10e mei

10e mei

Juist vandaag is het precies 81 jaar geleden dat het tot dan nog als redelijk bevriende buurland Duitsland, zo zagen velen dat voor WO2, onder haar toenmalige brute Nazi-leiding grote strategische stappen zette richting de Noordzeekust.

Men viel daarbij de lage landen binnen met een overtuigend militair offensief dat de landen die men snel wilde bezetten even vlot overrompelde. Ook ons land kreeg met die Duitse invasie te maken. Geheel onverwacht was het allemaal niet, zelfs de toen ook al slapende Nederlandse regering had in de gaten dat er in Berlijn iemand aan de macht was gekomen die met zijn doctrine niet meteen het beste voor had voor de rest van Europa. Wij waren weliswaar officieel neutraal, maar dat was ook omdat men in feite de oorlog te duur achtte en veel te weinig had geinvesteerd om onze strijdmacht ook echt competitief te maken. Het was in de eerste wereldoorlog gelukt om de strijdende partijen buiten de deur te houden, moest nu ook lukken zou je denken…. Zo was althans de filosofie van de toenmalige regering.

En dus behield men officieel goede contacten met Adolf H en zijn foute vrienden. Bevriend staatshoofd en zo meer… In eigen land was de NSB opgestaan, een beweging die de Nationaal Socialistische Beweging heette te zijn, maar vooral het gedrag van de Duitse moederpartij kopieerde. Men had een bloedhekel aan communisten, maar onderhuids ook aan Joden. Bleef een akelige maar marginale beweging ook al liep men dan in het zwart te paraderen. Het waren spannende tijden voor ons volk. Toch geloofden de meeste Nederlanders in de goede afloop. ‘Hitler had toch niks te zoeken in ons land, Frankrijk en Engeland hadden hem de oorlog verklaard, dus wat moest hij met dat kleine landje achter de duinen’. Nou dat werd al snel duidelijk. Vanaf ‘s-morgens 3 uur op die 10e mei 1940 trokken de Duitse troepen ons land binnen en vlogen de bommenwerpers en jagers van de Luftwaffe samen met parakisten over onze verdedigingslinies heen naar het westen van ons land.

Ze stuitten daarbij soms op fikse weerstand, want Nederland gaf zich zeker niet zo maar gewonnen. Al vochten onze jongens aan de Grebbelinie dan in uniformen uit WO1 met geweren uit dezelfde periode tegen de veel sterkere overmacht, de moed der wanhoop maakt van sommige watjes helden. De luchtmacht-afdeling van ons leger werd grotendeels al op de grond vernietigd. Maar op enkele bij de Duitsers onbekende buitenvliegvelden stonden toch nog wat jagers paraat en die stegen ook op. Fokkers tegen Messerschmitt’s of Junkers. En juist tegen die laatste trage kisten hadden die Fokkers het voordeel van hun wendbaarheid. Mariniers verdedigden manmoedig de Maasbruggen onder Rotterdam, een kanoneerboot van de marine positioneerde zich bij de Afsluitdijk en schoot alles wat Duits was in puin. Maar de Duitsers dropten para’s bij strategische punten en passeerden zo de Nederlandse weerstandsplekken.

De 10e mei 1940 werd een trauma voor ons volk. Onzekerheid over wat er ging gebeuren. Na een terreurbombardement op Rotterdam een paar dagen later, wat die stad voor altijd veranderde, kwam het besef bij de legerleiding dat dit een verloren strijd was. Daarbij was de Koninklijke familie en regering intussen met een marineboot naar Engeland gevlucht en had men geen rugdekking meer voor verdere acties. 15 mei 1940 werd er gecapituleerd. Het land overgeleverd aan een wrede bezetter die vijf jaar lang met misdadig geweld joden afvoerde, dwangarbeid oplegde, het land ontmantelde en het volk knevelde. Wie zich echt verzette kon rekenen op gevangenis of erger. Het ooit bevriende regime bleek duivels van karakter. En uit die periode dienen we nog steeds lessen te leren. Aan de poorten van de vrijheid staan opnieuw dictatoren en extremisten die hun doctrines willen opleggen aan andere staten. Een blik op het dagelijkse nieuws vertelt veel. En weer zie je de naiviteit als het gaat over omgaan met ‘bevriende’ staatshoofden en doctrines…. Je zou denken dat men geen onderwijs heeft gehad op school. Geschiedenis leert je veel zo niet alles over hoe om te gaan met heden en toekomst. Voor je het weet is het weer mis. Omstandigheden misschien anders, maar de wereld is nog steeds een wrede plek om als naief mens in te leven. We zijn dus gewaarschuwd…. (Beelden: Archief)

Koiboys…

Koiboys…

De kop van dit blog refereert aan de uitspraak die in ons land vroeger nogal eens werd gebruikt voor in films of boeken opgevoerde koeienjongens die het zo lastig hadden met de Amerikaanse Indianen.

Want die ‘arme jongens’ werden bedreigd met van alles en nog wat en moesten zich daar wel met veel geweld tegen verdedigen. Indianen de grote en vooral krom Engels sprekende vijanden van die voor ons zo herkenbare cowboys voorzien van hun stoere uitrusting en colts met lange loop. De sigaretten losjes in de mond. Slachtpartijen veelal het gevolg van bepaald gedrag en dat land van die Indianen toch maar mooi ontgonnen. De blanke mens als superieur aan die roodhuiden die maar een beetje rondhingen op de prairie en in tenten woonden met hun (in films) bloedmooie vrouwen. Nee, dan was onze veelal Europese beschaving toch wel superieur.

Zo ging dat in die vele boeken en films waarvan een aantal toch zeer beroemd werden en het patroon elke keer gelijk. Waar we toen volkomen aan voorbij gingen was dat die Euro-Afrikaanse cultuur helemaal niet thuis hoorde in dat nieuwe Amerika of Canada. Als we spreken over kolonisatie moeten we dat Amerika vooral niet vergeten. Europeanen op verkenningstocht door de voor hen veelal onbekende wereld eigenden zich met donder en geweld hele werelddelen toe waar ze vruchtbare gronden vermoedden en de lokale bevolking inschatten als ‘wild’ en ‘gevaarlijk’.

Het patroon was overal gelijk. Indiaanse volken (helaas, die term kregen we door Columbus die bij ontdekking van Zuid-Amerika meende in India te zijn terechtgekomen via de westelijke route) streden met veel moed en soms wanhoop tegen de invasie van allerlei volken die toen vonden dat ook zij recht hadden op een stukje van dat nieuwe land. De Ieren, Zweden, Britten, Fransen, Duitsers, Nederlanders, Russen, Portugezen, Spanjaarden en niet te vergeten Italianen kregen allemaal de kans op een stukje van dat grote land, mits ze het zelf ‘ontdekten’. De grote tochten over land voor dat doel gedaan met karavaans die bewapend het binnenland introkken en daar piketpaaltjes sloegen waar nieuwe farms werden ingericht en met vee of koren een nieuwe realiteit maar ook economie werd opgebouwd.

Al die staten in de 18e eeuw verenigd i n de VS waar men later nog een bloedige oorlog uitvocht over het recht al dan niet Afrikaanse slaven te mogen houden, met alle gevolgen van dien tot nu toe, maar niemand die zich druk maakte over de eigenlijke inheemse bevolkingsgroepen. Die stopte men weg in reservaten en zag ze als ‘nulmensen’, nog lager in te schatten dan de Chinese gastarbeiders die ooit werden binnengehaald om de spoorwegen aan te leggen in dat immense land. En dat is in het hele Amerikaanse continent nergens anders. Van Canada tot het uiterste zuidelijke puntje van Zuid-Amerika. De voertalen zijn Spaans, Portugees, Engels en Frans, maar weinigen kennen de oude talen nog van de oerbevolking. Ik blijf dat schrijnend vinden. Black Lives Matter maakt zich druk om haar rechten in die VS, al dan niet terecht, maar Red Lives Matter is een roep om gerechtigheid door een volkomen verdrukte groep mensen die straks door voortdurend restrictief beleid zal zijn uitgestorven. De ontdekking van de nieuwe wereld en die cowboys met hun wapens zorgden voor een hoop ellende. En zo zie je maar dat massa-immigratie van mensen met een totaal ander wereldbeeld dan het jouwe niet meteen verrijking betekent maar juist verarming en ongewenste verkleuring. De koiboys van toen nu de loverboys en fanatici met een bijzondere agenda. Geschiedenis leert soms veel. Maar je moet er wel even voor open staan. In het land van blinden is eenoog koning. (Beelden: internet)

Herdenking…

Herdenking…

Ik weet wel dat veel mensen langzaam aan menen dat we het begrip ‘Herdenking’ maar moeten verbreden en die tweede Wereldoorlog maar eens moesten vergeten. Immers, er zijn ook tegenwoordig zoveel mensen die zich achtergesteld voelen en ‘enorm lijden’ onder vaak zelf gekozen of gekoesterde problemen. Maar ik ben daar niet van. Ook ik maakte de gruwelijkheden van de oorlog niet mee, maar wel de verhalen van generaties voor mij die in enigerlei vorm aan den lijve ondervonden wat oorlog en bezetting met mensen doet. Wat sneuvelen is, of hele families uiteengerukt zien worden. Waarvan sommige mensen tot op de dag van vandaag door de overlevering lijden onder wat toen is gebeurd. Want in dat vredige Nederland van net voor mei 1940 kon niemand bevroeden dat we honderdduizenden medemensen zouden gaan verliezen uit onze samenleving. Het getuigt wellicht van grote naiviteit maar zeker ook van de gedachte dat in ons land zoiets ondenkbaar was. Nederland als baken van burgerlijke gehoorzaamheid en veiligheid.

Ook in die jaren al. Maar toen de Duitsers ons land in de greep kregen was het snel gedaan met onze naiviteit en onschuld. Al snel werden tegenstanders van de Nazi’s afgevoerd, sommigen daarvan kwamen nooit meer terug. Daarna begonnen de jodenvervolgingen. En anders dan sommige geschiedvervalsers anno nu wel eens willen doen geloven was dat toch wel iets anders en wreder dan we nu zien als de avondklok ons thuis houdt of als we mekaar vanwege dat virus niet mogen knuffelen. Straten werden soms afgezet door speciale overvalcommando’s en met de door de ambtenarij van toen verstrekte adresgegevens werden joodse gezinnen van huis gehaald, in vrachtwagens geladen en naar opstelplekken gebracht waar vandaan ze op transport gingen naar concentratiekampen of directe vernietigingsoorden.

‘Mindere mensensoorten’ als homoseksuelen, zigeuners en later zelfs priesters gingen dezelfde weg. Massaal, industrieel. Bij de miljoenen vond volkerenmoord plaats. Niet om wie je was, maar om wat je was. Joodse mensen de vijand van het nazisme. Niet zo maar, want een haat die al heel lang borrelde in Centraal- en Oost-Europa. In totaal ruim 6 miljoen Joden vermoord, vanuit Nederland zeker 250.000! Dood om wie je bent! Onvoorstelbaar. Later zouden we ontdekken dat het communisme in de Sovjet-Unie zelfs nog grotere aantallen mensen deed vermoorden. Bij de minste of geringste verdenking was het einde oefening. Totalitaire regimes genoeg toen en de controle nul. Het zijn die doden die we juist vandaag herdenken. Tegenwoordig tellen we dan ook de mensen mee die in militaire krijgsdienst hier en ‘in den vreemde zijn gesneuveld voor het vaderland’. Want laten we wel zijn, veelal dienstplichtigen die moesten doen wat er werd gezegd en voor wie weigering soms grote gevolgen kon hebben. Vanachter een studeertafel ├│f lekker thuis werkend is het achteraf makkelijk kritiek op geven natuurlijk, en roepen dat we elders ‘niets te zoeken hadden’ veelal getuigend van weinig inzicht in de historie van dit land. Een land dat democratisch in elkaar steekt en waar de vrijheid van meningsuiting nog niet helemaal is afgeschaft al zijn er stromingen die dat graag zouden willen. Net zoals die bezetter in de oorlog. Die een hekel had aan andersdenkenden. De volgende stap dan snel gezet. En daarom moeten we realistisch gedenken. Elk jaar weer. Want de bedreigingen zijn niet verdwenen. Integendeel….. (Beelden: Internet/archief)

Vickers Valiant – de derde Britse V-Bomber!

Vickers Valiant – de derde Britse V-Bomber!

Beschreef ik eerder al eens de Vulcan en Victor bommenwerpers van de Britse luchtmacht, de derde loot aan die V-Bomber-Force uit de jaren vijftig van de vorige eeuw was de Vickers Valiant.

Deze machine werd door Vickers zelf al in de jaren veertig ontwikkeld en moest de oudere Lincoln-bommenwerpers met hun zuigermotoren vervangen. De Valiant was een minder opvallend ontwerp dan die twee eerder beschreven machines, maar daardoor niet minder indrukwekkend. Ook deze machine moest in staat worden geacht om de Sovjet-Unie te bereiken en te bestoken met atoomwapens. De machines die na een relatief lange ontwikkelingsperiode in dienst kwamen van de Britse Luchtmacht werden voor dat doel wit gespoten (anti-radiatielaag).

Met haar vier Rolls Royce Avon straalmotoren haalde de Valiant een snelheid van dik 900km/u, kon 5.600km ver komen en had vijf bemanningsleden aan boord. Naast een bommenwerperversie bouwde Vickers ook een tankeruitvoering waarmee andere bommenwerpers konden worden bijgetankt. Er werden een 150-tal Valiants gebouwd die over de hele wereld heen dienst deden. Op zichzelf dus een goed toestel dat naast die opvallende Vulcan en Victor trouw dienst deed. Latere versies werden speciaal ingericht voor fotoverkenningsvluchten aan de rand van of zelfs boven verboden gebied.

Daartoe werden die Valiants vaak gestationeerd op bases die wat minder ver van de Oost-Europese grenzen waren gevestigd. Toch was er wel iets aan te merken op die Valiant. Hij leed extreem onder metaalmoeheid. Dat zorgde er voor dat men tussentijds de nodige maatregelen moest nemen om de machines veilig in de lucht te houden. Maar ergens in de jaren zestig was het dan toch gedaan. Roest en grote slijtage aan de vleugelliggers maakten de Valiant ineens een niet meer te opereren machine. Nu viel dat samen met de geplande in gebruik name van andere wapensystemen door de Britten. Het blijft jammer dat juist die Vickers-machine zo leed onder het fenomeen metaalvermoeidheid. Daardoor werd hij het lelijke eendje onder de V-Bommenwerpers, terwijl het juist een elegante machine was. En daarom even aandacht voor deze derde loot aan de stam van de Britse strategische luchtmacht van decennia geleden. Wat zijn die tijden veranderd intussen….. (Beelden: Archief/Internet)

1921

1921

Moet je ook eens doen, een eeuw terugkijken in de tijd. Gewoon om te zien hoe anders ons land en jouw huidige woonomgeving er toen uitzagen.

Het jaar 1921, het begin van de Roaring Twenties, drie jaar na de eerste W.O. die Nederland weliswaar niet direct, wel indirect heftig had getroffen. Neutraliteit had ons van de ergste oorlogshandelingen gespaard, maar de indirecte gevolgen bleven nog jaren voelbaar. Was de wereld nu rustig en hadden we overal vrede? Nou nee, niet direct. Bedenk maar eens dat de Sovjet-Unie net was opgericht, en de communistische revolutie overal waar het minder goed ging voet aan de grond kreeg. Met name in Duitsland en Italie.

Maar in Duitsland kwam toen ook al het nationalisme opzetten, niet in de laatste plaats omdat de toenmalige geallieerden het land enorm lieten lijden voor haar rol in WO1. Diezelfde geallieerden ruilden hele stukken land met o.a. het huidige Turkije. Door het opgeven van stukken veroverd gebied mochten de Britten en Fransen nu beschikken over Syrie, Rhodos en Tripoli. Het rode leger deed intussen haar best om het Russische Rijk alsnog uit te breiden.

Men lijfde domweg Georgie in, maar ook de Oekraine en delen van Polen. Mongolie scheurde zich intussen los van China en zou dat verder altijd blijven. En waar het over inlijven ging, Amsterdam voegde o.a. buurgemeenten toe als Sloten, Watergraafsmeer, Nieuwendam, Buiksloot, Ransdorp en stukken van Ouder- en Nieuwer-Amstel. Maar ook Diemen en Zaandam moesten er voor een deel van hun grondgebied aan geloven. Omdat Duitsland niet aan haar financiele verplichtingen kan voldoen dreigden de Britten met de bezetting van het Ruhrgebied. Dit feit alleen al was olie op het vuur voor mensen als Adolf Hitler. Die kwam toen al sterk omhoog in de kringen van extreem-nationalistische Duitsers.

Maar werd buiten het land nog niet eens opgemerkt. In Italie komt anno 1921 Mussolini in het parlement. Ook daar een ruk naar rechts dus. De oorlog als aanjager, de gevolgen voedingsbodem. In mei 1921 waren er rellen tussen Joodse en Arabische inwoners van steden als Jaffa (het huidige Israel) waarbij uiteindelijk werd besloten dat er een administratieve scheiding kwam tussen de twee volken in het toen door andere machten bezette gebied. Ook in 1921 vonden medici het hormoon insuline uit en kan men zo diabetici in leven houden die voorheen aan deze ziekte zouden sterven. In september 1921 trokken Griekse troepen op naar de Turkse hoofdstad Ankara en komen tot 50 km van die stad. Een groot deel van het huidige Turkije was daardoor in Griekse handen. Ook aardig, de Volkskrant werd een dagblad. De krant die nu namaakcommunisten en diehard socialisten van ‘nieuws’ voorziet was ooit het blad voor de katholieke vakbonden.

En de Britten en Ieren sloten anno 1921 een vredesverdrag. Zo maar wat feiten uit een jaar dat eigenlijk een sleutelrol speelde in de latere jaren. Immers door alle verschuivingen op geo-politiek terrein en ook de machtspositie van sommige landen (denk aan Engeland, Frankrijk en Rusland) veranderde mede de wereldkaart. De voedingsbodem voor de Tweede W.O. werd 20 jaar eerder al gelegd. Extremisten van links en rechts roerden zich en zochten de absolute macht. En Nederland sukkelde verder onder een door kerken en gelijknamige stromingen bedacht hierarchisch systeem. Geen echte revoluties, maar voor veel mensen armoede en narigheid. Hier komt alles altijd later op gang. En dat bleek aan de ene kant ook wel de charme van dit Maduroland. Het verlangen naar een periode terug in de tijd snap ik dan ook niet zo. Ik schreef dat al eens eerder. Laten we koesteren wat is en niet wat wellicht ooit ook zou kunnen. En o ja, die luchtvaart van toen….stelde nog maar weinig voor. Wel bestond KLM intussen 2 jaar, vloog het bedrijf met Fokkers en navigeerde men nog aan de hand van wegenkaarten en spoorwegen….. (Beelden: Wiki/archief/internet)

Werd ook in ons land gevoerd; International!

Werd ook in ons land gevoerd; International!

Het zal wellicht niet meteen bij iedere lezer bellen doen rinkelen, maar ooit was het merk International Harvester ook bij ons in Nederland een naam die wel bij kenners of gebruikers bekend was.

Het Amerikaanse merk International Harvester startte haar activiteiten al in 1914 en richtte zich vanaf de start op de fabricage van lichte tot middelzware trucks. Later ging men ook over op de productie van grondverzetmachines en kwamen er ook terreinvoertuigen in het gamma. Tijdens WO2 werden veel International-trucks gebouwd voor de militaire macht van de Amerikanen, maar kregen ook de Russen en Chinezen licenties om zo een eigen productielijn voor dit soort wagens op en uit te kunnen bouwen.

International werd zo een grote speler en zette ook stappen in Europa. Zo was er een kortstondig avontuur in Engeland waar men Amerikaanse trucks liet bouwen voor de Britse bouw- en constructiemarkt. Maar ook het vasteland van Europa kreeg haar eigen International trucks.

In Nederland werd het toen bekende en betrouwbare importeursbedrijf Englebert de vertegenwoordiger voor het merk. En in die jaren zag je die stoere Amerikaanse trucks van International nog wel eens rondrijden in ons land. Soms als kiepwagen, vaak ook als bak- of verhuiswagen.

In het 4WD-segment had International vanaf 1963 de Scout in de aanbieding die je kon vergelijken met toenmalige wagens van Jeep. Latere versies groeiden uit tot best grote wagens met voorin een stevige V8 van 5,4 liter die zich in het terrein aardig wisten te verplaatsen. Ook die zag je hier nog vele jaren lang op de weg. Duurzame bakken ook al ging er bij weggebruik best een hoop benzine doorheen. In de jaren tachtig was het over en uit voor het bedrijf en werden alle activiteiten overgedaan aan Case IH en verdween het merk van de markt. Wat bleef waren de herinneringen en de museale exemplaren van wat ooit een grote jongen was. Zeker in de Verenigde Staten. (beelden: Internet)

Koreaanse gigant; Hyundai!

Koreaanse gigant; Hyundai!

In mijn eerder vervolgverhaal over werken met dat merk waar de Vliegende Pijl een hoofdrol speelt, maakte ik ook gewag van mijn dealerperiode en dat Koreaanse merk dat nog van deur tot deur garages af ging om nieuwe vertegenwoordigers te vinden.

Ik heb het dan over 1978. Hyundai, Koreaans, onderdeel van de gelijknamige industriele groep waar we hier in dit periode nooit van hadden gehoord. Maar gigantisch groot in eigen land, bouwden schepen aan de lopende band, treinen, trams, bussen, trucks en een paar jaar relatief compacte personenwagens. Die laatste tak van sport aangestuurd door Britse ingenieurs die samen met het Italiaanse ontwerphuis Ital Design van meneer Giugiaro een aardig autootje hadden ontwikkeld die de Koreanen als Hyundai Pony in de markt zetten.

Nederland proeftuin voor die nieuwe auto’s. Technisch baserend op Mitsubishi-motoren en bepaalde onderdelen herkenbaar afkomstig uit de Britse auto’s van toen. Simpel, niet meteen geschikt voor grote Nederlanders maar wel loei-betrouwbaar. Hyundai zette voet op Europese grond en expandeerde binnen een paar jaar tijd tot een grote. Na de Pony volgden meerdere modellen die met soms groot, in andere gevallen minder succes werden verkocht. Al snel een budgetmerk, maar daar wilde men qua imago graag snel vanaf. De organisatie steeds strakker geleid, het gamma auto’s steeds breder. Al vlot was Hyundai een gevestigde naam in heel de wereld. Je moet je best doen een land te vinden waar deze wagens niet rondrijden.

Konden wij indertijd als dealer slechts van dromen…. Hyundai heeft ook overal fabrieken staan die lokale of regionale automarkten bedienen. Zo heeft men een fabriek in Tsjechie waar de compacte modellen voor Europa worden gemaakt. Maar ook in Rusland, de VS, China, India, Turkije en Indonesie fabriceert men auto’s van het merk met de schuin geplaatste H in het logo. In totaal nu bijna 10 miljoen auto’s per jaar. En dat is nog niet alles. Toen het concurrent KIA een aantal jaren geleden niet goed ging nam Hyundai het bedrijf voor een deel over. Sindsdien werkt men veelal met gedeelde techniek. Moet je goed kijken om het verschil te zien tussen de ene Koreaan of de andere. Daarnaast zijn er ook markten waar men het minder goed aanpakte. Zoals Japan.

Men maakte daar de nodige marketingblunders en dat leidde er toe dat Hyundai in die lastige markt met haar personenwagens niet meer wordt vertegenwoordigd. Opvallend was ook de breuk van de Hyundai Motor Company met de rest van het concern. Hyundai ging samenwerken met Daimler uit Duitsland, wat er toe leidde dat een eigen ontwikkelingsafdeling in Duitsland werd gevestigd, maar die samenwerking is nu weer verbroken.

Hyundai is intussen allang niet meer dat budgetmerk uit het begin van haar bestaan. De Koreaanse auto’s zijn nu meer normaal van prijs, technisch op behoorlijk niveau en men schuwt bijzondere technieken niet. Elektrische modellen en soortgelijken in de planning en de strenge botsproeven onder controle. In ons land een merk in de top 20, al scoort ‘dochter’ KIA door haar lagere prijsstelling net even beter. Maar dat Hyundai een vast waarde is, zal niemand meer verbazen. Momenteel is de autobouwer uit Seoul de vierde autofabrikant ter wereld. En dat is conform de wensen en dromen van de toenmalige managers die met hun Pony leurden langs Nederlandse garagebedrijven. En waar ik zelf zulke ambivalente gevoelens bij heb. Maar ambitie kon en kan je die Koreanen niet ontzeggen. Integendeel! (Beelden: Yellowbird archief)

Werken op Schiphol – 28 – conclusie!

Werken op Schiphol – 28 – conclusie!

Uit mijn vervolgverhaal over dat werken op Schiphol zou de lezer hunnen opmaken dat het soms alleen maar kommer en kwel was in die jobs die ik indertijd uitoefende.

Ach, dat is bepaald ook niet zo. Wel was het er altijd keihard werken en bleek het stressniveau hoog. Met name managers die een grote dorst vertoonden en weinig gevoel voor aansturing van een organisatie zorgden voor die soms beschreven stress. Met de meest klanten had ik daarnaast, achteraf gezien, wel een goede band. Ook internationale relaties verzorgde ik prima. Bij dat laatst beschreven bedrijf ging ik vaak op stap met die lui en liet ze dan Nederland zien, op andere wijze dan ze normaal wellicht een beeld zouden krijgen van dit logistiek sterke land. En hield met een aantal van hen vaak nog lang contact. In die periode dat ik zowel in de auto’s of luchtvaart werkte deed ik nog wel eens aan kruisbestuiving. Zo verkocht ik auto’s op Schiphol toen ik daar nog werkte die dan werden geleverd door de dealer waar ik later zelf terechtkwam, maar benutte, eenmaal in de auto’s, weer contacten die ik in die luchtvaartwereld had opgedaan. Zo werd het computernetwerk indertijd bij Pon in Voorschoten aangelegd door een oude Schipholse relatie die daarin gespecialiseerd was geraakt.

En deden we veel trips naar Tsjechie in die jaren met de reisorganisatie van mijn oude contact bij CSA, de Tsjechische luchtvaartmaatschappij. Omgekeerd leverde ik dan weer auto’s aan die lui toen ik dat vak verkeerde. Maar wat vooral van belang was dat ik ontdekte hoe belangrijk die logistieke sector is voor de economie van ons land. Juist nu, Corona en zo, zie je weer dat we zonder vrachtvervoer door de lucht eigenlijk een middeleeuws landje zouden zijn waar serums, mondkapjes of desinfecterende gels en zo meer pas na maanden leverbaar werden in plaats van na enkele weken. De sector is goed voor 100.000 directe banen (luchtvaart) en nog eens 300.000 indirect. Veel bedrijven die wij n u zien als typisch Hollands vestigden zich in de buurt van Schiphol en zorgen nog eens voor lokale ontwikkeling van economie, woningbouw en sociale cohesie. Nederland werd door de jaren heen, ik maakte dat uiteraard aan den lijve mee, draaipunt voor luchtvracht. Transitgoed een dikke business.

Zelf leerde ik er extra disciplines ontwikkelen, vindingrijk denken, wat talen, maar ook dat malloten aan de top slecht nieuws zijn voor mensen zoals ik. Vakmensen, absoluut, maar als hiervoor gesteld niet zo geschikt voor aansturen van een organisatie. Nu was en is voor mij (al eerder beschreven) zwart vooral zwart en wit, wit. Anders kom je er niet en het vliegtuig mag geen vertraging ondervinden. Je moest aan de andere kant ook leren improviseren. Want op jouw weg naar doel en succes kon zo maar een obstakel zitten zoals een douane-beambte die zijn job wel heel serieus nam. Ik leerde er ook professioneel schrijven voor vakbladen. Ik leerde er presenteren voor groepen mensen. Zaken waar ik later in die andere branches waar ik voor koos te werken, veel baat bij had. En, niet onbelangrijk, ik behield de liefde voor alles wat vliegt en in die andere branche…rijdt. Nee, mensen, ik heb er geen spijt van. Had wellicht zaken anders aan moeten pakken, iets meer diplomatiek moeten zijn…maar dat zit niet in de aard van het beestje. Schrijven wel. En dat heb ik er ook hier over gedaan. Op naar een nieuw avontuur op dat gebied….Dank voor de belangstelling….. (Beelden: Yellowbird)

Een van mijn favorieten; Hudson!

Een van mijn favorieten; Hudson!

Hoewel het haar faam pas ruim na de Tweede Wereldoorlog wist uit te venten, was Hudson al voor dat wereldwijde conflict bekend geweest.

Hudson uit Detroit Michigan afkomstig was vooral bekend om haar betrouwbare en goed gebouwde wagens. Omdat het niet toebehoorde tot de ‘grote drie’ van Detroit, Ford, Chrysler en G.M., had het merk het lastig na W.O. 2 goed her op te starten. En dus zocht het merk naar samenwerking met een ander onafhankelijke automerk dat het lastig had, Nash. Samen vormden zij zo de American Motors Corporation en verhuisde Hudson haar productie naar Kenosha in Wisconsin.

Na een paar jaar kwamen daar geen Hudsons meer vandaan (of Nash) maar AMC’s. Maar voordien leverde Hudson nog een stel bijzondere wagens af aan de naar auto’s snakkende Amerikaanse kopers. Zoals de prachtige Hornet en Commodore. Een fraai gelijnde sedan met zgn. stepdown-carrosserie die voor de periode waarin hij werd gebouwd (1948-1953) zeer modern was. Voorin deden 6- of 8-cilinders hun werk en leverden 102 tot 172 pk’s. Met een hoogte van net geen 1.60mtr was die Commodore een sportief aandoende auto, veel uit de racerij bekende ombouwers wilden ze graag hebben voor rallies of stockcar-races. In totaal bouwde Hudson er uiteindelijk bijna 700.000 exemplaren van.

Wagens die je hier zelden zag en nu als klassieker nog aardig betaalbaar zijn gebleven. Voor de bescheiden beurs had Hudson een erg compacte auto in huis die veel leek op een toenmalige Chevrolet, maar dan kleiner van afmetingen, de Jet. Met een zespitter voorin kwam je met je gezin nog op een top van 140km.u maar erg succesvol was de budget-Hudson nooit.

Latere Hudson’s waren de Hornet die zich baseerde op het model van 1948, maar dan voorzien van een stel wijzigingen aan de carrosserie, de Super Wasp, die wat sportiever presteerde en de Special die een kortere wielbasis kreeg. Onder de fusie met Nash bouwde men o.a. Hornet die bijna Europees oogde en voor het eerst de mogelijkheid bood om een V8 motor te laten inbouwen die voor veel Amerikanen nu eenmaal het summum van comfort moest voorstellen. Later werd deze auto als Rambler verkocht, onderdeel van AMC en verscheen er ook een stationcar van. Gek genoeg zijn alle Hudson’s in ons land relatief onbekend gebleven. Jammer genoeg, want een leuk merk met heel bijzondere auto’s. Ik zelf heb er altijd iets mee gehouden….Maar ik ben ook een bijzondere meninggever natuurlijk….(Beelden: Archief)

Oude bekende..Honda!

Oude bekende..Honda!

Steevast wel in de top van de kwaliteitsranglijsten maar qua verkopen helemaal onderaan in de top 50 van Nederlandse merken te vinden, Honda!

Terwijl het voor ons land al een oude bekende is. Want al ergens in de jaren zestig kwam Honda naar dit landje om haar eerste vierwielers te verkopen. Men had al enige naam met tweewielers en buitenboordmotoren, maar auto’s waren voor het merk toen nog nieuw. Vanaf 1962 nam men de handschoen op. Niet alleen op de weg, ook op het circuit en ging meteen met een Formule-1 auto van start die een V12 als aandrijfbron bezat. Nou die zocht je tevergeefs in die eerste personenwagentjes. Die rustte Honda namelijk uit met een kleine krachtbron afkomstig van hun motorfietsen en die dingen draaiden zulke hoge toerentallen dat je er nog aardig in mee kon komen op de snelweg. De N360 en N600 waren de eerste proeven van bekwaamheid en dat waren echt piepkleine wagentjes.

Maar de kwaliteit was al best redelijk en de prijzen aardig concurrerend. Nog overtuigender waren de sportief uitgemonsterde S600 en S600 die je als cabriolet of coupe kon kopen en die niet meteen bedoeld waren voor Europese coureurs maar voor de ondergemiddeld lange mens veel waar voor het geld leverden. Men stak met deze serie de Britse sportwagens naar de kroon maar zeker ook op het niveau van geluid en gebrek aan comfort. En toch werden die wagens door liefhebbers van het genre zeer gewaardeerd. In 1970 had Honda intussen al de 1-miljoenste auto gebouwd en bleef men op koers richting het wereldwijde succes dat men tegenwoordig kent.

Met de Civic uit 1972 werden de eerste fundamenten voor dat succes echt geslagen. Honda had hiermee een auto in handen die werd ‘gevreten’, ook in ons land. Compact, maar niet echt klein meer, potent, maar niet meer met van die enorm hoge toerentallen, en met een uitrustingsniveau dat je in een Opel of Ford niet snel kon vinden. Niet voor niets werd deze auto een succes. En de naam Civic bleef door vele generaties heen verbonden aan het merk. Latere modellen werden groter, sneller, luxer en helaas ook duurder. Uitvindingen schuwde men niet, het merk hielp op enig moment het Britse Triumph aan een nieuw model dat in feite een Honda was (Acclaim) en men bleef verbonden met de sportieve kant van het autovak.

Toch kreeg men ergens in de jaren negentig toch door dat men de concurrentie met de gevestigde orde niet helemaal meer aan kon. De prijzen waren te hoog, de innovaties toch wat te mager. Honda had intussen een productielijn in Engeland opgezet, had zo toegang tot de Europese Unie, bouwde nog steeds zeer goede auto’s maar zakte qua verkopen steeds verder terug. Dat gold minder voor de Amerikaanse en Chinese markten waar men nog steeds goede zaken doet. Hybrides kwamen uit, SUV’s waarmee men het gamma opvulde. Auto’s voor mensen met een specifieke smaak. In eigen land heeft men nog een hele trits van die kleine karretjes die specifiek voor de Japanse markt zijn bestemd maar vaak overtuigen door hun wonderlijke vormgeving en technisch vernuft. Maar hier wil het niet meer lukken.

De organisatie toch wat opgebroken en klanten winkelen nu bij Koreaanse merken of de Japanse concurrentie. En dat is best jammer. Overigens bouwt Honda ook haar eigen zakenjet, is nog steeds heel groot in motorfietsen, levert oa. de motoren voor het Red Bull team van Max Verstappen en verkoopt ook nog allerlei andere producten als grasmaaiers of de befaamde buitenboordmotoren. Breed, groot en bekend. Honda! (Beelden: Internet/archief)