De zoektocht…

Tuurlijk had zij meer dan genoten. Het leven was haar goed gezind geweest. De liefde was haar met de paplepel ingegeven, van jongs af aan. Haar lijf was fraai (ze keek als jong kind al in de spiegel en telde dan die observatie op bij wat haar moeder tegen haar zei), het functioneerde prima, de glans van haar huid, blonde haren en de juiste genen deden hun werk. Op school al geliefd bij de jongens, maar ook de nodige vriendinnen. Toen Marcel op haar pad kwam wist ze dat ze de ware liefde had gevonden. Maar na een tijdje werd alles wat saai met hem. Nooit eens iets bijzonders, nooit een andere houding, altijd die paar minuutjes….en verder werken voor hun spaargeld…. Nee, dan Karel. Een stoere vent uit de straat die ze tijdens het sporten had leren kennen. Die verving Marcel en leverde haar een paar zeer bevredigende jaren op. Ze voelde zich vrouw als geen ander en hij schonk haar twee kinderen. Was hij haar trouw gebleven was ze bij hem tot het einde der tijden onder dak geweest, maar helaas. Freek was de derde man aan wie ze haar vertrouwen en lichaam schonk. Een beetje zoals Marcel, niet te veel hoogtepunten, maar die wist ze voor zichzelf wel te vinden. Tot ze tijdens een vakantie in Spanje Manuel tegenkwam. En die ‘viel op blonde vrouwen’. Blind van verliefdheid ging ze voor die charmante Spanjaard die haar al snel in zijn web wist te krijgen en helemaal ingesponnen hield. Later bleek dat hij zo jaloers was dat ze er extra blauwe ogen aan overhield. Ze vluchtte terug naar Nederland en nam haar kinderen weer onder haar hoede. Even geen gedoe meer met verkeerde mannen…..Maar ja, dat gevoel, die drang, dat willen weten of die ideale man bestond. En uiteindelijk moest ze toegeven dat dit niet zo was. Alles wat daarna haar huis en bed bezocht bleek weliswaar vaak goed in het een of ander, zelden dat totaalplaatje met rapportcijfer 10 te bieden. Maar ze kon er mee leven. Ze werd ouder, verstandiger vond ze zelf, kocht zich een flatje ergens in een mooie wijk van een provinciale stad en vond meer bevrediging bij het inrichten en genieten van het uitzicht dan van andere zaken. Rust kwam over haar, ze had genoten. En keek met een tevreden glimlach naar buiten…. Op straat zag ze een blonde vent…breed geschouderd…mooie loop. Snel trok ze haar sneakers aan, een strak t-shirt en rende naar beneden. Je wist immers maar nooit….op straat keek ze rond en zag nog slechts zijn gestalte in de verte……

Kind..

Kind..

Wil je leuk volwassen zijn, blijf dan deels denken als een kind. Onbevangenheid hoort daarbij en het idee dat je nooit uitgeleerd bent. Interesseer je voor zaken die je nog niet kent, leer kritisch zijn richting mensen die niet meteen het beste met je voor hebben, controleer i.p.v. blind vertrouwen, maar geniet ook van alles wat je leuk of lekker vindt dan wel wat jouw leven plezieriger maakt dan dat van de vroeg oud geworden mensen uit je omgeving. Hoe zeer ik mijzelf ook zie als een redelijk nuchtere volwassen geworden intussen oudere meneer met een mening, het kind in me is nooit echt afgezworen.

Mijn Mancave (de ruimte in huis die echt van mij is..) bewijst dat. Bezoekers zijn vaak verbaasd dat ik me omring met alles wat ik als kind al leuk vond en nu nog steeds. Mijn huisbieb (nee, naast volwassen stripboeken geen kinderboeken meer…) naast de auto’s en de vliegtuigen. Ik koester ze, wil ze ook niet weg doen, al zegt de volwassene in mij dat ik best af en toe wat moeite mag doen om de boel wat leger te ruimen. Ik vind alles leuk, ben niet meteen een specialist op bepaalde terreinen. Maar op andere weer wel. Op gebied van vervoer ken ik mijn pappenheimers, maakte van sommige hobby’s mijn werk en van werk soms een hobby.

Als ik in Amsterdam rondloop, wat we normaal gesproken vaak doen en dat is niet alleen goed voor de gezondheid (mijdt daarbij dan wel de Weesperstraat..) je ziet ook van alles wat je voorheen nog niet zag, en dat maakt dan weer dat ik extra inspiratie op doe voor verhalen (vaak hier neergezet) of zaken die passen bij mijn Facebookgroepen waar ik de scepter zwaai. Zoals ‘Amsterdam – Mijn Stad’ waar ik met wat mede stadgenoten leuke plaatjes neerzet van wat Amsterdam zo leuk maakt. Of ‘Czech Mate’ over de vaardigheden en techniek die voortkwam en komt uit dat mooie land op een uur vliegen van Amsterdam. Dat ik me dan nog bezighoud met de Skoda Groep, Oost-Europese automodellen of (uiteraard) vliegtuigen op schaal lijkt hen die mij echt kennen dan ook logisch. Het kind in mij houdt me elke dag bezig en naar ik meen jonger dan ik echt ben. Soms zie ik best dat er een eind aan zal komen. Dat zelfs dat kind in mij een keer echt volwassen is, uitgeleerd, en dat je moet accepteren dat alles eindig is, zelfs mijn leventje. Maar tot dan blijf ik me maar bezighouden met wat me blij maakt…Noem het wat je wilt, ik blijf er bij glimlachen….En dat houdt gezond….Hoop ik… En hoe is dat voor jou beste medeblog(st)ger? Ook nog steeds onbevangen en een beetje kind zonder kinds te zijn?? (Beelden: Archief)

De tand des tijds…

De tand des tijds…

In mijn interessegebieden zitten wat Social-Media-groepen die af en toe fraaie oude plaatjes posten waarop bijvoorbeeld auto’s uit de jaren 60/70 of zo met daarbij allerlei aantrekkelijke dames. Al dan niet in de toen gebruikelijke vrouwelijke dracht. De vertrutters van deze wereld hadden toen nog geen grote invloed en over het idee dat de dames wellicht achter de schermen door fotografen of zo werden betast (ik overdrijf nu even schromelijk) dacht niemand na. We spraken nog gewoon Nederlands, Frans of Spaans en het Engelse #Metoo gedoe was onbekend. Hoe dan ook, tijdens een van die sessies merkte iemand van die groepen op dat het toch wat is, die dames waren intussen ook klassiekers (..) geworden net als die auto’s. Ik vond het wel een confronterend idee.

Net zo als wanneer ik door die oude dia’s heen ga en zie dat indertijd bezochte artiesten intussen oud zijn of al zijn hemelen, familieleden of vrienden het pad naar boven allang hebben gevonden en eventuele slanke en soepele lijven en leden wel enkele kilo’s geleden zijn. Zelfs mensen die altijd jonger waren dan ik ben of was, zijn intussen op leeftijd gekomen. Overgang, grootouderschap of zelfs pensioen wordt nu ook door hen bereikt. Het gaat zo snel allemaal. Bij een van de op zo’n beeld aantrekkelijke dames ging ik eens zitten berekenen hou oud die nu moet zijn als ze nog in ons land der levenden rondloopt op haar toen zo slanke benen. Nou, ware zij toen pakweg 20, is ze nu 72.

Mai mai toch een mooie leeftijd om tenminste moeder dan wel oma te zijn. De glans van de jeugd verdwenen, de ondeugd uit het lijf verbannen, van korte rok naar lange lappen, van blond naar grijs, van staand naar hangend. De oude Meninggever voelde zich meteen een stuk plezieriger. Het ouder worden is dus niet alleen voor hem van toepassing, we lijden er allemaal aan. Zelfs de toen zo mooie dames. Van filmster tot fotomodel. Sommigen daarvan doen er alles aan om zich via kunst/vliegwerk jonger te laten lijken. Ze doen aan sport, yoga of wat ook om het functioneren nog wat soepeltjes te laten verlopen. Net als die oldtimers. De nieuwe wagens van toen, goed onderhouden, altijd binnen gestaan en met weinig kilometertjes op de klok. En vaak kunnen die dames dat allemaal niet beweren. Geen wonder dat ze dan niet meer zo fraai ogen als toen…… Zijn net mannen….. En meteen een waarschuwing dat ons allen dit bij goede gezondheid zal overkomen. (Beelden: Eigen archief)

Snelle jongen…

Altijd gehad. Die behoefte aan snelheid. Op zijn driewielertje vroeger al, altijd razen, door de kamer, of in de hal van hun best grote huis van zijn ouders. Tuurlijk wel eens een bult op zijn bol opgelopen als hij ergens tegenop reed of omviel. Maar daar werd je hard van, zo vond zijn vader. Gelukkig wreef zijn moeder dan over de pijnlijke plek of legde er een nat lapje op. Huilen deed hij zelden. Hard moest hij zijn. En dat werd hij. Op de fiets, de scooter, motor en later in de auto. Haantje de voorste in het verkeer, de bekeuringen zijn fanmail. Maar elke auto die hij weer kocht als opvolger voor dat waaraan hij eerder een tijdje verknocht was geweest, bleek opnieuw sneller te kunnen. Hij gaf veel geld uit aan verfraaiingen, aan tuning van de motor, het onderstel, en steeds weer was hij de snelste van de straat, zelfs het dorp waar hij leefde toen hij eenmaal het huis uit was gegaan. Zijn liefdes kwamen en gingen net zo snel als zijn auto’s. De meeste meiden niet zo blij met zijn rijstijl. Die wilde gewoon dat hij lief voor ze was, kluste in huis of in de tuin. Maar hij zag meer in die racemonsters van hem. De kick die het gaf als hij er iemand uit reed bij het verkeerslicht of net even sneller een rotonde over kon dan anderen. Nooit deed hij echt onvoorzichtig, rijden kon hij wel, bekeuringen zeiden op dat punt weinig tot niks vond hij. Op een avond reed hij weer naar huis vanaf zijn werk. Een afstand van 25 km, deels langs het kanaal. Het was donker, regende en het zicht was matig. Toch ging het gaspedaal weer diep omlaag, want zijn nieuwste liefde wachtte op hem thuis. Een lieverd die hem verwende en ook hield van zijn passies. Tuurlijk, je mocht hier maar 80km/u maar ach, dat was niks, dus hup, 120km/u moest ook kunnen. Had hij zich aan de snelheid gehouden had hij dit verhaal persoonlijk naverteld, nu zag hij te laat die trekker met aanhanger van rechts de weg opdraaien voor hem. De bestuurder schatte zijn snelheid veel lager in dan hij echt was, de klap die volgde was zo heftig dat zijn auto in twee brokken brak. De kracht van de aanrijding maakte dat dat deel waar hij zat totaal verfrommelde tegen de stevige landbouwaanhanger…Het licht ging voor altijd uit. Toen het weer aan ging vroeg Petrus aan hem wat hij op Aarde zoal had gedaan en hoe hij werd gezien door anderen….. Met moeite kon hij nog uitbrengen..’een snelle jongen’. En daarna werd het donker…..

Vliegtuigherkenning…

Vliegtuigherkenning…

Al eerder beschreef ik mijn jeugdige liefde voor alles wat zich mechanisch door het luchtruim beweegt en hoe dat alles zo is gekomen. Schiphol verkocht zichzelf in mijn jeugd door regelmatig van die toenmalige zuigerkisten over onze straat en huis te laten trekken wat mij bijzonder intrigeerde. Al snel was ik een regelmatige gast op het v lak bij Amsterdam gelegen vliegveld, zoog de beelden op en nam een abonnement op het prachtige blad Cockpit van Hugo Hooftman, toen een grote naam op dit gebied.

Al snel ‘wist’ ik zoveel over al die vliegtuigen dat ik een uitnodiging om deel te nemen aan een Amsterdams vliegtuigherkenningskampioenschap niet kon vermijden. Samen met mijn jeugdvriend Fons togen wij op de fiets naar de locatie, een schoolgebouw in het chiquere deel van Amsterdam-Zuid, om de verdere aanwezigen te verbazen met onze kennis van al dat vliegende spul.

Al snel bleek dat wij behoorden tot de jongere generatie. De meeste deelnemers een paar tot een flink aantal jaren ouder dan wij. Dat werd afzien… Met dia’s werd in snel tempo een reeks van 100 vliegtuigen getoond in soms sterk afwijkende kleurenschema’s zodat je daaraan ook geen houvast kon ontlenen. Fons, duidelijk minder getraind dan ik, haakte al snel af. Verkeersvliegtuigen kon hij nog wel duiden, maar militaire kisten waren zijn ding niet zo. Met de zaken die ik zelf leerde uit dat blad van Hooftman, kwam ik een stuk verder.

Maar ik herinner me nog een Kawasaki uit WO2 in de kleuren van de USAF die ik totaal miste en aanduidde als P-47 van Republic. Wist ik veel dat die Japanse kisten vaak door de Amerikanen werden getest na de overgave van Japan in 1945. Maar ik bleek bepaald niet de enige te zijn. Toen de jury de uitslagen-formulieren innam en begon te beoordelen, namen wij maar een bakkie thee. Jeminee, dat viel best tegen, de conclusie. Met onze 15/16 jaren leeftijd bleek dit een heftige proeve van bekwaamheid. Zelfverzekerd als ik toen al vaak was, immers ik had me vanaf de vroegste jeugd het spotten eigen gemaakt, dacht ik dat het wel goed zou komen. Fons was er minder gerust op. En toen kwam de uitslag. En bleek ik bovengemiddeld gescoord te hebben en zelfs in de top-10 te staan overall. Kijk, daar kon je mee thuiskomen. Fons was onder de indruk. Mijn ouders niet. Die vonden dat maar onzin. ‘Moest je er mee..”.

Als Fons en ik elkaar nog wel eens zien, we wonen niet te ver van elkaar af, net als toen, haalt hij het nog wel eens aan. ‘Weet je nog dat…..!?’. Dat leeft het weer op. Ik zette meteen na die omschreven gebeurtenis een eigen bureau op. Bedoeld om kranten en bedrijven te helpen aan meer kennis over de luchtvaart. Hoe ambitieus ook, het werd niks. Al was het maar omdat er ook moest worden gewerkt en gestudeerd. En tja, ‘wat moest ik er mee’… Tot op de dag van vandaag is alles wat luchtvaart aangaat mijn wereld. Naast die automobiele. Lijkt vermoeiend, is het niet. Veel te leuk. Maar prijzen win ik er niet meer mee….(Foto’s”: Archief)

Gemiste selfies…

Gemiste selfies…

Ik ben vast een roepende in de digitale woestijn als ik aangeef niks te zien in series beelden waarop ik zelf als onderwerp of lijdend voorwerp acteer. Hele volksstammen zijn met niets anders bezig zo lijkt het wel eens. Ze kopen daarvoor de meest geavanceerde foto-apparatuur of nog potentere smartphones met 45 MP’s, maar benutten ook filters in de software om er vooral zelf zo goed mogelijk uit te zien. Het fenomeen had al eerder mijn aandacht. Maar het is best confronterend als ik tijdens mijn zoektocht door de analoog opgeslagen diabeelden ontdek dat ik indertijd ongeveer alles en iedereen op foto of dia zette, maar zelf niet in beeld verscheen.

Ik weet ook nog wel dat ik daar indertijd echt geen behoefte aan had, of het moest een hoger doel dienen. Zo werden er nog wel eens professionele beelden geschoten voor artikelen in vakbladen of rond weer een opening van een nieuw dealerbedrijf waar ik bij betrokken was. Dan moest het wel. Maar verder zette ik toch vooral fraaie vliegtuigen, auto’s, vrouwlief of de rest van de familie en de toenmalige leuke en lieve huisdieren op de foto. Dat was op zich al leuk, want nu ik ze regelmatig scan komen ook herinneringen terug aan een totaal ander tijdperk en dieren die weer even aandacht krijgen omdat ze dat ook verdien(d)en. Wat ik natuurlijk ook zie is hoe snel een leven eigenlijk door je handen glipt.

De glans van de jeugd, de mensen die er niet meer zijn, de vakantiebestemmingen die je al dan niet in de herinnering bleef koesteren en sommige bestemmingen van toen die eigenlijk uit de hersenkrochten waren verdwenen maar je nu weer terug haalt. Zonder zelf in beeld te komen. Het blijft knap. Nou ja, ook weer niet, want anders dan met die huidige apparatuur die zelfs voor en achter foto’s kan schieten had die toenmalige SLR van Praktika of Minolta de narigheid in zich dat je die moest instellen op afstand en licht, en dan voor je gezicht zou moeten houden om tot een plaatje te komen. Grote kans dat je dan je buik in beeld had, of een oor, maar niet je hele gezicht. Tuurlijk had zo’n ding een zelfontspanner, kon je alles op een statief instellen, indrukken en dan heel hard rennend een positie innemen voor de klik van de camera je vastlegde voor later. Nou, ik heb er weinig gebruik van gemaakt. Niet veel veranderd. Tuurlijk sta ik wel eens op de foto nu, maar toch te weinig interessant om dat hier regelmatig met jullie te delen. Maar OK, voor deze keer een paar uit afgelopen digitale jaren. Ik was, ben en zal namelijk nooit zo selfie-gericht zijn. Dat laat ik toch meer aan hen die het ego boven alles doen gaan. Daartoe schrijf ik mijn verhalen. Helpt mij in ieder geval beter. (Beelden: eigen archief)

Print…

Print…

Als publicist van het eerste uur was voor mij de weg naar het papier, in eerste instantie gestencild, later gedrukt, een logische. Tussen alle zakelijke bedrijven door bleef ik daarvoor of in schrijven. De wereld van Print-media was een geduldige. Over de luchtvaart, auto’s, politiek of zelfs geloof, het kon niet op. Om die reden vulde ik door de jaren heen ook een bibliotheek op die een beetje OLB niet zou misstaan. En ik sla dagelijks nog wel eens iets na. Teneinde ook actueel op de hoogte te blijven waren er de abonnementen. Op bladen die mijn interesse-wereld onderbouwden. Met steeds weer nieuwe feiten en soms meningen. Ik ben daarnaast ook wel van de interviews.

Vind de mening van Pieter Elbers als CEO van KLM of diens voorgangers interessanter dan die van mevrouw dedain, Siegried Kaag, om maar wat te noemen. De bladen die me dat boden lijden echter net zo onder de huidige tijd als de uitgaven waarvoor ik zelf in het verleden mijn bijdragen leverde. De advertentiemarkt is de afgelopen jaren kapot gemaakt, digitalisering van het nieuws lonkt daardoor soms als reddingsboei. Maar hoewel ik intussen zelf daar best mijn weg ken en ook jarenlang allerlei relevante websites voorzag van dagelijks nieuws, ik zal er zelf niet zo snel een betaald abonnement op nemen. Kranten bieden me daarbij meestal het nieuws van gisteren. De grote persbureau’s, die ik volg, het nieuws van nu, of van pakweg een uur geleden. Toch bieden die apps en sites me vaak wel de nodige achtergrondinformatie die ik graag benut, ik ben op dat punt best wel eens dubbel in het denken.

Onlangs moest ik opnieuw helaas van twee geliefde en zeer interessante bladen afscheid nemen. Beiden stoppen er mee. Na door de jaren heen ruim 500 nummers te hebben uitgegeven stappen ze ofwel over naar de digitale wereld dan wel is het gewoon over en uit. Net zoals ik dat een jaar of twaalf geleden zelf meemaakte bij een uitgever die vrij onverwacht de pijp aan Maarten gaf en de door mij aangestuurde media qua print vrij plots uit de markt haalde. Daarna maakte ik nog wat boeken, maar het laatste in de rij haalde de printfase ook al niet meer en heb ik omwille van kosten/baten toen maar digitaal gepubliceerd. Het was voor een oude printlezer best onbevredigend, maar hield me wel van straat. U was er hier zelf ook deelgenoot van.

De titel Zakenreis stopte er dus mee dus. Afgelopen December verscheen het laatste nummer. De uitgever van vroeger kende ik goed, veel mee samen- en voor gewerkt. Zijn dochter hield het na zijn pensioen nog jaren vol. Maar nu kwam het einde. Weer een icoon verdwenen. En zo vergaat het ook Scramble. Een geweldig informatief luchtvaartorgaan barstens vol voor mij relevante informatie. Gaan over op digitaal. Ik verhuis niet mee. Maar ween in mijn hart wel om de beslissing. Zal vast nostalgie zijn. Maar ik houd nu eenmaal graag vast wat tastbaar is. Ook al zette ik zelf dit verhaal ook digitaal neer voor jullie, mijn trouwe en vaak best kritische lezers. Hoe sta je zelf in deze materie? Boeken/bladenlezers? Of toch meer van het digitale ontvangen van nieuws en meningen? Maak van je hart geen moordkuil. Nu kan het nog….(Beelden: archief)

Verjaardagstress….

Verjaardagstress….

Een dezer dagen is het weer zover. De verjaardag die in mijn geval altijd kort na de jaarwisseling valt. Tegenwoordig vooral een koestering van alweer een jaartje ouder, maar in vroeger tijden toch vooral een dag waar je lang naar uit keek. In een gezin opgegroeid waarin leasevader en moeder veelal hard werkten was er weinig tot geen aandacht voor het zielenheil van de kinderen. En voor cadeautjes moest je het hele jaar ook niet echt langs komen. Koesteren wat je had en dat was veelal niet te omvangrijk. Andere tijden, zeker andere zeden.

Een maand eerder kwam de Sint vrijwel altijd langs, liet dan (onze)wasteil achter met een volle lading pakjes, maar veel van de geschenken daarin kenden vooral een praktische waarde. Sokken, ondergoed, een letter, wat andere snoepwaar. Maar ach, je kreeg warme chocolademelk en iets lekkers en was tevreden met wat die oude malloot uit Spanje had meegenomen. Wisten we veel. Maar die verjaardag kort daarop moest wel iets bijzonders worden.

Zo at ik ooit mijn eerste patat-frites, zelf gesneden en gebakken door mijn moeder, op een van die verjaardagen. Traditie die ze overnam van andere ouders in onze straat. En zeer gewaardeerd. Op enig moment was ik into de Dinky Toys en zette ik zo’n (toen best duur)model op mijn verlanglijstje. In de wetenschap dat als leasepa nog wat over had gehouden aan zijn autohandel het gegeven model groter zou zijn dan in de tijden dat het even niet zo lekker liep.

Maar in alle gevallen koesterde ik die giften met even groot enthousiasme. In de dagen voor de verjaardag keek ik zelf al bij de niet ver van huis gelegen speelgoedwinkel in de etalage waar die nieuwe Dinky’s vaak stonden uitgestald. En als er dan een van die uitverkoren modellen op die bewuste verjaardag mooi ingepakt mijn kant op kwam was ik zielsgelukkig. En koesterde ik die modellen met alle kinderlijke kracht. Later deden ze vaak dienst in de familie. Van generatie op generatie. Om op enig moment weer terug te komen in mijn handen om te worden gerestaureerd tot meer dan behoorlijke en bijna nieuwe conditie.

Later werden de cadeau’s talrijker, de economische situatie beter en ik ouder. Het verlangen naar cadeau’s minder groot dan dat naar goed gezelschap. Want hoe meer mensen langs kwamen des te geliefder was ik…toch? Nou dat viel soms best tegen. Verplichting en sleur maakte dat sommigen kwamen, zoals ik zelf vanuit dezelfde instelling ook verjaardagen van anderen bezocht. Intussen zijn die verjaardagen gespreide, rustiger dagen van bezinning. Het cadeau wat ik wil ontvangen koop ik veelal zelf omdat het dan meer bij me past dan zo maar iets uit een goed hart…. Verwend? Zeker! En koesteren doe ik het uberhaupt. En ook al omdat er nog steeds mensen (en huisdieren)om me heen zijn die liefde geven, al die jaren bij me bleven en zelfs waar nodig op visite komen….. Alleen lig ik er nu niet meer van te voren wakker door, zoals dat vroeger wel het geval was. En hoe is dat bij mijn trouwe lezer(essen)s?? Verjaardagen stressvol of juist niet?? Ben benieuwd… (Beelden: Archief)

Ultiem verlangen…

Als sinds haar puberteit droomde ze er van. Het kwam vast door ervaringen met haar dorpsgenootjes van toen. Dan speelden ze Indiaantje of riddertje en vond zij het altijd fijn als ze dan gevangen werd genomen door de jongens die altijd met haar wilden spelen. Gevangen en gedwongen tot niets doen had ze dan vreemde dromen dat ze werd overweldigd door zo’n jong met zijn vaak vieze nagels of kwijlende kop. Dat laatste maakte het nog spannender en in haar bed droomde ze dan verder en leidde dat altijd weer tot een soort wonderlijke climax die ze als jong kind nauwelijks kon verklaren. Vastgebonden, overweldigd, het bleef haar leven bepalen ook al kwam het er nooit van. Tot ze Jack ontmoette. Groot, breed, een echte man die hield van het leven, een snelle auto bezat, maling had aan andere mensen, maar haar op handen droeg. Hun relatie was prima, alleen had ze nooit haar diepere verlangens met hem gedeeld. Op een of andere manier voelde ze dat hij daar niet voor in was. Maar haar dromen bleven en dat diepere verlangen verteerde haar. Dus besloot ze na een paar jaar om op een avond dat de sfeer extra goed was en hij naast haar op de bank zat om hem ‘in te wijden’ rond wat haar ten diepste bewoog. Dat zij het fijn zou vinden als hij haar zou binden en dan met haar zou doen wat bij hem te binnen viel. Ze had er speciaal mooie lingerie voor aangetrokken en zelfs via een postorderbedrijf handboeien voor besteld. Nou, hij was daar wel voor te porren. En dus nam hij haar mee naar de slaapkamer, kleedde haar uit, deed haar handen in de boeien, bond haar benen vast aan het bed, kuste haar, deed het licht uit en verdween. In de kroeg om de hoek was een darttoernooi aan de gang en hij wilde daar graag bij zijn. Maar zij hield hem altijd tegen. Nu niet meer… Buiten glimlachte hij….vrijheid, het ultieme gevoel….verlangen daarnaar altijd al gehad…

Wandelen…

Wandelen…

Een ventje was hij nog, toen hij lang geleden dat ene meisje tegenkwam dat hem kennelijk als een van de weinigen die hij kende, begreep. Hij vond haar aantrekkelijk ook al was zijn ervaring op dat punt dan nog wat beperkt. Zij gaf hem de erkenning die hij zocht, de rust, en ook de vrijheid te doen waar hij zin in had als dat in relatie stond met zijn hobby’s. De vlucht uit huis begreep ze als geen ander. De gesprekken die vaak volgden op onstuimig gedrag waren diepgaand. Filosofisch, warm, en ook een zoektocht naar een toekomst die totaal anders zou verlopen dan die afgelopen jaren. Hij werkte hard, studeerde, net als zij, in de avonduren. Samen deden ze dingen in de weekends. Veel speelde zich af rond zijn interessewereld, maar altijd was er die basis waarop het respect en de vriendschap veranderde in liefde en vertrouwen. Samen besloten ze dat het leven delen toch de beste oplossing zou zijn voor hun beider toekomst. Aan een kant van de relatie stonden ouders open voor het idee, aan de andere veel minder. Ingewikkelde familiestructuren moesten overwonnen worden, net als vooroordelen en roddels over de noodzaak van hun op enig moment al vroeg voorgenomen huwelijk. Eenmaal zover werd op gepaste wijze gevierd en de onafhankelijkheid gekoesterd. Werken nog steeds een grote basis, voor hem ook zijn andere interesses. Zij was er voor hem, ving hem op als hij weer half bevroren van zijn brommer stapte na een late werkopdracht op dat vliegveld vlakbij de stad. Zij koesterden wat ze bereikt hadden, genoten van hun vrijheid in de ruimte die ze voor zichzelf hadden bevochten. En zo ging het verder. Nu, 54 jaar later, officieel nog steeds een stel. Vallen en opstaan, maar altijd snappende wat de ander voelt of meemaakt, er zijn voor die ander, en nog best tevreden terugkijkend naar die beslissing van toen. Dat jonge ventje met zijn werkdrang en hobby’s en dat meisje dat uiteraard uitgroeide tot een vrouw met overzicht en een sterk karakter. De trouwdag in gepaste bescheidenheid gevierd. Samen sterk. En zo hoort dat. Waarbij wandelen van hot naar her en van hier naar daar nog steeds een basis is om gesprekken te voeren die anderen zo graag weglaten. Uitgaande van wat n u het gemiddelde is zou dat over al die jaren zo maar een keer of anderhalf rond de Aarde zijn geweest wat ze samen al kwekkend aflegden. Nou als dat geen bewijs van liefdevolle teamsport is, dan niks toch??