Ultieme liefde..

O zeker, hij had er heel wat gekend, zowel oppervlakkig als intiem. Hij was er gek op geweest, achterna gelopen, had er kapitalen voor uitgegeven om hen goed gestemd te krijgen, had huizen verbouwd, vakanties georganiseerd, maar op enig moment toch ontdekt dat het kennelijk aan hem lag dat niets blijvends ontstond. Nooit de mooiste van de klas geweest tussen al die binken met hun strakke lijven, krullende haardossen, sterke verhalen en versierpogingen uit het boekje. Hij was wel slim en had daarbij de zakelijke genen van zijn vader overgenomen. Geld speelde op enig moment geen rol meer. Dus kon hij ‘kopen’ wat anderen met veel moeite bereikten. Maar hij was geen man met een wasbord als buik, licht kalend, hield van voetballen en auto’s, maar ook van zijn rust. Tuurlijk wilde hij dat allemaal delen met die vrouw van zijn leven die hem alles kon geven en echt ook het diepere van zijn wezen zag, maar buiten de eerder genoemden die vooral vroegen voordat ze iets gaven, was het geluk hem min of meer ontglipt. En dus nam hij een drastisch besluit. Voortaan hield hij het bij die blonde schoonheid die hem zoveel gaf en weinig vroeg. Die onbaatzuchtig was in de liefde, een eigenschap die hij bij al die vorige types nooit had ontdekt. Hij noemde haar zijn lieveling, en in feite was ze dat ook. Zeker als ze zich bij hem nestelde in zijn riante bed. Mira noemde hij haar, vond hij lekker klinken. En ze luisterde er ook naar…die lieve Labrador die hij als puppie in huis haalde en nu zo leuk jong volwassen werd. Hij verheugde zich op dat uitje naar het strand straks….Toch maar een goed jack aan doen, het zou vast fris zijn daar…..

Stel dat…

Stel dat…

Ik weet soms wel hoe het de gemiddelde lezer van mijn schrijfselen vergaan is tot nu toe, maar ik realiseerde me onlangs weer eens dat veel wat mijn leven of carriere bepaald afhing van het toeval. Al zullen gelovigen er meteen een hogere en sturende macht bij willen halen, naar mijn idee is alles ontstaan door al dan niet gestuurd toeval. Maar dan op menselijk niveau. Het leven is er door gelopen zoals het deed. Het mijne zeker. Zo bedenk ik me dan wel eens (ik mijmer wel eens vaker heel diepgaand..) dat ik op school indertijd eigenlijk geen benul had van wat ik later wilde worden, behalve dan dat ik iets in de luchtvaart wilde doen. Het waarom zat hem in het feit dat ons huis bij toeval vaak werd overvlogen door die oude kisten van/naar het Schiphol van toen.

Daarbij speelde ook een rol dat onze straat in de jeugdjaren een bepaald levendige was en ik er in de praktijk van alle dag ook mijn eerste kennis van het automobiele wereldje opdeed. Opgeteld moest het dus wel iets worden in die hoek, maar hoe daar te komen? Wist je veel als jong mens. Het lot bepaalde anders. Op die school uit de jeugd dus werd ik net als een stuk of wat klasgenoten gewoon geronseld voor een baan op een grote bankinstelling. Inclusief bijbehorende studies en interne opleidingen. Het hield in dat ik op mijn 14e aan de slag ging in de financiele wereld. En op die bank ontmoette ik niet alleen een van mijn nu nog oudste vrienden, maar ook mijn aanstaande echtgenote. Ware ik niet geronseld was dat allemaal niet gebeurd.

Zo ging het ook later. Na de bank kwam de luchtvaart, ik berichtte er al eerder over in mijn verhalen over die wonderlijke carriere. Daarna weer zo’n toevalligheid…. Ergens halverwege moest er een andere auto komen en mijn merktrouw deed me dus zoeken naar een alternatief voor de dealer die me die eerste nieuwe Skoda had verkocht maar nu ineens in Toyota’s deed. Op die zoektocht stonden we niet alleen voor een gesloten deur bij een van die uit een lijstje gehaalde andere verkopers, maar vonden we dat daar ook een echte vieze troep binnen. Door naar de volgende dus. En dat klikte. Het resultaat was dat met die vent de relatie zodanig werd dat ik voor ik er uiteindelijk zelf zou gaan werken de nodige auto’s verkocht aan vrienden en collega’s op Schiphol en ook het bedrijf waar ik toen nog zat voorzag van nieuwe bestelwagens.

Dat leidde weer tot de overstap naar de autowereld waar ik dan opnieuw door toeval iemand leerde kennen die me later naar importeur Pon zou halen. Alles toeval, was ik in het begin een andere kant op gegaan hadden al deze zaken niet plaatsgevonden. Van sommige moet ik nu toch even niet willen bedenken dat ik ze/hen niet had ontmoet of het leven verder mee gedeeld. Van anderen kan ik me voorstellen dat het leven een stuk simpeler was geweest als het toeval me net even anders had gestuurd. Je zou er een filmscenario van kunnen maken. Toeval bestaat wel, zeker! Na die jaren in dienst van anderen kreeg ik opnieuw door toeval opdrachten in de publicitaire en trainingswereld. Ook dat was weer erg aardig en dat deed ik tot ik besloot om na dik 55 jaar hard werken iets anders te gaan doen. Maar ik weet ook zeker dat de gemiddelde lezer(es) soortgelijke ervaringen kan vertellen. Over keuzes onderweg die leidden tot wat men nu meemaakt in het heden en wellicht in de toekomst. Een woonkeuze, werk, liefde, van alles. Kom maar door…. Delen is leuk!! En mijn voorbeelden maar heel beperkt, want er is nog veel meer…..(Beelden: Archief)

Kittenrealisme…

Kittenrealisme…

Ondeugend, lief, aansprekend, liefdevol, zo kijken we vanuit menselijk oogpunt naar kleine kittens of ook puppies. Klein is zeker leuk, maar als alles gaat zoals je wilt dat het gaat, groeien die kleintjes al snel uit tot volwassen dieren. Krijg je veel onbaatzuchtige liefde van, warmte als je dat wilt, maar vraagt ook aandacht. Een dier haal je niet voor de lol even in huis als je een beetje normaal denkt, maar voor het leven. Wie kan rekenen weet dat een mens meestal langer zal leven dan een gemiddeld dier als een hond of kat, maar ze maken toch een belangrijk onderdeel van je leven uit. Een beetje hond haalt de 12 jaar levensduur wel, een kat zit toch al snel 16-20 jaar in je raamkozijn….En die beesten vragen intussen ook de nodige aandacht, verzorging, onderhoud, en zo meer van je. In de afgelopen Corona-periode bleken heel wat medeburgers zich thuis zo te vervelen dat ze besloten om een klein diertje in huis te halen. Hond of kat, konijn of ander knaagdier en waar de ruimte groter was een pony of veulen.

Na een jaar bleken al die dieren ‘dat schattige’ verloren te zijn en moesten de ‘baasjes’ ook weer naar werkgever of klanten. En zaten die dieren in de weg. Resultaat, de vele dierenasiels raakten overbevolkt met teruggebrachte of ingeleverde dan wel afgedankte dieren. Als iets frustrerend is voor die dieren dan dat. Net gewend aan die nieuwe baasjes ga je de deur weer uit als ‘ding’ en wordt je ingeleverd als een oude klok bij de kringloop. Herplaatsen bleek en blijkt nog best een dingetje. In andere gevallen is er natuurlijk een boom in het bos om een hond aan vast te binden en katten zet je gewoon buiten de deur in de tuin of waar ook en gaat er vanuit dat die zijn/haar eigen weg wel vindt. Ongechipt natuurlijk zodat herkomst baasje niet te achterhalen valt. Het kille berekenende van dat handelen stuit mij meer dan tegen de borst. Oudere dieren van wie de baasjes ineens worden opgenomen in een verzorgingshuis of erger krijgen het nog lastiger.

Want wie neemt een hondje op dat tien jaar bij zijn/haar baasje leefde of een kat met dezelfde leeftijd en herkomst? Er is op dat punt best veel leed. En dieren verdienen een tweede kans. Mocht je dus die impuls voelen om een dier in huis te nemen, kijk dan eens bij die herplaatsers ipv dat op het oog aantrekkelijke nestje vol piepkleine en jonge kittens of pups. Vermoedelijk krijg je dan nog veel meer van wat je zoekt dan vooraf bedacht. Een dier in huis is ook warmte en gezelligheid, de wandelingen met de eventuele hond vaak goed voor de gezondheid en ook als je op zoek bent naar sociale contacten. Toen wij ons hondje nog mochten bezitten (honden hebben een baas, katten personeel…) kwekten we met heel wat mensen uit de buurt over van alles en nog wat. Dat is toch weg na het verscheiden van die trouwe viervoeter al weer zoveel jaren geleden. Nu zeggen we de mensen nog wel gedag maar is het contact toch anders. Overigens zijn veel eigenaren van toen nu ook weer dierloos of verhuisd…. Hoe dan ook, wij zijn gek op die dieren en genieten er van. We wensen dat jullie allemaal ook toe, mede namens onze eigen schare…. (Beelden: Prive-archief)

Trouwe vriend…

Ze dankte nog steeds de voor haar belangrijke stem van hem die boven haar was gesteld. Op die dag dat ze hem tegenkwam en meteen verliefd was, al was het dan besmuikt en keek ze wel goed om zich heen of niemand echt keek toen ze hem tot zich nam. Wat was ze gespannen geweest in die periode en hoe zocht zij toen naar iemand die haar van die spanning af kon helpen. Alle relaties stuk gelopen, dan was ze weer te dik, bij de ander voldeed ze niet aan de wens tot intellectuele bagage. De bedavonturen waren van saai tot zeer inspannend geweest, voor haar zelden ontspannend. Best frustrerend. Nee, haar leven was tot nu toe niet over rozen gegaan. Tot die dag dat ze op een of andere manier werd geleid naar die zaak waar ze alleen maar wilde rondkijken en naar binnen ging. Bij het zien van hem was ze in een klap verliefd geworden. Blank, sterk, geaderd als een havenarbeider, en niet te veel van haar verlangend. Na die eerste ontmoeting was ze direct verliefd geworden. En keek uit naar iedere ontmoeting. Eerst eens per week, daarna vaker. Nooit een verkeerd woord, zelden eisen of zo. Tja, ze moest af en toe wat investeren, zo bleef hij haar trouw dienen en zorgen voor blossen op haar wangen. Maar dat was zo weinig moeite in vergelijking met haar vorige relaties dat ze sommige zaken bij een budgetketen in voorraad nam zodat ze nooit zonder zou zitten. Elke keer als ze hem uitnodigde werd het spannender. Soms kleedde ze zich voor de gelegenheid aan, een andere keer juist uit. Hij vond het altijd leuk en deed zijn ding. Haar vriendinnen zagen het aan haar. De glans op haar huid, de sprankelende lach, twinteling in haar ogen. Ze hadden het allemaal door. Zij was verliefd en werd op juiste wijze ontspannen. Vanavond zou hij weer komen. Zij zelf nam het initiatief. Nam eerst een bad en kon daarna niet wachten op zijn komst. En de hare. Ze noemde hem Frank, maar wist dat hij van huis uit eigenlijk Tarzan werd genoemd….Maakte het uit…ze ging maar eens vroeg naar bed….

Verliefd…

Hij wist het zeker….Zij was de enige waarop hij verliefd was, al kon hij dat gevoel niet zo goed benoemen. Dat paste niet bij hem. Hij hield ook van zijn moeder, van zijn pa wat minder, maar wel weer van de frisdranken die zijn pa verhandelde. Hij hield ook van lekker eten, vakanties, voetbal en ook een beetje van die hond van de overburen die altijd zo lief met hem wilde spelen als hij hem mocht uitlaten. Ja, zijn leven was echt op orde. Maar die ene, die mooie en vooral lieve jongedame. Met haar blonde haren, blauwe ogen, die leuke stem, die graag spelletjes met hem speelde. Die hem liet winnen als het moest, graag stoeide als het mocht. Hij had haar in de kerk ontmoet. En wist na een blik genoeg. Zij was de vrouw voor hem. Daarmee wilde hij zijn leven delen. Haar aanstekelijke lach maakte hem warm en vrolijk tegelijk, al kon hij die gevoelens dan nog geen plekje geven. Hij wist intussen wie haar familie was, ze kwam uit een wat duurdere wijk van het kleine stadje waar ze woonden en haar vader was bij de politie. Dus hield hij zich in als hij met haar buiten liep. Want je wist immers maar nooit….voor je het door had kreeg je een slechte naam en werd je nagewezen in de straten en mocht hij haar niet meer ontmoeten. Het leven is best ingewikkeld als je twaalf bent en jouw toekomstige vrouw intussen 14 geworden……

Liefdestonen…

‘Maar’ riep de man tegen de slanke maar knappe vrouw naast hem ‘ik houd toch enorm van jou? Ik wil jou voor de rest van mijn leven, ik zou mijn lijf en leven daarvoor geven. Hoor me aan, ik bedoel dat echt, waarom bedrieg je me met een ander, dat is toch onaardig en ook slecht’. De vrouw keek hem aan en antwoordde met luide stem ‘Man, ik hou van jou maar ook van hem, ook al roep je nog zo hard in mijn oor, zonder hem ga ik er echt vandoor’. De man bleef maar roepen en hield haar tegen. ‘Ik houd zo enorm van jou, ik kan je niet missen, blijf toch hier, ik ben toch geen sukkel die je wegstuurt als een slaaf, ook al werkte die zo braaf…’. De vrouw, nu duidelijk getergd nam afstand van de man, deed aanstalten van hem weg te lopen, pakte haar valies, schudde haar prachtige blonde haren, legde haar handen op haar pronte boezem en riep opnieuw ‘Ik hou van jou maar ook van hem, aan dat gevoel geef ik met heel mijn hart een luide stem, geloof me nu ik wil niet weg als jij ook hem accepteert…..en ik wil ook niet dat jij daardoor onder mijn ogen crepeert’. De man liep haar achterna en pakte haar valies vast als wilde hij haar tegenhouden….’Als je gaat beneem ik me het leven, een leven in een verhouding met een ander kan ik je niet geven, blijf toch hier en ontvang mijn tekenen van liefde, kus me voor je besluit, anders is het voor mij echt over en uit….’. De vrouw keek hem aan met warmte en een gevoel van berouw, maar haar besluit stond vast, zij ging. Daarna huilde de man over haar vertrek, pakte een mes en stak dat tot het heft in zijn nek. Hij viel neer en bleef nog even liggen voor hij in een laatste ademteug nog een keer riep dat hij zoveel van haar hield en haar nooit zou vergeten.

Daarna sloot het doek en stond het publiek massaal op om de hoofdrolspelers een groots applaus te geven en te roepen om ‘bis bis bis’. De man en de vrouw bogen diep en namen het eerbetoon met plezier en dankbaarheid in ontvangst. Toen het doek na een kwartier echt werd gesloten liepen ze hand in hand naar de kleedkamers en keken elkaar diep in de ogen. De liefde tussen hen was oprecht. Hoefden ze niet uit te schreeuwen of te zingen. Dat was voor iedereen duidelijk. Want elke dag samen in de bus naar allerlei voorstellingen en soms overnachten in lokale hotels…het had zo zijn gevolgen….En ook deze keer lonkte die hotelkamer. Ze konden bijna niet wachten om zich af te schminken dan wel uit te kleden….

Polenese…

‘Aan mijn lijf geen polenese meer’ stelde de vrouw zeer stellig tegen de interviewer die haar vragen stelde over haar relatie met de wat corpulente man naast haar. Die keek maar wat weg van de camera die op het stel gericht was. Hij wist het wel wat zij bedoelde maar de interviewer rook bloed en vroeg door. ‘Hoe bedoelt u dat? Is uw huwelijk afgelopen dan?’. ‘Nei’ zei de magere maar zwaar opgemaakte vrouw van diep in de 50 zeer duidelijk, ‘maar d a t hebben we gehad en ik voel ook geen behoefte meer’. ‘We hebben het verder goed hoor, maar der zijn nu kinderen en ik heb zelfs al een kleinkind, dan hoeft het voor mij niet meer”. Fel keek ze van de interviewer naar de man die haar echtgenoot was met een blik van ‘kijk nu eens wat er van hem geworden is’. Het bleek dat de man ziek was geworden van (door) zijn werk, langdurig thuis was komen te zitten en dat die situatie de relatie niet had verbeterd. Haar hele schema raakte in de war, ze moest hem verzorgen, zag hem niet meer als man of echtgenoot, maar meer als patient. En dat had alle andere gevoelens gedood bij haar. ‘Tja, en kijk, ik ben weliswaar nog niet oud, maar oud genoeg om aan te geven dat het voor mij niet meer hoeft. We kijken samen tv, gaan naar de kinderen of de buren op visite, eten er goed van, maar ja het is ook geen vetpot. En als ik mijn sjekkie heb en de hond kom ik de dag wel door’. De man zuchtte….Hij verlangde wel naar intimiteit, maar dat werd hem door de vrouw met wie hij al heel wat jaartjes samen was eenzijdig ontzegd. Dus was hij gaan drinken. Niet goed voor zijn kwalen, maar ach je moest wat en het hielp hem de ergste zielepijn te verdoven. Hij keek nog eens in de camera. Als ze dat ding nou zouden uitzetten en die lui vertrokken kon hij een biertje uit de koelkast halen en er eentje nemen op het huwelijksgeluk dat nu zo vlak was geworden. Aan polonaise dacht hij niet meer. Wel aan die fraaie jonge deerne die hij laatst in de kroeg had gezien. Met alles er op en aan. En hij bedacht dat zijn vrouw ook ooit zo aantrekkelijk was geweest. Wanneer ook al weer, nou dat was toch wel…..uh….dertig jaren en kilo’s geleden.

Do….

Do was letterlijk en figuurlijk een vrolijke tante. Voor haar neefjes en nichtjes, zij had altijd plezier, leefde zich uit, hield zich niet aan welke norm of waarde ook. En bij de familie was wel bekend dat Do in haar leven heel wat mannen (en wellicht zelfs vrouwen) had versleten voor ze iets tot rust was gekomen. Verhalen over haar jeugd, dat dorp waar ze alle mannen het hoofd op hol had gebracht met haar lijf en gedrag. Do hield wel van een verzetje. Een drankje of rokertje ging er altijd wel in, en als ze dan zin had in gezelschap nam ze dat mee naar een plek waar de rest van de samenleving haar niet kon bespieden. Men kon slechts raden wat zij daar dan deed. Maar haar naam was wel gevestigd. Later verhuisde ze naar de grote stad. Kreeg een aardige baan. Eerst in een tankstation, toen bij een notaris. De klanten waren gek op haar. Want service ging Do voor alles. Tevredenheid moest volgens haar in alle toonaarden worden geboden en haar werkgevers waren alleen daarom al gek op haar. Alleen vastleggen aan iemand was niet haar ding. Ze hield van feesten, met alles er op en aan, ze experimenteerde met pillen en poeders, kende de Kama Sutra zowat uit haar hoofd, maar bleef dezelfde vrolijke Do die eigenlijk gewoon Dorine heette maar dat maar een stomme naam vond. Do was ook een graag geziene gast op de familie-bijeenkomsten. Ze kon geweldige verhalen vertellen en maakte de jongere generaties wijs dat als je vandaag niet leefde je morgen spijt zou hebben omdat het dan niet meer kon. Haar ouders, broers, zussen, en goede vrienden, ze luisterden vaak met opgetrokken wenkbrauwen naar wat ze allemaal oreerde maar ook over wat ze droeg aan kleding. Of beter, wat ze bijna niet droeg. Optische verrassingen waren haar niet vreemd. Do was dus een vrolijkerd. En ze werd node gemist toen ze ineens overleed. 80 jaar oud. Geleefd voor tien. Maar haar motto leefde voort…..Leef nu, morgen is het misschien te laat. Maar haar familie zette haar portret toch maar niet zo dominant op de schoorsteenmantel. Het stigma van het fatsoen en zo…..

Geliefde..

Altijd was zij op zoek geweest naar de ware liefde. Naar die ene die haar dat gevoel kon geven waarnaar zij zo verlangde. Die haar zou opvullen en haar hart sneller kon laten kloppen. Vanaf haar vroegste jeugd had zij er naar gezocht. Haar vader was er eerst geweest, maar ja, dat was haar vader. Vriendjes van school. Ach het mocht wat. Puisterige pubers die wel allerlei zaken van haar verlangden, maar waar zij niets in zag. Nee, het moest mooier, warmer en dieper. Op enig moment had ze het gevoel dat een gloed haar overweldigde, dat de liefde voor die ene bezit van haar genomen had. Dat gezicht van die man, die overgave, die uitstraling, ze was gevallen als een blok en hem gevolgd als een schoothondje. Ze had zich overgegeven aan zijn regels, zijn ritme, zijn wereld. Deed het werk dat hij van haar vroeg, leefde samen met hen die ook die liefde voelden en voelde zich uiterst plezierig. Een ding hield haar wel eens wakker, ze wilde zo graag weten hoe andere vrouwen dat toch deden. Van haar zussen die intussen getrouwd waren en kinderen kregen, hoorde ze wel eens iets over hoe dat allemaal ging. Ze bloosde dan wat en kon slechts dromen van haar geliefde. Ze wilde best een kind van hem, al had ze slechts een vaag idee hoe het dan daarna zou moeten gaan. Met hard werken bleef ze in staat dat verlangen in te dammen. Van uitstel kwam afstel. De tijd ging voort. Haar liefde bleef, het verlangen zakte wat weg. De plicht riep, elke dag weer. In het gebed vond ze haar vreugde. Morgen weer vroeg op….het leven van een non gaat niet altijd over rozen……

Godsbeeld…

Godsbeeld…

Als kind uit katholiek milieu was het allemaal simpel. God was een oudere heer met baard die vanaf een wolk niet al te vrolijk neer keek op zijn schepping.

Hij had zijn zoon ooit gestuurd (toen nog een jaar of 1940 geleden..) om ons allen te redden maar die missie bleek om achteraf beschreven redenen niet zo geslaagd. Gelukkig kon hij ons met Pinksteren de ‘wijsheid’ cadeau doen die we ook toen al zo ontbeerden en werd het leven weer wat ordelijker. Nou ja, in de eigen bubbel wellicht. De wereld werd er zeker in algemene zin niet beter van. Bij de afvallige protestanten ging het meer om de kern van het woord Gods. De Bijbel het uitgangspunt van het leven en uitspraken van Jezus als de zoon van God leidend. Bij de Joden was het weer anders, maar alles greep voor de komst van de Messias wel min of meer in elkaar.

Over de islam dacht ik vroeger niet zo na, maar toen ik daarmee van doen kreeg omdat er nu eenmaal veel media-aandacht kwam voor alles wat rond die religie in de wereld plaatsvond bleek al snel dat men daar dezelfde soort profeten en godsverering toepaste, alleen dan als godsdienst een kleine 650 jaar na het christendom in elkaar gestoken en duizenden jaren na het joodse geloof. De claim op het ultieme gelijk bij al die geloven vrijwel identiek. Mag je bij de katholieken je verbeelding helemaal kwijt in kerken vol fresco’s, schilderijen, brandschilderingen op ramen en zo meer, de protestanten richten zich vooral op het woord en dat vinden die andere geloven ook het beste. God is overal, hoort en ziet alles, oordeelt, maar is geen af te beelden persoon. Als hij al verscheen dan in de vorm van een brandend braambos of toornige wolk. Wel altijd veroordelend. Eisen stellend, want als je hier en nu niet leeft volgens de door ‘hem’ (over haar werd niet gesproken) opgelegde spelregels kwam je later niet in de hemel. En of die hemel nu vol zat met de helpende hand biedende engelen of maagden, het principe is overal gelijk.

Maar is het ook uniek? Nee hoor. Veel geloven uit andere en ver van het Midden-Oosten (de bron van die moderne geloven) gelegen godsdiensten hebben los van elkaar dezelfde uitgangspunten. Offeren, lijden, aanbidden, priesters, op kijken naar de hemel en aannemen dat daar een of meerdere goden het heelal bestieren. Soms strenger, dan weer losser, maar aanbidden doet men. En afzweren lukt maar matig. Communisten hebben dat in hun hoogtijdagen getracht te doen, de nazi’s ook, maar steeds zonder al te veel resultaat. Denk ook maar eens terug aan de oertijden toen gelovigen werden gekruisigd, voor de leeuwen gegooid, in brand gestoken, gevierendeeld en nog meer van dat soort fraais. En toch…geloof bleef en blijft. Van vader op zoon, van moeder op dochter. We kunnen kennelijk niet zonder. De een werkt zich gek in het aanschijns zijner Heer om iets goeds te bereiken op deze Aarde opdat hij later aan de troon van Jezus in de hemel mag genieten. Anderen wachten tot hun God alle problemen oplost waardoor die problemen structureel en al eeuwen lang blijven bestaan. En maar hopen op die veertig maagden die op hen wachten mochten ze ineens…. Keuzes…..veroorzaakt door een wonderlijk godsbeeld. Niemand persoonlijk aangesproken voelen hoor. Geen veroordeling. Die komt pas als men anderen een geloof oplegt, wetten toepast die niet baseren op humaniteit maar op een of ander boekwerk of papyrus rol uit de oudheid. Geweld uitlokt om zo de positie van een geloof te versterken. Duizenden jaren lang een akelige doctrine. En als die God bestaat zal hij dat vast niet met plezier bekijken. Wellicht dat de hel als die ook bestaat uitsluitend is bedoeld voor hen die daar op aarde mee dreigen en anderen veroordelen?? Ik hoop het oprecht. Sterker nog…ik geloof daar heilig in. U bent gewaarschuwd… (Beelden: archief)