50 jaar Bijlmermeer

Onlangs las ik ergens dat de Amsterdamse wijk ‘de Bijlmermeer’ in deze periode van het jaar precies 50 jaar bestaat. Of het reden is voor een feestje weet ik niet, maar ik zal het zeker niet meevieren. Mijn herinneringen aan die wijk zijn te zeer gemengd op dat punt. Daartoe even een stukje achtergrond. De Bijlmermeer werd in de jaren zestig gepland aan de Zuidoost-kant van Amsterdam op grondgebied van buurgemeente Ouder Amstel. Die kreeg voor de grond een aardig bedrag, maar dit besluit zorgde er meteen voor dat Amsterdam in feite een wig dreef tussen twee onderdelen van die buurgemeente zelf, Duivendrecht en Ouderkerk a.d. Amstel. Het polderlandschap waar Amsterdam haar zinnen op had gezet zou daarna in rap tempo worden omgevormd tot een grote wijk waar mensen die een wat hogere huur konden en wilden betalen zouden gaan wonen in hoogbouw die luxe moest zijn en comfortabel, maar ook omgeven door groen. Veel groen! Dat lukte aardig. De eerste bewoners woonden overigens nog een tijdje in een zandbak, maar dat schijnt niet anders te kunnen bij vaderlandse nieuwbouwwijken. Ook wij werden indertijd getriggerd door wat de Bijlmermeer te bieden had. Je kon er voor 245 gulden per maand (prijsniveau 1970) een splinternieuwe driekamerflat huren met CV, een opbergruimte op de begane grond en op termijn een parkeerplek in een van de nog te bouwen garages. (Wachtlijst voor woningen in de oude stad was op dat moment tenminste 7-10 jaar)

Een binnenstraat in de vaak enorme gebouwen zou de flatbewoners met elkaar in contact brengen en daarin zouden dan winkels komen waardoor je in feite in eigen omgeving alles zou vinden wat je zocht. Anno 1970 leek dat aardig te gaan lukken. Jammer dat men geen wegen aanlegde van enige importantie. De Bijlmer zou verhoogde straten en wegen krijgen, maar die waren op moment van oplevering flats nog (lang)niet klaar. Ook was er een magere buslijn naar het centrum van Amsterdam en beperkte het winkelaanbod zich tot een enkele supermarkt. En die kwamen nooit in die binnenstraten te zitten. Maar de eerste Yuppen (de term bestond nog niet, de soort bewoners wel..) meldden zich voor dit grootste avontuur op woongebied dat de stad te bieden had. Voorspoedig bouwde men de hele omgeving vol. De wegen kwamen er na enige tijd, net als de parkeergarages. De flats bleken in de praktijk aardig gehorig te zijn. Het liefdesleven (of het tegenovergestelde) van de buren was soms letterlijk te volgen. Maar de ruimte en de CV maakten veel goed. Langzaam aan verbeterde ook het winkelaanbod en kwam er wat beter openbaar vervoer. Wij settelden ons in onze splinternieuwe driekamerflat. In 1974 ruilden we die om voor een veel grotere op een andere etage van het zelfde gebouw. Vijf volwaardige kamers, een extra inpandige bergruimte die zo groot was als een slaapkamer en dan gespiegeld aan de buitenkant van onze flat nog een. Het kon niet op en het uitzicht op die negende etage van het gebouw was fabelachtig.

Tot…1975. Met de aankondiging van onafhankelijkheid van Suriname nam de halve bevolking daar per vliegtuig de benen en zocht vooral de sociale zekerheden in ons land. Een deel van hen werd opgevangen in de Bijlmer. Met huursubsidies die ons als reguliere en oospronkelijke huurders niet werden gegeven, bewoonde men soms met hele families flats en verbouwde die naar eigen behoefte. Met die intocht kwamen ook de echte problemen. Onveiligheid, criminaliteit, opvallend genoeg ook fysiek ongedierte als kakkerlakken en zo meer, die zich in die gebouwen waar het altijd warm was, nestelden alsof ze in de jungle zaten. De Bijlmer zuchtte. Veel van de eerste bewoners vertrokken. Zochten hun heil ergens anders. Voor die huur kon je immers in andere steden of dorpen rond Amsterdam een mooi eengezinshuis vinden. Veel van mijn toenmalige Schiphol-collega’s deden dat. Wij zaten het zelf nog even uit. Tot ook onze bergruimten werden geplunderd, de auto’s ontdaan van radio’s en zo meer en de politie vaste gast was in ons flatgebouw. Brand bij de Surinaamse buren, afval en tv’s die naar beneden werden gemikt, het ongedierte. Op enig moment was de maat vol en vertrokken ook wij. Richting het nieuwe land, waar je zoveel meer woongenot kreeg voor hetzelfde geld. De Bijlmer verloederde in rap tempo. Meer dan 100 nationaliteiten, drugsoverlast! Tot er een Boeing van ElAl op neer kwam in 1992 en de Gemeente Amsterdam ineens doorhad wat hier allemaal speelde. Voordien hadden achtereenvolgende colleges weggekeken en doofheid voorgewend bij rapportages over deze ‘prachtwijk’. Het resultaat werd meer reden voor een feestje. Veel economische activiteiten, afbraak van veel hoogbouw, verwijderen van al dat fraaie groen dat vooral zorgde voor veel onveiligheid, aanleg van meer normale straten en huizen. Een onherkenbare wijk waar nog steeds enorm veel van de bewoners zitten uit die periode waaraan ik niet graag herinnerd wil worden. Maar wellicht is het er nu wel weer goed toeven. Als ik er doorheen rijd moet ik trouwens goed kijken waar wat te vinden is.

De Metrolijnen maken me daarbij vaak duidelijk waar bepaalde van die vroegere plekken terug te vinden zijn. Een metro die overigens vanaf 1977 ging rijden en de Bijlmer nog eens extra blootstelde aan alle (drugs)ellende die een grote stad te bieden heeft. Ook in haar buitenwijken. Die overigens tegenwoordig meer onder eigen naam dan onder die verzamelnaam bekend staan. Zuidoost, Holendrecht, Gein, en zo meer. 50 jaar Bijlmermeer. Of hoe een stadsbestuur uiteindelijk de juiste weg wist te bewandelen om een onleefbaar gemaakt woongebied weer tot aantrekkelijk geheel om te vormen. Maar voor mij gaat dat niet meer op. Ik ben er zelf al 37 jaar helemaal klaar mee…

Terug naar het JHM in Amsterdam…

Met onze Soester vriendjes maakten we onlangs ook even (flink wat) tijd voor een bezoek aan het hier al eerder beschreven Jooods Historisch Museum in Amsterdam. Dat vindt je tegenover het Waterlooplein en de Mozes en Aaronkerk. In het hart van wat ooit de echte oude Jodenbuurt van Amsterdam was. Voor vrouwlief en mij was het intussen al de derde keer dat we dit museum bezochten. Het blijft echter een zeer integere expositie waar men (ver)verleden en heden met elkaar vermengd. Naast de uitgebreide basiscollectie is er ook altijd iets bijzonders te zien. Dit keer een uitstalling van een reeks schilderijen en prenten van een (kennelijk) beroemde Poolse schilderes en een erg aardig overzicht over 100 jaar muziek. Dat daarbij Joodse artiesten een belangrijke rol speelden was en is logisch.

Tenslotte is dat de sfeer waarin het museum zich uit. Links en rechts heeft men de expositieruimte aangepast, de presentatie verbeterd, met erg handige en soms indrukwekkende kreten uitvergroot aan de wanden. Van de wijze waarop de Joodse medemensen al in de 19e eeuw nadachten over integratie en het wegnemen van weerstanden, valt veel te leren in onze zo turbulente en door sommige minderheden gedomineerde 21e eeuw. Omdat we nu zien dat dominantie van geloof alleen maar zorgt voor een tegenbeweging die weer leidt tot een loopgravenoorlog die zijn weerga niet kent. Dat werd in de 19e eeuw al gezien door Joodse wijsgeren. Niet slim, vermijdt de confrontatie en houdt je geloof gewoon voor thuis.

Het blijft ook mooi om te zien hoe wij eigenlijk nauwelijks door schijnen te hebben hoeveel die geloven ook op elkaar lijken en dat in basis veel van wat we zien als christelijk in feite niet veel anders is dan een opgesmukt deel van de joodse oer-religie. Confronterend voor de een, zeer interessant voor de ander. Ik behoor tot de laatste categorie. Naast het JHM is er met datzelfde toegangskaarten nog een viertal andere lokaties te bezoeken. Vijf-voor-de-prijs-van-een dus. Je kunt ook naar de overkant van de drukke Weesperstraat om daar de oude en grote Portugese synagoge te bezoeken. Meer dan de moeite waard. Maar ook de Hollandsche Schouwburg valt te bezoeken.

Een gebouw met een diep-trieste geschiedenis omdat daar tijdens de Tweede W.O. veel Joodse mensen werden opgevangen en per tram afgevoerd naar de diverse treinstations voor vervoer naar het Oosten. Maar ook het Nationaal Holocaust Museum en het Joods Cultureel Kwartier staan op de lijst van gebouwen waar je naar binnen kunt. Voor veel mensen zal het te veel zijn om in een keer te doen. Gelukkig is dat kaartje een maand geldig. Wij hadden de pech dat we uiteindelijk net een paar minuten in de Synagoge konden rondkijken. Toen was het donker en sloot men de boel. Maar indruk maakte het opnieuw. Dit museale pareltje in hartje Amsterdam moet eenieder toch eens bezoeken als je de kans hebt. Zeer de moeite waard. En….goed beveiligd. Voor het geval je het idee hebt dat je daar over de schouder zou moeten kijken tijdens je bezoek….

De miscommunicatie tussen man en vrouw..

Ik vind het interessant om te zien of te lezen hoeveel mannen en vrouwen om elkaar geven terwijl ze met hetzelfde gemak er alles aan doen om de ander af te stoten. Het zit in de geslachten om nauwelijks tot niets te snappen van het andere, ook al kunnen we daarover nog zo veel lezen. ‘Signalen’ die worden opgevangen lijken niet echt te zijn uitgezonden zoals de ontvanger die heeft begrepen. Een blik van een vrouw richting een man wil niet meteen zeggen dat ze voor dat ene glas wijn het bed met je deelt en de meest charmante mannen willen tot spijt van sommige dames nog weleens de neiging hebben om zich op hetzelfde geslacht te richten. Allemaal verwarring zou je denken. Wordt nog vervelender als een van die twee mensen een dominante positie bekleedt en de ander op welke wijze dan ook afhankelijk is van diens gunsten. Neem een actrice die graag een rol wil bemachtigen waarmee ze op termijn in staat is beroemd te worden en enige welstand of bekendheid op te bouwen.

Die komt dan in contact met lieden die soms helemaal into hun vak zijn en het beste zoeken wat er bestaat, maar er zijn al decennialang ook wat figuren te vinden die denken in termen van ‘tit-for-tat’. ‘Als jij nu even dit doet voor mij, doe ik wellicht dat voor jou’. Onlangs zagen we weer zo’n affaire in de VS waarbij een producer allerlei onbetamelijks deed met dames in zijn omgeving. Maar laten we wel zijn, eerder kende de BBC al een soortgelijke affaire. De betrokken dader was toen net overleden, maar de verhalen waren vreselijk. Dat er dan in ons land ineens ook een response plaatsvindt waarbij soms namen worden genoemd is opmerkelijk. Waarom zou je dit verzwijgen als je zeker weet dat je bent misbruikt? Als je zeker weet dat jou niets te verwijten valt is aangifte doen toch het minste. Waarom wachten tot een balletje begint te rollen? Nu is dat hier veelal niet groter dan een erwt, in de VS neemt het giga-proporties aan.

En we klapperen met de oren alsof we geen idee hadden dat dit ook maar zou kunnen plaatsvinden. Kletskoek. In de jaren 70/80 las ik de boeken van Harold Robbins!  De inhoud van die werken stond bol van de al dan niet gewenste erotiek, en hij beschreef daarbij de merites in de wereld van politiek, banken of Hollywood. Wat we nu in het journaal zien onthulde hij toen al in romanvorm tot in de fijnste (..) details. Mannen en vrouwen speelden een spel van macht en uitbuiting waarbij die van het slachtoffer niet altijd als zielig kon worden omschreven. En zo zal het in het echt ook wel gaan. Niet iedere dame die iets meemaakt is meteen zodanig van de leg dat ze niet meer kan functioneren. Aan de andere kant staat natuurlijk een type man dat kennelijk geen normale relaties kan onderhouden en slechts op deze wijze een vorm van gerief meent te moeten bereiken. Hoe dan ook, het geeft aan dat er tussen mannen en vrouwen nog steeds een vorm van ongelijkheid bestaat en dat we het evenwicht tussen de seksen dienen te herstellen. Voordat we extra gewicht toevoegen aan de kant van mannen die menen dat slechts hun wil wet is. Ik zou het soms best weleens willen maar ben wellicht te keurig opgevoed of opgedroogd. Wie zal het zeggen. Jullie wellicht??

Schilder zonder perspectief…

Het feit dat je de buurman/vrouw bent van een bekende kunstenaar of musicus maakt jou zelf per definitie ook niet meteen tot een bekende of beroemde persoon in dat genre. Zo overdacht ik op een bankje voor het Amersfoortse stadsmuseum Flehite onlangs de expositie over Gerard Hordijk. Een schilder die leefde en werkte in de periode van de De Stijl. Een stroming binnen de Nederlandse schilderkunst. Hordijk was de buurman van Piet Mondriaan en samen zochten ze hun weg richting beroemdheid met de schilderskwasten in de hand. Kijkend naar de werken van Hordijk vraag ik me wel af of de keuze voor deze man de juiste was.

Weinig van zijn tot moment van bezoek expositie onbekende schilderijen of andere uitingen overtuigen door hun kwaliteit. Zijn figuren en portretten zijn qua perspectief echt niet correct uitgevallen en zijn kleurgebruik is voor mij ook niet overtuigend genoeg. Opvallend is dat Hordijk in zijn tijd zeer succesvol was en dat Mondriaan vaak bij hem moest aankloppen voor geldelijke ondersteuning. Anno 2017 is dat helemaal omgekeerd. Had ik deze expositie niet gezien zou ik nooit geweten hebben dat die Hordijk ooit schilderde. Eigenlijk stond hij ook in de slagschaduw van zijn nu zo beroemde buurman.  Pas in 2006 is Hordijk weer op de agenda gezet door een kunsthandelaar die wel iets zag in deze schilder.

En die er ook voor zorgde dat een deel van zijn werken nu in dat verder fraaie en interessante Amersfoortse museum zichtbaar is geworden. Het mag van mij hoor, maar ik ben niet zo overtuigd van ’s-mans kwaliteiten. Mondriaan kan intrigeren, dat beeld krijg ik bij Hordijk niet. Al was het maar omdat hij zelfs blote dames niet in perspectief krijgt. Er mankeert altijd wel iets aan een figuur wat hij in the nude tekende of schilderde. Kortom, voor mij hoeft het niet, maar ik vrees dat ik nu enorm vloek in de kunstkerk. Wie het toch wil bekijken, in Museum Flehite aan de Westsingel 50 in Amersfoort draait die expositie nog tot en met 22 oktober a.s. Naast deze expositie hebben ze nog veel meer te bieden hoor, al was het maar de geweldig leuke vaste tentoonstelling over Eysink, het motorenmerk uit Amersfoort, en een indrukwekkende expositie over de Tweede W.O. De locatie is geweldig en de kostprijs goed te doen. Museumjaarkaart zorgt voor gratis toegang.

De R van Revolutie…

Als iets de maatschappij dreigt te verscheuren is het toch het dedain waarmee sommige stromingen menen dat andersdenkenden vooral moeten zwijgen, niet weten waar het over gaat of wat goed voor hen is. De gemiddelde mens in onze streken heeft echter tegenwoordig een aardig stukje onderwijs gekregen en kan vrij zelfstandig denken. Niet dat dit meteen leidt tot grote intelligentie of overzicht hoor, maar dat zit ook niet aan die kant van het spectrum waar men meestal probeert wetten en normen vast te leggen die moeten gelden voor alle burgers. Opdat we niet te kritisch worden. Los van het fatsoen dat een normaal mens mee krijgt van zijn ouders of opvoeders, is het wel zo dat we steeds meer zien dat bij discussies de grenzen worden overschreden van het betamelijke. Ben je tegen de massa-immigratie ben je meteen een Wilders fan. Geloof je niet in de propaganda rond de door de mens veranderde leefomgeving behoor je tot de dommen die niet snappen dat als we nu niet extra lasten gaan betalen er nooit iets zal veranderen en het klimaat ons alle zal doden.

De inhoud van die discussie is net zo fel als die tussen voor- en tegenstanders van de toestroom van vooral economische immigranten. Men beschimpt de andere partij en neemt heel wat grofheid in de mond of geschreven uiting om argumenten kracht bij te zetten. Vaak worden feiten niet gebruikt, maar veel aannames en emoties. Men zit in het kamp van de ene of de andere politieke stroming en oreert vooral wat men in eigen kring graag hoort of leest. Zonder dat men de argumenten van de andere kant ook maar een glimp of momentje waardig acht. Opmerkelijk gedrag. Wat wel blijft is frustratie. Bij een groep Nederlanders die moe wordt van het gebadineer, het hautaine neerkijken op belastingbetalers met een mening, maar ook in de dagelijkse praktijk zien dat hun leefomgeving wordt overspoeld met de nadelen van al dat optimistische en vaak groen-socialistische denken.

Delen is leuk, maar als dat een halve eeuw moet gaan duren zonder kans op goede integratie gaat dat leiden tot extremistisch denken. En dat is de voedingsbodem voor revolutie. En dat kan van links of rechts komen en zelfs vanuit het midden. De geschiedenis heeft voldoende voorbeelden van dit soort aan elkaar geknoopte zaken. Van het een naar het ander en dan ineens de vlam in de pan. Nederlanders zijn normaal niet zo fel of oorlogszuchtig, maar kom niet in hun leefomgeving, huis of aan hun auto. En juist dat is waar die hautaine politici aan de linkerkant van het spectrum sterk in zijn. Laat de ander maar de rommel opruimen en vooral betalen. Het maakt niet uit voor wat, als de massa dat maar doet. En dan mooi weer spelen met een of andere vage agenda over groene zaken of sociaal denken. Het is een revolutie waard. Al is het maar in ons aller denken. Blijven we dit zwijgend accepteren of komen we in actie? Of blijven we gewoon commentaar geven en doen verder niets? Hoe zie jij dat?

Geslachtbepalend gedrag..

Als partners kinderen plannen is het wellicht een van der meest belangrijke zaken bij een komende zwangerschap of men een wens heeft voor een jongen of meisje. Vroeger liet men Gods water over diens akkers lopen en accepteerde wat de voorzienigheid voor de a.s. ouders in petto had. Maar tegenwoordig willen wij het gelukkige gezin maakbaar houden en dus kijken we na twee weken zwangerschap via een pretscan al of er een jongen of meisje aan staat te komen. Het ligt aan de persoonlijke verwachtingen (..) of het ene of het andere geslacht gewenst is. Pret-echo’s en zo meer vertellen veel over de richting die het nog zo jonge vruchtje op gaat qua groei. Dat ene kleine aanhangsel maakt al veel uit.

Toch wordt er ook door wetenschappers gekeken naar oorzaken en gevolg bij het krijgen van jongens of meisjes. Het blijkt voor een belangrijk deel de moeder te zijn die oorzaak en gevolg met elkaar kan verbinden. Uit onderzoek van een paar jaar terug bleek dat moeders met veel stress veel vaker meisjes krijgen dan jongens. Hebben die moeders mannenberoepen krijgen ze juist vaak zoons. Is moeder niet van het uiterlijk moederlijke type met stevige heupen, maar neigt ze meer naar smalle exemplaren en kleine billen is de kans groot dat ze jongens zal baren. Moeders die in een oorlogssituatie terechtkomen krijgen heel vaak meisjes, maar hebben ze een leven vol vrede en intussen een hoge opleiding gevolgd is de kans op jongens veel groter.

Als de moeder 30plus is en alsnog aan kinderen begint zal ze sneller een meisje krijgen en hoe vreemd het ook klinkt, als diezelfde moeder gewoon elke dag rustig en goed ontbijt krijgt ze jongens als nageslacht. De wetenschap is er nog niet uit hoe dat precies werkt, maar statistieken liegen niet. Kortom, als je nog in die leeftijd zit dat je keuzes moet maken, zorg dan dat je een gedrag vertoont dat past bij de geslachtskeuze die je zou willen uitvoeren. En roken en drinken hoort niet bij a.s. moeders uiteraard. Het door mij teruggevonden onderzoek vermeldde niets over de kwaliteit van het mannelijk zaad, het gedrag van die mannen etc. Kennelijk maakt dat minder uit dan die zaken die ik hiervoor opnoemde. Ben benieuwd naar jullie ervaringen als vaders of moeders. En of je een koppeling kunt maken tussen theorie en praktijk…

Tuinen van Appeltern

Wie mij een beetje volgt door de loop der tijd weet dat ik met tuinen en groen niet zo heel veel heb. Nou ja, wel om in te zitten en te genieten, maar niet om er ddw iets aan te doen om al dat groen te verzorgen. Eens per jaar scheer ik de heg, ik trek wat onkruid uit de grond als vrouwlief me het verschil uitlegt tussen wat moet blijven en gaan, maar daar houdt het wel op. Zowel voor als achter het huis zit ik graag in de open ruimte waar wij over beschikken, maar dan vooral om te lezen of iets te drinken. En tegelijkertijd kijken naar de overvliegende metalen vogels. Het was dus een grote verrassing toen ik tegen de lieve vriendjes die me uitnodigden om mee te gaan naar De Tuinen van Appeltern, gelegen in het land van Maas en Waal, bevestigend antwoordde. Ach, je moet iets doen voor het onderhoud van die vriendschappen….

Maar ik kom op mijn evt. scepsis van vooraf graag terug. Die Tuinen zijn prachtig en de bestemming meer dan de moeite waard. Ook als je zoals ik niets hebt met groene vingers of zo. Los van al dat groen of de gekleurde variantie van de begroeiing in de vorm van fraaie bloemen, zijn er ruim 200 tuinpartijen met huisjes, kunst, steenformaties, watervallen etc. Je loopt je een kriek, maar je weet soms echt niet waar je kijken moet. Volgens verklaring van het bedrijf zelf is het Europa’s mooiste en grootste tuinexpositie en ik geloof dat direct. Men heeft ook aan de kinderen gedacht, er is een soort speeltuintje, open velden met ‘wilde vogels’, een zelf te bedienen pontveer, je kunt er op twee locaties lekker eten en drinken en er is een shop voor hen die kruiden willen gaan telen of bijvoorbeeld boeken over tuinieren mee naar huis willen nemen.

Overal wordt informatie verstrekt, er bestaat een mogelijkheid om bij de kassa draagbare apparatuur mee te nemen die je bij elke uitstalling informatie geven over de planten en gebruikte materialen. Dat inspreken gebeurde op fluisterniveau, je veroorzaakt er geen last mee bij de medebezoekers. Een handige plattegrond helpt je de weg te vinden in dit doolhof vol fraais, en je moet een beetje aardig ter been zijn om alles te kunnen bekijken. Dat je nog wat zitplekken kunt vinden, zelfs koffieautomaten en water-tappunten is allemaal een pre.

Ook toiletten voldoende, niemand hoeft de route met gekruiste knietjes af te lopen. Ik was ervan onder de indruk. En dat wil iets zeggen. Geen liefhebber en toch….. Ben je gek op groen, bloemen en tuinen is dit een must. Je weet dan niet wat je ziet en het geeft je vast veel inspiratie. Entree is officieel E. 13,50 voor volwassenen, met drie Euro korting als je boven de 65 jaar oud bent. Maar er zijn ook allerlei kortingkaarten of acties te vinden als je even je best doet. Parkeren, wel op enige afstand van de ingang, kost je 3 euro per auto. Maar echt, je krijgt er iets voor terug en de echte liefhebbers zijn hier een hele dag zoet. Wij niet, wij reisden door. Maar dat hadden we dan ook van tevoren zo afgesproken. Vanuit Amsterdam was het 1u15minuten rijden om in Appeltern te komen. Goed te doen voor een leuk dagje uit.

Amsterdam – stil dorp of drukke stad?

Ja mensen het is hier druk. Zomers Amsterdam zit vol met toeristen. Velen daarvan in de leeftijdscategorie tussen pakweg 20-35 jaar. En ze zijn overal te vinden. Een grote stad waardig. Volgens inwoners van het oude centrum, veelal mensen die je als import kunt beschrijven, is het allemaal te veel. Ze willen meer rust en geen hordes lawaai makende toeristen op hun stoep. Als ik zelf kijk naar wat er zoal voorbijtrekt aan je waarneming tijdens een wandeltocht door die fraaie stad aan IJ en Amstel dan zie je toch dat niet alleen toeristen het druk maken. Ook de vele bestelwagens, fietsers, bussen, trams, scooters en zo meer maken het beeld chaotisch. Daarbij heeft men in de stad door de jaren heen zulke krankzinnige verkeersregels opgesteld en uitgevoerd dat je bijna je best moet doen om niet aangereden te worden. Immers, men laat alle verkeer elkaar ontmoeten in de drang naar autootje pesten of fietsjes promoten. Maar extra aangelegde fietspaden leiden niet per definitie tot beter gedrag van de gebruikers. Integendeel. Eenrichtingsverkeer is zinloos als je dat instelt voor fietsende medebewoners. En trottoirs lijken anno 2017 de fietspaden pur sang. Het krioelt allemaal door elkaar heen en dat wordt nog eens verhevigd door de vele opbrekingen die deze stad intussen al een halve eeuw teisteren. Waarbij niet of nauwelijks afstemming is geweest tussen de stadsdelen of zelfs buurtregisseurs.

Men doet maar wat en zo ontstaat een erg drukke binnenstad die met al die toeristen nog eens extra wordt belast. Moet je die toeristen dan daarvan de schuld geven? Nee! Het stadsbestuur en met name die stadsdeelbestuurders moeten flink over de knie. Zij dienen te zorgen dat de chaos niet uit de hand loopt. Dat men dus eens duidelijke afspraken maakt over wie waar wanneer (ver)bouwt en waarom. Dat de straten regelmatig en goed worden schoongemaakt, het vuilnis tijdig opgehaald en dat overbodig autoverkeer in die smalle straatjes wordt geweerd. Tegelijkertijd moet je dan zorgen voor optimaal Openbaar Vervoer en geen tramlijnen opheffen zoals men nu van plan is. Het lijkt soms wel (en volgens mij is het echt ook zo) dat die stadsbestuurders vooral politiek bedrijven en nooit op straat komen kijken naar de gevolgen van hun falende beleid.

Onlangs zagen we daar al een voorbeeld van toen men met de vergunningen van rondvaartbootbedrijven aan de haal ging. Op zodanige wijze dat doorgestoken kaart bijna aantoonbaar zat in de besluitvorming rond dit onderwerp. Gelukkig keerde men na stevige druk uit de branche snel op de schreden terug. Drukte hoort bij een grote stad. Wie dat niet wil moet direct verhuizen. Nederland kent een paar stiltegebieden waar je alleen vogels hoort of het ritselen van de marters in het bos. Maar je maakt van een stad nooit een dorp! Wie dat als bestuurder wel wil kan beter een minder betaalde baan aannemen in een of andere provinciale samenleving. Maar blijf af van Amsterdam. En als je dan echt eens iets goeds wilt doen voor die stad, praat dan eens met echte Amsterdammers, die hier geboren en getogen zijn, en luister naar wat die aandragen voor slims. Maar mekker niet over de gevolgen van je eigen promotiecampagnes. Net of je tegen je partner zegt dat die zich minder aantrekkelijk moet gedragen omdat jij er anders te grote verlangens van krijgt. Onlogisch, en zeker onnodig.

De O van Overdrijving…

Onlangs ving een man in het plaatsje Tolkamer, op een paar honderd meter van de Duitse grens en aan de Rijn gelegen, een meerval van pakweg een meter 75 groot. Een enorm dier dat vrijwel zo groot was als zijn trotse visser. Opmerkelijk was dat de man die het dier had gevangen (even los van de wenselijkheid daarvan) relatief bescheiden zijn verhaal deed. Maar een vriend die bij hem was deed een opmerkelijke uitspraak en die noopte me tot het schrijven van dit blog. Hij stelde dat we nu in 2017 aangeven dat het dier 1.75 mtr was maar dat dit monster in tien jaar tijd zal uitgroeien tot 1.99mtr en dat de vangtijd door de loop van de jaren heen zal uitgroeien naar 6 tot 8 uur en een gevecht op leven en dood. Zo gaat dit inderdaad vaak. Overdrijven is een kunst, en sommige mensen kunnen dat net zo goed als vissers.

Verhalen gaan vaak door de jaren heen een eigen leven leiden. Kijk maar eens naar verslagen van ongelukken of desnoods oorlogsverhalen. Het wordt door de loop van de jaren steeds groter. Heldendaden zijn wellicht helemaal niet zo heroïsch verlopen als we ze hebben leren kennen. Maar zijn al die verhalen wel enorm overdreven. En wie in zijn omgeving kijkt kent vast wel mensen die neigen naar overdrijving als het gaat om verhalen vertellen. Veelal herkenbaar aan het gebruik van woorden die uitspraken versterken. ‘Enorm’ ‘erg’ ‘verschrikkelijk’ ‘heel’ ‘veel’ etc. Zware termen om het om het beschreven onderwerp aan te dikken. En door dat gedrag krijg je wel vaak de belangstelling. Het is niet iedereen gegeven held(in) te zijn  in een eigen verhaal. Maar de overdrijver kan dat. Ik herken ze al snel. Ben zelf een verhalenverteller, soms met een zweem van…..erin. Heb een feilloos gevoel voor hen die een verhaal aandikken om er zelf beter of interessanter door te lijken. Mensen die ‘echt enorm veel pijn’ hebben als ze wat keelpijn vertonen, of die ‘waanzinnig moe zijn’ van een wandelingetje door bos of stadsomgeving.

Of die er van uit gaan dat gemiddeld eigenlijk ‘groot geschapen’ zou moeten zijn. Bescheidenheid is hen vreemd en je ziet ook vaak dat zij veel beelden van zichzelf verzamelen voor in het al dan niet digitale album. ‘Ik’ staat centraal en zeker niet de ander. Maar ze zijn er niet minder leuk door hoor. Juist in dat overdrijven zit vaak de aantrekkingskracht voor anderen. Gewoon een verhaal breder maken dan het was en je weet dat mensen naar je luisteren. Kracht van de creatieve geest ook vaak. Want overdrijving is in de reclame onderdeel van het succes. Zou ik er daarom wat last van hebben? Vast! Maar wat ik er mee bereikte zorgde ook voor succes en dat is nooit weg. En dan overdrijf ik er helemaal niks aan. Ik neem aan dat alle lezers verder van de bescheiden en ingetogen soort zijn? Dan wordt het vast heel rustig nu….

De N van Naaktheid

De N van Naaktheid – Onlangs was er in Londen  net als in onze stad een ‘Naked Bike ride’ voor een of ander doel. Vaak georganiseerd vanuit de milieuvriendelijke gedachte dat het naakte bestaan wordt bedreigd door alles wat riekt naar moderniteit. Zal vast iets in zitten, maar om nu naakt door een stad heen te rijden op een fiets waarvan je weet dat het zadel bepaalde delen zal voorzien van blaren en littekens die nooit meer weggaan lijkt mij helemaal niks. Nu was 85% van de deelnemers van mijn leeftijd en man, de rest bewoog zich in de hoek van de dames en jongeren. Naaktheid is echt iets geworden voor de ouderen. Ook nudistencampings merken dat aan hun ledenbestand (..). Jongeren zijn preutser dan ooit geworden. Het strand is het bewijs. Niks topless meer, geen strings als bedekking. Nee, bikini’s van enige degelijkheid zijn de norm en de zwembroeken van de mannen zijn tegenwoordig tot op de knie uitgezakt.

De vroegere Speedo’s zijn voorbehouden aan gewichtsheffers en zangers van twijfelachtig allooi. Het waarom van de afzwering van de naaktheid zit deels in de nieuwe samenleving. Vrouwen willen geen ‘prooi’ zijn van allerlei types die menen dat zij in het Paradijs zijn gedropt en elke vrouw als Eva mag worden gezien of beetgepakt. Waarbij zij zelf de rol van onuitgenodigde Adam willen spelen. Gewend als ze zijn aan van top tot teen ingepakte vrouwelijke wezens, is naaktheid voor hen een teken van duivelse invloeden, maar wel een die lekker smaakt. Wat je ook ziet is dat de jongere generatie überhaupt minder heeft met naaktheid, al leeft men wel met sociale media waar dit fenomeen met dragline-scheppen wordt aangeboden. Kennelijk is dat interessanter dan het echte werk. Nu is naaktheid heerlijk. Als je dat doet op plekken waar het kan of past. Onlangs las ik dat nu ook in de sauna 45% van de mensen daar kleding aanhoudt onder druk van de omstandigheden. Ook kleedkamers van sportclubs kennen het fenomeen.

De douche wordt niet meer gebruikt zoals ooit bedoeld, maar daar zijn geklede zichzelf wassers heel normaal geworden. De norm is dus vertrutting, en als je ook maar een beetje progressief bent in je denken moet dat toch een gruwel zijn. Natuurlijk, alles gaat op en neer in de geschiedenis. Vroegere Romeinen gingen naast elkaar op een plank zitten ontlasten. En bespraken in die omstandigheden de dingen van de dag. Ik moet er niet aan denken, maar het geeft wel aan dat wij onder druk van de omstandigheden van preuts naar naakt gingen en nu weer in de omgekeerde richting aan het bewegen zijn. We verhullen niet alleen in de politieke arena bepaalde zaken met de mantel der liefde. Dat doen we ook in ons eigen lijf en leven. En daardoor wordt de maatschappij zoals we hem wellicht niet willen ervaren. Wie dat wel wil moet alles eens laten vallen. Naaktheid is geweldig denk ik, maar niet op de fiets. Wie daar anders over denkt mag het me uiteraard hier of elders even melden.