Rijden…

Uit een gezin afkomstg waar rijden op twee- of in vierwielers met de paplepel werd ingegeven was het niet zo gek dat ik zelf al vroeg aan de slag ging om me de schone kunst van het fietsen, brommeren en autorijden snel en goed eigen te maken. Het bracht me een jeugd zonder reisbeperkingen. Want ook op een fiets of brommer kon je best ver komen. Nunspeet, Scheveningen, Driebergen. Het was allemaal redelijk te doen vanuit de hoofdstad. Met mijn  laatste brommer, een geweldig mooie witte Puch die ik na lang sparen nieuw kon kopen, deden we zelfs een tripje Texel. Maar het werd pas echt iets toen ik mijn rijbewijs had gehaald. Na precies 9 lessen, de praktijkervaring deed ik daarvoor al op bij de werkgever op Schiphol. Rijlessen in een VW Kevertje tegen een uurtarief dat omgerekend iets van 4 euro was indertijd. Toen ik dat rijbewijs had behaald ging het hek van de dam. De chef van toen zag wel iets in dat jong dat ambitieus genoeg was om lange ritten te maken in de bedrijfsvoertuigen die beschikbaar stonden. En als het moest kroop ik ook achter het stuur van wagens waartoe dat rijbewijs helemaal niet was afgegeven. Als de plicht riep en de baas het me dringend vroeg stapte ik van achter mijn bureau over naar het stuur van een 4,5 tons truck en reed ermee naar onze grootste klant in Den Bosch die echt aandrong op levering van het via ons bedrijf ingevlogen spul.

Die rijervaring was fijn toen ik uiteindelijk in staat werd gesteld mijn eigen eerste vervoermiddel te kopen. De Puch werd verkocht, het bedrijfsvervoer, een VW Busje, vervangen en dus moest ik voor mij zelf gaan zorgen. Na wat overleg en vergelijken van de voor mijn spaarbudget geeigende auto’s anno 1970, koos ik voor een Skoda. Een schitterende rode die was uitgerust met vier deuren, een cognackleurig interieur en radiaalbanden. Ik kon hem begin januari 1971 ophalen en was buitengewoon trots op het ding. Reed ook fijn. We deden er ritjes mee naar en door Duitsland, Belgie, maar ik reed er ook zakelijk mee voor de werkgever van toen. Na ruim twee jaar was hij al toe aan vervanging. Ik haalde met gemak de 40.000km per jaar en dan ging het snel. Een nieuwe gele auto van hetzelfde merk volgde de rode op en zo ging dat nog een tijdje door. Rijden bleef altijd een belangrijke rol spelen in mijn leven. Het gaf en geeft me nog me ook het gevoel van grote vrijheid, ook al werden de files langer en langer. Mooie ritten waren die naar Tsjecho-Slowakije in 1978, naar Parijs op diverse momenten in de tijd, en ook met verschillende automerken en types.

Een keer een collega oppikken die met een Saab strandde in Normandie en wiens tas enpassant ook was gestolen. Die haalde ik in een lange rit heen en weer op. Legendarisch was ook de rit voor het Schipholse bedrijf naar Antwerpen om een loodzware afsluiter te brengen naar BASF daar. Het zicht was onderweg door hevige mist echt nul. De chef en ik hadden op enig moment geen benul waar we reden en de koplampen van de Taunus schenen door het gewicht achterin steeds te ver omhoog. Maar vergeten doe je dat nooit. Ook leuk, de drie Oldsmobiles die ik reed toen ik werkte voor een autodealer in Amsterdam. Vergeet je niet zo makkelijk. Net zo min als ik mijn tripje naar Praag zal vergeten voor een cursus daar toen ik net een week bij Pon in dienst was. In een Favorit Forman op gas. Met een door een ‘uitvinderscollega’ gemonteerde set elektrische ruiten aan boord. Die veelal wel naar beneden, maar niet meer omhoog wilden. Ik heb de man er onderweg om vervloekt. Of die rit naar Mainz in een Audi S8. Loeisnel (250km/u+) met een van plezier jubelende collega Wim aan het stuur. Het zijn en blijven iconen uit mijn persoonlijke geschiedenis. En dat alles omdat mijn jeugd zo was verbonden met dat autoverkeer. Toch een tik. Zoals ik er als bekend wel een paar bezit. Relativering ten top dus…

Het Salamandristische geloof…

Wat is dat toch in dit land dat we via de media bepaalde groepen niet meer aanduiden naar herkomst of woonplaats maar naar geloof. Althans, vooral dat ene geïmporteerde geloof. Want voor anderen gelden die regels kennelijk niet. En dat snap ik dan weer niet zo goed. Komt dat door het gedrag van die groep? Is dat een claim op respect die normaal slechts kan worden verdiend als je bewezen hebt iets positiefs toe te voegen aan onze maatschappij? Stel je nu eens voor dat we iedere groep zo zouden gaan aanduiden. Waar blijft dan het gevoel dat je Nederlander bent en trouw aan het nationale rood-wit-blauw of desnoods het huis van Oranje? Toch zie je in de media deze wonderlijke aanduiding consequent gebruikt worden. Behalve als het even niet past. Want dan doen geloof of etniciteit er ineens niet meer toe. Zou te veel negatief beeld geven rond een bepaalde bevolkingsgroep. Waarom dat onderscheid uberhaupt? Kortom, katholieken, protestanten, boeddhisten, socialisten, carnavalisten, nudisten, aanhangers van Jomanda, allemaal worden ze op een hoop geveegd en Nederlanders of desnoods Almeerders of Groningers genoemd, maar moslims zijn en blijven daarbij een aparte groep. Wat ze qua geloofscultuur ook zijn natuurlijk. Maar wij geven daaraan als tolerant volk wel een beetje erg veel ruimte en aandacht.

En dat stoort me. Tja, dat ook! Want wie hier woont en leeft moet integreren op een manier die past bij een volk als het onze. Geloof is leuk voor thuis maar niet voor op straat. Dat lieten we in ons land al meer dan een halve eeuw geleden los. Waarom moeten we dan uitingen van dat geloof zien als min of meer normaal en daar ook nog respect voor opbrengen? Ooit beleed ik binnen de blogwereld het geloof van de Groene Salamander. Vroeg ik u allen om de bijpassende kleding daarvoor te respecteren? Ik ben nu eenmaal onderhavig aan de wensen van die diergod die wil dat vrouwen hun borsten groen of knalrood schilderen en niet met kleding bedekken. Mannen dragen peniskokers en hebben allemaal een groene hanenkam op de bol. Kaalgeschoren verder en dat moet iedereen eigenlijk weten. Wij hebben als Salamandristen ook diverse godsdienstige verplichtingen. Zoals het jaarlijkse offerfeest waarbij we feestelijk een boom schenken aan de Salamander god om zo zijn genade af te kopen. Daar hoort een rituele verbranding van die boom bij. Liefst ergens in een park.

Geldt ook voor de crematie van oude gelovigen. Om in onze voorspelde hemel te komen dienen we in het openbaar verbrand te worden. Liefst op een groot plein waar veel mensen wonen. Zo zit ons geloof in elkaar…kan er ook niets aan doen. Onzinnig? Ja! Natuurlijk. Als ik al in die Salamander geloofde deed ik dat echt thuis en had u er geen last van lieve lezer(es). Maar waarom staan we dan wel toe dat uitingen van dat eerdergenoemde geloof wel worden gezien als algemeen aanvaard? Ik snap daar niks van. Ben er vast te ontkerkt voor. Snap het niet en accepteer het ook niet. Je bent pas echt acceptabel in mijn ogen als je gewoon meedoet in de maatschappij en geen rem zet op die ontwikkeling omdat jouw geloof dat kennelijk wil. Want waarom kwamen jij en/of je voorouders ook alweer hierheen? Voor die vrijheid en mooie nieuwe kansen toch? Gun die dan aan iedereen. Maar vooral aan jezelf. En laat die media eindelijk eens hun echte en liefst ongekleurde werk gaan doen. Daarvoor zijn ze er en niet om als propaganda-middel voor sommige stromingen te dienen. En als dat niet verandert beloof ik dat ik binnenkort een eerste gebedshuis voor mijn Salamander god zal stichten. Reken maar…! Wie zich aansluit krijgt overigens korting op scheermesjes en groene krijtverf…

Op reis…

Vrouwlief gaat op reis. Samen met onze schoondochter. Goede combi, kunnen het prima vinden. En ik blijf thuis. Samen hebben ze vast weer veel plezier en de plannen voor dit nieuwe tripje werden al enige tijd geleden gemaakt. Lekker ver weg, een bestemming met grote culturele en toeristische potentie. De opslagkaartjes in hun camera’s zullen er vermoedelijk tot de rand mee worden gevuld. Het is hen helemaal meer dan gegund natuurlijk. Ik ben er ook al wat aan gewend geraakt. Vaker met de familie op stap in de afgelopen jaren en ik blijf dan thuis. Dat laatste is deels een eigen keuze. In mijn carriere heb ik zo veel gereisd en gevlogen dat ik er op enig moment een beetje moe van werd. Daarbij is dat vliegen ook niet meteen comfortabeler geworden. Wellicht nog wel in de lucht, maar zeker niet op de grond. Ik stam nog uit het tijdperk dat als je ging reizen je een ticket kreeg van de airline waarmee je geacht werd te vliegen en dat je dan ging inchecken op Schiphol, je eventuele koffer afgaf en daarna de paspoortcontrole passeerde voor een wandeling richting de Gate waar jouw vlucht op je wachtte. Eventueel nog even ‘taxfree’ shoppen en daarna op het gemakkie een bakkie doen. Alles binnen redelijke tijd voor vertrek.

Zo vloog ik heel Europa door, maar ook naar de VS. Tegenwoordig is alles anders. Je boekt via het internet, print zelf een A4tje uit met je ticketgegevens en checkt ook jezelf in. Bagage meenemen is een oefening waarvoor je moet afstuderen wil je het snappen en de veiligheidsvoorzieningen zijn zodanig streng dat je zowat drie uur van te voren aanwezig moet zijn om op tijd bij die gate te komen. Het taxfree shoppen verloor haar aantrekkelijkheid sinds we in de EU grenzenloos met elkaar omgaan en de prijzen in die winkels vergelijkbaar zijn (zo niet duurder) met die in de hoofdstedelijke Kalverstraat. Als je met een zgn. prijsvechter vliegt moet je zelf maar zien dat je snel aan boord komt als het startschot voor het ‘boarden’ heeft geklonken. Daarna is het ieder voor zich en God voor ons allen. Nee, ik ben daar niet van al weet ik nog steeds goed waar je wel en niet moet zitten in zo’n kist. En op elk vliegveld is de procedure gelijk. De magie van het vliegen voor mij daardoor deels verdwenen. Het vliegen zelf het leukste deel van de reis, alles op de grond vervelend. Daarbij ben ik zelf van het op tijd zijn en kan slecht tegen vertragingen.

Iets wat je bij de moderne luchtvaart toch met een korreltje zout moet nemen. Een probleempje met een los zittend lampje in de cockpit en jouw vlucht gaat een paar uur later de lucht in. Vreselijk! Kortom, ik hoef niet meer zo nodig. Nou ja, wellicht nog eens naar Berlijn of zo. Maar langere vluchten? Nee! En dat voor iemand die zijn hart verpachtte aan die luchtvaart. En dat ook nog steeds is. Maar dat gaat dan meer om die vliegtuigen zelf. Hun uiterlijk, geluid. De magie van het vliegen is er na een paar honderd vluchten wel wat vanaf. Hoe anders was dat toen ik nog aan het puberen was en twee tot drie keer per week op het oude Schiphol kou en slecht weer trotseerde om naar die prachtige vliegtuigen van toen te kijken. Die naar bestemmingen vlogen als New York, Stockholm, Rome of Helsinki. Moskou was er ook zo een, en Praag. Als ik nu in mijn logboek kijk en de bestemmingen zie die ik allemaal vliegend bezocht weet ik intussen dat die magie van toen deels bewaarheid werd. Prachtige steden gezien, dito landen. Leuke mensen ontmoet. Sommige dromen kwamen uit, andere niet. De komende dagen moet ik mijn eigen kostje zien te koken en via de sociale media communiceren met de reizigsters. Die vast enorm genieten. Net als ik. Voor hen. Ik wens ze uiteraard heel veel plezier. En een veilige terugreis. Ik luister met plezier naar de verhalen….

De treinbestuurder…

Langzaam maar ook meteen secuur strikte hij zijn das. Zijn uniform zat hem verder als gegoten. En zo hoorde het ook in zijn eigen beleving. Daarna stapte hij in zijn cabine. Aaide over alle besturingsmiddelen met grote liefde. Drukte op de knoppen om alle meters te laten bewegen. Stak de verlichting aan, dempte die ook meteen om zijn uitzicht niet te bederven. Voor hem lag het traject waarover hij zijn trein met alle inzittenden zou gaan laten rijden. Hij keek op zijn klokje.  Nog een halve minuut. Schema’s waren er niet voor niets. Hij had dat wel van zijn vader geleerd die ook bij het spoor had gewerkt. Die liefde voor dat spul kwam dus niet uit het niets in zijn geval. Via de achteruitcamera’s kon hij zien dat passagiers instapten en de conducteur controleerde of iedereen dat wel op de juiste wijze deed. Hij checkte nog even of zijn trein wel helemaal in orde was. Ging toen goed in zijn stoel zitten, schakelde daarna de extra lucht en stroom in die alle wagons qua remmen en verlichting met elkaar verbond. Daar hoorde hij het fluitje van de conducteur en wist dat hij weg kon rijden. Bij het sein op groen was hij er klaar voor. Langzaam drukte hij de hendel naar voren die de trein zou doen bewegen. En het uitzicht om hem heen vertelde dat hij ook daadwerkelijk reed. Eerst nog even rustig aan. Hij moest nog op het juiste spoor komen. Naar Utrecht. Via het Amstel Station, maar als je dan een wissel verkeerd nam stond je voor je het wist in Weesp.

Met beperkte snelheid rijden dus, en al klikklakkend over al die wissels en rails de seinen in de gaten houden. Buiten stonden die voor hem op de juiste stand. Binnen deden alle apparaten wat ze moesten doen. Toeters en belsignalen gaven aan waar de veiligheidssystemen hem van blok naar blok loodsten. Uiteindelijk reed hij nu met 80km/u over de spoordijk langs Amsterdam-Oost, passeerde links het Muiderpoortstation en zette koers naar het Amstel Station. Daar moest hij volgens schema over precies een minuut aankomen. Ging lukken. Alle seinen op groen. Bij de Tugelaweg nam hij snelheid terug. Langzaamaan. Want schokkend rijden was niet aangenaam voor de reizigers. Hij keek op zijn dashboard. Alles volgens schema. Alles onder controle. Langs het perron van het station stonden heel wat reizigers op hem te wachten. Jonge mensen vaak. Deze lijn was een drukke. Daarom hield hij er zo van. Hij stopte precies op tijd en wachtte tot alle passagiers waren in- of soms uitgestapt. Net toen hij het signaal hoorde snerpen van zijn conducteur ging er een rood licht branden boven zijn hoofd. ‘He….net nu, ik ben net zo lekker bezig’. Maar hij wist wel hoe laat het was. Zijn vrouw had de koffie klaar en verwachtte dat hij naar beneden kwam. En dus zette hij zuchtend zijn apparatuur af, stapt vanuit zijn zetel de zelfgebouwde cabine uit en sjokte de trap af. Hij moest straks maar zien dat hij het programma in zijn simulator even terugstelde op de tijd waarin hij wilde rijden naar Utrecht. Nu even pauze. Zijn vrouw wachtte hem op. Met een stukje cake en een warm kopje koffie. Het leven was goed. Zeker als gepensioneerde marineman met een passie voor treinen….

Verhuizen

Onlangs maakte ik weer een verhuisproces mee bij een naaste en diens lief. Ondanks alles wat vooraf gepland werd bleek toch hoe stressvol zo’n verhuizing eigenlijk is. Dingen gaan altijd net even anders, je bent een tijdlang je spullen maar vooral je ritme kwijt en ook huisdieren raken er aardig door van de leg. Mijn eigen eerste verhuizing was indertijd nogal simpel. Ik kon zaken per brommer vervoeren naar het huis van mijn aanstaande. Mijn broer haalde verder de zaken op die er toe deden en we vervoerden dat met een bakfiets. Binnen deze stad een nu nog veel gebruikt vervoermiddel al wordt de term dan tegenwoordig vaak toegeschreven aan van die children-movers op twee wielen. Omdat ik indertijd naar het hartje van het centrum verhuisde kwamen we onderweg nogal wat bruggen over grachten tegen en dat was best een uitdaging. Maar het lukte. De volgende verhuizing was van ons eerste eigen woonadres naar een nieuwe flat in de toen net gebouwde wijk de Bijlmermeer. Met wat geleende voertuigen van onze werkgevers kwam dat allemaal in relatief korte tijd voor elkaar.

Twee huizen tegelijk leeg halen en de boel overbrengen. Het was zwaar maar uiteindelijk goed te doen. Liften waren een luxe tenslotte. De volgende verhuizing speelde zich af van onze eerste flat naar een veel grotere in hetzelfde gebouw. Veel lopen en sjouwen, maar doordat het in dat gebouw bleef was het ook goed te doen. Dat werd heel anders toen we die zelfde flat zeven jaar later verlieten en ook de stad achter ons min of meer naar de achtergrond werd verdrongen. Dat werd een verhuizing met hindernissen en ook een die weken vroeg. Naar het nieuwe land, een splinternieuw huis, groter en met een garage voor de deur. Dat scheelde veel bij het tijdelijk opslaan van spullen. Ik kreeg een week of twee een VW-busje als mijn bedrijfsvoertuig mee en kon zo elke dag een keer of twee op en neer. De grote meubels gingen in een nog wat grotere bus en zo vertrokken we uit die buurt waar we toch een jaar of twaalf hadden doorgebracht. Wat je hier ook meteen terugleest is dat een mens door de loop van de jaren steeds meer zaken om zich heen verzamelt. Wij zeker!

Lezers als we zijn, liefhebbers van echt verzamelen, houders van huisdieren. Dan loopt het snel op. En natuurlijk gezinsuitbreiding waar ook het nodige voor moest worden geregeld. Twaalf jaar bleven we in die polder wonen. In een ruime jas, het huis groot, dus onze woonstek werd goed benut. Toen ik indertijd i.v.m. werk weg ging daar en terug verhuisde naar het oude land, de hoofdstad weer in beeld kreeg, was de verhuizing een hele toer. Twee grote en twee kleine verhuiswagens kwamen er aan te pas, en ik reed elke dag weer op weg naar het werk met een stationwagen vol zaken die buiten de echte verhuizing om naar het nieuwe woonadres moesten. We wonen hier intussen alweer een jaar of 23. En als ik dan bedenk dat we weer eens moeten verhuizen krijg ik op voorhand koortsige stress. Want dan is het ook een zaak van weg mikken, verkopen, afvoeren van spullen die nu nog belangrijk zijn voor de dagelijkse genoegens in dit huis dat zo mijn thuis is geworden. Bij het ouder worden daalt vaak het aantal vierkante meters woongenot. Ik krijg er op voorhand al de kriebels bij. Nou, voorlopig dus maar niet. We zingen het nog even uit. Oude bomen moet je niet verplanten. Een beter excuus heb ik vooralsnog niet. Hoe zit het met mijn lezers?? Verhuisfreaks of zijn jullie honkvast? Laat eens weten als je wilt… Dank bij voorbaat…

Koningsdag

Zullen we met mekaar afspreken dat we het vandaag gewoon leuk houden samen?! Dat we niemand kwaad doen, geen aanslagen plegen, elkaar het geluk gunnen en dat we juist vandaag een zijn in onze oranje gekleurde outfit?! In veel landen om ons heen is het begrip veiligheid relatief geworden nu we zelfs auto’s kunnen gebruiken als bewuste wapens. Wapens van de haat! En juist op deze Koningsdag moeten we dat buiten de deur zien te houden. Niet het zwart van de afkeer, maar het oranje van de lol moet domineren. En dat geldt voor iedereen die zich een echte vaderlander voelt en meer voelt voor ons koningshuis dan voor een of andere malloot van een leider in het buitenland. Ook ik trek oranje aan vandaag. Niet omdat ik nu zo van die koningshuizen ben hoor, blauw bloed en zo zegt me weinig tot niets. Maar ik prefereer Willem-Alexander veruit boven een niet democratisch gekozen leider met een afkeer van oppositie.

Daarbij heeft die Willem-Alexander een geweldige smaak qua koninginnenkeuze, dus kan hij bij mij eigenlijk niet meer stuk. Onze stad hult zich vandaag traditioneel in het oranje en de feesten zijn per wijk of straat niet van de lucht. Elk koningsdag een beetje meer, al kan het weer nog wel eens een vervelende spelbreker zijn. Wie mij kent weet dat ik al vroeg onderweg ben om ‘mijn slag te slaan’ en het wel gek moet gaan wil dat niet lukken. Ik sla zelden of nooit over. Slechts in 1992 gebeurde dat toen ik vanuit de werkgever van toen werd geacht een cursus te volgen in het verre Praag. Daar had men van de toen nog als Koninginnedag bekende vrije dag nog nooit gehoord en kon ik niet rondscharrelen in mijn eigen woonstad of Amsterdam waar ik in die periode nog een kilometer of 35 vandaan zetelde. Maar sindsdien is het me niet meer overkomen. We lopen tot we moe worden, komen terug thuis, drinken koffie, lossen de evt. eerste aankopen, gaan weer op weg, komen weer terug en zo meer.

Tot de vroege avond. Dan is het mooi geweest en houden we het voor gezien. Voor een vol jaar weer. Zolang we dat nog kunnen. Zoals wij de dag besteden maken we alles mee van zo’n dag, zien diverse buurten en genieten van de sfeer. En die sfeer wordt ook bepaald doordat echt iedereen met elkaar viert. De azijnzeikers of revolutionairen uitgezonderd wellicht. Of die mensen die moeten werken van hun baas. Maar die doen dan in gedachten mee. Geloof ik vast. Hoe dan ook, ik wens u allen een heel leuke Koningsdag toe. Straks nemen we een klein glaasje oranjebitter heffen het en toasten op onze Max. En op haar man Willem natuurlijk. Maar dan wel voor de vorm….

Sneeuw

img_0640Valt het jullie ook op dat zodra er zicht is op een beetje afwijkend weer ergens een ‘weeralarm’ met kleuren wordt afgegeven? 2 cm sneeuw is goed voor  code geel, oranje of rood. Dreigend onweer of storm zorgen voor dito aanduidingen. Alsof we ineens zijn veranderd in watjes die niet meer weten hoe om te gaan met dat soort bijzonder weer. Nu was het deze eerste maand van het nieuwe jaar 2017  wel zo dat bijna 500 ongelukken en aanrijdingen plaatsvonden toen we voor het eerst in lange tijd weer eens een dagje sneeuw en ijzel in ons land meemaakten. Men gleed van de weg, schaarde, draaide om de as of schoot in een sloot. Vaak veroorzaakt door datgene wat ons Nederlanders veelal parten speelt; zelfoverschatting en gladde of verkeerde banden. Wij fietsen ook bij ijzel gewoon door. Niet verstandig.

img_0637Misschien is het wel zo dat die waarschuwingen zijn gericht aan hen die maling hebben aan elke vorm van voorzichtigheid. De Selfie in de sneeuw belangrijker dan opletten op de weg. Het kan allemaal. Maar ik heb zelf in mijn leven heel wat echt zwaar weer meegemaakt en reed ook altijd door. Zoals die keer in de jaren tachtig dat Nederland echt compleet vast liep en de files enorme vertragingen veroorzaakten. Ik werkte in die tijd in Amsterdam en zat qua verantwoordelijkheid op een dealerbedrijf voor mijn favoriete merk. We woonden in die periode in Almere en moesten die avond als altijd terug naar huis. De sneeuw lag echt heel dik op straat en er werd minder geveegd of gepekeld dan nu.

img_0638Mijn toenmalige bedrijfsvoertuig was een Skoda Rapid Coupe, een heel fijne wagen, motor achterin. Volgens de fabrikant (en mijn verkoophandleiding) een groot voordeel omdat de motor op de aangedreven wielen stond. Klopt zeker, want de sportief ogende Skoda ging als de brandweer dwars door al die sneeuw heen waar anderen met doorslaande wielen moeizaam vooruit glibberden. In de polder werd het een stuk lastiger. Daar was de berg sneeuw nauwelijks ingereden, de polder was toen nog niet zo in trek als nu het geval is. We waren laat en ik stuurde de intussen door een intense sneeuwval zelf ook wit geworden auto die daardoor langzaam aan een soort rijdende sneeuwpop was veranderd, richting ons huis.  Een straat voor de afslag naar onze buurt stond daar toen de enige postbus uit de omgeving en wij hadden een hele stapel enveloppen met inhoud bij ons die echt weg moest. Dus ik draaide gewoontegetrouw de straat in waar die bussen stonden en…..liep muurvast. Er lag iets van een meter sneeuw en de Skoda kon niet meer voor- of achteruit. We knokten ons door de portieren naar buiten. Deden eerst de post in de bus, die net nog maar net boven de opgewaaide sneeuw uitstak en begonnen met graven. Na een kwartiertje noeste arbeid was het gedaan en waren we weer vrij. Dat waren nog eens sneeuwbuien. Eenmaal thuis lag er een meter sneeuw tegen de garage- en huisdeur. Weer graven. Kortom….Code rood? Watjes…..! (Beelden: Internet)

Een jaar Punk…..

WP_20160414_009Weet je het wellicht nog? Een jaar geleden alweer haalden we onze kleinste poes op uit het lokale dierenasiel. Die poes met een heel verhaal. De kitten die met zijn broertjes en zusjes door een of andere schoft was gedumpt en zonder eten of drinken in een vuilcontainer had gezeten. Gelukkig gered en door ons daarna uitverkoren. Nou ja, hij koos ons uit met zijn brutale manier van doen. Sindsdien is hij uitgegroeid tot ‘kleine urk’. Want poes bleek kater, de oorspronkelijke naam werd gewijzigd. Hij onderging de dingen die kittens dienen te ondergaan. Hij vrat en vreet als een bootwerker, palmt ons in met zijn lieve charme en ligt het liefst op ons of tegen een van ons aan. Voor grote huisgenoot Pixel is hij beurtelings speelgenoot of prooi. Die kan niet zo goed kiezen wat hij het leukst vindt aan dat kleine zwart/witte monster. Zal ook komen door zijn wat kleinere bouw. Pixel is zowat twee keer zo groot als hij.

WP_20160109_010Anders dan Pixel is de kleine ook liever lui dan moe. Slapen kan hij als de beste. Vooral overdag. ’s-Nachts gaan hij dan spoken. Onderzoeken wat leuk is en wat niet. Omdat hij dan ook weet dat Pixel in een soort zelf verkozen coma ligt. Die is overdag veel actiever, maar slaapt in de nacht als een roosje. Is het een miauwende kat? Nee! Hij piept wat in het rond. Vooral als hij ontdekt dat hij de deur niet kan open maken. Want hij is ofwel te lui om dat te leren dan wel hij vertikt het gewoon. Hij kan verleiden, kopjes geven, knorren, maar praktische zaken is hij niet zo sterk in. Zoals goed springen. Waar onze Pixel afstanden overbrugt van 1,5-2 meter is voor de kleine Punky 50cm al een erg grote barrière. En het ziet er niet naar uit dat hij dat ook nog zal leren. Want dat moet je dan toch wel een keertje oppikken als kat zou je denken. Zeker als je grote voorbeeld het keer op keer voor doet…

WP_20160509_010Een kater met een handleiding dus. Met een kopje als een clown, een karakter vol liefde en overgave, maar weinig praktisch inzicht. Tot er een vlieg of mug in de kamer is. Dan ineens zie je iets wat lijkt op het gedrag van een gemiddelde huiskat. Maar als het te lang duurt snelt hij terug naar zijn uitrustplek en knort vol genoegen over zijn avonturen. Alleen jammer dat we dat niet zo goed begrijpen. Na een jaar weten we in ieder geval dat we in ons gezin een paar aardige karakters op vier poten onder een dak hebben verzameld. Van harte gefeliciknord Punk! We genieten van je!

 

Tien jaren bloggenoegens….

Commentaar van het balconDe tijd vliegt, ik roerde het wel eens eerder aan. Zeker als je voorbij de 50 bent lijkt het wel of je van een glijbaan af vliegt in de richting van het einde van je leven. Nu bedoel ik dat niet zo als het wellicht leest, maar het lijkt wel zo te zijn dat naarmate je ouder wordt de dagen geen 24 maar slechts twaalf uren kennen. Even terugkijkend in een archief kwam ik er achter dat ik in juni dit jaar precies tien jaar lang mijn wetenswaardigheden en meningen deel met de wereldwijde weblezers en medesocials. Aangestoken door iemand die ik had leren kennen op een Webforum startte ik indertijd schoorvoetend met een weblog waarin ik korte en op dat moment nauwelijks relevante informatie deelde. Dat werd al snel anders. Medebloggers werden ‘aangesloten’ en omgekeerd keek ik regelmatig wat anderen zoal oreerden. Dat kon gaan over de kat van de buren of de verkeerssituatie in Gent. Soms kwam er iemand voorbij met een ondeugend verhaal, dan weer iemand die een compleet ziekteproces tot in detail beschreef.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Een deel van die bloggers is er overigens  in de tussen liggende jaren om welke reden dan ook mee gestopt. Soms vond men zijn grote irl-liefde in de bloggerij, dan weer was een scheiding der geesten reden om er mee te stoppen. Mijn eigen blogs werden in die tussen liggende jaren steeds vaker gestuurd door de situatie van de dag. De politiek, het weer, of de economie. Af en toe een persoonlijke noot. Ik trok de onderwerpen soms uit elkaar en zette aparte blogs neer voor liefhebberijen en vakgebied. Het bezorgde me verschillende soorten en vaak trouwe lezersgroepen. Later kwamen daar de sociale media bij. Twitter, Linkedin, Facebook. Een deel van de bloglezers verhuisde met me mee. De een liet zijn/haar blogje achter, de ander nam het mee en ging gestaag door met digitaal pennen. Bloggen is ook leuk tenslotte.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Voor mij zijn het columns met inhoud, nooit zo maar om het niks. Dat ligt me niet zo. Zal met de vroegere schrijverij van doen hebben. Daarbij ben ik van  oordeel dat het juist gaat om die mening en dat die er ook toe doet. Wat men er ook van vindt of denkt. Ik schrijf het tenminste van me af. En dat al tien jaar lang. Hield er echte vrienden aan over, voor het leven soms. Zag helaas anderen achter de horizon verdwijnen. Soms jammer, in andere gevallen….ach! Geroddel ligt me niet en borstklopperij om het eigen ego ook niet zo. Wie dat doet valt al snel buiten de en mijn boot. Tien jaar is een lange periode. Bedenk maar eens dat ik indertijd elke dag zo’n beetje iedere dag een blog plaatste op Altijdeenmening, later Altijdmijnmening. In een volgend stadium werd de frequentie lager, om de dag, nu om de twee dagen. Er is meer tenslotte dan bloggen in het leven en de korte en bondige statements kunnen ook of zelfs beter op Facebook of Twitter geplaatst. Het aantal volgers is daar om en nabij even groot. Intussen zijn Instagram en Vloggen in. Niet meer schrijven maar filmen. Jouw leven in beeld en veel volgers die dat kennelijk leuk vinden. Ik denk niet dat het iets voor mij is. De inhoud spreekt me nog steeds meer aan dan het oppervlakkige. Maar wie weet.  En dan is het over met de bloggerij. Maar tot dan, we gaan nog even door hoor. In de hoop dat ik de mensen nog een beetje kan vermaken. En desnoods…alleen voor mij zelf. Veel leesplezier wens ik u allen toe…ook in de komende jaren….

Alweer oktober…

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Herfst leidt richting feestdagen…

Net als vorig jaar is het ineens oktober. Al vaker haalde ik aan dat de tijd wel erg snel gaat tegenwoordig (..). Maar dat zeiden we vorig jaar ook al en tien jaar geleden om maar iets te noemen. Het weer is prachtig, de herfst komt op een feestelijk versierde wagen, getrokken door zon en maan en met de fraaiste uitingen van natuurlijk gedrag in bos en veld. Kortom, oktober is net zo als vorig jaar onderweg. Ik keek eens terug naar een jaartje eerder en zag dat ook toen het weer fraai was, al begonnen de dagen dan wat meer met mist dan nu het geval is. En was ik vorig jaar onderweg voor een tripje. Dat zit er nu niet in. De poezen vragen toch aandacht en om die jonge dieren nu al aan hun lot over te laten gaat echt te ver. Dat niet weg hoeven heeft een bijkomend voordeel. Als ik weg ga moeten er op de lopende dagen gewoon blogs worden gepubliceerd. Dus schrijf ik dan vooruit. Dat is bij algemene onderwerpen vaak niet zo’n probleem, maar bij de autonieuwtjes moet ik dan niet alleen opzoeken, sprokkelen soms, maar ook nadenken wat actueel is op de geplande publicatiedagen.

WP_20141101_011Nu zijn wij niet zo van de heel lange trips, ook dat is geen geheim, een week is echt het maximum, maar vijf dagen vooruit werken houdt dan in dat ik er toch een stuk of 30 verhalen uit moet persen. Valt niet mee en is soms een zware last. Zeker in de tijden dat er weinig te melden valt. Gelukkig is dat nu niet het geval. De vluchtelingen, VW-affaire, politiek Den Haag, ga zo maar door. Er is dus altijd wel iets te bedenken. Is ook het leuke van die bloggerij. Je bent schrijver of je bent het niet natuurlijk en plaatsen van verhalen aan de stand verplicht. Ook als je er even niet bent. Maar dat speelt nu niet, ik ben er gewoon en verbaas me dus maar over die kalender die alweer zijn blaadjes verliest in een tempo dat de herfst eer aan doet. Met twee knorrende poezen om me heen, groet ik u lezers en medebloggers van harte en wens u allen een mooie oktobermaand toe.