Het lot van de Wederdopers…

Het is en blijft opmerkelijk dat we zo naïef blijven omgaan met mensen die een of ander geloof verkondigen en daarbij ook nog eens menen dat wij allemaal moeten luisteren naar de regels die zij als zgn. ‘ware gelovigen’ over ons uitstorten. Terwijl in de geschiedenis van ons land de nodige voorbeelden te vinden zijn waaruit blijkt dat zij die deze claim nastreven veelal het onderspit delfden. Want wat is dan het ware geloof, en waarom zou dit nodig moeten zijn om een goed en naar die regels levend burger te zijn? Geloof is veeal niet veel meer dan een vorm van indoctrinatie. Als kinderen worden volgestopt met (wan)informatie nemen ze op enig moment aan wat er wordt verteld en zien dat als hun geloof. Voorbeelden te over uit doctrines die zich richten op godheid of dictatoriaal mens. Wie dat heeft meegemaakt weet hoe lastig het ook is om die basisinformatie na enige tijd door twijfel of kennis kwijt te raken. Qua geloof staat het christendom nog steeds fier overeind na pakweg 2000 jaar. Al zijn er intussen dan tientallen afgeleiden van het ooit door Petrus namens Jezus Christus opgezette basisgeloof dat zijn herkomst heeft in Rome.

Ergens in de 16e eeuw maakte de vermeende corruptie van de Kerk dat afvalligen zich verenigden en hun eigen vorm van christelijk denken op poten zetten. Luther, Calvijn, Hus, en ook nog wat andere lieden geloofden dat alleen hun vorm van geloven zou kunnen leiden tot een plekje in de hemel als die op enig moment (en dat was volgens hen nabij) openging. Boetedoening, aannemen van het Bijbelse qua inhoud en leven naar die normen was ineens een hot topic. Men zag de Roomsen als corrupt en vals en die zouden het hemelse rijk van Christus nooit bereiken. Een afgeleide vorm werd bij ons de stroming van de ‘Wederdopers’ genoemd. Lieden die hier op aarde al wilden bereiken dat het Laatste Oordeel slechts de goede van de kwaden kon scheiden als zij het recht in eigen hand namen. Aardse bezittingen waren niet aan hen besteed en zelfs kleding zagen ze als overbodig. Het voorbeeld van Adam en Eva sprak bijzonder aan. En zo liepen de eerste Wederdopers naakt door de straten van Amsterdam om hun boodschap te verkondigen en de bestuurders van de stad aan te vallen.

Die toen nog niet zo aan dat naakte gewende bestuurders maakten er korte metten mee. Deze bloot lopende en en de revolutie predikende lieden werden opgepakt en direct ter dood veroordeeld. Daarna opgehangen aan een groot rad om zo tentoon te stellen dat men zich diende te houden aan de goddelijke en aardse wetten van dat moment. De beweging van de Wederdopers ging echter door en steeds meer mensen ontdeden zich van hun kleding en liepen al schreeuwend en protesterend door de Amsterdamse straten. Het liep niet goed met ze af. Zonder uitzondering werden ze opgepakt en op de meest vreselijke manier gemarteld en daarna vermoord. ‘Ketters’ waren het en daar hield men niet van. De parallel met de huidige tijden dringt zich al snel op. Want die claim op dat eeuwige gelijk loopt ook nu al snel uit de hand als we niet opletten. Het blijft de vraag of van al die claims ook maar iets te bewijzen valt. En of die God die ons zou hebben geschapen en nu bestuurt wel blij wordt van al die claimende lieden die hier op aarde vooral bezig zijn met hun eigen belang. Het lot van de Wederdopers (overigens zo genoemd omdat ze zich op volwassen leeftijd opnieuw lieten dopen, wat indertijd ten strengste verboden was) geeft aan dat al dat geloof zelden iets goeds heeft gebracht. Het bloed stroomde ooit door de straten van Amsterdam. Een stad waar nu weer een soortgelijk geloof opgeld doet. En waar ook weer wordt geclaimd. Dat eeuwige gelijk… Jammer dat het geen nudisten zijn die lui van GroenLinks, anders zou het nog een verrijking zijn ook…Nu rest ons slechts pek en veren…en hopen dat verstandige mensen deze lieden de stad uitjagen…(Beelden: Hist.NB)

Het Salamandristische geloof…

Wat is dat toch in dit land dat we via de media bepaalde groepen niet meer aanduiden naar herkomst of woonplaats maar naar geloof. Althans, vooral dat ene geïmporteerde geloof. Want voor anderen gelden die regels kennelijk niet. En dat snap ik dan weer niet zo goed. Komt dat door het gedrag van die groep? Is dat een claim op respect die normaal slechts kan worden verdiend als je bewezen hebt iets positiefs toe te voegen aan onze maatschappij? Stel je nu eens voor dat we iedere groep zo zouden gaan aanduiden. Waar blijft dan het gevoel dat je Nederlander bent en trouw aan het nationale rood-wit-blauw of desnoods het huis van Oranje? Toch zie je in de media deze wonderlijke aanduiding consequent gebruikt worden. Behalve als het even niet past. Want dan doen geloof of etniciteit er ineens niet meer toe. Zou te veel negatief beeld geven rond een bepaalde bevolkingsgroep. Waarom dat onderscheid uberhaupt? Kortom, katholieken, protestanten, boeddhisten, socialisten, carnavalisten, nudisten, aanhangers van Jomanda, allemaal worden ze op een hoop geveegd en Nederlanders of desnoods Almeerders of Groningers genoemd, maar moslims zijn en blijven daarbij een aparte groep. Wat ze qua geloofscultuur ook zijn natuurlijk. Maar wij geven daaraan als tolerant volk wel een beetje erg veel ruimte en aandacht.

En dat stoort me. Tja, dat ook! Want wie hier woont en leeft moet integreren op een manier die past bij een volk als het onze. Geloof is leuk voor thuis maar niet voor op straat. Dat lieten we in ons land al meer dan een halve eeuw geleden los. Waarom moeten we dan uitingen van dat geloof zien als min of meer normaal en daar ook nog respect voor opbrengen? Ooit beleed ik binnen de blogwereld het geloof van de Groene Salamander. Vroeg ik u allen om de bijpassende kleding daarvoor te respecteren? Ik ben nu eenmaal onderhavig aan de wensen van die diergod die wil dat vrouwen hun borsten groen of knalrood schilderen en niet met kleding bedekken. Mannen dragen peniskokers en hebben allemaal een groene hanenkam op de bol. Kaalgeschoren verder en dat moet iedereen eigenlijk weten. Wij hebben als Salamandristen ook diverse godsdienstige verplichtingen. Zoals het jaarlijkse offerfeest waarbij we feestelijk een boom schenken aan de Salamander god om zo zijn genade af te kopen. Daar hoort een rituele verbranding van die boom bij. Liefst ergens in een park.

Geldt ook voor de crematie van oude gelovigen. Om in onze voorspelde hemel te komen dienen we in het openbaar verbrand te worden. Liefst op een groot plein waar veel mensen wonen. Zo zit ons geloof in elkaar…kan er ook niets aan doen. Onzinnig? Ja! Natuurlijk. Als ik al in die Salamander geloofde deed ik dat echt thuis en had u er geen last van lieve lezer(es). Maar waarom staan we dan wel toe dat uitingen van dat eerdergenoemde geloof wel worden gezien als algemeen aanvaard? Ik snap daar niks van. Ben er vast te ontkerkt voor. Snap het niet en accepteer het ook niet. Je bent pas echt acceptabel in mijn ogen als je gewoon meedoet in de maatschappij en geen rem zet op die ontwikkeling omdat jouw geloof dat kennelijk wil. Want waarom kwamen jij en/of je voorouders ook alweer hierheen? Voor die vrijheid en mooie nieuwe kansen toch? Gun die dan aan iedereen. Maar vooral aan jezelf. En laat die media eindelijk eens hun echte en liefst ongekleurde werk gaan doen. Daarvoor zijn ze er en niet om als propaganda-middel voor sommige stromingen te dienen. En als dat niet verandert beloof ik dat ik binnenkort een eerste gebedshuis voor mijn Salamander god zal stichten. Reken maar…! Wie zich aansluit krijgt overigens korting op scheermesjes en groene krijtverf…

Over een historische plek…

Onlangs vernam ik via de hoofdstedelijke media dat het zgn. Stadsdeel Zuid van zins is om op een mij uit de jeugd zeer bekende plek een ondergrondse parkeergarage te bouwen. Dit tot groot (en zeer te begrijpen) ongenoegen bij een deel van de omwonenden. Zoals ik wel vaker heb gesteld, de Amsterdamse stadsdelen worden meestal beheerst door wat linksig ingestelde types die het liefst zouden zien dat hun omgeving terugglijdt naar de oude tijden van voor de massa-industrialisering of de dagen van paard en wagen. Zou men in dit geval teruggaan naar die oude tijden (wat men niet doet hoor, want een parkeergarage levert ook heel veel geld op) kwamen we uit bij een periode in de geschiedenis waarin het rijke Roomse leven nog dominant was in die buurt. Want ik maakte die periode en specifiek daar in die omgeving zeer bewust mee. Op de plek waar men wil gaan bouwen stond ooit de grootste kerk van Amsterdam, de Sint-Willibrordus buiten-de-veste. Een echt enorm gebouw dat haar eenzame centrale toren tot ver buiten de stad liet zien. En dat hadden er meer kunnen zijn ware het niet dat het geld in de 19e eeuw al snel op was tijdens de bouw en men het oorspronkelijke ontwerp vann architect Kuypers los moest laten. Maar dit neemt niet weg dat dit de grootste neogotische kerk was die ooit in ons land is neergezet. Hij was 100 meter lang, 46,5 meter breed en ook nog eens 60 meter hoog.

De omvang van die kerk weerspiegelde meteen veel rond de samenstelling van de bevolking toen. Die was in die jaren overwegend katholiek, een kleiner deel zoals dat toen heette ‘protestant’ en er waren ook nog wat mensen die ‘niets’ waren. De buurt Oud-Zuid waartoe deze omgeving behoorde lag opgesloten tussen de Stadhouderskade aan de ene kant en de Jozef Israelskade aan de andere. De Amstel was weliswaar een aardige barrière, de vele bruggen over die rivier maakten dat ook katholieken uit het oostelijk deel van de stad naar deze grote kerk konden komen in geval van verplicht gebed. Die kerk had een nevengebouw, de lagere (Sint Martinus)school, die uiteraard ook zwaar katholiek onderwijs verzorgde en in een belendend pand gaf men dan ook nog sport/gymnastiekles. Ergens aan het einde van de jaren zestig ging het echter in dubbel opzicht mis. Het katholicisme leed sterk onder de ontkerkelijking, het aantal gelovigen liep sterk terug. De door Kuypers gebouwde kerk begon het wellicht daardoor letterlijk en figuurlijk te begeven. Het geld voor restauratie intussen op.

De parochie verhuisde naar een foeilelijk laag maar nieuw gebouw, midden tussen de huizen van de eerder genoemde buurt. De oude kerk werd in 1970 afgebroken. Al snel verrees er op het open terrein een bejaardencentrum, de oude lagere school werd daarop gekraakt. Later, eind jaren zeventig, is die school alsnog afgebroken en werd het bejaardenhuis nog wat verder uitgebreid. Maar de tijden zijn veranderd. Bejaarden moeten kennelijk thuis in de tuin van hun kinderen worden opgevangen, liefst in de schuur of zo, dat bejaardencentrum is over de houdbaarheidsdatum heen. De buurt door de decennia heen bevolkt door yuppen, nieuwkomers, jongeren. Dus moet er zo nodig een parkeergarage komen. Voor al dat ‘vreselijk blik’ dat dan uit de straten kan worden gehaald om het dorpse gevoel voor de bestuurders van het stadsdeel terug te brengen in de grootste stad van Nederland.  Een schande is het in mijn ogen. Maar ja, de moderne tijd en zo meer. We moeten er maar aan wennen dat niets blijft zoals we het graag zouden willen. Nou ja, als je een normale burger bent en niet behoort tot de minderheden. In dat laatste geval kan dan wel alles. Wellicht moet ik toch maar weer beleidend katholiek worden. Dan behoor ik in deze omgeving weer tot een minderheid die op veel begrip kan rekenen. Wie weet wat ik dan nog kan bereiken…

Van lange tenen en gefrustreerde zielen…

Wat zijn we toch vaak lichtgeraakt en wat krijgen leden van de Lange Tenen Brigade in ons land daarbij vaak ook veel publiciteit. Men is daarbij niet veel meer dan gefrustreerd over vermeend persoonlijk onrecht en krijgt hulp uit de hoek van lieden die menen dat we voor iedereen uit groepen minderheden altijd vriendelijk moeten zijn. Opmerkelijk! Zo mag niet meer worden geprofileerd op etniciteit, ook al struikel je bij justitie over verdachten uit bepaalde bevolkingsgroepen of landen. We mogen niet meer ‘voor Israel’ zijn, omdat we dan automatisch worden gezien als anti-islam of tegen de Palestijnen. Wie dat laatste politiek verkoopt krijgt meteen een stempel ‘rascist’ of erger mee, en wie Zwarte Piet gewoon op kleur wil houden moet zich volgens anarchisten en frustristen in dit land diep schamen. Het lijkt wel of de gekte heeft toegeslagen. Onlangs verscheen een wetenschappelijk onderbouwd verhaal van een gerespecteerde professor die eens had gekeken hoe het nu zat met die vooral door Surinaamse actievoerders steeds maar weer aangehaalde ‘slavenhandelarenmentaliteit’ van ons volk.

Het bleek met de historische Nederlandse bijdrage aan die handel nogal mee te vallen. Wij waren ook in het verleden bepaald niet de gangmakers van deze handel in mensen die op zich natuurlijk al verwerpelijk genoeg was. Maar dat willen die actievoerders niet weten. Die willen excuses, gevolgd door schadevergoedingen. Je wordt er echt een beetje mallotig van. Alsof de recente geschiedenis geen enkele rol meer speelt en we op school niets meer leren over de vaderlandse historie. Katholieken moeten zich schamen voor het misbruik binnen hun kerk, ook al kan 95% van de leden binnen die godsdienst natuurlijk helemaal niks doen aan dat leed. Vrouwen moeten zich schamen voor hun lijf. Bloot mag niet meer, voor je het weet ben je een ‘hoer’ of erger. Ben je tegen het logge en ondemocratische bestuursniveau van Brussel wordt je weg gezet door bepaalde elitaire lieden als ‘kletskop’ of ‘rechtse populist’. Wie het waagt zich te ergeren aan de enorme en ongecontroleerde instroom van migranten krijgt een soortgelijk stempel mee.

Iedereen heeft ergens wel een persoonlijk taboe en wijst graag met zijn vingertje naar anderen die meningen verkondigen die niet de hunne zijn. Nieuw in deze discussie zijn de grachtengordelbetweters die menen dat onze wereld slechts kan worden gered als we met elektrische auto’s gaan rijden. Ik heb ze hier al eens de revue laten passeren. Onlangs was ik weer eens in discussie met zo’n vogel. Overtuigd van zijn gelijk, ‘zeker wetend’ dat diesel en benzine maar ook gas voor het vervoer van ons allen op korte termijn zal verdwijnen. En dat we ons moeten schamen voor onze meer realistische keuzes. Zelf natuurlijk rijdend in een Tesla van de baas, maar dit terzijde.

Tegenargumentatie werd afgedaan met N=1 onderzoeken uit eigen kring. Tegenwerpingen waren allemaal onzin, en ik als protesteerder een ‘Petrol head’. Een Geuzentitel die ik intussen met verve voer. Omdat ik voor het realisme ben en niet van de valse dromen. Die laatsten zijn bedrog zo is me wel duidelijk geworden in de tot nu toe beleefde jaren. Laten we dus in dat kader zaken benoemen die er toe doen en oplossingen zoeken die voor iedereen acceptabel zijn. En laten we hopen dat de toch wat linkse media eindelijk weer eens tot hun zinnen komen en fictie weten te scheiden van feiten. Want daar mankeert het nog wel eens aan. Tot grote ergernis van mij. En tot mijn schrik zie ik dat mijn tenen niet meer in de sokken passen…. O jee….

Beschermengel…

Volgens een ooit geraadpleegde (ex)collega van het toenmalige werk waar ik van wist dat hij ‘speciale gaven’ bezat, was mijn beschermengel een wat oudere Chinese man die mij weerhield van al te bruuske stappen in het leven en me net beetpakte als het weer eens dreigde fout te gaan. De betreffende collega ‘zag’ die man achter me staan. En eerlijk gezegd gaf me dat wel een prettig gevoel. Immers je wilt graag beschermd worden. Als kind door je ouders, in een relatie door je partner(s), en als je later het tijdelijke voor het eeuwige verwisselt hoop je dat al die beschermers op je staan te wachten. Al dan niet uitgerust met vleugels en een warme glimlach. Het oude katholieke denken is toch niet helemaal verloren gegaan bij me. Want in die godsdienst is er altijd wel ergens een of andere engel of heilige te vinden die iets voor de gelovigen doet. Overigens komt dit dan weer voort uit veel andere geloven waar men voor ieder doel wel een of andere god bedacht die je kon helpen op het gebied van de strijd, liefde of zelfs de oogst.

Toch ben ik wel overtuigd dat ik af en toe een engeltje op de schouder heb gehad. Ik beschreef al eerder dat ik onlangs van de trap kegelde. Pijnlijk, alles bont en blauw, maar zonder al te veel ernstige gevolgschade. Ik ben trouwens als kind zijnde al een paar maal aan de dood ontsnapt. Avontuurlijk kind als ik was liep ik nog wel eens in een sloot of wat tegelijk. Figuurlijk, maar zeker ook letterlijk. Drijfzand was twee keer in mijn jonge leven een ernstige bedreiging voor mijn voortbestaan en gelukkig werd ik er in beide gevallen op het laatste moment uitgehaald. De omgeslagen kano in het Almeerse Weerwater en de zwemtocht voor het leven die daarop volgde is bij mijn omgeving sinds de jaren tachtig waarin dat speelde, een bekend en huiveringwekkend verhaal. De dood in de ogen kijkend kwam ik toch net op tijd aan de kant nadat ik echt dacht dat het nu dan zo maar over was. Ik heb op mijn toenmalige fietsen en brommers dingen meegemaakt die achteraf gezien best heftig waren en hadden kunnen leiden tot veel ernstiger schade dan dat van het jeugdig trotse maar ook gedeukte imago.

Immers, niemand reed zo goed op die tweewielers als ik. Maar de vele crashes die ik meemaakte gaven toch te denken. Gek genoeg heb ik dat met vierwielers zelden of nooit meegemaakt. Al stond ik nog een keer achterstevoren op de snelweg toen een van de remmen van mijn toenmalige Oldsmobile aan een kant vastsloeg en de auto 180 graden deed draaien. We vlogen tussen het omringende drukke verkeer door en eindigden naast de vangrail zonder ook maar een enkel schrammetje. Die oude Chinees had het er maar druk mee. En als je dat lijstje zo ziet verdient hij dus ook een compliment. En een oprecht bedankje. En moge hij nog maar niet met pensioen gaan voorlopig…

Oude Kerk

Als wij met onze Soester vrienden onderweg zijn in Amsterdam is het niet alleen maar leut en gezelligheid. Cultuur hoort daar ook bij en zo kwamen en komen we nogal eens in museale gebouwen waarvan we de inhoud of het speciaal uitgestalde dan met veel plezier tot ons nemen. Zo ging dat ook aan het begin van deze novembermaand toen we weer zo’n culturele dag hadden afgesproken voor consumptie door ons viertal. Bij toeval had medeblogster Therese net een dag of twee eerder een verhaaltje neergezet over haar bezoek aan de hoofdstedelijke Oude Kerk, dus dat bleek een prima bestemming om eens in de plannen op te nemen. Immers, wij, geboren Mokummers, hadden dat gebouw nog nooit eerder van binnen bekeken. Mooie gelegenheid en met de Museum Jaarkaart mag je gratis naar binnen. En dat naar binnengaan is de moeite waard. Het is het oudste gebouw van Amsterdam, behoort tot de top 100 van Nederlandse Rijksmonumenten en stamt al uit 1308.

De kerk werd neergezet als tweede kerk naast die van het nu veel kleinere Ouderkerk aan de Amstel en viel qua kerkelijke verantwoording dan ook onder die gemeente. Het gebouw is intussen dus 711 jaar oud en dat is bouwkundig gezien best een hele tijd. De Oude Kerk bleef tot de reformatie Rooms Katholiek. Hij heette toen nog de Sint Nicolaaskerk, wat voor de toenmalige zeelieden de patrooon was van de schepelingen. Helaas kwam de Oude Kerk niet ongeschonden door de beeldenstorm. Fanatici en cultuurbesef gaan zelden samen. Nadat men alle katholieke ornamenten had vernield of verwijderd kreeg de kerk een protestantse bestemming. Maar al snel konden kooplieden er ook hun waren exposeren. Want ook voor de protestanten was handel, geld verdienen!

De eerste tentoonstellingsruimte van de stad was hiermee ook een feit. Opvallend is het gegeven dat de kerk op unieke wijze is gebouwd. Omdat men indertijd in deze omgeving niet kon heien tot de gewenste diepten bereikt werden die een dergelijk grote kerk nodig zou hebben, werd de constructie van het gebouw licht en is de hele plafondconstructie van hout gemaakt. Alsof je naar een oud en omgekeerd Koggeschip kijkt. Ook de houten steunbalken wijzen op die techniek. Het ziet er spectaculair uit. Het gebouw is groot in verhouding tot de hoogte. De enorme toren werd door de eeuwen heen verder ontwikkeld. Het eerste torentje was veel lager en heel simpel van constructie. Ergens in 1951 bleek bij onderzoek dat de fundering van het gebouw niet meer deugde en instorting dreigde voor delen van de kerk. Men heeft daarna 24 jaar lang gewerkt om dat probleem uit de weg te ruimen.

Intussen is de kerk op zondag weer een gebedshuis, doordeweeks een expositieruimte. Daarnaast liggen er de nodige bekende mensen uit hun tijd begraven. Je ziet oude burgemeestersgraven, maar ook Saskia (van Rembrandt) ligt er en telgen uit de familie Hooft. Maar ook admiraals, schilders, schrijvers en handelaren mochten in de kerk een groot of wat kleiner graf voor zich reserveren. Als je kijkt naar de gebrandschilderde ramen, de orgels, preekstoelen, en zo meer, vergeet je bijna dat men er ook die exposities houdt. Wat we daarvan zagen ging eigenlijk volledig verloren in de schoonheid van dat historische gebouw. Waar ik dus al die jaren nooit de moeite voor deed er eens binnen te kijken. Nou, dat is nu voorbij. Het is een schitterende kerk. Gaan we vast nog eens heen. Al was het maar om het ook andere geinteresseerden te showen. En als er dan een expositie wordt gehouden nemen we dat en-passant gewoon mee….

De W van werken…

In de periode waarin ik nog kind was en opgroeide naar jonge volwassenheid was werken iets wat voor de meesten van mijn generatie gewoon in het verschiet lag. Wanneer je dat ging doen werd niet bepaald door het aanbod vanuit werkgevers, nee het zat meer in de wijze waarop jij je studie had geregeld. Nou ja ‘jij’. In de meeste gevallen werd dat gedaan door de school waar je op zat. Aan de hand van criteria als inzet, vlijt, slimheid, maar ook afkomst en mogelijke ervaringen met eerdere kinderen uit hetzelfde gezin. Wie door wilde leren had de toestemming nodig van het schoolhoofd en dat kreeg je maar bij hoge uitzondering. De rest ging als het een beetje mee zat richting ulo of lts. Gelukkig bleef dat laatste me bespaard. Het gebrek aan kluskracht bleek al snel uit mijn cijfers voor handenarbeid. Echt een voldoende haalde ik zelden. Maar ik had voor taal, rekenen, geschiedenis en dat soort dingen altijd bovengemiddelde cijfers. Dat gaf wel een beeld. Nu was er indertijd ook nog zoiets als avondonderwijs.

Een vorm van extra zware belasting voor hen die al vroeg aan het werk gingen. Het inkomen van kinderen speelde indertijd een grote rol in de gezinnen die na de oorlog werkten aan heropbouw en een beetje comfort. Mijn geluk werd bepaald door een meneer van een bankinstelling die actief jongelieden ging werven om toch vooral naar de bancaire wereld over te stappen. Mits je bereid was jarenlang in die avonduren te gaan studeren. Ik was er zo een. Samen met nog wat mensen met wie ik klas of school deelde. En zo kon het gebeuren dat mijn eerste werkkring vooral werd bevolkt door mensen van katholieken huize die elkaar ook nog eens kenden van school. Het bleek een goede greep. Ik kreeg meer gevoel voor discipline dan ik al had gehad voordien, ontdekte hoe leuk werken is, zag ineens voor me welk carrierepad ik zou kiezen en wat ik daarvoor zou moeten doen.

Het werk werd relatief slecht betaald, maar je had wel een echt inkomen. Waarvan ik een deel gebruikte om een bijdrage te leveren aan het gezinsinkomen, maar ook om alvast wat sparen voor ‘later’. Zo was dat in die jaren. Daarnaast bleek na een jaar of twee dat we niet meer op zaterdagochtend hoefden te werken. Er bleef wat vrije tijd over en die werd weer besteed aan een bijbaan links en rechts. O.a. in de brommerhandel van een bevriende relatie van mijn ‘pa’ waardoor ik weer wat extra geld kreeg dat natuurlijk werd besteed aan zaken die me mobiel hielden of bij de tijd. Het kon allemaal en je deed daarnaast dus ook nog de studie in de avonduren, het huiswerk dat niet mis was en je had zelfs ook nog tijd voor andere zaken. Toch was die bank niet zo mijn ding. Het avontuur miste ik, het was allemaal te veel geregeld, te ambtenaar achtig.

En net toen ik besloot om te vertrekken richting mijn toenmalige passie, Schiphol, kwamen bij de bank grote ‘Hollerit-machines’ in gebruik. Voorlopers van de latere computers. Het zorgde voor veel opwinding, maar ook voor afbouw van banen. Van de afdeling waar ik ooit begon (groot 65 mensen) bleek na enige tijd weinig meer over. De mechanisatie van de arbeidsplekken was volop in ontwikkeling. Maar toen werkte ik al weer in een andere job, bij een totaal ander bedrijf en leerde ik iets over vele zaken die ik gewoon leuk vond. Nederlandse taal, in al haar facetten. Of hoe je een vliegtuig moest afhandelen als het grondpersoneel dat niet voor mekaar kreeg. Kwam het toch nog goed met die bromnozem die zijn blikken altijd op de toekomst richtte. Doe ik nog steeds, maar niet meer voor het werk. Dat is nu wel voorbij. Mogen anderen intussen doen.

Spijt of niet??

Onlangs in goed gesprek met een andere oudere jongere hadden we het over hoe wij in de jeugd bepaalde zaken hadden aangepakt. Hij zat vooral in zijn maag met wat relationele zaken die hij al dan niet goed had opgelost. Maar er bleven bij hem vooral vragen bestaan over zijn eigen rol. Voor mij zitten die dingen vaak wat meer in het werk wat ik heb gedaan. Daar vind ik zelf best weleens wat steken te hebben laten vallen. Niet op mijn vakgebied van dat moment, dat ging meestal wel volkomen correct en goed. Nee, aan vakkennis ontbrak of ontbreekt het me niet, maar om bepaalde doelen te bereiken wilde ik weleens door ‘roeien en ruiten’ gaan wat dan weer pijnlijk kon zijn voor hen die door mijn pijlen werden getroffen. Nu vond en vind ik dat nog steeds niet erg als het ‘omhooggevallen’ lieden betrof die zich vooral gewichtig gedroegen maar waarbij de vakkennis veelal ver te wensen over liet. Of mensen die altijd maar bezig waren om je onderuit te schoffelen om er zo zelf beter van te worden.

Die lui konden rekenen op een meedogenloze afrekening. Al duurde het jaren. Maar er zaten er ook tussen die mijn toenmalige ik wellicht wat te streng zijn behandeld en dat eigenlijk niet verdienden. Nou, dat blijkt toch ook een kwestie van persoonlijk karakter te zijn of wat je meekreeg in de genen. Vergevingsgezondheid zit bij mij redelijk diep weg gestopt en de andere wang toekeren als ik word geslagen is ook niet echt meegekomen met de katholieke opvoeding van vele jaren her. Dit houdt in dat ik mijn spijtige gevoelens slechts kan richten op hen waarvan ik wel weet dat ik ze niet zo netjes heb behandeld. Omdat het moment van toen er om vroeg. Omdat er een klus klaar moest of een ander oogmerk prevaleerde. Omgekeerd hoor ik regelmatig van mensen dat ze mij juist zagen als zachtaardig en vriendelijk maar wel enorm gedreven.

De waarheid ligt in het midden. Als altijd. Het zal dus een beetje zitten in die herinnering over toen en wat je daarvan zelf hebt waargenomen. Maar hoe zit dat nu met anderen. Mijn gesprekspartner waarmee ik deze vraagstelling startte zag echt dat zijn behandeling van mensen met wie hij op jeugdige leeftijd contact had gehad, niet helemaal juist was geweest en daar had hij nu echt spijt van. Kon dat niet meer overbrengen bij die mensen waarover het ging en dat maakte de spijt nog groter. Zeker als iemand niet meer op deze Aarde rondloopt kan dat best gaan knagen. En dat frustreert soms. Heb ik allemaal geen last van. Jij wel? Ik ben benieuwd wie op dezelfde wijze kijkt naar het verleden en/of nu nadenkt over zijn/haar rol in dat geheel. Doe eens openhartig en vertel……..

Als een echte leeuw…

Maar liefst dertien pausen droegen ook mijn naam en dus zal er wel een link te vinden zijn naar de katholieke kerk bij het verkrijgen van die naam na mijn geboorte. Best logisch als ik naar mijn achtergrond kijk, al zie ik ook wel dat ik deze naam vooral toch te danken heb aan vernoeming naar mijn biologische vader die hem ook al droeg. Zo ging dat indertijd, vernoeming was een soort eer voor degene wiens naam werd gebruikt voor de nakomeling. En dus bepaalt die naam ook vaak de periode waarin je bent geboren. Ik denk dat mijn naam maar weinig meer voor komt in de moderne lijst van namen voor jongens anno 2017. Nee, ik ben echt een kind van mijn tijd. Maakt me niet minder trots hoor. Die naam heeft een uitleg die er zijn mag. ‘Leeuw’ de meer normale vertaling, maar er is ook een verwijzing naar ‘sterk door genade’. Of dat laatste nu echt een karaktereigenschap is die ik bezit is zeer de vraag.

Maar ik laat het me uiteraard graag aanleunen. De wijsheid die ik hiervoor oreerde komt uit een boek over voornamen dat ik onlangs in nieuwstaat vond bij een kringloopwinkel voor een prikkie. Redelijk recent uitgegeven, en met uitleg over ongeveer elke voornaam die je maar denken kunt. Mooie inspiratiebron voor hen die geen benul hebben hoe ze hun kind over een paar maanden gaan (be)noemen en er ook nog iets origineels aan toe willen voegen. Dat was in mijn tijd wel anders. Nog los van al die Latijnse namen die je eigen roepnaam iets chiques moesten geven, maar die vooral door het aangehangen geloof van de ouders werden ingegeven. En voor elke gelegenheid kwam er wel iets bij. Een katholieke vormnaam of zoiets. Door de jaren heen zijn we op het gebied van namen vrijer geworden. En zoeken het in de bijzondere thema’s. Jan, Piet, Klaas, Henk, Joop, het is allemaal voor het verleden gereserveerd. Modern en aansprekend moet het zijn en dat houdt in dat je over een jaar of veertig wellicht een naam draagt waarvan niemand snapt waarom je die ooit kreeg.

De vernoeming naar voetbal- of andere sterren is er zo een. Los van Johan Cruyff zijn er maar weinig sporters die na een halve eeuw nog door het leven gaan als halve afgoden. In mijn specifieke situatie zie je ook dat de godsdienst geen echte invloed meer heeft en dus dat die typische naam geverij die daarbij hoorde niet meer wordt toegepast. Dat doet men dan in andere stromingen toch wat anders. Bedenk maar eens dat er heel wat Mohammeds worden geboren, als verwijzing naar de profeet van dat relatief nieuwe geloof. In de Christelijke kerken is men gek op de naam Jezus maar is vernoeming toch een beetje heiligschennis. Nee, dan is Johannes (naar De Doper) beter. Maar dat leidt dan weer in de praktijk tot Jan of Joop en omdat die namen zo ouderwets aan doen zoeken we het meer in moderner equivalenten. Of je daar dan net zo trots op zult zijn als ik ben op mijn naam is de vraag. Een echte Leeuw kan dat, ook al ben je dan qua sterrenbeeld gewoon een Steenbok….

De R – van Rooms-Katholiek

Kritische lezers en mede-bloggers zullen vaststellen dat ik een letter uit het alfabet heb overgeslagen. De Q! Daarmee kan ik niks, of het moest een opsomming zijn van woorden die nog net met een Q beginnen in ons taalgebied. Het leek me te veel van het goede, dus dan maar de R tweemaal benut. Allereerst in combinatie met een fenomeen uit mijn vroegste jeugd, het toen nog alomtegenwoordige Rooms-Katholicisme. Kijken we nu toch met zorg naar leeglopende kerken met een kruis op het dak om ze te zien vervangen door gebouwen met andere symbolen. Dat rijke Roomse leven is al een halve eeuw bezig met een ongecontroleerde terugtocht. De oorzaken lijken logisch. De gemiddelde Nederlandse burger is niet zo gelovig meer. En een kerk die ongeveer alles verbiedt wat voor een beetje mens leuk of nuttig is wordt nu niet meer serieus genomen. Na de jaren zestig van de vorige eeuw kwam de verlichting en moesten kloosterlingen en zo meer inbinden qua macht en invloed. Meneer Pastoor behoorde ineens niet meer tot de notabelen van een buurt of dorp en je moet wel in een echt katholieke omgeving leven wil je nog een processie over straat zien gaan.

Katholieken houden van symbolen. Beelden, opschriften, kaarsjes branden voor een heilige of Maria, als moeder van God. Kijk in een willekeurige katholieke kerk en je snapt wat ik bedoel. De sfeer is daar veel warmer dan in welke protestantschristelijke kerk ook. Puur de aankleding. Maar dat moet dan wel je smaak zijn uiteraard. In het buitenland zagen we bij kerkbezoekjes veel kitsch tussen alle kunst op dit gebied. Maar de aanbidding was er niet minder om. Wat ook misging was natuurlijk de onnatuurlijke wetgeving voor priesters en nonnen ten aanzien van hun eigen seksualiteit. Toetreden als professional tot de katholieke kerk hield in dat je het celibaat moest volgen. En dat hield in seksloosheid. Zelfs de zelfwerkzaamheid werd verboden. Allemaal zonde! Dat dit niet kon werken bewezen veel geestelijken die de handjes niet thuis konden houden en al hun gevoelens voor de andere sekse, maar erger nog, de eigen sekse op kinderleeftijd, niet wilden of konden verbergen. Het onder de pet houden van deze misbruikschandalen was de doodklap voor de acceptatie van autoriteit van of binnen de kerk.

Veel pauzen, kardinalen en bisschoppen, voor zover zelf zuiver op de graat, bewaarden het stilzwijgen en draaiden daarmee de godsdienst bijna de nek om. Althans in onze streken. Elders in de wereld groeit dit geloof ongekend. Het is maar net waar je woont en hoe goed opgeleid je bent. Want intensief geloven heeft volgens mij ook iets van doen met een zekere volgse naïviteit en vooral hoop op een betere toekomst ‘ooit’. Wat minder met goed nadenken en kritisch zijn t.a.v. alles wat wordt verteld. Al zijn die verhalen dan soms prachtig hoor. Ik kan me er best een paar herinneren uit die eerste periode. Maar goed, ook al werkte de indoctrinatie indertijd zo goed dat ik het katholicisme beschouw als het enige juiste geloof aan christelijke kant (..), ik ben toch ook blij dat ik er min of meer los van ben gekomen toen ik 14 was en mijn toekomst verder elders zocht. Al blijven die kerken mooi en wil ik altijd even kijken als we er weer eentje tegenkomen. Noem het maar een afwijking…En daarvoor is weinig remedie te bedenken. Al heeft dat begrip dan zelf weer een R aan het begin. Welk geloof hangen of hingen jullie aan en ben je dan ook nog echt belijdend daarin?? Ben benieuwd naar de reacties…