Een huis als thuis…

Als iets ons tijdens de Corona-crisis en de daarbij behorende ‘ophokplicht’ heeft geleerd van ons aller huis te houden,  dan toch ook wel het besef dat we geen andere keuze hadden. ‘Blijft thuis’ was het regime en dan moet je voor ons allen hopen dat een huis ook voldoende leefruimte biedt voor eenieder die onder hetzelfde dak moet verkeren. Voor mij en vrouwlief is dat best te doen. We hebben onze eigen ruimten naast de gezamenlijke en kunnen prima met of zonder elkaar leven in dezelfde ruimte. Mits niet te lang natuurlijk. Voor mij moet een huis mijn thuis zijn, de veilige haven waar je altijd kunt binnenvaren als er ‘buiten’ weer eens een storm woedt. Tot nu toe heb ik de nodige huizen meegemaakt waar ik dat thuisgevoel kon bereiken. Vaak ook omdat we het inrichtten naar eigen smaak en idee. Dat is voor alle mensen anders uiteraard. Smaak is nu eenmaal persoonlijk. Ik ben net als vrouwlief van de liefhebberijen, maar ook van de dieren, katten in dit geval, en we schromen niet om een deel van de bibliotheek of videotheek zichtbaar in huis uit te stallen.

Ik ben door de jaren heen bij veel mensen op bezoek of visite geweest en soms voel je meteen een ‘klik’ als het om die inrichting gaat. Bij anderen verkeer je zowat in een showroom van een meubeltoonzaal. Alles op zijn plek, geen huisdieren, dus nooit haren of speeltjes over de vloer. Mooi hoor, schoon ook, maar is dat je thuisgevoel versterkend? Een bijpassende oorzaak is ook mijn gebrek aan klustalent. Ik schilder echt alleen als het niet anders meer kan. Zeker niet omdat ineens de mode vraagt om een net afwijkende tint beige op de muren of zo. Werken deed ik al vele jaren lang en intens genoeg om er na mijn (eindelijk) pensioen alsnog voor te gaan. Tuurlijk doe ik het noodzakelijke. Zo heb ik onlangs de tuinbank voorzien van een nieuwe laklaag. Die is nu zo dik dat hij nog 25 jaar mee kan. Maar dan heb je ook de kleur van deuren en kozijnen te pakken. Duurde even, maar past bij het thuisgevoel. Rond mijn geliefde zitplek liggen altijd boeken of bladen. Anders voel ik me zo leeg of kaal. Lezen is een van de passies en er is altijd wel iets wat me nader interesseert. Zie ik op TV iets wat me bevalt of vraagtekens oproept zoek ik het even na.

Geeft veel denkwerk en dat is goed voor de ouder wordende geest…. Hoe dan ook, ik ben benieuwd hoe mensen leven en wonen. In een villa? Of toch een gewone etage dan wel flat. En hoe zij het thuisgevoel ervoeren of ervaren. Gesprekken met vrienden leveren een duidelijk beeld op, bij veel familie kom ik bijna spiegelbeelden tegen van ons eigen gevoel van inrichten en genieten. Maar bij veel anderen is dat toch totaal anders. Wellicht dat men daarom ook zo graag naar buiten gaat en plezier zoekt op alle plekken behalve die specifieke thuisplek. Benieuwd hoe mijn lezers/essen zich profileren op dit punt. Brandt gerust los! Een oordeel zal ik er niet over geven…hooguit mijn mening. (Beelden: Yellowbird)

Wat gisteren normaal was….

Vorig jaar, op Koningsdag, liepen we ons de blaren op de voeten. Zoals ieder jaar. Vrijmarkten af, en genieten van de sfeer in onze stad. Van de vroege ochtend tot de late namiddag. Heerlijk. Speuren naar die bijzondere zaken die je normaal met een lampje moet zoeken maar nu voor een habbekrats op een kleedje liggen uitgestald. Nou…dit jaar, gisteren dus, was dat er niet bij. Corona houdt ons binnen, een ‘ophokplicht’ wordt een ‘intelligente lockdown’ genoemd. Niet met meer dan twee mensen samen en dan ook nog als je die echt kent. Dus niks drukke straten vol scharrelende en feest vierende mensen. Maar deze situatie heeft meer vervelende zaken in zich. Wij hebben toch een bepaald patroon ingebakken zitten rond onze sociale contacten. Wij bezoeken onze vrienden regelmatig, doen de familie uiteraard in een zelfde schema en houden er ook van om ergens heen te rijden en te genieten van winkels, trekpleisters of horeca. Al weken is dat nu weggevallen.

En dat vraagt gewenning. Want dat binnen zitten is niet alles, al lees ik nu veel en klus af en toe. Vind ik dat leuker dan al die normale zaken? Nee! Maar ja. We hebben geen keuze. Omgekeerd weet ik dat veel mensen die ons na aan het hart gaan onze kant op willen komen. Gaat niet. De geplande tripjes zijn afgeblazen. Leuke evenementen waar we met vrienden heen zouden kunnen zijn uit de agenda gestreept. Sommigen van onze vriendjes maken hetzelfde mee. Smeekbedes komen tot ons….’we willen zo graag’. Maar we doen vol dedain dat wat Rutte ons vroeg. We houden afstand. Niet leuk, maar ook een ‘per ongeluk’ besmetting is er een te veel. Het werpt ons terug op ons zelf. Gelukkig zijn wij dat hier gewend. Gaan ons gang en kunnen samen aardig door de dag heen komen. Voordeel is wel dat we minder geld uitgeven aan terrasjes, benzine, broodjes, etc.

Nadeel, je stompt toch wat af. Ik zoek altijd naar leuke dingen voor de hobby’s, komt nu vrijwel niks meer van. En omdat het zich niet beperkt tot Nederland, zijn onze ritjes Duitsland nu ook even ongewenst. Gelukkig daalden de benzineprijzen wel wat in ons land, die ene keer in de 14 dagen dat ik nu de tank bijvul merkte ik dat wel. Maar wat je toch vooral mist zijn intermenselijke contacten. Geen knuffels, niet even bijpraten over wat anderen meemaken, leuke zaken delen, soms ook de minder fijne dingen. Gelukkig kunnen we er af en toe nog wel even uit. Boodschappen doen. We moeten ook voor een ouder zorgen, en dat maakt dat we de dingen combineren. Het wordt een soort uitje. Alleen al om het steeds veranderende protocol. Je kunt je ergeren aan hen die maling hebben aan het afstand houden. Zou ik normaal niet over nadenken. Kortom, het vraagt gewenning dit gedoe. Of het echt ooit gaat wennen? Ik vrees toch van niet. Maar ja, weinig keuze dus. Voor jullie, lezers en lezeressen, zal het niet veel anders zijn. Ben wel benieuwd hoe jullie door deze dagen heen komen. En wie je zoal mist…..(Beelden: Yellowbird)

Bijna aan het einde van 2019…

Alweer is een jaar bijna ten einde. Nog maar een beperkt aantal uren en we verwelkomen 2020 en nemen afscheid van 2019. Een jaar waarin weer van alles plaatsvond wat ook al in eerdere jaren een belangrijke rol speelde. De mensheid groeide gewoon door, wat weer effecten had op de vele volksverhuizingen. Ook naar ons land. We zagen haat en nijd, we constateerden de loopgraven waarin extreem links en rechts zich steeds dieper verscholen. We zagen de relatief machteloze politiek, we zagen opstanden in diverse landen, sommigen doofden weer uit, anderen wijzigden de politieke verhoudingen in zo’n land. We maakten een periode mee van recordhitte in ons landje aan de Noordzee, maar merkten ook dat de herfst typische Nederlands kil en nat kon zijn.

We namen afscheid van heel wat al dan niet geliefde mensen en verwelkomden aan de andere kant nieuwe wereldburgers. We namen afscheid van het verschil in sekse tussen man en vrouw, we zagen vele tenen weer langer en langer groeien, extremen floreren en terreur niet afnemen. We maakten weer reizen en leuke trips, genoten van het leven als het kon en zolang het mocht. In het persoonlijke leven verwelkomden we twee poezenhelden die vanaf begin januari het verdriet dat meekwam uit 2018 en ik onlangs nog beschreef, iets wisten te verzachten. We gingen door een lange en intensieve besluitvorming rond verhuizen of verbouwen. We ontdekten waar we in het eerste geval wel of niet zouden willen of kunnen wonen. En het werd alsnog verbouwen. Fase 1 in oktober jl. afgesloten.

We kregen hier ook nieuwe buren die voortvarend aan het slopen en verbouwen sloegen. We koesterden vriendschappen en sloten oudere soms al dan niet ongewild definitief af. We waren opnieuw actief met de sociale media, bleven bloggen, schrijven, zoeken naar leuke onderwerpen of beelden, maar gingen ondanks hitte of kou gewoon door. We maakten ons zorgen om hen die dat verdienen en negeerden de aanstellers of overdrijvers. We aten heerlijk op plekken die we kenden of net ontdekten. We vervingen wat nodig was en hielden aan wat nog werkte. We mopperden en ergerden ons gek aan eenzijdigheid.

Maar dat is van alle jaren. We volgden de culturele paden. Bekeken exposities en musea. We reden weer meer dan gepland, maar dat zorgde ook voor veel van de eerder genoemde zaken. Bestemmingen wisselden. 2019 was kortom een interessant jaar. Het nieuwe komt er aan. Ik wens u straks natuurlijk het allerbeste voor u zelf en iedereen die daarbij behoren.

Maar voorspel ook direct dat het komende jaar vermoedelijk op dezelfde wijze zal verlopen. Illusies om te denken dat het ineens anders zal gaan. Want o ja, dat vermageren…..lijnen, sporten, liefdevoller zijn, aandachtiger naar anderen toe, consuminderen, enz enz. Hoe staat het daar mee? Die goede voornemens van dit jaar en zo? Kwam niks van terecht he?! Nou, laat het dan dit keer maar weg. Het komt zoals het komt en gaat zoals het moet…. Was een mooi jaar dat 2019. Hoe verging het jou beste of lieve lezer(es)?! Ben benieuwd…..Op naar de Oudejaarsavond….knallend het nieuwe jaar in. Dat het maar een prachtige maar ook veilige jaarwisseling moge worden voor ons allen…Ik wens het u toe…! (Beelden: Yellowbird)

Schuld….

Tuurlijk hield ze van hem. Ze was toch niet voor niets met hem getrouwd? Ze kregen kinderen en waren beiden gelukkig. Alleen maakte ze de fout hem af en toe tegen te spreken. Dat moest ze niet doen. Dan werd hij kwaad en haalde uit. Ook als de kinderen erbij waren. En dan schaamde ze zich niet alleen voor die kleintjes ook voelde ze zich schuldig. Omdat zij het zo ver had laten komen. Dat hij boos moest worden op haar en zich niet kon beheersen. Ze snapte ook wel dat hij dan naar de buurtkroeg ging en zijn boosheid weg dronk. En als hij dan terugkwam dat er dan wel eens wat sneuvelde in huis of zij een corrigerende tik kreeg. Dan moest ze een tijdje lang thuisblijven. Vervelend, want dan had ze geen boodschappen in huis en werd hij weer boos op haar. Logisch! Haar schuld…Moest ze maar niet zo dom zijn. Hij werkte zo hard en dan wilde een man wel graag lekker eten. Ze trachtte het dan goed te maken in bed. Door hem met alles van wille te zijn. Dat werkte vaak goed en dan sliep hij al snel in, wat voor haar ook plezierig was. Dan had ze haar taken verricht. Nee, hun leven was echt altijd goed op orde geweest. Alleen was het vervelend dat haar moeder haar een keer had opgezocht toen ze net ruzie hadden gehad en ze met een gekleurd oog en een gekneusde rib rondscharrelde in huis. Haar moeder werd boos en leek ook verdrietig. Maar ze legde het haar uit. ‘Mijn schuld’! Moeder vond dat niet. Hij was een rare vent en een vrouw slaan deed je niet. Haar moeder snapte het gewoon niet. Zij moest als echtgenote gewoon dienbaarder zijn, minder tegenwind veroorzaken en haar man niet boos maken. Deed ze echt haar best voor. Maar ja, hij had het zo druk. Later was er die vriendin die haar ook eens zag in een staat die niet helemaal goed was. Ook die werd woest. Hoe ze dit kon laten gebeuren, waarom zij de schuld op zich nam en zo meer. Ook die vriendin snapte het niet. Maar na een tijdje, toen haar man haar minstens een keer per week steeds harder sloeg, begon ze toch te twijfelen. Want ze deed echt haar best en ondanks dat…. Tot die avond in juni. Het was warm. Ze liep in haar topje en dat leuke korte broekje dat haar nog steeds goed paste en haar benen zo fraai deed uitkomen. Het eten was klaar, iets lekkers, de kinderen speelden in de tuin, hadden al gegeten. Ze wachtte hem op en daar was hij. Zodra hij naar haar keek betrok zijn gezicht. ‘Hoer…’ Was het eerste wat hij zei…. ‘Moet je alle mannen weer verleiden met je dikke kont en je decolleté?’ en hij greep haar vast. Sloeg met zijn volle vuist in haar gezicht. Haar neus kraakte, het bloed spoot er uit. Paniek maakte zich van haar meester. Op een moment dat hij de andere kant op keek of de kinderen het niet zouden zien, en hij zich klaarmaakte voor de volgende klap pakte zij die scherpe twee-vingerige vleesvork en stak van zich af. Zijn gezicht veranderde. Van boosheid in verbazing. Hij greep naar zijn borst. Daar stak de vleesvork tot de handgreep in zijn hartstreek. Toen zakte hij als een zoutzak ineen. Het was over. En zij voelde zich uiteraard heel schuldig. Maar ook zo enorm opgelucht….

Dilemma

Het begon allemaal met een slaapkamerraam dat in een van de winterse stormen begin dit jaar, open waaide en daardoor schade op liep. Grote barst dwars door het glas. ‘Ach, dat laat ik even fiksen door een glasheld uit de buurt’..was mijn eerste gedachte. Mooi niet. Nee hoor, dat soort werk moet u wezen bij……. Al snel waren we drie adressen verder en stapten binnen bij een bedrijf dat als glashandel voor de regio bekend staat. En even snel wisten we dat het nu nog aanwezige glas ouderwets en te dun was en we beter HR++ glas konden laten zetten. OK, doe dan maar meteen een offerte voor de rest van die etage, zijn we meteen op Klaver en c.s. voorbereid was ons antwoord. Drie weken later was er pas een offerte. Uitstekende prijs, daar niet van, maar de monteur die voor die offerte langs was gekomen om in te meten twijfelde wat aan de staat van de kozijnen. Want hout, en hoewel drie jaar geleden nog maar helemaal bijgewerkt en professioneel geschilderd, kon het wel eens tot schade komen als men die dikkere ramen zou plaatsen.

Het zette ons aan het denken. Net als we tien jaar geleden deden toen we een algehele make-over voor het huis overwogen. De toen opgemaakte begroting was zo hoog dat we daar in de situatie van toen ‘slechts’ 50% van konden uitvoeren. Zelfstandig ondernemerschap komt met risico’s en echt een enorm risico wilde ik nog niet nemen toen. Dus sloegen we kunststof kozijnen met dubbel glas indertijd af en deden de rest. Scheelde veel geld en het resultaat maakte ons toen alsnog best vrolijk. Nog elke dag genieten we van de fraaie keuken, de uitgebreide elektrische installatie, de elektronische CV ketel en mijn flink grote museumruimte/kantoor. Maar die ramen op de eerste etage….tja. Dus…maak maar een offerte voor kunststof dan met HR++ glas. En dat bracht ons in een totaal andere wereld. Een wereld van technieken die we niet kenden, mogelijkheden, mode, uitvoering en vooral prijzen. Voor je het weet zit je in het grote geld. Zo groot dat we een advies kregen van diverse kanten om dan maar beter te verhuizen.

De getaxeerde waarde van het huis in deze buurt bij Amsterdam was zodanig dat we dan ‘elders’ iets aardigs konden kopen. Nou die optie liepen we de afgelopen maanden uitgebreid af. In de polder, terug naar waar we ooit woonden al zag ik daar persoonlijk weinig in, maar ook elders in het land. Waarbij de plek me dan soms kramp om het hart gaf omdat het zo ver van mijn stad en Schiphol af lag. Open huis dagen gaven inzicht in hoe huizen er bij stonden die voor best veel geld in de aanbieding waren. Kortom, we deden veel stof op voor discussie en overleg. Uiteindelijk telden we onze zegeningen, analiseerden nog eens hoe we nu woonden en waar, met welke buren en zo dicht bij de Westertoren en besloten de investering in eigen huis te doen. Kost wat, maar krijg je ook wat. De beste aanbieder van de drie (een, die eerste, liet uberhaupt niets meer van zich horen overigens, wat toch bijzonder blijft..) die ons ook een stuk vertrouwen gaf in het hele proces van de uitvoering, mag de klus gaan doen als alles volgens planning verloopt. Dit najaar nemen we afscheid van al het hout in de gevels en gaan we over op onderhoudsvrij en milieuvriendelijk. Opdat de linkse gemeente trots op ons is. Niet dat ik me daar iets van aantrek, immers meebetalen is bij links nooit voorhanden, maar goed, dan maar voor het comfort. Het huis is al vele jaren ons thuis en ruim genoeg om het nog even uit te zitten. En als we het niet volhouden dan weet u het, dit huis is bijna klaar voor de milieuvriendelijke toekomst. Nu nog even die stadsverwarming afwachten….En wat doen jullie op dit gebied? Bereiden jullie je voor op de energietransitie? Al geisoleerd of een warmtepomp besteld??? (Beelden: Yellowbird collectie)

Rijden…

Uit een gezin afkomstg waar rijden op twee- of in vierwielers met de paplepel werd ingegeven was het niet zo gek dat ik zelf al vroeg aan de slag ging om me de schone kunst van het fietsen, brommeren en autorijden snel en goed eigen te maken. Het bracht me een jeugd zonder reisbeperkingen. Want ook op een fiets of brommer kon je best ver komen. Nunspeet, Scheveningen, Driebergen. Het was allemaal redelijk te doen vanuit de hoofdstad. Met mijn  laatste brommer, een geweldig mooie witte Puch die ik na lang sparen nieuw kon kopen, deden we zelfs een tripje Texel. Maar het werd pas echt iets toen ik mijn rijbewijs had gehaald. Na precies 9 lessen, de praktijkervaring deed ik daarvoor al op bij de werkgever op Schiphol. Rijlessen in een VW Kevertje tegen een uurtarief dat omgerekend iets van 4 euro was indertijd. Toen ik dat rijbewijs had behaald ging het hek van de dam. De chef van toen zag wel iets in dat jong dat ambitieus genoeg was om lange ritten te maken in de bedrijfsvoertuigen die beschikbaar stonden. En als het moest kroop ik ook achter het stuur van wagens waartoe dat rijbewijs helemaal niet was afgegeven. Als de plicht riep en de baas het me dringend vroeg stapte ik van achter mijn bureau over naar het stuur van een 4,5 tons truck en reed ermee naar onze grootste klant in Den Bosch die echt aandrong op levering van het via ons bedrijf ingevlogen spul.

Die rijervaring was fijn toen ik uiteindelijk in staat werd gesteld mijn eigen eerste vervoermiddel te kopen. De Puch werd verkocht, het bedrijfsvervoer, een VW Busje, vervangen en dus moest ik voor mij zelf gaan zorgen. Na wat overleg en vergelijken van de voor mijn spaarbudget geeigende auto’s anno 1970, koos ik voor een Skoda. Een schitterende rode die was uitgerust met vier deuren, een cognackleurig interieur en radiaalbanden. Ik kon hem begin januari 1971 ophalen en was buitengewoon trots op het ding. Reed ook fijn. We deden er ritjes mee naar en door Duitsland, Belgie, maar ik reed er ook zakelijk mee voor de werkgever van toen. Na ruim twee jaar was hij al toe aan vervanging. Ik haalde met gemak de 40.000km per jaar en dan ging het snel. Een nieuwe gele auto van hetzelfde merk volgde de rode op en zo ging dat nog een tijdje door. Rijden bleef altijd een belangrijke rol spelen in mijn leven. Het gaf en geeft me nog me ook het gevoel van grote vrijheid, ook al werden de files langer en langer. Mooie ritten waren die naar Tsjecho-Slowakije in 1978, naar Parijs op diverse momenten in de tijd, en ook met verschillende automerken en types.

Een keer een collega oppikken die met een Saab strandde in Normandie en wiens tas enpassant ook was gestolen. Die haalde ik in een lange rit heen en weer op. Legendarisch was ook de rit voor het Schipholse bedrijf naar Antwerpen om een loodzware afsluiter te brengen naar BASF daar. Het zicht was onderweg door hevige mist echt nul. De chef en ik hadden op enig moment geen benul waar we reden en de koplampen van de Taunus schenen door het gewicht achterin steeds te ver omhoog. Maar vergeten doe je dat nooit. Ook leuk, de drie Oldsmobiles die ik reed toen ik werkte voor een autodealer in Amsterdam. Vergeet je niet zo makkelijk. Net zo min als ik mijn tripje naar Praag zal vergeten voor een cursus daar toen ik net een week bij Pon in dienst was. In een Favorit Forman op gas. Met een door een ‘uitvinderscollega’ gemonteerde set elektrische ruiten aan boord. Die veelal wel naar beneden, maar niet meer omhoog wilden. Ik heb de man er onderweg om vervloekt. Of die rit naar Mainz in een Audi S8. Loeisnel (250km/u+) met een van plezier jubelende collega Wim aan het stuur. Het zijn en blijven iconen uit mijn persoonlijke geschiedenis. En dat alles omdat mijn jeugd zo was verbonden met dat autoverkeer. Toch een tik. Zoals ik er als bekend wel een paar bezit. Relativering ten top dus…

Het Salamandristische geloof…

Wat is dat toch in dit land dat we via de media bepaalde groepen niet meer aanduiden naar herkomst of woonplaats maar naar geloof. Althans, vooral dat ene geïmporteerde geloof. Want voor anderen gelden die regels kennelijk niet. En dat snap ik dan weer niet zo goed. Komt dat door het gedrag van die groep? Is dat een claim op respect die normaal slechts kan worden verdiend als je bewezen hebt iets positiefs toe te voegen aan onze maatschappij? Stel je nu eens voor dat we iedere groep zo zouden gaan aanduiden. Waar blijft dan het gevoel dat je Nederlander bent en trouw aan het nationale rood-wit-blauw of desnoods het huis van Oranje? Toch zie je in de media deze wonderlijke aanduiding consequent gebruikt worden. Behalve als het even niet past. Want dan doen geloof of etniciteit er ineens niet meer toe. Zou te veel negatief beeld geven rond een bepaalde bevolkingsgroep. Waarom dat onderscheid uberhaupt? Kortom, katholieken, protestanten, boeddhisten, socialisten, carnavalisten, nudisten, aanhangers van Jomanda, allemaal worden ze op een hoop geveegd en Nederlanders of desnoods Almeerders of Groningers genoemd, maar moslims zijn en blijven daarbij een aparte groep. Wat ze qua geloofscultuur ook zijn natuurlijk. Maar wij geven daaraan als tolerant volk wel een beetje erg veel ruimte en aandacht.

En dat stoort me. Tja, dat ook! Want wie hier woont en leeft moet integreren op een manier die past bij een volk als het onze. Geloof is leuk voor thuis maar niet voor op straat. Dat lieten we in ons land al meer dan een halve eeuw geleden los. Waarom moeten we dan uitingen van dat geloof zien als min of meer normaal en daar ook nog respect voor opbrengen? Ooit beleed ik binnen de blogwereld het geloof van de Groene Salamander. Vroeg ik u allen om de bijpassende kleding daarvoor te respecteren? Ik ben nu eenmaal onderhavig aan de wensen van die diergod die wil dat vrouwen hun borsten groen of knalrood schilderen en niet met kleding bedekken. Mannen dragen peniskokers en hebben allemaal een groene hanenkam op de bol. Kaalgeschoren verder en dat moet iedereen eigenlijk weten. Wij hebben als Salamandristen ook diverse godsdienstige verplichtingen. Zoals het jaarlijkse offerfeest waarbij we feestelijk een boom schenken aan de Salamander god om zo zijn genade af te kopen. Daar hoort een rituele verbranding van die boom bij. Liefst ergens in een park.

Geldt ook voor de crematie van oude gelovigen. Om in onze voorspelde hemel te komen dienen we in het openbaar verbrand te worden. Liefst op een groot plein waar veel mensen wonen. Zo zit ons geloof in elkaar…kan er ook niets aan doen. Onzinnig? Ja! Natuurlijk. Als ik al in die Salamander geloofde deed ik dat echt thuis en had u er geen last van lieve lezer(es). Maar waarom staan we dan wel toe dat uitingen van dat eerdergenoemde geloof wel worden gezien als algemeen aanvaard? Ik snap daar niks van. Ben er vast te ontkerkt voor. Snap het niet en accepteer het ook niet. Je bent pas echt acceptabel in mijn ogen als je gewoon meedoet in de maatschappij en geen rem zet op die ontwikkeling omdat jouw geloof dat kennelijk wil. Want waarom kwamen jij en/of je voorouders ook alweer hierheen? Voor die vrijheid en mooie nieuwe kansen toch? Gun die dan aan iedereen. Maar vooral aan jezelf. En laat die media eindelijk eens hun echte en liefst ongekleurde werk gaan doen. Daarvoor zijn ze er en niet om als propaganda-middel voor sommige stromingen te dienen. En als dat niet verandert beloof ik dat ik binnenkort een eerste gebedshuis voor mijn Salamander god zal stichten. Reken maar…! Wie zich aansluit krijgt overigens korting op scheermesjes en groene krijtverf…

Op reis…

Vrouwlief gaat op reis. Samen met onze schoondochter. Goede combi, kunnen het prima vinden. En ik blijf thuis. Samen hebben ze vast weer veel plezier en de plannen voor dit nieuwe tripje werden al enige tijd geleden gemaakt. Lekker ver weg, een bestemming met grote culturele en toeristische potentie. De opslagkaartjes in hun camera’s zullen er vermoedelijk tot de rand mee worden gevuld. Het is hen helemaal meer dan gegund natuurlijk. Ik ben er ook al wat aan gewend geraakt. Vaker met de familie op stap in de afgelopen jaren en ik blijf dan thuis. Dat laatste is deels een eigen keuze. In mijn carriere heb ik zo veel gereisd en gevlogen dat ik er op enig moment een beetje moe van werd. Daarbij is dat vliegen ook niet meteen comfortabeler geworden. Wellicht nog wel in de lucht, maar zeker niet op de grond. Ik stam nog uit het tijdperk dat als je ging reizen je een ticket kreeg van de airline waarmee je geacht werd te vliegen en dat je dan ging inchecken op Schiphol, je eventuele koffer afgaf en daarna de paspoortcontrole passeerde voor een wandeling richting de Gate waar jouw vlucht op je wachtte. Eventueel nog even ‘taxfree’ shoppen en daarna op het gemakkie een bakkie doen. Alles binnen redelijke tijd voor vertrek.

Zo vloog ik heel Europa door, maar ook naar de VS. Tegenwoordig is alles anders. Je boekt via het internet, print zelf een A4tje uit met je ticketgegevens en checkt ook jezelf in. Bagage meenemen is een oefening waarvoor je moet afstuderen wil je het snappen en de veiligheidsvoorzieningen zijn zodanig streng dat je zowat drie uur van te voren aanwezig moet zijn om op tijd bij die gate te komen. Het taxfree shoppen verloor haar aantrekkelijkheid sinds we in de EU grenzenloos met elkaar omgaan en de prijzen in die winkels vergelijkbaar zijn (zo niet duurder) met die in de hoofdstedelijke Kalverstraat. Als je met een zgn. prijsvechter vliegt moet je zelf maar zien dat je snel aan boord komt als het startschot voor het ‘boarden’ heeft geklonken. Daarna is het ieder voor zich en God voor ons allen. Nee, ik ben daar niet van al weet ik nog steeds goed waar je wel en niet moet zitten in zo’n kist. En op elk vliegveld is de procedure gelijk. De magie van het vliegen voor mij daardoor deels verdwenen. Het vliegen zelf het leukste deel van de reis, alles op de grond vervelend. Daarbij ben ik zelf van het op tijd zijn en kan slecht tegen vertragingen.

Iets wat je bij de moderne luchtvaart toch met een korreltje zout moet nemen. Een probleempje met een los zittend lampje in de cockpit en jouw vlucht gaat een paar uur later de lucht in. Vreselijk! Kortom, ik hoef niet meer zo nodig. Nou ja, wellicht nog eens naar Berlijn of zo. Maar langere vluchten? Nee! En dat voor iemand die zijn hart verpachtte aan die luchtvaart. En dat ook nog steeds is. Maar dat gaat dan meer om die vliegtuigen zelf. Hun uiterlijk, geluid. De magie van het vliegen is er na een paar honderd vluchten wel wat vanaf. Hoe anders was dat toen ik nog aan het puberen was en twee tot drie keer per week op het oude Schiphol kou en slecht weer trotseerde om naar die prachtige vliegtuigen van toen te kijken. Die naar bestemmingen vlogen als New York, Stockholm, Rome of Helsinki. Moskou was er ook zo een, en Praag. Als ik nu in mijn logboek kijk en de bestemmingen zie die ik allemaal vliegend bezocht weet ik intussen dat die magie van toen deels bewaarheid werd. Prachtige steden gezien, dito landen. Leuke mensen ontmoet. Sommige dromen kwamen uit, andere niet. De komende dagen moet ik mijn eigen kostje zien te koken en via de sociale media communiceren met de reizigsters. Die vast enorm genieten. Net als ik. Voor hen. Ik wens ze uiteraard heel veel plezier. En een veilige terugreis. Ik luister met plezier naar de verhalen….

De treinbestuurder…

Langzaam maar ook meteen secuur strikte hij zijn das. Zijn uniform zat hem verder als gegoten. En zo hoorde het ook in zijn eigen beleving. Daarna stapte hij in zijn cabine. Aaide over alle besturingsmiddelen met grote liefde. Drukte op de knoppen om alle meters te laten bewegen. Stak de verlichting aan, dempte die ook meteen om zijn uitzicht niet te bederven. Voor hem lag het traject waarover hij zijn trein met alle inzittenden zou gaan laten rijden. Hij keek op zijn klokje.  Nog een halve minuut. Schema’s waren er niet voor niets. Hij had dat wel van zijn vader geleerd die ook bij het spoor had gewerkt. Die liefde voor dat spul kwam dus niet uit het niets in zijn geval. Via de achteruitcamera’s kon hij zien dat passagiers instapten en de conducteur controleerde of iedereen dat wel op de juiste wijze deed. Hij checkte nog even of zijn trein wel helemaal in orde was. Ging toen goed in zijn stoel zitten, schakelde daarna de extra lucht en stroom in die alle wagons qua remmen en verlichting met elkaar verbond. Daar hoorde hij het fluitje van de conducteur en wist dat hij weg kon rijden. Bij het sein op groen was hij er klaar voor. Langzaam drukte hij de hendel naar voren die de trein zou doen bewegen. En het uitzicht om hem heen vertelde dat hij ook daadwerkelijk reed. Eerst nog even rustig aan. Hij moest nog op het juiste spoor komen. Naar Utrecht. Via het Amstel Station, maar als je dan een wissel verkeerd nam stond je voor je het wist in Weesp.

Met beperkte snelheid rijden dus, en al klikklakkend over al die wissels en rails de seinen in de gaten houden. Buiten stonden die voor hem op de juiste stand. Binnen deden alle apparaten wat ze moesten doen. Toeters en belsignalen gaven aan waar de veiligheidssystemen hem van blok naar blok loodsten. Uiteindelijk reed hij nu met 80km/u over de spoordijk langs Amsterdam-Oost, passeerde links het Muiderpoortstation en zette koers naar het Amstel Station. Daar moest hij volgens schema over precies een minuut aankomen. Ging lukken. Alle seinen op groen. Bij de Tugelaweg nam hij snelheid terug. Langzaamaan. Want schokkend rijden was niet aangenaam voor de reizigers. Hij keek op zijn dashboard. Alles volgens schema. Alles onder controle. Langs het perron van het station stonden heel wat reizigers op hem te wachten. Jonge mensen vaak. Deze lijn was een drukke. Daarom hield hij er zo van. Hij stopte precies op tijd en wachtte tot alle passagiers waren in- of soms uitgestapt. Net toen hij het signaal hoorde snerpen van zijn conducteur ging er een rood licht branden boven zijn hoofd. ‘He….net nu, ik ben net zo lekker bezig’. Maar hij wist wel hoe laat het was. Zijn vrouw had de koffie klaar en verwachtte dat hij naar beneden kwam. En dus zette hij zuchtend zijn apparatuur af, stapt vanuit zijn zetel de zelfgebouwde cabine uit en sjokte de trap af. Hij moest straks maar zien dat hij het programma in zijn simulator even terugstelde op de tijd waarin hij wilde rijden naar Utrecht. Nu even pauze. Zijn vrouw wachtte hem op. Met een stukje cake en een warm kopje koffie. Het leven was goed. Zeker als gepensioneerde marineman met een passie voor treinen….

Verhuizen

Onlangs maakte ik weer een verhuisproces mee bij een naaste en diens lief. Ondanks alles wat vooraf gepland werd bleek toch hoe stressvol zo’n verhuizing eigenlijk is. Dingen gaan altijd net even anders, je bent een tijdlang je spullen maar vooral je ritme kwijt en ook huisdieren raken er aardig door van de leg. Mijn eigen eerste verhuizing was indertijd nogal simpel. Ik kon zaken per brommer vervoeren naar het huis van mijn aanstaande. Mijn broer haalde verder de zaken op die er toe deden en we vervoerden dat met een bakfiets. Binnen deze stad een nu nog veel gebruikt vervoermiddel al wordt de term dan tegenwoordig vaak toegeschreven aan van die children-movers op twee wielen. Omdat ik indertijd naar het hartje van het centrum verhuisde kwamen we onderweg nogal wat bruggen over grachten tegen en dat was best een uitdaging. Maar het lukte. De volgende verhuizing was van ons eerste eigen woonadres naar een nieuwe flat in de toen net gebouwde wijk de Bijlmermeer. Met wat geleende voertuigen van onze werkgevers kwam dat allemaal in relatief korte tijd voor elkaar.

Twee huizen tegelijk leeg halen en de boel overbrengen. Het was zwaar maar uiteindelijk goed te doen. Liften waren een luxe tenslotte. De volgende verhuizing speelde zich af van onze eerste flat naar een veel grotere in hetzelfde gebouw. Veel lopen en sjouwen, maar doordat het in dat gebouw bleef was het ook goed te doen. Dat werd heel anders toen we die zelfde flat zeven jaar later verlieten en ook de stad achter ons min of meer naar de achtergrond werd verdrongen. Dat werd een verhuizing met hindernissen en ook een die weken vroeg. Naar het nieuwe land, een splinternieuw huis, groter en met een garage voor de deur. Dat scheelde veel bij het tijdelijk opslaan van spullen. Ik kreeg een week of twee een VW-busje als mijn bedrijfsvoertuig mee en kon zo elke dag een keer of twee op en neer. De grote meubels gingen in een nog wat grotere bus en zo vertrokken we uit die buurt waar we toch een jaar of twaalf hadden doorgebracht. Wat je hier ook meteen terugleest is dat een mens door de loop van de jaren steeds meer zaken om zich heen verzamelt. Wij zeker!

Lezers als we zijn, liefhebbers van echt verzamelen, houders van huisdieren. Dan loopt het snel op. En natuurlijk gezinsuitbreiding waar ook het nodige voor moest worden geregeld. Twaalf jaar bleven we in die polder wonen. In een ruime jas, het huis groot, dus onze woonstek werd goed benut. Toen ik indertijd i.v.m. werk weg ging daar en terug verhuisde naar het oude land, de hoofdstad weer in beeld kreeg, was de verhuizing een hele toer. Twee grote en twee kleine verhuiswagens kwamen er aan te pas, en ik reed elke dag weer op weg naar het werk met een stationwagen vol zaken die buiten de echte verhuizing om naar het nieuwe woonadres moesten. We wonen hier intussen alweer een jaar of 23. En als ik dan bedenk dat we weer eens moeten verhuizen krijg ik op voorhand koortsige stress. Want dan is het ook een zaak van weg mikken, verkopen, afvoeren van spullen die nu nog belangrijk zijn voor de dagelijkse genoegens in dit huis dat zo mijn thuis is geworden. Bij het ouder worden daalt vaak het aantal vierkante meters woongenot. Ik krijg er op voorhand al de kriebels bij. Nou, voorlopig dus maar niet. We zingen het nog even uit. Oude bomen moet je niet verplanten. Een beter excuus heb ik vooralsnog niet. Hoe zit het met mijn lezers?? Verhuisfreaks of zijn jullie honkvast? Laat eens weten als je wilt… Dank bij voorbaat…