Lunch bij Dudok Rotterdam…

Als je dan in Rotterdam bent wil je ook wel even een terrasje opzoeken en iets lekkers eten en/of drinken. Dat lukte ons bij Dudok, een zaak die schuin tegenover de modelwinkel van Meijer en Blessing te vinden is aan de Westewagenstraat. De keuze werd door de jonge generatie in ons gezelschap bepaald, maar wat waren we achteraf gezien blij daarmee. Het gaat om een horecabedrijf dat naar verluid is gevestigd in een oud kantoorpand van Nationale Nederlanden en typisch de styling laat zien van de jaren vijftig. Om het hele gebouw heen zijn terrassen te vinden (in de zomer) en de bediening daar was vlot en vriendelijk tot vrolijk. Men biedt een aardig oeuvre aan gerechten en drankjes en die zijn van de smakelijke soort. Wij namen alle vier iets anders, dan was vergelijking goed mogelijk. De gezichten van de eters spraken boekdelen, goede keuze, lekkere gerechten.

Redelijk betaalbaar ook, wat ook een factor is bij een beoordeling van zo’n zaak. Als je dan toch hier neerstrijkt neem dat gebouw eens in je op en verbaas je. Bijna nostalgische styling, maar met een moderne touch natuurlijk. De eisen aan een zaak als deze zijn totaal anders dan die van bureaukluivers een generatie geleden. De toiletten zijn achter in de zaak te vinden. Moet je een stevige oude trap voor op en dan in een corridor je weg zoeken. Kon er mee door. Oogde rommeliger dan deze zaak eigenlijk zou moeten bieden. Maar al met al is Dudok een rapportcijfer 8.0 zaak. Als we weer eens in Rotterdam zijn komen we hier graag terug. Al was het maar om die enorm vriendelijke meiden die hier de bestellingen regelen. (Beelden: TPool)

Dynamisch Rotterdam…

Er zijn van die mensen die menen dat ze als ze vanuit Rotterdam bekeken Amsterdamse grond betreden direct min of meer in helse pijnen zullen sterven. Omgekeerd zou je ook als geboren en getogen Mokummer niet naar Rotterdam mogen afreizen. Dit alles omdat er in die steden twee voetbalclubs zijn  met een redelijk fanatieke aanhang. Ik behoor daar niet toe. Ik houd van Amsterdam, maar heb zoveel andere plekken in binnen- en buitenland bezocht en bekeken dat ik echt niet bang ben om hete zolen te krijgen als ik in Rotterdam eens rond wil kijken. En dat deden we als familie afgelopen maand augustus. Broeierig weer en als startpunt de werkelijk schitterend geslaagde Markthal.

Dat moet je toch eens bekijken als breed ingestelde Nederlander. En naar ik zo om me heen hoorde komen mensen van heinde en verre om dit fenomeen te aanschouwen. Een flink uit de kluiten gewassen krom gebogen modern flatgebouw, met appartementen aan de buitenkant en binnen een geweldig leuke maar ook enorme hal waarin je van alles en nog wat kunt eten of meenemen. De kwaliteit van het aanbod is best op niveau en dan bedoel ik niet alleen het aardig hoge plafond met prachtige beschilderingen. Een genoegen om hier rond te hobbelen al was de temperatuur binnen het gebouw aan de tropische kant bij een buitentemperatuur van een graad of 25.

Rotterdam is een stad vol hoogbouw. Dat is als je van historie houdt wel even wennen. De meest schitterende moderne architectuur mengt zich hier overigens met oude gebouwen waarvan een deel de indruk maakt te zullen sneuvelen onder de slopershamer. En die hamer doet zijn werk want overal om je heen werkt men aan het herbouwen en verfraaien van die toch al indrukwekkende centrumbouw. Rotterdam imponeert zonder te beangstigen. Enorme winkels, leuke terrassen, prachtige hotels, kantoren, een zeer opvallend Centraal Station. Het is er druk, maar niet op zijn Amsterdams toeristisch druk.  Gewoon dynamisch druk!

Binnen tien minuten spotte ik trouwens op straat een Rolls Royce sportcoupe, twee Lamborghini’s, een Ferrari en een hele reeks dikke Mercedessen. Waar dat allemaal voor dient is de vraag, maar het heeft wel iets. Ik ken de stad overigens van jaren terug nog wel. Ik kwam er zakelijk voor wat afspraken nog wel eens, maar dan zat ik toch wat meer aan de buitenkant van de stad. En miste ik dus geweldige winkels en die nieuwe hoogbouw.

Zoals Donner, een prachtig gesorteerde boekhandel aan de Coolsingel, of de meer dan goed uitgemonsterde treinen- en modelwinkel Meijer & Blessing waar het personeel nog weet wat je bedoelt als je iets specifieks vraagt. Een ongeopende oester met een parel die glanst, deze winkel. En goed bezocht zoals ik kon constateren. Dat Rotterdamse centrum heeft iets van het nieuwe Berlijn. Het is eigenlijk hypermodern, met af en toe een straatje waarvan je je afvraagt of het veilig is om doorheen te lopen. Er was nergens enig gedrang, en ook geen gedoe. Drukte met een zekere ontspannenheid. Het verbaasde me en aan de andere kant intrigeerde het ook. Zeker als je omhoog kijkt naar die echte wolkenkrabbers die hier midden in het centrum staan.

We slaagden voor onze verschillende missies, en we spraken af dat we Rotterdam nog eens per trein gaan bezoeken. Nu waren we met de auto, en dat parkeren is niet meteen goedkoop als je onder de Markthal staat. Maar ja, laten we wel zijn, dan krijg je ook wat. Een volautomatische parkeergarage die met digitale lichtjes zelfs aangeeft waar een plek vrij is. En dat is handig want deze parkeergarage is bij velen in trek. Hoe dan ook, ik genoot. En dan heb ik nog maar een klein stukje Maasstad gezien. Dat doen we nog eens over. Dikke zolen onder de schoenen en hupsakee. Grappig was in dat kader dat in die modelwinkel de verkoper vroeg waar ik vandaan kwam omdat ik hem complimenteerde met die prachtzaak. Toen ik vertelde waar ik vandaan kwam viel hij even stil. Ik vrees dat hij wel iets met voetballen had…..Dat blijft toch wel een dingetje kennelijk. Maar dat ligt niet aan mij! Integendeel…(Beelden: Yellowbird Photo)

Rotterdamse crooner…

Rotterdam bracht een stel grootheden voort in de muziekwereld, waarvan Anita Meijer en Lee Towers wel de meest aansprekende zijn. Lee Towers had het geluk dat hij enorm werd gepromoot door wijlen Willem Duys. De zingende kraandrijver en zo meer. Imago is vaak iets anders dan realiteit. Maar Rotterdam kende nog een paar grootheden op muzikaal gebied. Een daarvan is de inmiddels al weer zes jaar geleden overleden Wim Koopmans. Een zanger die je het beste zou kunnen omschrijven als een echte crooner. Een man die de grote Amerikaanse zangers van toen als voorbeeld nam en daar en echt eigen tintje aan toevoegde. Opvallend doordat hij zijn repertoire zong met een duidelijk slissende S. Man uit een bekend gezin, want volle neef van Corrie van Gorp en achterneef van Rudi Koopmans. Daar deelde hij niet alleen zijn artistieke talent mee, maar zeker ook zijn passie voor boksen. Deed hij 25 jaar lang. Man uit een muzikaal gezin ook. Leerde het vak niet alleen van zijn vader, maar ook bij de oer-Amsterdammer, Willy Alberti. Koopmans zag zijn inspiratie vooral in grote namen als Tony Bennett en Frank Sinatra en kon zich qua timbre aardig meten met die lui. En toch…In ons land veel minder bekend dan die zingende kraandrijver. Verschil in aanpak, en daardoor minder erkend. Waarbij hij toch niet bepaald met de verkeerde mensen omging.

Naast Alberti waren daar toch maar mooi Rita Reys en Pim Jacobs. Later ook Pia Beck en zelfs Willem Duys. Die gaf wel wat aandacht aan Koopmans, maar nooit met 100% inzet zoals bij Lee Towers. Ooit werd zijn song L.O.V.E. gezien als de beste uitvoering van de wereld. Hij trad op tijdens het North Sea Jazz Festival, in het nieuwe Luxor, de Doelen en zelfs Ahoy (acht dagen aan een). Grote erkenning kwam van Andre Hazes die vond dat Koopmans echt een heel grote was in zijn genre en te weinig erkenning kreeg. Wat ook zo was. Ergens aan het begin van deze eeuw werd Koopmans eigenaar van zijn eigen jazzclub in Rotterdam; Bird! En ook nog een winkel op jazzgebied, welke hij samen met zijn vrouw Gina runde. Helaas haalde zijn gezondheid hem in. Een herseninfarct maakte een einde aan zijn carriere. Nieuwe platenplannen moesten in de ijskast, want zingen was er niet meer bij. Op 7 maart 2012 overleed hij. 71 jaar oud slechts. En ik denk dat veel mensen zijn naam niets (meer) zegt. Zoals het veel artiesten gaat tegenwoordig. Groot geworden door klein te blijven. En anno 2018 is juist groot doen al ben je nog zo klein meer in de mode. Vandaar dat ik als Amsterdammer even een stukje Rotterdamse geschiedenis voor u als lezer naar boven haalde. https://www.muziekweb.nl/Link/HDX8079/The-best-of-Wim-Koopmans-American-songbook

De kunst van het jennen…

Als geboren en getogen Amsterdammers ergens goed in zijn is het wel jennen. Een vorm van plagen met een onderliggende humorvolle kant. Niet ontbloot van zelfspot, maar zeker ook wel gericht op anderen. Jennen is volgens de Grote van Dale een milde vorm van plagen en pesten, maar daarmee doen we het begrip te kort. Het echte jennen zorgt er ook voor dat mensen uit hun schulp kruipen of van hun ivoren toren afdalen naar beneden en een vorm van discussie aangaan. Amsterdammers zijn dus jenners. En dat is overal terug te vinden. Ik heb het hierbij niet over mensen die menen dat ze Mokumers zijn zodra ze in onze stad wonen of werken. Ze zijn het ook niet als ze afkomstig zijn uit een totaal andere cultuur. Nee, je bent een Amsterdammer als je ook de kenmerkende (soms Joodse)humor van de stad met de paplepel ingegeven kreeg. Plaats van handeling meestal de kroeg, het sportveld, de biljartclub of binnen de familie. Het plagen met de glimlach is een onschuldig tijdverdrijf en mag niet worden verward met de veel zwaardere arrogantie die de grachtengordel ook zo kenmerkt.

Jennen is om mensen uit de regio Rotterdam een beetje op de kast te krijgen zonder ze meteen te beledigen. Al was het maar omdat wij Amsterdammers weten dat ons havengebied in geen verhouding staat met de economische bedrijvigheid van een van de grootste havens ter wereld. Maar jennen mag. Wij hebben tenslotte Schiphol…toch een luchthaven zonder weerga. En een oud centrum vol allure. Zoiets. De frustraties van anderen uitnutten tot op het bot hoort daar ook bij. Volgens mij is dat jennen ook geperfectioneerd voor de Tweede Wereldoorlog toen de Joodse bevolking nog zo dominant was in onze stad. Maar de geschiedenis heeft dat veranderd, niet doen verdwijnen. Joodse mensen onderling waren overigens indertijd in staat elkaar aardig de maat te nemen en dan nog te glimlachen. Na de oorlog zag je die humor nog wel terugkomen, maar werd hij ook door de ‘christelijk/katholieke’ Amsterdammers overgenomen.

Het geeft je ook een bestaansbevestiging. Lol hebben om de ander, scherper zijn, sneller, verbaal sterk. In de rest van het land staan wij Amsterdammers al snel bekend als ‘grootkoppen’ ‘schreeuwers’ en mensen die alles beter weten. Zoals wij mensen van buiten de stadsgebieden hier zien als ‘boertjes’. Ben je daarmee een minder mens? Vast niet. Je moet ertegen kunnen. En ik weet als geen ander ook dat echte Amsterdammers maar heel lastig ver weg van de Westertoren kunnen wonen en leven zonder af en toe even terug te gaan naar ‘hun stad’. Ook al is die door alle demografische veranderingen allang niet meer die stad die hij in pakweg 1970 nog was. Net zomin als in Rotterdam alleen maar hardwerkende havenarbeiders wonen. Die tijden zijn voorbij. Nu maar hopen dat het begrip jennen dat niet is. Aan mij zal het niet liggen. Heel wat ‘afvalligen’ en ‘Rotterdommers’ weten wel wat ik daarmee bedoel…toch?? Ojajoh?

Kulargumenten…

De hele discussie over de verandering van ons luchtruim op zodanige wijze dat er ruimte komt om een (klein)deel van de burgerluchtvaart te laten opereren vanaf het aan te passen Lelystad Airport leidt consequent tot de meest wonderlijke discussies. Tegenstanders van lawaai in de omgeving van dat veld maar ook ver daar vandaan, voeren de meest vreemde argumenten aan om hun gelijk te behalen. Zij vinden die bromvliegen al niks die nu op Lelystad te vinden zijn, maar dat past bij het dorpse karakter van veel van die woonoorden van de betreffende tegenstanders. Blaadjes aan een boom maken daar al te veel herrie. Ik zag onlangs dat iemand uit die vrij fanatieke groep mensen zelfs aangaf dat er Boeing 747’s van/naar Lelystad zouden gaan vliegen. Wat ook in de nieuwe situatie compleet ondenkbaar is.

De enige Boeing 747 die Lelystad ooit bereikte kwam over het water en de weg…

Veel te groot voor die ene landingsbaan of dat relatief kleine platform. Nee, er komen toestellen van bescheidener omvang als de Boeing 737 die vooral vakantievluchten uitvoeren. En die toestellen en vluchten ontlasten zo Schiphol dat steeds vaker tegen de afgesproken grenzen van haar capaciteit aan zit. Zoals dat ook al gebeurde met Eindhoven, Rotterdam of Maastricht. Ook daar worden mensen vervoerd die Schiphol net even te druk achten en dat gemoedelijke van zo’n veld plus de parkeerfaciliteiten enorm waarderen. Lelystad zal trouwens wel het nodige moeten doen om de betrokken passagiersstromen goed af te wikkelen. Want laten we wel zijn, de landweggetjes die er nu bij dat vliegveld lopen zijn geen goede garantie voor een degelijke logistiek. Elk vliegveld of havengebied vraagt nu eenmaal om af- en aanvoer van mensen en goederen. Maar je krijgt er ook aardig wat werkgelegenheid door. En als je de tradities van ons land mag volgen, gaat de gemeente Lelystad al die nieuwe werknemers huizen bieden die vlakbij het vliegveld worden gebouwd. Pik in het is winter. Maar daar hebben tegenstanders geen boodschap aan. Die willen geen vliegtuigen boven zich en nul lawaai in hun achtertuin.

Lelystad geeft ruimte aan Schiphol…

Op zich snap je dat nog wel, maar men gebruikt de verkeerde argumenten. Dat doen de al jaren tegen Schiphol knokkende bewoners van nieuwbouwwijken in plaatsen vlak bij het vliegveld ook. Die zijn ineens weer erg fanatiek en willen eigenlijk dat Schiphol naar de Noordzee wordt verplaatst. Hun woongenot en zo gaat boven de economische waarde van dat vliegveld. En die is groot. Het biedt niet alleen werk aan vele tienduizenden mensen maar vervoert o.a. 69 miljoen passagiers op jaarbasis. De overige Nederlandse vliegvelden doen daar nog eens 7 miljoen bovenop. Een imposante business dus. En die zorgt er voor dat alle omringende plaatsen aardig meeprofiteren en daardoor kunnen bouwen op plekken waar mensen gaan wonen die daarna gaan miauwen over dat geluid. En dat geluid is er. Geen twijfel over mogelijk. Alleen neemt die qua volume elk decennium flink af.

De oude lawaaiige vliegtuigen verdwenen, de nieuwere worden steeds stiller. Net als auto’s. Maar voor de klagers (de klachtenlijn Schiphol wordt elke dag gebeld daar een zeer kleine harde kern van klagers) is dat niet genoeg. Die willen rust. Rust die ze toen ze kwamen wonen bij Schiphol (of welke luchthaven ook) niet mochten verwachten te krijgen. Dus daarom roepen ze van alles en nog wat en krijgen ook nog steun uit bepaalde media. Ooit had ik een Stichting die dit soort mensen toch eens wees op hun toenmalige leugens. En ik merk dat de handen jeuken om dat weer te doen. Maar ik ben er te oud (en wijs) voor geworden. Neemt niet weg dat ik vind dat als je bij een luchthaven gaat wonen, je moet leren leven met de nadelen van die keuze. Ook ik woon trouwens in die buurt en klaag nooit. Maar dat zal niet verbazen….

Geschiedschrijving

Berlijn - blik op het oosten - 161188 - AMV31 Scan10062Terwijl mij bijna dagelijks wel duidelijk wordt dat voor de huidige generaties jongeren geschiedenis niet een vak is dat op school met veel plezier wordt gegeven of ontvangen, lijkt mij nog steeds dat je slechts van de geschiedenis lessen kunt leren waar je in de toekomst iets mee kunt. Wil je bijvoorbeeld een bepaalde doctrine buiten de deur houden moet je eerst eens goed kijken naar de schade die vroegere doctrines hebben aangericht. Wil je snappen waarom de grote wereldspelers met elkaar omgaan zoals ze doen, moet je toch echt iets weten over wat er in het verleden met of tussen hen heeft gespeeld. Wantrouwen en afkeer komen ergens vandaan. Moet die geschiedenis een saai vak zijn of blijven zoals ik wel eens hoor? Nee natuurlijk want als je eens goed in de rondte kijkt en luistert blijkt die zelfde geschiedenis aardig aan verandering onderhevig. Men ontdekt telkens weer nieuwe zaken die er al dan niet toe doen en soms wordt de geschiedenis zodanig ingekleurd dat het weer past bij een maatschappij waarin bepaalde groepen menen dat hen onrecht wordt aangedaan. Dat is wonderlijk, want aan feiten kan je moeilijk iets veranderen. Aan de beleving ervan wel. Zo is er bijvoorbeeld over het bombardement van Dresden in de nadagen van de Tweede W.O. toch een andere kijk gekomen op alle toenmalige feiten en beslissingen.

HPIM1951_editedMet voortschrijdend inzicht zien we dat bombardement toch als een oorlogsmisdaad, ook al werd die dan uitgevoerd door de ons meer dan bevriende geallieerde Britse en Amerikaanse luchtmachten. Toen men in de tijden van de DDR over dit bombardement ook al sprak van een misdrijf tegen de menselijkheid (het bombardement diende geen enkel ander doel dan het zo veel mogelijk doden van Duitse inwoners) , in onze streken wilden we daar toen niets van horen. Is veranderd! De invasie van de Duitse legers in Mei 1940 waren voor ons leger een stevige dobber, maar men vocht met de moed der wanhoop door tot de capitulatie op 15 mei 1940. Toen waren o.a. het westen van Nederland en Zeeland nog stevig in handen van de Nederlandse defensie. Slechts het terreurbombardement op Rotterdam bleek een factor van belang om de Nederlanders tot opgave te dwingen. Zo was het verhaal altijd en zo hoort het ook te blijven. Opmerkelijk dat men omwille van het politiek correcte op enig moment besloot om een rol in de verdediging van ons land toe te bedelen aan twee of drie Marokkaanse soldaten die in Zeeuws-Vlaanderen meevochten met de Fransen die ons zouden komen helpen verdedigen. Manipulatie van de geschiedenis dus. Net zoals er lieden zijn die menen dat we de jodenvervolging wel iets kunnen afzwakken. ‘Het viel wel mee in bezet Nederland’. Dat is in veel opzichten toch best wel een heftige gedachte. Zeker als je weet dat de Duitse bezetters die nu nog leven of tot voor kort leefden, aangaven dat ze graag in Nederland dienden.

10 mei 1940 - Heinkel He111Hier was het rustig, geen echte last van het verzet en weinig gedoe met de ambtenarij. Die deed zijn werk en deelde mensen simpel in naar afkomst en geloof. Piece of cake voor die  Duitsers om de Joodse Nederlanders er zo uit te pikken. En dat verzet was dus machteloos. En dan wil ik niets afdoen aan hen die wel met gevaar voor eigen leven taken uitvoerden die anderen lieten liggen.  Geschiedenis is dus een levend vak en het is maar goed dat we nu niet weten hoe we over vijftig jaar zullen aankijken in ons land tegen een regering als de huidige die op veel fronten blundert omdat het vasthoudt aan een socio-liberale koers om de economie op poten te krijgen ten laste van alle burgers. Tegen die tijd komt er vast wel een correctie op het beeld dat we er nu van hebben of krijgen. En dan zien we Poetin als een groot Russisch staatsman en de barbaren van IS als een stel kwajongens die toen nog een geloof aan de man of vrouw wilden brengen dat in 2064 allang niet meer bestaat of bij wet verboden. Het kan verkeren, en de geschiedenis kan ons op dat punt veel leren…