Ouderen rijden meer dan ooit…

Feiten zijn soms buitengewoon interessant als je even de tijd neemt om ze tot je te nemen. Zoals het feit dat wij met zijn allen als particuliere weggebruikers steeds meer rijden op onze vaderlandse wegen. 6% meer zelfs (2015) bij een totale kilometrage van 91 miljard. Dat zijn grote getallen. Zeker als je bedenkt dat de automotive-industrie zich vooral richt op jongere mensen (het meest optimale imago voor een bepaald model is toch het jonge gezin, al dan niet met hond zo lijkt het wel eens…) terwijl juist die groep veel minder is gaan rijden. Met name de verregaande verstedelijking en de hoge kosten van een auto t.o.v. het gezinsbudget zorgen voor veranderde gebruikscijfers. Het blijken vooral de wat ouderen die steeds meer gaan rijden. Op zichzelf logisch, immers een auto is voor die mensen toch het voorbeeld van de ultieme vrijheid en de mogelijkheid nog overal heen te kunnen zonder betutteling. De auto is voor die generatie ook een statussymbool vanuit een tijdperk toen dat ook nog echt zo was.

Ook ik behoor tot de generatie die het brede gebruik van de auto nog heeft zien ontstaan. In de periode daar voor zag je op plaatjes van de oude woonstraten vooral leegten, en wie met het gezin nog ergens naar toe wilde was al een hele pief als hij er een scooter met zijspan of zo op na kon houden. Pas in de jaren zestig werden auto’s gemeengoed en kochten veel jonge gezinnen indertijd een tweede tot vijfdehands brik waarmee ze dan op stap konden gaan. Die mobiliteit was een manier om de vleugels uit te slaan naar oorden (net)buiten de stad zoals bos en strand, waardoor de bleekneusjes die indertijd nog opgroeiden in die weinig gezonde steden, extra frisse lucht binnenkregen. Ook ik stam uit die periode en ben zowat op de achterbank van een auto opgegroeid. Bij ons was er altijd een auto, maar ja, mijn leasepa kwam uit een gezin van automensen dus dat was allemaal niet zo vreemd.

En dat gevoel van ‘moeten kunnen rijden’ als je volwassen (i.e.18 jaar oud) was werd er snel ingestampt. Een rijbewijs op de 18e, een auto zodra het kon. En daarna rijden, rijden, en nog eens rijden. En dat zo lang mogelijk. Hele generaties houden dat principe aan. Vandaar die langzaam aan veranderende cijfers. Vanaf 50 jaar stijgen de cijfers voor wat betreft het zelfstandig rijden. En boven de 75 jaar zelfs met het ongekende percentage van 39 bij een stijgend autobezit in die groep met 36%. We moeten langer doorwerken van onze neo-liberale bestuurders, dan is het niet vreemd dat we ook steeds langer en meer gaan rijden. Overigens is een deel van dat autobezit bij de echt wat ouderen ook wel toe te schrijven aan het gebruik van 45km/u voertuigen die met name in de provincie aardig populair zijn geworden. Kortom, het jonge gezin is niet meer primair de grootste doelgroep, al lijkt dat soms zo. Maar hoe richt je je op de echte autokopers zonder direct imagoschade op te lopen. Het vraagt inventieve campagnes en ook veranderend denken bij die diverse autofabrikanten. Maar die zijn dat wel gewend….

Compact uit de Oekraine…..Tavria!

Deze zondag maar eens aandacht voor een heel bijzondere auto waarvan ik vrijwel zeker weet dat er weinig tot geen rijdende exemplaren meer bestaan in ons land. Als die er al ooit zijn geweest. De auto die ik beschrijf komt uit de Oekraine en dat land is nu niet meteen het eerste waar je aan denkt bij het noemen van auto-producerende landen. Maar toen het nog deel uitmaakte van de Sovjet-Unie profiteerde het net als fabrikaten uit andere deelrepublieken van dat ooit zo grote land, van de immense markt die in de vroegere socialistische heilstaten beschikbaar was. Mensen waren daar al blij als ze uberhaupt een auto konden kopen en wat werd aangeboden vond dankbare klanten die veelal het oubollige ontwerp en de matige bouwkwaliteit op de koop toe namen. Met name de Russische auto-industrie blonk niet uit door innovaties en als het ‘goed was’ bleef het decennia lang in productie. Dat gold ook voor die Oekrainers.

Het staatsbedrijf ZAZ (Zaporozhets) bouwde dus decennia lang relatief kleine auto’s met een luchtgekoelde motor achterin die je kon vergelijken met de toen bij ons in het westen populaire Prinz van NSU. Oppervlakkig leken die karretjes ook wat op die Duitse miniwagens, maar door de matige kwaliteit waren ze zelfs in Oost-Europa weinig populair. Altijd ging er wel iets stuk aan zo’n auto. Toch werden ze ook naar ons land geleverd, verkocht als Yalta door de Groningse importeur Gremi die er wel heil in zag. Net als in andere landen van het vroegere Oostblok zag men ook bij ZAZ wel in dat er iets moest veranderen wilde men in de toekomst ook nog auto’s kunnen verkopen en zo ontstond de Tavria.

Een modern ogende compacte hatchback met voorwielaandrijving die in verschillende versies werd aangeboden. Als 3 deurs hatchback, als vijfdeurs en als conventionele sedan met kofferbak. De eerste exemplaren kwamen in 1987 uit de fabriekshallen rollen en hadden een motor uit eigen ontwikkeling die aardig presteerde. Onafhankelijke wielophanging zorgde voor een acceptabele wegligging. De Tavria werd al snel ook voor de export aan geboden, in sommige markten als Lada Tavria om zo de naamsonbekendheid voor ZAZ weg te nemen. De Tavria vond ook afnemers in met name Midden- en Oost-Europese landen, maar had het na 1989 bijzonder lastig toen na het vallen van de Berlijnse Muur en het ineenstorten van de beschermde markten daar, westerse auto’s meer en meer in trek kwamen en men het eigen product vermeed.

Daarbij bleek de onderdelenleverantie voor Tavria-eigenaren een best probleem en veel van deze wagens eindigden vaak in een of andere schuur omdat ze niet rijdend te houden vielen. Toch werden deze wagens nog lang geproduceerd. En zochten de Oekrainers ook nieuwe markten zoals die in Zuid-Amerika. Facelifts en verandere motorisering hield de auto min of meer bij de tijd en de prijs was zodanig dat kopers in Derde-Wereld-Landen er best in wilden rijden. Afgeleide versies waren een Pickup en een bestelwagenversie die vooral in die markten goed verkochten. Qua concept was er niet zoveel mis met de Tavria, hij was zelfs aardig veilig voor zijn tijd. Maar de auto had de pech te zijn geboren in een land dat werd bestuurd door communistische denkers en niet door commerciele gedachten…Een goed exemplaar vinden is nog best een hele oefening. In 2011 viel het doek voor de productie van deze bijzondere auto. (Beelden: Internet)

 

 

Imago…

Neem van mij maar aan, imago is iets dat hangt aan mensen en merken vanuit het perspectief dat wij zelf of anderen er aan toe dichten. De bekende hokjesgeest waarin met name Nederlanders anderen stoppen, zorgt voor veel misverstanden of wonderlijke verwijten. Maar in autoland is imago iets wat onuitroeibaar lijkt te zijn verbonden aan ervaringen uit het verleden. Waarbij een deel van die ervaringen in de huidige tijd nog steeds op lijken te gaan. Bedenk maar eens dat wij in ons land Duitse automerken zien als oerdegelijk, daarbij voorbij gaand aan het feit dat een deel van de individuele merken en modellen helemaal niet afkomstig zijn uit dat zo gekoesterde buurland. Een merk als Opel bijvoorbeeld (nu onderdeel van Peugeot/Citroen) was jarenlang een samenraapsel van Koreaanse, Japanse, Italiaanse en Amerikaanse modellen. Op zich niks mis mee, maar liet je mensen de vergelijkbare modellen zien met de naam van de oorspronkelijke bouwer er op, schatte men die wagens meteen wat lager in.

En dat was zeker bij de Japanse productie onterecht. Japanse auto’s zijn per definitie loeibetrouwbaar en gaan ook lang mee. Japanners kunnen echt auto’s bouwen en zijn razend innovatief. Maar dat sterke imago geldt ook voor wagens die dezelfde Aziaten tegenwoordig laten bouwen in Portugal, Frankrijk, Engeland, Turkije of waar ook. En dat soort landen staat als het om eigen merken gaat meteen op een heel ander niveau. Onlangs las ik een Duits onderzoek naar hoe men bepaalde auto’s ervoer na pakweg 2 jaar rij-ervaring. Dan ging het om zaken als betrouwbaarheid, evt. storingen, reparaties etc. Zeer opvallend, van de identieke drieling (en in Tsjechie gebouwde) Toyota Aygo, Citroen C1 en Peugeot 108, scoorde de Toyota veel beter dan de Franse zusjes. Toyotarijders vonden hun compacte auto kwalitatief veel beter dan mensen die voor zo’n Franse versie gingen. Wat vreemd is want ze zijn echt volkomen en tot de laatsche technische bout en moer identiek!!

Diezelfde situatie zie je bij de in Slowakije gebouwde VW UP!, Skoda Citigo en Seat Mii. VW rijders zijn veel kritischer op hun UP! dan de vaak zeer merktrouwe Skoda- en Seatrijders. Het vooroordeel is soms hardnekkig. Net als voldoende kennis van zaken. In een globaliserende wereld is niets meer wat het lijkt. En dat wordt niet beter. Nu zijn veel merken nog uitgerust met redelijk unieke technieken. Maar als je kijkt naar elektrische auto’s is straks de aandrijflijn bij alle merken ongeveer gelijk. Je krijgt een pakket accu’s, een elektromotor en wat elektronica. Het imago zal er zeker onder lijden. Al zijn er altijd mensen die menen dat een in China gebouwde Volvo toch een superieure auto is aan een door Duitse arbeiders gebouwde Audi. Snappen doe ik het niet, maar dat zal vast komen door de beroepsdeformatie die mijn deel is na een decennium of vier in die handel. Hoe dan ook, imago zit tussen de oren, en heeft meestal weinig van doen met de werkelijkheid. Als je dat maar weet….

Zondagse klassieker; Shelby Daytona

Als eerste bewijs van de verhuizing van kennis, achtergrond en interesse vanuit mijn tien jaar lang bijgehouden autoblog naar dit toch meer algemene mening blog deel ik vandaag informatie met u over een buitengewoon bijzondere auto; de Shelby Daytona. De wat?? Zult u wellicht denken. En dus even wat achtergrondinformatie. Carroll Shelby was een Amerikaanse tuner die zich vooral richtte op modellen van Ford. Zo verbouwde hij de vermaarde Mustangs uit de eerste periode om tot meer dan respectabele sport- of circuitwagens en dat sloeg in de VS enorm aan. Maar Shelby kreeg pas echt een eigen naam en faam toen hij een Engels sportwagenontwerp overnam van AC en daar een werkelijk schitterend presterende open en zeer aansprekende auto wist te maken. De Shelby Cobra was geboren en zijn brullende motorgeluid en de zwarte strepen op straat bij vol gas wegrijden waren legendarisch.

Voor het echte racewerk waren die Cobra’s ook wel geschikt, maar bij de echte grote wedstrijden kwamen ze net niet voldoende uit de voeten. Dus besloot Shelby een bijzondere reeks auto’s te bouwen die op zouden kunnen tegen de vooral Europese concurrentie. En zo werd de Daytona Coupe geboren. Gemaakt in 1964 en 1965 en voorzien van de basistechniek die ook al bij de Cobra Roadster dienstdeed. De prachtig vormgegeven auto’s kwamen wereldwijd in actie en deden het bijzonder goed. Shelby verhuurde zijn wagens aan teams die er goed mee uit de voeten konden en zo won hij niet alleen prijzen maar kreeg ook extra vermaardheid. Aardig is dat deze racewagens van het begin af aan prima deden.

Met name toen een ontwerper bij vliegtuigbouwer Convair de achterkant van de Daytona nog eens opnieuw uitvond en de wagen daardoor langer werd en aerodynamisch verbeterd. De Daytona’s deden een paar jaar lang prima zaken voor de autobouwer die Shelby uiteindelijk toch was. Er werden in totaal zes van deze supersnelle en fraaie auto’s gebouwd. Een groot deel daarvan bestaat nog steeds en staat in musea of privécollecties uitgestald. Als eerbetoon aan een man voor wie ‘normaal’ niet goed genoeg was. Het kon altijd sneller, beter, vooruitstrevender. Zijn naam leeft voort in de vele auto’s die hij (ver)bouwde en nog steeds hoog op verlanglijstjes staan van petrolheads die niets moeten hebben van batterijauto’s. Nee een Shelby is bijzonder…de Daytona de eredivisie van bijzonder! (Beelden: Internet)

Overcomplete auto’s en egocentrische bestuurders…

Ooit, lang geleden, waren auto’s simpele dingen. Ze hadden (meestal) vier wielen, een motor, een paar stoelen en als je geluk had een dakje. Daarmee bewogen automobilisten zich door het verkeer dat indertijd veelal rustig was en waar je als berijder van zo’n kuchend apparaat al van kilometers ver kon worden gehoord. Dus was het nauwelijks of niet nodig om achteruitkijkspiegels mee te leveren, aan richtingaanwijzers deed men al helemaal niet. Wie zich een beetje netjes gedroeg stak zijn of haar hand uit. Dat werd na de Tweede W.O. anders. Toeters werden gemeengoed op de naoorlogse modellen, maar ook echte richtingaanwijzers (dat waren elektrisch bediende pijlen die uit de carrosserie kwamen zetten als je een schakelaar naar links of rechts draaide). Een spiegel zat vaak op een van de voorschermen. Je zag beperkt wat er achter je gebeurde. Door de decennia heen ontwikkelde de auto zich tot een meer dan volwassen en veilig bedoeld vervoermiddel.

Tegenwoordig is het mogelijk met camera’s een beeld op te roepen van het verkeer om je heen, een beetje auto heeft een automatisch noodstopsysteem aan boord dat vooral in steden handig en veiliger is, maar er zitten ook drie spiegels bij en aan al die wagens en die zijn zodanig in te stellen dat je vele meters breed kunt zien wat er achter je gebeurt. Daarnaast worden auto’s voorzien van een hele reeks richtingaanwijzers. Allemaal het gevolg van de wens van overheden het drukke verkeer steeds veiliger te maken. Helaas is die wens niet die van de in veel die auto’s rondrijdende figuren die in veel gevallen geen van die attributen gebruiken. Men komt bij een baanwissel naar links zonder te kijken, geeft daarbij geen richting aan en snijdt waar men denkt dat het handig is. Afslaan doet men ook vaak zonder acht te slaan op rechtdoor gaande fietsers (die overigens bij het afslaan ook zelden een vinger uitsteken..) en wie zich aan de verkeersregels houdt wordt door deze lieden vaak beticht van tuttig rijden.

Opschieten is de boodschap van de macho-mannen en vrouwen die dit verwijt betreft en wie niet horen wil moet maar voelen. Opzij gedrukt, opgejaagd en zo meer. Het  moderne verkeer is een slangenkuil en veel van die rondkruipende serpenten hebben hun rijbewijs gekregen via een spaaractie van de lokale supermarkt zo lijkt het. Geen idee waarom fabrikanten dus zoveel moeite doen om hun modellen zo compleet uit te rusten. Nergens voor nodig zo lijkt het soms. Maakt het allemaal veel te duur. Let ook maar eens op bij een rotonde. (De ontwerpers en bouwers van die dingen hebben goud verdiend zoveel kom je er tegen..) Op die rotondes MOET je bij het afslaan richting aangeven. Als ik een tientje kreeg voor elke keer dat op een enkele rotonde iemand dat gewoon na laat zou ik rijk worden van het staan kijken. Zit niet in de genen. Of het nu dom of macho-gedrag is. Het zit in het hele verkeer. Is dat verhuftering? Ik denk vooral slordigheid. Net als het nutteloos links rijden op een snelweg, het werken met je smartphone terwijl je rijdt, het maling hebben aan de snelheid in de stad of woonerf. Nee, het is niet best gesteld met onze verkeerskennis of inschatting van ons eigen rijgedrag. Ik ben geen moraalridder hoor, maar weet wel dat we flink kunnen besparen als we auto’s gewoon zouden uitrusten als we dat deden in 1910. En dan maar hopen dat die mannetjes en vrouwtjes die nu maling hebben aan de regels wel hun vingers zouden uitsteken….

Zomerse ergernissen 1 – Het verkeer.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Echt van de lange vakanties zijn wij tegenwoordig niet meer. Nee, die maakten plaats voor korte trips, een dagje hier of daar en een enkele overnachting. Oorzaak is niet alleen dat we met twee jongen katten thuis de boel de boel niet willen laten, maar ook dat we door het hele jaar heen tegenwoordig min of meer kunnen doen wat of wanneer we willen. Het oudere jongere zijn heeft niet alleen maar nadelen. Er kleven ook wat stressvrije voordelen aan. En zo reden we de afgelopen weken een paar duizend kilometertjes over de Nederlandse en Duitse wegen. Van Zeeland tot Drenthe, van Den Helder tot Duitsland. En dan maak je onderweg ook best wel het e.e.a. mee. Ik blijf me daarbij wel verbazen over de kennelijk vaak slechte rijopleidingen, de stresskippen, het gebrek aan inzicht, maar ook het volkomen gebrek aan respect voor verkeersregels in ons land. Men wisselt op de snelweg constant en zonder richtingaanwijzers van baan, rijdt gemiddeld 20-40 km/u te snel, haalt in waar het niet mag of kan, rijdt met de auto over rijwielpaden, parkeert waar het niet mag of kan. Rijbewijzen worden kennelijk uitgereikt bij aankoop van een grootverpakking boter of zo, want je kunt mij niet wijs maken dat mensen die echt hebben leren rijden bij een erkende rijschool zo slecht omgaan met die gedragsregels.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Spiegels worden voor doedel gemonteerd aan auto’s, motoren of brommers. Althans zo lijkt het. Geen auto die zo snel rijdt als die van de baas en hybrides zijn auto’s voor watjes mits je er niet mee in de linkerbanen van de snelwegen verkeert. Snijden is normaal gedrag, zeker als je ‘last minute’ nog even wilt afslaan met je door de baas geleverde SUV. Ja mensen, ik zat en zit me te ergeren aan dat gedrag. Bedenk maar eens dat deze ervaringen stammen uit de laatste paar weken, toen half Nederland met vakantie was en de wegen relatief leeg. Leg mij nu eens uit waarom iemand op een snelweg met vijf banen zoals de A2, waarvan twee ‘bezet’ door zich aan de regels houdend verkeer, drammerig in baan 4 blijft rijden. Officieel mag je die niet rechts passeren, maar moet je naar baan vijf om hem met een kilometer of 5 snelheidsverschil te kunnen passeren. De opgestelde verkeerscamera’s lijken zich wel te richten op de snelheden van de dames en heren automobilisten, niet op gedrag van andere aard. Ook snap ik niet dat als je op een driebaansweg een vrachtauto passeert iemand in je nek krijgt met een of andere bestelwagen of zo’n SUV, die net zolang op een meter afstand achter je gaat rijden tot hij je aan de kant kan dwingen. Baan drie is vrij, daar kan men je gewoon passeren.

Autobahn - 1Maar nee hoor, liefst door de voorganger heen. Helemaal snap ik het niet meer als je dan verderop in de meest rechterbaan die snelheidsduivel ineens langzaam ziet rijden en daarbij constateert dat er driftig wordt gebeld zonder een handsfreeset. Uitzondering? Dochutnie! De gemiddelde Nederlander rijdt steeds asocialer en heeft maling aan zijn medeweggebruikers. Is dat alleen voorbehouden aan automobilisten? Bepaald niet. Kijk eens hoe er gefietst wordt in de grote steden. Het over de stoepen rijden met fiets of scooter is meer normaal dan uitzonderlijk gedrag en tegen de richting in rijden hoort ook al tot het standaard oeuvre van de gemiddelde tweewielende mens. En de politie doet daar in 99,9% van de gevallen niets tegen. Onlangs zag ik in een Amsterdamse straat hoe twee agenten in een auto langs de kant van de weg stonden te kijken wat er aan verkeerschaos plaatsvond. Maar optreden was er niet bij. Nee, de heren stonden iets te eten bij een snackbar. Pauze! En dan mag het hoofdstedelijke volk even doen wat het wil. Kortom, mijn observaties van dit jaar bevestigen nog eens wat ik al eens eerder op dit blog constateerde. In het verkeer zijn zelfs de meest politieke correcte mensen horken. En wie maling heeft aan de ander in het verkeer zal dat thuis ook laten zien. Of in de politiek. En dan maar klagen over vervaging van de normen….jaja…..haha!

Discussie over de claim op gelijk…

Twitter4f461eeWie mij hier volgt weet dat ik mij vaak buitengewoon kan ergeren aan de staat waarin de ‘media’ in ons land verkeren. Pluriformiteit is soms ver te zoeken, het ‘linkerdeel van de samenleving’ wordt vaak wel erg goed bediend. Met name de VARA heeft een soort claim op het absolute gelijk en vindt  kennelijk ook dat je andersdenkenden geen kans hoeft te geven op het uiten van een eigen of afwijkende mening. Dat is soms schrijnend! Propaganda vermoeit. Eenzijdigheid ook. Zo raakte ik onlangs op mijn autoblog in een serieuze discussie over een elektrische auto. Deze Amerikaanse nieuwkomer wordt gemaakt door een fabriek die op elke nu verkochte auto iets van 18.000 dollar toelegt. Hun nieuwe modellen zijn geen koopjes en je mag dus best kritisch zijn vond ik. Nou buiten de waard gerekend. Het merk kent zo haar progressieve volgers en die sprongen massaal in de bres voor het merk en vonden mijn conclusie dat deze nieuwe elektrische auto geen ‘’koopje’ zou worden wel erg bevooroordeeld. Ik was een zgn. ‘Petrol Head’ wat zoveel is als iemand die gek is op auto’s die rijden op benzine en diesel. En ik was ook fout geïnformeerd…., had geen verstand van auto’s en kende die wereld helemaal niet.

EV oplaadapparatuur AmsterdamAltijd leuk om die claim op het gelijk een ander te onthouden. Zonder te weten wie je tegenover je hebt. Kom je in politieke discussies ook zo vaak tegen. Nu was mijn verhaal gebaseerd op zaken die ik haalde uit Amerikaanse en Duitse media. Dus ik was redelijk geïnformeerd, maar dat bleek in de discussie geen soelaas te bieden. Ook niet dat ik toch wel een paar decennia in dat autowereldje heb rondgelopen. De jakhalzen beten zich vast in mijn kuiten en vonden dat ik mijn conclusies maar snel moest herzien. En dat deed en doe ik dus niet. Never, nooit als ik gelijk heb. En voor hen die ik moet geruststellen, als ik geen gelijk heb geef ik dat best vaak toe. Mijn nadeel (of voordeel) is dat ik breed geïnteresseerd ben in vrijwel alles, maar er zijn voldoende mensen die juist smalle interesseterreinen kennen en die kunnen mij nog weleens verrassen. Soms tot grote blijdschap van deze meninggever hoor. En dan is een ruiterlijk excuus op zijn plek. Maar niet in het onderhavige geval. Of zoals onlangs rond de zgn. ‘vluchtelingen’. Zolang de instroom bestaat uit mensen die hier niks te zoeken hebben en de voorstanders van die grote volksverhuizing vinden dat wij hier te lande nog wel 250.000 mensen per jaar kunnen toelaten komen we er niet uit. Dan maar tot het gaatje.

WP_20140906_002Deed ik daarom ook in de discussie over die elektrische auto. Tot mijn stomme verbazing zag ik onlangs dat vrijwel alle media, aandacht gaven aan die zelfde nieuwe auto van dat merk met de T in de neus. Zonder enige vorm van zelfkritiek verslag doend van de rijen mensen die nu reserveerden voor een auto die pas in 2018/9 leverbaar zal zijn. Van een bedrijf dat nu eerst nog moet zoeken naar een productiefaciliteit en geld om dat ding te bouwen. Kijk, dan ben ik zo vrij om fijntjes te wijzen op merken als General Motors, Opel, Volkswagen, Nissan, Renault, smart, Volvo en zo meer. Die bieden allemaal elektrische auto’s aan. Even schoon, even handig en stil. En stukken goedkoper. Maar kennelijk minder modieus. En daar vallen die media toch voor. Maar het heeft dan niets met kennis van zaken of journalistiek te maken. En zo is het, en daar moet u het dan maar weer even mee doen…

Hundie

ALD - Hyujdai Pony GLS RAI - RAI 1981 Scan10257In die jaren waaraan ik nu even refereer verging het ons bedrijf wat minder goed. We waren dealer van het Tsjechische automerk met die lange traditie, maar de pers fakkelde zowat elke dag alles af wat die Tsjechen zoal produceerden. Dat was wellicht voor een deel nog te verklaren, maar ik kwam er later achter dat er achter de schermen ook wat rekeningen werden vereffend met vertegenwoordigers bij de importeur door de mannen die zichzelf zagen als ‘goden’ in dat vakgebied. Als dealer moest je wat dus we zochten naar expansie via andere kanalen. En op dat moment kwamen we in contact met een automerk dat we nu wellicht kennen, ik had er zelf nog nooit van gehoord toen de eerste vertegenwoordigers van wat later de importeur zou worden, voor ons bedrijf stopten. Men vertelde enthousiast over Hyundai. Een nieuw Koreaans merk waar wij zeker dealer van zouden kunnen worden als we de moed hadden te geloven in een toekomst die ons zeker zou voeren naar winst en succes.

ALD22 - Hyundai Pony TLS RAI 0281 - Scan10256We reden even proef in het eerste exemplaar van het technisch kunnen dat de Koreanen in Nederland importeerden, de Pony sedan. Een auto waar de gemiddelde Europese (lees Nederlandse) man maar moeizaam in paste. Maar hij was opgebouwd uit onderdelen van Mitsubishi en Ford en de vormgeving was van Italiaanse snit. Het bordeel paarse interieur nam je dan maar op de koop toe. We zagen er wel iets in en gingen in zee met de nieuwe importeur. Die waren zelf gezeteld in een piepklein kantoor achter een caravanhandel in Leidschendam, maar de sfeer was er goed en de service vriendelijk. Al snel stonden de Koreaantjes in onze showroom en reden we rond in een demonstratiewagen. Wat lastiger was, voor de meeste Nederlanders was die naam onbekend, maar ook onuitsprekelijk.

ALI10 - Hyundai Pony TLS GN83BP Spl 0781 Scan10262Wij zelf maakten er Hie Joen Dai van, maar onze collega-dealer in Amsterdam-Centrum noemde zijn  merk Joen Dai en de Koreanen spraken het uit als Oendee of zo. Gelukkig heette dat eerste model dat ze jaren zouden voeren gewoon Pony en dat was voor veel mensen wel uit te spreken. Tot die ene keer dat er een plat Amsterdams sprekende potentiele koper binnen stapte en mij op luide toon vertelde dat hij wel eens wilde proefrijden in een ‘Hundie Ponnie’. Kijk, toen wisten we dat er nog veel werk te verrichten viel. Het succes en zeker de winst werd ons uiteindelijk niet gegund met en door Hyundai. De match was er niet meer toen het merk naar een nieuwe importeur overging en die daarop zulke eisen stelde dat wij daaraan gewoon niet konden maar vooral ook niet wilden voldoen. Intussen waren we wel veel wijzer geworden. En ik leerde zelf in die jaren dat als je klanten iets wilt verkopen de naam van het merk tenminste herkenbaar en uitspreekbaar moet zijn en de communicatie op dit punt overduidelijk. Maar als pioniers waren we daar toen nog lang niet zo mee bezig.

Meneer L en de nieuwe Sgoda…

Folder S-105 serie 1983 Scan10151Het boek waar ik nu aan werk, soms duurt zo´n schrijfproject langer dan je van tevoren kunt inschatten, vertelt het verhaal over mijn overstap van de luchtvaartsector waar ik een jaartje of 12-13 had rondgelopen naar die van de auto´s. Dat hield direct in dat je van b/to/b naar b/to/c ging, oftewel, van de zakelijke verkoop van service aan bedrijven naar directe verkoop aan particulieren. Ook dat heb ik een jaar of 13 gedaan. En met de merken die wij als dealer voerden in dat Amsterdamse garagebedrijf waar ik voor werkte kregen we heel wat klanten binnen die vielen in het hoofdstuk ‘bijzonder’. Ook al waren sommige heel aardig en leuk, er zaten er toch ook tussen die je liever kwijt dan rijk was. Dat zat soms in karakter, of de manier waarop mensen omgingen met ons als verkopers of onze werkplaatsmedewerkers. Tot de eerste categorie behoorde een zeer oude heer die zich ergens halverwege de jaren tachtig meldde voor een nieuwe telg uit ons gamma Tsjechische modellen. Ik vond het al een wonder dat de man nog liep, hij bleek later 91 jaar oud te zijn en was naar eigen zeggen ‘belangrijk geweest bij de organisatie van de World Press Photo tentoonstellingen’. Hij kwam van oorsprong uit Oostenrijk en had daardoor wel iets met de auto’s uit dat hedendaagse ‘zusterland’ Tsjecho-Slowakije, dat vroeger immers onderdeel was geweest van het Astro-Hongaarse Keizerrijk.

Skoda 105 S wit Heto 1985 Scan10586Het bleek een beminnelijk mens, al nam hij heel veel tijd in beslag. Zijn verhalen waren buitengewoon breed en wij hadden omwille van de tijd beschikbaar en de andere klanten die zich ook nog wel eens in onze showroom oriënteerden, een beperkt gevoel van geduld. Een deal sloot je normaal in 20-30 minuten was het credo. Dat ging bij de Heer L. niet lukken. Zijn vrouw, lieve oude dame, hemelde haar man uitgebreid op. Hoe belangrijk hij was geweest en hoeveel kilometers ervaring hij wel niet had. Nu was dat laatste meestal een reden om geen proefrit aan te bieden in het beoogde model, vaak was het juist die ‘uitgebreide ervaring’ die zorgde voor de meest stressvolle proefritten. Toch wilde meneer L wel even voelen hoe die ‘Sgoda’s’ reden. En dus werd er een demowagen voor de deur gezet en reed ik zelf even met de familie richting het Amsterdamse bos om daar in alle rust even wat rondjes te draaien. Dat beviel de man goed. Hij reed ronduit beroerd, de voet op de koppeling wilde maar niet omhoog komen en zijn gasvoet ging veel te zwaar omlaag. De arme demonstratieauto loeide en kreunde. Maar Meneer L en zijn vrouw waren overtuigd.

MB04Dit was een leuke auto voor ze en toen we weer terugkwamen in de showroom kocht hij uiteindelijk een nieuwe auto in de kleur lever-beige die Skoda indertijd in het gamma had maar vrijwel niemand wilde hebben. Een paar weken later kwam de heer L zijn nieuwe vervoer ophalen. Weer werd het een langdurige toestand. Afleveringen werden door ons uitgebreid gedaan, we legden graag uit waar de verlichting zat, we schonken koffie en zetten er een bloemetje bij voor de partner. Nadat de oude auto was ingenomen, een echt half overleden Austin Allegro uit het jaar kruik, kwam het moment dat de heer L met al zijn rijervaring vertrok. Gillend zette de nieuwe Skoda zich in beweging. We roken buiten staand zowat de koppelingsplaten. Hielpen hem de uitrit van de altijd drukke weg waar langs we gevestigd waren, veilig te nemen. Zwaaiden nog even en stapten weer naar binnen. De volgende aflevering wachtte. Slechts een minuut later hoorden we de klap. ‘Nee he’ spotten we nog. Maar het bleek ja. De heer L had ergens halverwege de weg waar hij op was gereden, besloten om te keren. Nerveus, natuurlijk. Maar daar kon je niet keren. Toen hij het toch deed kon een busje dat aan kwam snellen hem niet meer ontwijken. En dat was einde oefening. De mensen kwamen er goed uit, de Skoda was zodanig beschadigd dat die niet meer gerepareerd kon worden. Voor de werkplaats was dat jammer, weer een klant minder erbij. Maar voor de heer L was ook net zo jammer. Zijn rijbewijs werd ingenomen. Hij mocht niet meer autorijden. Wij hebben hem nooit meer gezien. Bijzondere klanten, net wat ik zeg….

130 jaar auto

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

1e Daimler automobiel

Het zal de meesten van jullie wellicht een worst zijn, maar volgend jaar bestaat de auto zoals we die tot op de dag van vandaag kennen, 130 jaar. Best een leeftijd! En ook al hebben door alle jaren heen heel wat lieden om welke reden ook getracht om die auto van onze straten weg te krijgen, het individuele vervoer heeft zo’n enorme vlucht genomen dat we nog wel even te maken zullen hebben met het fenomeen. Die auto heeft de samenleving stevig veranderd. Mensen kregen er een stukje vrijheid door, ontdekten dat de wereld groter is dan hun eigen straat of erf en zo kwam ook de migratie van hele volksstammen op gang. De wereld werd deels met dank aan de auto ontgonnen. Ik ben, net als veel mensen van mijn en latere generaties, opgegroeid met de auto. Er was altijd wel een auto beschikbaar in mijn jeugd, ‘leenpa deed er in’ dus we reden elk weekend wel ergens heen. Fraaie merken als Chevrolet, Ford, IFA, Skoda, Hansa of Volkswagen passeerden daarbij de revue. De beste vrienden van mijn ouders reden in een Citroen Traction Avant, en ook daarmee werd half Nederland afgereden.

DKW 1000S Coupe 1959Later, toen de gezinnen letterlijk en figuurlijk uitgroeiden reden we achter elkaar aan, twee auto’s vol genietende stadsmensen. Neem van mij aan dat rijden in de jaren vijftig en zestig nog niet zoiets comfortabels was als nu het geval is. Een dagtripje naar de Veluwe was echt een avontuur en als we vakantie vierden in het fraaie Limburgse landschap rond Valkenburg, waren we een dag onderweg om er te komen. De gemiddelde gezinsauto uit die tijd haalde met pijn en moeite 100km/u en de wegen waren bepaald niet van het snelwegtype. Je passeerde onderweg ongeveer elke stad of dorp, maar leerde daardoor ook aardig hoe het land in elkaar stak. Mijn ouders waren gek op avonturen als ze eenmaal buiten de stad verkeerden en dus wilden we nog wel eens illegaal de grens over rijden. Bij Verviers of Eupen. Het mocht niet, niemand had een paspoort, maar toch. Toen pa dat zelfde kunstje eens uithaalde bij de Belgische grens achter Breda werden we op de terugweg naar Nederland in onze DKW Meisterklasse aangehouden. Geen papieren, niets.

Jangled Nerves GmbH, Stuttgart

Skoda Museum…..

Dat was dus een illegale grensoverschrijding, indertijd een aardig vergrijp. Daar kletste pa zich niet zomaar uit. Hoe dan ook, altijd waren er auto’s. Maar in onze hoofdstedelijke woonbuurt was het bezit van een auto nog pure luxe. Brommers en scooters waren al heel wat, een vierwieler alleen iets om van te dromen. En dus werd er heel wat afgehuurd voor in het weekend. Bij ons aan de overkant zat een groot autoverhuurbedrijf met regionale bekendheid. Ik leerde al snel het verschil tussen een Opel van 1955 en een van een jaar later. Dat ging allemaal vanzelf. Zeker omdat de zoon van de eigenaar mijn grote vriend indertijd was. En we zien elkaar nog steeds, ouder, wijzer en nog steeds met een soort van passie voor de auto. Later ben ik er zelfs in gaan werken, van dealer tot importeur, van adviseur tot journalist.

WP_20140906_001En dan te bedenken dat dit allemaal niet had plaatsgevonden als Meneer Daimler op een dag er niet in was geslaagd om een levensgevaarlijk gedrocht te bedenken met een eencilinder benzinemotor die efficiënter moest zijn dan een paard met koets. Nu alweer 130 jaar geleden. En oh ja, nog even een aardig extra weetje, ruim 100 jaar geleden reden de eerste elektrische auto’s al. Ook toen al om dezelfde redenen als nu. Maar ook met hetzelfde probleem. De accu’s waren niet in staat langere ritten mogelijk te maken. Dat is in een eeuw tijd dus helemaal niets veranderd. De rest van de wereld om ons heen wel!