40 jaar vriendschap…

Het was een koude dag in het najaar van 1978 toen we met onze toenmalige prive-Skoda (120L) onderweg waren naar het thuisland van die wagens, Tsjecho-Slowakije. Een heel avontuur want dat lag toen nog stevig afgegrendeld achter het IJzeren Gordijn. De importeur van het merk, de chique firma Englebert uit Voorschoten, vond in die periode dat we als dealer-vertegenwoordigers met de door ons verkochte auto naar de fabriek moesten afreizen om zo zelf te kunnen ervaren dat alles wat de toenmalige autopers over ons heen had gegooid aan bagger onterecht was. Die toenmalige Skoda’s kregen die kritiek omdat men in de CSSR anders dan verwacht een erg aardige auto ontwikkelde waarvan de motor echter ‘nog steeds’ achterin zat. En dat had naast voordelen, want goedkoop te bouwen en veel binnenruimte, ook nadelen. Een daarvan, zijwindgevoeligheid. Maar mijn eigen exemplaar had ik voorzien van brede velgen en bijpassende banden, Koni-schokdempers en de auto was ook nog eens voorzien van een zwart vinyl dakje. Het oogde stoer en de rode Skoda deed wat hij moest doen. Gewoon stevig doorrijden over de Duitse Autobahn richting Beieren waar we met nog een stel andere dealers onder leiding van de importeur de stevig bewaakte grens bij Waidhaus zouden oversteken.

Na een paar uur rijden was het wel even tijd om de blaas te legen en dat deden we ergens aan het begin van de Beierse heuvels op een parkeerplek die op een meter of twintig boven het voorbij razende verkeer gelegen was. De plaspauze bracht een verrassing. Achter onze Skoda stopte een ander rood exemplaar. Iets minder uitbundig van uitstraling, maar wel met Nederlands kenteken. Dat moest wel een van de dealers zijn die ook mee op reis ging. En ja hoor, dat bleken Lieneke en Rein te zijn uit Soest. Rein werkte voor de toenmalige dealer Alblas en mocht dit tripje doen. Zijn baas was net als de mijne niet zo van de Skoda’s of dat land waar ze gebouwd werden. En dat bleek ons gelukje. Want vanaf het moment dat we contact maakten klikte het direct. En dus besloten we om deze trip verder samen door te brengen. Wat zeer goed lukte. Zelden zoveel en hard gelachen als met onze nieuwe vrienden. Net als wij nog jong, zonder kinderen, genietend van het leven. Nadat we dat leven met al haar hoogte- en dieptepunten beleefden zoals we dit allemaal meemaken, bleef de vriendschap hecht. Niet plakkerig, nooit overmatig maar altijd met veel plezier en interesse voor elkaar.

Grote klap voor ons allen was het plotseling wegvallen van Rein. Zo maar tijdens het joggen overleden, hij was een zeer sportief type mens, en op relatief jonge leeftijd achterblijvend in een bos. Het verdriet was groot, de verslagenheid ook. Gelukkig voor Lieneke was er een man die haar goed opving en begreep. Met wie ze later ook uit liefde opnieuw trouwde en zo weer kon genieten van het leven. En met wie ook wij snel een meer dan goede band opbouwden. Zo goed dat we elk jaar een paar maal op stap gaan. In binnen- en buitenland. Lachend, proestend, en soms ook elkaar omarmend bij onverwachte zaken die wel of niet leuk zijn.. Een afspiegeling van het leven. En zoals volgens mij een vriendschap ook moet zijn. Zij soms doof van mijn gekwek, ik met schorre keel omdat we zoveel lol hebben. Het plezier dat er in 1978 al aan stond te komen. Op een koude en zeer interessante trip naar het moederland van mijn (..) merk. Wat ben ik blij en dankbaar dat ik die trip ooit kon maken. Want na veertig jaar nog steeds koesteren is best uniek. Dit jaar gaan we het extra aandacht geven. Over het hoe en waar zal vast nog worden bericht….

Ondanks de goede wensen….

Ondanks alle goede wensen, onze dromen, verlangens en zo meer, werd 2017 toch weer een jaar zoals alle voorgaande. Met narigheid en ellende aan de ene kant en plezier en ontspanning aan de andere. Wereldwijd zagen we de impact van een nieuwe president in de VS wiens diplomatieke gaven net zo groot zijn als die van de veelal geloofsgekke terroristen die ons bestaan elke dag bedreigen. We zagen de groei van het wereldwijde wapenarsenaal niet afnemen. Integendeel. Net zomin als we zagen dat er een verbeterd inzicht is gekomen t.a.v. het milieu, integratie, criminaliteit en zo meer. Nog steeds wordt Europa overspoeld door economische immigranten die menen dat het geld hier voor ze aan de bomen groeit. Een onhoudbare situatie die ook in 2018 niet zal verbeteren. Als je dus wereldwijd kijkt is er weinig reden tot vrolijkheid of optimisme. Dat geldt ook als we kijken naar wat ons land nu weer als regering heeft gekregen. De combinatie die nu met elkaar het nieuwe kabinet-Rutte heeft opgezet zal naar mijn mening zeker zorgen voor nog meer verdeling in de samenleving.

Omdat men overeind wil houden wat men denkt dat goed is voor ons land, daarbij hele groepen verontruste burgers negerend die via hun stem een totaal andere mening zijn toegedaan. We gaan eens zien wat het allemaal brengt maar optimistisch wordt je er niet van. Net of men weg wil kijken van een samenleving waarin cultuur, taal en traditionele godsdiensten moeten worden ingeruild voor iets nieuws. Zoals een door Brussel gedicteerde politiek van pappen en nathouden. Die niet zal leiden tot verbetering van de situatie, maar juist verslechtering. Nee, ook op dat punt viel 2017 niet mee. Privé mag ik trouwens niet klagen. Ach er gingen als altijd dingen mis, andere waren juist weer hoopvol. Er was verdriet en we hadden soms enorme lol. Het derde boek van mijn handen en toetsenbord zit vast op technische invulling rond de uitgave maar dat zou in 2018 moeten kunnen komen tot concretisering. Ik zie daar zeer naar uit. Tenslotte is het best een heel verhaal wat ik daarin te vertellen heb.

Nieuw was ook dat mijn persoonlijke aanwezigheid op de sociale media nu ook via Instagram verloopt. Leuke aanvulling op de rest. Het bloggen leed wel een vervelend verlies toen afgelopen maanden bleek dat de aanbieder van o.a. mijn autoblog op een of andere manier in de problemen raakte en meende dat schrijvers dan niet meer betaald hoefden te worden. Dat leidde van mijn kant tot stille vingers op het toetsenbord. Op dat punt heb ik in het verleden al te veel negatieve ervaringen opgelopen. Jammer, maar helaas, dan moet het maar op andere manier. Schrijven gaat gewoon door. Toch een soort passie. Net als al die andere liefhebberijen die mijn leven deels inkleuren. En wat dat kleuren betreft, wat te denken van onze nieuwe aanwinst; Prins Percy!

Een schat van een dier dat zo mooi zijn eigen plekje in huis innam. Wat een geluk dat je dat plezier kunt gebruiken om het grote verlies (voor ons) van zijn huisgenootje Punkie op te vangen. Die moesten we na net twee jaar leven maar toch ook flink sukkelen met de gezondheid alweer definitief uitzwaaien. Doet nog steeds pijn. En verder genoten we van leuke tripjes, familie, vrienden, mooie steden, fijne terrasjes, lekkere hapjes en zo meer. Net zoals we dat in 2018 weer hopen te doen. En omdat wij menen dat delen ook iets in zich heeft wens ik u dit namens ons ook toe. Moge 2018 u brengen wat u ervan verwacht. Moge gezondheid en plezier, maar zeker ook liefde uw deel zijn of blijven. Tot in het nieuwe jaar!

Echte mannen huilen niet…

Mannen horen niet te huilen. Althans niet in onze westerse cultuur. Toch? Er zijn culturen waarin huilen wordt gezien als oprecht teken van respect voor het lijden van sommige profeten of vanuit een ware aanbidding van de lokale leider(s). Bij ons is huilen toch wat meer een vrouwending dan dat mannen er meteen mee te koop lopen. Verdriet of een diep geval van affectie verberg je onder een dikke laag emotioneel beton. Mannen zijn pas echte kerels als ze niet huilen. Ook niet op momenten van wanhoop of pijn. Voor je het weet ben je een ‘watje’ of een ‘mietje’. Maar biologisch ligt dat toch allemaal een stuk anders. Uit Duits wetenschappelijk onderzoek bleek dat de gemiddelde vrouw jaarlijks tussen de 30 en 64 keer huilt. De gemiddelde man echter ook nog steeds tussen 6 en 17 keer. En die cijfers horen bij uitslagen die komen van volwassen mensen. Kinderen laten in soortgelijk onderzoek zien dat er op dit punt vrijwel geen verschil is tussen jongens en meisjes. Tot ze kennelijk door de pubertijd gaan en hormonen hun opvoedende maar ook geesten en emoties scheidende werk doen. Huilen is dus een uiting van emoties en die kunnen enorm verschillen.

Woede, pijn, onmacht, oprechte liefde, aanbidding, bedenk er een emotie bij en het kan allemaal leiden tot gesnotter of geween. Bij overlijden van een dierbare is ook dat gesnotter in onze streken vaak wat ingehouden. In andere culturen vallen mannen en vrouwen wenend over de kist van de overledene en laten hun tranen de vrije loop. Vrouwen weeklagen dan en roepen elke bekende god aan om over de ziel van de dode te waken. Wij, Nederlanders, nemen afscheid, luisteren naar de toespraken, breken wellicht pas als het moment van achterlaten daar is, maar gaan daarna weer gewoon en in stilzwijgen door met de dagelijkse gang der dingen. Op dat punt is de maatschappij best hard geworden. Ook het verlies van een huisdier kan enorme effecten hebben op de traanbuis en wat daar achter zit. Maakte ik zelf onlangs ook weer mee. Het verlies van de kleine en veel te jonge huisgenoot die zo ziek werd en uit mededogen moest inslapen maakte me wanhopig en woest. Het einde is dan definitief en nooit zul je meer mogen genieten van wat zo’n kleine rakker je aan plezier en liefde gaf.

Dieren zijn onbaatzuchtig. En dat vertaalde zich in heel wat tranen. Schaamte kende ik op dat moment niet hoor. Zou niet weten waarvoor. Het onverwachte, het onrechtvaardige, het hulpeloze, en dan dat komende gemis, het hield me emotioneel heel even intensief bezig. Om me heen waren er wat vrouwen, en die hielden het ook niet droog. Dan valt het minder op. Maar ik werd er vast niet (meer)gezien als de horkenman die ik als imago in het verleden al dan niet verdiend opbouwde. Nee, dit was een moment van zwakte. Gekoesterd hoor. Ik kan me soortgelijke momenten uit het verleden ook nog goed herinneren. Enkele malen voorgekomen. En daarna opgeborgen in het kistje met emoties waarin je dit soort zaken als echte vent opslaat. Want stoere mannen huilen niet. Voor het geval ik de uitzondering ben op die regel heb ik altijd een schone zakdoek bij me. Je weet maar nooit…

De watersnood van een 15-jarige

Voor veel mensen is 1953 ver voor hun tijd, of ze zijn het jaar bijna vergeten. Maar in Zeeland wordt het verhaal van dat rampjaar doorgegeven via de anekdotes die van generatie op generatie overeind blijven of uitvergroot. Onlangs was ik voor het jaarlijkse uitje in die natte en vooral vlakke provincie voor het eerst in het plaatsje Stavenisse. Oorspronkelijk een eiland tot die enorme springvloed Tholen en St.Philipsland te pakken nam. Het geisoleerde Stavenisse liep compleet onder. Waar elders in die hoek mensen natte voeten kregen stond men in Stavenisse relatief snel tot de nek in het koude water en werd een deel van het plaatsje compleet van de aardbodem geveegd. En dat ging zo snel dat heel wat mensen het leven verloren. 8,8% van de bevolking. En heel wat koeien, schapen en ander vee. Ook erg was dat zij die dat nog konden voor zover mogelijk in pyjama of nachthemd vluchtten naar hogere punten die indertijd slechts te vinden waren in de kerktoren of het stadhuis.

Daar huisden op enig moment tijdens die ramp tientallen mensen in de kou maar wel beschermd tegen het wassende water. Hulp kwam niet of veel te laat, Stavenisse werd 8 dagen lang min of meer vergeten. Om dit verhaal levend te houden bestaat er in het oude gemeentehuis een soort mini-museum dat men aanduidt als het Watersnoodhuis Stavenisse. Voor een luttel bedrag krijg je daar een gids mee die je via allerlei simpele hulpmiddelen en een hoop enthousiasme uitlegt wat daar in Stavenisse plaats heeft gevonden. Het lieflijke plaatsje van nu was toen een en al ellende. Maar de gids maakte het verhaal mooi, zakelijk en to-the-point. Hij showde de lage en hoge plekken, maakte beeldend hoe op de kamer waar het grootste deel van de expositie te zien is wel 80 mensen op elkaar gedrukt stonden te kijken naar hoe hun huizen of boerderijen compleet werden weggevaagd door het woedende water.

Geen dijk leek bestand tegen deze oerkrachten. Als je wilt kun je in een filmzaal beelden bekijken over de ramp die dit plaatsje tekende. Zodanig dat we er nu nog over kunnen horen of lezen. Door middel van een gids die er alles aan deed om duidelijk te maken hoe zijn opa en oma, maar ook zijn vader en moeder moeten hebben geleden onder alles wat hier plaatsvond. Want bij de uitgang gevraagd naar zijn leeftijd, vertelde hij dat hij net 15 was geworden. Kijk, als dat niet het bewijs is dat men het hier aan mekaar doorgeeft, dan niks. Men moet nog even kijken naar de Nederlandse taal, want de D en T zijn nog niet helemaal goed gebruikt op sommige plekken. Maar ja, kniesoor die daar op let. Het verhaal werd heel goed verteld. Complimenten op zijn plek voor de jeugdige gids! Mocht je in de buurt zijn, ga zeker even langs daar.

Afscheid van PoesPoes

WP_20150902_00317,5 jaar was ze bij ons. Nou ja, het grootste deel van haar bestaan was dat zo. PoesPoes, die we onlangs moesten laten inslapen. Ze overleefde haar fysieke broer Patser zo’n 1,5 jaar. Was die ondanks zijn naam en postuur eigenlijk de brekebeen van de twee, zijn zus bleek gemaakt van ijzer. Ze kende geen enkele kwaal, hoefde nooit daar de dierenarts en was tot bijna het laatst toe in zeer goede doen. Maar zoals dat vaak gaat met dieren kwam de verslechtering vrij plotseling. Ze werd heel snel mager (ze had als bijnaam ‘de dikke’ en niet onterecht) likte zich overmatig veel, dronk als een Tempelier en begon de laatste weken raspend adem te halen. Dat was zorgelijk. Dus alsnog naar de dierenarts. Na uitgebreid onderzoek (inclusief foto) was niet echt iets te vinden. Veroudering, ze was op leeftijd. Maar dat constante hijgen bij het ademen maakte ons niet vrolijk. Wel wakker. Want ze zat midden in de nacht ook als een snurkende vent rechtop of likte zich met alle bijbehorende geluiden.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Daarbij bleken drie bakken water niet genoeg om haar niet aflatende dorst te lessen. Dat ze enorme hoeveelheden urine produceerde was op zich nog niet zo gek, maar toen die plassen op enig moment de daartoe bestemde bakken niet meer bereikten vonden we het genoeg. Het diertje was op. Gelaten ging ze mee voor haar laatste gang naar de dierenarts en lieten we haar daar waardig, humaan en in alle rust inslapen. Zeventien en een half jaar oud geworden. Bovengemiddeld voor de katten die wij ooit tot de onzen rekenden. PoesPoes was er nog een uit de generatie van de jaren negentig. In  huis gekomen met haar broer en ooit samen met nog een huispoes en onze hond samen zorgend voor een hoop leven en sfeer in huis. Ze was voor sommigen heel lief, kwam bij mij op schoot, bij verder niemand anders. Ze maakte mij ’s-morgens wakker door dwars over me heen te lopen als ze vond dat het menselijk gesnurk nu wel lang genoeg had geduurd.

WP_001297Ze was dominant naar andere katten toe. Niet akelig, maar voldoende duidelijk dat sommige plekken in huis echt de hare waren. En als er een nieuw mandje kwam voor o.a. onze jongste telg Pixel, dook zij er met haar omvangrijke lijf als eerste in om dat ding te testen. Ze is niet meer, we hebben er een traan om gelaten en een glas op gedronken. Binnenkort komt ze in asvorm onze kant weer op en gaan we haar verstrooien in de tuin bij haar collega’s die haar vooraf gingen. Het is weer gezelliger in de poezenwereld. En wij ruimen wat zaken op die typisch voor haar waren. Daar horen de herinneringen overigens niet bij. We zullen haar namelijk enorm missen!

 

 

 

Patser – al weer een jaar in de poezenhemel…

OLYMPUS DIGITAL CAMERADat de tijd vliegt is wel duidelijk. Dat ontdekte ik toen ik in mijn agenda terugkeek naar vorig jaar en zag dat we juist vandaag alweer een jaar geleden onder vervelende omstandigheden afscheid namen van onze stoere rode kater Patser. Een naam die paste bij een dier dat vooral voor zijn eigen zus een stevig imago kon opzetten, de vroegere huishond met simpele gebaren (een opgeheven poot was voldoende..) uit diens mand kon verjagen om daar dan zelf in te gaan liggen, maar voor ons ‘baasjes’ een schat was. Hij was ondanks zijn naam een watje, een kater ook met een hoop problemen die hem vanaf zijn jeugd achtervolgden. Zijn laatste momenten waren buitengewoon akelig en dat staat me nog bij als de dag van gisteren. Een spoedkliniek is geen plek om in alle rust afscheid te nemen van een dier dat je zo koestert en waarvan je het idee hebt dat hij altijd bij je zal blijven.

Patser 011006-PA010007 (2) Maar zo zit het leven niet in elkaar. Dat leven is soms wreed. Kent geen genade en dat laatste moet je dan zelf waar nodig  zoeken bij de medische wetenschap. Een jaar alweer, jemig, ik zucht als ik er over schrijf en er aan terug denk. Na lang aarzelen zichten we naar een opvolger, zonder poezen of katten is voor ons geen optie. En bedachten dat onze nieuwe Pixel met zijn karakter en zwarte huid prachtig had gecombineerd met Patser. Samen hadden ze hier de boel wel kunnen controleren dunkt mij. Jammer dat het anders is gelopen. Intussen hebben we de as verstrooid. Op een plekje dat paste bij zijn voorkeuren…in de tuin waar hij zo graag luid miauwend rond liep. We missen hem nog steeds. Zo gaat dat bij een indrukwekkende verschijning. Maar wat hadden we hem graag een langer leven gegund in een goede gezondheid. Jammer dat het maar zo kort duurde (in onze beleving) dat we hem bij ons hadden….