussen de buien door kon ik op het platform wat platen schieten voor later. Toen ging het door naar de Kanaaleilanden. Eerst was Guernsey aan de beurt. Het bleek er stormachtig met veel regen en de landing was best een avontuur. Volgende stop bleek Jersey. Hupsakee, nog een keer die landingsoefening in slecht weer. Het begon te wennen. Een nieuwe captain kwam aan boord en die vond dat ik als ‘member of the Press’ voorin moest zitten. In de cockpit dus. En dat gaf me een aardig kijkje in de werklast van die lui bij slecht weer. Goed verzorgd, DanAir stond bekend om prima service, vlogen we terug naar Cardiff. Daarna weer naar Bristol en toen uiteindelijk in de avonduren naar Schiphol. Waar kist en crew zouden overnachten. Ik had de nodige vlieguren bijgeschreven en mijn verslag was meer dan positief. Fijne kist, plezierige service en onder de indruk van dat op tijd vliegen ondanks slecht weer en de vele bestemmingen die zo’n machine op een dag af moest werken. Utility een 10 zou ik denken. DanAir bleef nog een tijdje op deze lijn vliegen. Maar op enig moment was het over. Toch te ingewikkeld denk ik en de potentie op de lijnen tussen Amsterdam en de steden in Wales net te klein. De BAe-146 zou een succes blijken en door heel wat maatschappijen worden ingezet. Of dat kwam door mijn artikel? Ik zou het graag geloven. Maar dan leed ik aan te veel zelfwaan. Laat ik maar liever over aan anderen…. (foto’s: Yellowbird archief)

Vliegtuigherkenning…

Vliegtuigherkenning…

Al eerder beschreef ik mijn jeugdige liefde voor alles wat zich mechanisch door het luchtruim beweegt en hoe dat alles zo is gekomen. Schiphol verkocht zichzelf in mijn jeugd door regelmatig van die toenmalige zuigerkisten over onze straat en huis te laten trekken wat mij bijzonder intrigeerde. Al snel was ik een regelmatige gast op het v lak bij Amsterdam gelegen vliegveld, zoog de beelden op en nam een abonnement op het prachtige blad Cockpit van Hugo Hooftman, toen een grote naam op dit gebied.

Al snel ‘wist’ ik zoveel over al die vliegtuigen dat ik een uitnodiging om deel te nemen aan een Amsterdams vliegtuigherkenningskampioenschap niet kon vermijden. Samen met mijn jeugdvriend Fons togen wij op de fiets naar de locatie, een schoolgebouw in het chiquere deel van Amsterdam-Zuid, om de verdere aanwezigen te verbazen met onze kennis van al dat vliegende spul.

Al snel bleek dat wij behoorden tot de jongere generatie. De meeste deelnemers een paar tot een flink aantal jaren ouder dan wij. Dat werd afzien… Met dia’s werd in snel tempo een reeks van 100 vliegtuigen getoond in soms sterk afwijkende kleurenschema’s zodat je daaraan ook geen houvast kon ontlenen. Fons, duidelijk minder getraind dan ik, haakte al snel af. Verkeersvliegtuigen kon hij nog wel duiden, maar militaire kisten waren zijn ding niet zo. Met de zaken die ik zelf leerde uit dat blad van Hooftman, kwam ik een stuk verder.

Maar ik herinner me nog een Kawasaki uit WO2 in de kleuren van de USAF die ik totaal miste en aanduidde als P-47 van Republic. Wist ik veel dat die Japanse kisten vaak door de Amerikanen werden getest na de overgave van Japan in 1945. Maar ik bleek bepaald niet de enige te zijn. Toen de jury de uitslagen-formulieren innam en begon te beoordelen, namen wij maar een bakkie thee. Jeminee, dat viel best tegen, de conclusie. Met onze 15/16 jaren leeftijd bleek dit een heftige proeve van bekwaamheid. Zelfverzekerd als ik toen al vaak was, immers ik had me vanaf de vroegste jeugd het spotten eigen gemaakt, dacht ik dat het wel goed zou komen. Fons was er minder gerust op. En toen kwam de uitslag. En bleek ik bovengemiddeld gescoord te hebben en zelfs in de top-10 te staan overall. Kijk, daar kon je mee thuiskomen. Fons was onder de indruk. Mijn ouders niet. Die vonden dat maar onzin. ‘Moest je er mee..”.

Als Fons en ik elkaar nog wel eens zien, we wonen niet te ver van elkaar af, net als toen, haalt hij het nog wel eens aan. ‘Weet je nog dat…..!?’. Dat leeft het weer op. Ik zette meteen na die omschreven gebeurtenis een eigen bureau op. Bedoeld om kranten en bedrijven te helpen aan meer kennis over de luchtvaart. Hoe ambitieus ook, het werd niks. Al was het maar omdat er ook moest worden gewerkt en gestudeerd. En tja, ‘wat moest ik er mee’… Tot op de dag van vandaag is alles wat luchtvaart aangaat mijn wereld. Naast die automobiele. Lijkt vermoeiend, is het niet. Veel te leuk. Maar prijzen win ik er niet meer mee….(Foto’s”: Archief)

Smartphone-navigatie…

Smartphone-navigatie…

Wie wel eens gebruik maakt van een of ander vervoermiddel zal wellicht ook wel eens de digitale hulpmiddelen benutten die onze draagbare apparatuur nu eenmaal meegeleverd krijgt. Al dan niet betaald. Appjes om de weg te vinden, om onderweg stopplekken te vinden voor brandstof, winkels, horeca of wellicht als hoofddoel de bestemming waarop je die apparatuur hebt ingesteld.

Veel van die dingen brengen je langs de kortste weg van a naar b en houden naar gelang je hebt ingesteld op gebruik door fiets of truck rekening met factoren als waterwegen, bruggen etc. In de luchtvaart komen deze dingen ook steeds meer in gebruik. Een beetje piloot heeft naast de uitgebreide cockpit-apparatuur ook een iPad of zo waarmee men allerlei extra zaken kan toevoegen die de standaard-apparatuur niet of niet zo duidelijk weergeven. Vloog men vroeger op bestek, kompas of door naar buiten kijken naar herkenningspunten op weg naar de beoogde bestemming, later kreeg men de beschikking over radiobakens waardoor je binnen bepaalde ‘luchtwegen’ de weg kon vinden, meestal ook nog begeleid door de radar-verkeersleiding van de landen waar je over heen vloog.

Ook in ons land zijn er zo een stelletje. In het vakjargon aangeduid met bepaalde letters die voor eenieder duidelijk zijn in die sector en ook nog eens aangegeven op speciale pilotenkaarten met daarop de radialen en frequenties waarop die bakens uitzenden. De snelle voortgang van de techniek maakte in de afgelopen jaren dat de moderne vlieger nu ook zonder die bakens aardig zijn of haar weg kan vinden. Dat was voor particuliere piloten al een enorme aan/tijdwinst, maar sinds kort mogen ook beroepsvliegers gebruik maken van die techniek en hoeven ze niet perse van bepaalde bakens naar bakens te vliegen om hun route naar of van een bestemming/vertrekplek te vinden. Resultaat is dat men kortere routes kan benutten, minder overlast verzorgt aan hen die dat soms zo ervaren en ook de ruimte op kan zoeken zonder in een file terecht te komen van toestellen die allemaal achter elkaar hangen op weg naar zo’n vroeger baken.

Uiteraard leg ik het hier even relatief simpel uit, maar feit is dat het goed werkt. Een ding blijft voorlopig gelijk en dat is het landen op vliegvelden met gebruikmaking van de ILS (Instrument Landing System) omdat je anders wellicht op de verkeerde hoogte aanvliegt naar een landingsbaan en daardoor in de problemen kan komen. Die ILS werkt met weer andere bakens die een signaal afgeven waardoor je in de cockpit de aanduiding krijgt dat je op het ‘glijpad’ vliegt met de juiste hoogte en snelheid. Afwijkingen komen in rood of met waarschuwingsgeluiden bij de piloten binnen en wie het kunstje goed verstaat zet de kist zelfs bij matig zicht als een eitje op de grond. Tot er ook hiervoor een iPad-app komt en je aan de hand van digitale middelen die kist ook aan de grond krijgt. Kwestie van tijd. Uiteraard is alles eerst uitgebreid getest en kijkt men natuurlijk relatief lang naar de veiligheid van alles. Want je wilt niet dat een Boeing 767 of zo landt op de verkeerde baan dan wel op de veerpont in het IJ. Iets wat je bij al die TomTom’s met een verkeerde instelling wel kan overkomen. Mijn Garmin (een bekend merk uit de luchtvaart) geeft al tijden aan dat een stuk weg onder Rotterdam een 70km/u weg is, terwijl er al jaren een snelweg loopt. Is dat een fout van het systeem? Waarschijnlijk, want ook mijn oude MIO en TomTom hadden die afwijking. Ondanks alle updates. En dat lijkt me dan wel weer een dingetje in de lucht….Maar verder vertrouw ik er wel op hoor…. (Beelden: Yellowbird archief)

Stel dat…

Stel dat…

Ik weet soms wel hoe het de gemiddelde lezer van mijn schrijfselen vergaan is tot nu toe, maar ik realiseerde me onlangs weer eens dat veel wat mijn leven of carriere bepaald afhing van het toeval. Al zullen gelovigen er meteen een hogere en sturende macht bij willen halen, naar mijn idee is alles ontstaan door al dan niet gestuurd toeval. Maar dan op menselijk niveau. Het leven is er door gelopen zoals het deed. Het mijne zeker. Zo bedenk ik me dan wel eens (ik mijmer wel eens vaker heel diepgaand..) dat ik op school indertijd eigenlijk geen benul had van wat ik later wilde worden, behalve dan dat ik iets in de luchtvaart wilde doen. Het waarom zat hem in het feit dat ons huis bij toeval vaak werd overvlogen door die oude kisten van/naar het Schiphol van toen.

Daarbij speelde ook een rol dat onze straat in de jeugdjaren een bepaald levendige was en ik er in de praktijk van alle dag ook mijn eerste kennis van het automobiele wereldje opdeed. Opgeteld moest het dus wel iets worden in die hoek, maar hoe daar te komen? Wist je veel als jong mens. Het lot bepaalde anders. Op die school uit de jeugd dus werd ik net als een stuk of wat klasgenoten gewoon geronseld voor een baan op een grote bankinstelling. Inclusief bijbehorende studies en interne opleidingen. Het hield in dat ik op mijn 14e aan de slag ging in de financiele wereld. En op die bank ontmoette ik niet alleen een van mijn nu nog oudste vrienden, maar ook mijn aanstaande echtgenote. Ware ik niet geronseld was dat allemaal niet gebeurd.

Zo ging het ook later. Na de bank kwam de luchtvaart, ik berichtte er al eerder over in mijn verhalen over die wonderlijke carriere. Daarna weer zo’n toevalligheid…. Ergens halverwege moest er een andere auto komen en mijn merktrouw deed me dus zoeken naar een alternatief voor de dealer die me die eerste nieuwe Skoda had verkocht maar nu ineens in Toyota’s deed. Op die zoektocht stonden we niet alleen voor een gesloten deur bij een van die uit een lijstje gehaalde andere verkopers, maar vonden we dat daar ook een echte vieze troep binnen. Door naar de volgende dus. En dat klikte. Het resultaat was dat met die vent de relatie zodanig werd dat ik voor ik er uiteindelijk zelf zou gaan werken de nodige auto’s verkocht aan vrienden en collega’s op Schiphol en ook het bedrijf waar ik toen nog zat voorzag van nieuwe bestelwagens.

Dat leidde weer tot de overstap naar de autowereld waar ik dan opnieuw door toeval iemand leerde kennen die me later naar importeur Pon zou halen. Alles toeval, was ik in het begin een andere kant op gegaan hadden al deze zaken niet plaatsgevonden. Van sommige moet ik nu toch even niet willen bedenken dat ik ze/hen niet had ontmoet of het leven verder mee gedeeld. Van anderen kan ik me voorstellen dat het leven een stuk simpeler was geweest als het toeval me net even anders had gestuurd. Je zou er een filmscenario van kunnen maken. Toeval bestaat wel, zeker! Na die jaren in dienst van anderen kreeg ik opnieuw door toeval opdrachten in de publicitaire en trainingswereld. Ook dat was weer erg aardig en dat deed ik tot ik besloot om na dik 55 jaar hard werken iets anders te gaan doen. Maar ik weet ook zeker dat de gemiddelde lezer(es) soortgelijke ervaringen kan vertellen. Over keuzes onderweg die leidden tot wat men nu meemaakt in het heden en wellicht in de toekomst. Een woonkeuze, werk, liefde, van alles. Kom maar door…. Delen is leuk!! En mijn voorbeelden maar heel beperkt, want er is nog veel meer…..(Beelden: Archief)

14

14

Onlangs hoorde ik op de radio iemand geinterviewd worden die daarbij om een advies werd gevraagd.

‘Wat zou je nu zeggen tegen jou zelf op 14-jarige leeftijd?’. De man antwoordde dat hij zichzelf zou adviseren niet constant achter anderen aan te sjouwen en te doen wat de meute van je vraagt. Ik moest daar even over nadenken. Deed ik dat indertijd?? Dacht het niet eigenlijk. Mijn wereld werd zo bepaald door wat ik later wilde gaan doen, dat werk en studie me meer stuurden dan wat straatvrienden allemaal uitspookten. Ook al wilde ik dan ook een brommer bezitten op mijn 16e of achter de meiden aanzitten als het zo uit kwam. Maar dat waren meer de hormonen dan die vrienden. Verder ging ik aardig mijn eigen gang. En ook dat was niet zo handig soms. Je bent toch al snel een beetje een buitenbeentje. Alhoewel, in de toenmalige kring van omringende lieden wilde ik wel graag merken dat ze mij een beetje zouden volgen.

Richting Schiphol of in de hobby die toen nog vooral speelde rond de vliegende vrienden daar. Verder was ik me niet zo bewust van druk die van elders werd uitgeoefend. Het vrij strenge katholieke regime waartoe ik indertijd behoorde zorgde ook dat de 10 geboden er zo in geramd zaten dat je echte ondeugden wel zoveel mogelijk buiten je leven hield. Galg en rad waren niet de waarden die de opvoeding en het opgroeien bepaalden. Eerder een verlangen om in een andere omgeving dan die uit de jeugd de toekomst te zoeken en zelfstandigheid te bereiken. Werken vanaf mijn 14e deed ik, daarnaast drie avonden naar het avondonderwijs, ook nog verkering dus druk zat. Stappen in dat leven waren het behalen van een rijbewijs, gaan werken op Schiphol (na een aantal jaren kantoorwerk op een bank), verloven, trouwen en dan onafhankelijk van het ouderlijk juk kunnen gaan leven. Nul geloof, geen gedoe meer en ook weg uit de oude woonbuurt. Het verlangen daarnaar terug is mij ook compleet vreemd.

Altijd vooruit gekeken en zelden terug, ook al koester ik dan uit dat latere leven vele momenten als zinnig, leerzaam of een toevoeging aan mijn leven of kennis. Groepsdruk was of is me dus veelal vreemd. Niet gek dan ook dat je dan af en toe de bol enorm stoot, want wie meebuigt komt vaak verder dan hij of zij die rechtop in de wind blijft staan en de eigen mening ziet als onderbouwd en dus meer relevant. Zij die indertijd of nu met me omgaan zullen het beamen. Ga nou niet met allerlei onzin trachten om me mee te trekken naar een bepaalde kant, het gaat niet lukken. Met feiten overtuigen is een stuk simpeler. Maar hoe is dat met mijn lezers? Zijn die wel ooit meegenomen in een groep en lieten zich overtuigen van het plezier dat daaruit voort zou komen. Feesten, partijen, deelgenomen aan een orgie of massa-demonstratie zonder dat je wist waar het echt over ging? Vertellen hoor, want dat maakt het juist leuk. Want we zijn niet allemaal gelijk, juist niet. En de leer van Confusius is hier in Nederland een stuk minder ingewassen in de cultuur dan het individualisme. Dank bij voorbaat voor het meenemen in jouw lezersjeugd en wat daar allemaal een rol speelde. (beelden: Persoonlijk archief)