
Tijdens de periode waarin we schoonmama (zie blog 15-2)intens moesten begeleiden richting haar laatste rustplek waren we thuis wat minder bezig met andere dingen. Wat wel had moeten gebeuren was goed kijken naar onze kattenkinderen. Een daarvan, de grootste en meteen door de jaren heen meest kwetsbare, liep in die periode ineens heel vreemd door het huis heen. Als een Jamaicaanse zanger met veel gevoel voor reggae-muziek bewoog hij zijn achterkant heen en weer. Vreemd… Ook het springen van tafels of stoelen verliep bijna pijnlijk om aan te zien. Toen de rust iets was weer gekeerd toch eens naar de dierenartskliniek hier om de hoek. Daar zag men het verschijnsel ook, maar vond meteen dat we voor een betere expertise bij een specialist langs moesten om te bekijken wat dit fenomeen veroorzaakte. Een splinternieuwe dierenkliniek in Baarn bleek de beste optie en wij mochten er met voorrang even langs. Best een stukje rijden maar de ontvangst en behandeling bleken uiterst plezierig en vooral ook zeer diervriendelijk. Wat een verschil met die kliniek in Amsterdam-Sloterdijk die we door de jaren heen meermalen bezochten met verschillende huisdieren en waar omzet belangrijker leek dan diervriendelijkheid.

Hoe dan ook, van onze ‘grote beer’ werden roentgenfoto’s gemaakt en daaruit bleek dat zijn rechter heupgewricht door artrose was aangetast. En wel op zodanig wijze dat de bol van de heup niet goed meer draaide in de kom van het gewricht. Hij is maar 7.5 jaar oud, dus we vonden het wat jong voor dit euvel. Helaas….het hoorde bij het ras. Main Coons staan er om bekend. Een uiterst confronterende conclusie. Wat was nu een oplossing?? Een operatie zou soelaas kunnen bieden. Dan zaagt men de aangetaste kop weg van het gewricht, laat de kat daarna intensief revalideren en dan blijkt vaak dat het spierweefsel om die heupen heen bij katten de functie overnemen van het oud gewricht. Een kunstheup kon ook, maar dan kost dan zoiets als een goede tweedehands auto. Best veel geld. Deze operatie (waarvoor wij kozen) is ook niet gratis maar nog te overzien als je niet op vakantie gaat dit jaar. Dus dat werd het. Halverwege vorige maand ging hij onder het chirurgische mes en kwam een aantal uren later weer thuis. Waar wij een bench klaar hadden staan, ingericht als een intensive-care kamer waarin hij twee weken lang moest vertoeven. Niet lopen, niet staan. Leg het maar uit aan een kat als deze beer… Opvallend over naar de bak gaan geen woord in de instructies, ook niet op internet te vinden. Dus improviseren. Na een paar dagen kregen we de handigheid als verplegers. Onze poezenfamilie in de war. Twee collega-katten kwamen de kamer niet meer in (geur operatie), alleen onze oudste kater, Prins Percy, trok zich van niets wat aan en kwam af en toe even buurten bij de patient. Als dit blogverhaal wordt gepubliceerd zijn we bezig met de tweede fase van de revalidatie. Er moet opnieuw gelopen worden. Niet gesprongen, niet geklommen, maar gewoon rondjes lopen. En slapen in die bench. Over enkele weken weten we of het allemaal goed komt. Best spannend…zeker voor de Grote Beer zelf…..Die uiteraard extra werd verwend. Wat hij best op prijs stelde…..(beelden; archief)


























Sinds januari, ik heb u als lezer indertijd meegenomen in onze wereld van kattenliefde en verdrijven van toenmalig heftig verdriet, hebben wij twee jonge gasten in huis. Broer en zus, Main Coon katten van de leuke en (gelukkig meestal)gezonde soort. In de tussenliggende maanden groeiden die twee in rap tempo op. De socialisering werd deels door onze iets oudere (2 jaar) Ragdollkater Prins Percy gedaan, de rest probeerden wij als butler en dienstmeisje die twee bij te brengen. Met een kattenervaring die toch al een dikke halve eeuw teruggaat weet je dan wel wat je in de poezenkuip aantreft zou ik denken. Maar in dit geval pakt(e) dat toch iets anders uit. Het groeiproces van deze twee gaat zo rap dat ze als 8 maanden oude kittens op enig moment 4 resp. 5 kilo wogen. Het hoort bij het ras en dat verschil in gewicht zit ook in geslachtsonderscheid. Vrouwtjes bij deze kattensoort lichter dan de mannetjes. Maar er is nog iets wat ons toch wat parten speelt.
Het mannetje, door ons Presley genaamd, eet als een bootwerker en heeft kennelijk nooit genoeg. Want wat je ook op de mensentafel zet, als hij de kans heeft steelt hij het onder je handen vandaan. Worst, kaas, groenten, aardappels, maar ook verpakkingen, servetten, het moet allemaal meegesleurd. Alsof we een wilde boskat in huis hebben. En hij is nergens bang voor. Nou ja voor echte bedreiging, maar dat willen we nou ook niet steeds doen. Kortom, we zijn er constant mee bezig. De keuken moet dicht blijven, de kamer als we aan het eten zijn, altijd is er wel een reden om bang te zijn voor de acties van deze panterachtige rover. Opvallend genoeg werkt hij soms samen met zijn zus. Die is ook erg ingesteld op eten, maar heeft nog een extra slimmigheidje aangeleerd. Vanaf moment 1 dat ze hier binnen stapten weet die kleine alles open te maken. Van kasten tot ritsluitingen op tassen, ze rommelt even en hup. En wat open is wordt dan door broerlief grommend doorzocht op etenswaar. Je zou bijna denken bij het lezen van e.e.a. dat wij die dieren slecht verzorgen, maar de waarheid is juist dat we er altijd extra goed voor zorgen.
En we ons daarbij aan de maatbekers houden, het juiste voedsel kopen (grotere brokken voor deze katten opdat ze goed leren kauwen..). Afstemming met de dierenarts leerde ons het advies om als dit gedrag zich voor doet de kat af te leiden met een speeltje. Geprobeerd….werkte echt niet. Eten gaat voor alles. Op de fora en Facebook-groepen die deze katten tot onderwerp hebben lees je wel dat ze vaak zijn geobsedeerd door alles wat eetbaat is, maar zo erg dat je er voor dwars door roeien en ruiten gaat komen we dan weer niet tegen. We overwegen nog wat we moeten op het moment dat ik dit schrijf. Het moet afgeleerd worden zoals het diertje het ook zichzelf heeft aangeleerd. Gek genoeg is alles rustig en vooral aanhalig lief als het eten buiten beeld is. Dan is die grote lummel een van de liefste en meest aanhalige katten denkbaar. Nooit vechterig, maar juist knuffelig. Tot hij het idee heeft dat er iets te halen valt. Opmerkelijk. En wij kennen het, ik herhaal mezelf daarin, niet van eerdere katten die we als personeel dienden. Hebben we dan toch een roofridder in huis gehaald? We gaan het nog even aankijken en dan Doctor Phil maar eens benaderen. Zou dat helpen??? Wie het weet mag het zeggen (of schrijven)….(foto’s: Prive-archief)