Print…

Print…

Als publicist van het eerste uur was voor mij de weg naar het papier, in eerste instantie gestencild, later gedrukt, een logische. Tussen alle zakelijke bedrijven door bleef ik daarvoor of in schrijven. De wereld van Print-media was een geduldige. Over de luchtvaart, auto’s, politiek of zelfs geloof, het kon niet op. Om die reden vulde ik door de jaren heen ook een bibliotheek op die een beetje OLB niet zou misstaan. En ik sla dagelijks nog wel eens iets na. Teneinde ook actueel op de hoogte te blijven waren er de abonnementen. Op bladen die mijn interesse-wereld onderbouwden. Met steeds weer nieuwe feiten en soms meningen. Ik ben daarnaast ook wel van de interviews.

Vind de mening van Pieter Elbers als CEO van KLM of diens voorgangers interessanter dan die van mevrouw dedain, Siegried Kaag, om maar wat te noemen. De bladen die me dat boden lijden echter net zo onder de huidige tijd als de uitgaven waarvoor ik zelf in het verleden mijn bijdragen leverde. De advertentiemarkt is de afgelopen jaren kapot gemaakt, digitalisering van het nieuws lonkt daardoor soms als reddingsboei. Maar hoewel ik intussen zelf daar best mijn weg ken en ook jarenlang allerlei relevante websites voorzag van dagelijks nieuws, ik zal er zelf niet zo snel een betaald abonnement op nemen. Kranten bieden me daarbij meestal het nieuws van gisteren. De grote persbureau’s, die ik volg, het nieuws van nu, of van pakweg een uur geleden. Toch bieden die apps en sites me vaak wel de nodige achtergrondinformatie die ik graag benut, ik ben op dat punt best wel eens dubbel in het denken.

Onlangs moest ik opnieuw helaas van twee geliefde en zeer interessante bladen afscheid nemen. Beiden stoppen er mee. Na door de jaren heen ruim 500 nummers te hebben uitgegeven stappen ze ofwel over naar de digitale wereld dan wel is het gewoon over en uit. Net zoals ik dat een jaar of twaalf geleden zelf meemaakte bij een uitgever die vrij onverwacht de pijp aan Maarten gaf en de door mij aangestuurde media qua print vrij plots uit de markt haalde. Daarna maakte ik nog wat boeken, maar het laatste in de rij haalde de printfase ook al niet meer en heb ik omwille van kosten/baten toen maar digitaal gepubliceerd. Het was voor een oude printlezer best onbevredigend, maar hield me wel van straat. U was er hier zelf ook deelgenoot van.

De titel Zakenreis stopte er dus mee dus. Afgelopen December verscheen het laatste nummer. De uitgever van vroeger kende ik goed, veel mee samen- en voor gewerkt. Zijn dochter hield het na zijn pensioen nog jaren vol. Maar nu kwam het einde. Weer een icoon verdwenen. En zo vergaat het ook Scramble. Een geweldig informatief luchtvaartorgaan barstens vol voor mij relevante informatie. Gaan over op digitaal. Ik verhuis niet mee. Maar ween in mijn hart wel om de beslissing. Zal vast nostalgie zijn. Maar ik houd nu eenmaal graag vast wat tastbaar is. Ook al zette ik zelf dit verhaal ook digitaal neer voor jullie, mijn trouwe en vaak best kritische lezers. Hoe sta je zelf in deze materie? Boeken/bladenlezers? Of toch meer van het digitale ontvangen van nieuws en meningen? Maak van je hart geen moordkuil. Nu kan het nog….(Beelden: archief)

Verjaardagstress….

Verjaardagstress….

Een dezer dagen is het weer zover. De verjaardag die in mijn geval altijd kort na de jaarwisseling valt. Tegenwoordig vooral een koestering van alweer een jaartje ouder, maar in vroeger tijden toch vooral een dag waar je lang naar uit keek. In een gezin opgegroeid waarin leasevader en moeder veelal hard werkten was er weinig tot geen aandacht voor het zielenheil van de kinderen. En voor cadeautjes moest je het hele jaar ook niet echt langs komen. Koesteren wat je had en dat was veelal niet te omvangrijk. Andere tijden, zeker andere zeden.

Een maand eerder kwam de Sint vrijwel altijd langs, liet dan (onze)wasteil achter met een volle lading pakjes, maar veel van de geschenken daarin kenden vooral een praktische waarde. Sokken, ondergoed, een letter, wat andere snoepwaar. Maar ach, je kreeg warme chocolademelk en iets lekkers en was tevreden met wat die oude malloot uit Spanje had meegenomen. Wisten we veel. Maar die verjaardag kort daarop moest wel iets bijzonders worden.

Zo at ik ooit mijn eerste patat-frites, zelf gesneden en gebakken door mijn moeder, op een van die verjaardagen. Traditie die ze overnam van andere ouders in onze straat. En zeer gewaardeerd. Op enig moment was ik into de Dinky Toys en zette ik zo’n (toen best duur)model op mijn verlanglijstje. In de wetenschap dat als leasepa nog wat over had gehouden aan zijn autohandel het gegeven model groter zou zijn dan in de tijden dat het even niet zo lekker liep.

Maar in alle gevallen koesterde ik die giften met even groot enthousiasme. In de dagen voor de verjaardag keek ik zelf al bij de niet ver van huis gelegen speelgoedwinkel in de etalage waar die nieuwe Dinky’s vaak stonden uitgestald. En als er dan een van die uitverkoren modellen op die bewuste verjaardag mooi ingepakt mijn kant op kwam was ik zielsgelukkig. En koesterde ik die modellen met alle kinderlijke kracht. Later deden ze vaak dienst in de familie. Van generatie op generatie. Om op enig moment weer terug te komen in mijn handen om te worden gerestaureerd tot meer dan behoorlijke en bijna nieuwe conditie.

Later werden de cadeau’s talrijker, de economische situatie beter en ik ouder. Het verlangen naar cadeau’s minder groot dan dat naar goed gezelschap. Want hoe meer mensen langs kwamen des te geliefder was ik…toch? Nou dat viel soms best tegen. Verplichting en sleur maakte dat sommigen kwamen, zoals ik zelf vanuit dezelfde instelling ook verjaardagen van anderen bezocht. Intussen zijn die verjaardagen gespreide, rustiger dagen van bezinning. Het cadeau wat ik wil ontvangen koop ik veelal zelf omdat het dan meer bij me past dan zo maar iets uit een goed hart…. Verwend? Zeker! En koesteren doe ik het uberhaupt. En ook al omdat er nog steeds mensen (en huisdieren)om me heen zijn die liefde geven, al die jaren bij me bleven en zelfs waar nodig op visite komen….. Alleen lig ik er nu niet meer van te voren wakker door, zoals dat vroeger wel het geval was. En hoe is dat bij mijn trouwe lezer(essen)s?? Verjaardagen stressvol of juist niet?? Ben benieuwd… (Beelden: Archief)

Ultiem verlangen…

Als sinds haar puberteit droomde ze er van. Het kwam vast door ervaringen met haar dorpsgenootjes van toen. Dan speelden ze Indiaantje of riddertje en vond zij het altijd fijn als ze dan gevangen werd genomen door de jongens die altijd met haar wilden spelen. Gevangen en gedwongen tot niets doen had ze dan vreemde dromen dat ze werd overweldigd door zo’n jong met zijn vaak vieze nagels of kwijlende kop. Dat laatste maakte het nog spannender en in haar bed droomde ze dan verder en leidde dat altijd weer tot een soort wonderlijke climax die ze als jong kind nauwelijks kon verklaren. Vastgebonden, overweldigd, het bleef haar leven bepalen ook al kwam het er nooit van. Tot ze Jack ontmoette. Groot, breed, een echte man die hield van het leven, een snelle auto bezat, maling had aan andere mensen, maar haar op handen droeg. Hun relatie was prima, alleen had ze nooit haar diepere verlangens met hem gedeeld. Op een of andere manier voelde ze dat hij daar niet voor in was. Maar haar dromen bleven en dat diepere verlangen verteerde haar. Dus besloot ze na een paar jaar om op een avond dat de sfeer extra goed was en hij naast haar op de bank zat om hem ‘in te wijden’ rond wat haar ten diepste bewoog. Dat zij het fijn zou vinden als hij haar zou binden en dan met haar zou doen wat bij hem te binnen viel. Ze had er speciaal mooie lingerie voor aangetrokken en zelfs via een postorderbedrijf handboeien voor besteld. Nou, hij was daar wel voor te porren. En dus nam hij haar mee naar de slaapkamer, kleedde haar uit, deed haar handen in de boeien, bond haar benen vast aan het bed, kuste haar, deed het licht uit en verdween. In de kroeg om de hoek was een darttoernooi aan de gang en hij wilde daar graag bij zijn. Maar zij hield hem altijd tegen. Nu niet meer… Buiten glimlachte hij….vrijheid, het ultieme gevoel….verlangen daarnaar altijd al gehad…

Wandelen…

Wandelen…

Een ventje was hij nog, toen hij lang geleden dat ene meisje tegenkwam dat hem kennelijk als een van de weinigen die hij kende, begreep. Hij vond haar aantrekkelijk ook al was zijn ervaring op dat punt dan nog wat beperkt. Zij gaf hem de erkenning die hij zocht, de rust, en ook de vrijheid te doen waar hij zin in had als dat in relatie stond met zijn hobby’s. De vlucht uit huis begreep ze als geen ander. De gesprekken die vaak volgden op onstuimig gedrag waren diepgaand. Filosofisch, warm, en ook een zoektocht naar een toekomst die totaal anders zou verlopen dan die afgelopen jaren. Hij werkte hard, studeerde, net als zij, in de avonduren. Samen deden ze dingen in de weekends. Veel speelde zich af rond zijn interessewereld, maar altijd was er die basis waarop het respect en de vriendschap veranderde in liefde en vertrouwen. Samen besloten ze dat het leven delen toch de beste oplossing zou zijn voor hun beider toekomst. Aan een kant van de relatie stonden ouders open voor het idee, aan de andere veel minder. Ingewikkelde familiestructuren moesten overwonnen worden, net als vooroordelen en roddels over de noodzaak van hun op enig moment al vroeg voorgenomen huwelijk. Eenmaal zover werd op gepaste wijze gevierd en de onafhankelijkheid gekoesterd. Werken nog steeds een grote basis, voor hem ook zijn andere interesses. Zij was er voor hem, ving hem op als hij weer half bevroren van zijn brommer stapte na een late werkopdracht op dat vliegveld vlakbij de stad. Zij koesterden wat ze bereikt hadden, genoten van hun vrijheid in de ruimte die ze voor zichzelf hadden bevochten. En zo ging het verder. Nu, 54 jaar later, officieel nog steeds een stel. Vallen en opstaan, maar altijd snappende wat de ander voelt of meemaakt, er zijn voor die ander, en nog best tevreden terugkijkend naar die beslissing van toen. Dat jonge ventje met zijn werkdrang en hobby’s en dat meisje dat uiteraard uitgroeide tot een vrouw met overzicht en een sterk karakter. De trouwdag in gepaste bescheidenheid gevierd. Samen sterk. En zo hoort dat. Waarbij wandelen van hot naar her en van hier naar daar nog steeds een basis is om gesprekken te voeren die anderen zo graag weglaten. Uitgaande van wat n u het gemiddelde is zou dat over al die jaren zo maar een keer of anderhalf rond de Aarde zijn geweest wat ze samen al kwekkend aflegden. Nou als dat geen bewijs van liefdevolle teamsport is, dan niks toch??

Geluk…

Geluk…

Voor veel mensen is een gevoel van geluk toch dat ze vol liefde naast een partner zitten, dan wel een onstuimige liefde beleven waarbij liggen belangrijker is dan zitten.

Maar als dat liggen chronisch blijkt is dat geluk al snel ongeluk. Betrekkelijk dus dat geluksgevoel. Velen streven dit na door het materiele in te voeren als onderdeel van het gelukkig zijn. Steeds groter wonen, duurder, rijker, zelden denkt men in termen van gezondheid als ultiem geluk. Toch moet je best goed gezond zijn om van dat geluk te kunnen profiteren. Valt er een boom om en net naast jou op straat heb je meer dan zo maar wat geluk, krijg je hem op de bol had je even wat minder geluk. Een andere betekenis maar toch niet onbelangrijk. Mensen die net ontsnappen aan een of ander groot onheil denken nog wel eens in die termen. Geluk gehad…. Maar wie heeft groot geluk gekend en is dat intussen kwijt? Ongelukkigen zijn dat toch. Ben je voor een dubbeltje geboren is het kwartje wellicht te hoog gegrepen, maar sommigen zijn met dat dubbeltje meer dan tevreden. Het waarom ligt in de vraag of ze met helemaal niks ook gelukkig zouden zijn.

En dat is niet zo. Maar veel mensen zijn met weinig gelukkig. Leven in een klein huisje met de spullen die er toe doen om zich een, houden huisdieren die dat geluksgevoel versterken en als het een beetje meezit partners en/of kinderen die dat persoonlijke gevoel helemaal afronden. Voor anderen is het duidelijk dat ze meer nodig hebben om dat geluksgevoel te verkrijgen. Een tweede huis in Frankrijk, een boot, zwembad en waar nodig een vriendin of minnaar die de aandacht geeft die men in de normale situatie zo ontbeert. Wat is dus bepalend voor dat geluksgevoel? Waar komt het vandaan? En hoe kijken we er zelf naar? Ik denk persoonlijk dat veel van dat geluksgevoel ook afhangt van het feit of je al dan niet jaloers bent op anderen. Is een ander beter af dan jij en valt daar mee om te gaan?

Of ben je gewoon compleet van de leg als je merkt dat oude vrienden het verder schopten dan jij, beter opgeleid raakten, mooiere banen (en vrouwen of mannen)kregen en ook nog eens met geld smijten waar jij zelf een beetje op moet letten met je uitgaven. Als je dat laatste in de genen hebt zitten komt het niet goed met dat geluksgevoel en blijf je altijd mekkeren over de kansen die je worden/werden onthouden. Al dan niet met de identiteitskaart daaraan gekoppeld. Ik ben niet gelukkig want….. Persoonlijk heb ik geen enkele last van jaloezie. Nergens is het 100% geweldig, en Nederland is een prachtig lang. We leven hier relatief lang, gezond en op de gelukskaart van Europa scoren we als volk heel hoog. Logisch want we verdienen hier gemiddeld aardig de kost en hebben een samenleving waarin voor een ieder die wil kansen gebakken zitten. Is die villa dan de norm?

Of is een dak boven het hoofd en wonen waar het niet al te slecht is qua demografische samenstelling net genoeg? Vertel het maar. Ik ken mensen die van alles mankeren maar toch gelukkig zijn en anderen die hartstikke gezond zijn en welvarend en toch zoeken naar dat ontbrekende stukje wat het geluk kan bevestigen voor ze. Is dat geluksgevoel of de lage drempel daarheen iets wat je van thuis meekrijgt of moet je dat gewoon zelf leren?? Vragen, vragen, maar feit is dat geluk niet geheel verklaarbaar is maar wel een heerlijke deken kan zijn waarin je je dan als mens kunt wentelen. Waarbij wentelen in een bubbelbad ook gelukzalig kan wezen of juist dat samen genieten van wat ons tot mensen maakt die van elkaar houden. Wie er een mening over heeft moet het vooral hier even uiten. En laat ook eens weten wat jou het ultieme geluksgevoel geeft of zou kunnen geven. Dank bij voorbaat voor het delen. Je maakt me er extra gelukkig door… (Beelden: Archief/Internet)

Duitse speedway-ster..

Duitse speedway-ster..

Ik heb al eens eerder iets geschreven over mijn (stille) genoegen dat ik vanuit de jeugd nog steeds in de genen koester rond het aloude Speedway-rijden op sintelbanen.

Iets wat in Nederland intussen een sport is geworden die nog slechts op kleine sintel- of grasbanen in de provincie wordt beoefend maar in de jaren vijftig/zestig van de vorige eeuw hele stadions als het Olympisch in Amsterdam deed volzitten met dolenthousiaste fans. Races om de befaamde Gouden Helm. Nederlanders best dominant soms, maar veelal de Britten, Denen, Zweden en later Polen of Tsjechen vooral strijdend om de hoogste eer. Dat speedwayrijden deed (doe) je op een 500cc motor die rijdt op een alcoholmengsel, zonder remmen, en vooral driftend in de bochten om de snelheid een beetje kwijt te raken die je op de rechte stukken van de 400meter lange baan hebt opgebouwd.

Spectaculair. Een van de vroegste helden die ik me qua naam nog herinner was Josef Hofmeister uit Duitsland. Geboren in 1934. Een man die niet alleen op de sintelbanen reed maar ook op gras, en dat ook deed op de zgn. Longtrackbanen. Hij reed wereldkampioenschappen, Gouden Helm-wedstrijden en won tussen 1958-1960 ongeveer alles wat er te winnen was. Ook onze Nederlandse helden moesten vaak het hoofd buigen als Hofmeister in de baan kwam. Onverschrokken, technisch geweldig en altijd gaan voor de winst. Hij groeide met de sport op, reed al op zijn 15e op een speedwaymotor en hield dat vol tot hij als 29-jarige met pensioen ging.

Daarna hield hij zich bezig met zijn eigen sportwinkel. Binnen de wereld van het internationale speedway is hij een legende geworden. Een van de weinige Duitsers ook die indertijd tussen al die Britten en andere landsaarden furore kon maken in de naoorlogse jaren. Een genoegen om even aandacht voor hem te hebben. En zij die graag willen weten waarover ik het heb, kijk even op YouTube onder ‘Speedway’ en je krijgt de meest geweldige wedstrijden te zien. Let niet op de crashes, want daar kunnen die kerels gek genoeg aardig tegen. Hofmeister had er weinig, reed geweldig goed. En is wellicht daarom alleen al zo oud geworden…. (beelden: Internet)

Verlangen…

Vanaf het prilste begin van zijn actieve herinneringen geloofde hij in zijn eigen succes later. Hij zou rijk worden, een prachtige vrouw vinden en trouwen, briljante kinderen voortbrengen, een bedrijf opbouwen waarmee die kinderen later weer een goed bestaan was gegarandeerd en zo meer. Maar ja, hij woonde in dat dorp, ver van de grote stad. Zijn kansen beperkt, ouders niet rijk of zelfs bemiddeld, al vroeg moeten werken. Het meisje waarmee hij voor het eerst verkering had raakte na die eerste keer in het schuurtje van buurman Bart meteen zwanger en er moest dus getrouwd worden en hij daardoor gedwongen heel hard te werken om zijn kleine gezinnetje aan het eten te houden. Zijn vrouw na de bevalling van hun dochter meteen uitgeteld en jarenlang niet geschikt om te werken. De liefde verdween door de schoorsteen. Een collega op het werk nam voor haar de honneurs waar. Hij genoot kortstondig, tot ook die zwanger raakte en hij best in de problemen kwam. Scheiding, verhuizen, twee kinderen, hard werken, geen kansen op een goede opleiding meer. Vanaf zijn jeugd werd alles voorbestemd door omstandigheden waaraan hij zelf had bijgedragen natuurlijk. Gelukkiger werd hij er niet van, meer berustend. Zijn collega werd wel een goede moeder, lieve echtgenote, werkte ook hard mee en hielp zo om enige welstand te bereiken. Maar hij bleef toch over het algemeen ‘gewoon tevreden’. Van zijn dromen kwam niets uit, hij berustte er maar in. Thuis werd hij vertroeteld, de kinderen (hij kreeg er nog drie met zijn tweede vrouw) waren lief en zaten niet in de weg. Hij kon naar de kroeg, het voetballen, ze bezochten met Kerstmis de kerk, de familie keek tevreden toe. Ergens rond zijn 50e kwam het besef dat het wellicht te laat was om nog van het leven te genieten. Hij kocht zich een motor en ging toeren. Zijn vrouw bleef thuis. Zag niks in dat stomme ding. Maar vond het leuk voor hem. In die bocht van de weg langs het water ging het mis. Hij reed rechtdoor. Bewust of per ongeluk? Hoe dan ook, hij verdween. Met motor en al. Een olievlek was alles wat over bleef van de man en zijn dromen. Zijn weduwe rouwde even, zijn kinderen vertelden nog verhalen over hem. Maar na 1 jaar hertrouwde zijn weduwe met de lokale dominee. Hij was vergeten. Net als al zijn dromen….

Huizen…

Huizen…

Terwijl het elastiek me zoals eerder al eens beschreven aardig weet te binden aan wat ik belangrijk vind in mijn leven, is er toch nieuwsgierigheid.

De moderne tijd maakt dat we soms verder kijken dan de eigen veste om onze woonomgeving van een mogelijk alternatief voor wat nu ons thuis is te voorzien. Dat thuisgevoel gaf me ook inspiratie voor een verhaal. Voor velen van ons was het huis uit de jeugd ons echte thuis. Ik bekijk dat toch anders. Zeker toen broerlief onlangs overleed kreeg ik veel oude herinneringen gratis in de nachten die rond die gebeurtenis werden opgebroken. En bedacht ik me dat die eerste periode van het leven niet meteen rozengeur en maneschijn meebrachten.

Het huis waar ik in de vroege jeugd woonde was een voor die tijd overigens nog redelijk ruim huis, etagewoning, straat in het Amsterdamse Zuid, relatief lage huur. Er waren mensen die met minder toe moesten dan met vier (bescheiden)kamers en een keuken, plus een later voor de hobby’s benutte zolderkamer. Maar luxe was het bepaald niet. Pas in mijn pubertijd verscheen er zo een douche in die keukenhoek, de huisbaas pakte uit. Later, ik trouwde en trok in bij de schoonouders, woonden we in een historisch pand aan de Amstel in hartje stad. Een piepkleine etage ons eigen domein, een luik dekte onze leefomgeving af van de rest van het huis. Zo verging het veel mensen in die tijd.

Woningen voor starters waren er ook toen al niet. En wat men bouwde was onbetaalbaar. Ook toen al een probleem dus. Toch maakten wij die stap. In 1970, de nieuwe woonwijk Bijlmermeer bood ons een geweldig luxe driekamerflat in een voor het gevoel gigantisch flatgebouw van toen en tien etages hoog. Een paar jaar later verhuisden we in datzelfde gebouw weer door naar een vijfkamerflat met extra bergkamers binnen en buiten de flat. Het waren bijna koninklijke tijden. Al werd de woonomgeving er na 1975 bepaald niet vrolijker op. Ik heb de oorzaken daarvan al eens beschreven. De Bijlmermeer van droom tot nachtmerrie. Afvalputje voor de Amsterdamse samenleving. Begin jaren tachtig was het genoeg. Terug naar de stad kon niet, de regelgeving van de centrale stad maakte dat onmogelijk. Dus na lang rondkijken een eengezinshuis met garage in het toen splinternieuw gebouwde Almere-Stad. Grote woning, zes kamers, zolder, schuur met twee verdiepingen en die eigen garage. En veilig qua woonomgeving. Huis werd thuis opnieuw. Twaalf jaar later waren de omstandigheden zodanig veranderd qua werk en prive-situatie dat de files die van/naar Almere voerden een grote handicap bleken en de stress dagelijks te veel verhoogde. We verhuisden alsnog terug naar het oude land. Amsterdam weer in beeld. Nu kon het wel. Mits we kochten. Wat we deden. En dit huis werd ons zoveelste thuis. Voelde vanaf moment een goed. En nog. Van een etagewoning via flats naar eengezinshuizen. Volgende stap….appartement?? Wie weet. We kijken nog eens goed rond. En misschien besluiten we wel dat we dat thuisgevoel niet kwijt willen raken. Who knows…. Hoe zit het met jullie medebloggers en lezers? Zelfde soort ontwikkeling meegemaakt?? Een thuisgevoel van vroeger en nu herkenbaar?? Ben benieuwd naar jullie reacties….. (Beelden: archief)

Confrontatie

Confrontatie

Toen mijn broer Rob onlangs overleed (ik schreef er in februari een verhaal over) kwam het uiteraard ook tot een afscheidsplechtigheid en uitvaart.

Dan kom je mensen tegen die je in tijden niet hebt gezien en je zelf in de herinnering hebt zitten als jong en nog vol plannen en levenslust. Bij die gelegenheid bleken die lui ineens allemaal aardig volwassen te zijn geworden. En confrontatie met je eigen evolutie van jong mens tot oudere heer op weg naar de laatste muur. Althans zo voelde dat even. Immers, kinderen in de herinnering moeten gewoon jong kunnen blijven maar groeien net zo door in hun leven als jij in dat van jezelf. Ooit was ik de jonge god op de brommer die met wapperende haren allerlei avonturen tegemoet ging. Ik maakte carriere, werkte hard, studeerde daarnaast en bouwde ook nog eens een gezin op. Van puber tot jong volwassene en zo meer. Mensen waar je vroeger in die jeugd soms intens mee omging, raakte je voor een deel onderweg kwijt.

De jeugdvrienden uit de straat, een enkele uitgezonderd, verdwenen uit je leven en ik moet soms diep in de kuil van het geheugen graven om nog namen van die lui boven geestelijke aarde te krijgen. Van school weet ik vrijwel niks meer, het euvel heb ik al eens uitgelegd hier, ik ben dus geen type voor reunies of zo. Van het eerste werk hield ik een vriend over voor het leven. Lief en leed gedeeld vanaf jong. Maar hij is wat ouder dan ik en ook bij hem begint dat zichtbaar te worden. In onze vroegere familie was er soort vertoonstrijd tussen de twee zussen waarvan mijn moeder er een was. Elk jaar kijken wie de meeste cadeautjes had gegeven aan de kinderen met Sinterklaas of op verjaardagen.

De tante had vier kinderen en dat waren dus mijn neven en nichten. Omgerekend naar nu moeten ook die intussen al flink op leeftijd zijn. De boven ons liggende generaties zijn er niet meer. Maar ik heb die lui uit de generatie onder hen jaren niet meer gezien of gesproken. Zal dus best zo zijn dat daar allerlei zaken zijn gepasseerd die mij niet bereikten. Is dat spijtig? Niet meteen. De liefde moet van twee kanten komen en kennelijk zat die afgunst er vanuit de ouders ingestoken ook in bij de jongere generatie. Jeugd is prachtig, en je moet er van genieten. Ouder worden is ook leuk, vooral als je dat gezond van lijf en leden mag beleven. De geest nog voldoende jeugdig om zich als zodanig te uiten, maar de confrontatie met de spiegel wordt elke keer heftiger. En als de spiegel het al niet doet, dan toch wel die ontmoetingen met naasten die je een tijdje niet hebt gezien. Het leert extra te relativeren, te koesteren en wellicht ook te corrigeren. Bekeert u voor het te laat is! Maar wat is dan het ware geloof. Ik blijf maar vasthouden aan dat ene, geloof in mijzelf en zij waar ik van houd en die mij die liefde ook terug gaven en geven. Daarop valt een aardig leven te bouwen. En vast te houden…. En? Kijken jullie hier anders naar? Altijd iedereen vast kunnen houden uit de jeugd??? Of toch ook een paar losse eindjes zonder invulling?? Laat maar komen die verhalen…..(Beelden: Persoonlijke ego-archief)

Autojeugd…

Autojeugd…

Een paar van mijn trouwe lezers/essen reageert nog wel eens op mijn autoverhalen met een opmerking dat zij er weinig mee hebben en dat ik beter ander dingen kan beschrijven wat hun betreft.

Nou als je me al wat langer volgt weet je dat ik in de afwisseling van onderwerpen de aantrekkelijkheid van het schrijven zoek. Maar zoals al uit mijn opgeknipte verhalen over jeugd, werk en carriere schreef, auto’s en vliegtuigen zaten diep in de jeugd al verankerd in mijn observaties en zeker ook genen. Met name dat laatste speelt een belangrijke rol heb ik wel door. Immers afkomstig uit een gebroken gezin, waarvan de natuurlijke vader ‘in de auto’s’ zat, diens opvolger in ons gezin steevast aangeduid als Leasepa omdat ik een hekel heb aan de term ‘stief’, deed in hetzelfde vakgebied zijn eigen specifieke dingen. Dan ben je als piepklein jochie al snel gewend aan de achterbank van het toenmalige vervoer.

Daarbij woonden we (zie inleiding Leven met de Vliegende Pijl 240618 en 010718) in een straat waarin auto’s een belangrijke rol speelden. Garagebedrijven, verhuisbedrijf, middenstanders met eigen vervoer, en om de hoek van onze straat een grote doorlopende laan vol verkeer. Al snel onderscheidde ik het ene merk van het andere, kon auto’s (net als vliegtuigen) herkennen aan hun specifieke geluid en had ik als vriend van een van de zonen van de eigenaar van dat grote garage/verhuur/transportbedrijf tegenover ons huis, toegang tot alles wat daar jaarlijks werd aangeschaft of vervangen.

Tel daarbij op de ook al eens beschreven Ome Leo met zijn Amerikanen, Ome Karel en zijn Scania Vabis truck of Citroen Avant en je snapt dat gemotoriseerd vervoer mij veelal aardig intrigeerde. En dat ik dit als kind dus veel kopieerde. Dinky Toys waren duur maar hielpen wel om als jong ventje de grote wereld samen met de toenmalige vrienden te imiteren. Daar bovenop kwamen dan die vliegtuigen die over ons heen trokken, de trams die in die grote lanen en straten om me heen voorbij reden en de nieuwsgierigheid om van alles wat ik op dat terrein zag hobbymatig te leren, of later om te zetten in de praktijk door te gaan werken in die branches en nog dichter bij die onderwerpen te zijn of blijven.

Daar komt het dus allemaal vandaan en ik ben dankbaar dat ik in de gelegenheid was om zoveel tot me te nemen dat ik als een vat vol verhalen kan berichten over auto’s van vroeger en nu. Het is om die reden dat ik er over schrijf. In de breedte, de diepte past meer bij gespecialiseerde websites of hobbyclubs. Voor dat ‘ene’ merk maak ik een uitzondering natuurlijk. Maar dat heeft u als lezer intussen wel meegekregen….En zo niet komen daar nog wel eens wat sappige verhalen over voorbij….. Het water loopt nu eenmaal naar het diepste punt. Of moet ik zeggen, de benzine of dieselolie?? (Beelden: Archief)