Geluk…

Geluk…

Voor veel mensen is een gevoel van geluk toch dat ze vol liefde naast een partner zitten, dan wel een onstuimige liefde beleven waarbij liggen belangrijker is dan zitten.

Maar als dat liggen chronisch blijkt is dat geluk al snel ongeluk. Betrekkelijk dus dat geluksgevoel. Velen streven dit na door het materiele in te voeren als onderdeel van het gelukkig zijn. Steeds groter wonen, duurder, rijker, zelden denkt men in termen van gezondheid als ultiem geluk. Toch moet je best goed gezond zijn om van dat geluk te kunnen profiteren. Valt er een boom om en net naast jou op straat heb je meer dan zo maar wat geluk, krijg je hem op de bol had je even wat minder geluk. Een andere betekenis maar toch niet onbelangrijk. Mensen die net ontsnappen aan een of ander groot onheil denken nog wel eens in die termen. Geluk gehad…. Maar wie heeft groot geluk gekend en is dat intussen kwijt? Ongelukkigen zijn dat toch. Ben je voor een dubbeltje geboren is het kwartje wellicht te hoog gegrepen, maar sommigen zijn met dat dubbeltje meer dan tevreden. Het waarom ligt in de vraag of ze met helemaal niks ook gelukkig zouden zijn.

En dat is niet zo. Maar veel mensen zijn met weinig gelukkig. Leven in een klein huisje met de spullen die er toe doen om zich een, houden huisdieren die dat geluksgevoel versterken en als het een beetje meezit partners en/of kinderen die dat persoonlijke gevoel helemaal afronden. Voor anderen is het duidelijk dat ze meer nodig hebben om dat geluksgevoel te verkrijgen. Een tweede huis in Frankrijk, een boot, zwembad en waar nodig een vriendin of minnaar die de aandacht geeft die men in de normale situatie zo ontbeert. Wat is dus bepalend voor dat geluksgevoel? Waar komt het vandaan? En hoe kijken we er zelf naar? Ik denk persoonlijk dat veel van dat geluksgevoel ook afhangt van het feit of je al dan niet jaloers bent op anderen. Is een ander beter af dan jij en valt daar mee om te gaan?

Of ben je gewoon compleet van de leg als je merkt dat oude vrienden het verder schopten dan jij, beter opgeleid raakten, mooiere banen (en vrouwen of mannen)kregen en ook nog eens met geld smijten waar jij zelf een beetje op moet letten met je uitgaven. Als je dat laatste in de genen hebt zitten komt het niet goed met dat geluksgevoel en blijf je altijd mekkeren over de kansen die je worden/werden onthouden. Al dan niet met de identiteitskaart daaraan gekoppeld. Ik ben niet gelukkig want….. Persoonlijk heb ik geen enkele last van jaloezie. Nergens is het 100% geweldig, en Nederland is een prachtig lang. We leven hier relatief lang, gezond en op de gelukskaart van Europa scoren we als volk heel hoog. Logisch want we verdienen hier gemiddeld aardig de kost en hebben een samenleving waarin voor een ieder die wil kansen gebakken zitten. Is die villa dan de norm?

Of is een dak boven het hoofd en wonen waar het niet al te slecht is qua demografische samenstelling net genoeg? Vertel het maar. Ik ken mensen die van alles mankeren maar toch gelukkig zijn en anderen die hartstikke gezond zijn en welvarend en toch zoeken naar dat ontbrekende stukje wat het geluk kan bevestigen voor ze. Is dat geluksgevoel of de lage drempel daarheen iets wat je van thuis meekrijgt of moet je dat gewoon zelf leren?? Vragen, vragen, maar feit is dat geluk niet geheel verklaarbaar is maar wel een heerlijke deken kan zijn waarin je je dan als mens kunt wentelen. Waarbij wentelen in een bubbelbad ook gelukzalig kan wezen of juist dat samen genieten van wat ons tot mensen maakt die van elkaar houden. Wie er een mening over heeft moet het vooral hier even uiten. En laat ook eens weten wat jou het ultieme geluksgevoel geeft of zou kunnen geven. Dank bij voorbaat voor het delen. Je maakt me er extra gelukkig door… (Beelden: Archief/Internet)

Huizen…

Huizen…

Terwijl het elastiek me zoals eerder al eens beschreven aardig weet te binden aan wat ik belangrijk vind in mijn leven, is er toch nieuwsgierigheid.

De moderne tijd maakt dat we soms verder kijken dan de eigen veste om onze woonomgeving van een mogelijk alternatief voor wat nu ons thuis is te voorzien. Dat thuisgevoel gaf me ook inspiratie voor een verhaal. Voor velen van ons was het huis uit de jeugd ons echte thuis. Ik bekijk dat toch anders. Zeker toen broerlief onlangs overleed kreeg ik veel oude herinneringen gratis in de nachten die rond die gebeurtenis werden opgebroken. En bedacht ik me dat die eerste periode van het leven niet meteen rozengeur en maneschijn meebrachten.

Het huis waar ik in de vroege jeugd woonde was een voor die tijd overigens nog redelijk ruim huis, etagewoning, straat in het Amsterdamse Zuid, relatief lage huur. Er waren mensen die met minder toe moesten dan met vier (bescheiden)kamers en een keuken, plus een later voor de hobby’s benutte zolderkamer. Maar luxe was het bepaald niet. Pas in mijn pubertijd verscheen er zo een douche in die keukenhoek, de huisbaas pakte uit. Later, ik trouwde en trok in bij de schoonouders, woonden we in een historisch pand aan de Amstel in hartje stad. Een piepkleine etage ons eigen domein, een luik dekte onze leefomgeving af van de rest van het huis. Zo verging het veel mensen in die tijd.

Woningen voor starters waren er ook toen al niet. En wat men bouwde was onbetaalbaar. Ook toen al een probleem dus. Toch maakten wij die stap. In 1970, de nieuwe woonwijk Bijlmermeer bood ons een geweldig luxe driekamerflat in een voor het gevoel gigantisch flatgebouw van toen en tien etages hoog. Een paar jaar later verhuisden we in datzelfde gebouw weer door naar een vijfkamerflat met extra bergkamers binnen en buiten de flat. Het waren bijna koninklijke tijden. Al werd de woonomgeving er na 1975 bepaald niet vrolijker op. Ik heb de oorzaken daarvan al eens beschreven. De Bijlmermeer van droom tot nachtmerrie. Afvalputje voor de Amsterdamse samenleving. Begin jaren tachtig was het genoeg. Terug naar de stad kon niet, de regelgeving van de centrale stad maakte dat onmogelijk. Dus na lang rondkijken een eengezinshuis met garage in het toen splinternieuw gebouwde Almere-Stad. Grote woning, zes kamers, zolder, schuur met twee verdiepingen en die eigen garage. En veilig qua woonomgeving. Huis werd thuis opnieuw. Twaalf jaar later waren de omstandigheden zodanig veranderd qua werk en prive-situatie dat de files die van/naar Almere voerden een grote handicap bleken en de stress dagelijks te veel verhoogde. We verhuisden alsnog terug naar het oude land. Amsterdam weer in beeld. Nu kon het wel. Mits we kochten. Wat we deden. En dit huis werd ons zoveelste thuis. Voelde vanaf moment een goed. En nog. Van een etagewoning via flats naar eengezinshuizen. Volgende stap….appartement?? Wie weet. We kijken nog eens goed rond. En misschien besluiten we wel dat we dat thuisgevoel niet kwijt willen raken. Who knows…. Hoe zit het met jullie medebloggers en lezers? Zelfde soort ontwikkeling meegemaakt?? Een thuisgevoel van vroeger en nu herkenbaar?? Ben benieuwd naar jullie reacties….. (Beelden: archief)

De schone auto…

De schone auto…

En laat je nu niet aanpraten dat een dergelijke frase moet hangen aan elektrisch rijden of het ongekend gecompliceerde hobbelen op waterstof, nee, de gemiddelde benzine- en dieselauto is nu zoveel schoner dan pakweg 10 jaar geleden dat zelfs de meest overtuigde groen-linkse gardist er geen feitelijke argumenten meer tegen kan gebruiken.

Daarbij zijn wij in de wereld over het algemeen verstokte auto-gebruikers geworden. 75% van de bevolking wil met de auto zijn/haar vervoer regelen. Die andere 25% zoekt het op de fiets, in het OV of blijft gewoon thuis. 80% van ons totale vervoer over land, doen we met de auto. Niet omdat het alleen maar leuk is, wat het is natuurlijk, maar ook omdat we met de auto onze vervoersdrang flexibel en in vrijheid kunnen invullen. Auto’s bieden door-to-door de grootste vrijheid voor vertrek en aankomst, besluiten we onderweg een omweg te maken voor een opduikend winkelcentrum of bosgebied waar we even willen lopen, kan dat. Probeer maar eens hetzelfde in het OV. Lukt je niet.

Kortom, de auto biedt vooral een gevoel van vrijheid. En tegenwoordig dus vele malen schoner dan men ons nog wel eens wil doen geloven. En als we de grondstoffen en bouwwijze van de ene soort auto met de andere vergelijken is de druk op onze aarde en het groene karakter daarvan even groot. Stroom komt niet uit de grond, is niet gratis en vraagt om een aanpassing van onze totale samenleving. Auto’s zorgen ook voor welvaart. Als we de linkse, soms wel erg elitaire, stromingen qua filosofie moeten volgen zou de postkoets, paardentram of trekschuit voor het volk een ideaal alternatief zijn, want die CO2 uitstoot en zo meer…. Daarbij ‘vergeet’ men dan graag de uitstoot van andere bronnen dan het verkeer mee te tellen in de optelsommen waarmee men de argumentatie onderbouwt.

Het nieuwe thuiswerken als oplossing voor het fileprobleem?? Zeker voor een deel. Juist zij die nu in Tesla’s rondrijden blijken prima thuis te kunnen werken. Ze hebben die auto van de baas, net als de laptop of de smartphone, ze wonen net even ruimer, zijn ook wat minder nodig op kantoor of bedrijf. Maar voor de gemiddelde werknemer is die auto domweg zijn of haar benodigde vervoermiddel om op het werk te komen, dan wel klanten te bezoeken. Hoe aardig al die beeldvergaderingen ook lijken, persoonlijk contact is in vele beroepen toch handiger. En als we tegenwoordig (peilpunt: April) onderweg zijn is het naar persoonlijke observaties weer gezellig druk op de wegen.

In de bus en trein zag ik afgelopen maanden toch vooral lege plekken, en in sommige bussen die hier voorbij trekken aan mijn blikveld zit overdag (behalve de chauffeur..)helemaal niemand. Gelukkig draait dat OV veelal op subsidie, dus die bussen rijden nog wel even, maar de frequentie gaat vast een stuk terug. Hoe graag we ook willen doen geloven dat fietsen het alternatief is voor de auto, een stevige regenbui doet je al snel van gedachten veranderen. Ouderen kopen zich tegenwoordig een elektrische fiets, logisch want leuk voor de pretritjes en veel van hen rijden niet zo graag meer in de auto. Prima ontwikkeling, al maakt het de gemiddelde snelheid op fietspaden wel een flink eind hoger. Maar vergeet ook niet dat de stroom voor al die accu’s op die fietsen ook ergens vandaan moet komen. Kortom, extra belasting van het stroomnet. Vrijheid=blijheid!

En met die auto komt ook dat enorme vol met heffingen zittende mobiliteitsfonds. Betaald door weggebruikers in hun autootje, maar veelal benut voor zaken die niks met het individuele verkeer van doen hebben. Zoals het op de rails houden van de monopolistische NS, het laten rijden van het verdere OV en de draaimolen-subsidies om al die extra stroom op te kunnen wekken voor hen die menen dat zij groen leven. Zonder auto stort ook die deel-economie in. En intussen moet die automobilist maar leren leven met door kennelijke wappies bedachte ineffectieve milieuzones, drempels, rotondes, snelheidsbeperkende maatregelen, pesterijen, een uitgedragen negatief imago opgeplakt door geitenwollensokkentypes, terwijl de feiten in hun (de automobilisten) voordeel spreken. Wellicht is het tijd om daar eens aan te denken als we weer eens bij de pomp ontdekken dat onze overheid tegenwoordig 80% van de literprijs omzet in belastingen en accijnzen. Een vorm van stelen die het leugentje om bestwil van Rutte in april doet verbleken tot een niemendalletje. Immers….Linksliegt! En dat al jaren vrij consequent. De ontluisterende omvang daarvan doet alles relatief zijn. Intussen wens ik alle lezers/essen heel fijne en veilige kilometers… (Beelden: archief)

Krakend huis…

Al jaren had ze gedroomd van een hutje op de heide of een boshut in het bos. Rust en ruimte, geen drukte van een stad, geen roddels in een dorp. Gewoon afzondering en rust en dan schrijven aan haar verhalen. Ze was best succesvol geworden, haar boeken over de romantiek gingen als broodjes over de plank. Het beleg voor haar eigen brood verzekerd. Dus toen ze die advertentie zag voor dat huis dat midden in de bossen te koop stond, met een piepklein lapje grond er om heen waar ze zelf wat groenten en bloemen kon verbouwen was ze snel verkocht. Een eerste bezoek maakte haar emotioneel blij. Dit was het plekje waar ze altijd van had gedroomd. En ze hoefde gelukkig geen verantwoording af te leggen aan partners of kinderen. Die laatsten waren nooit gekomen, de partners hadden elkaar afgewisseld, maar nooit was ze er in geslaagd om er een langer dan een jaar of drie bij zich te houden. Het schrijversvak toch een vol eenzaamheid en afzondering. Niet goed voor een relatie.

En dus past dit eenzame huisje in het groen helemaal bij haar behoeften. Angst voor de stilte had ze niet en toen ze eenmaal haar nieuwe honk in gebruik had genomen kwam ook direct de inspiratie. De herten die voorbij liepen, de wind door de bomen, het soms zien passeren van andere wilde dieren. Het was haar ultieme geluk. Nadat ze haar tuin tot een soort moestuin had omgevormd en ingezaaid kwam ook de behoefte aan schrijven van vele verhalen. Alsof ze was geinjecteerd met hoofdpersonen en verhaallijnen voor haar boeken. De uitgever was enthousiast en stuurde alvast een voorschot op haar rekening. Op een nacht werd ze wakker van geluiden. Andere geluiden dan die waaraan ze al gewend was geraakt in deze bijzondere omgeving. Het klonk als kloppen, soms als zuchten. Ze luisterde vanuit haar bed met gespitste oren, je wist immers maar nooit en de dichtstbijzijnde bewoners van het bos naast haar zelf woonden op een kwartier lopen. Het kloppen en zuchten ging door. Ze stond op, huiverend in haar dunne nachtpon en keek voorzichtig door de gordijnen van haar kamer, schaduwen in de volle maan zag ze bewegen. Het voelde niet zoals het moest zijn. Maar het kloppen en zuchten stopte wel. Dus dacht ze dat het kwam door de wind of wat ook en kroop weer in bed. Ze voelde zich gelukkig en sliep weer in.

Buiten bewoog een wat krom gebogen figuur langs de muren. Zijn haren, meer manen langs zijn gezicht, ogen zo zwart als kolen en tanden die vooral op de hoeken langer waren dan in het midden. Zijn zwarte mantel om hem heen getrokken. Met zijn lange nagels tikte hij af en toe tegen de ruiten van het huisje in het bos dat hij zag als het zijne. Hij rook de geur van de vrouw binnen en zuchtte elke keer dat hij constateerde dat de ramen en deuren op slot zaten. En zo bleef hij rondscharrelen tot de zon langzaam in het oosten verscheen. Daarna verdween hij in de ochtendnevel. Net zoals hij dat al eeuwen lang had gedaan….

Anders…

Anders…

Onlangs filosofeerden we met lieve vrienden over het leven, missies, dromen, verlangens, en dat alles in relatie tot de emoties die toch vrij komen als je een naaste verliest of pakweg een nieuwgeborene zich meldt.

De vragen werden gesteld in een stichtelijke sfeer en we kwamen individueel tot de slotsom dat je als mens best soms door omstandigheden of ambities tot keuzes komt die je achteraf gezien wellicht niet had gemaakt. Andere keuze qua opleiding of beroep, misschien zelfs al dan niet vroeg in een relatie treden dan wel het krijgen van weinig of veel kinderen. Kan ook zijn dat de keuze voor een woonomgeving ineens anders wordt bekeken dan je het indertijd deed. Leeftijd speelt daarbij natuurlijk een rol. Elke tien jaar toegevoegd aan een mensenleven geeft meer inzicht in hoe je naar bepaalde zaken kijkt. Wijsheid noemt men dit wellicht, maar het kan ook komen doordat mensen soms doodongelukkig zijn geworden door de keuze die ze (al dan niet onder dwang van derden of omstandigheden) indertijd maakten.

Zo herinner ik mij dat ik in een speciale trainingssessie die ik samen had opgezet met iemand die daartoe een aardige formule had ontwikkeld en wij als pilot uitrolden over een aantal relaties die zochten naar een nieuwe uitdaging in hun leven, dat een van de kandidaten zich in een van die sessies tot in tranen geroerd toonde bij beschrijving van zijn huidige situatie. Hij was nu accountant, had een goed inkomen en zo meer, maar echt gevraagd naar wat hem gelukkig zou maken was het antwoord, ‘onder de koeien zitten, net zoals mijn vader en opa ooit deden’. Maar juist zijn Pa had aangedrongen op studeren opdat hij een beter bestaan zou krijgen dan de man zelf. Kortom, een voorbeeld van verkeerde beslissingen. Een verkeerde partner, een huis op de verkeerde plek, foute baan die ongelukkig maakt, te lang vasthouden aan geloof of wat ook.

Misschien te lang blijven roken of te vet eten, dan wel in de jeugd geen aandacht voor anderen maar alleen het eigen geluk gezocht en daardoor later toch tot het inzicht komende dat dit niet zo handig was geweest omdat er zoveel moest worden ingehaald. Het zijn lastige vragen…en toch! Ik stel ze ook hier. Heb je als je er nu op terugkijkt zelf iets van ‘dat had ik graag toch anders gedaan’. Kan een structurele situatie zijn, maar ook een onderdeel van je leven waar je nu spijt van hebt en over zou willen doen? Altijd al willen zeggen…… Dat had ik moeten doen….. Stom! Zoiets! Maak van het hart geen moordkuil, en vertel. Ik beloof dat het in alle stilte wordt geplaatst……:) (Beelden: Internet)

Een huis als thuis…

Als iets ons tijdens de Corona-crisis en de daarbij behorende ‘ophokplicht’ heeft geleerd van ons aller huis te houden,  dan toch ook wel het besef dat we geen andere keuze hadden. ‘Blijft thuis’ was het regime en dan moet je voor ons allen hopen dat een huis ook voldoende leefruimte biedt voor eenieder die onder hetzelfde dak moet verkeren. Voor mij en vrouwlief is dat best te doen. We hebben onze eigen ruimten naast de gezamenlijke en kunnen prima met of zonder elkaar leven in dezelfde ruimte. Mits niet te lang natuurlijk. Voor mij moet een huis mijn thuis zijn, de veilige haven waar je altijd kunt binnenvaren als er ‘buiten’ weer eens een storm woedt. Tot nu toe heb ik de nodige huizen meegemaakt waar ik dat thuisgevoel kon bereiken. Vaak ook omdat we het inrichtten naar eigen smaak en idee. Dat is voor alle mensen anders uiteraard. Smaak is nu eenmaal persoonlijk. Ik ben net als vrouwlief van de liefhebberijen, maar ook van de dieren, katten in dit geval, en we schromen niet om een deel van de bibliotheek of videotheek zichtbaar in huis uit te stallen.

Ik ben door de jaren heen bij veel mensen op bezoek of visite geweest en soms voel je meteen een ‘klik’ als het om die inrichting gaat. Bij anderen verkeer je zowat in een showroom van een meubeltoonzaal. Alles op zijn plek, geen huisdieren, dus nooit haren of speeltjes over de vloer. Mooi hoor, schoon ook, maar is dat je thuisgevoel versterkend? Een bijpassende oorzaak is ook mijn gebrek aan klustalent. Ik schilder echt alleen als het niet anders meer kan. Zeker niet omdat ineens de mode vraagt om een net afwijkende tint beige op de muren of zo. Werken deed ik al vele jaren lang en intens genoeg om er na mijn (eindelijk) pensioen alsnog voor te gaan. Tuurlijk doe ik het noodzakelijke. Zo heb ik onlangs de tuinbank voorzien van een nieuwe laklaag. Die is nu zo dik dat hij nog 25 jaar mee kan. Maar dan heb je ook de kleur van deuren en kozijnen te pakken. Duurde even, maar past bij het thuisgevoel. Rond mijn geliefde zitplek liggen altijd boeken of bladen. Anders voel ik me zo leeg of kaal. Lezen is een van de passies en er is altijd wel iets wat me nader interesseert. Zie ik op TV iets wat me bevalt of vraagtekens oproept zoek ik het even na.

Geeft veel denkwerk en dat is goed voor de ouder wordende geest…. Hoe dan ook, ik ben benieuwd hoe mensen leven en wonen. In een villa? Of toch een gewone etage dan wel flat. En hoe zij het thuisgevoel ervoeren of ervaren. Gesprekken met vrienden leveren een duidelijk beeld op, bij veel familie kom ik bijna spiegelbeelden tegen van ons eigen gevoel van inrichten en genieten. Maar bij veel anderen is dat toch totaal anders. Wellicht dat men daarom ook zo graag naar buiten gaat en plezier zoekt op alle plekken behalve die specifieke thuisplek. Benieuwd hoe mijn lezers/essen zich profileren op dit punt. Brandt gerust los! Een oordeel zal ik er niet over geven…hooguit mijn mening. (Beelden: Yellowbird)

Geen zin…

‘He toe nou…’ zeurde ze naar hem. Hij negeerde haar…. O zeker, ze was mooi, lief, kon goed koken en was aardig met de kinderen. Maar ze kon ook zo zeuren….. ‘Toe nou, je zou mij echt helpen om ook eens een soort plezier te beleven…ik wil zo graag ook even genieten…’. Ze keek hem bijna smekend aan, hij zag haar prettige ogen, bekeek haar uitdagende bloes, die strakke rok, haar mooie benen en fraai geknipte haar. Ze was de zonde zeker waard. Maar ja, sinds hun huwelijk moest hij soms wel 12 uur per dag werken, kwam hij doodmoe thuis en wilde dan gewoon weinig meer dan even lekker eten, de kinderen een aai geven of naar bed brengen, en daarna nog even aandacht voor haar opbrengen of van haar kant ontvangen. Het was best zwaar allemaal en zo had hij het voor dat huwelijk nooit bedacht. Toen droomden zij beiden nog van wereldreizen en daarna een boerderij ergens op het verre platteland van Drenthe of Overijssel, met dieren en moestuinen. Maar in de praktijk van alle dag hadden ze met veel moeite een kleine middenwoning kunnen kopen en woekerden ze niet alleen met het woonoppervlak, ook met hun financiele ruimte. Zij leek zich eerder te schikken in dat lot dan hij. Hij droomde nog steeds van dat leven elders. Maar ja….dromen zijn bedrog. En nu leefde hij dus met zijn vrouw die constant zeurde dat hij ‘dit’ of ‘dat’ wel wat meer aandacht kon of moest geven. Hij werd er zo moe van. Wilde gewoon rust. Ook al was hij niet zo oud om daar al van te kunnen genieten….. Ze wilde dat hij promotie maakte, meer ging verdienen, aandacht had voor de kinderen, maar ook specifiek voor haar. En zeker, hij hield zielsveel van haar, maar was er wel achter dat dit zeurkant voor het huwelijk nooit naar voren was gekomen. Hoe dan ook, hij keek naar buiten, hoorde haar eigenlijk niet tegen hem praten. Overwoog, bedacht, wist dat als hij haar toegaf ze wellicht vanavond weer wat liever voor hem zou zijn. Dus nam hij een besluit…..’OK….ik haal de auto even. Kunnen we naar de IKEA en heb jij je zin’….. Voor hij stampend van opwinding naar de gang liep om zijn jack aan te trekken hing zij om zijn nek en kuste hem. Ze was oprecht blij. Haar opwinding moest ze maar zien vast te houden dacht hij….en stapte de deur uit….

Ontregelend….

Al eerder berichtte ik over onze plannen die we dit jaar smeedden, het huis te voorzien van een soort facelift. Wat meer isolatie, moderniseringen en zo meer. Maar wel moesten we gewoon kunnen blijven leven tijdens die gebeurtenissen. Immers even onderweg met de katten bij ons is ook niks, al werd het door de lieve vriendin uit het Zuid-Hollandse meerdere malen aangeboden. Dus door de afgelopen weken heen werd van alles en nog wat gedaan terwijl wij op een eilandje van pakweg 25m2 samenhokten. Een nieuwe elektrische verwarming in de keuken, inductiekookplaat en verwijdering van het gasstel dat ons tien jaar diende. Aanleggen nieuwe elektra was nodig, want zo’n stel stroomverbruikers vraagt professioneel ingrijpen van een ons bekende installateur. Nou toen dat klaar was werd het wachten op de mannen (werken geen vrouwen in die handel..) van de kozijnen en nieuwe HR++-ramen.

Volgens plan zouden die eind oktober verschijnen, maar dat werd plotseling een week of twee eerder. En dat gaf best extra stress. Want dan moet je versneld kamers leegruimen, en de oppervlakte waar je zelf verkeert verkleinen tot hooguit een fractie van de normaal beschikbare woonruimte. Daarbij moesten we steeds zorgen voor een ‘saferoom’ ten behoeve van de poezenkinderen. En die werden daar niet blij van. Dat het tijdens de werkzaamheden regende en kil was maakte het verhaal nog niet zo comfortabel wellicht, dat je eigenlijk nergens meer een redelijke eigen plek vindt werkt als zeer ontregelend. En je zit er een dag of 6/7 bovenop. 2-3 kerels in je huis, die breken, zagen, kloppen, boren, schuimen, kitten, maar vooral ook dwars door je kamers lopen en dat soms ook nog met vieze schoenen, (ze deden hun best om die schoenen steeds te vegen hoor…) maakte dat vrouwlief bijna wanhopig werd en ik vooral berustend.

De katten gilden intussen de hele dag om hun vrijheid. Voor hen waren die geluiden ook wennen. Los van een meetfout waardoor we op een huiskamerraam flink langer moesten wachten verliep alles vanuit de leverancier volgens plan en werkte men bijna alles keurig af. Vier kamers, keuken en gang, want nieuwe voordeur, kregen ze in die periode toch mooi af. Het oogt trotsmakend. Je betaalt er wat voor maar krijgt er ook iets voor terug. Deuren met wel 5 slotverbindingen die aanvoelen als een kluis, ramen met nieuwe horren, vensterbanken, kortom alles volgens plan geleverd en prachtig van kwaliteit.

Daarna moesten wij zelf weer zien ons huis te herpakken. Dat duurde bijna even lang. Ik werd zelfs een beetje klusser. Want moest alle raambedekkers (op)nieuw installeren, ik zorgde voor een nieuwe deurbel die nu op afstand werkt zonder draadjes, vrouwlief maakte alles stof/grijsvrij. En toen we samen daarmee aan de slag waren bleek dat echt alles onder zat, ondanks alle voorzoorgsmaatregelen. Dat breken is geen pretje. Maar goed, we zitten er weer warmpjes bij, de eerste fase is klaar en we kijken uit naar de winter als we kunnen zien hoeveel het allemaal gaat schelen. Het lijkt nu al comfortabeler in huis. En de sleutelbos is maar liefst vijf sleutels lichter dan voorheen. Dat scheelt toch veel. Maar of we de volgende verbouwing weer gaan doen terwijl we zelf trachten in huis te blijven zitten is de vraag. De politieke discussies lopen al. Maar eerst dit even verwerken. Zou er in Zuid-Holland nog een plekje zijn?? (Beelden: Yellowbird okt.2019)

Schuiven….

Als alles volgens plan gaat krijgen we aan het einde van deze maand een ploeg professionals in huis die de bestaande ramen en deuren zullen verwijderen en vervangen door milieuvriendelijk en isolerende kunststof met HR++ glas. Rib uit het lijf zo’n operatie, maar goed daar krijgen we dan best iets voor terug. Als de leveranciers hun werk goed doen betalen wij de rekening. Maar voordien moet er veel gebeuren. Wij zijn lieden met een geschiedenis. Een bibliotheek zou zich niet schamen voor onze verzameling boeken op velerlei terreinen en verder zijn we goed voor hobby’s en huisdieren. Dus dat moet allemaal van de kant. Minstens een meter volgens opgave van de installateurs. En dat dagen lang. Men begint aan de achterkant, de tuinkant bij ons, dus wat daar in die kamers staat (en de keuken) moet opgeschoven naar de kern van het huis. Maar wel op zodanige wijze dat we nog wel kunnen leven in dat huis van ons. Andere zaken moeten afgedekt. Logeerbed naar zolder, stel je voor dat er een gast komt slapen moet die ook ergens heen. We moeten een schema maken voor de drie katten. Razend nieuwsgierig en ook zeer geinteresseerd in het verboden buitengebied. Daar moet dus in huis een safe-room voor gevonden worden waar in- en uitlopende werklieden ze niet uit kunnen laten ontsnappen. Kortom, het wordt spannend in de komende weken.

Mocht je af en toe merken dat we even minder actief zijn op dit blog of de sociale media, het is niet anders, maar heeft geen andere reden dan deze. Zo’n 10 jaar geleden hadden we een soortgelijke situatie. De grote verbouwing van keuken en tweede etage zorgde voor het nodige geimproviseer. We maakten een kleine tijdelijke keuken in de huiskamer zodat we nog wel iets konden eten. De reguliere keuken bestond niet meer, helemaal kaal gesloopt door de aannemer. Dat gold ook voor de meterkast en de gang. Was best confronterend. Op de tweede etage werd de boel een paar maanden later helemaal gesloopt en aangepast aan de gewenste nieuwe situatie.

Mijn toenmalige werkkamer werd opslagruimte en ik kon toen mijn bureaustoel niet meer draaien of achteruit schuiven. Het boren en zagen, vreselijke geluiden, die me noopten om een voor straalvliegtuiggeluiden afschermende set oordoppen te dragen. Arme huisdieren van toen. Ook voor hen was het vast stressvol. Maar het werd wel mooi allemaal en daar genieten we nu nog van. En zo moet het dus ook gaan na de verbouwing van over een paar weken. Opdat we er weer netjes bij zitten en wat minder stookkosten maar vooral onderhoud bereiken. Want al dat best kostbare geschilder door de jaren heen moet dan wel echt over zijn. Daar doen we het voor. Voorlopig….Want er zijn nog meer plannen……Ik houd jullie wel op de hoogte van al dat onzaligs……En ik hoop dat jullie helpen met duimen….:)

Schuld….

Tuurlijk hield ze van hem. Ze was toch niet voor niets met hem getrouwd? Ze kregen kinderen en waren beiden gelukkig. Alleen maakte ze de fout hem af en toe tegen te spreken. Dat moest ze niet doen. Dan werd hij kwaad en haalde uit. Ook als de kinderen erbij waren. En dan schaamde ze zich niet alleen voor die kleintjes ook voelde ze zich schuldig. Omdat zij het zo ver had laten komen. Dat hij boos moest worden op haar en zich niet kon beheersen. Ze snapte ook wel dat hij dan naar de buurtkroeg ging en zijn boosheid weg dronk. En als hij dan terugkwam dat er dan wel eens wat sneuvelde in huis of zij een corrigerende tik kreeg. Dan moest ze een tijdje lang thuisblijven. Vervelend, want dan had ze geen boodschappen in huis en werd hij weer boos op haar. Logisch! Haar schuld…Moest ze maar niet zo dom zijn. Hij werkte zo hard en dan wilde een man wel graag lekker eten. Ze trachtte het dan goed te maken in bed. Door hem met alles van wille te zijn. Dat werkte vaak goed en dan sliep hij al snel in, wat voor haar ook plezierig was. Dan had ze haar taken verricht. Nee, hun leven was echt altijd goed op orde geweest. Alleen was het vervelend dat haar moeder haar een keer had opgezocht toen ze net ruzie hadden gehad en ze met een gekleurd oog en een gekneusde rib rondscharrelde in huis. Haar moeder werd boos en leek ook verdrietig. Maar ze legde het haar uit. ‘Mijn schuld’! Moeder vond dat niet. Hij was een rare vent en een vrouw slaan deed je niet. Haar moeder snapte het gewoon niet. Zij moest als echtgenote gewoon dienbaarder zijn, minder tegenwind veroorzaken en haar man niet boos maken. Deed ze echt haar best voor. Maar ja, hij had het zo druk. Later was er die vriendin die haar ook eens zag in een staat die niet helemaal goed was. Ook die werd woest. Hoe ze dit kon laten gebeuren, waarom zij de schuld op zich nam en zo meer. Ook die vriendin snapte het niet. Maar na een tijdje, toen haar man haar minstens een keer per week steeds harder sloeg, begon ze toch te twijfelen. Want ze deed echt haar best en ondanks dat…. Tot die avond in juni. Het was warm. Ze liep in haar topje en dat leuke korte broekje dat haar nog steeds goed paste en haar benen zo fraai deed uitkomen. Het eten was klaar, iets lekkers, de kinderen speelden in de tuin, hadden al gegeten. Ze wachtte hem op en daar was hij. Zodra hij naar haar keek betrok zijn gezicht. ‘Hoer…’ Was het eerste wat hij zei…. ‘Moet je alle mannen weer verleiden met je dikke kont en je decolleté?’ en hij greep haar vast. Sloeg met zijn volle vuist in haar gezicht. Haar neus kraakte, het bloed spoot er uit. Paniek maakte zich van haar meester. Op een moment dat hij de andere kant op keek of de kinderen het niet zouden zien, en hij zich klaarmaakte voor de volgende klap pakte zij die scherpe twee-vingerige vleesvork en stak van zich af. Zijn gezicht veranderde. Van boosheid in verbazing. Hij greep naar zijn borst. Daar stak de vleesvork tot de handgreep in zijn hartstreek. Toen zakte hij als een zoutzak ineen. Het was over. En zij voelde zich uiteraard heel schuldig. Maar ook zo enorm opgelucht….