De boom van de buren…..

Toen wij hier, lang geleden alweer, kwamen wonen kregen we als gratis accessoire bij ons huis een boom bij de buren die elk jaar zo’n beetje in de eerste twee weken van april tot volle bloei komt of kwam. Prachtig! En onze oude buurvrouw genoot daar net als wij intens van. Omdat deze boom een ver familielid kent die bij een overbuur ooit is geplant en daar net even later ook in de bloei komt en dan een andere bloesemkleur laat zien, is het voorjaar voor ons daardoor altijd extra zicht- en tastbaar. Overigens relatief kort. Juist in het voorjaar wil het naast aardig weer ook vaak waaien en regenen en dan is diezelfde boom een bron van wat ergernis. Immers de honderdduizenden blaadjes dwarrelen dan neer als sneeuwvlokken en kleuren diverse tuinen eerst aardig roze, daarna bruin tot zwart. Je veegt je een ongeluk, maar ach, dat heb je er voor over uiteraard. Ik maakte de lezer(es) al eerder deelgenoot dat de oude buurvrouw een paar jaar geleden is gaan hemelen.

Wij vreesden al met grote vreze voor wat er na haar dood komen zou, maar dat viel in eerste instantie wel mee. Een van de dochters, mede-erfgename van de woning, bleef meer dan een jaar wonen in het huis van haar moeder. Deed weinig meer aan onderhoud en tuin, maar dat hield wel in dat de boom bleef staan. Een even fraaie aan de voorkant van het huis was nog bij leven van ‘moeder’ net in de bloei bevroren geraakt en afgestorven. Het leven van een boom in ons grillige klimaat niet altijd even makkelijk. Omdat de oude dame redelijk ‘zuinig’ was bleef de dode boom als een soort relikwie staan. Hoe dan ook, eind vorig jaar werd het huis alsnog verkocht. Een jong gezin uit een belendende gemeente kocht het en ging voortvarend aan de gang. Alles wat hen niet beviel werd in huis afgebroken en opnieuw geinstalleerd. Het mocht iets kosten en de aannemer leek wel bij hen te overnachten. Ook qua geluidsproductie. Dat was niet zo natuurlijk. Maar je wilt een huis toch naar je zin maken. Ik snap dat zeer. Maar ergens dit voorjaar, de bewuste boom in de achtertuin had net knoppen, hoorden we het jonge stel tegen elkaar zeggen dat die boom er echt uit moest in verband met de ruimte’.

Het sloeg ons best om het hart. Ook al ben ik zelf erg van een betonnen plaat met planten/bloemenbakken ter versiering, die boom was altijd wel een anker van geur en kleur. Hij is van hen, zij mogen dat beslissen. Maar we gaan die boom wel erg missen. Nu is het wel zo dat we wel zien dat hij kwalitatief minder wordt. Hij slinkt ook, groeit niet meer. Maar hij bloeit nog wel. Gelukkig hebben we de plaatjes nog. Overigens hebben wij zelf ook diverse bomen en struiken uit de tuin gehaald in de loop van de jaren. Ooit geplant door de vorige bewoners van ons huis. Die kennelijk niet door hadden dat sommige bomen erg groot worden en soms zelfs boven de nok van het huis uit groeien. Wij wel. En dus ging de zaag er in. Kaalslag het gevolg, ruimtegewin ook. En dat zal bij de buren ook wel zo zijn. Oud is leuk, hout ook, maar soms wil je gewoon dat de kinderen kunnen spelen. Dat zal het zijn… (Beelden: Yellowbird 1994/2019/20)

Contra-evolutie

In de afgelopen periode waren er weer wat selfiedames in de media te vinden die meenden dat het tijd werd om de klok terug te draaien naar de tijden van voor de verzorgingsevolutie. Omwille van aandacht of ecologische gekte besloten zij dat wat de Schepper had bedoeld als bescherming van oksels en overige delen van het menselijk lichaam, niet meer te verzorgen of te verwijderen maar er juist weer flink mee te koop te lopen. Tegen de modetrends in. Maar je valt er wel mee op en dat lijkt me, ondanks de aandacht die de dames zochten, toch een tamelijk slecht signaal. Beharing die overal uitsteekt, onverzorgd is en bijdraagt aan het simpele feit dat bepaalde bijna uitgestorven diersoorten als schaamluizen weer in de pootjes wrijven van genoegen lijkt mij niet passen in een modebeeld anno 2019. Ik ben er niet van, ik heb dat in het verleden nooit onder stoelen of banken gestoken. Voor sommigen is het ultieme uitingsbeeld van ‘volwassen zijn’ dat je de jungle onverzorgd toont aan de goegemeende om je heen. Sommige culturen vinden dat wellicht prachtig, ik niet. En gezien het aantal lasersalons waar je ook terecht kunt voor wax/harsbehandelingen ben ik kennelijk en gelukkig niet de enige. Tuurlijk, als je valt op oermensen heeft het nog iets. Vroeger was de geur van ongewassen lijven voor beide sexen vaak ook een groot genoegen.

Maar we leerden sindsdien dat esthetiek iets anders anders is dan struiken of stoppels op zichtbare plekken. Kaal op veel plekken staat er tegenover, ik snap dat niet iedereen daar van is, maar onverzorgd door het leven? Toch ook niks? Ik gun de meiden die de oksels en meer zwart begroeid laten hun lolletje hoor. Ze vinden vast partners die als Tarzan of Jane door het leven gaan en van liaan tot liaan een weg banen naar ultiem geluk. Maar ik ben er (nogmaals) niet van en zal er verder geen blik meer op richten. Zoals ik in mijn vorige blogverhaal al aangaf ben ik ook niet van het bakken. Maar uitgegroeide haarbossen zouden me zelfs misselijk maken als ik dat op het strand of elders tegenkom. Hou de boel binnenboord, show er niet mee en we blijven vrienden. Heus! En die 95% van de mensheid die wel iets snapt van tonderen, ontharen en verzorgen….ik ondersteun die evolutie. En dank u voor het inzicht richting uw medemens…..:) (Beelden: Internet)

Driftende nostalgie

Speedway- driften in de bocht-2005-06-09Het was echt bij stom toeval dat ik een paar weken geleden op een zaterdagmiddag in mijn eentje op de bank zappend een van de leukste en meest spectaculaire sportvormen ooit tegenkwam op Eurosport; Speedway! Ooit plaatste ik er al eens een blogje over, maar omdat het kennelijk nog steeds wordt uitgezonden en ook goed georganiseerd doe ik dat nog maar een keertje. Speedway in de oorspronkelijke vorm wordt gereden op een 400 meter lange ovale sintelbaan met per heat vier motoren. En die motoren rijden niet zo maar een beetje rond, nee ze driften dwars door de bochten en de coureurs moeten zich met de moed die jonge mensen nu eenmaal in zich hebben, zien staande te houden en het gashendel laten werken voor evenwicht en onderlinge strijd. Remmen is er niet bij, die zitten helemaal niet op deze machines. En die benodigde techniek wordt geleverd door 500cc eencilinders die draaien op een methylalcoholmengsel dat naast het benodigde vermogen ook nog eens een heerlijke geur af geeft. De coureurs zitten in zware leren pakken vol logo’s, hebben schoenen aan met metalen zolen en hakken en hebben tegenwoordig ook nog eens neksteunen. Men rijdt met helmen op die bij de start worden voorzien van een gekleurde kap. Rood, blauw, geel en wit.

Speedway at the startDie kleuren bepalen de startpositie. Wie in de binnenbaan start heeft een groot voordeel, de buitenbaan is lastiger. Waren vroeger Nederlanders en Duitsers, naast Engelsen de grote mannen in deze sport, tegenwoordig zijn het Polen, Russen of Scandinaviërs die de prijzen verdelen. Het is ook een professionele, dure sport geworden. Sommige rijders hebben wel vier van die motoren bij zich. En een hele staf monteurs. Dit is nog steeds een populaire sport. In Engeland of Australië zitten de stadions vol bij wedstrijden van dit type. Dat is ook in Oost-Europa en Duitsland zo. De op TV uitgezonden wedstrijd was een soort Poolse competitie met een groot internationaal deelnemersveld. Ik kon me er niet van losmaken en genoot. Mijn jeugdjaren kwamen weer terug…. Samen met mijn moeder of later wat vrienden uit de toenmalige woonomgeving naar de wedstrijden om de Gouden Helm in het Olympisch Stadion, Tilburg of Assen. Met 30.000 andere toeschouwers. Kijken naar Nico van Gorkum, Pietje Seur, Kootje Boef en dat soort figuren. Allang verdwenen namen. Maar goed voor veel vermaak. Net als deze uitzendingen van Eurosport. Heerlijk….. Vrooooooooooooaaaaaaaaaaahhhhhmmmmmmmm

Vlinders

Relatie - 1Ze was het zich echt wel bewust. Het kon gewoon niet. Het mocht niet, ze was immers getrouwd toch? Op haar leeftijd? Nee, die gevoelens hoorden niet. Het was haar altijd ingeprent dat je alleen van je eigen man mocht houden. En dat dan vooral je hele huwelijk lang. Geen zijstapjes en kijken deed je ook niet. Tot ze op een beroerde dag (nou ja..) die grote rijzende man tegen kwam in de supermarkt. Een beer van een vent, slank, goed gekleed en met prachtige ogen. Ze had hem aangekeken en was gesmolten. Het gesprek dat ze aan was gegaan bij de kassa, ze had bewust gezorgd in dezelfde rij te komen staan als hij, leidde tot een opborrelend gevoel in haar onderbuik. Waren dat nu vlinders? Wat een stem, wat een charmante vent. Ze voelde zich hopeloos ‘gewoontjes’ in haar dagelijks kloffie. Maar hij leek daar geen last van te hebben. Al snel hadden ze samen in het winkelcentrum aan de koffie gezeten en had hij haar betoverd met zijn verhalen, zijn prachtige witte tanden, zijn geur (een of ander dure aftershave)  en zijn complimentjes. Ze deed haar best om ook leuk over te komen, vroeg hem naar zijn achtergrond, werk en zo meer. Elk woord wat hij met haar wisselde kwam als een granaat bij haar binnen. Ze hapte soms naar adem. Jemig, wat een man, wat zou ze daarmee graag eens op een mooie reis gaan, naar een verre stad of een eenzaam strand. Gewoon verliefd mogen zijn zoals ze dat al jaren niet meer had meegemaakt thuis. Haar man was meer van de sleur. Alles op zijn tijd en plek, en de passie was lang geleden al uit hun relatie verdwenen. Zij had zich daar verder ook niet zo om bekommerd, dus ze verweet haar man niks in die zin. Ook zij was haar ‘zin’ kwijtgeraakt en vond de opleiding van de kinderen en het zekere inkomen belangrijker dan wat ook. Tot dit moment. Dat ze dit nog in zich had…. Nadat ze afscheid had genomen van deze ‘Frans’ liep ze helemaal opgewarmd naar huis. Ze kreeg het idee dat ze ondanks haar zware tas met boodschappen toch een beetje zweefde. Toen ze de deur open deed en haar tas naar binnen sjouwde hoorde ze dat haar man samen met de jongste zoon in de kamer naar het voetballen keek. Ze zeiden nauwelijks gedag toen ze meldde weer thuis te zijn. ‘Haal je wat frietjes en bier voor me?’ vroeg haar man. Ze knikte. En bedacht zich dat Frans dit nooit zou doen.  Die zou haar verwennen, als een prinses en zij zou in haar mooiste jurk naast hem gaan liggen op de bank…en een romantische film bekijken….’Bier…!!’ hoorde ze uit de kamer. Zuchtend liep ze naar de koelkast en ontdopte een bierflesje. Wat zou het leven mooi kunnen zijn…..Nu even naar de frietzaak….haar man had honger….De vlinders daalden langzaam weer af naar de plek waar ze al die jaren opgesloten hadden gezeten….ergens onder in haar buik…weer gereed voor de winterslaap…..