Geluk…

Geluk…

Voor veel mensen is een gevoel van geluk toch dat ze vol liefde naast een partner zitten, dan wel een onstuimige liefde beleven waarbij liggen belangrijker is dan zitten.

Maar als dat liggen chronisch blijkt is dat geluk al snel ongeluk. Betrekkelijk dus dat geluksgevoel. Velen streven dit na door het materiele in te voeren als onderdeel van het gelukkig zijn. Steeds groter wonen, duurder, rijker, zelden denkt men in termen van gezondheid als ultiem geluk. Toch moet je best goed gezond zijn om van dat geluk te kunnen profiteren. Valt er een boom om en net naast jou op straat heb je meer dan zo maar wat geluk, krijg je hem op de bol had je even wat minder geluk. Een andere betekenis maar toch niet onbelangrijk. Mensen die net ontsnappen aan een of ander groot onheil denken nog wel eens in die termen. Geluk gehad…. Maar wie heeft groot geluk gekend en is dat intussen kwijt? Ongelukkigen zijn dat toch. Ben je voor een dubbeltje geboren is het kwartje wellicht te hoog gegrepen, maar sommigen zijn met dat dubbeltje meer dan tevreden. Het waarom ligt in de vraag of ze met helemaal niks ook gelukkig zouden zijn.

En dat is niet zo. Maar veel mensen zijn met weinig gelukkig. Leven in een klein huisje met de spullen die er toe doen om zich een, houden huisdieren die dat geluksgevoel versterken en als het een beetje meezit partners en/of kinderen die dat persoonlijke gevoel helemaal afronden. Voor anderen is het duidelijk dat ze meer nodig hebben om dat geluksgevoel te verkrijgen. Een tweede huis in Frankrijk, een boot, zwembad en waar nodig een vriendin of minnaar die de aandacht geeft die men in de normale situatie zo ontbeert. Wat is dus bepalend voor dat geluksgevoel? Waar komt het vandaan? En hoe kijken we er zelf naar? Ik denk persoonlijk dat veel van dat geluksgevoel ook afhangt van het feit of je al dan niet jaloers bent op anderen. Is een ander beter af dan jij en valt daar mee om te gaan?

Of ben je gewoon compleet van de leg als je merkt dat oude vrienden het verder schopten dan jij, beter opgeleid raakten, mooiere banen (en vrouwen of mannen)kregen en ook nog eens met geld smijten waar jij zelf een beetje op moet letten met je uitgaven. Als je dat laatste in de genen hebt zitten komt het niet goed met dat geluksgevoel en blijf je altijd mekkeren over de kansen die je worden/werden onthouden. Al dan niet met de identiteitskaart daaraan gekoppeld. Ik ben niet gelukkig want….. Persoonlijk heb ik geen enkele last van jaloezie. Nergens is het 100% geweldig, en Nederland is een prachtig lang. We leven hier relatief lang, gezond en op de gelukskaart van Europa scoren we als volk heel hoog. Logisch want we verdienen hier gemiddeld aardig de kost en hebben een samenleving waarin voor een ieder die wil kansen gebakken zitten. Is die villa dan de norm?

Of is een dak boven het hoofd en wonen waar het niet al te slecht is qua demografische samenstelling net genoeg? Vertel het maar. Ik ken mensen die van alles mankeren maar toch gelukkig zijn en anderen die hartstikke gezond zijn en welvarend en toch zoeken naar dat ontbrekende stukje wat het geluk kan bevestigen voor ze. Is dat geluksgevoel of de lage drempel daarheen iets wat je van thuis meekrijgt of moet je dat gewoon zelf leren?? Vragen, vragen, maar feit is dat geluk niet geheel verklaarbaar is maar wel een heerlijke deken kan zijn waarin je je dan als mens kunt wentelen. Waarbij wentelen in een bubbelbad ook gelukzalig kan wezen of juist dat samen genieten van wat ons tot mensen maakt die van elkaar houden. Wie er een mening over heeft moet het vooral hier even uiten. En laat ook eens weten wat jou het ultieme geluksgevoel geeft of zou kunnen geven. Dank bij voorbaat voor het delen. Je maakt me er extra gelukkig door… (Beelden: Archief/Internet)

Supersoon…

Supersoon…

Pakweg vijftig jaar geleden nog maar wisten we het zeker. De toekomst van de luchtvaart zou vooral worden bepaald door supersoon vliegen.

Dat is zoveel als sneller vliegen dan het geluid! Voordeel daarvan was en is dat je voor een tripje naar New York vanuit Amsterdam geen 7,5 uur nodig hebt zoals in de meest gangbare straalverkeersvliegtuigen, maar slechts de helft van die tijd of minder. Betekende in de praktijk dat je dan vroeg in de ochtend kon aan komen in New York, daar de hele dag je dingen doen die je van belang vond/vindt en dan in de avond terugvliegen naar huis. Lukte je niet met een normale jet, hoe snel die dan ook weer vloog t.o.v. vroegere toestellen. En dus werd er al in de jaren vijftig en zestig driftig ge-experimenteerd met ultrasnelle kisten om te zien of een en ander soelaas bracht.

Het leidde tot een reeks van ontwerpen, zowel in de VS (Boeing en Lockheed), Engeland, Frankrijk en de Sovjet-Unie. Waar de Amerikanen nog dachten in toestellen die wel 250 passagiers in een keer mee konden nemen en verstelbare vleugels hadden zodat starts en landingen niet afweken van meer conventionele vliegtuigen, zochten de Europeanen het meer in machines voor rond de 100 passagiers. En een ideale vleugelvorm die zowel op hoge als lage snelheid zou kunnen functioneren. Een soort grote deltavleugel was toen het uitgangspunt. Gewelfd, motoren in gondels van twee naast elkaar aan iedere kant van n de romp daaronder en een lange slanke cabine i.v.m. de snelheden. Die romp moest overigens tegen de hoge weerstandstemperaturen en krachten kunnen die te maken hebben met die enorme snelheden. Daarnaast zouden de motoren voldoende kracht moten leveren om te kunnen versnellen naar Mach 2,2-2,5. Nadeel van die constructie, motoren hadden naverbranders nodig en veroorzaakten dus flink veel lawaai en hadden dito dorst. De Fransen en Britten vonden elkaar echter tijdens de ontwikkelingsfase en hielden zo de enorme ontwikkelingskosten relatief lager. De Concorde als concept was geboren.

De Russen kozen intussen voor een ontwerp van Tupolev. En de Amerikanen? Die staakten alle ontwikkelingen op dit gebied en gingen voor grotere subsone vliegtuigen waardoor de ticketkosten zouden kunnen dalen. De Jumbojet was geboren. En dat bleek een hit. Die SST’s (Super Sonic Transport) waren exclusiever, duurder, en vooral dorstiger. De technische opgave was enorm. De toestellen die uiteindelijk werden gebouwd werden uitgebreid getest, voldeden aan 70% van de commerciele eisen. De lijst met oorspronkelijke klanten voor de Concorde verdween als sneeuw voor de zon toen bleek dat de machine maar net aan van Londen of Parijs naar New York kon vliegen. Vaak met een beperkt aantal passagiers.

De ticketprijs werd 2,5 keer die van een eerste-klasticket in een meer normaal vliegtuig. Zeer rijke of beroemde mensen konden zich dat veroorloven. Een groot probleem was echter de zgn. supersone knal. Elk vliegtuig veroorzaakt die knal wanneer men door de zgn. geluidsmuur breekt, wat op de grond een soort dondergeluid veroorzaakt. Die knal was reden om nooit boven land, maar altijd boven zee te accelereren naar die gewenste kruissnelheid. Een geweldige ervaring natuurlijk! Uiteindelijk vlogen er samen 13 Concordes in Franse en Britse dienst. Er werden vooral promotionele zaken mee gedaan. Men vloog over de hele wereld, maar zonder subsidies van de overheden was het een zwaar verliesgevende machine. En dat gold ook voor de Russische Tu-144. Vloog wat eerder dan de Concorde, was in eerste instantie even groot, later toch doorontwikkeld tot een wat groter toestel met aangepaste specificaties. Aeroflot, de Russische staats-airline, experimenteerde er mee, maar werd nooit tevreden. Voor het imago van de Russen was het een prachtig ding natuurlijk. Maar veel geluk hadden ze er niet mee. Zo ging er een verloren boven Parijs na een vliegdemonstratie die boven de ontwerplimieten van de machine ging. De meeste Tupolev’s verdwenen daarna stilletjes in musea. En dat lot gold ook de Concorde. Na opnieuw een ernstig ongeluk waarbij dit keer een Franse Concorde vol passagiers op een hotel stortte kort na de start in Parijs was het gedaan met de exploitatie van de ooit zo trotse machines. SST’s waren uit. Jumbo’s in. Maar er is een kentering op komst. Opnieuw wordt gezocht naar manieren om sneller te vliegen op commerciele basis. Eens zien waar dat op uit gaat draaien in deze corona-tijden. Maar…je weet maar nooit…. (Beelden: Yellowbird Archief)

Werken op Schiphol 10 – Vrachtgebouw!

Dat Vrachtgebouw waar we indertijd in mei 1967 als onderdeel van de luchtvrachtgemeenschap van toen waren neergestreken was t.o.v. onze eigen vroegere vestiging in een oude hangaar op Schiphol-Oost natuurlijk een fikse vooruitgang. Het gebouw was tien etages hoog en kende een centrale liftschaft waarin je op en neer kon worden gebracht. Vaak was dit niet het geval want er zaten flink wat kinderziekten in die nieuwe huisvesting. Dat beperkte zich niet tot die liften. Ook de verwarming en vooral de koeling van het gebouw was een flink probleem. Het was op dat moment de meest zuidwestelijke bebouwing van Schiphol en er stond altijd wind om dat gebouw heen. Daarmee had de architect bij het maken van het ontwerp voor deze kantoorhuisvesting kennelijk geen rekening gehouden. Hij liet elk raam, op zich voorzien van een draaimechaniek om frisse lucht toe te laten, uitrusten met een automatisch (..) systeem van zonneschermen. Zodra die via een of andere fotocel zonlicht vermoedden zakten die schermen naar beneden.

Plezierig voor de gebruikers van het gebouw wellicht, het had ook de nodige nadelen. Zo gingen die schermen ook naar beneden bij een Zuid-Westerstorm waarbij af en toe de zon zich liet zien. Resultaat, verbogen zonneschermen en soms gescheurde doeken. Bij nog heftiger stormvlagen waaiden soms zelfs de ramen uit het gebouw. Het was allemaal niet zo doordacht. Maar men loste het telkens wel op. Na enige gedoe voorzag men de ramen van een folie, doorzichtig, maar wel uitzichtbeperkend. Mijn blik op de start/landingsbanen werden er ook aardig door beperkt. Maar ja, voor het goede doel…. Die stormen maakten ook duidelijk dat het gebouw wel een windvanger was, want boven windkracht 7 trilde en dreunde alles in het kantoor. Daar wenden we uiteindelijk wel aan, maar toch. Gelukkig zat er onderin het gebouw een snackbar, annex bar, die door veel vertegenwoordigers van airlines en vrachtagenten werd gebruikt als een ontmoetingsplek.

Er werden soms bijzondere handeltjes gedreven. Baas Ruud was er een bekende gast en hij nam het er soms aardig van. Wij, harde werkers met stapels dossiers op ons bureau, maakten er geen punt van. Hij bracht voldoende handel binnen, maar soms was de sfeer ineens wel erg vrolijk. En daar zou het later niet bij blijven. De vrachtloods van KLM was een gigantisch ding, had een soort zadeldak en ook dat was niet geheel bestand tegen de heftige windvlagen die het vliegveld soms heftig raakten. Je zag dan hele panelen door de lucht vliegen. Sensatie was in die jaren altijd een onderdeel van ons werk. Soms was dat leuker dan anders. Op de toen nog aanpalende A4 bij Hoofddorp vond indertijd een enorme kettingbotsing plaats in dichte mist. Heel wat mensen gewond en zelfs doden naar ik me herinner. Overal brandweer en ambulances, maar door de dichte mist zagen we alleen maar wat rook voorbij komen van brandende voertuigen. Ook een brand bij Sikkens in Sassenheim staat me bij. Zagen we uit dat gebouw aardig fikken. Maar dat waren de afleidingen voor de harde werkers die we toch waren. Schiphol was dynamisch en in de groei. En ons bedrijf hield het tempo aardig bij. (Beelden: Internet/Wiki)

Leven met de Vliegende pijl – 41 – Tiller Brothers…

Tijdens een van onze vele bezoeken aan Praag en Mlada Boleslav, we vlogen indertijd zo’n beetje om de drie weken die kant op, zagen we op het vliegveld van Praag naast de Boeing van CSA (de op twee na oudste luchtvaartmaatschappij ter wereld, waarmee het goed vliegen was) een splinternieuwe Felicia Pickup staan met een alleraardigst kapje bovenop de laadbak. En omdat we met de Skoda-fabriek indertijd constant in gevecht waren om de voor Nederland bestemde wagens van dit type voorzien van een passend kapje geleverd te krijgen, was elk alternatief voor ons acceptabel. Dus liep ik naar de betreffende auto toe, schreef de naam op van de kapfabrikant en voegde me weer netjes bij mijn chef (en de andere passagiers) om met hem de nieuwe informatie te delen. Die slimme Tsjechen zelf hadden gewoon sneller dan de Skodafabriek dat onder Duitse leiding kon, een alternatief voor die kapjes gevonden. En het zag er nog goed uit ook. Jaap van Rij dook dieper in de achtergrond van deze kwestie, en vond uit dat de bedrijfsnaam van de leverancier, Tilvo, afkomstig was van een onderneming die in oude fabriekshallen van het zo prachtige merk Tatra kunststof kappen maakte. Maar ook caravans, vliegtuigen, boten, ambulance-ombouwsets voor Tatra’s en…. eigen auto’s.

Complete verrassing. De ons tot dan onbekende onderneming werd geleid door de Tsjechische familie Tiller die in die jaren na de omwenteling van communisme naar kapitalisme door had dat je met geperste kunststofvormen het nodige kon verdienen. Die kapjes bleken alleen al door het grote inwendige volume een gouden greep en we bestelden er meteen een serie van voor de Pickups die nu in Nederland stonden te wachten op aflevering tot er eindelijk uit Praag witte rook zou komen voor de door Piech ‘afgekeurde’ originele exemplaren. De familie Tiller bleek een voor toenmalige Tsjechische begrippen grote welvaart te kennen en beschikte zelfs over een eigen helicopter waarmee men het zakenverkeer tussen Praag en de oude Tatra-fabrieken elders in het land onderhield. Jaap van Rij, altijd in voor een avontuur op dit gebied, rook op enig moment dat er wellicht ook handel zat in die eigen auto’s van die lui, die ze als Tilvo Beta op de Tsjechische markt brachten.

Het ging om een aardig ontworpen bestelwagen die bestond uit een soort buizenframe-constructie op een normaal chassis en dan aangekleed met een kunststoffen carrosserie. Technisch had je dan de keuze uit een Skoda of Hyundai platform. Bij testritten bleken die wagens goed te rijden. Men reed met ons over een testbaan vol kuilen en andere obstakels en de Beta gaf geen krimp. Het waren dus bestelwagens, voor alle duidelijkheid, personen kon je er niet in vervoeren. Maar Jaap van Rij zag er toch iets in. En omdat hij e.e.a. ook bij Pon Holdings had aangeroerd mocht hij verder gaande onderhandelingen voeren over de evt. import van deze wagens naast de al bestaande Skoda-range. Zou voor sommige nieuwe dealers die zich intussen specialiseerden op bedrijfswagens, en verdraaid die kenden we in de toenmalige vernieuwde organisatie, een leuke aanvulling kunnen zijn mits de prijs en kwaliteit goed waren. Op het moment dat we in de afrondende fase kwamen stuitten we echter op twee problemen.

De Tiller Brothers waren nog niet zover dat ze de wagens hadden laten testen op botsbestendigheid voor gebruik binnen Europa, een absolute voorwaarde bij import en verkoop. Maar een tweede probleem bleek dat de grote baas van het concern net voor wij nog wat diepgravender zouden onderhandelen met hem, verongelukte in zijn bedrijfshelicopter. Een grote slag voor het bedrijf, maar ook voor ons. Aardige man en goed voor de handel en kwaliteit. Het bedrijf raakte er door in verwarring. Wij ook en we bliezen de verdere gesprekken maar af. Het kwam er later ook nooit meer van. Achteraf bezien maar goed ook wellicht. We hadden de handen best vol aan het beter op de kaart zetten van Skoda in Nederland. Maar we hadden nu in ieder geval wel Pickups met goede kapjes, die we als TwinTop-uitvoering in de prijslijst vermeldden en de eerste bestellende dealers kregen die ook snel geleverd. Later kwam dit soort kapjes van Skoda zelf ook los, wij hadden de managers bij de fabriek geinformeerd over onze noodmaatregelen met die Tilvo-kapjes, en daalde de rust weer over de organisatie. Felicia moest haar werk doen. En dat vroeg genoeg aandacht! En die Beta? Die werd in eigen land jarenlang verkocht onder de naam Tatra. Wij zetten er journalisten indertijd nog eens voor op het spoor. En die schreven er een aardig verhaaltje over. Wordt vervolgd! (Beelden: Yellowbird archief/Skoda/Tilvo/internet)

Het beeldje – 3

Dat hij niemand kon bereiken om hem te helpen uit deze ellendige situatie te geraken was best verontrustend. Zijn vriendin zou hem vast missen nu hij niet kon bellen of appen. Maar ook zijn collega’s van het werk moesten wel denken dat hij doorgezakt was en zijn roes lag uit te slapen. Iets wat hem in het verleden ook wel eens was gebeurd, maar nu toch echt geen enkele rol speelde. Hij wist een ding zeker, iemand zou hem missen en hem komen zoeken. Dat gaf hoop. Hij snapte ook niet hoe het zo kon zijn dat alle techniek hem in de steek liet. Van de nood een deugd makend liep hij naar de gang en keek in de stoppenkast. Alle zekeringen leken op ‘uit’ te staan en dus zette hij ze weer in de ‘veilige’ stand. Even knipperde het licht in de flat, daarna sloegen de zekeringen weer door. Het was dus gewoon kortsluiting bedacht hij zich en hij ging op zoek naar de oorzaak. Maar waar ga je zoeken als je geen idee hebt welk apparaat wat kon aanrichten? Alle schakelaars, stekkers, stopcontacten liep hij na. Geen een vertoonde narigheid of bijvoorbeeld aanslag van een of andere elektrische oorzaak. Het bleef raadselachtig. Weer zette hij de zekeringen in de stoppenkast op veilig. Dit keer kreeg hij een schok door zijn lijf die hem de adem benam. De stroom had hem bijna verlamd. Op de grond liggend bedacht hij zich half versuft wat er toch loos kon zijn in zijn normaal zo veilige en overzichtelijke flat. Terwijl hij daar lag werd er op de deur geklopt. En hoorde hij de stem van zijn vriendin. Ze riep zijn naam, vroeg of hij thuis was. Maar doe klap die hij had ondergaan liet hem stem stokken. Hij kon er geen verstaanbaar woord uitkrijgen om haar te waarschuwen dat hij op de grond lag. Hij zag nog wel zijn vingers van de hand die de schok hadden gekregen. Ze waren rood van het verbranden en hij rook de geur van verschroeid vlees. Daarna viel hij flauw. In de huiskamer verplaatste het vrouwenbeeldje zich. Langzaam maar gestaag. Richting de deur waar de vriendin nog steeds verwoede pogingen deed toegang te krijgen tot de flat van haar vriend. De kleur van het beeld was intussen zwart en de ogen van het beeldje spuwden vuur.

Het beeldje – 2

Hij lag in bed en droomde. Over een vrouw die zich over hem heen boog en hem verwende om een manier die hij nooit eerder had ervaren. Zijn lichaam spande zich, hij prevelde een naam. Maar wiens naam was dat eigenlijk? Met een schok werd hij wakker. Drijfnat van het zweet. Geen deken over hem heen en zelf naakt. Hij sliep nooit naakt. Hoe kon dit? Verward liep hij naar de badkamer en stapte onder de douche. Spoelde het zweet van hem af. Maar ondanks dat hij opfriste van dat water dat over hem heen stroomde werd zijn geest niet helder. Die vrouw in zijn droom hield hem vast, intrigeerde hem. Wie was zij, zij leek niet op zijn vriendin, en toch had ze iets bekends. Hij keek op de klok, verhip…die was blijven staan op 2 uur. Hij keek naar buiten. Het was al volop licht, dus het kon geen twee uur zijn. Hij zocht zijn kleren bij elkaar, trok ze gehaast aan. Hij moest opschieten, nog even snel een kop koffie naar binnen gooien en een broodje. Dat de koffiemachine het niet deed stoorde hem enorm. En dat broodje, het leek wel van steen. Mijn hemel, hij moest ook nog naar de supermarkt vanmiddag. Kon er nog wel bij. Ineens stopte hij met zijn handelingen die normaal hoorden bij het ochtendritueel. Hij bedacht zich dat hij helemaal geen idee had hoe hij gisteravond vanuit de kamer in zijn bed was terecht gekomen. Wie had hem uitgekleed? Hij bedacht zich wat de laatste dingen waren die hij had gedaan voor het licht uitging in zijn geest. Hij kon het zich niet herinneren. Nou ja, hij had wat gelezen. Maar verder? Hij zou zijn vriendin bellen, maar had hij dat gedaan? Was ze langs geweest? Hij liep nog eens naar de badkamer, keek of hij ergens sporen kon vinden van haar verblijf, maar niets duidde er op dat zijn vriendin ook echt langs was gekomen. In de keuken vond hij ook geen lege flessen of zo, geen glazen, niets. En de huiskamer was spic-en-span opgeruimd. Best bijzonder. Bakte iemand een poets met hem? Maar wie dan? Een wie had buiten hij zelf en zijn vriendin de sleutel om hier binnen te komen? Het werd raadselachtig en hij voelde dat er een koude rilling langs zijn rug trok. Dit was niet normaal. Maar hij moest ook opschieten. Zijn horloge vertelde hem dat het nu tijd werd om richting werk af te reizen. Nog steeds leek er geen internet te zijn, zijn mobiele telefoon had geen bereik. Dus pakte hij zijn spullen en liep naar de deur. Die zat op slot, inclusief de ketting die hij voor speciale beveiliging nog wel eens vastzette. Het ding zat idd vast, muurvast! Wat hij ook deed de ketting wilde niet los. Hij draaide voor de zekerheid nog eens aan het slot van de deur. Ook dat zat muurvast dicht. Zijn sleutel boog door. De hartslag in zijn lijf werd nu toch wat sneller. Wat gebeurde er met hem. Droomde hij nog? Wat was dit. Terwijl hij zocht naar zijn gereedschap om die verrekte sloten open te krijgen lette hij niet op het beeldje dat hij die dag er voor had gekocht. Dat stond nu centraal in zijn huiskamer. Het was rood gekleurd geraakt en de ogen leken vuur te spuwen. Hij zag het niet. Met tangen en sleutels ging hij tevergeefs de deur te lijf. Hij zat gevangen….

Geluk…

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Onlangs bedacht ik me ineens dat ik in mijn leven heel wat keertjes bijna het loodje legde en me achteraf gelukkig mag prijzen dat er in die jaren dat dit zich afspeelde lieden waren die me van de dood redden toen dat nodig bleek of de eigen constitutie die in staat bleek opgelopen schade snel te herstellen. Toch vreemd dat je dan ineens beelden terug krijgt van die keren dat het bijna mis ging. Ik was een kleine urk toen me dat voor de eerste keer overkwam. Ergens in de buurt van de Amsterdamse Haarlemmerweg. Daar was toen een opgespoten gebied waar een nieuwe buitenwijk voor de hoofdstad werd gepland. Samen met mijn broer zwalkte ik op de korte pootjes over het opgespoten land. Tot er ineens een plek bleek waar je niet kon lopen. Drijfzand. Ik zat er meteen in en muurvast. Dat spul trok me naar beneden.

1)Leo - 1e klas L.S. Scan10039Ik zette het op een brullen en mijn broer was toen gelukkig in staat om me te helpen. Had die er niet geweest? Ik had dit niet kunnen schrijven. Geldt ook voor de keer dat ik bij mijn pa op bezoek was op diens toenmalige werk. Aan de rand van het (alweer) opgespoten terrein van Buitenveldert. Nu in mijn eentje, weer over dat zand aan het zwalken toen ik een mooie balk zag. Die wilde ik wel hebben. En hup, daar zat ik weer in het drijfzand. De balk hielp me de bol boven het water te houden. Gelukkig was Opa N. me kwijt en op zoek. Die haalde me uit die natte kledder. Lesje geleerd?! Nou voor wat betreft dat drijfzand wel. Ik waag(de) me er nooit meer op. Maar ik stak wel eens de straat over zonder kijken. Klabang…op 8-jarige leeftijd aangereden door een bestelauto. Grote paniek maar mijn fysieke schade beperkte zich tot een fikse hersenschudding. Twee weken plat in het donker. Het viel niet mee.

leo gebroken schouder 020407 002 (2)Later kwakte ik nog wel eens tegen de grond bij het brommeren, crossen, dat ene ritje op die speedwaymotor, viel ik van huishoudtrappen bij het klussen, sneed me zowat een vinger af bij het beoefenen van mijn modelbouwhobby en zo meer. En uiteindelijk was er die kans dat ik verdronk in het Almeerse Weerwater toen daar de kano met zoonlief en zwager plus nog wat spullen door de wind en de golfslag omsloeg en we een meter of 500 moesten zwemmen voor ons leven. Dat liep echt maar net goed af. Hoeveel geluk kan een mens afdwingen zou je denken. Intussen doe ik rustiger aan. Vermijd ik de echte gevaren wat en denk soms wat beter na voor ik met een zaag op een wankele stoel ga staan om iets weg te halen. Nee, mijn portie heb ik wel gehad. Al ben ik de gebroken schouder als gevolg van een enkele gemiste traptrede in 2008 nog niet vergeten natuurlijk. Hoe zit dat met jullie beste lezers? Zelf ook wel eens iets meegemaakt wat de haren te bergen doet rijzen? Laat eens weten dan! Ben daar best benieuwd naar…..

Amateur-journalisme

AMM - Kraanongeluk Alphen - NOSHet blijft toch een bijzonder fenomeen. Mensen die alles filmen wat voor hun ogen voorbij komt. Zeker als het gaat om incidenten, ongelukken of zelfs rampen, altijd is er wel iemand te vinden die zijn camera of smartphone op dat onderwerp richt en begint te filmen of fotograferen. Omdat men dit doet is hulpverlening aan slachtoffers ineens secundair. Net als het in veiligheid brengen van zichzelf kennelijk, want er wordt nauwelijks gelet op het eigen lijf of dat van de mensen met wie de filmer onderweg is. Kennelijk moeten we alles vast leggen, desnoods ten koste van alles. Zijn we dan zulke ego’s dat dit moet? Op de fiets, in de auto, bij het werk, thuis, in bed, bad, al wandelend, overal worden camera’s aangezet en kijkt men kennelijk met een groot gevoel van zelfbevrediging naar de beelden die zijn geschoten. Onlangs nog, bij dat enorme incident in Alphen A.D. Rijn waarbij twee kranen en een brugdeel op huizen knalden en de boel daar verpletterden, stonden er direct mensen te filmen. Onder het uitkraaien van allerlei kreten, of een soort van commentaar speelde men journalistje of redacteurtje. Die beelden kwamen uiteindelijk via, via op televisie terecht en dat zal de bewuste filmer vast grote bevrediging hebben geschonken. Mijn eerste instinct had geweest om mensen in die getroffen huizen trachten te helpen.

AMM - Airplane incidentMaar dit soort lieden doet dat niet, die zien zich als de vervangers van Willebrord Frequin in hun streven de ellende van anderen vast te leggen. Maar zij waren of zijn niet de enigen. Ook elders in de wereld is dit schering en inslag. Nog niet zo lang geleden zag ik ergens beelden van een vliegtuig dat een landingsincident meemaakte doordat een deel van het landingsgestel niet functioneerde. Het vliegtuigen landde op een vleugel, werd neergekwakt door die enorme weerstand en vloog bij die vleugel in de brand. Passagiers verlieten het vliegtuig in allerijl, met dank aan de bemanning die buitengewoon bekwaam reageerde. Maar opmerkelijk, de lieden die naar buiten kwamen, draaiden zich vaak om en begonnen te filmen. Kennelijk om dat brandende avontuur op de sociale media te kunnen delen. Niks vrouwen en kinderen eerst, maar gewoon beelden maken! Hoe die andere passagiers en de crew naar buiten moesten komen was kennelijk niet van belang. Filmen! Heel YouTube staat er vol mee, en wie dat interessant vindt moet daar vooral eens gaan kijken.

AMM - AmbulanceWellicht leer je dan nog iets van de nieuwe denkwijze van mensen die met een digitale camera in de hand rond gaan in het hele land. Overal en altijd gefilmd worden, alles vastleggen. Wat was het mooi geweest als we in de geschiedenis wat beelden zouden kunnen oproepen. Zou er geen tijdmachine bestaan om al die filmers even mee terug te flitsen naar toen? Ben best benieuwd naar die Adam en Eva of de splijting van de Rode Zee door die Mozes. Dan krijg je pas leuke beelden en zien we ook meteen of al die verhalen kloppen. Een beetje amateur-journalist moet daar toch wel een droge mond bij krijgen zou ik denken. Dus…..wat let je?

Excuses…

Two women fighting and screamingOoit was een excuus iets wat je deed om zaken recht te krijgen bij hen die je mogelijk gekwetst had met jouw dadendrang. Het was iets persoonlijks, iets wat je moest oplossen. Er zijn altijd mensen geweest die deze vorm van spijt betuigen zonder enig probleem konden uitvoeren omwille van de goede vrede of omdat je er dan uiteindelijk beter door werd. Uit Azië kwamen wel eens de meest wonderlijke uitingen van vooral zakenmensen of ministers die half huilend en flink buigend aangaven dat zij ten opzichte van de natie of het volk hadden gefaald. Is hier nooit aan de orde geweest. Veel burgervaders en moeders weigeren nog steeds in te zien dat ze soms verschrikkelijk falen bij de uitoefening van hun job, maar bij en vooral na een ramp zien ze zelden of nooit in fout te hebben gehandeld. Kwestie van cultuur. Wij vonden dat we heel belangrijk zijn, dat we vrijwel altijd goed functioneren en dat excuses dus echt niet nodig zijn. Toch is er een verandering op komst. Het excuus voor de bühne wordt mode.

exc.2Zo kon ik onlangs zien dat de burgemeester van Hardenberg vertrok uit zijn functie toen hij hoorde van de gemeenteraad dat hij niet meer te handhaven was. Voor de vorm kwam er een excuus. Niet naar de slachtoffers, maar meer naar de verzamelde politici. ‘Hij had de gevoelens van hen verkeerd ingeschat’. Ook de directeur van de SVB bood haar excuses aan. Het kwam er bijna als een oprisping uit. Haar instelling bleek vijf maanden lang niet in staat om uitkeringen in het kader van de PGB’s op tijd bij de betrokkenen te krijgen. Een groot schandaal natuurlijk, maar ja als excuus had ze ook wel weer dat de software….en de tijdsdruk…en de politiek…. Het excuus leek niet echt overtuigend binnen te komen. De Paus excuseerde zich uiteindelijk na een halve eeuw schandalen rond kindermisbruik, maar vanuit andere kerken bleef het oorverdovend stil. Niets aan excuses te horen over soortgelijke schandalen. Branden, explosies, of volkomen foute en geld verslindende projecten bij de overheid, niets geleerd, geen excuses.

Boksen 4Zoals ik een paar dagen geleden weer zag, toen Mevrouw Netelenbos, de ex-minister uit het Kabinet Kok, moest opdraven voor een Kamercommissie om nu eens uit te leggen waar zij toch blunderde rond de aanbesteding van de HSL/Fyra. Miljarden gekost dat prestigelijntje en er moeten nog wat honderden miljoenen achteraan om de verzakkingen tegen te gaan. Vanuit haar hooghartigheid, zo eigen aan haar karakter, keek ze naar de commissieleden en deed haar verhaal. Het was ieders schuld, maar niet de hare! Niks excuses, niks spijt. Want dat past niet bij de mores in een partij als de PvdA. Altijd gelijk, nooit een enkele verkeerde inschatting. Nu ben ik zelf ook niet zo van de excuses hoor. Bood ze zelden aan voor beslissingen in het verleden genomen. Zou dat wellicht komen omdat ze met voortschrijdend inzicht voor 99% juist zijn gebleken? Nee toch, ja dan?!

Jerrie Cob

Cobb 1In een tijdens een bezochte rommelmarkt gevonden boekje over de ruimtevaartwereld in 1964 ontdekte ik bij het doorlezen een passage die ging over ene Jerrie Cob. Dat was een Amerikaanse vrouwelijke pilote die indertijd aanspraak maakte op een plek in de opleiding voor astronaut bij het toen nog in ontwikkeling zijnde ruimtevaartprogramma van de Amerikanen. Ik vroeg me direct af hoe het met haar zou zijn gegaan, omdat er geen astronaute van die naam is geweest naar mijn mening. Dus ga je even zoeken en vindt dan haar levensverhaal tot nu toe. Was het in 1964 volgens de foto in het gevonden boekje een klassieke blonde en charmant ogende jongedame, ze dateerde qua geboortejaar al uit 1931. Op haar twaalfde vloog ze als kind in haar vaders Waco-tweedekker en daarna speelde ze een belangrijke rol in o.a. de squadrons vrouwelijke piloten die tijdens de Tweede W.O. vliegtuigen overvlogen van fabrieken naar vliegbases in oorlogsgebieden. Zij raakte daar verloofd met een oorlogsvlieger die echter tijdens dat grote conflict in de Stille Oceaan stortte en verongelukte. Na de oorlog zette ze haar drang naar vliegen om in lesgeven en het zoeken naar ultieme records op het gebied van snelheid, gevlogen afstanden of bereikte vlieghoogten.

Cobb 2Ze won allerlei prijzen en onderscheidingen vanwege haar resultaten en expertise. Toen ze ontdekte dat de Amerikanen op zoek waren naar astronauten meldde ze zich al in 1959 met een enorme vliegervaring aan. Ze werd in eerste instantie aangesteld als adviseur voor de NASA en onderging daar vrijwel alle fysieke en psychische tests voor het astronauten vak. Maar de NASA wilde er indertijd uiteindelijk toch niet aan. Een vrouw de ruimte insturen vond men niet verantwoord. En dus stootte Cob telkens weer haar toen nog fraaie koppie aan de onwil en bureaucratie binnen het Amerikaanse machowereldje. Waar de gedachte leefde dat een astronaut tenminste  een ervaren militaire testpiloot moest zijn geweest voor hij in een raket de ruimte in kon worden geschoten. Toen de Sovjet Unie plotseling wel een vrouw de ruimte in bracht, de befaamde Valentina Tereshkova, waren de Amerikanen in shock. Maar Cob kreeg toch haar beoogde ruimtereis niet voor elkaar. En verlegde daarna haar focus naar een totaal nieuwe manier van vliegen. Ze ging in Zuid-Amerika vliegen voor de Missie. In landen als Brazilië, Columbia, Ecuador en zo meer.

Cobb 3Zij combineerde daarbij haar vliegervaring met haar diepe geloof. In 1981 werd ze zelfs genomineerd voor de Nobelprijs voor de Vrede. In 1999 was er nog een discussie over het evt. mee laten vliegen van Cob aan boord van een van de toen nog actieve Space Shuttles. Maar ook dit werd haar geweigerd. In 2007 ontving ze een eredoctoraat van de Universiteit van Oshkosh in Wisconsin. Ze zal intussen wel een beetje rustiger aan doen, haar leeftijd en zo. En soms eens naar de hemel kijken en bedenken hoe anders het was gelopen als zij wel een willekeurige man was geweest en geen leuke blonde deerne met een grote behoefte om het luchtruim en de ruimte te exploiteren. Zo zie je maar waar een klein verhaaltje in een oud boekje toe kan leiden…