Werken op Schiphol – 7 – Groei en levende maden…

Ik moet Ruud Breems, anno nu,  zeker nageven dat hij onze dienstverlening kon verkopen. Hij had een enorme flair en reed of vloog naar overal en nergens om bedrijven en mensen te overtuigen dat voor hun luchtvrachtverzendingen maar een expediteur op Schiphol in aanmerking kwam, dat bedrijf van ons. Daarbij hadden de beide stadskantoren van het bedrijf indertijd zgn. ‘acquisiteurs’ op de weg die ook het product luchtvracht meenamen in hun portfolio. Dat deden ze weliswaar met veel plezier maar weinig kennis van zaken en dan werd er wel eens iets beloofd dat echt niet kon. Mouwen passen en zien dat je het oploste was dan niet voldoende. Toch zorgde het er wel voor dat we een steeds grotere klantenkring kregen en we langzaamaan behoefte kregen aan uitbreiding van het aantal werknemers. Al was het maar omdat we ook de meest wonderlijke bedrijven aan ons koppelden. Zo was er een bedrijf uit Nijkerkerveen, Bosch, waar men als groothandel deed in levende maden voor de sportvisserij. Die beestjes werden gekweekt op koeienkadavers (aldus het verhaal) en dan in 50-100 grote metalen blikken verpakt en met luchtvracht naar Nederland gestuurd waar ze bij die firma aan de rand van de Veluwe weer in bassins werden gemikt waaruit men dan schepsgewijs de visserijwinkels bevoorraadde.

Ik heb wel eens gedacht dat Ruud Breems deze zendingen zelf wilde binnenhalen omdat hij een verwoed sportvisser was. Anders verklaar ik niet dat je zoveel ellende op je hals wilde halen bij het behandelen van deze transporten. Want ze kwamen met regelmaat uit Engeland en vlogen dan mee op de vrachtvluchten van KLM. Uitgevoerd met DC-7F’s. En juist dat maakte dat er nog wel eens wat vertraging was omdat die kisten af en toe storingen vertoonden. En dat was in de winter niet zo erg, immers, maden ontwikkelen hitte als ze samen zijn en dat werd wel gekoeld door de winterse koude, maar o wee als het warmer was buiten. Dan stonden de blikken bol. En soms overleden die diertjes dan door de hitte. En hadden we de poppen aan het dansen. Claims van de klanten, afwijzingen van KLM en gedoe met verzekeraars. De kerels die deze ladingen kwamen halen namens de afnemer, controleerden daarom altijd die blikken als ze die op Schiphol moesten inladen. Dat ging simpel, deksel er af, kijken of er genoeg bewoog, hand en arm erin, beetje roeren en dan op de hand kijken of er voldoende leven in die maden zat. Het zal duidelijk zijn dat ik ze vooraf of daarna de hand niet schudde. Toch waren dat aardige mensen hoor en ze verdienden er goud mee. Ruud Breems nam nog wel eens een potje van dat spul af voor zijn eigen behoeften. Was vaak een gratis aardigheidje van de klant.

Maar op een dag liet hij de maden staan op kantoor. Na het weekend waren we voorzien van bergen zwarte vliegen. Want het ging snel met die dieren. Jaren later zaten er nog vliegenlijken in de TL-bakken en het plafond. Maar verder was dit slechts een voorbeeld van welke diversiteit aan klanten we meemaakten. Naast de aloude elektronica van Berg was er ook de klant Bell Helicopters die vanuit Schiphol spoedzendingen verstuurde over de hele wereld. Mijn klant, want export, maar niet de makkelijkste. Als men iets verstuurde stond ergens een heli met pech aan de grond en moest er rap worden gevlogen. En dat ging niet altijd volgens plan. De toenmalige maatschappijen redeneerden soms nog wel eens krom, en lieten passagiers voorgaan op vracht. Zeker toen men nog met heel wat kleinere toestellen vloog dan later het geval was. En dan nog even voor de sfeerbeelden…Als je anno 2020 rondkijkt op Schiphol zie je dat logistiek overal rond en op de luchthaven zijn plek heeft. Giga gebouwen, eigen loodsen, in Hoofddorp, Aalsmeer, maar ook op Schiphol-Zuid. In de periode die ik beschrijf was er nog maar een enkel vrachtgebouw van tien etages waarin iedereen uit de business geconcentreerd zat en bouwde men aan het nieuwe onderkomen voor de Aero Grounddienst die veelal de wat bijzondere carriers onder haar afhandeling had zitten, maar ook entrepotruimten kon bieden aan bedrijven zoals het onze. En dat was nodig. Want een nieuwe reeks klanten meldde zich. Waarover later meer. (Beelden: Internet/Yellowbird/Google)

Kerst…

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Het was bijna Kerstmis. De eerste keer dat hij dat feest alleen zou moeten vieren. Begin van dit jaar was hij gescheiden van zijn vrouw met wie hij een paar decennia in redelijke rust zijn leven had geleefd. Maar de laatste jaren was het stuk gelopen tussen hen. Ze waren beiden ongelukkig en van liefde of warmte was geen sprake meer geweest. Zijn kinderen hadden al een paar maal aangegeven dat scheiding wellicht een optie was. Zijn vrouw had ingestemd, die was hem meer dan zat en in bed was het vuur al meer dan tien jaar geleden uitgedoofd. Het hoefde voor haar niet meer. En uiteindelijk voor hem ook niet. Ze leefden langs elkaar heen, spraken nauwelijks meer en de scheidingsbeslissing voelde op enig moment als een opluchting. En toen was hij uit huis getrokken. Met de paar spullen die hij van belang had gevonden om mee te nemen. En een van de katten. De grote grijze die altijd op zijn schoot sliep als hij thuis in zijn stoel zat. ‘Zijn kat..’ en dus meegenomen. Hij kon een klein flatje regelen in een plaats die zeker 120km van zijn oude woonomgeving af was gelegen. Een plaats aan de Rijn, de afstand naar de rivier goed te wandelen. Zat hij nog weleens op een bankje met uitzicht te mijmeren. Over wat hij vroeger had gedroomd, wat hij wilde en hoe hij toch in deze situatie was terechtgekomen.

Hij had altijd zo hard gewerkt, haar alles gegeven wat hij had of verdiende, en nooit was ze echt tevreden geweest met haar leven. Nou ja, leuke kinderen gekregen samen, die hij nu zelden meer zag overigens, aardige vriendenkring (ook nooit meer gezien), maar verder…? Met zijn boodschappen voor de Kerst liep hij naar huis. Zijn nieuwe huis. Zijn flatje, waar poes Grijsje op hem wachtte. Als enige. Hij kreeg tranen in zijn ogen. Kwam vast door die rot wind die over het vlakke land waaide. Het zou gaan sneeuwen en de voorafgaande koude had het land bereikt. Wie weet werd het een witte Kerst, zou leuk zijn. Toen hij bij de flat aankwam waar zijn woninkje te vinden was keek hij nog even in de hal naar zijn postvak. Er lag behalve wat reclame niets in. Nee, vrijwel niemand wist dat hij hier woonden tenslotte, en kaarten kwamen er al helemaal niet. Hij moest zijn eigen feestje vieren. Gek genoeg had hij er nog zin in ook. Geen verantwoording hoeven afleggen, niet meedoen met de meute. Hij drukte op het knopje van de lift. Net toen hij wilde instappen kwam er een vrouw de hal in lopen. Ook al met een tas vol boodschappen in haar handen. Hij glimlachte naar haar en zij lachte terug. Ze was een leuk type, zo’n vrouw waar hij vroeger van droomde. Blond, blauwe ogen en min of meer van zijn leeftijd. Hij hield de liftdeur voor haar open, drukte op het knopje voor zijn verdieping en vroeg aan haar waar zij heen wilde. ‘Ach, maakt me niet uit, als het maar gezellig wordt’ was haar antwoord. Ze bleef hem aankijken. En hij voelde zijn hart sneller kloppen. ‘Nou, kom dan maar mee met me, dan zet ik een lekker bakkie, of wil je wellicht een glas Glühwein? Net gekocht bij de super’. ‘Top!’ zei ze en liep achter hem aan. Thuis gekomen liep Grijsje meteen naar de vrouw, gaf kopjes en knorde. Die had haar al geaccepteerd. Hij zelf pakte haar jas aan en wees haar een stoel om te gaan zitten. Nu maar hopen dat hij niet zou tegenvallen voor haar….. Want al die jaren huwelijk hadden hem aardig van zijn zelfrespect beroofd. Toen hij haar met de kat op schoot zag zitten wist hij dat het wel goed zou komen. Hij had zin in de Kerst…….