14

14

Onlangs hoorde ik op de radio iemand geinterviewd worden die daarbij om een advies werd gevraagd.

‘Wat zou je nu zeggen tegen jou zelf op 14-jarige leeftijd?’. De man antwoordde dat hij zichzelf zou adviseren niet constant achter anderen aan te sjouwen en te doen wat de meute van je vraagt. Ik moest daar even over nadenken. Deed ik dat indertijd?? Dacht het niet eigenlijk. Mijn wereld werd zo bepaald door wat ik later wilde gaan doen, dat werk en studie me meer stuurden dan wat straatvrienden allemaal uitspookten. Ook al wilde ik dan ook een brommer bezitten op mijn 16e of achter de meiden aanzitten als het zo uit kwam. Maar dat waren meer de hormonen dan die vrienden. Verder ging ik aardig mijn eigen gang. En ook dat was niet zo handig soms. Je bent toch al snel een beetje een buitenbeentje. Alhoewel, in de toenmalige kring van omringende lieden wilde ik wel graag merken dat ze mij een beetje zouden volgen.

Richting Schiphol of in de hobby die toen nog vooral speelde rond de vliegende vrienden daar. Verder was ik me niet zo bewust van druk die van elders werd uitgeoefend. Het vrij strenge katholieke regime waartoe ik indertijd behoorde zorgde ook dat de 10 geboden er zo in geramd zaten dat je echte ondeugden wel zoveel mogelijk buiten je leven hield. Galg en rad waren niet de waarden die de opvoeding en het opgroeien bepaalden. Eerder een verlangen om in een andere omgeving dan die uit de jeugd de toekomst te zoeken en zelfstandigheid te bereiken. Werken vanaf mijn 14e deed ik, daarnaast drie avonden naar het avondonderwijs, ook nog verkering dus druk zat. Stappen in dat leven waren het behalen van een rijbewijs, gaan werken op Schiphol (na een aantal jaren kantoorwerk op een bank), verloven, trouwen en dan onafhankelijk van het ouderlijk juk kunnen gaan leven. Nul geloof, geen gedoe meer en ook weg uit de oude woonbuurt. Het verlangen daarnaar terug is mij ook compleet vreemd.

Altijd vooruit gekeken en zelden terug, ook al koester ik dan uit dat latere leven vele momenten als zinnig, leerzaam of een toevoeging aan mijn leven of kennis. Groepsdruk was of is me dus veelal vreemd. Niet gek dan ook dat je dan af en toe de bol enorm stoot, want wie meebuigt komt vaak verder dan hij of zij die rechtop in de wind blijft staan en de eigen mening ziet als onderbouwd en dus meer relevant. Zij die indertijd of nu met me omgaan zullen het beamen. Ga nou niet met allerlei onzin trachten om me mee te trekken naar een bepaalde kant, het gaat niet lukken. Met feiten overtuigen is een stuk simpeler. Maar hoe is dat met mijn lezers? Zijn die wel ooit meegenomen in een groep en lieten zich overtuigen van het plezier dat daaruit voort zou komen. Feesten, partijen, deelgenomen aan een orgie of massa-demonstratie zonder dat je wist waar het echt over ging? Vertellen hoor, want dat maakt het juist leuk. Want we zijn niet allemaal gelijk, juist niet. En de leer van Confusius is hier in Nederland een stuk minder ingewassen in de cultuur dan het individualisme. Dank bij voorbaat voor het meenemen in jouw lezersjeugd en wat daar allemaal een rol speelde. (beelden: Persoonlijk archief)

Herfst…

Herfst…

Vandaag begint officieel de herfst.

Dan gaan we weer op weg naar een periode van schemering en koude. De zon zakt steeds verder af naar het zuidelijk halfrond, waar men daarom juist vandaag viert dat de lente begint. Die herfst hier in onze streken kan vaak heel mooi zijn. De Nederlandse omstandigheden zorgen voor natte bossen waar op enig moment de blaadjes hele bodems bedekken, waar de aanwezige dieren hun voorraden gaan opbouwen voor de komende winter. Elk jaar weer, een vast patroon. Mensen kijken vooruit, maar weten ook dat de voorraden niet meteen hoeven worden aangevuld omdat de supermarkten dat al voor ons doen. De gemiddelde mens in ons land heeft het goed, leeft in zekere vrijheid en kan of mag nog zeggen wat hij/zij wil.

Bedenk maar dat het wat dat betreft in andere landen gewoon constant winter is. Symbolisch benaderen wat zo natuurlijk lijkt. Zal zitten in de bui die ik op moment van schrijven van dit verhaaltje heb. De herfst is ook in deze tijden weer de periode van plannen maken voor leuke dingen die komende maanden over ons heen gaan komen. Als alles gaat zoals we willen dat het gaat, en blijft zoals we het graag zien. Praktisch gesproken kijken we naar de CV Ketel en of die wel op niveau voor het in de winter gevraagde warme water staat. De auto moet over een maand naar de dealer, de winterbanden kunnen er weer onder, want de Duitse ritjes vragen er om.

We verzetten de automaten voor de verlichting in huis, en denken terug aan de tijd dat in mijn vroegere vakgebied die laatste maanden van het jaar altijd moesten zorgen dat er nog even 40% van de jaaromzet uit moest worden geranseld. Veel autokopers van toen kochten graag in het najaar iets anders. Ze waren op vakantie geweest met hun oude karretje en waren al dan niet met pech onderweg gestrand en zochten nu naar een betrouwbare nieuwe of jongere tweedehands. Dat waren mooie tijden. Daarnaast planden de toenmalige fabrikanten het nieuws voor volgend jaar, veelal werden die modellen al vanaf de zomervakantie een jaar eerder in productie genomen.

Tegenwoordig werkt dat toch iets anders. Je mag blij zijn als je een nieuwe auto die je nu bestelt ergens over negen maanden of zo ontvangt. Druk op de ketel en een gebrek aan microchips zorgen daar voor. En opvallend, ik heb in mijn logboek voor de gemaakte vluchten ontdekt dat ik slechts een enkele keer op de 21e september in de lucht was. Precies 9 jaar geleden was dat, met vrouwlief en vriendin Thamara. Van Berlijn terug naar Amsterdam. Verder viel al dat gevlieg nooit op die eerste herfstdag. Als dat geen toeval is. Hoe dan ook, ik wens iedereen een geweldige herfst toe. Moge de verkleuring prachtig zijn…. (Beelden: Archief)

De eerste keer….

De eerste keer….

Al eerder beschreef ik wat eerste keren van dit of dat uit mijn leven.

Veel er van is al wat langer geleden. Zo ook de eerste keer dat ik als jong mens het luchtruim koos aan boord van een piepklein toestel van Martin’s Air Charter en mijn woonstek van boven kon bekijken. Later deed ik dat nog een keer en voelde me al een heel ervaren passagier, want twee keer 20 minuten vliegervaring…veel van mijn straatgenoten en familieleden waren nog nooit ‘omhoog’ geweest. Werkend bij een grote bankinstelling (dat deden wij indertijd als jong mens op heel jeugdige leeftijd en leerden ‘s-avonds alles bij wat bij een carriere bij zo’n instelling hoorde) kwam een oudere collega ter ore dat er een malloot rondliep die helemaal gek was op vliegtuigen en alles wat er mee van doen had. Hij bleek een uit het Gooi afkomstige prive-vlieger te zijn die er altijd op uit was om zijn ‘uurtjes’ te maken vanaf en boven Hilversum.

En zo kwam het tot een contact dat leidde tot een afspraak waarbij een collega van de bank, mijn toenmalige verloofde en mijn oudere broer Rob deelgenoot zouden worden van een zaterdags uitje en vluchtje in een echt kleine machine die werd aangeduid als een Piper Tripacer. Daar kon je net aan met drie mensen in zitten en de cockpit was zo eenvoudig als een Volkswagen Kever uit die periode. Omdat broer Rob zelf een auto bezat reden wij naar dat bescheiden stukje vliegweide tussen Hilversum en Loosdrecht en vulden daar de nodige formulieren in. Stortte het toestel neer zou dat niet voor de verantwoording zijn van de piloot of zoiets. Maar ja, je bent jong dus dat risico nam je wel. Vliegen, daar ging het om. En hup in volgorde van twee om twee gingen we de lucht in. De piloot maakte een paar mooie bochtjes boven de Loosdrechtse plassen, we bekeken de wijken van Hilversum, genoten van het geraas van de motor, hielden ons intussen vast aan wat lussen en keken naar de piloot die op een of andere raadselachtige wijze de weg terug naar het vliegveld wist te vinden. Na een uurtje of twee was de pret over. Koffie met appeltaart voor de passagiers, een hand voor de piloot uit dank (afrekenen moest vooraf) en wij praatten nog na. 16 was ik, en al aardig ervaren als zei ik het zelf. Wist ik veel. Er zouden nog heel wat vluchten en vluchtjes volgen. Maar die eerste keer in zo’n piepklein ding blijft me goed bij. Zoals veel eerste keren van wat ook. Zal vast voor meer mensen gelden. Is dat wel zo maakt het mij uniek, en dat is dan voor het eerst….(beelden: eigen archief)

Anders…

Anders…

Onlangs filosofeerden we met lieve vrienden over het leven, missies, dromen, verlangens, en dat alles in relatie tot de emoties die toch vrij komen als je een naaste verliest of pakweg een nieuwgeborene zich meldt.

De vragen werden gesteld in een stichtelijke sfeer en we kwamen individueel tot de slotsom dat je als mens best soms door omstandigheden of ambities tot keuzes komt die je achteraf gezien wellicht niet had gemaakt. Andere keuze qua opleiding of beroep, misschien zelfs al dan niet vroeg in een relatie treden dan wel het krijgen van weinig of veel kinderen. Kan ook zijn dat de keuze voor een woonomgeving ineens anders wordt bekeken dan je het indertijd deed. Leeftijd speelt daarbij natuurlijk een rol. Elke tien jaar toegevoegd aan een mensenleven geeft meer inzicht in hoe je naar bepaalde zaken kijkt. Wijsheid noemt men dit wellicht, maar het kan ook komen doordat mensen soms doodongelukkig zijn geworden door de keuze die ze (al dan niet onder dwang van derden of omstandigheden) indertijd maakten.

Zo herinner ik mij dat ik in een speciale trainingssessie die ik samen had opgezet met iemand die daartoe een aardige formule had ontwikkeld en wij als pilot uitrolden over een aantal relaties die zochten naar een nieuwe uitdaging in hun leven, dat een van de kandidaten zich in een van die sessies tot in tranen geroerd toonde bij beschrijving van zijn huidige situatie. Hij was nu accountant, had een goed inkomen en zo meer, maar echt gevraagd naar wat hem gelukkig zou maken was het antwoord, ‘onder de koeien zitten, net zoals mijn vader en opa ooit deden’. Maar juist zijn Pa had aangedrongen op studeren opdat hij een beter bestaan zou krijgen dan de man zelf. Kortom, een voorbeeld van verkeerde beslissingen. Een verkeerde partner, een huis op de verkeerde plek, foute baan die ongelukkig maakt, te lang vasthouden aan geloof of wat ook.

Misschien te lang blijven roken of te vet eten, dan wel in de jeugd geen aandacht voor anderen maar alleen het eigen geluk gezocht en daardoor later toch tot het inzicht komende dat dit niet zo handig was geweest omdat er zoveel moest worden ingehaald. Het zijn lastige vragen…en toch! Ik stel ze ook hier. Heb je als je er nu op terugkijkt zelf iets van ‘dat had ik graag toch anders gedaan’. Kan een structurele situatie zijn, maar ook een onderdeel van je leven waar je nu spijt van hebt en over zou willen doen? Altijd al willen zeggen…… Dat had ik moeten doen….. Stom! Zoiets! Maak van het hart geen moordkuil, en vertel. Ik beloof dat het in alle stilte wordt geplaatst……:) (Beelden: Internet)

Vroeger..beter??

Vroeger..beter??

O, o, wat is het toch een lastige tijd tegenwoordig…..vroeger was het toch echt een stuk beter!

Je hoort het sommige mensen met een verlangen naar die vroegere jaren vaak zeggen. Het leven was simpeler, althans dat is de redenatie, je had minder last van criminaliteit en andere ellende en je wist tenminste wie je vrienden of vijanden waren. Ik heb de leeftijd bereikt dat ik een beetje overzicht heb van hoe fijn dat leven vroeger wel niet was. Niet alles was zo fraai als het nu wel eens wordt voorgesteld, al maakt het wel iets uit hoe oud je bent. Mensen die geboren zijn in de jaren 70 of daarna hebben toch een andere geschiedschrijving voor ogen dan ouderen. Ik stam uit de periode van na de oorlog en weet nog goed dat voor ongeveer iedereen in onze woonbuurt of op de scholen die ik bezocht, keihard werken nodig was om de eindjes aan elkaar te knopen. De oorlog had er hard ingeslagen. Er was maar weinig keuze aan leuke of lekkere dingen in de toenmalige kruidenierswinkels, de eerste supermarkten beschreef ik al eens eerder.

Je had een slager in de straat, bakker, melkman, kolenboer, en waar wij woonden ook een sigarenwinkel, annex -minimarkt (ja, ook toen al) en een radio/tv-winkel waar welgestelden hun eerste zwartwit-tv konden kopen. Een auto was voor de meeste gezinnen een brug te ver, een brommer kwam eerst, maar veelal moest je met het toenmalige openbaar vervoer of op de fiets om ergens te komen. Geloof bepaalde tot welke clan je behoorde. En je behoorde niet om te gaan met anders denkenden. Zelfs niet in de Amsterdamse buurt waar ik opgroeide aan de zuidkant van de Amstel.

De opleiding dus ook in de eigen kring. Daarbij verplicht naar de kerk, streng begeleid door de daartoe aangestelde ‘broeders’. Ouders hielden van tucht en orde, dus deed je iets fout kreeg je er van langs. De mattenklopper was geduldig. En heus, dat was heel normaal. Net zoals die katholieke opleiders er fysiek op los sloegen als je afweek van de norm. En dat in klassen waar 35-40 leerlingen meer normaal dan uitzonderlijk waren. Hoezo individuele aandacht? Feit is ook dat die wereld van toen op kindniveau geen echte diversiteit op etniciteit kende. Een enkel Chinees gezin, soms een kind uit een Italiaans gastarbeidersgezin, maar verder? Allemaal Hollandse koppies. De echte immigratie vaak gekomen uit Drenthe of Friesland. Van veel verder kwam men niet. De huizen van toen waren veelal keurig netjes met de beschikbare middelen overeind gehouden huurwoningen. Vaak stammend uit de 19e eeuw waar men in etages boven elkaar woonde. Ons huis bestond uit drie officiele kamers, maar we hadden ook een tussenkamer die als slaapkamer voor de ouders diende, een aparte keuken met het toilet daarachter en op zolder een separate opbergruimte. Het was voor die tijd niet eens zo gek allemaal.

Men was al blij een halve woning te kunnen krijgen in de toen ook al krappe Amsterdamse woningmarkt. Is er veel veranderd? Nee, niks! Internationaal ook niet. Oost en West bestreden elkaar in Korea, later in Vietnam, Cuba, het Midden-Oosten. Men smeet atoombommen op atollen, dreigde met raketten. Over milieu werd niet moeilijk gedaan. Immers je was al blij als de kolenkachels brandden. En met wat geluk en vakmanschap deden ze dat. Uitstoot was een non-issue. Gold ook voor auto’s en brommers. Een deel reed op tweetakt, daarvan slaan nu alle alarmbellen groen uit van ellende, maar toen was dat een efficiente en veel voorkomende aandrijfbron.

Mensen die uiteindelijk een auto bezaten maar het onderhoud lastig konden betalen deden dat dan vaak zelf wel even en lieten de oude olie uit het vehikel dat ze wilden vertroetelen zo in het riool lopen. Wassen deden ze de auto langs openbare stromen, het vuile water werd daar prima afgevoerd. Gold ook voor het toenmalige atoomafval. In vaten, verpakt in oude schepen en die dan laten zinken in Noordzee of oceaan. Was voor later zorg. Pas ergens in de jaren tachtig veranderde er het een en ander. Omdat we 15 jaar eerder pas het juk van de jaren vijftig van ons af konden schudden. Een mentaliteit die naar spruitjes rook of naar wierook. Ik maakte het allemaal mee. Leerde er van. Nooit meer terug naar die tijd. Genieten van het moderne leven. Nooit meer geknecht, armoede, godsdienstbeknotting, of de middeleeuwen. Ik snap dus niet dat er mensen zijn die dat wel zien als ultiem. Zij die het wel doen moeten het maar zeggen. Ben benieuwd wie hier ook dat verleden zo koestert dat het roze ziet. Want ik doe dat niet……En ik gaf maar een paar voorbeelden uit die oude tijd! (Beelden: Archief)

Thuiswerken…

Thuiswerken…

Andere tijden vragen om verschillende oplossingen.

Onze wereld is anno 2020 totaal op de kop gezet door een virus dat qua impact zijn weerga niet kende. Om verspreiding tegen te gaan (nauwelijks gelukt) gingen we massaal thuis werken. De Lease-Tesla’s en BMW’s van de zaak bleven voor de deur staan en we deden onze meetings niet meer in person maar gewoon online. Het bleek prima te werken ook al was het voor veel werknemers of managers wel even wennen. Thuis bleek weliswaar veiliger tegen de verspreiding van dat virus, maar ook niet meteen handiger. De meeste huizen bleken geen ruimte te hebben voor een thuiskantoor, sommigen werkten vanaf de keukentafel, anderen zaten in de schuur en de meeste lieden op zolder.

Is dat leuk? Kennelijk niet. Want er werd veel over geklaagd. Men miste de luxe van de kantoren waar men normaal bivakkeert, de smaak van de koffie-automaat, de warmte van collega’s. Maar vooral natuurlijk de sleur van alle dag. Want we zijn kuddedieren en hebben het gewoon in ons systeem zitten om samen met anderen de hele dag door te brengen in een goed geoutilleerd kantoorgebouw. Zelf ben ik ergens in 2000 overgeschakeld naar dat thuis werken. Toen ik de laatste managementfunctie buiten de deur opgaf en overstapte in de wereld van het fulltime ondernemerschap richtte ik een kamer van ons huis in als kantoor.

De kleinste slaapkamer, ingericht met een bureau, computer, ISDN-verbinding (had je toen nog) een ladenkast en een vitrine met wat zaken die ik er toe vond doen, Om me heen ruimte aan de muren om ontwerpen en plannen op te hangen en hup ik kon aan de slag. Het werd mijn thuisbasis. Want was toch veel onderweg. De opdrachten noopten daartoe. Trainingen of goede professionele adviezen geven deed je op locatie. Maar de volgende dag had ik wel mijn eigen ruimte om bij te komen van een late thuiskomst. Ook toen ik later als ingehuurd hoofdredacteur b-to-b-bladen mocht maken en ik daartoe een dag of drie per week ter plekke bij de uitgeverij aan de slag was, bleef mijn thuiskantoor de basis. En neem van mij aan dat ik de kantooruren (..) echt vol maakte. Ik zat er al vroeg achter mijn bureau, en stopte pas als het buiten donker werd. Want als zelfstandig ondernemer moet je ook nog een boekhouding bijhouden en zo meer.

Uiteraard liep ik tussendoor dan wel buiten, het lijf moest onderhouden, maar toch. Een grotere slaapkamer gaf me in huis later de ruimte om zelfs relaties te ontvangen. Weer wat later lieten we de zolder zodanig verbouwen dat daar een professionele werkplek ontstond die ik combineerde met mijn museumpje… Het werden steeds prettiger werkomstandigheden. Wellicht doordat we in ons huis de ruimte hadden of hebben om dit allemaal te doen. Ik had het wellicht als nog actief zijnde adviseur nu prima voor mekaar gehad. Ik had zeker bepaalde collega’s erg gemist, maar anderen zeker ook niet. Ook een voordeel van dat thuiswerken. En….doordat je veel minder hoeft te rijden als je thuis werkt heb je ook een veel minder grote auto nodig. Scheelt veel geld. Maar dat effect komt nog. De grachtengordelteslarijdervandebaas is gewaarschuwd…. (Beelden: archief)

Werken op Schiphol – 28 – conclusie!

Werken op Schiphol – 28 – conclusie!

Uit mijn vervolgverhaal over dat werken op Schiphol zou de lezer hunnen opmaken dat het soms alleen maar kommer en kwel was in die jobs die ik indertijd uitoefende.

Ach, dat is bepaald ook niet zo. Wel was het er altijd keihard werken en bleek het stressniveau hoog. Met name managers die een grote dorst vertoonden en weinig gevoel voor aansturing van een organisatie zorgden voor die soms beschreven stress. Met de meest klanten had ik daarnaast, achteraf gezien, wel een goede band. Ook internationale relaties verzorgde ik prima. Bij dat laatst beschreven bedrijf ging ik vaak op stap met die lui en liet ze dan Nederland zien, op andere wijze dan ze normaal wellicht een beeld zouden krijgen van dit logistiek sterke land. En hield met een aantal van hen vaak nog lang contact. In die periode dat ik zowel in de auto’s of luchtvaart werkte deed ik nog wel eens aan kruisbestuiving. Zo verkocht ik auto’s op Schiphol toen ik daar nog werkte die dan werden geleverd door de dealer waar ik later zelf terechtkwam, maar benutte, eenmaal in de auto’s, weer contacten die ik in die luchtvaartwereld had opgedaan. Zo werd het computernetwerk indertijd bij Pon in Voorschoten aangelegd door een oude Schipholse relatie die daarin gespecialiseerd was geraakt.

En deden we veel trips naar Tsjechie in die jaren met de reisorganisatie van mijn oude contact bij CSA, de Tsjechische luchtvaartmaatschappij. Omgekeerd leverde ik dan weer auto’s aan die lui toen ik dat vak verkeerde. Maar wat vooral van belang was dat ik ontdekte hoe belangrijk die logistieke sector is voor de economie van ons land. Juist nu, Corona en zo, zie je weer dat we zonder vrachtvervoer door de lucht eigenlijk een middeleeuws landje zouden zijn waar serums, mondkapjes of desinfecterende gels en zo meer pas na maanden leverbaar werden in plaats van na enkele weken. De sector is goed voor 100.000 directe banen (luchtvaart) en nog eens 300.000 indirect. Veel bedrijven die wij n u zien als typisch Hollands vestigden zich in de buurt van Schiphol en zorgen nog eens voor lokale ontwikkeling van economie, woningbouw en sociale cohesie. Nederland werd door de jaren heen, ik maakte dat uiteraard aan den lijve mee, draaipunt voor luchtvracht. Transitgoed een dikke business.

Zelf leerde ik er extra disciplines ontwikkelen, vindingrijk denken, wat talen, maar ook dat malloten aan de top slecht nieuws zijn voor mensen zoals ik. Vakmensen, absoluut, maar als hiervoor gesteld niet zo geschikt voor aansturen van een organisatie. Nu was en is voor mij (al eerder beschreven) zwart vooral zwart en wit, wit. Anders kom je er niet en het vliegtuig mag geen vertraging ondervinden. Je moest aan de andere kant ook leren improviseren. Want op jouw weg naar doel en succes kon zo maar een obstakel zitten zoals een douane-beambte die zijn job wel heel serieus nam. Ik leerde er ook professioneel schrijven voor vakbladen. Ik leerde er presenteren voor groepen mensen. Zaken waar ik later in die andere branches waar ik voor koos te werken, veel baat bij had. En, niet onbelangrijk, ik behield de liefde voor alles wat vliegt en in die andere branche…rijdt. Nee, mensen, ik heb er geen spijt van. Had wellicht zaken anders aan moeten pakken, iets meer diplomatiek moeten zijn…maar dat zit niet in de aard van het beestje. Schrijven wel. En dat heb ik er ook hier over gedaan. Op naar een nieuw avontuur op dat gebied….Dank voor de belangstelling….. (Beelden: Yellowbird)

Gelijk….

Gelijk….

Mij zit het in de genen! Ik geef het toe. Gelijk is gelijk, zwart is zwart en wit wit! Maar tussen gelijk hebben en dat krijgen zit veelal een wereld. Dat merk je altijd en overal. Zo zijn er grote staatslieden die menen dat hun gelijk het enige is en dat van anderen niet telt. Zo zagen we de vorige Amerikaanse president Trump vasthouden aan zijn eigen beeld van gelijk rond de verkiezingen die hem tot winnaar deden uitroepen precies hetzelfde doen als zijn voormalige tegenstander Hillary Clinton die ook niet kon geloven dat deze man, Donald Trump, haar had verslagen. Haar gelijk was vooral moreel meende ze, maar dat telt niet in een numerieke strijd. Gek genoeg speelt gelijk een grotere rol dan de letterlijke betekenis van het woord in heel wat soms hoog oplopende discussies en ruzies. Vrijwel nooit hebben twee tegenovergestelden allebei gelijk. Kan vrijwel niet. Het compromis moet dan oplossing bieden. Beetje toegeven dat jouw gelijk wellicht net zo min hard is als dat van een ander.

Maar dat is voor veel mensen en stromingen lastig. Immers, zij weten altijd ‘zeker’ dat ze gelijk hebben. Terwijl de andere kant met feiten kan staven dat dit niet zo is. Waar komt dat gelijk dan vandaan? Nou veelal uit interpretatie. De Bijbel valt op verschillende wijzen uit te leggen en dat geeft veel afsplitsingen van het enige ware geloof een eigen gelijk. Zelfde zie je in het Jodendom en de islam. Fanatieke volgers opleverend en ruzies en oorlogen tot gevolg. Socialisten hebben dit net zo. Gelijke rechten voor alles en iedereen, maar net meer rechten voor de bestuurders van land, provincie of stad. Is dat geclaimd gelijk? Bedacht? Voor hen die het er niet mee eens zijn een onverteerbaar soort gedrag van die andere kant. Gelijk zijn als tussen rassen onderling. Gewoon normaal gedrag, je houden aan de wet, zelfde taal, zelfde normen en waarden. Maar als je dat niet wilt en maling hebt aan die normale gedachtegang. Heb je dan gelijk of niet?

Vanuit jouw visie vast, maar is het ook daadwerkelijk zo?? Gelukkig is in het verkeer alles geregeld….toch? Rechts heeft voorrang en voor rood stoplicht stop je om de anderen voor te laten! Simpel, maar in de praktijk heeft iedereen een soort ‘gelijk’ ontwikkeld en tellen die regels toch vooral voor anderen en niet voor hen die maling hebben aan die Wegenverkeerswet. Kortom, de samenleving is net als een intermenselijke relatie. Nooit is de claim van het gelijk 100% onderbouwd met feiten of ervaringen. Of toch wel? Ik zelf ondervind vooral dat op het gebied van geschiedschrijving veel verandert. Ik heb er wel eens eerder wat over geschreven. Zelfs die feiten vallen te veranderen ten gunste van hen die graag gelijk willen hebben. Het verbaast me….nog steeds. Maar het verandert mijn denken niet. Want ik heb altijd gelijk. Ook op dit punt. En wie dat betwist moet het maar even melden…. (Beelden: archief/internet)

Werken op Schiphol 27 – Nieuwe frustraties!

Werken op Schiphol 27 – Nieuwe frustraties!

De organisatie bij dat fusiebedrijf was net een beetje op orde, op elke afdeling hadden we nu voldoende man/vrouwkracht om de enorme stroom lading aan te kunnen, toen de volgende verandering zich al weer aandiende.

Het enorme moederbedrijf in Duisburg (D) dat de hele boel op enig moment had overgenomen legde alle logistieke aansturing in handen van een groot Duits transportbedrijf uit de buurt van Frankfurt. Daardoor moest de systematiek overal ter wereld waar men kantoren had opnieuw op de schop en alle voertuigen plus drukwerk opnieuw compleet worden aangepast. Eigenlijk wilde men vanaf moment een weer met de teller op nul beginnen. Marketing/verkooptechnisch een ramp natuurlijk. Met een zeer beperkt reclamebudget moesten we zien dat we ook deze boodschap over de buhne kregen.

Een persconferentie werd belegd waarbij ik de ‘chef’ van dienst moest ondersteunen. Maar dat was geen echte prater in het openbaar. Daarbij kwamen er ook nog mensen over uit het hoofdkantoor om te zien hoe wij dat aanpakten. En daar kwam ineens een adder uit de mouw op persoonlijk vlak. De manager die ik al zo vaak had zien ruzie maken met mensen uit de organisatie in New York en anderen, dronk zichzelf moed in bij veel gelegenheden maar ook voor deze zo belangrijke persconferentie. Mijn haren stonden daardoor recht overeind. Ik wist ineens ook waarom dat sollicitatie-traject zo vreemd was verlopen. De man had een Januskop. Twee gezichten. Hoe dan ook, we knokten ons door de persmiddag, ik ontwierp een aardige reclame-campagne voor in de vakbladen, we gaven opnieuw opdracht aan de spuiter om de bestelwagens van andere kleuren te voorzien en een relatie die ik nog kende uit mijn dealertijd kwam langs voor nieuwe naamstriping. Intussen legden we in woord en beeld onze klantenkring (en die was groot) uit wat die nieuwe naam voor hen betekende. Nog meer potentie, meer service, meer mogelijkheden.

Maar intern kraakte de boel daarna wel. Administratief raakten we steeds meer achterop. Automatisering moest gaan plaatsvinden, maar dat stond nog in de kinderschoenen. Via een andere oude relatie uit mijn dealertijd haalden we wat computers en wat boekhoudsoftware in huis om zo de boekhouding juist te kunnen voeren, we huurden een vent in die dat werk goed aan kon maar al snel commentaar gaf op de drankzucht van de ‘baas’. En die kritiek deelden wij als MT zelf ook. Het was een serieus probleem aan het worden. Ook klanten klaagden er nu over. En ik kreeg dat als Sales/Operationsmanager van dienst niet meer recht gepraat. De druk steeds groter, de klantenkring idem, maar intern een zootje. Gemor en geklaag steeds groter. Toen er op enig moment een gigantische planten- en bloemenshow die we samen met Nederlandse export-instituten zouden opzetten in een Zuid-Amerikaans land compleet verpest leek te worden doordat onze chef in dronken conditie allerlei wonderlijke beslissingen nam zonder overleg, en zelfs de door het hoofdkantoor in Duisburg bij ons geplaatste vrouwelijke Financial Controller daar schande over sprak was de boot aan. Met een aantal collega’s uit het MT stuurden we een brief naar Frankfurt. Dit kon niet zo doorgaan…toch? Dat pakte daarna fout uit. Als aandeelhouder was de verantwoordelijk manager in ons kantoor vrijwel onaantastbaar. Het MT werd in plaats daarvan aangepakt. Men hield niet zo van klokkenluiders in Duitsland. De Duitse dame werd teruggeroepen en opzij gezet, wij namen als groep onze verantwoordelijkheid en vertrokken. Ik laat de details voor wat ze zijn, maar het werd een leegloop. En zo eindigde mijn tweede optreden in de Schipholse logistiek. Tijd voor iets anders. Ik had intussen mijn eigen reclame-adviesbureau, een studie afgerond op dat gebied, de eerste klanten bediend. Maar er lonkte ook een bijster leuke en avontuurlijke job in autoland. Daarover schreef ik in mijn andere verhaal al uitgebreid. Een paar maanden na het avontuur op Schiphol stapte ik over. En dat was weer een avontuur op zich….Maar heb ik al beschreven….(Beelden: Yellowbird archief) (voor het vervolg zie: Leven met de Vliegende Pijl – 31 en 32 van 030219 en 100219)

Werken op Schiphol – 19 – Eindelijk op stap…

Wie appelen vaart, zal ze ook eten, zo gaat dat in veel vakgebieden, maar in de luchtvaartsector werkte dat bepaald niet zo in die jaren. De verhalen van de heren (dames werkten er toen nog niet of nauwelijks) verkopers bij de luchtvaartmaatschappijen over hoe goed een airline zijn taken kon vervullen voor jou als ‘IATA-agent’ zaten veelal vol superlatieven. Maar als je een lading met die lui vervoerde en hij bleef ergens onderweg steken op een transfer-vliegveld deed dat veel af aan die prachtige verhalen. En vroeg je je af waarom het toch zo vaak fout ging. Zelfs bij rechtstreekse vluchten, zonder tussenstop, waren er maatschappijen die in staat bleken jouw lading onderweg kwijt te raken. Met alle gevolgen van dien. Tegelijk professionaliseerden die maatschappijen hun hele logistieke proces ook in die jaren en breidden sommige vliegvelden uit tot enorme omvang waarbij Schiphol, ook in diens moderne (Centrum)vorm verbleekte. Af en toe viel er dan wel eens een ticket op het bureau van baas Breems die daarvan dan gretig gebruik maakte om zijn licht op te steken  elders in Europa of de wereld. Ook als het om beslissingen ging die met mijn export-afdeling van doen had. Ik vond dat toch minder plezierig, want het leken, zo bleek vaak uit de verhalen, heel interessante trips vol gezelligheid te zijn.

En met sommige van die airlines en hun vertegenwoordigers had ik meer dan goede contacten. Toch duurde het ruim zes jaar voor de eerste van die lui mij ook eens op de lijst zette voor een soortgelijke trip. Het was British European Airways (BEA) dat toen in een fase verkeerde samen te moeten gaan met de BOAC wat zou moeten gaan leiden tot het nu nog bestaande British Airways. Hun thuisbasis was Heathrow Airport en daar had men diverse vrachtcomplexen waar bij onze lading regelmatig veel mis ging. Men nam een stuk of 15 export-managers mee op deze trip, waaronder ik. Februari 1972 werd dat bezoek ingepland en uitgevoerd. In een enkele dag op en neer. Naar een land waar op dat moment overal stakingen plaatsvonden en dat alleen al zorgde voor avontuurlijke bezoekjes. De lunch in een restaurant vol kaarsjes omdat er geen elektriciteit werd opgewekt tijdens de stakingen. Op Heathrow zag ik wel waarom het soms fout ging bij die transfers, maar men beloofde ter plekke beterschap. Ik benutte ze daarna nog jaren lang trouw. Vreselijk aardige lui en tijdens deze trip zeer gastvrij. Daarbij vlogen we op en neer in een Britse Trident passagiersmachine die me altijd al intrigeerde. Prachtige kist, mooie trip en extra ervaring.

Een paar maanden later deed Finnair het nog eens dunnetjes over. Maar liefst een driedaagse trip naar Helsinki. Wij gebruikten die lui vooral voor zendingen naar New York, maar ook hun Europese netwerk was prima verzorgd. Met een Super Caravelle van de Finnen vloog ik samen met Ruud Breems (jawel een duo-uitnodiging die mij ook het gevoel gaf serieus genomen te worden) en nog een stel directeuren van agentschappen naar die toen al snel donker wordende Finse hoofdstad. Waar we naast de (redelijk beperkte) faciliteiten van Finnair vooral genoten van gastvrijheid inclusief sauna en de stad zelf. Een top-airline en ook een prachtige belevenis. Kort daarna opnieuw op stap, dit keer naar Parijs met en voor Air France. De toen splinternieuwe Boeing 727-200 had door een bommelding enorme vertraging, onze trip daardoor wel erg beperkt, maar na wat rond gehobbeld te hebben door de stad Parijs, weer op tijd terug op het vliegveld voor de retourvlucht. Dat waren toch ineens drie trips in een jaar tijd. Het begon er op te lijken zo en ik kreeg meer sympathie voor de airlines die dit hadden verzorgd. Opvallende afwezig..KLM. Als thuiscarrier kon die kennelijk hooguit rondwandelingen verzorgen op Schiphol. Voor ons als Nederlandse luchtvrachtbedrijven had men verder weinig te bieden. Men verlangde wel dat je minstens 50% van je omzet aan hen gunde. Zo hield men ook controle over de handel. Ik werd er nooit een groot voorstander door van de maatschappij die ik nu op handen zou dragen. Want de organisatie was ook toen puik, al zag ik dat niet zo in die jaren. Ik wilde, alleen al vanuit mijn liefde voor de luchtvaart en de nieuwsgierigheid naar die buitenlandse steden, zelf ergens heen vliegen en kijken. Gelukkig kwamen daar later nog de nodige uitnodigingen voor binnen.  (Beelden: Yellowbird archief)