Huizendilemma….

Vergrijzing en zo meer komt net als de leeftijd met een paar bijzondere bijverschijnselen. Een daarvan zorgt er voor dat de economische cijfers weer vooruit vliegen met hele percentages in plaats van puntjes achter de komma. Vergrijzing zorgt ook voor de behoefte om ergens te gaan wonen in een comfortabele, veilige en warme omgeving. Het liefst in de buurt van vooorzieningen die er bij de doelgroep toe doen en als het kan niet te ver van de kinderen.  Voorschot nemen op de participatie-maatschappij van Rutte en c.s. Appartementen dus zeer gevraagd. En helaas, die woningen worden niet al te veel of betaalbaar aangeboden. Zoals bij elke economische wet geldt ook hier dat vraag en aanbod op elkaar moeten zijn afgestemd. Is dat niet het geval stijgen of dalen de prijzen. Nou, dat dalen van die prijzen was wellicht zo in de periode tussen 2008-10, nu niet meer. Huizenprijzen in het algemeen stijgen als een dwaas, de markt raakt op sommige plekken in het land compleet oververhit. Het westen van ons land is per definitie erg in trek, het noordoosten en diepe zuiden minder. Vraag en aanbod en dus moet je wel erg je best doen wil je de prijsontwikkelingen bij kunnen benen. Wij komen zelf ook in die markt als we zo bezig blijven zoals we nu denken.

Het huidige huis zou naar recente professionele verwachting een prachtige prijs opleveren, maar wat koop je voor dat zelfde bedrag elders? Dat valt aardig tegen. Je moet het echt niet in Amsterdam zelf meer willen proberen. Een appartementje van 50m2 doet nu al 3,5 tot 4 ton en dan woon je echt nog niet in de allerbeste buurten. Aan de rafelranden van de stad zou het kunnen lukken, maar dan moet je onveiligheid en minder comfort op de koop toe nemen. In andere steden is het allemaal niet zo veel beter. Dus wordt in dat geval met de passer in de hand de cirkel op de landkaart groter en groter. Om tot de conclusie te komen dat het nog een hele opgave zou worden om iets passend te vinden. Nu kan het nog allemaal, je weet echter niet hoe lang je nog in staat bent om zoiets traumatisch als een verhuizing te verwerken.

Qua gevoel hoef ik niet zo nodig. En bij de buren om ons heen zie ik de neiging tot vergrijzen in het eigen huis en niet op avontuur te gaan naar elders post gevat hebben. Logisch, want we wonen hier meer dan prima. Hoe dan ook, de markt is levendig zo bleek uit CBS-cijfers maar het verschilt nogal waar je woont. Vrijstaande huizen doen het extra goed, hoekwoningen ook en zeker die appartementen. Intussen zijn ook tussenwoningen en twee onder een kappers zeer gevraagd. Kortom alles wat aan woonruimte te koop komt mits gelegen op een interessante lokatie. Wij hebben dat nu allemaal te bieden. Maar ja, je wilt dat ook weer terug. En ik wil ook niet naar een piepklein hokje waar ik geen ruimte meer zou hebben voor de liefhebberijen. Kortom, we zoeken nog even naar de wijsheid die op het pad moet komen en ons helpen zal de juiste beslissingen te nemen. Immers, je weet maar nooit wat de toekomst brengt. Daarbij hebben we enig geluk dat we door de jaren heen wat kennis hebben opgedaan en niet meteen van het ene in het andere avontuur zullen overspringen. Dat scheelt veel. Maar dat is dan ook het enige…

Levert vooral andere merken; Isuzu!

In mijn recente blogs over imago en zo meer heb ik al eens uitgelegd dat grote autoconcerns soms meesters zijn in het delen van hun platforms en/of technieken met andere merken, waardoor de ontwikkelingskosten voor een bepaald model worden uitgesmeerd over een zo breed mogelijke periode of hogere aantallen verkochte auto’s. Dit fenomeen tref je aan bij vrijwel alle grote jongens in automotiveland en levert ze bepaald geen windeieren op. Bij General Motors kent men ook een paar merken die we hier nauwelijks (meer) kennen maar die wel een grote rol spelen bij de productie van modellen die onder de naam van een ander concernmerk worden vermarkt. Denk maar eens aan de Opels die eigenlijk afkomstig zijn uit Korea en gebouwd werden bij Daewoo dat in onze streken op enig moment Chevrolet moest heten.

In Japan heeft GM ook zo’n merk, Isuzu. En ook dat bedrijf vervulde vooral een productierol. Al moet gesteld worden dat Isuzu een van de eerste Japanse automerken was die het ook bij ons probeerden. Met erg aardige personenwagens als de Florian of Bellel en Bellett die in bepaalde vorm zelfs taxichauffeurs overhaalden er een of meer te proberen. Toch trok General Motors de stekker uit dit avontuur en liet Isuzu later vooral bedrijfswagens bouwen die onder de merknaam Opel via de achterdeur ook Nederland bereikten. Denk maar eens aan de stoere Frontera 4×4 die heel wal Opelrijders het gevoel gaven dat ze in een stevige Duitser rondreden terwijl de auto toch echt uit Japan kwam. Het gescharrel met merken door GM had ook een nadelig effect, er werd ook driftig gekopieerd.

En zo kon het voorkomen dat een jaar of wat geleden ineens een kloon van die Isuzu verscheen onder de Chinese merknaam Landwind. Had een uiterlijk dat wel heel goed ‘gejat’ was. De veiligheid was men bij de Chinezen echter vergeten en dat avontuur stopte al snel. Maar Isuzu bouwde intussen vrolijk verder. Maakte o.a. de Gemini. In eerste instantie een op de Opel Kadett C van toen gebaseerde compacte auto die bij Isuzu meteen een stevige 1,8 liter motor geleverd kreeg die 110pk’s beloofde. Wel een heel andere auto dan de wat suffige Opels die we hier kenden. Isuzu paste de motoren in 1977 zodanig aan dat deze voldeden aan de milieunormen van toen. GM liet de Isuzu ook verkopen als Chevrolet Gemini, Buick Opel, Holden Gemini, Opel Gemini en Saehan Gemini. Om maar een idee te geven van dat ‘batch-selling’ idee wat men bij GM hoog in het vaandel heeft zitten. De opvolger van die Kadettkloon was een eigen ontwerp dat over de hele wereld verkocht moest kunnen worden.

En zo werd de Gemini dan ook verkocht als Chevrolet, Pontiac, Holden en kon zo op vrijwel elk continent worden gevonden. Gek genoeg niet in Europa, bij Opel zag men weinig handel in de nieuwe Japanner. Dat maakte ook dat we hem hier nooit zagen rijden, of het was een grijs geïmporteerde versie. Aan het einde van de jaren negentig staakte Isuzu te productie van haar eigen personenwagens nadat het eerder nog een tijdje een Hondamodel had aangeboden als Isuzu. Om het ingewikkeld te maken…. Tegenwoordig dus vooral achter de schermen werkend en het moederconcern bedienend met bedrijfswagens en suv’s. Maar daardoor niet minder belangrijk in autoland. En meteen ook een voorbeeld van hoe het in autoland toe gaat. Kijk maar eens naar je eigen auto en bedenk dat die wel eens heel ergens anders vandaan kan komen dan je zelf dacht. Best confronterend.

Compact uit de Oekraine…..Tavria!

Deze zondag maar eens aandacht voor een heel bijzondere auto waarvan ik vrijwel zeker weet dat er weinig tot geen rijdende exemplaren meer bestaan in ons land. Als die er al ooit zijn geweest. De auto die ik beschrijf komt uit de Oekraine en dat land is nu niet meteen het eerste waar je aan denkt bij het noemen van auto-producerende landen. Maar toen het nog deel uitmaakte van de Sovjet-Unie profiteerde het net als fabrikaten uit andere deelrepublieken van dat ooit zo grote land, van de immense markt die in de vroegere socialistische heilstaten beschikbaar was. Mensen waren daar al blij als ze uberhaupt een auto konden kopen en wat werd aangeboden vond dankbare klanten die veelal het oubollige ontwerp en de matige bouwkwaliteit op de koop toe namen. Met name de Russische auto-industrie blonk niet uit door innovaties en als het ‘goed was’ bleef het decennia lang in productie. Dat gold ook voor die Oekrainers.

Het staatsbedrijf ZAZ (Zaporozhets) bouwde dus decennia lang relatief kleine auto’s met een luchtgekoelde motor achterin die je kon vergelijken met de toen bij ons in het westen populaire Prinz van NSU. Oppervlakkig leken die karretjes ook wat op die Duitse miniwagens, maar door de matige kwaliteit waren ze zelfs in Oost-Europa weinig populair. Altijd ging er wel iets stuk aan zo’n auto. Toch werden ze ook naar ons land geleverd, verkocht als Yalta door de Groningse importeur Gremi die er wel heil in zag. Net als in andere landen van het vroegere Oostblok zag men ook bij ZAZ wel in dat er iets moest veranderen wilde men in de toekomst ook nog auto’s kunnen verkopen en zo ontstond de Tavria.

Een modern ogende compacte hatchback met voorwielaandrijving die in verschillende versies werd aangeboden. Als 3 deurs hatchback, als vijfdeurs en als conventionele sedan met kofferbak. De eerste exemplaren kwamen in 1987 uit de fabriekshallen rollen en hadden een motor uit eigen ontwikkeling die aardig presteerde. Onafhankelijke wielophanging zorgde voor een acceptabele wegligging. De Tavria werd al snel ook voor de export aan geboden, in sommige markten als Lada Tavria om zo de naamsonbekendheid voor ZAZ weg te nemen. De Tavria vond ook afnemers in met name Midden- en Oost-Europese landen, maar had het na 1989 bijzonder lastig toen na het vallen van de Berlijnse Muur en het ineenstorten van de beschermde markten daar, westerse auto’s meer en meer in trek kwamen en men het eigen product vermeed.

Daarbij bleek de onderdelenleverantie voor Tavria-eigenaren een best probleem en veel van deze wagens eindigden vaak in een of andere schuur omdat ze niet rijdend te houden vielen. Toch werden deze wagens nog lang geproduceerd. En zochten de Oekrainers ook nieuwe markten zoals die in Zuid-Amerika. Facelifts en verandere motorisering hield de auto min of meer bij de tijd en de prijs was zodanig dat kopers in Derde-Wereld-Landen er best in wilden rijden. Afgeleide versies waren een Pickup en een bestelwagenversie die vooral in die markten goed verkochten. Qua concept was er niet zoveel mis met de Tavria, hij was zelfs aardig veilig voor zijn tijd. Maar de auto had de pech te zijn geboren in een land dat werd bestuurd door communistische denkers en niet door commerciele gedachten…Een goed exemplaar vinden is nog best een hele oefening. In 2011 viel het doek voor de productie van deze bijzondere auto. (Beelden: Internet)

 

 

Imago…

Neem van mij maar aan, imago is iets dat hangt aan mensen en merken vanuit het perspectief dat wij zelf of anderen er aan toe dichten. De bekende hokjesgeest waarin met name Nederlanders anderen stoppen, zorgt voor veel misverstanden of wonderlijke verwijten. Maar in autoland is imago iets wat onuitroeibaar lijkt te zijn verbonden aan ervaringen uit het verleden. Waarbij een deel van die ervaringen in de huidige tijd nog steeds op lijken te gaan. Bedenk maar eens dat wij in ons land Duitse automerken zien als oerdegelijk, daarbij voorbij gaand aan het feit dat een deel van de individuele merken en modellen helemaal niet afkomstig zijn uit dat zo gekoesterde buurland. Een merk als Opel bijvoorbeeld (nu onderdeel van Peugeot/Citroen) was jarenlang een samenraapsel van Koreaanse, Japanse, Italiaanse en Amerikaanse modellen. Op zich niks mis mee, maar liet je mensen de vergelijkbare modellen zien met de naam van de oorspronkelijke bouwer er op, schatte men die wagens meteen wat lager in.

En dat was zeker bij de Japanse productie onterecht. Japanse auto’s zijn per definitie loeibetrouwbaar en gaan ook lang mee. Japanners kunnen echt auto’s bouwen en zijn razend innovatief. Maar dat sterke imago geldt ook voor wagens die dezelfde Aziaten tegenwoordig laten bouwen in Portugal, Frankrijk, Engeland, Turkije of waar ook. En dat soort landen staat als het om eigen merken gaat meteen op een heel ander niveau. Onlangs las ik een Duits onderzoek naar hoe men bepaalde auto’s ervoer na pakweg 2 jaar rij-ervaring. Dan ging het om zaken als betrouwbaarheid, evt. storingen, reparaties etc. Zeer opvallend, van de identieke drieling (en in Tsjechie gebouwde) Toyota Aygo, Citroen C1 en Peugeot 108, scoorde de Toyota veel beter dan de Franse zusjes. Toyotarijders vonden hun compacte auto kwalitatief veel beter dan mensen die voor zo’n Franse versie gingen. Wat vreemd is want ze zijn echt volkomen en tot de laatsche technische bout en moer identiek!!

Diezelfde situatie zie je bij de in Slowakije gebouwde VW UP!, Skoda Citigo en Seat Mii. VW rijders zijn veel kritischer op hun UP! dan de vaak zeer merktrouwe Skoda- en Seatrijders. Het vooroordeel is soms hardnekkig. Net als voldoende kennis van zaken. In een globaliserende wereld is niets meer wat het lijkt. En dat wordt niet beter. Nu zijn veel merken nog uitgerust met redelijk unieke technieken. Maar als je kijkt naar elektrische auto’s is straks de aandrijflijn bij alle merken ongeveer gelijk. Je krijgt een pakket accu’s, een elektromotor en wat elektronica. Het imago zal er zeker onder lijden. Al zijn er altijd mensen die menen dat een in China gebouwde Volvo toch een superieure auto is aan een door Duitse arbeiders gebouwde Audi. Snappen doe ik het niet, maar dat zal vast komen door de beroepsdeformatie die mijn deel is na een decennium of vier in die handel. Hoe dan ook, imago zit tussen de oren, en heeft meestal weinig van doen met de werkelijkheid. Als je dat maar weet….

2030

Praat met iemand die naar eigen idee twee eigenschappen bezit die er voor hem/haar zelf toe doen en je komt al snel terecht op onderwerpen die kunnen leiden tot een scherpe scheiding der geesten. Een van die eigenschappen van deze mensensoort is ‘geloof in een milieuvriendelijke toekomst’ en de tweede ‘het eeuwige gelijk’. Als je deze eigenschappen aantreft bij dit soort mensen ontdek je vanzelf en al snel dat ze vaak te vinden zijn in de hoek van de GroenLinkse of D66 sprookjespartijen. Daar heeft men ook maar een credo; alles wat anderen doen (i.e. zij!) is fout. ‘Zij vervuilen de wereld, zij stoken tegen de klippen op, ze douchen te lang, ze rijden met vervuilende auto’s, stoken op houtblokken, gaan ook nog eens op vakantie en willen geen windmolens in hun achtertuin’. Het zal duidelijk zijn dat ik nu even net zo chargeer als de mensen die ik beschrijf. Waar deze lieden het ook vaak over eens zijn; in 2030 rijden we allemaal elektrisch! Nou…neem van mij maar aan; dat is zeker niet zo.

Daarvoor is een paar redenen te noemen. Allereerst….die elektrische auto’s zijn domweg te duur! Veel te duur. Ook al schermen die voorstanders dan met allerlei kilometer/kostprijsberekeningen, men houdt daarbij angstvallig de prijs van accu-pakketten buiten beeld. Als je die moet vervangen ben je zo een paar duizend Euri verder. Ook wordt je nooit verteld dat de actieradius (over het algemeen al met dik 40% overdreven) met 50% afneemt als het een beetje koud is buiten en je de kachel, verlichting, navigatie en ruitenwissers moet gebruiken. Daarbij is de oplaad-infrastructuur nog nauwelijks van de grond gekomen. Wil je dus in 2030 (12 jaar na nu) alle benzine/diesel/gasauto’s hebben vervangen dient een kapitaalslag te worden gemaakt die zijn weerga niet kent. De voorstanders, veelal zelf rijdend in leaseautos van een of andere organisatie die milieutechnisch welwillend doet wat haar personeel vraagt, zien die nadelen niet. Als wij nu maar uit onze ‘ouderwetse’ auto’s stappen en die massaal onder de grond laten begraven komt het goed met de wereld. Nou vergeet het maar!

We rijden momenteel alleen in ons landje al met 8,5 miljoen traditionele (om de term maar eens te gebruikten) maar zeer efficiente voertuigen rond. Het aandeel van de elektrische auto is ook na alle jaren propaganda uit de linkse hoek, plus de staatssubsidies op het gebruik, niet meer dan 1% van het jaarlijkse totaal aan verkopen. En van die 1% zit een groot deel in de zakelijke hoek i.c. de taxiwereld. Een deel van deze wagens verdwijnt na een paar jaar gebruik richting buitenland. In ons land zijn die wagen ook tweedehands nauwelijks gevraagd. Het resultaat is een lagere restwaarde dan vooraf bedacht. Vraag en aanbod en zo meer. Dan gebruikt met ook graag het argument dat de uitstoot van CO2 en dat soort stoffen enorm wordt teruggebracht als we elektrisch gaan rijden. Vergeten wordt dan dat van alle uitstoot 16% aan het totale verkeer kan worden toegeschreven. De rest is industrie, landbouw, veeteelt, huishoudelijk gebruik. Maar de symboolwerking is voor de actievoerende voorstanders van groter belang dan de feiten.

Grensoverschrijdende vervuiling bijvoorbeeld. Blijkt veel groter dan men dacht, maar die feiten worden weggepoetst. Net als de productie van accu’s, of de afvoer van de gebruikte exemplaren. Kortom, als we elektrisch gaan rijden komt er in de marge verbetering van die situatie. En niet veel meer. Leuke groene hobby dus, geen oplossing! En intussen kijk ik naar de vertegenwoordiger van zo’n groene partij die bij mij in de straat woont. En waar drie normale benzineauto’s binnen het gezin in gebruik zijn die regelmatig worden gebruikt. Het gezin heeft wel zonnecellen op het dak. Kennelijk om het geweten te sussen?! Intussen ben ik blij met mijn compacte benzineauto die me heen en weer naar Aken bracht met vier man en bagage. Zonder dat ik met de zenuwen hoefde te zitten over mijn actieradius. Nee, ik ben er nog niet aan toe. Eerst maar eens betaalbaar maken die dingen, een bruikbare actieradius bieden, een goede restwaarde, een laadinfrastructuur die vergelijkbaar is met die van normale tankstations en een oplaadtijd die niet in uren maar minuten wordt uitgedrukt. Pas dan zou ik eventueel ook enig enthousiasme kunnen voelen bij het idee dat we in 2030 allemaal elektrische zouden kunnen rijden. Vraag is wel of ik het tegen die tijd nog wel zou willen…… De leeftijd en zo meer…..:)

De Z van Zorg

Zorg regelen lijkt zo simpel. Mensen die het nodig hebben krijgen het en de mensen die ervoor door hebben geleerd en ook nog eens betaald krijgen voor dat werk, verstrekken het. Maar niet in ons land. Van een welvaartsstaat dreigen wij af te glijden naar een plek onder aan de ranglijst van landen die al dan niet goed omgaan met mensen die zorg behoeven. En voor de goede orde, dat zijn lang niet altijd ouderen. Je zult gehandicapt zijn, een soort kwaal hebben die door niemand wordt gezien, maar door jou zelf wel gevoeld of dingen van dien aard. Was voorheen allemaal eenvoudig in vakjes te duwen en op te lossen. Maar dat is wel voorbij. Participeren moet we en dat houdt in dat we allemaal de ouders in de tuin moeten opvangen waar we onze schuren ombouwen tot luxe lofts waar die mensen dan nog een tijdje onder onze hoede blijven. Afvoeren naar een bejaardentehuis is er niet meer bij. Die worden of werden gesloopt en wat overbleef viel ineens onder de veranderdwang van managers met het gevoel dat ze een hotel moesten runnen voor rijkere mensen zonder mening of stem.

De ziekenzorg kent ook zo haar wonderlijke kanten. Zo maakte ik in de woonomgeving van mijn nog altijd best kwieke en zelfstandig levende schoonmama mee dat in de buurt het bejaardencentrum werd gesloten. Gesloopt, omwille van de moderne tijd. Maar dat centrum gaf de toenmalige huisartsenpost een aardige klantenkring. En die zat een flatgebouw verderop bij mijn schoonmama vandaan. Handig en altijd bereid tot een goed gesprek als dat even nodig bleek. Na de sloop van het bejaardencentrum sloot ook de HAP zijn deuren. Kwam nu te zitten in een nieuwbouwwijk op een kwartiertje lopen van de oude. Maar dan wel een kwartiertje voor mensen met een kwieke tred. Zoals ik die heb. Voor een oudere dame met een rollator als ondersteuning best een heel stuk lopen.

Komt ze daar dan aan is er geen lift. Niet erg als je bij de apotheek moet zijn die ook in dat nieuwe gebouw is opgenomen. Wel als je naar de huisarts moet. Die zit op de eerste etage. Geen lift, wel een steile trap. En een soort traplift die even steil omhoog of omlaag beweegt als je op de juiste knoppen drukt. Levensgevaarlijk ding. Eng ook. Maar niet over nagedacht. Nog veel erger is het feit dat de assistentes volgens protocol werken. Dus niet in staat of van plan zijn om je bij een eerste bezoek te helpen met de uitslag zodat je meteen door kunt naar de dokter. No Way! Dan moet je terugkomen. In de middag. Twee keer op en neer voor dat ene gesprek. En men wijkt er niet van af. Een ander voorbeeld. Vrouwlief moet bloed laten prikken in een ziekenhuis. Daar moet ze heen vanwege een specialist die elke keer dat ze daar heen gaat behoefte heeft aan haar bloedwaarden of zo. Zonder afspraak naar binnen. Niet druk, sterker nog, op een Japanse klant met zijn vrouw na zit er niemand in de wachtkamer. Maar om een of andere reden zijn de witjassen druk met van alles, echter niet met het afwerken van hun echte klus. Bloed aftappen en in een buisje stoppen met een labeltje waarop relevante informatie. Ik keek ernaar en kreeg direct kromme tenen. Had ik tijd genoeg voor want we zaten er al snel 20/25 minuten te wachten op niets…

Geen wonder dat die zorg peperduur is en matig wordt ingevuld. Vergeet maar snel dat je cliënt bent. Je bent patiënt. Betaalt elk jaar meer voor die zorg maar krijgt relatief gezien steeds minder service. Vreemd dat dit bij veel dierenartsen nog beter is geregeld. En ik spreek hen er niet op aan die uiteraard de patiënt(en)centraal stellen en bijna onderbetaald hun werk moeten doen. Tuurlijk zie ik de nuance, maar de voorbeelden zijn net even te wrang om niet te vermelden. Participeren is leuk. Maar niet altijd. Wel eens voor iemand mantelzorg gedaan? Bedacht hoeveel tijd en inspanning dat vraagt?! Ach, het zijn maar kleine voorbeeldjes. Nu maar hopen dat dit kabinet daar oog voor heeft of krijgt. Maar ik ben bang dat dit niet meer goed komt. Ik laat alvast maar een schuurtje ombouwen in de achtertuin. Wie weet wie ik er nog een plezier mee doe…wellicht me zelf??

Klein leed; veel te vroeg afscheid van onze Punkie…

Het was kort nadat we onze oude ‘theemuts’ PoesPoes hadden moeten laten inslapen dat we het idee kregen om een jong poesje in huis te halen als gezelschap voor onze toen nog maar jonge kater Pixel. Die zocht in huis duidelijk naar zijn oude maatje, maar vond die uiteraard niet meer. Via via kwamen we terecht in het Asiel van Amstelveen waar we letterlijk in de rij mochten aansluiten voor een keuze uit een paar net binnengebrachte kittens. Een daarvan was brutaal en had een bekkie dat ons meteen overhaalde om ‘haar’ te kiezen. Want volgens het personeel van het asiel was het een ‘haar’. Maar aan het poesje kleefde ook een heftig verhaal. Samen met zijn kittenbroertjes (net voor ons gekozen door een ander echtpaar)was hij als juist geboren minipoes gedumpt in een vuilcontainer. Na dagen gered doordat iemand gepiep hoorde. En vandaar naar het asiel gebracht.  Thuis was in ieder geval het een aanwinst. Dartel, dartel, en Pixel blij. Een bezoekje bij een aan het asiel verbonden dierenarts gaf al snel duidelijkheid over het geslacht van de nieuwkomer.

Geen poes, maar een katertje. Foutje in de administratie. De kleine groeide niet echt snel. Maar wel gestaag. Na zijn castratie gaf de dierenarts aan dat hij gezien zijn poten wel eens heel groot zou kunnen worden.  Maar dat viel later behoorlijk tegen. De nu als Punkie bekend staande kleine kater bleef slank en slungelachtig. Maar had na enige tijd ook wat gezondheidsproblemen. Zijn pootjes raakten ontstoken. Heel vreemd. Deed hem duidelijk zeer en hij werd daardoor direct minder actief. Ook zijn bekje gaf een geur af die bepaald niet plezierig was. Onderzoek door onze eigen dierenarts gaf duidelijkheid. Hij leed o.a. aan een paar auto-immuunziekten, en nog wat andere kwalen, vermoedelijk veroorzaakt door de heftige ondervoeding in zijn prilste jeugd. Hij stond daardoor meteen op achterstand. En die liep hij niet meer in. Toen zijn pootjes gingen bloeden en het toch jonge diertje van alles en nog wat ging mankeren moest er met medicijnen worden gewerkt. Peperduur maar ook slecht voor de organen van het diertje.

Maar hij knapte er van op. Opvallend was wel dat onze Pixel af en toe ongenadig hard achter de kleine aan ging en dan ongekend hard beet. Toch de zwakkere kat in huis ontdekt. Punkie had er geen antwoord op. Hoe dan ook, het dokteren ging door, tot afgelopen maand oktober. Punkie at ineens niet meer. Echt vrijwel niets. En hij viel meteen heel snel af. Onderzoek liet zien dat hij een ‘infectie’ had opgelopen en dat zijn verzwakte gestel dat niet kon pareren. Maar dat verklaarde niet meteen dat niet eten. Dat hield de kleine intussen wel dagenlang vol. Af en toe een brokje, maar verder niets. Vel over been was het resultaat en totale futloosheid. Tot die eerste week van november. We konden het niet meer aanzien. We werden ook wanhopig.

Wat we erin kregen kotste hij ook weer snel uit. Apathisch lag hij tenslotte in een donker hoekje. Het hoefde niet meer voor hem. Iets vrat hem van binnen op. Dus namen we het besluit dat het over moest wezen. Dit was niet om aan te zien. Hij werd uiteindelijk slechts iets van 2,5 jaar oud. Veel te jong natuurlijk. En gaf ons in die korte periode dat hij bij ons mocht zijn altijd veel liefde en warmte. Op de plek waar hij graag lag, net achter me in mijn werkkamer, op een kussentje naast mijn naslagwerken, ligt nu nog slechts dat lege kussentje. Als herinnering aan een katje dat het zo lastig heeft gehad vanaf het prille begin. En die samen met ons een strijd voerde die hij niet kon winnen. We zullen die herinnering aan hem nog lang koesteren. Zo’n schatje.

Werk en vriendschap

Een van mijn verhalen onlangs leidde er ook toe dat er een reactie op de sociale media langs kwam die inhield dat ik vermoedelijk weinig vrienden had overgehouden aan mijn zakelijke carriere. Dat is opmerkelijk genoeg niet zo. Ik geef meteen toe dat het aantal ‘kennissen’ wel per branche verschilde en ook dat na mijn vertrek uit een bepaalde branche zekere contacten vervaagden zoals ik al opmerkte in dat eerdere schrijfsel. Maar de vriendschappen die er nu toe doen en zeker ook worden gekoesterd zijn vaak ontstaan doordat we eerst als collega’s met elkaar omgingen. Mijn oudste nog bestaande vriendschap is met een man die me ooit als 14-jarige inwerkte op mijn nieuwe plek bij een bank waar ik toen als kuiken zonder al te veel ervaring binnen stapte. Hij zelf is een jaartje ouder, had de fase van ‘jongste bediende’ afgesloten en mocht mij toen de les leren. Wij deelden veel, vooral de liefhebberij voor de vliegerij was een gedeelde passie en we waren (achteraf gezien) best wijs voor onze leeftijd.

De vriendschap ontstond en bleef. Tot op de dag van vandaag. En de dames die we beiden oppikten en ons leven inkleurden vonden elkaar ook aardig wat de vriendschap nog eens versterkte. Uit latere werkkringen kwamen ook mensen voort die ik nu tot mijn vriendenkring reken en die jaren later nog worden gekoesterd. Maar er vielen er ook heel wat af. Men had iets van me nodig, men accepteerde (..) mijn manier van werken of handelen. Zwart of wit, ‘eens zien wat we voor mekaar kunnen betekenen’. Het heeft me vaak weinig gebracht. En die mensen verdwijnen dan via een zijdeur uit je persoonlijke geschiedenis. Een andere leuk verhaal is de ontmoeting in Beieren die zou leiden tot een geweldige vriendschap die ook nu nog bestaat.

Al rijdend naar het thuisland van onze Tsjech in een tijdperk dat dit land nog anders heette en achter een IJzeren Gordijn verkeerde maakten we een plasstop langs de snelweg vlakbij Neurenberg. Op de parkeerplaats ontmoetten we een echtpaar dat in een soortgelijke auto ook vanuit Nederland op weg was naar die eindbestemming. En naar bleek behoorde bij het dealergezelschap dat door de importeur was uitgenodigd rijdend richting fabriek te komen. We reden later achter mekaar aan, hadden de grootste lol in dat prachtige (maar toen zo grijze) land Tsjecho-Slowakije en bleven vrienden voor het leven. Intussen alweer 39 jaar. Dat vieren we uiteraard en we genieten van de lol die we nog steeds samen hebben. Door dik en dun, bij hoogte- of dieptepunten. Dat is vriendschap ook volgens mij, onbevooroordeeld, zonder al te stroperig te hoeven zijn. Niet eens elke week elkaar ziende, misschien juist wel niet. In de meest recente fase bleek het www een bron van mooie en gewaardeerde contacten. Vriendschappen die passen als een handschoen en net zo worden gewaardeerd als die oudere en fysiek bevestigde. En zo heeft elke levensfase zijn eigen vrienden opgeleverd en waarderen we die ieder op zich en op de eigen wijze. Het valt dus nogal mee. Alleen die luchtvaartwereld, die bracht niet zoveel. Wellicht te vluchtig van karakter of zo….

Dwalende geest….

Soms lees je weleens een boek wat je qua inhoud raakt. Iets mee geeft, of gewoon doet nadenken. Een zo’n boek was het onlangs uitgelezen verhaal ‘De Nachtmoeder’. Carel Donck de auteur, een man die de nodige scenario’s schreef voor Tv-series en films. Los van het verhaal wat ik verder niet zal verklappen is het onderwerp wat hij aansnijdt wel intrigerend. Het gaat over iemand die tracht na haar dood invloed te houden op het leven van de achtergeblevenen. En die kans ook krijgt. Ik moest daar wel even over nadenken. Zou het kunnen, wil ik dat als hert zo ver is gekomen dan ook? Dat hangt natuurlijk af van wat ik zoal zou zien vanaf de wolk waarop ik dan zal verkeren. Vraag is ook of je eenmaal opgenomen in dat wolkenrijk nog enige interesse zou hebben in Aardse zaken. Best iets om eens over na te denken. Wij mensen denken individueel. We zijn op ons zelf ingesteld, domweg omdat we ons niet of nauwelijks in anderen kunnen verplaatsen.

Zou dat anders zijn als geest en lichaam van elkaar gescheiden raken? Komen we terecht in een grote poel van verwante zielen die samen een grote graal vol gedachten vormen? Of blijft die geest zichzelf tot hij rijp wordt geacht ergens anders weer in een lichaam gestopt te worden dat opnieuw tot leven komt? Reïncarnatie en recycling pur-sang. Maar is dat ook iets wat je mag verwachten? Het bewustzijn is zo des levens, het denken van ons mensen ook. Dieren zijn veel instinctmatiger dan wij. Beesten schrijven geen boeken, bedrijven geen politiek, zoeken de grote ruimte niet op, voorspellen het weer niet en ontwikkelen geen technologie. Veel dieren moeten elke dag zien dat ze overleven. Meer zit er niet in. Wij mensen hebben op dat punt een luxe bestaan. Maar hoe komt dat. Waarom ontwikkelden we zaken als geloof?

Toch ergens dat verhevene aanhangen wat we nog steeds niet begrijpen. Het begrip dood en wat er dan met onze geest en denkvermogen gebeurt. De een ziet het als een definitief einde, de ander als een tussenstap op weg naar iets hogers. Dat laatst zorgt trouwens wel voor files in het hiernamaals want er komen wat zielen los van hun lichamen als je dat wilt aannemen. Elke dag weer. En in welke vorm verkeert die ziel dan. Is dat die ziel van een 86-jarige die na een lang en rijk leven ineens niet meer verder leefde, of wordt de teller teruggezet naar een naïeve leeftijd van voor het ‘zeker weten’? Vragen, vragen. Maar het blijft intrigerend om na te denken over hoe je de boel zou kunnen beïnvloeden als je daar de kans toe kreeg. Het boek deed me op dat punt huiveren. Niet vanwege de spanning hoor. Maar omdat ik mezelf al zag draaien aan allerlei radertjes die ik nu als normaal levend en wel denkend mens niet kan bereiken….. Hoe denk jij daarover medeblogger en lezer?

 

Boekdromen…

Ik merk dat ik bij het schrijven van het (derde)boek te maken krijg met herinneringen die kennelijk toch soms een randje van mijn gevoelens beroeren en me dan daarna in de slaap overvallen. Emoties die ik had weggestopt komen terug, gevoelens van boosheid, frustratie vertroebelen dan de rechte lijnen die mij overdag zo bevallen. De slaap als smaakmaker voor het leven, de droom als uiting van fantasie, gekoppeld aan werkelijkheid. Het is en blijft een vreemde verschijning. En dat verschijnen doet zich soms bijna letterlijk voor. Als mensen een rol spelen waarvan ik weet dat ze al een tijdje hemelen. Kortom een mix die kan zorgen voor hijgerig wakker worden. Niet omdat het allemaal zo ‘spannend’ is,  maar wel inspannend. Soms ben ik de dromen zo vergeten, op andere momenten blijven ze een paar uur na wakker worden in de bol zitten en zoek ik de diepere betekenis van wat ik al rennend en vliegend meemaakte.

Nu ben ik altijd wel letterlijk een aardig verhalende dromer geweest, maar dan wist ik wel waardoor e.e.a. werd opgewerkt. Algemeenheden, angsten, zaken die me raakten in de huidige of zeer recente geschiedenis. Vertaald naar een verhaal waar ik zelf een rol in speelde. Maar als die dromen de echte geschiedenis gaan vertellen, waarbij mijn carrièremoves een rol spelen, wordt het toch wel vervelend. Ik sloot sommige van die tijdperken af door iets compleet anders te gaan doen en de vorige fase te vergeten of mee te nemen als aardige leerschool. Wat ze meestal ook waren. Ook als ik zelf een paar negatieve beslissingen nam in zo’n tijdperk, dan nog leer je er als mens van. Als het goed is en je in staat bent over je eigen feilen heen te kijken. Dat laatste is niet iedereen gegund heb ik wel ontdekt en juist die mensen kom ik dan altijd weer tegen als ik met die dromen bezig ben. Malloten, nikskunners, allesweters, jaloerse lieden, misgunners, wraakzuchtigen, roddelaars, kortom het bekende rijtje types die je in het echte leven zo dwars kunnen zitten als jouw weg van zwart naar wit loopt of van helder naar eerlijk.

Ze maakten kennelijk veel indruk. Althans voldoende om me dwars te zitten in de slaap. Terwijl de mensen waar je echt iets aan had, waar je veel van leerde, die aardig liefdevol en vriendelijk waren en soms zelfs dat niet eens, geen hoofdrol krijgen aangeboden in dat snurkende verhaal dat alleen in de eigen geest wordt verfilmd. Nee, dat boek maakte meer los dan me soms lief is. Als dat nu net zo gaat met de inhoud is het goed. En voor wie daar interesse in heeft, ja, de laatste ronde correcties nadert zijn einde. Het moet dit jaar gaan lukken om het in druk richting lezers te krijgen. Wellicht dat die dan met mij mee kunnen dromen over een wereld die bijna niet meer bestaat maar zoveel invloed had op mijn persoonlijke ontwikkeling. Toch iets waard….al is het maar een reeks bijzondere dromen.  En jullie beste lezers? Hoe zit het met jullie dromen???