Leven met de Vliegende Pijl – 47 – Opvolger en opruiming…

Jaap van Rij, Algemeen Directeur en man met veel ervaring, werd begin 1997 uiteindelijk opgevolgd door een man uit de Leusdense gelederen. Cees Hoekstra. Aardig in de omgang, weinig tot geen expertise op het onderwerp Skoda en met een enorme hekel aan het moeten forenzen tussen zijn woonstek Leusden en het aloude Skoda-bastion in Voorschoten. Hij moest op alle fronten wel wat puin ruimen en had, zo bleek later, ondanks afspraken met en door zijn voorganger gemaakt, een agenda waarin opruimen van de interne organisatie van Pon Mobiel een belangrijke rol speelde. Deels kwam dit ook voort uit vooroordeel zoals dat leefde in Leusden. Men vond die Skodamensen maar piraten, die niets snapten van hoe de hiërarchische spelregels in elkaar staken bij Pon. Het bleek voor beide kanten enorm wennen. Was Jaap van Rij bijvoorbeeld iemand die elke nieuwe week begon met een MT-vergadering waarin iedereen een taak toebedeeld kreeg om uit te voeren, Cees Hoekstra hield van het een op een contact. Hij luisterde, gaf advies, hoopte op initiatief en probeerde door diplomatie zijn doel te bereiken. Zo pakte hij ook die verbogen relatie met de dealers, BOVAG en fabriek aan. Dat leek in eerste instantie goed uit te werken. Hij gaf alle dealers, ook zij die door zijn voorganger een paar maanden eerder buiten de organisatie waren gezet, de kans mee te blijven doen mits ze dan maar wel stevig investeerden voor het merk.

Kon zijn via een verhuizing, nieuwbouw, of aanschaf van nieuwe voorraadauto’s. Voor de meeste van deze ‘dwarsliggers’ was dit onbegonnen werk, Pon Mobiel financierde hen tot dan vaak al voor de volle 100% en stond nog garant voor de voorraden auto’s ook. Het effect was hetzelfde als Jaap van Rij een half jaar eerder had voorgestaan. Al snel verdwenen er dealers via de zijdeur. Doordat Hoekstra zijn oude Pon-relaties aansprak die vooral bij Volkswagen te vinden waren kregen we ook contacten met kapitaalkrachtiger dealers die iets zouden kunnen betekenen voor de Skoda-organisatie. De toekomst zag er weer wat rooskleuriger uit. Maar alles heeft zijn prijs. En Cees Hoekstra schroefde die prijs aardig op door op een heel andere wijze om te gaan met de fabrieksmanagers. Zijn ‘diplomatieke aanpak’ ging ook gepaard met een wonderlijk gevoel voor argeloosheid. Door zijn boeken open te leggen voor de fabrieksvertegenwoordigers kregen we weliswaar begrip van die kant voor onze financiële positie, maar leverden we al snel fiks op onze marges in. Hij zag dat zelf als het risico van het vak, ik, gewend aan de ‘methode van Rij’, meer als volkomen gebrek aan kennis en inzicht. De waarheid zal in het midden hebben gelegen.

Feit is wel dat we binnen een half jaar weer wat rust in de tent hadden en de grote schoonmaak bij de dealers kon worden gevolgd door een soortgelijk proces bij Pon Mobiel zelf. Hoekstra zette een verhuizing van het importbedrijf op de agenda. Van Voorschoten waar Skoda al sinds de jaren veertig zetelde, naar Leusden. Wat we nog niet wisten was hoe hij die verhuizing in de bol had. Eerst verdween het eigen magazijn van Pon Mobiel. Alles werd ondergebracht bij het Leusdense Ponbedrijf DCL waar ook de andere Ponmerken logistiek werden gevoerd. En waar hij zelf tot zijn aantreden bij Pon Mobiel het management had gevoerd. Dat was nog relatief eenvoudig. In de maanden die volgden ontmantelden we onze kantoren en bedrijfsruimten. De boel werd overgedaan aan een lokaal autoschadebedrijf en we vertrokken met ons overgebleven boeltje naar een parkeerplaats achter de kantoren van Seat-importeur Pon Car in Leusden. Via een bevriend wegenbouwbedrijf had Hoekstra wat kleine kantoorcontainers gehuurd en een soort Pipowagen die diende voor overleg tussen de MT-leden. Daar werden we als team ondergebracht in losse units, geen enkele afdeling die zo meer kon samenwerken met de rest van het bedrijf. Sommige medewerkers, zoals ik, al jaren gewend aan het bastion Voorschoten, maakten de sprong mee richting Leusden, anderen werden achtergelaten in dat schadebedrijf of ontslagen. Direct na optuigen van ons ‘vakantiewerkkamp’ begon een ronde van aantrekken nieuwe mensen. Al snel bleek dat Hoekstra daarbij een grote voorkeur had voor mensen die hij nog via via van Pon en DCL kende. Toen die allemaal waren aangesteld bewoog hij zichzelf wat uit de wind en kreeg ruimte om zijn taak op wat hij zelf noemde ‘zijn niveau’ uit te voeren. Toen we in de winter die kwam ontdekten dat de containers nauwelijks warm te krijgen waren en water een kostbaar goedje bleek omdat de leidingen nogal eens bevroren, werd door de oude en nieuwe medewerkers al snel stevig gemopperd. Het was wel erg Spartaans allemaal. Daarbij waren de mensen die uit Voorschoten kwamen nu gedwongen fiks te forenzen, terwijl Hoekstra zelf zowat te voet naar en van zijn huis kon komen. Het onevenwicht maakte dat wederom bepaalde oude en zeer loyale medewerkers verdwenen. Het werd steeds meer een Leusdense toestand daar….en of dat nu meteen een positieve ontwikkeling was?? Wordt vervolgd – (Beelden: Yellowbird archief/Skoda)

 

Leven met de Vliegende Pijl – 43 – Pon – bleken wij toch niet echt….

Op een vrijdagmiddag laat ging de telefoon. Bij toeval was ik nog op de zaak en nam die centrale telefoon aan. Het bleek de secretaresse van de Heer H. R.* te zijn. Nu was dat voor mij iemand op grote afstand, maar hij was indertijd wel de grote baas van het autohuis van Pon waar men VW en Audi verkocht. De dame in kwestie vroeg me of ik verantwoordelijk was voor die Service-Mobielen en het persbericht. ‘Ja’ antwoordde ik oprecht. ‘Wilt u dan als de bliksem zorgen dat er een correctie op het persbericht uitgaat?! En ook dat de logo’s van VW en Audi van die door u geleverde servicewagens worden gehaald!?’. Mijn antwoord was dat ik dit toch wel even eerst met mijn ‘baas’ wilde overleggen. Dat het echter ‘nu vrijdag was en ik de man niet kon bereiken‘. ‘Ik geef u namens de heer R. de waarschuwing en opdracht om dit alsnog NU te doen’…dreigde de dame. Ik nam het verder maar even ter kennisgeving aan. Maandag was vroeg genoeg. Het bleek in dit geval te laat. Hoewel mijn directe chef Jaap van Rij er na horen van dit verhaal niets voor voelde om die logo’s van de auto’s te laten halen en al helemaal niet om het persbericht te herzien had deze affaire voor mij persoonlijk een paar vervelende gevolgen. Dat bleek op enig moment tijdens de Bedrijfsauto-RAI 1996.

Waar Skoda voor het eerst weer eens acte-de-presence gaf en voor een prikkie in een bescheiden stand Felicia PickUp’s en VanPLussen uitstalde. Op enig moment bleek er een rel te zijn uitgebroken waarbij de heren R*. en Van Rij over die Service-Mobiel-affaire kibbelden en R*. mijn ‘hoofd wilde laten rollen’. Ik had immers zijn expliciete via zijn secretaresse gegeven opdracht naast me neergelegd. ‘Ja zeg, het moet niet gekker worden’, was mijn antwoord toen ik hoorde wat ‘die malloot uit Leusden’ over mij afriep. Wilde men echt van mij af omdat ik niet bereid was geweest mijn baan op het spel te zetten door tegen de wil van mijn eigen directeur in te gaan? Hoe moest ik dan functioneren als Verkoopleider? Ik mocht dus kiezen uit twee kwaden? Ontslag of ontslag! Prima, maar dan zou het ook hard tegen hard gaan. Het eerste telefoontje naar mijn toenmalige advocaat bracht uitkomst. Er was geen grond voor ontslag, ik was immers loyaal naar mijn eigen directie en het zou toch te gek zijn als een andere directeur dan de mijne me een dergelijke sanctie zou kunnen opleggen. En ik stond strak en stijf achter ons merkbelang.

Goed voor mijn stemming of gemoedsrust van dat moment was het allemaal niet. Het leek wel een wespennest waarin wij ons bewogen en mijn PON-gevoel, voor zover al aanwezig, was compleet verdwenen. Het liep ogenschijnlijk met een sisser af allemaal, de partijen kwamen tot een compromis. Maar R*. vergat mijn naam nooit meer en toen hij later zelf verder klom in de hiërarchie van Pon nam hij op subtiele wijze wraak. Zijn wil was wet in de bubbel waarin hij toen qua mentaliteit verkeerde. Het gaf eens te meer aan dat wij met Skoda wel erg veel strijd moesten leveren. Zelfs intern bij Pon. En van een familiegevoel was dus weinig te merken. Dat kwam later pas, stukje bij beetje. Overigens scoorden we tijdens de bewuste BedrijfautoRAI nog best goed ook. O.a. het bekende hoofdstedelijke autoverhuurbedrijf Ouke Baas kocht met dank aan mijn persoonlijke relatie met de eigenaar/directeur van dat bedrijf, een aardig aantal Felicia PickUp’s en die werden jarenlang probleemloos door de Gemeente Amsterdam gebruikt. Dat compenseerde het negatieve gevoel dat PON me persoonlijk indertijd bezorgde tenminste nog een beetje. Wordt vervolgd! (Beelden: Yellowbird archief/Skoda/Pon Mobiel – *)naam omwille van privacy weggelaten)

 

Leven met de Vliegende Pijl – deel 42 – Pon – dat zijn wij ook!

Ik moet in het kader van dit verhaal toch ook even stil staan bij het zeer terughoudende gevoel dat we in die jaren kregen toe te behoren tot die verder uiterst succesvolle Pon-familie. Dat gevoel was er in die jaren na de overname van het Skoda-importschap (1991) als ik eerlijk ben nauwelijks. Voorschoten was kennelijk te ver weg van Leusden en nog veel verder van Nijkerk waar men indertijd als Pon Holdings zetelde, en we kregen niet de indruk dat er vanuit het kasteel daar een oekaze was afgegeven om ons vooral gunstig te bevoordelen. De Favorits waren niet te slijten geweest bij de diverse werkmaatschappijen, met de nieuwe Felicia bleek dat slechts een enkele keer mogelijk, maar dan was het meer omdat wij de vertegenwoordigers van ‘zusterbedrijven’ bijna persoonlijk chanteerden. Omgekeerd werden we wel gedwongen allerlei diensten van Pon-zusters over te nemen, wat de efficientie diende wellicht maar nooit leidde tot die soms broodnodige wederdienst. De ene hand diende de andere te wassen was ons credo en we zochten dus altijd de confrontatie als men aangaf met ‘alles te willen rijden, maar niet met een Skoda’… Het ergste was nog als men aangaf ‘al met een Seat te rijden en dat dit toch ook een VW-product was’. Het maakte soms woest maar veelal ook gefrustreerd. Dat gevoel werd er niet beter op toen bleek dat men bij Pon intern bijna een anti-Skoda-houding ontwikkelde en dit naar voren kwam tijdens de in 1994 binnen het RAI-complex gehouden ‘Pon-Familie-Dagen’. Een feestje voor alle Pon-bedrijven en een gelegenheid om je daar als Pon-familielid te presenteren aan de collegae. We moesten echt knokken om daaraan te mogen deelnemen, zelfs om er voor uitgenodigd te worden. Ons antwoord was om Felicia’s neer te zetten met het opschrift ‘PON, dat zijn wij ook!’. Dit was een afleiding van de door de organisatie zelf gebruikte kreet: ‘PON, dat zijn wij!’.

Het streek wat lieden bij Pon tegen de haren in, maar we hadden geen keuze. Skoda werd ook intern bijna genegeerd en we dienden alles op eigen houtje te regelen, maar ons wel te confirmeren aan de binnen het concern geldende normen en regels. Eenzijdig beleid dus. Voor ons MT was dit best vaak slikken. Toch scoorden we af en toe gelukkig ook wel eens een succesje. Zo kochten de automatiseerders van Pon na lang aandringen een paar PickUps, gingen er na sterk aandringen van Jaap van Rij bij Pon Holdings wat Felicia Hatchbacks naar de ‘autopool’ van Pon en namen de fleetsales- en leaselui schoorvoetend onze portfolio mee bij hun onderhandelingen. Maar verder bleef het akelig stil vanuit Leusden en Nijkerk. Het had zo geholpen als we juist toen wat steun in de rug zouden hebben gekregen. Het tegendeel werd bewaarheid toen we op enig moment te maken kregen met een fenomeen dat vanuit Duitsland en Tsjechië ook naar Nederland overwaaide. De zogeheten ‘Service-Mobiel’. Elk merk dat indertijd tot de VW-Groep behoorde bracht zo’n auto uit, bedoeld als de ultieme servicewagen voor dealers. Uitgemonsterd in een champagnemetallic lakkleur en met een opvallende oranje striping die voor alle merken gelijk was. Zeer belangrijk, de vier betrokken merken hadden hun logo van fabriekswege op die wagens laten zetten. En zo kon het gebeuren dat ook Skoda kwam met een auto van die strekking. Men koos niet voor PickUp’s, wat op zich logischer was geweest, maar voor een Felicia Hatchback. Vermoedelijk omdat de lakkleur in de fabriek van de PickUp’s niet te spuiten was of zo.

Hoe dan ook, die wagens werden aan een deel van ons MT getoond tijdens een After-Sales-Meeting in Tsjechië, waaraan ik zelf niet deel had genomen. Mij werd als verkoopleider voor Nederland na afloop daarvan door directeur Jaap van Rij te verstaan gegeven dat als we deze wagens nu eens zouden kunnen leveren aan onze dealers dit een aardige stap in de goede richting zou zijn. De wagens waren uitgemonsterd met gereedschap en meetapparatuur en je kon er elk toenmalige model van alle groepsmerken mee helpen mocht men met pech komen staan in het gebied van de betreffende dealer. Men zag bij Skoda ook een heel servicenet voor zich met moderne communicatiemiddelen en zo meer. Mijn collegae in het MT waren laaiend enthousiast, ik wat minder. Immers, onze dealers waren uiterst terughoudend waar het op naam gestelde demowagens betreft, laat staan dat ze deze relatief dure Felicia servicewagen zouden willen aanschaffen. Met donder en geweld lukte het echter toch om er een stuk of wat van weg te zetten (die logo’s deden veel voor de organisatie..) en daarover maakten we een prachtig persbericht en leverden de wagens in Voorschoten tegelijkertijd aan de betreffende dealers. Daarmee was voor mij deze zaak klaar. Maar dat was niet zoals de loop van de geschiedenis het met mij voor ogen had. Wordt vervolgd – (Beelden: Yellowbird collectie/archief/Skoda)

Leven met de Vliegende Pijl – 31 – Actie voeren en Volkswagen!

Terwijl ik in 1990 dus qua werkomgeving even langs de zijlijn van de Skoda-organisatie geparkeerd stond en mijn professionele pijlen voor even richtte op een Duits/Amerikaans logistiek bedrijf met een groot intern organisatorisch probleem na twee achtereenvolgende fusies, hield ik wel via een achterdeur contact met mijn favoriete automerk. Via de importeur maar ook via een niet zover van Schiphol gevestigde kleine dealer die ik al jaren kende en met wie de samenwerking als collega’s altijd plezierig was geweest. Daar had men ook een stevig probleem met de verkopen van de nieuwe Favorit. Ook daar was de klantenkring niet gewend aan de prijs die de Tsjechen vroegen voor die nieuwe voorwielaandrijver maar men had er ook zelf niet echt de fincaniele kracht en de macht om er iets ten positieve aan te veranderen. Een wat oubollig en iets verscholen pand, langs een weg die ‘binnenkort’ zijn doorgaande karakter zou verliezen en een importeur die toch wel graag zag dat er struktureel iets ging veranderen in de aanpak. Omdat ik intussen na een gevolgde studie op gebied van communicatie had besloten om ook een eigen reclameadviesbureautje op te zetten, greep ik de geboden kans aan om voor deze dealer een aardige show op te zetten die in een bepaald gepland weekend zou plaats vinden en via reclame en publiciteit moest zorgen voor extra aandacht.

Het pand werd voor die reden extra schoongemaakt en opgeruimd, uitnodigingen verstuurd, vlaggen opgehangen en voldoende show auto’s bij de importeur geregeld. Voor klanten die iets extra’s wilden haalden we wat Daihatsu’s bij een collegadealer in Hoofddorp. Het bleek voor de betreffende dealer enorm succesvol. Ongekend veel belangstellenden kwamen in dat showweekend een kijkje nemen en er werden zelfs weer de nodige nieuwe en tweedehands auto’s verkocht. Dealer natuurlijk zeer tevreden, maar ook directeur Jaap van Rij die even langs kwam en met wie ik een praatje kon maken. ‘Kijk, dat is wat ik zo mis in de organisatie, daadkracht…!’. Het gaf me een goed gevoel. Intussen bleek al snel dat AZNP/Skoda in Tsjecho-Slowakije financieel vrijwel aan de grond zat. Gevolg van de in 1989/90 gemaakte omslag van het communistische naar het kapitalistische systeem waardoor veel interne markten weg waren gevallen. Omdat de ontwikkeling van de Favorit in de jaren daarvoor ook flink wat van de beschikbare reserves had opgeslokt kon Skoda’ s personenwagenfabriek in feite niet meer verder. Daarom gingen de productielijnen langzamer draaien en de kwaliteit werd er daardoor ook niet beter op. Al was er intussen wel een stationcar en een pick-up, de geplande sportieve coupe en de sedan op basis van de Favorit Hatchback kwamen er helemaal niet meer. De Tsjechische regering, sinds 1948 ‘eigenaar’ van alle aandelen in Skoda, zette de autodivisie van de staal- en wapenfabriek intussen te koop.

Een paar belangstellenden meldden zich al snel. Zoals Renault dat wel iets zag in de productielijnen van de Tsjechen om daar dan in licentie eigen budgetmodellen te laten bouwen. Ook Fiat kwam nog even langs, maar het meest interessant bleek toch Volkswagen. Dat concern onderhandelde stevig en goed, maar dat deden de Tsjechen van hun kant ook. Lieten zelfs werknemers meedenken bij de definitieve keuze voor een fusiepartner. En toen VW beloofde dat Skoda Automobilova als zelf scheppende industrie in stand zou worden gehouden en er een enorm bedrag (10 milard DM!)zou worden geïnvesteerd in het Tsjechische merk, ging men in Praag akkoord en kregen de Duitsers in eerste instantie 28% van de aandelen in handen. Maar ook 100% zeggenschap op gebied van techniek en vermarkten van de nieuwe auto’s. Dat was eind 1991 beklonken. Onderdeel van deze oefening was ook dat men bij Volkswagen wilde dat alle importeurs overal dezelfde zouden moeten zijn die ook al VW en Audi verkochten in hun desbetreffende landen. En dat maakte weer dat in ons land met enige spoed de meest wonderlijke onderhandelingen moesten worden gevoerd tussen de houdstermaatschappij van De Binckhorst en Pon Holdings. De eerste wilde om allerlei redenen Skoda niet kwijt, de laatste zag er weinig in een merk naar zich toe te halen dat op dat moment via ruim 80 dealers minder dan 1000 auto’s op jaarbasis importeerde en verkocht. Want zo diep was de verkoop in een korte periode wel gezonken. De meeste dealers hadden in de jaren voor de Favorit slechts ‘op prijs verkocht’ en konden de concurrentie met merken in het segment waar de Favorit nu zat, domweg niet aan. Zowel het merk, haar importeur als de dealers zaten in zwaar weer. En het was maar de vraag of men daar snel weer bovenop zou kunnen komen. Wordt vervolgd! (Beelden: Yellowbird collectie)

Schrijfblokkade en herfst

HPIM7863_editedAfgelopen jaar besteedde ik veel tijd aan het schrijven van de meeste hoofdstukken voor een nieuw boek over mijn leven met (of voor) het mooiste automerk dat ik in mijn leven ben tegengekomen. ‘Against all odds’, bleef ik dat merk altijd trouw. Al was ik af en toe dan ook nog bezig met wat andere zaken dan het actief in de markt zetten van juist dat automerk. Het toekomstige boek beschrijft mijn jeugd, de wijze waarop de keuze voor dat merk tot stand kwam, mijn verhaal rond de verschillende bereden exemplaren, mijn werk voor een dealerschap en later mijn MT-werk voor de (huidige)importeur. Inclusief de controntaties met wonderlijke klanten, persmensen of collega’s die er geen hout van snapten (in mijn optiek dan..). Dat vloeide er allemaal snel uit en ook de beelden die ik wil opnemen zitten al in een vakje op de harde schijf. Daarbij moet er ook een verhaal in staan over de geschiedenis van een van de oudste merken die nu nog bestaan. Al een herkomst die start in de 19e eeuw. Als dat niet oud is….Maar voor ik de volgende stap zet, correcties, taalchecks en daadwerkelijke uitgave, moet er nog een laatste hoofdstuk worden gedicht. En daar ging of gaat het fout. Ineens vloeit het niet meer zo vlot uit de vingers, zit alles vast en stel ik de finale steeds weer uit.

WP_002808Komt deels doordat de wereld zo snel verandert dat bijvoorbeeld een relevante toekomst voorspellen redelijk lastig is. Ik zit al een maand of twee volkomen vast. En dat beperkt zich niet tot het boek. Ook het schrijven van mijn diverse blogs gaat me niet soepeltjes af. Ik moet er voor werken, zoeken, inspiratie opdoen. En dan nog kraakt het, net zoals de hiervoor in een ander verhaal al beschreven botten. Is het nieuw? Nee, het zit hem in de herfst volgens mij. Als de dagen korter worden en de temperaturen dalen vloeit het bloed niet meer zo vlot als ik zou willen en loop ik soms inspiratief vast. Vreemd verschijnsel, anderen zullen dat op andere momenten kennen, maar ik zit er nu maar mooi meer. Als ik het een beetje inschat kan ik niet eerder dan volgend jaar mijn nieuwe boek over ‘leven met….’ uitbrengen.

Skoda formule Vee 1972 Scan10168De inhoud is leuk zat om goed leesbaar voor iedereen aan te geven waarom een mens kiest om ‘het ware geloof’ uit te dragen en daar dan ook nog zijn beroep van te maken. Ik ben er van overtuigd dat in bepaalde kringen wordt uitgekeken naar mijn schrijfsels. Maar dan moet men nog even geduld hebben. Het komt er aan, maar nog even die laatste zinnen oreren. Nou ja, ik beschrijf een stukje persoonlijke geschiedenis die op professioneel gebied maar liefst vier decennia omvatte en deels zorgde dat het merk nu is waar ik het ooit wilde hebben. Mag het dan even wat langer duren ja?! Kortom, het komt er aan en als het creatieve kind geboren is zal ik ook hier vertellen waar je het kunt bestellen…:)

 

Filmrol

Christmas starAmbities konden of kunnen mij niet worden ontzegd. Wat ik ooit droomde heb ik voor een deel aardig waargemaakt. Zo werd ik wat ik als 14-jarige meende te moeten worden, schreef ik veel wat ik ook toen al ambieerde, maakte me zaken eigen die ik als kind zijnde nog niet had durven dromen en geniet nog met volle teugen van het leven en wat dit allemaal te bieden heeft. Een van de zaken die ik tijdens mijn actieve werkzame leven (ik freelance nu meer, dus kan me een paar dagen vrij veroorloven soms) ook deed was bezig zijn met televisie. Ik trad op in programma’s, gaf interviews of passeerde als decor in de achtergrond. Dan moet je wel talent hebben. Nou ja, als je natuurlijk beschikt over een stevige fantasie. En juist dat is weer handig voor het schrijven van vele blogs, bladen, boeken en andere flauwekul waarmee je tot op zekere hoogte naam op kunt bouwen. Tot op zekere hoogte omdat het volume voor veel auteurs vaak te hoog gegrepen is. Het leven van Tante Annie, de kat van de buren, of zoals in mijn geval, het ondernemerschap van de families Schroder of Pon zijn nog geen garantie voor dezelfde soort erkenning als die van Saskia van Noort om maar eens iemand te noemen.

BookCoverJaapVanRij_2Veel auteurs sterven in het denkbeeldige harnas, of struikelen al voor ze de startstreep over zijn. Nadat wij (ik schreef het boekje samen met co-auteur Jaap van Rij) in 2013 een aardig standaardwerk uitbrachten over de Pon-dynastie liepen de verkopen langzaam maar gestaag door. Dat viel ook de uitgever op. En die had weer een filiaal in de VS waar men de juiste contacten bezat voor het uitbrengen van ons boek in het Engels. En daardoor terecht zouden kunnen bij de grote TV-producenten of zelfs Hollywood. Tja, je moet sterk in de schoenen staan om zo’n aanbod te weigeren of af te slaan. Dus deden wij iets pragmatisch. We lieten het boek door de Amerikanen vertalen (soms opmerkelijk hoe men dit deed..) en produceren met een mooie glimmende cover. Officieel geregistreerd. Onlangs kwamen de eerste exemplaren op ons bureau terecht. Mijn contacten bij de Skoda- en VW-fabrieken zullen er blij mee zijn. Kunnen ze eindelijk dat aardige verhaal lezen over hoe men bij Pon een koopmansdynastie wist neer te zetten.

Maar sinds de boeken werden gemaakt worden we weer bestookt met allerlei aanbiedingen die ons moeten helpen aan extra publiciteit in het land van de onbegrensde mogelijkheden. We kunnen onder de aandacht komen van de grote TV-bazen, de directie van de filmmaatschappijen, willen we in de show van Ellen de Generis? Alles is mogelijk. Maar dat lobbywerk kost geld. Niet te veel, maar toch. Zoals veel in Amerika. Samen met Jaap heb ik besloten om maar even wat terughoudend te doen. Immers, moet je nu echt geloven in de kansen om als basis te dienen voor een speelfilm als jouw verhaal toch een wat lokaal karakter heeft? Bescheidenheid troef. Maar als…dan wil ik zelf een hoofdrol. Ik ben nog niet zo krakkemikkerig dat ik niet meer als Indiana Jones te paard auto’s zou kunnen verkopen voor die hoofdrol. Maar ik geloof niet dat ik serieus zou worden overwogen. George Clooney komt eerst.Angels and demons 3 Of een of andere nog betere karakterspeler dan die net getrouwde hunk. En daar moet ik het dan maar mee doen. Tot dan koesteren we de eigen exemplaren van die Engelse vertalingen maar en hopen dat de lezer er iets aan heeft. Want een droom had ik nooit, filmster worden. Moet je toch echt de looks voor bezitten…..

1977

037Ieder mens kent in zijn/haar leven wel momenten dat hij/zij beslissing nam of neemt die grote invloed hadden of hebben op later. Ook uw meninggever overkwam dit. Meerdere malen zelfs. Vaak omdat je in de waan van het moment toch minder goed afweegt wat de consequenties kunnen zijn voor de toekomst. Maar soms pakt het ook goed uit. Zoals in het jaar 1977, toen ik werk technisch de overstap maakte  van de luchtvaart naar de auto’s. Van B-to-B naar B-to-C en meteen ook van een groter bedrijf met meerdere vestigingen naar een tamelijk klein bedrijf dat nog een de drempel van de echte groei stond. Niet dat die keuze nu zo heel onverwacht kwam hoor. IN feite lag de basis er voor al een jaartje of vier eerder toen ik kennis maakte met dat toen nog heel piepkleine garagebedrijf waar ik mijn tweede nieuwe auto kocht. Daarna verstevigde de contacten met de ondernemer en zijn mensen, en begon ik op Schiphol en bij buren en vrienden te bemiddelen in het promoten en verkopen van auto’s die door de Amsterdamse dealer werden aangeboden. Mijn passie voor het Tsjechische merk waar men vertegenwoordiger voor was speelde daarbij zeker een rol. Maar er gingen ook auto’s van andere merken naar mijn relaties.

L&K 1928 - 1078 - Skoda Museum - FFF09 Scan10102Toen bleek dat de toenmalige importeur van het merk steeds meer kwaliteitseisen stelde aan haar dealers en de bewuste dealer dus werd gedwongen om een showroom te bouwen van waaruit de nieuwe auto’s zouden moeten worden verkocht kwamen de gesprekken met mij ook in een stroomversnelling. Als ik nu even die verkoop ter hand zou nemen en ‘nog wat zaken’ dan zag men het wel zitten om met mij verder te gaan. En dat werd dus in 1977 de situatie. Al snel bleek dat het me niet zo mee viel. De overstap was heftig, al was het maar omdat naast die verkoop en promotie ook een kast vol lijken op me wachtte. Administratief bleek men er een puinhoop van gemaakt te hebben en buiten mij was er niemand die daar iets mee zou kunnen. Het werden heftige jaren. Het leerde me enorm veel en ik kreeg ook diep ontzag voor de technische mensen die daar keihard werkten en daarna vaak nog bereid waren om een paar uurtjes extra te besteden aan het ophalen van nieuwe auto’s bij de toenmalige importeur.

Rapid 120 - 4Dat ik als ambitieus mens niet alleen kon helpen aan de uitbouw van het bedrijf, maar meteen ook tegen heel wat heilige huisjes aanliep en mijn neus vaak meer dan pijnlijk stootte was onderdeel van de leerschool. De keuze die ik in 1977 maakte had uiteindelijk grote gevolgen. Het zou me qua carriere ook bij de latere importeur Pon brengen. En mij mijn passie voor de luchtvaart weer terug brengen plus mijn ooit sluimerende creativiteit. Op Schiphol niet nodig geacht, in het autovak meer dan noodzakelijk. In ieder geval was het voor veel luchtvaartmensen uit die tijd onbegrijpelijk dat ik die stappen zette. Onlangs, de oude managers van het vlieggebeuren komen een paar maal per jaar weer bij elkaar, moest ik het nog eens uitleggen. En terwijl er een jumbojet over de plek des gezelligheids heen denderde op weg naar zijn bestemming, voelde ik dat het best een lastig verhaal was. Zeker als je bedenkt dat de meeste van die oude knarren meenden dat ik voor Lada was gaan werken. Kijk, dan heb je indertijd kennelijk toch iets verkeerd gedaan…