Vegen en scheuren..

Vegen en scheuren..

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: rw-bladen-bosch.jpg

Ik loop (..) al een tijdje mee in o.a. autoland en heb dus best wat ervaring met vervoermiddelen of de daarvoor benodigde onderdelen. Het verbaast me dan ook zeer dat bijvoorbeeld ruitenwisserbladen van gerenommeerde merken tegenwoordig een levensduur kennen van 6-12 maanden of zo. Vreemd want voorheen gingen die dingen jaren mee of je moest er wonderlijke of stomme dingen mee doen. Wie een aan de voorruit (of achter..) vastgevroren ruitenwisser lostrekt kan het rubber aardig beschadigen. Of allerlei agressieve poetsmiddelen loslaten op die rubbers is ook onverstandig.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: rw-bladen-met-arm.jpg

Al snel laten de rubbers dan sporen na en is de wiskracht vrijwel verdwenen. Onlangs moest ik bij de blauwe Tsjech constateren dat met name de rechter wisser op de voorruit een gescheurd rubber liet zien en dat de wiskracht flut was geworden. Huh? Dat ding zat er net op toch? Nou ja, viel nogal tegen (of mee) want was in 2024 vernieuwd. Maar dan nog…De geleverde Bosch-kwaliteit bleek inderdaad goed te zijn voor pakweg 25.000km of twee winters. Jammer maar helaas, gewoon laten vervangen bij mijn altijd klaar staande Skoda serviceadres in Amstelveen. 75 Euro afrekenen en weer verder… Het weertype van dat moment maakte dat ik weer zonder nadenken kon vegen als de ruit door regen en en hagel ondoorzichtig werd.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: rw-bladen-dunlop-9708090-i.jpg

Maar het bleef me toch bezighouden. Zijn die rubbers nou echt zo snel versleten? Zitten er tegenwoordig milieu/klimaatvriendelijke toevoegingen in die de levensduur verkorten. Vergis je niet, ik heb heel wat auto’s gehad die veel langer rondreden met goed werkende wisserbladen. En ook die kregen het onderhoud dat behoorde bij merk en type. Iets zegt me dat die nieuwe bladen, hoe goed de naam van het merk onderdelen ook is, sneller slijten dan voorheen. En dat is wel spijtig. OK, we hadden wat meer sneeuw deze winter, de boel zat soms onverwacht onder sneeuw, ijs of ijzel, maar bij een Code geel/oranje bedek ik de voorruit en pak de wissers vaak ter bescherming in. Nou ja, neem je verlies en ga verder….Maar ergens knaagt er wel iets….. (B eelden: Internet)

Plastikbomber…

Plastikbomber…

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: ddr-reclame-trabant-p50.jpg

Onlangs zag ik in een oldtimer-magazine waar achterin de nodige advertenties stonden opdat ware liefhebbers van dat oude rijdende erfgoed wellicht een nieuwe hobby konden starten dan wel hun bestaande collectie uitbreiden, twee aanbiedingen van in goede staat verkerende Trabants. Type T601 en wagens met de oorspronkelijke tweetaktmotoren waardoor ze zo bekend werden. En de prijzen die werden gevraagd logen er niet om. Er is een markt voor, ook in Nederland, al zal het nog wel een toer zijn om een dergelijke auto anno 2026 te voorzien van een geldig Nederlands kenteken gezien de uitstoot. Want tweetaktmotoren walmen er vrolijk op los, al was het maar omdat ze draaien op mengsmering van benzine met olie die dus direct wordt verbrand.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: ddr-autos-r498x333-c-f7d53d37-278708.jpg

Net als bij 90% van alle bromfietsen en motoren in vroeger jaren. Voor WO2 was die tweetakt-techniek vooral in gebruik bij Duitse merken, maar ook enkele Tsjechische, Poolse en Britse fabrikanten benutten het. Na de oorlog reden ook de eerste Zweedse Saab’s op tweetakt. Het systeem zorgde voor behoorlijke prestaties en minder onderhoud aan de auto. Althans in theorie. Hoe dan ook, de na-oorlogse auto-industrie van met name Duitsland zat in het oostelijk deel van dat land met een aardig probleem. De Russen namen hele stukken van de fabricagelijnen van Opel, BMW maar ook DKW mee terug naar het thuisland. De Oostduiters wilden zelf graag weer hun ooit zo grote en trotse industrie herbouwen en deden dat met steun van sommige Russische officieren dan ook.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: treabant-voorraden.jpg

Alleen kwamen er heel wat juridische problemen op hun pad toen BMW, Auto Union (DKW) en Opel zich niet akkoord verklaarden met voortzetting van de productie in een deel van het land waar men geen controle over had. Resultaat; BMW werd EMW en zou later Wartburgs bouwen, DKW werd IFA en leverde haar (vrijwel identieke) modellen ook naar Nederland en Opel verdween daar in het oosten helemaal. Horch, ook al zo’n grote naam moest ook plaatsmaken en in haar plaats werden op enig moment kleine personenwagens gebouwd die als Trabant het rijdende levenslicht zouden zien.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: trabant-open-jeepachtige.jpg

Opgebouwd uit een opmerkelijke materiaalsoort, Duraplast, dat eigenlijk bestond uit in een soort kunststofhars afkomstig uit de bruinkolenmijnen en textielvezels die men uit de Sovjet Unie ontving. Het samengeperste spul bleek duurzaam, sterk en was ook vrij eenvoudig te verwerken. Technisch baseerde de auto op de oude DKW-techniek dus kwam die tweetakt-aandrijving om de hoek. Hoekig van vorm en door de jaren heen steeds ‘verbeterd’. Voor ons westerlingen bijster goedkoop te vinden, voor een Oost-Duitser een droom om soms 10 jaar op te moeten wachten. Leverbaar als sedan, stationcar (Universal) of open ‘jeepje’ (Tramp)wat vooral interessant was voor de Volkspolizei. Tientallen jaren bouwde men Trabants, de laatste reeks zelfs met een VW 1,0 motor uit de Polo, maar dat kon het concept niet meer redden.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: ddr-autos-r498x333-c-cc97c9f0-278714.jpg

Na de val van de DDR werden de Trabi’s massaal gedumpt en gesloopt. Niet omdat de auto’s op waren maar omdat men ze zat was. En dan nu de revival van het lelijke eendje van de DDR. Meer dan 3 miljoen keer gebouwd. Geen eendagsvlieg. Integendeel. Opnieuw gewaardeerd. En met een interessante geschiedenis…(Beelden: archief)

Amerikanengekte..

Amerikanengekte..

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: chevrolet-stylemaster-1947-green-4d.jpg

Hoewel ik al vele jaren verknocht ben aan of verbonden ben met dat Tsjechische merk dat intussen haar 130-jarig bestaan vierde, is er toch een periode geweest dat ik ‘into American Cars’ was. De reden (of oorzaak) toch de belevenissen uit de jeugd die maakten dat ik min of meer opgroeide met die Amerikaanse merken als Chevrolet, Pontiac of Studebaker. Gek? Duur? Welnee. Indertijd waren Amerikaanse automerken bij ons net zo populair als Britse of Duitse. De bevrijding door de Yanks had haar sporen nagelaten en ook onze economische wederopbouw baseerde veelal op Amerikaans materieel.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: studebaker-commander-1953.jpg

Heel wat transportbedrijven reden met oude GMC’s of Macks die waren achtergelaten door de door ons land trekkende troepen en ook overheidsdiensten als de Politie reden nog al eens in Jeep’s rond. Hoe dan ook, met een oom die met diverse Chevrolets zorgde dat onze tripjes naar Limburg uit die beginperiode comfortabel verliepen, maar ook later een Studebaker of wat die leasepa zichzelf toe had bedeeld (mijn moeder wilde een Pontiac..) voor weekendvertier kreeg ik dat virus net zo toegediend als het latere Tsjechische. Een van de straatvrienden had een vader die eigenaar was van een groot autoverhuurbedrijf en die wilde zelf ook graag in een ‘Yank’ rondrijden.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: oldsmobiel-cutlass-cruiser-brougham-estate-hg26yt-almere-1988-scan10020.jpg

In het specifieke en ultieme voorbeeld had hij een zwarte Chevrolet Impala met enorme liggende vleugels op de achterschermen. Af en toe mocht ik dan meerijden. Ik vond het geweldig. Het deinen van de carrosserie en het zoemen van die motoren…heerlijk. Pas tijdens mijn dealerjaren kwam ik er achter dat ik zelf ook graag eens Amerikaans wilde rijden. Dat lukte. Handel en inruil of deals met andere garagehouders maakten dat ik drie Oldsmobiles achter elkaar mocht berijden. Twee daarvan waren van de enorme soort. Stationcars met een dikke V8 motor voorheen die ook nog op diesel draaiden wat voor de totale kosten gunstiger uitpakte dan het geval was geweest met een benzineblok. En bij een verbruik van 1:10 waren die enorme bakken nog relatief zuinig ook. Hoe dan ook, het was een genoegen en ook een soort bevestiging dat dit toch wel het ultieme autorijden was voor wie hield van ruimte en comfort. Voor sportiviteit hoefde je het niet te doen. Integendeel. Maar het was ook goed zo. Nadien heb ik er niet meer naar omgekeken. Amerikaanse wagens zitten anders in elkaar dan Europese of pakweg Japanse. En dus gaat er ook wel eens iets stuk dat je bij andere merken nooit of vrijwel nooit meemaakt. En ook dat herinner ik me nog wel uit de jeugd. Toen pa mijn moeder op haar plek zette (‘jij hebt geen verstand van auto’s’) toen zij wees op een vreemde tik vanonder het motorgedeelte van een van de Studebakers…. Later bleek dat toch een uitgelopen lager te zijn. Beste reparatie die leasepa in een handomdraai verrichtte maar daarna ook meteen genezen was van die Amerikanen… En dat herkende ik dus toen het mij overkwam….. Maar leuk was het wel…. (beelden: archief)

Aanrijding…

Aanrijding…

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: 80kmh-foto-anp-parool.jpg

De ANWB/NOS verkeersinformatie die mij via Radio 2 veelvuldig meldt dat er op die en die snelweg vandaag weer een file staat om een of andere reden vermaakt me dan ook meteen door het gebruik van wonderlijke uitdrukkingen. Zo noemen zij een aanrijding steevast een ongeluk. Of ze vermelden iets vaags als ‘daar is iets gebeurd met een vrachtwagen’ dan wel ‘de brug wil niet meer dicht’ als reden of oorzaak van het feit dat er zoveel automobilisten vrijwillig/verplicht (..) achter elkaar gaan staan. Maar voor mij is vooral dat aanduiden van het botsen van voertuigen als een ‘ongeluk’ een doorn in het taalkundig oog. Immers, als er slechts materiele schade is noem ik dat een aanrijding of zo u wilt botsing.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: botsproef-1.jpg

Een ongeluk is iets met fysiek letsel of erger. En dat komt veel minder vaak voor als file-oorzaak. Laten we wel zijn, de meeste ongelukken vinden niet plaats op snelwegen, maar vooral op regionale of lokale wegen en straten en daarbij zijn dan over het algemeen tweewielgebruikers of wandelaars de dupe. Wat op snelwegen plaatsvindt is soms heel heftig, een op een file inrijdende truck kan veel leed veroorzaken, maar het is uiterst zeldzaam dat daar doden en zwaar gewonden bij vallen. Dus nog steeds een aanrijding. Mensen kunnen verongelukken, maar ik heb nog nooit gehoord van ‘ hij/zij/het is veraanrijdingt’. Het woord bestaat niet eens. Oftewel de ANWB/NOS gebruikt een verkeerd begrip ter duiding van verkeersoverlast. Is het op die snelwegen dan zoveel veiliger??

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: rdw-1.jpg

Nou nee, er rijden ronduit debielen en asocialen rond die menen dat de overheidslasten die zij (wellicht)betalen voor gebruik van die wegen reden zijn zich als malloten en asocialen te gedragen. En wat me ook opvalt, het zijn vaak ook vrouwen die zich schuldig maken aan zulk gedrag. Kan zijn dat ze de verkeersregels niet kennen, maar rechts passeren is niet toegestaan in dit land. Toch maak je dit als je een beetje meer dan gemiddeld op de weg zit bijna dagelijks mee. Ook het niet stoppen voor zebrapaden is tegenwoordig een euvel. Veel dames menen dat het ophalen of wegbrengen van hun kroost of het binnenharken van een aanbieding bij de supermarkt van groter belang is dan het even stoppen voor overstekend wild.Maar dat is eigenlijk een constatering aan de zijlijn van wat ik bedoelde. Een aanrijding is blikschade tot gevolg hebbend, een ongeluk iets wat we liever nooit meemaken. Mocht er iemand van de ANWB/NOS meelezen…corrigeer dat even…Beter voor mijn gemoedsrust…. (Beelden: archief)

1100…

1100…

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: img-1859.png

Het is vast een aan mijn ogen onttrokken ervaring geweest die maakte dat in ons gezin van toen plotseling een Skoda personenwagen verscheen. Ik herinner me die wagen nog goed. Rood van kleur met een wit dakje en van die deuren die nog aan de voorkant open gingen en dus gevaarlijk voor van achter komende fietsers. Leasepa had daarvoor vaker Amerikaanse wagens onderhouden of in/verkocht, maar ineens was er die Skoda. Ik denk dat de dealer van het Tsjechische merk waar ‘pa’ nog eens een tijdje werkte debet was aan die plotselinge liefde.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: img-1858.png

Want vanaf die rode 1100 kwamen er meer die soms binnen een dag werden verkocht aan gretige klanten die in die jaren gilden om eigen mobiliteit. Die 1100 was op zich een heel elegante auto die nog stamde uit het tijdperk dat men in het net bevrijde Tsjecho-Slowakije nog niet door had dat de bevrijders, Sovjet-Rusland, niet van plan waren deze aan de grens van het westen gelegen landen terug te geven aan de rechtmatige eigenaren. Dus had die 1100 nog een Amerikaanse lijn met ronde vormen.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: img-1857.png

Technisch baseerde het model op de van voor de Tweede WO stammende Popular die zijn naam eer aan deed door een goed verkopend model te zijn, ook in onze streken. Naast een sedan, zoals wij die thuis het meeste voorbij zagen komen, was er binnen die 1100-reeks een ruimte stationcar, een cabriolet, cabriotop en een bestelwagen die weer baseerde op de stationcarversie. Importeur De Binckhorst in de Den Haag regelde de handel in deze wagens zodanig efficient dat ze al snel met de nodige vergunningen leverbaar werden en mede daardoor ook populair. De 1100 kreeg de naam Tudor mee en werd een klassieker. Qua marktaandeel werd Skoda een top 10 merk dankzij deze elegante wagens. In 1952 volgde de grotere en zwaardere 1200 Ponton de 1100 op. Die wagen had een heel andere constructie en wat meer vermogen, maar was ook flink duurder. Gevolg, de verkopen zakten in en Skoda zag zich genoodzaakt nog even de 1100 terug te brengen om prijskopers te bedienen. Dat wat mijn leasepa later deed met die wagens had direct te maken met die slimme verkooptechniek van Skoda zelf en de landelijke importeur. Vanaf die rode 1100 zag ik later ongeveer elk Skoda-type voorbij komen in mijn jeugdjaren. Tot aan de 1000MB toe. Daarna stopte leasepa met zijn handel en ging voor wat meer zekerheden. Geen grillige inkomens meer, maar een baan met toegevoegde waarde. Maar dat is een ander verhaal. Hij had mij intussen besmet met dat virus dat niet meer is weg gegaan en zoveel bepaalde in mijn verdere leven. En waaraan ik telkens moet denken als ik weer eens zo’n nu wel erg klassieke 1100 voorbij zie komen…. (beelden: archief)

Alles over auto’s…

Alles over auto’s…

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: ybb-425.-ams-autyokatalog-2026-img_5098-1.jpg

Zoals elk jaar kocht ik me ook deze keer het standaardwerk over alle automerken in de wereld en de modellen die ze voor dit nieuwe jaar in het verkoopkanaal hebben zitten. Softcover, 258 pagina’s dik. De AutoMotor un Sport Katalog 2026 met meer dan 2400 verschillende auto’s als onderwerp. Keurig gerangschikt naar merk en model, maar ook land van herkomst. Logisch want er ontstaat steeds meer een onderscheid tussen wat wij hier op de wegen zien verschijnen en wagens die vooral bedoeld zijn voor de (grote) thuismarkten in China, India of Japan. En voor hen die menen dat de Chinezen hier onze traditionele merken snel weg zullen drukken, de teleurstelling zal groot zijn, de marktaandelen van de meeste Chinese merken zijn en blijven klein. Europeanen willen vooral wagens met een merkgevoel en als het kan betaalbaar. Eigenlijk willen Chinese klanten dat ook, maar daar zijn de grote Europese en Amerikaanse merken zo slim geweest zich in het verleden in te kopen bij nu zo snel groeiende merken of organisaties waardoor ze niet alleen extra inkomsten halen uit hun investeringen maar ook gebruik kunnen maken van de technologie die in dat grote land nog altijd flink goedkoper is. Daarbij profiteren de Chinezen van de technische kennis en innovatie van hun westerse aandeelhouders en bouwen zo een aardige portfolio op van merken en modellen die ze later hopen ook elders in de wereld af te zetten. Dit alles wordt door deze jaarlijkse catalogus aardig uitgewerkt en tevens goed leesbaar (wel in het Duits) voor de lezer neergelegd. Niet voor niets dat ik intussen al een paar decennia deze boekwerkjes koop, lees en bewaar. Want ze vertellen veel over hoe die automotive-industrie door de jaren heen is veranderd. Ik kocht het exemplaar voor dit jaar een keer niet in Duitsland zelf, maar bij een boekhandel om de hoek, die vorig jaar nog ‘nee’ verkocht maar dit keer de Katalog wel in de schappen op nam. Iets duurder dan de prijs in Duitsland maar dat heb ik er wel voor over. E. 14,60 voor een bak aan informatie en beelden waar ik veel aan heb. (Beelden: eigen Bibliotheek)

Klein maar fijn…

Klein maar fijn…

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: austin-seven-mini-1000.jpg

Van de ooit zo grote Britse autoindustrie blijft voor velen vooral een stel topmerken in de herinnering. Rolls-Royce, Bentley, Jaguar, Aston-Martin. Namen die klonken en klinken als een klok. Maar voor 99% van de automobilisten ook in ons land onbereikbaar. Wat wel bereikbaar was voor veel mensen met een relatief klein gezin was de bij diverse Britse fabrieken gebouwde Mini. En dan niet die anno nu onder deze naam verkochte wagens, maar de oervorm die een jaar of 70 geleden werd uitgedacht door de briljante ontwerper Alec Issigonis die eerder met de Morris Minor had laten zien goed te snappen hoe slimme techniek betaalbaar kon worden vertaald in wagens voor een groot publiek.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: austin-mini-cooper-1997.jpg

De Mini was voor velen een positieve schok. Het was een klein en compact concept, passend bij wat indertijd op onze Europese wegen aan vervoermiddelen rondreed maar dan met moderne voorwielaandrijving, rubber ballen als veringsysteem en een kaal maar efficient dashboard. Je had voor vier mensen ruimte aan boord, de kofferbak was beperkt en voor je boodschappen moest je dus de achterbank of een dakrek benutten. De eerste motoren hadden een inhoud van 848cc en lagen dwars voorin. Met een relatief lange pook roerde je zo in vierversnellingsbak. Kind kon de was doen. De Mini was volwassen naast alle dwergauto’s die in die periode voor hetzelfde geld te koop waren en door zijn compacte en lage bouw reed de auto als een skelter.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: austin-mini-countryman.jpg

Wie wat meer geld beschikbaar had kon zelfs een 1000cc motor bestellen waarmee 125km/u bereikbaar werd. De Mini werd gebouwd door Morris, maar ook door Austin. Er kwamen versies van o.a. het het chique Wolseley merk die veel luxueuzer waren uitgerust dan de basisversies. Door de jaren heen werden de Mini’s steeds verbeterd. Maar er kwamen ook stationcarversies van, bestelwagens, men experimenteerde met wat luxere varianten op de basisuitvoeringen zoals de Clubman. Het meest aansprekend werden toch de Coopers die hun bestaan dankten aan experimenten van legende John Cooper die van de Mini een klein racemonstertje maakte dat zomaar 145 en later zelfs 165km/u kon behalen. Het imago van de Mini werd nu zodanig dat ook would-be-rallyrijders het kleine Britse karretje serieus namen en hielpen aan een gretige nieuwe doelgroep kopers. Speciale Coopers wonnen de Rally van Monte Carlo en nog veel meer.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: rover-mini-cooper-works-conversion.jpg

Helaas raakte de Britse auto-industrie door de jaren heen steeds meer in de versukkeling en veranderde men ook de aanduidingen voor de Mini telkens opnieuw. Een opvolger werd geintroduceerd met de naam Mini-Metro maar die zou de oer-Mini nooit echt kunnen vervangen. De laatste uitvoeringen gingen zelfs als Rover Mini de deur uit. De kleine auto is een dikke 45 jaar in productie geweest en het was dat succes dat BMW deed besluiten om na het verdwijnen van Rover richting China (failliet en naam gekocht)om in Engeland het merk Mini opnieuw te doen opleven en uitgerust met Duitse techniek een heel eigen modellijn neer te zetten die nu nog steeds succesvol wordt gebouwd en verkocht. Neemt niet weg dat het klassieke basismodel nog steeds een grote schare enthousiaste bezitters en gebruikers aanspreekt. En dat er op het circuit nog steeds driftig races mee worden gereden. Zelf heb ik met die kleine Mini door de jaren heen wel wat rijervaringen opgedaan en die waren altijd positief. Vandaar ook hier even aandacht voor dit rijdende fenomeen… (Beelden: archief)

Jaren tachtig…

Jaren tachtig…

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: womack__womack_feb._2013.jpg

Onlangs draaide Radio 2 hier de hele week een soort toplijst af van nummers die in de jaren tachtig een rol speelden. Heerlijke muziek, de ranglijst samengesteld door actieve luisteraars die kennelijk een geheugen hadden als een ijzeren pot en al die muziek meteen duidden in het juiste tijdvlak. Ik ben daar niet van. Herken de meeste nummers meteen, zing anderen mee, vind het idee geweldig (muziek anno 2026 is me vaak net te geriedelig) en genoot. Juist in de op dat moment wat lastige periode van ons leven (zie eerdere blogs) was die muziek een genoegen. Halverwege de week waren daar ook Womack en Womack met hun nummer Teardrops te horen. En dat bracht me terug naar het jaar 1988.

Ik was nog volop actief als dealer-manager en had mij na wat gedoe via een bevriende relatie een prachtig uitziende Oldsmobile Cutlass Cruiser Brougham Estate V8 Diesel uitgezocht om de vele kilometers die ik maakte mee in te vullen. Een prachtige bordeauxrode auto met rode pluche bekleding, een zee aan ruimte, gigantische stereo-radio en ook nog cruisecontrol. Deze enorme auto volgde een soortgelijk blauw exemplaar op dat uiteindelijk goed kon worden verkocht, deze rode was een slag extra luxe. Passend bij mijn toenmalige behoefte aan uitstraling en comfort. En toen ik er de eerste rit naar huis mee maakte was op die geweldige stereo aan boord Womack en Womack te horen.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: oldsmobile-cutlass-cruiser-estate-300485-ama25-scan10148.jpg

In dat jaar een hit en feitelijk actueel. Die muziek en het geluid van die enorme dieselmotor die zijn werk voor zo’n slagschip nog zuinig deed ook. Gemiddeld 1:10, tegen (omgerekend) E. 0,32 per liter Diesel. Daar kon je nog Amerikaan voor rijden. Overigens duurde het allemaal niet zo lang hoor, prestige komt met een prijs en die prijs was dat na een paar weken een lager in die enorme motor iets totaal anders deed dan door de General Motors-divisie waar deze wagen werd gebouwd, was bedoeld. Mijn lol was er meteen af, de motor liep in de prak, en moest gereviseerd. Womack en Womack beluisterde ik voortaan wel in een demowagen uit de voorraad van een van onze merken. Maar dat gevoel van die Amerikaan met die muziek…..Het was apart. En door die muziek ook weer even terug. Mooie herinnering….(beelden: Archief)- Later nog meer over die Amerikanen-liefde…

De opvolger…

De opvolger…

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: 09-t1-gesloten-bestel.jpg

Met dank aan pionier importeur Ben Pon zette Volkswagen in de net na-oorlogse jaren een bedrijfsauto op de wielen die technisch was afgeleid van de toen pas in productie genomen Kever. Pon zette een soort peperbus op wielen in een schets die hij krabbelde op een sigarendoos en gaf die aan de directie van VW. Hij had net daarvoor een wonderlijk vervoermiddel gezien dat VW benutte om binnen de fabriek onderdelen te brengen van de ene naar de andere kant van de faciliteiten die men bezat. Die ‘Plattenwagen’ was in feite een bodemplaat van een kever met de motor en wielen daarvan maar zonder professionele opbouw. Ben Pon bedacht dat als je er een bestelwagen-carrosserie op zou zetten het ding prima geschikt was voor mkb-ers die in die jaren nog met paard en wagen of wonderlijke driewielers hun spullen vervoerden.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: 05-plattewagen.jpg

Volkswagen zag er wel wat in en kwam al snel met een prototype voor de T1, Transporter nummer 1. Na wat verfijningen ging die wagen ook in productie en werd een reuze succes. Ook in ons land was de T1 een bekende verschijning. In allerlei vormen en uitvoeringen zag je ze rijden. Een luxe versie werd al snel als Sambabus bekend. Achter de voorstoelen een leuk interieur met een stel banken en via klapdeurtjes in de zijkanten bereikbaar.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: p1010747.jpg

In de verhuurwereld een succesvol product. Veel grote gezinnen van toen wilden in het weekend wel eens op stap en dan huurden ze zo’n VW om ermee naar een of ander fraai oord te rijden om daar in de bermen te gaan zitten kijken naar het overige wegverkeer.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: t2-combi-lifestyle.jpg

Toch was wel duidelijk dat in de tweede helft van de jaren 60 de intussen op jaren gekomen T1 moest worden afgelost. En dus ontwikkelde men de T2. Een auto met een ander uiterlijk al was veel nog hetzelfde. Maar dat was niet de motor die nu 1.5 liter inhoud kreeg, een nieuw soort kachelsysteem mogelijk maakte, de klapdeurtjes opzij maakten plaats voor een handiger schuifdeur, en de neus was volledig anders door de panoramische voorruit. Hoewel de T2 (zoals hij werd aangeduid) een stuk comfortabeler was dan de T1 en beter reed bleven ook wat zaken gelijk. De extreme zijwindgevoeligheid bijvoorbeeld want de hoge opbouw, de motor achterin en lichte besturing maakte wel dat je er bij dagelijks gebruik aardig in moest werken.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: vw-transporter-2.jpg

Bij belading was het ding weer net even te zwaar op het stuur. Maar, de T2 werd ondanks dat zo mogelijk een nog groter succes dan zijn voorganger. En werd niet alleen in Duitsland vrij lang gebouwd, maar ook in Brazilie en Zuid-Afrika om maar wat plekken te benoemen. Basisversies waren de Transporter, de minibus, Pickup en de chassis/cabine waarop je dan allerlei speciale opbouwen kon monteren. De T2 werd jarenlang verbeterd en gemoderniseerd maar ergens in de jaren zeventig was wel duidelijk dat ook dit succesnummer moest worden opgevolgd. Dat werd de hoekiger T3. Andere opbouw, meer ruimte en comfort, maar nog steeds hetzelfde concept. Een concept dat ontstond door het ondernemerschap en de visie van een Nederlandse importeur die een markt zag die de fabrikant zelf nog niet had ontdekt. Mijn eigen persoonlijke ervaringen met de T2 dateren uit mijn Schipholse jaren, maar zeker ook uit de dealerjaren toen we zo’n ‘bussie’ benutten als servicewagen en ik met dat ding nog eens in 13 ritten verhuisde vanuit Amsterdam naar Almere. Goede herinneringen dus aan die wagens. Wie heeft die ook?? (Beelden: archief)

Banden…

Banden…

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: 03-continental.jpg

Wie wel eens in een auto, bus of wat ook (mee) rijdt, fietst of pakweg op een step zijn/haar transport verzorgt zou kunnen weten dat dit vervoer vooral plaatsvindt via rubber/synthetische banden onder dat voertuig. Eigenlijk is dat een uitvinding die onze hele transportsysteem in leven houdt. Zelfs sommige railvervoermiddelen hebben tegenwoordig rubber randen aan metalen wielen zitten om zo geluidsoverlast tegen te gaan. Banden zijn er in diverse soorten, maten, maar ook voor verschillende doelen. Wie naar besneeuwde bergen wil reizen moet in de meeste buurlanden aangepaste winterbanden monteren, in ons land kiest men tegenwoordig vooral voor all-season-banden waardoor je zomer en winter het beste van twee werelden toevoegt aan het rijgenot.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: il-76-90-frontalk-view.jpg

Maar wat moet je voor banden monteren onder een vliegtuig? Bedenk maar eens dat een beetje vliegtuig vele tonnen weegt, dat die machines accelereren naar pakweg 280/350km/u om los te komen van de aarde en met soortgelijke snelheden na een vlucht de wielen weer op het beton zetten. Wie wel eens heeft gekeken op vliegvelden of via films deze mooiste transportvorm heeft bewonderd weet dat bij de landing grote blauwe rookwolken van die banden afkomen, het in een keer op snelheid komen en meteen dat grote gewicht boven zich moeten dragen is een staaltje vernuft van de bandenproducenten die deze zaken fabriceren. En het is bij sommige vliegtuigen zo dat er maar liefst meer dan 20 banden onder zo’n machine steken.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: 213825-boeing-747-2b-kl-landt-06-180781-scan10027.jpg

Die moeten het gewicht gelijkelijk dragen. En bij sommige grote vrachtvliegtuigen is dat een last van dik 300 ton! Gaat het nooit mis? Tuurlijk wel. Banden die niet helemaal okselfris zijn kunnen soms die zware belastingen niet aan en geven de geest. Op hoge snelheid over iets scherps heen rijden kan leiden tot een klapband die in het ergste geval weer oorzaak wordt van een fatale crash. Zo iets vond een jaar of 20 geleden plaats met een supersone Concorde van Air France die tijdens de start over een van een ander vliegtuig afgebroken onderdeel heen reed, waardoor de banden aan een kant van de vleugel uit elkaar spatten, deels door de brandstoftanks in de vleugels braken en daar een grote brand veroorzaakten. Oorzaak en gevolg. Maar wel heel vervelend.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: concorde-300x241-1.jpg

Nu worden constructies van vliegtuigen steeds veiliger en sterker hoor, geen nood. Slechts bij matig tot geen onderhoud is er een zeker risico. Feit is ook dat veel van de in de luchtvaart ontwikkelde bandensoorten later ook hun weg vonden naar het wegverkeer. Waar ze bij veel gematigder snelheden prima prestaties leverden en een lang leven voor de eigenaar en gebruikers beloven. Tuurlijk is er verschil in kwaliteit, veelal samenhangend met de prijs. Goede banden kosten vaak twee keer zo veel als matig tot slecht presterende. Het is maar waar je voorkeuren liggen. In de luchtvaart kent men slechts goede banden. Vanuit de fabriek althans. En het dringende advies aan zowel de luchtvaartmaatschappij als de bemanningsleden voorin de cockpit om na iedere landing of voor vertrek die banden nog eens goed te controleren. Bij twijfel…niet vliegen. Zouden mensen op de grond ook eens moeten doen, twijfel je over je banden, niet rijden. Vervangen. Het wordt weer glad op de weg. Dat rubber moet je dan beschermen tegen rampen. Kijk dus altijd even voor je vertrekt….profiel? Spanning? Slijtage? Ik wens jullie veilig reizen toe…. (Beelden: Archief)