
Ik geef niet snel toe dat ik iets niet snap of zelf de laatste technische ontwikkelingen niet meer volg, maar rond het thema AI neig ik toch tot een wat terughoudende instelling. Ik benut geen apps of andere technologie op dat gebied en elke tekst komt nog altijd vloeiend uit mijn eigen bol, vertaald via de van mij bekende creatieve en snelle vingers op een toetsenbord van laptop of desktop dan wel smartphone. Voor veel mensen is dat zelfs al ouderwets. Kennelijk is het een compliment waardig als je van iemand te horen krijgt dat jouw teksten wel AI gegenereerd moeten zijn omdat ze zo treffend en goed geschreven zijn. Maar ik moet die complimenteuze types die dat vroegen of constateerden altijd teleurstellen. Ik werk er niet mee en heb genoeg parate kennis van feiten of door ervaring rijker geworden om me te uiten op de wijze waarop ik dat doe. Mijn geschiedenis met elektronische tekst- en beelddragers gaat overigens al terug naar mijn eerste CPM Personal Computer van het fameuze (..) merk Spectravideo. Ergens in de jaren 80 aangeschaft en mezelf er toen mee leren omgaan.

Ik heb in die jaren heel wat museale teksten op grote floppies gezet. Toen die PC er mee nokte kon ik die floppies nergens meer voor gebruiken. Later kwamen de Windows PC’s met door dat softwarehuis aangestuurde floppies. Hard van verpakking, bescheiden van opslag. Weer later andere beelddragers en tegenwoordig de Cloud. Binnenkort moet ik over op een nieuwe computer i.v.m. invoeren Windows 11. Ik kijk er nu al aardig tegenop. Immers wat blijft er over van wat je zoal dichtte en in foto-opslag bewaarde? Altijd was er ergens in het verhuizen wel dataverlies. OK, failliet gaan of ziek worden is erger, maar ik vind dit toch ook wel wat. Wat ik zelf wel weer handig vind is Google Lens. Gewoon een plaatje scannen en antwoord krijgen over wat je in beeld bracht. Is dat ook AI? Nou dan heb ik dat onbewust toch gebruikt. En blijkt dat praktisch, al is het niet onfeilbaar. Zeker bij mijn hobby-beoefening wil ik nog wel eens een zelfs voor mij onbekend schaalmodel of plaatje laten scannen om zo zekerheid te krijgen over herkomst of fabrikant. Soms is het antwoord gewoon spot-on, maar ook vaak helemaal verkeerd. En dat is meteen reden om al die teksten via AI gegenereerd ook met een nodig schepje zout te benaderen. Als dan blijkt dat de linkspopulisten van D66 AI benutten voor hun ‘geniale teksten’ van de premier weet ik genoeg. Gelukkig zijn ze daar niet zo laf om het te ontkennen. Maar of het echt eerlijk is…? (beelden: archief)





























Sinds mijn vroege jeugd heb ik naast een oog voor schoonheid ook nog eens gevoelige oren. Wat mooi oogt klinkt meestal ook zo. En dat vertaalt zich in een bijna programmatische optelsom in de hersenen. Zo weet ik nog hoe een Renault 4CV klonk, of een Dakota die over ons huis vloog op weg naar Hannover op een vrachtvlucht van KLM. De startmotoren van vroegere jets, of het brullende geluid van een Harley-Davidson motor. Een pruttelende DKW of Trabant, het staat me net zo bij als de lucht van tweetakt uit de uitlaten van die wagens. En neem van mij aan dat ik er zo gevoelig voor ben dat ik bij stille beelden die geluiden meteen terug weet te halen. Die gevoeligheid werkt ook in negatieve zin. Gevoeligheid voor geluid kan ook leiden tot negatieve associaties. Zoals die flat waar we ooit woonden en waar zowel boven- als benedenburen zoveel herrie maakten dat we er niet van konden slapen soms.
Om het over op buizen slaande andere buren die ook wilden slapen en zich stoorden aan hen die daar kennelijk nog niet aan toe waren maar niet te hebben. Of de stem van mensen met wie ik ooit te maken had en die bepaalde dingen oreerden die me altijd zijn bijgebleven. Niet alleen door de inhoud van het gezegde, ook door stem en intonatie. Je bent er maar mee behept. En ik vertaal ook de namen van artiesten op die wijze. Hoor meteen het geluid van zang- of spreekkunst als zo’n naam passeert. Prince bijvoorbeeld, waar ik ooit een concert van meemaakte in de Kuip. Ik zag de man slechts met behulp van een verrekijker. Niet alleen omdat hij zelf klein van stuk was, maar ook omdat we zo’n beetje aan de andere kant van het Rotterdamse stadion zaten. Maar naast ons stond wel een enorme geluidsbox. En daar kwam de toch wat pieperige stem van Prince goed hoorbaar uit.
Net als 10.000dB aan basgeluid. Mijn oren toeteren nu nog. Als ik de naam van Trijntje Oosterhuis hoor, moet ik altijd denken aan de Walkure. Maar dan een die zo hard schreeuwt dat de bergen rond de Rijn zouden instorten en de rivier er onder versperren. Ingetogenheid is haar vreemd. Dat alles vertellen mijn oren me. En ja, ik heb ook een van haar concerten ooit gevolgd. Die stempel komt niet van niets natuurlijk. Maar toch blijft het mooiste om de herinneringen te koesteren aan de vele vliegtuigen waarmee ik te maken kreeg in mijn leven en uiteraard ook de auto’s. Van die vliegtuigen heb ik de nodige CD’s waarop die kisten van toen te horen zijn. En telkens weer een feest om even terug te kijken naar hoe het leven vroeger was. Geen afstand, gewoon observeren, genieten, beeld en geluid combineren. Het is een waardevolle toevoeging aan mijn liefhebberijen en was dat ooit ook van mijn professionele leven. Nog iemand die dit kent of heeft? Maak van je hart geen moordkuil en deel je ervaringen hoor….Juist in Coronatijd een prima afleiding… (Beelden: Yellowbird archief)
Toen bloggen nog een nieuwe bezigheid was, pakweg een jaar of tien geleden, werden er heel wat meetings gehouden door de toen actieve gemeenschap van schrijvers en fotoplaatsers. Ik heb er diverse bezocht, maar lang niet alle. In wisselende samenstelling van deelnemers kwam ik zo wel terecht in Gorinchem, Delft, Rijswijk, Ommeren, Tiel, Lelystad, Amsterdam en nog zo wat plaatsen. Al die lui die mekaar voordien al dan niet kenden. Men had een centrale gedachte bij dat ontmoeten. Elkaar waar nodig of nuttig eens wat nader leren kennen. Dat leren kennen liet ook meteen zien met welke mensen je direct door de deur kon, wie met wie een leuke combi zouden vormen, maar ook dat men een passie had om zaken uit te dragen die voor de blogger van toen van belang waren. Ik hield er diverse digitale contacten aan over, maar ook de nodige echte. Soms werden dat vriendschappen voor het leven.

Hoewel ik weet dat de Social media niet ieders Cup-a-Tea zijn is het toch wel aardig om te zien hoe imago van die media en de dagelijkse praktijk van elkaar verschillen. Zo zou je weleens de indruk kunnen krijgen dat als je als Numero-Zero in de wereld toch een plekje wilt veroveren in de harten van meekijkende of lezende toeschouwers het vloggen op YouTube ongeveer verplichte kost is. Al was het maar omdat je daar zelf televisietje kunt spelen of (al dan niet betaalde) presentator van vakantie of consumentenprogramma’s. Het blijkt in de praktijk nogal mee/tegen te vallen. YouTube is in bepaalde kring zeker populair en je kunt daar zaken zien die de meer traditionele media mijden. Zelf ben ik nogal gek op alle vliegfilms die er voorbijkomen. Van eerste solovluchten van leerling-piloten tot het uitvoeren van een vluchtoperatie tussen (voorbeeld) New York en Amsterdam. En gezien het aantal ‘views’ zijn dat zeer populaire filmpjes.
Maar dat aantal keren dat een filmpje wordt bekeken stijgt naarmate het avontuurlijke of gewelddadige dan wel liefdevolle karakter van het gebodene in de regie is meegenomen. Er zijn mensen die alles weten over make-up of het juist scheren van de oksels en daarmee intussen een aardige boterham verdienen. Al was het maar omdat ze producten promoten die voor al die doelen geschikt zijn. Zelf heb ik weleens iets geplaatst op YouTube, dat ging dan meer over modelauto’s en vliegtuigen. Maar na de wisseling van WIN7 naar WIN10 was ook mijn wachtwoord verdwenen en kon ik mijn eigen account niet meer in. Dat blijft wel een probleempje. Maar, als het gaat om andere zaken die mensen willen delen, zie je toch dat andere sociale media veel meer worden gebruikt door intussen een paar miljard mensen.
Wie veel reist heeft, zo blijkt uit recent onderzoek, voorkeur voor Facebook. 62% van al die reizigers zet de verhalen en avonturen daar op het eigen profiel in de wetenschap dat het wordt ‘gevreten’ door de kring ‘vrienden’ die men daartoe heeft uitgenodigd. Ook Instagram en Twitter scoren daar beter dan YouTube. Van alle reizenden plaatste slechts 6% iets op dat gefilmde medium. Zal zeker komen doordat men beter fotografeert (..) dan filmt en ook de eigen stem voor veel mensen een niet te nemen barrière is. Maar geeft ook wel weer dat we nu ook weer niet al te overdreven gedachten moeten hebben over vraag en aanbod. Al hoop ik wel dat sommige reizigers blijven filmen als ze weer eens in een levensgevaarlijk vaar- voer- of vliegtuig stappen en daar verslag van willen doen. Ben wel benieuwd welk medium jullie prefereren voor alle avonturen die je beleeft. Al kan ik van sommige reageerders wel voorspellen welke antwoorden ik zal krijgen uiteraard….:)