Glimmende rijkdom…

Stel je een land voor waar de vorst en zijn familie plus de omringende adel zo krankzinnig rijk zijn dat men het geld, goud en de juwelen bij wijze van spreken over de plinten van de koninklijke verblijven ziet klotsen. En aan de andere kant een bevolking die zo arm is dat men veelal sterft van de honger en ellende. Nederland? Nou….net niet. Ook al is ook hier een elite bezig de bevolking uit te melken en worden de lasten voor veel mensen zo hoog dat men de armoedegrens naar de negatieve kant zeker zal gaan oversteken, dit verhaal gaat over het Tsaristische Rusland. Waar de vorsten paleizen lieten bouwen die qua inrichting en uitmonstering alles wat wij in West-Europa (met uitzondering van Versailles) konden neerzetten in de schaduw stelde.

De hofhouding zo rijk dat goud en juwelen zelfs bij de (denkbeeldige) afwas gedragen konden worden, en men voor de versiering van de bezemkasten nog Hollandse Meesters kon aanschaffen. Welkom in de wereld van de Romanovs! De Hermitage in Amsterdam licht een tipje van de rijkdomssluier op. Met de expositie ‘Juwelen’. Een overdadige wereld van glimmende objecten als gedragen door de vorstelijke Russische families van toen. Jurken, nachtgewaden, uniformen, alles wat men maar kon bedenken om mee te pronken ligt nu uitgestald. Prachtig natuurlijk als je houdt van glimmerdjes en zo meer. Ik bekijk het meer vanuit historisch perspectief. En zie de vergelijkingen met onze tijd.

Waarin sommigen zich kleden in de duurste gewaden of kostuums, horloges kopen van tienduizenden euro’s en auto’s van vele tonnen. En anderen blij zijn dat de voedselbanken ze nog kunnen helpen aan eten voor de komende twee dagen. Ongelijkheid die toen ook in ons land voor kwam. Al hadden wij dan nog een middengroep van burgers met een zeker inkomen en waren de vorsten over het algemeen nog van de bescheiden soort. Het protestantisme hield ze enigermate zuinig. Hoe dan ook, de Russische Romanov’s hielden wel van wat geglimmer en dat haalden ze dan ook bij de beste vaklieden op dit gebied in binnen- of buitenland.

Meesters op dit terrein mochten de meest fraaie en soms kitscherige stukken maken. Opgebouwd uit de duurste edelstenen, het fraaiste edelmetaal en vaak lekker in het oog springend. De dames versierden de uiterst fraaie robes er mee, de heren hun fancy-uniformen uit die tijd. Je kunt je voorstellen wat er ontstond toen de volksopstanden die leidden tot de communistische revoluties van begin vorige eeuw toegang gaven tot deze pracht en praal. Om de nieuwe proletarische staat van Lenin en consorten te financieren werden veel van die juwelen verkocht.

Met dat geld bouwde men het ‘arbeidersparadijs’ op wat later de Sovjet-Unie werd. Waar overigens verrijking ook heel normaal was, maar dat zit in de aard van het beestje. Ook in ons land nog wel eens op links zichtbaar. Maar goed, een prachtige collectie van al dat fraais is tot de lente van volgend jaar te zien in de Amsterdamse Hermitage. Een aanrader. Met je Museum Jaarkaart moet je een toeslag betalen van E.2,50 p.p. Maar dat doet niets af aan de kunst en de rijke cultuur. (de expositie ‘Juwelen’ loopt nog tot en met 15 maart 2020 in de Hermitage aan de Amstel) (Beelden: Meninggever)

Muziek!

Onlangs waren we weer eens actief met onze CD-collectie. Er moest geschoven worden, verhuisd, heringericht. En als je dan toch bezig bent zet je een reeks van die schijfjes weer eens op om te luisteren dan wel of bewaren van sommigen wel zin heeft. Het leidt tot afvullen van dozen voor de Kringloopwinkel en een bescheiden vorm van ontspullen. Maar sommige muziek is magisch en als je die dan hoort wordt je soms meegezogen in de emoties die bij bepaalde nummers horen. Wij mensen met onze emoties zijn daarvoor nu eenmaal gevoelig. Het overkwam me dan ook tijdens dat luisteren dat ik bedacht dat wij mensen toch wel heel bijzonder zijn waar het muziek betreft. Zo lang we bestaan maken we al geluid, al dan niet vals of recht in de noot, we slaan het ritme met stokken of fluiten op bamboe, en tegenwoordig zijn we heel geraffineerd waar het onze muzikale uitingen betreft. De techniek helpt ons, maar veel van de gezongen teksten moeten wel door de mens zelf worden voortgebracht.

Nu weet ik wel dat dieren ook geluid maken. En dat gefluit van vogels of gekwaak van kikkers voor sommigen ook als muziek in de oren klinkt. Maar neem van mij aan dat de eerste de beste hond weliswaar aardig kan huilen of blaffen, maar zelden een liedje ten gehore kan brengen waarbij hij/zij/het ook nog teksten uit. Dat is toch ons mensen voorbehouden. En dat maakt dan weer dat je nadenkt over dat fenomeen mens dat meer dan alleen het klimaat naar zijn hand kan zetten. Volgens de linkse doemdenkers dan. We zijn inventief, sommige evolueren naar grote intelligentie, we kunnen ons mechanisch voortbewegen, we bouwen huizen, varen op zee en maken dus die muziek. Elektronisch, vokaal, instrumentaal. Van klassiek (toen al de popmusici van hun tijd) tot hypermodern. Van volksmuziek tot stampiestampie. Maar het blijft een fenomeen.

En kennelijk zijn we er allemaal gevoelig voor want concerten zijn vaak uitverkocht, sommige nummers miljoenen keren gestreamed. Vroeger verkocht een artiest platen, later CD’s, maar dat werd dan weer gedaan door mensen die getroffen werden door de toon van de muziek of de teksten die werden gebracht. Dat is dus best iets om over  na te denken. De mens als cultuurdrager. Uniek op dit punt. Al zal er vast ergens een uit platte klei gemaakte allien bestaan die ook houdt van muziek. Ondenkbaar momenteel, maar toch… Wie net als ik houdt van SF-films of series weet dat wij mensen alliens al snel dat gekoesterde genoegen toekennen. Anders van toon vaak, maar sterk gelijkend op onze eigen smaak. Of je nu drie hoeven op je hoofd hebt staan of blonde krullen, muziek hoort er bij. Mijn persoonlijke smaak op dit punt is breed. Als alles waar ik voor ga. Van klassiek tot modern, van soft tot hardrock. Maar er zijn onder de lezers vast lieden met een meer specifieke smaak. Van Hazes tot Mozart, alles mag en kan! Vertellen maar….en ook of je herkent wat ik hier oreerde. Je mag het ook gewoon kletskoek noemen hoor. En dan meteen aangeven welk dier op deze aarde ook mechanische muziek maakt die in de Top2000 komt te staan komende december. Ben benieuwd!

Opvoeding!

Als we het nu toch hebben over normen en waarden (..) komt me opnieuw naar boven hoe wij vroeger als kinderen in een wereld leefden waarin je van alle kanten werd bijgebracht wat wel of niet door de beugel kon. Deden je ouders te weinig aan dat bijbrengen van de toen geldende regels waren er de zeer strenge en fysiek aardig uitdelende leerkrachten op school. Een van die zaken die je vanaf moment een mee kreeg was dat je natuurlijk niet knokte met anderen. Als woorden tekort schoten werd er overigens ook door ons kinderen best wel eens uitgedeeld. Ik zag dit in de dagelijke praktijk vaak voorbij komen. Volwassenen namen daarbij eerder het initiatief dan jeugdigen. Als ik naar de dag van nu kijk zie ik een totaal andere wereld. Een wereld waarin mensen uit gaan en zich op voorhand bewapenen. Letterlijk!

Met messen, pistolen en als het gaat om verdediging ook boksbeugels of pepperspray. Het wachten is op incidenten. Men drinkt, snuift, blowt, en neemt lachgas tot zich, soms zelfs in een bijna dodelijke combinatie. En raakt opgefokt. Niet in de laatste plaats omdat het zo begeerde respect kennelijk moet worden afgedwongen. Veelal in gezelschap en gericht tegen een enkeling, want dat knokt toch beter. Lafheid ingebakken in het groepsgedrag. En dus lees je over steek- en schietincidenten! Niet een enkele keer, maar bijna dagelijks. En niet alleen in Amsterdam of Rotterdam, zelfs in f……g Delfzijl! Een plaats waar je tot wat jaren terug na 9 uur in de avond niemand meer buiten zag lopen. Nu steken we mekaar er neer. Om dat eeuwige gelijk. Gelijk van mensen die nauwelijks droge oren hebben en een ontwikkeling die na het IQ-cijfer 80 vaak is blijven steken. Anders valt het niet te verklaren. Ik heb ook een mes in de zak. Van de Zwitserse soort.

Met van die handige ‘tools’ die in de praktijk handig bleken of blijken om schroeven vast te zetten, hardnekkige verpakking van sommige printer-vullingen open te breken of dat soort dingen. Het idee om er iemand mee overhoop te steken komt echt niet in me op. Wellicht het gevolg van die opvoeding in het verleden en de kennis van de Tien Geboden. ‘Gij zult niet doden’ en zo meer. Van nature niet passief, niet naief vredelievend, liever een discussie dan een gevecht. Maar ik begin het gevoel te krijgen uitzondering te zijn. En dat je overal in onze maatschappij lieden tegen het lijf kunt lopen die direct een blaffer pakken als je in hun armzalige maar respect vragende leefomgeving terecht komt (kan die vierkante meter zijn waarin zij verkeren op straat) of direct toeslaan als ze in gezelschap zijn. Het ontgaat me volledig wat dit toch voor mentaliteit is. Maar ja, zal wel weer te nationalistisch, blank, Nederlands zijn of domweg te oud. Want al die verwijten krijg je al snel als je niet gelooft in de vreugdevolle samenleving met mensen die de cultuur van de straat bejubelen of cultiveren en integratie verafschuwen. Ik zou soms wel eens willen dat die strenge opvoeders van toen weer eens terug kwamen en orde op zaken zouden stellen. Want een weekje zonder moord en doodslag lijkt mij persoonlijk een verademing. Jullie ook??

Slaapdracht….

Vroeger, ik praat over mijn jeugd, was slapen in de toen beschikbare kamer die gelegen was aan een trappenhuis, met enkel glas aan de straatkant, ‘s-winters iets wat je deed met twee lagen nachtgoed aan. Onder dikke dekens, tegen eventuele winterse kou. Zo koud werd het in die jaren soms dat de vorstbloemen op de ramen stonden. Als we geluk hadden kregen we een hete kruik mee om de ruimte onder de dekens iets op te warmen. Een dikke pyjama was standaard, soms zelfs met extra sokken aan. In de zomer was die kamer relatief koel, ik herinner me geen overdreven warmte op dit punt, maar dat stond ook symbolisch voor de sfeer in huis…. Later, in andere omstandigheden en in comfortabeler behuizing, werd de nachtdracht steeds schaarser. Al was het maar omdat je intussen ook samen met je partner het bed deelde.

Dan werd ‘Less is more’ uitgangspunt. Al decennia lang draag of bezit ik geen pyjama meer. Wordt het koud trek ik nog net een T-shirt aan voor de nacht, maar als de temperaturen zijn zoals de afgelopen zomerse maanden is de huid mijn buitenste bescherming. Het is bewezen gezonder voor je en je slaapt er ook beter door. Toch zijn er mensen die zweren bij relatief omvangrijke of dikke nachtkleding. Het preutse Amerika laat ons bij zowat elke film of serie zien dat mensen zelfs na de meest hartstochtelijke liefdesscenes toch wakker worden in hun pyjame of flanellen nachthemd. Kennelijk is dat iets waaraan ze gewend zijn vanaf de jeugd en zonder dat de slaap niet wil komen. In vroeger tijden sliepen mensen in de meest wonderlijke outfits. Nachthemden voor mannen en vrouwen gelijk, gemaakt van dikke stof, gedragen over dik degelijk ondergoed, puntmuts op het hoofd en bedsokken aan. In een alkoof zodanig klein dat ze rechtop sliepen. Kinderen niet anders gewend.

Dus die namen deze gewoonte over. Maar hoe is dat nu? Zagen of zien ze nu dat onze ouders zich nog steeds helemaal bedekken met stof? Of slapen de ouders in hun nakende niksie en nemen ze dit dan over. Wat is nut of noodzaak van die nachtkleding?? Het is een raadsel wat me onlangs ineens in viel. De waaromvraag! Tuurlijk, als je in gezelschap bent met anderen is het wellicht te confronterend om je naakte wezen in gezelschap te tonen maar verder? Wat geeft die kleding aan comfort extra? Wat is het gevoel daarbij? Ik weet het niet. Maar dat geldt wel voor meer zaken. Dat ik het niet weet maar wel de nieuwsgierigheid op breng om het aan te kaarten. Opdat we in de winterse maanden die nu al weer snel op ons afkomen een beeld krijgen van snurkende lieden die zich wapenen tegen koude en eenzaamheid of juist uitpakken wat getoond mag worden in liefdevolle omstandigheden. Dus…medebloggers en lezertjes….naakt of flanel? Gewoonte of bewuste keuze? Kom maar op met de antwoorden…..

Amsterdam – Mijn stad!

Wat dat toch is, het gevoel dat je echt bij een stad hoort? Geen idee. Maar veel echte en geboren Amsterdammers verliezen dat gevoel nooit. Zelfs niet als ze in pakweg Denemarken wonen of Nieuw-Zeeland. Het gevoel dat je krijgt van verhalen of liedjes die over jouw stad gaan, het maakt ons Mokummers al snel week en gevoelig voor tranen. Westertoren, Dam, de grachten, de Jordaan, de vroegere haven. De geschiedenis van de stad is oud. Het verhaal over de Tweede Wereldoorlog die deze stad zo hard trof. Je krijgt het mee vanuit de ouders, de genen, maar ook je eigen ervaringen doen er natuurlijk toe. Een stad is geen dorp en een dorp wordt zelden een stad. Al is dat in het geval van veel grote steden ooit wel eens zo geweest. Meestal niet veel meer dan ooit een vestiging van wat handlieden of boeren aan een rivier, kust of twee huizen langs een doorgaande weg.

Zo verging het Amsterdam ook. Men dankte de ontstaansgeschiedenis aan vissers die vanuit het iets verderop aan de rivier de Amstel gelegen dorpje Ouderkerk afzakten tot de toen nog aardig in het Noord-Hollandse landschap spoelende Zuiderzee. Daarna bleven vissen en soms iets agrarisch opstartten. Zo ontstond een veelal gelovige gemeenschap die telkens verder uitbouwde. De waterwegen bleken prima geschikt voor vervoer van handel en personen en al snel bouwde de gemeenschap die nu Amsterdam heet zich uit. Tot de stad die het nu is. Bijna 1 miljoen zielen groot, met een geweldig vliegveld om de hoek, een aardige industrie en haven, werk voor velen en ooit benoemd tot hoofdstad. Zeer terecht overigens. Amsterdam speelde in de geschiedenis een belangrijke rol. Veel bestuurders en chique zakenmensen kwamen uit deze hoek vandaan. Maar Amsterdam is ook een stad van anarchisme en oproer.

In het verleden diverse malen bewezen dat de bevolking niet houdt van knechting of onderdrukking. Dan komt men in opstand en dat ging of gaat er vaak heftig aan toe. In de recente geschiedenis zijn o.a. de studentenopstand uit 1968 bekend, maar ook de latere krakersopstanden. De relletjes die door linkse lieden werden opgebouwd tot een stedelijke revolutie rond de kroning van Beatrix, het was allemaal mogelijk in Amsterdam. Ook de ontruiming van op zichzelf prima woningen voor de metro-aanleg in de jaren zeventig leidde tot zware inzet van politie en andere overheidsdienaren toen de bevolking zich niet liet weghalen uit die huizen. Amsterdam is daardoor alleen al een bastion van zelfverzekerdheid. Daar doet geen Groenlinkse egalisatie of Dedain66-achtige bestuurslaag iets aan. Al is een deel van de oorspronkelijke bevolking dan intussen verdwenen. Verhuisd naar plaatsen rondom de hoofdstad, als Purmerend, Almere, Hoofddorp.

Men moest wel. Betaalbare woningen zijn schaars in Amsterdam en men lijkt slechts te bouwen voor de bovenlaag van de bevolking en de vaak snel verpauperde nieuwe inwoners. Voor middengroepen is geen plek meer. Dus die mensen verhuisden. Maar namen wel hun gevoel voor de stad mee. Net zoals het mij verging. Van het centrum naar de buitenkant, maar nog steeds aan de oever van die prachtig slingerende Amstel.

Ooit een zijtak van de Rijn, later gekanaliseerd tot niet veel meer dan een belangrijke maar niet meer echt stromende waterpartij. Maar o jee, als je langs die oevers loopt of fietst overvalt je als Amsterdammer al snel de nostalgie. Wat een fijne stad. Wat een schitterende historie. Maar wat is er door de jaren heen ook veel verpest door bestuurders die er weer een dorp van trachtten te maken. Tijd voor een nieuwe opstand. Zoals het Amsterdammers betaamt…..Inmiddels heb ik ene eigen Facebookgroep opgezet die sinds juni jl draait met dezelfde naam als dit verhaal. Genieten! (Beelden: Eigen archief)

Tranen met tuiten om zoveel humor…

Onlangs ontdekte ik dat op YouTube een hele reeks films te vinden is van en met Laurel & Hardy. Voor veel jonge mensen zegt dat wellicht niks meer, maar deze filmkomieken behoren voor mij tot de ultieme vormen van humor, timing en genoegen. Binnen de kortste keren zat ik bij het kijken in mijn eentje te schateren van de lach. Wat een geweldig duo die twee al zo lang geleden overleden komieken. Voorbeeld voor velen. En ongeëvenaard in hun slimme humor en scripts. Tuurlijk, sommige films 80/90 jaar oud, maar nog steeds geweldig om te zien. Want het op de camera werken, de gespeelde wanhoop soms, de slimmigheden, maar vooral ook de onschuld. Het is zeer plezierig kijkwerk. En dan te bedenken dat ik als kind al van die lui genoot. Toen waren ze overigens ook al uit een ander tijdperk afkomstig. Immers van voor de oorlog. Maar in veel bioscopen nog steeds te zien.

Later leerde ik hen opnieuw waarderen door goede en helaas overleden vriend Victor die alle films op Super 8 kon afdraaien. Samen met wat vrienden en genodigden altijd goed voor een hoop hilariteit. Daarna zette ik zelf veel films op video, nog later kocht ik ze op DVD. Maar een aantal van hun films was niet te vinden. Rechtenkwesties wellicht. Blij dus met die YouTube films. Af en toe even relativeren in spannende tijden. Wat los van hun humor zo goed werkt is dat hun verhalen zich afspelen in een wereld die niet meer bestaat. Een onschuldige wereld. Een wereld zonder dreiging en terreur. Boeven zagen er als zodanig uit. Vreselijke vrouwen werden ook zo afgeschilderd, de charmante exemplaren dito. Winkeliers nog echte middenstanders en de materiele zaken van een bedenkelijke kwaliteit. Het moest wel stuk en dat was voor deze twee komieken uit de humor-eredivisie dan ook geen enkel probleem. Na hun filmoptreden was er altijd wel iets totaal gesloopt. Over gevolgen denk/dacht je niet na. Maar altijd hilarisch.

De geweldige kop van Laurel, geboren in Engeland en de geniale bedenker van veel van hun scripts, de mimiek van Hardy die soms zo hulpeloos in de camera keek na weer een aanslag op zijn lijf of leven. Het kan mij niet erg genoeg. Pure ontspanning. Kom daar maar eens om bij de moderne ‘komieken’. Ik krijg er wel eens een glimlach bij op de geplooide lippen, maar zelden een schaterlach. Soms zie ik in de wereld waarin we nu leven voorbeelden van zaken die best zouden hebben gepast in de verhalen van Laurel & Hardy. Een straatmuzikant die niet veel meer dan ‘ploing..ploing’ uit zijn gitaar weet te krijgen doet me denken aan Hardy die bas speelde op die manier in een van de bekende scenes. Een klungelende doe-het-zelver is archetype voor dat wat mijn geliefde komieken ook altijd zijn. Nooit komt het goed, altijd gaat het fout. Er was echter een film die ik minder vond. Daarin sjouwen ze ergens een piano vele vele trappen op. En uiteindelijk komen ze helemaal nooit boven en ligt de piano in duizend stukken alsnog beneden. Nee, dat vond ik minder. Maar dat geeft alleen maar aan hoe geniaal die lui waren of nog zijn in de rest van hun oeuvre. YouTube bedankt voor deze geweldige bijdragen. Ik weet nu weer even waar ik mijn stemming indien nodig kan opwaarderen….(Beelden: Archief/Internet/YouTube)

Oude activist – Ed Asner…

90 jaar wordt hij dit jaar, bij leven en welzijn, acteur en activist Ed Asner. (Geboortenamen: Yitzhak Edward). Een Amerikaan met een lange carriere en stevige CV. Wij zouden hem hier moeten kennen als Lou Grant. Die figureerde vroeger in die erg aardige Mary Tyler Moore Show, maar kreeg later een eigen reeks onder die naam Lou Grant. (1977-82)Werd ook bij ons regelmatig uitgezonden op tv. Later leende hij zijn stemgeluid aan de Disney/Pixar animatiereeks UP uit 2009. Asner werd weliswaar in de VS geboren, zijn ouders kwamen uit Rusland en waren orthodox-joods. Maar zij maakten het wel voor hem mogelijk te studeren aan de Uni van Chicago en daarnaast keihard te werken bij General Motors. Ook nog eens te dienen bij de Amerikaanse troepen in Europa. Later werd hij toneelacteur, o.a. op Broadway. Na zijn eigen tv-reeks Lou Grant trad hij ook op in de miniserie Roots als de slavendrijver Capt.Thomas Davies.

Ook was hij actief in de reeks Spider Man en zag ik hem onlangs op hoge leeftijd nog acteren in de eerder genoemde reeks Dead to Me met Christina Applegate. Tot op hoge leeftijd actief dus. De man deed meer dan acteren. Was lid van de vakbond voor acteurs in de VS, komt op voor de vrijheid van striptekenaars om datgene te produceren wat zij leuk vinden en niet wat door de overheid of een godsdienstige stroming als al dan niet gewenst wordt beschouwd. Daarnaast is hij lid van verenigingen die zich bezighouden met natuurbehoud of kritisch zijn ten aanzien van overheidsvoorlichting over vermeende spionnen o.i.d. Ed Asner is dus ook op hoge leeftijd nog steeds onderwerp van kritiek vanuit het ultra-conservatieve blok in de VS. Zender Fox News pakte hem extra hard aan toen hij zich druk maakte over rijken die armen uitbuiten. Maar hij was strijdbaar genoeg om daar een weerwoord voor te hebben dat bot was maar hout sneed. Hij was een supporter van Obama tijdens diens verkiezingscampagne in 2008 en maakte geen geheim van zijn afkeer van de huidige president.

Zijn activisme zorgde er overigens al eerder voor dat zijn serie Lou Grant door de veelal voor kritiek gevoelige Amerikaanse netwerken van de buis werd gehaald. Men was bang voor de Republikeinse reactie op de stellingname van Asner in die serie. Asner is ook in de liefde niet zo van het conservatisme. Hij was getrouwd en had in dit huwelijk drie kinderen gekregen met zijn echtgenote, uit een separate relatie kwam nog een zoon voort. Intussen is hij opnieuw getrouwd geweest, maar ook dat huwelijk strandde. Man met een missie, maar die leidt nog wel eens tot gedoe. Maar wat een markante kop! Vond het leuk om hem in die eerder genoemde serie uit 2018 weer op te zien duiken. En wie hem niet kende, heeft nu wellicht een idee…Daar ging het me om. (Beelden: Internet/biografie)

Prachtige actrice – Christina Applegate

Mooie serie bij Netflix, Dead to me, die zeker indruk maakt als je er even voor gaat zitten. Gaat over twee vrouwen die door een zeer ongelukkig toeval met elkaar van doen krijgen en waarbij een van de twee een groot geheim met zich draagt dat ze om zeer duidelijke redenen niet kan delen met de ander. De echte hoofdrol van de reeks is voor Christina Applegate. Een Amerikaanse actrice die op het moment dat ik dit schrijf 48 jaar oud is en al een hele reeks acteerprestaties achter zich heeft gelaten maar ook in haar privéleven bepaald niet alleen maar roze dromen mocht beleven. Zij werd bij ons het meest bekend door haar rol als Kelly Bundy, de drellerige dochter van de Bundy-familie in ‘Married—with children’, waarin ze 259 afleveringen lang mee deed. Daarna speelde ze in talloze series en speelfilms en kreeg ook de nodige prijzen voor haar acteerwerk. Haar privéleven kende een enorme dip toen zij erfelijk belast bleek met borstkanker en in 2008 haar beide borsten moest laten amputeren. Opvallend was daarbij dat zij daarna vrijwel meteen kankervrij bleek te zijn en dat gelukkig voor haar zelf en ons, toeschouwers, ook bleef.

Dat zij zich inzet voor vroegtijdig kankeronderzoek bij vrouwen spreekt in dat kader voor zich. Daarnaast is ze ook fervent fan van de organisatie die opkomt voor dierenrechten, PETA. Ik vertel dit verhaal omdat in haar gezicht de groeven van dat zware besluit in 2008 goed te zien zijn. Het vrolijke sexy meisje uit de Bundy-familie is wat verdwenen, een volwassen vrouw met een stevige levenservaring is nu de actrice die de rol speelt van Jen Harding uit de door mij genoemde Netflix-serie. We keken er soms wel twee of drie afleveringen achter mekaar van af. Haar acteerwerk altijd overtuigend, en haar schoonheid niet aangedikt, maar natuurlijk. Mooie actrice die dus daarom alleen al even aandacht kreeg van de oude Meninggever..(Beelden: Internet/Wiki)

Drank!

Voorop gesteld, ik veroordeel niemand die een drankje neemt voor de gezelligheid hoor. Echt niet. Maar als je een beetje stevig door drinkt en ontdekt dat je er eigenlijk ook niet buiten kunt ontstaan er vaak wel wat problemen. Ten eerste, je bent eigenlijk niet meer jezelf omdat je kennelijk die roes of verdoving nodig hebt om als mens te functioneren. Ten tweede, drank is per definitie niet goed voor je. Zeker als het gaat om wat meer drank dan de gemiddelde mens tot zich neemt. Wonderlijk verschijnsel, juist hoger opgeleiden drinken bovenmatig veel. Vermoedelijk doordat ze meer inkomen hebben en daardoor een grotere keuze aan drankjes. Maar ook 65-plussers spuwen er gemiddeld genomen niet in. Uit diverse onderzoeken komt naar voren dat al die drank weliswaar verdovend werkt, dat vrouwen minder remmingen ervaren in hun seksleven na een paar drankjes, maar dat die drank, meer speciaal de alcohol, helemaal niet goed is voor ons mensen.

Bloeddruk stijgt er door, we worden er dikker van en ons brein wordt er langzaam maar zeker door aangetast. Ook slapen we minder goed, al denken we zelf van niet, voelen ons minder fit (al was het maar door de katers), de lever wordt er door aangetast, we krijgen mannen met niet alleen erectieproblemen maar ook een veel lagere spermaproductie en er is een verhoogd risico op kanker. Zet dat eens af tegen dat leuke en lekkere van drank en we zien hetzelfde beeld als we bij roken tegenkomen. We weten het allemaal wel, maar drinken vrolijk door. De hoger opgeleiden vaak wat sterkere drankjes of wijn, de lager opgeleiden vooral bier. Want hoe vreemd ook, bier wordt er in gegoten als water. Zeker bij jongeren. Zelf bekijk ik dat altijd met enig ontzag of noem het verbazing. Want hoe je in vredesnaam 10-20 biertjes achter mekaar naar binnen kunt werken is mij een raadsel. Al dat vocht. Je zou er lek van raken. Ik ben overigens in mijn leven heel wat mensen tegen gekomen die drank toch tot een probleem maakten.

Waar overmatig drinken een bijna dagelijkse conditie werd en waar beslissingen nauwelijks meer op redelijke of rationele gronden genomen werden. Soms lag er een oorzaak in de jeugd, dan weer in een overmatig gevoel van zelfmedelijden of frustratie. Denk maar eens aan de eenzame huisvrouwen die liters sherry of witte wijn nemen om een dag door te komen en het nog een beetje plezierig te hebben. In landen als Duitsland of Tsjechie (om er maar een paar te noemen) drinken mannen gemiddeld honderden liters alcohol houdende drankjes per jaar. Veelal bier. Maar honderden liters! En neem van mij aan, ik kwam en kom er nog vaak, men drinkt geen ‘fluitjes’ maar pullen vol van dat spul. En na een kroes of wat van dat straffe bier of erger weet je als niet zo ervaren drinken echt niet meer hoe je heet. Welk een lol. En toch laten we onze jeugdigen zijn/haar gang gaan en zich letterlijk klem zuipen. Elk weekend weer. Verkeerd signaal. Want echt dronken jongens of meisjes lopen ook nog eens drie/vier keer zoveel risico op misbruik of diefstal. Geen idee wie ze onheus bejegende, immers…’ik was dronken’. Nee, we zouden ons toch eens moeten afvragen waarom we wel zo meegaand zijn als het om drank gaat en zo weinig waar het drugs betreft. Het effect is vaak gelijk. Ik heb het daarbij nog niet eens over rijden onder invloed. Ernstig misdrijf vind ik dat. Meteen rijbewijs kwijt de sanctie. Maar ja, al zolang ik leef is daarvan bij hoogst uitzonderlijke situaties sprake. Moet anders kunnen. Dus….drinken we of drinken we niet (meer)?? U mag het zeggen. Ik zal het nuchter beoordelen… (Foto’s: Yellowbird archief/internet)

Uitgelicht; Roxann Dawson a.k.a. B’Elanna Torres

Sinds ik in de jaren 60/70 de avonturen begon te volgen van Captain Kirk en zijn bemanning aan boord van de USS Enterprise op weg naar plekken in het Heelal waar nog nooit iemand of iets heen reisde ben ik wat je noemt een fan van de serie Star Trek. Elke afgeleide reeks was me goed. De een beter geslaagd dan de andere, maar altijd weer met genoegen bekeken. Al was het maar omdat men in die serie zo’n vijftig jaar geleden technieken voorspelde die we nu als dagelijks benutten. Onze smartphones als de communicators van toen en zo zijn er nog wel wat voorbeelden te vinden. Een van de betere reeksen was die met de Voyager. Captain Janeway met haar New Yorkse accent (Kate Mulgrew) aan het roer en een bemanning die bestond uit de meest wonderlijke types.

Een daarvan was B’Elanna (Beelana) Torres. De hoofdingenieur van het vliegende decor voor deze serie en half mens en half Klingon. Om dat goed te snappen moet je wel een beetje into Star Trek zijn, want Klingons speelden en spelen in deze reeksen een bijzondere en niet altijd positieve rol. Hoe dan ook, de knappe B’Elanna wordt gespeeld door actrice Roxann Dawson die in 1994 aan deze reeks begon en het zeven seizoenen volhield. En hoe. Een geniaal bemanningslid met een (want Klingon…) kort lontje. Prachtig vertolkt, mooie meid. Maar dat niet alleen.

De actrice heeft een CV die vol staat met filmrollen, tv-series (waaronder The Untouchables, Matlock, en Baywatch). Maar ze schreef ook scripts voor verschillende producties en kreeg voor al haar creatieve werk vaak te maken met nominaties richting eervolle prijzen. Zo won ze ook een ALMA-prijs voor haar rol in Star Trek Voyager als beste actrice. Ze trouwde met een acteur en paste daarvoor haar acteernaam aan bij die van haar man. Dawson kwam haar echtgenoot tegen op de set van een NBC-serie en zorgde er later voor dat hij o.a. in de cast terechtkwam van Matlock en Jake and the Fat Man. Het huwelijk liep begin jaren negentig af en ze hertrouwde met Eric Dawson met wie ze al samenwerkte aan een andere reeks, Nightingales. Haar naam hing ze op aan haar man, haar meisjesnaam was trouwens Caballero.

Met haar echtgenoot heeft ze twee kinderen, een op natuurlijke wijze verkregen, de ander geadopteerd vanuit China. Dawson is een veelzijdig mens en toch bij ons min of meer onbekend. Als karakter B’Elanna Torres is ze intrigerend en vooral dat gespeelde explosieve karakter maakte haar leuk. En voor wie dat wil zien, de hele reeks is te zien op Netflix. En wil je zien hoever de techniek van deze serie is gevorderd? Kijk dan naar de laatste reeks, Star Trek Discovery uit 2018. Ik weet zeker dat het je dan duizelt…Of niet….want naast Trekkies heb je ook mensen die nog nooit van het fenomeen hebben gehoord…..! ‘Beam me up Scotty’.  (Beelden: Internet)