Sypesteyn…

Sypesteyn…

Ik geef het meteen toe, beste lezers en lezerinnen…. Deze meninggever heeft iets met de geschiedenis, omdat die zoveel vertelt over onze herkomst, cultuur en zeker ook toekomst. Zonder enige kennis van de geschiedenis heb je in de toekomst niks te zoeken. Wie niet kan duiden hoe dingen pasten in een bepaalde tijd kan zeker die toekomst niet voorspellen. Helaas zie ik al te vaak dat mensen die zich experts noemen dit maar al te graag toch doen. Hoe dan ook, bij een van onze tochten over piepkleine landweggetjes en dwars door nooit eerder bezochte dorpen en stadjes kwamen we bij toeval langs Kasteel Sypesteyn. Zal niet meteen allerlei bellen doen rinkelen. Eerlijk gezegd had ik er nog nooit van gehoord. Dus opgezocht.

Dat prachtige kasteel met zijn torens en kantelen stamt niet uit een heel vroegere periode waarin de adel zich ten laste van de burgers kon laten verwennen in zo’n enorm landhuis, nee, dit kasteel is pas eind negentiende eeuw gebouwd. Als onderkomen voor een nazaat van vroegere landheren die hier de boel bestierden. De familie Van Sypesteyn. Op de terreinen waar volgens de overlevering ooit wel een oud kasteel moest hebben gestaan waarvan een ruine nog een aantal jaren overeind had gestaan, herbouwd en in 1673 opnieuw vernield. Het nieuwe kasteel werd gebouwd op de teruggevonden resten van het oude en kreeg een zekere grandeur, tot anno 1927 het geld op was en de bouw werd afgerond op het niveau waarop het nu nog verkeert.

Een kasteel met een sterk stenen landhuiskarakter, een buitenmuur met gebouwen waarin je dat oude en vroegere kasteel terug moet zien, een machtig mooie tuin, en binnen verzamelingen van de kasteelheer, waaronder het nodige porcelein. In 1902 al werd door de familie Sypesteyn een Stichting opgericht die bouw en onderhoud van kasteel en omgeving voor haar rekening moest kunnen nemen. Daardoor zijn het kasteel en de verzamelingen samen museaal beschermd en kan men er sindsdien gasten ontvangen (12 euro entree, museumjaarkaarthouders gratis toegang) en valt er vlak na de ingang ook koffie te dringen in een tent. Al dit moois vindt je in Loosdrecht, niet meteen een plek waar je aan kastelen denkt, eerder aan water en zo. Maar het kasteeltype noemt men daar dan weer wel een Waterburcht, omgeven door sloten en plassen, en dat geheel oogt door de stenen bouw die heel erg verwijst naar vroeger eeuwen noest en voor de eeuwen te bewaren. Opdat we iets van die vaderlandse geschiedenis leren.

Vaak zo gewelddadig, omgeven door haat en nijd, geloofsconflicten en zo meer. De furie daarvan kon oude kastelen verwoesten, maar de drang tot herbouw ook weer iets moois opleveren, ook al is het dan een paar eeuwen later. Wij deden de rondgang door het kasteel niet. Te druk naar ons idee. Meer mensen kenden dit kasteel kennelijk en wij waren maar dagtoeristen op doorreis. Maar we gaan er zeker nog eens heen om te kijken wat er binnen allemaal te vinden is. Al was het maar om inzicht te krijgen in hoe deze familie door de eeuwen heen zich staande heeft weten te houden. Zoek je dit kasteel? Het ligt aan de Nieuw-Loosdrechtsedijk 150 in Loosdrecht. En als je daar dan toch bent rijdt dan ook eens helemaal binnendoor langs Tienhoven naar bijvoorbeeld de Vuursche of zo. Je zult genieten. Gegarandeerd. En grote wegen kom je niet tegen onderweg. Ook prima te doen op e-bikes…(Beelden: Eigen materiaal)

Posbank…

Posbank…

Wie meent dan Nederland alleen maar vlak land kent, weidegrond of stedelijke bouw met alles wat daarbij hoort, raad ik aan om eens 100km oostelijker van Amsterdam op zoek te gaan naar de Posbank. Te bereiken via Rozendaal (nee, niet dat Roosendaal in West-Brabant maar het tamelijk welvarende plaatsje naast Arnhem..) of Rheden. Een werkelijk prachtig gebied waar je heerlijk kunt fietsen en wandelen. De haarspeldbochten bergop of af zijn soms adembenemend, maar eenmaal op de top krijg je een vergezicht te zien dat je de adem doet benemen. Zeer fraai. Met name zo aan het einde van augustus met de heide in bloei (dit jaar echt op zijn fraaist met dank aan een wat koele zomer..) is het er een eldorado.

Een omgeving die mij overigens aardig bekend is uit de jeugd. Want wij kwamen hier toen regelmatig met dank aan de vrienden van onze ouders, Ome Karel en Tante Cor. De eerste met een grote behoefte aan de Veluwe op zijn vrije zondag ritjes, en Tante Cor omdat ze uit haar eerste huwelijk een dochter had overgehouden die nog in Arnhem woonde. Ons gezin reed dan mee die kant op. Vaak in een van de toenmalige ‘handelauto’s’ van mijn leasepa, die het soms best lastig hadden met al die hellingen daar. Gold ook voor de Traction Avant van Ome Karel. Met volle last was het best een ritje om boven te komen. Voor moderne auto’s is het allemaal een fluitje van een cent. Zie ik ook bij de fietsers die zich naar boven spoeden met hun e-bikes. De oudere generatie waant zich Joop Zoetemelk met al die ondersteuning… Hoe dan ook, genieten daar op die Posbank.

Er zijn fraaie campings te vinden, uitspanningen (wel even de verhalen/opmerkingen van gebruikers lezen..), bospercelen vol echt wild (van herten tot wilde zwijnen)… Die laatsten moet je niet tegenkomen op je wandelingen natuurlijk, maar in de praktijk lopen ze ook liever voor jou om dan omgekeerd. Wat ik vooral fraai vind en vond daar, die enorme uitzichten over de omgeving. Met mooi weer zoals wij dat afgelopen maand augustus meemaakten tijdens ons meest recente bezoek aan die Posbank, is de Rijn op afstand te zien, is de heide roze van kleur oneindig groot en zorgen de bossen voor een mooie groene afwisseling. Schapen op de hellingen zijn witte bewegende puntjes op afstand, en zonder al die dagjesmensen zou het er uiterst stil zijn. Dat is het overigens wel in de bossen van de Posbank, daar hoor je zowat elke tak kraken, en is het stedelijk gebied ook figuurlijk ver weg.

Ik zou bezoekers overigens afraden hier in het duister of bij ook maar een beetje slechter weer de barre tochten op en neer te gaan doen. Daarvoor mankeert de verlichting, is de wegmarkering toch te matig tot slecht, de bochten te scherp of onoverzichtelijk en staan de bomen soms wel erg dicht bij de rijwegen. Daarbij blijken de (goede) fietspaden voor een beetje wielrenner geen uitdaging, maar die wegen voor de auto’s en motoren wel en rijdt men daarop vaak onverlicht rond. Maar ja, elk voordeel heb ze nadeel zoals een Amsterdamse wijsgeer ooit oreerde…. In alle andere omstandigheden is die Posbank eigenlijk een totaal pakket van genoegens voor wie van natuur en stilte houdt. Wij zijn blij dat we er weer eens waren. Ome Karel en Tante Cor zijn vanaf ‘boven’ vast trots op me….(Beelden: eigen gemaakt)

Klassieke schoonheid…

Klassieke schoonheid…

Ze is intussen de 70 gepasseerd, heeft vier huwelijken achter de rug, kreeg vier kinderen, maar staat mij vooral bij om haar jeugdige schoonheid tijdens de jaren van haar acteercarriere; Jane Seymour.

Kind van een Pools-Joodse vader met een Engels paspoort en een Nederlandse moeder was haar geboortenaam Frankenberg en werd haar naam door de filmcarriere bepaald. Beide ouders waren bekendheden in hun eigen beroep en een goede opleiding was wat Jane derhalve meekreeg. In 1969 debuteerde ze in een muzikale komedie, later was ze te zien in de Onedin Line (ook hier een bekende TV-serie) en de James Bondfilm ‘Live and let Die’. Haar uiterlijk en spel waren zodanig dat ze lovende kritieken oogstte en in verschillende producties voor tv of filmdoek mocht aantreden. East of Eden was er zo een, The Woman he Loved uit 1988 een andere. Maar ze was ook te zien in de mateloos populaire tv-serie ‘Battlestar Galactica’ waar ik haar zelf door leerde kennen.

Later speelde ze o.a. ook in ‘Dr.Quinn, Medicine Woman’ een tv-serie die maar liefst zes seizoenen duurde en haar de nodige prijzen opleverde. Talloos haar vele rollen daarna. Haar uiterlijk prachtig, klassieke schoonheid en dan gecombineerd met dat typisch Britse wat ook Amerikanen zo aanspreekt. Intussen verliep ook haar priveleven niet zonder slag of stoot. Haar partnerkeuze niet altijd even logisch, al bracht het haar vaak wel weer in bekende acteerkringen via familiebanden. In 2005 koos ze voor de Amerikaanse nationaliteit. Handiger voor wat ze allemaal intussen deed of nog van plan was. Ze bemoeit zich met charitatieve instellingen, schreef diverse boeken waarmee ze andere mensen kon helpen die motivatie zochten voor werk of het priveleven.

Ze ontwikkelde een eigen modelijn, gaf liefdesadviezen (logisch, want ervaringsdeskundige), vond haar weg in een juwelenlijn en kreeg zelfs een enorme blauwe diamant naar haar genoemd. Ze vliegt nog steeds de hele wereld over voor haar nieuwe werk. In films en tv-series zien we haar nog maar zelden. Reden is simpel, de rollen voor wat oudere actrices zijn nauwelijks te vinden. De laatste dateert nog wel van dit jaar. Maar is nog nergens in onze streken te zien geweest. Hoe het ook zij, ze kan terugkijken op een enorme lijst van rollen die ze wel mocht spelen. Ik vond er in het vooronderzoek van dit blog alleen al zo maar ruim 100. En dat doen veel actrices haar niet na. En die schoonheid bleef. Een klassieke uitstraling, prachtig! (Beelden: Internet/Wiki)

V.V.T.

V.V.T.

Let eens op als je dat wilt (of doe het voor mij..) in al die media die je ziet op tv, bij het volgen van de sociale media, of zelfs in geschreven uitingen. Dan zie of hoor je vaak dan dat we steeds meer de verleden-tijds-vorm uit de Nederlandse taal verliezen en men bij redacties of presentatoren gemakshalve kiest voor de moderne tijd.

Ook al speelde een nieuwsfeit zich een paar dagen of zelfs maanden tot jaren geleden af! Wat daaraan ten grondslag ligt kan slechts worden verklaard uit gemakzucht of een matige beheersing van de taal waardoor je de verleden-tijds-vormen van een werkwoord niet meer beheerst. ‘De agent ziet de verdachte en schiet hem neer. Toch loopt de verdachte door, springt achterop een brommer en verdwijnt. De agent schiet nog eens gericht maar mist de verdachte. Heeft u meer informatie over de verdachte bel dan met………’. Als ik dan lees of hoor dat dit feit zich 6 maanden geleden afspeelde ben ik al afgehaakt. Ergernis maakt plaats voor vervangende schaamte. Ik heb genoeg teksten, boeken en bladen gemaakt om te weten dat bijvoorbeeld een beetje redactie ook een taalkundig eindredacteur in huis heeft die eventuele taal/schrijffouten kan corrigeren. Opdat de presentatie van het geheel op 99.9% juiste wijze zal plaatsvinden. En dat dit nodig is blijkt wel uit het feit dat men lastige woorden die men naar de VT-vorm moet omvormen waar het dan nog wel redelijk goed gaat (vaak bij ondertiteling) ook weer naar een andere benadering weet om te buigen. Loopten i.p.v. liepen heb ik al gezien en ook spreekten als men spraken bedoelt. Is het taalonderwijs dan zo afgedreven naar een #iq80-niveau of aangepast aan het algemeen gemiddelde in dit land? Jeminee, een beetje bekend schrijver van boeken zou zich schamen over zoveel verval. En ja, ik mopper daarover, u wilt me wel vergeven. Wat in het verleden vergaf is als u dat deed en door mij in warmte geaccepteerd als u dit met verve doet…of deed…of is deet beter? Ik lees het wel….

Digitale humor..

Digitale humor..

Ik heb er vast wel wat eerder iets over geschreven.

Echte humor is in de media naar mijn idee vaak ver te zoeken. Zeker zij die in ons land als humorist worden opgevoerd hebben in hun veelal links ingestoken oeuvre toch vooral belediging van anderen als uitgangspunt. Echte humor is voor een ieder trouwens persoonlijk hoor, geen nood. De mijne is de jouwe niet, en omgekeerd. Voor mij is echte humor vooral te vinden bij mensen uit het verleden. Johnny Kraaikamp Senior had dat, Monty Python, Andre van Duyn, en zeker ook Laurel en Hardy. In mijn jeugd waren die twee helden eigenlijk al mensen uit een ver verleden. Immers hun hoogtijdagen vierden zij in de jaren 20 van de vorige eeuw. Zeker toen de sprekende film was geintroduceerd maakten hun grappen en grollen, de ellende die ze meemaakten, deze twee tot humoristen van ongekend niveau.

Maar ze werden gefilmd in Zwart-Wit, op oude filmrollen die in die jeugdjaren van mij op een andere snelheid werden afgedraaid dan normaal gebruikelijk, wat een versnelde werking had op die slapstickscenes. Later wist men die films te verbeteren zodat je er ook op video of zelfs DVD meer normaal naar kon kijken. Soms bleek dat bekende titels nog wel wat te verbeteren vielen, en hup het lachsucces constant in de herhaling. Onlangs kocht ik mij zelf een DVD die digitaal was bijgewerkt en opgewaardeerd. Tuurlijk, het blijft zwart/wit, maar het laat zich aanzien als een moderne film. En dan ontdek je weer waarom dit zulke professionals waren. Elke scene uitgedacht, humor van de bovenste plank en ik lig al snel in een deuk bij zoveel mallotigheid.

De dikke (Hardy) kijkt veelal met een soort blik van wanhoop in de camera en de dunne (Laurel) speelt de onnozele die nogal eens zorgt voor veel ellende. Aan de andere kant, de diverse boeken en films die over hun leven zijn verschenen maakten duidelijk dat juist Laurel de slimme gast was die constant nadacht over welke grappen er nu weer konden worden bedacht en Hardy vooral genoot van het luxe leventje dat hij toch kon leiden dankzij die films. Die DVD’s (twee in de verpakking met elk vier filmtitels) bekeek ik op wat regenachtige dagen en als ik gewoon even weg wilde van de Covid/Klimaat/voetbal-ellende in de afgelopen maanden. En het bezorgde me een oprecht blij gevoel. Kijk, en dat voor artiesten die dit een kleine 100 jaar geleden op de film zetten en vast niet hadden bedacht dat ze over een eeuw nog zouden worden gezien als voorbeelden van hoe echte humor er uit moest zien. Welke humoristen van nu bereiken dat ook denk je?? En waar ga jij zelf voor qua humor, medeblogger en lezer hier?? Ik geniet al bij voorbaat van de antwoorden… (Beelden: Eigen archief)

Oudewater…

Oudewater…

Alleen al om de historische betekenis, maar zeker ook omdat het om die reden ook al wat door mysteries omgeven leek was ik al tientallen jaren al van plan een keer naar het stadje Oudewater af te reizen.

Maar het kwam er nooit echt van. Tot we onlangs even in Woerden te gast besloten door te rijden en dan eindelijk eens te zien of er boven dat stadje aan de Lange Linschoten (Hollandse IJssel) echt heksen door de lucht vlogen. Nou dat viel nogal mee (of tegen). Het is een prachtig oud stadje met honderden historische pandjes en een gezellig centrum waar niet voor niets te beeltenis van Joop Doderer in zijn gedaante van Swiebertje te vinden is. Qua sfeer paste juist Oudewater prima bij de TV-serie met die naam die vele jaren geleden furore maakte. Oudewater kent een paar enorme kerken, waarvan de Sint Franciscuskerk er een is uit de school van Cuypers maar gebouwd door zijn leerling Margry. Oudewater kent een godsvruchtige hoeveelheid inwoners. Men is er behoudend gelovig al wonen er ook wat allochtonen tussen de overwegend christelijke bevolking.

Het stadje zelf verkreeg haar rechten al in 1265 en is daarmee de oudste stad van het (overigens prachtige) Groene Hart van Holland en Utrecht. De stad diende door de ligging in het grensgebied tussen de vroegere Graafschappen Holland en Utrecht als stevige vesting en hielp bij het evenwicht van macht indertijd die zich toch zoals blijkt uit onze vaderlandse geschiedenis lokaal/regionaal afspeelde. Oudewater speelde ook een belangrijke rol bij de Vrije Statenvergadering in Dordrecht die leidde tot de Nederlandse Republiek onder Willem van Oranje. Daarna begon de ellende voor ons land en de diverse steden die zich achter de Oranjes hadden geschaard.

De Spanjaarden vermoordden als represaille de bevolking van Oudewater na een korte belegering en dat feit weet men zelfs nu nog wel te herdenken. Slechts drie inwoners ontkwamen toen aan die slachting en aangestoken branden die het gevolg waren van het Spaanse geweld. Touw werd later een belangrijk ambachtelijk product van het stadje in de daarop volgende eeuwen en om dat te herdenken is er een waar touwmuseum te vinden in een van de oude zijstraatjes die het centrum rijk is. Later verloor men haar positie op de landkaart toen ook de Fransen het stadje innamen maar de netten- en touwfabricage zorgde intussen wel gewoon voor het nodige inkomen. Was Oudewater ooit sterk en verankerd katholiek, later werd het protestantse geloof dominant en Oudewater is nu toch echt te vinden in de gelovige bijbelgordel die Nederland kent. In al die geloofsbeleving kunnen we niet voorbij aan de heksenprocessen die hier plaatsvonden en men nu nog gedenkt via het erg aardige en informatieve museum de Heksenwaag. Daar zie je nog hoe men indertijd met anders denkenden om ging. Daarover later in een blog meer.

De horeca was omvangrijk, veel terrassen, het is er druk, de fiets het favoriete vervoermiddel voor de talrijke dagjesmensen die Oudewater bezoeken. Opbrekingen in de straten rond het centrum maakten tijdens ons bezoek het binnenrijden van de stad nog wel te doen, er uit komen bleek een crime. Maar dat zal wellicht over enkele maanden heel anders zijn. Let wel op, want voor een deel van de binnenstad is betaald parkeren de norm en controle streng. Maar verder….een aanrader! (Beelden: eigen archief)

TROS-gezicht..

TROS-gezicht..

De Dionne Stax van de jaren 60-70-80 was voor mij toch vooral Willy Dobbe.

Oer-Nederlands, knap, mooie stem, en typerend voor de omroep die zij zovele jaren zou dienen, de TROS. De fraaie dame werd geboren in 1944, startte haar carriere in 1967 als omroepster bij de NTS, voorloper van de huidige NOS. Zij presenteerde ook middagprogramma’s en werd zeker bekend toen zij samen met de Belgische collega Jan Theys het spelprogramma ‘Zevensprong’ op de buis neerzette met charme en flair. Schandalen waren haar vreemd. Een dame in doen en laten en altijd perfect verzorgd. Je zou er verliefd op kunnen worden en de kijkers van de toen nog best wat vernieuwende TROS werden dat. Mateloos populair die vrouw. Dat nutte ze zelf aardig uit door o.a. reclamewerk aan te nemen wat de kas thuis aardig spekte. Ooit presenteerde ze ook het Eurovisie-Songfestival toen dat in Nederland werd gehouden.

Zo zeer was Willy Dobbe al een levende legende dat zelfs de VPRO haar naam benutte voor de kolderieke reeksen van Wim T. Schippers, die een aantal van de door hem bedachte series qua buitenopnamen deed in het fictieve ‘Willy Dobbeplantsoen’. En dat vele seizoenen lang. Dat plantsoen ging een eigen leven leiden toen de Gemeente Olst in september 1997 besloot om een kopie van dat fake-plantsoen in het echt ook aan te leggen. Het werd geopend door de intussen gestopte presentatrice samen met de bedenker Wim T.Schippers. Willy Dobbe stopte met haar TV-carriere toen ze nog maar 44 jaar oud was. Een ander leven wachtte haar. Die sierlijke verschijning en dat mooie stemgeluid verdwenen van de buis. Gezien haar leeftijd zal ze nu vermoedelijk in alle rust genieten van haar pensioen in een of ander mooi oord. Ik wens het haar toe. En die TROS? Tja, die ging samen met de AVRO en verdween vrijwel in de vergetelheid. Net als de oorspronkelijke filosofie van die omroep. Wat zouden we die in deze tijden van al te linkse media goed kunnen gebruiken. Maar dat is een ander verhaal waardig….(Beelden: Internet/Wiki)

Art Zuid 2021

Art Zuid 2021

Al eerder heb ik in mijn blogserie in het verleden aandacht gegeven aan de erg interessante Amsterdamse kunstroute-expositie Art Zuid.

Eenmaal per twee jaar gehouden dekt dit de chique lanen van Amsterdam-Zuid aardig af tijdens de drie zomermaanden juli-augustus en september. Dit jaar wederom en dus afgelopen maand even bezocht. Als altijd startten wij bij het Amsterdamse WTC en liepen zo de Minervalaan af richting de hoofdroute die o.a. langs de Apollolaan te vinden is. Kunst is altijd een kwestie van tot je laten komen, op je in laten werken en je dan afvragen wat iemand bezielde om iets wat lastig te vatten is toch in materiaal om te zetten. De een slaagt daar wat beter in dan de ander, maar dat is natuurlijk een kwestie van smaak. Zelf vind ik het altijd aardig als er een beetje herkenning in te zien valt.

Of humor. Wat dat betreft moet je niet zijn bij die in ons land nog best bekende en gewaardeerde beeldhouwer Armando. Aan mij gaan klonten zwart graniet die een genummerd menselijk figuur moeten voorstellen compleet voorbij. Maar gelukkig zijn er veel mij verder meer onbekende lieden die er toch nog iets aardigs van weten te bakken. Dit jaar gaat het om figuratieve kunst en dat is natuurlijk multi-cultureel en dito interpretabel. Een vrijheidsbeeld zoals in New York neergezet, maar dan weergegeven als zwarte vrouw past wel weer in het woke-denken van 2021 onder een klein deel van de bevolking.

Het wekt dan nog wel een glimlach op. Spiegelende objecten die als een selfiemagneet werken kunnen er ook goed doorheen. Maar het was allemaal wel een stuk serieuzer dan in vorige edities. Gevolg van de corona-ellende waarin wij zaten in de afgelopen periode? Het zou zo maar kunnen. Zelf vind ik het wel weer leuk om door dat echt chique Zuid heen te sjouwen waar elke vierkante meter woonoppervlak zoveel geld kost dat je daar soms elders een heel bosperceel voor aanschaft. Ook de architectuur is vaak prachtig, dat is de bonus die hangt aan het bezoek van deze expositie. Prima initiatief en voor herhaling vatbaar zou ik denken. En ach…beetje route…zo 10.000 stappen verder. Ook goed voor de conditie. Mits je daarna niet een van de leuke horecatentjes bezoekt die wij zo goed kennen van en in dat Zuid, want dan is het een ware kunst om niet van een der heerlijke lekkernijen te proeven die men met verve aanbiedt. Art Zuid 2021 loopt nog tot en met 17 oktober a.s.

U bereikt het met het OV door in te zoomen op Station Zuid/WTC. Goed bereikbaar per trein en metro, maar ook zijn er tramverbindingen met Amstelveen en busverbindingen met andere delen van de stad. Kost niks die expositie…dus wat let je?? Voor de goede orde; van de tientallen opgestelde stukken pikte ik er voor de leesbaarheid slechts een paar uit. Er is uiteraard veel meer te zien. (Beelden: Yellowbird)

Kasteel aan de Angstel…

Kasteel aan de Angstel…

Bij een toevallige rit via via naar onze thuisbasis onlangs, ontdekten we onderweg ineens een kasteel waarvan wij het bestaan al die jaren nooit eerder hadden ontdekt.

OK, het ligt wat verscholen, het kent geen grote militaire geschiedenis wellicht zoals die meestal in de vaderlandse boeken op dat gebied werd opgetekend, maar toch de moeite van het vermelden waard. Kasteel Loenersloot gaat dit blog over. Prachtig gelegen aan de op dat punt vrij smalle Angstel, de verbinding tussen Amstel en Vecht, werd dat kasteel al in de 13e eeuw op de kaart van onze historie ingetekend. In eerste instantie bouwde men slechts een verdedigingstoren, in de loop van de eeuwen die volgden werden diverse families eigenaar van die toren en bijbehorende gebouwen, maar pas in de 19e eeuw voorzag men de toren van kantelen en werd het aanpalende kasteel tot wat het nu is. Met de bossen er omheen werd het geheel een prachtige buitenplaats waar je als bezoeker ook deels in mag wandelen.

De adelijke familie die het kasteel ooit als laatste bewoonde droeg het in 1985 over aan een Stichting die het beheer van slot en omgeving op zich zou nemen. Sinds 2011 is het beheer van dat hele spulletje in handen van de Stichting Utrechts Landschap welke haar taken gezien de staat waarin alles verkeert zeer serieus neemt. Zo is het Kasteel intussen een beschermd monument en mag je er op gezette tijden even een kijkje nemen, uiteraard met een gids als begeleiding. Over de eventuele militaire geschiedenis van het Kasteel kon ik niet zoveel vinden. Het lag ooit aan die toch best belangrijke vaarweg tussen Amsterdam en Utrecht, als je nu in de omgeving kijkt zie je alleen maar provinciale en snelwegen in de omgeving.

Het Kasteel ligt ook op steenworp afstand van de spoorlijn tussen die twee grote steden en het Amsterdam-Rijnkanaal ligt op ongeveer dezelfde afstand ten oosten van het landgoed. Juist dat maakt het Kasteel dat wij nu ontdekten tot zoiets bijzonders. Omsloten door bomen en struiken is het in de zomer vrijwel niet te zien vanaf de weg of het water, al hebben de bootbezitters die de Angstel afvaren (niet te grote plezierscheepjes kunnen met passen en meten onder de voor het kasteel gelegen ophaalbruggetje door) wellicht een net even beter zicht op het perceel. Hoe dan ook, een mij tot recent onbekend Kasteel dat ik met veel plezier bekeek en daarna in een blogverslagje hier neerzette. Het ligt aan de Rijksstraatweg in Loenersloot, niet te ver van de Provinciale Weg N201 Hilversum-Haarlem. (beelden: eigen archief)

Tax..

Tax..

En nee dit blogverhaal gaat niet over opnieuw een door de linkse elite aan ons opgelegde extra belasting omdat we het wagen om te leven zoals we doen, het gaat over een artiest met die naam, Wally Tax.

Aanleiding was de toevallige confrontatie met zijn graf op de fraaie Oosterbegraafplaats in Amsterdam. En het besef dat voor de meer bekende Herman Brood onze stad nog een ander fenomeen kende met een stevige rock en roll imago. Tax was de zoon van een Nederlandse vader en Oekrainse moeder. Hij werd geboren in 1948 en werd voor het eerst bekend met zijn band de Outsiders. Daarbij viel op dat de Engelse teksten een wat duidelijke Mokumse tongval meekregen van de al snel langharige Wally Tax. Overigens was Wladimir zijn officiele doopnaam, maar ja, Amsterdammer, dan heb je al snel een bijnaam. En die adopteerde hij zelf ook maar. De band waarmee hij optrad, De Outsiders, maakte hun hoogtijdperiode mee in de jaren 60 en scoorden ook heel wat hits. Vaak had men dan een behoorlijke kwaliteit ingebouwd voor de achtergrondmuziek en akoestiek. Aan het einde van de jaren zestig zakten de successen in en stapte Tax over op een ander project. Een nieuwe band werd opgezet, Taxfree, die zelfs nog een plaat op kon nemen bij Jimi Hendrix. Maar dat nummer werd nauwelijks verkocht. De band viel al snel uit elkaar en Tax ging alleen verder

Een typisch fenomeen uit de jaren zestig. Leven als God in Frankrijk, maar ook zoekend naar vastigheid. Die meende hij te vinden in een partner. Dat pakte ongelukkig uit toen die dame door invloeden van buitenaf en een zware ziekte op relatief jonge leeftijd overleed. Wally Tax zocht zijn heil toen steeds meer in drugs en drank. Zijn grote frustratie dat een deel van de natie hem domweg niet meer herkende. Dat gedrag maakte ook dat een reunie die men in de jaren 90 opzette met de andere leden van de oude band The Outsiders, op niets uitdraaide. Er verscheen nog een biografie over hem, gemaakt voor zijn 50e verjaardag, waarin hij zinspeelde op vriendschappen met de groten der aarde. Elvis, Janis Joplin en zo meer. Of dat allemaal waar was?

Kan ook branie gecombineerd met frustratie over uitblijvende erkenning zijn. Volgens sommigen maakten een getraumatiseerde jeugd dat Tax het leven maar moeilijk aan kon bij tegenslagen. Afkicken van de heroine kon en wilde hij niet. In 2002 verscheen de laatste CD van Tax, gitaarrock waarmee hij ooit was begonnen. Het werd niks. Zijn naam was weg, zijn imago intussen verwoest. Op 10 april 2005 overleed hij. In Amsterdam, waar hij zoals ik al schreef, ook werd begraven. Zelf zo arm als een kerkrat werd zijn fraaie grafsteen met bij elkaar gesprokkeld geld van vrienden en collega’s neergezet op de plek waar ik het zag staan. Een Amsterdams fenomeen met veel minder naam en faam dan zijn later zo bekend geworden collega Herman Brood. Beiden verslaafd, maar de een toch lichtmoediger dan de wat zwaar op de hand zijnde Wally Tax. Ik ken hem nog wel van ‘ontmoetingen’ in de stad waar hij nog wel eens door het centrum zwierf. Op zoek naar mogelijkheden om weer een shot te scoren. Maar ook een man die schreeuwde om erkenning. Een typisch mens uit de jaren zestig. Kortom uit de periode van voor de vertrutting waarin we nu verkeren. (beelden: Internet)