Pandhouse…

Wie mij kent (of hier volgt) weet dat ik niet zo van het kamperen of logeren ben. De reden is simpel, ik slaap domweg slecht in een andere omgeving en denk als ik niet slaap te veel na over de poezen thuis die me missen of andere zaken die ik al dan niet goed heb geregeld voor ik vertrok. Uitnodigingen voor tripjes houd ik dan ook vaak wat af en beperk ze tot een minimum. Al wil een goede hotelkamer met bad en andere geneugten me nog wel eens overtuigen van nut en noodzaak. Onlangs deed dit laatste zich weer voor. Onze lieve vriendjes in de Hoeksche Waard (Thamara, blogster van het eerste uur baat daar samen met haar echtgenoot een B&B uit sinds een jaar of 1,5) drongen maar aan op een verblijf opdat we dan een ongekende ervaring zouden beleven en ook om te zien of hun formule klantvriendelijk is en deugt.

Nou over dat laatste hoeven ze zich geen zorgen te maken. Hun appartement ligt op de bovenste etage van het pand dat zij zo liefdevol en met veel inzet verbouwden van kerkgebouw/ontmoetingsruimte tot woonhuis. Dat appartement heeft een eigen opgang, is voorzien van drie kamers, een aparte badkamer, keuken en alle comfort nodig voor een aangenaam verblijf. Sinds hun start als B&B eigenaren is het ook een aardig succes. Heel wat gasten uit binnen- en buitenland vonden hun weg naar deze streken en als ik het vanuit mijn marketing-achtergrond bekijk is het een onverwacht succes.

Immers, je verwacht niet dat mensen op de kop van de Hoeksche Waard hun intrek nemen als ze bijvoorbeeld in Rotterdam moeten werken. Of tripjes maken tot in Brussel al toe. Maar dat zit toch anders in elkaar. Voor veel mensen zijn die afstanden waar wij Nederlanders tegenaan kijken peanuts en de omgeving van het Pandhouse (zoals de B & B is gedoopt) biedt rust, winkels, vrij parkeren en gezellige horeca. Handig als je hier wilt vertoeven.

Wij verbleven onlangs in het Pandhouse tijdens een vliegende zomerstorm (Francis) maar zelfs dat was een avontuurlijk genoegen. Ook voor de Meninggever. De boel is smaakvol en ruim ingericht, een goede en hete douche.., keuken met alle benodigde faciliteiten, kortom, je zou het hier best een paar weken kunnen volhouden. En dan het uitzicht….je kijkt vanuit het voorraam over de stad Oud-Beijerland heen en zeker 15 kilometer ver weg.

Het (extra reserveren..) ontbijt was overdadig en heerlijk. En voor de goede orde werd ons geserveerd vanuit de gedachte dat wij doorsnee gasten speelden die hier onze daagjes doorbrachten, anders was het niet eerlijk. Gastvrouw/heer zijn echt in hun rol gegroeid. Hebben in de praktijk van alle dag veel zaken moeten leren, doen dat nog steeds, maar snappen heel goed waar het over gaat in deze gastvrije business. Ik geef hen alleen daarom al een rapportcijfer 10, al is dat lichtelijk bevooroordeeld natuurlijk. Het appartement is ook een tien waard, domweg door de beschikbare ruimte en het thuisgevoel dat je meteen bekruipt. Is het geschikt voor mensen die wat slechter ter been zijn? Nee! Want je moet via een buitentrap best een stukje klimmen. Maar sportieven en gezonden onder ons zullen deze ‘hindernis’ met liefde nemen. Wil je in het centrum vertoeven en genieten van het leuke en bij velen onbekende historische stadje Oud-Beijerland, 2 minuten lopen en je staat er in het oude en gezellige centrum.

De haven ligt er achter, je zou b.w.v.s. zo op je boot kunnen stappen. Wij deden dat niet, maar stapten na dit geweldige verblijf in de rode bolide op weg naar huis. In de zekerheid dat het Pandhouse voor ons nog wel eens vaker een slaapplek zou kunnen zijn. En dat wil in mijn geval iets zeggen. Via Booking.com is een overnachting te reserveren. Al moet je wel even vooruit plannen, want het succes zorgt voor een redelijke bezettingsgraad. Een ontbijt bijbestellen (geringe meerprijs) is mogelijk. Zou ik doen…zeker als je iets te vieren hebt. En wat dat laatste betreft; na 12 uur ‘s-nachts wordt je wel geacht een beetje rustig aan te doen. Want er wonen mensen onder natuurlijk…… Rapportcijfer: 9,5! Meer dan verdiend…Maar is eigenlijk gewoon een 10 natuurlijk! Dat halve puntje zit hem vooral in die bereikbaarheid voor hen die slecht trappen kunnen klimmen. Detail!   (Beelden: Thamara)

Gillend gek imago – Ferrari!

Als je een deel van je werkend leven besteedde aan het versterken van een imago voor de automerken waarmee jij te maken had, wordt je toch wel iets jaloers bij dat wat kleeft aan het Italiaanse merk Ferrari. Bijna sekte-achtig is het gevolg van merkgekken in hun gedrag als het om Ferrari gaat. Ik mocht dat zelf een aantal jaren geleden ervaren bij een bezoek aan Maranello, een van de merkstekken. Ongekend om daar mensen te zien die elke auto welke de fabriekspoort verlaat om te worden getest op de foto zetten. Ik zag in dat Italiaanse stadje shops, een fraai museum, en waar je koffie dronk was ook alles ingesteld op het merk met het steigerende paard. Nu is Ferrari natuurlijk niet zo maar een merk en het verkocht nooit saaie auto’s. Niks voor het gezin, niet voor de gemiddelde leaserijder. Ferrari’s zijn peperdure raspaardjes. Het merk dankt haar naam aan de nu nog steeds als ‘heilig’ gevierde Enzo Ferrari die zijn fabriek in de jaren veertig van de vorige eeuw op de benen  zette.

Hij maakte auto’s voor de rijken en sportieven van de wereld en bouwde al snel een geweldige naam en faam in dat segment. Met schitterende wagens, uitgerust met een V12 motor van soms maar net 2 liter inhoud. Snelheden van 200km/u toen al haalbaar. Toch waren de productie-aantallen veel kleiner dan we nu wel eens vermoeden. Maakt de nog rijdende en overgebleven exemplaren tot waanzinnig dure verzamelaarsstukken. Een deel van die wagens nu gekoesterd in musea over de hele wereld. Opmerkelijk dat Ferrari ook zo’n geweldige klank heeft in die wereld. Prestaties op het circuit hielpen daarbij. Zeker in de Formule 1 was Ferrari een niet weg te denken deelnemer, tot op de dag van vandaag. Maar ook op de circuits van Le Mans waren Ferrari’s heel lang dominant en bouwde men voor homologatie soms racewagens terug naar straatversies (Stradale).

Kijk eens naar de geschiedenis en de wagens uit die perioden en je wordt vanzelf iets als een liefhebber en daardoor blij. De inhoud van de V12’s groeide gestaag, de snelheden ook. 260-300km werd al halverwege de jaren vijftig bereikbaar. Gewoon op de weg. Samenwerking met Pininfarina maakte dat de Ferrari’s ook steeds fraaier werden van uiterlijk. Rood de basiskleur, maar ook wit, geel of groen (Prins Bernhard) leverbaar. Was het dan altijd koek en ei met die wagens? Nee hoor. Die eerste Ferrari-blokken waren zeer onderhoudsgevoelig en door de toegepaste klepconstructie ook nog eens niet meteen vrij van pech.

Maakte de rijders niet uit. Als het reed dan was het fantastisch! Vaak bij Italiaanse auto’s het geval. Talloos waren en zijn de modellen, vaak werden er maar een paar van een bepaald type gebouwd. Liefhebbersauto’s pur sang. Waar men al grotere series bouwde werden de doelgroepen van kopers weliswaar groter, liefhebbers hebben er toch minder mee. Een totale omslag vond plaats met de uit 1984 stammende Testarossa.

Met een vijf liter grote V12 achterin, een sterk wigvormige carrosserie opklapdeuren en een geluid dat alleen in superlatieven uit te drukken viel. De auto werd 7 jaar lang gebouwd en er kwamen er dik 7000 van de band. Zelfs een enkele ondernemer nam er een in de lease. Maar dat duurde vaak niet zo lang. Want wie met een Ferrari bij klanten komt voorrijden heeft toch iets niet goed begrepen. Of te veel zwart geld. In 1988 bestond Ferrari 40 jaar en bracht men een supercar uit in de vorm van de F40. 478pk in een meer dan opvallende carrosserie, een top van 325km/uuur en een inrichting die meer bij een circuitracer dan bij een wegauto paste. Meer dan indrukwekkend en goed verkocht, want er gingen er dik 1300 van weg. Wie er nu een zoekt moet in tonnen denken….best veel geld. Ferrari, tegenwoordig bouwt men aan de lopende band, alles met computergestuurde robots in elkaar gestoken. Fiat is haar moeder geworden, V8-motoren met de modernste milieuvriendelijk technieken beschikbaar en zelfs hybrides of vol-elektrische motoren in het vooruitzicht. Dominant tijdens de Formule 1, met een stel topcoureurs om de naam van het merk hoog te houden. En dan nog steeds die schare volgers. Een supermerk met prachtige wagens. Ferrari…..alleen die naam al…..(Beelden: Archief Yellowbird)

Wat gisteren normaal was….

Vorig jaar, op Koningsdag, liepen we ons de blaren op de voeten. Zoals ieder jaar. Vrijmarkten af, en genieten van de sfeer in onze stad. Van de vroege ochtend tot de late namiddag. Heerlijk. Speuren naar die bijzondere zaken die je normaal met een lampje moet zoeken maar nu voor een habbekrats op een kleedje liggen uitgestald. Nou…dit jaar, gisteren dus, was dat er niet bij. Corona houdt ons binnen, een ‘ophokplicht’ wordt een ‘intelligente lockdown’ genoemd. Niet met meer dan twee mensen samen en dan ook nog als je die echt kent. Dus niks drukke straten vol scharrelende en feest vierende mensen. Maar deze situatie heeft meer vervelende zaken in zich. Wij hebben toch een bepaald patroon ingebakken zitten rond onze sociale contacten. Wij bezoeken onze vrienden regelmatig, doen de familie uiteraard in een zelfde schema en houden er ook van om ergens heen te rijden en te genieten van winkels, trekpleisters of horeca. Al weken is dat nu weggevallen.

En dat vraagt gewenning. Want dat binnen zitten is niet alles, al lees ik nu veel en klus af en toe. Vind ik dat leuker dan al die normale zaken? Nee! Maar ja. We hebben geen keuze. Omgekeerd weet ik dat veel mensen die ons na aan het hart gaan onze kant op willen komen. Gaat niet. De geplande tripjes zijn afgeblazen. Leuke evenementen waar we met vrienden heen zouden kunnen zijn uit de agenda gestreept. Sommigen van onze vriendjes maken hetzelfde mee. Smeekbedes komen tot ons….’we willen zo graag’. Maar we doen vol dedain dat wat Rutte ons vroeg. We houden afstand. Niet leuk, maar ook een ‘per ongeluk’ besmetting is er een te veel. Het werpt ons terug op ons zelf. Gelukkig zijn wij dat hier gewend. Gaan ons gang en kunnen samen aardig door de dag heen komen. Voordeel is wel dat we minder geld uitgeven aan terrasjes, benzine, broodjes, etc.

Nadeel, je stompt toch wat af. Ik zoek altijd naar leuke dingen voor de hobby’s, komt nu vrijwel niks meer van. En omdat het zich niet beperkt tot Nederland, zijn onze ritjes Duitsland nu ook even ongewenst. Gelukkig daalden de benzineprijzen wel wat in ons land, die ene keer in de 14 dagen dat ik nu de tank bijvul merkte ik dat wel. Maar wat je toch vooral mist zijn intermenselijke contacten. Geen knuffels, niet even bijpraten over wat anderen meemaken, leuke zaken delen, soms ook de minder fijne dingen. Gelukkig kunnen we er af en toe nog wel even uit. Boodschappen doen. We moeten ook voor een ouder zorgen, en dat maakt dat we de dingen combineren. Het wordt een soort uitje. Alleen al om het steeds veranderende protocol. Je kunt je ergeren aan hen die maling hebben aan het afstand houden. Zou ik normaal niet over nadenken. Kortom, het vraagt gewenning dit gedoe. Of het echt ooit gaat wennen? Ik vrees toch van niet. Maar ja, weinig keuze dus. Voor jullie, lezers en lezeressen, zal het niet veel anders zijn. Ben wel benieuwd hoe jullie door deze dagen heen komen. En wie je zoal mist…..(Beelden: Yellowbird)

Geen zin…

‘He toe nou…’ zeurde ze naar hem. Hij negeerde haar…. O zeker, ze was mooi, lief, kon goed koken en was aardig met de kinderen. Maar ze kon ook zo zeuren….. ‘Toe nou, je zou mij echt helpen om ook eens een soort plezier te beleven…ik wil zo graag ook even genieten…’. Ze keek hem bijna smekend aan, hij zag haar prettige ogen, bekeek haar uitdagende bloes, die strakke rok, haar mooie benen en fraai geknipte haar. Ze was de zonde zeker waard. Maar ja, sinds hun huwelijk moest hij soms wel 12 uur per dag werken, kwam hij doodmoe thuis en wilde dan gewoon weinig meer dan even lekker eten, de kinderen een aai geven of naar bed brengen, en daarna nog even aandacht voor haar opbrengen of van haar kant ontvangen. Het was best zwaar allemaal en zo had hij het voor dat huwelijk nooit bedacht. Toen droomden zij beiden nog van wereldreizen en daarna een boerderij ergens op het verre platteland van Drenthe of Overijssel, met dieren en moestuinen. Maar in de praktijk van alle dag hadden ze met veel moeite een kleine middenwoning kunnen kopen en woekerden ze niet alleen met het woonoppervlak, ook met hun financiele ruimte. Zij leek zich eerder te schikken in dat lot dan hij. Hij droomde nog steeds van dat leven elders. Maar ja….dromen zijn bedrog. En nu leefde hij dus met zijn vrouw die constant zeurde dat hij ‘dit’ of ‘dat’ wel wat meer aandacht kon of moest geven. Hij werd er zo moe van. Wilde gewoon rust. Ook al was hij niet zo oud om daar al van te kunnen genieten….. Ze wilde dat hij promotie maakte, meer ging verdienen, aandacht had voor de kinderen, maar ook specifiek voor haar. En zeker, hij hield zielsveel van haar, maar was er wel achter dat dit zeurkant voor het huwelijk nooit naar voren was gekomen. Hoe dan ook, hij keek naar buiten, hoorde haar eigenlijk niet tegen hem praten. Overwoog, bedacht, wist dat als hij haar toegaf ze wellicht vanavond weer wat liever voor hem zou zijn. Dus nam hij een besluit…..’OK….ik haal de auto even. Kunnen we naar de IKEA en heb jij je zin’….. Voor hij stampend van opwinding naar de gang liep om zijn jack aan te trekken hing zij om zijn nek en kuste hem. Ze was oprecht blij. Haar opwinding moest ze maar zien vast te houden dacht hij….en stapte de deur uit….

Leven met de Vliegende Pijl – hoofdstuk 49 – Verhuizingen en meer….

Ik geef toenmalig directeur Cees Hoekstra achteraf tenminste een ding na, binnen de muren van het Pon-bastion wist hij zijn plannen aardig over de bühne te brengen. Daardoor kon een nieuwbouwplan voor onze Skoda- importorganisatie worden gerealiseerd dat er zijn mocht en voor ons merk een schitterende uitstraling zou verzorgen. Het gebouw werd onder architectuur gebouwd en stond gepland voor de toch vrij behoudende kantoren van Seat op het Pon-terrein in Leusden. Best een stevige investering, maar Pon sprak er als organisatie uiteindelijk het vertrouwen in de toekomst met Skoda mee uit. Bij Skoda in Tsjechie zelf was men daar intussen nog steeds niet zo van overtuigd. Men stuurde daarom in het voorjaar van 1998 een managementdelegatie naar Nederland die we omwille van de enorm beperkte eigen huisvesting van dat  moment toch maar liever ontvingen in het gebouw van Pon’s Automobielhandel. Daar mochten wij dan onze vijfjarenplannen presenteren, maar ook aanhoren welke wensen en verlangens men zoal voor ons in petto had. De nieuwe directeur van Skoda Verkoop, was een wat chique aandoende Duitser, de heer Detlef Wittig, en die wilde voor alle Europese Skoda-markten een marktaandeel zien van 4,5%.

Maar ook een veel betere klanttevredenheid bij de dealers, een nieuwe signalering aan de gevels en de nodige pilotdealers die een gebouw zouden neerzetten dat wat leek op het door ons als importeur geplande. Of was het nu zo dat wij ons gebouw hadden aangepast aan wat er in het internationale dealerland leefde? Het zal een combi zijn geweest. Vast staat dat deze delegatie tijdens het bezoek ook nog even rond wilde langs de toenmalige Nederlandse dealers. Dat bleek een op sommige plekken ‘interessante’ oefening. Oude en nieuwe dealers werden bewust opgezocht. Bij sommige oude wilden de Duitse managers van het merk met de vliegende pijl niet eens uitstappen. Soms werd in een aantekeningenboekje vermeld dat wij deze dealers binnen de kortste keren alsnog zouden opzeggen. Bij anderen had men wat twijfels. Sommige dealers uit die periode presenteerden zich persoonlijk overigens geweldig en kregen dan het voordeel van die zelfde twijfel.

Opvallend daarbij was het optreden van een van onze combidealers in het oosten van het land. Een man die zich kennelijk had vastgeklampt aan het feit dat we die Octavia kregen en de rest van het gamma maar bijzaak vond. Hij deed ook in een relatief klein Japans merk. Begon tijdens het bezoek aan zijn overigens nette winkel tegen Internationaal Marketingmanager Alfred Rieck een hele verhandeling over wat Skoda allemaal verkeerd deed. Zo zou er absoluut een driedeurs-versie moeten komen van de Felicia, ‘die kon hij wel verkopen’. Het was na het weer instappen direct ‘einde oefening’ voor de man. ‘Je leeft van het hele varken’ was de gedachte die Alfred Rieck er op nahield en kritiek op wat aangeboden werd was toen wel echt een doodzonde. Zo hard werd het spel intussen gespeeld en dat kostte opnieuw wat spaanders links en rechts. In ieder geval werd wel duidelijk dat we er als importeur een paar uitdagingen bij hadden toen de heren vertrokken. De druk werd verhoogd, de aanpak moest anders. Mijn rol werd meer die van de vent die landelijk de publiciteit en reclame en daaraan verbonden het imago van het merk voor elkaar moest brengen. Ik kreeg een collega voor de verkoop, en die omringde zich al snel met een aardig maar ook vrij groot team medewerkers die hem het werk uit handen moesten nemen. Ik zelf was als breed verantwoordelijke gewend geweest te werken met een enkele assistent, nu ging het er even anders aan toe. Mijn collega die administratie had gedaan, stamde nog uit de tijd dat het bedrijf onder De Binckhorst viel, kreeg boven zich een ‘controller’, jonger dan hij zelf, maar die moest de cijfers leveren waarmee Hoekstra de fabriek en directie van Pon kon overtuigen. We kregen ook een directiesecretaresse afkomstig uit de Pon-gelederen, en er kwamen mensen bij die de onderdelenstromen konden automatiseren en aansluiten op het Pon-denken.

Binnen de kortste keren zaten we met een groep van iets van 25 mensen in een tijdelijke nieuwe huisvesting.. Dat was een soort Portacabin voor meerdere mensen, met een toilet en keuken. Beter dan het voorheen was, nog steeds verre van optimaal. Maar we keken wel uit op de bouwplaats van het nieuwe gebouw en dat gaf hoop op betere tijden. Skoda werkte intussen aan een opwaardering van de Felicia. Die auto kreeg het nieuwe gezicht van Skoda, met een grote verchroomde grille en onderhuids de nodige verfijningen. De geweldig scorende Octavia kwam er nu ook als combi aan en dat bleek een gouden greep. Fijne auto’s met een breed gamma motoren en gek genoeg nu wel ruimhartig leverbaar. Al snel ontdekten veel zakelijke rijders dat er zoiets als het merk Skoda bestond. Onze buitendienstmensen gingen zelf ook heel snel over in die nieuwe wagens zodat we er als organisatie reclame mee reden en we testten ook nieuwe campagnes. ‘Skoda geeft iedereen de ruimte’ werd een begrip. Via radiospotjes ventten we dit uit en lieten verenigingen profiteren van wat we te melden hadden. De verkopen stegen, actieve dealers deden zelf een duit in het zakje en zij die als altijd afwachtend waren in hun marktbewerking profiteerden soms zelfs ook nog mee van de nieuwsgierigheid onder nieuwe kopers. Maar ik vond ook dat we een nieuwe weg in moesten slaan. Die van de sponsoring van min of meer uit de media bekende ambassadeurs. Die moesten dan in ruil voor wat we hen te bieden hadden (vaak een jaarcontract voor rijden in een Skoda)optreden in promotiecampagnes tijdens evenementen die we landelijk nog steeds organiseerden. We hadden nog veel uit te leggen over Skoda en dat kon niet alleen via de dealershowrooms of de actieve RAI-stands eens in de twee jaar.

Een eerste toepassing van dat principe werd ons eigenlijk via de toenmalige Haarlemse dealer op een presenteerblaadje aangeboden. Miss Nederland, of beter gezegd de toen verantwoordelijke man achter de organisatie van dat fenomeen, Hans Konings, meldde zich. Dat zorgde na wat vrolijke gesprekken voor veel publiciteit en een hoop plezier. We konden er zelfs een tweetal Felicia Fun Pickup’s op kwijt die voor de promotieteams bij onze dealerdagen of actiematige presentaties werden ingehuurd. Lekker gestriped bleken het prima reclamedragers te zijn. Het hielp de volgens ons eerder als ‘onverkoopbaar’ aangeduide geel gespoten en aantrekkelijk uitgemonsterde Felicia Pick-up’s aan een onverwachte omzet. En dealers kregen soms echt schitterende dames in hun omgeving die maar wat graag bereid waren folders uit te delen of een praatje te houden over ons merk. De echte sterren kwamen later…We maakten een stroomversnelling mee. En dat werd tijd!  Wordt vervolgd (Beelden: Yellowbird archief/Skoda)

 

Over Japanners en onze Selfiecultuur…

Waar ik ooit geweest ben op plekken waar ook toeristen kwamen, altijd viel me op dat er een groep mensen was die elk monument of prachtig kunstobject vastlegde op foto of film met zichzelf of een van de familieleden er voor. Kom je thuis zie je Yamamoto of diens vrouw voor dat object staan. Ten bewijze van het feit dat men ‘daar en daar’ geweest was. Als ik indertijd fotografeerde vond ik het onderwerp toch echt 100 keer interessanter om vast te leggen dat die meninggever die er met zijn koppie voor moest gaan staan. Ik vond en vind mijzelf niet zo fotogeniek en heb meer bevestigingsdrift door de mening dan door mijzelf vast te leggen op de digitale beelddrager. En als ik dat ook zou doen (een enkele keer laat ik mij vast leggen voor een mooi vliegtuig of zo..) plaats ik het weer niet op de sociale media. Hooguit als het echt relevant is voor een verhaal. Zoals mijn persoonlijke vervolgverhaal. Dan past het. Maar dan zijn het vaak beelden die door een ander zijn geschoten.

Selfies vind ik eigenlijk niks. Alsof het universum slechts draait om hem of haar die een smartphone of camera zodanig weet vast te houden dat alleen jij en jij alleen er op komt te staan als je op de knop drukt. Al eerder besprak ik het fenomeen. Vloggers die zgn. beroemd worden omdat ze zichzelf als focuspunt van hun bestaan zien. Niets zien van de rest van de mensheid. Voorbij gaande aan wat er allemaal te zien of te bleven valt. En dat is triljoen keer zo interessant als elke dag weer een stapel beelden van jezelf. En dat mijn gelijk wordt bevestigd door gedrag blijkt wel uit het feit dat die lui ook altijd met zichzelf zijn ingenomen. Hun haar, kleding, koopgedrag, eten, drinken, vrienden, de katten, honden, vakanties. Alles met dat ene uiitgangspunt; IK! Zoals ik ooit in NLP-cursussen leerde, de belangrijkste mens in jouw bestaan ben je zelf! En dat klopte. Want als mensen die deze cursus ook volgden politiek correct waren gaven ze vaak het antwoord ‘mijn vrouw, moeder, zoon, dochter’ etc.

Maar in dat mijn zit ook IK besloten. En in die periode waren smartphones nog niet in. Kennelijk zijn sommige cursisten in het digitale tijdperk helemaal los geslagen. Ik, ik, ik, en tegen de rest zeg ik als selfist ‘stik’. Tuurlijk, ik chargeer het iets, maar toch. Let maar eens op. Men is zo bezig met het eigen leven(tje) dat men helemaal voorbij gaat aan de omgeving. Het wordt werken via al dat geselfie of gevlog, en bij een enkeling leidt dit nog tot inkomen ook. Knap gedaan. Wordt je toch nog een ster in je eigen leven. Maar is dat een verdienste? Kijk, dat belangrijke mensen iets van zichzelf laten zien is voor mij ok. Maar mister of miss nobody? En allemaal met dezelfde wens….beroemd worden. Thuis op de bank. Met filmpjes over zichzelf. Hoe bedenk je het. Nee, dan waren die Japanners toch een stuk hun tijd vooruit. En soms ook leuker. Want die kwamen er thuis pas achter wat ze onderweg niet zagen. Omdat ze met hun rug naar object of historie stonden. Net als die selfiemensen, die staan met hun rug naar de samenleving. Nou, daar heeft uw meninggever geen last van. Nog lang niet. Geen beelden van mij hier. Of er moet echt iets heel belangrijks te melden zijn. Zoals dat ik even moet stofzuigen…. (Beelden: Internet/Yellowbird photo-archief)

Kerkelijke minderheid…roept het hardst….

Eind vorig jaar meldde het CBS dat Nederlanders nu in meerderheid niet religieus zijn. Dat is opmerkelijk want je zou toch het idee kunnen krijgen dat het tegenovergestelde het geval is. Van al die godsdienstige uitingen en in het openbare leven respect claimers of homo’s afwijzenden blijft maar weinig over als je de statistieken er op na slaat. Van de minderheid die een of ander geloof aanhangt (49%) is 25% Rooms katholiek. Hervormden en protestanten zitten op een niveau van 13% en de islam is maar door 6% vertegenwoordigd. Opmerkelijk als je bedenkt dat we het idee zouden kunnen krijgen dat die laatste groep 50% van de bevolking uitmaakt. Er is ook nog een kleine minderheid die een andere stroming achterna loopt. Verwaarloosbaar in aantallen. Dat die islam trouwens nauwelijks aanhangers kent in autochtone kring zal niet verbazen. En dat bij de Katholieken en protestanten vooral wat ouderen hun heil in de kerken zoeken ook niet. De actieve kerkgang is daarbij best een dingetje.

Vaak gelooft men wel (sterk) in iets hogers, maar heeft men niks meer met de aardse regelgeving of verplichtingen. Met name de jeugd laat het hier afweten. Men wil andere dingen doen en die kerkelijke verplichtingen houden dat tegen. Bij moslims en protestanten is die kerkgang overigens ook onder jongeren nog best wel op niveau. Sociale druk, vaak vanuit het eigen gezin, zorgen hier veelal voor. Katholieken laten hun kerken meestal links liggen. En dat komt niet in de laatste plaats door alle schandalen die men in die kring toch maar moeizaam heeft willen toegeven of oplossen. Verzwijgen van de zonden der voorgangers onder deze groep is best een lastige als je zelf als gelovige allerlei regels krijgt opgelegd. Toch is ook bij de andere gelovigen een afname te zien van dat kerkbezoek. Een op de zeven gaat echt nog regelmatig en dan zijn dat meestal de wat ouderen die trouw zijn aan hun kerk. Nu is dat niet zo gek, want wellicht komt dan ook de angst voor het hiernamaals om de hoek kijken. Je weet maar nooit. Je leeft naar eigen idee een soort van zondig leven en op het laatst toch maar in berouw de regels volgen in de hoop op??

Ik weet het niet. Wel dat we ons in dit land toch eens moeten realiseren wat de meerderheid van ons volk eigenlijk is. Niet kerkelijk, niet gelovig en niet lid van een of ander genootschap. Waarom dan die angst voor de dominantie van een stroming die hier nog steeds een kleine minderheid uitmaakt? Zou die meerderheid gewoon niet eens moeten gaan eisen dat onkerkelijk de norm moet zijn en dat gelovigen een toontje lager moeten gaan zingen? Al dan niet met kerkmuziek op de achtergrond? Maakt het land vast een stuk leuker en de omgang met anderen plezieriger. Onkerkelijken van Nederland verenigt u! Er is werk te verrichten. Het kan nu nog! Bekeert u tot het niet godsdienstig zijn voor het te laat is!! (Beelden: Yellowbird archief)

Dynamisch Rotterdam…

Er zijn van die mensen die menen dat ze als ze vanuit Rotterdam bekeken Amsterdamse grond betreden direct min of meer in helse pijnen zullen sterven. Omgekeerd zou je ook als geboren en getogen Mokummer niet naar Rotterdam mogen afreizen. Dit alles omdat er in die steden twee voetbalclubs zijn  met een redelijk fanatieke aanhang. Ik behoor daar niet toe. Ik houd van Amsterdam, maar heb zoveel andere plekken in binnen- en buitenland bezocht en bekeken dat ik echt niet bang ben om hete zolen te krijgen als ik in Rotterdam eens rond wil kijken. En dat deden we als familie afgelopen maand augustus. Broeierig weer en als startpunt de werkelijk schitterend geslaagde Markthal.

Dat moet je toch eens bekijken als breed ingestelde Nederlander. En naar ik zo om me heen hoorde komen mensen van heinde en verre om dit fenomeen te aanschouwen. Een flink uit de kluiten gewassen krom gebogen modern flatgebouw, met appartementen aan de buitenkant en binnen een geweldig leuke maar ook enorme hal waarin je van alles en nog wat kunt eten of meenemen. De kwaliteit van het aanbod is best op niveau en dan bedoel ik niet alleen het aardig hoge plafond met prachtige beschilderingen. Een genoegen om hier rond te hobbelen al was de temperatuur binnen het gebouw aan de tropische kant bij een buitentemperatuur van een graad of 25.

Rotterdam is een stad vol hoogbouw. Dat is als je van historie houdt wel even wennen. De meest schitterende moderne architectuur mengt zich hier overigens met oude gebouwen waarvan een deel de indruk maakt te zullen sneuvelen onder de slopershamer. En die hamer doet zijn werk want overal om je heen werkt men aan het herbouwen en verfraaien van die toch al indrukwekkende centrumbouw. Rotterdam imponeert zonder te beangstigen. Enorme winkels, leuke terrassen, prachtige hotels, kantoren, een zeer opvallend Centraal Station. Het is er druk, maar niet op zijn Amsterdams toeristisch druk.  Gewoon dynamisch druk!

Binnen tien minuten spotte ik trouwens op straat een Rolls Royce sportcoupe, twee Lamborghini’s, een Ferrari en een hele reeks dikke Mercedessen. Waar dat allemaal voor dient is de vraag, maar het heeft wel iets. Ik ken de stad overigens van jaren terug nog wel. Ik kwam er zakelijk voor wat afspraken nog wel eens, maar dan zat ik toch wat meer aan de buitenkant van de stad. En miste ik dus geweldige winkels en die nieuwe hoogbouw.

Zoals Donner, een prachtig gesorteerde boekhandel aan de Coolsingel, of de meer dan goed uitgemonsterde treinen- en modelwinkel Meijer & Blessing waar het personeel nog weet wat je bedoelt als je iets specifieks vraagt. Een ongeopende oester met een parel die glanst, deze winkel. En goed bezocht zoals ik kon constateren. Dat Rotterdamse centrum heeft iets van het nieuwe Berlijn. Het is eigenlijk hypermodern, met af en toe een straatje waarvan je je afvraagt of het veilig is om doorheen te lopen. Er was nergens enig gedrang, en ook geen gedoe. Drukte met een zekere ontspannenheid. Het verbaasde me en aan de andere kant intrigeerde het ook. Zeker als je omhoog kijkt naar die echte wolkenkrabbers die hier midden in het centrum staan.

We slaagden voor onze verschillende missies, en we spraken af dat we Rotterdam nog eens per trein gaan bezoeken. Nu waren we met de auto, en dat parkeren is niet meteen goedkoop als je onder de Markthal staat. Maar ja, laten we wel zijn, dan krijg je ook wat. Een volautomatische parkeergarage die met digitale lichtjes zelfs aangeeft waar een plek vrij is. En dat is handig want deze parkeergarage is bij velen in trek. Hoe dan ook, ik genoot. En dan heb ik nog maar een klein stukje Maasstad gezien. Dat doen we nog eens over. Dikke zolen onder de schoenen en hupsakee. Grappig was in dat kader dat in die modelwinkel de verkoper vroeg waar ik vandaan kwam omdat ik hem complimenteerde met die prachtzaak. Toen ik vertelde waar ik vandaan kwam viel hij even stil. Ik vrees dat hij wel iets met voetballen had…..Dat blijft toch wel een dingetje kennelijk. Maar dat ligt niet aan mij! Integendeel…(Beelden: Yellowbird Photo)

Observaties van de vijand…

Ik ben een vliegtuigspotter. Iemand die vanaf zijn jeugd is gefascineerd door het fenomeen van de vliegende metalen vogels. Net als duizenden anderen die dit zien als een serieus te nemen hobby. Elk vliegtuigtype kunnen onderscheiden en ook de maatschappij of luchtmacht die het toestel gebruikt. In die zin had ik een rol kunnen spelen bij een heel bijzonder fenomeen dat na de Tweede Wereldoorlog werd ingezet als verdedigingslinie van ons met kwade bedoelingen bezoekende vliegtuigen uit het Oostblok. In 1950 startte men in ons land namelijk met de bouw van een keten van torens die waren bedoeld om laag vliegende (onder de radarketen van toen) Russische vliegtuigen te spotten, hun richting en bedoelingen in te schatten en dat door te bellen naar de luchtverdediging van toen. Gebouwd op heel wat verschillende plekken, verspreid over heen Nederland. Bemand door het Korps Luchtwachtdienst (KLD) en actief gebruikt tijdens de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw. In basis torens met een soort betonnen honingraatconstructie en wel op zodanige wijze uitgevoerd dat het niet te veel zou hoeven kosten.

Bovenop die torens een platform en dat was te bereiken met steile metalen of houten trappen. Het systeem heeft uiteraard nooit om het eggie hoeven dienen. De Russen kwamen niet, gelukkig maar, en onze radar- en afluisterapparatuur werd zodanig goed dat we de menselijke observaties niet meer nodig hadden. Van de oorspronkelijke 276 uitkijkposten (een deel was op bestaande hogere bebouwing gevestigd) bleven er maar weinig over. Naar verluid zijn er nog maar 19 zichtbaar in het landschap. Een daarvan bezochten we onlangs. In een plaatsje waar ik zelf nog nooit gehoord had zelfs, Strijensas, midden in de Mariapolder, aan het water niet te ver van de Moerdijkbruggen. Deze is gebouwd op een oude kazemat (1938) en heeft dus een behoorlijk fundament.

Tijdens de open dag die in de lokale krant werd aangekondigd en door een van onze lieve vrienden uit de omgeving opgepikt, beklommen we die toren (gevaar voor eigen leven..) en keken uit over de polder en de rivier. Voor mij is dat geen genoegen, want last van hoogtevrees, maar toch wel even een aardige indruk van hoe zoiets in de praktijk moet zijn gegaan. Kompas, verrekijker, op de rand van de toren aanduidingen van welke plaatsen in een bepaalde zichtrichting te vinden waren. Men houdt de boel hier in ere. Vrijwilligerswerk. En zo hoort het ook. De geschiedenis was mij onbekend. En ik vind het knap te bedenken dat al die lui die dat werk deden ook in dezelfde boekjes als ik indertijd hun basiskennis opdeden om al die Russische vliegtuigen te kunnen onderscheiden van de laagvliegers uit eigen gelederen. Ik ben blij dat ik dit heb gezien. Net als die polder, op de uiterste noordoostpunt van de Hoeksche Waard. Ik was verbaasd dat ook daar mensen wonen…maar dat is een andere discussie…

Dagtripje; Dordrecht!

We hadden weer eens een paar kaartjes gekocht voor een dagtripje, de lente leek in zicht en de behoefte om weer eens iets aardigs te ondernemen verdrong de weerstand om weg te gaan. Dus togen we na enig overleg naar Dordrecht. Een stad die we al een paar maal eerder bezochten, maar nu eens uitgebreid wilden verkennen. De trein die ons bracht reed via een stuk of wat tussenstops (het was een Intercity, maar leek wel een Sprinter…) binnen 1,5 uur naar de Dordtse eilanden. Waar het gezellig druk bleek te zijn. Mooi weer, maar flink frisse wind. De ligging aan het vele water zorgde voor kilte. Nam niet weg dat we al snel een leuk ogend koffietentje vonden. Maar het bleef bij ogen. Zelden zo’n chaos in de bediening meegemaakt (en vooral ook gehoord).

En de prijs/kwaliteitsverhouding was daarbij compleet zoek. Ach, kniesoor. Lopen maar weer, rondkijken, de prachtige oude panden bekijken, de grachtjes, en de verrekte aardige winkeltjes waarvan veel gevuld met ‘antiek’ of spullen die daarop lijken. Dordrecht barst trouwens ook van de horeca. En anders dan die eerste indruk was het daar in tweede termijn prima toeven. Waar dat ook zo was, het Museum van Dordrecht, waar men een reeks aardige collecties onder dak heeft en waar je daardoor best een paar uur kunt doorbrengen. Het was er gezellig druk. Prachtige tuin trouwens en een goed gevuld restaurant. Aanrader als je daar een keer bent. Wij liepen verder.

Wilden wat zien van de havens. Want die heeft Dordrecht. De ligging aan het water maakt dat de stad niet alleen kwetsbaar is voor storm en hoge waterstanden, maar ook dat je daar schepen en boten ziet in alle soorten en maten. Het befaamde stoomfestival geeft die haven extra aantrekkingskracht. En van die oude schepen liggen er een stel in de fraaie havenkommen waar omheen de nodige oude panden de sfeer geven van eeuwen terug. Kwekkkerdekwek met inwoners is ook simpel.

En voor de liefhebbers zijn er bij die haven ook nog wat aardige kringloperige winkels te vinden. Wij vonden er niks van onze gading, maar dat kwam ook doordat we ons zelf wat discipline oplegden voor we vertrokken. Met een anker lopen slepen voor in de tuin is onhandig als je nog terug moet in zo’n gele rups. Wat we uiteindelijk na flink wat gewandel in de loop van de middag deden. We wilden voor de spits zou beginnen thuis zijn.

Daarbij hebben die kortingkaartjes ook wat beperkingen t.a.v. reistijden. Voor vieren en anders wachten tot na half 7. En dat werd ons te laat. Maar laten we wel zijn, dat Dordrecht is een aardige plek om te vertoeven. Het mist maar weinig van de aantrekkelijkheden die andere steden zoveel mensen doen trekken. Deze parel lijkt nog niet ontdekt. Ook al ligt het nog zo dicht bij Rotterdam. Voor de sfeer is dat maar goed ook denk ik. We komen er zeker nog eens terug!