Nicola Walker – Ingetogen acteren…

Pas onlangs ontdekten wij de geneugten van de Britse Tv-zender BBC First. Niet alleen omdat men daar zoals gewoonlijk goede series en films brengt, maar ook omdat men zich met deze zender richt op het Europese publiek, meer met name ook, het Nederlandse. Aardige en soms ook best wat flauwe series komen er ondertiteld voorbij, maar een van de toppers was de serie Split waarin o.a. de Nederlandse acteur Barry Atsma een leuke rol vervult. De hoofdrol van deze serie die zich afspeelt in de Londense advocatenwereld, is voor een actrice die ik echt graag een keer zou willen ontmoeten bij een Cuppa Tea. Nicola Walker heet de dame en haar grote kracht is, zo hebben we door de jaren heen ontdekt, vooral gezichtsuitdrukking en het vrijwel altijd aanwezige gebrek aan overdreven volume bij het spreken. Haar acteerprestaties zijn op het hoogste niveau en haar blikken die altijd iets melancholieks of droevigs in zich dragen uniek en ongekend.

Welke rol ze speelt, en ze speelde er tientallen in films van naam of Tv-series, het is spot-on en bingo qua emoties. Het liefst speelt ze karakters met een levensprobleem. Een katholieke pastor met een actieve lesbische verhouding die niet mag van de kerk maar wel wordt gedoogd. Of in die genoemde reeks een advocate die valt voor hunk Barry, intussen grote zaken moet winnen en ook de familie bij elkaar moet houden. Nergens geschreeuw of geblèr, nergens over-acted, alles binnen grenzen. Soms denk je wel eens dat Mrs. Walker zichzelf speelt. Vandaar die behoefte haar eens te ontmoeten. Ze is overigens keurig netjes getrouwd en heeft een zoon hoor, dus geen rare gedachten. Daarbij is ze van 1970 dus ook nog wat piep i.v.m. uw toch inmiddels wat oudere Meninggever.

Grappig is om terug te lezen dat haar ouders een totaal verschillende opinie bezaten rond haar wens om te gaan acteren. Haar moeder vond dat een goed plan, haar vader juist het tegenovergestelde. Als je ziet in welke films en series ze speelde en ook nog eens wat ze op het toneel allemaal deed, is het bijna ongelooflijk dat wij haar in ons land maar nauwelijks kennen. Nou ja, uit een enkele detective-reeks of uit die eerdergenoemde reeksen bij BBC First of Netflix. Dat gezicht is meteen bekend als je haar ziet.  Althans voor mij wel. Omdat het ook net lijkt of zij totaal nooit is opgemaakt. Of haar lokken de kapper maar nauwelijks zagen en haar kledingkast min of meer te vinden is bij de lokale kringloopwinkel. Maar dat is meteen haar kracht ook. Geen glamour, geen flauwekul, maar acteerwerk op het hoogste niveau. Ík ben fan…..nu jullie nog. Onthoudt die naam….Nicola Walker! Grote ster, maar slechts te zien met een duidelijke kijker….

 

Mooi Brits merk…Riley!

Je kunt het je nu, in 2018, nauwelijks meer voorstellen, maar er was een periode, ongeveer zestig jaar geleden, dat Engelse auto’s een dominante rol speelden in het autolandschap om ons heen. Er was een grote variëteit aan merken en die boden modellen aan met al dan niet verouderde maar toch ook vaak interessante techniek. Een merk als Riley bijvoorbeeld. Opgericht in de 19e eeuw en al in staat om in het jaar 1898 een auto uit haar simpele fabriekshal te rollen, al was dat nog een toen zeer populaire driewieler. Zeventig jaar lang bouwde het merk allerlei auto’s waarvan sommige ook bij ons een zekere bekendheid opbouwden. Anderen bleven toch teveel gericht op het meer conservatieve Britse koperspubliek om hier echt aan te slaan. Een heel fraaie Riley was de in 1946 uitgebrachte 1,5 Litre. Een compleet nieuw ontwerp dat voor zijn tijd als modern mocht worden aangeduid.

Zo waren de remmen hydraulisch-mechanisch uitgevoerd en had de nieuwe Riley onafhankelijke wielophanging voor. Toen een noviteit. Maar onder de carrosserie zat nog een echt chassis en motorisch baseerde nieuwe wagen toch nog op een vooroorlogs ontwerp. Wat overigens niets zei over de constructie. Want die was best bij de tijd. Zo was de motor voorzien van twee bovenliggende nokkenassen en had de Rileymotor ook halfbolvormige verbrandingsruimten. De motor leverde 55pk en dat bezorgde de auto een respectabele maximum snelheid van 120km/u. Uiterlijk was de auto indrukwekkend genoeg om nieuwe kopers te trekken. Hij was ontegenzeggelijk Brits van allure.

Maar het publiek van toen vroeg toch om een ‘beetje meer’ en dat werd door Riley handig opgelost door de wielbasis te verlengen met 16 centimeter en in de langere neus een 2,5 liter motor te lepelen die 101 pk leverde. De topsnelheid ging daarmee naar 135km/u. Latere versies haalden zelfs de 150km/u en daarmee was Riley een merk met sportieve aspiraties. Dat werd nog versterkt toen in 1954 de Riley Pathfinder werd geïntroduceerd. Een auto met een pontoncarrosserie die het onderstel deelde met een Wolseley. Dit was een gevolg van de nauwe samenwerking die veel Britse merken ook toen al nastreefden.

Riley verloor daarmee veel van haar onafhankelijkheid en haar eigen gezicht. Die Pathfinder was een auto die bij ons toen al een kleine zesduizend Euro moest kosten en dat was veel geld. Een Renault 4CV uit die tijd kostte net geen twee mille. De Pathfinder behield in eerste instantie haar uit de 2,5 overgenomen motor, maar later kwam er een nieuwe zescilinder onder de fraai gevormde klep die zorgde dat de Riley een uiterst potente auto bleek die erg populair werd bij de Britse politie. Toch werd de auto niet zo lang gebouwd. Riley werd steeds meer een ‘batch’ voor andere merken en in 1959 startte me zo met de productie van de Austin Cambridge, die uitgerust met de technische toevoeging van een Rileymotor en de nodige aankleding voor het interieur, als Riley 4/68 door het leven zou gaan. Slechts aan de grille kon je nog zien dat het hier een Riley betrof. De tijden van de erg fraaie eigen ontwerpen waren voorbij. Binnen het latere BLMC werden nog tot en met 1969 Riley’s gebouwd. Daarna viel het doek definitief voor dit interessante automerk.  (Beelden: Internet)