Schrijven over werk en carriere…

Voor veel lezers hier of elders en de mensen uit mijn algemene of directe leefomgeving ben ik een ‘automan’. Wat op zich best een compliment is natuurlijk. Zeker het vorig jaar gepubliceerde vervolgverhaal over leven en werken voor en met dat fraaie automerk met die vliegende pijl in het logo deed dat duiden nog eens extra wortelschieten. Toch is het niet geheel volgens de waarheid. Want er was ooit ook nog een zeer bewust gekozen leven buiten die autowereld. Wie mijn vervolgverhaal goed gelezen heeft weet dat er nog een periode voor heeft gezeten waarin met name de luchtvaart een flink aantal jaren mijn werkende aandacht had. En daar, in die dynamische wereld, leerde ik ook waanzinnig veel. Zoveel, dat ik meen er goed aan te doen ook daarover een paar hoofdstukken te besteden die ik als vervolgverhaal af en toe op zondag zal aanbieden ter lering en vermaak. Omdat het een wereld was die ik in eerste instantie niet kende en die later net zo in de genen kwam te zitten als die auto’s uit een later tijdvak.

De optelsom der branches maakte dat ik ben geworden wie ik nu ben. Gepokt en gemazeld door jobs in vakgebieden die voor veel mensen vooral vanaf de buitenkant worden bekeken en daarbij al dan niet beoordeeld. Een derde sector die altijd mijn aandacht heeft gehad en nu leidt tot wat ik u al 13 jaar digitaal aan kan bieden maar ook tot boeken heeft geleid die gewoon te koop waren of zijn, is de schrijverij. Ik had daar heel vroeger al een aardig gevoel voor. Als klein kind kon ik (al zeg ik het zelf) aardige verhalen maken die ik dan op school mocht voordragen omdat zelfs de toch vrij behoudende katholieke onderwijzers ze wel erg levendig geschreven vonden.

Als tamelijk jonge puber maakte ik al mijn eigen kranten. Later gevolgd door echte magazines, bijdragen aan vakbladen en zo meer. Ik deed daarover ook in mijn vervolgverhaal over de Vliegende Pijl al eens verslag. Nadat ik uit de wereld van de auto’s stapte was de transfer naar die van grotere publicaties waar ik de hoofdredactie mocht vormen, niet zo gek. Schrijven lag en ligt me kennelijk, managen zit in het bloed en de combi zorgde voor veel plezier. En zo rolde ik al schrijvend voor printmedia vanzelf in die van de digitale media. Die later dan weer sociaal werden genoemd. Goed te combineren met andere dingen die op het pad kwamen zoals advies geven aan bedrijven rond betere communicatie en meer. En nu, de rust is wat teruggekeerd in het Meninggeefleven, houd ik me regelmatig bezig met…… Schrijf van alles en nog wat, over vliegtuigen, auto’s, Amsterdam of de horeca. Met plezier, u zult dat begrijpen en hopelijk uit de regelmatige blogs oppikken. En dus straks ook vanuit de herinnering over wat ik op dat Schiphol (en wat andere vliegvelden) zoal meemaakte als keihard werkend mannetje met een carrière wens. Vanaf volgende maand in dit theater. Koop nu alvast kaartjes. Nestel je in het pluche van de eerste rij en onderga….(Beelden: Yellowbird archief/internet)

Trieste herinnering

Wat was die kerst van vorig jaar een ellendige geschiedenis zeg. Niet omdat we het niet naar de zin hadden of omdat onze kinderen en lieve Almeerse vriendin ons niet verwenden zoals zij naar traditie elk jaar doen. Nee…we wisten voor de kerst al dat op die dag, nu precies een jaar geleden, het definitieve afscheid zou moeten plaatsvinden van onze zwarte lieve kater Pixel. Slechts 4,5 jaar oud, gekregen als kitten en zo met ons vergroeid dat hij vrijwel niet weg te denken viel uit ons gezin. Toch moest dat afscheid er komen, want hij was getroffen door een vreselijk virus, dat hem uitmergelde en waar tegen geen enkel kruid of middel gewassen bleek. De o zo trotse kater gedroeg zich nog als een jonge god, maar was intussen fysiek een schaduw van zijn jonge ik uit het verleden. De dierenartsen die hem hadden behandeld wisten geen oplossing. Dit virus sloeg (slaat) toe bij vooral jongere en oudere katten en men had of heeft er geen medicijn of werkende behandeling tegen. Het einde zou extreem pijnlijk zijn voor het dier, dus besloten we dan maar om elk lijden te vermijden, zelf in te grijpen. En om dat na de kerst van vorig jaar te doen.

Hadden we hem nog even bij ons. Hoe dom kan een mens zijn. Want wat je dan doet is uitkijken naar het moment dat… Net zoals een operatie of tandartsbehandeling waar je tegenop ziet. Stressvolle uren gingen vooraf aan dat definitieve afscheid en het verdriet werd er niet minder om. Integendeel. Pixel overleed dus op ‘humane’ wijze precies een jaar geleden en we eren hem op onze wijze zoals we ook vaak doen met zijn voorgangers die soms nog korter dan wel veel langer leefden. We kijken naar zijn foto’s, filmpjes, we herinneren ons zijn lieve manier van omgaan met zijn personeel. Bij je liggen, liefst met zijn kop op je benen, hoe hij ons toen nog kleine Prinsje Percy als kitten opvoedde, en welke liefde we vanaf moment een bij het dier kregen. Kortom, het was een rot dag vorig jaar om deze tijd. Nu is Kerstmis uberhaupt al een periode van mixed feelings, ik ben zelf altijd blij als het weer 1 januari is. Maar vorig jaar was dat dus nog een slag erger. En besloten we dat mocht het ooit onverhoopt nog eens plaatsvinden we niet meer doorschuiven naar de toekomst, maar sneller handelen. Dat scheelt veel verdriet, schuldgevoel en sfeer. Nu gedenken we alsmnog weer in warme herinnering. Een kat die we niet hadden willen missen, die niet gemist had moeten of mogen worden, maar ons qua geschiedenis en beleving nooit zal verlaten. Vandaar dit stukje….Ik vermoed dat onze Pixel na het lezen van dit stukje tevreden knort en samen met zijn andere dierenvrienden geniet van het grote Walhalla…..Maar God wat voelt dat nog steeds wrang en onrechtvaardig….

Noord-Duits edelmerk…Borgward….

Het is in haar oorspronkelijke vorm intussen al weer jaren geleden verdwenen, het merk Borgward, maar ooit was dit een hele grote met o.a. Hansa, Goliath en Lloyd als dochtermerken in de portefeuille. Gemaakt in Bremen was dit een merk dat zich kon meten met de beste concurrenten uit eigen land maar ook met de Fransen of Britten indertijd. De wagens hadden een geweldige kwaliteit en toen men in 1949 al kwam met de grote voorlopers van de latere Isabella liet men de concurrentie moeiteloos achter zich. Die Isabella was een luxe auto leverbaar met verschillende benzinemotoren, een diesel zelfs maar ook met een pontoncarrosserie waardoor de veelal zwarte en stijve losse chassis niet meer nodig waren.

De motoren waren betrouwbaar en de achtervering was onafhankelijk. Daarbij was de versnellingsbak volledig gesynchroniseerd en had vier verzetten vooruit. Anno 1949 was dat allemaal hypermodern. Opvallend genoeg had Borgward met haar submerk Hansa een probleem in handen want met name de grote wagens van dat merk konden niet zo goed op tegen de concurrentie van Opel of Mercedes. Terwijl je bij Hansa in de 2400 toch al een zescilinder kocht, een automatische versnellingsbak en zelfs elektrische ramen. Heinz Ruhmann, filmster uit die jaren, reed er in, maar ook Johnny Jordaan. Ook bij deze Hansa bood Borgward je een zelfdragende carrosserie wat indertijd echt als bijzonder werd gezien.

Een van de fraaiste Borgwards was de Isabella Coupe en Cabriolet. Daarmee viel je echt op. Zeker als je koos voor het modieuze two-tone-coloring, twee kleuren lak en ook nog eens witte randen aan je banden. Deze versies hadden al snel een 75pk motor en daarmee was 150km/u probleemloos te behalen. Mensen met wat meer geld kochten veelal een Borgward. Vaak directeuren van bedrijven die chique wilden rijden maar toch ook weer niet zo pompeus als je bij soortgelijke wagens van Mercedes tegenkwam. Voor een wat hoger geplaatst publiek had Borgward nog iets bijzonders in huis vanaf 1959, de P100. Daarmee ging Borgward direct de concurrentie aan met Mercedes en BMW. De falende Hansa 2400 was men in Bremen kennelijk vergeten. Maar met die nieuwe grote Borgward kreeg je wel een enorme auto van Amerikaanse proporties en uitrusting geboden.

Met 2,3 liter grote zescilinder voorin, bekend uit juist weer die toch mislukte Hansa. Helaas bleek ook die grote auto weer geen succes en kreeg Borgward het extra lastig toen ook de splinternieuwe Lloyd Arabella (een ander merk uit eigen stal) een zeer lastige ontwikkelingsperiode kende en zelfs werd omgedoopt tot Borgward Arabella. Maar alles opgeteld was het teveel voor het geplaagde concern en moest Borgward in 1961 de poorten sluiten. Het merk leeft zeker nog voort in de herinneringen en tegenwoordig wordt het door Duitse slimmerikken met Chinese hulp weer nieuw leven ingeblazen. Waarbij men o.a. elektrische wagens wil gaan leveren. Of dat echt iets wordt is een kwestie van afwachten. Maar legendarisch is het merk wel. Gekoesterd door liefhebbers die een Borgward liefdevol opknapten en er nog dagelijks mee rijden. Wat goed kan, want je kunt met het huidige verkeer waar nodig steeds goed meekomen. En dat in een auto van dik 70 jaar oud. Is niet iedere klassieker gegeven.

Uitstoot!

Op het moment dat ik dit verhaal aan mijn blog toevertrouw is het woord ‘stikstofuitstoot’ (aardige woordwaarde bij Scrabble) zeer actueel. Een uitspraak van de Raad van Staten over dit onderwerp zorgde er voor dat minimaal maar liefst 25.000 infrastructurele werken niet meer zouden kunnen worden uitgevoerd. Maar vermoedelijk zou bij strenge handhaving van die uitspraken het land min of meer tot stilstand komen. Opmerkelijk, omdat de klachten over deze projecten kwamen van een zeer bescheiden maar fanatieke actiegroep die vooral bestond uit mensen met de weinig echte hobby’s en een overvloed aan vrije tijd. Net als de moordenaar van Pim Fortuyn bestudeerden zij 24 uur per dag elke letter in de wet waarmee zij de moderne samenleving tot stilstand zouden kunnen dwingen. Dwangmatig van zichzelf, links van gedachte, groen van actiebereidheid.

Cijfers die afgelopen maand september over het onderwerp naar buiten kwamen maakten duidelijk dat 45% van alle stikstofuitstoot kwam uit de agrarische hoek. Nog een fiks percentage kwam uit de industrie en 16% uit de totale verkeerssector. Maar ook nog eens 16% waait vanuit het buitenland ons land binnen. Opmerkelijk dat de actiegroepen, aangevuld door groene knokploegen en overwegend linkse media zich vooral richten tegen symbolen van moderne tijd als het luchtverkeer en uiteraard uw en mijn auto. Focussen op steedse onderwerpen en voorbijgaand aan bronnen van uitstoot die elders te vinden zijn. Nog erger was dat men in linkse kring (inclusief de omroepen) die buitenlandse uitstoot uit de statistieken wegpoetste. Wil men niet op gewezen worden. Immers….daar valt geen belasting op te heffen.

Op vliegtickets en auto’s wel. Niet om het milieu te redden maar om leuke dingen voor met name de nieuwe mensen te doen. Want groen kan uitermate dubbel redeneren. Een eigenschap die men koppelt aan het geweldige talent tot liegen. Nieuwe mensen worden hier onthaald of ze Sinterklaas zijn zo lijkt het. En omdat iedereen recht heeft op een woning worden deze mensen daar met alle middelen bij geholpen. Of ze nu een verblijfsvergunning bezitten of niet. En die woningen worden gebouwd in… het groene land. Want daar is nog plek.

Groen is goed voor het milieu, maar nee, als het moet dan breken ‘we’ dat af en knallen het land vol met huizen. Om al die toestroom humaan op te vangen. Hoezo humaan? Mensen zelf zijn in alles wat ze doen, zelfs bij het uitademen, verantwoordelijk voor een belangrijk deel van die uitstoot. Net als dieren, maar ook de oceanen, de vulkanen (een enkele vulkaanuitbarsting zorgt voor een enorme milieubelasting, elk jaar barsten er echter tientallen uit…)dragen hun stikstofsteentje bij.

Hoe het toch komt dat linkse mensen zo’n afkeer hebben voor alles wat modern is en een multiculturele samenleving omarmen die de bestaande moet vervangen is mij een raadsel. Ik krijg er ook steeds meer afkeer tegen. Partijen als D66, PvdA en vooral Groenlinks zie ik als Nederland-vijandig, en zal er nooit op stemmen of ook maar een enkele uitspraak van hun partijleiders geloven. De dubbele agenda is mij wel heel duidelijk van die lui. En die is verstikkend. Omdat ze de waarheid niet vertellen en als het zo uitkomt ook verbloemen. En dat op vele terreinen. Niet alleen bij dat stikstofdebat. Kortom, geloof niet alles wat je van deze lieden hoort. Trek je eigen plan en kijk eens verder dan ons neus lang is. Pinoccio kreeg een lange neus als hij leugens vertelde. Bij linkse politici zie je die groei niet meer. Zelfs daarop is men getraind….(Beelden: Yellowbird-archief)

Oost-Duitse DKW…..IFA!

Nu mijn vervolgverhaal over dat Tsjechische automerk en alle wetenswaardigheden die daarmee van doen hebben na ruim een jaar elke zondag tekstueel heeft ingevuld, wordt het tijd voor iets anders. Maar als overgang wel in dezelfde hoek van mijn interessen. Dit keer vertel ik u allen even iets over een Oost-Duits merk dat tijdens de DDR-tijden net zo bekend werd als het West-Duitse DKW of Audi. Uit dezelfde hoek voort komend en toch een gevolg door de overrompeling van Nazi-Duitsland door de Sovjets in 1945. Die Russen troffen in Oost-Duitsland een reeks aan autofabrieken aan die o.a. eigendom waren geweest van Auto-Union, BMW en Opel. En terwijl ze de ene fabriek na de andere leeg haalden en als compensatie voor de geleden oorlogsschade mee terug namen naar het thuisland stonden ze aan de andere kant toe dat goed willende (..) Duitsers hun auto-industrie weer op enig niveau trachtten te brengen. Een daarvan was het vooroorlogse DKW (Auto-Union) in Zwickau.

Daar werden na productiestart eerst gewoon nog wat vooroorlogse DKW’s gebouwd, maar later ging men over op de veel moderner F9, die ook al een DKW-geschiedenis kende. Want de fraaie carrosserie en de tweetaktmotoren stamden uit de ontwerpafdeling van de vroegere groot-Duitse merk. Omdat men in Oost-Duitsland gewoon aan de slag bleef als DKW werd daar door de West-Duitse aandeelhouders van het daar opnieuw gestarte merk met diezelfde naam succesvol bezwaar tegen gemaakt. Men wilde eigenlijk niks te maken hebben met die Oost-Duitse wagens ook al leken ze als twee druppels water op elkaar en lagen die ontwerpen op een enkele tekentafel. En zo werd de in de DDR gebouwde DKW voortaan een IFA en moest deze via een nieuwe aparte organisatie worden verkocht.

Die nieuwe IFA was een vlotte wagen en deed maar weinig onder voor de inmiddels in het westen ook gebouwde DKW’s. Ook al bouwde men veel minder IFA’s dan DKW’s, want de Russen hielden de staalimport voor de Duitsers tegen omwille van hun eigen behoeften. Zolang men in de DDR deze wagens bouwde op basis van de DKW-tekeningen ging het met de kwaliteit overigens ook prima. En mochten er af en toe ook wat afwijkende modellen worden gebouwd.

Zoals een fraaie cabriolet. Later kwamen er ook stationcars van de band (met veel ruimte) en een afgeleide bestelwagen. Aangedreven werd het geheel nog steeds door een pruttelende tweetaktmotor maar ook dat was een erfenis van DKW dat deze zelfde techniek ook voor het westerse modellen gewoon voerde. Het gebrek aan metaal begon zich echter te wreken. De ronde vormen van de IFA maakten het lastig om alternatieven te bedenken, maar men experimenteerde in het oosten wel al met kunststoffen onderdelen die later bij de Trabant zo belangrijk zouden worden. Werden die IFA’s ook in ons land gevoerd? Ja zeker! Via een aparte importeur, De Binckhorst in Den Haag en langs aparte dealers van die welke ook DKW voerden.

Want die laatste organisatie wilde niets met de IFA’s te maken hebben. De grote wereldpolitiek speelde een rol. De IFA’s werden gebouwd tot en met 1956. Daarna zette men in op een totaal andere en veel minder fraai gevormde auto, die als P50/70 zijn intrede zou doen maar in ons land niet meer leverbaar was. Daarbij paste men het systeem van de geperste kunststof carrosseriedelen toe en was dit de opmaat voor de latere Trabants. De aloude naam IFA werd de overkoepelende voor alle auto-activiteiten in de DDR en ook gekoppeld aan vracht en bestelwagens die in dat communistische land werden gefabriceerd. IFA’s van toen zijn nu best bijzonder.

Er zijn wat liefhebbers voor en die koesteren hun oude wagens uit die bijzondere jaren als schatten! En dat is terecht. In mijn leven kwam ooit een enkele IFA voor. Ik beschreef hem al eens in mijn vervolgverhaal rond de jeugdperiode. Daarover is trouwens een verhaal apart te vertellen. Doe ik wellicht nog wel eens…. (Foto’s: Yellowbird archief/internet)

Veelvraat…

Sinds januari, ik heb u als lezer indertijd meegenomen in onze wereld van kattenliefde en verdrijven van toenmalig heftig verdriet, hebben wij twee jonge gasten in huis. Broer en zus, Main Coon katten van de leuke en (gelukkig meestal)gezonde soort. In de tussenliggende maanden groeiden die twee in rap tempo op. De socialisering werd deels door onze iets oudere (2 jaar) Ragdollkater Prins Percy gedaan, de rest probeerden wij als butler en dienstmeisje die twee bij te brengen. Met een kattenervaring die toch al een dikke halve eeuw teruggaat weet je dan wel wat je in de poezenkuip aantreft zou ik denken. Maar in dit geval pakt(e) dat toch iets anders uit. Het groeiproces van deze twee gaat zo rap dat ze als 8 maanden oude kittens op enig moment 4 resp. 5 kilo wogen. Het hoort bij het ras en dat verschil in gewicht zit ook in geslachtsonderscheid. Vrouwtjes bij deze kattensoort lichter dan de mannetjes. Maar er is nog iets wat ons toch wat parten speelt.

Het mannetje, door ons Presley genaamd, eet als een bootwerker en heeft kennelijk nooit genoeg. Want wat je ook op de mensentafel zet, als hij de kans heeft steelt hij het onder je handen vandaan. Worst, kaas, groenten, aardappels, maar ook verpakkingen, servetten, het moet allemaal meegesleurd. Alsof we een wilde boskat in huis hebben. En hij is nergens bang voor. Nou ja voor echte bedreiging, maar dat willen we nou ook niet steeds doen. Kortom, we zijn er constant mee bezig. De keuken moet dicht blijven, de kamer als we aan het eten zijn, altijd is er wel een reden om bang te zijn voor de acties van deze panterachtige rover. Opvallend genoeg werkt hij soms samen met zijn zus. Die is ook erg ingesteld op eten, maar heeft nog een extra slimmigheidje aangeleerd. Vanaf moment 1 dat ze hier binnen stapten weet die kleine alles open te maken. Van kasten tot ritsluitingen op tassen, ze rommelt even en hup. En wat open is wordt dan door broerlief grommend doorzocht op etenswaar. Je zou bijna denken bij het lezen van e.e.a. dat wij die dieren slecht verzorgen, maar de waarheid is juist dat we er altijd extra goed voor zorgen.

En we ons daarbij aan de maatbekers houden, het juiste voedsel kopen (grotere brokken voor deze katten opdat ze goed leren kauwen..). Afstemming met de dierenarts leerde ons het advies om als dit gedrag zich voor doet de kat af te leiden met een speeltje. Geprobeerd….werkte echt niet. Eten gaat voor alles. Op de fora en Facebook-groepen die deze katten tot onderwerp hebben lees je wel dat ze vaak zijn geobsedeerd door alles wat eetbaat is, maar zo erg dat je er voor dwars door roeien en ruiten gaat komen we dan weer niet tegen. We overwegen nog wat we moeten op het moment dat ik dit schrijf. Het moet afgeleerd worden zoals het diertje het ook zichzelf heeft aangeleerd. Gek genoeg is alles rustig en vooral aanhalig lief als het eten buiten beeld is. Dan is die grote lummel een van de liefste en meest aanhalige katten denkbaar. Nooit vechterig, maar juist knuffelig. Tot hij het idee heeft dat er iets te halen valt. Opmerkelijk. En wij kennen het, ik herhaal mezelf daarin, niet van eerdere katten die we als personeel dienden. Hebben we dan toch een roofridder in huis gehaald? We gaan het nog even aankijken en dan Doctor Phil maar eens benaderen. Zou dat helpen??? Wie het weet mag het zeggen (of schrijven)….(foto’s: Prive-archief)

Drive…

Het vervolgverhaal over leven met en werken voor dat merk met de Vliegende Pijl is vorige week zondag afgesloten. 63 weken lang hield ik u op de hoogte van hoe dat merk mijn leven mede kleurde. Een leven dat soms door toevalligheden in een bepaalde richting werd gestuurd. Maar wel op basis van een drive die zich al vroeg in het jeugdige leven van de meninggever ontwikkelde. Ingegeven door genen wellicht, zowel mijn vader als moeder waren zeer werkzame types met een verlangen naar een zekere mate van comfort, maar ook door opvoeding en opleiding. Ingegeven ook door wat de vroegere katholieke onderwijzers met je deden. ‘Domme mensen komen nergens, wie leert komt verder’. Ook al kwam je niet uit een rijke familie of iets adelijks, dan nog was er het e.e.a. te bereiken. Mits je keihard werkte en vlijtig leerde. Deed ik.

Daarbij kent mijn geest vanaf de prilste jeugd een soort vissersnetwerking. Ik gooi die netten uit en trek kennis binnen als een school haringen die verwerkt moet worden. Altijd gehad. Brede interesse. En dan ook nog een door de jaren heen gevormd talent tot praten en schrijven. Nooit ingetogen, nooit wars van woorden of meningen. Deze weblog heet niet voor niets al 13 jaar lang zoals hij heet. En een mening is geen balletje wat je opgooit om het door anderen te laten lek steken. Niks daarvan! Dus met prietpraat een onderbouwde stelling afbreken is niet mijn ding. In de loop van de jaren wel geleerd. Was ook altijd op zoek naar de hogere functies. Al wist ik ook wel dat de absolute top nooit haalbaar zou zijn. Voorbehouden aan de elite, de rijken of de adel. Maar ook niet het indertijd gestelde doel. Expertise, specialismen op bepaalde terreinen en zeker zorgen dat je uit kon dragen wat je in die netten had opgehaald. Dat was de drive en dat is het nog. Altijd leuk voor anderen?

Vast niet! Maar wel altijd respect gehad voor een andere mening dan de mijne als men zich hield aan de algemene of door mij zelf opgestelde fatsoensregels. Wie persoonlijk wordt wist en weet ik te vinden. Een aardje naar mijn moeder wist ik al snel, die kon ook 20 jaar onthouden wat iemand haar had geflikt. ‘Zou mij niet overkomen’, maar kan er niet aan voorbij dat je er altijd iets van mee krijgt. Die drive en die honger naar kennis houdt me nu nog steeds aardig op de been. Daarom kijken we rond, bezoeken oorden in binnen- of buitenland, kijken de ogen uit in musea, lezen ons de ogen moe in boeken vol aardige zaken en bespreken met goede vrienden geloofszaken of filosofische kwesties dan wel de soms zo stuitende (links-)politieke moraal. Er is altijd wel iets waar je mee bezig kunt zijn. En als je dat dan weer wilt uiten doe je dat uiteraard op de plek waar het hoort. Hier, op je eigen meningblog! En wie er anders over denkt mag het ook even zeggen……Tuurlijk! Mits………

Leven met de Vliegende Pijl – 56 – Nieuwbouw

Het hypermoderne en onder architectuur ontworpen nieuwe gebouw voor Pon Mobiel kwam geen moment te vroeg. Het was als project min of meer het kindje van Cees Hoekstra en die had om budgettaire redenen tijdens de bouw wel flink wat consessies moeten doen. Het geplande maar peperdure klimaatbeheersingssysteem werd bijvoorbeeld uit de verlanglijst geschrapt en voor zonwering was volgens de architect geen plek. Een vol glazen gebouw kent zo haar feilen, zeker als je dat ook nog vol in de zon bouwt. Maar dat was iets voor later. We waren dolblij met deze behuizing, die vol stond met luxe zaken. We hadden een prachtige showroom op de begane grond waar we wat exclusievere modellen uitstalden zodat sommige dealers daar dan met klanten konden komen kijken, vergelijkbaar met hoe VW en Audi dat in Leusden ook deden voor hun relaties. En ook zoals we dat in het oude hoofkwartier te Voorschoten gewend waren geweest. Verder had het gebouw een centrale receptie, een kitchenette, en twee etages vol kantoorruimten die door het open karakter zorgden dat iedereen met elkaar van doen kreeg. Maar diezelfde etages maakten dat er een directe communicatiebreuk ontstond tussen het marketing/pr-blok en de Verkoop/after-sales, waar men op enig moment zelfs besloot om zonder echte afstemming met mijn afdeling eigen marketing-activiteiten te ontwikkelen. De situatie die daardoor ontstond zou symbolisch worden voor wat later gebeurde. Het openingsfeest was overigens nog echt geweldig. Internationale gasten, waaronder het management van Skoda, maar ook de heer Mijndert Pon, men kwam op het feestje van Cees Hoekstra en zijn team. Met acrobaten en vuurwerk, maar zeker ook een glaasje champagne werd alles afgesloten. Het nieuwe gebouw was een opvallend geheel. Als je het vergeleek met de vierkante doos van Seat leek het Skoda-gebouw wel een UFO die was neergestreken op het grasveld tussen dat Spaanse merk en het ook best fraaie gebouw van Porsche.

Skoda werd er extra volwassen door en het gaf de al wat langer voor Skoda actieve mensen bij Pon Mobiel, zoals ik, een gevoel er nu na negen jaar hard werken pas echt bij te horen. Door de indeling van het gebouw bleek al snel dat er weer nieuwe mensen bij moesten komen om het team te versterken. Receptionistes bijvoorbeeld, maar er zat al een aardig aantal medewerkers vond ik zelf. En heb dit ook een paar maal bij Hoekstra neergelegd. Door de omvang van dat team werd het ook ineens nodig elkaar op de hoogte te brengen van waar je mee bezig was. Eenzijdigheid bleek daarbij soms meer schering dan inslag. Er ontstonden combinaties van collega’s die het door vooroordeel of een zoektocht naar de eigen carriere goed konden vinden en zich afzetten tegen anderen. Pon Mobiel was daarmee naar mijn mening ineens een ‘volwassen afdeling van Pon’s Automobielhandel’ geworden. Daarbij was het gebouw zelf in de zomer bloedheet en nauwelijks te koelen, in de winter aardig fris en pas na uren stoken comfortabel warm. Warm werd het ook als het ging om wie nu verantwoordelijk was voor wat. De oude scheidingslijnen tussen de afdelingen werden steeds vager. Door dat gezoek naar ‘belangen’ en het gebrek aan onpartijdige of actieve leiding kon het gebeuren dat twee afdelingen ineens met hetzelfde werk bezig waren. Dat was lastig want zo kreeg je dus geen echt inzicht in een eenduidig bewerken van het merkimago of de markt. Het begon mij persoonlijk in ieder geval aardig te storen. Temeer omdat ik wist dat baas Hoekstra zo zijn anti’s en sympies had en ik mij om een of andere reden niet in zijn voorkeur mocht verheugen. Kwam ook wel omdat ik omgekeerd vond (en ook wel uitte) dat hij soms wel erg eenvoudig redeneerde en van Skoda’s vermarkten echt geen kaas had gegeten. Daarbij had hij mijn leeftijd en was seniority dus best een dingetje. Wordt vervolgd! (Beelden: Yellowbird/Skoda/internet)

 

Waterige weetjes..

Terwijl de zomer langzaam aan op gang komt of nog zal komen, laten we vorig jaar niet vergeten toen we in een hittegolf terechtkwamen na een aanvankelijk schoorvoetend op gang komend seizoen, is het wellicht goed om eens over het voor ons als mensen noodzakelijk goedje te hebben waaruit wij zelf ook voor een deel bestaan…water! In ons land is water geen onderwerp om echt heel erg over na te hoeven denken. Ons land drijft op water, het leunt tegen water en het vangt veel water op. Als alles goed gaat en we een normaal Nederlandse zeeklimaat-seizoen meemaken. Maar er zijn landen genoeg waar dit zelfde water min of meer goud waard is. Bij gebrek aan voldoende aanvoer of voorraad. Nu is het natuurlijk wel zo dat onze planeet barst van het water, maar dat is in overgrote mate zout of zilt. En daar houden wij zoogdieren en mensen niet zo van. Wij hebben zoet water nodig. En laten we wel zijn, slechts 2,5% van alle water is van die kwaliteit.

Reden te meer om er redelijk zorgvuldig mee om te springen. Doen we dat? Nee! We (mis)gebruiken water nog te vaak om er allerlei troep in te dumpen. Omdat we menen dat er genoeg van beschikbaar is. Maar juist die zomer van 2018 leerde ons dat een paar weken droogte en hoge temperaturen al snel leiden tot verdroging van de bodem. Het grondwaterpeil zakt en daardoor hebben planten en dieren het lastig. Wij halen drinkwater uit de rivieren of meren om ons heen. Maar ook die zijn vaak afhankelijk van nieuwe aanvoer door regen of sneeuw of ijs dat smelt. Valt er minder neerslag komt er minder op ons af qua nieuwe aanvoer en dat leidt dan vroeg of laat altijd tot rantsoenering. Komt er teveel naar beneden kunnen we weliswaar een beetje opvangen voor ‘later’, maar bij een beetje warmte verdampt dat spul ook weer snel.

Kortom, doe voorzichtig met water als het weer eens zomers wordt of is. Want die volle zee die tegen onze kusten klotst is zo zout als wat en om dat vies smakende spul om te vormen tot bruikbaar drinkwater hebben we miljarden nodig. Nog los van het feit of dat een verstandig besluit zou zijn. Mensen zijn niet zo van het spaarzame als overdaad lonkt. We spoelen zoet water door ons toilet, douchen of ons leven er vanaf hangt, we spuiten de tuin en de planten met passie en maken ons dan hooguit achteraf druk over de ‘hoge’ prijs van dat tuingenot via de rekening van het waterbedrijf. Een waterbedrijf dat in staat is om van heel vuil en troebel water weer drinkwater te maken.

Waardoor het lijkt of de bronnen onuitputtelijk zijn. Wat ze niet zijn. Anders dan bij ons in dit lage landje aan de zee hebben andere landen het veel lastiger met levering van goed water aan bevolking of bezoekers. Denk maar eens aan Spanje. Daar vangt men normaal het hemelwater op in enorme spaarbekkens en levert dat spul in de zomermaanden wanneer het heet is, uit via de kraan. Soms helder, maar veelal en eerder met een of ander bruin kleurtje. Valt er in de wintermaanden minder regen, zijn de bekkens minder gevuld en ontstaat schaarste. Toch een probleem. Maar men vervuilt daar het water op een wijze die ongekend is. Open riolen zo de zee in zijn meer gewoon dan uitzondering. Hoe dan ook, water is ons net zo dierbaar als zuurstof. Verkwisting is zonde en doet ons mensen meer kwaad dan goed. Zo….nu heb ik ook eens een echt milieubewust verhaal gedicht. Volgend verhaal gaat weer over meer normale dingen….(Beelden: Yellowbird archief)

Gemak dient de mens…

Liever lui dan moe, waarom moeilijk doen als het makkelijk kan. Allemaal spreuken die van toepassing zijn op het huishouden zoals ik dat als uw meninggever voor mij zie. Sinds ik niet meer echt professioneel aan de slag ben draag ik mijn deel van het huishouden bij. Een tweetal afdelingen in huis komen op mijn bordje en ik doe dat niet alleen regelmatig maar ook nog met plezier soms. Toch zijn er wel karweitjes die je het liefst zou overlaten aan gerobotiseerde vrienden. Vrouwlief zou bijvoorbeeld de schoonmaak van de kattenbakken graag in die richting doorschuiven. En voor mij is stofzuigen best een dingetje. Een mogelijke verlichting van dien aard zagen we op enig moment aangeboden worden bij een Duitse discountketen. Robotstofzuigers! Ik werd meteen enthousiast en toen schoonmama (aardig op leeftijd maar nog steeds zelfstandig met ook een hekel aan dat zware stofzuigen) er ook wel eentje wilde hebben was het snel die kant op van de winkel die ze verkocht. Afgeleverd en uitgepakt! Opgeladen (jawel, ook deze robot heeft gewoon stroom nodig..) en aangezet. Verdraaid…hij doet het en hoe! Binnen de kortste keren vulde zijn buikje zich met kattenharen, kruimels en zo meer.

Het vloerkleed liet goed zien dat hij er zin in had. Dus hij kreeg als bijnaam ‘Robbie de Robot’. Na een paar dagen kregen we ook het exemplaar van schoonmama in huis. Die zag er na een paar keer gebruiken ‘niks in’. Het ding reed overal tegenaan en kon niet onder kasten komen. Dat deed ze dan zelf maar weer. En zo hebben we nu ook ‘Robbie 2′ in huis die zijn werk met evenveel vreugde doet als nummer 1. Geen groter genoegen dan ze beiden aan de gang te laten op de plekken in huis die even aandacht behoeven. Ze draaien, hobbelen, zuigen, kloppen dat het een lieve lust is. En nadat we eerder merkten dat de katten ze minder leuk vonden, nu gaan ze er niet meer voor uit de weg. Robbie’s zijn geaccepteerd. En buitengewoon praktisch. Alleen nog even leren hoe ze die kattenbakken gaan verschonen. Overigens over dat verschonen gesproken, het reinigen van die dingen is heel simpel. Moet je wel alles even leeghalen en schudden en soms de borstels even ontdoen van alles wat er omheen gewikkeld raakt. Maar dan heb je ook wat. Prima uitvinding die robotstofzuigers…en ach voor dat geld… (Foto’s: Yellowbird archief)