Hoorn – historisch genoegen!

Ik neem de lezer op mijn blog weer eens mee op trip. Naar Hoorn. Leuke stad, om meerdere redenen voorzien van grote historische banden met Amsterdam, VOC, koopvaart en zo meer. Een stad waar een prachtig historisch centrum wordt gekoppeld aan de nodige havens waar bruine, witte en nieuwgeldvloten naast elkaar aangemeerd worden. Een stad ook met heel wat fraaie kerken waarvan een deel niet meer als zodanig wordt benut. Ook hier sloeg de ontkerkelijking toe. De stad kent een paar musea. Zoals het Noord-Hollandse, maar zeker ook het Museum van de Twintigste Eeuw dat elke keer dat we er komen weer meer te bieden lijkt te hebben. Feest van herkenning. Ook voor de Soester vriendjes met wie we deze keer het Hoornse bezochten. Op een vrij kille junidag, waarop je zag dat veel van die boten worden bemand door Mooiweer vaarders. Want ze bleven voor de wal.

De echte schippers voeren uit, hezen de zeilen en gingen er met gezwinde spoed voor de wind vandoor. Hoorn heeft ook de nodige leuke winkels te bieden. De ooit wat oubollige V&D hier is net als elders verdwenen en het pand maakte niet de indruk dat men nu al nieuwe huurders had gevonden of dat Hudson Bay ook hier gaat proberen om ons te overtuigen van hun gelijk op onze markt te penetreren. Nee, de oude V & D is in verval. Wonderlijk genoeg helemaal niet passend bij Hoornse panden uit de oudheid. Want zelfs 16e -eeuwse pandjes staan hier, zij het scheef, nog aardig overeind. Dat Hoorn is in de jaren zestig en daarna toevluchtsoord geworden voor veel Amsterdammers die in hun stad geen redelijk huis in een veilige buurt vonden en derhalve maar uitweken naar wat toen de ‘kop van Noord-Holland’ was. Het deed de nieuwe woonstad bepaald geen kwaad. Overigens begreep ik later dat het V&D pand wordt gesloopt en plaats gaat maken voor nieuwbouw. Prima plan!

De economie floreert in Hoorn en dat zie je ook in de uitgestrekte wijken aan de rand en het stevige van grote winkels voorziene industrieterrein. Van autodealers tot meubelzaken, het is hier allemaal. Je hoeft dus niet speciaal naar Amsterdam om te kunnen winkelen. Daarbij is Hoorn goed bereikbaar, een behoorlijk lokaal wegennet sluit aan op het landelijke, er is een goed functionerend spoortraject, waarvan wij deze keer gebruik maakten, en voor de liefhebbers is er hier heel wat te fietsen. Kortom een erg aardige combinatie. Een leuke stad die o.a. trots is op dat elders zo vaak door nieuwe Nederlanders verguisde verleden. Jan Ptzn Coen wordt hier nog geëerd en dat hoort ook zo.

Ik bekijk dingen op dit punt toch met een blik in dat verleden zoals wij dat kennen. Dat er wel eens iets fout zal zijn gegaan, zeker! Maar was dat omgekeerd niet zo?! Daarbij, we kunnen nog wel even een discussie voeren over hoe de dingen door de tijd heen zijn veranderd qua denken bij sommigen. Maar in Hoorn heeft men daar minder last van. Misschien wel bewust!

Van de horeca maakten we gebruik toen de zon de temperaturen opstuwde en we ontdekten dat betaalbaarheid en kwaliteit hier ook nog eens redelijk samengaan. Hoorn is een erg aardige stad. Ik raad het echt aan om er eens een kijkje te nemen. Vergeet dan niet om je camera mee te nemen en bedenk ook maar dat een paar eeuwen terug de VOC-schepen hier voor anker lagen om hun lading over te hevelen op kleine boten die dan verder voeren naar Amsterdam. Een deel van de lading bleef in Hoorn. En diende dan weer als ruilhandel voor andere zaken die men hier deed. En dat is goed terug te zien aan de grandeur van sommige huizen en straten. Wij genoten weer! Hoop dat anderen dit ook kunnen doen in die aardige stad aan het IJsselmeer.

Proost! Of toch niet??

Medio april dit jaar verscheen een voor velen verontrustend wetenschappelijk onderbouwd rapport waarin werd aangegeven dat zelfs het nuttigen van een enkel glas alcoholica kon leiden tot eerdere sterfte van de consumenten die dat spul tot zich nemen. De impact van die conclusie was groot. Behalve bij hen die meenden dat het zo’n vaart niet zou lopen. Immers, een krat bier per week moest kunnen en was ook nog gezellig…toch? Anderen werden nerveus en zagen de handen al gaan trillen bij het idee te moeten afkicken. Alcohol als tikkende tijdbom. En veel experts die zich ineens uitspraken tegen het gebruik van dat spul. Na het roken, de koffie, thee, hashj, zout, suiker, vet, etc nu ook de alcohol in de ban. Het mocht wat. Alcohol is per definitie niet goed voor ons. Het spul zorgt voor een lekker gevoel, ook als je er niet zo goed tegenkunt, we durven daarna ook veel meer en dat is voor mensen met remmingen best een voordeel. Maar alcohol zorgt ook voor verhoogde bloeddruk en als je dat maar lang genoeg hebt gaat je lijf vanzelf over in een ziekmakende modus. Daarbij is overmatig gebruik van alcohol buitengewoon schadelijk voor je lever, de geest en zijn die fikse hoofdpijn veroorzakende katers toch ook niet alles.

Voldoende voorbeelden van mensen die zich letterlijk dood hebben gedronken toch? Maar dat ene glaasje wijn? Dat glaasje likeur bij de koffie in het weekend? Dat biertje met collega’s op de vrijdagmiddag. Allemaal laten staan?! Of schouders ophalen en gewoon doorgaan?! Jonge mensen zullen dat laatste zeker hebben bedacht. Die glanzen nog van zichzelf, voelen zich onkwetsbaar en ‘later’ is ongrijpbaar. Voor de echte ouderen onder ons is het ook geen thema. Die zijn al op leeftijd en voelen zich wellicht net lekker door dat ene glaasje spiritueel vocht. Nee, juist die tussengroepen, waartoe ook ik behoor werden er nerveus van. Mocht dit nu ook al niet meer?! Wat blijft er dan nog over in deze #Metoo en #antizwartepiet tijden?! Wordt ons dan echt alles ontnomen? Het lijkt er wel op. Nu ben ik zelf geen echte drinker hoor. Ik vind een glaasje op zijn tijd best lekker, vooral in het weekend, maar zelden of nooit doordeweeks en al helemaal niet als ik nog moet rijden.

Kortom een rechte rug. Niet verslaafd! En dat laatste was mij bepaald niet met de paplepel ingegeven moet ik zeggen. De voorbeelden waren echt niet geweldig indertijd. Maar ik verzette me met klem tegen die verslavingen als roken en drinken. Uit dat principe dronk ik daarom tot en met 1978 eigenlijk nooit van dat spul. Vond het ook niet lekker. Pas in de Urquell-brouwerij die ik in dat jaar bezocht in het fraaie land Tsjecho-Slowakije ontdekte ik de geneugten van het echte Pilsener bier. Ook al ben ik van bier in het algemeen ook nooit een ware liefhebber geworden. Dus daar ligt het niet aan. Maar als het je wordt ontzegd!? Kijk, ik zelf geloof ook niet meer in Sinterklaas, maar van de traditie moeten al die betweters en namaakkenners wel afblijven natuurlijk. Gelukkig bleek enkele dagen later dat de dunne alcoholische soep niet zo heet werd gedronken en dat het ene glaasje per dag (statistisch gezien) wel mocht. Mits het geen hele emmers werden. Nou, daar valt mee te leven toch!? Ik neem mijn glaasje likeur gewoon weer in het weekend. En wat drink jij lieve lezer(es)??? Proost in ieder geval…..geniet er van.

Stutz – Blijft onbekend hier…

Voor veel hedendaagse autokenners is het Amerikaanse merk Stutz een volslagen onbekende grootheid. Toch was het heel lang actief, zelfs tot en met 1989 en lagen haar wortels v.w.b. de autoproductie al in 1911 toen het merk door naamgever Harry C. Stutz werd opgericht. In eerste instantie bouwde Stutz slechts zeer sportieve auto’s die bedoeld waren voor o.a. de 500-mijlsraces van Indianapolis en werden er van de als ‘Bearcat’ bekend geworden racewagens ook uiterst potente civiele versies gebouwd. Maar die waren ook duur en dat ging allemaal goed tot de financiële crisis aan het einde van de jaren twintig in de vorige eeuw keihard toesloeg en Stutz failliet ging. Dat was aan het begin van de jaren dertig en daarna werd het even erg stil rond Stutz.

Maar een naam met eigen klank heeft ook een grote aantrekkingskracht (denk aan Bugatti) en zo werd Stutz aan het begin van de jaren negentig weer opnieuw gestart, haar eerste model was de grotesk aandoende Blackhawk. De auto was ontworpen door de befaamde ontwerper Virgil Exner en de wat bijzondere carrosserie zat vastgeschroefd op het chassis en de techniek van een Buick uit die tijd. Het hele verhaal werd in Italië geassembleerd. De opvallende verschijning van de Blackhawk mag dan voor ons Europeanen wat ‘over the top’ zijn geweest, heel wat bekende lieden uit sport- en showbusiness wilden er wel eentje bezitten.

Zo had Elvis Presley er ooit een, net als bokser Mohammed Ali, en de Duitse acteur Curt Jurgens. Toch bleef het een auto voor heel rijke lieden, en die hadden ook de keuze uit meer normale merken met bredere mogelijkheden. Al was Stutz niet terughoudend als klanten een bijzondere uitmonstering wilden. Zo zat in de auto van Curt Jurgens zelfs een verguld interieur. De Blackhawk bleef in productie tot en met 1989, daarna ging het licht opnieuw uit bij het merk. Sindsdien zijn het vooral in de VS wel gewilde klassiekers geworden, maar in ons land zijn ze niet geliefd en helemaal niet bekend. Vandaar dit verhaal….(Beelden: Internet)

Dag van de Arbeid!

Het salon-socialisme van de sociaal-democratie had er nooit zoveel mee, maar bij de diehard-socialisten en communisten was de 1e mei een dag om rekening mee te houden. Men vierde de Dag van de Arbeid en deed dat door optochten, parades en festiviteiten die alles van doen hadden met de wederopstanding van de arbeiders als factor in de samenleving om rekening mee te houden. En dat was in de achter ons liggende decennia vaak best nodig. Het grote probleem aan het begin van de vorige eeuw was vooral uitbuiting van de werkende klasse. De zgn. elite, veelal ondernemersfamilies die een bedrijf van de grond af opbouwden deden dat door onderbetaalde mensen liefst zeven dagen per week uit te knijpen. Slechts daar waar de toenmalige godsdiensten het voor het zeggen hadden werd de zondag een rustdag. Maar dat dienen van de Heer had ook zo zijn invloed op de werkenden. Want die moesten zich dan in hun beste pak hijzen (of jurk) om de kerk te bezoeken en aan te horen dat volgens de christelijke leer, werken in het zweet des aanschijns ook zorgde voor een plek in de hemel. Je moest dus lijden om naar boven te mogen kijken.

En wie zijn lijf kapot werkte was op het laatst fysiek zo uitgemergeld dat men vanzelf wel verlangde naar die Hemel. Eindelijk verlossende rust. Het communisme, met de oorsprong in Frankrijk rond de beruchte Revolutie, deed het denken van burgers veranderen. Arbeiders voelden dat er verbetering of verandering dringend nodig was. Ondernemers waren er niet gelukkig mee. En toen de Russische bolsjewieken bewezen dat de onderklasse een hele bovenklasse kon uitschakelen en zelfs vermoorden waren de rapen gaar. Stap voor stap werd ineens meegewerkt aan verbetering van de arbeidsomstandigheden, gingen de lonen wat omhoog en verbeterde ook de huisvesting voor de arme sloebers die tot dan in de fabrieken werden afgebeuld. In West-Europa waren communisten en socialisten het snel eens. Samen ten strijde tegen het groot-kapitaal. En dat laatste werd deels door acties en stakingen ook uitgewoond. Stakingen hielpen als middel tot bereiken van het gestelde doel, bezettingen van bedrijven ook. Stap voor stap werden arbeiders burgers, burgers ambtenaren en sommige mensen uit van oorsprong simpele gezinnen zelfs af en toe bestuurders. De grote volksbewegingen als SDAP namen het voor WO2 op tegen de gevestigde christelijke partijen.

En waren daardoor mateloos populair. Maar ook de communisten kregen veel aanhangers. Een stroming die het moest hebben van keiharde kaders, solidariteit en strijd. Lukte prima, maar ging ten onder toen Stalin en diens opvolgers satellietstaten met geweld in het gareel gingen houden. Oost-Duitsland, Hongarije, Tsjecho-Slowakije, Polen. De PvdA werd in ons land een bestuurderspartij. De macht belangrijker dan de achterban. En we hebben allemaal kunnen zien waar dat toe heeft geleid. Weggevaagd! Populistische stromingen als de PVV, FVD, GroenLinks of D66 nemen de plaats in van die oude sociale stromingen. De SP speelt een rol in de achtergrond. De arbeiders hebben het goed gekregen, de ambtenaren willen nu nog wel eens staken, of zelfs de zeer goed verdienende piloten. Maar de rol van de sociaal-democratie is uitgespeeld. Dus waarom zou je die 1e mei dan nog vieren? In Rusland enn andere staten waar men houdt van de grandeur van het paraderen gaat deze dag niet zo maar voorbij. Hier wel. Een roos kan daar niets aan veranderen. Doel en middelen…het is voorbij. En eigenlijk is dat best jammer.  (Beelden: Inernet/archief)

Dagtripje; Dordrecht!

We hadden weer eens een paar kaartjes gekocht voor een dagtripje, de lente leek in zicht en de behoefte om weer eens iets aardigs te ondernemen verdrong de weerstand om weg te gaan. Dus togen we na enig overleg naar Dordrecht. Een stad die we al een paar maal eerder bezochten, maar nu eens uitgebreid wilden verkennen. De trein die ons bracht reed via een stuk of wat tussenstops (het was een Intercity, maar leek wel een Sprinter…) binnen 1,5 uur naar de Dordtse eilanden. Waar het gezellig druk bleek te zijn. Mooi weer, maar flink frisse wind. De ligging aan het vele water zorgde voor kilte. Nam niet weg dat we al snel een leuk ogend koffietentje vonden. Maar het bleef bij ogen. Zelden zo’n chaos in de bediening meegemaakt (en vooral ook gehoord).

En de prijs/kwaliteitsverhouding was daarbij compleet zoek. Ach, kniesoor. Lopen maar weer, rondkijken, de prachtige oude panden bekijken, de grachtjes, en de verrekte aardige winkeltjes waarvan veel gevuld met ‘antiek’ of spullen die daarop lijken. Dordrecht barst trouwens ook van de horeca. En anders dan die eerste indruk was het daar in tweede termijn prima toeven. Waar dat ook zo was, het Museum van Dordrecht, waar men een reeks aardige collecties onder dak heeft en waar je daardoor best een paar uur kunt doorbrengen. Het was er gezellig druk. Prachtige tuin trouwens en een goed gevuld restaurant. Aanrader als je daar een keer bent. Wij liepen verder.

Wilden wat zien van de havens. Want die heeft Dordrecht. De ligging aan het water maakt dat de stad niet alleen kwetsbaar is voor storm en hoge waterstanden, maar ook dat je daar schepen en boten ziet in alle soorten en maten. Het befaamde stoomfestival geeft die haven extra aantrekkingskracht. En van die oude schepen liggen er een stel in de fraaie havenkommen waar omheen de nodige oude panden de sfeer geven van eeuwen terug. Kwekkkerdekwek met inwoners is ook simpel.

En voor de liefhebbers zijn er bij die haven ook nog wat aardige kringloperige winkels te vinden. Wij vonden er niks van onze gading, maar dat kwam ook doordat we ons zelf wat discipline oplegden voor we vertrokken. Met een anker lopen slepen voor in de tuin is onhandig als je nog terug moet in zo’n gele rups. Wat we uiteindelijk na flink wat gewandel in de loop van de middag deden. We wilden voor de spits zou beginnen thuis zijn.

Daarbij hebben die kortingkaartjes ook wat beperkingen t.a.v. reistijden. Voor vieren en anders wachten tot na half 7. En dat werd ons te laat. Maar laten we wel zijn, dat Dordrecht is een aardige plek om te vertoeven. Het mist maar weinig van de aantrekkelijkheden die andere steden zoveel mensen doen trekken. Deze parel lijkt nog niet ontdekt. Ook al ligt het nog zo dicht bij Rotterdam. Voor de sfeer is dat maar goed ook denk ik. We komen er zeker nog eens terug!

Fraai model van weinig bekend merk…

Tatra is een automerk uit het vroegere Oostenrijks/Hongaarse rijk. Het stamt al uit de vroege 19e eeuw en zette aan het einde van die eeuw al haar eerste zelf gebouwde auto op de vier wielen. Toen Tsjecho-Slowakije als land werd opgericht bouwde men bij Tatra al auto’s in serie. In de loop van de jaren die daarop volgden werd Tatra een aansprekend merk. Men bouwde fraaie auto’s die deels waren ontwikkeld door Hans Ledwinka. Een ontwerper die geloofde in meer stroomlijn voor zijn modellen. En die kwamen er voor de oorlog al. Wie de Tatra’s van toen nu bekijkt snapt wel dat ene Meneer Porsche graag stage liep bij Ledwinka. En ook hoe hij kwam tot de lijnvoering van zijn latere ontwerpen. Tatra stond voor ongewoon. Daarnaast bouwde het bedrijf stevige trucks en bussen, in feite werd dat op enig moment haar grootste bron van inkomen. Na de oorlog werd Tatra (net als Skoda) genationaliseerd doordat het land in handen viel van de communisten.

Men ging qua personenwagenbouw verder waar men voor de oorlog was opgehouden. Met o.a. de gestroomlijnde Tatra 600 die nu als Tatraplan het levenslicht zag. Ledwinka’s ontwerp was gebaseerd op de gladde vorm van vliegtuigrompen en die vorm werd nog eens geaccentueerd door een stevige vin die op de achterklep was aangebracht om de stabiliteit te garanderen. Het onderstel van de Tatra’s was van een soort die men in Tsjecho-Slowakije voor de oorlog al had uitgevonden. Pendelassen, in feite een vorm van onafhankelijke wielophanging, die zorgde voor grote uitslagen van die wielen wat bij een al te scherp genomen bocht wel invloed had op de stabiliteit. Opvallend genoeg liet Tatra haar Tatraplans onder druk van de communistische planners, bouwen bij Skoda.

Daardoor kon het bedrijf zelf voldoende trucks bouwen voor de heropbouw van het fraaie land waar het leger nu door de partij extra aandacht kreeg. Opvallend genoeg duurde die bouw bij Skoda maar kort. Zowel de arbeiders bij Skoda als Tatra vonden dat maar niks en in 1952 staakte men de bouw van de T600. In totaal werden er een ruime 6400 exemplaren van gebouwd. Uitgerust met een luchtgekoelde 4 cilinder motor van net 2 liter inhoud kon je met zes personen aardige comfortabel reizen in de Tatra’s van toen. De wagen had al een vierbak en kende een aardige bouwkwaliteit. In de jaren vijftig werd de 600 opgevolgd door de even opvallende T603 die vooral geliefd werd bij leiders in het voormalige Oostblok. Van de T600 rijden nog wel wat exemplaren rond, maar de meeste overlevenden zijn nu toch wel te zien in de diverse musea waar een echte auto-collectie te zien is. Imposante auto’s. All was het maar door die fraaie vormen. Een eerbetoon aan een van de grootste auto-ontwerpers ooit, Hans Ledwinka. Tatra bestaat overigens nog steeds. Maar bouwt sinds de jaren negentig geen personenauto’s meer. Maar wel trucks. Via haar vroegere aandeelhouder, Terex uit de VS, heeft men nu nauwe banden met DAF o.a. Maar het merk zelf is weer in handen van Tsjechische aandeelhouders. En die hebben grootse plannen om het truckmerk weer te laten groeien tot oude hoogten.

Ik erger mij zelden……maar stoor me des te meer..

Over het algemeen kan ik me gek ergeren aan die wonderlijke mensen in de politiek die van alles en nog wat oreren, veelal zonder feitelijke onderbouwing. Het zal wel bekend zijn bij de lezers die me al die jaren volg(d)en. Ik zal tot vervelens toe wijzen op die fouten, omdat het populisme zich nu eenmaal niet beperkt tot mensen aan de rechterkant van het politieke spectrum, maar ook over links van alles wordt georeerd wat bewezen onwaar is. Maar in het dagelijks leven van alle dag erger (of stoor) ik me minder aan andere mensen. Nou ja…behalve als je op beurzen of tentoonstellingen rondloopt. Het gedrag van mensen is dan van een ongekende idioterie. Men sloft, schiet links of rechtsaf zonder na te denken en nog erger blijft plotseling stokstijf staan om iets na te kijken op de smartphone. Resultaat…opstopping en waar het extreem druk is een kettingbotsing. Nu is dat niet zo erg als je achterop een mooie dame botst die zelf oorzaak is van die botsing, maar voor je het weet heb je weer met #Me2 activisten van doen omdat bepaalde onderdelen van het fysiek elkaar raakten.

Ik zou dus willen pleiten voor gebruik van richtingaanwijzers en stoplichten voor lopende mensen. En ook voor een wandelbewijs als het mensen betreft die zo nodig een of andere boodschappentrolley mee sleuren om alle gratis zaken die ze onderweg oppikken in mee te nemen. Blauwe schenen zijn nog het minste gevolg van totaal ontbrekende stuurmanskunsten van dit soort types. Maar ook op straat kom je dit gedrag tegen hoor. Men loopt zonder plan, als het kan dwars tegen de looprichting in, steekt over waar het niet kan, blijft plotsklaps staan en ook daarbij is vaak die smartphone reden of oorzaak. Moet je eens in het centrum van onze mooie stad gaan wandelen wat wij zo vaak doen. Toeristen zijn daar compleet van de wereld soms en schijnen elke vorm van normaal denken te ontberen zodra ze weer een grachtje zien of een of ander historisch pand.

Ook dan wringen anderen zich door de mensenstromen heen of moeten verplicht wachten tot de veelal in groepen lopende toeristen zich weer in beweging zetten. Met name Italianen en Spanjaarden vertonen dit gedrag. En dat doen ze niet alleen in Amsterdam hoor. Overal waar je komt zijn het altijd dezelfde. Daarbij ook nog eens i.p.v. die trolleys rolkoffers meezeulend alsof die dingen niet breed of zwaar kunnen zijn. Je bent van harte welkom hier (of daar) maar leer sturen! Japanners en Koreanen zijn veel netter op dit punt. Erg aardige lieden. Net als Chinezen, al ben ik wel eens in een groep terechtgekomen die me omsloot als een handschoen, toen zij massaal besloten uit een bus te stappen en de gids te volgen. Wat ik niet was! Maar dat was een uitzondering. Hoe dan ook, ergeren of storen doe ik me zelden zoals u allemaal kunt lezen. Maar ben ik daarin de enige en zijn onder mijn lezers wel mopperpotten te vinden die zich enorm kunnen ergeren aan…….ja wat eigenlijk??

Mini-Rusje….de Oka!

Had ik het vorige zondag over een auto uit de Oekraine die we hier zelden of nooit hebben gezien, dit keer ga ik het met u hebben over een mini-autootje uit Rusland, de Oka. Een auto die vergelijkbaar was met de uit Japan afkomstige Suzuki Alto, Daihatsu Cuore of soortgelijke karretjes. Hier gezien als regionale auto’s met veel ruimte en een relatief groot vermogen, in Rusland in eerste instantie toch aangeduid als invalidenwagens. Dat kwam voort uit het tijdperk waarin ze werden ontwikkeld. Toen was nog sprake van de Sovjet-Unie en binnen dat grote land was een echte auto toch groot en zwaar en kon tegen een stootje. De Oka werd aan het begin van de jaren tachtig ontwikkeld en kwam als opvolger op de markt voor een onaantrekkelijk vehikel dat als S03D bekend stond. De nieuwe Oka kreeg een tweecilinder motor voorin (in feite een halve Lada-motor) en kreeg voorwielaandrijving wat in de Sovjet-Unie een primeur was.

De styling van de Oka was gebaseerd op die van de toenmalige kleine Fiat’s en die eerder genoemde Japanse kei cars, wat zorgde dat het ding er aardig modern uitzag en van binnen ruimte bood aan twee volwassenen met twee kinderen op de achterbank. Grappig genoeg bedachten de ontwerpers van de auto dat ze geen schijn van kans maakten tegenover de concurrentie, maar toen men na afloop van de productie de balans opmaakt bleek dat er een dikke 700.000 Oka’s waren gebouwd en verkocht. Daarbij werd er al in 1989 een elektrische variant uitgedacht die jarenlang de enige in serie gebouwde elektrische auto ter wereld was. Met volle batterijen reed je er anno 1989 al 100km ver mee. De Oka werd uiteindelijk gebouwd in de fabriek van VAZ, dezelfde die ook Lada’s produceerde. Vandaar dat de kleine auto een tijdlang onder dat logo (Lada) werd uitgebracht.

Later werden ze gebouwd op andere plekken in de Sovjet-Unie zoals gebruikelijk in de autofabricage van dat grote land. Ook in Azerbaijan zette men de Oka in elkaar. De Oka werd gebouwd tot 2008 en toen zaten er intussen Chinese tweepitters onder de kap die voldeden aan de Euro2 normen. Afgeleide versies verschenen er ook van. Zoals een Pickupje en een versie met een dichte laadbak achter. De laatste uitvoeringen haalden 125km/u, hadden 33 pk’s beschikbaar en verbruikten een keurige liter benzine op 27 km gereden afstand. Geen wonder dat die kleine dingen best populair waren in het thuisland en aanverwante staten. Mij is niets bekend over eventuele export van Oka’s naar het westen. Gek genoeg kwam ik ze ook nooit tegen in de landen van het vroegere Oostblok. Kennelijk waren daar de eigen fabrikaten veel populairder. Jammer eigenlijk, want die Oka was best een bijzonder ding. Maar intussen zijn we hem helemaal vergeten. Tot ik er tegenaan liep en dacht dat het wel aardig zou zijn om er wat over te schrijven hier. U wilt me wel vergeven…(Beelden: Internet)

1987

Moet je ook eens doen. Terugkijken in je eigen leven en dat dan doen met wat mijlpalen uit je persoonlijke geschiedenis. Tien, twintig, dertig of meer jaren terug. En dan kijken hoe je leven er toen uitzag en in die periode er na veranderde (of juist niet). Maar ook hoe de wereld om ons heen anders werd. Ik neem vandaag als uitgangspunt en slechts ten voorbeeld, het jaar 1987. Dertig jaar is veel op een mensenleven en zeker ook als je naar de toestand in de wereld kijkt. In dat jaar bestond de Berlijnse Muur nog en waren Oost en West nog volkomen van elkaar vervreemd. Kernwapens op elkaar gericht en de mensen in Midden- en Oost-Europa opgesloten achter een IJzeren Gordijn. Gorbatschjow de grote man van de Sovjet-Unie, Reagan in het Witte Huis. Vonden we toen een vreemde snuiter. Een acteur tenslotte die democratisch president was geworden. Nederland ontworstelde zich in dat jaar net aan de economische malaise van het tijdperk. Het internet bestond slechts op een of andere universiteit. We belden nog met telefoons aan een draad, hadden maar net aan de faxmachine uitgevonden en de Televisie kende nog geen commerciele partijen.

Mijn persoonlijke leven speelde zich in dat jaar af in het toen nog relatief kleine Almere waar we indertijd net vijf jaar woonden. Groot huis met veel ruimte voor de hobby’s en daarnaast voldoende vierkante meters over voor de rest van het gezin… De buurt was gezellig, we kwamen er tenslotte aan het begin van dat decennium allemaal vanuit Amsterdam wonen en de onderlinge verhoudingen waren en bleven in ons buurtje bijzonder plezierig. Ik publiceerde in 1987 met een aantal vrienden al een aantal jaren een luchtvaartblad en daardoor werd er ook regelmatig gevlogen. Testvluchtjes, eerste keren met een bepaald type, maar daarnaast ook leuke tripjes met het gezin naar Londen of die eerste maal naar de VS, waar we in Florida met de mond open van wat we zoal observeerden, rondkeken en reden.

Mijn werk werd toen al een jaar of tien bepaald door het autovak waar ik als dealer-vertegenwoordiger een paar merken bediende, waaronder het Tsjechische Skoda dat zo trots was op haar nieuwste model, de Favorit, dat men ons dealers in november 1987 al naar Praag transporteerde in een Belgisch chartervliegtuig om die nieuwe auto te komen aanschouwen. Die vlucht zal ik niet snel vergeten. Want veel vertraging op de heenweg, een verkort programma in Praag, en dan weer terug. Om te ontdekken dat de Belgische vlieger niet op Schiphol wilde landen vanwege de dichte mist. We vlogen door naar Brussel. Om vandaar weer in een bus naar Schiphol te reizen en dan weer met de auto naar de resp. thuisadressen.

Het werd daardoor dik nachtwerk. Grappig is dat die nieuwe Skoda pas in 1989 op de RAI zijn officiele debuut zou maken en ons bedrijf zou storten in een soort van interne crisis omdat er keuzes tussen de gevoerde merken moesten worden gemaakt. Maar het resultaat daarvan lag nog drie jaar voor me in 1987. Ik weet nog wel dat ik ook toen al elke dag in ‘pak’ naar het werk ging en dat we als bedrijf de grootste dealer van Nederland werden met het Tsjechische en bijna de grootse met ons tweede merk, Daihatsu. Die strijd was indertijd buitengewoon belangrijk voor me. Ambities konden me toen bepaald niet worden ontzegd. En in 1987 ontmoette ik ook een nieuwe collega die later zou worden tot een van onze beste vriendinnen. Maar ook dat wisten we toen nog niet. Veel te druk. En dat ging nog wel even door….. Hoe zijn jouw herinneringen aan 1987? Of is dat intussen in de vergetelheid geraakt?! Ben benieuwd….(Fotos: Yellowbird/Cedok)

Oude Kerk

Als wij met onze Soester vrienden onderweg zijn in Amsterdam is het niet alleen maar leut en gezelligheid. Cultuur hoort daar ook bij en zo kwamen en komen we nogal eens in museale gebouwen waarvan we de inhoud of het speciaal uitgestalde dan met veel plezier tot ons nemen. Zo ging dat ook aan het begin van deze novembermaand toen we weer zo’n culturele dag hadden afgesproken voor consumptie door ons viertal. Bij toeval had medeblogster Therese net een dag of twee eerder een verhaaltje neergezet over haar bezoek aan de hoofdstedelijke Oude Kerk, dus dat bleek een prima bestemming om eens in de plannen op te nemen. Immers, wij, geboren Mokummers, hadden dat gebouw nog nooit eerder van binnen bekeken. Mooie gelegenheid en met de Museum Jaarkaart mag je gratis naar binnen. En dat naar binnengaan is de moeite waard. Het is het oudste gebouw van Amsterdam, behoort tot de top 100 van Nederlandse Rijksmonumenten en stamt al uit 1308.

De kerk werd neergezet als tweede kerk naast die van het nu veel kleinere Ouderkerk aan de Amstel en viel qua kerkelijke verantwoording dan ook onder die gemeente. Het gebouw is intussen dus 711 jaar oud en dat is bouwkundig gezien best een hele tijd. De Oude Kerk bleef tot de reformatie Rooms Katholiek. Hij heette toen nog de Sint Nicolaaskerk, wat voor de toenmalige zeelieden de patrooon was van de schepelingen. Helaas kwam de Oude Kerk niet ongeschonden door de beeldenstorm. Fanatici en cultuurbesef gaan zelden samen. Nadat men alle katholieke ornamenten had vernield of verwijderd kreeg de kerk een protestantse bestemming. Maar al snel konden kooplieden er ook hun waren exposeren. Want ook voor de protestanten was handel, geld verdienen!

De eerste tentoonstellingsruimte van de stad was hiermee ook een feit. Opvallend is het gegeven dat de kerk op unieke wijze is gebouwd. Omdat men indertijd in deze omgeving niet kon heien tot de gewenste diepten bereikt werden die een dergelijk grote kerk nodig zou hebben, werd de constructie van het gebouw licht en is de hele plafondconstructie van hout gemaakt. Alsof je naar een oud en omgekeerd Koggeschip kijkt. Ook de houten steunbalken wijzen op die techniek. Het ziet er spectaculair uit. Het gebouw is groot in verhouding tot de hoogte. De enorme toren werd door de eeuwen heen verder ontwikkeld. Het eerste torentje was veel lager en heel simpel van constructie. Ergens in 1951 bleek bij onderzoek dat de fundering van het gebouw niet meer deugde en instorting dreigde voor delen van de kerk. Men heeft daarna 24 jaar lang gewerkt om dat probleem uit de weg te ruimen.

Intussen is de kerk op zondag weer een gebedshuis, doordeweeks een expositieruimte. Daarnaast liggen er de nodige bekende mensen uit hun tijd begraven. Je ziet oude burgemeestersgraven, maar ook Saskia (van Rembrandt) ligt er en telgen uit de familie Hooft. Maar ook admiraals, schilders, schrijvers en handelaren mochten in de kerk een groot of wat kleiner graf voor zich reserveren. Als je kijkt naar de gebrandschilderde ramen, de orgels, preekstoelen, en zo meer, vergeet je bijna dat men er ook die exposities houdt. Wat we daarvan zagen ging eigenlijk volledig verloren in de schoonheid van dat historische gebouw. Waar ik dus al die jaren nooit de moeite voor deed er eens binnen te kijken. Nou, dat is nu voorbij. Het is een schitterende kerk. Gaan we vast nog eens heen. Al was het maar om het ook andere geinteresseerden te showen. En als er dan een expositie wordt gehouden nemen we dat en-passant gewoon mee….