Dagvlinder…

Hij dartelde van bloem naar bloem en genoot ten volle van het leven. Zij vleugels glansden in de zon en hij koesterde zich aan de aangename warmte. Zijn leven was hij lopend begonnen. Zich voedend ook. Hij had zijn langwerpige buik helemaal vol gegeten op plekken waar dat kon of mocht en dat had ertoe geleid dat hij nu zo groot en krachtig was. Hij kon vele kilometers afleggen zonder te hoeven rusten. Hij gebruikte daarbij zijn reserves maar kwam nooit echt te kort. Hij had kortstondig verkering gehad met een meisje van hetzelfde ras en dat had volgens haar geleid tot goed nageslacht, daarover hoefde hij zich geen zorgen te maken. Deed hij ook niet. Hij dartelde gewoon verder en keek omlaag naar de wereld van die andere bewoners die soms zo heerlijk rook maar ook zo gevaarlijk kon zijn. Hij moest goed opletten dat hij niet werd aangevallen door die grote terroristen die op hem loerden, of die geel/zwarte gifkikkers die hem al zoemend verjoegen als hij even een beetje nectar tot zich nam op een bloem. Dat spul verslaafde hem nog eens. Zo lekker… Op deze zonnige dag had hij weinig wat hem verdrietig kon maken.

Nee, hij leefde en genoot met volle teugen. Het werd anders toen de grote bol in de hemel langzaam zakte. Met dat verschijnsel voelde hij dat hij moe werd. Hij keek eens opzij en zag dat zijn mooie kleuren van overdag ook donkerder werden. En dat zijn vleugels begonnen te slijten. Tijd om eens een slaapplek op te zoeken. Ergens beneden waar het veilig was. Hij moest opschieten, zijn lijf werd koud en kil en hij zou het vliegen niet meer al te lang volhouden. Ergens in een hoekje onder een grote struik besloot hij om de nacht door te brengen. Een nacht waarvan hij geen idee had hoe lang die zou duren. Maar hij waagde de gok. Vouwde zijn vleugels na de landing op en nam de rusthouding aan. Daarbij had hij de grote rode kater over het hoofd gezien die met een oog open had liggen loeren naar alles wat in die tuin bewoog. Met een snelle sprong had hij het dier te pakken dat vlak voor hem op een takje was komen zitten. Met zijn scherpe klauwen scheurde hij de vleugels van het dier en stak het in zijn bek. Het bewoog nog wat, maar met een paar slikbewegingen was het diertje verdwenen. Weer een eendagsvlinder minder. En de kater liep voldaan terug naar zijn vrouwtje en liet zich de bemoedigende klopjes en aaien welgevallen. Tijd voor echt eten. Want van een vlinder alleen kon je niet leven…..(foto’s internet)

Het Beeldje – slot

Toen hij weer een beetje bij zinnen was gekomen ontdekte hij dat hij terug in bed lag. Opnieuw constateerde hij dat hij geen kleding aan had. Hij bekeek zijn hand die hij zo had geblesseerd door de kortsluiting en tot zijn stomme verbazing zag hij dat die hand onbeschadigd was. Het was intussen donker geworden buiten, de dag was voorbij gevlogen zonder dat hij er echt weet van had gehad. Kreunend kwam hij overeind. Wat was er met hem gebeurd en waarom was hem overkomen wat kennelijk allemaal voorbij was gekomen. Hij deed het licht aan. Meer om te kijken of dat nu functioneerde of niet. En verdraaid, het werkte. Voor de zekerheid knipte hij het nog een paar keer aan en uit. Niks aan de hand. Voorzichtig liep hij naar de buitendeur waar de sleutelbos nog in stak die hij had gebruikt om zo te zien of hij naar buiten kon. De sleutels draaiden gewoon om. Deur opende zich, en hij deed ook dat openen en sluiten een paar maal. Niks aan de hand. Wat was er dan gebeurd? Hij bekeek de stoppenkast, niks aan te zien. Zijn smartphone deed het gewoon en ook de radio en tv functioneerden. Op zijn smart stonden wel wat boodschappen van zijn vriendin. Ze had aan de deur gebeld, later aan de deur geklopt en hem geroepen, maar zonder resultaat. Hij belde haar terug en meldde dat hij weer wakker was en geen idee had waarom hij zoveel uur had geslapen. Zij beloofdem met een vlakke stem dat ze over een uur of anderhalf nog even langs zou komen. Hij vond dat vooruitzicht gezellig en stapte onder de douche.  Het water spoelde zijn suffe kop schoon, hij overdacht alle gebeurtenissen en wat er toch aan de hand was geweest toen alles mis ging wat maar mis kon gaan. Hij kon niets bedenken wat dit zou kunnen veroorzaken. Het leek wel magie. Ineens bedacht hij zich dat het fout ging sinds dat beeldje bij hem binnen was gekomen. Verdraaid, het zou toch niet betoverd zijn of zo? Hij stapte onder de douche vandaan, liep naar de kamer en zocht naar het beeldje. Kon het nergens vinden. Ook raar…hij wist zeker dat hij het had neergezet op een bepaalde plek en zocht nu door het hele huis heen naar dat verrekte ding. Maar omdat zijn vriendin er aan kwam maakte hij ook het huis even aan kant, zette de koffiemachine aan, haalde wat lekkers uit de koelkast en trok nog even een lekkere broek en shirt aan. Toen de bel ging deed hij open. Alles leek weer normaal. Zijn vriendin stapte binnen. Maar…..tot zijn schrik zag hij dat zij enorm was veranderd. Zij was schitterend mooi, strak van lijf, droeg een nauw zittende jumpsuit en leek wel 20 jaar jonger. Hij deed wat stappen achteruit. Dit was toch gewoon een vreemde voor hem. Hij keek nog eens goed naar haar gezicht en ontdekte toen haar ogen die vol vuur naar hem keken. Ze liep op hem af en hij rook de geur van muskus vermengd met een soort zwavel. Zij kuste hem en vanaf dat moment was hij verloren. Het licht ging uit, de deur draaide vanzelf op slot en hij werd op de grond gesmakt…Maar hij zag alleen haar ogen.. Het was het laatste wat hij ooit zou zien. Pas een jaar na zijn verdwijning werd zijn lichaam ontdekt. Het was niet veel meer dan een vervallen kadaver met wijd open staande oogkassen en verwrongen gezichtsuitdrukking. De politie kon niet veel meer dan constateren dat het een verdacht overlijden was en dat men dit dossier nog eens moest uitzoeken. Temeer omdat het veel leek op het overlijden van die jonge vrouw aan de andere kant van de stad. Die men ook had gevonden onder dezelfde omstandigheden. Er moest wel een link zijn…..

Het beeldje – 3

Dat hij niemand kon bereiken om hem te helpen uit deze ellendige situatie te geraken was best verontrustend. Zijn vriendin zou hem vast missen nu hij niet kon bellen of appen. Maar ook zijn collega’s van het werk moesten wel denken dat hij doorgezakt was en zijn roes lag uit te slapen. Iets wat hem in het verleden ook wel eens was gebeurd, maar nu toch echt geen enkele rol speelde. Hij wist een ding zeker, iemand zou hem missen en hem komen zoeken. Dat gaf hoop. Hij snapte ook niet hoe het zo kon zijn dat alle techniek hem in de steek liet. Van de nood een deugd makend liep hij naar de gang en keek in de stoppenkast. Alle zekeringen leken op ‘uit’ te staan en dus zette hij ze weer in de ‘veilige’ stand. Even knipperde het licht in de flat, daarna sloegen de zekeringen weer door. Het was dus gewoon kortsluiting bedacht hij zich en hij ging op zoek naar de oorzaak. Maar waar ga je zoeken als je geen idee hebt welk apparaat wat kon aanrichten? Alle schakelaars, stekkers, stopcontacten liep hij na. Geen een vertoonde narigheid of bijvoorbeeld aanslag van een of andere elektrische oorzaak. Het bleef raadselachtig. Weer zette hij de zekeringen in de stoppenkast op veilig. Dit keer kreeg hij een schok door zijn lijf die hem de adem benam. De stroom had hem bijna verlamd. Op de grond liggend bedacht hij zich half versuft wat er toch loos kon zijn in zijn normaal zo veilige en overzichtelijke flat. Terwijl hij daar lag werd er op de deur geklopt. En hoorde hij de stem van zijn vriendin. Ze riep zijn naam, vroeg of hij thuis was. Maar doe klap die hij had ondergaan liet hem stem stokken. Hij kon er geen verstaanbaar woord uitkrijgen om haar te waarschuwen dat hij op de grond lag. Hij zag nog wel zijn vingers van de hand die de schok hadden gekregen. Ze waren rood van het verbranden en hij rook de geur van verschroeid vlees. Daarna viel hij flauw. In de huiskamer verplaatste het vrouwenbeeldje zich. Langzaam maar gestaag. Richting de deur waar de vriendin nog steeds verwoede pogingen deed toegang te krijgen tot de flat van haar vriend. De kleur van het beeld was intussen zwart en de ogen van het beeldje spuwden vuur.

Het beeldje – 2

Hij lag in bed en droomde. Over een vrouw die zich over hem heen boog en hem verwende om een manier die hij nooit eerder had ervaren. Zijn lichaam spande zich, hij prevelde een naam. Maar wiens naam was dat eigenlijk? Met een schok werd hij wakker. Drijfnat van het zweet. Geen deken over hem heen en zelf naakt. Hij sliep nooit naakt. Hoe kon dit? Verward liep hij naar de badkamer en stapte onder de douche. Spoelde het zweet van hem af. Maar ondanks dat hij opfriste van dat water dat over hem heen stroomde werd zijn geest niet helder. Die vrouw in zijn droom hield hem vast, intrigeerde hem. Wie was zij, zij leek niet op zijn vriendin, en toch had ze iets bekends. Hij keek op de klok, verhip…die was blijven staan op 2 uur. Hij keek naar buiten. Het was al volop licht, dus het kon geen twee uur zijn. Hij zocht zijn kleren bij elkaar, trok ze gehaast aan. Hij moest opschieten, nog even snel een kop koffie naar binnen gooien en een broodje. Dat de koffiemachine het niet deed stoorde hem enorm. En dat broodje, het leek wel van steen. Mijn hemel, hij moest ook nog naar de supermarkt vanmiddag. Kon er nog wel bij. Ineens stopte hij met zijn handelingen die normaal hoorden bij het ochtendritueel. Hij bedacht zich dat hij helemaal geen idee had hoe hij gisteravond vanuit de kamer in zijn bed was terecht gekomen. Wie had hem uitgekleed? Hij bedacht zich wat de laatste dingen waren die hij had gedaan voor het licht uitging in zijn geest. Hij kon het zich niet herinneren. Nou ja, hij had wat gelezen. Maar verder? Hij zou zijn vriendin bellen, maar had hij dat gedaan? Was ze langs geweest? Hij liep nog eens naar de badkamer, keek of hij ergens sporen kon vinden van haar verblijf, maar niets duidde er op dat zijn vriendin ook echt langs was gekomen. In de keuken vond hij ook geen lege flessen of zo, geen glazen, niets. En de huiskamer was spic-en-span opgeruimd. Best bijzonder. Bakte iemand een poets met hem? Maar wie dan? Een wie had buiten hij zelf en zijn vriendin de sleutel om hier binnen te komen? Het werd raadselachtig en hij voelde dat er een koude rilling langs zijn rug trok. Dit was niet normaal. Maar hij moest ook opschieten. Zijn horloge vertelde hem dat het nu tijd werd om richting werk af te reizen. Nog steeds leek er geen internet te zijn, zijn mobiele telefoon had geen bereik. Dus pakte hij zijn spullen en liep naar de deur. Die zat op slot, inclusief de ketting die hij voor speciale beveiliging nog wel eens vastzette. Het ding zat idd vast, muurvast! Wat hij ook deed de ketting wilde niet los. Hij draaide voor de zekerheid nog eens aan het slot van de deur. Ook dat zat muurvast dicht. Zijn sleutel boog door. De hartslag in zijn lijf werd nu toch wat sneller. Wat gebeurde er met hem. Droomde hij nog? Wat was dit. Terwijl hij zocht naar zijn gereedschap om die verrekte sloten open te krijgen lette hij niet op het beeldje dat hij die dag er voor had gekocht. Dat stond nu centraal in zijn huiskamer. Het was rood gekleurd geraakt en de ogen leken vuur te spuwen. Hij zag het niet. Met tangen en sleutels ging hij tevergeefs de deur te lijf. Hij zat gevangen….

Het beeldje – 1

Nee, hij had er nooit veel achter gezocht. Dat beeldje wat hij vond bij die kleine kringloopwinkel in het oosten van het land. Op doortocht van a naar b had hij wat adressen opgezocht van dit soort winkels. Je wist maar nooit. Een bijzonder boek, of weer eens een prent van de een of andere wat onderschatte schilder of fotograaf. Voor weinig wilde hij dat dan wel meenemen. Ineens had hij het kleine ding zien staan. In een hoek vol meuk. Het had hem bijna aangekeken, al kon dat natuurlijk niet, maar hij had absoluut de andere kant op staan kijken toen hij een blik in zijn rug voelde prikken. En om keek. Dat bezorgde hem rillingen. Het was een vrouwenfiguur, naakt, maar wel aangetast door de tijd. Gemaakt van een een soort marmer of albast, mooi van vorm maar men een gezichtje dat bepaald niet leek op dat van Barbie-poppen of zo. Hij pakte het op. Het voelde heel vreemd aan.. Volkomen glad, maar ook warm. Dat kon niet zo dacht hij nog bij zichzelf, maar toch leek het zo te zijn. Hij keek op haar rug en onder haar voeten of hij een prijsje kon vinden. Maar niks. Daar hield hij al niet van. Maar goed, mee in zijn mandje waarmee hij had lopen sprokkelen. Die twee oorlogsboeken en dit beeldje maakte de stop bij deze winkel al de moeite waard. Bij het afrekenen werd er maar een fancy prijs gevraagd voor het beeldje. Men riep maar wat en hij vond die prijs voor zo’n aardig vrouwenbeeld best goed te doen. Ze ging mee naar zijn huis. Eens zien wat het was, opzoeken op internet of zo. Opvallend was dat zijn auto vanaf het moment dat hij instapte en wegreed stotterde en stootte. ‘Huh’ dacht hij nog even, nooit last van gehad, wat is dat nu ineens? Maar na wat geploeter schoot de wagen ineens vooruit en deed het verder voortreffelijk. Thuis gekomen pakte hij de diverse spullen uit die hij had ingeslagen. Zette het beeldje op een vensterbank waar hij wel meer prullaria op plaatste en vergat dat hij het had verkocht. Hij moest nog koken en zo. Morgen zou zijn vriendin komen en dan moest er het een en ander worden voorbereid. Toen hij na een uurtje ging zitten in de kamer en nog eens naar het beeldje keek ging er een schok door hem heen. Ze leek wel verkleurd. Ze had nu een soort huidkleur, en op de wangen van het minuscule gezichtje zat een blos. Kon niet, dit was pure fantasie en hij zette de tv aan. Even naar het journaal kijken. Maar op een of andere manier kreeg hij geen beeld. ‘Dat verrekte kabelbedrijf’. Hij bleef nog even proberen, maar gaf het toen op. Dan maar ff kijken op internet. Maar dat was ook uit de lucht. Dat krijg je nu van al die all-in pakketten bedacht hij zich nog. En pakte een boek. Als je dan niks kon doen met die verrekte elektronica dan maar lezen. En al snel was hij volkomen bezig met het verhaal dat hem plezier schonk. Een Scandinavische thriller. Altijd goed. Wat hij niet zag was dat het beeldje van plek was gewisseld met dat kleine paardje dat hij ooit eens van zijn ouders had gekregen. Zij stond nu dichterbij hem dan eerst. Hij zag het niet. Sukkelde wat boven zijn boek. En hoorde ook niet dat er zachtjes tegen hem werd gepraat….. (Wordt vervolgd)

De D van Degelijkheid…

ouder-echtpaar-aem-310807Toen ze met hem verkering kreeg was hij de degelijkheid zelve. Keurig in het pak, suede schoenen, een goede opleiding, aardige baan, nooit wild of ongepast gedrag, maar daar hield ze indertijd wel van. Haar ouders waren ook zo degelijk. Netjes, christelijk, en haar opvoeding had in die zin geen grote verrassingen in zich gehad. Veiligheid bood hij haar, rust, en toen ze eenmaal getrouwd waren bleef hun relatie stabiel en kabbelend. Af en toe las of zag ze wel eens wat waardoor ze dan in de war raakte en verlangen kreeg naar een ander soort leven. Met meer avontuur. Leuk reizen, kabbelen in een warme zee, bloot dansen op een heuvel in India, ach ze had zo vaak verlangd. In plaats daarvan kochten ze een huis, kregen kinderen. Waar ze gek op was overigens. Haar man maakte carriere, kreeg een auto van de zaak. Een degelijke Toyota en voor de vakantie kozen ze voor een caravan waarmee ze elk jaar weer naar het zelfde plekje togen in Frankrijk. Waar net zulke degelijke mensen kwamen als zij zelf waren. Waarmee het trouwens goed toeven was. Maar in haar fantasie wilde ze wel eens naar zo’n nudistencamping die een kilometer of vijftig verderop te vinden was. En zo verliep hun leven tot de kinderen de deur uit gingen. Ze woonden intussen in een degelijke wijk, hadden een meer dan degelijk huis en dito meubels. Geen uitspattingen, geen vreemde dingen. Uitheems koken was er niet bij, hij zou het niet eten wist ze intussen wel. Ze kleedde zich ook degelijk. Nooit frivool, geen aantrekkelijkheid. Het moest passen bij wat hij voor zich zag als ideaal. De opvoeding van de kinderen was ook zo geweest. Ze waren geslaagd, maar vlogen toch uit toen ze de kans hadden. De een naar Denemarken waar hij ging werken voor Lego, de ander naar Zuid-Amerika om daar arme kinderen te helpen. Alleen de jongste dochter hield het dichter bij huis, maar woonde wel samen en was niet getrouwd. Ze spraken er nooit over, maar het paste niet zo goed in hun ideale plaatje. Een degelijk huwelijk dat rust en liefde bood, zonder dat er vonken vanaf vlogen. Zelden voelde ze  nog dat ze ‘echt’ leefde. Het verliep allemaal zoals het hoorde, zoals hij het graag wilde. Half elf in bed, een vluchtige kus en slapen. De volgende dag weer vroeg op, hij moest naar zijn werk. Haar rol was en bleef het huishouden. Soms keek ze in de spiegel en fronste haar wenkbrauwen. Ze was een oude dame aan het worden. De vrouwelijkheid verdween langzaam aan onder een laag van zwart en grijs. Haar lachende ogen waren dof geworden, haar kleding zeer veilig en degelijk. Ze was zijn ideale vrouw, maar ze wist zelf niet meer wie ze eigenlijk was. Maar ze wist wel dat ze heel degelijk was. En dat voelde ze als waardevol. Maar het was ook zwaar. Als lood. Een degelijk materiaal, maar ook zo giftig!

Gina blijft…

wp_20161130_004Het waren zalige kerstdagen. Samen met haar, ze heette Gina, had hij met een paar takken en wat kleine lampjes de boel nog wat opgefleurd in zijn flatje. Daarna was ze thuis nog wat spullen gaan halen en terug gekomen om niet meer te vertrekken. Samen kookten ze een maaltje voor de dagen die kwamen, zij dekte de tafel met een laken dat hij in de kast had liggen maar zelf nooit zou gebruiken, en ze maakten er een feestje van. Ze kletste hem de oren van zijn hoofd, maar wat ze zei klonk als muziek. Muziek die hij al zo lang in zijn leven had gemist. Met zijn vrouw praatte hij wellicht nog net over de kinderen, of wat praktische zaken, maar nooit over gewone alledaagse weetjes. Gina was daar wel van. Ze vertelde hem over haar voormalige partner, die haar zo had beduveld. En dan vooral financieel. Over haar familie, waar nog een vleugje Italiaans bloed in te vinden was, vandaar haar naam, en over haar behoefte aan geborgenheid. Voor hij het wist had ze in zijn armen gelegen op de bank en was van het een het ander gekomen. Langzaam maar zeker hadden ze toegewerkt naar sterren en vuurwerk en dat bleek voor beiden een zeer ontspannende finale. Hij wist niet dat hij het nog in zich had. Zij maakte emoties bij hem los die hij in jaren niet had gekend. Wat een vrouw. Ze bleef die avond ook slapen. In zijn bed dat hij daarvoor maar even extra had opgemaakt. Ze nestelde zich tegen hem aan in het weinige dat ze aan had, en dat maakte dat de nacht net zo ontspannen plezierig verliep als de avond voorafgaand. Na een lekker ontbijtje samen had hij haar gevraagd wat ze verder wilde.

Moest ze niet naar haar familie, het was tenslotte Kerstmis? Nee, dat wilde ze niet. Ze wilde niet weg. Had het zo naar haar zin, wilde voor altijd bij hem blijven. Hij moest daar nog eens over nadenken. Was het niet gewend  dat er iemand op deze wijze van hem kon houden. Maar hij twijfelde geen moment toen ze hem vroeg mee te gaan naar haar flat om de tweede feestdag ook echt als zodanig te laten verlopen. Alleen vond hij het wat zielig voor zijn Grijsje. Helemaal alleen in die nieuwe flat van hem, dat werd wennen. Maar de poes leek te snappen wat hij van plan was. Hij verzorgde water en eten, maakte de bak schoon en stapte onder de douche. Intussen ruimde Gina haar spullen bij elkaar en zette koffie. Toen ze die op hadden waarbij ze elkaar qua blikken niet los lieten, stapten ze met wat tassen in de lift en verhuisden naar haar flatje een etage of twee hoger. Bij haar was de inrichting warm, vrouwelijk, en zij had wel een echte kerstboom staan. Zij liet hem even rondkijken en kuste hem toen uitgebreid op zijn mond. ‘Welkom in mijn huisje en in mijn leven. Maak het je gemakkelijk en wen er maar aan. Voorlopig ga ik nergens heen. Ik ben er voor jou’. En ze verdween in haar slaapkamer om ‘even wat op te ruimen’. Toen ze terugkwam had ze een zwart en kort jurkje aan dat haar zalige figuur extra deed uitkomen, zwarte  kousen en hoog gehakte schoenen. Nu wist hij het zeker, de Kerst kon echt niet meer stuk. Alleen jammer dat hij met zijn oude trui en jeans wel erg negatief af stak bij haar….

Kerst…

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Het was bijna Kerstmis. De eerste keer dat hij dat feest alleen zou moeten vieren. Begin van dit jaar was hij gescheiden van zijn vrouw met wie hij een paar decennia in redelijke rust zijn leven had geleefd. Maar de laatste jaren was het stuk gelopen tussen hen. Ze waren beiden ongelukkig en van liefde of warmte was geen sprake meer geweest. Zijn kinderen hadden al een paar maal aangegeven dat scheiding wellicht een optie was. Zijn vrouw had ingestemd, die was hem meer dan zat en in bed was het vuur al meer dan tien jaar geleden uitgedoofd. Het hoefde voor haar niet meer. En uiteindelijk voor hem ook niet. Ze leefden langs elkaar heen, spraken nauwelijks meer en de scheidingsbeslissing voelde op enig moment als een opluchting. En toen was hij uit huis getrokken. Met de paar spullen die hij van belang had gevonden om mee te nemen. En een van de katten. De grote grijze die altijd op zijn schoot sliep als hij thuis in zijn stoel zat. ‘Zijn kat..’ en dus meegenomen. Hij kon een klein flatje regelen in een plaats die zeker 120km van zijn oude woonomgeving af was gelegen. Een plaats aan de Rijn, de afstand naar de rivier goed te wandelen. Zat hij nog weleens op een bankje met uitzicht te mijmeren. Over wat hij vroeger had gedroomd, wat hij wilde en hoe hij toch in deze situatie was terechtgekomen.

Hij had altijd zo hard gewerkt, haar alles gegeven wat hij had of verdiende, en nooit was ze echt tevreden geweest met haar leven. Nou ja, leuke kinderen gekregen samen, die hij nu zelden meer zag overigens, aardige vriendenkring (ook nooit meer gezien), maar verder…? Met zijn boodschappen voor de Kerst liep hij naar huis. Zijn nieuwe huis. Zijn flatje, waar poes Grijsje op hem wachtte. Als enige. Hij kreeg tranen in zijn ogen. Kwam vast door die rot wind die over het vlakke land waaide. Het zou gaan sneeuwen en de voorafgaande koude had het land bereikt. Wie weet werd het een witte Kerst, zou leuk zijn. Toen hij bij de flat aankwam waar zijn woninkje te vinden was keek hij nog even in de hal naar zijn postvak. Er lag behalve wat reclame niets in. Nee, vrijwel niemand wist dat hij hier woonden tenslotte, en kaarten kwamen er al helemaal niet. Hij moest zijn eigen feestje vieren. Gek genoeg had hij er nog zin in ook. Geen verantwoording hoeven afleggen, niet meedoen met de meute. Hij drukte op het knopje van de lift. Net toen hij wilde instappen kwam er een vrouw de hal in lopen. Ook al met een tas vol boodschappen in haar handen. Hij glimlachte naar haar en zij lachte terug. Ze was een leuk type, zo’n vrouw waar hij vroeger van droomde. Blond, blauwe ogen en min of meer van zijn leeftijd. Hij hield de liftdeur voor haar open, drukte op het knopje voor zijn verdieping en vroeg aan haar waar zij heen wilde. ‘Ach, maakt me niet uit, als het maar gezellig wordt’ was haar antwoord. Ze bleef hem aankijken. En hij voelde zijn hart sneller kloppen. ‘Nou, kom dan maar mee met me, dan zet ik een lekker bakkie, of wil je wellicht een glas Glühwein? Net gekocht bij de super’. ‘Top!’ zei ze en liep achter hem aan. Thuis gekomen liep Grijsje meteen naar de vrouw, gaf kopjes en knorde. Die had haar al geaccepteerd. Hij zelf pakte haar jas aan en wees haar een stoel om te gaan zitten. Nu maar hopen dat hij niet zou tegenvallen voor haar….. Want al die jaren huwelijk hadden hem aardig van zijn zelfrespect beroofd. Toen hij haar met de kat op schoot zag zitten wist hij dat het wel goed zou komen. Hij had zin in de Kerst…….

De eerste keer…

5317528Samen zaten ze op de bank. Ze waren jong nog, de relatie net begonnen. Het was zeker gezellig en modern ingericht, haar idee. De warmte van deze bijzondere zomer maakte hem onrustig. Ook zij schoof heen en weer. De kleding luchtig, te warm in huis voor al te veel bedekking en dat leidde soms enorm af. Plotseling ging hij rechtop zitten. Keek haar liefdevol aan met zijn bruine en heldere ogen. Zij keek hem terug aan. Smolt zowat. ‘Zullen we het een keer proberen?’ vroeg hij op rustige toon. ‘Het lijkt mij heerlijk en het moet er toch een keer van komen’. Ze kromp ineen. Het idee dat het hier en nu ineens zou komen tot een enorme dadendrang beangstigde haar. Daarbij, ze was er niet op gekleed. ‘Kunnen we daar niet nog even mee wachten? ‘ Ik weet niet of ik het wel wil, ik ben er niet klaar voor en heb er ook geen enkele ervaring mee’ stelde ze oprecht en met haar klaterende stemgeluid vast. O wat hield hij van haar. Zeker als ze hem afwees, dan werd ze extra aantrekkelijk. Hij ging dan proberen om haar te overtuigen te doen wat hij graag wilde, te laten zien wat hij lekker en aantrekkelijk aan haar vond, maar hij wist dat ze dan een extra barrière zou voelen om hem tegemoet te komen.

‘Ik weet dat jij het ook wilt en dat je eigenlijk, heel stiekem, er net zo naar verlangt als ik. Daarbij, je weet van onze vrienden en familie dat die allemaal een keer overstag zijn gegaan en dat ze na afloop zeer tevreden en bevredigd waren…toch?’ Ze keek hem nu verwonderd aan. Was dat zo? Had hij hierover met zijn vrienden en de familie gesproken. Ze kleurde, schaamde zich, wist dat ze zich soms en op sommige punten als een non kon gedragen, maar om dat nu meteen met iedereen te bespreken. Hij was een flapuit, kon soms enorm zitten pochen met zijn eigen vrienden, maar bij de familie was hij veel ingetogener. Het verwonderde haar dus dat juist dit onderwerp door hem was besproken in een kring waarin zij onderwerp van gesprek kon zijn. Ze werd er lichtelijk boos om. Dit besprak je toch niet. ‘Heb je dat echt besproken met onze vrienden en familie? Echt? Dat meen je toch niet he, die dingen houd ik toch ook voor me’. Het kleuren in haar gezicht zette door. En als zij kleurde hield het in dat ze haar opgewonden emoties maar moeilijk de baas kon. Ze zweeg vervolgens een paar minuten om zichzelf onder controle te krijgen. Hij keek haar op enig moment weer aan, ze smolt toen hij dat deed, en zei: ‘Kom nou, doe nou even lief en laten we samen gaan genieten van het gebodene’.

Zuchtend kwam ze overeind en liep naar hun slaapkamer. Daar trok ze haar dunne topje en wel erg kleine zomerbroekje uit en hulde zich in een aantrekkelijk zomerjurkje. Hij pakte intussen de zaken die hij nodig had voor die eerste keer. Zij keek nog even naar haar make-up, hoe haar kapsel er uit zag en of haar jurk niet te veel doorscheen. Daarna liep ze de kamer weer in en pakte hem bij de hand. ‘OK, laten we het doen, we gaan naar de Action’. Hij lachte breed, altijd lastig die eerste keren, maar het moest er eens van komen. Behoedzaam kuste hij haar op haar fraaie lippen en deed de deur naar buiten voor haar open. Het grote avontuur kon beginnen.

 

Engelen

optimale burgers zijn marionettenHij wist zeker dat ze bestonden. Engelen. En ze waren bepaald niet zo vriendelijk tegen hem als volgens de christelijke leer altijd af- of uitgebeeld. Wel in het wit gekleed, mooie vleugels, maar hun gezichten stonden altijd op onweer. Paste niet bij hun toch wat goddelijke afkomst zou je denken. Het liefst meed hij ze als de pest, maar dat kon niet altijd. Ze liepen zijn huis in en uit en soms stonden ze aan zijn bed als hij gewoon even lekker wilde slapen. Soms deden ze heel akelig tegen hem. Deden hem pijn, of kleedden hem uit. Niet dat er dan iets leuks gebeurde, de hemel was vast een saaie plek op dat punt, maar ze wilden wel zijn kleding van hem hebben en dan lag hij in zijn nakende niksie te wachten op de dingen die komen gingen. Wonderlijk genoeg bleven die uit. In die zin dat ze hem na een paar uur weer aan lieten kleden en vertrokken. Overal om hem heen zag hij ze. Hun gemene koppen altijd uitkijkend naar nieuwe slachtoffers. Zijn familie en vrienden zagen ze kennelijk niet of deden net alsof. Schijnheilig gedrag of zo? Bang dat ze dan niet in de hemel kwamen? Hij snapte het wel hoor. Hij was zijn leven lang niet echt kerkelijk geweest en zeg dan ook geen enkele reden om aan te nemen dat er meer was dat tussen hem en aarde bewoog.

Tot hij die engelen ontdekte. Dat was best confronterend geweest. Je weet immers maar nooit welke straf er nu nog op hem wachtte. Niet dat hij het tijdelijke met het eeuwige wilde verwisselen hoor. Nog lang niet. Maar als het dan toch moest gebeuren dan graag naar een plek waar het leuker was dan hij in zijn leven had meegemaakt tot nu toe. Hij was ooit getrouwd geweest, maar tegenwoordig kwam er een vrouw voorbij die heel aardig deed maar hij absoluut niet kende. Ze vertelde hem dat hij met haar getrouwd was, maar daarmee vergat ze dat hij nog steeds hield van zijn eigen Ria. Nee, geen flauwekul, die engelen maakten het leven al lastig genoeg. Met hun gefladder en constante bemoeizucht. Nu kwam er weer een van hem af. Pakte hem bij de arm en trok hem uit zijn stoel waar hij zo heerlijk had zitten mijmeren. Hij rukte en trok, maar ze hield hem vast. Engelen zijn sterk, de hemelse krachten maakte dat hij de strijd moest opgeven. Ze gaven hem een of andere pil. Die moest hij doorslikken met wat wijwater. Hij deed het om van het gezeur af te zijn. Een paar minuten later viel hij in slaap. En droomde over vroeger. Zijn oude thuis en ouders die hem verwenden voor zijn verjaardag. 85 jaar oud was hij nu en de zuster die hem al een paar maanden verzorgde glimlachte toen ze hem zag zitten op zijn stoel. Aardige man, die Kees van Dalen. Jammer dat hij zo de weg kwijt was….