Queen!

Het is bijna eind december en we maken ons niet alleen op voor feestdagen of een nieuw jaar, maar ook voor de Top2000 van Radio 2. Althans, een paar miljoen luisteraars in ons land doen dat. En de ultieme nummer 1 op die lijst, nu al vele jaren, is Bohemian Rhapsody van Queen. Terecht! Als iets deze periode mooi afsluit en ons naar een nieuw jaar over doet gaan is het wel dit nummer van Queen. Ik hoorde het voor het eerst in 1975/6. Op het toenmalige Schipholse kantoor. Was indertijd nog een beetje aan het zoeken naar wat ik er van vond. Maar toen ik het een paar maal had gehoord wist ik dat dit een klassieker voor de toekomst zou worden. En die band die het gemaakt had…..de best ever! Je hoeft maar naar ooit geregistreerde live-concerten te kijken en je weet hoe goede pop/rockmuziek moet klinken. Freddy Mercury, zo tragisch overleden aan Aids toen er nog niets tegen die ziekte te doen viel, een ongekend fenomeen. Wat een stem, wat een uitstraling. De gitaarsolo’s van Brian May, het trekt sporen in je plafond maar ook de ziel.

Heerlijk! Nu nog steeds iets om echt voor te gaan zitten. Deden we in de afgelopen maanden een paar maal. Documentaires en concerten. Op beelddragers, die je af en toe als de stemming er naar is uit het archief haalt en afdraait. Prachtig. En wat klopten die composities! Ik heb uiteraard wel meer artiesten en bands waar ik wat bij voel, maar Queen steekt boven allemaal uit. En dan denk ik o.a. aan dat schitterende (over-the-top) nummer Barcelona met die Spaanse onlangs overleden operazangeres. Die me dan weer doet denken aan Bianca Castafiori uit de Kuifje-stripboekenreeks. Radia Gaga, Bycicle etc etc. Bij die concerten kom je ook nummers tegen die je helemaal niet kent. Geen succes geworden, maar uitgevoerd met dezelfde passie als al die hits. En die stem van die Freddy Mercury…Alles op topvolume. Kom daar maar eens om nu in een tijdperk waarin riedeltjeszangers/ressen worden gezien als ultiem.

Waarin tekstbeheersing helemaal niet meer nodig lijkt, net als goed op toon zingen. Het lijkt wel of we ook op dat punt de smaak volledig zijn kwijtgeraakt. Nee, voor mij is Queen wel het summum. De nummer 1 band. Ook al zal er een hele generatie lezers bestaan die nu denken: ‘Waar heb je het over?’. Zoals ik vroeger had als mijn ouders oreerden over Mario Lanza of Rudolph Shock. Een band uit een periode ver voor hun eigen bestaan….’ouwe meuk’. Maar wel meuk met kwaliteit. Geen sleet, geen roest, geen braampje. Alles loepzuiver en dynamisch. Dynamiek is zo belangrijk in de muziek. Maar ja, ik ben al wat ouder en de jaren zeventig liggen ver achter ons. We gaan op weg naar 2019. Maar bij de overgang naar dat jaar moet Bohemian Rhapsody zijn doel dienen. De ultieme oudejaarssong. Ik zing hem luidkeels mee…Proost….op Freddy!!! En o ja, er is een film verschenen over het fenomeen Mercury en Queen. Draait nu in ons land en trok al heel wat fans!  (Beelden: Internet)

‘Oranje’…

Nederland kent in haar maritieme geschiedenis een aantal iconische schepen. Zo is er de ‘Rotterdam’ die inmiddels aan de kade ligt in die stad aan de Maas en min of meer dient als hotelschip met deels museale functie. In de Amsterdamse haven van pakweg een jaar of zestig geleden zag je toen ook nog echte schepen voorbijvaren of afmeren. Passagiersschepen die veelal op lange afstanden werden ingezet. Zoals de route naar Australië, Nieuw-Zeeland of Indonesië. Deels in dienst bij de toenmalige Stoomvaart Maatschappij Nederland. Scheepsnamen als ‘Johan van Oldenbarnevelt’, ‘Willem Ruys’ of de fraaiste van deze schepen, ‘Oranje’. Dit laatste schip is onderdeel van een expositie in het Scheepvaartmuseum geweest en om allerlei redenen bezochten wij die expositie onlangs. Die Oranje was een prachtig slank en luxe uitgemonsterd schip. De kiel werd gelegd in 1937 bij de NDSM in Amsterdam, het was dus een echt Mokums passagiersschip, en hij kwam in de vaart op 15 juli 1939. Koningin Wilhelmina had hem een maand of negen eerder te water gelaten.

Het schip was 200 meter lang, ruim 25 meter breed, had een diepgang van bijna 9 meter en werd aangedreven door drie toen heel moderne Sulzer Diesels die samen 37.500pk leverden. Kruissnelheid van het fraaie schip was 41km/u. In zijn oorspronkelijke uitmonstering nam hij in totaal 740 passagiers mee, verdeeld over vier klassen en acht dekken. 383 bemanningsleden deden hun best om dit zeekasteel zo efficiënt en comfortabel mogelijk op reis te begeleiden. De Maidentrip van de Oranje ging via Kaap de Goede Hoop naar Batavia (Jakarta) in wat toen nog Nederlands-Indië heette. Ellendig genoeg brak tijdens die trip de Tweede Wereldoorlog uit en bleef de Oranje in Indië rondhangen. In 1941 moest het dienst gaan doen als troepentransportschip voor de Australische Marine.

Later werd het op kosten van de Australiërs omgebouwd tot hospitaalschip en  maakte als zodanig 41 trips met gewonde militairen en burgers aan boord. Na afloop van de oorlog werd het schip weer gebruikt voor vervoer van repatrianten vanuit Indië naar Nederland. In 1947 kreeg het weer een lijndienstfunctie en voer dan via het Midden-Oosten naar het Verre Oosten. Trips die voor de toenmalige passagiers vooral emigratie betekenden. In 1959 kwam door de concurrentie van de luchtvaart een einde aan deze trips en werd de Oranje omgebouwd tot cruiseschip. In twee klassen vervoerde men nu 1000 passagiers o.a. tijdens Rond-de-wereld-trips. Dat die passagiers het zich konden veroorloven zal duidelijk zijn. Maar vijf jaar later was ook die pret over. De opkomst van de luchtvaart met haar nieuwe jets gaf de nekslag aan deze vorm van varen.

De NDSM deed haar grote passagiersschepen in de verkoop en de Oranje werd verkocht aan een Italiaanse rederij. Daar werd het schip omgedoopt tot ‘Angelina Lauro’ en drastisch verbouwd. Het schip kreeg een moderner uiterlijk en er werden meer luxe elementen toegevoegd. Het schip werd er flink zwaarder door maar kon nu ook 1230 passagiers vervoeren. In 1979 vloog het helaas tijdens een cruisevaart in brand nabij de Virgin Islands. Deze brand begon in een kantine van de bemanning en breidde zich razend snel uit over het hele schip. Bluspogingen waren zinloos. De passagiers werden gelukkig tijdig van boord gehaald. De oude Oranje brandde nog vier dagen en wat restte was een slagzij makend wrak. Medio 1979 werd het ooit zo trotse schip door een Duits bergingsbedrijf opgehaald om te worden gesloopt in Taiwan. Maar daar kwam het nooit aan. De provisorisch aangebrachte schotten op doorgebrande huidplaten begaven het en het wrak maakte al snel veel water. Op 24 september 1979 zonk het schip in de Stille Zuidzee. Een icoon van de Nederlandse scheepvaart verdween voorgoed. Wat rest zijn stukken correspondentie en foto’s. Verhalen van mensen die met de Oranje reisden en wat modellen. En die bekeken we in dat Scheepvaart Museum. Waardoor de herinnering aan die schitterende schepen weer even werd gevoed. Vandaar dit verhaaltje…(Beelden: Scheepvaart Museum/Yellowbird Photo)

Geloof in de Sint….

Als je in de oud-Hollandse tradities vandaag pakjesavond viert, al dan niet in aanwezigheid van de goede oude Sint en zijn zwart geschminkte assistent, hoop ik dat je dit vooral doet voor de kinderen of de gezelligheid. En dat je in staat bent om alle frustraties of schuldgevoelens van je af te werpen. Immers, de claims van al die gefrustreerden die menen dat Zwarte Piet een slavenrol vervult t.o.v. een knechten misbruikende schijnheilige heeft van ons feest niets begrepen. En benut dit feestje om eigen claims op schadevergoedingen vanwege een mogelijk slavernijverleden neer te kunnen leggen bij hen die weliswaar het feest vieren, maar in dat verre verleden zelden reden hadden voor feesten. Integendeel. Het merendeel van de geboren en getogen Nederlanders leefde in die jaren in grote armoede. Wie dat niet wil of kan geloven zou verplicht een rondje door de Amsterdamse Jordaan of andere toenmalige achterstandsbuurt in Nederland moeten maken. En zien waar soms enorme gezinnen werden ondergebracht in krotten, waar het water op de vloer en de wanden stond en de ratten af en toe een hapje namen uit de ledematen van de aanwezigen. Armoede troef dus.

En de rijke handelaren die mogelijk betrokken waren bij die slavenhandel hadden maar ook heel weinig op met die arme paupers in hun stad of dorp. Maar dit terzijde. Het fenomeen Zwarte Piet is een wonderlijke samenstelling van een beroet gezicht, en een pakje dat nog het meest doet denken aan wat nobelen aantrokken in de tijd van de Tachtigjarige oorlog. Zwierig, zelfverzekerd en helemaal niet in dienst van die oude man die zelfs niet in staat was om zijn ‘grote boek’, toch een equivalent van de Bijbel uit vroeger jaren, te dragen. Net zoals misdienaren dat doen tijdens de heilige katholieke missen. En ook die dragen bijzondere pakjes. Aankleding die niet meer van deze tijd is, maar dat geldt ook voor het geloof op zich. Wie dat nu weer wil invoeren overschrijdt grenzen van de persoonlijke vrijheid die ons volk nu eenmaal sinds de jaren zestig van de vorige eeuw heeft bevochten. Schijnvertoningen passen bij ons.

Laten we wel zijn, 50 jaar geleden was een kerstboom in bepaalde kringen verboden. Heidens gebruik. Nu overal in zwang. De befaamde pakjesavond werd min of meer vervangen door surprise-party’s onder vrienden of collega’s. En dan elkaar maar gedichten schrijven met de meest vreselijke inhoud. Om daarna een cadeautje te krijgen waar je helemaal niet op zat of zit te wachten. Dat was vroeger wel anders. Wij zaten om de kachel, toen nog op kolen gestookt, zongen ons de blubber aan die oude smartlappen die rond dit feest hangen en kregen dan een hartverzakking als er ineens op de deur werd geramd. In de gang stond dan een wasteil (die van ons zelf..) vol pakjes. Net als we dan op het gemakje aan het uitpakken van deze vele presentjes begonnen, stapte ‘pa’ dan binnen. Die was altijd net even sigaretten wezen halen…jaja. In de door de Sint gebrachte pakjes zelden wat je had gevraagd…wel sokken, ondergoed, een bootje dat niet wilde blijven drijven, een auto van een gulden etc. etc. Veel gedoe voor weinig. Maar je was er apentrots op. Een feestje voor de kinderen. Tegenwoordig gekaapt door een kleine groep volwassenen die nog steeds meent dat alles wat in onze samenleving plaats vindt hen kwetst. Op hun tenen wordt gestaan omdat ze er anders uit zien. Maar vaak komt dat eerder door hun eigen afwijkende gedrag. Als men daar nu eens mee ophoudt wordt het wellicht weer een echt leuke samenleving. Pas je gewoon aan en wacht op dat bonzen op de deur. Wie weet zit er wel een pakje in die teil. Ook voor jou. Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe. Ik wens alle lieve bloglezertjes een fijne Sinterklaasavond toe!  (Beelden:  Internet)

Werkpaleis…

Ik geef het eerlijk toe, los van wat momentjes in de tijd, ben ik geen groot fan in de breedte van de artiest Herman van Veen. Ook al snap ik wel dat er hele volksstammen achteraan lopen. Mooie teksten, komisch talent, en slimme zakenman. En dan komt door dat laatste bij mij de bewondering alsnog. Want deze man is een alleskunner. Hij staat niet alleen op het toneel om zijn kunsten te vertonen, zijn nooit stilstaande geest ziet overal creatieve mogelijkheden. Dus heeft hij ergens in de bossen van Soest, niet ver van het Militair Museum daar, een schitterend landgoed ingericht als cultureel centrum. Een prachtig wit pand, met barstens veel ruimte binnen en buiten staat beschikbaar voor Herman van Veen zelf of de vooral jonge artiesten die hij begeleidt op weg naar een nieuwe carrière.

Daarnaast is dit een expositiecentrum voor zijn kunst en die van evt. andere creatieve geesten. Waar je kijkt, je ziet iets wat kunstzinnig bedoeld is of het in onze ogen ook echt is. Van smeedijzeren vogels tot nagemaakte krokodillen, een olifant of een van metaal gemaakte hond. Het pand kent een reeks van kamers, barstensvol kunst. Maar ook ruimten waar men workshops geeft. En heel veel uitingen van wat Van Veen in ons land voor de kunstsector betekende of nog doet. Je staat er als onbevooroordeeld meninggever echt paf van. De avonturen van Alfred Jodocus Kwak zijn daar maar een onderdeel van. Er is zoveel. In boekvorm of op cd, als kunstwerk aan de wand of in beeldvorm.

Ontelbaar, en zeer indrukwekkend. Beneden in het pand word je met grote warmte ontvangen, in ons geval door de maestro zelf. Geen sterallures, gewoon even een welkom en dan weer verder met wat die dag moest gebeuren. Het schitterende witte pand kent ook een terras waar we even in de buitenlucht, het was een prachtige nazomerdag toen wij daar waren, genoten van de omgeving. Die natuur eromheen zal ik later nog even beschrijven. Dat helpt hier zeker mee om de kunstzinnigheid te stimuleren. Zonder dat het op enig moment als een troep overkomt. Niks van dit alles. Glad, professioneel, plezierig.

Dat is de sfeer hier. Naast het grote pand nog wat kleinere waarin men tijdens ons bezoek driftig oefende op stukken klassieke muziek. Ook een kapel doet mee aan de ambiance, de bellen van de toren van dat gebouw klinken helder en luid. Maakt het extra grappig allemaal. Mocht je in de buurt van Soest zijn, neem eens de tijd om deze omgeving te verkennen. Neem ook even de kunst in ogenschouw, en als je een fan bent van het werk van Herman van Veen, is dit een eldorado. Weg gaan zonder dat je iets in de shop koopt is vrijwel onmogelijk dan. En ik snap dat. Zelfs als niet zo’n grote liefhebber…ja zelfs dan! (Beelden: Yellowbird Photo)

Tatoeages…

Natuurlijk, ik ben geen norm op dit gebied. Ik ben al bang voor de naald van de dokter of in dat kader, de assistente van Dracula als er weer eens bloed wordt gevraagd. Dus om dat vrijwillig te ondergaan is net een brugje of wat te ver. Maar afgelopen zomer zag ik wel dat ik een eenling begin te worden. Hoe heter het weer, hoe meer kleding verdwijnt bij ons volkje en wat dan tevoorschijn komt is soms echt opzienbarend. Waren tatoeages vroeger het domein voor dronken zeelieden die zich in een ver weg gelegen haven van een al dan niet geslaagde afbeelding van een zeemeermin op hun bovenarm lieten voorzien, tegenwoordig schijnt het normaal te zijn om 50% van je lijf te lenen als platform voor een ‘kunstwerk’. Waarbij ik het begrip ‘kunst’ maar even tussen aanhalingstekens zet, want sommige van die artiesten hebben zeker niet de Rietveld-Academie voor Beeldende Kunsten doorlopen. Het lijkt soms wel of er een blinde met naald en inkt aan de gang is gegaan. Net als het dragen van Talibanbaarden lijkt dat tatoeages laten aanbrengen tot regel verheven. Met een verschil natuurlijk.

Die barbaarse beharing is vrijwel zeker in een kwartier of zo te verwijderen. Met dat in de huid aangebrachte spul ligt dat toch iets anders. Gaat nooit meer weg of je moet over kapitalen beschikken en een ijzeren zenuwstelsel, dan is het min of meer weg te laseren. Maar in normale situaties loop je dus je leven lang met zoiets in het rond. Mannen moeten het vooral zelf weten hoor. Wellicht behoren ze bij een criminele bende of zijn onderdeel van een fanatieke stripboekenclub, maar bij vrouwen ligt dat toch een stuk genuanceerder. Ik ben nog opgevoed met de splitsing tussen fatsoen en ordinair en helaas dames vol bekladderde armen benen of zelfs gezicht, ik vind dat toch behoren tot het laatste.

Doodzonde soms. Prachtig koppies, mooie lijven en dan al die flauwekul die alleen maar afleidt van het origineel. Dat je vroeger een vlinder liet zetten op een borst….mwah. Een pijl of iets anders op het punt waar al je zenuwen samenkomen in je onderlijf…OK! Was voorbehouden voor de mensen die daar op die plek even mochten rondkijken en had nog iets sexy’s, maar dat halve lijf vol min of meer onherkenbare flauwekul…nee. Ordinair. Dat je ergens een naam laat plaatsen, klein, minder opvallend, vooral doen! Maar bedenk nou eens dat je ook een normaal leven moet leiden. Wellicht op kantoor of in de zorg. Je vergooit toch een stuk van je toekomst. Het lijkt bij sommige werkgevers al een rol te spelen. Maar zeker ook omdat je nu niet weet hoe we straks, in de toekomst, naar die dingen kijken. Om het over verval niet te hebben. Oud houdt meestal in slap hangen, uitzakken, rimpels. En dan is een tatoeage ineens verworden tot iets compleet anders. Wil je echt niet. Ik zeker niet. Maar ja, ik ben dan ook niet van die naalden… Dus denk nog eens na voor je zelf tot lopend kunstwerk wordt omgevormd. Overigens…die inkt is naar verluid niet onschuldig. Net zo min als de manier waarop veel van die kunstenaars de properheid in acht nemen. Een ontsteking of Hepatitis liggen al snel op de loer dan. En nu krijg ik vast commentaren van lezers die uiteraard ‘hier’ ‘daar’ of ‘overal’ een tatoe hebben laten zetten. Ik ben benieuwd. Komt u maar…..desnoods met plaatjes…(Beelden: Internet/Google)

Gesloten gordijnen…

In onze straat wonen vooral keurige Nederlandse of goed geintegreerde mensen van elders met de daarbij behorende typische gewoonten. Jong, oud, man, vrouw, gezin of gepensioneerd. Alles door elkaar heen en vooral rustig en harmonieus samenlevend. Zoals we dat in dit land graag zien en beleven. Overdag is men geneigd met elkaar een praatje te maken, men komt af en toe eens bij elkaar op visite en bepraat dan de situatie in land, stad of wijk. Maar over een ding zijn we het over het algemeen helemaal eens. Als het donker wordt en de lichten in huis aan moeten gaan de raambedekkers dicht. We genieten van rust in huis, voelen ons veiliger achter gesloten gordijnen of wat daar tegenwoordig als alternatief voor wordt aangedragen en maken het juist in dit donkere jaargetijde gezellig. Ooit was dit totaal anders. De Nederlandse huizen stonden erom bekend dat de ramen altijd doorkijkjes boden richting interieur en mensen die daarin leefden.

Een rondje door je eigen woonwijk maakte al snel duidelijk dat we met zijn allen veel deelden, alleen de smaak is of was een lastige. Maar verder? Tuurlijk zijn er uitzonderingen. Altijd is wel ergens een gordijn vergeten. Toen ik met mijn hondje nog het laatste rondje van de dag liep kwam ik ze nog wel eens tegen. Huizen met alle lichten aan, maar de inkijk voor de volle 100% gegarandeerd. Met soms wondelijke observaties als gevolg. Maar het sterft uit. We beplakken de ramen nu met folie voor overdag en sluiten de boel af als het dus donker is. Vreemd? Nee! Je kunt nu eenmaal niet meer pronken met de veren die je door de jaren heen op je bestaan deed groeien. Het is te link. Ratten en kakkerlakken lopen ook rondjes en kijken waar iets te halen valt. Juist in die wijken waar mensen die ramen lekker open te kijk stellen opdat je weet welk merk en type flatscreen er staat of welke smartphone voor het grijpen op tafel ligt. Opsporing Verzocht doet de rest.

Kijk eens naar een aflevering van dat programma en je doet een slot extra op je voor- en achterdeur. Nederland verliest daarmee haar kenmerkende karakter. Bij ons zelf was dit gedrag al veel langer gemeengoed geworden. We woonden ooit in de Bijlmermeer en daar was ieder flat zo’n beetje Fort Knox! En niet ten onrechte. Opslagboxen, auto, bergkamers, en uiteraard de flat zelf, alles moest het ontgelden. Voor de lieden die dat inbraakwerk deden was het naar eigen verklaring een bron van inkomen, voor de huur betalende bewoners een en al ergernis en meteen ook stress veroorzakend. De nieuwe samenleving stelde zich in die jaren aan ons voor en verliet ons daarna nooit meer. Het naïeve denken van de jaren 60 maakte plaats voor het realisme van de jaren tachtig en daarna. In onze huidige woonstraat is niet zo lang geleden een leuk jong stel met twee kinderen komen wonen. Fransen, Italianen, niet geheel duidelijk. Wel tweeverdieners met een goede baan bij een paar grote bedrijven. En die laten de hele dag en avond hun ramen onbedekt. Zoals het volgens hen hier te lande vermoedelijk hoort. Een gidsland op dit gebied. Zal na een onverhoopte slechte ervaring wel over gaan. Maar verfrissend is het allemaal wel….(Beelden: Yellowbird photo/archief)

 

Warrig en sexy, Suranne Jones!

Je zou haar kunnen kennen uit de bekende politiereeks Scott & Bailey die al een paar jaar ook op de Nederlandse zenders wordt gedraaid. Maar haar oeuvre is een flink stuk groter, ook al moet je dan wel even zoeken op Netflix of BBC One. Een echt geweldige rol speelt ze in Doctor Foster, een reeks over een vrouw die niet alleen huisarts is maar ook moeder en echtgenote van een man die niet wil deugen. Dat verhaal zorgt voor een geweldige serie die in 2017 een vervolg kreeg en waarvoor men een derde overweegt. Ik heb het over de Britse actrice Suranne Jones (40) die haar eerste bekendheid kreeg in de bekende reeks Coronation Street. Een vrouw die er uit ziet of ze naast haar rol in de series en films waarin ze acteert ook nog even de was en slaapkamers van de studio doet. Maar ook expliciete seks uitstraalt. Beetje onverzorgd, maar wel sexy.

En een gezicht dat duizend uitdrukkingen kent. Gepokt en gemazeld in het acteurs vak. Winnares van grote prijzen in haar vakgebied. Intussen speelt ze weer in tv-series als Save Me en Gentleman Jack. Haar manier van acteren weer heel anders dan die van de eerdergenoemde dames in dit vakgebied. Altijd wat warrig aandoend, maar vastberaden als het er op aankomt. Zij heeft ook in haar normale leven een heerlijk ironische manier van tegen de dingen aankijken. Zoals wanneer ze het heeft over haar eerste herinneringen uit haar jeugd. Dat waren koeien die bij hen thuis door de ramen naar binnen keken. Verwijzing naar haar opvoeding op het Britse platteland. Op school voelde ze zich altijd anders dan de rest en ze werd dan ook uitvoerig gepest. Zit daar dan haar verbeten blik en aanpak van sommige rollen in?! Ze ging pas echt leven toen ze kon gaan acteren.

Het is haar passie. Haar liefdesleven is pas onlangs tot rust gekomen toen ze trouwde met een scriptschrijver en redacteur waarmee ze in 2016 een zoon kreeg. Als ze even niet hoeft te acteren is ze zeer actief in de wereld van liefdadigheid t.b.v. goede doelen. Niet in de laatste plaats omdat haar moeder ooit werd getroffen door borstkanker en dat een enorme stempel op haar leven zette. Suranne Jones is er ook weer zo een om in de gaten te houden. Heerlijke actrice, geen plastic fantastic zoals je zaak in de VS ziet, maar gewoon down-to-earth acteren. Wat de karakters die ze speelt zo levensecht maken. Herkenbaar ook. En als ik dan in het verlengde die reeks Doctor Foster mag aanbevelen?! Kijk dan meteen naar haar gezicht en snap wat ik bedoel met mijn verhaal…(Beelden: Internet)

Museale tram en bestuurlijke bedreiging..

Los van mijn meer bekende interessen op het gebied van luchtvaart en auto’s heb ik er nog een. Trams! Met name de soort die in onze hoofdstad rondreed en nog rijdt. Trams maakten zo lang ik al leef al deel uit van mijn observatorische gestel en ik heb er heel wat ritjes in doorgebracht. Van de oude blauwe trams met hun open balcons tot de moderne Combino’s. Een prima vervoermiddel dat je met een redelijke snelheid dwars door onze mooie stad heen brengt naar plekken waar je eventueel iets wilt bezoeken. Anders dan je zo vaak ziet in ons land waar het industrieel erfgoed betreft hebben we met die trams kennelijk nog wel iets, want elke grote stad met een tramwegennet heeft ook wel een of andere vorm van museale tramverzameling. En zeer terecht. Vrijwilligers werken zich vaak in het zweet om die uitgerangeerde wagens weer helemaal in nieuwstaat te brengen en oudgedienden brengen die fraaie ontwerpen dan weer op de rails. Een enkele keer op het stedelijke net, maar in Amsterdam ook op een eigen trace dat is aangelegd op het oude stoomtramspoor tussen Amsterdam Haarlemmermeerstation en Bovenkerk, net ten zuiden van de stad.

Duizenden mensen per jaar jaar vervoert men met die oude trams en dat is voor iedereen een plezierige beleving. Maar zoals zo vaak zijn bestuurlijke wegen soms ondoorgrondelijk. Het intussen tot een museaal spoorbedrijf omgevormde tramvereniging heeft een stel oude loodsen beschikbaar waar men al pakweg 40 jaar lang onder relatief primitieve omstandheden de oude trams onderhoudt. Daardoor raken die kwetsbare trams niet verloederd wat in open opslag direct op de loer ligt. Maar het terrein achter het ook al zo kenmerkende en museale station van de club is voor projectontwikkelaars goud waard en ook groenlinkse bestuurders zijn niet vies van een beetje geld verdienen. Men wil de grond gewoon verkopen en daar dan woningen neerzetten die in de huidge tijd goud opleveren. Maar ja, die trams en hun vrijwilligers dan??

Nou die moeten volgens die progressieve politici gewoon weg. Dus neem je ze eerst een stukje gemeentelijke subsidie af. We zullen ze leren! En daarna ga je vertellen dat de huur op hun onderkomen wordt opgezegd. Ze moeten opkrassen. Heen en weer rijden mag, maar opslaan niet. Deze kortzichtigheid van de stedelijke bestuurders in het Kremlin aan de Amstel zorgt toch voor enige paniek onder de mensen die genieten van die oude trams. Al eens eerder werd een oude remise van een andere club op dezelfde wijze ontmanteld en de collectie raakte daardoor heel snel in verval. Maling aan het verleden, lang leven de groenlinkse toekomst. Maar hoort een elektrische tram daar nu net niet bij dan?! De tramliefhebbers hebben intussen steun gekregen vanuit Amstelveen. Daar ziet B & W maar ook de Gemeenteraad wel het nut of de noodzaak van die museumtrams. Nu nog eens zien dat men wellicht daar een loods kan bieden om die unieke trams onder te brengen. Lukt dat niet wordt het wel erg lastig allemaal. En verdwijnt wederom een stukje van onze geschiedenis door kortzichtigheid van de politiek! Wil men dat stigma? Ik mag hopen van niet…… (Beelden: Yellowbird archief/internet)

Dynamisch Rotterdam…

Er zijn van die mensen die menen dat ze als ze vanuit Rotterdam bekeken Amsterdamse grond betreden direct min of meer in helse pijnen zullen sterven. Omgekeerd zou je ook als geboren en getogen Mokummer niet naar Rotterdam mogen afreizen. Dit alles omdat er in die steden twee voetbalclubs zijn  met een redelijk fanatieke aanhang. Ik behoor daar niet toe. Ik houd van Amsterdam, maar heb zoveel andere plekken in binnen- en buitenland bezocht en bekeken dat ik echt niet bang ben om hete zolen te krijgen als ik in Rotterdam eens rond wil kijken. En dat deden we als familie afgelopen maand augustus. Broeierig weer en als startpunt de werkelijk schitterend geslaagde Markthal.

Dat moet je toch eens bekijken als breed ingestelde Nederlander. En naar ik zo om me heen hoorde komen mensen van heinde en verre om dit fenomeen te aanschouwen. Een flink uit de kluiten gewassen krom gebogen modern flatgebouw, met appartementen aan de buitenkant en binnen een geweldig leuke maar ook enorme hal waarin je van alles en nog wat kunt eten of meenemen. De kwaliteit van het aanbod is best op niveau en dan bedoel ik niet alleen het aardig hoge plafond met prachtige beschilderingen. Een genoegen om hier rond te hobbelen al was de temperatuur binnen het gebouw aan de tropische kant bij een buitentemperatuur van een graad of 25.

Rotterdam is een stad vol hoogbouw. Dat is als je van historie houdt wel even wennen. De meest schitterende moderne architectuur mengt zich hier overigens met oude gebouwen waarvan een deel de indruk maakt te zullen sneuvelen onder de slopershamer. En die hamer doet zijn werk want overal om je heen werkt men aan het herbouwen en verfraaien van die toch al indrukwekkende centrumbouw. Rotterdam imponeert zonder te beangstigen. Enorme winkels, leuke terrassen, prachtige hotels, kantoren, een zeer opvallend Centraal Station. Het is er druk, maar niet op zijn Amsterdams toeristisch druk.  Gewoon dynamisch druk!

Binnen tien minuten spotte ik trouwens op straat een Rolls Royce sportcoupe, twee Lamborghini’s, een Ferrari en een hele reeks dikke Mercedessen. Waar dat allemaal voor dient is de vraag, maar het heeft wel iets. Ik ken de stad overigens van jaren terug nog wel. Ik kwam er zakelijk voor wat afspraken nog wel eens, maar dan zat ik toch wat meer aan de buitenkant van de stad. En miste ik dus geweldige winkels en die nieuwe hoogbouw.

Zoals Donner, een prachtig gesorteerde boekhandel aan de Coolsingel, of de meer dan goed uitgemonsterde treinen- en modelwinkel Meijer & Blessing waar het personeel nog weet wat je bedoelt als je iets specifieks vraagt. Een ongeopende oester met een parel die glanst, deze winkel. En goed bezocht zoals ik kon constateren. Dat Rotterdamse centrum heeft iets van het nieuwe Berlijn. Het is eigenlijk hypermodern, met af en toe een straatje waarvan je je afvraagt of het veilig is om doorheen te lopen. Er was nergens enig gedrang, en ook geen gedoe. Drukte met een zekere ontspannenheid. Het verbaasde me en aan de andere kant intrigeerde het ook. Zeker als je omhoog kijkt naar die echte wolkenkrabbers die hier midden in het centrum staan.

We slaagden voor onze verschillende missies, en we spraken af dat we Rotterdam nog eens per trein gaan bezoeken. Nu waren we met de auto, en dat parkeren is niet meteen goedkoop als je onder de Markthal staat. Maar ja, laten we wel zijn, dan krijg je ook wat. Een volautomatische parkeergarage die met digitale lichtjes zelfs aangeeft waar een plek vrij is. En dat is handig want deze parkeergarage is bij velen in trek. Hoe dan ook, ik genoot. En dan heb ik nog maar een klein stukje Maasstad gezien. Dat doen we nog eens over. Dikke zolen onder de schoenen en hupsakee. Grappig was in dat kader dat in die modelwinkel de verkoper vroeg waar ik vandaan kwam omdat ik hem complimenteerde met die prachtzaak. Toen ik vertelde waar ik vandaan kwam viel hij even stil. Ik vrees dat hij wel iets met voetballen had…..Dat blijft toch wel een dingetje kennelijk. Maar dat ligt niet aan mij! Integendeel…(Beelden: Yellowbird Photo)

Geen gerap….

Nee mensen, geen tikfout in die titel. Gewoon een begrip dat je zo schrijft, maar anders uitspreekt. Rep! Een muziekstroming die tot ons is gekomen vanuit de krochten van sommige Amerikaanse steden en vooral door de Afro-Amerikaanse artiesten werd of wordt beoefend. De bedoeling is dat je op een bepaald ritme teksten uitspreekt die min of meer rijmen en jouw gevoel van de dag of cultuur te berde brengt. Teksten die ook oppervlakkig rijmen. Dood, rood, bloot, maar kan ook doof, kloof of roof in zich houden. Rappers zijn lieden die de liefde beschrijven op een manier die veel vrouwen nu naar Metoo-verenigingen en psychiaters zouden verwijzen. Een vrouw is een ding voor veel rappers en wat je daarmee kunt doen bezingen ze (nou ja..zingen) uitgebreid. In ons land is het genre ook aangeslagen. In bepaalde kringen opgepikt en tekstueel vooral bedoeld om zaken in de samenleving aan de orde te stellen die deze lieden bezig houden.

Dat is vaak niet heel hard werken of zo, integratie, warme gevoelens, maar vooral gebrek aan respect en de altijd aanwezige frustratie over het feit dat werkgevers niet eens langs komen bij hen om dik betaalde banen aan te bieden. En zo wordt het genre omarmd door mensen die ook menen dat geld aan de bomen moet groeien, dat onze maatschappij verderfelijk is als je niet gewoon coke mag snuiven naast je boterham, of de hier rondlopende vrouwen moet zien als welwillend rond of bevallig vlees. Hoewel ik zo’n beetje elke muzieksoort kan waarderen is dat bij die rap dus niet zo. Ik heb er niks mee. Snap de status van die lui niet en ook dat er hele groepen achter aan hollen om deze lui te aanbidden alsof zij het equivalent zijn van Jezus op Aarde. Wat je vaak ziet of hoort is dat deze lui bij tijd en wijlen de draad kwijt zijn. Zeker als hun denkbeeldige spiegels en kralen worden afgepakt.

Zij vinden zich echt heel belangrijk voor de cultuur, vraag is alleen welke. Ik persoonlijk vind het niet muzikaal, het rijmt niet, het voegt niets toe aan de muziekscene die we al eeuwen kennen en het verkondigde kan me niet boeien. Toch is er een deel van de nieuwe generaties gek op.. Zoals wij door o.a. Radio Veronica waren met Elvis, The Stones of the Who. Opgevoed met Johan Strauss of de Selvera’s waren die nieuwe artiesten toch echt iets totaal anders. Maar ze waren indertijd wel gewoon muzikaal en kun teksten leken ergens op. I love you yeah, yeah, yeah…. Toch iets anders dan ‘als je me nu niet meteen seksueel bevredigt zwaait er wat’. Andere tijden, zeker! Maar daardoor niet meteen een aanwinst. Rap is voor bepaalde lieden. Ik word kennelijk oud. En dat is best confronterend…..