Vergeten warenhuis…

Vergeten warenhuis…

Voor geboren en getogen Amsterdammers van mijn generatie was dit warenhuis aan de Reguliersbreestraat ooit een begrip. De Galeries Modernes! Ergens in de 19e eeuw op poten gezet door een Franse zakenman die zijn eerste filiaal opende in Rotterdam en wiens broer in Amsterdam een eigen filiaal opzette waarvoor hij diverse panden aan genoemde straat opkocht. Even voor WO2 besloot deze ondernemer om al die oude pandjes te slopen en een nieuwbouwpand neer te zetten met de nodige in die tijd tenminste als zodanig bedoelde moderne architectuur en fraaie inrichting. Dat pand stond pal naast dat nog steeds zo fraaie Tuschinski theater en kon qua stijl nauwelijks meer daarvan afwijken.

De Galeries was een concurrent voor V en D of Bijenkorf en verkocht van alles en nog wat. Qua prijzen hing het wat tussen al die bekende ketens in. Maar men kende ook iets bijzonders. Anders dan die concurrenten waren de verschillende filialen van het bedrijf, mede door de verschillende eigenaren, ook qua aanbod en beprijzing onderscheidend. Zo kon het zijn dat wat in Groningen gold als ‘niveau’ in Amsterdam toch meer op de prijs werd ingezet. Ook verkocht men levensmiddelen wat de concurrentie toen nog niet deed. Naast de hoofdstad en Rotterdam vond je vestigingen in Utrecht, Groningen, Den Haag, Arnhem en Leiden om er maar een stel te noemen. Al die vestigingen hadden dus ook veelal verschillende eigenaren, het waren meer franchise-filialen dan vestigingen van een enkel consistent optredend bedrijf. Toch was het voor de gemiddelde Amsterdammer van toen een leuke plek om te winkelen en je moest je best doen om er zonder iets aan te schaffen uit te lopen.

Wat je bij V & D tot jaren later vanwege het wonderlijke aanbod veel beter lukte. Maar de rommelige structuur bij de G.M. zorgde ook voor onheil. Financiele verliezen waren op enig moment zo groot dat men wel moest onderhandelen met overnamepartners. KBB werd er daarvan een omdat die een deel van het aandelenkapitaal van Galeries Modernes wist te verwerven via eerdere Belgische investeerders die er graag vanaf wilden. De directie van G.M. was blij want wilde niet in handen vallen van Duitse of Amerikaanse investeerders, maar het resultaat was uiteindelijk hetzelfde. Al snel sloot men de ene na de andere vestiging. En in 1984 ging de laatste vestiging van de Galeries dicht. In 1970 was dat al in Amsterdam gebeurd en werd het ooit zo moderne gebouw totaal omgebouwd tot Hema-vestiging.

Intussen is het pand in gebruik door diverse winkels waarvan de samenstelling nogal eens verschilt. Zo zat er ooit een Kruidvatwinkel in, maar ook die is weer verdwenen. Hema zette in op haar filialen aan de Kalverstraat en Nieuwendijk en verliet het Galeries-pand jaren geleden alweer. Een icoon in de stad is gewoon verdwenen. En na mijn generatie of die net na mij zal de naam ook wel in de vergetelheid raken. En dat is best jammer. Maar ja, wie zal er over 30 jaar nog weten wat V&D was of Hudsons Bay?? Ik vrees dat het daarmee net zo zal gaan verlopen….Alles is relatief, de handel ook! (Beelden: Wikipedia/internet)

Bedacht merk; Mercury!

Bedacht merk; Mercury!

Zoals Toyota ooit Lexus bedacht en er wel meer voorbeelden zijn in autoland van door grotere moeders bedachte automerken, deden de grote drie in de VS die al ver voor de Tweede Wereldoorlog. Men bedacht een merk en vulde daarmee dan weer stukjes van de markt met wagens die in feite gewoon uit de moederfabriek kwamen maar met een wat afwijkende vormgeving of uitvoering. Dat deed dus ook Ford met Mercury. Dat in 1938 opgezette merk moest het opnemen tegen Buick, Oldsmobile en Pontiac van GM of DeSoto en Dodge bij Chrysler. Men voegde de nodige zaken toe bij Mercury waardoor kopers van dat merk altijd net even beter in de luxe en prestaties zaten dan de oer-Fords uit eigen huize.

Zo kreeg je na de oorlog bij een Mercury al een V8 motor waar Ford nog werkte met 6-cilinders in lijn. Mercury bouwde al tijdens de oorlog haar wagens en wist er ook nog klanten voor de vinden. Een van die oorlogsmodellen bouwde men nog een paar jaar door na 1945 en dat deed men vooral omdat vernieuwing van de modellen door de economische gevolgen van de oorlog in die jaren er na financieel onhaalbaar was. De ronde rug van de Mercury tussen 1946-48 was 1 op 1 afkomstig van Ford. Een revolutionaire verandering was bij Mercury zichtbaar toen men in 1949 kwam met een schitterende lage auto (Step-down) die meteen onafhankelijke wielophanging voor kreeg en de V8-motor gelijk meer vermogen leverde.

Die wagen kwam er als sedan, coach en cabriolet. Geliefde wagens, en later vaak benut voor ombouw tot zeer sportieve Custom-cars. Deze Mercury bleef drie jaar in productie. Toen verscheen de Monterey die al wat oogde als de later zo bekende ‘Amerikaanse sleeen’. Een voorruit uit een stuk, panoramische achterruit en meteen 25 pk meer uit dat bekende V8-blok. De potentiele snelheden gingen gestaag omhoog. De Mercury-rijder werd voor vol aangezien. De wagens van volgende bouwjaren deden daartoe nog wat schepjes metaal en vermogen bij het al bestaande en het aantal modellen groeide ook. Een prachtige Coupe uit de jaren zestig was de Marquis die standaard een vinyl dak kende en een bruut vermogen bood van 330 pk’s. 190km/u was nu in zicht voor eigenaren en die genoten vooral van de er bij behorende luxe.

Een tegenhanger voor de van Ford afkomstige Mustang werd de wat uitbundiger vorm gegeven Cougar die sportieve lieden de 200km.u deed aanraken. Bij de Cougar altijd een V8, een Mustangrijder kon nog een 6-in-lijn kiezen. Gek genoeg besloten de Mercury-voormannen om de volgende Cougar’s ook als sedan en zelfs stationcar uit te brengen. Prachtige, ruime en luxe wagens met een berg vermogen, maar geen Mustang-achtige sportieve auto meer natuurlijk. Een mastodont was ook de Marquis uit bouwjaar 1975. Over de tweeduizend kilo zwaar en bijna 6 meter lang, en ook leverbaar als stationcar was dit echt een wagen voor de verwende koper. Er tegenover zette Mercury later de Bobcat neer, een compacte auto op basis van de Ford Pinto met nu ineens een zuinige 4 cilinder of 6-in-lijn. Alles bedoeld om klanten weg te trekken bij vooral de Europese concurrentie. Wie de geschiedenis kent van de Pinto weet dat de Bobcat niet bepaald populair geworden is. In drie jaar tijd werden er net 80.000 van gebouwd en verkocht. Intussen is Mercury verdwenen. Rationalisering bij de grote Amerikaanse merken deed hen besluiten afscheid te nemen van veel van die submerken en zich te concentreren op de basis-modellen uit eigen huize. Mercury’s worden nu vooral gewaardeerd als klassiekers of youngtimers. Een deel echt gekoesterd. Maar je moet je wel een stevige brandstofrekening kunnen veroorloven om er nu nog mee rond te rijden. Want ze stammen veelal uit de tijd dat benzine nog 35 oude centen de liter kostte. En dat is heel lang geleden…(Beelden: Archief)

De Pijp…

De Pijp…

Een Amsterdamse wijk die van chique buurt naar volkswijk werd omgevormd en nu weer op weg is een van de vele yuppenbuurten van mijn stad te worden is de Pijp. In het zuidelijk deel van de stad gelegen kent deze wijk een bewogen historie die deels ook is verbonden met de geschiedenis van de buurgemeenten Ouder- en Nieuwer-Amstel. En met de naamgevende Amstel die aan de oostelijke kant deze wijk vol verschillende culturen nog steeds tot grens dient. De Pijp was ooit wat beperkter van omvang dan hij nu bestuurlijk is verworden. Stadsbesturen en deelraden maakten dat sommige straten het ene moment in Oud-Zuid behoorden te liggen, dan weer toegevoegd werden aan de Pijp.

Hoe dan ook, ooit was het grondgebied waar de woonwijk van nu al ruim 150 jaar op te vinden is gelegen in buurgemeente Nieuwer-Amstel. Een gemeente die ooit zelfs het bestuurlijk beheer uitoefende over heel Amsterdam, maar dit terzijde. Dat Nieuwer-Amstel kende wat agrarische bebouwing, sloten, vaarten, maar ook op enig moment de nodige luxe buitens. En die werden vaak bewoond door wat welvarender Amsterdammers die de toen nog veelal stinkende stad met haar vol vuilnis en kadavers gestorte grachten ontvluchtten en hier buiten de Veste Amsterdam hun heil zochten. Grond kostte nog niet zo veel, en zo kochten veel van die lui een landgoed dat soms wel een kilometer of 2 lang en honderden meters breed was.

Daarop verkavelden ze dan stukjes grond ten behoeve van kleine ambachtslieden die daar dan weer een kleine nering van wisten te maken. De patronen van de latere straten werden bepaald door de zandpaden en sloten die in dat hele gebied de verbinding verzorgden tussen Amstel en Boerenwetering die weer tussen stad en Haarlemmermeer afwatering verzorgde. Toen de stad Amsterdam groeide, de nieuwe economie met haar havens en handel in de 19e eeuw deed de stad opbloeien als nooit eerder, trok dat ook mensen aan van heinde en verre. Vaak immigranten uit de provincie. Drentenaren, Friezen, Groningers. En die wilden uiteraard net als nu allemaal een huis.

De parallel met nu is daarbij extra opvallend. Het toenmalige stadsbestuur zag wel iets in de expansie van de stad naar het zuiden toe en liet haar oog vallen op het gebied waar juist die rijkere Amsterdammers bij de buren onderdak vonden. Maar doordat het die rijkeren intussen minder goed ging en het proletariaat het steeds beter had, werd de strijd tussen de buurgemeenten uiteindelijk gewonnen door Amsterdam. Verkoop en ruil van grond en goederen maakten het gebied beschikbaar voor bebouwing met ellenlange straten vol etage-woningen. Veelal gelijkvormig en in hoog tempo gebouwd. Molens die tot dan de boeren dienden of de polders droog hielden werden gesloopt. Wetering werd gracht, de Amstel ingedamd.

Waar het kon behield men de oude bebouwing met name langs het water overeind, maar de tussenliggende straten volgden het patroon van veel voor weinig. De smalle straten, de redelijk kleine etagewoningen, winkels, handel, alles werd ingebakken in de wijk die door die smalle straten al snel de bijnaam De Pijp verdiende. Ambachtslieden, mkb-ers, arbeiders. Katholiek en protestants door elkaar, een levendige wijk. Goede scholen verrezen, een giga-kerk van Cuypers, de St.Willibrordus buiten-de-Veste en een nieuwe brug over de Amstel die Zuid en het ook al uitgebouwde Amsterdam-Oost met elkaar zouden verbinden. Begin 20e eeuw was de wijk af en zette Amsterdam stappen richting het volgende project dat door Berlage op poten zou worden gezet, het chiquere Nieuw-Zuid.

De scheiding van de Pijp en de rest van Zuid kwam eerst te liggen bij de huidige Tolstraat, later bij de Jozef Israelskade. De huizen totaal verschillend van elkaar, de huren ook van een andere orde. Na de Tweede Wereldoorlog was De Pijp nog een eldorado voor de arbeidersklasse en middenstand. Maar na de jaren zestig raakte de boel er in verval. Panden werden slecht door matig onderhoud en uitwoning. Oorspronkelijke bewoners weggetrokken, immigratie deed zijn invloed gelden. Dit keer van mensen uit andere landen en culturen. Verpaupering werd in de jaren 70/80 eindelijk stevig aangepast. Vernieuwde huizenblokken, de winkeliers verdwenen, veel garagebedrijven vertrokken. De lange straten werden rustiger van aard. Horeca kwam er voor in de plaats. Jongelui kochten beschikbare etages en knapten die op. De wijk weer levendiger, zelfs een beetje neo-chique. Wie er nu loopt ziet de veranderingen. Een leuke wijk met oude invloeden, nooit bedacht door de bouwmeesters van toen, want deze huizen en straten werden nooit gebouwd voor de eeuwigheid. En dat was bij sommige panden ook te merken. Bekende namen van bedrijven verdwenen. De hoofdstraten nu vol coffeeshops (echte, geen hash..) uitheemse groentenwinkels en bloemisten. De lange zijstraten winkelloos. Maar voor jongeren toch een leuke wijk. Helaas, ook hier…peperduur. Beetje etage van 45m2 kost je tegenwoordig 3.5-5.5 ton in Euro’s. Net of je terugkijkt in de tijd. Maar wel een wijk die een bezoekje waard is als je in onze stad op bezoek bent. (Beelden: archief)

Sypesteyn…

Sypesteyn…

Ik geef het meteen toe, beste lezers en lezerinnen…. Deze meninggever heeft iets met de geschiedenis, omdat die zoveel vertelt over onze herkomst, cultuur en zeker ook toekomst. Zonder enige kennis van de geschiedenis heb je in de toekomst niks te zoeken. Wie niet kan duiden hoe dingen pasten in een bepaalde tijd kan zeker die toekomst niet voorspellen. Helaas zie ik al te vaak dat mensen die zich experts noemen dit maar al te graag toch doen. Hoe dan ook, bij een van onze tochten over piepkleine landweggetjes en dwars door nooit eerder bezochte dorpen en stadjes kwamen we bij toeval langs Kasteel Sypesteyn. Zal niet meteen allerlei bellen doen rinkelen. Eerlijk gezegd had ik er nog nooit van gehoord. Dus opgezocht.

Dat prachtige kasteel met zijn torens en kantelen stamt niet uit een heel vroegere periode waarin de adel zich ten laste van de burgers kon laten verwennen in zo’n enorm landhuis, nee, dit kasteel is pas eind negentiende eeuw gebouwd. Als onderkomen voor een nazaat van vroegere landheren die hier de boel bestierden. De familie Van Sypesteyn. Op de terreinen waar volgens de overlevering ooit wel een oud kasteel moest hebben gestaan waarvan een ruine nog een aantal jaren overeind had gestaan, herbouwd en in 1673 opnieuw vernield. Het nieuwe kasteel werd gebouwd op de teruggevonden resten van het oude en kreeg een zekere grandeur, tot anno 1927 het geld op was en de bouw werd afgerond op het niveau waarop het nu nog verkeert.

Een kasteel met een sterk stenen landhuiskarakter, een buitenmuur met gebouwen waarin je dat oude en vroegere kasteel terug moet zien, een machtig mooie tuin, en binnen verzamelingen van de kasteelheer, waaronder het nodige porcelein. In 1902 al werd door de familie Sypesteyn een Stichting opgericht die bouw en onderhoud van kasteel en omgeving voor haar rekening moest kunnen nemen. Daardoor zijn het kasteel en de verzamelingen samen museaal beschermd en kan men er sindsdien gasten ontvangen (12 euro entree, museumjaarkaarthouders gratis toegang) en valt er vlak na de ingang ook koffie te dringen in een tent. Al dit moois vindt je in Loosdrecht, niet meteen een plek waar je aan kastelen denkt, eerder aan water en zo. Maar het kasteeltype noemt men daar dan weer wel een Waterburcht, omgeven door sloten en plassen, en dat geheel oogt door de stenen bouw die heel erg verwijst naar vroeger eeuwen noest en voor de eeuwen te bewaren. Opdat we iets van die vaderlandse geschiedenis leren.

Vaak zo gewelddadig, omgeven door haat en nijd, geloofsconflicten en zo meer. De furie daarvan kon oude kastelen verwoesten, maar de drang tot herbouw ook weer iets moois opleveren, ook al is het dan een paar eeuwen later. Wij deden de rondgang door het kasteel niet. Te druk naar ons idee. Meer mensen kenden dit kasteel kennelijk en wij waren maar dagtoeristen op doorreis. Maar we gaan er zeker nog eens heen om te kijken wat er binnen allemaal te vinden is. Al was het maar om inzicht te krijgen in hoe deze familie door de eeuwen heen zich staande heeft weten te houden. Zoek je dit kasteel? Het ligt aan de Nieuw-Loosdrechtsedijk 150 in Loosdrecht. En als je daar dan toch bent rijdt dan ook eens helemaal binnendoor langs Tienhoven naar bijvoorbeeld de Vuursche of zo. Je zult genieten. Gegarandeerd. En grote wegen kom je niet tegen onderweg. Ook prima te doen op e-bikes…(Beelden: Eigen materiaal)

Posbank…

Posbank…

Wie meent dan Nederland alleen maar vlak land kent, weidegrond of stedelijke bouw met alles wat daarbij hoort, raad ik aan om eens 100km oostelijker van Amsterdam op zoek te gaan naar de Posbank. Te bereiken via Rozendaal (nee, niet dat Roosendaal in West-Brabant maar het tamelijk welvarende plaatsje naast Arnhem..) of Rheden. Een werkelijk prachtig gebied waar je heerlijk kunt fietsen en wandelen. De haarspeldbochten bergop of af zijn soms adembenemend, maar eenmaal op de top krijg je een vergezicht te zien dat je de adem doet benemen. Zeer fraai. Met name zo aan het einde van augustus met de heide in bloei (dit jaar echt op zijn fraaist met dank aan een wat koele zomer..) is het er een eldorado.

Een omgeving die mij overigens aardig bekend is uit de jeugd. Want wij kwamen hier toen regelmatig met dank aan de vrienden van onze ouders, Ome Karel en Tante Cor. De eerste met een grote behoefte aan de Veluwe op zijn vrije zondag ritjes, en Tante Cor omdat ze uit haar eerste huwelijk een dochter had overgehouden die nog in Arnhem woonde. Ons gezin reed dan mee die kant op. Vaak in een van de toenmalige ‘handelauto’s’ van mijn leasepa, die het soms best lastig hadden met al die hellingen daar. Gold ook voor de Traction Avant van Ome Karel. Met volle last was het best een ritje om boven te komen. Voor moderne auto’s is het allemaal een fluitje van een cent. Zie ik ook bij de fietsers die zich naar boven spoeden met hun e-bikes. De oudere generatie waant zich Joop Zoetemelk met al die ondersteuning… Hoe dan ook, genieten daar op die Posbank.

Er zijn fraaie campings te vinden, uitspanningen (wel even de verhalen/opmerkingen van gebruikers lezen..), bospercelen vol echt wild (van herten tot wilde zwijnen)… Die laatsten moet je niet tegenkomen op je wandelingen natuurlijk, maar in de praktijk lopen ze ook liever voor jou om dan omgekeerd. Wat ik vooral fraai vind en vond daar, die enorme uitzichten over de omgeving. Met mooi weer zoals wij dat afgelopen maand augustus meemaakten tijdens ons meest recente bezoek aan die Posbank, is de Rijn op afstand te zien, is de heide roze van kleur oneindig groot en zorgen de bossen voor een mooie groene afwisseling. Schapen op de hellingen zijn witte bewegende puntjes op afstand, en zonder al die dagjesmensen zou het er uiterst stil zijn. Dat is het overigens wel in de bossen van de Posbank, daar hoor je zowat elke tak kraken, en is het stedelijk gebied ook figuurlijk ver weg.

Ik zou bezoekers overigens afraden hier in het duister of bij ook maar een beetje slechter weer de barre tochten op en neer te gaan doen. Daarvoor mankeert de verlichting, is de wegmarkering toch te matig tot slecht, de bochten te scherp of onoverzichtelijk en staan de bomen soms wel erg dicht bij de rijwegen. Daarbij blijken de (goede) fietspaden voor een beetje wielrenner geen uitdaging, maar die wegen voor de auto’s en motoren wel en rijdt men daarop vaak onverlicht rond. Maar ja, elk voordeel heb ze nadeel zoals een Amsterdamse wijsgeer ooit oreerde…. In alle andere omstandigheden is die Posbank eigenlijk een totaal pakket van genoegens voor wie van natuur en stilte houdt. Wij zijn blij dat we er weer eens waren. Ome Karel en Tante Cor zijn vanaf ‘boven’ vast trots op me….(Beelden: eigen gemaakt)

100 jaar geleden..

100 jaar geleden..

Altijd leuk om weer eens terug te kijken als we een bepaalde datum hebben bereikt, zoals vandaag op de derde dag van september 2021.

Honderd jaar geleden was het weer in ons landje echt Hollands. De gemiddelde temperatuur bedroeg 13.3 graden, in het zuiden kwam het bijna tot 20 graden overdag. De zon scheen over het hele land gezien een uur of zes en het was droog. De wind was zwak en kwam uit de frisse Noordwestelijke richting. Het land herstelde zich van de gevolgen van WO1, die ook i n ons land flinke sporen had nagelaten. En met een economie die 100 jaar geleden vooral werd gedragen door de handel en goudvoorraden van de Nederlandsche Bank, ging dat herstel voor de bevolking maar langzaam. In Amerika onderdrukten federale troepen een opstand van stakende en bewapende mijnwerkers. Een deel van die laatsten vluchtten daarna de heuvels van West-Virginia in en verstopten hun wapens. Amerika en Mexico tekenden een handelsovereenkomst die vooral ging over gunstige importtarieven voor Mexicaanse olie die richting de VS ging. Over betalingen ging het ook in Londen waar een deel van de toen bekende ‘Popular Borough Council’ werd gearresteerd omdat deze lieden weigerden betalingen te doen aan de London County Council.

In de VS werd de eerste Superdreadnought, een soort extra zware slagkruiser, te water gelaten. De USS Washington had elektrische aandrijving (..) en was uitgerust met acht 41cm kanonnen en kon een snelheid van 21 knopen behalen. Of dat schip ooit enig succes heeft geboekt in echte zeeslagen is maar de vraag. Internationaal werd er een hoge raad ingesteld die moest zorgen dat een eeuw geleden de grenzen tussen Duitsland en Polen voor eens en voor altijd duidelijk zouden worden vastgelegd. Dat dit niet goed is gelukt zou jaren later wel blijken. Een schip uit de Duitse vloot, de SS Abessionia verging bij Knivestone op de Farne-eilanden nadat het schip door Duitsland aan het VK was overgedragen als verplichte herstelbetaling voor de oorlog een paar jaar eerder. Dat wrak wordt nu nog steeds vaak bezocht door duikers.

En voor wie dat wellicht leuk vindt, Ernest Hemingway, een bekende Amerikaanse schrijver, trouwde voor het eerst en wel met een acht jaar oudere dame, Elizabeth Richardson. Het huwelijk zou niet te lang, slechts zes jaar, duren, en na haar kwamen nog minstens drie echtgenotes in zijn leven voorbij. Wie Hemingway niet kent moet maar eens opzoeken wie en wat hij was. Een dag later zien we dat het nu zo actuele en opnieuw door barbaren overgenomen Afghanistan met de nieuwe Sovjet-regering van toen een overeenkomst tekende die moest zorgen dat de Russen niet bij de islamitische buren binnenvielen. Maakt veel zaken relatief natuurlijk, ook anno 2021. (Beelden: Internet)

Heksen…

Heksen…

Pak er een beetje sprookjesboek bij en al snel wordt duidelijk dat wij zijn opgevoed met het idee dat heksen vooral eng zijn en goede, veelal brave mensen betoveren of kinderen opsluiten dan wel koken in een pot met boskruiden.

Veel van dit soort verhalen komt voort uit de geschiedenis waarin we door het geloof geindoctrineerd op zekere wijze aankeken tegen mensen die anders leefden of handelden. Beetje vergelijkbaar met in onze tijd hoe mensen met een afwijkende mening t.a.v. klimaatverandering worden behandeld, dan wel zij die menen dat Covid19-vaccinaties de regering bevoordelen. Zie daarvoor mijn blog van 3 augustus jl. nog maar even. Hoe dan ook die heksen uit de oudheid hadden het best lastig. Zeker als ze helemaal geen heks waren, maar gewoon leefden op een van de toen geldende christelijke normen afwijkende manier.

Tijdens de vroegmoderne tijden, net na de Middeleeuwen, werden naar schatting een 50-100.000 mensen op verdenking van hekserij afgeslacht na meestal een afgrijselijke periode van folteringen en zo meer. Tot in de 18e eeuw werden nog soortgelijke ‘processen’ gevoerd in Engeland en zelfs de Duitsers waren tot laat in de 18e eeuw bezig met opsporen van hekserij. Ook in ons land was men niet vies van een al dan niet valse beschuldiging. Veelal totaal onschuldige vrouwen, vaak niet bereid zich over te geven aan de vleselijke lusten van een of andere rijke boer of kerkelijk leider, werden beschuldigd en zonder al te veel morele bezwaren voor een godsdienstelijke rechtbank gevoerd. En bekennen deden ze veelal al snel want daar had men zo de methodes voor. Men kraakte die arme dames (en enkele heren) op trekbanken waardoor de botten braken of bewerkte ze met brandmerken. Dan bekenden die arme zielen al snel. En dat leidde dan tot een doodvonnis dat veelal werd uitgevoerd op de brandstapel. In de oud-christelijke boeken van toen vond men rechtvaardiging.

Hekserij en tovenarij was verboden en volgens de toenmalige wetgevers werk van de duivel, dus de straffen bijpassend. Ketters wist men al snel ook op die wijze te berechten. En je leest je gek als je ziet wat men zoal bedacht aan beschuldigingen om tot berechting te komen. Eten van kinderen was er maar een van, copuleren met de duivel een andere. Rampjaren zorgden voor extra wijzende vingers. Naast joden, Roma, melaatsen of andere bijzondere types(..) uit die periode waren heksen de aangewezen schuldigen voor al dat onheil. Beproefd (zie Oudewater) was de methode om een eventuele heks te wegen. Kwam diens gewicht onder een bepaald vastgesteld niveau was ze te licht bevonden en hup, bewijs geleverd.

Ook de waterdompeling was er zo een. Heksen zouden blijven drijven was het toenmalige idee, dus werden ze vastgebonden onder water gehouden. Veelal met de verdrinkingsdood tot gevolg. Jammer, maar helaas. In onze tijden kom je echte heksenvervolgingen nog steeds tegen. In landen als India, op het Afrikaanse continent maar ook in de Islamitische wereld waar men juist dit onderdeel van het christelijke geloof kennelijk graag overnam. In 2009 moest een mensenrechtenorganisatie nog pleiten voor het sparen van het leven van een Libanese man die in Saudi-Arabie werd veroordeeld tot de dood wegens hekserij. Maar ook de Indonesiers zijn er nog gek op waarbij de islamitische regering veelal wegkijkt. Heksen krijgen in ons land een wat positiever imago omdat er zelf verklaarde ‘goede’ heksen bestaan. Die leven graag van de natuur en geven advies aan hen die dat nodig menen te hebben. Maar als je die geschiedenis leest zou je anno 2021 toch even nadenken voor je jezelf tot heks verklaart. De veranderingen in de samenleving zouden zomaar ineens een andere kijk op dat feit kunnen werpen. En dan is je leven ineens een stuk minder zeker…(Beelden: eigen archief/Oudewater)

Fort Abcoude

Fort Abcoude

Een tijdje terug besteedde ik al eens aandacht aan de zogeheten Stelling van Amsterdam die ooit in de 19e eeuw werd aangelegd rondom de hoofdstad.

Die Stelling bestond indertijd uit een keten van zwaar bewapende fortificaties, vaak wat verborgen in het landschap, die op seinafstand van elkaar en met kruiselings opgestelde kanonnen, de mogelijke vijand moest kunnen weerhouden een aanval op onze Hoofdstad te ondernemen. Van Pampus tot Hoofddorp, overal zijn die forten te vinden. Opvallend is ook dat toen het concept helemaal was uitgebouwd en de stad Amsterdam buitengewoon goed beschermd leek, de eerste Wereldoorlog duidelijk maakte dat modernere wapens als brisantgranaten en vooral vliegtuigen die forten redelijk verouderd deden zijn.

Het best prijzige fortenstelsel werd dus min of meer aan het lot overgelaten al werden ze vaak nog wel gebruikt voor de opslag van materialen voor defensie. Het oudste landfort uit de keten ligt bij het kleine plaatsje Abcoude. Je moet wel drie keer kijken om het te zien. Totaal overwoekerd door de natuur liggen hier met elkaar verbonden 19e eeuwse bunkers met uitkijkposten op sommige hoge plekken. Het hele complex werd gebouwd tussen 1884-87 en bestaat uit een combinatie van bakstenen en brikkenbeton, toen een modern bouwmateriaal. In dit complex werden na oplevering nog wel militairen ondergebracht, maar na WO1 was dat afgelopen.

Om het hele fort heen ligt een stevige en brede gracht, te paard en met een zwaard in de hand was het een lastig te nemen vesting. De deuren op de enige toegangspoort met brug minstens 25cm dik. In het hoofdgebouw ligt een kruitmagazijn, een waterkelder en slaapvertrekken voor de bemanning. Aan de buitenkant van een enkel gebouw zie je de restanten van wat ooit de plee was. Het toiletbezoek ongewild een sociaal gebeuren in die dagen. De buitenmuren van het complex zijn 1.80mtr dik. Daar was je wel veilig tegen de eventueel afgeschoten projectielen uit die dagen. Maar zoals geschreven, de later ontwikkelde granaten gevuld met brandbaar materiaal of zelfs gifgas hadden een andere uitwerking. Daarbij bleek het lastig om de dekking te garanderen die men in het oorspronkelijke plan had bedacht door het eigen geschut kruiselings te laten afschieten in geval van een aanval.

Kortom…De Stelling van Amsterdam was een duur plan voor een achterhaalde oorlogsvoering. De nodige van deze forten in de omgeving verloederden al snel. Enkele werden opgeknapt en onderhouden, dan wel voorzien van een nieuwe bestemming. Het Fort Abcoude werd op enig moment overgedragen aan Natuurmonumenten, vandaar dat men het groen zijn gang liet gaan. Sommige delen van het Fort zijn beperkt toegankelijk, en er is zelfs een natuurwandeling mogelijk tussen dit fort in Abcoude en het nabij (10km)gelegen soortgelijke fort van Nigtevecht. Een bezoekje meer dan waard dus. Wat wij zagen was dat op het terrein ook een schaatsvereniging onderdak vond net als een sportvissersclub voor gehandicapten. Kreeg ook dit fort een mooi tweede leven. Het Fort van Abcoude vindt je net buiten het centrum van dat stadje, is ook gelegen aan de Angstel en is op loopafstand (20mnt) van het gelijknamige spoorstation te bereiken. (Beelden: eigen foto’s)

De eerste keer….

De eerste keer….

Al eerder beschreef ik wat eerste keren van dit of dat uit mijn leven.

Veel er van is al wat langer geleden. Zo ook de eerste keer dat ik als jong mens het luchtruim koos aan boord van een piepklein toestel van Martin’s Air Charter en mijn woonstek van boven kon bekijken. Later deed ik dat nog een keer en voelde me al een heel ervaren passagier, want twee keer 20 minuten vliegervaring…veel van mijn straatgenoten en familieleden waren nog nooit ‘omhoog’ geweest. Werkend bij een grote bankinstelling (dat deden wij indertijd als jong mens op heel jeugdige leeftijd en leerden ‘s-avonds alles bij wat bij een carriere bij zo’n instelling hoorde) kwam een oudere collega ter ore dat er een malloot rondliep die helemaal gek was op vliegtuigen en alles wat er mee van doen had. Hij bleek een uit het Gooi afkomstige prive-vlieger te zijn die er altijd op uit was om zijn ‘uurtjes’ te maken vanaf en boven Hilversum.

En zo kwam het tot een contact dat leidde tot een afspraak waarbij een collega van de bank, mijn toenmalige verloofde en mijn oudere broer Rob deelgenoot zouden worden van een zaterdags uitje en vluchtje in een echt kleine machine die werd aangeduid als een Piper Tripacer. Daar kon je net aan met drie mensen in zitten en de cockpit was zo eenvoudig als een Volkswagen Kever uit die periode. Omdat broer Rob zelf een auto bezat reden wij naar dat bescheiden stukje vliegweide tussen Hilversum en Loosdrecht en vulden daar de nodige formulieren in. Stortte het toestel neer zou dat niet voor de verantwoording zijn van de piloot of zoiets. Maar ja, je bent jong dus dat risico nam je wel. Vliegen, daar ging het om. En hup in volgorde van twee om twee gingen we de lucht in. De piloot maakte een paar mooie bochtjes boven de Loosdrechtse plassen, we bekeken de wijken van Hilversum, genoten van het geraas van de motor, hielden ons intussen vast aan wat lussen en keken naar de piloot die op een of andere raadselachtige wijze de weg terug naar het vliegveld wist te vinden. Na een uurtje of twee was de pret over. Koffie met appeltaart voor de passagiers, een hand voor de piloot uit dank (afrekenen moest vooraf) en wij praatten nog na. 16 was ik, en al aardig ervaren als zei ik het zelf. Wist ik veel. Er zouden nog heel wat vluchten en vluchtjes volgen. Maar die eerste keer in zo’n piepklein ding blijft me goed bij. Zoals veel eerste keren van wat ook. Zal vast voor meer mensen gelden. Is dat wel zo maakt het mij uniek, en dat is dan voor het eerst….(beelden: eigen archief)

Doctrines

Doctrines

Ooit was het leven redelijk simpel.

De kerk en de koning (mocht ook een keizer zijn) bepaalden hoe burgers zich dienden te gedragen en men was als onderdaan al blij als er brood op de plank kwam of een huis dat niet bestond uit plaggen en turfblokken. Later kwamen er andere waarden. De indoctrinatie door diezelfde kerken, koningen of keizers maakte het leven voor veel burgers onzeker. Rijken leefden in welvaart, hadden altijd te eten en als ze dat niet hadden haalden ze dat wel ergens vandaan. Armen kwamen in opstand en zo braken de revoluties uit die eerst in Frankrijk en later ook Rusland leidden tot wat we op enig moment het communisme noemden. En dat communisme sloeg, eenmaal ontwikkeld tot doctrine, keihard om zich heen.

Men elimineerde eerst de adel en rijken, daarna kerkvoorgangers, gestudeerden, alles en iedereen met een andere dan de revolutionaire mening. In onze westerse streken kregen die stromingen zeker ook voet aan de grond. De arbeider wilde leven als zijn baas en zocht de weg van de minste weerstand. Wat ik niet krijg haal ik zelf wel. Een contra-revolutie ontstond in veel landen als antwoord daarop. Ultra-conservatieven die graag hun landen of instituties overeind wilden houden namen het heft in handen. Spanje, Portugal, Duitsland, Italie, Japan. Overal hetzelfde beeld. Nationalisme als antwoord op communisme.

De wereld in onevenwicht. Oorlogen en conflicten het gevolg. Opvallend was wel dat beide systemen naast voordelen voor de bevolking ook enorme nadelen kenden. Zoals zo vaak bij dit soort doctrines. Na WO2, het werd duidelijk dat het ultra-nationalisme enorme gevolgen had gehad voor veel mensen die er onder leden, bleek dat het communisme zich gedroeg als een olievlek. Men bracht steeds meer landen onder de ijzeren knoet van het Stalinisme of Maoisme. Miljoenen mensen werden opgepakt, vermoord, verplaatst, en vooral onderdrukt. De Revolutie uitgevent tot ver in Azie, Zuid-Amerika en natuurlijk Oost-Europa. Het systeem liep vast op planmatig falen. Ook in een arbeidersparadijs komt er altijd een bepaalde kliek boven drijven die het beter heeft dan de bevolking. Leiders die faalden op economisch niveau, mensenrechten aan hun laars lapten en de bevolking vooral dom hielden. Na 1989 was het afgelopen met dat communisme.

Het was uitgehold, met holle frasen vul je geen magen. Daarna ontstond het islamitisch reveille, en recentelijk het klimaat/woke-denken. Wederom met veel bedreigende elementen voor hen die zoeken naar een gewoon normaal leven met een huisje, een auto en de mogelijkheid vakantie te vieren op plekken waar het leuk is. Dat orthodoxe geloof wil vooral erkenning en meer rechten dan plichten, benut soms terreur om dat te bereiken. Die tweede doctrine zoekt het in doemdenken, namaakonderzoeken en consequente heffingen voor burgers. Men wil, zo lijkt het althans, het huidige volk het liefst vervangen door hen die een betere toekomst zoeken in een ‘schoon’ land waarin het geld aan de bomen groeit. Zoals ook groenlinksers zelf menen dat deze vorm van fruitteelt het meeste oplevert. Geld waar je niets voor hoeft te doen, uitdelen aan hen die het niet verdienen.

Chaos is het gevolg. En elk volk heeft een hekel aan chaos. Juist dat is wereldwijd reden voor al die volksverhuizingen. En eenmaal hier is men direct zelf onderdeel van die chaos. Kortom, nieuwe doctrines vervingen de oude. En zorgen er dan indirect voor dat wat zich ook voor WO2 afspeelde, de terugval op nationalisme, weer opgeld zal doen. Veroorzaakt door een wonderlijke reflex bij geloof en linkse doctrine, dat de Middeleeuwen toch een geweldig voorbeeld zijn voor ons allen om onze leefwijze bij aan te passen. Zou men de geschiedenis een beetje beter kennen zou men weten dat juist toen die wereld bepaald niet ideaal was. Het streven is dus gevaarlijk. En moet domweg worden gestopt. Maar dat is mijn mening. Gegeven nu het nog mag en kan. (beelden: archief/internet)