Proost! Of toch niet??

Medio april dit jaar verscheen een voor velen verontrustend wetenschappelijk onderbouwd rapport waarin werd aangegeven dat zelfs het nuttigen van een enkel glas alcoholica kon leiden tot eerdere sterfte van de consumenten die dat spul tot zich nemen. De impact van die conclusie was groot. Behalve bij hen die meenden dat het zo’n vaart niet zou lopen. Immers, een krat bier per week moest kunnen en was ook nog gezellig…toch? Anderen werden nerveus en zagen de handen al gaan trillen bij het idee te moeten afkicken. Alcohol als tikkende tijdbom. En veel experts die zich ineens uitspraken tegen het gebruik van dat spul. Na het roken, de koffie, thee, hashj, zout, suiker, vet, etc nu ook de alcohol in de ban. Het mocht wat. Alcohol is per definitie niet goed voor ons. Het spul zorgt voor een lekker gevoel, ook als je er niet zo goed tegenkunt, we durven daarna ook veel meer en dat is voor mensen met remmingen best een voordeel. Maar alcohol zorgt ook voor verhoogde bloeddruk en als je dat maar lang genoeg hebt gaat je lijf vanzelf over in een ziekmakende modus. Daarbij is overmatig gebruik van alcohol buitengewoon schadelijk voor je lever, de geest en zijn die fikse hoofdpijn veroorzakende katers toch ook niet alles.

Voldoende voorbeelden van mensen die zich letterlijk dood hebben gedronken toch? Maar dat ene glaasje wijn? Dat glaasje likeur bij de koffie in het weekend? Dat biertje met collega’s op de vrijdagmiddag. Allemaal laten staan?! Of schouders ophalen en gewoon doorgaan?! Jonge mensen zullen dat laatste zeker hebben bedacht. Die glanzen nog van zichzelf, voelen zich onkwetsbaar en ‘later’ is ongrijpbaar. Voor de echte ouderen onder ons is het ook geen thema. Die zijn al op leeftijd en voelen zich wellicht net lekker door dat ene glaasje spiritueel vocht. Nee, juist die tussengroepen, waartoe ook ik behoor werden er nerveus van. Mocht dit nu ook al niet meer?! Wat blijft er dan nog over in deze #Metoo en #antizwartepiet tijden?! Wordt ons dan echt alles ontnomen? Het lijkt er wel op. Nu ben ik zelf geen echte drinker hoor. Ik vind een glaasje op zijn tijd best lekker, vooral in het weekend, maar zelden of nooit doordeweeks en al helemaal niet als ik nog moet rijden.

Kortom een rechte rug. Niet verslaafd! En dat laatste was mij bepaald niet met de paplepel ingegeven moet ik zeggen. De voorbeelden waren echt niet geweldig indertijd. Maar ik verzette me met klem tegen die verslavingen als roken en drinken. Uit dat principe dronk ik daarom tot en met 1978 eigenlijk nooit van dat spul. Vond het ook niet lekker. Pas in de Urquell-brouwerij die ik in dat jaar bezocht in het fraaie land Tsjecho-Slowakije ontdekte ik de geneugten van het echte Pilsener bier. Ook al ben ik van bier in het algemeen ook nooit een ware liefhebber geworden. Dus daar ligt het niet aan. Maar als het je wordt ontzegd!? Kijk, ik zelf geloof ook niet meer in Sinterklaas, maar van de traditie moeten al die betweters en namaakkenners wel afblijven natuurlijk. Gelukkig bleek enkele dagen later dat de dunne alcoholische soep niet zo heet werd gedronken en dat het ene glaasje per dag (statistisch gezien) wel mocht. Mits het geen hele emmers werden. Nou, daar valt mee te leven toch!? Ik neem mijn glaasje likeur gewoon weer in het weekend. En wat drink jij lieve lezer(es)??? Proost in ieder geval…..geniet er van.

Rijden…

Uit een gezin afkomstg waar rijden op twee- of in vierwielers met de paplepel werd ingegeven was het niet zo gek dat ik zelf al vroeg aan de slag ging om me de schone kunst van het fietsen, brommeren en autorijden snel en goed eigen te maken. Het bracht me een jeugd zonder reisbeperkingen. Want ook op een fiets of brommer kon je best ver komen. Nunspeet, Scheveningen, Driebergen. Het was allemaal redelijk te doen vanuit de hoofdstad. Met mijn  laatste brommer, een geweldig mooie witte Puch die ik na lang sparen nieuw kon kopen, deden we zelfs een tripje Texel. Maar het werd pas echt iets toen ik mijn rijbewijs had gehaald. Na precies 9 lessen, de praktijkervaring deed ik daarvoor al op bij de werkgever op Schiphol. Rijlessen in een VW Kevertje tegen een uurtarief dat omgerekend iets van 4 euro was indertijd. Toen ik dat rijbewijs had behaald ging het hek van de dam. De chef van toen zag wel iets in dat jong dat ambitieus genoeg was om lange ritten te maken in de bedrijfsvoertuigen die beschikbaar stonden. En als het moest kroop ik ook achter het stuur van wagens waartoe dat rijbewijs helemaal niet was afgegeven. Als de plicht riep en de baas het me dringend vroeg stapte ik van achter mijn bureau over naar het stuur van een 4,5 tons truck en reed ermee naar onze grootste klant in Den Bosch die echt aandrong op levering van het via ons bedrijf ingevlogen spul.

Die rijervaring was fijn toen ik uiteindelijk in staat werd gesteld mijn eigen eerste vervoermiddel te kopen. De Puch werd verkocht, het bedrijfsvervoer, een VW Busje, vervangen en dus moest ik voor mij zelf gaan zorgen. Na wat overleg en vergelijken van de voor mijn spaarbudget geeigende auto’s anno 1970, koos ik voor een Skoda. Een schitterende rode die was uitgerust met vier deuren, een cognackleurig interieur en radiaalbanden. Ik kon hem begin januari 1971 ophalen en was buitengewoon trots op het ding. Reed ook fijn. We deden er ritjes mee naar en door Duitsland, Belgie, maar ik reed er ook zakelijk mee voor de werkgever van toen. Na ruim twee jaar was hij al toe aan vervanging. Ik haalde met gemak de 40.000km per jaar en dan ging het snel. Een nieuwe gele auto van hetzelfde merk volgde de rode op en zo ging dat nog een tijdje door. Rijden bleef altijd een belangrijke rol spelen in mijn leven. Het gaf en geeft me nog me ook het gevoel van grote vrijheid, ook al werden de files langer en langer. Mooie ritten waren die naar Tsjecho-Slowakije in 1978, naar Parijs op diverse momenten in de tijd, en ook met verschillende automerken en types.

Een keer een collega oppikken die met een Saab strandde in Normandie en wiens tas enpassant ook was gestolen. Die haalde ik in een lange rit heen en weer op. Legendarisch was ook de rit voor het Schipholse bedrijf naar Antwerpen om een loodzware afsluiter te brengen naar BASF daar. Het zicht was onderweg door hevige mist echt nul. De chef en ik hadden op enig moment geen benul waar we reden en de koplampen van de Taunus schenen door het gewicht achterin steeds te ver omhoog. Maar vergeten doe je dat nooit. Ook leuk, de drie Oldsmobiles die ik reed toen ik werkte voor een autodealer in Amsterdam. Vergeet je niet zo makkelijk. Net zo min als ik mijn tripje naar Praag zal vergeten voor een cursus daar toen ik net een week bij Pon in dienst was. In een Favorit Forman op gas. Met een door een ‘uitvinderscollega’ gemonteerde set elektrische ruiten aan boord. Die veelal wel naar beneden, maar niet meer omhoog wilden. Ik heb de man er onderweg om vervloekt. Of die rit naar Mainz in een Audi S8. Loeisnel (250km/u+) met een van plezier jubelende collega Wim aan het stuur. Het zijn en blijven iconen uit mijn persoonlijke geschiedenis. En dat alles omdat mijn jeugd zo was verbonden met dat autoverkeer. Toch een tik. Zoals ik er als bekend wel een paar bezit. Relativering ten top dus…

Het feilende kookgeluk…

Als je zoals ik nu even tijdelijk partner loos door het leven gaat houdt dit ook direct in dat e.e.a. gevolgen heeft voor het eten wat ik tot mij neem. Van alle kwaliteiten die ik wellicht bezit is koken er zeker geen van. Ik kan eieren koken, bakken, potjes en blikken openen en de inhoud op redelijke wijze verhitten tot een eetbare substantie en aardappelen koken of bakken. Maar meer moet je niet van me vragen. Het is er nooit van gekomen en verdiepen wat te veel gevraagd. Nee, koken is niet mijn ding. Wel (mee)eten. Altijd fijn om bij liefdevolle koks of kokkinnen aan te mogen schuiven in zo’n situatie. Gelukkig zijn er een paar die begrijpen dat het niet zo meevalt voor een man als ik in zijn eentje…. Dus komen er wat uitnodigingen die me naast een lekker maaltje ook een gezellige avond bezorgen.

De dank daarvoor en uiteraard de waardering zijn groot. Maar blijft toch de kwestie van het gebrek aan talent op dit gebied. Ik had de pech dat mijn moeder vroeger thuis met alleen mannen om zich heen min of meer gedwongen werd om het kookwerk te verrichten. Dat deed ze met duidelijke tegenzin en dat was soms goed te merken (of te proeven). Uitdragen van haar wellicht aanwezige kennis op dit gebied was zinloos. Wij mannen waren bezig met de dingen die bij onze sekse behoorden en daar paste al te veel huishoudelijk werk niet bij. Koken dus ook niet. En dat heeft zich toch wat gewroken. Nadat ik mij om allerlei positieve redenen bond aan mijn echtgenote voor de decennia die tot de dag van vandaag duurden, was zij automatisch degene die ging koken.

En door haar erfelijke connecties met goed kokende voorouders had ik daarna weinig tot niets meer te klagen. Ze maakt er vaak iets bijzonders van en dat is bijster smakelijk. Van puur-Nederlandse pot, maar dan net even smakelijker tot inheemse gerechten die dan weer op mijn smaak zijn gebracht door links en rechts wat al te scherpe zaken weg te laten. Je moet als man nu ook weer niet overdrijven natuurlijk. Zij kookt ook efficiënt. Kan een maaltijd op tafel zetten binnen een uur. En nog lekker ook. Elke dag iets anders. Knap staaltje kookkunsten vertonen. Maar als ze dan even op reis gaat heb ik het lastig. Want ik pikte in al die jaren maar weinig op van dat kooktalent. Nu komt dat wel vaker voor hoor, ze maakt de fraaiste trips en geniet daarvan. Maar voor mij is het dan altijd even wennen. En toch heeft het wel iets. Nog los van al dat lekkers dat me door de lieve gastvrouwen en dito heren wordt voorgezet is het ook best lekker om met enige trots je zelf bereide maaltijd naar binnen te werken. En gezien de belangstelling die beide harige huisgenoten tonen als ik dan aan tafel zit, moet er wel iets goeds aan te ontdekken zijn. Vandaar…Smakelijk eten allemaal……Doe ik het ook….

Over rappers en archaische gedachten…

Ik waarschuw alvast vooraf. De inhoud van dit blogje kan dit keer een paar mensen direct op de ziel trappen. Mensen die gek zijn op rapmuziek en de daarbij behorende ‘artiesten’ en/of mensen die houden van kickboksen. Die tweede categorie haal ik er even bij om aan te geven dat dit voor mij net zo’n aantrekkelijke sport is als die rapmuziek klinkt in mijn oren. Namelijk…verschrikkelijk! Het is voor mij een uiting van het grote niks. Mensen compleet lens slaan in een zaal vol uitzinnige mensen is niet aan mijn creatieve geest besteed, maar zingen over hoe je denkt dat de wereld in jouw optiek moet veranderen wil jij daar enig respect voor hebben raakt mij evenmin. Allereerst omdat rappen geen zingen is, maar ook en vooral omdat die zelfbenoemde sterren vaak menen dat ‘aap’ op ‘raak’ rijmt en elke vrouw mag worden benaderd alsof zij tegen betaling diensten verricht die deze lieden vaak als plezierig ervaren.

Als er dan iemand tussen zit die ineens meent dat hij vanuit zijn zelf benoemde ‘sterrenstatus’ alle vrouwen, dus niet alleen de beroepsmatig met seks bezig zijnde dames, mag beschouwen als ‘hoer’ als zij zich niet ingehouden gedragen, waarbij hij zijn eigen cultuur neemt als uitgangspunt, is voor mij het kookpunt bereikt. Hoe durft zo’n lummel, wie denkt hij wel dat hij is? Heeft hij dan echt niet door dat Nederland een ander land is dat het land waaruit hij kennelijk naar hier kwam? Loeiend lees ik de reacties die hij veroorzaakte. Nederland splitste qua reactie op dit orakel van de negativiteit, direct in twee delen. Je hebt nu eenmaal altijd een bevolkingsdeel dat alles wat uit de hoek van de nieuwkomers komt omarmt alsof het een gouden bijdrage is aan onze cultuur. En aan de andere kant staan mensen zoals ik, die verafschuwen dat sommige lieden echt met een totaal gebrek aan respect (wat zij omgekeerd wel verlangen) spreken over de samenleving waarin ze verkeren.

Gevaarlijke tendensen, want de grenslijnen voor het conflict worden steeds strenger bewaakt en de standpunten daardoor steeds meer ingegraven. Excuses helpen niet meer, je moet door het stof. Waarbij we voor Meneer Eurlings andere normen hanteren dan voor Meneer Pechtold. Maar dit terzijde. Rapper ‘Boef’, ik noem zijn naam nog maar eens in dit verband, kreeg de wind van voren en stamelde wat excuuswoorden. Hij was dronken geweest (drie keer, wat ook wel iets zegt over zijn instelling..) toen hij deze tendentieuze zaken oreerde, en hij bedoelde het allemaal niet zo. Hij hield juist van vrouwen en in zijn jargon werd nu eenmaal gesproken over ‘bitches en kechs’, wat ook staat voor hetzelfde; vrouwen zijn hoeren. Alsof je het daarmee goed praat. Dat deze stellingen worden geponeerd geeft duidelijk aan wat er mis is in die rapwereld. Kennelijk is het leuk om vrouwen denigrerend te behandelen en neem je dan en-passant je afkeer mee van die liberale en moderne samenleving waarin we ons in Nederland bewegen. Ik vrees met grote vrezen voor het volgende conflict waarbij afkomst of wonderlijke gedachten over vrouwen of homo’s voorbij komen. De loopgraven zijn gegraven, de wapens uitgedeeld. Het zal niet het laatste conflict blijken waarin maatschappelijke geschillen worden uitgevochten. Al dan niet op rijm. Misschien is het nog niet zo gek om op kickboksen te gaan. Dan heb je tenminste iets om je extra mee te wapenen…..

Reizen zonder geld…

En terwijl het in het vorige blogje nog ging over Fokker en haar rol in de wereldluchtvaart, dit keer wil ik het hebben over een min of meer verwant onderwerp; reizen. Want uit een recent onderzoek van de ING-Bank onder 8000 Nederlanders bleek dat tijdens de afgelopen vakantie mensen die een vakantie boekten in eerste instantie in meerderheid eerst keken naar een bestemming, daartoe besloten onderweg te gaan en pas later keken of ze wel een toereikend budget hadden voor die trips. Pas veel later keek men ook hoe lang men eigenlijk weg wilde blijven. Dat houdt in dat veel mensen min of meer ‘als een kip zonder kop’ een reis boekten. ‘Maakt niet uit wat het kost, ik wil op vakantie en graag ver weg’. Kan niet schelen wat de prijs is voor dat tripje, gaan met die banaan.

Dit gedrag staat zover af van mijn eigen idee over vakantie, dat ik het opmerkelijk genoeg vond om er even een verhaaltje over te dichten. Immers, ik geef toch even meer aandacht aan het besteedbare budget dan aan wat ik eigenlijk zou willen. Nooit schulden maken voor grote uitgaven zit er nogal in gebeiteld bij me, en dat zorgt nog steeds voor grote terughoudendheid als het even niet uitkomt. Liever sparen en genieten dan lenen en lange tijd moeten bloeden voor iets wat je al snel vergeten bent. OK, lijkt ouderwets, maar zo zijn wij opgevoed. Met als voorbeeld ouders die vaak de eindjes bij elkaar moesten leggen om uiteindelijk van vakanties te kunnen genieten. Bij ons thuis ging dat zeker zo. Al waren het dan geen verre bestemmingen, dan nog. Een week volpension in Limburg was het ultieme dat de soms zo hardwerkende ouders voor mekaar konden brengen. Maar dan moest het geld er wel zijn. Want als we gingen dan bezuinigde men niet. Hapjes, drankjes, uitstapjes, het moest allemaal gedaan worden. En die tripjes zitten nog aardig in de bol.

Geldt ook voor de plekken waar ik zelf in de loop der jaren heen ging. Altijd comfortabel, beetje shoppen, cultuur, reizen per vliegtuig of een snelle trein, soms met de auto. Maar nooit op de bonnefooi of op basis van geleend kapitaal. Het past me niet, ik zou er kriebelig van worden. En als ik dit onderzoek dan lees weet ik zeker dat ik van een andere generatie begin te worden. We lenen weer wat af tegenwoordig en alles moet kunnen. Van de grootste auto (als die niet van de zaak is), tot het meest luxe huis, de nieuwste smartphone en/of computer, en natuurlijk een paar keer per jaar op vakantie. Logisch, want ‘we werken er hard voor’. Alsof ik dat ook niet deed. Maar goed, andere discussie. Ben wel benieuwd hoe jullie hier nu naar kijken. En o ja, die reisduur…..ik denk aan mijn drie vierpotige huisgenoten en vind direct twee dagen weg al lang. Dat mag je die beesten niet aan doen toch???

De D van Degelijkheid…

ouder-echtpaar-aem-310807Toen ze met hem verkering kreeg was hij de degelijkheid zelve. Keurig in het pak, suede schoenen, een goede opleiding, aardige baan, nooit wild of ongepast gedrag, maar daar hield ze indertijd wel van. Haar ouders waren ook zo degelijk. Netjes, christelijk, en haar opvoeding had in die zin geen grote verrassingen in zich gehad. Veiligheid bood hij haar, rust, en toen ze eenmaal getrouwd waren bleef hun relatie stabiel en kabbelend. Af en toe las of zag ze wel eens wat waardoor ze dan in de war raakte en verlangen kreeg naar een ander soort leven. Met meer avontuur. Leuk reizen, kabbelen in een warme zee, bloot dansen op een heuvel in India, ach ze had zo vaak verlangd. In plaats daarvan kochten ze een huis, kregen kinderen. Waar ze gek op was overigens. Haar man maakte carriere, kreeg een auto van de zaak. Een degelijke Toyota en voor de vakantie kozen ze voor een caravan waarmee ze elk jaar weer naar het zelfde plekje togen in Frankrijk. Waar net zulke degelijke mensen kwamen als zij zelf waren. Waarmee het trouwens goed toeven was. Maar in haar fantasie wilde ze wel eens naar zo’n nudistencamping die een kilometer of vijftig verderop te vinden was. En zo verliep hun leven tot de kinderen de deur uit gingen. Ze woonden intussen in een degelijke wijk, hadden een meer dan degelijk huis en dito meubels. Geen uitspattingen, geen vreemde dingen. Uitheems koken was er niet bij, hij zou het niet eten wist ze intussen wel. Ze kleedde zich ook degelijk. Nooit frivool, geen aantrekkelijkheid. Het moest passen bij wat hij voor zich zag als ideaal. De opvoeding van de kinderen was ook zo geweest. Ze waren geslaagd, maar vlogen toch uit toen ze de kans hadden. De een naar Denemarken waar hij ging werken voor Lego, de ander naar Zuid-Amerika om daar arme kinderen te helpen. Alleen de jongste dochter hield het dichter bij huis, maar woonde wel samen en was niet getrouwd. Ze spraken er nooit over, maar het paste niet zo goed in hun ideale plaatje. Een degelijk huwelijk dat rust en liefde bood, zonder dat er vonken vanaf vlogen. Zelden voelde ze  nog dat ze ‘echt’ leefde. Het verliep allemaal zoals het hoorde, zoals hij het graag wilde. Half elf in bed, een vluchtige kus en slapen. De volgende dag weer vroeg op, hij moest naar zijn werk. Haar rol was en bleef het huishouden. Soms keek ze in de spiegel en fronste haar wenkbrauwen. Ze was een oude dame aan het worden. De vrouwelijkheid verdween langzaam aan onder een laag van zwart en grijs. Haar lachende ogen waren dof geworden, haar kleding zeer veilig en degelijk. Ze was zijn ideale vrouw, maar ze wist zelf niet meer wie ze eigenlijk was. Maar ze wist wel dat ze heel degelijk was. En dat voelde ze als waardevol. Maar het was ook zwaar. Als lood. Een degelijk materiaal, maar ook zo giftig!

Opvoeding……

kidsbannerNa deze kop voor dit verhaal weet ik al dat een deel van de lezers zal afhaken. Al was het maar omdat iedereen zo zijn of haar eigen waarden hanteert op dit gebied. En ik zie door de generaties heen ook grote verschillen onder ouders bestaan. Maakt niet uit van welke volksstam je afkomstig bent, welk geloof je aanhangt of dat je afkomstig bent uit een rijk of arm milieu. Ettertjes kom je overal tegen en heel wat kinderen groeien op in de gedachte dat het leven slechts bestaat uit de drie m2 die zij zelf in dat eigen wereldje uitmaken. Het valt niet te verklaren dat kinderen ‘alles mogen’ en vrijwel niets meer ‘hoeven’. Hoe anders was dat in onze jeugdige tijden. Opvoeding was gemiddeld genomen streng. Ouders en opvoeders schroomden niet om met harde hand discipline te brengen bij hun nageslacht. Geen geduvel, geen kwajongensstreken, je kon een pak slaag verwachten.. Op school niet anders. De katholieke broeders waar ik indertijd mijn scholing genoot hielden de knoet er goed onder.
altAmLfjFZfjUVng0SNOGXeeJPTsdRaICt1__IcT_qz778OElke afwijking van regels of gedrag werden streng en soms stevig fysiek bestraft. Maakte niemand zich druk over. Kinderen moesten gehoorzamen en werden nog lang niet gezien als prinsen of prinsesjes zoals je dat nu zo veel ziet. Het ego-gedrag dat sommige moderne kinderen laten zien was ons vreemd. Je wilde overigens ook graag leren ‘voor later’. Je wist dat je gedoemd (..) was te gaan werken en als je dit dan deed was een goede opleiding nodig. Ouders namen zichzelf vaak als voorbeeld. De geslaagden of de minder bedeelden. ‘Zie hoe het mij verging, als jij nu gewoon lekker doorleert kom je een stuk verder (of tenminste net zo ver als ik)’. Huiswerk diende gedisciplineerd gemaakt te worden, en wie met een slecht rapport thuiskwam hoefde niet te rekenen op veel begrip. Je kreeg dan gewoon ‘op je lazer’. En dan trof ik het thuis nog niet eens zo slecht. Slaan was meer mijn moeder dan mijn ‘leenvader’ voorbehouden. Mijn moeder kon niet goed tegen dwars liggen en haar karakter was er een met een kort lontje. Deed je wat ze wilde was alles tof, maar o wee als je eens dwars lag. Nu haalden we dat niet eens zo vaak in ons hoofd hoor. Maar aan tafel kon het wel eens leiden tot stevige discussies als we iets moesten eten wat wij echt niet lustten en Ma er toch op bleef aandringen dat we het spul naar binnen zouden werken.

NWP_140806_0001Qua kookkunst en smaak hield ze meer rekening met de smaak van haar partner dan met die van ons. Ik heb wat de meest vreselijke groenten naar binnen gewerkt met behulp van appelmoes of glazen water. De oorlogstrauma’s speelden daarbij en rol. Maar toen ik eenmaal de deur uit was gegaan, werden door mij heel wat van die groenten in de ‘ban’ gedaan en nooit meer gegeten. Maar aan de andere kant, ik was en ben best blij met wat me toen is bijgebracht. Sociaal denken is een voordeel, kritisch kijken naar wat je wordt voorgeschoteld ook. Een zekere creativiteit ook en natuurlijk de wens en het verlangen om er in het leven iets van te bakken. Verwend werd ik nooit. Dat paste ook niet bij die tijd en al helemaal niet bij ons gezin. Intussen kijk ik naar een groepje jonge puberjochies die met steentjes staan te gooien naar een vuilcontainer in de straat, daarbij natuurlijk ook geparkeerde auto’s rakend. Hun ouders letten niet op, of kijken naar een andere kant weg. Want stel je voor dat je ze moet aanspreken op dit gedrag…….Nee, dat past niet in de huidige tijd. Prinsjes zijn het. En die moeten bij voorbaat al bejubeld worden. Ook als het gewoon ettertjes zijn……

 

Chaos

Amsterdam - fiets.opWiens schuld is het dat het verkeer in de grote stad vaak zo chaotisch verloopt? Ligt dat slechts aan de verkeersdeelnemers? Natuurlijk, er mankeert veel aan de kennis van regels bij vooral jongere weggebruikers. Zo zijn eenrichtingsstraten niet voor iedereen duidelijk. Is met de scooter over een trottoir rijden meer schering dan inslag. Parkeren op diezelfde stoep ‘moet kunnen’ en met te hoge snelheden een straat injagen is ook al meer normaal dan uitzonderlijk geworden. Maar de overheid kan er ook wat van. Men laat het hier veel voorkomende langdurig afsluiten van straten over een laag geschoolde ambtenaren die zonder enig inzicht van de gevolgen toestemming geven tot het opbreken van een weg, gracht of die straat waardoor bedrijven niet te bereiken zijn en het verkeer hopeloos vastloopt. Daarnaast is laden en lossen of verhuizen iets dat met wat heethoofdige karakters in de file er achter kan leiden tot stress maar ook onwettig geachte alternatieve omwegen.

Amsterdam - verkeersbeeld jaren zestig 10009A002137Tel daarbij op dat de politie vele taken kent, maar toezicht op het verkeer behoort daar kennelijk niet meer bij. Je moet wel met een watervliegtuig op de Amstel landen wil er een agent iets ondernemen. Men rijdt vrolijk langs kruispunten waar mensen massaal door rood rijden vanaf de andere kant en een unieke Amsterdammer die als voetganger of fietser wacht voor een rood stoplicht is ook geen reden voor optreden. Nee, de politie is druk met van alles, maar ik weet niet echt waarmee. Nou ja, in geval van nood blijken we voldoende blauw op straat te hebben om de boel op te lossen, maar dat geldt niet voor het verkeer. Sinds de specialisten van de verkeerspolitie er niet meer lijken te zijn, wordt het overgelaten aan de vaak jonge surveillant om af en toe te oefenen op jonge dames die met hun fiets toch daar fietsen waar het niet mag, al dan niet zonder achterlicht op de door hun fraaie achterwerk bezeten fietsen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Ik vrees dat veel verkeerskennis is wegbezuinigd. Aan de kant van de politie, maar ook in het onderwijs en zeker bij de verkeersgebruikers. Mensen die zich in de auto nog wel enigermate houden aan de regels, blijken op de fiets of scooter ineens als een malloot te gaan gedragen. Het zal de open lucht zijn. Maar veelal is dat gedrag levensgevaarlijk. Elke dag valt over de gevolgen te lezen in de lokale kranten of op het internet. Met soms dodelijke gevolgen kennelijk, want ook dat valt te lezen. En elke dode is er een te veel. Zou het dus te politiek correct zijn als ik pleit voor degelijk verkeersles op lagere scholen, een verplicht rijbewijs voor alles wat zich gemotoriseerd voortbeweegt met een proeftijd van vijf jaar of zo? En controles die niet alleen gaan over snelheid waarmee vette boetes te behalen zijn? In Duitsland pakt men het ook zo aan. Een fietser die zich niet aan de regels houdt mag 10-20 euro neertellen. Dat werkt corrigerend. Niet om de staatskas of die van de gemeente te spekken. Kortom, veiligheid komt niet vanzelf, we moeten er iets voor doen. Samen! Dus houden jullie je nu eindelijk eens aan de regels als je in deze omgeving verkeert. Kan ik tenminste opschieten…. (c)Beelden LPAC Collectie Amsterdam

Ego-ouders en hun kinderen

WP_20160201_006Als ik dan toch aan het mekkeren ben….laat ik het dan maar eens hebben over het gedrag van ouders die met de auto hun kinderen halen en brengen van/naar school. Een landelijk probleem dat steeds idiotere vormen aanneemt. Kijk, ik snap wel dat je die kleine schapen niet alleen wilt laten in een wereld waarin juist kinderen prooi zijn voor allerlei engerds of waar ze wegen tegen komen die door mafkezen worden benut om hun autovermogens te testen. Maar dat je eenmaal bij of voor die school zelf verandert in een wezen zonder normaal denkproces…nee, dat snap ik niet. En wie wel eens langs een schoolgebouw komt waar die instelling net de poorten opent voor die kleine vermeende prinsjes of prinsesjes, weet wat er dan verkeerstechnisch ontstaat. Chaos! Immers, niet de straat en wat daar beweegt telt meer, nee, dat kind dat moet worden afgezet of opgehaald. Desnoods driedubbel geparkeerd en liefst op zodanige afstand van die school dat er niemand meer langs kan. Bij mijn schoonma is onlangs een nieuwe school gebouwd. Prachtig ding, leuke hekjes en bosjes er omheen, maar de parkeerruimte in de buurt werd niet aangepast. En dat parkeergebied, ik schreef er al eerder iets over, is van de betaalde soort.

Maar dat geldt kennelijk niet voor die autorijdende ouders. Die parkeren waar ze willen, en hen wordt geen stroobreed in de weg gelegd. Men parkeert ook voor de flatingang van het gebouw waar mijn familielid resideert. Voor de vuilstortcontainers, op de invalideplekken, het maakt niet uit. WP_20160201_007Als het kleine verwende nest maar niet ver hoeft te lopen. Ik maakte er onlangs toch maar eens wat plaatjes van. Vanaf tien hoog krijg je dan wel een aardig overzicht. Niet dat dit uniek is hoor, bij zowat elke school in ons land is de situatie vrijwel gelijk. Hoe welvarender de woonomgeving, hoe meer verkeer. In de grote stad zie je meer van die verlengde bakfietsen. Niet dat die dingen geen overlast verzorgen hoor. Ook daar zie je dat elke verkeersregel gewoon niet bestaat als het kroost moet worden ingeladen. Of vervoerd. Want dan is het voetpad ineens ook voor de fietsers zo lijkt het en met een vol beladen bakfiets blijkt aangeven van richting niet meer mogelijk. Kortom, er is heel wat aan te merken op het gedrag van ouders en grootouders die bezig zijn met het verwennen van hun kleine urkies door ze te halen en te brengen van/naar die plekken van culturele bijspijkering. Handhaving zou veel kunnen helpen, maar anders dan in mijn vorig blog aangeroerd, is hier in geen velden of wegen een controleur te vinden. Te veel kans op ellende of weerstanden vermoedelijk. Want ouders met kinderen, het zijn ineens heel andere menssoorten. Daar moet veel voor wijken, zelfs de medemens. Maar asociaal blijft het.

Radicaal of crimineel?

0928_ImamOnlangs discussieerde ik met een aan mij (..)gelijkwaardige gesprekspartner over het fenomeen dat bepaalde lieden van allochtone afkomst van de ene op de andere dag kunnen veranderen in moordzuchtige schietgrage mensen zonder geweten. We hadden het daarbij o.a. over de aanslagen in Parijs maar zeker ook elders in de wereld. Wat gebeurt er in die koppen van dat volk dat ze ineens de schakelaar omzetten en hun ego’s de vrije hand laten om zo het woord van de door hen aanbeden goden om te zetten in zelf bedachte barbaarse daden. Naar mijn idee is het een uitvloeisel van een verkeerde opvoeding, een matige opleiding, een indoctrinatie vanuit het geloof waartoe ze behoren en een meer dan enorme frustratie. ‘Eergevoel’ is bij deze lieden ontegenzeggelijk een drijfveer. Dat begint al vroeg. Als je niets presteert in je leven op het gebied van scholing of vinden van een goede baan (vaak aan elkaar gekoppeld) zoek je je heil nog wel eens in de kleine tot grote criminaliteit. Je komt dan in aanraking met het slechtste in de mens. En als je dan via via een AK47 in handen krijgt waarmee je ‘áfvallige bendeleden’ of tegenstanders moet afknallen, doet men dat op dezelfde wijze als in Parijs gedemonstreerd. Maaien en slachtoffers maken, desnoods onschuldige mensen.

Verbodsbord Partij van de AfkeerMoeten ze daar maar niet in de weg staan. Het ego komt ook naar voren bij zaken die met eerwraak van doen hebben. Onlangs zag ik in Duitsland hoe een vader en moeder van een vermoord meisje werden veroordeeld tot levenslang wegens moord en medeplichtigheid. Ze hadden namelijk hun eigen dochter vermoord omdat die omging met een niet tot het eigen geloof behorende jonge heer. De ‘vrije levensstijl’ van hun dochter beviel ze niet en dat leidde tot dit vreselijke resultaat. Pa nam de veroordeling gelaten aan. Hij vond de eer van zijn familienaam (ook in Duitsland) belangrijker dan de last dat hij zijn eigen kind had vermoord. Opvallend is dat diezelfde eer niet wordt gekwetst als een van de zonen iets doet als de daden in Syrië of Parijs. Dan worden deze lieden gezien als opstandeling, durfal en in sommige kringen, held. En die status speelt mee als ze weer eens ergens toeslaan. Eer en crimineel van huis uit. Het moet wel zo iets zijn. Anders kan ik het niet verklaren.

Twin Towers on 9-11Geloof is vaak de mantel, maar echt een drijfveer? Veel van de allochtone criminelen hebben geen benul van de inhoud van hun eigen heilige boeken. Moord en doodslag komt daar feitelijk niet in voor. Nou ja, niet zodanig dat je deze schandelijke misdrijven kunt verklaren. Nu wijkt de koran op dat punt niet zoveel af van de oude verzen in de Bijbel of de Joodse gebedsboeken. Ook daar is moord en doodslag veel voorkomend, zeker t.o.v. niet gelovigen. Lees er de passages over Mozes en zijn volk maar eens op na. Slechts een voorbeeld! Kortom, wij kwamen er in die eerder genoemde gesprekken niet uit. Oorzaak en gevolg. Maar een moordmachine wordt je echt niet als je bij de AH niet verder komt dan vakkenvuller of kassier. Daar is meer voor nodig. En ik benieuwd wat! Iemand een (beter)idee??