Bang voor diefstal? Koop een…minder geliefd merk!

Uit de jaarcijfers over 2017 blijkt dat het aantal autodiefstallen in ons land met ruim 10 procent is gedaald. Kennelijk is de behoefte aan gestolen auto’s in de buitenlanden waar de opdrachtgevers meestal te vinden zijn, minder groot! Of zijn de anti-diefstal-maatregelen door autofabrikanten of de leasebranche sterk verbeterd. Bij de personenwagens is de daling 10%, bij de bestellers ruim 15% en van de vrachtwagens wordt nog ‘maar’ 3% gestolen. In totaal gaat hem om 23.595 voertuigen. Een deel daarvan verdwijnt in het criminele circuit en komt soms bij overvallen of plofkraken weer boven water. Het gross van de gestolen auto’s of motoren verdwijnt echter over de grenzen en zien we niet meer terug. Of er moet een elektronische tracker in zitten die duidelijk maakt waar dat voertuig is gebleven. Sommige daarvan werden in het Midden-Oosten getraceerd. De kansberekening dat een auto wordt gestolen is 1:1100. Valt best mee. Maar het is wel mede merkafhankelijk.

De dieven hebben zo hun voorkeuren. Audi’s zijn zeer in trek bij genoemde beroepsgroep die bezig is met geld van een andermans rekening plunderen of proletarisch winkelen bij juweliers of dure kledingshop. Maar ook BMW en VW Golf’s zijn nog steeds zeer in trek. Motorfietsen profiteren niet van de genoemde daling van het aantal gestolen exemplaren. Integendeel. Motoren worden juist meer gestolen. Yamaha, Suzuki en KTM zijn daar de merken die het meest in trek zijn. Later zal vast nog eens blijken waarom die motoren zo in trek zijn geraakt. Van alle voertuigen die worden gestolen komt zo’n 40% al dan niet na bemiddeling van de politie terug bij de eigenaar of verzekeraar. En voor de goede orde, van alle voertuigen is de grootste categorie gestolen exemplaren die van de brom/snorfietsen. Over e-bikes is nog geen cijfer bekend gemaakt, maar het zou mij niet verbazen als die ook best groot is. (RAI)

Rijden…

Uit een gezin afkomstg waar rijden op twee- of in vierwielers met de paplepel werd ingegeven was het niet zo gek dat ik zelf al vroeg aan de slag ging om me de schone kunst van het fietsen, brommeren en autorijden snel en goed eigen te maken. Het bracht me een jeugd zonder reisbeperkingen. Want ook op een fiets of brommer kon je best ver komen. Nunspeet, Scheveningen, Driebergen. Het was allemaal redelijk te doen vanuit de hoofdstad. Met mijn  laatste brommer, een geweldig mooie witte Puch die ik na lang sparen nieuw kon kopen, deden we zelfs een tripje Texel. Maar het werd pas echt iets toen ik mijn rijbewijs had gehaald. Na precies 9 lessen, de praktijkervaring deed ik daarvoor al op bij de werkgever op Schiphol. Rijlessen in een VW Kevertje tegen een uurtarief dat omgerekend iets van 4 euro was indertijd. Toen ik dat rijbewijs had behaald ging het hek van de dam. De chef van toen zag wel iets in dat jong dat ambitieus genoeg was om lange ritten te maken in de bedrijfsvoertuigen die beschikbaar stonden. En als het moest kroop ik ook achter het stuur van wagens waartoe dat rijbewijs helemaal niet was afgegeven. Als de plicht riep en de baas het me dringend vroeg stapte ik van achter mijn bureau over naar het stuur van een 4,5 tons truck en reed ermee naar onze grootste klant in Den Bosch die echt aandrong op levering van het via ons bedrijf ingevlogen spul.

Die rijervaring was fijn toen ik uiteindelijk in staat werd gesteld mijn eigen eerste vervoermiddel te kopen. De Puch werd verkocht, het bedrijfsvervoer, een VW Busje, vervangen en dus moest ik voor mij zelf gaan zorgen. Na wat overleg en vergelijken van de voor mijn spaarbudget geeigende auto’s anno 1970, koos ik voor een Skoda. Een schitterende rode die was uitgerust met vier deuren, een cognackleurig interieur en radiaalbanden. Ik kon hem begin januari 1971 ophalen en was buitengewoon trots op het ding. Reed ook fijn. We deden er ritjes mee naar en door Duitsland, Belgie, maar ik reed er ook zakelijk mee voor de werkgever van toen. Na ruim twee jaar was hij al toe aan vervanging. Ik haalde met gemak de 40.000km per jaar en dan ging het snel. Een nieuwe gele auto van hetzelfde merk volgde de rode op en zo ging dat nog een tijdje door. Rijden bleef altijd een belangrijke rol spelen in mijn leven. Het gaf en geeft me nog me ook het gevoel van grote vrijheid, ook al werden de files langer en langer. Mooie ritten waren die naar Tsjecho-Slowakije in 1978, naar Parijs op diverse momenten in de tijd, en ook met verschillende automerken en types.

Een keer een collega oppikken die met een Saab strandde in Normandie en wiens tas enpassant ook was gestolen. Die haalde ik in een lange rit heen en weer op. Legendarisch was ook de rit voor het Schipholse bedrijf naar Antwerpen om een loodzware afsluiter te brengen naar BASF daar. Het zicht was onderweg door hevige mist echt nul. De chef en ik hadden op enig moment geen benul waar we reden en de koplampen van de Taunus schenen door het gewicht achterin steeds te ver omhoog. Maar vergeten doe je dat nooit. Ook leuk, de drie Oldsmobiles die ik reed toen ik werkte voor een autodealer in Amsterdam. Vergeet je niet zo makkelijk. Net zo min als ik mijn tripje naar Praag zal vergeten voor een cursus daar toen ik net een week bij Pon in dienst was. In een Favorit Forman op gas. Met een door een ‘uitvinderscollega’ gemonteerde set elektrische ruiten aan boord. Die veelal wel naar beneden, maar niet meer omhoog wilden. Ik heb de man er onderweg om vervloekt. Of die rit naar Mainz in een Audi S8. Loeisnel (250km/u+) met een van plezier jubelende collega Wim aan het stuur. Het zijn en blijven iconen uit mijn persoonlijke geschiedenis. En dat alles omdat mijn jeugd zo was verbonden met dat autoverkeer. Toch een tik. Zoals ik er als bekend wel een paar bezit. Relativering ten top dus…

Zomerse spottersgeneugten…

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Onlangs trakteerde ik mijzelf weer eens op een paar dagjes met genoegens die van doen hebben met de vliegende vrienden die de verschillende Nederlandse vliegvelden frequenteren. Ik was weer even hobbyist, in het jargon, spotter! En dat beviel goed mensen! Bij mooi weer en druk verkeer is het voor mij een soort genot om me in die sferen te bewegen. Veel te lang niet gedaan. ‘Moeten we meer doen’ het voornemen. Al laat de soms drukke agenda dat toch minder toe dan ik wel eens zou willen. Daarbij zijn de plekken waar je nog echt lekker kunt spotten beperkt geworden. De veiligheid en het terrorisme maken dat luchthavens hun gebieden afschermen voor al te opdringerige lieden met camera’s en notitieboekjes. Je moet van goeden huize komen om dwars door parkeerverboden en andere beperkingen heen te dringen om zo je hobby te kunnen beoefenen.

Leo Foto (3)En dat maakt mijn plezier in de achterliggende jaren toch een stuk minder groot. Ooit, in een grijs en ver weg gelegen verleden, begon ik met deze liefhebberij door op de fiets vanuit mijn woonhuis of school naar het toenmalige Schiphol te fietsen en daar dan over de heg te kijken naar die startende en landende vliegtuigen. Dat werd later weer wat anders. Zomer en winter, warm of koud, altijd een paar uurtjes per week zitten op een van de toenmalige terrassen met een bakkie warme chocolademelk en dan maar kijken naar al die vertrekkende en aankomende vliegtuigen. De meeste daarvan nog voorzien van zuigermotoren en propellers. De eerste jets maakten het de oren in die tijd best wel eens lastig. Want die kisten van toen waren nog niet van de milieuvriendelijke soort. Met de brommer later ook wel eens naar de andere vliegvelden die vanuit Amsterdam binnen redelijke tijd bereikbaar waren. Hilversum, Soesterberg, Rotterdam-Zestienhoven. Zag je weer eens iets anders dan het standaardwerk. Wist ik veel in die tijd.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Later voegde ik heel wat trips naar het buitenland toe aan mijn zoekprogramma. Begon te fotograferen, later dia’s te maken, zelfs te filmen. Het is materiaal waar men later wellicht nog eens met belangstelling naar zal willen kijken. Sinds begin deze eeuw werd het minder allemaal. Te druk, te weinig zin, te veel beperkingen. Hooguit twee, drie keer in het jaar nog maar. Met de auto. De nodige catering aan boord, mijn apparatuur, de luchtvaartradio aan, en dan maar genieten. Maar in de zomer toch wat meer dan in de wintertijd. De ontberingen zijn me vreemd geworden. Watjesgedrag…. Als ik terug reken beoefen ik deze hobby nu iets van een 54-55 jaar. Best lang eigenlijk. En na de recente plezierige ervaringen wil ik er nog niet aan  om er mee te stoppen. Het intrigeert me nog steeds, het interesseert me ook, motiveert me, en ik haal er inspiratie uit. Kortom het is net zoals anderen zullen voelen bij bezoeken aan voetbalwedstrijden of musea. Die laatste categorie doe ik er uiteraard ook even bij. En als er dan een uitspringt die ook aandacht heeft voor de luchtvaart kan mijn dag niet meer stuk. Binnenkort weer naar het Amsterdam-Museum, i.v.m. expositie ‘100 jaar Schiphol’. Waarvan ik qua geschiedenis meer dan de helft zelf heb meegemaakt. Een echte oude kn..uh spotter…..

 

 

Chaos

Amsterdam - fiets.opWiens schuld is het dat het verkeer in de grote stad vaak zo chaotisch verloopt? Ligt dat slechts aan de verkeersdeelnemers? Natuurlijk, er mankeert veel aan de kennis van regels bij vooral jongere weggebruikers. Zo zijn eenrichtingsstraten niet voor iedereen duidelijk. Is met de scooter over een trottoir rijden meer schering dan inslag. Parkeren op diezelfde stoep ‘moet kunnen’ en met te hoge snelheden een straat injagen is ook al meer normaal dan uitzonderlijk geworden. Maar de overheid kan er ook wat van. Men laat het hier veel voorkomende langdurig afsluiten van straten over een laag geschoolde ambtenaren die zonder enig inzicht van de gevolgen toestemming geven tot het opbreken van een weg, gracht of die straat waardoor bedrijven niet te bereiken zijn en het verkeer hopeloos vastloopt. Daarnaast is laden en lossen of verhuizen iets dat met wat heethoofdige karakters in de file er achter kan leiden tot stress maar ook onwettig geachte alternatieve omwegen.

Amsterdam - verkeersbeeld jaren zestig 10009A002137Tel daarbij op dat de politie vele taken kent, maar toezicht op het verkeer behoort daar kennelijk niet meer bij. Je moet wel met een watervliegtuig op de Amstel landen wil er een agent iets ondernemen. Men rijdt vrolijk langs kruispunten waar mensen massaal door rood rijden vanaf de andere kant en een unieke Amsterdammer die als voetganger of fietser wacht voor een rood stoplicht is ook geen reden voor optreden. Nee, de politie is druk met van alles, maar ik weet niet echt waarmee. Nou ja, in geval van nood blijken we voldoende blauw op straat te hebben om de boel op te lossen, maar dat geldt niet voor het verkeer. Sinds de specialisten van de verkeerspolitie er niet meer lijken te zijn, wordt het overgelaten aan de vaak jonge surveillant om af en toe te oefenen op jonge dames die met hun fiets toch daar fietsen waar het niet mag, al dan niet zonder achterlicht op de door hun fraaie achterwerk bezeten fietsen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Ik vrees dat veel verkeerskennis is wegbezuinigd. Aan de kant van de politie, maar ook in het onderwijs en zeker bij de verkeersgebruikers. Mensen die zich in de auto nog wel enigermate houden aan de regels, blijken op de fiets of scooter ineens als een malloot te gaan gedragen. Het zal de open lucht zijn. Maar veelal is dat gedrag levensgevaarlijk. Elke dag valt over de gevolgen te lezen in de lokale kranten of op het internet. Met soms dodelijke gevolgen kennelijk, want ook dat valt te lezen. En elke dode is er een te veel. Zou het dus te politiek correct zijn als ik pleit voor degelijk verkeersles op lagere scholen, een verplicht rijbewijs voor alles wat zich gemotoriseerd voortbeweegt met een proeftijd van vijf jaar of zo? En controles die niet alleen gaan over snelheid waarmee vette boetes te behalen zijn? In Duitsland pakt men het ook zo aan. Een fietser die zich niet aan de regels houdt mag 10-20 euro neertellen. Dat werkt corrigerend. Niet om de staatskas of die van de gemeente te spekken. Kortom, veiligheid komt niet vanzelf, we moeten er iets voor doen. Samen! Dus houden jullie je nu eindelijk eens aan de regels als je in deze omgeving verkeert. Kan ik tenminste opschieten…. (c)Beelden LPAC Collectie Amsterdam

Maarse en Kroon

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Leyland Tiger bus Maarse en Kroon…

Het was in die tijd best lastig om vanuit mijn woonstek in hartje Amsterdam, naar het toenmalige Schiphol te komen waar ik in die jaren werkte. Met de fiets of de brommer was het een kilometer of tien enkele reis wat in de meer lenteachtige of zomerse maanden niet zo’n probleem was, maar in de winter? Nee, dan moest ik maar met het openbaar vervoer. En dat was indertijd best anders georganiseerd dan nu het geval is. In de stad reed het Amsterdamse GVB, maar er waren ook consessies voor busbedrijven van buiten de stad. Een daarvan was het uit Aalsmeer afkomstige bedrijf Maarse en Kroon. Die hadden de vergunning om naar/van Schiphol te rijden en deden dat vanuit diverse omliggende plekken, ook Amsterdam. En hun buslijnen startten dan bij het Centraal Station. Maar wel op een plek die ver weg lag van de opstapplekken voor tram en bus van het GVB. Vast bewust gedaan denk ik. Hoe dan ook, ik moest dan met de tram (lijn 4)van mijn/ons woonadres naar het CS en daar dan het hele stationsplein oversteken om bij die bus van Maarse en Kroon te komen. Lijn 9 was de dienst die me naar Schiphol zou brengen. Nu had je er een die onder dat nummer direct doorreed naar Schiphol. In Amsterdam zelf zonder haltes (want men mocht geen mensen vervoeren binnen de stad) zodra we over de grens met Amstelveen kwamen stopte hij regelmatig.

Amsterdam - Van Woustraat met tram 4 552Van die lijn 9 was ook nog een afgeleide, de 9K. Die reed een iets andere route, via de Karsselaan. Scheelde iets van tien minuten. Was ik dik op tijd maakte het niet uit, was je al wat laat (in de winter hadden ook de trams van het GVB moeite met sneeuw en ijs) nam je liever niet die 9K lijn. Toch zorgde Maarse en Kroon met haar creme/blauw gespoten bussen in de meeste gevallen wel dat ik redelijk comfortabel en op tijd bij mijn werkstek aankwam. Dan moest ik nog wel van het busplein naast de ingang van het toenmalige Schiphol dwars over het platform heen lopen, wat met veel sneeuw ook weer ietsjes minder was, maar dan nog. Het waren avonturentochten in die jaren. Dat eindigde toen ik mijn rijbewijs haalde en de toenmalige werkgever een VW busje kocht voor vervoer van de spullen van onze klanten. Die mocht ik dan als ‘verst wonende’ mee naar huis nemen als de dienst er op zat. Was het busje pas laat ‘thuis’ stapte ik alsnog op de bus en liet me naar huis vervoeren. Maarse en Kroon bleef nog een paar jaar actief, fuseerde later met een hele reeks andere bedrijven en is nu volkomen verdwenen in R-Net van Connection. Nog steeds met geweldige verbindingen van/naar de luchthaven. Want die erfenis nemen ze die niet af. Alleen is bus 9 er niet meer. Die is bijgeschreven in de geschiedenisboeken. Waarvan ik er onlangs eentje kocht…..

Spotten

WP_20151126_005 (2)Onlangs trakteerde ik mijzelf weer eens op een ‘mannendagje’ zoals ik het zelf noem. Dan gaat een mens als ik niet naar een of ander stadion om daar naar voetballende lieden te kijken hoor. Nee, ik vertrek dan naar het grote vliegveld in mijn achtertuin, dat bij de meeste mensen bekend is als Schiphol. Die wereldluchthaven ligt zo dicht bij onze woonstek dat ik er dagelijks mee geconfronteerd word. Maar ooit ben ik besmet geraakt met het spottersvirus en dat ben ik jarenlang intensief wezen uitzieken. Gewapend met een camera, een opschrijfboekje, en in die latere jaren een luchtvaartontvanger en verrekijker. Heerlijk om dat weer eens te doen. Het komt er domweg te weinig van. In mijn jeugdjaren werd ik al getrokken door dat bekijken van vliegtuigen. Die dingen kwamen indertijd nog wel eens recht over de stad heen als ze gingen landen of juist waren opgestegen en het geluid trok mij als jong mens richting de basis waar al dat spul opereerde. Ik ging eerst op de fiets die kant op.

WP_20151126_004 (2)Zette die dan tegen de heg voor de startbaan neer, klom op de stang van het tweewielige ding en keek naar de vliegtuigen die daar vertrokken of landden. Het was een warm bad al was het best wel eens fris. Later ging ik dan met een kaartje richting de promenades langs het toenmalige platform en deed enorm veel indrukken op. Maakte de laatste propellervliegtuigen mee, de eerste jets, genoot van de geluiden, droomde weg bij het idee dat die kisten naar de meest uitheemse bestemmingen vlogen. Teheran, Ceylon, New York, Helsinki en zo meer. Allemaal op de fiets, later bromfiets. Ik was daarmee best een buitenbeentje want zelfs uit de kring vrienden die aangaven gek te zijn op vliegtuigen waren er maar weinigen die zo gek waren om in januari met me mee te gaan naar de luchthaven als daar sneeuw lag. Of tijdens het Gouden huwelijk van Juul en Benno toen heel wat buitenlandse gasten per vliegtuig arriveerden op Schiphol en dat deden met vliegtuigen die je normaal nooit zag.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Jammer dat ik toen geen echt goede camera bezat. Maar ik schreef trouw alles op in mijn notitieboekjes. In de jaren die volgden zorgde ik altijd voor de nodige tijd vrij die ik kon vullen met mijn passie op dit punt. Maar het werd op enig moment minder. Niet door mijn verlies aan interesse hoor, maar de drukte in de toenmalige werkkringen. Ik werkte op enig moment ook een aantal jaren op de luchthaven en dat hielp niet mee bij het beoefenen van de hobby, hoe tegenstrijdig dat ook moge lezen. Nu ik er al lang niet meer werk kan ik er weer als jochie van vroeger van genieten. De camera met telelens klaar, de radio op de torenfrequentie, brood in de tas, verrekijker en notitieblok klaar. Check! En dan maar genieten. Jammer dat het zo vaak slecht weer is….maar dat was het volgens mij vrijwel altijd als ik daar stond.

Brommeren

8)Leo voor SPL - Loco 1 1965 Scan10011Zoals iedere jonge gast in die dagen was het bezit van een ‘brommer’ wel een ultiem verlangen naar zelfstandig vervoer. Op twee wielen, dat wel, maar tot de 16e verjaardag was tweewielig trapwerk voor dit ventje normaal. In de koude januarimaand van het jaar dat ik de wettelijke leeftijd bereikte voor het besturen van een tweewieler met hulpmotor werd door leenpa een tweedehandsje opgepoetst voor de deur geparkeerd. Mijn eerste brommer was een feit. Het apparaat droeg een indertijd bijzondere merknaam. HMW. Dat merk stond voor de Halleiner Motorrad Werke en vond haar oorsprong in het Oostenrijkse plaatsje Hallein. De naam van dat spul was goed, men bouwde al sinds 1955 goede bromfietsen, maar het exemplaar dat mijn deel was, bleek toch wel een heel lange en vermoeiende levensloop te bezitten. Goed, ik leerde er mee rijden, maar ook heel wat kilometertjes lopen……Tijdens langere ritten knalde meerdere malen het luchtfilter uit elkaar en ook de ontsteking liet het onderweg vaak afweten.

HPIM7870_editedStilstand was dan het gevolg. Op de dag dat ik het ding inruilde voor mijn volgende vervoermiddel vloog de oude HMW vrolijk in de brand. Gelukkig was het vlammende euvel snel blusbaar en de schade leek beperkt. De tweede brommer droeg de fraaie naam Locomotief en had een Sachs tweetaktmotortje. Geel/groen gespoten en voorzien van een (wat wankelende) buddyseat. Ik vervoerde er heel wat jonge deernes mee, inclusief mijn latere verloofde. Het was een veel trouwere metgezel dan de HMW. Maar toen er bij een met de familie verbonden brommerwinkelier een zwaarder en soort van gestroomlijnd exemplaar stond van hetzelfde merk, maar dan met een drie-versnellingsblok van het betrouwbare Duitse motormerk Sachs, was de ‘deal’ snel gesloten. De oranje buikschuiver werd mijn derde brommer en ik was daar zeer ‘fier’ mee. Het ding liep als de brandweer, maar had ook wel zijn eigen specifieke kuren. Zo wilde het tandwiel van de derde versnelling nog wel eens loslaten en dan hield je maar twee versnellingen over. Maar je kon dan wel blijven rijden. Maar tweedehands bleef tweedehands en intussen waren de tijden veranderd. Puchs en Kreidlers bepaalden het straatbeeld en zo’n Puch was mijn ultieme droom.

9)Leo op Puch 1967 10014En zo werd er na heel stevig sparen mijnerzijds en daartoe op zaterdag bijwerken, een witte Puch besteld, splinternieuw. Met hoog stuur, uitlaatpotje en veel chroom. Ik heb er al eens eerder een logje aan besteed. Die Puch had weer twee versnellingen, maar wel heel erg lange. Met wat slimmigheden kon de Oostenrijkse schone worden opgevoerd tot een top van 65km/uur en dat was best snel in die dagen. Ik heb er wat kilometertjes mee afgelegd. Alleen of met zijn tweetjes. Van Amsterdam naar Texel, of naar de Hoge Veluwe. Geen probleem voor deze snelle rakker. En toch duurde ook dat tijdperk maar relatief kort, want de Puch moest al snel plaats maken voor de door de ‘baas’ verstrekte Volkswagenbus, die mijn deel werd na het behalen van het autorijbewijs. De Puch werd alleen nog maar in het weekend gepakt en later zelfs toen niet meer. Uiteindelijk verkocht, voor de helft van de nieuwprijs. Is nu een klassieker, net als die Locomotieven. Hoe zou dat zijn voor die allereerste HMW? Is dat nu ook een gezochte bromfiets? Ik heb eigenlijk geen idee…….! Overigens heb ik het zelden zo koud gehad als tijdens mijn ritjes op de diverse brommers naar Schiphol in de winter…….Daar was geen drielaagskleding tegen opgewassen. Maar dit terzijde.

Richting raden

OLYMPUS DIGITAL CAMERAStel je de volgende situatie nu eens voor; je loopt een bakkerswinkel binnen en gaat voor de balie staan van die zaak. Als de winkelmeneer/mevrouw je vraagt wat je wilt hebben zeg je niks. Je kijkt wat in de rondte. Wat zou de reactie zijn denk je? Of dat je bij een dokter binnenstapt voor een al dan niet vermeende klacht en de dokter je vraagt wat er aan scheelt en je ook daar zwijgt. Vreemd gedrag? Valt mee hoor. Wij mensen doen dit veelvuldig. Maar dan vooral in het verkeer. We zijn te belazerd om fatsoenlijk richting aan te geven en laten het aan anderen om het spelletje ‘gaat ie/zij heen of niet’ te spelen. Of we ons nu in een auto bewegen, op een scooter of de fiets, we weigeren steeds vaker de basis-verkeersregels die in dit land gelden te gehoorzamen. Ik pleitte al eerder voor het niet meer standaard meeleveren van richtingaanwijzers op gemotoriseerde vervoermiddelen, zonde van het geld en de energie.

Car crash 2Kennelijk zijn we zo druk met andere dingen dat aangeven welke kant we op willen te veel gedoe is. En dat leidt weliswaar tot gevaarlijke situaties, maar die worden vooral veroorzaakt door hen die op degene rijden die de richting niet aangaven. Moeten die maar  opletten. Net als die bakker en dokter. Gewoon raden welke kant wij op gaan. Wij zijn te macho voor die regels, onze telefoon vraagt de aandacht, of de kinderen op de achterbank. Overmatig veel vrouwen lijden aan dit euvel, maar naar respect hunkerende nieuwkomers in het verkeer kunnen er ook wat van, zelfs een enkele SUV-piloot vindt dat zijn rijdende container groot genoeg is om anderen in het ongewisse te laten omtrent welke richting deze mastodont op zal waaien. Nu spot ik er een beetje mee, maar het is levensgevaarlijk gedrag. Richting aangeven moet! Ook op rotondes! Ook op de fiets! En graag op het moment dat je een meter of tien af bent van de plek waar je gaat afslaan.

Verkeerslicht - 2Als je al bent afgeslagen je richting aangeven is mosterd na de bekende maaltijd. Het is vastgelegd in de Wegenverkeerswet en leidt (als de agenten ooit eens een controle zouden uitvoeren, wat ze nooit doen) absoluut tot een bekeuring. Elke zichzelf respecterende rijschool leert het je ook, maar kennelijk is die regel na het behalen van het roze gekleurde creditkaartje niet meer nodig. Ik zou er voor willen pleiten dat we met elkaar nu eens afspreken dat we met zijn allen weer gewoon richting aangeven. Of dat we dit niet doen, maar dan ook graag bij de bakker en slager. Wie zwijgt, stemt toe en het scheelt mij veel tijd als ik in de rij sta of in de wachtkamer zit voor een bezoekje aan de dokter. Ik vertel wel altijd wat ik ergens van vind, welke kant het op moet en doe dat ook in het verkeer. Als laatste der Mohikanen wellicht?