Ook bij ons zeer bekend…Chevrolet…

Vraag iemand als uw meninggever aan welke auto hij nou heel speciale herinneringen hebt en je krijgt al snel als antwoord….de Chevrolet Impala van 1959. Een auto met dusdanig fraaie lijnen en vleugels op de achterkant die nog het meest leken op sierlijk gevormde strijkplanken dat je er wel verliefd op moest worden. Maar jaren eerder had mijn ooit hier beschreven ‘Ome Leo’ al een geweldig fraaie Stylemaster uit 1948 (zie ook: Leven met de Vliegende Pijl deel 1a -1-7-18)waarmee we vaak als gezin met hem samen naar Limburg reisden. Chevrolets waren na de oorlog ook aardig talrijk in ons land. Ze waren groot, kostten niet te veel en benzine was nog aardig betaalbaar. Daarbij waren ze goed leverbaar en door de bevrijding populair.

Het merk zelf stamt qua afkomst al uit 1911 en werd kort daarna overgenomen door General Motors. Het werd door de jaren heen eigenlijk constant gezien als rechtstreekse concurrent voor Ford. Voor de oorlog keurig nette wagens die o.a. door doktoren en juristen werd gebruikt, na de oorlog door een veel breder publiek. Als je nu ziet welke wagens dat merk voortbracht is het ongekend dat het tegenwoordig compleet van de markt is verdwenen. General Motors nutte het door de crisis compleet uit en ging zelfs zo ver dat het Koreaanse Daewoo’s als Chevrolets ging vermarkten.

Voor de ware liefhebber is het toch het merk van de grote wagens, met een zoemende V8 voorin en elk jaar een nieuw aangepast model. Van de BelAir, via de Impala naar de Corvair, waarbij de motor voor de verandering achterin was gezet om ze de concurrentie met VW aan te kunnen. Het werd een mislukking al werden er toch enorme aantallen van gebouwd en verkocht. Maar het imago werd door sommige critici bijna compleet de grond in geboord. Chevelle en Caprice poetsten dat imago later weer op. Zeker ook in ons land waar deze wagens vaak werden gebruikt als taxi of onderdeel van een bruidsstoet of uitvaart.

Bij de Caprice uit 1977 kon je al kiezen uit verschillende motoren en kreeg je auto een met een geweldige bouwkwaliteit, enorme ruimte, en een gewicht dat soms bijna 2 ton haalde. Voor ons Europeanen die toen nog in piepklein en goedkoop geloofden was dat even wennen. De verkopen namen ook nog wat af omdat de oliecrisis van 1973 de literprijzen voor benzine omhoog stuwden en voor Amerikaanse benzineslurpers lastig bleek te zijn.  Vanaf de jaren tachtig kwam Chevrolet met compactere wagens met een lager gewicht en nam men soms zelfs een viercilindermotor voor lief. Mits je geen Camaro of Corvette kocht want die waren bedoeld voor het uitbouwen van een sportieve imago en ook om je te onderscheiden van de massa. Wat aardig lukte. De foute marketingtruc om Chevrolets uit Korea te gaan verkopen of onder de merknaam Opel uit te  brengen heeft het merk geen goed gedaan. Jammer maar helaas.

En dus is het nu vrijwel volledig verdwenen van de Europese en ook Nederlandse markten. In de VS zelf nog steeds aardig verkocht. Met grote SUV’s, Pickup’s en die lijn sportieve wagens natuurlijk net zo bekend als revolutionaire maar toch wat geflopte elektrische Volt/Bolt. Maar toch een merk dat er zijn mag. Al was het maar om die mooie herinneringen aan die Chevy’s waar ik zelf nog eens in werd vervoerd…..(Foto’s: Yellowbird archief)

Zoeken met een lampje….Checker!

De kans dat de gemiddelde lezer hier een auto van dit merk tegenkomt onderweg is buitengewoon klein. En toch rijden er wel een paar in Nederland rond. Checker’s. Vaak hoekig gevormde enorm ruime wagens die met name in de V.S. veelvuldig als taxi werden ingezet. Gebouwd door een fabrikant die haar wortels had liggen in Kalamazoo Michigan en vooral bekend werd door de geleverde taxi’s. Vandaar die specifieke vormgeving en ruimte. Pas na de oorlog verschenen twee van haar succesmodellen, de Superba en de Marathon. Wagens die je als je wilde ook voor prive-gebruik kon bestellen, maar dat was dan wel voorbehouden aan liefhebbers.

De meeste (met name Marathons)Checkers gingen dus als taxi aan de slag. Vrijwel onverwoestbaar sterk gemaakt en simpel van onderhoud. Door de relatief hoge deuren en vierkante vormen was in- en uitstappen geen enkel probleem en sommige van deze taxi’s vervoerden 8 personen tegelijk. Tot 1965 zaten er door vliegtuigmotorbouwer Continental geleverde zescilinderblokken in, later kwamen diverse motoren van Chevrolet in het vooronder. De wagens bleken zo praktisch en ook gevraagd, dat Checker ze gewoon jarenlang bleef bouwen, zonder al te veel wijzigingen. Vaak een opmaat voor succes in autoland. Zelfde zag je bij de taxi’s van Austin en Toyota. De Marathon van Checker is zo sterk dat er heel wat van die wagens onder zware omstandigheden toch gewoon 1 miljoen kilometers mee gingen.

Checker nutte dat succes verder uit door er een limousine van te maken die typerend is voor de Amerikaanse leefstijl. Een verbouwde versie werd een stationcar en een daaruit afgeleide versie noemde men Aerobus, gebruikt voor het vervoer van passagiers en bagage tussen hotels en vliegvelden. Nadat de Checker Marathon toch uiteindelijk moest worden afgelost kwamen exemplaren met niet al te veel kilometers op de teller nog wel eens onze kant op en werden dan ingezet voor trouwerijen of als feesttaxi’s. Maakte de Checker’s niks uit, ze reden gewoon nog vele kilometers veilig verder. En de vormgeving maakt velen die er een zien nostalgisch. Zo ziet een Amerikaanse klassieker er uit. Zo ook een goed ontworpen taxi. Tegenwoordig is het stil bij het merk. Vermoedelijk staan de oude productiehallen leeg en verlaten in dat provinciale Michigan. (Beelden: Internet)

Hit and run…….

Wellicht heeft een van de lezer(essen)s  het zelf ook wel eens meegemaakt, voor mij was het even nieuw. Schade aan de auto, of andere vervoermiddel, dat door derden werd veroorzaakt. Net na de verjaardag toen we even bij een tuincentrum in Aalsmeer te gast waren. Waar we omwille van tijdstip op die dag even een tosti aten. Terwijl ik met een dienblad vol lekkers terugliep naar onze tafel vlak bij een raam dat uitkeek op…zag ik buiten onder het dak van het overdekte parkeerdeel van de aanpalende opstelplaatsen voor gastenauto’s dat iemand tegen mijn auto aanreed. Een jonge dame in een Mini Cooper. Ik stond dus met een mengeling van verbazing en nieuwsgierigheid toe te kijken hoe zij dit ging oplossen. Werd niet eens boos. Maar dat veranderde toen ze uitstapte, even naar achteren liep, vooral naar haar eigen evt. schade keek, weer achter het stuur van haar Mini dook en snel wegreed.

Ik nam haar kenteken voor alle zekerheid maar even op. Goed zicht en autokennis waren hierbij handig. Het bleek later dat ze mijn compacte Tsjech precies had geraakt op de rand van het rechter voorscherm en de kunststof gespoten voorbumper. Een rot plek. Nou mooi was dat. Toch maar even digitaal gemeld bij de politie. (Volgens de dames en heren van Hermandad een strafbaar feit, dus aangifte doen). Dat kon na een paar dagen op afspraak in Diemen. Men heeft daartoe een systeem van verdeling van die aangiften over de diverse politiebureau’s. Intussen bij de dealer even laten opnemen wat de evt. schade ging worden. Tussen de 600-1000 Euro. Toen werd ik pas echt boos. Want wegrijden met zoveel maling aan de gevolgen voor een ander…asociaal. Dat namen we ook even op in het PV. Al snel deed de politie haar werk en was de tegenpartij opgespoord.

Ik had intussen mijn rechtsbijstandsverzekering ingeschakeld die de zaak ook in beweging zou zetten. Zo kwam er een schade-expert naar de dealer om de officiële schadevergoeding vast te stellen. Intussen bleek de politie met de betreffende ‘dame’ gesproken te hebben. Die was ‘stomverbaasd’ dat ik het had aangegeven want volgens haar ‘viel de schade nogal mee toch, zij had immers zelf geen schade’. Tja, jammer dan. Nu zitten we in de molen en gaan we tot het gaatje. Na wat heen en weer praten en later appen besloot ze toch maar om zelf bij haar verzekering de aanrijding aan te melden. Dan kon die zorgen voor afwikkeling. Intussen waren wij er veertien dagen lang elke dag even mee bezig geweest. Onlangs moest ik de auto een dag lang stallen bij de dealer voor die expert. Wij maakten daar gebruik van door een enorm lange wandeling te maken. Dat verhaal volgt nog. Hoe dan ook, de schade kwam in de buurt van het laagste bedrag zoals de dealer het had vastgesteld en toen begon het wachten op wat er vanuit de verzekeringswereld zou gaan plaatsvinden. Met brieven om nog een keer alles op te sturen wat ik al had gedaan, Nooit fucken met de Meninggevers…. Principe!

Schrijven over werk en carriere…

Voor veel lezers hier of elders en de mensen uit mijn algemene of directe leefomgeving ben ik een ‘automan’. Wat op zich best een compliment is natuurlijk. Zeker het vorig jaar gepubliceerde vervolgverhaal over leven en werken voor en met dat fraaie automerk met die vliegende pijl in het logo deed dat duiden nog eens extra wortelschieten. Toch is het niet geheel volgens de waarheid. Want er was ooit ook nog een zeer bewust gekozen leven buiten die autowereld. Wie mijn vervolgverhaal goed gelezen heeft weet dat er nog een periode voor heeft gezeten waarin met name de luchtvaart een flink aantal jaren mijn werkende aandacht had. En daar, in die dynamische wereld, leerde ik ook waanzinnig veel. Zoveel, dat ik meen er goed aan te doen ook daarover een paar hoofdstukken te besteden die ik als vervolgverhaal af en toe op zondag zal aanbieden ter lering en vermaak. Omdat het een wereld was die ik in eerste instantie niet kende en die later net zo in de genen kwam te zitten als die auto’s uit een later tijdvak.

De optelsom der branches maakte dat ik ben geworden wie ik nu ben. Gepokt en gemazeld door jobs in vakgebieden die voor veel mensen vooral vanaf de buitenkant worden bekeken en daarbij al dan niet beoordeeld. Een derde sector die altijd mijn aandacht heeft gehad en nu leidt tot wat ik u al 13 jaar digitaal aan kan bieden maar ook tot boeken heeft geleid die gewoon te koop waren of zijn, is de schrijverij. Ik had daar heel vroeger al een aardig gevoel voor. Als klein kind kon ik (al zeg ik het zelf) aardige verhalen maken die ik dan op school mocht voordragen omdat zelfs de toch vrij behoudende katholieke onderwijzers ze wel erg levendig geschreven vonden.

Als tamelijk jonge puber maakte ik al mijn eigen kranten. Later gevolgd door echte magazines, bijdragen aan vakbladen en zo meer. Ik deed daarover ook in mijn vervolgverhaal over de Vliegende Pijl al eens verslag. Nadat ik uit de wereld van de auto’s stapte was de transfer naar die van grotere publicaties waar ik de hoofdredactie mocht vormen, niet zo gek. Schrijven lag en ligt me kennelijk, managen zit in het bloed en de combi zorgde voor veel plezier. En zo rolde ik al schrijvend voor printmedia vanzelf in die van de digitale media. Die later dan weer sociaal werden genoemd. Goed te combineren met andere dingen die op het pad kwamen zoals advies geven aan bedrijven rond betere communicatie en meer. En nu, de rust is wat teruggekeerd in het Meninggeefleven, houd ik me regelmatig bezig met…… Schrijf van alles en nog wat, over vliegtuigen, auto’s, Amsterdam of de horeca. Met plezier, u zult dat begrijpen en hopelijk uit de regelmatige blogs oppikken. En dus straks ook vanuit de herinnering over wat ik op dat Schiphol (en wat andere vliegvelden) zoal meemaakte als keihard werkend mannetje met een carrière wens. Vanaf volgende maand in dit theater. Koop nu alvast kaartjes. Nestel je in het pluche van de eerste rij en onderga….(Beelden: Yellowbird archief/internet)

Trieste herinnering

Wat was die kerst van vorig jaar een ellendige geschiedenis zeg. Niet omdat we het niet naar de zin hadden of omdat onze kinderen en lieve Almeerse vriendin ons niet verwenden zoals zij naar traditie elk jaar doen. Nee…we wisten voor de kerst al dat op die dag, nu precies een jaar geleden, het definitieve afscheid zou moeten plaatsvinden van onze zwarte lieve kater Pixel. Slechts 4,5 jaar oud, gekregen als kitten en zo met ons vergroeid dat hij vrijwel niet weg te denken viel uit ons gezin. Toch moest dat afscheid er komen, want hij was getroffen door een vreselijk virus, dat hem uitmergelde en waar tegen geen enkel kruid of middel gewassen bleek. De o zo trotse kater gedroeg zich nog als een jonge god, maar was intussen fysiek een schaduw van zijn jonge ik uit het verleden. De dierenartsen die hem hadden behandeld wisten geen oplossing. Dit virus sloeg (slaat) toe bij vooral jongere en oudere katten en men had of heeft er geen medicijn of werkende behandeling tegen. Het einde zou extreem pijnlijk zijn voor het dier, dus besloten we dan maar om elk lijden te vermijden, zelf in te grijpen. En om dat na de kerst van vorig jaar te doen.

Hadden we hem nog even bij ons. Hoe dom kan een mens zijn. Want wat je dan doet is uitkijken naar het moment dat… Net zoals een operatie of tandartsbehandeling waar je tegenop ziet. Stressvolle uren gingen vooraf aan dat definitieve afscheid en het verdriet werd er niet minder om. Integendeel. Pixel overleed dus op ‘humane’ wijze precies een jaar geleden en we eren hem op onze wijze zoals we ook vaak doen met zijn voorgangers die soms nog korter dan wel veel langer leefden. We kijken naar zijn foto’s, filmpjes, we herinneren ons zijn lieve manier van omgaan met zijn personeel. Bij je liggen, liefst met zijn kop op je benen, hoe hij ons toen nog kleine Prinsje Percy als kitten opvoedde, en welke liefde we vanaf moment een bij het dier kregen. Kortom, het was een rot dag vorig jaar om deze tijd. Nu is Kerstmis uberhaupt al een periode van mixed feelings, ik ben zelf altijd blij als het weer 1 januari is. Maar vorig jaar was dat dus nog een slag erger. En besloten we dat mocht het ooit onverhoopt nog eens plaatsvinden we niet meer doorschuiven naar de toekomst, maar sneller handelen. Dat scheelt veel verdriet, schuldgevoel en sfeer. Nu gedenken we alsmnog weer in warme herinnering. Een kat die we niet hadden willen missen, die niet gemist had moeten of mogen worden, maar ons qua geschiedenis en beleving nooit zal verlaten. Vandaar dit stukje….Ik vermoed dat onze Pixel na het lezen van dit stukje tevreden knort en samen met zijn andere dierenvrienden geniet van het grote Walhalla…..Maar God wat voelt dat nog steeds wrang en onrechtvaardig….

Noord-Duits edelmerk…Borgward….

Het is in haar oorspronkelijke vorm intussen al weer jaren geleden verdwenen, het merk Borgward, maar ooit was dit een hele grote met o.a. Hansa, Goliath en Lloyd als dochtermerken in de portefeuille. Gemaakt in Bremen was dit een merk dat zich kon meten met de beste concurrenten uit eigen land maar ook met de Fransen of Britten indertijd. De wagens hadden een geweldige kwaliteit en toen men in 1949 al kwam met de grote voorlopers van de latere Isabella liet men de concurrentie moeiteloos achter zich. Die Isabella was een luxe auto leverbaar met verschillende benzinemotoren, een diesel zelfs maar ook met een pontoncarrosserie waardoor de veelal zwarte en stijve losse chassis niet meer nodig waren.

De motoren waren betrouwbaar en de achtervering was onafhankelijk. Daarbij was de versnellingsbak volledig gesynchroniseerd en had vier verzetten vooruit. Anno 1949 was dat allemaal hypermodern. Opvallend genoeg had Borgward met haar submerk Hansa een probleem in handen want met name de grote wagens van dat merk konden niet zo goed op tegen de concurrentie van Opel of Mercedes. Terwijl je bij Hansa in de 2400 toch al een zescilinder kocht, een automatische versnellingsbak en zelfs elektrische ramen. Heinz Ruhmann, filmster uit die jaren, reed er in, maar ook Johnny Jordaan. Ook bij deze Hansa bood Borgward je een zelfdragende carrosserie wat indertijd echt als bijzonder werd gezien.

Een van de fraaiste Borgwards was de Isabella Coupe en Cabriolet. Daarmee viel je echt op. Zeker als je koos voor het modieuze two-tone-coloring, twee kleuren lak en ook nog eens witte randen aan je banden. Deze versies hadden al snel een 75pk motor en daarmee was 150km/u probleemloos te behalen. Mensen met wat meer geld kochten veelal een Borgward. Vaak directeuren van bedrijven die chique wilden rijden maar toch ook weer niet zo pompeus als je bij soortgelijke wagens van Mercedes tegenkwam. Voor een wat hoger geplaatst publiek had Borgward nog iets bijzonders in huis vanaf 1959, de P100. Daarmee ging Borgward direct de concurrentie aan met Mercedes en BMW. De falende Hansa 2400 was men in Bremen kennelijk vergeten. Maar met die nieuwe grote Borgward kreeg je wel een enorme auto van Amerikaanse proporties en uitrusting geboden.

Met 2,3 liter grote zescilinder voorin, bekend uit juist weer die toch mislukte Hansa. Helaas bleek ook die grote auto weer geen succes en kreeg Borgward het extra lastig toen ook de splinternieuwe Lloyd Arabella (een ander merk uit eigen stal) een zeer lastige ontwikkelingsperiode kende en zelfs werd omgedoopt tot Borgward Arabella. Maar alles opgeteld was het teveel voor het geplaagde concern en moest Borgward in 1961 de poorten sluiten. Het merk leeft zeker nog voort in de herinneringen en tegenwoordig wordt het door Duitse slimmerikken met Chinese hulp weer nieuw leven ingeblazen. Waarbij men o.a. elektrische wagens wil gaan leveren. Of dat echt iets wordt is een kwestie van afwachten. Maar legendarisch is het merk wel. Gekoesterd door liefhebbers die een Borgward liefdevol opknapten en er nog dagelijks mee rijden. Wat goed kan, want je kunt met het huidige verkeer waar nodig steeds goed meekomen. En dat in een auto van dik 70 jaar oud. Is niet iedere klassieker gegeven.

Uitstoot!

Op het moment dat ik dit verhaal aan mijn blog toevertrouw is het woord ‘stikstofuitstoot’ (aardige woordwaarde bij Scrabble) zeer actueel. Een uitspraak van de Raad van Staten over dit onderwerp zorgde er voor dat minimaal maar liefst 25.000 infrastructurele werken niet meer zouden kunnen worden uitgevoerd. Maar vermoedelijk zou bij strenge handhaving van die uitspraken het land min of meer tot stilstand komen. Opmerkelijk, omdat de klachten over deze projecten kwamen van een zeer bescheiden maar fanatieke actiegroep die vooral bestond uit mensen met de weinig echte hobby’s en een overvloed aan vrije tijd. Net als de moordenaar van Pim Fortuyn bestudeerden zij 24 uur per dag elke letter in de wet waarmee zij de moderne samenleving tot stilstand zouden kunnen dwingen. Dwangmatig van zichzelf, links van gedachte, groen van actiebereidheid.

Cijfers die afgelopen maand september over het onderwerp naar buiten kwamen maakten duidelijk dat 45% van alle stikstofuitstoot kwam uit de agrarische hoek. Nog een fiks percentage kwam uit de industrie en 16% uit de totale verkeerssector. Maar ook nog eens 16% waait vanuit het buitenland ons land binnen. Opmerkelijk dat de actiegroepen, aangevuld door groene knokploegen en overwegend linkse media zich vooral richten tegen symbolen van moderne tijd als het luchtverkeer en uiteraard uw en mijn auto. Focussen op steedse onderwerpen en voorbijgaand aan bronnen van uitstoot die elders te vinden zijn. Nog erger was dat men in linkse kring (inclusief de omroepen) die buitenlandse uitstoot uit de statistieken wegpoetste. Wil men niet op gewezen worden. Immers….daar valt geen belasting op te heffen.

Op vliegtickets en auto’s wel. Niet om het milieu te redden maar om leuke dingen voor met name de nieuwe mensen te doen. Want groen kan uitermate dubbel redeneren. Een eigenschap die men koppelt aan het geweldige talent tot liegen. Nieuwe mensen worden hier onthaald of ze Sinterklaas zijn zo lijkt het. En omdat iedereen recht heeft op een woning worden deze mensen daar met alle middelen bij geholpen. Of ze nu een verblijfsvergunning bezitten of niet. En die woningen worden gebouwd in… het groene land. Want daar is nog plek.

Groen is goed voor het milieu, maar nee, als het moet dan breken ‘we’ dat af en knallen het land vol met huizen. Om al die toestroom humaan op te vangen. Hoezo humaan? Mensen zelf zijn in alles wat ze doen, zelfs bij het uitademen, verantwoordelijk voor een belangrijk deel van die uitstoot. Net als dieren, maar ook de oceanen, de vulkanen (een enkele vulkaanuitbarsting zorgt voor een enorme milieubelasting, elk jaar barsten er echter tientallen uit…)dragen hun stikstofsteentje bij.

Hoe het toch komt dat linkse mensen zo’n afkeer hebben voor alles wat modern is en een multiculturele samenleving omarmen die de bestaande moet vervangen is mij een raadsel. Ik krijg er ook steeds meer afkeer tegen. Partijen als D66, PvdA en vooral Groenlinks zie ik als Nederland-vijandig, en zal er nooit op stemmen of ook maar een enkele uitspraak van hun partijleiders geloven. De dubbele agenda is mij wel heel duidelijk van die lui. En die is verstikkend. Omdat ze de waarheid niet vertellen en als het zo uitkomt ook verbloemen. En dat op vele terreinen. Niet alleen bij dat stikstofdebat. Kortom, geloof niet alles wat je van deze lieden hoort. Trek je eigen plan en kijk eens verder dan ons neus lang is. Pinoccio kreeg een lange neus als hij leugens vertelde. Bij linkse politici zie je die groei niet meer. Zelfs daarop is men getraind….(Beelden: Yellowbird-archief)

Oost-Duitse DKW…..IFA!

Nu mijn vervolgverhaal over dat Tsjechische automerk en alle wetenswaardigheden die daarmee van doen hebben na ruim een jaar elke zondag tekstueel heeft ingevuld, wordt het tijd voor iets anders. Maar als overgang wel in dezelfde hoek van mijn interessen. Dit keer vertel ik u allen even iets over een Oost-Duits merk dat tijdens de DDR-tijden net zo bekend werd als het West-Duitse DKW of Audi. Uit dezelfde hoek voort komend en toch een gevolg door de overrompeling van Nazi-Duitsland door de Sovjets in 1945. Die Russen troffen in Oost-Duitsland een reeks aan autofabrieken aan die o.a. eigendom waren geweest van Auto-Union, BMW en Opel. En terwijl ze de ene fabriek na de andere leeg haalden en als compensatie voor de geleden oorlogsschade mee terug namen naar het thuisland stonden ze aan de andere kant toe dat goed willende (..) Duitsers hun auto-industrie weer op enig niveau trachtten te brengen. Een daarvan was het vooroorlogse DKW (Auto-Union) in Zwickau.

Daar werden na productiestart eerst gewoon nog wat vooroorlogse DKW’s gebouwd, maar later ging men over op de veel moderner F9, die ook al een DKW-geschiedenis kende. Want de fraaie carrosserie en de tweetaktmotoren stamden uit de ontwerpafdeling van de vroegere groot-Duitse merk. Omdat men in Oost-Duitsland gewoon aan de slag bleef als DKW werd daar door de West-Duitse aandeelhouders van het daar opnieuw gestarte merk met diezelfde naam succesvol bezwaar tegen gemaakt. Men wilde eigenlijk niks te maken hebben met die Oost-Duitse wagens ook al leken ze als twee druppels water op elkaar en lagen die ontwerpen op een enkele tekentafel. En zo werd de in de DDR gebouwde DKW voortaan een IFA en moest deze via een nieuwe aparte organisatie worden verkocht.

Die nieuwe IFA was een vlotte wagen en deed maar weinig onder voor de inmiddels in het westen ook gebouwde DKW’s. Ook al bouwde men veel minder IFA’s dan DKW’s, want de Russen hielden de staalimport voor de Duitsers tegen omwille van hun eigen behoeften. Zolang men in de DDR deze wagens bouwde op basis van de DKW-tekeningen ging het met de kwaliteit overigens ook prima. En mochten er af en toe ook wat afwijkende modellen worden gebouwd.

Zoals een fraaie cabriolet. Later kwamen er ook stationcars van de band (met veel ruimte) en een afgeleide bestelwagen. Aangedreven werd het geheel nog steeds door een pruttelende tweetaktmotor maar ook dat was een erfenis van DKW dat deze zelfde techniek ook voor het westerse modellen gewoon voerde. Het gebrek aan metaal begon zich echter te wreken. De ronde vormen van de IFA maakten het lastig om alternatieven te bedenken, maar men experimenteerde in het oosten wel al met kunststoffen onderdelen die later bij de Trabant zo belangrijk zouden worden. Werden die IFA’s ook in ons land gevoerd? Ja zeker! Via een aparte importeur, De Binckhorst in Den Haag en langs aparte dealers van die welke ook DKW voerden.

Want die laatste organisatie wilde niets met de IFA’s te maken hebben. De grote wereldpolitiek speelde een rol. De IFA’s werden gebouwd tot en met 1956. Daarna zette men in op een totaal andere en veel minder fraai gevormde auto, die als P50/70 zijn intrede zou doen maar in ons land niet meer leverbaar was. Daarbij paste men het systeem van de geperste kunststof carrosseriedelen toe en was dit de opmaat voor de latere Trabants. De aloude naam IFA werd de overkoepelende voor alle auto-activiteiten in de DDR en ook gekoppeld aan vracht en bestelwagens die in dat communistische land werden gefabriceerd. IFA’s van toen zijn nu best bijzonder.

Er zijn wat liefhebbers voor en die koesteren hun oude wagens uit die bijzondere jaren als schatten! En dat is terecht. In mijn leven kwam ooit een enkele IFA voor. Ik beschreef hem al eens in mijn vervolgverhaal rond de jeugdperiode. Daarover is trouwens een verhaal apart te vertellen. Doe ik wellicht nog wel eens…. (Foto’s: Yellowbird archief/internet)

Veelvraat…

Sinds januari, ik heb u als lezer indertijd meegenomen in onze wereld van kattenliefde en verdrijven van toenmalig heftig verdriet, hebben wij twee jonge gasten in huis. Broer en zus, Main Coon katten van de leuke en (gelukkig meestal)gezonde soort. In de tussenliggende maanden groeiden die twee in rap tempo op. De socialisering werd deels door onze iets oudere (2 jaar) Ragdollkater Prins Percy gedaan, de rest probeerden wij als butler en dienstmeisje die twee bij te brengen. Met een kattenervaring die toch al een dikke halve eeuw teruggaat weet je dan wel wat je in de poezenkuip aantreft zou ik denken. Maar in dit geval pakt(e) dat toch iets anders uit. Het groeiproces van deze twee gaat zo rap dat ze als 8 maanden oude kittens op enig moment 4 resp. 5 kilo wogen. Het hoort bij het ras en dat verschil in gewicht zit ook in geslachtsonderscheid. Vrouwtjes bij deze kattensoort lichter dan de mannetjes. Maar er is nog iets wat ons toch wat parten speelt.

Het mannetje, door ons Presley genaamd, eet als een bootwerker en heeft kennelijk nooit genoeg. Want wat je ook op de mensentafel zet, als hij de kans heeft steelt hij het onder je handen vandaan. Worst, kaas, groenten, aardappels, maar ook verpakkingen, servetten, het moet allemaal meegesleurd. Alsof we een wilde boskat in huis hebben. En hij is nergens bang voor. Nou ja voor echte bedreiging, maar dat willen we nou ook niet steeds doen. Kortom, we zijn er constant mee bezig. De keuken moet dicht blijven, de kamer als we aan het eten zijn, altijd is er wel een reden om bang te zijn voor de acties van deze panterachtige rover. Opvallend genoeg werkt hij soms samen met zijn zus. Die is ook erg ingesteld op eten, maar heeft nog een extra slimmigheidje aangeleerd. Vanaf moment 1 dat ze hier binnen stapten weet die kleine alles open te maken. Van kasten tot ritsluitingen op tassen, ze rommelt even en hup. En wat open is wordt dan door broerlief grommend doorzocht op etenswaar. Je zou bijna denken bij het lezen van e.e.a. dat wij die dieren slecht verzorgen, maar de waarheid is juist dat we er altijd extra goed voor zorgen.

En we ons daarbij aan de maatbekers houden, het juiste voedsel kopen (grotere brokken voor deze katten opdat ze goed leren kauwen..). Afstemming met de dierenarts leerde ons het advies om als dit gedrag zich voor doet de kat af te leiden met een speeltje. Geprobeerd….werkte echt niet. Eten gaat voor alles. Op de fora en Facebook-groepen die deze katten tot onderwerp hebben lees je wel dat ze vaak zijn geobsedeerd door alles wat eetbaat is, maar zo erg dat je er voor dwars door roeien en ruiten gaat komen we dan weer niet tegen. We overwegen nog wat we moeten op het moment dat ik dit schrijf. Het moet afgeleerd worden zoals het diertje het ook zichzelf heeft aangeleerd. Gek genoeg is alles rustig en vooral aanhalig lief als het eten buiten beeld is. Dan is die grote lummel een van de liefste en meest aanhalige katten denkbaar. Nooit vechterig, maar juist knuffelig. Tot hij het idee heeft dat er iets te halen valt. Opmerkelijk. En wij kennen het, ik herhaal mezelf daarin, niet van eerdere katten die we als personeel dienden. Hebben we dan toch een roofridder in huis gehaald? We gaan het nog even aankijken en dan Doctor Phil maar eens benaderen. Zou dat helpen??? Wie het weet mag het zeggen (of schrijven)….(foto’s: Prive-archief)

Drive…

Het vervolgverhaal over leven met en werken voor dat merk met de Vliegende Pijl is vorige week zondag afgesloten. 63 weken lang hield ik u op de hoogte van hoe dat merk mijn leven mede kleurde. Een leven dat soms door toevalligheden in een bepaalde richting werd gestuurd. Maar wel op basis van een drive die zich al vroeg in het jeugdige leven van de meninggever ontwikkelde. Ingegeven door genen wellicht, zowel mijn vader als moeder waren zeer werkzame types met een verlangen naar een zekere mate van comfort, maar ook door opvoeding en opleiding. Ingegeven ook door wat de vroegere katholieke onderwijzers met je deden. ‘Domme mensen komen nergens, wie leert komt verder’. Ook al kwam je niet uit een rijke familie of iets adelijks, dan nog was er het e.e.a. te bereiken. Mits je keihard werkte en vlijtig leerde. Deed ik.

Daarbij kent mijn geest vanaf de prilste jeugd een soort vissersnetwerking. Ik gooi die netten uit en trek kennis binnen als een school haringen die verwerkt moet worden. Altijd gehad. Brede interesse. En dan ook nog een door de jaren heen gevormd talent tot praten en schrijven. Nooit ingetogen, nooit wars van woorden of meningen. Deze weblog heet niet voor niets al 13 jaar lang zoals hij heet. En een mening is geen balletje wat je opgooit om het door anderen te laten lek steken. Niks daarvan! Dus met prietpraat een onderbouwde stelling afbreken is niet mijn ding. In de loop van de jaren wel geleerd. Was ook altijd op zoek naar de hogere functies. Al wist ik ook wel dat de absolute top nooit haalbaar zou zijn. Voorbehouden aan de elite, de rijken of de adel. Maar ook niet het indertijd gestelde doel. Expertise, specialismen op bepaalde terreinen en zeker zorgen dat je uit kon dragen wat je in die netten had opgehaald. Dat was de drive en dat is het nog. Altijd leuk voor anderen?

Vast niet! Maar wel altijd respect gehad voor een andere mening dan de mijne als men zich hield aan de algemene of door mij zelf opgestelde fatsoensregels. Wie persoonlijk wordt wist en weet ik te vinden. Een aardje naar mijn moeder wist ik al snel, die kon ook 20 jaar onthouden wat iemand haar had geflikt. ‘Zou mij niet overkomen’, maar kan er niet aan voorbij dat je er altijd iets van mee krijgt. Die drive en die honger naar kennis houdt me nu nog steeds aardig op de been. Daarom kijken we rond, bezoeken oorden in binnen- of buitenland, kijken de ogen uit in musea, lezen ons de ogen moe in boeken vol aardige zaken en bespreken met goede vrienden geloofszaken of filosofische kwesties dan wel de soms zo stuitende (links-)politieke moraal. Er is altijd wel iets waar je mee bezig kunt zijn. En als je dat dan weer wilt uiten doe je dat uiteraard op de plek waar het hoort. Hier, op je eigen meningblog! En wie er anders over denkt mag het ook even zeggen……Tuurlijk! Mits………