Jarig tweetal…

Jarig tweetal…

Ik zal er vast een keer eerder een stukje aan besteed hebben, maar precies 4 jaar geleden werden onze latere huisgenoten Pebbles en Pressley geboren. Katten die op het moment van geboorte nog niet wisten in welk Luilekkerland ze later terecht zouden komen. De geboorteplek was Ermelo bij een dame die piepklein behuisd wel goed wist hoe ze om moest gaan met katten van deze soort. Ze was gek op dieren. Had diverse katten, honden, een papegaai, paarden en ook nog een man. Maar dat ontdekten we allemaal pas later. Toen we door alle droeve gebeurtenissen met twee jonge huisgenoten van toen, katten die kort na elkaar op de leeftijd van 1,5 en 4,5 jaar oud om verschillende redenen ziek uit het leven geholpen moesten worden.

Het grote verdriet maakte dat we voor onze toen nog piepjonge Prins Percy soortgenoten zochten. Door een dringend maar ook goed bedoeld advies van onze zoon gingen we op zoek naar een adres waar men een bepaalde soort kitten zou kunnen aanbieden voor een redelijke prijs in topconditie. En precies op mijn verjaardag (later..) bekeken we de kater waarover we telefonisch contact hadden gehad. Een schat van een kitten, met een heel zachtaardig karakter, leuke tekening in zijn gezichtje en de garantie dat die zou uitgroeien tot een meer dan stevige kat. We waren er diep van onder de indruk en namen met moeite afscheid. Nou ja, afscheid, de dame in kwestie had nog een kleine expositie in de aanbieding. De broertjes en zusjes van de door ons uitgezochte kater. En die waren allemaal ‘om op te vreten’ zo leuk. Met name een spierwit zusje, met een ander, pittiger karakter, trok de aandacht. Klauterde zo klein als ze was meteen op mijn schouders en liet zien dat ze van een ander hout gesneden was.

‘Doe die ook maar’ zei ik in een opwelling zonder overleg met vrouwlief. Maar ja, het was tenslotte binnenkort mijn verjaardag. Na dokterskeuring en de eerst prikken tegen dit en dat werden we gebeld. Ze waren klaar voor transport naar hun nieuwe thuis. Eenmaal hier bleek het tweetal prima in de smaak te vallen bij ons Prinsje. Al snel werden ze maatjes en groeiden de twee kittens als kool. Eh dan bedoel ik stevige kolen…bloemkolen… Want het ras is van de grote soort en met name de kater laat dat goed zien. Nooit spijt gehad. De karakters heel verschillend, maar even lief in de omgang en een waar genoegen om ze al dan niet op schoot dan wel naast me op de kussen die ik speciaal voor ze heb aangebracht in mijn mancave. Knorren, kroelen, vrijen (nette wijze) het hoort er allemaal bij. En ze richten zich naar de Koninklijke Hoogheid die hier ondanks zijn wat kleinere postuur de dienst uitmaakt. Vandaar zijn ze jarig. Vier jaar alweer. Gaat dat toch snel. Maar vieren zullen we het. Want dat verdienen ze wel. Net als wij…..(beelden: Prive archief)

55 jaar

55 jaar

Van harte proficiat! Ja dank jullie wel….. Vandaag op deze Dierendag vieren we op gepaste en onze zelf gekozen wat afgeschermde wijze het feit dat we officieel 55 jaar in de echt zijn verbonden. Best een dingetje in een wereld waarin mensen vaak al binnen de 5-7 jaar iets anders zoeken en vinden en dat gezamenlijke geen kans meer geven. Wij stammen nog uit een tijd dat je nog ging voor ‘samen’ waarbij de basis voor ons toch vooral het communicatieve was. We deelden dromen, gedachten, we keken op een bepaalde manier naar ouders of werkgevers. Mijn ambities waren indertijd onbegrensd, vrouwlief snapte dat en stemde haar frequentie daarop af. Daarbij had zij het talent mijn brede interessewereld op de voet te volgen. Natuurlijk waren er ook nog wat andere aspecten, maar op enig moment besloten we in samenspraak met de schoonouders dat hetgeen we tot dan in los verband opbouwden maar eens moesten bestendigen in een vaste vorm. Een piepklein huisje op de zolderetage van het door de schoonouders bewoonde grote grachtenpand aan de Amstel werd dan ons onderkomen. Er moest nog even onderhandeld worden over mijn mee te nemen (toen al omvangrijke) collectie hobbyspullen, maar ook dat bleek oplosbaar. Op 4 oktober 1967 trouwden we. Piepjong, hadden in de maanden daarvoor vele formele en emotionele drempels moeten nemen die later nog wel een rol zouden spelen, maar toen alles voorbij was en we samen op onze eerste eigen stoelen van ons zolderhuisje zaten voelden we ons pas echt gelukkig. Geluk dat zich vele jaren lang aan ons verbond. We kregen een geweldige zoon, maar ook te maken met heftige tegenslagen. Soms van binnenuit, dan weer van buitenaf. Maar samen ben je sterk. Critici die ons vanaf de zijlijn gadesloegen noemden ons indertijd soms de ‘heilige twee-eenheid’. Hoe akelig bedoeld die observatie ook was, het klopt deels wel. Door de jaren heen samen door het leven. Ups en downs verwerkend, tegenslagen oplossen, meevallers vieren. We reisden veel en vaak, verhuisden diverse malen, maar nooit ver van de stad die ons toch vormde. Net als ons verleden. En wellicht dat het daarom allemaal slaagde. Relativerend, observerend, meebuigend, maar altijd respectvol. Dus dan ben je ineens zo lang getrouwd…. Dank voor het feliciteren, we koesteren het e.e.a juist vandaag….. Nogmaals dank!

Wennen…

Wennen…

In de achter ons liggende weken heb ik op diverse momenten geschreven over hoe lastig het soms is om mensen op de juiste wijze met elkaar te laten omgaan dan wel aan elkaar te laten wennen. En juist dat is van groot belang als je wilt versmelten met een nieuwe liefde of succesvol wilt zijn in een bepaalde baan. Altijd gaat het om aanpassen, inkleuren, meewerken, opvallen door niet te veel op te vallen. Wie dat niet wil komt vanzelf op de reservebank terecht van liefde of werk.

Bedenk nog maar eens het moment dat je voor het eerst een grote klas binnenstapte aan het begin van een nieuw schooljaar. Met allemaal vreemde kinderen om je heen. In mijn geval vroeger was dat toch al snel een klas van een kind of 35 waarvan sommigen met twee in een enkele bank zaten. Wie zich niet aanpaste werd vanzelf een buitenbeentje. En leerkrachten waren zo streng dat ze de buitenbeentjes er al snel uithaalden en zodanig straften dat de rest in het gareel bleef. Later, ik ging aan de slag bij een bankinstelling, kwam ik op een afdeling met dik 60 mensen. Sta je dan ineens als 14-jarige in je beste pak.

Opvallend is dat je dan veelal met bepaalde mensen heel snel een ‘klik’ had of hebt waardoor je vanuit ‘samen sterk’ alles denkt aan te kunnen. Ook bij studeren in de avonduren (ja lieve kindjes dat deden opa en oma nog..) zat je in klassen of zalen met mensen die je niet kende en deels ook niet wilde kennen. Ging in de liefde ook zo. De een ligt je, de ander echt niet. En dat heeft zelden iets met uiterlijkheden van doen.

Een mooie meid of jongen kan in de praktijk tuttig zijn of een sukkel, juist zij die niet zo opvalt maar met van die levendige ogen heeft een temperament waarmee je moet kunnen omgaan, in de praktijk echter precies bij je past. Bij vriendschappen gaat het net zo. De een ligt je gewoon zodanig dat je er graag een vriendschap voor het leven mee sluit, de ander is een schip dat voorbij gaat in de nacht. Je zoekt mensen om je heen die je een warm gevoel weten te geven, die bij je passen als een op maat gemaakte jas. Waarmee je lief en leed kunt delen, en je niet hoeft te schamen om wat je allemaal kwekt of doet.

Schade en schande leert ook veel. En soms komt de sleet er echt in. Kan in relaties, ook in vriendschappen en zelfs binnen familieverhoudingen. Immers, de een ontwikkelt zich en de ander blijft steken in wat je als jong mens of net in een relatie verkerend nog leuk vond. Maar op termijn toch een stuk minder gezellig. Daarbij moet het op school, werk, in de liefde of vriendschappen, wel van twee kanten komen. En valt er aan een dood paard niet te trekken. Door schade en schande wijs geworden koester ik intussen dat wat nog is. Doe mijn best om overeind te houden wat er toe doet. En verbaas me achteraf soms over hoe dingen zo zijn gelopen. Omdat je die ‘ene’ zo koestert en die ander ‘redelijk snel achter de horizon’ liet of zag verdwijnen. Het leven kent geen scripts die vooraf zijn geschreven. Nee, het gaat zoals het gaat, en dat begint al op school. Of misschien al in je peutertijd. Wie het weet mag het zeggen. Ervaringen die iets toevoegen aan de vragen die ik er over heb laat ik hier graag meespelen als onderdeel van de inhoud…Bij voorbaat dank….(beelden: Yellowbird archief)

Kookgenot…

Volgens de normen die opgeld deden in haar jeugd was ze niet meteen de knapste van de klas. Onder vriendinnen was ze vooral bekend als ‘gezellig’ en ‘lieve vriendin’ maar als de meiden uit haar straat op stap gingen namen ze haar vaak niet mee. Of het moest zijn als chaperonne voor een van de knappere dames uit de buurt. Slim was ze wel en een goede studie was aan haar wel besteed. En zo deed ze op wat latere leeftijd nog steeds allerlei cursussen, waaronder een uitgebreide waarbij ze zichzelf de schone kunst van het betere koken liet uitleggen. Ze was intussen uitgegroeid tot een dame met een stevig voorkomen. Alles aan haar was omvangrijk. Al was het maar omdat ze genot peurde uit het zelf opeten van wat ze zoal had gekookt of gebakken. Haar liefdesleven was intussen ingewikkeld. De mannen die op haar vielen hadden vaak iets met ‘dikkere dames’ of bleken een of andere seksuele afwijking te bezitten. Ze had heel wat bijzondere nachten moeten doorstaan. Dat bracht haar weinig eigen genot. Maar als ze een viergangenmaal kreeg voorgezet gaf haar dat na afloop een bevrediging die haar daarna goed deed slapen. Niet meteen bevorderlijk voor een actief liefdesleven. Maar ja, lichamelijk genot was haar nooit aangeleerd, dat koken wel. En zo leefde ze voort. Huurde een mooi appartement, werkte als kok in een restaurant, kreeg complimentjes om haar geweldige gerechten die ze keer op keer op tafel kon toveren, maar ging wel alleen naar huis. Daar lag ze dan vaak met een schaal lekkere hapjes op de bank, flesje er bij, de kat naast haar, ook al een slagje te dik. Spiegels had ze verbannen, daar keek ze niet meer in. Op een dag merkte ze dat ze haar kookschort niet meer goed aan kon doen. Het was te klein geworden. Net als haar broeken. Haar borstomvang was al niet meer te meten en erger nog, haar buik stak nog verder uit. Ze moest er echt eens iets aan gaan doen….Ze nam er nog maar een glaasje op. Toen ze het tweede inschonk werd ze ineens duizelig.. Daarna viel ze om…Het duurde vier dagen voor men haar vond. Toen was ze al van deze Aarde verdwenen. Haar lichaam kon met moeite worden geborgen. Haar familie weende om haar dood. Maar waren wel blij met alle gerechtenboeken die zij ooit vol had geschreven. De kok van het kookgenot was niet meer….Haar gerechten werden legendarisch….Toch nog geliefd…

Missing men…

Missing men…

Als er iets is wat we als mensen te weinig doen is dat koesteren wat je hebt in het hier en nu. Slechts diepgelovigen neigen er naar te denken dat als het hier op aarde afgelopen is, er nog een heel lang (eeuwig) leven na ons fysiek verscheiden voor ons ligt. In andere geloven denken ze dat je dan als man 40 maagden aangeboden krijgt. Nou leuk dan, ben je net 85 geworden, is het leven op aarde over, moet je daar ‘boven’ ergens aan de slag om die eeuwigheid leuker te maken. Maar met wat dan?

Hoe dan ook ik ga er maar vanuit dat ons aardse bestaan is wat we nu bezitten en niet zo maar kunnen inruilen voor iets anders. En in dat heden passen de mensen die er toe doen, de dieren waar je van houdt of gehecht aan bent, je vrienden, de al dan niet lieve buren, en je thuisplek die door heel wat mensen is ingericht om het zo leuk mogelijk te hebben. Pas als het evenwicht wordt verstoord en er mensen wegvallen uit die naastenkring, dan wel een van de dieren gaat hemelen raken we van de leg. Los van alle enorme emoties die een rol gaan spelen bij verlies van een naaste is ook iemand die je misschien wat meer op afstand had zitten maar wel goed leerde kennen, best een persoon om door verstoord te raken qua emoties. Geldt ook voor hen die je al jaren kent via deze media waarop we als bloggers, Facebookers of Twitteraars zo actief zijn.

Ik merk dat juist dit jaar een optelsom van mensen die er toe deden of doen, die besloten dat het genoeg was (ik chargeer nu omwille van het verhaal..), mijn humeur en evenwicht toch wat onderuit haalden. Mensen die je of heel goed kende, zakelijk & prive liet behoren tot best gewaardeerden dan wel zo lang al in de sociale contacten dagelijks aan de lijn dat hun verscheiden een lege plek achterlaat. Op zich is dat ook een erkenning van hun belang in het echte leven voor een gemiddelde meninggever die ook maar een mens is van vlees en bloed, ook al denken sommigen soms wel eens van niet. Zelfs ik heb gevoelens en uit die soms maar eens via verhalen als deze. Zo was er die dappere vrouw die op mijn sociale berichten vrijwel altijd als eerste reageerde. Ze was leuk in de omgang, ongelukkig qua gezondheid, maar bleef altijd positief. Eenmaal verdwenen is er toch dat gat. Je wacht op die reactie. En die komt dan niet. Nooit meer!

Of die man met wie ik mijn hondje deelde omdat hij het zusje van de onze had binnengehaald en zijn dochter ons op het spoor zette van onze toen nog jonge puppie uit hetzelfde nestje. De rijafstand was groot maar toch zocht ik hem en zijn familie nog wel eens op. Bijkletsen over van alles. We maakten zijn gevecht mee op zakelijk terrein en ook qua gezondheid zagen we wel dat het niet helemaal goed ging. En dan toch is de dood erg onverbiddelijk. Weg is weg, maar nooit vergeten. Een jonge vent die in bloei van zijn leven werd geknakt door die verrekte rotziekte en waarover ik al eens uitgebreid schreef was voor onze zoon de broer die hij nooit had… Een bijzondere gast, maar ontzettend aardig en zeer geliefd. Als vele tientallen vrienden via diverse bijeenkomsten jouw afscheid herdenken en koesteren wie je was doe je er toe. En zo is het. Geldt ook voor mijn oudere broer die alweer dik 1,5 jaar geleden de strijd op moest geven. Welk een verlies. Met name omdat je vroeger zoveel deelde met elkaar. Goed, slecht, de jeugd, de lastige situaties soms. We liepen de deur bepaald niet plat bij elkaar, maar als dat wel het geval was, dan was het goed. We pasten bij elkaar als ying en yang. Met respect voor elkaars ervaringen en meningen. En als dat dan ineens niet meer beschikbaar is, dan ga je het pas missen. Dus koesteren maar mensen. Zolang het kan. Niet laten verwijderen om niks. Mensen maken zich vaak zo druk om futiliteiten. En niet mailen of appen, maar praten met elkaar. Voor je het weet is het over. En dat is echt niet leeftijd gebonden. Ziekten en kwalen kiezen naar willekeur hun slachtoffers uit. En dan blijkt dat die gezonde periode van voorheen nooit meer terugkomt. Bedenk dat maar eens in tijden dat het je wellicht nu nog goed gaat. Dit is waar het echt om gaat. De rest al snel bijzaak! (Beelden: Yellowbird archief)

Ongemakkelijke communicatie…

Ongemakkelijke communicatie…

In de afgelopen maanden zond RTL4 net als Videoland een reeks uit onder de titel ‘B&B vol Liefde’. Uitgangspunt van dit tweede seizoen was een reeks mensen met een (soms soort van..) Bed & Breakfast in den vreemde. Veelal qua karakter bijzondere lieden die daar waar ze neerstreken in Frankrijk, Italie, Oostenrijk of Portugal, redelijk succesvol waren in het uitbaten van hun nieuwe bron van inkomen, maar soms nog steeds in de opbouwfase van dat gebeuren verkeerden.

Terwijl ze daar al dan niet hard werkend aan de slag waren ontdekten ze ook dat ze de liefde misten. Een partner aan hun zijde, een maatje, zowel voor de uitbating van hun B&B als ook in bed. Nou het programma liet zien hoe slecht Nederlandse mannen en vrouwen zijn in zgn. partnercommunicatie. Ze luisteren niet, kwekken over koetjes en kalfjes en zelfs dat niet, maar zijn niet meteen verkopers van hun eigen gevoelens. Daarbij komt dat de kandidaten(s) die zich inschreven om het eens te proberen bij die B&B-eigenaren soms ook van een empathisch niveau zijn dat je echt meteen de conclusie kunt verbinden dat ze daarom vaak als single door het leven gaan.

Horkengedrag, een zekere domheid, totaal geen interesse in die andere mens behalve dan wellicht het feit dat je door zo’n serie ineens kunt opduiken als ‘BN-er’ in andere formats. Mijn tenen staan er krom bij. Want net als ik al eens eerder schreef in ander verband, dat je de liefde zoekt maar er niets voor wilt doen. Oftewel eens vraagt wat die potentiele andere mens in jouw leven leuk vindt, graag eet of weet ik wat interessant vindt, ik kan er met de pet niet bij. Zijn we dan zo slecht opgevoed? Is de liefde ons totaal vreemd geworden, moet het op een presenteerblaadje worden aangereikt zonder tegenprestaties? Dan snap je wel dat op enige termijn relaties stuk lopen.

Mannen die wel aan hun eigen plezier denken maar de veelal vrouw in de relaties vergeten. Vrouwen die het materiele interessanter vinden dan de passie maar vooral menen dat de zon slechts op hun lijven zal schijnen voor de rest van hun leven. Daarbij zie je ook dat men zich nauwelijks realiseert dat het leven in een of ander Frans gat echt iets anders is dan wonen in de grote stad midden in Nederland met je familie en vrienden om je heen. Het kan best zijn dat het allemaal via een script zo in elkaar is gestoken maar mijn handen jeukten soms om die lui eens flink door elkaar te schudden en aan te reiken hoe je bepaalde zaken hoort te doen in een wedstrijd om een relatie. Een van de meest botte lui uit de reeks, ene Richard, was in al zijn onverstaanbare geschreeuw wel het meest duidelijk. Hij hield van vrouwen met lang haar en ronde stevige billen en had een grote passie voor klussen en motorrijden. Met die ogen (vrouwen moeten me niet aan de kop zeiken..) bekeek hij de kandidates. En die hadden het daar in de meeste gevallen best lastig mee. Maar bleek in de finale een hartje van goud te bezitten. Het was in zijn totaliteit echter een en al rariteitenkabinet, maar wij hebben ons er wel mee vermaakt. Omdat je meteen ziet dat veel mensen buitengewoon matig zijn in welke vorm van communicatie ook. Zouden er daarom zoveel gescheiden zijn geraakt dan wel al jaren lang single gebleven? Vast….. (Beelden: Internet)

Donker…

Altijd was zij angstig in het donker geweest. Al was het maar omdat haar ouders en grootouders haar zo vaak met een glimlach om de mond waarschuwden voor al die in het zwart geklede lieden die om het huis zwierven om haar eer te bezoedelen. Wat ze daarmee bedoelden was haar onduidelijk maar het had haar als kind en puber weinig geholpen. Zeker als het in de nacht bliksemde en donderde was ze zo bang geweest dat ze soms in de grote kledingkast op haar kamer was gekropen en een enkele keer zelfs onder haar bed haar heil had gezocht. Later, ze was allang volwassen, was die angst ergens ver weg opgeborgen geraakt. Maar helemaal weg was hij nooit. Zeker niet bij onweer of stormachtig weer. Intussen was ze gelukkig in de liefde, had ze ontdekt dat die liefde ook genoegens mee kon brengen die haar extra gelukkig konden maken. Maar ze had altijd een voorkeur gehad voor liefde met het licht uit. Dan droomde ze soms in het geniep van die donkere man die haar eer te na kwam en haar daarna zoveel genoegen verschafte terwijl ze eigenlijk was overgeleverd aan zijn dierlijke lusten. God vergaf haar wel, ze bad er vaak overdag even voor, want ook al beschermde haar Heer tegen al te veel duivels ongeluk, ze schaamde zich ook wel een beetje voor dat genot dat zij soms putte uit haar door angst geboren gevoelens. Als haar vriend op reis was, hij had een drukke baan bij een internationaal bedrijf, lag ze alleen in bed en werkte zichzelf met een boek of fantasie in slaap. Alleen zijn ging haar trouwens nog steeds niet goed af. Ondanks haar fantasie… Tot die nacht dat het weer eens zo was en ze in haar shortama onder de lakens lag en een felle onweersbui op afstand de hemel verlichtte en de donder deed schallen als een doffe trommel. Ze huiverde, ondanks het feit dat het best warm was in de slaapkamer. Ze keek of ergens ruimte was om zich in geval van nood te verschuilen. Keek op haar smartphone om te zien of haar vriend al sliep in dat verre land waar hij weer heen was gereisd. Maar intussen had ze niet in de gaten dat om haar huis heen een donkere gestalte sloop met een hoody over zijn hoofd en bijna oplichtende ogen in het donker. Hij keek naar binnen onder de gordijnen van haar slaapkamer, zag haar schim, haar woelen, en glimlachte. Brede tanden met scherpe hoeken flonkerden in het licht van de bliksem…. Met zijn lange vingers en nagels peuterde hij aan de hoeken van het raam dat op een kiertje stond….Een felle lichtflits en directe donderslag illustreerde zijn soepele beweging door het raam naar binnen. Bij de volgende donderslag klonk ook haar gil, gesmoord in de hand van die zwarte gestalte…..

Opgebouwd geluk…

Kon zij er wat aan doen dat zij rood haar had? Nee toch zeker? Nou dan? Waarom werd ze dan altijd gepest op school? Ze was volgens haar ouders knap, ook al miste ze dan het slanke van haar nichtje Dorien. Ze kon aardig meekomen op school, maar had niet de hersens van haar broer David. Die ging studeren, zij moest naar een praktijkopleiding. Waar ze via klasgenoten hoorde over hoe je als individueel mens de wereld niet kon redden maar als groep wel. Al snel verzorgde ze haar kleding niet meer zo. Wat later liet ze haar rode haar niet meer knippen. Make-up op dierlijke basis gebruikte ze niet meer. Medemensen waren al snel lieden die het laatste restje van wat goed was op de Aarde opsoupeerden. Ze sloot zich aan bij extremistisch groepen die volgens de eigen filosofie de wereld wilden redden. Daar ook ontmoette je Art-Jan. Die wist precies hoe het allemaal moest. Klom in bomen die bedreigd werden door een autofabriek, lijmde zich vast aan de gevel van een olie-raffinaderij, werd opgepakt, maar bleef actief. Op enig moment nam hij haar mee in de wereld van de veganisten. Alle dierlijke zaken werden geboycot. En omdat Art-Jan haar leermeester was volgde ze hem in al zijn acties. Zoals streaken tijdens een sportwedstrijd. Met viltstift allerlei teksten op haar lijf, waarbij Art-Jan een overmatige belangstelling had voor haar borsten en billen. Het ontging haar niet. Het publiek stond te joelen toen zij over het sportveld renden. Opgepakt door beveiligers voelde ze dat die hun handen goed lieten dwalen over haar lijf voor ze met een deken omgeslagen in een politie-auto werd afgevoerd. Ze had het idee dat haar leven zin had. Toch moest er meer zijn. En dat vond ze bij Johan. Gewoon een aardige vent die een keer in het biologisch verantwoorde kroegje waar ze wel eens een bessensap dronk tegenover haar ging zitten en haar complimenteerde met haar mooie haardos. Van het een kwam het ander en al snel zagen ze mekaar meer en gaf ze zich op een avond aan hem toen de temperaturen broeierig waren en zij daarvan ook last had. Een paar weken later wist ze dat ze zwanger was geworden. Ze kreeg ineens een grote beschermingsdrang voor haar nog ongeboren kind. Veranderde haar levensstijl, zocht en vond een huisje in een dorpje ver buiten de drukte van de Randstad en bouwde een nieuw bestaan op. Nu, jaren later, haar zoon zat al op school keek ze terug op haar leven tot nu toe. Zonder man, met haar zoon die net als zij rossig van haar was, haar huisje en moestuintje….en ze voelde zich gelukkig. Jammer dat de uitkering waarvan ze moest leven ze karig was, maar ja, werken…ze moest er niet aan denken. Dat was wel erg kapitalistisch allemaal….nee, dat ging niet gebeuren. Ze schonk zich een kopje vlierbesthee in. Trok haar gebreide sokken op en zuchtte. Ze was eigenlijk best gelukkig….

Kind..

Kind..

Wil je leuk volwassen zijn, blijf dan deels denken als een kind. Onbevangenheid hoort daarbij en het idee dat je nooit uitgeleerd bent. Interesseer je voor zaken die je nog niet kent, leer kritisch zijn richting mensen die niet meteen het beste met je voor hebben, controleer i.p.v. blind vertrouwen, maar geniet ook van alles wat je leuk of lekker vindt dan wel wat jouw leven plezieriger maakt dan dat van de vroeg oud geworden mensen uit je omgeving. Hoe zeer ik mijzelf ook zie als een redelijk nuchtere volwassen geworden intussen oudere meneer met een mening, het kind in me is nooit echt afgezworen.

Mijn Mancave (de ruimte in huis die echt van mij is..) bewijst dat. Bezoekers zijn vaak verbaasd dat ik me omring met alles wat ik als kind al leuk vond en nu nog steeds. Mijn huisbieb (nee, naast volwassen stripboeken geen kinderboeken meer…) naast de auto’s en de vliegtuigen. Ik koester ze, wil ze ook niet weg doen, al zegt de volwassene in mij dat ik best af en toe wat moeite mag doen om de boel wat leger te ruimen. Ik vind alles leuk, ben niet meteen een specialist op bepaalde terreinen. Maar op andere weer wel. Op gebied van vervoer ken ik mijn pappenheimers, maakte van sommige hobby’s mijn werk en van werk soms een hobby.

Als ik in Amsterdam rondloop, wat we normaal gesproken vaak doen en dat is niet alleen goed voor de gezondheid (mijdt daarbij dan wel de Weesperstraat..) je ziet ook van alles wat je voorheen nog niet zag, en dat maakt dan weer dat ik extra inspiratie op doe voor verhalen (vaak hier neergezet) of zaken die passen bij mijn Facebookgroepen waar ik de scepter zwaai. Zoals ‘Amsterdam – Mijn Stad’ waar ik met wat mede stadgenoten leuke plaatjes neerzet van wat Amsterdam zo leuk maakt. Of ‘Czech Mate’ over de vaardigheden en techniek die voortkwam en komt uit dat mooie land op een uur vliegen van Amsterdam. Dat ik me dan nog bezighoud met de Skoda Groep, Oost-Europese automodellen of (uiteraard) vliegtuigen op schaal lijkt hen die mij echt kennen dan ook logisch. Het kind in mij houdt me elke dag bezig en naar ik meen jonger dan ik echt ben. Soms zie ik best dat er een eind aan zal komen. Dat zelfs dat kind in mij een keer echt volwassen is, uitgeleerd, en dat je moet accepteren dat alles eindig is, zelfs mijn leventje. Maar tot dan blijf ik me maar bezighouden met wat me blij maakt…Noem het wat je wilt, ik blijf er bij glimlachen….En dat houdt gezond….Hoop ik… En hoe is dat voor jou beste medeblog(st)ger? Ook nog steeds onbevangen en een beetje kind zonder kinds te zijn?? (Beelden: Archief)

Scheiding..

Al jaren was ze alleen en het beviel haar prima. Ze hoefde nu niks, kookte haar eigen potje en ging uit als ze daar zin in had. Al jaren leefde ze gescheiden. Richtte zich op haar hondje en kinderen, en waar het zo uit kwam in die volgorde. Altijd had ze naar haar eigen idee pech gehad in haar leven. Thuis was het armoede troef geweest en dus mocht ze niet studeren. Moest snel aan het werk in dat atelier waar haar chef zijn handen niet van haar af kon laten. Nou ja, niet alleen van haar, alle meiden waren door hem wel eens betast. In de kerk ontmoette ze Jan. Streng gelovig, zoon van de kruidenier. Het was liefde op het eerste gezicht. En in bed had ze voor het eerst het idee gehad waarom mannen en vrouwen voor elkaar geschapen waren. Niet dat ze er nou zoveel plezier aan beleefde, maar toch. Als Jan gelukkig was, had zij het ook naar haar zin. En kookte ze lekkere maaltjes voor hem. Later nam hij de zaak van zijn vader over en werkte hard om geld thuis te kunnen brengen. Omdat hij zo vaak weg was om zijn klanten te bedienen ging ze zelf maar wat klussen in huis. Schilderde, timmerde en maakte kamertjes op zolder voor de kinderen die ongetwijfeld zouden komen. Al duurde het met Jan allemaal wel erg lang. Op een dag stond ze weer te klussen en zag ze de glazenwasser met zijn ladder voor het raam de boel schoon maken. Een jonge vent, donker haar, grote glimlach. Na een paar maal viel ze voor hem. Jan was nergens te bekennen. Met Mario, de glazenwasser met half Italiaans bloed, was de fysieke liefde zoveel dieper en zuchtte ze telkens van genoegen. Tot ze zwanger raakte. Natuurlijk hield ze het kind. Jan dacht dat het van hem was. Vond het wel bijzonder dat de eerste zoon die ze kregen bruine ogen had en donker haar, terwijl ze beiden blauwe ogen bezaten, maar nam het kind op als het zijne omdat hij niet beter wist. Toen het tweede kind zich aankondigde, Mario was al lang verdwenen, en de geboorte van hun dochter achter de rug was, bleek die blond en voorzien van blauwe ogen. Een heel ander kind. Gold ook voor haar derde. Weer een dochter, weer blond en blauwe ogen. Jan hield van alle drie evenveel. Maar tussen hen ging het mis. Het liefdesleven zonder fantasie begon zich te wreken, ze kreeg er genoeg van. En besloot toen de kinderen groter waren haar heil te zoeken in de grote stad. Ze nam afscheid van Jan, belde een advocaat en vroeg de scheiding aan. Was nog een tijdje op zoek naar Mario, maar die was echt nergens meer te vinden. Ze betrok een flatje e n genoot van het vrije leven. De liefde hield ze buiten de deur. Het was mooi geweest. Als ze wilde kon ze reizen waarheen ze wilde. Haar nieuwe baan had ze te danken een haar studie die ze in haar nieuwe leven had opgepakt. Vriendinnen uit de stad hielden haar op de hoogte van alles wat belangrijk was. Haar kinderen intussen goed terechtgekomen. Al was hun zoon nu zelf glazenwasser en de dochters duidelijk uit ander hout gesneden. De ene manager bij een IT-bedrijf en de andere bestuurde een zakenvliegtuig voor een of andere rijke pief. Nee, ze had het goed getroffen….. En Jan? Ach die Jan, die raakte aan de drank en dronk zijn eigen supermarkt leeg…..Maar dat kon haar niet meer schelen. Had hij maar attenter moeten zijn…..voor haar…….