St.Pieterskerk Turnhout

Wie mij kent weet dat ik nog altijd iets heb met kerken. Soort culturele musea die voor velen een directe lijn met de hoger geplaatste in de hemel voorstellen of een bron van rust. Voor mij toch vooral plekken om me te verwonderen over de mate van aanbidding die hele volksstammen schonken aan die God-in-den-Hoge. Bij de oer-gelovigen, zij die Rome aanhingen als enig ware stroming, was soberheid vaak niet de meest voorkomende eigenschap. Het moest allemaal opgesmukt en aangekleed en op goud noch zilver werd er gespaard. Men brandschilderde de ramen, maakte spreek/biechtstoelen die de gelovigen duidelijk in een vooropgesteld nadelige positie brachten en zette bankjes neer die zo oncomfortabel waren dat je god letterlijk dankte als je gewoon op mocht staan en naar huis kon. Al die dingen komen samen in de kerkgebouwen die nu nog overeind staan.

In katholiek gebied zijn dat er heel wat meer dan in het toch wat ontkerkelijke noorden van de oude Nederlanden. Laten we wel zijn, dat Belgie was ooit niet meer dan een onderdeel van het door de Oranjes geleide Nederland. Maar geloof en afkeer van de ketters uit het noorden zorgden voor scheuring. De Belgen zijn dus overwegend katholiek gebleven en dat is hen te prijzen. Hun kerken laten ook zien dat men extra aankleding niet schuwde en zelfs kitsch durfde toe te voegen aan dat wat bij de Roomsen al vaak overdadig werkte. De St.Pieterskerk in Turnhout (Antwerpen) staat op het grote plein in het centrum waar ook de meeste horeca van de stad te vinden is.

Het is een fraaie kerk, aangekleed zoals ik beschreef en in de diverse zijbeuken kom je al dan niet open gestelde altaren tegen die voor een deel god de vader, zijn zoon of de heilige moeder Maria vereren. Het spreekgestoelte van de priesters die hier de heilige katholieke mis leiden en daar prediken, is echt een wangedrocht. Het ding is een 19e eeuwse kopie van een soortgelijk object in een van de Antwerpse kerken, maar dat maakt het nog niet mooi. Leuningen als takken van een eik, in chocoladebruin uitgevoerd. Het is mij te erg. Neemt niet weg dat ik de strekking wel snapte. Ook de biechtstoelen zijn zo! Wat was dat toch een mooi fenomeen bij de katholieken, dat biechten.

Gewoon even de zonden laten wegwissen door de priesters die afgezonderd tegenover je zaten en ‘hup’ met wat berouw en gebeden kon je weer verder, die biechtstoelen  zijn hier dus ook pompeus van vorm en doen bijna een glimlach op de lippen verschijnen. Maar alles bij elkaar is dit een fraaie kerk, gemaakt en gebruikt in de beste Roomse tradities. En gratis toegankelijk. Een fenomeen dat we bij de grotere kerken bij ons in Nederland nog wel eens zien verdwijnen. Verdienmodellen en zo meer… Mocht je in de buurt zijn, Turnhout ligt een kilometer of 45 van Eindhoven en is goed bereikbaar. Ga er eens heen en dan ook deze kerk binnen. En verbaas je. Net als ik deed. (Beelden: Yellowbird Photo)

Begijnhof…

Wie als vrouw in vroeger jaren zonder man zat of kwam te zitten had daarna maar weinig echte keuzes. Zoals je nu bij nieuwe bevolkingsgroepen nog wel eens ziet was in christelijk/katholieke kring uithuwelijken nog heel normaal tijdens de late Middeleeuwen. En wilde een vrouw dat niet ging (moest) ze in het klooster. Met name dat laatste hield in dat men geen kans meer had op menselijke geneugten, immers geloften van armoede en kuisheid waren dan opgelegd pandoer en de Here Jezus de enige man in je leven. Dat was voor veel vrouwen vanuit hun fysieke or karakterwezen geen optie. Maar meestal economisch afhankelijk van de mannen of familie hadden ze geen keuze. Tot er een ‘derde weg’ ontstond die door heel Europa een behoorlijke reeks volgsters kreeg. Je kon ook begijn worden. Een soort tussenvorm waarbij je het geloof trouw bleef, maar toch minder streng in de leer een soort van onafhankelijke status kon opbouwen.

Die status hield dan wel in dat die kuisheid (reinheid) nog steeds min of meer in acht werd genomen, maar dat je verder in een eigen onderkomen samen met andere dames kon genieten van een redelijk beschermde jonge of oude dag. Begijnhoven werden al snel overal ingevoerd of opgericht. De resultaten daarvan vinden we nog steeds in vooral van oorsprong katholieke steden. Al dan niet nog steeds in gebruik. Zo kennen we het bekende Begijnhof van Amsterdam, maar zijn die ook elders in Nederland te vinden. Onlangs bezochten wij een van de grootste. In Belgie. Turnhout heeft de eer om daar een schitterend voorbeeld van die toenmalige cultuur in ere te houden en je staat met je mond open van verbazing als je ziet welke oase dit eigenlijk altijd moet zijn geweest. Prachtige huizen, schitterende kerken, een Mariakapel en fraaie natuur. Maar vooral die stilte…

De laatste begijn die hier nog leefde was een Rotterdamse die in 2002 op zeer hoge leeftijd overleed en had bedongen dat zij achter de kerk in het hof begraven wilde worden. Men had bij het stadsbestuur van Turnhout niet zoveel op met die laatste wens, maar uiteindelijk kreeg de onverzettelijke begijn het toch voor elkaar. En dat geeft wel weer dat deze dames die toch vooral druk waren met goede doelen en nuttig werk, niet voor een kleintje vervaard waren. Geen nonnen dus. Wie de man van hun dromen tegenkwam kon altijd kiezen voor een  bestaan buiten het hof. Dan was de kuisheid niet meer gewaardborgd, maar lonkte een leven met gezin en kinderen.

Begijnen waren voor de diverse kerkelijke en wereldse machthebbers lastig te vatten. Men wilde ze eigenlijk niet zien als vroom genoeg, maar dat besef kwam toch met de jaren. Al was het maar omdat de begijnen in hun tijd veelal echt gelovig en vlijtig leefden. Op het hof van Turnhout kom je heel wat kerken en kapellen tegen. En alles is in prima staat bijgehouden. Er staat ook een leuk museum waar vanuit men met enthousiaste gidsen rondleidingen kan maken en een goed inzicht wordt gegeven van wat hier in verleden en heden allemaal speelde of speelt. Wij hadden er ondanks de buiten heersende hittegolf-temperaturen veel plezier aan. Een aanrader van jewelste als je een beetje interesse hebt in de kerkelijke geschiedenis en cultuur. En ook wilt zien hoever we in onze huidige tijd en cultuur zijn opgeschoven naar vrijheid en blijheid. Want hoe fraai het leven van die begijnen ook was in hun tijd, een godsdienstig bepaald keurslijf was nog best hun deel. En dat hebben echt moderne vrouwen toch maar mooi van zich afgeschud. Nu blijft het gevecht om dat vooral vast te houden. (Beelden: Yellowbird)

Nicola Walker – Ingetogen acteren…

Pas onlangs ontdekten wij de geneugten van de Britse Tv-zender BBC First. Niet alleen omdat men daar zoals gewoonlijk goede series en films brengt, maar ook omdat men zich met deze zender richt op het Europese publiek, meer met name ook, het Nederlandse. Aardige en soms ook best wat flauwe series komen er ondertiteld voorbij, maar een van de toppers was de serie Split waarin o.a. de Nederlandse acteur Barry Atsma een leuke rol vervult. De hoofdrol van deze serie die zich afspeelt in de Londense advocatenwereld, is voor een actrice die ik echt graag een keer zou willen ontmoeten bij een Cuppa Tea. Nicola Walker heet de dame en haar grote kracht is, zo hebben we door de jaren heen ontdekt, vooral gezichtsuitdrukking en het vrijwel altijd aanwezige gebrek aan overdreven volume bij het spreken. Haar acteerprestaties zijn op het hoogste niveau en haar blikken die altijd iets melancholieks of droevigs in zich dragen uniek en ongekend.

Welke rol ze speelt, en ze speelde er tientallen in films van naam of Tv-series, het is spot-on en bingo qua emoties. Het liefst speelt ze karakters met een levensprobleem. Een katholieke pastor met een actieve lesbische verhouding die niet mag van de kerk maar wel wordt gedoogd. Of in die genoemde reeks een advocate die valt voor hunk Barry, intussen grote zaken moet winnen en ook de familie bij elkaar moet houden. Nergens geschreeuw of geblèr, nergens over-acted, alles binnen grenzen. Soms denk je wel eens dat Mrs. Walker zichzelf speelt. Vandaar die behoefte haar eens te ontmoeten. Ze is overigens keurig netjes getrouwd en heeft een zoon hoor, dus geen rare gedachten. Daarbij is ze van 1970 dus ook nog wat piep i.v.m. uw toch inmiddels wat oudere Meninggever.

Grappig is om terug te lezen dat haar ouders een totaal verschillende opinie bezaten rond haar wens om te gaan acteren. Haar moeder vond dat een goed plan, haar vader juist het tegenovergestelde. Als je ziet in welke films en series ze speelde en ook nog eens wat ze op het toneel allemaal deed, is het bijna ongelooflijk dat wij haar in ons land maar nauwelijks kennen. Nou ja, uit een enkele detective-reeks of uit die eerdergenoemde reeksen bij BBC First of Netflix. Dat gezicht is meteen bekend als je haar ziet.  Althans voor mij wel. Omdat het ook net lijkt of zij totaal nooit is opgemaakt. Of haar lokken de kapper maar nauwelijks zagen en haar kledingkast min of meer te vinden is bij de lokale kringloopwinkel. Maar dat is meteen haar kracht ook. Geen glamour, geen flauwekul, maar acteerwerk op het hoogste niveau. Ík ben fan…..nu jullie nog. Onthoudt die naam….Nicola Walker! Grote ster, maar slechts te zien met een duidelijke kijker….

 

‘s-Lands historie in Arnhem…

Ook al zo’n museum waar je echt moet zijn geweest. Of beter, een paar maal, omdat men ook hier in staat blijkt de expositie steeds weer optimaal en bij de tijd te houden. Het Open Lucht Museum ligt in de buurt van Arnhem en kent een ruime entree met voldoende parkeerplaatsen. Toen wij er op bezoek waren in juni j.l. bleken er al heel wat toerbussen te vinden, die hun lading van allerlei soorten en pluimages mensen net hadden gelost. Een bestemming met enorme aantrekkingskracht dus. Maar zodra je de kassa’s bent gepasseerd valt die drukte enorm mee. Men is gek op de (schitterende) Rotterdamse trams die het park via een zestal haltes bedienen. En de hoofdhalte ligt tegenover de in/uitgang van het museum. Maar ga zelf in eerste instantie gewoon lopen.

De omgeving is er schitterend en gelegen in een groot bosperceel. Met af en toe een of meerdere attracties bij elkaar gegroepeerd. En die moet je dan echt even tot je nemen. Ik ben wat meer van de stedelijke historie dan die van het platteland, maar een oude boerderij bekijken en zien hoe de mensen daar vroeger in leefden of woonden is soms best contronterend. Armoede kwam in vele gedaanten. Goed dat men dus ook keurige nette arbeiderswoningen neerzette uit Tilburg, maar ook krotten uit de Amsterdamse Jordaan. Met bijbehorende geluiden en geuren. Voor hen die dat belangrijk vinden is er ook het een en ander te vinden over de huidige massa-immigratie en wat hieraan ten grondslag lag.

Met verschillende ogen bekeken komt je vaak tot dezelfde conclusies. De geschiedenis valt niet te veranderen, wel onderscheidend te interpreteren. Het O.L.M. heeft op diverse plaatsen ‘exponaten’ die er toe doen. Ik vond de tramremise met daar tegenover het Van Gend & Loosgebouw echt prachtig. Maar ook het Zaanse stukje met een oud bruggetje uit Ouderkerk a.d. Amstel mag er zijn. Diverse molens zorgen voor ambiance. Je komt er een oud dorpskerkje tegen en een schooltje uit Friesland waar kinderen in vroeger tijden nog met een open vuurtje in de klas warm gehouden moesten worden.

Je komt er levende dieren tegen, en een bijenopvang. Er is een kruidentuin plus een scheepswerf. Voor hen die daar behoefte aan hebben is er door het hele park heen iets te eten of te drinken, het grote restaurant bij de ingang (waar de trams ook starten en stoppen) biedt de grootste keuze aan gerechten en dranken. Toiletten zijn ook voldoende beschikbaar, dus ook op dat punt geen nood. En daarbij is de rolstoelvriendelijkheid op behoorlijk nieveau.

Het terrein is wel glooiend, er moet flink geduwd en getrokken worden door begeleiders, maar toch. Je kunt hier een hele dag doorbrengen zonder je te vervelen. Wie er heen wil moet rekenen dat men op 28 oktober a.s. sluit. Dan gaat men beginnen aan het nodige onderhoud. Veelal door vrijwilligers uitgevoerd. En op dat punt valt ook weinig af te dienen op de klantvriendelijkheid van die lui. Een zeer aan te raden bestemming en je leert er veel van over hoe wij Nederlanders leefden en wellicht nog leven anno 2018. (Beelden: Yellowbird Photo)

Hoorn – historisch genoegen!

Ik neem de lezer op mijn blog weer eens mee op trip. Naar Hoorn. Leuke stad, om meerdere redenen voorzien van grote historische banden met Amsterdam, VOC, koopvaart en zo meer. Een stad waar een prachtig historisch centrum wordt gekoppeld aan de nodige havens waar bruine, witte en nieuwgeldvloten naast elkaar aangemeerd worden. Een stad ook met heel wat fraaie kerken waarvan een deel niet meer als zodanig wordt benut. Ook hier sloeg de ontkerkelijking toe. De stad kent een paar musea. Zoals het Noord-Hollandse, maar zeker ook het Museum van de Twintigste Eeuw dat elke keer dat we er komen weer meer te bieden lijkt te hebben. Feest van herkenning. Ook voor de Soester vriendjes met wie we deze keer het Hoornse bezochten. Op een vrij kille junidag, waarop je zag dat veel van die boten worden bemand door Mooiweer vaarders. Want ze bleven voor de wal.

De echte schippers voeren uit, hezen de zeilen en gingen er met gezwinde spoed voor de wind vandoor. Hoorn heeft ook de nodige leuke winkels te bieden. De ooit wat oubollige V&D hier is net als elders verdwenen en het pand maakte niet de indruk dat men nu al nieuwe huurders had gevonden of dat Hudson Bay ook hier gaat proberen om ons te overtuigen van hun gelijk op onze markt te penetreren. Nee, de oude V & D is in verval. Wonderlijk genoeg helemaal niet passend bij Hoornse panden uit de oudheid. Want zelfs 16e -eeuwse pandjes staan hier, zij het scheef, nog aardig overeind. Dat Hoorn is in de jaren zestig en daarna toevluchtsoord geworden voor veel Amsterdammers die in hun stad geen redelijk huis in een veilige buurt vonden en derhalve maar uitweken naar wat toen de ‘kop van Noord-Holland’ was. Het deed de nieuwe woonstad bepaald geen kwaad. Overigens begreep ik later dat het V&D pand wordt gesloopt en plaats gaat maken voor nieuwbouw. Prima plan!

De economie floreert in Hoorn en dat zie je ook in de uitgestrekte wijken aan de rand en het stevige van grote winkels voorziene industrieterrein. Van autodealers tot meubelzaken, het is hier allemaal. Je hoeft dus niet speciaal naar Amsterdam om te kunnen winkelen. Daarbij is Hoorn goed bereikbaar, een behoorlijk lokaal wegennet sluit aan op het landelijke, er is een goed functionerend spoortraject, waarvan wij deze keer gebruik maakten, en voor de liefhebbers is er hier heel wat te fietsen. Kortom een erg aardige combinatie. Een leuke stad die o.a. trots is op dat elders zo vaak door nieuwe Nederlanders verguisde verleden. Jan Ptzn Coen wordt hier nog geëerd en dat hoort ook zo.

Ik bekijk dingen op dit punt toch met een blik in dat verleden zoals wij dat kennen. Dat er wel eens iets fout zal zijn gegaan, zeker! Maar was dat omgekeerd niet zo?! Daarbij, we kunnen nog wel even een discussie voeren over hoe de dingen door de tijd heen zijn veranderd qua denken bij sommigen. Maar in Hoorn heeft men daar minder last van. Misschien wel bewust!

Van de horeca maakten we gebruik toen de zon de temperaturen opstuwde en we ontdekten dat betaalbaarheid en kwaliteit hier ook nog eens redelijk samengaan. Hoorn is een erg aardige stad. Ik raad het echt aan om er eens een kijkje te nemen. Vergeet dan niet om je camera mee te nemen en bedenk ook maar dat een paar eeuwen terug de VOC-schepen hier voor anker lagen om hun lading over te hevelen op kleine boten die dan verder voeren naar Amsterdam. Een deel van de lading bleef in Hoorn. En diende dan weer als ruilhandel voor andere zaken die men hier deed. En dat is goed terug te zien aan de grandeur van sommige huizen en straten. Wij genoten weer! Hoop dat anderen dit ook kunnen doen in die aardige stad aan het IJsselmeer.

Observaties van de vijand…

Ik ben een vliegtuigspotter. Iemand die vanaf zijn jeugd is gefascineerd door het fenomeen van de vliegende metalen vogels. Net als duizenden anderen die dit zien als een serieus te nemen hobby. Elk vliegtuigtype kunnen onderscheiden en ook de maatschappij of luchtmacht die het toestel gebruikt. In die zin had ik een rol kunnen spelen bij een heel bijzonder fenomeen dat na de Tweede Wereldoorlog werd ingezet als verdedigingslinie van ons met kwade bedoelingen bezoekende vliegtuigen uit het Oostblok. In 1950 startte men in ons land namelijk met de bouw van een keten van torens die waren bedoeld om laag vliegende (onder de radarketen van toen) Russische vliegtuigen te spotten, hun richting en bedoelingen in te schatten en dat door te bellen naar de luchtverdediging van toen. Gebouwd op heel wat verschillende plekken, verspreid over heen Nederland. Bemand door het Korps Luchtwachtdienst (KLD) en actief gebruikt tijdens de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw. In basis torens met een soort betonnen honingraatconstructie en wel op zodanige wijze uitgevoerd dat het niet te veel zou hoeven kosten.

Bovenop die torens een platform en dat was te bereiken met steile metalen of houten trappen. Het systeem heeft uiteraard nooit om het eggie hoeven dienen. De Russen kwamen niet, gelukkig maar, en onze radar- en afluisterapparatuur werd zodanig goed dat we de menselijke observaties niet meer nodig hadden. Van de oorspronkelijke 276 uitkijkposten (een deel was op bestaande hogere bebouwing gevestigd) bleven er maar weinig over. Naar verluid zijn er nog maar 19 zichtbaar in het landschap. Een daarvan bezochten we onlangs. In een plaatsje waar ik zelf nog nooit gehoord had zelfs, Strijensas, midden in de Mariapolder, aan het water niet te ver van de Moerdijkbruggen. Deze is gebouwd op een oude kazemat (1938) en heeft dus een behoorlijk fundament.

Tijdens de open dag die in de lokale krant werd aangekondigd en door een van onze lieve vrienden uit de omgeving opgepikt, beklommen we die toren (gevaar voor eigen leven..) en keken uit over de polder en de rivier. Voor mij is dat geen genoegen, want last van hoogtevrees, maar toch wel even een aardige indruk van hoe zoiets in de praktijk moet zijn gegaan. Kompas, verrekijker, op de rand van de toren aanduidingen van welke plaatsen in een bepaalde zichtrichting te vinden waren. Men houdt de boel hier in ere. Vrijwilligerswerk. En zo hoort het ook. De geschiedenis was mij onbekend. En ik vind het knap te bedenken dat al die lui die dat werk deden ook in dezelfde boekjes als ik indertijd hun basiskennis opdeden om al die Russische vliegtuigen te kunnen onderscheiden van de laagvliegers uit eigen gelederen. Ik ben blij dat ik dit heb gezien. Net als die polder, op de uiterste noordoostpunt van de Hoeksche Waard. Ik was verbaasd dat ook daar mensen wonen…maar dat is een andere discussie…

Amsterdam – het blijft mooi….

Hoewel ik soms wellicht de indruk wek dat de stad Amsterdam minder mooi is dan ik hem echt dagelijks voor ogen heb, ik blijf er toch zeer van houden. Daar helpt geen rood/groen afbraakbeleid tegen. En toch wandelen we vaker door een stad als pakweg Weesp of Sassenheim dan door de eigen geboorteplaats. Dat anti-autobeleid van de huidige linkse stadsbestuurders is daar zeker debet aan. Want om nu een harinkje te halen bij de favoriete visboer en dan daarvoor eerst tussen de 4 en 7 euro te betalen aan parkeergeld is me echt te overdreven. En zo verlegden we in het verleden onze winkel- en wandeltochten naar plekken buiten de eigen mooie stad. Maar soms trekt het toch te erg en doen we precies wat de milieufreaks graag van ons zien, we gaan per metro naar het centrum van Mokum en lopen vandaar uit dwars door de stad heen in redelijk marstempo en intussen toch lekker ontspannen terug naar het oorspronkelijke uitgangspunt.

Dat kan soms een afstand zijn van vijf, acht of tien of meer kilometers. Uiteraard met een camera om de nek of een smartphone in de hand en ook genietend van alle mooie plekjes die Amsterdam nu eenmaal te bieden heeft. Net als toeristen, maar dan met de wetenschap en kennis rond alle straten, stegen en buurten die een Amsterdammer nu eenmaal heeft. Om telkens weer te ontdekken dat er grote culturele verschillen zijn tussen Nieuw-Zuid, Oud-West of Oost. Zeker veroorzaakt door de verschillende culturen die zich in de afgelopen decennia in Amsterdam vestigden en daarmee een stempel zetten op de wijze van leven en de uitmonstering van o.a. winkels. Als je probeert om de grote en bijna onherstelbare schade door de megalomane bouwprojecten te vermijden, is er nog heel veel stadschoon te zien in mijn stad aan de Amstel.

En we hebben in de loop van de jaren ook heel wat vriendjes meegenomen en soms blaren op de voeten bezorgd als het weer eens te lang wandelen was voor hen. Als de gelegenheid zich voordoet gaan we zelf elke week wel een keer aan de wandel. Niet voor de boodschappen, maar gewoon voor het genieten. Bij redelijk wandelweer en met het plan om weer dwars door de stad heen te snijden om te zien wat er nu weer is veranderd, of wellicht nog leuker werd. Of hetzelfde is gebleven als je het vergelijkt met vroeger. De Westermarkt, Jordaan, Leidseplein, P.C. Hooft, Zuid, De Pijp, Amstel, Oost. Want wat men in het Kremlin aan de Amstel ook met die mooie stad aan IJ en Amstel uitspookt, hij blijft ons trekken als nostalgische katalysator van herinneringen. Daarbij, echte Amsterdammers zijn leuk in de omgang en het taaltje dat men bezigt uiterst herkenbaar. Als je de goede plekjes maar weet te vinden. Binnenkort dus weer op zoek…..genieten!!

Huizenprijzen

Ooit legde de toenmalige directeur van de Nederlandse Bank ons bij een bezoek aan zijn kantoor uit dat een belangrijk deel van onze economische groei te danken was aan de indertijd alsmaar stijgende prijzen voor onroerend goed. Dat was nog voor de economische crisis. Toen die toesloeg in de VS en de bankenwereld vooral bleek te bestaan uit blaaskaken en over het paard getilde figuren die van modder goud probeerden te maken stortte die prijzen voor onroerend goed in en daarmee ook de economie. Een crisis die heel wat schade aan richtte en waarvan de gevolgen nu nog steeds zichtbaar zijn. Maar intussen zijn we weer een paar jaar verder en wat blijkt, juist die huizenprijzen schieten weer door het plafond. Deels omdat het ons allen weer wat beter gaat, maar ook omdat de vraag naar huizen het aanbod al decennia overschaduwt. Nieuwbouwprojecten worden wel opgezet, maar je kunt toch lastig elk weiland in ons druk bevolkte stukje Nederland vol zetten met bewoonbare huizen van beton en stenen. De milieufanatici zien je komen.

Nee, het moet anders. Maar hoe? Geen idee. Dus doen we weinig tot niets, de druppels op de gloeiende plaat verdampen en de prijzen voor bestaande bouw vliegen de pan uit. Qua niveau zijn die prijzen weer terug op dat van september 2008 toen we ook meenden als burgers min of mer miljonair te zijn. Alleen al in april dit jaar gingen die prijzen voor bestaande bouw met bijna 9% omhoog t.o.v. vorig jaar. Gestage stijgingen dus en dat is best goed nieuws voor hen die in de lastige tijden de schuld hoger zagen stijging dan de waarde van hun huis. Wie toen verkocht hield er een aardige extra schuld aan over en moet hard werken om dat terug te verdienen. Al die waarden zijn natuurlijk ook gemetselde luchtbellen.  Maar neemt niet weg dat wederom onze economie die het volgens de overheid zo goed doet vooral wordt voorgesleept door die onroerend-goed-sector. Waarbij de gekste prijzen worden gevraagd voor een ‘hok’ van pakweg 30m2 in de grote steden. Wie houdt van vibraties in het leven kan nog betaalbaar terecht in Groningen, maar elders is het oververhitting wat de klok slaat. En dat is geen goed nieuws voor starters. Of voor doorgroeiers zoals ik.

Een betaalbaar appartement vinden op enig niveau in een even leuke omgeving als ik nu tot de mijne reken is een illusie aan het worden. Onlangs bekeek ik een website waarop men dit soort woningen aanbood in een buurgemeente. Het was een moooi project, moet nog gebouwd worden, oppervlakten van 85-125m2. De goedkoopste uitvoering kostte ‘slechts’ 495.000 Euro. De grotere kwamen al snel 2 ton hoger uit. Ben je dus opnieuw miljonair. Nou ja, omgerekend in de goede oude guldens dan. Het kan verkeren..Overigens is het einde van de hausse nog niet in zicht, al vlakken de prijzen in Amsterdam momenteel wat af. Er ontstaat een gat tussen vraag en aanbod. Het wordt te duur. En dus vertrekken potentiele kopers richting Haarlem of Almere. En dat zal Amsterdam niet helpen aan een verbetering van haar inwonerniveau. Van alleen sociale woningbouw kan een stad ook niet leven. Maar wie het wel kan betalen blijft uiteraard graag hier wonen. Al was het maar om de voorzieningen en de gezelligheid…. (Afbeeldingen: CBS, Yellowbird)

Dagtripje; Dordrecht!

We hadden weer eens een paar kaartjes gekocht voor een dagtripje, de lente leek in zicht en de behoefte om weer eens iets aardigs te ondernemen verdrong de weerstand om weg te gaan. Dus togen we na enig overleg naar Dordrecht. Een stad die we al een paar maal eerder bezochten, maar nu eens uitgebreid wilden verkennen. De trein die ons bracht reed via een stuk of wat tussenstops (het was een Intercity, maar leek wel een Sprinter…) binnen 1,5 uur naar de Dordtse eilanden. Waar het gezellig druk bleek te zijn. Mooi weer, maar flink frisse wind. De ligging aan het vele water zorgde voor kilte. Nam niet weg dat we al snel een leuk ogend koffietentje vonden. Maar het bleef bij ogen. Zelden zo’n chaos in de bediening meegemaakt (en vooral ook gehoord).

En de prijs/kwaliteitsverhouding was daarbij compleet zoek. Ach, kniesoor. Lopen maar weer, rondkijken, de prachtige oude panden bekijken, de grachtjes, en de verrekte aardige winkeltjes waarvan veel gevuld met ‘antiek’ of spullen die daarop lijken. Dordrecht barst trouwens ook van de horeca. En anders dan die eerste indruk was het daar in tweede termijn prima toeven. Waar dat ook zo was, het Museum van Dordrecht, waar men een reeks aardige collecties onder dak heeft en waar je daardoor best een paar uur kunt doorbrengen. Het was er gezellig druk. Prachtige tuin trouwens en een goed gevuld restaurant. Aanrader als je daar een keer bent. Wij liepen verder.

Wilden wat zien van de havens. Want die heeft Dordrecht. De ligging aan het water maakt dat de stad niet alleen kwetsbaar is voor storm en hoge waterstanden, maar ook dat je daar schepen en boten ziet in alle soorten en maten. Het befaamde stoomfestival geeft die haven extra aantrekkingskracht. En van die oude schepen liggen er een stel in de fraaie havenkommen waar omheen de nodige oude panden de sfeer geven van eeuwen terug. Kwekkkerdekwek met inwoners is ook simpel.

En voor de liefhebbers zijn er bij die haven ook nog wat aardige kringloperige winkels te vinden. Wij vonden er niks van onze gading, maar dat kwam ook doordat we ons zelf wat discipline oplegden voor we vertrokken. Met een anker lopen slepen voor in de tuin is onhandig als je nog terug moet in zo’n gele rups. Wat we uiteindelijk na flink wat gewandel in de loop van de middag deden. We wilden voor de spits zou beginnen thuis zijn.

Daarbij hebben die kortingkaartjes ook wat beperkingen t.a.v. reistijden. Voor vieren en anders wachten tot na half 7. En dat werd ons te laat. Maar laten we wel zijn, dat Dordrecht is een aardige plek om te vertoeven. Het mist maar weinig van de aantrekkelijkheden die andere steden zoveel mensen doen trekken. Deze parel lijkt nog niet ontdekt. Ook al ligt het nog zo dicht bij Rotterdam. Voor de sfeer is dat maar goed ook denk ik. We komen er zeker nog eens terug!

Terrasrokers…

Het was mooi voorjaarsweer, die wonderlijk verlopen maandag in maart toen wij besloten om ergens tijdens een lange wandeling door onze mooie maar drukke stad, op een terrasje in een wijk aan de rand van het centrum neer te strijken en te genieten van thee en zon. Dat terrasje lag uit de wind en dat scheelde veel. Ware het niet dat naast ons net een wat gezette en middelbare dame in discussie ging met een wat vettig ogende oudere heer die naast haar ging zitten en meteen een sigaret opstak. De ellende van terrassen tegenwoordig. Binnen in de horeca mag niet gerookt worden, dus zitten die notoire rokers buiten. En blazen hun uitlaatgassen vrolijk richting de al dan niet rokende mede-genieters van dat terras. Hij bleek een kettingroker van de ergste soort. De ene na de andere sigaret stak hij aan, zelfs tijdens het drinken van zijn koffie en eten van zijn broodje hield hij een brandende sigaret tussen zijn vingers. De dame wond zich daar flink over op. ‘Snapte hij dan niet dat anderen er last van hadden? En wist hij niet dat roken schadelijk was?!’ Nou hij had het antwoord daarop paraat. ‘Een kwartier in de uitlaatgassen van het verkeer en je kon wel een half jaar stevig roken!’ Zo was zijn luid verkondigde en ongetwijfeld zelf bedachte stelling. Die van geen meter klopt uiteraard maar de dame deed zuchten, opstaan en op een andere plek neerstrijken. De man keek triomfantelijk rond of er nog meer mensen in discussie wilden.

Hij was overigens de enige roker op dat moment en die plek. Maar stak er nog maar weer snel eentje op. Het zij hem gegund. Maar ook wij hadden last van zijn rook. Gelukkig konden al wij al snel verder met de wandeling. We keken nog eens naar hem om. Een oudere man, in een vettige regenjas, gehoorapparaat in zijn rechter oor, ongekamd haar. Vermoedelijk alleen thuis en nu op het terras lekker aan het genieten van wat hij de ultieme vrijheid zou benoemen. Maar zich nauwelijks of bewust niet bezighoudend met wat anderen van zijn gedrag vonden dan wel dat zij er last van hadden. Wonderlijke types toch. En helaas zo regelmatig voorkomend. Altijd met een excuus, dat het met de schadelijke gevolgen wel meeviel, dat andere vormen van vervuiling ook zo heftig waren etc. En compleet voorbij gaande aan het feit dat juist rokers door de meest vreselijke ziekten worden getroffen omdat die gewoonte (of verslaving) nu eenmaal bewezen levensverkortend werkt. Wij liepen verder. In marstempo. Die dag meer dan 16km. Dwars door de mooie stad die de onze is. Met al zijn uitlaatgassen. Maar we genoten toch. En hadden weer een nieuwe stelling gehoord die leidde tot dit blogverhaaltje…