Invasie..

Invasie..

Vandaag precies 82 jaar geleden vielen de Duitsers ons land binnen. Dat deden ze niet zo maar, ze hadden strategische doelen voor ogen. Zoals de havens van Rotterdam en Amsterdam. Maar ook die van Antwerpen stond op de agenda. Onze strijdmacht stond min of meer klaar om een Duitse inval op te vangen. Maar met zeer beperkte middelen en manschappen die voor een deel maar matig getraind waren. Waar dat wel het geval was deden de Nederlanders wat ze konden om het de Duitsers moeilijk te maken.

Prachtig weer, een behoorlijk overzicht en nieuwe wapens aan de kant van de Duitse invasiemacht zorgden er voor dat de vijand al snel ver kon doorstoten in Nederland en al op de eerste dag de nodige paratroepen voor de poorten van Den Haag kon neerlaten. De luchtmacht weerde zich kranig met de niet door de vijand vernietigde kisten die men links en rechts in het land verdekt had opgesteld. Maar de sterkste wapens op dat gebied, zoals de geweldige vliegende slagkruiser als de Fokker G1, werd voor een groot deel op de grond vernield door Duitse bombardementen.

De Nederlandse bevolking was verbijsterd. Duitsland werd tot kort voor de invasie gezien als vriendschappelijk broedervolk. Maar de Nazi’s die Europa wilden onderwerpen hadden niets met dat broederlijke gevoel. Opvallend genoeg bleek dat men zich toch had vergist in de Nederlandse weerstand. Er werd fel teruggevochten door delen van onze krijgsmacht. De Mariniers, piloten, soldaten op de Grebbelinie, maar ook in de Friese kazematten bij de Afsluitdijk. De Duitse Luftwaffe alleen al verloor de nodige vliegtuigen door dat verzet van die dappere Nederlanders. En dat ging zo een dag of wat door.

Tot men in Berlijn besloot het verzet definitief te verbreken. Rotterdam werd gebombardeerd. Gewoon burgerdoelen, burgers, niks militaire doelen. Duizenden verloren het leven, huis en haard. En het Duitse opperbevel maakte duidelijk dat men niet zou schromen ook andere Nederlandse steden de zelfde behandeling te geven als er niet werd gecapituleerd. Op 15 mei was dat zover. De Nederlandse regering allang overgestoken naar Engeland, samen met het Koninklijke Huis. Vijf zware jaren zouden volgen. Wie goed op let ziet parallellen met wat nu in Oekraine gebeurt. Invasie, verzet, terreur, onderdrukking. Mensen leren maar weinig van het verleden. En dat is een heel trieste constatering. (Beelden: Archief)

Namenmonument…

Namenmonument…

Nog niet zo lang geleden werd het zgn. Holocaust Namenmonument neergezet in de oude ‘Joodse buurt’ van Amsterdam. Het opvallende monument is een soort van ultiem eerbetoon aan de vroegere Joodse bewoners van deze stad die door de Duitse bezetter in die akelige oorlogsjaren werden weggesleept uit hun huizen en afgevoerd naar de vernietigingskampen in het oosten. Op industriele wijze en met fataal gevolg. Het monument zelf bestaat uit muren in nagemaakte straatjes (beeldspraak) opgebouwd uit stenen met daarop de namen van de slachtoffers. Alfabetisch.

En met vermelding van hun geboortejaar en datum van sterven. Ook de leeftijd wordt vermeld. En dat is heel confronterend soms, met name de vele kinderen van toen komen dan wel even binnen. Soms slechts enkele weken of maanden oud, het maakte de Duitsers (en hun Nederlandse handlangers) niet uit, Jood was Jood en ze moesten dood. Het blijft toch onvoorstelbaar dat je zo denkt, dat op het oog normale mensen komen tot daden als deze. En natuurlijk in oorlogen uit het verleden of die in het heden zie je ook dat totalitaire regimes weinig op hebben met burgerrechten of anders denkenden. Maar vernietiging van hele volksstammen kom je toch vooral tegen bij het Stalinisme of Nazisme, al kwam IS ook nog wel een eind op streek bij haar dodelijke aanpak van in haar ogen minder godsdienstige types. Hoe dan ook, aan de Weesperstraat in onze stad is een indrukwekkend monument verschenen dat recht doet aan het leed van alle betrokkenen.

Ook een plek waar je echt naartoe moet om te zien waartoe de ideologische waanzin soms kan leiden. En iedereen die dit durft te vergelijken met de ‘dwang’ om te te laten vaccineren tegen COVID moet zich diep schamen. Net als zij die menen dat minderheden in ons land worden behandeld als de Joden in WO2. Schande of gebrek aan inzicht dan wel overdaad aan indoctrinatie. En als het over getallen gaat, in die ellendige oorlogsjaren werden 102.000 joodse mensen afgevoerd richting vernietiging. 70% daarvan kwam uit Amsterdam. Elke porie van die oude Joodse buurten ademt hun sfeer nog en het bloed kleeft aan de fundamenten van de nieuwbouw die vaak in deze hoek van de stad is verschenen. Op 4 mei a.s. toch maar eens aan denken dan….Helpt relativeren als het weer eens gaat over al dat ‘leed’ van hen die feitelijk nooit leden….(beelden: Eigen opnamen)

Heel lang lieveling van Nederlanders; Opel!

Heel lang lieveling van Nederlanders; Opel!

Zeg je in onze streken ‘Opel’ krijg je van veel kanten te horen dat men dat merk nou net wel kent. Vaak vanuit het verleden, want Opel was hier decennia lang mateloos populair en werd vanaf de jaren zestig tot negentig achtereenvolgens telkens best verkocht. Op een of andere manier hadden wij hier wel iets met dat merk. Het was Duits, oud, leunde vanaf 1929 op het Amerikaanse General Motors en startte al kort na de oorlog weer met auto’s bouwen. Waren de vooroorlogse Opels nog relatief bescheiden van omvang, na de oorlog nam men het principe aan van ‘veel auto voor je geld’, zoals dat nu vaak door Koreaanse merken wordt gehanteerd.

De eerste naoorlogse Opel was de Olympia. Hoewel men in de bestelwagensector de Blitz al kende die nog wat langer werd gebouwd. Beide wagens baseerden op vooroorlogse modellen. Was bij veel merken het geval na WO2, scheelde ook ontwikkelingskosten. Daarnaast was er de wat chiquere Kapitan die een zespitter voorin had zitten en vooral bij de toen ook al actieve gangster geliefd was. Je reed er veel politiewagens van toen mee zoek. Net als men in Detroit gewend was waardeerde ook Opel haar modellen met elk nieuw bouwjaar op.

Zo was de versie van 1950 optisch een heel andere dan zijn voorgangers, maar motorisch hield Opel alles bij het oude. En dat principe bleef men trouw tot en met bouwjaar 1957. De koets veranderde, de techniek niet. Betrouwbaarheid troef. Met de P1 uit 1957 kreeg de Olympia een heel ander uiterlijk. Panoramische voor en achterramen, een smak chroom en soms tweekleurige lak. De typische Opelklanten smulden. Het onderstel van die Opels was voor het eerst comfortabel, wij noemden dat als mensen langs de zijlijn, vaak zweverig. In 1958 kwam een soort automaat beschikbaar.

Naast de Olympia zagen we ook de grote Kapitan meebewegen. Amerikaanse styling, een bak ruimte en lekkere motoren. Elk jaar een nieuwe uitvoering, de klanten genoten er van. Veel daarvan overigens taxi-chauffeurs die er trouw hun rondjes mee reden. Na 1959 was de naam Olympia verdwenen, kregen we de Record in beeld. En ook die wagen bleef heel lang beschikbaar. Amerikaanse styling, dat comfortabele van de vering en loeibetrouwbare motoren. Wie Record reed kon zich laten zien. In de lijn van de grote modellen kwam naast de Kapitan nu ook een Admiral, Diplomat of Commodore beschikbaar.

Bij de duurste zelfs met een V8 van 5,3 liter inhoud die zo uit een Chevrolet stamde. Maar al die bewegingen maakte wel dat klanten meer en meer kozen voor andere merken. De prijzen van Opels flink gestegen en de gemiddelde arbeider en huisvader kon het zich niet meer veroorloven. Opel loste dat handig op met de super-eenvoudige en compacte Kadett. Rechttoe rechtaan vormgeving, ruimte voor vier en nog bagage mee ook. Een simpel 993cd motortje voorin, maar je haalde er 120km.u mee en als je rustig aan deed was hij nog relatief zuinig ook.

Sommige van die Kadett’s zoals de B uit 1965 werden hier mateloos populair en deden vele jaren lang dienst. Een sportieve Rally-uitvoering bekoorde vooral jonge rijders. Met die Kadett ging Opel ook de strijd aan met VW waar men nog lang vasthield aan het Keverprincipe. Maar daar brachten ze begin jaren 70 de Golf en Polo. Voorwielaangedreven wagens waarbij die (ook al) zweverige Kadett’s toch ouderwets leken. In 1983 reageerde Opel pas met de Kadett D.

Een vierkant ogende auto met de motor en aandrijving voorin waarmee men vooral het Opelpubliek weer aan zich wist te binden. Toevoegingen als de GT, een prachtige sportcoupe, maar meer nog de Manta, latere Ascona en zo meer zorgden voor een extra grote en trouwe klantenkring die het merk en hun keuze met verve verdedigden. In de jaren negentig ging Opel over een andere boeg. Men leende modellen van andere fabrikanten als Suzuki of Daewoo om daarmee gaten te vullen in het gamma.

Na de eeuwwisseling kwamen zelfs Amerikaanse wagens deze kant op als de Ampera die hier als Opel dienst moesten doen. Ondanks alle successen en het ijzersterke imago bereikte Opel overigens een bepaalde status nooit, die van winstgevende dochter van G.M. Altijd was er verlies. Iedere poging om het bedrijf af te slanken liep spaak op onwil van vakbonden of Duitse regering. Na de bankencrisis van een jaar of tien geleden ging het definitief mis. G.M. stond op wankelen, kreeg miljarden staatsteun maar moest daarvoor ook afslanken. Een van haar grootste problemen was Opel.

Het hele merk met alles er op en aan kwam op de markt. En na jaren zoeken werd het Franse PSA (Peugeot/Citroen) eigenaar. En wisten die Fransen eindelijk winst te maken. Men haalde de geleende modellen van andere merken uit het gamma, sloot alsnog fabriekslijnen en zette die Opels over op eigen platforms en techniek. De nieuwe Opels ogen geweldig, maar zijn toch wat kwijtgeraakt van dat typische wat het merk altijd in zich had en wat zoveel kopers aan zich wist te binden. De nummer 1 positie is het al langer kwijt. VW nam die plek over, en de Koreanen zijn nu de grootste concurrenten. Opel is haar plek als leverancier van ‘veel voor weinig’ leverancier allang kwijt. Men zet anders in. Zoekt nu ook elektrische tractie, veelal verkregen vanuit Frankrijk. Komt het toch nog goed met dat oeroude bedrijf van Adam Opel. Maar dat echt merkgevoel……nou dat is wel weg nu…. (Beelden: eigen archief)

Minderheden….en de claimcultuur..

Minderheden….en de claimcultuur..

Wie mij al die jaren al volgt en leest weet dat ik het met bepaalde minderheden niet zo op heb. Dat zit toch vooral in de sfeer van constant claimgedrag, gezeur om gelijk, geld willen ontvangen, wegpoetsen van negatief gedrag in die groepen en zo meer. Omgekeerd zie ik juist weer dat mensen uit andere minderheden erg halsstarrig zijn in hun afkeer van weer andere groepen die niet meteen behoren tot de mainstream in dit land.

Zo zie je dat veel nieuwkomers een bloedhekel hebben aan homo’s en joden en dat ook niet onder stoelen of banken steken. En daar waar het uit de hand loopt zijn het met name linkse wethouders te vinden die dan rapporten daarover in de onderste lade van hun Stalinistische bureau’s verstoppen. De claimcultuur is er ook zo een. ‘Mij is onrecht aangedaan, en ik wens daar nu excuses voor en daarna compensatie’. Deze groepen vindt je veel bij hen die uit de tropen deze kant op kwamen en hier een mooi bestaan op bouwden om daarna te ontdekken dat het bestaan vooral door werken moest worden bereikt. En dat bevalt kennelijk minder. Zo tipte ik al eens de vermeende slachtoffers van de slavernij aan die vele generaties na de echte slachtoffers van dat gedrag door een bepaalde elite, een linkse gektesekte kennelijk gebruiken om hun ‘pijn’ om te zetten in klinkende munt.

Gaat nooit over realiteit, altijd over vermeend lijden. Zo was ook de situatie in Nederlands-Indie van na 1945 er een die wederom bepaalde mensen deed besluiten tot een claim richting de Nederlandse overheid. Maling aan de tijdgeest van toen….de slachtoffers, de wreedheden die van beide kanten kwamen….Nee, als het om geld gaat…. Ik snap die excuusmentaliteit dan ook niet zo. Want die is wel erg selectief. Excuses en compensatie zie je maar weinig richting de eigen bevolking. Groningen, Zeeland (de watersnoodramp van 1953 was een direct gevolg van bewust achterstallig onderhoud aan de toenmalige dijken…) Limburg, de toeslagenouders, de gepensioneerden en zo meer. Allemaal minderheden, maar mooi geen excuses en geen compensatie. Op het moment dat ik dit stukje schrijf is nog niet duidelijk hoe feilbaar die overheid opereerde tijdens de COVID-periode.

En dan ook nog even over die slavernij en armoede uit het verleden. Slavernij kwam hier al dik 2000 jaar geleden voor. Met name de Romeinen sleepten heel wat goedkope arbeidskrachten mee uit de lage landen. Dat deden ook de oude Egyptenaren in hun invloedssfeer, de volken in het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Men was ook niet vies van het vol zetten van harems met meiden die men elders roofde. Slavinnen voor het leven, geen ander doel dienend dan de lusten bevredigen van de toenmalige vaak islamitische machthebbers. Hoeveel claims zijn daarvoor eigenlijk ingediend? Armoede was daarnaast voor de grote meerderheid van ons volk door de eeuwen heen de norm.

De welvaart die uit handel in goederen, specerijen of mensen in die eeuwen werd verdiend bereikte vrijwel nooit de 90% van de bevolking die woonde in krotten, plaggenhutten en met een levensstandaard die vergelijkbaar was met de gemiddelde inwoner van een dorp in donker Afrika. En toch zouden wij ons collectief schuldig moeten voelen voor wat er ooit heeft plaatsgevonden onder regie van de VOC of aanverwante organisaties. Stel ik dan toch even die Romeinen tegenover. En de Franken, de Fransen, Spanjolen, Duitsers en wat dies meer zij en hier te lande huis hielden. Nooit hoor ik daar iets over….nooit! Wellicht omdat de minderheden hier de meerderheid overschreeuwen? Hoe dan ook, wie zijn geschiedenis niet kent heeft in de toekomst niets te zoeken. Ik raad ons volk aan eens wat minder in de excuusmodus te duiken en wat meer in de claimcultuur het gelijk te zoeken. Wellicht dat ook die mensen die ooit in armoede opgroeiden dan nu in welvaart verder kunnen…..Maken we van die meerderheid een heel grote minderheid. Dat wordt wennen in Den Haag….Links schiet nu al in een kramp bij het idee…….want mijn plan is vast niet ‘Politiek correct’ zoals die lui dat altijd claimen na te streven….(Beelden: Eigen archief/internet)

Duits vernuft op veel wielen…NSU!

Duits vernuft op veel wielen…NSU!

Het zou me verbazen als de naam NSU niet bij sommige mensen een belletje doet rinkelen. Het oude Duitse merk startte in 1906 als de Neckarsulmer Strickmaschinen-Fabrik en werd in eerste instantie bekend van machines voor de brei/naai-industrie. Maar men deed ook al snel aan vervoermiddelen, veelal op twee wielen. Zo bleven motorfietsen, scooters en brommers van NSU decennia lang vaste waarden onder liefhebbers van dit spul.

De Tweede W.O. maakte dat de productie voor particulieren stil kwam te liggen, maar daarna startte men de boel weer op en ging men o.a. nauw samenwerken met Fiat. Al snel kreeg men zo licentierechten voor de zgn. Neckar-NSU’s die je ook bij ons nog wel eens zag. Fiat had al oude banden met NSU en dus was de samenwerking een logische. Die Neckars waren overigens gewoon Fiat’s met een ander logo. Intussen werkte NSU ook aan een eigen autolijn die onder de naam Prinz het levenslicht zou zien. Met een kleine tweepitter van nog geen 600cc onder de achterklep, maar wel al met een 12v elektrisch systeem verscheen de auto in 1958 op de markt en vond in die periode vooral Duitse kopers.

Die moesten wel even wennen aan de niet gesynchroniseerde versnellingsbak en zo, maar toch, NSU was onder eigen naam weer terug. In de jaren zestig bleven die Prinzjes maar komen en kregen ze ook het zo typerende beetje badkuipachtige uiterlijk. Dat baseerde losjes op dat van de Chevrolet Corvair uit die periode maar dan gewassen in veel te heet water. Anno 1964 had de wagen al luchtvering achter en schijfremmen op de voorwielen. Best bijzonder. De karretjes waren niet aan te slepen. Alleen was er wat kritiek op de topsnelheid die met dat kleine tweepittertje maar net boven de 100km/u reikte. Met de zgn. NSU Prinz 1000 werd dat deels opgelost. Want toen kreeg de Prinz een wat langere carrosserie, een 1000cc vierpittertje en een top van 135km/u.

Afgeleide versies als de TT, 1200TT en TTS gooiden daar nog heel wat schepjes bovenop en al snel stonden deze NSU’s bekend als lekkere scheurijzers. Maar dat maakte de prijzen ook fiks hoger. De Prinz was nu duurder dan een Kever van VW en dat was voor velen toch de norm in deze klasse. Bertone ontwierp ook nog een Sport-Prinz, een coupe volgens de toen geldende ontwerpnormen. En bij een laag gewicht van nog geen 600kg een aardig ding om je mini-coureur in te voelen. Later zou men ook nog een Wankel Spider brengen die met een heel bijzondere schijvenmotor was uitgerust en liet zien hoe ver men bij NSU durfde gaan richting de toekomst. En die toekomst kwam heel snel. Met de schitterende RO-80 die in 1967 verscheen en een Wankelmotor bezat met twee rotoren. 180km/u was simpelweg haalbaar en de auto werd al snel een hit bij kopers die iets anders wilden dan een Ford Taunus of Opel Record. Maar het succes kende ook een keerzijde.

De Wankelmotor was niet voldoende uitgetest en al snel bleken ze waanzinnig veel olie te gebruiken en als dat niet in de gaten werd gehouden kwamen zelfs vastgelopen motoren voor. Men heeft er bij de fabrikant en de Nederlandse importeur van toen aardig wat hoofdpijn van gekregen. Ook vervangingsmotoren bleken hetzelfde euvel te vertonen en dat maakte de RO-80 een probleemauto. Een auto ook die het einde voor NSU zou inluiden. Ondanks het feit dat men nog een groot model in ontwikkeling had voor de middenklasse ging het bedrijf over de kop. Werd overgenomen door Volkswagen en leverde daarmee die in ontwikkeling zijnde grote NSU op een presenteerblaadje aan de concurrent uit Wolfsburg. Dat werd de K70, die we later nog wel eens tegen zullen komen. NSU kent nog steeds een trouwe groep liefhebbers die hun Prinzjes koesteren als een kostbare schat en bij oldtimer-meetings of circuitraces flink van zich doen spreken. Een leuk merk dat nu voortleeft in alles wat VW op de markt brengt of bracht. En dat is best een compliment natuurlijk…. (Beelden: Archief/Internet)

Russische Belg…

Russische Belg…

Een merk dat in onze streken op enig moment redelijk populair was in kringen van o.a. CPN-leden was het Russische MZMA, beter bekend als Moskvitch. Het stamt uit de tijden van de Sovjet-Unie en was al voor WO2 actief als producent van wagens die leunden op Amerikaanse Ford’s. De Russen kregen een wat kleiner type auto bij wijze van oorlogsbuit aan het einde van hun overwinning op Nazi-Duitsland in de schoot geworpen toen ze in Eisenach een complete fabriek van Opel wisten te ontmantelen.

En die inclusief rijdende voorbeelden naar het oosten afvoerden. De toenmalige Opel Kadett/Olympia diende als voorbeeld voor een Moskvitch van een jaar later. Zelfs echte kenners moesten wel drie keer kijken om het onderscheid te kunnen zien. En op die lijn auto’s bouwde Moskvitch vrolijk verder al werd de vormgeving gek genoeg een stuk moderner en soms zelfs westers aandoend.

Zo was het type 407 van 1956 sterk afgeleid van de Britse Standard Vanguard uit die periode en had men de motor kopkleppen gegeven wat best geavanceerd was in die tijd. Was er veel mis met die auto’s? Eigenlijk niet. En de lagere prijzen maakten ook dat je het wat hogere brandstofverbruik en de wat lawaaiige 1358cc viercilinder op de koop toe nam. Gek genoeg heette de opvolger van die 407 in 1963 de 403. En hoewel de auto hooguit wat geretoucheerde uiterlijke vormen liet zien zat de grote kracht in de overeenkomsten die de Sovjets sloten met diverse landen in het westen waar ze in licentie zouden worden gebouwd.

Dat deed men ook met het meer voor de hand liggende Bulgarije. Maar voor ons was toch het grootste nieuws dat de 403 en zijn opvolgers in Belgie werden gemaakt en onder de naam Scaldia aan de markt werden gebracht. Ook bij ons met enig succes. Daarbij kwam nog eens dat die slimme Belgen ook Dieselmotoren aan het gamma wisten toe te voegen, zij het van de redelijk trage Britse merk Perkins, maar toch. De opvolger van dit type werd de 408 die een strakke carrosserie bezat en nu ook in stationcarvorm onze markten bereikte. Die had overigens een andere aanduiding, maar was technisch gelijk.

De nodige Scaldia’s gingen richting hen die achter de Sovjet-Unie aanliepen uit politieke overwegingen of vielen voor het idee van een auto die een kachel had die ook in Siberie zijn rol zou vervullen. Het succes ging verder met de 412 die nog wat scherper was gesneden en een top bood van 150km/u. Voor weinig geld kreeg je dan een redelijk gebouwde Rus met dikker plaatstaal, een bovenliggende nokkenas en rembekrachtiging op de schijfremmen voor. En echt dat was bepaald niet normaal voor veel westerse concurrenten. Maar die remden vaak toch beter want de 412 had dan wel een hoge snelheid maar de gemonteerde remmen konden dat geweld niet echt aan. Daarbij kwam dat roest ondanks dat dikkere staal, ook een dingetje werd en daarnaast de levering van reserve-onderdelen moeizaam verliep. Ergens in de jaren zeventig was het over en uit met de Scaldia’s. Sovjet-Rusland zette vol in op de nieuwe Lada 1200 als meest geliefde export-auto en de Scaldia’s verdwenen al snel van de markt en een paar jaar later uit het verkeersbeeld. Toch bleven ze wel in productie. Als sedan, stationcar en Pickup, en zeker ook in steeds wat gemodificeerde vorm in Bulgarije. Tijdens mijn trips naar en door Oost-Europa kwam ik ze nog wel eens tegen, vaak in slecht onderhouden of vervallen staat. De laatsten der Sovjet-Mohicanen. Maar nog wel een echte Rus. En die zijn tegenwoordig helemaal schaars geworden… (Beelden: Archief)

Weimar…

Weimar…

In de jaren na WO1 ontstond in Duitsland een machtsvacuum omdat de toenmalige Keizer Wilhelm vluchtte naar Nederland en hier in Doorn onderdak vond, maar zijn land achter liet in chaos en armoede. Duitsland had volgens de geallieerden de oorlog verloren, de Duitsers zagen dat overigens heel anders, en de overwinnaars legden het oude keizerrijk zodanige sancties op dat het bedrijfsleven er vrijwel werd lam gelegd en de burgers nauwelijks aan de kost konden komen.

Een nieuwe democratische regering werd gevormd in Weimar (overigens in de vroegere DDR gelegen en zeer de moeite van een bezoek waard al was het maar omdat ook Goethe daar wordt vereerd) en baseerde zich op een Republiek die met een Rijkskanselier uitgerust een prima alternatief bleek voor die afgezette monarchie. Maar de vernedering van de Grote oorlog had diepe wonden geslagen en het land was eigenlijk geen echte eenheid meer. Dat vertaalde zich in een inflatie die zo groot werd dat een brood op enig moment een paar miljard D.Mark kostte. Om een en ander te camoufleren drukte men zoveel biljetten bij dat wat je vorige maand nog in je handen kreeg deze maand 100% minder waard was.

De geldpers als alternatief voor een evenwichtige economie. Weimar ging kopje onder toen communisten en rechts-radicalen aan de boom van de democratische regering rammelden en dreigden die boom om te kappen. De financiele crisis van 1928 deed de rest. Duitsland rijp voor ofwel een communistische dominantie naar Sovjet-model of een ‘staat van fatsoen’ onder mensen die hielden van ‘opruimen’. Die laatsten wonnen en vanaf 1933 werd ene Adolf Hitler verkozen tot regeringsleider. De rest is geschiedenis. Wat wel beter werd, de inflatie beteugeld, de industrie weer op gang gebracht en de armoede verleden tijd. Dat van die inflatie en die geldpersen is iets van alle tijden.

Want wie wel eens heeft gekeken naar de Amerikaanse economie weet dat die voor triljoenen dollars bestaat uit schulden die men voor een groot deel weer compenseert met bijdraaien van enorme bedragen nieuwe dollars. En hetzelfde zie ik nu weer in Europa. Miljarden worden maandelijks gestoken in overeind houden van de economie rond corona. Het hele bestrijden van die pandemie gaat nu alleen al in Nederland op weg naar de 100 miljard extra staatsschuld. Het nieuwe kabinet Kaag gooit daar nog eens tientallen miljarden overheen bedoeld om onze economie om zeep te helpen ten behoeve van het ‘klimaat’. En dat lenen we dan weer bij de ECB die de rente voor dat lenen op nul houdt en naar behoefte Euro’s bijdrukt. Onlangs hoorden we dat de inflatie ineens dik boven de 5% is gestegen.

Dat maakt dat ons burgerbezit er op achteruit gaat en onze spaarreserves nu maandelijks aan waarde inleveren. Goed nieuws voor veel mensen die menen dat nivellering een doel op zich is en stopzetten van die economie een voorwaarde voor een groenere wereld. Slecht nieuws voor hen die met hard werken en spaarzaam zijn een reservepotje opbouwden ‘ voor later’. Inflatie is een glijdende schaal. En wie wel eens op een glijbaan zat weet dat als je eenmaal de weg naar beneden hebt genomen er vrijwel geen weg terug meer is. Inflatie als in de tijden van Weimar ondenkbaar?? Je weet maar nooit. En de splijting in de samenleving tussen links en rechts (het middel is vrijwel verdwenen) zegt ook wel iets. Want inflatie is niet alleen een economisch dingetje, het heeft ook gevolgen voor ons aller denken en doen. En dat is best verontrustend. (Beelden: eigen archief/internet)

Dubbeldeks…

Dubbeldeks…

Als ik iets als typisch Brits ervoer in mijn jongere jaren, dan toch wel die dubbeldeksbussen daar en de zwarte speciaal gebouwde taxi’s. Met name die dubbeldeksbussen, veelal in de kleur rood, vond ik bij bezoeken aan dat land geweldig. Later bleek me dat het fenomeen dubbeldekker ook elders in de wereld bekend was. Wat te denken van de stad Berlijn waar ze ook al van voor de oorlog bekend waren of steden als Hong Kong waar de Britten ze uiteraard meebrachten en daar tot ultieme vorm werden uitgebouwd.

Het fenomeen op zich komt voort uit de oude voorschriften voor paardenkoetsen en latere paardentrams in het Verenigd Koninkrijk. Met smallere voertuigen die hoog werden uitgevoerd kon je meer passagiers vervoeren, waarbij de mensen die wat meer betaalden in het overdekte deel onder in die koetsen plaatsnamen en de mensen die weinig betaalden boven op een open dek werden neergezet. De autobussen met motor die later de paarden opvolgden bleven dit patroon volgen.

Veel straten in het VK zo smal dat je met deze voertuigen wel en met bredere bussen niet kon passeren. De Britten waren er zo gek op dat ze indertijd ook dubbeldeks-trolleybussen gebruikten en zelfs dubbeldekstrams. Kijk meer eens in steden als Brighton waar ze die oude trams nog wel gebruiken voor toeristisch verkeer. Ook in Hong Kong kent men die dubbeldekstrammetjes nog. De bussenbouwers van het VK waren AEC, Daimler, Leyland en Bristol om er maar een stel te noemen.

Eerst hadden die wagens de motor voorin, naast de chauffeur, later bouwde men die motoren achterin en kreeg de chauffeur een platte neus voor zich. De bussen groeiden vooral in lengte en zijn veelal van zo’n 10-11 meter lang verlengd naar dik 13 meter. Op die manier kon je op die twee dekken al snel een dikke 100 passagiers vervoeren. Bij de oudste bussen had je achterop een open platform waar passagiers onderweg konden op- of afstappen.

De conducteur van dienst (bijnaam Clippie omdat hij daar je kaartje knipte) zorgde dat zwartrijden niet mogelijk was. De moderne bussen zijn van de eenmansdienst waarbij de chauffeur dubbele taken heeft en moderne stempel/scan-automaten zorgen dat mensen zelf hun kaartjes kunnen in/uitchecken. Het comfort ging er uiteraard ook op vooruit. Buiten het Verenigd Koninkrijk is Ierland een van de grootste gebruikers van dubbeldekkers. Daar zet men ze ook in buiten de grote steden, wat in Engeland of Schotland anders is.

Daar benut men vaak speciale enkeldeks bussen voor dat regionale vervoer. In steden waar je geen last hebt van over de weg hangende tramlijnen of elektriciteitsdraden zie je die dubbeldekkers overal rijden. In Berlijn heb ik er ook vaak in gereisd en dat was plezierig. Ook die Britse bussen benutte ik graag en in Edinburgh was de verbinding tussen vliegveld en stad met deze bussen ingericht. Ik maakte er graag gebruik van. Vooral bovenin en vooraan is het een schitterende uitkijkpost waar je veel van de omgeving in je op kunt nemen.

En je ook meteen een dwarsdoorsnede van de per land of stad verschillende passagiersgroepen kunt ervaren. Ook in ons land kom je nu dubbeldekkers tegen. Eerst alleen bij die typische toeristenbussen voor langere afstanden. Vaak met een eigen catering aan boord en zelfs toiletten. Later ook op lijndiensten. Zo rijd R-Net met dit soort bussen tussen Haarlem Centraal en Amsterdam VU op en neer om zo het individuele forenzenverkeer te verminderen. Jammer dat men bij inzet van die bussen niet had gedacht aan de bovenleidingen van de trams in de hoofdstad, die hingen lager dan de bovenkant van die bussen wat leidde tot een hoop noodzakelijke aanpassingen. Maar nu functioneert het.

Ook elders in NL zie je nu wat dubbeldekkers verschijnen op lijndiensten. Je kunt er domweg meer passagiers mee vervoeren dan in die bij ons meer bekende gelede bussen van het OV. De dubbeldekker stond een aantal jaren terug onder druk in het Londense OV. Er werden ook daar steeds meer gelede bussen aangeschaft. Dat vond toenmalig burgemeester Boris Johnson maar niks en hij gaf opdracht tot de ontwikkeling van een nieuw bustype dat speciaal voor Londen moest zorgen dat deze wagens niet zouden verdwijnen. Men noemde de nieuwe fraai afgeronde bus, de Routemaster 2, naar zijn illustere voorganger uit 1958. En zo was de cirkel rond. En blijft Engeland toch een beetje bijzonder. Wat ze zelf natuurlijk prachtig vinden. Zelf reed ik mee in dubbeldekkers in Londen, Edinburgh, Dublin, Berlijn, Praag, Essen, Florida om maar wat steden en streken te noemen en ik vond het iedere keer weer leuk…. Zelf ooit wel eens een soortgelijke ervaring gehad?? Ben benieuwd…(beelden: Yellowbird archief/internet)

Dreiging in de nacht…Lancaster!

Dreiging in de nacht…Lancaster!

Een tijdje terug had medeblogster Liesbeth een verhaal over het Oorlogsmuseum in Overloon waar een expositie werd gehouden waarin een stel crashdelen van een Lancaster bommenwerper centraal stonden.

Die Lancaster-bommenwerper was in zijn tijd een geweldig ontwerp van Avro uit Engeland (v/h A.V.Roe naar de oprichter) dat een strategisch doel moest dienen tijdens W.O.2. De viermotorige machine was indrukwekkend, puik gebouwd en in staat om tot ver in Duitsland doelen aan te vallen en dan ook weer terug thuis te komen. De machine viel in de klasse van de eerder beschreven Boeing B-17 van de Amerikanen. Met vier Rolls Royce Merlin motoren was het een toestel met een andere filosofie wellicht, het resultaat was hetzelfde.

Vernietiging van Duitse doelen. Als basis voor dit geweldige ontwerp nam Avro de totaal mislukte tweemotorige Manchester bommenwerper die twee Vulture-motoren had met een hoge mate van onbetrouwbaarheid. De Lancaster bleek precies het tegenovergestelde. De nieuwe machine was zwaar bewapend, kon een paar ton bommen meetorsen, vloog rond de 400km/u snel en opereerde vooral in de nachtelijke uren. Dat gaf de formaties een veel betere bescherming dan die Amerikaanse vliegende forten die overdag opereerden. De Britten hadden al snel heel nieuwe technieken ontwikkeld die de Lancasters zeer effectief lieten doen wat ze moesten. Men gebruikte zgn. padvinders, De Havilland Mosquito’s, die vooraf doelen met fakkels aanduidden waarop de doelen konden worden geidentificeerd, en ook zelf ontwikkelde bommenrichtapparatuur voor een nog wat betere nauwkeurigheid.

Overigens waren de Duitse flak en de door de Luftwaffe gebruikte nachtjagers in die jaren van de oorlog nog aardig in staat om aan ook die Britse formaties grote schade toe te brengen. Soms verloren de Britten in een enkele nacht ook 20-25% van hun vliegtuigen en bemanningen. Maar de commandant van de vele squadrons van Bomber Command, Harris, gaf niet toe en bleef elke nacht nieuwe formaties sturen. Totale vernietiging van steden als Hamburg, Bremen, Berlijn, en later ook Dresden was het gevolg. Anders dan de Amerikanen bombardeerden de Britten uit vergelding, want de Duitsers bleven ook van hun kant maar aan de gangen met vernietiging van Britse steden, ook al deed men dat op een wat andere schaal dan de Britse bommenwerpers.

Die Lancaster bleek een geweldig wapensysteem. Doorontwikkelingen waren de Lincoln maritieme verkenner en bommenwerper, de Lancastrian verkeerskist van na de oorlog en de York passagiersmachine die de techniek van de Lancaster combineerde met een nieuwe romp. Een befaamde Lancaster was de machine die met een enkele zware en stuiterende bom aanvallen deed op de Roerdal-stuwdammen om zo een deel van het gelijknamige Duitse gebied onder water te zetten. De aanval lukte, het gevolg bleek relatief weinig schade aan te richten. Na de oorlog verdwenen de meeste Lancasters richting smeltovens en slopers. Een enkel exemplaar bleef bewaard. De nodige verhalen werden opgetekend. Ook van kisten die boven ons land uit de lucht waren geschoten.

Ik heb ooit zelf nog eens het verhaal verteld van de overlevenden uit de ‘Fema Dora’ een Lancaster die op het Lakereiland in de Kaag noodlandden, hun Lancester achter lieten en na verraad door ‘foute Nederlanders’ meteen krijgsgevangen werden gemaakt. Hoe dan ook, er vliegt in Engeland een enkele Lancaster bij de befaamde Battle-of-Britain-Flight. Dat toestel is ook een paar maal in Nederland geweest en ik heb het daarbij diverse malen op de foto gezet. Een indrukwekkend toestel uit een afschuwelijke periode in de geschiedenis, maar nodig gemaakt doordat totalitaire regimes met maling aan democratische waarden, dood en verderf zaaiden in voorheen vrije landen. Juist ook die Lancaster hielp een van die regimes op de knieen te krijgen. Alleen daarom al moeten we die kisten en hun dappere bemanningen koesteren. (beelden: Yellowbird archief)

100 jaar geleden..

100 jaar geleden..

Altijd leuk om weer eens terug te kijken als we een bepaalde datum hebben bereikt, zoals vandaag op de derde dag van september 2021.

Honderd jaar geleden was het weer in ons landje echt Hollands. De gemiddelde temperatuur bedroeg 13.3 graden, in het zuiden kwam het bijna tot 20 graden overdag. De zon scheen over het hele land gezien een uur of zes en het was droog. De wind was zwak en kwam uit de frisse Noordwestelijke richting. Het land herstelde zich van de gevolgen van WO1, die ook i n ons land flinke sporen had nagelaten. En met een economie die 100 jaar geleden vooral werd gedragen door de handel en goudvoorraden van de Nederlandsche Bank, ging dat herstel voor de bevolking maar langzaam. In Amerika onderdrukten federale troepen een opstand van stakende en bewapende mijnwerkers. Een deel van die laatsten vluchtten daarna de heuvels van West-Virginia in en verstopten hun wapens. Amerika en Mexico tekenden een handelsovereenkomst die vooral ging over gunstige importtarieven voor Mexicaanse olie die richting de VS ging. Over betalingen ging het ook in Londen waar een deel van de toen bekende ‘Popular Borough Council’ werd gearresteerd omdat deze lieden weigerden betalingen te doen aan de London County Council.

In de VS werd de eerste Superdreadnought, een soort extra zware slagkruiser, te water gelaten. De USS Washington had elektrische aandrijving (..) en was uitgerust met acht 41cm kanonnen en kon een snelheid van 21 knopen behalen. Of dat schip ooit enig succes heeft geboekt in echte zeeslagen is maar de vraag. Internationaal werd er een hoge raad ingesteld die moest zorgen dat een eeuw geleden de grenzen tussen Duitsland en Polen voor eens en voor altijd duidelijk zouden worden vastgelegd. Dat dit niet goed is gelukt zou jaren later wel blijken. Een schip uit de Duitse vloot, de SS Abessionia verging bij Knivestone op de Farne-eilanden nadat het schip door Duitsland aan het VK was overgedragen als verplichte herstelbetaling voor de oorlog een paar jaar eerder. Dat wrak wordt nu nog steeds vaak bezocht door duikers.

En voor wie dat wellicht leuk vindt, Ernest Hemingway, een bekende Amerikaanse schrijver, trouwde voor het eerst en wel met een acht jaar oudere dame, Elizabeth Richardson. Het huwelijk zou niet te lang, slechts zes jaar, duren, en na haar kwamen nog minstens drie echtgenotes in zijn leven voorbij. Wie Hemingway niet kent moet maar eens opzoeken wie en wat hij was. Een dag later zien we dat het nu zo actuele en opnieuw door barbaren overgenomen Afghanistan met de nieuwe Sovjet-regering van toen een overeenkomst tekende die moest zorgen dat de Russen niet bij de islamitische buren binnenvielen. Maakt veel zaken relatief natuurlijk, ook anno 2021. (Beelden: Internet)