Do….

Do was letterlijk en figuurlijk een vrolijke tante. Voor haar neefjes en nichtjes, zij had altijd plezier, leefde zich uit, hield zich niet aan welke norm of waarde ook. En bij de familie was wel bekend dat Do in haar leven heel wat mannen (en wellicht zelfs vrouwen) had versleten voor ze iets tot rust was gekomen. Verhalen over haar jeugd, dat dorp waar ze alle mannen het hoofd op hol had gebracht met haar lijf en gedrag. Do hield wel van een verzetje. Een drankje of rokertje ging er altijd wel in, en als ze dan zin had in gezelschap nam ze dat mee naar een plek waar de rest van de samenleving haar niet kon bespieden. Men kon slechts raden wat zij daar dan deed. Maar haar naam was wel gevestigd. Later verhuisde ze naar de grote stad. Kreeg een aardige baan. Eerst in een tankstation, toen bij een notaris. De klanten waren gek op haar. Want service ging Do voor alles. Tevredenheid moest volgens haar in alle toonaarden worden geboden en haar werkgevers waren alleen daarom al gek op haar. Alleen vastleggen aan iemand was niet haar ding. Ze hield van feesten, met alles er op en aan, ze experimenteerde met pillen en poeders, kende de Kama Sutra zowat uit haar hoofd, maar bleef dezelfde vrolijke Do die eigenlijk gewoon Dorine heette maar dat maar een stomme naam vond. Do was ook een graag geziene gast op de familie-bijeenkomsten. Ze kon geweldige verhalen vertellen en maakte de jongere generaties wijs dat als je vandaag niet leefde je morgen spijt zou hebben omdat het dan niet meer kon. Haar ouders, broers, zussen, en goede vrienden, ze luisterden vaak met opgetrokken wenkbrauwen naar wat ze allemaal oreerde maar ook over wat ze droeg aan kleding. Of beter, wat ze bijna niet droeg. Optische verrassingen waren haar niet vreemd. Do was dus een vrolijkerd. En ze werd node gemist toen ze ineens overleed. 80 jaar oud. Geleefd voor tien. Maar haar motto leefde voort…..Leef nu, morgen is het misschien te laat. Maar haar familie zette haar portret toch maar niet zo dominant op de schoorsteenmantel. Het stigma van het fatsoen en zo…..

Geliefde..

Altijd was zij op zoek geweest naar de ware liefde. Naar die ene die haar dat gevoel kon geven waarnaar zij zo verlangde. Die haar zou opvullen en haar hart sneller kon laten kloppen. Vanaf haar vroegste jeugd had zij er naar gezocht. Haar vader was er eerst geweest, maar ja, dat was haar vader. Vriendjes van school. Ach het mocht wat. Puisterige pubers die wel allerlei zaken van haar verlangden, maar waar zij niets in zag. Nee, het moest mooier, warmer en dieper. Op enig moment had ze het gevoel dat een gloed haar overweldigde, dat de liefde voor die ene bezit van haar genomen had. Dat gezicht van die man, die overgave, die uitstraling, ze was gevallen als een blok en hem gevolgd als een schoothondje. Ze had zich overgegeven aan zijn regels, zijn ritme, zijn wereld. Deed het werk dat hij van haar vroeg, leefde samen met hen die ook die liefde voelden en voelde zich uiterst plezierig. Een ding hield haar wel eens wakker, ze wilde zo graag weten hoe andere vrouwen dat toch deden. Van haar zussen die intussen getrouwd waren en kinderen kregen, hoorde ze wel eens iets over hoe dat allemaal ging. Ze bloosde dan wat en kon slechts dromen van haar geliefde. Ze wilde best een kind van hem, al had ze slechts een vaag idee hoe het dan daarna zou moeten gaan. Met hard werken bleef ze in staat dat verlangen in te dammen. Van uitstel kwam afstel. De tijd ging voort. Haar liefde bleef, het verlangen zakte wat weg. De plicht riep, elke dag weer. In het gebed vond ze haar vreugde. Morgen weer vroeg op….het leven van een non gaat niet altijd over rozen……

Godsbeeld…

Godsbeeld…

Als kind uit katholiek milieu was het allemaal simpel. God was een oudere heer met baard die vanaf een wolk niet al te vrolijk neer keek op zijn schepping.

Hij had zijn zoon ooit gestuurd (toen nog een jaar of 1940 geleden..) om ons allen te redden maar die missie bleek om achteraf beschreven redenen niet zo geslaagd. Gelukkig kon hij ons met Pinksteren de ‘wijsheid’ cadeau doen die we ook toen al zo ontbeerden en werd het leven weer wat ordelijker. Nou ja, in de eigen bubbel wellicht. De wereld werd er zeker in algemene zin niet beter van. Bij de afvallige protestanten ging het meer om de kern van het woord Gods. De Bijbel het uitgangspunt van het leven en uitspraken van Jezus als de zoon van God leidend. Bij de Joden was het weer anders, maar alles greep voor de komst van de Messias wel min of meer in elkaar.

Over de islam dacht ik vroeger niet zo na, maar toen ik daarmee van doen kreeg omdat er nu eenmaal veel media-aandacht kwam voor alles wat rond die religie in de wereld plaatsvond bleek al snel dat men daar dezelfde soort profeten en godsverering toepaste, alleen dan als godsdienst een kleine 650 jaar na het christendom in elkaar gestoken en duizenden jaren na het joodse geloof. De claim op het ultieme gelijk bij al die geloven vrijwel identiek. Mag je bij de katholieken je verbeelding helemaal kwijt in kerken vol fresco’s, schilderijen, brandschilderingen op ramen en zo meer, de protestanten richten zich vooral op het woord en dat vinden die andere geloven ook het beste. God is overal, hoort en ziet alles, oordeelt, maar is geen af te beelden persoon. Als hij al verscheen dan in de vorm van een brandend braambos of toornige wolk. Wel altijd veroordelend. Eisen stellend, want als je hier en nu niet leeft volgens de door ‘hem’ (over haar werd niet gesproken) opgelegde spelregels kwam je later niet in de hemel. En of die hemel nu vol zat met de helpende hand biedende engelen of maagden, het principe is overal gelijk.

Maar is het ook uniek? Nee hoor. Veel geloven uit andere en ver van het Midden-Oosten (de bron van die moderne geloven) gelegen godsdiensten hebben los van elkaar dezelfde uitgangspunten. Offeren, lijden, aanbidden, priesters, op kijken naar de hemel en aannemen dat daar een of meerdere goden het heelal bestieren. Soms strenger, dan weer losser, maar aanbidden doet men. En afzweren lukt maar matig. Communisten hebben dat in hun hoogtijdagen getracht te doen, de nazi’s ook, maar steeds zonder al te veel resultaat. Denk ook maar eens terug aan de oertijden toen gelovigen werden gekruisigd, voor de leeuwen gegooid, in brand gestoken, gevierendeeld en nog meer van dat soort fraais. En toch…geloof bleef en blijft. Van vader op zoon, van moeder op dochter. We kunnen kennelijk niet zonder. De een werkt zich gek in het aanschijns zijner Heer om iets goeds te bereiken op deze Aarde opdat hij later aan de troon van Jezus in de hemel mag genieten. Anderen wachten tot hun God alle problemen oplost waardoor die problemen structureel en al eeuwen lang blijven bestaan. En maar hopen op die veertig maagden die op hen wachten mochten ze ineens…. Keuzes…..veroorzaakt door een wonderlijk godsbeeld. Niemand persoonlijk aangesproken voelen hoor. Geen veroordeling. Die komt pas als men anderen een geloof oplegt, wetten toepast die niet baseren op humaniteit maar op een of ander boekwerk of papyrus rol uit de oudheid. Geweld uitlokt om zo de positie van een geloof te versterken. Duizenden jaren lang een akelige doctrine. En als die God bestaat zal hij dat vast niet met plezier bekijken. Wellicht dat de hel als die ook bestaat uitsluitend is bedoeld voor hen die daar op aarde mee dreigen en anderen veroordelen?? Ik hoop het oprecht. Sterker nog…ik geloof daar heilig in. U bent gewaarschuwd… (Beelden: archief)

Confrontatie

Confrontatie

Toen mijn broer Rob onlangs overleed (ik schreef er in februari een verhaal over) kwam het uiteraard ook tot een afscheidsplechtigheid en uitvaart.

Dan kom je mensen tegen die je in tijden niet hebt gezien en je zelf in de herinnering hebt zitten als jong en nog vol plannen en levenslust. Bij die gelegenheid bleken die lui ineens allemaal aardig volwassen te zijn geworden. En confrontatie met je eigen evolutie van jong mens tot oudere heer op weg naar de laatste muur. Althans zo voelde dat even. Immers, kinderen in de herinnering moeten gewoon jong kunnen blijven maar groeien net zo door in hun leven als jij in dat van jezelf. Ooit was ik de jonge god op de brommer die met wapperende haren allerlei avonturen tegemoet ging. Ik maakte carriere, werkte hard, studeerde daarnaast en bouwde ook nog eens een gezin op. Van puber tot jong volwassene en zo meer. Mensen waar je vroeger in die jeugd soms intens mee omging, raakte je voor een deel onderweg kwijt.

De jeugdvrienden uit de straat, een enkele uitgezonderd, verdwenen uit je leven en ik moet soms diep in de kuil van het geheugen graven om nog namen van die lui boven geestelijke aarde te krijgen. Van school weet ik vrijwel niks meer, het euvel heb ik al eens uitgelegd hier, ik ben dus geen type voor reunies of zo. Van het eerste werk hield ik een vriend over voor het leven. Lief en leed gedeeld vanaf jong. Maar hij is wat ouder dan ik en ook bij hem begint dat zichtbaar te worden. In onze vroegere familie was er soort vertoonstrijd tussen de twee zussen waarvan mijn moeder er een was. Elk jaar kijken wie de meeste cadeautjes had gegeven aan de kinderen met Sinterklaas of op verjaardagen.

De tante had vier kinderen en dat waren dus mijn neven en nichten. Omgerekend naar nu moeten ook die intussen al flink op leeftijd zijn. De boven ons liggende generaties zijn er niet meer. Maar ik heb die lui uit de generatie onder hen jaren niet meer gezien of gesproken. Zal dus best zo zijn dat daar allerlei zaken zijn gepasseerd die mij niet bereikten. Is dat spijtig? Niet meteen. De liefde moet van twee kanten komen en kennelijk zat die afgunst er vanuit de ouders ingestoken ook in bij de jongere generatie. Jeugd is prachtig, en je moet er van genieten. Ouder worden is ook leuk, vooral als je dat gezond van lijf en leden mag beleven. De geest nog voldoende jeugdig om zich als zodanig te uiten, maar de confrontatie met de spiegel wordt elke keer heftiger. En als de spiegel het al niet doet, dan toch wel die ontmoetingen met naasten die je een tijdje niet hebt gezien. Het leert extra te relativeren, te koesteren en wellicht ook te corrigeren. Bekeert u voor het te laat is! Maar wat is dan het ware geloof. Ik blijf maar vasthouden aan dat ene, geloof in mijzelf en zij waar ik van houd en die mij die liefde ook terug gaven en geven. Daarop valt een aardig leven te bouwen. En vast te houden…. En? Kijken jullie hier anders naar? Altijd iedereen vast kunnen houden uit de jeugd??? Of toch ook een paar losse eindjes zonder invulling?? Laat maar komen die verhalen…..(Beelden: Persoonlijke ego-archief)

Hond of kat??

Hond of kat??

En nu ik het in een vorig blog toch al over dieren had, dan maar even doorvragen. Ben je van huis uit een honden- of kattenmens?

Het schijnt veel over je karakter te zeggen als je kiest voor het een of het ander. Mensen die vallen op een hond hebben iets dominants in zich, willen de baas spelen en een dier zoals een hond is blijkt dan een gewillig slachtoffer. De meeste honden zijn onderdanig (ja, er zijn altijd uitzonderingen), houden van de roedelvorming in huis, zien jou als de baas van die roedel en volgen je op de voet. Een beetje hond kan je ook beschermen en er zijn heel wat hulphonden in dienst die allerlei trucjes kregen aangeleerd die niet meteen behoren tot hun natuurlijke gedrag. Een hond is er in diverse soorten en maten, net als katten, En om het daar eens over te hebben, katten is weinig aan te leren. Zij leren ons juist bepaald gedrag aan. Personeel als we zijn dienen mensen op bepaalde tijden eten of drinken te verstrekken, moeten we deuren en ramen voor ze openen opdat zij zich daar doorheen kunnen verplaatsen.

Er dienen ook lekkere plekjes in huis te worden opgeofferd als slaapplek en krabpalen zijn niet interessant genoeg als er ook banken, stoelen en andere krabbare meubels te vinden zijn. Een kat (poes) is de baas, jij mag bedienen. Grote verschillen dus. Ik zelf kom uit een gezin waarin we vroeger vrijwel altijd beide dieren in huis hadden. Honden en katten, die laatsten werden door de huissituatie aan het begin van ons huwelijk vanzelf ook ons gezelschap. Een hond had toen helemaal niet gepast. Daarbij, als je geen huis met tuin of een groene omgeving bezit mag je het een hond niet aandoen te moeten wonen in een huis zonder buitenlucht of een straat die alleen bestaat uit stenen. Katten zijn prima binnen te houden, en eenmaal gewend is de kattenbak voor hen voldoende, mits je maar wel regelmatig met ze speelt. Het raseigen gedrag moeten wel worden gestimuleerd natuurlijk. Sinds de jeugd dus altijd katten om me heen gehad.

Alle soorten, maten, formaten en kleuren. Nu nog steeds en we genieten van het gezelschap. Deden we ook toen we in een opwelling anno 1993 onze boerenfox Purdy ophaalden uit Limburg en daar 16,5 jaar van mochten genieten. Wat een schat van een hond was dat en sterk als een beer. Lief en aanhankelijk, maar een ellende om in de auto mee te nemen. Was niks voor hem (was eigenlijke een ‘haar’ maar we noemden hem zo omdat het gedrag zo anders was..). Toen Purdy er niet meer was bleven de katten. En die losten elkaar om wat voor reden ook af. Ouderdom, ziekte, wie aan een huisdier begint moet naast de voordelen ook de nadelen willen zien. En daartoe behoort ook het verdriet van afscheid. En dat is niet fijn. Zeker niet als je die beesten niet ziet als decor in huis maar als een soort ‘kinderen’. Zij die honden kiezen hebben veelal minder met katten en omgekeerd. Twee werelden. Maar er zijn er ook die beiden in huis halen en die samenleving zien als het meest prettig. Tot welke soort behoor jij??? Laat eens weten als je zin hebt……En mocht je een voorkeur hebben voor totaal andere huisdieren, paarden, ezels, vogels, vissen, olifanten of wat ook, gewoon benoemen hoor! (Beelden: Archief)

Ridder Brandewijns avonturen..

Ridder Brandewijns avonturen..

Ridder Rogier Brandewijn leefde in zijn kasteel als een goddelijk heer in Frankrijk. Omringd door zijn trouwe pages en dienstmaagden had hij een mooi leven. Hij ging af en toe eens op jacht en at de oogst van al dat gejaag en geschiet de week er na met smaak op. Hij ging ter kerke, hield zich aan de leer en trachtte een vrouw te vinden die hem kon helpen aan nageslacht om zijn kasteel, het fraai in de bossen gelegen en al eeuwen in de familie verkerende Vaetenburg, later te besturen zoals hij dat had gedaan. Ridder Rogier was een grote vent. Voor zijn tijd zeker. 1.80mtr lang en breed gebouwd was hij best een imposante verschijning en heel wat dames uit adelijke kringen hadden hem wel eens smachtend aangekeken. Maar de meesten vond hij te dik, verveeld of onverzorgd. Zelf hield hij van badderen in de tobbe en zijn baard werd met een barbiersmes bijgewerkt. Nee, geen wildebras die Rogier. Op een dag werd er aan de deur van zijn kasteel geklopt. De wachters deden de poort open en zagen een man en een vrouw die vroegen om onderdak en bescherming tegen de nachtelijke kou en gevaren in het bos. Gastvrij als Rogier was stond hij hen toe in de daartoe bestemde verblijven te overnachten. Een stuk brood en wat koude kip konden ze bij de kokkin halen en het bier werd in kannen op de houten tafel gezet. Toen de gasten aten kwam ridder Rogier zelf even kijken hoe het hen verging. De man was een wat ouder iemand, onbelangrijk in zijn ogen, maar die vrouw, veel jonger, was fraai van gestalte en had een prachtig gelaat. Zij oogde als een prinses, maar wel een die gezien haar haveloze kleding aan lager wal was geraakt. Het intrigeerde hem. Hij groette de vrouw, negeerde de man en vroeg waar zij vandaan kwamen en waarheen ze onderweg waren. Met fonkelende ogen keek de vrouw hem aan en vertelde dat ze op de vlucht waren. Zij waren op weg geweest naar het Heilig Land maar onderweg door struikrovers overvallen en die hadden niet alleen hun bescheiden bezittingen doorzocht op eventuele rijkdommen, maar haar ook betast en bespot. Het was voor haar een traumatische ervaring geweest. Maar ze had zich verdedigd met haar handen en een tak uit het bos en zo die armzalige troep verjaagd. Haar vader (aha dacht Ridder Rogier….) had veel blauwe plekken opgelopen en moest eigenlijk worden verzorgd. Ridder Rogier liet daarop zijn geneesheer (niet veel meer dan de barbier die er wat handelingen ‘bij deed’) opdraven om de oudere man te verzorgen. Hij zette zich daarop tegenover de jonge vrouw en raakte al snel onder de indruk van haar verhalen maar ook haar verschijning….. (wordt vervolgd)

God…

God…

In tijden van nood mag en moet men dopen of bidden. De afgelopen maanden van dit bijna voorbije jaar 2020 maakten wel duidelijk dat in sommige stromingen een crisis leidt tot grenzenloze behoeften om in kerk of gebedshuis samen te komen en de persoonlijk vereerde Heer (nooit een dame) te aanbidden en hulp te vragen.

Want daar zijn we als mensen goed in. Als we denken dat we het zelf niet kunnen redden moet die alles ziende en beheersende God (of hoe hij bij al die stromingen heet) oplossingen bieden. God als marionettenspeler voor mensen die menen nog steeds een uitverkoren ras te zijn dat uniek is binnen een schepping die slechts dient ter lering en vermaak van ons mensen. Wetenschappers zijn er aardig in geslaagd te duiden waar al dat godsgeloof vandaan komt.

Het zit in ons aller angst voor de dood. We denken, dus we bestaan, zou dat aardse leven ophouden moet er toch een deel van ons doorgaan op dezelfde basis. De ziel krijgt een eeuwig leven. In alle variaties kom je dit tegen bij de meeste grote geloven. En dat al door de vele eeuwen heen. En er wordt flink gekopieerd door al die geloven. Analiseer ze maar eens en je ziet dat veel is terug te voeren naar oergeloven uit de oudheid en we daar ook de nodige vieringen en vereringen aan danken. Of je dus een boom, rots of de zon aanbidt, het godsbeeld is gelijk. Mensen willen dus kennelijk geloven in iets hogers, verheveners.

Al doet in ons land meer dan de helft van de inwoners helemaal niets met dat geloof. Men ziet het humanisme als leidraad, lost zelf problemen op en gaat uit van het grote zwart na de dood. Gelovigen is dat een gruwel. En die gruwel moet soms met donder en geweld opgelegd aan anderen. Wat ik dan weer niet snap. Want geloof is ook een persoonlijke keuze. Al worden niet voor niets zoveel kinderen op babyleeftijd gedoopt of half gecastreerd om ze zo in te lijven in het gewenste geloof. Godsdienst versus een liefdevolle god. Vroomheid versus zondig gedrag.

De greep op de gelovige mens is groot. Niet voor niets vastgelegd in grote handboeken vol verhalen. De toorn van de Heer is daarin leidraad. Je houdt je aan de regels of…… En daar gaat het dus mis. Kerstening, islamisering, dreiging en geweld. Welke god ook, zo zal het niet bedoeld zijn geweest. Liefde het uitgangspunt. Dat moeten we willen als we dan toch geloven. Dood en verderf zaaien kan niet het basisidee zijn. En zo ja raad ik iedereen aan te stoppen met dat geloof. Want echte bewijzen voor het bestaan van profeten en brandende en pratende braambossen is nooit geleverd.

En om daar nu mensen voor om zeep te helpen….Nee! Die god van al die mensen die daar achter aan sjouwen moet naar mijn idee pure liefde zijn, je moet je er goed bij voelen en vervuld van verlangen om dat gevoel uit te dragen. Zonder zwaard, geweer of bommen. Intussen blijf ik zelf voor dit verhaal en de vergelijking maar liever geloven in zoiets als het naturisme. Ook een prachtig geloof en zeer tastbaar. Maar voor velen ook best een brug te ver. Overigens wie dat gelooft is voor alles vatbaar. Op naar 2021……(Beelden: archief)

Jarige JOB

Jarige JOB

Ik was een jong en zeer onstuimig ventje toen ik vrouwlief leerde kennen. Zij een jaar jonger en in mijn ogen zeer interessant omdat ze al snel deed wat ik leuk vond in alle opzichten. Zo ging ze mee op de brommer naar het winterse Schiphol om vliegtuigen te kijken, een van mijn passies indertijd. We konden ook altijd over van alles een hele boom opzetten. Kwekkerdekwek. Wandelden door de stad, kilometers lang. Het gaf een band. Veel zaken uit de individuele jeugd waren soms met dezelfde meetlat te meten. In die jaren niet zo gek, ouders toch een beetje geschuffeld na de oorlog in onze ogen. We werkten allebei bij een bankinstelling, ik een jaar langer dan zij. In die afdeling waar wij zaten waren de ‘dames’ toch een beetje spannend maar ook door de indeling van dat gebouw afgezonderd. De oude tijden maakten die scheiding der seksen nog noodzakelijk. Er werd ook streng op toegezien. Gelukkig vonden we altijd een plekje om ons even terug te trekken. Dat gaf een band. En die band werd vastgelegd. We trouwden jong. Niet omdat het moest maar omdat het mocht. Samen tegen de wereld, een nieuwe start. En zo knokten we ons omhoog vanuit een soms wat beladen verleden. Zij de vrouw met het overzicht, liefdevol, een eigen carriere. Ik de man die zocht naar erkenning via het harde werken. En ook die altijd weer een rol spelende carriere. Het moest en zou er van komen. Inmiddels hebben we heel wat stormen samen genomen. Niet altijd zonder averij, kan ook niet, maar gelukkig nog wel steeds pratend met elkaar. Over van alles en nog wat, en die wandelingen zijn er ook nog. Vandaag is ze jarig. Vrouwlief, na al die jaren. We zitten in de leeftijd der risicovollen bij dat verrekte virus. Gezondheid dus belangrijker dan wat ook. Al is geluk dan best een aardige bonus. Op Dierendag vierden we dat samenzijn, helaas op veel bescheidener wijze dan we wel eens gewend waren. Moest van de premier, dus dat doen we dan. De verjaardag zal vermoedelijk ook wat rustiger verlopen. Neemt niet weg dat we nog wat jaartjes verder willen in gezondheid en geluk. Ik wens het haar natuurlijk zeer toe. Waarmee ik dat ook voor mezelf veilig stel. Want zo zit dat na al die jaren…PROFICIAT SCHAT!

Spiegelbeeld….

Vanaf het moment dat zij zichzelf had herkend in de spiegel van het vroegere ouderlijk huis was ze ervan overtuigd geraakt dat alles wat zij meemaakte of vond dat het aandacht vroeg, gedeeld moest worden met anderen. Dat deed ze eerst met gewone foto’s. Die maakte ze dan net als iedere Japanse toerist op vakantie bij belangrijke gebouwen, of zo maar met vriendinnen. En zette die dan op het forum waar ze in eerste instantie actief raakte op jonge leeftijd. Later, de moderne sociale media werden haar ding, deed ze dit elke dag een paar maal. Eerst met foto’s, later filmpjes. En die werden steeds professioneler, want je kunt jezelf natuurlijk maar op het allerbest laten zien uiteraard.

Ze vertelde dingen over make-up, eten, drinken, vakanties, haar familie, de hond, haar verkering, hoe de seks verliep (niet in beeld, maar ze deed wel verslag van hoe bevredigend het allemaal was geweest). Al snel had ze vele fans die haar volgden. Het succes was niet zo maar, immers, zij was een interessant type, en zo vond ze ook dat ze weinig hoefde te weten over de wereld om zich heen. Zij was het centrum in haar eigen universum. En grote thema’s waren niet aan haar besteed, maar zeker niet aan haar volgers. Het succes was zodanig groot dat de aanbieders van die media reclame verkochten rond haar accounts. Ook deed ze aan gesponsorde inhoud, waarbij nogal eens wat gratis spullen op haar af kwamen als ze die maar aan den volke showde.

En dat deed ze. Immers, die spullen maakten dat zij nog mooier, slimmer en knapper, maar ook belangrijker leek. Een relatie was meestal van korte duur. De meeste daarvan, en ze was niet kieskeurig geweest, konden niet aan haar tippen of stelden haar op veel fronten teleur. De ergsten waren die lui die zelf ook actief waren op die media en haar naar de kroon trachtten te steken. Niks daarvan, in haar universum kon er maar een godin zijn. Zij! En zo leefde zij voort. Haar spiegelbeeld vertelde haar elke keer weer dat zij toch echt de knapste vrouw in het land was.

Zij geloofde daar ook zelf in. En daarom had ze niet door dat er meer knappe meiden (en jongens) waren die snel opstoomden naar die toppositie waar zij zelf zo geloofde die te bezitten. Toen het succes uit begon te blijven en ze minder relevant werd, zocht ze een leuke man, meldde dat nog even en genoot van alle lieve berichtjes van haar fans. Ze werd serieus, ging nu praten over eten en drinken en toen haar eerste kind geboren was, over hoe dat voelde en welke nachten ze al dan niet geslapen had. Ze zag er moe uit, geen make-up kon dat meer verbergen. En toen ze op een dag de wallen onder haar ogen zag en bijna huilde van vermoeidheid, stopte ze met haar vlog….en  werd weer gewoon mens. Er was meer dan haar eigen spiegelbeeld. Haar genen verpakt in dat kleine mormeltje in haar wiegje. En ze voelde zich na een tijdje weer helemaal senang. Maar dat deelde ze nu niet meer…(Beelden: Archief en internet)

Schotse liefde; Edinburgh!

Het was echt liefde op het eerste gezicht toen we daar ergens aan het begin van de jaren negentig voor het eerst een bezoek brachten; Edinburgh. Schotse hoofdstad, prachtige geschiedenis, dito gebouwen en wat een aardige mensen die Schotten. Wij kenden het Verenigd Koninkrijk van onze bezoeken van een jaar of twintig regelmatige bezoeken en diverse plekken aardig, maar dit was toch de overtreffende trap. Vanaf het vliegveld met een rechtstreekse buslijn aan komen rijden en dan rechts van je dat echt ontroerend mooie kasteel op een hoge heuvel zien. Princess Street, met dat wonderlijke beeld van aan de ene kant pand na pand winkels met hotels en aan de andere kant diepe dalen waar parken te vinden zijn maar ook het befaamde Waverley Station.

Je ziet de Salisbury Craig, een half groene hoge heuvel die de stad mede domineert, de standbeelden, de drukte. Bij wandelingen die we maakten in deze fraaie stad en omgeving werd wel duidelijk dat dit een heerlijke plek is om te vertoeven. We troffen het soms met het weer, maar hebben er ook midden in de zomer constant in de mist gezeten. Het kan allemaal. Want Edinburgh heeft ‘last’ van het klimaat in haar omgeving, zeewater, maar ook de heuvels van Schotland, die je niet moet onderschatten. Ruig landschap daar. Maar tijdens die mistige dagen was er genoeg te doen. We bezochten diverse malen het Royal Museum of Scotland, je gaat eens kijken in Holyrood Castle waar de Engelse familie af en toe komt kijken.

Je klimt naar en ziet het kasteel en kijkt van daaruit over de hele stad en omgeving uit. Over strategische ligging gesproken. Ook aardig, koop een sandwich (altijd te vinden in welke winkel ook en vaak heerlijk belegd..) en ga op een (gesponsorde) bank zitten in een van de parken langs Princess Street. Je ziet er de eekhoorns voorbij rennen en ook de meest wonderlijke types, want cultuur zit deze stad in de genen gebakken. Een beetje Schot vertelt je meteen waarom het land eigenlijk niks van doen heeft met die wonderlijke Britten. Men voert zelfs een eigen munteenheid, het Schotse Pond, waarmee je daar wel, maar in Engeland niet welkom bent.

In veel opzichten lijkt Edinburgh op veel Britse steden, maar wel met die Schotse saus er over heen. En om het daarover even te hebben, wij hebben er vrijwel altijd lekker gegeten, zonder ons te laten verleiden tot een wonderlijk gerecht als Haggish. Schapendarmen gevuld met vlees.

Je moet de liefde niet overdrijven natuurlijk. Stap in een van de toeristenbussen voor een rondrit door de stad en omgeving en je weet meteen waarom dit de hoofdstad is van het Schotse land. De stad is flink groot, en kent vele wijken die bij toeristen nauwelijks bekend zijn. Bezoek ook eens de botanische tuinen. Prachtig. En je ziet ook daar eekhoorns zo groot als katten. Heb je een dagje over? Stap in een trein naar Glasgow en combineer die twee plaatsen met elkaar. Ook een echte verrassing. Omdat het aan de andere kant van het land ligt (uurtje treinen) vaak ook ander weer. Leuk shoppen daar en de meest fantastische boekenwinkels. Kortom, Edinburgh is geweldig. En ik denk nog steeds met weemoed aan alle trips die we daarheen maakten. En die fantastische wandeling die we ooit deden om die knoest te beklimmen aan de Zuidwestelijke kant van de stad. Ruig, kaal en geen enkele afrastering langs de rulle paadjes omhoog. Maar wat een uitzicht is dan je deel. We daalden af langs de glooiende achterkant en dat was net een landschap van Tolkien. Alleen daarvoor al moet je de wandelschoenen (ik liep omhoog met soort van kantoorschoenen)even aantrekken. Edinburgh is een parel. Een stad die me nog altijd een brok in de keel bezorgd. Top-3 notering! (Beelden: Yellowbird archief)