Kamperen…

Nu geen middel onbeproefd lijkt om ons met zijn allen in eigen land vakantie te laten vieren en we bepaalde buitenlanden niet meer mogen of kunnen bezoeken, lijkt het er op dat veel mensen de tent weer in ere doen herstellen en daarmee op stap gaan. Je kwakt zo’n ding zo achterin je auto of op het dak, dan wel in de overhaast aangeschafte aanhanger, en hup…op weg naar Texel of Vaals. Ter plaatse lekker uitpakken, je tentje opzetten (uuuuuren werk) en dan maar hopen dat het niet gaat regenen of dat je net die ene plek uitzocht waar ook een op grasniveau gebouwde wereldstad te vinden is vol bosmieren of steekmuggen. Dan ga je koken op een gasstelletje, of je neemt je Action-bbq en doet je best om dat aan het branden te krijgen. Elke keer dat je moet toiletteren loop je langs tientallen andere tentbewoners naar het vaak centraal gelegen sanitaire gebouwtje waar het natuurlijk altijd stinkt en plakt. Ook het eventuele douchen mag je daar doen. De uitzonderingen daargelaten is dat het beeld wat ik zelf kreeg van campings of wat daar voor doorgaat.

En ik heb het niet van een vreemde. Ooit, in mijn vroege jeugd, besloten mijn ouders dat een kampeervakantie wellicht een leuk (en betaalbaar) idee was met de kinderen samen. Nou, die kinderen waren klein, maar zagen er weinig in. Toch werd met een geleende tent het plan doorgezet en stonden we na een paar uur (door)rijden in het Limburgse Berg & Terblijt in een boomgaard tussen andere tenten te genieten van de kwetterende vogels en het lekkere weer. Ik ruik nog het spiritusstelletje waarop werd gekookt en de vriendelijke glimlach van mijn moeder die vond dat het eigenlijk wel meeviel met dat gevreesde gebrek aan comfort. We hadden nog niet geslapen natuurlijk. En dat kwam er ook niet van want midden in de nacht brak een onweer los dat het midden hield tussen een wolkbreuk en het einde der tijden. Omdat mijn leasepa ook niet meteen een kampeerder was had hij geen gleuven gegraven rond de tent, dus stond binnen de kortste keren het water op het grondzeil.

Drijfnat werden we. En wij kinderen mopperen. Gelukkig mochten wij in de auto slapen, wat we graag deden. Die was tenminste droog en veilig. Mijn ouders hielden het nog even hozend en gravend vol. Maar ‘gek genoeg’ werd de volgende dag, het was opnieuw prachtig zomerweer geworden en de tent weer snel gedroogd, besloten dat de kampeeroefening voorbij was en checkten we in bij een fraai maar best prijzig hotel in Valkenburg. Nu werd de glimlach van ma toch een stuk groter en mijn leasepa vond alles best als hij maar niet weer in die tent hoefde. Sindsdien was kamperen geen enkele optie meer. Altijd in hotels of logementen waar je comfort kreeg en lekkere ontbijten. Er werd een jaar lang voor gespaard, maar dan had je ook wat. En ik nam die gewoonte over. Meer dan mijn oudere broer die altijd iets is blijven houden met dat avontuurlijke van kamperen. Met de tent of caravan, hij smult er van. Ik niet, voor mij is het een gruwelijk idee als er geen bunkerachtige betonlaag zit tussen mij en de buitenlucht tijdens een verblijf in een ander dan mijn eigen bed. Nu ben ik op dat punt een lastige slaper, maar veel hotels bieden me voldoende comfortabele bedden en rust dat het alsnog na een tijdje lukt. Kortom, zoals ik al aangaf in mijn blogverhaal over tripjes (19-6-20), ik ga voor de steden en de hotels. Kort maar krachtig, en vol comfort. Het mag iets kosten, maar dan denk ik er ook vaak met meer plezier aan terug dan rond dat kamperen. Niks voor mij. Wie er wel van houdt moet het maar zeggen. Ik lees met plezier…of afschuw….Net hoe de pet staat….(Beelden: Internet/Archief)

Geluidgevoelig…

Sinds mijn vroege jeugd heb ik naast een oog voor schoonheid ook nog eens gevoelige oren. Wat mooi oogt klinkt meestal ook zo. En dat vertaalt zich in een bijna programmatische optelsom in de hersenen. Zo weet ik nog hoe een Renault 4CV klonk, of een Dakota die over ons huis vloog op weg naar Hannover op een vrachtvlucht van KLM. De startmotoren van vroegere jets, of het brullende geluid van een Harley-Davidson motor. Een pruttelende DKW of Trabant, het staat me net zo bij als de lucht van tweetakt uit de uitlaten van die wagens. En neem van mij aan dat ik er zo gevoelig voor ben dat ik bij stille beelden die geluiden meteen terug weet te halen. Die gevoeligheid werkt ook in negatieve zin. Gevoeligheid voor geluid kan ook leiden tot negatieve associaties. Zoals die flat waar we ooit woonden en waar zowel boven- als benedenburen zoveel herrie maakten dat we er niet van konden slapen soms.

Om het over op buizen slaande andere buren die ook wilden slapen en zich stoorden aan hen die daar kennelijk nog niet aan toe waren maar niet te hebben. Of de stem van mensen met wie ik ooit te maken had en die bepaalde dingen oreerden die me altijd zijn bijgebleven. Niet alleen door de inhoud van het gezegde, ook door stem en intonatie. Je bent er maar mee behept. En ik vertaal ook de namen van artiesten op die wijze. Hoor meteen het geluid van zang- of spreekkunst als zo’n  naam passeert. Prince bijvoorbeeld, waar ik ooit een concert van meemaakte in de Kuip. Ik zag de man slechts met behulp van een verrekijker. Niet alleen omdat hij zelf klein van stuk was, maar ook omdat we zo’n beetje aan de andere kant van het Rotterdamse stadion zaten. Maar naast ons stond wel een enorme geluidsbox. En daar kwam de toch wat pieperige stem van Prince goed hoorbaar uit.

Net als 10.000dB aan basgeluid. Mijn oren toeteren nu nog. Als ik de naam van Trijntje Oosterhuis hoor, moet ik altijd denken aan de Walkure. Maar dan een die zo hard schreeuwt dat de bergen rond de Rijn zouden instorten en de rivier er onder versperren. Ingetogenheid is haar vreemd. Dat alles vertellen mijn oren me. En ja, ik heb ook een van haar concerten ooit gevolgd. Die stempel komt niet van niets natuurlijk. Maar toch blijft het mooiste om de herinneringen te koesteren aan de vele vliegtuigen waarmee ik te maken kreeg in mijn leven en uiteraard ook de auto’s. Van die vliegtuigen heb ik de nodige CD’s waarop die kisten van toen te horen zijn. En telkens weer een feest om even terug te kijken naar hoe het leven vroeger was. Geen afstand, gewoon observeren, genieten, beeld en geluid combineren. Het is een waardevolle toevoeging aan mijn liefhebberijen en was dat ooit ook van mijn professionele leven. Nog iemand die dit kent of heeft? Maak van je hart geen moordkuil en deel je ervaringen hoor….Juist in Coronatijd een prima afleiding… (Beelden: Yellowbird archief)

Verjaardag met terugwerkende kracht…

Gisteren, ja echt, was de meninggever jarig. Voor de zoveelste keer in mijn leven. Met hen om me heen die me dierbaar zijn. Het weekend benut om iedereen die langskwam te laven met spijzen en drank. En te genieten van de gesprekken. Een verjaardag is een bijzondere gelegenheid. Men viert met je mee dat je wederom een kalenderjaar in je eigen leven verder bent gekomen. Terwijl je daar soms niks speciaals voor hoeft te doen. Gaat veelal vanzelf. Behalve als je iets mankeert. Dan is het een al dan niet medisch wonder. Relativeren is een kunst. Moet soms wel. Gek genoeg neem ik op mijn huidige leeftijd de volgende verjaardag niet zo snel meer voor vanzelfsprekend. Laten we wel zijn, ik heb al heel wat mensen om me heen, ook uit de digitale wereld, en ook vaak jonger dan ik zelf ben, gedag moeten zwaaien. Verdwenen in de geschiedschrijving, voor altijd hemelen. Dus zo eenvoudig ligt het allemaal niet. Geldt ook voor de vele presentjes. Ik geniet er vaak nog steeds van.

Kan me van vroeger herinneren dat een verjaardag iets was om echt naar uit te kijken. Want als je mazzel had kreeg je dit of dat wat je ‘altijd al wilde hebben’ en dan op die dag echt bleek te zijn aangekocht door toen nog liefhebbende ouders en/of familie. In de praktijk een paar jaar meegemaakt, maar in ons gezin was later een of andere uitvlucht ook zo gemaakt en kreeg je toch echt iets anders dan verwacht. Toch koester ik nog steeds bepaalde zaken die ik op jeugdige verjaardagen ontving. En doe ik dat tegenwoordig ook wat met de herinneringen aan mensen die het feestje compleet kwamen maken. Tantes, ooms, neven, sommige nichten, oma van moeders kant. Allemaal lekker aan de hapjes en drankjes en zeker aan de rookwaar die toen nog gewoon op tafel stond. Ik had (heb) de pech dat januari een lastige maand is. Immers, koud en net na de dure kerstdagen.

Hielp niet echt bij het binnenhalen van al te veel groots. Maar ja, wie geeft daar om als je met ‘liefde’ bent omgeven? Gelukkig werd dat later toen ik meer volwassen was anders. Nog even de tradities volgehouden en op de verjaardagen allerlei lieden uitgenodigd die er ‘bij hoorden’. Maar dat verplichte opzitten en pootjes geven begon steeds meer tegen te staan. Dus decennia lang op eigen initiatief gewoon afgeschaft. Wel lekker eten met de geliefde(n), maar echte vieringen gestaakt. Tot ik min of meer besefte dat het leven niet zo maar iets is, maar een gift die je moet koesteren. Dus nu maar weer een bescheiden viering. Je weet maar nooit. Even kijken wat ik zoal verkreeg…..Zal ik dat spul eindelijk uitpakken dan???? Hoe vieren jullie eigenlijk de eigen verjaardagen en welke herinneringen heb je aan de jeugdige jaren en familiebijeenkomsten rond dit soort festiviteiten??? Ben benieuwd…

Slaapdracht….

Vroeger, ik praat over mijn jeugd, was slapen in de toen beschikbare kamer die gelegen was aan een trappenhuis, met enkel glas aan de straatkant, ‘s-winters iets wat je deed met twee lagen nachtgoed aan. Onder dikke dekens, tegen eventuele winterse kou. Zo koud werd het in die jaren soms dat de vorstbloemen op de ramen stonden. Als we geluk hadden kregen we een hete kruik mee om de ruimte onder de dekens iets op te warmen. Een dikke pyjama was standaard, soms zelfs met extra sokken aan. In de zomer was die kamer relatief koel, ik herinner me geen overdreven warmte op dit punt, maar dat stond ook symbolisch voor de sfeer in huis…. Later, in andere omstandigheden en in comfortabeler behuizing, werd de nachtdracht steeds schaarser. Al was het maar omdat je intussen ook samen met je partner het bed deelde.

Dan werd ‘Less is more’ uitgangspunt. Al decennia lang draag of bezit ik geen pyjama meer. Wordt het koud trek ik nog net een T-shirt aan voor de nacht, maar als de temperaturen zijn zoals de afgelopen zomerse maanden is de huid mijn buitenste bescherming. Het is bewezen gezonder voor je en je slaapt er ook beter door. Toch zijn er mensen die zweren bij relatief omvangrijke of dikke nachtkleding. Het preutse Amerika laat ons bij zowat elke film of serie zien dat mensen zelfs na de meest hartstochtelijke liefdesscenes toch wakker worden in hun pyjame of flanellen nachthemd. Kennelijk is dat iets waaraan ze gewend zijn vanaf de jeugd en zonder dat de slaap niet wil komen. In vroeger tijden sliepen mensen in de meest wonderlijke outfits. Nachthemden voor mannen en vrouwen gelijk, gemaakt van dikke stof, gedragen over dik degelijk ondergoed, puntmuts op het hoofd en bedsokken aan. In een alkoof zodanig klein dat ze rechtop sliepen. Kinderen niet anders gewend.

Dus die namen deze gewoonte over. Maar hoe is dat nu? Zagen of zien ze nu dat onze ouders zich nog steeds helemaal bedekken met stof? Of slapen de ouders in hun nakende niksie en nemen ze dit dan over. Wat is nut of noodzaak van die nachtkleding?? Het is een raadsel wat me onlangs ineens in viel. De waaromvraag! Tuurlijk, als je in gezelschap bent met anderen is het wellicht te confronterend om je naakte wezen in gezelschap te tonen maar verder? Wat geeft die kleding aan comfort extra? Wat is het gevoel daarbij? Ik weet het niet. Maar dat geldt wel voor meer zaken. Dat ik het niet weet maar wel de nieuwsgierigheid op breng om het aan te kaarten. Opdat we in de winterse maanden die nu al weer snel op ons afkomen een beeld krijgen van snurkende lieden die zich wapenen tegen koude en eenzaamheid of juist uitpakken wat getoond mag worden in liefdevolle omstandigheden. Dus…medebloggers en lezertjes….naakt of flanel? Gewoonte of bewuste keuze? Kom maar op met de antwoorden…..

Drive…

Het vervolgverhaal over leven met en werken voor dat merk met de Vliegende Pijl is vorige week zondag afgesloten. 63 weken lang hield ik u op de hoogte van hoe dat merk mijn leven mede kleurde. Een leven dat soms door toevalligheden in een bepaalde richting werd gestuurd. Maar wel op basis van een drive die zich al vroeg in het jeugdige leven van de meninggever ontwikkelde. Ingegeven door genen wellicht, zowel mijn vader als moeder waren zeer werkzame types met een verlangen naar een zekere mate van comfort, maar ook door opvoeding en opleiding. Ingegeven ook door wat de vroegere katholieke onderwijzers met je deden. ‘Domme mensen komen nergens, wie leert komt verder’. Ook al kwam je niet uit een rijke familie of iets adelijks, dan nog was er het e.e.a. te bereiken. Mits je keihard werkte en vlijtig leerde. Deed ik.

Daarbij kent mijn geest vanaf de prilste jeugd een soort vissersnetwerking. Ik gooi die netten uit en trek kennis binnen als een school haringen die verwerkt moet worden. Altijd gehad. Brede interesse. En dan ook nog een door de jaren heen gevormd talent tot praten en schrijven. Nooit ingetogen, nooit wars van woorden of meningen. Deze weblog heet niet voor niets al 13 jaar lang zoals hij heet. En een mening is geen balletje wat je opgooit om het door anderen te laten lek steken. Niks daarvan! Dus met prietpraat een onderbouwde stelling afbreken is niet mijn ding. In de loop van de jaren wel geleerd. Was ook altijd op zoek naar de hogere functies. Al wist ik ook wel dat de absolute top nooit haalbaar zou zijn. Voorbehouden aan de elite, de rijken of de adel. Maar ook niet het indertijd gestelde doel. Expertise, specialismen op bepaalde terreinen en zeker zorgen dat je uit kon dragen wat je in die netten had opgehaald. Dat was de drive en dat is het nog. Altijd leuk voor anderen?

Vast niet! Maar wel altijd respect gehad voor een andere mening dan de mijne als men zich hield aan de algemene of door mij zelf opgestelde fatsoensregels. Wie persoonlijk wordt wist en weet ik te vinden. Een aardje naar mijn moeder wist ik al snel, die kon ook 20 jaar onthouden wat iemand haar had geflikt. ‘Zou mij niet overkomen’, maar kan er niet aan voorbij dat je er altijd iets van mee krijgt. Die drive en die honger naar kennis houdt me nu nog steeds aardig op de been. Daarom kijken we rond, bezoeken oorden in binnen- of buitenland, kijken de ogen uit in musea, lezen ons de ogen moe in boeken vol aardige zaken en bespreken met goede vrienden geloofszaken of filosofische kwesties dan wel de soms zo stuitende (links-)politieke moraal. Er is altijd wel iets waar je mee bezig kunt zijn. En als je dat dan weer wilt uiten doe je dat uiteraard op de plek waar het hoort. Hier, op je eigen meningblog! En wie er anders over denkt mag het ook even zeggen……Tuurlijk! Mits………

Vakantie vieren…

Het is er intussen de tijd van het jaar voor. Hele volksstammen vertrekken in de komende weken weer naar allerlei leuke vakantiebestemmingen. De een zoekt het dichter bij huis dan de ander, als we niet in Verweggistan zijn geweest is het kennelijk niet goed voor ons eigen ego of de bijbehorende geneugten. We vliegen, sporen, bussen en rijden er wat aan af. Was vroeger wel anders. Een weekje Zandvoort was al een heel ding, veel gezinnen hadden er het geld gewooon niet voor. Bij ons was dit anders. Mijn toch eerzuchtige moeder wilde elk jaar wel weg. Ze vond dat ze er recht op had na een jaar hard werken. En omdat haar interesse uitging naar Limburg en dan met name de heuvels in die hoek van het land, wisten wij als kinderen al dat we ieder jaar die kant op zouden gaan. Wel altijd met verschillende auto’s, want leasepa ‘deed in die dingen’ en pakte er gewoon een uit de voorraad.

Werden soms avonturentochten. Gelukkig had hij gouden handen, en kon alles onderweg repareren als het mis ging. Nog groter genoegen voor ma, klandistien de grens over naar Belgie. Wat soms niet zo handig was, want er was ook nog controle tussen de diverse landen en zonder papieren aan de grens tegengehouden worden was goed voor veel onrustige spanning. Gek genoeg vonden de ouders dit leuk. Nu moeten we als gemiddelde Nederlander kennelijk vooral ver weg. Met het hele gezin. Inclusief baby en soms huisdier. Of je die er nu zo’n plezier mee doet? Ik herinner mij dat we ooit naar Griekenland vlogen met onze toen nog peuterzoon. Die vond het daar prachtig. Want je kon op het strand scheppen en met je voeten in de zee. En hij werd er bruin van huidskleur.

Een jaar later aan de Nederlandse kust, mijn broer en schoonzus waren indertijd uitbaters van een strandtent en wij waren in de buurt, zag ik precies hetzelfde beeld. Scheppen en voetjes in de zee. Om daar nu dat hele eind voor te vliegen…. Toch heb ik wel mooie herinneringen aan gemaakte reizen hoor! Zoals een rondreis door West-Turkije om maar iets te noemen. Prachtig! Een trip door Florida! Geweldig! Onze reizen naar en door Schotland, de al eens eerder genoemde trip over Gran Canaria per bus om zo aan de bakover in het zuiden te ontsnappen. Geweldig was ook de trip naar Barcelona, paar jaar terug. Heerlijke stad. En natuurlijk de vele, vele, vele keren dat ik in Praag te vinden was. Met de auto of per vliegtuig.

We zagen veel, we aten vaak heerlijk en dronken over het algemeen in goede sfeer een lekker drankje. Snoven vaak de cultuur van zo’n land of stad! Maar dat gevlieg, beter, het gereis in het algemeen staat me nu steeds meer tegen. Rijden is ook zoiets. Ik vind het nu nog wel mooi om een uur of vier achter mekaar door te moeten rijden. Maar langer niet. Toch reden we vroeger in een klap naar Parijs, Praag, Frankfurt. Deden daar ons ding en reden weer terug. Moet er nu niet aan denken. Plezier heb ik aan korte stedentrips. Met onze lieve vriendjes links en rechts. Kerstmarkten in diverse steden, gewoon toeristische tripjes in NL en B. Je ziet of beleeft soms zaken die je nooit eerder had bedacht.

En regelmatig even naar het Duitse land voor onze invulling van lijstjes met zaken die we naar onze mening of voorkeur niet kunnen missen. En dan een schnitzeltje aan de Rijn eten met een goed glas. Altijd fijn, smakelijk, sfeervol en zeer bevredigend. Dat ik dan al weer snel thuis bij de poezen kan zitten is voor mij wel voorwaarde. Ik geniet toch het meest thuis ontdekte ik een paar jaar geleden. En denk maar niet dat dit saai is. Wel veel rustiger. De oude heer Meninggever heeft al zoveel gezien. Honderden uren gevlogen, tienduizenden gereden, en dan dat is best een mooie balans. Huis is thuis, ver is leuk, maar ik laat het graag over aan anderen. Dus reist vrouwlief af en toe gezellig af naar die plekken die zij graag wil bezoeken. En geniet ik op mijn beurt van de vrijheid niets te hoeven. Je moest eens weten hoe leuk dat is….En jij beste lezer, vakantieganger. Campingliefhebber? Gek op de Fransen of de Italianen?? Ik ben echt benieuwd. Ook naar je eventuele wensenlijstje. Waar wil je nog eens heen??  (Beelden: Yellowbird archief/internet)

Getver…

Het is weer de periode van het jaar dat we op het terras of balcon gebruik maken van de omstandigheden om buiten te genieten van zon, temperatuur, sfeer en lekker eten plus drinken. Lekker eten is dan vaak betrekkelijk. Want ik ben er door mijn iets hogere leeftijd door de jaren heen wel achter gekomen dat wat de een lekker vindt voor de ander een gruwel kan zijn. En dat zal ongetwijfeld voor velen gelden. Mijn smaakgevoel is verfijnd. Nou ja, waar het mijn voorkeuren betreft. Niet geplaagd door enige culinaire kennis ben ik wel een gewaardeerde consument. Mits je me voorzet wat ik als ‘echt eten’ beschouw. En dat zijn niet zo zeer liflafjes, gefrituurde brandnetelpuree met slakkensaus of verbrande koteletjes. Ik ben van herkenbaarheid. Nederlands, Italiaans, Grieks, Indisch, Thais, allemaal goed, maar wel herkenbaar graag. En met die herkenbaarheid is soms echt iets mis. De sociale media zoals Facebook maken me duidelijk dat veel mensen voor zichzelf lekker koken.

Naar eigen smaak. Moeten ze vooral doen of zelf weten. Maar als je iemand anders uitnodigt bedenk dan dat die wellicht een andere smaak heeft. En kook dan iets op die smaak ingesteld. Al eerder gaf ik aan dat je voor mij bepaalde groenten niet hoeft neer te zetten. Meestal zijn dat groenten waaraan een barre of boze herinnering kleeft. Dingen die uit de jeugd stammen vaak. Mijn moeder kon aardig koken, ze deed het zelden en richtte zich vooral op de smaak van haar partner, onze lease-pa. En die lustte zaken waar wij van gruwden. Groenten waar we als kinderen echt een hekel aan hadden of kregen. Bloemkool, spruitjes, tuinbonen, raapstelen, rauwe lof, broccoli of de doorgekookte worteltjes die behoorden bij het vrijdagse maal dat uit visproducten moest bestaan omdat je dan geen vlees mocht eten volgens de katholieke leer van toen. Andijvie was er ook zo een, net als spinazie. Maar dat heb ik later goed leren eten.

Want ik had het geluk een vrouw te trouwen die wel kon koken, smakelijk, en met de nodige fantasie. Daardoor leerde ik gerechten waarderen die ik vroeger ook op mijn lijstje van ‘do not’ had gezet. Het kon dus wel. Maar andere groenten zijn nog steeds taboe. Ik heb ook asperges nooit leren waarderen. Maar gun ze mensen die houden van het Hollandse goud hoor. Als ik een keertje in afzondering verkeer, vrouwlief gaat jaarlijks lekker citytrippen en dan moet ik voor mezelf zorgen, doe ik dat wat ik lekker vind. Ik gebruik mijn zelf bedachte receptjes. KISS (Keep it stupid simple). Ik neem een paar grote aardappelen, snij die tot schijfjes of blokjes, kook ze gewoon in de pan tot ze half gekookt zijn en mik dat spul dan in de AirFryer. Daar laat ik ze dan stomen en drogen tot ze krokant zijn. Aanvullen met doperwten, bruine bonen of wat ook, stukje vlees of vegan-vleesvervanger er bij en hup. Zalig maal. Houd ik het dagen mee vol. En geef mijzelf een pluim om zoveel kookkunst. Ik heb het nog niet aangedurft om er anderen mee op te zadelen. Je weet maar nooit. Voor je het weet zegt iemand ‘Getver’ en dat risico wil ik niet lopen. Tegen de rest zeg ik…eet smakelijk. Maar niet voordat je even reageert met wat jij, beste/lieve lezer(es) echt niet lust….ook niet bij anderen….(Beelden: Archief/internet)

Dinky’s en buitenspelen..

Kom er nu maar eens om. Kinderen die consequent buiten spelen. Ondenkbaar zo lijkt het wel eens. Was in mijn jonge jaren wel anders. Wij leefden min of meer op straat. Logisch want je zat een deel van de week opgesloten in een strenge katholieke school of een stringent regime thuis. Orde moest er zijn en ledigheid was het kenmerk van de duivel. Maar buiten was alles vrij en los en kon de fantasie haar werk doen. Zo waren wij als jongens van die Amsterdamse straat veel bezig met gezamenlijke spelletjes. Of het nu oorlogje, naspelen van de Olympische spelen, schieten met pijltjes of slagbal met rondjes betrof. Altijd buiten. Zowel na school tot het eten klaar stond, als daarna. TV speelde nog nauwelijks een rol. Wat we om ons heen zagen was voldoende inspiratiebron. Ik had het ‘geluk’ dat in die straat een aantal grote autobedrijven te vinden was. Kon toen nog in dat deel van de stad, waar het ook nog wemelde van de mkb-ers. Die lui reden met trucks en bestelauto’s door onze straat heen en weer en dat gaf een aparte impuls aan een spel waar we als 11-13-jarigen best gek op waren.

Het op de stoeptegels krijten van hele wegen en steden en daar dan met je miniatuurauto’s overheen rijden. Dinky Toys was in die jaren een bekende fabrikant van dat spul en als je geluk had kreeg je er wel eens een voor de verjaardag. En dan combineerden we samen die vloten voertuigen tot een nabootsing van het toen actuele verkeer. Ik weet nog goed dat ik bij elke Dinky-Toys truck die ik dan eens per jaar als cadeau ontving altijd weer te horen kreeg dat ik er niet mee naar buiten mocht. Logisch, want zo’n model kostte een rib uit het familielijf. Op mijn achtste een Brits busmodel van de BOAC. waarmee ik dan alsnog hele routes reed op straat. Op mijn 11e kreeg ik de zo lang begeerde Dinky Transporter met Bedford trekker. Daarmee kon je dan vier (Britse)personenwagens vervoeren. Zo’n Bedford kostte indertijd 11 gulden. Dus moest ik heel voorzichtig mee doen en ook lang als het even mocht…

Ook een grote Leyland Octopustruck met aanhanger werd zo mijn deel. Nou…ze deden al snel dienst op de straatstenen en liepen daardoor uiteraard links en rechts toch wat lakschade op. Jammer, maar helaas. Je speelde er zo voorzichtig mogelijk mee, maar die Leyland moest ook zand en stenen vervoeren…. Niet bevorderlijk, al bleef de basis-constructie gewoon onaangetast. Toen ik wat later in mijn leven overstapte naar de wereld van de luchtvaart en me vooral interesseerde voor alles wat vliegen kon kwamen de Dinky’s in een doos te staan en bleven daar tot er in de familie een opvolger gevonden was die er mee kon spelen.

Liefst niet buiten uiteraard want….. Twee generaties na mij vermaakten zich alsnog met de Britse voertuigen op schaal. Ergens in de jaren tachtig kwamen ze terug bij mij. En werden gerenoveerd. Mooi gemaaklt en toonbaar. Gek genoeg met nog steeds de originele bandjes. Dat was een wonder maar ook een teken voor hoe sterk die miniatuurwagens van toen werden gemaakt. Al weer decennia lang staan ze te pronken in mijn bescheiden maar qua vloot wel wat gegroeide miniatuurmuseum. Met al die herinneringen van vroeger gekoppeld aan die fameuze naam Dinky Toys. Kom daar nu nog maar eens om. Het bedrijf zelf ging overigens eind jaren zeventig financieel onder water toen jongelui uit die generatie liever achter een spelcomputer zaten dan speelden met miniatuuur-auto’s. Was een teken aan de wand. Niet veel veranderd….Ik wel! (foto’s: Yellowbird collectie)

Drank!

Voorop gesteld, ik veroordeel niemand die een drankje neemt voor de gezelligheid hoor. Echt niet. Maar als je een beetje stevig door drinkt en ontdekt dat je er eigenlijk ook niet buiten kunt ontstaan er vaak wel wat problemen. Ten eerste, je bent eigenlijk niet meer jezelf omdat je kennelijk die roes of verdoving nodig hebt om als mens te functioneren. Ten tweede, drank is per definitie niet goed voor je. Zeker als het gaat om wat meer drank dan de gemiddelde mens tot zich neemt. Wonderlijk verschijnsel, juist hoger opgeleiden drinken bovenmatig veel. Vermoedelijk doordat ze meer inkomen hebben en daardoor een grotere keuze aan drankjes. Maar ook 65-plussers spuwen er gemiddeld genomen niet in. Uit diverse onderzoeken komt naar voren dat al die drank weliswaar verdovend werkt, dat vrouwen minder remmingen ervaren in hun seksleven na een paar drankjes, maar dat die drank, meer speciaal de alcohol, helemaal niet goed is voor ons mensen.

Bloeddruk stijgt er door, we worden er dikker van en ons brein wordt er langzaam maar zeker door aangetast. Ook slapen we minder goed, al denken we zelf van niet, voelen ons minder fit (al was het maar door de katers), de lever wordt er door aangetast, we krijgen mannen met niet alleen erectieproblemen maar ook een veel lagere spermaproductie en er is een verhoogd risico op kanker. Zet dat eens af tegen dat leuke en lekkere van drank en we zien hetzelfde beeld als we bij roken tegenkomen. We weten het allemaal wel, maar drinken vrolijk door. De hoger opgeleiden vaak wat sterkere drankjes of wijn, de lager opgeleiden vooral bier. Want hoe vreemd ook, bier wordt er in gegoten als water. Zeker bij jongeren. Zelf bekijk ik dat altijd met enig ontzag of noem het verbazing. Want hoe je in vredesnaam 10-20 biertjes achter mekaar naar binnen kunt werken is mij een raadsel. Al dat vocht. Je zou er lek van raken. Ik ben overigens in mijn leven heel wat mensen tegen gekomen die drank toch tot een probleem maakten.

Waar overmatig drinken een bijna dagelijkse conditie werd en waar beslissingen nauwelijks meer op redelijke of rationele gronden genomen werden. Soms lag er een oorzaak in de jeugd, dan weer in een overmatig gevoel van zelfmedelijden of frustratie. Denk maar eens aan de eenzame huisvrouwen die liters sherry of witte wijn nemen om een dag door te komen en het nog een beetje plezierig te hebben. In landen als Duitsland of Tsjechie (om er maar een paar te noemen) drinken mannen gemiddeld honderden liters alcohol houdende drankjes per jaar. Veelal bier. Maar honderden liters! En neem van mij aan, ik kwam en kom er nog vaak, men drinkt geen ‘fluitjes’ maar pullen vol van dat spul. En na een kroes of wat van dat straffe bier of erger weet je als niet zo ervaren drinken echt niet meer hoe je heet. Welk een lol. En toch laten we onze jeugdigen zijn/haar gang gaan en zich letterlijk klem zuipen. Elk weekend weer. Verkeerd signaal. Want echt dronken jongens of meisjes lopen ook nog eens drie/vier keer zoveel risico op misbruik of diefstal. Geen idee wie ze onheus bejegende, immers…’ik was dronken’. Nee, we zouden ons toch eens moeten afvragen waarom we wel zo meegaand zijn als het om drank gaat en zo weinig waar het drugs betreft. Het effect is vaak gelijk. Ik heb het daarbij nog niet eens over rijden onder invloed. Ernstig misdrijf vind ik dat. Meteen rijbewijs kwijt de sanctie. Maar ja, al zolang ik leef is daarvan bij hoogst uitzonderlijke situaties sprake. Moet anders kunnen. Dus….drinken we of drinken we niet (meer)?? U mag het zeggen. Ik zal het nuchter beoordelen… (Foto’s: Yellowbird archief/internet)

Aangenaam kennismaken…

Het verlies van twee geliefde en kattenmaatjes in slechts 13 maanden tijd, waarbij de leeftijd toch wel erg wrang makend was, (2,5 resp. 4,5 jaar) maakte dat ons oorspronkelijke plan om met drie katten ons huis tot een extra warm thuis te maken dan wel te houden, plotsklaps volledig in duigen viel. Altijd zijn er in ons leven huisdieren geweest. Altijd katten, een keer ook een geweldige hond. Zij die mij al wat langer volgen weten hoe wij die dieren koester(d)en. Wij verzorgen ze alsof ze in een paleis wonen, maar krijgen er ook heel veel voor terug. Een tevreden dier is domweg lief en geeft onbaatzuchtig affectie op elk gewenst moment. Dus na de enorme dip die het gevolg was van het recente verlies van onze lieve Pixel waren we niet alleen verdrietig maar ook wat in de war. Dat kwam mede doordat onze nog wat jonge Prins Percy (1,5 jaar oud) zijn zwarte maatje enorm bleek te missen. Hij was de weg kwijt, zijn voorbeeld was verdwenen. Het was gewoon zielig om te zien en dat brak ons al gekwetste hart dus nog eens extra. Dat werd al snel nadenken over ‘wat nu’. Een paar opties bleken lastig invulbaar.

Risico nemen met katten waarvan de herkomst onbekend was leek ons ook niet meer de juiste weg. Het redden van de ooit zo letterlijk weggesmeten Punky bleek ons uiteindelijk ook onmogelijk en dat besef snijdt nog eens extra in de al zo gevoelige ziel. Nee, we moesten maar eens een paar andere opties aflopen. En dat deden we. Met behulp van onze kinderen! Zoeken naar qua karakter sociale katten die het ook met het prinsje zouden kunnen vinden maar waarvan ook duidelijk was wie vader en moeder waren. Relatief snel vonden we een adres waar een nestje raskatten zonder stamboom werd aangeboden. Het contact verliep meteen goed, de bewuste dame was communicatief (er waren er ook geweest die helemaal geen reactie gaven als we vragen stelden..) en nodigde ons op een zondag uit te komen kijken naar welk diertje eventueel bij ons zou passen. Kittens, twee katertjes en twee poesjes. Vader en moeder zaten bij het nestje. Niet al te groot van formaat, wat de kans op mastodonten op latere leeftijd beperkte. Deze katten kunnen nog wel eens stevig van formaat en gewicht worden. Zoals ons Prinsje die nu ook al aardig aan de maat is. We keken welke van die diertjes zich bij ons wilde nestelen.

Een van de jonge grijs met wit gekleurde katers deed dat. Meteen knorren, actief over ons heen lopen en zich vast laten houden. Die werd het! Maar de dame in kwestie haalde ook nog even de ‘meisjes’ er bij. Een zeer gevlekt exemplaar waarop al een verkoopoptie zat en een witje. Die witte bleek net als haar broertje lief en actief. Geen doetjes. We smolten en besloten toen in een soort opwelling toch te gaan voor twee. Paar dagen later opgehaald. Samen in een reismandje. Rustig, al werd er af en toe wel gepiept. Thuis gekomen begroet door Prins Percy.  Even wennen, maar na een dag of twee/drie was het oude jongens krentenbrood. De kleine witte gaf Percy kopjes en speelde met hem. Grijsje is actief in het vechtwerk, maar kan ook als een bewusteloos diertje op je schoot verkeren. Samen zijn ze sterk. Ze eten als bootwerkers, spelen met alles wat we aan krabpalen en ander spul in huis hebben en zorgen er voor dat alle meubels intussen zijn afgedekt alsof we in een ‘warzone’ verkeren. Maar wat een plezier weer. Vooral Percy heeft er weer lol in. Speelt en rent (voelt zich nog een kitten met zijn 1,5 jarige leeftijd, al weegt hij dan bijna 5 kilo) en is zijn downperiode duidelijk kwijt. Net als wij. Nooit zullen we onze Pixel vergeten. Nooit! Maar een paar zonnestralen zorgen wel dat we de lente weer in zicht hebben. En o ja, witje heet Pebbles en grijsje Presley……Aangenaam!