Verjaardag met terugwerkende kracht…

Gisteren, ja echt, was de meninggever jarig. Voor de zoveelste keer in mijn leven. Met hen om me heen die me dierbaar zijn. Het weekend benut om iedereen die langskwam te laven met spijzen en drank. En te genieten van de gesprekken. Een verjaardag is een bijzondere gelegenheid. Men viert met je mee dat je wederom een kalenderjaar in je eigen leven verder bent gekomen. Terwijl je daar soms niks speciaals voor hoeft te doen. Gaat veelal vanzelf. Behalve als je iets mankeert. Dan is het een al dan niet medisch wonder. Relativeren is een kunst. Moet soms wel. Gek genoeg neem ik op mijn huidige leeftijd de volgende verjaardag niet zo snel meer voor vanzelfsprekend. Laten we wel zijn, ik heb al heel wat mensen om me heen, ook uit de digitale wereld, en ook vaak jonger dan ik zelf ben, gedag moeten zwaaien. Verdwenen in de geschiedschrijving, voor altijd hemelen. Dus zo eenvoudig ligt het allemaal niet. Geldt ook voor de vele presentjes. Ik geniet er vaak nog steeds van.

Kan me van vroeger herinneren dat een verjaardag iets was om echt naar uit te kijken. Want als je mazzel had kreeg je dit of dat wat je ‘altijd al wilde hebben’ en dan op die dag echt bleek te zijn aangekocht door toen nog liefhebbende ouders en/of familie. In de praktijk een paar jaar meegemaakt, maar in ons gezin was later een of andere uitvlucht ook zo gemaakt en kreeg je toch echt iets anders dan verwacht. Toch koester ik nog steeds bepaalde zaken die ik op jeugdige verjaardagen ontving. En doe ik dat tegenwoordig ook wat met de herinneringen aan mensen die het feestje compleet kwamen maken. Tantes, ooms, neven, sommige nichten, oma van moeders kant. Allemaal lekker aan de hapjes en drankjes en zeker aan de rookwaar die toen nog gewoon op tafel stond. Ik had (heb) de pech dat januari een lastige maand is. Immers, koud en net na de dure kerstdagen.

Hielp niet echt bij het binnenhalen van al te veel groots. Maar ja, wie geeft daar om als je met ‘liefde’ bent omgeven? Gelukkig werd dat later toen ik meer volwassen was anders. Nog even de tradities volgehouden en op de verjaardagen allerlei lieden uitgenodigd die er ‘bij hoorden’. Maar dat verplichte opzitten en pootjes geven begon steeds meer tegen te staan. Dus decennia lang op eigen initiatief gewoon afgeschaft. Wel lekker eten met de geliefde(n), maar echte vieringen gestaakt. Tot ik min of meer besefte dat het leven niet zo maar iets is, maar een gift die je moet koesteren. Dus nu maar weer een bescheiden viering. Je weet maar nooit. Even kijken wat ik zoal verkreeg…..Zal ik dat spul eindelijk uitpakken dan???? Hoe vieren jullie eigenlijk de eigen verjaardagen en welke herinneringen heb je aan de jeugdige jaren en familiebijeenkomsten rond dit soort festiviteiten??? Ben benieuwd…

Praktijkervaringen – dealerverkoop – 3

In die jaren dat het met ons hoofdmerk nog niet zo lekker en eenvoudig ging, helemaal in het begin van de jaren tachtig, waren we zes dagen per week volledig open. Ook op zaterdagen en die gebruikten we dan vooral om alles op orde te brengen in het gebouw waarin de werkplaats en showroom/kantoor te vinden waren. Daarbij bleef de showroom het langst open. Veelal tot een uur of vijf. Daarna was het vaak over en uit. Op die bewuste zaterdagmiddag dat ik dienst had en net bezig om alle buiten staande demo- en showwagens weer binnen te zetten stapte er een wat oudere heer binnen. Hij was goed gemutst en praatte honderduit over het weer, zijn vrouw en de behoefte aan een nieuwe auto. Die moest rood zijn en een beetje luxe. Wat vond meneer van deze hier in de showroom uitgestalde Skoda 120GLS voorzien van alle denkbare opties uit die tijd, zoals een toerenteller en superluxe velours-bekleding? Ik putte mij uit in opnoemen van alle positieve zaken op, aan en in deze bijzondere Skoda!

De man nam de tijd, ging zitten, draaide aan het stuur, bekeek serieus de motor, de kofferbak en schudde instemmend met zijn hoofd. Dit was wel de auto die hij zich zag berijden. In mijn hoofd klonken schapengeluiden. Zoals altijd als een ‘deal’ redelijk snel gesloten kon worden bij wat minder kritische prospect-klanten. ‘Radio er bij wellicht’?? We hadden net een nieuwe lijn van Blaupunkt in huis die geweldige stereogeluiden beloofde. Kon mooi in die fraaie middenconsole die we ‘bij toeval’ ook in de showroom uitgesteld hadden staan. ‘Ja doe die ook maar!’ zei de man. Kortom, het werd tijd om de boel op papier te zetten. Wat ik alleen al om het late tijdstip met grote snelheid en dito enthousiasme deed. De betreffende auto stond er al een tijdje en veel belangstelling hadden we er nog niet voor gehad. Een GLS was best prijzig in vergelijking met de goedkopere S en L modellen die in Amsterdam sneller de showroom uit wilden. Kortom, alles keurig op papier gezet en laten ondertekenen. Nog even een kopie van het rijbewijs maken dan kon ik de zaken voor de man regelen en zo meer. Intussen was afgestemd dat hij omdat hij niet inruilde een aardige korting zou krijgen ook nog. Opgeruimd staat netjes was mijn gedachte. Rijbewijs had de man niet bij zich, maar dat kwam goed, had hij thuis liggen.

Kwam hij volgende week even brengen…..Goed?? Tuurlijk meneer! Klant is koning. Het telefoonnummer genoteerd en de man uitgelaten. Toen ik hem nakeek zag ik dat hij met flinke tred en de brochures plus contract in een keurig mapje onder de arm richting de stad liep. Wel op wonderlijke schoenen….leken wel sloffen. Maar ja, Amsterdam, vreemde mensen soms….Ik sloot af en ging naar huis. Weekend was goed dit keer, leuke deal gesloten. Op de daaropvolgende maandag werd ik gebeld. Door een of andere medewerker van een tehuis. ‘Heeft u een auto verkocht aan meneer XXX??’ ‘Ja zeker, afgelopen zaterdag!’ ‘Hoe vervelend ook, dat gaat niet door. Meneer verblijft hier in ons tehuis en heeft afgelopen zaterdag voor dik 30 mille aan spullen gekocht. O.a. meubels, televisies en twee auto’s’. De domper was groot. Die schoenen van zaterdag waren alsnog sloffen gebleken. In een onbewaakt ogenblik was hij ontsnapt en aan de wandel gegaan…….Deal kon verscheurd. En de 120GLS bleef nog een half jaar langer in onze showroom staan. Maar ik had wel weer een goed verhaal er bij…Bij deze verteld! (Foto’s: Yellowbird/Skoda)

Trieste herinnering

Wat was die kerst van vorig jaar een ellendige geschiedenis zeg. Niet omdat we het niet naar de zin hadden of omdat onze kinderen en lieve Almeerse vriendin ons niet verwenden zoals zij naar traditie elk jaar doen. Nee…we wisten voor de kerst al dat op die dag, nu precies een jaar geleden, het definitieve afscheid zou moeten plaatsvinden van onze zwarte lieve kater Pixel. Slechts 4,5 jaar oud, gekregen als kitten en zo met ons vergroeid dat hij vrijwel niet weg te denken viel uit ons gezin. Toch moest dat afscheid er komen, want hij was getroffen door een vreselijk virus, dat hem uitmergelde en waar tegen geen enkel kruid of middel gewassen bleek. De o zo trotse kater gedroeg zich nog als een jonge god, maar was intussen fysiek een schaduw van zijn jonge ik uit het verleden. De dierenartsen die hem hadden behandeld wisten geen oplossing. Dit virus sloeg (slaat) toe bij vooral jongere en oudere katten en men had of heeft er geen medicijn of werkende behandeling tegen. Het einde zou extreem pijnlijk zijn voor het dier, dus besloten we dan maar om elk lijden te vermijden, zelf in te grijpen. En om dat na de kerst van vorig jaar te doen.

Hadden we hem nog even bij ons. Hoe dom kan een mens zijn. Want wat je dan doet is uitkijken naar het moment dat… Net zoals een operatie of tandartsbehandeling waar je tegenop ziet. Stressvolle uren gingen vooraf aan dat definitieve afscheid en het verdriet werd er niet minder om. Integendeel. Pixel overleed dus op ‘humane’ wijze precies een jaar geleden en we eren hem op onze wijze zoals we ook vaak doen met zijn voorgangers die soms nog korter dan wel veel langer leefden. We kijken naar zijn foto’s, filmpjes, we herinneren ons zijn lieve manier van omgaan met zijn personeel. Bij je liggen, liefst met zijn kop op je benen, hoe hij ons toen nog kleine Prinsje Percy als kitten opvoedde, en welke liefde we vanaf moment een bij het dier kregen. Kortom, het was een rot dag vorig jaar om deze tijd. Nu is Kerstmis uberhaupt al een periode van mixed feelings, ik ben zelf altijd blij als het weer 1 januari is. Maar vorig jaar was dat dus nog een slag erger. En besloten we dat mocht het ooit onverhoopt nog eens plaatsvinden we niet meer doorschuiven naar de toekomst, maar sneller handelen. Dat scheelt veel verdriet, schuldgevoel en sfeer. Nu gedenken we alsmnog weer in warme herinnering. Een kat die we niet hadden willen missen, die niet gemist had moeten of mogen worden, maar ons qua geschiedenis en beleving nooit zal verlaten. Vandaar dit stukje….Ik vermoed dat onze Pixel na het lezen van dit stukje tevreden knort en samen met zijn andere dierenvrienden geniet van het grote Walhalla…..Maar God wat voelt dat nog steeds wrang en onrechtvaardig….

Ov-kaart vernieuwen – fluitje van flink veel geld…

Net als veel mensen bezit ik ook een OV-chipkaart. De vervanger voor de door sommigen geliefde en door anderen verguisde strippenkaarten. Met die Ov-Kaart betaal je in het OV door middel van in- en uitchecken (afrekening voor- of achteraf) en gemak dient de mens. Eenmaal aan gewend loop je zo langs alle barrières die de aan die kaarten gekoppelde vervoersbedrijven voor je opwerpen voordat je überhaupt gebruik mag maken van hun diensten. Kaart op naam, met foto. Maar ook met een bepaalde geldigheidsduur. Het waarom daarvan is me niet geheel duidelijk, maar laten we zeggen dat men om misbruik te voorkomen wil dat je die kaarten eens in de zoveel tijd vernieuwt. Je krijg er vooraf keurig een mail over en dan moet je zien dat je als klant zonder kleerscheuren door het aangewezen computerprogramma heen geworsteld raakt. Want als altijd bij de (semi)overheden, het aantal voetangels en klemmen is digitaal flink breed voor je opgesteld. De website vinden waar je die kaart moet vernieuwen wordt nog wel netjes aangeduid.

Maar eenmaal in die website begint de ellende. Want welke gebruikersnaam en welke wachtwoord stelde je ook alweer x-aantal jaren geleden in? Ik wist het niet meer. Dus moet je je opnieuw aanmelden. Lukte overigens prima. Daarna begon de volgende ellende. Ik had voor de vernieuwing van mijn kaart een koppelcode nodig! Een wat? Tja, geen idee, maar die had ik dus ook niet (meer). Opnieuw aangevraagd. Na twee dagen per brief in huis. Keurig. Weer inloggen, dwars door het menu heen. Om daar dan op enig moment mijn bankgegevens te vermelden. Immers, die OV-kaart werkt met een automatisch opladend saldo, maar wel ten laste van onze bankrekening. Nou ja, dat ging ook nog relatief probleemloos. Net als de nieuwe foto voor op het pasje. Toch even een foto uitgezocht waarop ik niet te veel lach. Zo’n lol geeft het nu ook niet in die bussen en metro’s of trams. Daarna bleek dat er nog een handeling te verrichten viel. Betalen voor die nieuwe kaart. Wat?? Ja, administratiekosten omdat ik zelf die kaart had aangevraagd. E.7,50!! En dat moest meteen overgeboekt worden. Nou… simpel dacht ik nog, haal je toch van die opgegeven incassorekening af?

No way! Weer opnieuw! Het lukte. Maar ik was intussen wel een tijdje verder. Ik zou een mail krijgen ter bevestiging. Op een mailadres wat niet meer in gebruik is en ik bij de verlenging van de kaart had gewijzigd. Nou ja, we nemen maar aan dat die kaart er wel komt. Enig vertrouwen moet je organisaties soms wel gunnen…toch? Maar kan iemand die lui ook uitleggen dat deze handelingen zeker 50% efficiënter kunnen worden opgelost? Of is dat niet de bedoeling?! Dan snap ik wel dat men geen concurrentie op het spoor wil. Want een ding is heel vervelend van ook dit systeem, prijsverhogingen kan men ongezien doorvoeren. Pas bij uitchecken ontdek je dan dat op een bepaald traject de prijs weer met 10 cent of zo is gestegen. Deed je vroeger toch een stripje minder om dat te compenseren. Lukt niet meer in het digitale tijdperk. Maar goed. We kunnen er weer mee reizen. Met dank aan het geduld van uw meninggever. Niet aan de logica van de OV Chipkaart-organisatie. Zeker niet! (Beelden: Yellowbird archief)

Dinky’s en buitenspelen..

Kom er nu maar eens om. Kinderen die consequent buiten spelen. Ondenkbaar zo lijkt het wel eens. Was in mijn jonge jaren wel anders. Wij leefden min of meer op straat. Logisch want je zat een deel van de week opgesloten in een strenge katholieke school of een stringent regime thuis. Orde moest er zijn en ledigheid was het kenmerk van de duivel. Maar buiten was alles vrij en los en kon de fantasie haar werk doen. Zo waren wij als jongens van die Amsterdamse straat veel bezig met gezamenlijke spelletjes. Of het nu oorlogje, naspelen van de Olympische spelen, schieten met pijltjes of slagbal met rondjes betrof. Altijd buiten. Zowel na school tot het eten klaar stond, als daarna. TV speelde nog nauwelijks een rol. Wat we om ons heen zagen was voldoende inspiratiebron. Ik had het ‘geluk’ dat in die straat een aantal grote autobedrijven te vinden was. Kon toen nog in dat deel van de stad, waar het ook nog wemelde van de mkb-ers. Die lui reden met trucks en bestelauto’s door onze straat heen en weer en dat gaf een aparte impuls aan een spel waar we als 11-13-jarigen best gek op waren.

Het op de stoeptegels krijten van hele wegen en steden en daar dan met je miniatuurauto’s overheen rijden. Dinky Toys was in die jaren een bekende fabrikant van dat spul en als je geluk had kreeg je er wel eens een voor de verjaardag. En dan combineerden we samen die vloten voertuigen tot een nabootsing van het toen actuele verkeer. Ik weet nog goed dat ik bij elke Dinky-Toys truck die ik dan eens per jaar als cadeau ontving altijd weer te horen kreeg dat ik er niet mee naar buiten mocht. Logisch, want zo’n model kostte een rib uit het familielijf. Op mijn achtste een Brits busmodel van de BOAC. waarmee ik dan alsnog hele routes reed op straat. Op mijn 11e kreeg ik de zo lang begeerde Dinky Transporter met Bedford trekker. Daarmee kon je dan vier (Britse)personenwagens vervoeren. Zo’n Bedford kostte indertijd 11 gulden. Dus moest ik heel voorzichtig mee doen en ook lang als het even mocht…

Ook een grote Leyland Octopustruck met aanhanger werd zo mijn deel. Nou…ze deden al snel dienst op de straatstenen en liepen daardoor uiteraard links en rechts toch wat lakschade op. Jammer, maar helaas. Je speelde er zo voorzichtig mogelijk mee, maar die Leyland moest ook zand en stenen vervoeren…. Niet bevorderlijk, al bleef de basis-constructie gewoon onaangetast. Toen ik wat later in mijn leven overstapte naar de wereld van de luchtvaart en me vooral interesseerde voor alles wat vliegen kon kwamen de Dinky’s in een doos te staan en bleven daar tot er in de familie een opvolger gevonden was die er mee kon spelen.

Liefst niet buiten uiteraard want….. Twee generaties na mij vermaakten zich alsnog met de Britse voertuigen op schaal. Ergens in de jaren tachtig kwamen ze terug bij mij. En werden gerenoveerd. Mooi gemaaklt en toonbaar. Gek genoeg met nog steeds de originele bandjes. Dat was een wonder maar ook een teken voor hoe sterk die miniatuurwagens van toen werden gemaakt. Al weer decennia lang staan ze te pronken in mijn bescheiden maar qua vloot wel wat gegroeide miniatuurmuseum. Met al die herinneringen van vroeger gekoppeld aan die fameuze naam Dinky Toys. Kom daar nu nog maar eens om. Het bedrijf zelf ging overigens eind jaren zeventig financieel onder water toen jongelui uit die generatie liever achter een spelcomputer zaten dan speelden met miniatuuur-auto’s. Was een teken aan de wand. Niet veel veranderd….Ik wel! (foto’s: Yellowbird collectie)

Geloof in de Sint….

Als je in de oud-Hollandse tradities vandaag pakjesavond viert, al dan niet in aanwezigheid van de goede oude Sint en zijn zwart geschminkte assistent, hoop ik dat je dit vooral doet voor de kinderen of de gezelligheid. En dat je in staat bent om alle frustraties of schuldgevoelens van je af te werpen. Immers, de claims van al die gefrustreerden die menen dat Zwarte Piet een slavenrol vervult t.o.v. een knechten misbruikende schijnheilige heeft van ons feest niets begrepen. En benut dit feestje om eigen claims op schadevergoedingen vanwege een mogelijk slavernijverleden neer te kunnen leggen bij hen die weliswaar het feest vieren, maar in dat verre verleden zelden reden hadden voor feesten. Integendeel. Het merendeel van de geboren en getogen Nederlanders leefde in die jaren in grote armoede. Wie dat niet wil of kan geloven zou verplicht een rondje door de Amsterdamse Jordaan of andere toenmalige achterstandsbuurt in Nederland moeten maken. En zien waar soms enorme gezinnen werden ondergebracht in krotten, waar het water op de vloer en de wanden stond en de ratten af en toe een hapje namen uit de ledematen van de aanwezigen. Armoede troef dus.

En de rijke handelaren die mogelijk betrokken waren bij die slavenhandel hadden maar ook heel weinig op met die arme paupers in hun stad of dorp. Maar dit terzijde. Het fenomeen Zwarte Piet is een wonderlijke samenstelling van een beroet gezicht, en een pakje dat nog het meest doet denken aan wat nobelen aantrokken in de tijd van de Tachtigjarige oorlog. Zwierig, zelfverzekerd en helemaal niet in dienst van die oude man die zelfs niet in staat was om zijn ‘grote boek’, toch een equivalent van de Bijbel uit vroeger jaren, te dragen. Net zoals misdienaren dat doen tijdens de heilige katholieke missen. En ook die dragen bijzondere pakjes. Aankleding die niet meer van deze tijd is, maar dat geldt ook voor het geloof op zich. Wie dat nu weer wil invoeren overschrijdt grenzen van de persoonlijke vrijheid die ons volk nu eenmaal sinds de jaren zestig van de vorige eeuw heeft bevochten. Schijnvertoningen passen bij ons.

Laten we wel zijn, 50 jaar geleden was een kerstboom in bepaalde kringen verboden. Heidens gebruik. Nu overal in zwang. De befaamde pakjesavond werd min of meer vervangen door surprise-party’s onder vrienden of collega’s. En dan elkaar maar gedichten schrijven met de meest vreselijke inhoud. Om daarna een cadeautje te krijgen waar je helemaal niet op zat of zit te wachten. Dat was vroeger wel anders. Wij zaten om de kachel, toen nog op kolen gestookt, zongen ons de blubber aan die oude smartlappen die rond dit feest hangen en kregen dan een hartverzakking als er ineens op de deur werd geramd. In de gang stond dan een wasteil (die van ons zelf..) vol pakjes. Net als we dan op het gemakje aan het uitpakken van deze vele presentjes begonnen, stapte ‘pa’ dan binnen. Die was altijd net even sigaretten wezen halen…jaja. In de door de Sint gebrachte pakjes zelden wat je had gevraagd…wel sokken, ondergoed, een bootje dat niet wilde blijven drijven, een auto van een gulden etc. etc. Veel gedoe voor weinig. Maar je was er apentrots op. Een feestje voor de kinderen. Tegenwoordig gekaapt door een kleine groep volwassenen die nog steeds meent dat alles wat in onze samenleving plaats vindt hen kwetst. Op hun tenen wordt gestaan omdat ze er anders uit zien. Maar vaak komt dat eerder door hun eigen afwijkende gedrag. Als men daar nu eens mee ophoudt wordt het wellicht weer een echt leuke samenleving. Pas je gewoon aan en wacht op dat bonzen op de deur. Wie weet zit er wel een pakje in die teil. Ook voor jou. Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe. Ik wens alle lieve bloglezertjes een fijne Sinterklaasavond toe!  (Beelden:  Internet)

Tatoeages…

Natuurlijk, ik ben geen norm op dit gebied. Ik ben al bang voor de naald van de dokter of in dat kader, de assistente van Dracula als er weer eens bloed wordt gevraagd. Dus om dat vrijwillig te ondergaan is net een brugje of wat te ver. Maar afgelopen zomer zag ik wel dat ik een eenling begin te worden. Hoe heter het weer, hoe meer kleding verdwijnt bij ons volkje en wat dan tevoorschijn komt is soms echt opzienbarend. Waren tatoeages vroeger het domein voor dronken zeelieden die zich in een ver weg gelegen haven van een al dan niet geslaagde afbeelding van een zeemeermin op hun bovenarm lieten voorzien, tegenwoordig schijnt het normaal te zijn om 50% van je lijf te lenen als platform voor een ‘kunstwerk’. Waarbij ik het begrip ‘kunst’ maar even tussen aanhalingstekens zet, want sommige van die artiesten hebben zeker niet de Rietveld-Academie voor Beeldende Kunsten doorlopen. Het lijkt soms wel of er een blinde met naald en inkt aan de gang is gegaan. Net als het dragen van Talibanbaarden lijkt dat tatoeages laten aanbrengen tot regel verheven. Met een verschil natuurlijk.

Die barbaarse beharing is vrijwel zeker in een kwartier of zo te verwijderen. Met dat in de huid aangebrachte spul ligt dat toch iets anders. Gaat nooit meer weg of je moet over kapitalen beschikken en een ijzeren zenuwstelsel, dan is het min of meer weg te laseren. Maar in normale situaties loop je dus je leven lang met zoiets in het rond. Mannen moeten het vooral zelf weten hoor. Wellicht behoren ze bij een criminele bende of zijn onderdeel van een fanatieke stripboekenclub, maar bij vrouwen ligt dat toch een stuk genuanceerder. Ik ben nog opgevoed met de splitsing tussen fatsoen en ordinair en helaas dames vol bekladderde armen benen of zelfs gezicht, ik vind dat toch behoren tot het laatste.

Doodzonde soms. Prachtig koppies, mooie lijven en dan al die flauwekul die alleen maar afleidt van het origineel. Dat je vroeger een vlinder liet zetten op een borst….mwah. Een pijl of iets anders op het punt waar al je zenuwen samenkomen in je onderlijf…OK! Was voorbehouden voor de mensen die daar op die plek even mochten rondkijken en had nog iets sexy’s, maar dat halve lijf vol min of meer onherkenbare flauwekul…nee. Ordinair. Dat je ergens een naam laat plaatsen, klein, minder opvallend, vooral doen! Maar bedenk nou eens dat je ook een normaal leven moet leiden. Wellicht op kantoor of in de zorg. Je vergooit toch een stuk van je toekomst. Het lijkt bij sommige werkgevers al een rol te spelen. Maar zeker ook omdat je nu niet weet hoe we straks, in de toekomst, naar die dingen kijken. Om het over verval niet te hebben. Oud houdt meestal in slap hangen, uitzakken, rimpels. En dan is een tatoeage ineens verworden tot iets compleet anders. Wil je echt niet. Ik zeker niet. Maar ja, ik ben dan ook niet van die naalden… Dus denk nog eens na voor je zelf tot lopend kunstwerk wordt omgevormd. Overigens…die inkt is naar verluid niet onschuldig. Net zo min als de manier waarop veel van die kunstenaars de properheid in acht nemen. Een ontsteking of Hepatitis liggen al snel op de loer dan. En nu krijg ik vast commentaren van lezers die uiteraard ‘hier’ ‘daar’ of ‘overal’ een tatoe hebben laten zetten. Ik ben benieuwd. Komt u maar…..desnoods met plaatjes…(Beelden: Internet/Google)

Victor….

Als een eik wordt geveld valt hij met veel gekraak. En dat geldt ook voor mensen die een onvergetelijke indruk maakten tijdens hun expressieve leven. Zo’n vent was Victor. Ik leerde hem via vrouwlief en haar collega/vriendin bij de Gemeente Amsterdam kennen. In 1968. Een stoere en voor vrouwen zeker aantrekkelijke vent met een snor en lang haar. Vrijbuiter, verhalenverteller, warm, half Oekrains en met een jeugd die niet meteen bol had gestaan van liefde. Die liefde zocht en vond hij bij het andere geslacht en daar was hij succesvoller dan tien mannen zoals ik bij elkaar opgeteld. Hij had dan ook veel mee. Als vriend was hij trouwens ook noest en sterk. Je wist over het algemeen wat je aan hem had en we beleefden ook heel wat avonturen samen. Vlogen overal in en heen, hij introduceerde me in de wereld van het fotograferen met een SLR-camera. Ik hem in de wereld van de luchtvrachtlogistiek. Hij was daarin een typische olieman. Je kon hem wegsturen naar bestemmingen in het Verre Oosten of Afrika. Altijd regelde hij onze bedrijfszaken prima maar had hij daarbij meestal ook meteen weer nieuwe relaties opgedaan of andere uitgediept. Hij reed in het begin vooral op de motor. Talloos zijn de verhalen die daarover te vertellen zijn. Van onwillige Russische merken tot fraaie BMW’s. Hij verkaste en verhuisde op enig moment.

Naar Nieuw Vennep. Bouwde daar direct weer een nieuwe kring vrienden en relaties op. Zijn brede inborst zorgde voor veel genoegens. Die vrienden werden deels ook weer vrienden van ons. En opnieuw werd er gevlogen en genoten. Samen in een stichting actief die de luchtvaart wilde redden tegen het toen al veel te heftige geblaat van Groenlinkse milieurakkers. Samen een luchtvaartblad maken. Met nog meer mensen, maar Victor was van de relaties. Dat kon hij als de beste. En fotograferen. Of luchtvaartavonden organiseren waarbij hij half Schiphol thuis uitnodigde en die mensen dan zijn zelfgemaakte films liet zien. En als het even kon ook zijn collectie Laurel & Hardy films. Want ook dat was een passie. Hij bleef in die luchtvaartsector actief, ik koos voor de auto’s. Onze levens bleven verbonden via de passie voor de luchtvaart maar de carrieres volgden een ander pad. Deden nog wel wat leuk was. Tentoonstellingen, bladen maken, vliegen.

In 1990 herintroduceerde hij mij bij het bedrijf waar hij toen op Schiphol werkte. Een rommelige toko en Victor trachtte het hoofd boven water te houden in die zaak. Heftig soms. Reed overtuigd Harley-Davidson en kocht die motoren ook overal en nergens voor de handel. Ik bleef maar kort bij die zaak actief, hij nog iets langer. Tot hij ineens besloot met een nieuwe liefde richting Frankrijk te vertrekken en heel wat schepen achter zich te verbranden. Echt afscheid nemen kon niet meer. Hij begon opnieuw! Ik zag hem nog een keer in 2000 bij het definitieve afscheid van vliegvriend Wim. Het was hartelijk en plezierig als voorheen. Daarna werd het stil. 18 jaar lang. Veel te lang. Onlangs bereikte me het bericht dat hij plotseling was overleden. In Frankrijk. Waar hij ook werd begraven. Uit de vele reacties op Schipholse Facebook-groepen maak ik op dat hij zeer wordt gemist. Gek genoeg komt dat verlies ook bij mij stevig binnen. Te veel meegemaakt samen, te zeer genoten. Een man vol passie viel ineens om. Een eik geveld. Ik hoop oprecht dat hij daar waar het universum ruimte biedt voor ons allen, opnieuw mag beginnen. Het is hem zeer gegund. En ik wens alle nabestaanden en vrienden van vroeger en nu sterkte bij dit verlies.

Leven met de vliegende pijl – 1a – Jeugd!

Heel eerlijk, in mijn eerste jeugdjaren kwamen nog geen Skoda’s voor. Ons gezin had er domweg in die schrale na-oorlogse jaren geen geld voor, net als het geval was in 99% van alle gezinnen in onze straat die gelegen was in een redelijke doorsnee buurt van Amsterdam-Zuid. Waar een auto in de naoorlogse jaren überhaupt werd gezien als een zeer kostbaar bezit. In die bewuste. indertijd druk bevolkte straat waren toen nog heel wat middenstanders gevestigd en een enkeling daarvan bleek wel in staat een auto te bezitten en te onderhouden. Zo had de groenteman naast ons een Citroen Traction Avant, de eigenaar van snoepwinkel wat verderop in de straat een Triumph Mayflower en de Sperwer-kruidenierster een Tempo driewieler. De melkboer had een driewielige bakfiets en de bakker een soortgelijke met een gesloten bovenkant. Dat had je vroeger nog. Verder kwamen de auto’s die ik als klein kind meemaakte van de garage- annex verhuur- en transportbedrijf, tegenover ons woonhuis. Daar was men in die jaren gek op Opels en de verhuur maakte hen vast aardig rijk, want het bedrijf groeide als kool. Men opereerde er dus ook als transportbedrijf en zo zag je er ook de meest curieuze vrachtwagens voorbij komen die men vrijwel zonder uitzondering had gekocht van de toenmalige legerdump en dan in de eigen werkplaatsen ombouwde.

Een uitzondering was een splinternieuwe Scania Vabis, een noeste Zweedse vrachtwagen waarmee ‘Ome Karel’ als vaste chauffeur het hele land door reed met de lading die het bedrijf voor hem had georganiseerd. Ome Karel en zijn vrouw Tante Corrie waren jaren lang lieve vrienden voor mijn ouders en al snel zaten wij als gezin achterop de Scania onder een schuin opgehangen dekzeil en reden we gewoon in het weekend naar de Veluwe. Het zal ongetwijfeld niet hebben gemogen van de autoriteiten of de bedrijfsleiding van het bedrijf waar hij voor werkte, maar wij kwamen wel ergens zo. Niet dat we daarmee niet vertrouwd waren, want nog een fase eerder in mijn jeugdige leven was er ‘Ome Leo’. Een jeugdvriend van mijn ouders die uit een wat beter gesitueerde familie afkomstig al in 1952 als jonge vent rond reed met een schitterende Chevrolet Styleline waarmee we tot in België reisden, in die jaren een best eind en zonder de juiste papieren hoogst illegaal. Toen de goede man kennelijk verkering kreeg met de vrouw van zijn leven en ook zijn fietsenzaak annex reparatie-inrichting voor brommers, auto’s en alles wat kon rijden steeds drukker werd, was het gedaan met die uitstapjes. En toen was er dus uit eigen straat afkomstig….Ome Karel!

Op zeker moment was het over met de pret en mochten we niet meer meerijden in die Scania, sterker nog, de vrachtwagen moest blijven staan in het weekend, en Ome Karel kocht zichzelf een eigen auto. Een erg fraaie Citroen Traction Avant in de kleur groen, modeljaar 1955, een van de laatste in zijn soort. Nu had die noeste beroepschauffeur een specifiek nadeel in de ogen van mijn ouders, hij reed net even te vaak naar dezelfde bestemmingen, gek als hij was op de Veluwe, en vooral mijn moeder was nu eenmaal verzot op de provincie Limburg. Zo begon mijn, vooral erg technisch ingestelde, stiefvader zich ook te bekwamen in het verhandelen van tweedehands auto’s. Een schreeuwende vraag naar alles wat kon rijden in die jaren bepaalde die keuze. Omdat een auto duur was, en eigenlijk niemand er echt verstand van had, kon je nog wel wat centen verdienen met betaalbare en redelijk betrouwbare tweedehands wagens. ‘Pa’ was wel zo aardig om een belangrijk deel daarvan zelf eerst uit te testen, liefst in het weekend. Dan klopte zijn verkoopverhaal en wist hij ook wat aandacht behoefde. En zo stond er op een zekere dag een Ford Prefect voor de deur. Na veel gedoe (het waren kleine wagens met heel beperkte bagageruimte) stapten we in en reden in een keer door naar Limburg. Valkenburg had een grote aantrekkingskracht op mijn ouders en het snorrende Fordje deed er in die jaren iets van vijf uur over om er te komen. Maar dan had je ook wat.

Hotel was snel gevonden en zo was mijn moeder weer een stuk opgewekter dan voor het vertrek het geval was geweest. Dit soort trips maakten we relatief veel, ook al kachelden we net zo vaak achter Ome Karel en zijn vrouw plus twee dochters aan in hun Citroen. Een zondags ritje naar De Posbank bij Arnhem bijvoorbeeld of even naar de heide bij Apeldoorn. Ergens tussen al die verschillende auto’s die onze familie ter beschikking had zat ineens een Skoda. De eerste die ik meemaakte. Een 1100 uit 1950, een fraai rood exemplaar met een witte kap……(wordt vervolgd)  (Afbeeldingen: Archief Yellowbird/auteur – Ook alle teksten zijn van de auteur en behoren bij het verhaal ‘ Leven en werken voor de vliegende pijl uit 2017) 

Cuba!

Welk gesprek we in de afgelopen 25 jaren die we hier nu wonen met haar begonnen, het eindige steevast met een soort wereldbeschouwing waarbij zij als positief voorbeeld Cuba noemde. Daar was alles goed. Althans als ik mijn lieve buurvrouw G moest geloven. Een keer in haar leven op dat Castro-eiland op bezoek geweest. Zij was onze naaste buur ter rechterzijde. Toen wij hier kwamen wonen als redelijk jong stel was zij al bezig met haar gepensioneerde echtgenoot een iets rustiger leven te leiden. Die echtgenoot was toen net fulltime thuis en deed de hele dag vrijwel niks. Dat stoorde haar, maar gaf haar ook het alibi om er af en toe eens lekker uit te breken. Naar de P.C. Hooft of Beethovenstraat in onze mooie stad. G. was een stevig karakter. Gemengd bloed waarmee ze een zekere felheid opbouwde die zijn weerga niet kende. Ze was een knappe verschijning, daarbij ook slank bij het magere af. Vegetarisch, maar kookte voor anderen de meest heerlijke gerechten. Je zag dan ook vaak mensen langs komen voor een maaltje. En als zij dan de keukendeur openzette rook het bij ons in de tuin zalig. Diepgaande contacten tussen ons bestonden overigens niet eens. Af en toe even, voor een probleempje bij haar in huis. Lekkage onder het huis, kapot gevroren leidingen, iets met de oven. Overal had ze haar mannetjes voor. Zeker toen ze haar man had laten weten dat het huwelijk wat haar betreft voorbij was. Ze wilde gewoon verder leven en niet amechtig achter de denkbeeldige geraniums zitten. Gymnastiek met een vriendin, bezoeken aan de (volwassen) kinderen. Ze ergerde zich als een van de oorspronkelijke bewoners van ons schone straatje aan sommige ‘nieuwkomers’ die hun auto steevast voor haar deur mikten. Te beroerd om even verderop een eigen plekje op te zoeken.

Die nieuwkomers kwamen meestal uit de wat aardiger buurten in Amsterdam-Zuid hier wonen omdat wij nog een huis met tuin te bieden hebben ipv de bekende etage-woning. Ze ergerde zich aan de gemeente die allerlei lasten oplegde waar zij na de scheiding toch best financiele problemen door kreeg. Maar het meest ergerde ze zich aan de Haagse regering. Het maakte niet uit welke, het was allemaal niks. Asociaal, niet bezig met de burgers maar met zichzelf. Gesprekken over mierenoverlast in de tuin konden zomaar uitlopen op een inhoudelijk politiek gesprek van drie kwartier. Toen ze alleen woonde werd ze ook nog wel eens geplaagd door jochies van een jaar of 12-14 die belletje trokken of in haar voortuin klooiden. Omdat zij altijd woest reageerde hadden die bengels daar de meeste lol om. Tot ik als buurman ingreep. Het gaf enige beroering, daarna was dat gepest over. Als het sneeuwde maakte ik meestal ook even haar straatje schoon, ze liet nooit na me daarvoor te bedanken. Kleine moeite. ‘En jij bent ook al zo lief voor je auto, nog liever dan voor je vrouw..’ was een van haar gevleugelde uitspraken als ik mijn Tsjechische vierwieler weer eens poedelde. Vorig jaar ging het ineens mis met haar gezondheid. Ze werd broos, kwetsbaar, kwam vrijwel niet meer buiten. Moest worden behandeld door dokters, specialisten en zo meer. Het hielp niet veel. Haar kinderen kwamen haar verzorgen. Elke dag, trouw! Petje diep af voor de jongelui! Maar afgelopen zondag was het over. In haar eigen bed ingeslapen om niet meer wakker te worden. Het was ‘op’. Rond dit weekend wordt ze begraven. Een van die eerste bewoners van dit hofje, met wie het goed toeven was. Karakteristiek. Met niveau! Haar parkeerplek voor de deur zal door anderen worden ingenomen. En niemand die er meer iets van zal zeggen. Zelfs de politie op Cuba niet. Zij ruste in vrede. Het is haar meer dan gegund!