Trouwe vriend…

Ze dankte nog steeds de voor haar belangrijke stem van hem die boven haar was gesteld. Op die dag dat ze hem tegenkwam en meteen verliefd was, al was het dan besmuikt en keek ze wel goed om zich heen of niemand echt keek toen ze hem tot zich nam. Wat was ze gespannen geweest in die periode en hoe zocht zij toen naar iemand die haar van die spanning af kon helpen. Alle relaties stuk gelopen, dan was ze weer te dik, bij de ander voldeed ze niet aan de wens tot intellectuele bagage. De bedavonturen waren van saai tot zeer inspannend geweest, voor haar zelden ontspannend. Best frustrerend. Nee, haar leven was tot nu toe niet over rozen gegaan. Tot die dag dat ze op een of andere manier werd geleid naar die zaak waar ze alleen maar wilde rondkijken en naar binnen ging. Bij het zien van hem was ze in een klap verliefd geworden. Blank, sterk, geaderd als een havenarbeider, en niet te veel van haar verlangend. Na die eerste ontmoeting was ze direct verliefd geworden. En keek uit naar iedere ontmoeting. Eerst eens per week, daarna vaker. Nooit een verkeerd woord, zelden eisen of zo. Tja, ze moest af en toe wat investeren, zo bleef hij haar trouw dienen en zorgen voor blossen op haar wangen. Maar dat was zo weinig moeite in vergelijking met haar vorige relaties dat ze sommige zaken bij een budgetketen in voorraad nam zodat ze nooit zonder zou zitten. Elke keer als ze hem uitnodigde werd het spannender. Soms kleedde ze zich voor de gelegenheid aan, een andere keer juist uit. Hij vond het altijd leuk en deed zijn ding. Haar vriendinnen zagen het aan haar. De glans op haar huid, de sprankelende lach, twinteling in haar ogen. Ze hadden het allemaal door. Zij was verliefd en werd op juiste wijze ontspannen. Vanavond zou hij weer komen. Zij zelf nam het initiatief. Nam eerst een bad en kon daarna niet wachten op zijn komst. En de hare. Ze noemde hem Frank, maar wist dat hij van huis uit eigenlijk Tarzan werd genoemd….Maakte het uit…ze ging maar eens vroeg naar bed….

Verliefd…

Hij wist het zeker….Zij was de enige waarop hij verliefd was, al kon hij dat gevoel niet zo goed benoemen. Dat paste niet bij hem. Hij hield ook van zijn moeder, van zijn pa wat minder, maar wel weer van de frisdranken die zijn pa verhandelde. Hij hield ook van lekker eten, vakanties, voetbal en ook een beetje van die hond van de overburen die altijd zo lief met hem wilde spelen als hij hem mocht uitlaten. Ja, zijn leven was echt op orde. Maar die ene, die mooie en vooral lieve jongedame. Met haar blonde haren, blauwe ogen, die leuke stem, die graag spelletjes met hem speelde. Die hem liet winnen als het moest, graag stoeide als het mocht. Hij had haar in de kerk ontmoet. En wist na een blik genoeg. Zij was de vrouw voor hem. Daarmee wilde hij zijn leven delen. Haar aanstekelijke lach maakte hem warm en vrolijk tegelijk, al kon hij die gevoelens dan nog geen plekje geven. Hij wist intussen wie haar familie was, ze kwam uit een wat duurdere wijk van het kleine stadje waar ze woonden en haar vader was bij de politie. Dus hield hij zich in als hij met haar buiten liep. Want je wist immers maar nooit….voor je het door had kreeg je een slechte naam en werd je nagewezen in de straten en mocht hij haar niet meer ontmoeten. Het leven is best ingewikkeld als je twaalf bent en jouw toekomstige vrouw intussen 14 geworden……

Liefdestonen…

‘Maar’ riep de man tegen de slanke maar knappe vrouw naast hem ‘ik houd toch enorm van jou? Ik wil jou voor de rest van mijn leven, ik zou mijn lijf en leven daarvoor geven. Hoor me aan, ik bedoel dat echt, waarom bedrieg je me met een ander, dat is toch onaardig en ook slecht’. De vrouw keek hem aan en antwoordde met luide stem ‘Man, ik hou van jou maar ook van hem, ook al roep je nog zo hard in mijn oor, zonder hem ga ik er echt vandoor’. De man bleef maar roepen en hield haar tegen. ‘Ik houd zo enorm van jou, ik kan je niet missen, blijf toch hier, ik ben toch geen sukkel die je wegstuurt als een slaaf, ook al werkte die zo braaf…’. De vrouw, nu duidelijk getergd nam afstand van de man, deed aanstalten van hem weg te lopen, pakte haar valies, schudde haar prachtige blonde haren, legde haar handen op haar pronte boezem en riep opnieuw ‘Ik hou van jou maar ook van hem, aan dat gevoel geef ik met heel mijn hart een luide stem, geloof me nu ik wil niet weg als jij ook hem accepteert…..en ik wil ook niet dat jij daardoor onder mijn ogen crepeert’. De man liep haar achterna en pakte haar valies vast als wilde hij haar tegenhouden….’Als je gaat beneem ik me het leven, een leven in een verhouding met een ander kan ik je niet geven, blijf toch hier en ontvang mijn tekenen van liefde, kus me voor je besluit, anders is het voor mij echt over en uit….’. De vrouw keek hem aan met warmte en een gevoel van berouw, maar haar besluit stond vast, zij ging. Daarna huilde de man over haar vertrek, pakte een mes en stak dat tot het heft in zijn nek. Hij viel neer en bleef nog even liggen voor hij in een laatste ademteug nog een keer riep dat hij zoveel van haar hield en haar nooit zou vergeten.

Daarna sloot het doek en stond het publiek massaal op om de hoofdrolspelers een groots applaus te geven en te roepen om ‘bis bis bis’. De man en de vrouw bogen diep en namen het eerbetoon met plezier en dankbaarheid in ontvangst. Toen het doek na een kwartier echt werd gesloten liepen ze hand in hand naar de kleedkamers en keken elkaar diep in de ogen. De liefde tussen hen was oprecht. Hoefden ze niet uit te schreeuwen of te zingen. Dat was voor iedereen duidelijk. Want elke dag samen in de bus naar allerlei voorstellingen en soms overnachten in lokale hotels…het had zo zijn gevolgen….En ook deze keer lonkte die hotelkamer. Ze konden bijna niet wachten om zich af te schminken dan wel uit te kleden….

Polenese…

‘Aan mijn lijf geen polenese meer’ stelde de vrouw zeer stellig tegen de interviewer die haar vragen stelde over haar relatie met de wat corpulente man naast haar. Die keek maar wat weg van de camera die op het stel gericht was. Hij wist het wel wat zij bedoelde maar de interviewer rook bloed en vroeg door. ‘Hoe bedoelt u dat? Is uw huwelijk afgelopen dan?’. ‘Nei’ zei de magere maar zwaar opgemaakte vrouw van diep in de 50 zeer duidelijk, ‘maar d a t hebben we gehad en ik voel ook geen behoefte meer’. ‘We hebben het verder goed hoor, maar der zijn nu kinderen en ik heb zelfs al een kleinkind, dan hoeft het voor mij niet meer”. Fel keek ze van de interviewer naar de man die haar echtgenoot was met een blik van ‘kijk nu eens wat er van hem geworden is’. Het bleek dat de man ziek was geworden van (door) zijn werk, langdurig thuis was komen te zitten en dat die situatie de relatie niet had verbeterd. Haar hele schema raakte in de war, ze moest hem verzorgen, zag hem niet meer als man of echtgenoot, maar meer als patient. En dat had alle andere gevoelens gedood bij haar. ‘Tja, en kijk, ik ben weliswaar nog niet oud, maar oud genoeg om aan te geven dat het voor mij niet meer hoeft. We kijken samen tv, gaan naar de kinderen of de buren op visite, eten er goed van, maar ja het is ook geen vetpot. En als ik mijn sjekkie heb en de hond kom ik de dag wel door’. De man zuchtte….Hij verlangde wel naar intimiteit, maar dat werd hem door de vrouw met wie hij al heel wat jaartjes samen was eenzijdig ontzegd. Dus was hij gaan drinken. Niet goed voor zijn kwalen, maar ach je moest wat en het hielp hem de ergste zielepijn te verdoven. Hij keek nog eens in de camera. Als ze dat ding nou zouden uitzetten en die lui vertrokken kon hij een biertje uit de koelkast halen en er eentje nemen op het huwelijksgeluk dat nu zo vlak was geworden. Aan polonaise dacht hij niet meer. Wel aan die fraaie jonge deerne die hij laatst in de kroeg had gezien. Met alles er op en aan. En hij bedacht dat zijn vrouw ook ooit zo aantrekkelijk was geweest. Wanneer ook al weer, nou dat was toch wel…..uh….dertig jaren en kilo’s geleden.

Do….

Do was letterlijk en figuurlijk een vrolijke tante. Voor haar neefjes en nichtjes, zij had altijd plezier, leefde zich uit, hield zich niet aan welke norm of waarde ook. En bij de familie was wel bekend dat Do in haar leven heel wat mannen (en wellicht zelfs vrouwen) had versleten voor ze iets tot rust was gekomen. Verhalen over haar jeugd, dat dorp waar ze alle mannen het hoofd op hol had gebracht met haar lijf en gedrag. Do hield wel van een verzetje. Een drankje of rokertje ging er altijd wel in, en als ze dan zin had in gezelschap nam ze dat mee naar een plek waar de rest van de samenleving haar niet kon bespieden. Men kon slechts raden wat zij daar dan deed. Maar haar naam was wel gevestigd. Later verhuisde ze naar de grote stad. Kreeg een aardige baan. Eerst in een tankstation, toen bij een notaris. De klanten waren gek op haar. Want service ging Do voor alles. Tevredenheid moest volgens haar in alle toonaarden worden geboden en haar werkgevers waren alleen daarom al gek op haar. Alleen vastleggen aan iemand was niet haar ding. Ze hield van feesten, met alles er op en aan, ze experimenteerde met pillen en poeders, kende de Kama Sutra zowat uit haar hoofd, maar bleef dezelfde vrolijke Do die eigenlijk gewoon Dorine heette maar dat maar een stomme naam vond. Do was ook een graag geziene gast op de familie-bijeenkomsten. Ze kon geweldige verhalen vertellen en maakte de jongere generaties wijs dat als je vandaag niet leefde je morgen spijt zou hebben omdat het dan niet meer kon. Haar ouders, broers, zussen, en goede vrienden, ze luisterden vaak met opgetrokken wenkbrauwen naar wat ze allemaal oreerde maar ook over wat ze droeg aan kleding. Of beter, wat ze bijna niet droeg. Optische verrassingen waren haar niet vreemd. Do was dus een vrolijkerd. En ze werd node gemist toen ze ineens overleed. 80 jaar oud. Geleefd voor tien. Maar haar motto leefde voort…..Leef nu, morgen is het misschien te laat. Maar haar familie zette haar portret toch maar niet zo dominant op de schoorsteenmantel. Het stigma van het fatsoen en zo…..

Geliefde..

Altijd was zij op zoek geweest naar de ware liefde. Naar die ene die haar dat gevoel kon geven waarnaar zij zo verlangde. Die haar zou opvullen en haar hart sneller kon laten kloppen. Vanaf haar vroegste jeugd had zij er naar gezocht. Haar vader was er eerst geweest, maar ja, dat was haar vader. Vriendjes van school. Ach het mocht wat. Puisterige pubers die wel allerlei zaken van haar verlangden, maar waar zij niets in zag. Nee, het moest mooier, warmer en dieper. Op enig moment had ze het gevoel dat een gloed haar overweldigde, dat de liefde voor die ene bezit van haar genomen had. Dat gezicht van die man, die overgave, die uitstraling, ze was gevallen als een blok en hem gevolgd als een schoothondje. Ze had zich overgegeven aan zijn regels, zijn ritme, zijn wereld. Deed het werk dat hij van haar vroeg, leefde samen met hen die ook die liefde voelden en voelde zich uiterst plezierig. Een ding hield haar wel eens wakker, ze wilde zo graag weten hoe andere vrouwen dat toch deden. Van haar zussen die intussen getrouwd waren en kinderen kregen, hoorde ze wel eens iets over hoe dat allemaal ging. Ze bloosde dan wat en kon slechts dromen van haar geliefde. Ze wilde best een kind van hem, al had ze slechts een vaag idee hoe het dan daarna zou moeten gaan. Met hard werken bleef ze in staat dat verlangen in te dammen. Van uitstel kwam afstel. De tijd ging voort. Haar liefde bleef, het verlangen zakte wat weg. De plicht riep, elke dag weer. In het gebed vond ze haar vreugde. Morgen weer vroeg op….het leven van een non gaat niet altijd over rozen……

Godsbeeld…

Godsbeeld…

Als kind uit katholiek milieu was het allemaal simpel. God was een oudere heer met baard die vanaf een wolk niet al te vrolijk neer keek op zijn schepping.

Hij had zijn zoon ooit gestuurd (toen nog een jaar of 1940 geleden..) om ons allen te redden maar die missie bleek om achteraf beschreven redenen niet zo geslaagd. Gelukkig kon hij ons met Pinksteren de ‘wijsheid’ cadeau doen die we ook toen al zo ontbeerden en werd het leven weer wat ordelijker. Nou ja, in de eigen bubbel wellicht. De wereld werd er zeker in algemene zin niet beter van. Bij de afvallige protestanten ging het meer om de kern van het woord Gods. De Bijbel het uitgangspunt van het leven en uitspraken van Jezus als de zoon van God leidend. Bij de Joden was het weer anders, maar alles greep voor de komst van de Messias wel min of meer in elkaar.

Over de islam dacht ik vroeger niet zo na, maar toen ik daarmee van doen kreeg omdat er nu eenmaal veel media-aandacht kwam voor alles wat rond die religie in de wereld plaatsvond bleek al snel dat men daar dezelfde soort profeten en godsverering toepaste, alleen dan als godsdienst een kleine 650 jaar na het christendom in elkaar gestoken en duizenden jaren na het joodse geloof. De claim op het ultieme gelijk bij al die geloven vrijwel identiek. Mag je bij de katholieken je verbeelding helemaal kwijt in kerken vol fresco’s, schilderijen, brandschilderingen op ramen en zo meer, de protestanten richten zich vooral op het woord en dat vinden die andere geloven ook het beste. God is overal, hoort en ziet alles, oordeelt, maar is geen af te beelden persoon. Als hij al verscheen dan in de vorm van een brandend braambos of toornige wolk. Wel altijd veroordelend. Eisen stellend, want als je hier en nu niet leeft volgens de door ‘hem’ (over haar werd niet gesproken) opgelegde spelregels kwam je later niet in de hemel. En of die hemel nu vol zat met de helpende hand biedende engelen of maagden, het principe is overal gelijk.

Maar is het ook uniek? Nee hoor. Veel geloven uit andere en ver van het Midden-Oosten (de bron van die moderne geloven) gelegen godsdiensten hebben los van elkaar dezelfde uitgangspunten. Offeren, lijden, aanbidden, priesters, op kijken naar de hemel en aannemen dat daar een of meerdere goden het heelal bestieren. Soms strenger, dan weer losser, maar aanbidden doet men. En afzweren lukt maar matig. Communisten hebben dat in hun hoogtijdagen getracht te doen, de nazi’s ook, maar steeds zonder al te veel resultaat. Denk ook maar eens terug aan de oertijden toen gelovigen werden gekruisigd, voor de leeuwen gegooid, in brand gestoken, gevierendeeld en nog meer van dat soort fraais. En toch…geloof bleef en blijft. Van vader op zoon, van moeder op dochter. We kunnen kennelijk niet zonder. De een werkt zich gek in het aanschijns zijner Heer om iets goeds te bereiken op deze Aarde opdat hij later aan de troon van Jezus in de hemel mag genieten. Anderen wachten tot hun God alle problemen oplost waardoor die problemen structureel en al eeuwen lang blijven bestaan. En maar hopen op die veertig maagden die op hen wachten mochten ze ineens…. Keuzes…..veroorzaakt door een wonderlijk godsbeeld. Niemand persoonlijk aangesproken voelen hoor. Geen veroordeling. Die komt pas als men anderen een geloof oplegt, wetten toepast die niet baseren op humaniteit maar op een of ander boekwerk of papyrus rol uit de oudheid. Geweld uitlokt om zo de positie van een geloof te versterken. Duizenden jaren lang een akelige doctrine. En als die God bestaat zal hij dat vast niet met plezier bekijken. Wellicht dat de hel als die ook bestaat uitsluitend is bedoeld voor hen die daar op aarde mee dreigen en anderen veroordelen?? Ik hoop het oprecht. Sterker nog…ik geloof daar heilig in. U bent gewaarschuwd… (Beelden: archief)

Confrontatie

Confrontatie

Toen mijn broer Rob onlangs overleed (ik schreef er in februari een verhaal over) kwam het uiteraard ook tot een afscheidsplechtigheid en uitvaart.

Dan kom je mensen tegen die je in tijden niet hebt gezien en je zelf in de herinnering hebt zitten als jong en nog vol plannen en levenslust. Bij die gelegenheid bleken die lui ineens allemaal aardig volwassen te zijn geworden. En confrontatie met je eigen evolutie van jong mens tot oudere heer op weg naar de laatste muur. Althans zo voelde dat even. Immers, kinderen in de herinnering moeten gewoon jong kunnen blijven maar groeien net zo door in hun leven als jij in dat van jezelf. Ooit was ik de jonge god op de brommer die met wapperende haren allerlei avonturen tegemoet ging. Ik maakte carriere, werkte hard, studeerde daarnaast en bouwde ook nog eens een gezin op. Van puber tot jong volwassene en zo meer. Mensen waar je vroeger in die jeugd soms intens mee omging, raakte je voor een deel onderweg kwijt.

De jeugdvrienden uit de straat, een enkele uitgezonderd, verdwenen uit je leven en ik moet soms diep in de kuil van het geheugen graven om nog namen van die lui boven geestelijke aarde te krijgen. Van school weet ik vrijwel niks meer, het euvel heb ik al eens uitgelegd hier, ik ben dus geen type voor reunies of zo. Van het eerste werk hield ik een vriend over voor het leven. Lief en leed gedeeld vanaf jong. Maar hij is wat ouder dan ik en ook bij hem begint dat zichtbaar te worden. In onze vroegere familie was er soort vertoonstrijd tussen de twee zussen waarvan mijn moeder er een was. Elk jaar kijken wie de meeste cadeautjes had gegeven aan de kinderen met Sinterklaas of op verjaardagen.

De tante had vier kinderen en dat waren dus mijn neven en nichten. Omgerekend naar nu moeten ook die intussen al flink op leeftijd zijn. De boven ons liggende generaties zijn er niet meer. Maar ik heb die lui uit de generatie onder hen jaren niet meer gezien of gesproken. Zal dus best zo zijn dat daar allerlei zaken zijn gepasseerd die mij niet bereikten. Is dat spijtig? Niet meteen. De liefde moet van twee kanten komen en kennelijk zat die afgunst er vanuit de ouders ingestoken ook in bij de jongere generatie. Jeugd is prachtig, en je moet er van genieten. Ouder worden is ook leuk, vooral als je dat gezond van lijf en leden mag beleven. De geest nog voldoende jeugdig om zich als zodanig te uiten, maar de confrontatie met de spiegel wordt elke keer heftiger. En als de spiegel het al niet doet, dan toch wel die ontmoetingen met naasten die je een tijdje niet hebt gezien. Het leert extra te relativeren, te koesteren en wellicht ook te corrigeren. Bekeert u voor het te laat is! Maar wat is dan het ware geloof. Ik blijf maar vasthouden aan dat ene, geloof in mijzelf en zij waar ik van houd en die mij die liefde ook terug gaven en geven. Daarop valt een aardig leven te bouwen. En vast te houden…. En? Kijken jullie hier anders naar? Altijd iedereen vast kunnen houden uit de jeugd??? Of toch ook een paar losse eindjes zonder invulling?? Laat maar komen die verhalen…..(Beelden: Persoonlijke ego-archief)

Hond of kat??

Hond of kat??

En nu ik het in een vorig blog toch al over dieren had, dan maar even doorvragen. Ben je van huis uit een honden- of kattenmens?

Het schijnt veel over je karakter te zeggen als je kiest voor het een of het ander. Mensen die vallen op een hond hebben iets dominants in zich, willen de baas spelen en een dier zoals een hond is blijkt dan een gewillig slachtoffer. De meeste honden zijn onderdanig (ja, er zijn altijd uitzonderingen), houden van de roedelvorming in huis, zien jou als de baas van die roedel en volgen je op de voet. Een beetje hond kan je ook beschermen en er zijn heel wat hulphonden in dienst die allerlei trucjes kregen aangeleerd die niet meteen behoren tot hun natuurlijke gedrag. Een hond is er in diverse soorten en maten, net als katten, En om het daar eens over te hebben, katten is weinig aan te leren. Zij leren ons juist bepaald gedrag aan. Personeel als we zijn dienen mensen op bepaalde tijden eten of drinken te verstrekken, moeten we deuren en ramen voor ze openen opdat zij zich daar doorheen kunnen verplaatsen.

Er dienen ook lekkere plekjes in huis te worden opgeofferd als slaapplek en krabpalen zijn niet interessant genoeg als er ook banken, stoelen en andere krabbare meubels te vinden zijn. Een kat (poes) is de baas, jij mag bedienen. Grote verschillen dus. Ik zelf kom uit een gezin waarin we vroeger vrijwel altijd beide dieren in huis hadden. Honden en katten, die laatsten werden door de huissituatie aan het begin van ons huwelijk vanzelf ook ons gezelschap. Een hond had toen helemaal niet gepast. Daarbij, als je geen huis met tuin of een groene omgeving bezit mag je het een hond niet aandoen te moeten wonen in een huis zonder buitenlucht of een straat die alleen bestaat uit stenen. Katten zijn prima binnen te houden, en eenmaal gewend is de kattenbak voor hen voldoende, mits je maar wel regelmatig met ze speelt. Het raseigen gedrag moeten wel worden gestimuleerd natuurlijk. Sinds de jeugd dus altijd katten om me heen gehad.

Alle soorten, maten, formaten en kleuren. Nu nog steeds en we genieten van het gezelschap. Deden we ook toen we in een opwelling anno 1993 onze boerenfox Purdy ophaalden uit Limburg en daar 16,5 jaar van mochten genieten. Wat een schat van een hond was dat en sterk als een beer. Lief en aanhankelijk, maar een ellende om in de auto mee te nemen. Was niks voor hem (was eigenlijke een ‘haar’ maar we noemden hem zo omdat het gedrag zo anders was..). Toen Purdy er niet meer was bleven de katten. En die losten elkaar om wat voor reden ook af. Ouderdom, ziekte, wie aan een huisdier begint moet naast de voordelen ook de nadelen willen zien. En daartoe behoort ook het verdriet van afscheid. En dat is niet fijn. Zeker niet als je die beesten niet ziet als decor in huis maar als een soort ‘kinderen’. Zij die honden kiezen hebben veelal minder met katten en omgekeerd. Twee werelden. Maar er zijn er ook die beiden in huis halen en die samenleving zien als het meest prettig. Tot welke soort behoor jij??? Laat eens weten als je zin hebt……En mocht je een voorkeur hebben voor totaal andere huisdieren, paarden, ezels, vogels, vissen, olifanten of wat ook, gewoon benoemen hoor! (Beelden: Archief)

Ridder Brandewijns avonturen..

Ridder Brandewijns avonturen..

Ridder Rogier Brandewijn leefde in zijn kasteel als een goddelijk heer in Frankrijk. Omringd door zijn trouwe pages en dienstmaagden had hij een mooi leven. Hij ging af en toe eens op jacht en at de oogst van al dat gejaag en geschiet de week er na met smaak op. Hij ging ter kerke, hield zich aan de leer en trachtte een vrouw te vinden die hem kon helpen aan nageslacht om zijn kasteel, het fraai in de bossen gelegen en al eeuwen in de familie verkerende Vaetenburg, later te besturen zoals hij dat had gedaan. Ridder Rogier was een grote vent. Voor zijn tijd zeker. 1.80mtr lang en breed gebouwd was hij best een imposante verschijning en heel wat dames uit adelijke kringen hadden hem wel eens smachtend aangekeken. Maar de meesten vond hij te dik, verveeld of onverzorgd. Zelf hield hij van badderen in de tobbe en zijn baard werd met een barbiersmes bijgewerkt. Nee, geen wildebras die Rogier. Op een dag werd er aan de deur van zijn kasteel geklopt. De wachters deden de poort open en zagen een man en een vrouw die vroegen om onderdak en bescherming tegen de nachtelijke kou en gevaren in het bos. Gastvrij als Rogier was stond hij hen toe in de daartoe bestemde verblijven te overnachten. Een stuk brood en wat koude kip konden ze bij de kokkin halen en het bier werd in kannen op de houten tafel gezet. Toen de gasten aten kwam ridder Rogier zelf even kijken hoe het hen verging. De man was een wat ouder iemand, onbelangrijk in zijn ogen, maar die vrouw, veel jonger, was fraai van gestalte en had een prachtig gelaat. Zij oogde als een prinses, maar wel een die gezien haar haveloze kleding aan lager wal was geraakt. Het intrigeerde hem. Hij groette de vrouw, negeerde de man en vroeg waar zij vandaan kwamen en waarheen ze onderweg waren. Met fonkelende ogen keek de vrouw hem aan en vertelde dat ze op de vlucht waren. Zij waren op weg geweest naar het Heilig Land maar onderweg door struikrovers overvallen en die hadden niet alleen hun bescheiden bezittingen doorzocht op eventuele rijkdommen, maar haar ook betast en bespot. Het was voor haar een traumatische ervaring geweest. Maar ze had zich verdedigd met haar handen en een tak uit het bos en zo die armzalige troep verjaagd. Haar vader (aha dacht Ridder Rogier….) had veel blauwe plekken opgelopen en moest eigenlijk worden verzorgd. Ridder Rogier liet daarop zijn geneesheer (niet veel meer dan de barbier die er wat handelingen ‘bij deed’) opdraven om de oudere man te verzorgen. Hij zette zich daarop tegenover de jonge vrouw en raakte al snel onder de indruk van haar verhalen maar ook haar verschijning….. (wordt vervolgd)