Zelfstandigheid 3…

Zelfstandigheid 3…

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: dc-9-martinair-ph-man.jpg

Terwijl ik dus als ingehuurd hoofdredacteur op twee verschillende bladtitels bij die uitgever in Amsterdam een paar dagen per week kantoor hield, veel onderweg was in de diverse regio’s, en de redactie plus aanvullende operationele mensen aanstuurde en schipperde tussen opdrachtgevers en bijvoorbeeld die salesmensen, deed ik ook vanuit mijn thuiskantoor of ter plekke nog mijn eigen zaken tussendoor. Ik begeleidde autodealers met hun campagnes of verbetering van hun communicatie. Ik liep met de beide DRY-partners een aantal prospect-contacten af om zo wat extra lucratieve reclame-opdrachten binnen te halen. En schreef dus die verschillende blogs. En die vielen qua inhoud op want op enig moment werd ik als eerder vermeld benaderd door een nieuwe uitgever (voor mij dan..hij zelf was al door de wol geverfd..) die met name boeken uitbracht in de luchtvaartwereld.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: beelden-week-34-13-aug.-2008-023.jpg

Hij had o.a. een boek gemaakt over KLM en was nu bezig met de planning van een boek over het vijftigjarige bestaan van Martinair. ‘Of ik daar een beetje zin in had’. Tuurlijk had ik dat. Moest ik wel even inplannen tussen de andere dingen, want er zou veel interview werk aan te pas komen. We gingen aan de slag. Hij onderhield contacten met zijn verkoopmensen en de directie van Martinair waarmee het lastig onderhandelen bleek. Ik deed de inhoud van het boek. Ging me goed af, immers ik had ervaring bij en met die luchtvaartmaatschappij en mijn fotoarchief bleek een aardig bron om inspiratie uit te halen plus de illustraties die soms nodig waren om de geschiedenis van dat fraaie bedrijf te duiden. Het werd een hectische maar zeker ook interessante tijd.

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: verkeerslicht-2.jpg

De meeste sponsoren kregen ook de ruimte om hun relatie met de luchtvaartmaatschappij te duiden via een pagina tekst en sommige interviews daartoe (in het hele land) herinner ik me nog goed en als erg interessant. Door die trips die ik (betaald) maakte voor die verhalen kon ik ook vrij eenvoudig mijn eigen landelijke klantenbestand opzoeken zonder te veel extra moeite en dat bleek soms zeer nuttig. Een vliegende vogel….etc. Toen het boek af was, werd ik best trots op het eindproduct. Jammer dat het management van de luchtvaartmaatschappij zelf meer dan terughoudend was om het te promoten. Dat had veel gescheeld in omzet voor de uitgever. Die ging echter onverdroten verder met een nieuw project, duurzaamheid in de breedste zin van het woord. Of ik ook daarvoor redactioneel mijn werk wilde doen. Tuurlijk…. Na een paar interviews was het nieuwe verhaal echter over en uit. De uitgever ging vrij plotseling failliet en ik bleef zitten met wat onbetaalde facturen. Het was de opmaat naar nog veel meer ellende op dit gebied. Maar dat wist ik toen nog niet. Wel wist ik dat er een nieuw project op me wachtte tussen alle losse opdrachten door. Een boek schrijven over het importbedrijf Pon, samen met mijn toenmalige en inmiddels gepensioneerde ex-chef daar, Jaap van Rij. Die had de contacten, wilde dat ik een deel van de inhoud zou maken, en we controleerden over en weer de geschreven teksten op schrijf/stijlfouten. Schrijver Maarten ’t Hart werd de eerste criticaster die de conceptteksten bekeek en toen die enthousiast was over wat we produceerden werden we zelf ook blij. Weer een boek op stapel. En de uitgave daarvan deden we zelf, net als de promotie. Jaap van Rij was dat al gewend want die had onder eigen naam al diverse boekwerkjes uitgebracht. De enige wanklank, medewerkers van Pon wilden ook dit keer niet meewerken. Dat viel opnieuw aardig tegen…. Terwijl het qua inhoud wellicht het beste boek over dit koopmanshuis is geworden ooit geschreven. (beelden: Yellowbird archief)

In memoriam: Jaap van Rij Sr.

In memoriam: Jaap van Rij Sr.

Wie zich mijn verhalen over leven met de Vliegende Pijl van Skoda nog terug weet te halen of te herinneren zal zeker nog wel de naam van Jaap van Rij daarmee kunnen combineren. Jaap was een tijdlang bepalend hoe het ook mij zowel zakelijk als prive verging. Immers hij was een jaar of tien de drijvende kracht bij het Skoda-importschap van Pon. Algemeen-directeur en daarnaast nog zo’n zelfde post bij de Mazda-importeur op het gebied van veegmachines die in dat fameuze pand aan de Dobbeweg in Voorschoten onderdak vonden. Jaap was een echte directeur. Geen flauwekul, hard werken, onderhandelen tot het gaatje met de lastige Duitsers en Tsjechen en blijven rekenen tot je er bij neerviel.

Dat laatste deed hij zelden. Want hij kon rekenen als de beste. Ik heb heel wat tamelijk aparte onderhandelsessies meegemaakt… En hij kende iedere truc uit het autovakboekje om het doel te bereiken waarop hij namens het Nederlandse importschap inzette. En dan onderweg terug naar huis in het vliegtuig glimlachend proosten op het resultaat. Dringend nodig in tijden dat we die Skoda’s zowat nog per wieldop verkochten. Jaap was ook streng. Wie in het kamp van de ‘anti’s’ zat (er bestonden ook ‘simpies’ en die konden een potje breken) zou en kon wat beleven. En voor sommige mensen had hij geweldige uitdrukkingen. ‘Bijzondere man’ ‘Operetteprins’ ‘helpers weg derde ronde vrouw’. En zo meer. Maar hij was ook gek op cultuur. Platte zaken moest hij niks van hebben. Feesten deed je maar in je eigen spaarzame tijd. Ik leerde hem kennen in 1988. Ik nog als Amsterdamse Skoda-dealerman, hij als de nieuwe directeur bij toenmalige importeur De Binckhorst. Respect over en weer hield ons in evenwicht. Zaken doen was altijd goed mogelijk. Wie wil weten hoe dat precies ging raad ik aan om nog even terug te lezen in mijn overzicht van een paar jaar terug.

In 1996 sloot hij zelf zijn autocarriere af. Hij ging met vroegpensioen. Had zijn leven lang in de auto’s gezeten en was het zat. Als dealerdirecteur en importeur voor diverse merken. Jaap ging daarna advieswerk doen bij een organisatie die internationaal hulp verleende aan ondernemers in diverse landen. Maar werd ook schrijver. In dat kader kwam ik hem later weer tegen. Hij organiseerde in zijn woonplaats iets rond een neergestorte bommenwerper tijdens WO2, ik kreeg de taak om er een verhaal over te dichten. Hij schreef zelf een serie boeken over de ‘Opperwachtmeester in de oorlog’. In de kern een verhaal over zijn vader. Daar zat ook veel emotie. Net als bij zijn lieve echtgenote Enny die zo leed door de jarenlange ellendige ziekte die zij bleef bestrijden. Een ‘taainagel’ noemde hij haar. Typerend voor Jaap. Hij liep over van liefde en respect voor haar en kreeg het heel lastig toen zij een paar jaar terug alsnog overleed. Hij was ook meer dan trots op zijn kinderen. Slimme lui, en voor alle drie had hij veel respect en begrip. Samen schreven we tien jaar terug nog een boek over de familie Pon, maakten plannen voor allerlei nieuwe boeken maar door zijn steeds zwakkere gezondheid kwam daar weinig meer van terecht. En dan nu ineens dat bericht; hij is niet meer! Autoland heeft een professional minder. Ik ben wel benieuwd hoe hij ‘daar boven’ de boel gaat aanpakken. Je moet niet raar kijken als ze dank zij hem straks allemaal hun eigen wolk kopen, hun verhalen aan hem vertellen en dat hij ze voorrekent dat oneindig best lang kan zijn. Hoe dan ook, ik ga hem enorm missen. Net als zijn nabestaanden. Want niet iedereen is zo ‘bijzonder’ als Jaap altijd was….

Leven met de Vliegende Pijl – 46 – Octavia komt – gevolgen!

De door de Belgische designer Dirk van Braeckel ontworpen Octavia was een auto die ons als Skoda-adepten indertijd deed stil vallen van verbazing. Daar stond anno 1996 bij het ontwikkelingscentrum van ons merk een fraai gestileerde wagen met een Passat-achtig formaat en zeer kordate grille, roofkatachtige flanken en een meer dan enorme kofferbak. Dit was een auto met een potentie die ongekend was, maar direct ook de nodige uitdagingen met zich mee zou brengen. Als wij er in ons land al een succes van wilden maken moest er meer gebeuren dan alleen maar een leuke reclame-campagne opzetten of zo. De hele organisatie zou, het bleef vrijwel constant een terugkerend thema, op de schop moeten en dat gold echt niet alleen voor de Nederlandse. Maar wij waren nu eenmaal verantwoordelijk voor Nederland en ontdekten al snel dat we op alle fronten zouden moeten investeren op een tot dan ongekende schaal. Niet alleen werden we geacht de dealerorganisatie nu echt eens op te schonen, de marketingaanpak moest ook op andere leest, onze eigen organisatie kon ook wel weer een forse injectie aan goede man/vrouwkracht gebruiken en onze computersystemen moesten opnieuw worden aangepast voor de nieuwe auto en de steeds weer opgewaardeerde logistiek van de al Duitser wordende fabrikant.

Het was voor ‘Baas Jaap’ teveel van het goede, hij vond zichzelf niet meer de juiste man op die plek voor deze zware job en ergens aan het einde van 1996 gaf hij tot mijn grote verrassing, de pijp aan Maarten en ging in de toen nog binnen Pon bestaande ruimhartige Vut-regeling. Vooraf moest er nog wel ‘even’ een opvolger gevonden worden en dat bleek nog niet zo mee te vallen. Velen werden door Pon-Holdings geroepen, weinigen uitverkoren. En omdat binnen Pon die naam Skoda bepaald nog niet hetzelfde bleek te zijn als die van VW of Audi, bleek die rij kandidaten veelal niet geschikt voor de gestelde doelen. Intussen hadden wij de dealerorganisatie uitvoerig gescreend en vastgesteld dat je met een heel beperkt deel daarvan door zou kunnen in de door Skoda bepaalde toekomst. Dat werden in onze (en fabrieks)ogen Regiodealers. Dan had je een soort middengroep die het wellicht zouden kunnen redden als ze een paar stapjes extra zouden zetten en er was een redelijk grote groep dealers waar we in die nieuwe toekomst niks meer mee zouden kunnen. De basisindeling die wij als MT na lang overleg hadden gemaakt werd op enig moment door Jaap van Rij in het najaar van 1996 voorgedragen bij de toen bestaande bestuursleden van de Dealer Vereniging.

Die lui waren echt perplex. ‘Eindelijk kwam er een Skoda aan die zichzelf zou verkopen en dan moesten er zoveel collega’s weg’. Precies dit antwoord was waar we zo bang voor waren geweest. We moesten dus bijna met de botte bijl aan de slag om de boel te renoveren en dan ging die dealervereniging dwars liggen. Aan de andere kant stond de fabrikant te wapperen met een nieuw contract. Investeerden we niet voldoende in ongeveer alles wat ik eerder beschreef dan stopte de samenwerking. Ook geen optie voor een bedrijf dat tot de Pon-familie behoorde. Dat was ons vanuit Nijkerk wel te verstaan gegeven. En zo investeerden we alsnog in veel onderzoek naar wie, wat, waar zou kunnen blijven doen, welke doelgroepen we nodig hadden om te overtuigen van de kwaliteit van het nieuwe product en tevens in een nieuw stuk software voor ons eigen importbedrijf. Dat was nodig om ook nog wat intensiever te kunnen e-mailen en internetten, indertijd een vrij nieuwe ontwikkeling, maar ook om de fabrikant op relrief simpele wijze inzicht te kunnen geven in wat we hier aan omzetten en marktaandelen draaiden. Door ook nog wat personele wijzigingen door te voeren kregen we intern steeds meer vat op de situatie die op ons af kwam. De organisatie kwam op orde. Met een niet te versmaden uitzondering, de toenmalige dealers! De weerstand tegen de ‘eenzijdige besluitvorming’ bij de importeur werd een opstand, de situatie zelfs grimmig toen sommige dealers zich wendden tot de BOVAG om hun gelijk te halen. Jaap van Rij was echter op zijn eigen specifieke wijze onvermurwbaar, met sommigen rekende hij echt eens en voor altijd af. Gebrek aan solidariteit in het verleden kreeg nu een antwoord. Einde contract! Het jaar 1996 eindigde zo in een slagveld. Ongeveer alles wat we hadden opgebouwd leek in elkaar te storten en die Octavia kwam…en overwon gelukkig uiteindelijk! Wordt vervolgd (Beelden: Yellowbird archief)