Werken op Schiphol 12 – Rangen, standen en andere zaken…

Indertijd was het niet gewoon om de qua functie boven jou gestelde aan te spreken met ‘je en jij’. De dingen moesten nog veranderen op dat punt, maar mijn basis was toch ook die bank waar ik vandaan kwam en daar hield men zeker niet van over de grenzen van de beleefdheid heen gaan. Ruud Breems was dus voor mij gewoon ‘Meneer Breems’. Niet voor niets 20 jaar ouder dan ik en teven mijn chef. Voor de hogere heren in Amsterdam en Rotterdam was ik ook niet ‘mijn voornaam’ maar gewoon ‘Meninggever’. Oftewel, je werd bij je achternaam benoemd. Meer mocht je ook niet verwachten. Onderling was het voor de jongeren die langzaam aan het bedrijf instroomden wel normaal elkaar bij de voornaam te noemen. Dat keurig nette jargon gold ook voor de ouderen onder de vertegenwoordigers van de airlines waarmee je van doen had, maar zeker ook met de heren van de douane. Geen haar op je hoofd die deze lieden met je/jij aansprak. Onbetaamdheid was ondenkbaar en het waren geen mensen met veel humor noch gevoelig voor kleine cadeautjes. Beleefdheid en afstand, dan kwam het wellicht goed.

Goed kwam het ook met de handel. Baas Breems was een geweldige verkoper en hij trok heel wat handel naar binnen. Zoveel zelfs dat we al snel op zoek moesten naar extra werkkrachten. Ondersteunende mensen op Import en export. We huurden regelmatig vervoer in. Niet in de laatste plaats doordat het intussen van Schiphol-Oost naar Den Bosch verhuisde Berg Electronics elke dag heel veel lading genereerde wat voor het gebruikte VW-busje best te veel was. Soms haalden we er een tweede 1-tonner bij, in andere gevallen was 4,5 ton vervoer nodig. Gelukkig genoeg had onze chauffeur Jaap een groot rijbewijs dus kon hij die wagens dan rijden. Maar ik beken dat ik in noodsituaties soms zelf in zo’n bak achter het stuur kroop en naar de klant toe reed om zo geen enkele vertraging op te lopen. Je lette wat minder op de regels dan nu. Ik zou dat nu niet meer doen natuurlijk. Naast het vrachtgebouw was intussen een nieuw gebouw verschenen, het Freeport Building en daar zetelden o.a. Aero Ground Services en nog wat bedrijven. Wij konden er weer een eigen Entrepot huren en inrichten en zo nieuwe klanten aantrekken die in Nederland een soort distributiecentrum wilden opzetten voor hun Europese lading. Een daarvan was ITT Schaub-Lorenz. Een radiofabrikant die allerlei apparatuur leverde onder eigen naam of submerken.

Wij deden de transithandel voor hen op gebied van wereldontvangers en die soort dingen. Hun vertegenwoordiger was een wat dikke man die in Amsterdam-West woonde en alle vrouwen op ons kantoor, intussen hadden we wat assistentes, met meer dan gewone belangstelling volgde. Toch was het wel een leuke klant en ik kocht er tegen een aardige korting mijn eerste radio/pickup-combinatie. Waren we best trots op in die jaren. Een andere klant deed in allerlei strikjes en versierseltjes voor beha’s en slipjes. Duizenden werden er daarvan naar Nederland gevlogen vanuit de fabrieken in de VS en dan weer doorgestuurd naar klanten in heel Europa die deze garnerinkjes weer op de eigen niemendalletjes plaatsten. Al die handel kwam op de nek van de twee basis-afdelingen die wij opereerden terecht, vandaar ook die assistentes. Die tevens administratieve zaken deden als factureren en inboeken van al dat spul. Het werd het zeker gezelliger op. Maar de stress werd niet minder. Deels doordat zowel baas Breems als de mensen die de afdelingen aanstuurden zoals ik, beter waren in het bedrijven van de handel dan al die procedures die intern op onze schouders rustten. En al snel bleek dat we bijvoorbeeld wel een cashflow-probleem kregen door mensen of bedrijven die slecht of niet betaalden. Dat leidde tot veel stevige gesprekken met de leiding vanuit Rotterdam. En op enig moment het aanwijzen van een directie-secretaris om de leidinggevende kwaliteit van Ruud Breems bij te schaven en daarnaast het terugroepen uit de pensioensituatie van oud-directeur Vos van kantoor Amsterdam. Die moest de administratie bij ons onder de loep nemen als een soort accountant en ons daarin bijspijkeren. Met beiden moest je geen ruzie maken. Het is me indertijd op dat punt goed af gegaan. En je leerde enorm veel. Zo werd me het besef extra bijgebracht dat debet en credit twee verschillende zaken waren en administratief inzicht toch wel een vereiste om extra succesvol te zijn als chef-export wat ik intussen was geworden. (Beelden: Internet-Archief)

Presenteren doet soms begeren…

De meeste uitvinders kunnen niet verkopen. De techneuten of goede koks onder ons ook zelden of nooit. Het zijn twee verschillende disciplines. Een enkeling kan dit combineren. En maken hun business tot succes. Wil je weten hoe dat al dan niet moet? Kijk dan (terug) naar het erg aardige programma van WNL, Dragons Den. Daarin moeten mensen met een nieuw bedrijf of product zien dat ze bij soms steenrijke investeerders geld los kunnen krijgen om hun zaken in de toekomst enig houvast te geven in de desbetreffende markten. Daartoe dienen zij naast hun nieuwe producten of diensten ook cijfers te overleggen, maar vooral te brengen. En wat je zo vaak ziet bij bedrijven van dit kaliber, velen zijn geroepen maar slechts weinigen uitverkoren. Kaf en koren worden meteen gescheiden door de beroepsinvesteerders in dit programma die in het verleden door slim zaken doen en steeds weer opnieuw goochelen en durven grote kapitalen vergaarden die ze nu (met een enkele uitzondering..) inzetten t.b.v. anderen. Het kaf komt overigens het meeste voor bij die presentaties.

Vaak slecht voorbereid, cijfers zonder onderbouwing, en een product dat meestal binnen een half jaar in China van de band rolt en daardoor elke exclusiviteit mankeert. Daarbij vergat men nog wel eens een patent aan te vragen (kosten) maar bleek men ook gewoon niet in staat om het ‘unieke’ concept te verkopen. Eigenlijk wil men het liefst zelf een beetje doorklooien en van het geinvesteerde bedrag een verkoper aan trekken om de boel in de markt te zetten. Nou, uit ervaring weet ik dat veel verkopers bepaald niet geschikt zijn voor het vak dat ze beoefenen en in veel gevallen zelf liever lui dan moe zijn. ‘Bent u geinteresseerd in ons unieke aanbod, neem dan contact op met…’. In autoland heb ik er te veel meegemaakt of op training gehad waarvan je echt zuchtend afvroeg waarom ze dat vak kozen. En als ik op Linkedin kijk wat daar allemaal wordt aangeboden zie ik vooral veel pro-passiviteit. Echte verkopers gaan er op uit, werken met sociale media, bellen, mailen en doen hun best om orders binnen te trekken.

Ze bouwen een netwerk op en weten dat ze na een tijdje klanten weer eens moeten opzoeken om dat contact warm te houden. Als die verkopers dat al niet hebben, wat moet je dan als niet commerciele ondernemer wel niet beheersen om je producten in de markt te krijgen., Nou de Dragons uit dat programma maken er veelal gehakt van. Pas als er een geweldige presentatie uitrolt met perspectief, rollen ook de centjes. En wil men zelf actief bijdragen met advies hoe het nog beter kan. Dat presenteren doet dus begeren, net als solliciteren. Wie dat goed doet kan veelal rekenen op een nieuwe baan. Wie dat niet lukt komt veelal achteraan in de rij. Het is een vak, je kunt er voor trainen, het is bij te leren. Maar niet in de genen? Vergeet het maar. Dan moet je iemand zoeken met passie die deze kunst wel verstaat. En neem van mij aan, na al die jaren ervaring in verschillende vakgebieden, het zijn de uitzonderingen die de regel bevestigen. Maar een goede voorbereiding is het halve werk. Als je zelfs dat niet beheerst, presenteer dan maar niets. Zeker niet bij investeerders als de Dragons Den.

De boom van de buren…..

Toen wij hier, lang geleden alweer, kwamen wonen kregen we als gratis accessoire bij ons huis een boom bij de buren die elk jaar zo’n beetje in de eerste twee weken van april tot volle bloei komt of kwam. Prachtig! En onze oude buurvrouw genoot daar net als wij intens van. Omdat deze boom een ver familielid kent die bij een overbuur ooit is geplant en daar net even later ook in de bloei komt en dan een andere bloesemkleur laat zien, is het voorjaar voor ons daardoor altijd extra zicht- en tastbaar. Overigens relatief kort. Juist in het voorjaar wil het naast aardig weer ook vaak waaien en regenen en dan is diezelfde boom een bron van wat ergernis. Immers de honderdduizenden blaadjes dwarrelen dan neer als sneeuwvlokken en kleuren diverse tuinen eerst aardig roze, daarna bruin tot zwart. Je veegt je een ongeluk, maar ach, dat heb je er voor over uiteraard. Ik maakte de lezer(es) al eerder deelgenoot dat de oude buurvrouw een paar jaar geleden is gaan hemelen.

Wij vreesden al met grote vreze voor wat er na haar dood komen zou, maar dat viel in eerste instantie wel mee. Een van de dochters, mede-erfgename van de woning, bleef meer dan een jaar wonen in het huis van haar moeder. Deed weinig meer aan onderhoud en tuin, maar dat hield wel in dat de boom bleef staan. Een even fraaie aan de voorkant van het huis was nog bij leven van ‘moeder’ net in de bloei bevroren geraakt en afgestorven. Het leven van een boom in ons grillige klimaat niet altijd even makkelijk. Omdat de oude dame redelijk ‘zuinig’ was bleef de dode boom als een soort relikwie staan. Hoe dan ook, eind vorig jaar werd het huis alsnog verkocht. Een jong gezin uit een belendende gemeente kocht het en ging voortvarend aan de gang. Alles wat hen niet beviel werd in huis afgebroken en opnieuw geinstalleerd. Het mocht iets kosten en de aannemer leek wel bij hen te overnachten. Ook qua geluidsproductie. Dat was niet zo natuurlijk. Maar je wilt een huis toch naar je zin maken. Ik snap dat zeer. Maar ergens dit voorjaar, de bewuste boom in de achtertuin had net knoppen, hoorden we het jonge stel tegen elkaar zeggen dat die boom er echt uit moest in verband met de ruimte’.

Het sloeg ons best om het hart. Ook al ben ik zelf erg van een betonnen plaat met planten/bloemenbakken ter versiering, die boom was altijd wel een anker van geur en kleur. Hij is van hen, zij mogen dat beslissen. Maar we gaan die boom wel erg missen. Nu is het wel zo dat we wel zien dat hij kwalitatief minder wordt. Hij slinkt ook, groeit niet meer. Maar hij bloeit nog wel. Gelukkig hebben we de plaatjes nog. Overigens hebben wij zelf ook diverse bomen en struiken uit de tuin gehaald in de loop van de jaren. Ooit geplant door de vorige bewoners van ons huis. Die kennelijk niet door hadden dat sommige bomen erg groot worden en soms zelfs boven de nok van het huis uit groeien. Wij wel. En dus ging de zaag er in. Kaalslag het gevolg, ruimtegewin ook. En dat zal bij de buren ook wel zo zijn. Oud is leuk, hout ook, maar soms wil je gewoon dat de kinderen kunnen spelen. Dat zal het zijn… (Beelden: Yellowbird 1994/2019/20)

Werken op Schiphol – 7 – Groei en levende maden…

Ik moet Ruud Breems, anno nu,  zeker nageven dat hij onze dienstverlening kon verkopen. Hij had een enorme flair en reed of vloog naar overal en nergens om bedrijven en mensen te overtuigen dat voor hun luchtvrachtverzendingen maar een expediteur op Schiphol in aanmerking kwam, dat bedrijf van ons. Daarbij hadden de beide stadskantoren van het bedrijf indertijd zgn. ‘acquisiteurs’ op de weg die ook het product luchtvracht meenamen in hun portfolio. Dat deden ze weliswaar met veel plezier maar weinig kennis van zaken en dan werd er wel eens iets beloofd dat echt niet kon. Mouwen passen en zien dat je het oploste was dan niet voldoende. Toch zorgde het er wel voor dat we een steeds grotere klantenkring kregen en we langzaamaan behoefte kregen aan uitbreiding van het aantal werknemers. Al was het maar omdat we ook de meest wonderlijke bedrijven aan ons koppelden. Zo was er een bedrijf uit Nijkerkerveen, Bosch, waar men als groothandel deed in levende maden voor de sportvisserij. Die beestjes werden gekweekt op koeienkadavers (aldus het verhaal) en dan in 50-100 grote metalen blikken verpakt en met luchtvracht naar Nederland gestuurd waar ze bij die firma aan de rand van de Veluwe weer in bassins werden gemikt waaruit men dan schepsgewijs de visserijwinkels bevoorraadde.

Ik heb wel eens gedacht dat Ruud Breems deze zendingen zelf wilde binnenhalen omdat hij een verwoed sportvisser was. Anders verklaar ik niet dat je zoveel ellende op je hals wilde halen bij het behandelen van deze transporten. Want ze kwamen met regelmaat uit Engeland en vlogen dan mee op de vrachtvluchten van KLM. Uitgevoerd met DC-7F’s. En juist dat maakte dat er nog wel eens wat vertraging was omdat die kisten af en toe storingen vertoonden. En dat was in de winter niet zo erg, immers, maden ontwikkelen hitte als ze samen zijn en dat werd wel gekoeld door de winterse koude, maar o wee als het warmer was buiten. Dan stonden de blikken bol. En soms overleden die diertjes dan door de hitte. En hadden we de poppen aan het dansen. Claims van de klanten, afwijzingen van KLM en gedoe met verzekeraars. De kerels die deze ladingen kwamen halen namens de afnemer, controleerden daarom altijd die blikken als ze die op Schiphol moesten inladen. Dat ging simpel, deksel er af, kijken of er genoeg bewoog, hand en arm erin, beetje roeren en dan op de hand kijken of er voldoende leven in die maden zat. Het zal duidelijk zijn dat ik ze vooraf of daarna de hand niet schudde. Toch waren dat aardige mensen hoor en ze verdienden er goud mee. Ruud Breems nam nog wel eens een potje van dat spul af voor zijn eigen behoeften. Was vaak een gratis aardigheidje van de klant.

Maar op een dag liet hij de maden staan op kantoor. Na het weekend waren we voorzien van bergen zwarte vliegen. Want het ging snel met die dieren. Jaren later zaten er nog vliegenlijken in de TL-bakken en het plafond. Maar verder was dit slechts een voorbeeld van welke diversiteit aan klanten we meemaakten. Naast de aloude elektronica van Berg was er ook de klant Bell Helicopters die vanuit Schiphol spoedzendingen verstuurde over de hele wereld. Mijn klant, want export, maar niet de makkelijkste. Als men iets verstuurde stond ergens een heli met pech aan de grond en moest er rap worden gevlogen. En dat ging niet altijd volgens plan. De toenmalige maatschappijen redeneerden soms nog wel eens krom, en lieten passagiers voorgaan op vracht. Zeker toen men nog met heel wat kleinere toestellen vloog dan later het geval was. En dan nog even voor de sfeerbeelden…Als je anno 2020 rondkijkt op Schiphol zie je dat logistiek overal rond en op de luchthaven zijn plek heeft. Giga gebouwen, eigen loodsen, in Hoofddorp, Aalsmeer, maar ook op Schiphol-Zuid. In de periode die ik beschrijf was er nog maar een enkel vrachtgebouw van tien etages waarin iedereen uit de business geconcentreerd zat en bouwde men aan het nieuwe onderkomen voor de Aero Grounddienst die veelal de wat bijzondere carriers onder haar afhandeling had zitten, maar ook entrepotruimten kon bieden aan bedrijven zoals het onze. En dat was nodig. Want een nieuwe reeks klanten meldde zich. Waarover later meer. (Beelden: Internet/Yellowbird/Google)

Elektrische overdrijving…

Als ik een leek zou zijn geweest in het automobiele wereldje maar wel van een auto afhankelijk zou ik me na alle propaganda van eind 2019 over die ‘enorme stijging van het aantal elektrische auto’s’ wel een flinke loser gevoeld hebben met mijn keuze voor benzine of diesel. Immers, de wereld stort ineen als we niet allemaal overschakelen op een auto op batterijen volgens de met name door links gepropageerde waarheden. Helaas voor die stromingen liggen de zaken wat genuanceerder. Het gros van die verkochte wagens gingen via de lease naar rijders van de zaak. Daar weer het overgrote deel van waren Tesla’s die al een jaar of drie geleden werden besteld maar door fabricageproblemen bij deze relatief jonge leverancier niet eerder werden geleverd. Daarbij speelde niet meteen milieumotieven een rol bij de aanschaf van deze relatief dure nieuwe wagens, het ging meer om de financiele voordelen als 4% bijtelling voor de waarde van de auto en een vrijstelling op Motorrijtuigenbelasting.

Wie na 1 januari zo’n wagen wil aanschaffen gaat naar 8% bijtellen en dat vind de grachtengordelrijder dan toch wel weer wat veel van het milieugoede. En dus zie je de verkopen van elektrische wagens in januari aardig instorten. Naast Tesla levert ook Jaguar, Audi, Nissan, Hyundai en Kia een aantal elektrische auto’s en komen andere merken daar deze maanden mee. Nou de verkoopverwachtingen mogen worden bijgesteld want de registraties bleven uit. Alleen Audi en Tesla bleven op enig niveau bezig, maar geen schaduw meer van de gekte in december, ook Kia kon er nog een paar kwijt. Alle andere elektrische auto’s verloren (flink) aan marktaandeel. Terwijl de meeste particuliere kopers juist wachten tot de eerste maand van een nieuw jaar bij de registratie van hun nieuwe auto, want dat scheelt dan weer inruilwaarde aan het eind van de rit. Het bouwjaar wordt in ons land nu eenmaal sinds jaar en dag vastgesteld aan de hand van de kentekenregistratie-datum.

Kortom, het is niet alles goud wat er blinkt in batterijland. Laat je dus geen schuldcomplex aanpraten. Elektrische wagens zijn leuk voor hen die zeker weten dat ze nog een benzineauto er naast hebben staan voor de vakanties, voor mensen die willen uitstralen dat ze behoren tot de ‘verlichte elite’ maar ook voor lieden die een baas treffen die bereid is te investeren in auto’s van 80-140 mille per werknemer. Staan die lui morgen op straat is de lol van het elektrische rijden wel over. Voor hen rest de tweedehands hybride of een auto uit een ander segment. Zo heeft Skoda de Citigo elektrisch gemaakt, net als Seat de Mii. Kost je pakweg 24 mille en krijg je 245 km actieradius voor. Aardig voor de stad, net zoals die elektrische Smart fortwo, buiten de bebouwing toch iets minder. En eigenlijk geldt dat voor alle wat compactere wagens met batterijen als aandrijfbron. Leuk voor de buhne, prachtig voor de linkse media, maar onbetaalbaar voor een beetje particulier. Die gaat gewoon verder met benzine of diesel. Want kan de kosten niet echt kwijt. Overigens was het in de totale markt ook niet echt koek en ei, want door al het gedoe in de politieke arena waar ‘feiten’ en ‘meningen’ aardig door elkaar lopen zijn kopers uberhaupt terughoudend. De markt liep in januari in totaal ruim 4% achter op januari vorig jaar. En dat ondanks die enorme vraag naar EV’s…..Jaja!

Praktijkervaringen – dealerverkoop – 3

In die jaren dat het met ons hoofdmerk nog niet zo lekker en eenvoudig ging, helemaal in het begin van de jaren tachtig, waren we zes dagen per week volledig open. Ook op zaterdagen en die gebruikten we dan vooral om alles op orde te brengen in het gebouw waarin de werkplaats en showroom/kantoor te vinden waren. Daarbij bleef de showroom het langst open. Veelal tot een uur of vijf. Daarna was het vaak over en uit. Op die bewuste zaterdagmiddag dat ik dienst had en net bezig om alle buiten staande demo- en showwagens weer binnen te zetten stapte er een wat oudere heer binnen. Hij was goed gemutst en praatte honderduit over het weer, zijn vrouw en de behoefte aan een nieuwe auto. Die moest rood zijn en een beetje luxe. Wat vond meneer van deze hier in de showroom uitgestalde Skoda 120GLS voorzien van alle denkbare opties uit die tijd, zoals een toerenteller en superluxe velours-bekleding? Ik putte mij uit in opnoemen van alle positieve zaken op, aan en in deze bijzondere Skoda!

De man nam de tijd, ging zitten, draaide aan het stuur, bekeek serieus de motor, de kofferbak en schudde instemmend met zijn hoofd. Dit was wel de auto die hij zich zag berijden. In mijn hoofd klonken schapengeluiden. Zoals altijd als een ‘deal’ redelijk snel gesloten kon worden bij wat minder kritische prospect-klanten. ‘Radio er bij wellicht’?? We hadden net een nieuwe lijn van Blaupunkt in huis die geweldige stereogeluiden beloofde. Kon mooi in die fraaie middenconsole die we ‘bij toeval’ ook in de showroom uitgesteld hadden staan. ‘Ja doe die ook maar!’ zei de man. Kortom, het werd tijd om de boel op papier te zetten. Wat ik alleen al om het late tijdstip met grote snelheid en dito enthousiasme deed. De betreffende auto stond er al een tijdje en veel belangstelling hadden we er nog niet voor gehad. Een GLS was best prijzig in vergelijking met de goedkopere S en L modellen die in Amsterdam sneller de showroom uit wilden. Kortom, alles keurig op papier gezet en laten ondertekenen. Nog even een kopie van het rijbewijs maken dan kon ik de zaken voor de man regelen en zo meer. Intussen was afgestemd dat hij omdat hij niet inruilde een aardige korting zou krijgen ook nog. Opgeruimd staat netjes was mijn gedachte. Rijbewijs had de man niet bij zich, maar dat kwam goed, had hij thuis liggen.

Kwam hij volgende week even brengen…..Goed?? Tuurlijk meneer! Klant is koning. Het telefoonnummer genoteerd en de man uitgelaten. Toen ik hem nakeek zag ik dat hij met flinke tred en de brochures plus contract in een keurig mapje onder de arm richting de stad liep. Wel op wonderlijke schoenen….leken wel sloffen. Maar ja, Amsterdam, vreemde mensen soms….Ik sloot af en ging naar huis. Weekend was goed dit keer, leuke deal gesloten. Op de daaropvolgende maandag werd ik gebeld. Door een of andere medewerker van een tehuis. ‘Heeft u een auto verkocht aan meneer XXX??’ ‘Ja zeker, afgelopen zaterdag!’ ‘Hoe vervelend ook, dat gaat niet door. Meneer verblijft hier in ons tehuis en heeft afgelopen zaterdag voor dik 30 mille aan spullen gekocht. O.a. meubels, televisies en twee auto’s’. De domper was groot. Die schoenen van zaterdag waren alsnog sloffen gebleken. In een onbewaakt ogenblik was hij ontsnapt en aan de wandel gegaan…….Deal kon verscheurd. En de 120GLS bleef nog een half jaar langer in onze showroom staan. Maar ik had wel weer een goed verhaal er bij…Bij deze verteld! (Foto’s: Yellowbird/Skoda)

Praktijkervaringen uit de verkoop – 2

Al doende leert men en trainingen werpen op het gebied van goed verkopen vaak hun vruchten af als je daardoor leert om vooral signalen van prospectkopers goed op te vangen en te vertalen. Zonder talent geen resultaat en soms moet je de eigen karaktertrekken onderdrukken als je met de verkeerde mensen van doen hebt. Zo leerde ik in de praktijk van alle dag tijdens mijn dealerjaren (1977-1990) dat je soms geduld moet hebben of beter moet opletten. Maar eerst toch nog even een beschrijving van mensen waar je niks aan kunt verkopen maar die je wel veel tijd vragen. Sommige mensen hebben nu eenmaal een zee aan vrije tijd en weinig hobby’s en komen dan in showrooms vooral hun eigen verhaal vertellen. Nu zijn wij Amsterdammers niet zo van het geduld. Tijdens een uitzending van TROS-Actua op Wielen (of soortgelijke titel) had presentator Hein van Nieveld aangegeven dat de (ook door ons verkochte) FSO Polonez weliswaar aardig oogde en mooi was toegerust (..), het onderstel was nog steeds ouderwets en aan de achterkant zaten bladveren onder een starre as. Van Nieveld vond dat maar ouderwets. Zover niks nieuws, wij hadden zelf ook zo onze gedachten over die Poolse wagens en ik stak ze tijdens mijn vervolgverhaal dan ook niet onder stoelen of banken.

Op een dag, het zal de volgende na de uitzending zijn geweest, stapte ik de showroom binnen omdat ik de bel van de toegangsdeur hoorde. Ik keek rond en zag niemand. Opmerkelijk…want die bel ging niet voor niks. Dus nog even een rondje lopen langs de auto’s die stonden te glimmen in die verkoopruimte en verdraaid…daar lag een vent op de grond. Als een moslim naar het oosten gericht, maar wel kijkend onder de ook aanwezige Polonez. Ik vroeg hem wat hij daar deed. Waarop de arrogant kijkende jongeling mij min of meer toebeet dat hij wel eens met eigen ogen dat ouderwetse onderstel van die Poolse auto’s wilde zien. Maar dat hij intussen ook even had gekeken bij de Koreaanse Hyundai Pony en daar hetzelfde onderstel had geconstateerd. ‘Ik snapte toch wel dat dit een schandaal was en dat een beetje moderne Fiat zijn belangstelling meer zou trekken dan dit spul’. Ik vroeg hem waarom hij uberhaupt de showroom was binnengestapt dan…. Zijn antwoord was tekenend, hij wilde mij als dealer even wijzen op het feit dat ik ouderwetse wagens verkocht….. Mijn geduld was op. Ik zette hem fysiek even buiten de deur. Waarop hij aangaf mij nog wel te zullen krijgen….. Het waarom ontging me.

Maar vreemde kostgangers had die Heer daar boven soms. Overigens was die van Nieveld een vervelende vent waar het onze merken betrof. Of ze nu uit Oost-Europa, Japan of Korea kwamen, altijd bleek zijn voorkeur toch meer te liggen bij Italiaanse, Franse of vooral Duitse wagens. Dat is heel vervelend als je met de door jou gevoerde en verkochte auto’s je broodje moet verdienen. Hoe dan ook, na het buiten de deur zetten van die ene malloot heb ik me later leren inhouden hoor. Ik had gewoon meer geduld moeten hebben. En wellicht het noodnummer moeten bellen om een patient op te laten halen uit hun Paviljoen 3 (psychiatrie)….Maar het kwam uiteindelijk met de meeste bezoekers wel goed. Want als men langs kwam was dat in 80% van de gevallen niet zo maar, doch met oprechte intenties. En die vervulden wij graag en professioneel. Maar op de grond liggen was er niet meer bij….(Beelden: Yellowbird archief)

Praktijkervaringen uit de verkoop….(1)

In mijn vervolgverhaal over leven en werken met /voor de Vliegende Pijl beschreef ik al eens wat ik als dealer-vertegenwoordiger zoal meemaakte. En en-passant kwam er ook wel eens een klantje voorbij dat speciale indruk maakte. Maar er waren in mijn toenmalige leven veel mensen die de showroom of werkplaats bezochten die indruk maakten maar het opgeknipte verhaal indertijd niet haalden. Zoals veel vertegenwoordigers in dat prachtige vak valt er veel te vertellen over ervaringen met prospect-kopers of klanten die in een auto van een van onze merken gingen rijden. Zo herinner ik mij een cliente die uit Amstelveen afkomstig was en trouw was aan ons Tsjechische wondermerk. Maar de indruk maakte geestelijk niet alles op orde te hebben. Niet dat het een iets met het ander van doen had, maar dit was toch wel een bijzondere dame. Ze kwam soms binnen met een schaterlach, de volgende maal met een gezicht dat op donderen stond. Ze was vrijgezel en lonkte naar veel van onze technische lieden, maar die vonden haar denk ik een beetje ‘eng’. Hoe dan ook, op een dag stapte ze binnen met haar broer.

Was zij nog wel netjes gekleed en vaak naar de toenmalige mode opgemaakt, haar broer leek een type dat elke nacht ergens op een bankje in het park sliep. Maar daar mocht je mensen niet op beoordelen. De man had weinig geld, zijn zus hielp hem, want hij wilde een auto kopen. Tweedehands, liefst bijna nieuw voor pakweg 1500 gulden. Dat was ook indertijd een schijntje en geen garantie voor iets echt jongs. Gelukkig hadden wij wel wat staan. Achter op een als parkeerplek voor uitgedienden klein stukje land stonden de wagentjes die normaal richting ‘handel’ gingen en daar tussen stond een Skoda Coupe in een verkleurde rode lak die al wat zuchten en steunen achter zich had gelaten. Dat moest hem worden. Technisch was de sportieve Skoda goed in orde. Maar die lak was wel een dingetje. Toch kocht het stel de auto en verdwenen er blij lachend mee. Paar dagen later kwam de man alleen terug. Buiten stond een glimmende Skoda. Leek wel opnieuw gespoten. Daar had hij toch het geld niet voor? Nee! Maar een potje Jif had wonderen verricht. Wij keken elkaar maar even aan en wensten hem succes. De eerste de beste regenbui zou hem snel uit de droom helpen van zijn uitvinding wisten we!

Een ander voorbeeld van een bijzonder klant was een ontwerper die ergens op het terrein waar ons bedrijf gevestigd was zijn nering verdiende. Hij was bekend, want munten met betaalwaarde waren van zijn hand en ook de Amsterdamse musea hingen werk van hem neer. Hij kocht van een van zijn opbrengsten verkoop kunst een nieuwe Hyundai Pony. Prachtig bordeauxrood van kleur, speciale uitvoering en met grote achterklep waardoor hij beelden en schetsen makkelijk kon vervoeren. Na een jaar was de auto veranderd in een grote vieze rijdende bende. Buiten- en binnenkant onherkenbaar grijs geworden. Net als ‘s-mans overall. Toen de Hyundai voor grote service in de werkplaats kwam deed ik iets wat andere klanten vaak erg op prijs stelden. Even de auto laten wassen en de binnenkant reinigen. Er stond weer een prachtige Koreaan klaar voor ophalen. Maar de kunstenaar vond het allemaal maar niks. Hij moest dan weer teveel wennen aan dat schone interieur. Twee dagen later was de auto weer even vies van binnen en hij had vermoedelijk speciaal een paar modderpoelen opgezocht om doorheen te raggen om dat grijze weer terug te krijgen op de flanken. Een Pietje smeerpoets dus, maar ach, het was zijn smaak en eigendom en wij waren vermoedelijk te naief geweest…..(Beelden: Yellowbird/Internet)

Tandarts!

Weten jullie nog, vaste lezers hier, dat ik ooit gedwongen werd over te stappen naar een nieuwe tandarts die me al snel een offerte deed toekomen voor een gebitsrenovatie die mij totaal overbodig leek? En dat ik daarna overstapte naar de derde tandarts in korte tijd? Nou, dat beviel prima. Net om de hoek hier, een erg aardige man met dito assistente (zijn vrouw). Zijn eerste gebitsanalyses niet meteen gevolgd door offertes, wel wat adviezen over hoe ik mijn gebit nog wat schoner kon houden dan ik al doe. Overigens is dit een euvel van ongeveer elke tandarts heb ik gemerkt want telkens als je denkt het nu volgens de regels te doen, komt er wel weer een standje of adviesje een andere richting op. En heb ik intussen kapitalen aan stokjes, draadjes, stekers, borstels etc aangeschaft. Ik poets drie tot vier keer per dag, en uitgebreid, en nog is het niet voldoende. Je zou er om stoppen met eten en drinken.

Maar dat is wellicht voor de lijn nog wel goed, niet voor je gestel. Hoe dan ook, die nieuwe tandarts was net in mijn systeem opgenomen toen hij me verraste met de mededeling de praktijk te gaan stoppen. Hij wilde met pensioen. Dat was jammer, want dan krijg je opnieuw te maken met een opvolger die wederom van moment een af start. Nou dat klopte. De praktijk werd verkocht aan een starter. Een heel bijzondere. Een dame uit Iran, die samen met een erg fraaie assistente en haar oplettende man de zaak onder een nieuwe naam ging runnen. Een zaak die qua techniek op de laatste stand der dingen werd gebracht, maar verder wel de ambiance van de oudere voorganger in stand hield. De eerste kennismaking was plezierig, het vervolg ook. Zij was lief, snapte mijn specifieke problemen van niet willen liggen met mijn hoofd lager dan mijn voeten en was streng doch rechtvaardig over mijn gebitsonderhoud.

Daarna kwam het opvullen van een aankomend gaatje in een van de ondertanden wat zij (zonder verdoving als altijd gewenst) professioneel en snel klaarde. Ik had er schik in. Zij is van de soort tandartsen die me liever zijn dan beulen en offerte-bedenkers. Hoe professioneel ook. Ik heb mijn ivoor met wat kunststof stukken al die jaren tot nu in de mond gekoesterd en door experts laten onderhouden. Dus grote verbouwingen zie ik als onnodig. Geen gaten, geen rare dingen. Dus laten we die dan ook niet gaan bedenken. Alleen wat nodig is doen we, en voor de rest niks. Al is het verleidelijk om vaker af te spreken met de dame en me te laten onderwerpen aan haar behandelingen. Mits haar man dan uit de buurt blijft natuurlijk. Maar dat mag je allemaal niet meer denken of zeggen tegenwoordig natuurlijk. Een best prijzig. Hoe dan ook….was een prima keuze. Tot nu toe…

ABC op zondag – Alfa Romeo

Ach, u bent al zolang gewend dat het op zondag bij mij gaat over auto’s en alles wat daarmee te maken heeft dat ik maar eens een aardige reeks automerken en modellen laat passeren die wellicht de een of de ander meer past dan mijn geliefde merk uit dat prachtige Tsjechische land. Immers, voor veel lezers was dat Skoda een merk waaraan men lang niet dacht. Nee het moest iets anders zijn! Frans, Duits, Engels, Italiaans wellicht. En om aan die laatste lieden even tegemoet te komen een verhaaltje over Alfa Romeo. Een merk dat tegenwoordig nauwelijks meer zichtbaar is op de Nederlandse markt, maar in vroeger jaren heel wat liefhebbers trok. Mensen die hielden van dat sportieve karakter van die wagens en het idee dat je als berijder toch bij een wat exclusieve club behoorde. De Alfisten! Dat Alfa Romeo was voor en tijdens de oorlog al aardig actief.

Het bouwde o.a. motoren voor de diverse oorlogsvliegtuigen van het Mussolini-bewind en ook prachtige auto’s voor de lui die in dat bewind de dienst uitmaakten. Na de oorlog koos men wederom voor sportiviteit. Auto’s met net dat beetje meer. Kostte ook wat meer, maar dan kreeg je ook iets. Baserend op de tradities die terug gingen naar 1910 toen het merk al haar eerste auto’s bouwde. Daarnaast scoorde men aardig op de circuits van Europa waar men deelnam aan Formule-1 races waarbij Alfa bepaald goed scoorde. Het aantal modellen dat ook in ons land goed verkocht beperkte zich wat tot minimale aantallen tot men o.a. de fraaie Giulietta Sprint uitbracht.

Een heel fraaie sportcoupe die met een bescheiden 1300cc motor in 1954 al goed was voor 155km/u. Kijk, daarmee kon je voor de deur komen. Een auto die later grotere aantallen ook zakelijke rijders aan zich wist te binden was de Giulia uit 1962 die het in al dan niet gewijzigde vorm volhield tot en met 1978. Auto’s met relatief kleine motoren die enorm goed presteerden en een Alfrijder toch het gevoel gaf een coureur te zijn in een auto die vooral was afgestemd op familiegebruik.

Wagens die ook bij de Italiaanse politiediensten graag werden gebruikt. Het gaat te ver om alle modellen van het merk te noemen die min of meer succesvol waren in onze streken. Wel was duidelijk dat je een wat vettere beurs moest bezitten om met zo’n Alfa te kunnen rijden. Niet alleen door de aanschafprijs, ook het onderhoud was intensief en duur. Daarbij leden ook deze Italiaanse sportieve bolides aan overmatige roestvorming. Een euvel dat niet hielp aan een degelijk imago. Dat werd nog erger bij het uitkomen van de leuk rijdende maar o zo matig in elkaaar gestoken Sud modellen. Voorwielaandrijving gaf de wagens vooral in bochten vleugels, maar o wee wat was de degelijkheid ver te zoeken. De uit Brazilie geimporteerde grote Rio hielp dat imago helemaal niet. Maar voor de Alfisten maakte het niks uit. Tuurlijk stonden ze wel eens stil met hun Italiaanse raspaardjes, maar als het reed…dan! Rijmachines! Het laatste grote wapenfeit was de 156 die begin deze eeuw op de markt werd gebracht. Een fijn rijdende zakelijke sedan met verzonken handgrepen achter, flink wat ruimte en aansprekende prestaties.

In de lease goed te doen voor de zichzelf hoog achtende vertegenwoordiger. Maar ook hier speelde kwaliteit nog wel eens eenn negatieve rol. Sindsdien kwamen er wel leuke Alfa’s voorbij als de nieuwe Giulietta en Mio, tegenwoordig vooral klonen van modellen die Fiat uitbrengt en dan voorzien van Alfa-styling en wegligging. Maar de aantallen mankeren. De rol van het merk vrijwel uitgespeeld. Jammer, want voor de puristen natuurlijk een merk om te koesteren. Wat men doet met tweedehands wagens en klassiekers. Soms duur, een andere keer een ware opknapper. Maar wel een merk dat aandacht verdiende. Vandaar……(Foto’s: Yellowbird archief)