Leven met de Vliegende Pijl – 38 – Voorbereiding omslag….nieuwe modellen…

Wat met de Favorit tot dan in ons land niet voldoende lukte moest diens opvolger wel kunnen. Grotere omzetten maken. Meer integratie van VW-technieken en ook door vormgeving en kwaliteit een afstand creëren tot de vroegere communistische jaren. Bij Skoda heette dat ineens en met een mooie uitdrukking; de ‘Grosse Produkt Aufwertung’ (Afgekort GPA), wat zoveel inhield als een soort super-facelift voor de Favorits. De auto die men in die jaren aan ons liet zien bij het Tsjechische ontwikkelingscentrum was wel meer dan dat. De GPA-1 prototypen hadden een compleet andere lijnvoering dan de toen nog volop gebouwde Favorit. Alles wat aan die toenmalige Tsjechische auto’s hoekig was werd bij diens opvolger rond en door toepassing van een ander soort vooras en subframe kreeg Skoda de kans om ook VW-motoren in te bouwen. Waaronder uit de Golf afkomstige diesels. Daarbij was die GPA ook een auto die bij botsproeven enorm goed scoorde. Naar zeggen van de Tsjechische ontwikkelaars beter zelfs dan de toenmalige Golf. Dat feit werd door de VW-directie niet meteen geapprecieerd, er moest dus worden afgespekt, waarbij ook het prijsniveau van de nieuwe auto een rol zou spelen. Voor de GPA gold dat hij net als de Favorit zou worden geleverd met een tweetal eigen motoren van Skoda, maar dat die verder waren verfijnd en voorzien van MPI(Multi Point Injectie)-systemen. Al snel werd bij de fabriek de naam Felicia geïntroduceerd. Voor Skoda-liefhebbers, en ik ben er zelf een van, niet echt een naam om vrolijk van te worden. Immers, die Felicia was voorheen een mooi ontworpen cabriolet geweest en niet de minste van alle historische Skoda’s.

En met alle respect voor de nieuweling uit Mlada Boleslav, dit was gewoon een keurig nette hatchback. Hoe dan ook, de nieuwe Felicia kwam er aan en wij moesten vooruitlopend op dat gegeven in ons land volop aan de slag. De druk van de Duitse en Tsjechische managers bij de fabriek werd groter om het Nederlandse volume nu eens echt op orde te brengen. Immers, als er VW-technieken bij kwamen wilde men niet meer verkopen vanuit de nog steeds gebruikte ‘verbouwde varkens- of kippenschuren‘. Ik herinner me in dat kader een rel bij de introductie van de bij de nieuwe auto behorende huisstijl en kwaliteitsprogramma’s. Een van de Duitse MT-leden die deze intro deed werd onderbroken door de Ierse importeurscollega. Die gaf aan dat in zijn land eigenlijk geen enkele dealer een fatsoenlijke Skoda-showroom te bieden had en hoe dit dan op korte termijn verder moest. De Duitser die ons allen de maat nam maakte nog even kort en bondig zichtbaar wat zijn herkomst was. Hij viel publiekelijk en op tamelijk botte wijze uit naar de Ier en maakte duidelijk dat als deze niet binnen een jaar orde op zaken had gesteld er geen verlenging van het importeurscontract meer zou plaatsvinden.

De zaal vol onthutste importeurs deed er verder het zwijgen maar toe. Maar ook wij wisten wel dat we geen gemakkelijke boodschap zouden moeten brengen. Want ook in Nederland was anno 1994 nog steeds veel werk te verrichten. Hoe dan ook, de Felicia kwam er aan en we moesten heel hard werken om van de introductie een feest en een succes te maken. Je kunt een première maar een keer goed doen. Intussen waren we er wel in geslaagd om op basis van de voorinformatie die rond de Felicia werd gegenereerd, nieuwe dealers te interesseren voor het agentschap. Vooral op lege plekken, waar al jaren geen dealer meer te vinden was geweest, zoals in Nijmegen, vonden we ondernemers die er wel iets in zagen en de stap durfden nemen. Immers, wij verkondigden een evangelie van hoop en geloof in een betere toekomst. Dat deden andere en met name Aziatische merken intussen ook, maar Skoda had gelukkig in dealerland nog steeds een goede naam. De gouden tijden waren nog maar een jaar of tien daarvoor actueel geweest, ‘met VW op de achtergrond moest het in de komende jaren beter gaan’. En zo zaten we ergens in dat jaar 1994 samen met de hele organisatie op een raderboot in de Waal bij Nijmegen waar we een geweldige introductie hielden van een paar uur lang. Hoogtepunt was het voor veel aanwezigen toen de eerste Felicia onder applaus en met echt vuurwerk uit de ‘vloer’ omhoog werd gehaald en aan alle dealers getoond. Door goed te kijken wie er wel en wie niet positief reageerden wisten we meteen met wie we al dan niet door zouden gaan. De cynici moesten nu echt plaats maken voor hen die de toekomst met Skoda zonnig in zouden zien. De Felicia moest en zou het keerpunt worden. Voor die introductie moesten we trouwens via onze Praagse relaties wel een truc uithalen. Met 15 aan ons land  toegewezen auto’s deed je niet veel, dus wisten we een 100-tal Duitse Felicia’s naar ons land door te sluizen. Anders waren veel dealers zonder demowagen aan de Felicia begonnen. Dat we die 100 Felicia’s weer aan de Duitsers moesten teruggeven via de later door ons bestelde exemplaren spreekt voor zich. Wordt vervolgd (Beelden: Yellowbird/Skoda)

 

Uitstootboetes

Onlangs kreeg ik een onderzoek onder ogen waarin werd aangegeven dat veel autofabrikanten enorme boetes te wachten stonden voor het uitstoten van te veel CO2 door de gefabriceerde voertuigen van hun merk(en). Nu ben ik altijd alert als ik dit soort dingen lees. Want die uitstoot van CO2 meten aan de uitlaat van auto’s lijkt een eerlijke methode, maar is dat niet. Immers, je zou dan denken dat elektrische of waterstofauto’s daarmee het milieu zouden kunnen redden omdat ze niets uitstoten, maar dat is bezijden de realiteit. De stroom van elektrische wagens komt ergens vandaan. En zolang we niet voor de volle honderd procent energie halen uit zonnestralen of wind, wordt die stroom opgewekt door op kolen of gas draaiende energiecentrales. En juist die tak van de industrie staat bekend om haar enorme uitstoot. Een factor drie groter dan het totale wegverkeer bij elkaar opgeteld. En dat laat ook onverlet dat de delving van grondstoffen voor de benodigde accu’s een verwoestend effect hebben op mens en milieu in de streken waar dat spul vandaan komt.

Kortom, valse berekeningen voor de politiek correcte bühne. Ook voor waterstof zijn de verwerking en zo meer niet bepaald milieuvriendelijk. Maar daar heeft de groene lobby maling aan. U kent mijn mening over die lui. Intussen was daar dus dat onderzoek naar welke fabrikanten straks een fikse boete mogen verwachten voor het niet behalen van de gestelde doelen. Bedenk daarbij dat hoe groter de productie, hoe meer fabrikanten negatief zullen afwijken van de norm. Fabrieken die echte auto’s bouwen lopen meer kans op een boete dan zij die zich concentreren op klein en zuinig. Lijkt leuk, maar is een gevolg van de ontwikkelingen in de afgelopen 50 jaar. Hoe dan ook, bij PSA (Peugeot/Citroen) moet men zich zorgen maken. Daar kon de winst wel eens onderuitgaan door een fikse boete. Geldt ook voor Hyundai/Kia, Mazda, Fiat/Chrysler/Jeep, Ford en Volkswagen.

Minder problemen voor Toyota, dat al heel lang hybriden in haar gamma heeft zitten, Renault/Nissan/Mitsubishi, Volvo en Honda. Hoe men aan die berekeningen kwam weet ik niet, maar ook belast met boetes zijn straks BMW, Daimler-Benz en Jaguar/Landrover. Het onderzoeksbureau verwijst naar de opdracht aan alle fabrikanten vol in te zetten op elektrische auto’s. En dat is in mijn ogen meteen verdacht. Immers, dan adviseren wij van WC-Eend het gebruik van WC-Eend! En dat geeft een verkeerd signaal. Denk nog maar eens aan die uitstoot van de centrales. En die stijgt. Niet in de laatste plaats doordat die elektrische auto’s heel wat meer moeten laden dan de fabrikanten ervan beloven. En al dat laden leidt tot meer uitstoot. U mag er mee doen wat u wilt. Ik geloof er niet in. (PA Consulting)Beelden: Yellowbird Persarchief.

 

 

Tatra – revolutionair merk dat terug kwam..

Terwijl ik elke zondag tot nu toe en nog even hierna aandacht besteedde aan mijn leven met de Vliegende Pijl, oftewel dat merk met een logo waarin die pijl een hoofdrol speelde en speelt, was er in thuisland Tsjecho-Slowakije nog een automerk dat zich kon beroemen op een heel oude geschiedenis; Tatra! Dat merk had haar wortels al diep in de 19e eeuw. Als onderdeel van het Oostenrijks/Hongaarse rijk van toen zat het in dezelfde hoek waar ook mensen als Ferdinand Porsche in de rondte liepen. Nadat de Eerste Wereldoorlog een einde maakte aan het oude keizerrijk van Sissi en meer van die oude bestuurders, viel een deel van de auto-industrie ineens onder een ander landsbestuur. Tsjecho-Slowakije werd opgericht, in feite een samenraapsel van wat oostelijke provincies van het Keizerrijk Oostenrijk-Hongarije. Tatra werd geboren en genoemd naar dat bekende gebergte dat in deze streken zorgt voor een afwisselend landschap.

En dat Tatra ging verder waar het voor die eerste wereldbrand was gestopt, met auto’s en trucks bouwen. Na een paar jaar al onder leiding van de sublieme ontwerper Ledwinka die ik al eens eerder hier heb beschreven. Ledwinka vond van alles en nog wat uit, waaronder de onafhankelijke wielophanging en het ruggegraatchassis. Dat zorgde voor veel meer comfort bij de auto’s die er mee werden uitgevoerd. Maar nog belangrijker waren de stroomlijnmodellen uit de tweede helft van de jaren dertig. Tatraplan heetten die wagens en ze hadden steevast de motor achterin. Dat was volgens Ledwinka essentieel om die stroomlijn optimaal te maken. En zo ging hij door met een hele reeks wagens die tot ver na de Tweede Wereldoorlog werden gebouwd door de Tsjechen.

Na de oorlog kwamen die auto’s ook deze kant op. Zij het met wat voorbehoud, want door het ruilsysteem dat in die jaren bestond tussen Nederland en Tsjecho-Slowakije konden er maar beperkte aantallen deze kant op worden gehaald door importeur Englebert. Vooral de luxe versie 87 kwam maar heel mondjesmaat naar Nederland. Daarbij kreeg je een ook in die periode futuristisch ogende auto, met een grote rugvin, een 3 liter grote V8 met twee bovenliggende nokkenassen die een top bood van 161km/u. Een goedkopere versie was de 97 waar een viercilinder boxer het werk deed. Die auto stamde qua ontwerp uit 1936. En als je die zaken eens met elkaar verbindt zie je dat toen meneer Porsche een tijdje bij Tatra stage liep hij wellicht wat ideetjes opdeed voor zijn latere Kdf-wagen die wij leerden kennen als VW Kever.

Al was het maar omdat de Fuhrer, Adolf Hitler, zelf die stroomlijnwagens uit Tsjecho-Slowakije zeer wist te waarderen. Overigens kon Tatra net als Skoda de productie na de oorlog snel op starten en was men in staat om die geliefde stroomlijnwagens weer even snel te leveren. Uiteindelijk verdiende men het grote geld vooral met de fabricage van trucks. Ook die werden bij ons bekend. De personenwagens bleven buitenbeentjes. Al was het maar door de prijs en de zeer beperkte levering. Personenwagens bouwde men nog tot in de jaren negentig door. De laatste was de T700, waarover later nog eens meer. In dit geval ging het me meer om een stukje illustratie voor mijn vervolgverhaal en als aanvulling op het idee dat het huidige Tsjechië toch de bakermat is geweest voor heel wat grote maar soms wat vergeten automerken. Heb ik hiermee weer een stukje ingevuld…En o ja, Tatra bouwt nog steeds stevige trucks die tegenwoordig gelukkig ook weer in Nederland te koop zijn.  (Beelden: Yellowbird/Tatra/Wiki/Oost-Europa)

Leven met de Vliegende pijl – 37 – aanpak reclame en PR!

Ook op reclame- en PR-gebied moest in die periode een enorme inhaalslag worden verwezenlijkt. We hadden op enig moment na mijn aantreden, ook op mijn verzoek, het oorspronkelijke uit de Binckhorsttijd stammende reclamebureau al vervangen. Er moest aandacht komen voor de nieuwe generatie Favorits middels een campagne die zou binnenkomen als een mokerslag. Maar met alleen een beetje reclame was je er nog niet. Onderzoek wees uit dat veel potentiële klanten ons merk nog nauwelijks meenamen als ze een nieuwe auto overwogen en de Favorit als model in zijn klasse bepaald niet bekend bleek. Daarbij behoorden we nog steeds tot de ‘Oostblokmerken’ en waren de vooroordelen daaromtrent niet van de lucht. Daarbij hielp ook het feit niet dat het autojournaille bepaald minder positief over het merk schreef. Zelfs regelmatig gemaakte reisjes naar het land van herkomst waar men de VW-invloed goed kon bekijken waren niet overtuigend genoeg geweest om deze lieden hun kennelijke vooroordelen te laten bijstellen. Het mankeerde nog maar aan het feit dat men durfde beweren dat bij Skoda galeiboeven die wagens in elkaar staken. Als er iets bezijden de waarheid was dan toch wel dat, elke keer als ik in Tsjechië was zag ik de enorme veranderingen en ook hoe de van VW afkomstige Duitse managers vooral de fabriekshallen schoon en efficiënter maakten.

Er was dus aanleiding genoeg om de boel publicitair eens op te frissen en ook op reclamegebied wat meer aandacht te vragen voor onze producten. Waarbij we ook in acht moesten nemen dat we werkten met zeer beperkte budgetten en de Tsjechen ons in hun denken over het eigen merk weinig konden helpen met goed of in Nederland bruikbaar reclamemateriaal. Bij een marktaandeel in eigen land van 55% was het nauwelijks mogelijk begrip te vragen voor een andere aanpak in Nederland die paste bij een zeer grote bescheidenheid. Hoe dan ook, na enig zoeken en onderhandelen vonden we dus een leuk nieuw Amsterdams reclamebureau waar men na bestudering van de voorliggende problematiek in staat bleek een aansprekende slagzin (Staalhard Skoda!) te combineren met een spot die de Favorit zeer duidelijk onder de aandacht zou brengen. Het idee was om een nieuwe Favorit Monomotronic te laten ’molesteren’ door een zestal sportschooltypes in een soort van Blues Brothers outfits en dan aan te geven dat die wagens daar goed tegen konden. Immers…staalhard! Natuurlijk waren de gebruikte auto’s vooraf geprepareerd, motordeksel en kofferbak moesten tenslotte probleemloos op en neer worden bewogen en ook de portieren kregen deze behandeling. Het resultaat was schokkend overtuigend. Zelfs de grootste ‘baas’ van Pon Holdings op dat moment, de heer Wim de Grefte, vond het desgevraagd aansprekend en verfrissend. Vroeg zich alleen wel af hoelang we zouden kunnen doorgaan met deze slogan, immers, de nieuwe modellen uit Tsjechië zouden van een andere soort en aard zijn. Maar goed, ‘for the time being’ moest het kunnen. Het imago werd in ieder geval verbeterd, de spot viel, ondanks de relatief lage frequentie van uitzenden, op en de dealers voelden zich gesteund. Al was het maar omdat de afsluiter ‘Volkswagen-Groep’ hen het idee gaf dat ze nu ineens behoorden tot de eredivisie van het merkenland.

Onderliggend werkten we ook aan dealerondersteuning waartoe we een ander bureau aanstelden dat dealers kon helpen met lokale advertenties die tenminste in de stijl van het merk bleven. De Skoda-dealers neigden er namelijk toe om ongeveer alles aan te grijpen zich te profileren, mits het maar niet te veel moeite hoefde te kosten. Dus adverteerde men met veel knip- en plakwerk in de lokale sportkrantjes, op het voetbalveld of in de regionale weekbladen. Veelal met naamsvermeldingen die nog stamden uit de oude Binckhorstdagen, maar ook met een toevoeging rond de VW Groep die groter werden afgedrukt dan de merknaam Skoda zelf. Wij stelden op indicatie van de fabriek regels vast waaraan onze dealers zich op dit terrein moesten confirmeren. Dat lukte maar met mate. Ondanks alle ondersteuning was het toenmalige korps een ratjetoe van zelfstandige en kleine ondernemers die ongeveer ‘alles beter wisten dan de toenmalige importeur‘. Als die importeur nu maar voor vele tonnen reclame zou maken, kwam het bij hen met die verkopen vanzelf wel goed…. Jaja. Helaas brachten ze in de verste verten de winst niet die had kunnen leiden tot die gevraagde investeringen op reclamegebied. Rest nog om in dit stadium aan te geven dat de Favorits die we terugkregen na de opnamen van de spot, meteen naar de schadeafdeling konden waar we een totale schade van zeven duizend gulden mochten noteren. De heren figuranten hadden iets te driest de boodschap willen brengen en zo Staalhard bleken die Favorits onder die wel erg extreme omstandigheden kennelijk nu ook weer niet te zijn……

Maar we deden nog meer. We ontdekten op enig moment bij een bezoek aan een Lada-dealer ergens in het land die we wilden omvormen tot een vertegenwoordiger van het ’ware geloof’ dat de Lada-importeur een eigen krant uitgaf voor de rijders van het Russische merk. Dat vonden we een leuk initiatief en besloten dat wij dat ook moesten doen. Maar dan in magazine-vorm, iets chiquer en vol informatie over alle transformaties die Skoda in zich had op dat moment. Skoda Vizier was geboren. Het kwam goed aan bij zowel de Skoda-rijders als de dealers. Het was een aardig blad en het heeft nog jarenlang daarna bestaan. We deden om de kosten te drukken, zelf de redactie. Maar laten we niet vergeten dat er ook enkele dealers waren die wel zeer pro-actief bezig waren klanten te binden, zoals het toen bekende dealerbedrijf van Lakeman uit De Rijp. Brutaal als de beul en met veel steun van Jaap van Rij die de financiele onderbouwing in elkaar stak, leverde Lakeman een zestal Favorit Pickup’s via een lease contract en met metalen opbouw aan de lokale PTT. Voor de postbezorgers een stap vooruit, voor Lakeman en Skoda een aardig stukje publiciteit dat wij niet verloren lieten gaan. Los van de afgunst bij sommige collega-dealers die meenden dat zij dit op deze wijze ook konden, was het toch vooral een positieve benadering die ons allemaal een steun in de rug was. En dat we er in Skoda-Vizier veel aandacht voor hadden spreekt voor zich. Overigens gaf de PTT na deze deal met Lakeman direct een instructie af dat Skoda niet behoorde tot de preferente aanbieders van vervoer voor deze postbestellers. Dat was indertijd namelijk Renault. We waren gewoon door de mazen van de binnen het bedrijf geldende regels op dat gebied geglipt. Met dank aan onze eigenwijze Noord-Hollandse dealer die zijn markt wel actief bewerkt had. In het verlengde van dit verhaal mag niet onvermeld blijven dat ook een dealer uit Enschede, Kuster, in staat was om een reeks Pickups te verkopen aan zijn lokale gemeente. Ook een prestatie die we de nodige aandacht gaven. Overigens moet ook nog even worden vermeld dat in de jaren voor Pon importeur werd het contact tussen fabrikant, land en gebruikers bij Skoda zelf werd onderhouden via een heel leuk gemaakt en overtuigend magazine, dat onder de naam Motor Revue verscheen. Je kreeg er als dealer maandelijks een paar geleverd die we niet alleen in die jaren helemaal stuk lazen maar ook op de leestafel in de showroom neer legden. Zoveel steun kreeg je niet, dus alle hulp was welkom. Wordt vervolgd – (Beelden: Yellowbird archief/Skoda/Pon/internet)

Angie Dickinson – kent u haar nog?

Zo af en toe krijg ik ineens een soort brain wave en moet dan zomaar ineens denken aan intussen vergeten filmsterren. Vaak vrouwen, die maken nu eenmaal meer indruk op me dan mannen, u wilt me wel vergeven in deze gender neutrale wereld anno 2019. De naam die me onlangs te binnen schoot was die van Angie Dickinson. Een in haar hoogtijdagen erg interessante en knappe verschijning die heel wat films met haar persoonlijkheid vulde en ook in series de nodige rollen mocht spelen. Geboren in 1931 is ze nog steeds levend en wel en dus intussen 88 jaar oud. Dickinson dankt haar achternaam aan haar eerste echtgenoot. Dat was een American Footballspeler. Ook in die periode nam ze acteerlessen en startte haar carrière. Als je ziet in welke series en films ze allemaal speelde duizelt het zowat. Ongekend. Ze was opvallend omdat ze ondanks haar uiterlijk weigerde om typische blondevrouwenmetweinighersens te spelen. Ze had een afkeer van het type Marilyn Monroe of Jayne Mansfield. Niet zo gek als je weet dat Dickinson in haar jonge jaren een graad in ‘handelswetenschappen’ behaalde. Inhoud wilde ze, charisma had ze.

Haar doorbraak voor de TV behaalde ze in de serie ‘Police Story’ die later een spin-off kreeg met haar in de hoofdrol. Vier jaar lang was ze in die reeks (Police Woman) te zien. En ze bleef actief als actrice tot het begin van deze eeuw. Later deed ze nog mee in een soort liveshow waarin mensen tegen elkaar pokerden. Als goede pokeraarster voelde ze zich daarin prima op het gemak. Dickinson was tussen 1965 en 1980 getrouwd met Burt Bacharach waarmee ze een dochter kreeg die helaas leed aan allerlei aandoeningen en zichzelf in 2007 van het leven beroofde. Haar echt allerlaatste rol speelde ze op 76-jarige leeftijd in Mending Fences, een Tv-film. Daarna werd het stil om haar persoon. Je kunt je voorstellen dat ze na het overlijden van haar kind ook geen zin meer had. Daarbij zijn oudere actrices ook niet meer zo gevraagd in het moderne mediawereldje. Angie Dickinson, wie in de jaren zeventig tv keek zal haar wellicht nog kennen als Leann ‘Pepper’ Anderson. Een ook in ons land uitgezonden serie met haar in de hoofdrol. Of ze daarna nog bij de gemiddelde Nederlander in de herinnering is gebleven is de vraag. Een vraag die ik met dit verhaaltje even trachtte in te vullen of beantwoorden. (Beelden: Internet/Wiki)

Spreekfatsoen….

Stel je nu eens voor dat je tijdens een gesprek met je partner, vrienden, collegae of wie ook, telkens in de rede wordt gevallen als jij iets wilt vertellen. Wat doe je dan? Praat je door, ga je wat luider spreken of zelfs schreeuwen of houdt je de mond en laat jouw persoonlijke fatsoen zien?! Wie het eerste als reflex voelt zal naar mijn idee ideaal geschikt zijn als politicus anno 2019. Kletskoekers met een zelf bedachte boodschap kwaken dwars heen door de argumenten van anderen. Je stelt een vraag en als het antwoord je niet bevalt klets je daar dwars doorheen. Het resultaat, zo bleek recent bij het door RTL uitgezonden ‘lijsttrekkersdebat’. Met name de in de achterban bejubelde voorlieden van D66 en Groenlinks luisteren niet naar argumenten maar hadden van hun ‘spindoctors’ advies gekregen de ander er onder te kletsen. Schreeuwend desnoods!

De ‘goede groene zaak’ vraagt daarom volgens hun eigen redenatie.  We hebben nu de kans naar Noord-Koreaans model onze boodschap uit te dragen. Tegenstand is zinloos, en we schilderen die mensen met kritiek op onze heilige boodschap gewoon af als ‘nationalistisch’ of ‘niet ter zake kundig’. Intussen benutten we zelf onbewezen feiten en cijfers. Want winnen zullen we. Nu ging het in dat debat toch over de aanstaande verkiezingen van de Provinciale Staten die deels verantwoordelijk zijn voor het aan banen helpen van uitgefaseerde politici van de tweede garnituur die in de Senaat wetten zoals die idiote ‘Energietransitie’ moeten beoordelen op het realiteitsgehalte. Hoe groter het aandeel van links, hoe sneller we met zijn allen aann het financiele infuus hangen. Maar dat is voor die schreeuwers niet relevant. De man die het best bleek opgewassen tegen al dat verbale geweld was Dijkhof van de VVD. Aangename man, lastige boodschappen bracht hij netjes en duidelijke voor het voetlicht. En was uiteindelijk toch de morele winnaar van de avond.

Want slechts samenwerking en overleg kan ons land redden. En niet die loopgraven waarin Jetten en Klaver samen hun groene derrie zitten uit te poepen. Dat er dan aan de andere kant van hetspectrum wat lieden zijn die roepen over uit de EU stappen en zo voort neem ik maar mee met een korrel zout. Grappig ook om te zien dat de nieuwe erfgename van de SP zelfs de voorgekookte antwoorden van haar opponent uit haar hoofd kende en van de leg raakte toen die antwoorden anders bleken uit te pakken. Fatsoen, het was er niet en zo zag ik wat ik altijd al beweerde voor mijn eigen ogen afspelen. Het populisme komt tegenwoordig van links. Van partijen die vroeger het fatsoen hadden om tegenstanders uit te laten praten. Doet men nu niet meer. En dat is geen goede ontwikkeling. Ik voorspel derhalve dat ook deze verkiezingen op de 20e a.s. weinig overtuigde stemmers trekken. We geloven die lui niet meer. En rara aan wie ze dat zelf te danken hebben….. (Beelden: internet)

Heteluchtmotor – Nieuwe kansen??

Wie mij nu al een jaartje of twaalf volgt op mijn blogs weet dat ik niet veel op heb met lieden die van alles en nog wat beweren zonder bewijs voor hun stellingen. Feiten zijn nl. anders dan meningen. Als je dus gek bent op elektrische auto’s is dat nog steeds geen bewijs voor je gelijk. Je geeft een mening. En wellicht niet zo goed onderbouwd ook nog.  Dat elektrische rijden stamt van dik een eeuw geleden. En kwam er niet omdat al snel bleek dat de toenmalige benzineauto’s heel wat efficiënter waren. Zelfs stoommobielen waren nuttiger in het gebruik. Stoom? Jawel, net als stoomlocomotieven en andere werktuigen draaiden die wagens op een stoommachine die met kolen (of later olie) werden gestookt. Nog wat later verscheen de super-efficiënte Diesel. En veranderde ons autorijden volkomen. Een motor die af en toe nog wel eens voorbijkwam was de zeer efficiënte Stirlingmotor.

Een gesloten circuit dat draait op hete lucht en daarbij in staat is om vooral stationair kracht te leveren. Een uitvinding die al een jaar of tweehonderd geleden werd gedaan en steeds verder geperfectioneerd. Via wat extra apparatuur als een regenerator blijft het systeem gesloten en is die Stirling schoon en efficiënt. Net als elektrische auto’s en stoomwagens werden auto’s met Stirlingmotoren gezien als niet handig en weinig efficiënt. Jammer, want in onze moderne tijd zou er heel wat eer mee te behalen zijn. Stirling, jawel de man was officieel de uitvinder van de heteluchtmotor, dankte een deel van zijn technische innovatie aan een nog veel ouder concept, dat al stamt uit 1699 en kwam uit de handen van de heer Amontons. Kortom, een heel oud principe, maar niet doorgezet naar onze moderne tijd.

Al draaien er nog wel wat pompen en andere stationaire machines op deze motoren. Grappig genoeg gebruikte ons eigen Philips Stirling motoren om stroom op te wekken in derde-wereld-landen waarmee men daar radio’s van het merk kon beluisteren, of later Tv’s. De Zweedse marine gebruikte Stirlingmotoren aan boord van haar onderzeevloot. Later nam ook Singapore soortgelijke schepen in gebruik die ook op Stirlingmotoren draaiden voor wat betreft de opwekking van stroom. En daar komt dan mijn stelling weer omhoog. Waarom gebruiken we die techniek niet om stroom op te wekken bij die huizen die nu het risico lopen vol behangen te worden met zonnecellen of zelfs een windmolen van tientallen meters hoogte in de tuin. Die motoren zijn buitengewoon efficiënt, zijn relatief stil, en zijn juist interessant als de kosten voor opwekken stroom of de bekende brandstoffen stijgen. Luchtmotoren die niet neigen naar luchtfietserij. In deze jaren vol indoctrinatie vanuit de linkse beweging een prima alternatief. Nu eens zien wie de feiten kent en er iets in ziet. Techniek uit de 17e eeuw benutten in de 21e. Dat is me wat! Wie er iets in ziet moet het maar melden. Wellicht kan ik een businessmodel opzetten er voor……Zou Skoda ze trouwens maken?? Toch eens vragen…..(Beelden: Internet/Auto.blog-archief)

Leven met de Vliegende Pijl – 36 – Afwijkende modellen..

Ik gaf al eerder aan dat toenmalig algemeen-directeur Jaap van Rij goed was in het boven water halen van bijzondere Skoda’s. De door het Praagse bedrijf MTX gebouwde cabrio’s op basis van de Favorit waren daarvan een voorbeeld. Maar hij ging verder. Tijdens een van zijn bezoeken aan het Tsjechische thuisland voor het merk ontdekte hij een ‘elektrische’ Favorit. Gebouwd door Skoda Transportation, niet door de nu bij Volkswagen behorende personenwagendivisie, maar dit was de treinenfabriek van het vroeger zo grote concern, die intussen was overgenomen door of nauw samenwerkte met Siemens. En die lui hadden een gewone Favorit ontdaan van zijn benzinemotor en bijbehorende aandrijflijn en er een stevige elektromotor voor in de plaats gezet. Kofferbak en zitruimte werden deels aangepast om de benodigde lading accu’s plek te geven en de auto kwam als milieuvriendelijk alternatief op de lokale markt. Als hatchback en ook een erg aardige Pick-up met een fraaie kunststof kap boven de laadbak. Omdat de AutoRAI 1993 op komst was, die toen al in het teken zou staan van het milieu en vrijwel elk merk daarvoor een auto met elektrische aandrijving of iets wat daarop leek zou showen, was voor Jaap van Rij duidelijk dat hij hier op verrassende wijze voor ons merk de show zou kunnen stelen. Hij nam een hatchback en Pickup in consignatie en liet die wagens naar ons land komen. Aangepast voor de RAI (waarbij we de motorklep meestal lieten vervangen door exemplaren met een transparant hart zodat bezoekers zonder dat die kappen steeds open hoefden naar de aandrijflijn konden kijken) zetten we apentrots die elektrische Favorit neer op onze stand.

Tussen de nieuwste Monomotronics en de op dat moment in de aanbieding zijnde en net geintroduceerde ‘Brooklyn’ en ‘Manhattan’ actiemodellen van de oudere Forman-Ecotronics. We moesten immers alles uit de kast trekken om klanten aan ons merk te binden. Daarbij moet gezegd dat die bijzondere en milieuvriendelijke Favorit gewoon heel goed reed. Men had de oorspronkelijke vijfversnellingsbak weten te koppelen aan de elektrische aandrijving en dat gaf de auto mede doordat eigenlijk alles van de Favorit gewoon terug te vinden was, een prima wegligging en een zeer stille ervaring als je met die wagens reed. De Pickup benutten we meestal voor wat persritten, maar dat ging niet altijd even goed. Want net als nu nog steeds het geval is, moest je natuurlijk niet plankgas gaan rijden met die elektrische wagens. De actieradius nam omgekeerd evenredig af met de snelheid die je ontwikkelde en dat hield in dat sommige proefritten al na een kilometer of 80 over waren. Positief was men echter wel over de wagens, maar dat probleem van die te rijden afstand was ook indertijd al best groot. Toen ook bleek dat Marketingmanager Farsky indertijd bij een bezoek aan onze RAI-stand na het zien van wat we daar hadden uitgestald woedend dreigde met opzegging van ons importeurscontract was het wel verstandig om het experiment van die niet door Skoda Automobilova geleverde elektrische wagens dan toch maar stop te zetten. Na de RAI werden ze keurig geretourneerd aan de Tsjechische zusterfabrikant.

Maar we hadden wel lekker veel publiciteit gekregen. De boosheid van Farsky zat hem vooral in het feit dat die wagens helemaal niet van Skoda in Mlada Boleslav kwamen maar uit Pilsen en niets met de VW-Groep van doen hadden. Daarnaast waren die actiemodellen Brooklyn en Manhattan van ons natuurlijk ‘oud spul’ en dat hoorde niet op de RAI thuis vond hij. Wij keken daar toch heel anders naar. Verkoop was belangrijk en de RAI bleek een prima plek om een stel van die wagens voor onze dealers te verkopen. Minder publiciteit behaalden we overigens met de al eerder genoemde Pickups. Favorits met een laadbak, qua onderstel gelijk aan de Forman stationcar, maar dan meer voor het robuuste werk geschikt gemaakt. Omdat er geen diesel in zat was de auto hier in ons land vrijwel niet te slijten. Ook al omdat dealers (m.u.v. een enkele uitzondering)geen aandacht hadden voor het bewerken van de zakelijke markt. Ook hier werd later weer een truc voor toegepast die prima zou werken. In Eindhoven zat een in ombouw van bussen en andere voertuigen gespecialiseerd bedrijf; Smulders. Die lui waren goed in het aanpassen van auto’s t.b.v. onder meer het gehandicaptenvervoer. Skoda leverde de Pickups met een paar opbouwen boven die laadbak. Je had zeiltjes, metalen laadbakken en een wonderlijke versie met een vrij hoge kunststof opbouw.

Die laatsten waren door dat uiterlijk, ondanks het grote laadvoulme, extra lastig te slijten, maar via Smulders bleken het uitstekende wagens om er een van de meest bijzondere projecten ooit mee op te zetten. De unieke Skoda Favorit Panorama was geboren. Ideaal voor het vervoer van invaliden in hun rolstoelen. De auto kon elektrisch knielen, had oprijdplaten aan boord en een lier voor het naar binnen halen van de gerolstoelde passagier en je kon zelfs extra zitjes bijbestellen voor nog wat begeleidende passagiers. De wand tussen cabine voor en achter werd doorbroken, en grote (panorama)ramen in de zij- en voorkant van de opbouw aangebracht, en zo was een nieuwe telg voor onze toen nog niet zo grote prijslijst geboren. En niet zonder succes. Het bleek een gaatje in de markt te zijn. Tot de komst van de latere Felicia’s werden ze verkocht en was de samenwerking met het hard werkende echtpaar Smulders voorbeeldig. Een nog wat wonderlijker variant op het Favorit thema was de Forman Plus. Een auto waarop men in Tsjecho-Slowakije ambulances baseerde. In feite een stationcar waarvan men dan het dak verving door een enorm hoge en wat wonderlijk gevormde kunststof opbouw. Een auto die je in het thuisland regelmatig zag als bestelauto. Maar die door het ontbreken van (opnieuw)een dieselmotor nooit echt tot ontplooiing kwam in ons land. Al waren er wel bedrijven voor te vinden.

Ik zelf verkocht er nog een aan een oude relatie die in die jaren bij ons het computernetwerk zou vernieuwen. Die was er dolblij mee. Maar verder was het lastig om er een brede markt voor te vinden. Net zo min als voor de zeer praktische Praktik, op zich niet veel meer dan een Forman zonder ramen en op grijs kenteken. Een kant-en-klare bestelwagen die het gamma van Skoda weliswaar verbreedde maar om alle gegeven redenen nooit tot een groot succes kon worden gemaakt. Maar de kansen lagen er wel, de aandacht bij de importeur was er, maar de professionaliteit onder toenmalige dealers helaas wederom niet. De zakelijke markt was er wellicht ook nog niet rijp voor. De echte ‘omzet’ kwam nog steeds van de Favorit hatchbacks en Forman stationcars. En die werden nog steeds vaak verkocht aan particulieren. Wordt vervolgd. (Beelden: Skoda/Yellowbird archief)

 

Letty de Jong

In deze tijden van riedeltjes of via wonderlijk gegil wijsjes aan de man of vrouw brengende zangeressen zou een echt goede vocaliste als Letty de Jong vermoedelijk dienst moeten doen in bejaardenhuizen. Maar feit is dat zij ooit een van de grootste talenten van ons land was als het ging om zangwerk voor radio, tv en film. Ze werd geboren in 1936 en kwam pas ergens in de jaren zestig echt in de belangstelling van wat toen de muziekscene vertegenwoordigde. Zoals via de intussen ook bijna vergeten presentator Willem Duys. Die draaide haar consequent in zijn programma’s en combineerde haar met de voorliefde die hij uitstraalde richting Rogier van Otterloo. Ze zong mee op hitnummers als ‘het is weer voorbij die mooie zomer’ van Gerard Cox, maar zong ook het bekende nummer ‘Chanson pour Milan’ in de film ‘Nummer 14’ over Johan Cruyff. Verder was ze te horen op platen van The Skymasters, Chris Hinze, Rita Reys, Conny Vandenbosch en zelfs Drs.P. Ze zong jingles in voor Radio Veronica en o.a. herkenningstunes voor het programma van de zo wreed vermoorde Theo van Gogh.

Naast haar zangwerk acteerde ze ook nog en speelde o.a. rollen in hoorspelen op basis van de boeken van Per Wahloo en Maj Sjowall. Als actrice trad ze ook op in de TV-serie ‘Het Meisje met de blauwe hoed’. Als zangeres bracht ze twee albums uit die in resp. 1974-75 verschenen. Letty de Jong had een gouden keel. Niet het uiterlijk van de grote ster. Ook niet de behoefte om met allerlei kunst- en vliegwerk haar carriere overeind te helpen houden. Gewoon een goede zangeres die paste in het tijdperk van toen. Na de jaren tachtig werd het stil rond haar. Gek genoeg moest ik onlangs ineens aan haar denken. Ik had geen idee of ze nog ergens leefde, maar dat bleek bij nazoeken niet het geval. In 2009, tien jaar geleden dus alweer, in Laren overleden. Toen was ze pas 72 jaar oud. Bepaald te jong zou ik denken. Maar liet wel een mooi oeuvre na. En tien jaar later kreeg uw meninggever de inspiratie om haar even in de herinnering te halen. U wilt me wel vergeven mag ik hopen…toch?!  (Beelden: Internet/Wiki)

Glaasje wijn….

Ik ben op het gebied van alcoholische drankjes een beetje een saaie broeder. Pas laat ontdekte ik de geneugten er van, en zo was mijn eerste glas bier dat ik tot me nam er een van de beste soort. Namelijk, in 1978, in het toenmalige Tsjecho-Slowakije bij de Urquell-brouwerij afkomstig uit de stad Pilzen. Dat bier smaakte weliswaar bitter, maar ik kon het wel waarderen. Wijn ging min of meer langs dezelfde soort weg. Tot ergens in mijn volwassen jaren liet ik het drinken er van achterwege. Nu kan ik van een goed glas wijn zeker genieten. Maar echt een kenner? Nee! En daardoor zal ik zelf niet zo vlug een fles open trekken om mijzelf te bedienen of verwennen. Nee, als het wordt gevraagd en we in goed gezelschap verkeren doe ik mee, en blijk ik nog steeds aan mijn eerste glas te zitten als de rest van het gezelschap de bodem van de fles allang heeft drooggemaakt. Als ik al iets drink, dan toch vooral drankjes met een ‘zoetje’.

Martini Bianco on the rocks bijvoorbeeld, of het heerlijke Liqor43. Dat kan ik nog wel waarderen. Maar zelden zodanig veel dat ik er aangeschoten zou raken. Dat werd ik overigens heus wel eens hoor. Met name de Tsjechen hebben een drankenaanbod waarbij de alcohol rijkelijk is verwerkt in de smaak. Paar glaasjes en hup, je voelt je wazig. Nog wel eens meegemaakt. Thuis komt dat zelden voor. En heel eerlijk, als ik geen alcohol zou drinken om welke reden ook, zou me dat niet deren. Neemt niet weg dat ik dus dat glaasje wijn bij en met de lieve vrienden of familie zeker niet weiger hoor. Soms smaakt het spul prima, elke slok weer. Maar moet je daartoe een halve liter wegwerken? Neuh! Ik denk toch dat ik een soort tic heb overgehouden aan de jeugdjaren toen drankzucht best vaak kon worden gezien in de gezinnen om me heen. En mijn leasepa spuwde er ook niet in. Waarbij hij ongeveer alles dronk, behalve wijn. En ik mijn oma vaak zag genieten van een advocaatje met slagroom. Ze werd er een stuk spraakzamer door.

Maar dat kan ook mijn kinderlijke toenmalige verbeelding zijn. Volgens mensen die me echt kenden maakte het voor de gezelligheid niet uit dat ik indertijd en niets dronk. Kletsen doe ik ook wel zonder dat spul. En toen ook al. En o ja, hoe zit dat dan met dat bier? Wel, heel simpel, ik drink dat eigenlijk alleen als het buiten 30 graden of meer is, lekker in een koud gemaakt glas, op een terras. Lekkerste bier kwam ook nu weer uit Tsjechie, waar ik vaak verkeerde voor het werk en bier domweg hun standaard aanbod was bij welke onderhandeling ook. Qua smaak gevolgd door het vaak ook lekker straffe Duitse bier. Kan ik bij warm weer ook zeer van genieten. Maar om er nu trillende handen van te krijgen? Nee! Wij draaien vaak de zomervoorraad door als het koud wordt omdat de houdbaarheidsdatum regelmatig wordt overschreden. Dus ook als bierdrinker ben ik mislukt. Saai he? Nou ja, dat is dan maar zo. Maar omdat ik vrij nuchter blijf ben ik wel in staat om dit soort stukjes te tikken. Ben wel benieuwd hoe mijn lezers/lezeressen omgaan met een drankje en welke dan voor hen het meest aantrekkelijk is. Ik dank bij voorbaat voor de antwoorden en zeg uiteraard: ‘Proost’ op jullie aller gezondheid..(Beelden: Internet/Yellowbird)