Victor….

Als een eik wordt geveld valt hij met veel gekraak. En dat geldt ook voor mensen die een onvergetelijke indruk maakten tijdens hun expressieve leven. Zo’n vent was Victor. Ik leerde hem via vrouwlief en haar collega/vriendin bij de Gemeente Amsterdam kennen. In 1968. Een stoere en voor vrouwen zeker aantrekkelijke vent met een snor en lang haar. Vrijbuiter, verhalenverteller, warm, half Oekrains en met een jeugd die niet meteen bol had gestaan van liefde. Die liefde zocht en vond hij bij het andere geslacht en daar was hij succesvoller dan tien mannen zoals ik bij elkaar opgeteld. Hij had dan ook veel mee. Als vriend was hij trouwens ook noest en sterk. Je wist over het algemeen wat je aan hem had en we beleefden ook heel wat avonturen samen. Vlogen overal in en heen, hij introduceerde me in de wereld van het fotograferen met een SLR-camera. Ik hem in de wereld van de luchtvrachtlogistiek. Hij was daarin een typische olieman. Je kon hem wegsturen naar bestemmingen in het Verre Oosten of Afrika. Altijd regelde hij onze bedrijfszaken prima maar had hij daarbij meestal ook meteen weer nieuwe relaties opgedaan of andere uitgediept. Hij reed in het begin vooral op de motor. Talloos zijn de verhalen die daarover te vertellen zijn. Van onwillige Russische merken tot fraaie BMW’s. Hij verkaste en verhuisde op enig moment.

Naar Nieuw Vennep. Bouwde daar direct weer een nieuwe kring vrienden en relaties op. Zijn brede inborst zorgde voor veel genoegens. Die vrienden werden deels ook weer vrienden van ons. En opnieuw werd er gevlogen en genoten. Samen in een stichting actief die de luchtvaart wilde redden tegen het toen al veel te heftige geblaat van Groenlinkse milieurakkers. Samen een luchtvaartblad maken. Met nog meer mensen, maar Victor was van de relaties. Dat kon hij als de beste. En fotograferen. Of luchtvaartavonden organiseren waarbij hij half Schiphol thuis uitnodigde en die mensen dan zijn zelfgemaakte films liet zien. En als het even kon ook zijn collectie Laurel & Hardy films. Want ook dat was een passie. Hij bleef in die luchtvaartsector actief, ik koos voor de auto’s. Onze levens bleven verbonden via de passie voor de luchtvaart maar de carrieres volgden een ander pad. Deden nog wel wat leuk was. Tentoonstellingen, bladen maken, vliegen.

In 1990 herintroduceerde hij mij bij het bedrijf waar hij toen op Schiphol werkte. Een rommelige toko en Victor trachtte het hoofd boven water te houden in die zaak. Heftig soms. Reed overtuigd Harley-Davidson en kocht die motoren ook overal en nergens voor de handel. Ik bleef maar kort bij die zaak actief, hij nog iets langer. Tot hij ineens besloot met een nieuwe liefde richting Frankrijk te vertrekken en heel wat schepen achter zich te verbranden. Echt afscheid nemen kon niet meer. Hij begon opnieuw! Ik zag hem nog een keer in 2000 bij het definitieve afscheid van vliegvriend Wim. Het was hartelijk en plezierig als voorheen. Daarna werd het stil. 18 jaar lang. Veel te lang. Onlangs bereikte me het bericht dat hij plotseling was overleden. In Frankrijk. Waar hij ook werd begraven. Uit de vele reacties op Schipholse Facebook-groepen maak ik op dat hij zeer wordt gemist. Gek genoeg komt dat verlies ook bij mij stevig binnen. Te veel meegemaakt samen, te zeer genoten. Een man vol passie viel ineens om. Een eik geveld. Ik hoop oprecht dat hij daar waar het universum ruimte biedt voor ons allen, opnieuw mag beginnen. Het is hem zeer gegund. En ik wens alle nabestaanden en vrienden van vroeger en nu sterkte bij dit verlies.

Leven met de vliegende pijl – 1a – Jeugd!

Heel eerlijk, in mijn eerste jeugdjaren kwamen nog geen Skoda’s voor. Ons gezin had er domweg in die schrale na-oorlogse jaren geen geld voor, net als het geval was in 99% van alle gezinnen in onze straat die gelegen was in een redelijke doorsnee buurt van Amsterdam-Zuid. Waar een auto in de naoorlogse jaren überhaupt werd gezien als een zeer kostbaar bezit. In die bewuste. indertijd druk bevolkte straat waren toen nog heel wat middenstanders gevestigd en een enkeling daarvan bleek wel in staat een auto te bezitten en te onderhouden. Zo had de groenteman naast ons een Citroen Traction Avant, de eigenaar van snoepwinkel wat verderop in de straat een Triumph Mayflower en de Sperwer-kruidenierster een Tempo driewieler. De melkboer had een driewielige bakfiets en de bakker een soortgelijke met een gesloten bovenkant. Dat had je vroeger nog. Verder kwamen de auto’s die ik als klein kind meemaakte van de garage- annex verhuur- en transportbedrijf, tegenover ons woonhuis. Daar was men in die jaren gek op Opels en de verhuur maakte hen vast aardig rijk, want het bedrijf groeide als kool. Men opereerde er dus ook als transportbedrijf en zo zag je er ook de meest curieuze vrachtwagens voorbij komen die men vrijwel zonder uitzondering had gekocht van de toenmalige legerdump en dan in de eigen werkplaatsen ombouwde.

Een uitzondering was een splinternieuwe Scania Vabis, een noeste Zweedse vrachtwagen waarmee ‘Ome Karel’ als vaste chauffeur het hele land door reed met de lading die het bedrijf voor hem had georganiseerd. Ome Karel en zijn vrouw Tante Corrie waren jaren lang lieve vrienden voor mijn ouders en al snel zaten wij als gezin achterop de Scania onder een schuin opgehangen dekzeil en reden we gewoon in het weekend naar de Veluwe. Het zal ongetwijfeld niet hebben gemogen van de autoriteiten of de bedrijfsleiding van het bedrijf waar hij voor werkte, maar wij kwamen wel ergens zo. Niet dat we daarmee niet vertrouwd waren, want nog een fase eerder in mijn jeugdige leven was er ‘Ome Leo’. Een jeugdvriend van mijn ouders die uit een wat beter gesitueerde familie afkomstig al in 1952 als jonge vent rond reed met een schitterende Chevrolet Styleline waarmee we tot in België reisden, in die jaren een best eind en zonder de juiste papieren hoogst illegaal. Toen de goede man kennelijk verkering kreeg met de vrouw van zijn leven en ook zijn fietsenzaak annex reparatie-inrichting voor brommers, auto’s en alles wat kon rijden steeds drukker werd, was het gedaan met die uitstapjes. En toen was er dus uit eigen straat afkomstig….Ome Karel!

Op zeker moment was het over met de pret en mochten we niet meer meerijden in die Scania, sterker nog, de vrachtwagen moest blijven staan in het weekend, en Ome Karel kocht zichzelf een eigen auto. Een erg fraaie Citroen Traction Avant in de kleur groen, modeljaar 1955, een van de laatste in zijn soort. Nu had die noeste beroepschauffeur een specifiek nadeel in de ogen van mijn ouders, hij reed net even te vaak naar dezelfde bestemmingen, gek als hij was op de Veluwe, en vooral mijn moeder was nu eenmaal verzot op de provincie Limburg. Zo begon mijn, vooral erg technisch ingestelde, stiefvader zich ook te bekwamen in het verhandelen van tweedehands auto’s. Een schreeuwende vraag naar alles wat kon rijden in die jaren bepaalde die keuze. Omdat een auto duur was, en eigenlijk niemand er echt verstand van had, kon je nog wel wat centen verdienen met betaalbare en redelijk betrouwbare tweedehands wagens. ‘Pa’ was wel zo aardig om een belangrijk deel daarvan zelf eerst uit te testen, liefst in het weekend. Dan klopte zijn verkoopverhaal en wist hij ook wat aandacht behoefde. En zo stond er op een zekere dag een Ford Prefect voor de deur. Na veel gedoe (het waren kleine wagens met heel beperkte bagageruimte) stapten we in en reden in een keer door naar Limburg. Valkenburg had een grote aantrekkingskracht op mijn ouders en het snorrende Fordje deed er in die jaren iets van vijf uur over om er te komen. Maar dan had je ook wat.

Hotel was snel gevonden en zo was mijn moeder weer een stuk opgewekter dan voor het vertrek het geval was geweest. Dit soort trips maakten we relatief veel, ook al kachelden we net zo vaak achter Ome Karel en zijn vrouw plus twee dochters aan in hun Citroen. Een zondags ritje naar De Posbank bij Arnhem bijvoorbeeld of even naar de heide bij Apeldoorn. Ergens tussen al die verschillende auto’s die onze familie ter beschikking had zat ineens een Skoda. De eerste die ik meemaakte. Een 1100 uit 1950, een fraai rood exemplaar met een witte kap……(wordt vervolgd)  (Afbeeldingen: Archief Yellowbird/auteur – Ook alle teksten zijn van de auteur en behoren bij het verhaal ‘ Leven en werken voor de vliegende pijl uit 2017) 

Cuba!

Welk gesprek we in de afgelopen 25 jaren die we hier nu wonen met haar begonnen, het eindige steevast met een soort wereldbeschouwing waarbij zij als positief voorbeeld Cuba noemde. Daar was alles goed. Althans als ik mijn lieve buurvrouw G moest geloven. Een keer in haar leven op dat Castro-eiland op bezoek geweest. Zij was onze naaste buur ter rechterzijde. Toen wij hier kwamen wonen als redelijk jong stel was zij al bezig met haar gepensioneerde echtgenoot een iets rustiger leven te leiden. Die echtgenoot was toen net fulltime thuis en deed de hele dag vrijwel niks. Dat stoorde haar, maar gaf haar ook het alibi om er af en toe eens lekker uit te breken. Naar de P.C. Hooft of Beethovenstraat in onze mooie stad. G. was een stevig karakter. Gemengd bloed waarmee ze een zekere felheid opbouwde die zijn weerga niet kende. Ze was een knappe verschijning, daarbij ook slank bij het magere af. Vegetarisch, maar kookte voor anderen de meest heerlijke gerechten. Je zag dan ook vaak mensen langs komen voor een maaltje. En als zij dan de keukendeur openzette rook het bij ons in de tuin zalig. Diepgaande contacten tussen ons bestonden overigens niet eens. Af en toe even, voor een probleempje bij haar in huis. Lekkage onder het huis, kapot gevroren leidingen, iets met de oven. Overal had ze haar mannetjes voor. Zeker toen ze haar man had laten weten dat het huwelijk wat haar betreft voorbij was. Ze wilde gewoon verder leven en niet amechtig achter de denkbeeldige geraniums zitten. Gymnastiek met een vriendin, bezoeken aan de (volwassen) kinderen. Ze ergerde zich als een van de oorspronkelijke bewoners van ons schone straatje aan sommige ‘nieuwkomers’ die hun auto steevast voor haar deur mikten. Te beroerd om even verderop een eigen plekje op te zoeken.

Die nieuwkomers kwamen meestal uit de wat aardiger buurten in Amsterdam-Zuid hier wonen omdat wij nog een huis met tuin te bieden hebben ipv de bekende etage-woning. Ze ergerde zich aan de gemeente die allerlei lasten oplegde waar zij na de scheiding toch best financiele problemen door kreeg. Maar het meest ergerde ze zich aan de Haagse regering. Het maakte niet uit welke, het was allemaal niks. Asociaal, niet bezig met de burgers maar met zichzelf. Gesprekken over mierenoverlast in de tuin konden zomaar uitlopen op een inhoudelijk politiek gesprek van drie kwartier. Toen ze alleen woonde werd ze ook nog wel eens geplaagd door jochies van een jaar of 12-14 die belletje trokken of in haar voortuin klooiden. Omdat zij altijd woest reageerde hadden die bengels daar de meeste lol om. Tot ik als buurman ingreep. Het gaf enige beroering, daarna was dat gepest over. Als het sneeuwde maakte ik meestal ook even haar straatje schoon, ze liet nooit na me daarvoor te bedanken. Kleine moeite. ‘En jij bent ook al zo lief voor je auto, nog liever dan voor je vrouw..’ was een van haar gevleugelde uitspraken als ik mijn Tsjechische vierwieler weer eens poedelde. Vorig jaar ging het ineens mis met haar gezondheid. Ze werd broos, kwetsbaar, kwam vrijwel niet meer buiten. Moest worden behandeld door dokters, specialisten en zo meer. Het hielp niet veel. Haar kinderen kwamen haar verzorgen. Elke dag, trouw! Petje diep af voor de jongelui! Maar afgelopen zondag was het over. In haar eigen bed ingeslapen om niet meer wakker te worden. Het was ‘op’. Rond dit weekend wordt ze begraven. Een van die eerste bewoners van dit hofje, met wie het goed toeven was. Karakteristiek. Met niveau! Haar parkeerplek voor de deur zal door anderen worden ingenomen. En niemand die er meer iets van zal zeggen. Zelfs de politie op Cuba niet. Zij ruste in vrede. Het is haar meer dan gegund!

Blauw

Vrouwlief vertelde onlangs een kleine anekdote over ervaringen tijdens haar voorjaarstrip naar Hong Kong. Een stad die haar veel plezier verschafte en haar echt het gevoel gaf in een andere wereld te vertoeven. Wat ook zo was natuurlijk. Haar herinnering ging over het fenomeen straatverkoop daar. En die behelst niet alleen eten, drinken of de bekende prullaria die toeristen graag mee terug nemen als bewijs van hun verblijf daar. Nee, Hong Kong kent een heel specifiek soort verkoop, de klaar-terwijl-u-wacht kleermakers. Een fenoneem dat al decennia lang bestaat. De dames trapten er niet in, mijn toenmalige chef ‘Ruud’ wel! Die ging ergens in de jaren zeventig die kant op om onze agent in die streken eens persoonlijk te ontmoeten en tot grotere handelsdaden te bewegen. Nu was dit voor Ruud geen echt probleem. De man kon verkopen dat het een lieve lust was en hij was daarnaast van de meer dan gezellige Mokumse soort dus kon zaken doen in elke kroeg over de hele wereld.

Hij ging voor minstens een week die kant op en kreeg een aardige vrijbrief mee plus het nodige kasgeld. Het bedrijf op Schiphol draaide intussen onder mijn persoonlijk aansturing vrolijk verder. Het waren drukke tijden toen. Hoe dan ook, toen hij terugkwam uit Hong Kong had hij niet alleen een dikke koffer vol contracten bij zich, de Hong-Kong-agent had zich kennelijk extra uitgesloofd, maar hij droeg ook een nieuw kostuum. Iets waarop je hem zelden kon betrappen. Hij had iets ‘goors’ over zich normaal. Poerde met pennen in zijn oren en veegde dat dan af aan zijn sokken. Zo iemand. Een nieuw pak was dus echt apart. Maar dat bleek ook zijn indertijd uitverkoren kleur. Een blauwe kleur die je in die jaren alleen zag bij de Sovjet-Russische luchtvaartmaatschappij Aeroflot. Communistisch blauw. En ook nog met een glans in de stof. Hij zelf vond het prachtig.

Wij keken er met een zekere ingehouden glimlach naar. Ik hield me in, want hij had voor mij een reeks nieuwe contacten bij zich waarmee ik mijn afdeling aardig kon ophogen in de vaart der volkeren. Hij paradeerde intussen in dat nieuwe pak in de rondte en liet overal en iedereen weten hoe dat was gegaan. Mannetje in zijn hotel, speciaal aanbod, op de hotelkamer even een maatsessie gedaan, volgende dag was het pak klaar. Helemaal in zijn maat en stijl. Hij was er verguld mee. Zeker voor die prijs. Toen ik het verhaal van vrouwlief aanhoorde moest ik weer glimlachen. Aeroflot-blauw kwam weer even voorbij. Het pak was nog van behoorlijke kwaliteit ook. Hij droeg het regelmatig en vele jaren lang. Dus eigenlijk was hij slimmer dan wij hadden ingeschat. Maar die smaak….nee, dat zat niet zo best…

Droomland

Ik weet niet hoe het de diverse lezers en lezeressen vergaat als ze eenmaal in bed van bewust naar onbewust overgaan en een fase van slapen bereiken die tot dromen leidt, maar bij mij is die fase soms buitengewoon heftig. Alsof Netflix ook een programma kent dat mijn geest in ruste helpt om spanning en sensatie op te roepen die me bij wakker worden aardig de adem beneemt soms. Is dat iets specifieks voor mij of komt het ook bij anderen voor?! Als je even op Google kijkt zie je direct dat een dromer zeker niet uniek te noemen is. Sommige mensen maken de meest fijne dingen mee in hun dromenland. Vrouwen vaak romantischer dan wij mannen. Net als bij de vroegere seksescheiding is bepaald houden vrouwen van avonturen met prinsen op witte paarden die hen lokken in kastelen vol bedienend personeel en minnaars die hen verwennen op een wijze die het normale leven meestal niet in zich heeft. Mannen beleven vooral andere avonturen.

De een is vechtend en rollebollend bezig om de straat te beveiligen, een ander zweeft over daken en kijkt in andere buurten rond. Mensen dromen dat ze tijdens een bedrijfsspeech ineens in hun nakie staan en anderen vallen in het water. Mijn dromen bewegen zich veel in het umfeld van vroeger werk. Met name een specifieke periode, waarover ik in mijn vervolgverhaal nog zal vertellen, waarin de emoties vaak heel hoog opliepen komt telkens weer terug. Soms vermengd met actuele dingen, maar wel een herhalend fenomeen. Sommige dromen ben ik bij het wakker worden snel vergeten, anderen blijven hangen. En dat weer leidt tot een zekere dufheid omdat het gedroom me vast weet te houden en doet nadenken over kennelijk slecht verwerkte emoties. Al ligt de bewuste periode dan ook al dertig jaar achter me. Dan nog.

Een specifieke droom is me uit het verleden altijd bijgebleven al heeft die niks met werk van doen. Een vliegtuig dat op ons vroegere ouderlijke huis neerklettert en op het dak blijft liggen. Ik zie het in de droom dan van afstand en bedenk me dat er mensen maar ook huisdieren in dat pand moeten zitten. En als ik dan naar binnen en boven loop kom ik bekenden tegen die gewoon doorleven en niet willen geloven dat op het dak een brandend vliegtuig te vinden is. Ik zoek de dieren. En die lopen constant voor me weg. Ik krijg ze niet te pakken. Zo frustrerend…. Noem het maar geen bijzondere droom. Zeker als je bedenkt dat ik hem al drie keer in verschillende vormen heb mogen beleven. Frustraties alom. Vermoedelijk toch een al te grote zorg om have en goed. Maar in veel situaties ook zeer vermoeiend. En hoe gaat het jullie op dit punt zoal? Intense of oppervlakkige dromer? Van de warme of de avontuurlijke soort???

Verwaarloosbare oldtimers…

Zodra er een treffen is van oldtimers, en dan bedoel ik niet ouderen met een rollator, maar meer de gemotoriseerde vervoermiddelen die we als zodanig erkennen, is de publieke belangstelling vaak groot. Wie daar dan achter zo’n draaiende auto gaat staan weet dat de uitlaatgassen in vergelijking met de moderne varianten nogal stinken. Ze komen ook zowat ongezuiverd naar buiten en dat is een reden voor de milieumaffia om allerlei restrictieve maatregelen af te dwingen bij een Groenlinkse en D66-gedicteerde overheid. Milieuzones moeten er komen en de mensen die deze wagens rijden moeten extra belasting betalen en nog meer. Men haalt er allerlei argumenten bij, maar weinig feiten of cijfers. En als je die cijfers er wel bij pakt zie je dat van de 140 miljard jaarlijkse personenwagenkilometers die wij allemaal afleggen slechts 0,2% voor rekening komt van die gekoesterde oldtimers.

Daarnaast is onlangs gebleken dat alle milieumaatregelen die de landelijke en lokale overheden samen namen niet meer soelaas boden dan een soortgelijke percentage aan vermindering van uitstoot. 0,2%!! Verwaarloosbaar. Een enkele cruiseboot met vakantie vierende passagiers in de haven van Amsterdam of Rotterdam stoot even veel uit als een miljoen personenwagens! Dus die oldtimers stinken wel, ze dragen niets bij aan de uitstoot die door zo veel mensen en media wordt gezien als een grotere bedreiging voor ons leven dan aan de knoppen van atoomwapens zittende malloten, extremisten die ons leven aan willen vallen of de constante volksverhuizingen tussen landen en continenten.

Nee, de auto is de vijand van de groenlinkse mens. Jaja. Juist die oldtimers laten ons zien hoever we zijn gekomen met onze speurtocht naar beter, veiliger, schoner. Maar ook naar hoe ontwerp en styling van toen ons nu nog steeds kunnen ontroeren. Waarom we dat leuk vinden is vaak terug te voeren naar de jeugd. Een normaal kind observeerde zijn omgeving. Een jongen speelde met auto’s en vliegtuigen, een meisje had haar poppenhuizen en af en toe kwamen er ook kruisbestuivingen voor.

Maar wat je toen oppikte en meemaakte werd opgeslagen in het lange-termijn-geheugen en is nu bron van nieuwsgierigheid naar hoe het vroeger was en waar we al dan niet thuis in reden. Voor mij was en is het nog steeds een belangrjk onderdeel van mijn bestaan. Mijn carriere werd er door bepaald. Net als mijn interesses. Vandaar dat ik die oldtimers graag mag zien. En als ze stinken zie ik dat als lekkere lucht. Een lucht die ik weer vertaal naar die vrijwel lege straten van toen waarin je heerlijk kon doen waar je zin in had.

En waar je wist dat veel mensen die uberhaupt een auto bezaten deze koesterden om er dan slechts in het weekend mee op stap te gaan. En dat is nu met die oldtimer-bezitters ook zo. Kortom, zoveel is er niet veranderd! Behalve als je meent dat we terug moeten naar paard en wagen en zeilschepen. Verzuurde fanatici die ons zelfs onze industriele geschiedenis willen ontnemen. Mag niet zo ver komen. Tot dan moeten we gewoon koesteren wat was en is. En die oldtimers behoren daar bij! Op de weg en in de lucht.

Herdenking in vrijheid..

Morgen, 4 mei, herdenken we! Maar dat wordt wel steeds lastiger nu een hele generatie Nederlanders begint te verdwijnen die alle leed van de oorlog die woedde tussen 1940-45 daadwerkelijk meemaakte. Nu is er gelukkig nog een generatie die na de oorlog werd geboren en die niet meteen dat leed en die ontberingen van een oorlog meemaakte. Maar er wel op werd gewezen door de ouders en grootouders die de ellende van een oorlog of terreur wel moesten ondergaan. Wie een beetje oplette op school of tijdens de vertelde verhalen weet dus dat tijdens die oorlogsjaren hele groepen Nederlanders zijn afgevoerd naar Duitsland en verder. Een groot deel daarvan kwam nooit meer terug. Vernietigd door de Nazi’s. Maar ook in het vroegere Nederlands-Indië hebben mensen enorm geleden door de Japanse terreur. Wie daar in een kamp zat wist ook meteen dat het leven niet alleen maar rechten kende, maar vooral de plicht tot overleven. Wat voor veel mensen een wanhopig makende oefening bleek.

En wat daarna gebeurde was natuurlijk ook niet meteen een positieve bijdrage aan de geschiedschrijving van ons land. Je sprak niet over die ellende. Verwrongen (lees: gekwetste) geesten waren het resultaat. Leed, verdriet, soms totale wanhoop geeft een andere soort leven dan comfort, veiligheid en voldoende eten tot je erbij neervalt. Maar het ergst is toch wel dat je verwanten, familie, vrienden, kinderen of wie ook voor altijd kwijt bent geraakt. Voor sommige families was dat een pijnlijke constatering na een vrijwel totale uitroeiing. Joodse mensen kunnen ons op dat punt nog steeds bijpraten. Ongekend! Maar ook soldaten die krijgsgevangen werden gehouden, dwangarbeiders, communisten, homoseksuelen, enz. enz. mochten vrezen voor hun leven als de Duitsers of Japanners hen te grazen namen. Dat was dus geen rooskleurig beeld. Al die doden, ook die onder de Nederlandse strijdkrachten die een volkomen hopeloze maar ook heldhaftige strijd voerden tegen de invasiemachten van die terreurlanden die indertijd de As vormden. Heel wat jongens sneuvelden in de eerste dagen van de oorlog.

Net als burgers die slachtoffer werden van bombardementen op steden als Rotterdam of Den Helder. Dat zijn de ware slachtoffers. (Nederland kende 181.000 doden in wo2) En die moeten we blijven herdenken. Omdat die Tweede Wereldoorlog ongekend was in zijn heftige moordzucht. Ons landje was dat niet gewend, zeker, want in WO1 deden we niet mee. Waren we neutraal. Maar dat trucje lukte niet in WO2. We werden gewoon overlopen door Duitse en Japanse horden. Tegenwoordig zien we dat veel zaken worden toegevoegd om die herdenking voor jongere generaties al dan niet hier geboren Nederlanders acceptabel te maken. Maar geen daarvan kan zich qua ellende meten met het leed dat ons land in WO2 werd aangedaan. En om daaraan te denken houden we op die 4e mei 2 minuten stilte in acht. Twee minuten! Een evenement dat we nog jaren zullen moeten koesteren. Opdat we snappen wat het is om zoveel mensen te verliezen als we indertijd deden. Ook al zullen er wel weer lieden zijn die ergens een of ander stukje vervalsing van de geschiedenis toepassen om hun eigen frustraties om te zetten in semiwetenschappelijke onderbouwing van de eigen stelling. Maar die horen niet bij wat we op 4 en 5 mei herdenken. Al moet je zelfs die malloten rond de viering op de 5e mei hun mening laten uiten. Opdat ook de vrijheid van anderen die we nu nog koesteren niet verloren zal gaan. En we ook waakzaam blijven ten aanzien van het nieuwe anti-semitisme wat nu weer de kop op steekt, net als homohaat en afkeer van andersdenkenden. Gedenken mag dus best nog wat dieper gaan. Waarbij we onze normen en waarden beschermen als heilig en niet laten verdwijnen omdat door frustraties en slecht onderwijs minderheden menen dat zij de geschiedschrijving kunnen of mogen veranderen. Feiten zijn feiten! Toch iets anders dan een in vrijheid uit te spreken mening. Mits niet geschreeuwd natuurlijk…

Lastige eter…

Zoals u heeft kunnen lezen in mijn blogverhaal van 8 maart jl. moest ik afgelopen weken een dag of wat voor mijzelf zorgen. Vrouwlief was op reis en dat vraagt de nodige inventiviteit mijnerzijds. Maar een ding is zeker, ik at niks wat ik zelf niet kan pruimen. Het waarom ligt besloten in het antwoord op de vraag of ik een lastige eter ben. Ja! Ik lust bepaald niet alles. En gruw van experimenten op dat punt. Dus geen liflafjes zonder gevoel dat het de maag enigermate vult. Ik heb bepaalde groenten sinds mijn onafhankelijkheidsverklaring een jaar of 50 terug, op de verbanlijst staan. Die komen er niet meer in. Oorzaak en gevolg! Thuis werd vroeger van alles en nog wat op tafel gezet wat ik niet lustte. We moesten dat dan alsnog opeten. Onder dwang desnoods. Soms met enorme hoeveelheden appelmoes om de smaak te compenseren.

Spruitjes, Savoije kool, tuinbonen, raapstelen, ik vond het allemaal vreselijk. Bloemkool was er ook zo een. Als we op vrijdag geen vlees aten, het katholieke geloof speelde toen nog een rol in huize Meninggever, kookte mijn moeder vaak gestoofde aal. Dat was op zich nog lekker ook. Maar die bijgeleverde wortelen kon ik maar moeilijk waarderen. En zo ging dat door. Eenmaal gewend geraakt aan de kookkunsten van mijn schoonmoeder ontdekte ik heel andere groenten en gerechten. Smakelijk en voedzaam. Later kwamen de gerechten uit andere landen. Indisch, Chinees, Italiaans, Grieks, Spaans, Italiaans, Tsjechisch zelfs, het was allemaal lekker.

Maar die groenten uit de jeugd kwamen en komen er niet meer in. Dat houdt in dat wij hier soms met twee pannen werken en apart gekookte gerechten. Vrouwlief is wel van de Hollandse pot. Veel meer dan ik. Maar veelal lukt het prima om samen een gerecht te nuttigen dat wij beiden lekker vinden. Maar die lucht van spruiten is voor mij nog steeds een brug te ver en reden om alle ramen tegen elkaar open te zetten. Hoe dan ook, wie mij uitnodigt om lekker te komen eten krijgt meestal vooraf op wat ik wel en niet blief. Beter eerlijk dan confrontatie achteraf. Dus geen broccoli s.v.p. en al die andere soort dingen. Er is nog zoveel wat ik wel lust. Maak het me niet zo moeilijk dus. Of nodig me dan maar niet uit. Maar ik merkte dat dit bij de lieve vrienden en familie er niet in zat. Ik was meer dan welkom en de pot werd aangepast. Leidde tot gezelligheid en smakelijk eten. Echt smakelijk. Zoals ik het graag wil. Aanmatigend ook, maar dat is me zelf goed bekend….(Beelden: Internet)

Als een echte leeuw…

Maar liefst dertien pausen droegen ook mijn naam en dus zal er wel een link te vinden zijn naar de katholieke kerk bij het verkrijgen van die naam na mijn geboorte. Best logisch als ik naar mijn achtergrond kijk, al zie ik ook wel dat ik deze naam vooral toch te danken heb aan vernoeming naar mijn biologische vader die hem ook al droeg. Zo ging dat indertijd, vernoeming was een soort eer voor degene wiens naam werd gebruikt voor de nakomeling. En dus bepaalt die naam ook vaak de periode waarin je bent geboren. Ik denk dat mijn naam maar weinig meer voor komt in de moderne lijst van namen voor jongens anno 2017. Nee, ik ben echt een kind van mijn tijd. Maakt me niet minder trots hoor. Die naam heeft een uitleg die er zijn mag. ‘Leeuw’ de meer normale vertaling, maar er is ook een verwijzing naar ‘sterk door genade’. Of dat laatste nu echt een karaktereigenschap is die ik bezit is zeer de vraag.

Maar ik laat het me uiteraard graag aanleunen. De wijsheid die ik hiervoor oreerde komt uit een boek over voornamen dat ik onlangs in nieuwstaat vond bij een kringloopwinkel voor een prikkie. Redelijk recent uitgegeven, en met uitleg over ongeveer elke voornaam die je maar denken kunt. Mooie inspiratiebron voor hen die geen benul hebben hoe ze hun kind over een paar maanden gaan (be)noemen en er ook nog iets origineels aan toe willen voegen. Dat was in mijn tijd wel anders. Nog los van al die Latijnse namen die je eigen roepnaam iets chiques moesten geven, maar die vooral door het aangehangen geloof van de ouders werden ingegeven. En voor elke gelegenheid kwam er wel iets bij. Een katholieke vormnaam of zoiets. Door de jaren heen zijn we op het gebied van namen vrijer geworden. En zoeken het in de bijzondere thema’s. Jan, Piet, Klaas, Henk, Joop, het is allemaal voor het verleden gereserveerd. Modern en aansprekend moet het zijn en dat houdt in dat je over een jaar of veertig wellicht een naam draagt waarvan niemand snapt waarom je die ooit kreeg.

De vernoeming naar voetbal- of andere sterren is er zo een. Los van Johan Cruyff zijn er maar weinig sporters die na een halve eeuw nog door het leven gaan als halve afgoden. In mijn specifieke situatie zie je ook dat de godsdienst geen echte invloed meer heeft en dus dat die typische naam geverij die daarbij hoorde niet meer wordt toegepast. Dat doet men dan in andere stromingen toch wat anders. Bedenk maar eens dat er heel wat Mohammeds worden geboren, als verwijzing naar de profeet van dat relatief nieuwe geloof. In de Christelijke kerken is men gek op de naam Jezus maar is vernoeming toch een beetje heiligschennis. Nee, dan is Johannes (naar De Doper) beter. Maar dat leidt dan weer in de praktijk tot Jan of Joop en omdat die namen zo ouderwets aan doen zoeken we het meer in moderner equivalenten. Of je daar dan net zo trots op zult zijn als ik ben op mijn naam is de vraag. Een echte Leeuw kan dat, ook al ben je dan qua sterrenbeeld gewoon een Steenbok….

Boekdromen…

Ik merk dat ik bij het schrijven van het (derde)boek te maken krijg met herinneringen die kennelijk toch soms een randje van mijn gevoelens beroeren en me dan daarna in de slaap overvallen. Emoties die ik had weggestopt komen terug, gevoelens van boosheid, frustratie vertroebelen dan de rechte lijnen die mij overdag zo bevallen. De slaap als smaakmaker voor het leven, de droom als uiting van fantasie, gekoppeld aan werkelijkheid. Het is en blijft een vreemde verschijning. En dat verschijnen doet zich soms bijna letterlijk voor. Als mensen een rol spelen waarvan ik weet dat ze al een tijdje hemelen. Kortom een mix die kan zorgen voor hijgerig wakker worden. Niet omdat het allemaal zo ‘spannend’ is,  maar wel inspannend. Soms ben ik de dromen zo vergeten, op andere momenten blijven ze een paar uur na wakker worden in de bol zitten en zoek ik de diepere betekenis van wat ik al rennend en vliegend meemaakte.

Nu ben ik altijd wel letterlijk een aardig verhalende dromer geweest, maar dan wist ik wel waardoor e.e.a. werd opgewerkt. Algemeenheden, angsten, zaken die me raakten in de huidige of zeer recente geschiedenis. Vertaald naar een verhaal waar ik zelf een rol in speelde. Maar als die dromen de echte geschiedenis gaan vertellen, waarbij mijn carrièremoves een rol spelen, wordt het toch wel vervelend. Ik sloot sommige van die tijdperken af door iets compleet anders te gaan doen en de vorige fase te vergeten of mee te nemen als aardige leerschool. Wat ze meestal ook waren. Ook als ik zelf een paar negatieve beslissingen nam in zo’n tijdperk, dan nog leer je er als mens van. Als het goed is en je in staat bent over je eigen feilen heen te kijken. Dat laatste is niet iedereen gegund heb ik wel ontdekt en juist die mensen kom ik dan altijd weer tegen als ik met die dromen bezig ben. Malloten, nikskunners, allesweters, jaloerse lieden, misgunners, wraakzuchtigen, roddelaars, kortom het bekende rijtje types die je in het echte leven zo dwars kunnen zitten als jouw weg van zwart naar wit loopt of van helder naar eerlijk.

Ze maakten kennelijk veel indruk. Althans voldoende om me dwars te zitten in de slaap. Terwijl de mensen waar je echt iets aan had, waar je veel van leerde, die aardig liefdevol en vriendelijk waren en soms zelfs dat niet eens, geen hoofdrol krijgen aangeboden in dat snurkende verhaal dat alleen in de eigen geest wordt verfilmd. Nee, dat boek maakte meer los dan me soms lief is. Als dat nu net zo gaat met de inhoud is het goed. En voor wie daar interesse in heeft, ja, de laatste ronde correcties nadert zijn einde. Het moet dit jaar gaan lukken om het in druk richting lezers te krijgen. Wellicht dat die dan met mij mee kunnen dromen over een wereld die bijna niet meer bestaat maar zoveel invloed had op mijn persoonlijke ontwikkeling. Toch iets waard….al is het maar een reeks bijzondere dromen.  En jullie beste lezers? Hoe zit het met jullie dromen???