Vertrek…..

‘’Nee’’ zei hij nadat hij haar indringend had aangekeken…..’’Nee…ik wil niet meer’’. Verbijsterd staarde ze hem terug aan. De tranen welden op in haar ogen. Wat was er mis, wat had ze verkeerd gedaan. ‘’Is het niet lekker dan? Doe ik iets verkeerd? Zeg het me dan!’’. Hij schudde zijn hoofd. Hij wilde er niet op in gaan. Hij had er genoeg van, ze hadden er zo lang en veel over gepraat en kwamen er steeds niet uit. Het zat hem dwars. Soms zelfs op zijn werk. Dat dwaalden zijn gedachten af naar thuis. Hij kreeg echt een hekel aan haar. En hoe vaak hij het ook uitlegde, ze reageerde steeds weer met dezelfde reflexen. En vandaag had hij er genoeg van. Over en uit. Hij ging zijn koffer pakken. En zij bleef gebroken en in tranen op de bank zitten. Ze snapte het niet. Alles wat hij wilde deed ze, ze gaf hem in alles zijn zin. Ze stond hem ook alles toe. Maar dat ‘ene’ kon ze hem kennelijk niet geven. Af en toe sprak ze er over met haar beste vriendin. Die snapte het ook niet. Diens partner was niet zo lastig en zeker niet dwingend. Op zo’n relatie was ze best jaloers. Ze was een mooie vrouw, alles er op en aan, ze kleedde zich aantrekkelijk, studeerde elke dag, zorgde dat haar huishouden op orde was, zat elke avond klaar met iets lekkers voor hem als hij thuis kwam van het werk, maar toch was het niet genoeg. En hij kon maar niet uitleggen wat er nu echt aan schortte. En nu liet hij haar alleen. Vertrok, stond nog wat te klungelen met zijn tas vol kleding en andere spullen. Ze had geen idee waar hij heen ging, het kon haar eigenlijk ook niet schelen. En toch weer wel. Want als hij een ander had was dat best van belang. Wellicht kwamen ze er dan nog wel uit. Vergevingsgezind was zij altijd geweest, ook al kon ze hem nooit betrappen op iets onbetamelijks. Toen hij aanstalten maakte om de deur uit te lopen, keek ze hem nog een keer aan. Met rode ogen van de tranen en het verdriet. Vroeg: ‘’waarom, waarom?? We houden toch van elkaar!?’’. En hij antwoordde met een half verstikte stem….’’Ja, zeker, maar ik kan er niet meer tegen….jouw appeltaart haalt het niet bij die van mijn moeder en dat heb ik je nu al zo vaak verteld….ik ben het nu zat’’. Hij pakte zijn tas op en knalde de deur achter zich dicht. Verbijsterd bleef ze achter. Maar ze wist nu wel waar hij heen ging…Dat rot mens ook! (Beeld: Yellowbird)

Aangenaam kennismaken…

Het verlies van twee geliefde en kattenmaatjes in slechts 13 maanden tijd, waarbij de leeftijd toch wel erg wrang makend was, (2,5 resp. 4,5 jaar) maakte dat ons oorspronkelijke plan om met drie katten ons huis tot een extra warm thuis te maken dan wel te houden, plotsklaps volledig in duigen viel. Altijd zijn er in ons leven huisdieren geweest. Altijd katten, een keer ook een geweldige hond. Zij die mij al wat langer volgen weten hoe wij die dieren koester(d)en. Wij verzorgen ze alsof ze in een paleis wonen, maar krijgen er ook heel veel voor terug. Een tevreden dier is domweg lief en geeft onbaatzuchtig affectie op elk gewenst moment. Dus na de enorme dip die het gevolg was van het recente verlies van onze lieve Pixel waren we niet alleen verdrietig maar ook wat in de war. Dat kwam mede doordat onze nog wat jonge Prins Percy (1,5 jaar oud) zijn zwarte maatje enorm bleek te missen. Hij was de weg kwijt, zijn voorbeeld was verdwenen. Het was gewoon zielig om te zien en dat brak ons al gekwetste hart dus nog eens extra. Dat werd al snel nadenken over ‘wat nu’. Een paar opties bleken lastig invulbaar.

Risico nemen met katten waarvan de herkomst onbekend was leek ons ook niet meer de juiste weg. Het redden van de ooit zo letterlijk weggesmeten Punky bleek ons uiteindelijk ook onmogelijk en dat besef snijdt nog eens extra in de al zo gevoelige ziel. Nee, we moesten maar eens een paar andere opties aflopen. En dat deden we. Met behulp van onze kinderen! Zoeken naar qua karakter sociale katten die het ook met het prinsje zouden kunnen vinden maar waarvan ook duidelijk was wie vader en moeder waren. Relatief snel vonden we een adres waar een nestje raskatten zonder stamboom werd aangeboden. Het contact verliep meteen goed, de bewuste dame was communicatief (er waren er ook geweest die helemaal geen reactie gaven als we vragen stelden..) en nodigde ons op een zondag uit te komen kijken naar welk diertje eventueel bij ons zou passen. Kittens, twee katertjes en twee poesjes. Vader en moeder zaten bij het nestje. Niet al te groot van formaat, wat de kans op mastodonten op latere leeftijd beperkte. Deze katten kunnen nog wel eens stevig van formaat en gewicht worden. Zoals ons Prinsje die nu ook al aardig aan de maat is. We keken welke van die diertjes zich bij ons wilde nestelen.

Een van de jonge grijs met wit gekleurde katers deed dat. Meteen knorren, actief over ons heen lopen en zich vast laten houden. Die werd het! Maar de dame in kwestie haalde ook nog even de ‘meisjes’ er bij. Een zeer gevlekt exemplaar waarop al een verkoopoptie zat en een witje. Die witte bleek net als haar broertje lief en actief. Geen doetjes. We smolten en besloten toen in een soort opwelling toch te gaan voor twee. Paar dagen later opgehaald. Samen in een reismandje. Rustig, al werd er af en toe wel gepiept. Thuis gekomen begroet door Prins Percy.  Even wennen, maar na een dag of twee/drie was het oude jongens krentenbrood. De kleine witte gaf Percy kopjes en speelde met hem. Grijsje is actief in het vechtwerk, maar kan ook als een bewusteloos diertje op je schoot verkeren. Samen zijn ze sterk. Ze eten als bootwerkers, spelen met alles wat we aan krabpalen en ander spul in huis hebben en zorgen er voor dat alle meubels intussen zijn afgedekt alsof we in een ‘warzone’ verkeren. Maar wat een plezier weer. Vooral Percy heeft er weer lol in. Speelt en rent (voelt zich nog een kitten met zijn 1,5 jarige leeftijd, al weegt hij dan bijna 5 kilo) en is zijn downperiode duidelijk kwijt. Net als wij. Nooit zullen we onze Pixel vergeten. Nooit! Maar een paar zonnestralen zorgen wel dat we de lente weer in zicht hebben. En o ja, witje heet Pebbles en grijsje Presley……Aangenaam!

Klein (maar voor ons groot) leed. Pixel!

Op 21 maart 2014, de dag dat in dat jaar de lente begon, haalden wij hem als kleine kitten op bij medeblogster Bettina in Oss. Pixel. Gitzwart van kleur, fluweel van huid, ondernemend, maar vooral intens lief. Vanaf het eerst moment dat we hem hier onderdak boden, wist hij ons in te palmen. Een vrijdoos, knuffelkat, maar zeker niet zonder eigen wil. Zijn oranjerode en even oude broertje, Lucky, kreeg een warm onderdak bij een naast familielid. Vanaf het moment dat we Pixel in huis hadden leek het wel of ook in ons huis de lente echt door was gebroken. Hij was zo aanhankelijk dat hij echt een soort kind werd. Een diertje dat je constant wel moest aaien en dat was waar hij ook zeer van hield. Ach, hij maakte wel eens iets stuk in mijn hobbykamer, maar dat vergaf je hem als hij dan knorrend naar je op keek met die blik die hem zo kenmerkte.

Eigenlijk kwam hij ook in huis als gezelschap voor onze ‘oude theemuts’ Poespoes, die na het verlies van haar even oude broer een jaar eerder, toch een wat zoekende en eenzame indruk maakte. De oude dame en de jonge kater gingen al snel heel goed met elkaar om. Helaas duurde dat niet zo lang. Poespoes was op leeftijd, had nog nooit een dierenarts gezien, maar was ineens ‘op’. Werd benauwd en dat noopte tot een beslissing die Pixel nu op zijn beurt alleen deed zijn. Iets waar hij maar matig van hield. Als we wel eens een dagje of zo weg wilden keek hij ons voor het raam na en braken we zowat of zegden soms die tripjes bijna af. Reden waarom we een maatje voor hem zochten in de vorm van de achteraf bezien zeer ongelukkige Punky die naar later bleek zo’n slechte start te hebben gemaakt dat dit zijn korte leven elke vreugde uit het jonge diertje zou weghalen.

Pixel bleef een stabiele factor, maar had weinig op met deze nieuwe kameraad. Sterk/zwak ging kennelijk niet goed samen. Pixel werd de dominante kater en dat was even een andere kant van zijn karakter die wij nooit eerder hadden gezien, maar achteraf logisch bleek. Nadat we eind vorig jaar november die arme kleine stakker moesten laten verlossen uit zijn lijden, was er intussen een nieuwe kandidaat huisvriend aangetreden in de vorm van de meer extravagante Prins Percy. Dat ging wel goed samen en de kleine Prins kreeg van Pixel een opvoeding die er toe leidde dat die intussen best grote jonge kater zijn zwarte maatje overal volgde. Van onder naar boven in ons huis, maar ook in bed. Want Pixel was een bedslaper. Mandjes had hij minder mee. Tegen ons aan in bed vond hij veel fijner. Een speciale poezendeken bracht uitkomst. Kon hij trappelen en zich daarna nestelen. Anders dan andere poezen en katers die wij gewend waren, sliep hij dan als een mens.

Diep, zonder onderbrekingen en dicht tegen je aan. Grappig genoeg nam de prins dat van hem over, al ligt die dan niet strak tegen ons aan. Pixel lag ook tot op het laatst naast me als ik hier in mijn werkkamer mijn stukjes tikte. Altijd op een kussen naast mijn bureau. En als het moest gewoon op mijn toetsenbord omdat hij even extra aandacht wilde. Vaste waarde, vaste prik. Altijd lief, altijd onvoorwaardelijk trouw en dus nu enorm gemist. Gisteren, de dag na Kerst, moesten we hem laten inslapen. Preventief. Oorzaak, een gemuteerd Coronavirus in zijn intussen sterk vermagerde lijf. Want hij viel in de laatste fase van het jaar enorm snel af. Van 5,5 naar 4 kilo. Opmerkelijk. At ook nauwelijks meer. Dan denk je al snel aan iets anders, maar na bloedonderzoek en analyses plus drie confronterende gesprekken met der dierenartsen werd het oordeel vrijwel even erg.

Hij zou enorm gaan lijden als we niets deden. Dat wilden we niet. Het voorspelbare trauma van ‘middelen die erger bleken dan de kwaal’ bij Punky zat en zit zeer hoog. We besloten hem wel nog tijdens de kerstdagen bij ons te houden en te verwennen. Hij at weer wat, hij deed alle dingen die we zo van hem waardeerden. Hij was als altijd lief en aanhankelijk, lag strak tegen me aan in bed. En mijn hart brak, bij elke aai die ik hem gaf. De decemberdip was en is dit jaar extra diep. Het afscheid is een open gescheurde wond geworden. Naast mij op dat speciale kussen ligt nu geen zwarte kater meer. In bed heb ik weer wat extra ruimte, maar o hemel wat mis ik dat diertje nu al. Net 4,5 jaar oud geworden…Maar gelukkig in een poezenhemel en naar we oprecht hopen hier op aarde veel leed bespaard. Ook een vorm van liefde. Wel een heel pijnlijke vorm….heel pijnlijk!

40 jaar vriendschap…

Het was een koude dag in het najaar van 1978 toen we met onze toenmalige prive-Skoda (120L) onderweg waren naar het thuisland van die wagens, Tsjecho-Slowakije. Een heel avontuur want dat lag toen nog stevig afgegrendeld achter het IJzeren Gordijn. De importeur van het merk, de chique firma Englebert uit Voorschoten, vond in die periode dat we als dealer-vertegenwoordigers met de door ons verkochte auto naar de fabriek moesten afreizen om zo zelf te kunnen ervaren dat alles wat de toenmalige autopers over ons heen had gegooid aan bagger onterecht was. Die toenmalige Skoda’s kregen die kritiek omdat men in de CSSR anders dan verwacht een erg aardige auto ontwikkelde waarvan de motor echter ‘nog steeds’ achterin zat. En dat had naast voordelen, want goedkoop te bouwen en veel binnenruimte, ook nadelen. Een daarvan, zijwindgevoeligheid. Maar mijn eigen exemplaar had ik voorzien van brede velgen en bijpassende banden, Koni-schokdempers en de auto was ook nog eens voorzien van een zwart vinyl dakje. Het oogde stoer en de rode Skoda deed wat hij moest doen. Gewoon stevig doorrijden over de Duitse Autobahn richting Beieren waar we met nog een stel andere dealers onder leiding van de importeur de stevig bewaakte grens bij Waidhaus zouden oversteken.

Na een paar uur rijden was het wel even tijd om de blaas te legen en dat deden we ergens aan het begin van de Beierse heuvels op een parkeerplek die op een meter of twintig boven het voorbij razende verkeer gelegen was. De plaspauze bracht een verrassing. Achter onze Skoda stopte een ander rood exemplaar. Iets minder uitbundig van uitstraling, maar wel met Nederlands kenteken. Dat moest wel een van de dealers zijn die ook mee op reis ging. En ja hoor, dat bleken Lieneke en Rein te zijn uit Soest. Rein werkte voor de toenmalige dealer Alblas en mocht dit tripje doen. Zijn baas was net als de mijne niet zo van de Skoda’s of dat land waar ze gebouwd werden. En dat bleek ons gelukje. Want vanaf het moment dat we contact maakten klikte het direct. En dus besloten we om deze trip verder samen door te brengen. Wat zeer goed lukte. Zelden zoveel en hard gelachen als met onze nieuwe vrienden. Net als wij nog jong, zonder kinderen, genietend van het leven. Nadat we dat leven met al haar hoogte- en dieptepunten beleefden zoals we dit allemaal meemaken, bleef de vriendschap hecht. Niet plakkerig, nooit overmatig maar altijd met veel plezier en interesse voor elkaar.

Grote klap voor ons allen was het plotseling wegvallen van Rein. Zo maar tijdens het joggen overleden, hij was een zeer sportief type mens, en op relatief jonge leeftijd achterblijvend in een bos. Het verdriet was groot, de verslagenheid ook. Gelukkig voor Lieneke was er een man die haar goed opving en begreep. Met wie ze later ook uit liefde opnieuw trouwde en zo weer kon genieten van het leven. En met wie ook wij snel een meer dan goede band opbouwden. Zo goed dat we elk jaar een paar maal op stap gaan. In binnen- en buitenland. Lachend, proestend, en soms ook elkaar omarmend bij onverwachte zaken die wel of niet leuk zijn.. Een afspiegeling van het leven. En zoals volgens mij een vriendschap ook moet zijn. Zij soms doof van mijn gekwek, ik met schorre keel omdat we zoveel lol hebben. Het plezier dat er in 1978 al aan stond te komen. Op een koude en zeer interessante trip naar het moederland van mijn (..) merk. Wat ben ik blij en dankbaar dat ik die trip ooit kon maken. Want na veertig jaar nog steeds koesteren is best uniek. Dit jaar gaan we het extra aandacht geven. Over het hoe en waar zal vast nog worden bericht….

Ondanks de goede wensen….

Ondanks alle goede wensen, onze dromen, verlangens en zo meer, werd 2017 toch weer een jaar zoals alle voorgaande. Met narigheid en ellende aan de ene kant en plezier en ontspanning aan de andere. Wereldwijd zagen we de impact van een nieuwe president in de VS wiens diplomatieke gaven net zo groot zijn als die van de veelal geloofsgekke terroristen die ons bestaan elke dag bedreigen. We zagen de groei van het wereldwijde wapenarsenaal niet afnemen. Integendeel. Net zomin als we zagen dat er een verbeterd inzicht is gekomen t.a.v. het milieu, integratie, criminaliteit en zo meer. Nog steeds wordt Europa overspoeld door economische immigranten die menen dat het geld hier voor ze aan de bomen groeit. Een onhoudbare situatie die ook in 2018 niet zal verbeteren. Als je dus wereldwijd kijkt is er weinig reden tot vrolijkheid of optimisme. Dat geldt ook als we kijken naar wat ons land nu weer als regering heeft gekregen. De combinatie die nu met elkaar het nieuwe kabinet-Rutte heeft opgezet zal naar mijn mening zeker zorgen voor nog meer verdeling in de samenleving.

Omdat men overeind wil houden wat men denkt dat goed is voor ons land, daarbij hele groepen verontruste burgers negerend die via hun stem een totaal andere mening zijn toegedaan. We gaan eens zien wat het allemaal brengt maar optimistisch wordt je er niet van. Net of men weg wil kijken van een samenleving waarin cultuur, taal en traditionele godsdiensten moeten worden ingeruild voor iets nieuws. Zoals een door Brussel gedicteerde politiek van pappen en nathouden. Die niet zal leiden tot verbetering van de situatie, maar juist verslechtering. Nee, ook op dat punt viel 2017 niet mee. Privé mag ik trouwens niet klagen. Ach er gingen als altijd dingen mis, andere waren juist weer hoopvol. Er was verdriet en we hadden soms enorme lol. Het derde boek van mijn handen en toetsenbord zit vast op technische invulling rond de uitgave maar dat zou in 2018 moeten kunnen komen tot concretisering. Ik zie daar zeer naar uit. Tenslotte is het best een heel verhaal wat ik daarin te vertellen heb.

Nieuw was ook dat mijn persoonlijke aanwezigheid op de sociale media nu ook via Instagram verloopt. Leuke aanvulling op de rest. Het bloggen leed wel een vervelend verlies toen afgelopen maanden bleek dat de aanbieder van o.a. mijn autoblog op een of andere manier in de problemen raakte en meende dat schrijvers dan niet meer betaald hoefden te worden. Dat leidde van mijn kant tot stille vingers op het toetsenbord. Op dat punt heb ik in het verleden al te veel negatieve ervaringen opgelopen. Jammer, maar helaas, dan moet het maar op andere manier. Schrijven gaat gewoon door. Toch een soort passie. Net als al die andere liefhebberijen die mijn leven deels inkleuren. En wat dat kleuren betreft, wat te denken van onze nieuwe aanwinst; Prins Percy!

Een schat van een dier dat zo mooi zijn eigen plekje in huis innam. Wat een geluk dat je dat plezier kunt gebruiken om het grote verlies (voor ons) van zijn huisgenootje Punkie op te vangen. Die moesten we na net twee jaar leven maar toch ook flink sukkelen met de gezondheid alweer definitief uitzwaaien. Doet nog steeds pijn. En verder genoten we van leuke tripjes, familie, vrienden, mooie steden, fijne terrasjes, lekkere hapjes en zo meer. Net zoals we dat in 2018 weer hopen te doen. En omdat wij menen dat delen ook iets in zich heeft wens ik u dit namens ons ook toe. Moge 2018 u brengen wat u ervan verwacht. Moge gezondheid en plezier, maar zeker ook liefde uw deel zijn of blijven. Tot in het nieuwe jaar!

Echte mannen huilen niet…

Mannen horen niet te huilen. Althans niet in onze westerse cultuur. Toch? Er zijn culturen waarin huilen wordt gezien als oprecht teken van respect voor het lijden van sommige profeten of vanuit een ware aanbidding van de lokale leider(s). Bij ons is huilen toch wat meer een vrouwending dan dat mannen er meteen mee te koop lopen. Verdriet of een diep geval van affectie verberg je onder een dikke laag emotioneel beton. Mannen zijn pas echte kerels als ze niet huilen. Ook niet op momenten van wanhoop of pijn. Voor je het weet ben je een ‘watje’ of een ‘mietje’. Maar biologisch ligt dat toch allemaal een stuk anders. Uit Duits wetenschappelijk onderzoek bleek dat de gemiddelde vrouw jaarlijks tussen de 30 en 64 keer huilt. De gemiddelde man echter ook nog steeds tussen 6 en 17 keer. En die cijfers horen bij uitslagen die komen van volwassen mensen. Kinderen laten in soortgelijk onderzoek zien dat er op dit punt vrijwel geen verschil is tussen jongens en meisjes. Tot ze kennelijk door de pubertijd gaan en hormonen hun opvoedende maar ook geesten en emoties scheidende werk doen. Huilen is dus een uiting van emoties en die kunnen enorm verschillen.

Woede, pijn, onmacht, oprechte liefde, aanbidding, bedenk er een emotie bij en het kan allemaal leiden tot gesnotter of geween. Bij overlijden van een dierbare is ook dat gesnotter in onze streken vaak wat ingehouden. In andere culturen vallen mannen en vrouwen wenend over de kist van de overledene en laten hun tranen de vrije loop. Vrouwen weeklagen dan en roepen elke bekende god aan om over de ziel van de dode te waken. Wij, Nederlanders, nemen afscheid, luisteren naar de toespraken, breken wellicht pas als het moment van achterlaten daar is, maar gaan daarna weer gewoon en in stilzwijgen door met de dagelijkse gang der dingen. Op dat punt is de maatschappij best hard geworden. Ook het verlies van een huisdier kan enorme effecten hebben op de traanbuis en wat daar achter zit. Maakte ik zelf onlangs ook weer mee. Het verlies van de kleine en veel te jonge huisgenoot die zo ziek werd en uit mededogen moest inslapen maakte me wanhopig en woest. Het einde is dan definitief en nooit zul je meer mogen genieten van wat zo’n kleine rakker je aan plezier en liefde gaf.

Dieren zijn onbaatzuchtig. En dat vertaalde zich in heel wat tranen. Schaamte kende ik op dat moment niet hoor. Zou niet weten waarvoor. Het onverwachte, het onrechtvaardige, het hulpeloze, en dan dat komende gemis, het hield me emotioneel heel even intensief bezig. Om me heen waren er wat vrouwen, en die hielden het ook niet droog. Dan valt het minder op. Maar ik werd er vast niet (meer)gezien als de horkenman die ik als imago in het verleden al dan niet verdiend opbouwde. Nee, dit was een moment van zwakte. Gekoesterd hoor. Ik kan me soortgelijke momenten uit het verleden ook nog goed herinneren. Enkele malen voorgekomen. En daarna opgeborgen in het kistje met emoties waarin je dit soort zaken als echte vent opslaat. Want stoere mannen huilen niet. Voor het geval ik de uitzondering ben op die regel heb ik altijd een schone zakdoek bij me. Je weet maar nooit…

De watersnood van een 15-jarige

Voor veel mensen is 1953 ver voor hun tijd, of ze zijn het jaar bijna vergeten. Maar in Zeeland wordt het verhaal van dat rampjaar doorgegeven via de anekdotes die van generatie op generatie overeind blijven of uitvergroot. Onlangs was ik voor het jaarlijkse uitje in die natte en vooral vlakke provincie voor het eerst in het plaatsje Stavenisse. Oorspronkelijk een eiland tot die enorme springvloed Tholen en St.Philipsland te pakken nam. Het geisoleerde Stavenisse liep compleet onder. Waar elders in die hoek mensen natte voeten kregen stond men in Stavenisse relatief snel tot de nek in het koude water en werd een deel van het plaatsje compleet van de aardbodem geveegd. En dat ging zo snel dat heel wat mensen het leven verloren. 8,8% van de bevolking. En heel wat koeien, schapen en ander vee. Ook erg was dat zij die dat nog konden voor zover mogelijk in pyjama of nachthemd vluchtten naar hogere punten die indertijd slechts te vinden waren in de kerktoren of het stadhuis.

Daar huisden op enig moment tijdens die ramp tientallen mensen in de kou maar wel beschermd tegen het wassende water. Hulp kwam niet of veel te laat, Stavenisse werd 8 dagen lang min of meer vergeten. Om dit verhaal levend te houden bestaat er in het oude gemeentehuis een soort mini-museum dat men aanduidt als het Watersnoodhuis Stavenisse. Voor een luttel bedrag krijg je daar een gids mee die je via allerlei simpele hulpmiddelen en een hoop enthousiasme uitlegt wat daar in Stavenisse plaats heeft gevonden. Het lieflijke plaatsje van nu was toen een en al ellende. Maar de gids maakte het verhaal mooi, zakelijk en to-the-point. Hij showde de lage en hoge plekken, maakte beeldend hoe op de kamer waar het grootste deel van de expositie te zien is wel 80 mensen op elkaar gedrukt stonden te kijken naar hoe hun huizen of boerderijen compleet werden weggevaagd door het woedende water.

Geen dijk leek bestand tegen deze oerkrachten. Als je wilt kun je in een filmzaal beelden bekijken over de ramp die dit plaatsje tekende. Zodanig dat we er nu nog over kunnen horen of lezen. Door middel van een gids die er alles aan deed om duidelijk te maken hoe zijn opa en oma, maar ook zijn vader en moeder moeten hebben geleden onder alles wat hier plaatsvond. Want bij de uitgang gevraagd naar zijn leeftijd, vertelde hij dat hij net 15 was geworden. Kijk, als dat niet het bewijs is dat men het hier aan mekaar doorgeeft, dan niks. Men moet nog even kijken naar de Nederlandse taal, want de D en T zijn nog niet helemaal goed gebruikt op sommige plekken. Maar ja, kniesoor die daar op let. Het verhaal werd heel goed verteld. Complimenten op zijn plek voor de jeugdige gids! Mocht je in de buurt zijn, ga zeker even langs daar.

Afscheid van PoesPoes

WP_20150902_00317,5 jaar was ze bij ons. Nou ja, het grootste deel van haar bestaan was dat zo. PoesPoes, die we onlangs moesten laten inslapen. Ze overleefde haar fysieke broer Patser zo’n 1,5 jaar. Was die ondanks zijn naam en postuur eigenlijk de brekebeen van de twee, zijn zus bleek gemaakt van ijzer. Ze kende geen enkele kwaal, hoefde nooit daar de dierenarts en was tot bijna het laatst toe in zeer goede doen. Maar zoals dat vaak gaat met dieren kwam de verslechtering vrij plotseling. Ze werd heel snel mager (ze had als bijnaam ‘de dikke’ en niet onterecht) likte zich overmatig veel, dronk als een Tempelier en begon de laatste weken raspend adem te halen. Dat was zorgelijk. Dus alsnog naar de dierenarts. Na uitgebreid onderzoek (inclusief foto) was niet echt iets te vinden. Veroudering, ze was op leeftijd. Maar dat constante hijgen bij het ademen maakte ons niet vrolijk. Wel wakker. Want ze zat midden in de nacht ook als een snurkende vent rechtop of likte zich met alle bijbehorende geluiden.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Daarbij bleken drie bakken water niet genoeg om haar niet aflatende dorst te lessen. Dat ze enorme hoeveelheden urine produceerde was op zich nog niet zo gek, maar toen die plassen op enig moment de daartoe bestemde bakken niet meer bereikten vonden we het genoeg. Het diertje was op. Gelaten ging ze mee voor haar laatste gang naar de dierenarts en lieten we haar daar waardig, humaan en in alle rust inslapen. Zeventien en een half jaar oud geworden. Bovengemiddeld voor de katten die wij ooit tot de onzen rekenden. PoesPoes was er nog een uit de generatie van de jaren negentig. In  huis gekomen met haar broer en ooit samen met nog een huispoes en onze hond samen zorgend voor een hoop leven en sfeer in huis. Ze was voor sommigen heel lief, kwam bij mij op schoot, bij verder niemand anders. Ze maakte mij ’s-morgens wakker door dwars over me heen te lopen als ze vond dat het menselijk gesnurk nu wel lang genoeg had geduurd.

WP_001297Ze was dominant naar andere katten toe. Niet akelig, maar voldoende duidelijk dat sommige plekken in huis echt de hare waren. En als er een nieuw mandje kwam voor o.a. onze jongste telg Pixel, dook zij er met haar omvangrijke lijf als eerste in om dat ding te testen. Ze is niet meer, we hebben er een traan om gelaten en een glas op gedronken. Binnenkort komt ze in asvorm onze kant weer op en gaan we haar verstrooien in de tuin bij haar collega’s die haar vooraf gingen. Het is weer gezelliger in de poezenwereld. En wij ruimen wat zaken op die typisch voor haar waren. Daar horen de herinneringen overigens niet bij. We zullen haar namelijk enorm missen!

 

 

 

Patser – al weer een jaar in de poezenhemel…

OLYMPUS DIGITAL CAMERADat de tijd vliegt is wel duidelijk. Dat ontdekte ik toen ik in mijn agenda terugkeek naar vorig jaar en zag dat we juist vandaag alweer een jaar geleden onder vervelende omstandigheden afscheid namen van onze stoere rode kater Patser. Een naam die paste bij een dier dat vooral voor zijn eigen zus een stevig imago kon opzetten, de vroegere huishond met simpele gebaren (een opgeheven poot was voldoende..) uit diens mand kon verjagen om daar dan zelf in te gaan liggen, maar voor ons ‘baasjes’ een schat was. Hij was ondanks zijn naam een watje, een kater ook met een hoop problemen die hem vanaf zijn jeugd achtervolgden. Zijn laatste momenten waren buitengewoon akelig en dat staat me nog bij als de dag van gisteren. Een spoedkliniek is geen plek om in alle rust afscheid te nemen van een dier dat je zo koestert en waarvan je het idee hebt dat hij altijd bij je zal blijven.

Patser 011006-PA010007 (2) Maar zo zit het leven niet in elkaar. Dat leven is soms wreed. Kent geen genade en dat laatste moet je dan zelf waar nodig  zoeken bij de medische wetenschap. Een jaar alweer, jemig, ik zucht als ik er over schrijf en er aan terug denk. Na lang aarzelen zichten we naar een opvolger, zonder poezen of katten is voor ons geen optie. En bedachten dat onze nieuwe Pixel met zijn karakter en zwarte huid prachtig had gecombineerd met Patser. Samen hadden ze hier de boel wel kunnen controleren dunkt mij. Jammer dat het anders is gelopen. Intussen hebben we de as verstrooid. Op een plekje dat paste bij zijn voorkeuren…in de tuin waar hij zo graag luid miauwend rond liep. We missen hem nog steeds. Zo gaat dat bij een indrukwekkende verschijning. Maar wat hadden we hem graag een langer leven gegund in een goede gezondheid. Jammer dat het maar zo kort duurde (in onze beleving) dat we hem bij ons hadden….