Afstand houden….

Ze had het allemaal al meegemaakt vond ze zelf. Mannen die van alles van of met haar wilden toen ze nog een puber was. Ze hield ze sindsdien op afstand. Want voor je het wist zaten ze met hun handen op plekken die ze toen zelf nog nauwelijks had ontdekt. Later op haar werk kreeg ze te maken met collega’s die meenden dat het halen van een extra kopje koffie voor die lui een vrijbrief was om even onder haar rok te graaien of haar een tik op de billen te geven in het voorbijgaan. Ze leefde liever in een wereld waarin dit niet voor kwam. Boeken met een romantisch inslag, over prinsen die slapende prinsessen wakker kusten of desnoods redden uit een toren waar die dames gevangen werden gehouden door boze vaders of stiefmoeders. Ze zweefde weg bij romantische teksten van bepaalde zangers of zangeressen. Ze genoot van bepaalde films of series op tv. Maar in het echte leven wilde het maar niet lukken met de romantiek. Omdat ze zelf afstand hield. Op vakantie ging maar alle hunks aan zich voorbij liet gaan. Geen zin in het gedoe. Ze vermaakte zichzelf wel. Geen zin in zwangerschap, ziekten of gedoe. En zo leefde ze haar verdere leven. Weinig dieptepunten, een enkel hoogtepunt. Woonde op haar flat met haar kat en genoot van wat het leven te bieden had. Die ene keer dat ze eindelijk een man toeliet in haar leven werd het een mislukking. Hij was dominant, vertelde precies wat zij allemaal moest doen, maar stak zelf geen vinger uit in het huishouden. Nou ja, wel naar haar en dat was even leuk. Op enig moment vermoeide het haar echter en nam ze afstand. Mikte hem de deur uit. Weer een ervaring rijker en een illusie armer. Ze kon zich  niet geven had ze gemerkt, maar wilde ook niet nemen. Ze wilde gewoon met rust gelaten worden. Op het werk deden ze dat gelukkig. Ze werd ouder, men tikte haar niet meer op de billen en de collega’s waren vaak jonger dan zij. Op haar 60e kreeg ze een leuk uitje van haar chef. Restaurant, een bonus,een toespraakje. Na afloop ging ze naar huis. De kat wachtte op haar. Daarmee hield ze hele gesprekken. Die was altijd goed voor haar. Na haar pensioen, een aantal jaren later, maakte ze de balans op. Geen kinderen, dus ook geen kleinkinderen, geen schoonfamilie en haar eigen vader en moeder intussen overleden. Ze was alleen. En zo stierf ze. Werd begraven door buren en enkele oud-collega’s. Die bij het afscheid nemen keurig afstand hielden. Het was coronatijd…..zij had er wellicht zelf van genoten. Heerlijk, niet klef of zo. Nou ja de cake na afloop…maar verder. Het was goed zo….

Huisarts vooral doorverwijzer….

Als ik iets van mijn moeder heb overgenomen, dan toch vooral een zekere reservering ten aanzien van de medische zorg. Witjassen zijn vaak mensen van het slechte nieuws, de pijn, de vervelende behandelingen. In die corona-ellende neem ik overigens diep de pet af voor deze beroepsgroep hoor, maar wel genuanceerd. Laten we wel zijn, ze doen hun werk, daarvoor hebben ze gestudeerd en wij zijn geen patienten maar klanten. Zoals ik mijn leven lang klanten ook heb verwend en verzorgd. Maar mijn verhaal gaat dit keer over een andere soort witjassen. De huisartsen onder hen. Toch normaal gesproken de eerste lijn-verzorgers van ons aller fysieke welzijn. Vroeger waren dat mensen die omdat ze gestudeerd hadden en niet meer behoorden tot de kappers/chirurgijnen waartoe ze ooit werden gerekend, status hadden opgebouwd. Als wij vroeger al naar de huisarts moesten, kinderen hadden nog allerlei kwalen die je kon toeschrijven aan de jeugd of contact met straatvuil, want wij speelden daar nog, dan toch wel naar die ‘ene’ waar mijn moeder veel vertrouwen in had. Die zetelde in het chique Amsterdam-Zuid, waar hij in een duur pand de beneden-etage huurde en had omgebouwd tot praktijkruimte annex wachtkamer.

Hij had een Indisch verleden zo ging het verhaal  en was naar mijn idee al een oudere heer toen ik heb wel eens bezocht. Dat was niet te frequent want deze arts deed de meeste kleine ingrepen zelf. Hij knipte zweren open en zo meer, of stak steenpuisten door, kwalen die je toen veel meer zag dan nu. Mijn moeder ging naar hem wel toe als ze iets mankeerde, doorverwijzen had geen enkele zin, daar deed ze toch niet aan mee. Als de huisarts het niet wist dan was het klaar. In geval van grote nood, kwam deze man ook naar ons adres en behandelde of bekeek ons ter plekke. Dat gold ook voor de (voor mij nieuwe)huisarts die ik leerde kennen na mijn trouwen. Die was al in de familie van vrouwlief en zetelde in een nog wat chiquer deel van Amsterdam-Zuid. Werkte op dezelfde wijze. Je kon met alles bij hem terecht, zelfs injecties tegen de meest gruwelijke tropische ziekten als je op reis ging. En als het er op aan kwam bezocht hij ons in zijn statige Volvo.

We hielden hem aan tot het niet meer ging en hij omwille van de leeftijd zijn praktijk opdoekte. Daarna, we waren intussen verhuisd naar het Nieuwe Land, kregen we wisselende huisartsen in een ‘Gezondheidscentrum’ dicht bij onze nieuwbouwwijk. Een goede band opbouwen was er niet bij. Men keek, vroeg vooral aan jou als patient wat jij dacht dat je mankeerde, en stuurde door. Naar specialisten in het lokale ziekenhuis of soms in Amsterdam. De nieuwe zorg, het nieuwe denken. Maar echt leuk was dat niet. Toch waren we tot dat centrum veroordeeld. Nadat we de polder verlieten en terugkeerden naar het 020-gebied kregen we na wat zoeken een nieuwe (vrouwelijke) huisarts. Van de ouderwetse soort. Praktijk aan huis, aardig, Tsjechisch van geboorte, luisterend oor, maar ook wel met een doorverwijzingsdrang. Later ging haar praktijk samen met die van een aantal andere huisartsen, een tandarts en nog wat therapeuten en vormde zich een nieuw medisch centrum. Handig wellicht, maar voor mij geen verbetering. Tuurlijk wordt je geholpen, maar men heeft de arm al bijna standaard richting ziekenhuizen wijzend  in de omgeving. Helpt niet meer dan nodig is en neemt tien minuten voor een gesprek of onderzoekje. Blijft lastig. En geeft meteen een drempel om met bepaalde klachten ter plaatse te gaan. Nog even los van de huidige ellende dat je pas na lang aandringen over een paar dagen terecht kunt. Nee, die oude huisartsen waren zo gek nog niet. Vertrouwenspersonen en in staat om ook op huisbezoek te gaan. Kom daar nu nog maar eens om. Ik chargeer het wat natuurlijk. Past bij de tijd. Maar wie van jullie heeft nog een goede band (voor zover nodig..) met de huisarts van dienst? En altijd dezelfde?? En ook tevreden over advies en communicatie??? Ik ben benieuwd….

De ene dierenarts is de andere niet…

Met drie katten in huis zoek je natuurlijk naar mogelijkheden om de beste zorg in geval van nood te koppelen aan een betaalbare prijs. En dat laatste speelt best een rol als je ziet hoeveel de normale dierenartsen tegenwoordig vragen voor een simpel consult. Nu speelde voor ons ook mee dat we in de afgelopen jaren niet alleen kapitalen brachten naar het professionele adres om de hoek (relatief dichtbij) maar ons meteen ook koppelde aan kort na elkaar voorkomend leed en verdriet. De oplettende lezer zal het niet ontgaan zijn wat ik daarmee bedoel. Kortom, toen we onze veestapel dus weer wat opbouwden met kittens zochten we naar een betaalbaar alternatief. Nou dat was er. Los van elkaar kregen we van de lieve mensen die ons deze kittens leverden het advies om toch vooral te gaan voor de dierenklinieken die zijn gevestigd in een tuincentrumketen die in ons deel van Nederland te vinden is.

Het scheelde inderdaad wel erg veel geld om de katten volgens de regels te laten vaccineren tegen de ras-kenmerkende ziekten en controleren op groei en gezondheid. Bleek allemaal prima geregeld en zeer betaalbaar. De dierenartsen zijn er veelal van de jonge soort en de assistentes lief en begaan. Alles liep dus een tijdlang goed tot we aanliepen tegen een bijzonder probleem bij onze twee toen jongste kittens. Na de verplichte injecties tegen kattenziekten en zo meer kregen ze een dag of twee later ineens een soort uitvalverschijnselen. Heel akelig om te zien. Dus snel naar die kliniek terug. De een na de andere kat (er zat enig tijdsverschil in de verschijnselen) gebracht en laten onderzoeken. Maar men kon niks vinden. Zat niet in het serum, kon niet! Maar wij hadden het wel. Dat gaf een ongemakkelijk gevoel. Het werd pas vervelend toen men ons opriep voor een vervolgvaccinatie en kennelijk niet meer wist wat we eerder al hadden meegemaakt.

Slordig. Dat vervolg gaven we daarom niet aan het verzoek. Eerst weten wat die uitval had veroorzaakt. Snapte men niet. Vond ons wat vreemd. Onlangs kreeg onze grote grijze vriend (net 1,4 jaar oud) last van zijn blaas. Leek op blaasgruis, maar daar was hij wel erg jong voor. Wij brachten hem dus weer voor onderzoek naar dat tuincentrum. Waar men liefdevol keek, voelde, en foto’s maakte. Maar niet echt wist wat te doen. Dezelfde dag tegen de avond bleek het probleem niet opgelost en belden we opnieuw. ‘Wat moeten we nou???’ ‘Helaas is de dierenarts er nu niet dus ik verwijs u door naar de spoedkliniek’. En die zat dus in een plaats op 20 minuten rijden. Gedaan…natuurlijk. Maar zonder echt resultaat. Men vond niks bijzonders. Maar het dier had wel last van spasmen. En de rekening voor dat consult was best pittig. Volgende dag weer naar de dierenarts in het tuincentrum. Die nam de kat op. Wilde zelf wel eens na een dag zien wat er loos was.  Bij ophalen na die hele dag kliniek was er weinig goeds te melden. Men had nl. eigenlijk niets te melden.

Niets gevonden. Maar de kat had ook slechts een drupje geplast. Niet goed, maar ja , wat moet je er mee… Dat was definitief het einde v.w.b. ons vertrouwen in die lui.. We brachten wat urine van de kat naar onze oude dierenarts om de hoek. Onderzoek daar leerde dat hij geen gruis of bacteriele infectie had. Maar als advies voor de compleetheid nog even naar dezelfde kliniek buiten de stad waar we eerder waren voor nog een zekerheidscheck. Deden we. De rekening was intussen opgelopen tot een aardig bedrag. Maar je wilt het beste voor je diertje. Trauma’s uit het verleden geven garanties voor heel wat ellendige frustraties in het heden. Met een pilletje en de zekerheid dat het vermoedelijk geen fysieke oorzaken had wat de kat meemaakte, wachtten we het af. Twee dagen later was het dier weer monter en gezond. Het lijkt uiteindelijk iets stressachtigs te zijn. Kan komen door geluiden uit de omgeving, maar ook door de andere katten. Hoe dan ook, daar houden we rekening mee. En voor de rest hebben we toch het kaf van het koren kunnen scheiden. Geld maakt niet gelukkig. Verkeerd besparen ook niet. Dan maar over die trauma’s heen zien te komen en de kliniek om de hoek onze dieren in geval van nood toevertrouwen…Scheelt ook veel rijden..En de liefde voor die dieren gaat toch boven veel, zo niet alles..(Beelden: Yellowbird)

Pannenkoekenhuis Hop in Ermelo – Blijven oefenen!

Wij waren voor een afspraak op een vooraf vastgelegde tijd in het Veluwse plaatsje Ermelo. En ontdekten dat daar in het centrum naast een hele reeks bekende ketenwinkels ook de nodige horeca-gelegenheden te vinden zijn. Niet dat we dit niet (meer)wisten, want bij vorige bezoeken een paar jaar geleden maakten we daar ook al eens gebruik van. Opvallend alleen, er wordt in dat centrum momenteel flink gesloopt en sommige oude adressen hadden daar onder te lijden gehad. Hoe dan ook, met een uurtje reservetijd op de klok namen we de gelegenheid te baat om even ‘iets kleins’ te eten bij het naar we later begrepen recent geopende pannenkoekenrestaurant Hop. Anders dan de naam doet vermoeden had men veel meer in de aanbieding. En het was daardoor best aardig gevuld. Maar nu ook weer niet zo dat je dit met meer dan een persoon in de bediening en nog een achter de counter nauwelijks zou kunnen verwerken. Het interieur van deze industrieel modern ingerichte zaak oogt overigens bij de tijd, men heeft links en rechts sfeervolle zitjes aangebracht en de temperatuur was er op de gure januari-dag dat wij hen bezochten goed op orde. Wat toch minder funtioneerde was de bediening. Het ging allemaal met horten en stoten en als ik dat als mens met een scherpe blik op efficiency en klantvriendelijkheid bekeek mankeerde er links en rechts wel iets aan. De man, later bleek de ondernemer die de tent runt, kwam weliswaar onze bestelling opnemen voor de drankjes, maar de gevraagde menukaart liet op zich wachten. Die kwam pas na een tweede verzoek aan een ook rond lopende jonge dame. Die nam ook onze bestelling op. Wij hoopten dat ze het snel kon regelen allemaal. Gelukkig lukte dat. De ondernemer was intussen bij een ‘bekende’ neergestreken en keek niet meer op of om. De bestelde tosti’s waren van een goede kwaliteit, mooi aangevuld met een tritsje chips en wat groenvoer. Ook een soort zelf gemaakte tomatensaus voor de dip. Best een aardig hapje en een leuk opgemaakt bord. De thee was van de biologisch verantwoorde soort. Wat er toch mis is met gewone ontbijtthee is mij een raadsel. In veel horecazaken krijg je ongevraagd hele vrachten theeverpakkingen voor je neus, zo ook hier, maar niet het bestelde. Uiteindelijk na lang zoeken toch gevonden. Kan allemaal beter…. Ik keek ook mee naar wat er zich aan de counter afspeelde. ‘Inefficient’ was mijn beeld. En dat viel me toch wat tegen. Want men heeft hier veel zo niet alles in huis om er een succes van te maken. Mits iets meer aandacht voor de klanten en wat minder voor organisatorische zaken als kassa opmaken o.i.d. Aan de geleverde spullen ligt het niet. Wel aan de training van de medewerkers. En toch..en toch…ik zou het hier best nog een keer proberen als ik in Ermelo te gast zou zijn. Maar wel een jaartje wachten. Tot men getraind is geraakt. Daardoor alleen al een iets lager rapportcijfer van 7,5. Met wat moeite en aandacht had dit een 9.0 kunnen zijn. (Beelden: Hop Pannenkoekenrestaurant/internet)

Relatief leven….

Ach, dacht het jonge stel, laten we eens een kind maken. Dat moet kunnen en past bij de verwachting die mensen van ons hebben. Daarbij was het maakproces uiterst plezierig en soms verdween daardoor het beoogde doel wat buiten beeld als het ging om het genoegen elkaar het leven plezieriger te maken. Maar op enig moment was er dan toch resultaat. Een blozend rond en blond kereltje dat vanaf moment een zijn keel aardig roerde en zijn maag goed vulde met alles wat hem werd aangeboden. Intussen had het stel ook een leuk klein poesje ontdekt bij het dierenasiel. Een kitten van een paar weken oud. Mooi gekleurd en goed gezond. Ook die kwam in huis en hij kreeg de verzorging die het diertje verdiende. Al snel was het gezin gelukkig. Het kind groeide op tot een kruipende peuter, de kitten werd een grote en gecastreerde kater. De jaren vlogen voorbij, het leven gaat nu eenmaal snel. Na de oudste zoon werd het stel gezegend met nog twee kinderen, meisjes dit keer. De kater bekeek die schreeuwerds met enige argwaan en bleef uit de buurt als ze hem al kruipend en later lopend te dicht bij kwamen.

Kinderen zijn leuk, maar niet voor katers die houden van jagen en hun rust op zijn tijd. Toen zoonlief tien jaar oud werd was de kater nog in goede conditie. Hij scharrelde in de woonbuurt rond en stond bekend als een lieverd, maar ook een kat die kleine vogeltjes het leven zuur maakte en af en toe een insluipingspoging deed bij de buren. Bij sommigen daarvan was hij vaste gast. Hij hield er van een dutje te doen, de drukte thuis gaf hem dat recht zo leek hij te denken. Het jonge stel was intussen druk met opvoeden, maar ook keihard werken om het nog zo jonge gezin een goed inkomen te verzorgen. De kater leek voor zichzelf te kunnen zorgen al was hij gaarne bereid zijn bak vol te stoppen met dat wat een kat nu eenmaal achterlaat als dank voor het aangenaam verpozen. De jaren gleden bijna ongemerkt voorbij. De oudste zoon werd al zestien. Stond aan het begin van zijn eigen liefdesleven. Was veel weg, de meiden plaagden hem daarmee.

Zochten uit met wie hij nu weer verkering had. Hij deed het goed op school en zou vermoedelijk door kunnen om te gaan studeren. De kater was intussen ruim middelbaar. Hij werd wat dik, ging minder frequent naar buiten, liep moeizamer de trappen op en af en vond het heerlijk in zijn mandje voor de CV. Op een dag was iedereen druk. Examens vroegen de aandacht, op het werk moest er ook van alles en nog wat worden gedaan en de meiden hadden zo hun eigen besognes. Niemand keek meer om naar de kater. Die leek te slapen, tot ze eens goed keken of hij nog wel ademde. Dat deed hij niet meer. Ingeslapen. Weg van deze wereld. Het gezin verlatend waar hij al die jaren te gast was geweest en wiens dienstbaarheid hem gelukkig had gemaakt tijdens zijn zo snel verlopen leven. 17 jaar oud was hij geworden. Vele tranen werden er geplengd over zijn verscheiden. Hij werd keurig begraven in de tuin van het huis waar de jongelui met hem waren opgegroeid. Hij kreeg een eigen tegen boven zijn grafje. Beschreven met vetvrij krijt. Daarna ging men over tot de orde van de dag. De plicht en zo. Het gezin was nog steeds jong en dynamisch, de ouders hielden nog steeds enorm van elkaar en de passie spatte er soms nog best vanaf. Alleen die kater misten ze. En dus haalden ze op een dag een nieuw exemplaar uit het asiel. Weer een kleintje….Als die net zo oud zou worden als zijn voorganger zouden ze zelf middelbaar zijn als diens leven ook weer eindigde. Ze vonden dat best een confronterende gedachte……

Jarig

Ik kan mij nog goed die vroegere edities herinneren van het jarig zijn. Feestjes waar je als kind aardig door van de leg kon raken. Immers, in die vroegere jaren was verwennen geen normaal gedrag binnen hard werkende gezinnen waar geld verdienen nog wat meer voor de toekomst was weggelegd. Maar die verjaardagen waren feestjes. Je kon er meestal ‘s-nachts slecht van slapen. Hoopte op een stukje extra aandacht, op een taartje of een erg aardige cadeautje. Want ook dat was natuurlijk niet zo maar een vaststaand gegeven. Kinderen van nu menen al snel dat zij recht hebben op de inhoud van een half filiaal van Bart Smit of Intertoys, maar in onze jonge jaren was je al blij met een enkele Dinky Toy. En gelukkig kwamen die er ook altijd. Gekoesterde modellen die ik in veel gevallen nog steeds bezit. Hoe fraaier dat model, hoe meer je te melden had als later op die dag de familie voorbij kwam. In ons gezin was die familie niet zo groot, maar wel gretig waar het ging om informatie inwinnen over hoe het ons verging.

Hoe beter het gezinsinkomen aan onze kant ontwikkelde hoe zuurder er aan de andere kant van de familie werd gekeken. En wij waren zodanig geindoctrineerd dat we dan in ons kindervuistje lachten om die afgunst. Immers, in de rest van het jaar was het bepaald geen overbodige luxe allemaal. Maar dat ophouden van het imago was altijd belangrijk. Later werden de verjaardagen minder belangrijk. Ik zag zelfs een aantal jaren af van viering, omdat we dan mensen op bezoek kregen die net als vroeger alleen maar kwamen kijken hoe het ging en of we niet te veel kapsones hadden ontwikkeld. In onze families een doodzonde. Doe maar gewoon en zo. Maar de vrienden die we ook toen al koesterden waren veelal meer dan welkom. De cadeau’s daarbij minder belangrijk dan in mijn jeugd. Toen we iets ouder werden werd de verjaardagviering een blijmoedig onderdeel van de vrije tijd.

Die schaars was geworden door het vele en harde werken. En nam ik meestal een drankje om het feit te vieren dat ik er nog was. Zeker na rampjaren (zoals in 1988 toen we met veel narigheid te maken kregen) koester je toch het feit dat je weer een jaartje ouder mocht worden en de gezondheid jou niet in de steek liet. Ook als je iets meemaakt wat heftig is (zo viel ik net voor de Kerst van de trap die onze derde met de tweede verdieping verbindt en ik daarbij alle dertien treden pijnlijk beroerde en en-passant ook nog een leuning sloopte) bedenk je je wel dat het nooit zeker is dat je die volgende verjaardag zo maar automatisch mag meemaken. Kortom, als je dan jarig bent moet het gevierd. En dat doen we morgen. Op de zesde! Het aantal kaarsjes wordt telkens groter, maar mij hoor je niet klagen. Ik vrees wel dat die Dinky Toys er niet meer inzitten dit keer. Zijn andere dingen voor in de plaats gekomen en ach….die modellen koop ik tegenwoordig zelf. In veel te grote aantallen, de familie zou er van opkijken!!

De O van Overdrijving…

Onlangs ving een man in het plaatsje Tolkamer, op een paar honderd meter van de Duitse grens en aan de Rijn gelegen, een meerval van pakweg een meter 75 groot. Een enorm dier dat vrijwel zo groot was als zijn trotse visser. Opmerkelijk was dat de man die het dier had gevangen (even los van de wenselijkheid daarvan) relatief bescheiden zijn verhaal deed. Maar een vriend die bij hem was deed een opmerkelijke uitspraak en die noopte me tot het schrijven van dit blog. Hij stelde dat we nu in 2017 aangeven dat het dier 1.75 mtr was maar dat dit monster in tien jaar tijd zal uitgroeien tot 1.99mtr en dat de vangtijd door de loop van de jaren heen zal uitgroeien naar 6 tot 8 uur en een gevecht op leven en dood. Zo gaat dit inderdaad vaak. Overdrijven is een kunst, en sommige mensen kunnen dat net zo goed als vissers.

Verhalen gaan vaak door de jaren heen een eigen leven leiden. Kijk maar eens naar verslagen van ongelukken of desnoods oorlogsverhalen. Het wordt door de loop van de jaren steeds groter. Heldendaden zijn wellicht helemaal niet zo heroïsch verlopen als we ze hebben leren kennen. Maar zijn al die verhalen wel enorm overdreven. En wie in zijn omgeving kijkt kent vast wel mensen die neigen naar overdrijving als het gaat om verhalen vertellen. Veelal herkenbaar aan het gebruik van woorden die uitspraken versterken. ‘Enorm’ ‘erg’ ‘verschrikkelijk’ ‘heel’ ‘veel’ etc. Zware termen om het om het beschreven onderwerp aan te dikken. En door dat gedrag krijg je wel vaak de belangstelling. Het is niet iedereen gegeven held(in) te zijn  in een eigen verhaal. Maar de overdrijver kan dat. Ik herken ze al snel. Ben zelf een verhalenverteller, soms met een zweem van…..erin. Heb een feilloos gevoel voor hen die een verhaal aandikken om er zelf beter of interessanter door te lijken. Mensen die ‘echt enorm veel pijn’ hebben als ze wat keelpijn vertonen, of die ‘waanzinnig moe zijn’ van een wandelingetje door bos of stadsomgeving.

Of die er van uit gaan dat gemiddeld eigenlijk ‘groot geschapen’ zou moeten zijn. Bescheidenheid is hen vreemd en je ziet ook vaak dat zij veel beelden van zichzelf verzamelen voor in het al dan niet digitale album. ‘Ik’ staat centraal en zeker niet de ander. Maar ze zijn er niet minder leuk door hoor. Juist in dat overdrijven zit vaak de aantrekkingskracht voor anderen. Gewoon een verhaal breder maken dan het was en je weet dat mensen naar je luisteren. Kracht van de creatieve geest ook vaak. Want overdrijving is in de reclame onderdeel van het succes. Zou ik er daarom wat last van hebben? Vast! Maar wat ik er mee bereikte zorgde ook voor succes en dat is nooit weg. En dan overdrijf ik er helemaal niks aan. Ik neem aan dat alle lezers verder van de bescheiden en ingetogen soort zijn? Dan wordt het vast heel rustig nu….

Stilte…

Wie mij kent of wel eens heeft meegemaakt weet dat ik een kwekker kan zijn. Komt door mijn behoefte gehoord te worden. Zeker! Maar ook omdat ik nu eenmaal dat talent heb meegekregen van de Schepper of mijn natuurlijke verwekkers. Verhalenverteller, observator, verkoper, mens met vele interesses en uiteraard ook een (stevige)mening. Ik kan me dus niet voorstellen dat je in een situatie terecht komt waarin ik zelf zou zwijgen. En dan niet even uit respect voor mede-aanwezigen, maar langdurig, als onderdeel van het sleurvolle leven. Kijk, af en toe even een momentje van rust is niet erg, soms goed voor de relatie met partner, collega, familie of vrienden. Vooral als er een situatie van onmin is ontstaan, maar als zelfbenoemde kletsmajoor kan ik dat toch niet goed volhouden. Veel minder goed in ieder geval dan een familielid van mij die bij dit soort conflicten in staat bleek zijn toenmalige partner drie weken communicatief op water en brood te zetten. Dat is ondenkbaar voor mij.

Toch observeer ik vaak hoe vooral stellen die al een paar jaar samen zijn, de sleet er aardig in hebben zitten. Die niet meer delen, praten, of desnoods discussieren. Waar stilte aan tafel gewoon is en het grootste genoegen vermoedelijk bestaat uit het borreltje bij de TV van de zaterdagavond. Stilte, niks meer te zeggen, en dat elke dag weer. Geen belangstelling voor het welzijn van de ander, nooit eens een blik, knipoog of aai. Want ook dat kan net als een knuffel aardig bemoedigend werken. Maar vooral dat ontbreken van het gesprek lijkt mij fnuikend. Gezellig bij vrienden en dan zwijgend naar elkaar kijken….. Zie je het voor je? Nou, waarom komt dat tussen partners binnen een relatie of huwelijk dan zo vaak voor? Is dat de compleet ingesleten sleur? Zie je de ander dan niet meer als serieus te nemen menstype? Dan heb ik maar een enkel advies; ga scheiden! Ga uit elkaar en zoek iets waar je gelukkiger van wordt.

Zelfs na tientallen jaren is biljarten in de kroeg wellicht nog leuker dan een ingeslapen relatie zonder woorden. En dan snap ik heus wel dat de vonken er nu ook niet meteen altijd van af hoeven te vliegen, maar een beetje vuur is best leuk toch? Wellicht zie ik bij toeval altijd die stille mensen. Vooral in gelegenheden waar je even koffie kunt drinken, al dan niet met iets lekkers er bij, en waar meer paren hetzelfde doen, valt me dit stilzwijgende fenomeen op. Men kijkt elkaar niet aan, zegt niets, drinkt in stilzwijgen het bestelde en kauwt machinaal op de evt. bestelde hapjes. Waarom ga je dan naar binnen denk ik wel eens. Dat je niet de hele dag hoeft te kwekken snap ik ook wel (niet voor mijzelf maar voor anderen..), maar die stilte omlijst vaak meer passiviteit. Zoals het gebrek aan aandacht voor die ander, geen ridderlijke acties, denk aan het in de jas helpen of de stoel opzij of naar achteren schuiven en ga zo maar door. Het zit in sommige mensen, ik weet het, maar ik kan er niet tegen. Wie met pek omgaat wordt er mee besmet. Dus kwekken wij in onze langjarige relatie heel wat af. We zien allebei van alles wat de moeite waard is en ook werk of hobby kan inspiratie genoeg geven voor aardige gesprekken. We mijden de politiek, geloof als het even kan, en nog zo wat zaken die zouden kunnen leiden tot een vonkenregen. Maar verder? Geen gezwijg in huize Meninggever. Je heet nu eenmaal zo, of niet….En hoe zit dat bij jullie lieve lezers? Stilzwijgend of toch nog vokaal actief?

(Ver)koud(en)….

decemberdipOnlangs was het weer eens zo ver. Ik had een verkoudheid opgelopen. Zo eentje die zorgt dat de neus vol zit met water waarvan je geen benul hebt waar het vandaan komt, een keel die aanvoelt of er met een ruwe rasp overheen is geschaafd, een hoofd dat nergens tegen kan omdat er een pijntje in zit dat je het leven vrijwel onmogelijk maakt. Maar het meest vervelend, die intense kou die in je lijf vast lijkt te zitten. Het begon op dinsdagavond. Schrale keel, wat snufferig. Woensdag was het al ontwikkeld tot een heftige verkoudheid en de nacht naar donderdag werd er nauwelijks geslapen. Nauwelijks adem te halen en alles verstopt. Ik voelde me zielig en alleen, ondanks de goede zorgen van vrouwlief. Mannen en ziek zijn, het blijft allemaal wringen. Ik ben niet zo’n klager hoor, maar als ik zo’n moment van ongesteldheid moet doorstaan voel ik me echt akelig en tot niets in staat. Zelfs schrijven doet me pijn.

verkouden-2319538916_faf4ed8523_mVrouwlief neigt er dan naar om me zo ziek als ik dan ben, te willen laten wandelen, want als je buiten loopt wordt je vanzelf beter, maar ik klapper van de kou, wil niet naar buiten maar naar bed. Wat ik zelden of nooit doe. Slechts migraine krijgt me gestrekt. Nee, ik neem wel een mix van Paracetamolletjes en vitamine C om de dag door te komen. Ik zit dan op een elektrisch kussentje, zet de kachel een tandje hoger en probeer me door de dag heen te slaan. Hete thee is goed voor de keel, en ik lees weer wat meer dan normaal al het geval is. Deken om me heen, en vooral een beetje zielig gevonden worden. Verwend, aandacht, arm om me heen, al is dat laatste dan weer niet zo handig i.v.m. mogelijk besmettingsgevaar. Want die verkoudheden draag je heel gemakkelijk over. Zoals ik het kreeg zou ik het vrijgevig hebben kunnen ronddelen. Niks te beroerd voor. Na een paar dagen ging het beter. Ik wist niet eens meer dat ik verkouden was geweest en ook niet waarom ik er zelfs een blog aan heb besteed. Maar ach, wie weet herkent iemand dit…. Dan was het nier voor niets, dat lijden bedoel ik uiteraard…

Snakken naar vrijheid….

Griekenland - 2 - AtheneHaar leven lang verlangde ze al. Naar uit de ban los kunnen komen. Naar wilde avonturen, verre plekken, mooie mensen, liefde op het eerste of tweede gezicht. Ze droomde er van om met haar rugzak op de schouders gewoon in een vliegtuig te kunnen stappen en dan ergens heen te reizen waar het avontuur lonkte. Of de wandeltocht naar Rome te volbrengen, desnoods naar een onbewoond eiland om daar dan met een in haar droombeeld zelf geboetseerde minnaar een maandje de beest uit te kunnen hangen. Die dromen achtervolgden haar al sinds haar jeugd. En natuurlijk had ze wel eens geprobeerd om uit de sleur van het ouderlijk huis weg te komen. Dat was maar ten dele gelukt. Jong verloofd met Michel, die jongen die bij de melkboer bijverdiende en volgens haar ouders niet wilde deugen. Maar in feite was hij bijzonder lief voor haar geweest. Maar dat lieve beviel niet, ze wilde avonturen beleven en Michel vond zelfs Duitsland al ver. Daarna zocht ze haar heil in de studie. Haar ouders hadden haar dat dringend opgelegd. Want wie leert heeft een goede toekomst. Met vlag en wimpel was ze geslaagd, maar daarna was haar leven nog steeds niet die richting opgegaan die ze had gewild. Er was wel liefde komen. Van Frank. Een grote vent met krullend haar. Samen hadden ze de stap gewaagd en ze moest toegeven, hij wist hoe hij een vrouw moest geven wat ze zocht. Jaren lang was ze samen met hem door het leven getrokken. Ze kwam in andere landen, maar eenmaal moeder van drie kinderen werd het ook wat beperkt allemaal. En de caravan achter de door hen samen gekochte Opel was ook niet alles. Al snel vervielen ze in sleur en was van de oorspronkelijke passie tussen hen beiden weinig meer over.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Ze had soms het idee dat iemand haar keel dicht kneep. Zat dan naar buiten te kijken vanuit hun woning die ze kochten in die splinternieuwe Vinex-wijk en droomde weg. Weg van hier, weg van Frank, soms met een traan in haar ogen. Was ze nou echt zo ontevreden over haar leven? Ze hield ontzettend van haar drie dochters, maar dit kon toch niet alles zijn? Toen de meiden groter werden vloog ze zowat tegen de muren op. Werk was lastig te vinden, maar ze vulde haar dagen met het huishouden, de sport van de kinderen en het eten voor Frank. Die werkte hard, om alles financieel boven water te houden, en lang. En juist als hij er niet was droomde ze extra hevig. Vol verlangen. Ze bekeek op TV of YouTube warme en prikkelende films, voelde zich miskend, wilde aandacht, attenties, een mooier leven dan wat ze nu had. Ze keek op de klok. Het was half drie in de middag. De meiden zouden zo weer naar huis komen. En ze moest echt eens aan het eten beginnen. Maar ach….. Ze schonk zich maar eens een lekker glaasje in en keek voor zich uit. Ze had nog even. In de verte meende ze de golven te horen van dat witte strand…..en ze droomde nog even verder….