Belgisch vernuft…Imperia!

Wie meent dat het concept van de hybride-auto, oftewel een auto die niet alleen een benzinemotor aan boord heeft om zich voort te bewegen, maar ook elektrische aandrijving, afkomstig is uit Japan en meer speciaal Toyota, moet ik teleurstellen. De Japanse fabrikanten zijn weliswaar in staat geweest de afgelopen pakweg 15 jaar dit concept in serie aan te bieden aan de markten over de hele wereld, het was een heel ander bedrijf dat dit hybride-systeem ruim 100 jaar geleden al introduceerde en patenteerde; Imperia. En dat merk kwam uit…België. Want terwijl wij hier druk zijn met DAF of Donkervoort, kunnen de Belgen terugkijken naar een geschiedenis met een behoorlijk druk palet aan autofabrikanten. Imperia was daar bepaald niet de grootste van, wel een opvallende. Omdat men meer zaken deed of ondernam die we nu toch wel als heel bijzonder zien. Men maakte motoren voor die gebouwde wagens zonder kleppen. En had, dik voor de Traction Avant Citroen op het wereldtoneel als uitvinder van dit systeem zou doen betitelen, allang auto’s in de aanbieding met de aandrijving op de voorwielen.

Waar het Imperia door de jaren heen aan mankeerde was vooral genoeg kapitaal en een oervorm van marketing bedrijven. Het bedrijf stamde uit 1904 toen oprichter Adrien Piedboeuf de oude boedel van een nog markanter bedrijf uit die streken overnam, Pieper. En die firma had die hybride bedacht en op de weg gezet. Imperia hoefde het alleen maar te perfectioneren. Deed dat een tijdlang in Luik, verhuisde later een kilometer of 40 verderop, naar een niet ver van Verviers gelegen dorpje, Nessonvaux. En daar expandeerde de boel behoorlijk. Zo zelfs dat men voor het testen van de eigen auto’s net als Fiat een grote testbaan aanlegde op het dak van die fabriek. Helaas had Imperia last van de twee wereldoorlogen. Men kreeg tussentijds nog een Nederlandse directeur die het merk in de vaart der volkeren op liet stomen.

Maar die oorlogen en die Duitsers die telkens weer de fabriekshallen leeghaalden waren een beetje veel van het verkeerde. Na de laatste oorlog moest men naast de spaarzaam verkopende eigen auto’s ook wagens in licentie gaan maken. De schoorsteen moest roken en dus koos men net voor de oorlog nog voor het Duitse merk Adler, kocht Minerva, ook al een Belgisch merk en ging na de bevrijding over op de licentiebouw van een Brits merk, Standard. De Vanguard van de Britten werd na in elkaar zetten op dezelfde wijze getest als de nu nog als zeer degelijk omschreven Imperia’s. Gewoon op het dak van de fabriek. Wisten kopers tenminste wat ze kregen. Helaas redde Imperia het niet. In 1958 viel het doek en werden de laatste werknemers ontslagen. Sindsdien raakte het complex in verval. Al zijn loodsen en stukken testbaan nog wel te vinden als je er even gaat kijken. Imperia, volkomen onbekend behalve in kringen van echte liefhebbers of historici en nu ook bij de lezers van dit blogje. En meteen ook een mythe doorgeprikt rond die hybride-auto’s. Niet modern, niet nu actueel, maar al een eeuw geleden. En bedacht door Belgen! Kom daar maar eens op toch?!(Beelden: Wiki/Internet)

 

100 Jaar Schiphol

Verkeerstoren van toenDit jaar – 19 september a.s. om precies te zijn – is het honderd jaar geleden dat het eerste vliegtuig landde op een drooggemalen, drassig stukje grond in de Haarlemmermeer. Een stukje grond dat later bekend zou worden als Schiphol. Die plek markeert een bijzondere geschiedenis waarvan je inmiddels al het nodige bij mij hebt kunnen lezen. Schiphol is in die 100 jaar uitgegroeid tot een mainport in de luchtvaartwereld die jaarlijks ruim 58,2 miljoen reizigers ontvangt, waar 1,6 miljoen ton vracht passeert en waar 65.000 mensen direct hun brood verdienen. Schiphol verbindt Nederland met de rest van de wereld. Reizigers, zakenmensen en goederen bereiken via Schiphol ons land of gaan vanaf hier op wereldreis. Dit verrijkt ons land niet alleen in economisch opzicht maar ook emotioneel. Door Schiphol komen we contact met andere wereldburgers, het is een start- of eindpunt van onvergetelijke ervaringen en mooie herinneringen. Herinneringen die ook mij niet vreemd zijn. Immers voor een beetje hoofdstedeling was Schiphol heel lang in feite het vliegveld in de ‘achtertuin’.

212733 -m Schipol-East view ligth a.c. 0480 Scan10167Hemelbreed lag het iets van 12 kilometer van mijn geboortehuis vandaan en door de toenmalige positie van platform en banenstelsel werden wij regelmatig geconfronteerd met die bijzondere buurman. Vliegtuigen kwamen over onze straat heen, ik zag ze uit de ramen van mijn school en later uit die van het kantoor waar ik in het centrum van de stad werkte. Het virus van de luchtvaartgekte heeft zich vast in die periode in mij genesteld. Leuk hoor, die baan op kantoor bij een bankinstelling, Schiphol trok me toch meer. Van mijn jongste jeugd af was ik gefascineerd door wat zich daar allemaal afspeelde en op mijn 12e dreinde ik al zo lang tot mijn ‘pa’ mee ging naar de KLM Technische Dienst waar ik graag wilde gaan werken. Voor de luchtvaart was het een zegen dat men daar adviseerde dat ik nog beter even kon doorleren. Mijn technisch inzicht bleek om en nabij het nulpunt te bewegen, zou voor de veiligheid van die vliegtuigen weinig hebben bijgedragen. Eind 1965 was het dan zo ver. Na een korte stage bij Martinair stapte ik binnen bij een luchtvrachtkantoor op het aloude Schiphol en werd aangenomen. De rest is ook hier al eens verhaald. Historie! Schiphol bleef sindsdien in het bloed.

KLM aircraft at EHAMAls spotter, als werknemer, als passagier, auteur van diverse uitgaven, altijd was er die luchtvaart. Ik weet nog dat wij verhuisden naar de polder. Ik ontdekte dat het veel te ver weg was van Amsterdam en Schiphol. Ik hoorde de vliegtuigen niet meer. Dat vond ik vreselijk, erger nog, mijn luchtvaartradio waarmee ik het ‘verkeer’ tussen de toren op Schiphol en de vliegtuigen altijd volgde, werkte niet meer. Wat een geluk toen ik door andere omstandigheden ineens weer dichtbij de luchthaven kwam te wonen. Alles werd weer normaal, ik genoot weer als voorheen. En dat doe ik nog. Vliegtuigen hoor ik, zie ik, en als ik er behoefte aan heb ga ik even langs om ze van dichtbij te bekijken. Het Schiphol van nu is onvergelijkbaar veranderd. Was het vroeger een open ruimte waar je nog lekker kon genieten van al die zaken die een vliegveld leuk maken, tegenwoordig is Schiphol nog strenger beveiligd dan vroeger Soesterberg. Maar dat komt door de veranderde tijden. Na kapingen door Palestijnen, 9/11 en de verder gaande expansie van het veld zelf, worden eisen gesteld aan de omgeving die het voor malloten zoals ik lastig maken om ouderwets te genieten. En toch blijf ik vervangend trots op het fenomeen Schiphol. Lawaai? Hoezo? We eten er ook allemaal van hoor. Die luchtvaartsector rond en op de luchthaven zorgt voor 200.000 banen. Denk die maar eens weg. Kortom, ik vind het een felicitatie waard. En zie ook meteen dat ik een dagje ouder ben geworden. Want ik praat nu net zo over vroeger als de generaties voor mij die Plesman en de modder van vroeger nog hadden gekend. Al bladerend door mijn oude fotoalbums komt er weer veel terug. Daar stop ik nu mee, net als met dit blogverhaal………U wilt vast ook nog wel iets kwijt over Schiphol….toch?

 

 

Een eeuw oorlogvoering…

GMC in Japan 1947Als je nu militair je punt wilt maken is er een ding dat je absoluut niet moet doen. Je ingraven en vanuit loopgraven trachten je evt. tegenstander uit te schakelen. Daar komen minder goed georganiseerde legers al snel achter. De moderne vijand rijdt of vliegt om of over je heen en een beetje tegenstander beschikt over een luchtmacht die bestaat uit speciale vliegtuigen of helikopters waarmee je grondtroepen effectief te lijf kunt. Het was een eeuw geleden nog zo dat men de vijand bestreed met in het achterhoofd de scholing die de toenmalige generaals hadden gehad in de 19e eeuw. In die periode ging je te paard of met getrokken bajonet op de tegenstander af en trachtte zo diens weerstand te breken. Maar de Eerste Wereldoorlog bleek een soort kruispunt tussen oud en nieuw. Binnen vier jaar ontwikkelde zich een effectief luchtwapen, tanks, kanonnen die tientallen kilometers ver konden schieten en de mitrailleur die hele generaties vijandelijke soldaten kon uitschakelen. Bommenwerpers en zeppelins zorgden voor dood en verderf onder de burgerbevolking. Toch probeerde die aan tradities vast houdende generaals om met charges vanuit de eigen loopgraven al die jaren lang een paar schuttersputten van de vijand te veroveren. Het bleek een zinloze oefening en zorgde voor een afloop van de gruwelijke wereldoorlog die in feite als onbeslist kon worden betiteld.

217408 - EHLE - 140486 - Westland Lynx MLD 262 hovering Scan10512Al werd Duitsland aangewezen door de geallieerden als aanstichter van het conflict en legde men met het opgelegde Verdrag van Versailles de basis voor het nieuwe conflict van een jaar of twintig later. Oorlog is sindsdien volkomen veranderd. Vliegtuigen maken nu de dienst uit, al dan niet bemand, en men kan met satellieten de vijandelijke troepenbewegingen aardig in kaart brengen. Digitale oorlogvoering is in staat om de samenleving van de tegenstander compleet te ontwrichten en als het echt moet zijn er raketten die in staat zijn de hele wereldbevolking naar de rand van de afgrond en uitsterving te brengen. Bij regionale spanningen zoals we die nu meemaken zien we hoe de oorlog is veranderd. De Pick-up-truck is een nieuw wapen geworden. Snel, beperkt van omvang en vaak bemand door lieden die er kriskras mee door de vijandelijke linies trekken. Overigens zijn ze met een goede gevechtshelikopter vrij eenvoudig uit te schakelen, maar de meeste strijdmachten waar tegen deze revolutionaire strijders oorlog voeren, bezitten die heli’s nu net niet.

Maan-Saturnus 5 met Apollo 11 start op weg naar de maanMet name de grootmachten zijn langzaam aan getraind geraakt in het niet meer benutten van enorme legers die log en moeizaam door lastig terrein heen moeten ploegen. Nee, men gebruikt drones, vliegtuigen, bommenwerpers en als het moet special forces. Ook bij de Russen heeft men veel geleerd van het pak slaag dat het Rode Leger kreeg in Afghanistan. De lessen daar geleerd pas men nu toe in de Oeral en Oekraïne. Het bespaart veel eigen mensenlevens terwijl de effectiviteit groot is. Daar kon men ten tijde van de Eerste W.O. in Frankrijk, België, Oostenrijk, Rusland, Turkije, Oostenrijk en Italië slechts van dromen. Maar dat was dan wel een eeuw geleden. Dat conflict toen kostte 18 miljoen jonge mensen het leven. Dat soort verliezen neemt men nu niet meer op in de planning. Al weet je nooit hoe men bij de tegenstander rekent. Maar goed ook. Als je ziet wat er allemaal loos is in de wereld krijg je toch de kriebels soms….