De IJ van IJzersterk…

Hoezeer wij denken dat we als mens in staat zijn zaken ijzersterk te maken en voor de eeuwigheid te bewaren, in de praktijk blijkt alles relatief. Zeker ijzer is niet zo sterk als we denken dat het is. Ingebakken problemen zijn roest en vermoeidheid van het materiaal met soms breuk tot gevolg. Dus in die zin is dat materiaal niet zo sterk als wij graag willen geloven. Zelfs onze auto’s gaan gemiddeld een jaar of tien, twaalf mee. In uitzonderlijke gevallen langer. Maar dan heb je wel een bijzonder exemplaar nodig dat zelden aan de elementen wordt blootgesteld en na gebruik opgeborgen in een ruimte waar de omstandigheden optimaal zijn. Veel musea bieden die omstandigheden, maar de gemiddelde gebruiker heeft daar geen ruimte of geld voor. IJzersterk is dus relatief als begrip. En in mijn vroegere vakgebieden was het vaak even relatief simpel om dat te ervaren.

Zeker in de periode tussen 1950-2000 waren bijvoorbeeld auto’s bepaald niet zo sterk als hun imago het deed voor komen. Laten we wel zijn, er zijn of waren merken met een ‘ijzersterk’ imago maar roesten deden ook die als de beste. En soms had je een exemplaar in handen dat een slechte naam had op dit gebied maar in de praktijk buitengewoon sterk bleek en taai genoeg om het langer vol te houden dan het vooraf bepaalde gemiddelde. Wel kon je zien dat bijvoorbeeld de anti-roestvoorzieningen van Britse, Franse en Italiaanse auto’s minder was dan het gemiddelde, bij de Duitsers was het juist weer een stuk beter geregeld. En toen Audi ging werken met aluminium en ‘vol verzinkt’ materiaal bleken die wagens nog eens een hele slag sterker en langer mee te kunnen. Voor veel Aziaten was dit een enorme leerschool. De eerste Japanse auto’s op de markt, (denk aan merken als Hino, Isuzu, Honda of Datsun) roestten bovengemiddeld snel weg, dat overkwam ook de eerste Koreaanse auto’s van het merk Hyundai.

Ongetectyleerd op schepen vervoeren maakte deze vaak flinterdun gebouwde auto’s extra kwetsbaar. Maar die lui leerden snel bij. Ook bij die merken of hun opvolgers die nog wel bestaan, zien we roestpreventie een grote vlucht nemen. Maar ook in andere takken van dienst kom je een inbreuk op het begrip ijzersterk tegen. Treinen, trams, schepen, vliegtuigen, alles lijdt onder vormen van roest of slijtage en het is maar net hoe degelijk men die aparaten in elkaar stak of ze ook langer meegaan dan vooraf bedacht. Maar met mijn ervaringen uit de autobranche heb ik zo mijn voor- en afkeuren. Overigens is ook beton bepaald niet zo sterk als het vaak lijkt. Denk maar eens aan het schandaal dat nu is ontstaan na het instorten van een parkeerdek in Eindhoven en wat men daarna ontdekte aan constructiefouten bij gebouwen die op dezelfde leest geschoeid waren.

Ook betonrot is een bekend genomeen, bij wat oudere gebouwen breken soms hele balcons af doordat het metaal van de bewapening roest en het beton in feite verkrummelt. Dat zelfde fenomeen zie je ook bij veel oude bunkers of forten. Na een paar decennia zijn ze best toe aan renovatie. Vocht en zuurstof maken korte metten met onze metafoor rond ‘ijzersterk’. Gelukkig zijn er tegenwoordig alternatieven. Kunststoffen, keihard, of harsen die nooit zullen roesten, en ook nog in 3D te printen. Zodat we binnenkort de eerste huizen krijgen die uit een enorme printer zijn ontstaan. Gemaakt voor de eeuwigheid. Tot we weer ontdekken dat ook dat weer bepaalde nadelen of zwakten kent. Alles is relatief….oude zegswijze, maar in feite is dat wel zo. Of ken jij, lieve of gewaardeerde lezer(es) voorbeelden van zaken die echt alle tijden kunnen doorstaan?? Wel door de mens gemaakt uiteraard, anders is het niet eerlijk….

IKEA in de herfstvakanties

Wil je weten hoe de Nederlandse samenleving er vandaag de dag uitziet? Gewoon een dagje naar de IKEA gaan! Vestigingen genoeg en die bieden vrijwel allemaal hetzelfde beeld. Van oud tot jong, van arm tot rijk, multiculti?, IKEA is the place to be. Onlangs bezocht ik de Amsterdamse vestiging omdat ik had beloofd een enkel onderdeel op te halen voor een familielid die dat nu net te kort kwam bij de bouw van een of ander door de Zweden geleverd meubel. Het was herfstvakantie en buiten druilde het dat het een lieve lust was. Dus gaan mensen dan kennelijk massaal hun dagje besteden bij de Efteling van de huisklussers, IKEA! Het drukke restaurant gebruikte ik dit keer voor observaties en wat daar om je heen gebeurt zorgt voor veel inzicht in de overeenkomsten en/of verschillen tussen de vele bevolkingsgroepen die hier rondlopen. Daarbij hoor je dan pas echt hoe de Nederlandse taal (niet) is opgenomen in het handboek soldaat van veel van die bezoekers.

Men vervalt ook in de jongere generaties onderling al snel in het oorspronkelijke thuisjargon en dat maakt dat het beeld qua gehoor en beeld kleurrijk is. En dan heb ik het echt niet alleen over Surinaams, Marokkaans of Turks. Echt elke taal valt tegen te komen bij dat Zweedse woonwarenhuis. Daarbij zie je ook hoe populair dat bedrijf is. Zij waren als international bedrijf indertijd uitermate vlot met het binnentrekken van Oost-Europa na de Wende in 1989/90. Veel van die mensen daar vandaan die hier (tijdelijk) kwamen wonen doen hun meubel- of inrichtingsboodschappen bij IKEA. Bij de kassa (voor mij het equivalent van de hel op Aarde…) sta je met al die lui in de rij. Karren vol. Daartussen kinderen die alles leuk vinden daar bij die Zweden, behalve de kassa, want juist daar gaan de meesten dreinen, janken of zelfs schreeuwen.

Hun ouders zijn dan vaak al in de stress door de zoektochten naar meubels of accessoires die op de gereedstaande computers (zoek hier je artikel…) niet te vinden waren omdat die beeldschermen voor 60% stuk blijken. Er lopen mensen tussen de schappen in het magazijn dan maar wanhopig zelf te zoeken naar het begeerde. En hoe platter het volk, hoe harder de schreeuw. Het is een kakafonie van lawaai op zo’n doordeweekse vakantiedag. Dan heb je nog de dwarsliggers. Mensen met een grote transportkar die overdwars in een gangpad hun verhaal gaan doen bij toevallig ook daar op bezoek of zoektocht zijnde buren en vrienden. Het zorgt voor een hoop ergernis en gedoe. Kom je bij veel winkels niet tegen. Ik kan in dat opzicht de WoonXL aanbevelen. Soortgelijk aanbod, maar een divisie hoger qua beleving. Maar dit terzijde. Dat ene artikel vond ik op goed geluk, kwestie van kijken. En ik leverde het af bij de jongelui die het nodig hadden. Maar onder een voorwaarde. Volgende keer niet meer tijdens de herfstvakanties vragen om deze gunst, want dat gaan we niet meer doen. Echt niet!

De meeting die er (toch eens)moet komen…

Toen bloggen nog een nieuwe bezigheid was, pakweg een jaar of tien geleden, werden er heel wat meetings gehouden door de toen actieve gemeenschap van schrijvers en fotoplaatsers. Ik heb er diverse bezocht, maar lang niet alle. In wisselende samenstelling van deelnemers kwam ik zo wel terecht in Gorinchem, Delft, Rijswijk,  Ommeren, Tiel, Lelystad, Amsterdam en nog zo wat plaatsen. Al die lui die mekaar voordien al dan niet kenden. Men had een centrale gedachte bij dat ontmoeten. Elkaar waar nodig of nuttig eens wat nader leren kennen. Dat leren kennen liet ook meteen zien met welke mensen je direct door de deur kon, wie met wie een leuke combi zouden vormen, maar ook dat men een passie had om zaken uit te dragen die voor de blogger van toen van belang waren. Ik hield er diverse digitale contacten aan over, maar ook de nodige echte. Soms werden dat vriendschappen voor het leven.

In andere gevallen zag je dat sommige bloggers in de jaren daarna ineens van het toneel verdwenen en iets anders gingen doen. Ze kregen een (nieuwe) baan of partner, hadden geen belangstelling meer voor het geblog of werden door problemen bij de providers gedwongen hun blogs op te geven. Nieuwe sociale media deden het ook ineens goed. Facebook kwam, Twitter, Instagram, Linkedin en zo meer. Bloggers konden hun verhaal daar ook kwijt. De jongere garde ging aan het vloggen en de rest, de diehards schreven gewoon door. Net als ik, al doe ik die sociale media nu ook al jaren. Wat echter verdween was het fenomeen van die meetings. Ook al doen sommigen verwoede pogingen om zo’n meeting in elkaar te steken met mensen die op de sociale media actief zijn, het is in die afgelopen jaren niet gelukt.

Te ver, te lastig, past niet in het werkschema en ga maar door. Jammer want die meetings zijn of waren best gezellig en kost(t)en niet al te veel. Gedeelde financiele smart is halve smart toch? Je zou bijna denken dat naast het bloggen ook het ontmoeten is vergaan tot ongewenst bijeffect van ons sociale mediagedrag. In de gespecialiseerde Facebookgroepen die ik bezoek rond de diverse liefhebberijen lukt het met wat moeite vaak wel om zoiets op te zetten. Het gemeenschappelijk belang, de interesse in, de verhalen over…. het zorgt voor geweldig leuke en veelal ook interessante meetings. In Utrecht, Zeewolde of Breukelen. het lukte daarbij dus wel. Moet het toch ook kunnen bij al die lui die mekaar vanuit een algemeen Facebookaccount of zo leerden kennen. Die bloggers moeten het voortouw nemen zou ik denken. Gewoon een half jaar vooruit plannen. Dan valt er wel een mouw aan te passen voor iedereen. En dan op een plek die per auto, trein, fiets of brommer bereikbaar is. Kom op mensen….bedenk eens een list….Net als Tom Poes moest voor Olie B.Bommel…En wie trekt de afsprakenkar??

De X van X-benen…

Met die letter X is het best lastig om er een begrip aan vast te knopen dat ergens over gaat. Dus doe ik dat maar niet. Ik ga het hebben over een intrigerend onderwerp. De loop van mensen in relatie tot de stand van hun benen. Meer speciaal hun looptechniek. Daartoe moet je wel even een studie maken van die wijze van lopen en ik ben daar nogal goed in. Al eens eerder schreef ik een blogje over dat lopen van ons mensen op twee benen. Een wonderlijke constatering eigenlijk. Zijn mensen wel gemaakt om op die twee onderste ledematen te lopen? Je zou zeggen van niet. Voortbewegen is een betere term. De een doet dat als een zeeman met uit elkaar staande voeten die vreemde bewegingen maken tijdens dat loopproces. Maar de meest voorkomende is toch het type X-been wat ik voor de kop van dit verhaaltje bedoelde. Waarbij de knietjes dus dicht tegen elkaar aan zitten en onder en bovenbenen op een of andere wijze uit elkaar staan.

Dat type mens loopt heel anders dan die zeelui. Ze zijn ook zelden in staat deel te namen aan sporten als hardlopen of voetballen. De stand van hun benen maakt dat ze niet snel genoeg zijn. Dus doen ze aan schaken of pakweg biljarten, maar dat zware fysieke werk is niks voor ze. Ook bij vrouwen kom je dit type benen veel tegen. Het zorgt voor extra slijtage van de hakken en zolen van hun schoenen en het zijn die types die zelden of nooit pumps dragen, ze zwikken er domweg bij door de enkels. Nee, sneakers en andere sportieve schoenen maken dat ze nog een beetje netjes door het leven gaan. Panty’s of kousen slijten door het langs elkaar wrijven, en ze zijn vaak eerder vermoeid door het lopen of wandelen. X-benen komen meer voor dan je denkt.

De vraag is maar waardoor dat komt. Is het iets wat je in de genen meekrijgt? Ik heb er geen idee van hoor. Maar jou zou het wellicht kunnen (af)leren? Dat moeten experts me maar eens trachten uit te leggen. Overigens is dit verhaaltje geen waardeoordeel over X-beners hoor. Zitten heel lieve en aardige tussen. En als ik ze niet ken kijk ik ze wel altijd met belangstelling na. Mits ze natuurlijk van die vrouwelijke soort zijn waar het zelfs nog iets mystieks heeft. Of zou dat komen omdat ik verder weinig kritisch aankijk tegen de achterkanten van de dames? Dat zal het vast zijn. Verder is deze observatie slechts bedoeld als een ironisch kijkje op ons loopgedrag en zijn er geen wetenschappelijke waarden of claims aan verbonden. Maar ben wel benieuwd waar jij, liever lezer(es) toe behoort. Zijn er ook mannequins onder jullie die de speciale modellenloop toepassen die hen is aangeleerd? Ben zo benieuwd….

 

 

Die simpele economische wetten…

Wat was het leven soms simpel vroeger. Nou ja vroeger, een aantal jaren geleden. Steeg de rente was er economisch iets loos. Dat gold ook voor de grondstoffenprijzen. Doken investeerders in goud of zilver dan wist je dat er ergens een conflict kon uitbreken. Zo maakte ik ooit mee dat tijdens een receptie ter ere van het zilveren bedrijfsjubileum van mijn toenmalige chef, diverse hooggeplaatsten (..) spraken over de enorm gestegen olie- en textielprijzen op de wereldmarkten. Ze hadden zorg om dit ontwikkelingen. Immers, dat had effecten op de handel en wij zaten in een business waar die handel cruciaal was voor het voortbestaan. Het bleek een paar weken later te kloppen. De oorlog (ik weet niet eens meer welke) tussen Israël en de Arabische buren brak uit en die spanningen zorgden voor investeerders en aandelenhandelaren die nerveus werden van dat oorlogsgeweld. De olieprijs was heel lang een graadmeter voor onze economie. Hoge olieprijzen zorgen namelijk voor enorm hoge productprijzen omdat wij als consumenten maar nauwelijks snappen hoeveel invloed olie heeft op ons bestaan.

Immers, zonder olie geen chemie, en zonder chemie geen plastic, cosmetica, geen benzine, diesel of gas, geen kleding, geen…nou ja wat niet eigenlijk. Maar sinds een aantal jaren is die olieprijs buitengewoon laag. Van schaarste lijkt geen sprake, de oliepompen in de OPEC-landen en Rusland draaien op hoge toeren, de markt is verzadigd, daardoor geen prijsdruk omhoog maar omlaag. Voor de kust van Rotterdam en Scheveningen liggen tankers vol met dat spul te wachten op betere tijden. Want die oliebedrijven gokken soms op prijsverhogingen van enkele centen per vat olie om hun lading te laten lossen. Verdienen ze nog wat voor de aandeelhouders. Ook de rentevoet voor lenen of sparen bepaalde vroeger nog weleens onze welvaart. Maar banken kunnen nu bij de ECB voor o,o% geld lenen en zetten dat dan weg tegen minimale percentages in een van de crisis herstellende Eurozone. Het zorgt voor een flink stijgende economie die mensen aan het werk helpt en huizeneigenaren aan gunstige hypotheken.

Wie weet nog dat we ooit (1978) 12,9% betaalden voor onze leningen? En dat we voor spaargeld iets van 11% rente mochten verwachten en nog wat meer als we deposito’s vastlegden voor een bepaalde periode. Wat was dat allemaal simpel. En wat mopperden we allemaal op die rentes die we moesten betalen. Nu is dat mopperen verlegd naar de olieprijzen. Want ondanks die lage rentestanden betalen we aan de pompen nog steeds bespottelijk hoge literprijzen. Met dank aan de inhalige overheid die overal geld uithaalt om dat via een achterdeur weer terug te geven aan hen die het verdienen. Of om windmolens te subsidiëren die zonder dat geld helemaal niet zouden draaien. Kortom, het is allemaal ingewikkelder geworden. We kunnen niet meer zomaar wat aflezen uit prijsbewegingen. En dat is eigenlijk best link. Want zelfs een oorlog tussen de VS en Noord-Korea zien we daardoor niet aankomen. Lijkt me best een akelige gedachte….

Dappertje Dip…

Onlangs las ik ergens dat een slechte zomer als bijeffect heeft dat veel mensen in de daaropvolgende winter een dip ervaren. Niet zo maar een dip, een echte depressie zelfs. Zon te kort gekomen, te weinig kunnen genieten van de zomerse ontspanning. Dat is best opmerkelijk. Zeker in ons klimaat is de kans op een slechte zomer redelijk groot. Kijk nu eens naar wat we dit jaar meemaakten? Het was pas laat een beetje warm, daarna heet en droog, maar we werden getrakteerd op de koudste en natste september ooit. Als dit dan maar goed gaat in de komende koude maanden. Maar het is ook echt Hollands. Wij zitten nu eenmaal in een zeeklimaat en als de wind in de zomer een beetje verkeerd staat zit je constant in een aanvoer van slecht weer. Ben je dan niet van het in de zon zitten kom je dat dus later op dat punt te kort. Fysiek schijnt dat wel bewijsbaar.

Zo zijn moslima’s die zich naar cultuur en geloof onderwerpen aan de kledingvoorschriften uit het oorspronkelijke thuisland, bekend om hun vitamine D-gebrek en dat leidt al snel tot ellende. Het bedekken van het lijf zorgt voor veel ellende en klachten. Omgekeerd zijn blootlopers weliswaar mooi bruin maar moeten die opletten dat ze geen akelige gezwellen aan of op de huid oplopen. Maar dit terzijde. Vrolijk zijn die blote mensen meestal wel weer en dat zegt toch ook iets. Zelf ben ik zeker ook gevoelig voor dipjes. Gewoon een dag dat je het even niet ziet zitten. Je ‘moet van alles’ en doet uiteindelijk niks. Het komt niet uit de vingers. Dan kan ik mijzelf wel slaan (wat ik nooit doe hoor….te pijnlijk). Maar is dat niet iets wat iedereen weleens heeft?! Bij een tegenslag of zo. Of als je weer eens niet begrepen wordt, geen werk kunt vinden, of als je zorgen hebt om dit of dat?

Een depressie is wel van een andere orde. Zelf heb ik af en toe last van migraine. Heel vervelend. Ik schreef er al eens eerder over. Sluipmoordenaar die toeslaat als ik het niet verwacht. Al weet ik achteraf altijd wel dat ik een dag of twee eerder last had van een dip. Een op een met elkaar verbonden? Ik ben blij dat ik deze zomer genoten heb van het mooie weer wat er ook regelmatig was. Wellicht helpt het de komende wintermaanden redelijk door te komen. En als dat niet voldoende is dan neem ik wel een vitamine-D-pil. Die helpen ook. En hoe zit dat met jullie Bloggers en meelezers? Last van dips, depressies of iets dergelijks? En komt dat dan door de donkere wintermaanden of toch meer door invloeden van buiten of binnen? Laat eens weten als je wilt…..(Beelden: FlickR/Yellowbird)

De U van Uitverkoop!

Ik ben in mijn hart nog van de ouderwetse uitverkoop. Van die acties bij winkelbedrijven waar de suggestie werd gewekt dat je met enorme voordelen op de gekochte artikelen de deur uitwandelde. Zo was er niet ver van ons vroegere woonhuis, ik refereer nu aan een periode uit mijn eerste jeugdjaren, een lampenwinkel in de belendende winkelstraat op de hoek waar vroeger mijn kleuterschool te vinden was. ‘Het Lampenpaleis’ heette die winkel. Normaal kon je daar het hele jaar door lampen en armaturen kopen tegen modale of bovenmodale prijzen, maar een keer per jaar hielden ze een super-uitverkoop. Lampen voor 1 gulden of zo. Wie het eerste kwam had de grootste kans zijn slag te slaan. En dat deden de mensen uit de buurt met liefde. Ze stonden halverwege de nacht al voor de deur. Het succes was groot. Maar op enig moment werd de concurrentie dat ook en was het gedaan met die lampenzaak. Failliet! Zo verging het V&D onlangs ook. Ondanks acties als het Prijzencircus en zo meer was het bedrijf niet in staat haar klantenkring vast te houden. De redenen vast bekend.

Een van die redenen het bestaan van zgn. ‘kortingsketens’ die met constante lage prijzen in staat blijken hele stromen klanten aan zich te binden. Denk maar eens aan de Action en soortgelijke bedrijven. Daarnaast zie je dat die uitverkoop niet meer zo is geregeld dat het een of twee keer per jaar plaatsvindt. Nee, bij sommige bedrijven is het een kwestie van altijd uitverkopen van die overbodige spullen en sommige ketens noemen dat dan ‘outlet’winkels. Altijd voordeel. Altijd uitverkoop. Het romantische overnachten voor de deur van een zaak is nu voorbehouden aan de verkooppunten van mobiele telefoons of Games. Daar wil men nog wel wat moeite voor doen, zeker als er iets nieuws verschijnt. Voor de rest is het een kwestie van uitzitten. Uitverkoop is het overal en kennelijk altijd. Van/voor. Maar wel goed opletten wat de oorspronkelijke prijs ook al weer was. Want als je soms goed kijkt zie je dat die bruto/verkoopprijs gewoon wordt opgeschroefd en dan daarna weer met een kortingspercentage afgewaardeerd.

Waardoor je uiteindelijk de normale prijs betaalt. Met een uitzondering. De Prijzenmepper. Dat is een keten die als een soort pop-up-store verschijnt in de winkelstraten door het hele land en dan uitverkoopt wat o.a. bij Kruidvat en Trekpleister in de schappen bleef liggen. Tegen ramprijzen. Waarover je aan de kassa nog eens korting krijgt. Is men eenmaal leeg verkocht is het weer over en uit en verdwijnt de winkel weer naar elders. Leuke formule. En toch…ik mis dat Lampenpaleis. Vast een nostalgisch trekje van me. (Foto’s: Internet/FlickR)

 

 

Ethisch nageslacht..

Stel nu eens dat we als mens vooraf zouden weten dat ons eventueel nageslacht zou worden geboren met aangeboren defecten op fysiek of psychisch gebied. Zouden we dan nog zo enthousiast zijn om onze kinderen daarmee op te schepen als ik nog wel eens zie? Hopen we wellicht op een voortschrijdend wetenschappelijk inzicht om zo de ergste ellende in de toekomst weg te nemen? Best een lastige vraag niet? Toch moeten sommige stellen zich die vraag stellen als ze weten dat in hun familielijnen van vaders of moeders kant een erfelijke aandoening wordt meegegeven als ongewild cadeau. Nu is dat relatief simpel te ontdekken door wat onderzoek vooraf. Als blijkt dat in jouw familie bijvoorbeeld jongens worden geboren met een blauwe Smurfachtige huid dan valt daar wel iets mee te doen. Anders ligt het als het gaat om aandoeningen die verborgen blijven tot op een zekere leeftijd. En die daarna het leven van een mens aardig kunnen verzieken. Waarmee je ook in de medische molens terecht komt die aardig prijzig zijn met dank aan het semi-liberale beleid van de afgelopen regeringen.

Maar bij fysieke erfenissen is er nog wel een medisch touw aan vast te knopen. Hoe ligt dit echter bij geestelijke problemen?! Denk maar eens aan depressiviteit. Veelal aanwijsbaar in een familie aanwezig. Geef je dit bewust door? Of doe je dat toch maar niet. Heel lastige vragen die raken aan alles waar wij mensen voor kunnen komen te staan. Vroeger, toen ik zelf nog jong was, dacht ik hier overigens ook niet echt over na. Je vond een liefde voor het leven en bedacht je dat met elkaar drie (of meer)kinderen wilde. Allemaal voorzien van de een of andere leuke afspiegeling van wie wij zelf waren. Ik zag blonde haren voor ogen, liefst met een wat andere structuur dan mijn eigen melkboerenhondenhaardos, en ook blauwe ogen. Stevig gebouwd, lang, en min of meer Hollands glorie. Niet eens nagedacht over wat wij in de genen verpakten bij die verwekking van dat zo gewenste nageslacht. We waren immers gezond en ook geestelijk redelijk op orde. Toch??

En zo redeneren vast de meeste mensen en die doen geen onderzoek en laten het verder voor wat het is. En zo kan het voor komen dat je soms ziet dat afwijkingen door de generaties heen worden doorgegeven en het niet eenvoudiger maakt om goed en fijn te leven. Zo graag willen wij voor eeuwig leven dat we dit onze kinderen ook gunnen. Maar moet je die ook eventuele kwalen gunnen? Ellende? Narigheid? Ethische kwesties die ook de diverse godsdiensten aardig bezig weten te houden. Ik wijs niet met een vinger hoor. Of claim het ethisch gelijk. Ik pleit alleen voor het nemen van verantwoording op dit punt. Als je weet dat……weeg dan goed af wat de kwaliteit van leven is voor dat wurm dat je op de wereld zet. Zonder aanmatigend over te willen komen. Het geluk van die kleintjes voor ogen houdend. Want dat is primair toch het doel van ons mens zijn. Gelukkig worden. Vooral ook op Aarde, veel alternatieven zijn er niet.

 

De P van Patsergedrag…

Onlangs zag ik weer eens iemand die volledig voldeed aan mijn (vooroordeel)beeld van een patser. Veel te opvallend pak aan, een horloge als een wekker om zijn gebruinde linker pols en autosleutels van een merk waarvan een ster het boegbeeld is naast de glimmende smartphone die uiteraard een te luide ringtoon voortbracht toen de man op meerdere momenten werd gebeld. Zijn al te donkere zonnebril maakte het beeld compleet. Compleet als in ‘het bewijs is geleverd, jij bent een patser’. Mensen als deze menen ook dat de wereld hen toebehoort en zijn vaak luider in de conversatie dan mensen met een minder uitgesproken karakter. Noem die patsers gewoon lieden met ‘nieuw’ of vooral ‘zwart’ geld en je komt een eind. En ik moest aan die man die ik hier beschreef denken toen ik onlangs hoorde van een douane-ambtenaar die zijn ambt misbruikte door in de Rotterdamse haven hele containers met drugs door te laten waarmee de onderwereld het nodige geld kon verdienen.

Elke container die hij doorliet leverde hem 5% op van de omzet die werd behaald met de inhoud.  Nu is maar de vraag of de aanbieders van die provisie ook echt eerlijk genoeg waren om die 5% zuiver te maken, maar de man had een enorm bedrag ontvangen. En dat vond de politie bij hem thuis, maar ook op zijn normale bankrekening. Miljoenen! En ook zijn auto, inrichting, horloges, kleding en vakantie waren op dat nieuwe gedrag aangepast. Zijn al dan niet nieuwe partner ook denk ik. Want hoe patserig het potje ook is, er past altijd een dekseltje op. Vaak van de uiterlijk aantrekkelijke soort, en met de insteek dat gedeelde smart halve smart is of dat er altijd wel wat kruimels vallen aan de kant van het snijbord als er grof brood wordt gesneden. Voorbeelden te over als ik weer eens in de grote koopgoten van ons land rond kijk. Foute auto voor de deur, foute man met vette creditcard en toch ook wel foute dames aan de armen.

Patsergedrag zie je ook bij hen die van hun werkgever mogen rijden in ‘patserbakken’ waartoe ik de hedendaagse SUV’s maar reken. Ik stam nog uit de tijd dat je met een auto van de baas netjes om ging en je een merk koos dat bij jouw klantenkring niet zou stuiten op weerstand. Die zelfreflectie bestaat kennelijk helemaal niet meer bij mensen die menen dat groot altijd groter kan en dat je daarmee indruk maakt. Het tegendeel is waar. Wie mij zou bezoeken om iets te verkopen of zo en dan met zo’n bak voor de deur kwam hoefde niet te rekenen op enige order. Dat geldt ook voor die overmatige horloges of dat al te geblondeerde haar. Doe normaal, dan doe je al gek genoeg. Echt Nederlands, ik weet het. En heeft niets van doen met jaloezie voor zover je dat zou denken. Want dat is mij vreemd. Net als patsergedrag. Pas niet bij een simpele mening gever. Sorry!

De O van Overdrijving…

Onlangs ving een man in het plaatsje Tolkamer, op een paar honderd meter van de Duitse grens en aan de Rijn gelegen, een meerval van pakweg een meter 75 groot. Een enorm dier dat vrijwel zo groot was als zijn trotse visser. Opmerkelijk was dat de man die het dier had gevangen (even los van de wenselijkheid daarvan) relatief bescheiden zijn verhaal deed. Maar een vriend die bij hem was deed een opmerkelijke uitspraak en die noopte me tot het schrijven van dit blog. Hij stelde dat we nu in 2017 aangeven dat het dier 1.75 mtr was maar dat dit monster in tien jaar tijd zal uitgroeien tot 1.99mtr en dat de vangtijd door de loop van de jaren heen zal uitgroeien naar 6 tot 8 uur en een gevecht op leven en dood. Zo gaat dit inderdaad vaak. Overdrijven is een kunst, en sommige mensen kunnen dat net zo goed als vissers.

Verhalen gaan vaak door de jaren heen een eigen leven leiden. Kijk maar eens naar verslagen van ongelukken of desnoods oorlogsverhalen. Het wordt door de loop van de jaren steeds groter. Heldendaden zijn wellicht helemaal niet zo heroïsch verlopen als we ze hebben leren kennen. Maar zijn al die verhalen wel enorm overdreven. En wie in zijn omgeving kijkt kent vast wel mensen die neigen naar overdrijving als het gaat om verhalen vertellen. Veelal herkenbaar aan het gebruik van woorden die uitspraken versterken. ‘Enorm’ ‘erg’ ‘verschrikkelijk’ ‘heel’ ‘veel’ etc. Zware termen om het om het beschreven onderwerp aan te dikken. En door dat gedrag krijg je wel vaak de belangstelling. Het is niet iedereen gegeven held(in) te zijn  in een eigen verhaal. Maar de overdrijver kan dat. Ik herken ze al snel. Ben zelf een verhalenverteller, soms met een zweem van…..erin. Heb een feilloos gevoel voor hen die een verhaal aandikken om er zelf beter of interessanter door te lijken. Mensen die ‘echt enorm veel pijn’ hebben als ze wat keelpijn vertonen, of die ‘waanzinnig moe zijn’ van een wandelingetje door bos of stadsomgeving.

Of die er van uit gaan dat gemiddeld eigenlijk ‘groot geschapen’ zou moeten zijn. Bescheidenheid is hen vreemd en je ziet ook vaak dat zij veel beelden van zichzelf verzamelen voor in het al dan niet digitale album. ‘Ik’ staat centraal en zeker niet de ander. Maar ze zijn er niet minder leuk door hoor. Juist in dat overdrijven zit vaak de aantrekkingskracht voor anderen. Gewoon een verhaal breder maken dan het was en je weet dat mensen naar je luisteren. Kracht van de creatieve geest ook vaak. Want overdrijving is in de reclame onderdeel van het succes. Zou ik er daarom wat last van hebben? Vast! Maar wat ik er mee bereikte zorgde ook voor succes en dat is nooit weg. En dan overdrijf ik er helemaal niks aan. Ik neem aan dat alle lezers verder van de bescheiden en ingetogen soort zijn? Dan wordt het vast heel rustig nu….