Relatief leven….

Ach, dacht het jonge stel, laten we eens een kind maken. Dat moet kunnen en past bij de verwachting die mensen van ons hebben. Daarbij was het maakproces uiterst plezierig en soms verdween daardoor het beoogde doel wat buiten beeld als het ging om het genoegen elkaar het leven plezieriger te maken. Maar op enig moment was er dan toch resultaat. Een blozend rond en blond kereltje dat vanaf moment een zijn keel aardig roerde en zijn maag goed vulde met alles wat hem werd aangeboden. Intussen had het stel ook een leuk klein poesje ontdekt bij het dierenasiel. Een kitten van een paar weken oud. Mooi gekleurd en goed gezond. Ook die kwam in huis en hij kreeg de verzorging die het diertje verdiende. Al snel was het gezin gelukkig. Het kind groeide op tot een kruipende peuter, de kitten werd een grote en gecastreerde kater. De jaren vlogen voorbij, het leven gaat nu eenmaal snel. Na de oudste zoon werd het stel gezegend met nog twee kinderen, meisjes dit keer. De kater bekeek die schreeuwerds met enige argwaan en bleef uit de buurt als ze hem al kruipend en later lopend te dicht bij kwamen.

Kinderen zijn leuk, maar niet voor katers die houden van jagen en hun rust op zijn tijd. Toen zoonlief tien jaar oud werd was de kater nog in goede conditie. Hij scharrelde in de woonbuurt rond en stond bekend als een lieverd, maar ook een kat die kleine vogeltjes het leven zuur maakte en af en toe een insluipingspoging deed bij de buren. Bij sommigen daarvan was hij vaste gast. Hij hield er van een dutje te doen, de drukte thuis gaf hem dat recht zo leek hij te denken. Het jonge stel was intussen druk met opvoeden, maar ook keihard werken om het nog zo jonge gezin een goed inkomen te verzorgen. De kater leek voor zichzelf te kunnen zorgen al was hij gaarne bereid zijn bak vol te stoppen met dat wat een kat nu eenmaal achterlaat als dank voor het aangenaam verpozen. De jaren gleden bijna ongemerkt voorbij. De oudste zoon werd al zestien. Stond aan het begin van zijn eigen liefdesleven. Was veel weg, de meiden plaagden hem daarmee.

Zochten uit met wie hij nu weer verkering had. Hij deed het goed op school en zou vermoedelijk door kunnen om te gaan studeren. De kater was intussen ruim middelbaar. Hij werd wat dik, ging minder frequent naar buiten, liep moeizamer de trappen op en af en vond het heerlijk in zijn mandje voor de CV. Op een dag was iedereen druk. Examens vroegen de aandacht, op het werk moest er ook van alles en nog wat worden gedaan en de meiden hadden zo hun eigen besognes. Niemand keek meer om naar de kater. Die leek te slapen, tot ze eens goed keken of hij nog wel ademde. Dat deed hij niet meer. Ingeslapen. Weg van deze wereld. Het gezin verlatend waar hij al die jaren te gast was geweest en wiens dienstbaarheid hem gelukkig had gemaakt tijdens zijn zo snel verlopen leven. 17 jaar oud was hij geworden. Vele tranen werden er geplengd over zijn verscheiden. Hij werd keurig begraven in de tuin van het huis waar de jongelui met hem waren opgegroeid. Hij kreeg een eigen tegen boven zijn grafje. Beschreven met vetvrij krijt. Daarna ging men over tot de orde van de dag. De plicht en zo. Het gezin was nog steeds jong en dynamisch, de ouders hielden nog steeds enorm van elkaar en de passie spatte er soms nog best vanaf. Alleen die kater misten ze. En dus haalden ze op een dag een nieuw exemplaar uit het asiel. Weer een kleintje….Als die net zo oud zou worden als zijn voorganger zouden ze zelf middelbaar zijn als diens leven ook weer eindigde. Ze vonden dat best een confronterende gedachte……

Beschermengel…

Volgens een ooit geraadpleegde (ex)collega van het toenmalige werk waar ik van wist dat hij ‘speciale gaven’ bezat, was mijn beschermengel een wat oudere Chinese man die mij weerhield van al te bruuske stappen in het leven en me net beetpakte als het weer eens dreigde fout te gaan. De betreffende collega ‘zag’ die man achter me staan. En eerlijk gezegd gaf me dat wel een prettig gevoel. Immers je wilt graag beschermd worden. Als kind door je ouders, in een relatie door je partner(s), en als je later het tijdelijke voor het eeuwige verwisselt hoop je dat al die beschermers op je staan te wachten. Al dan niet uitgerust met vleugels en een warme glimlach. Het oude katholieke denken is toch niet helemaal verloren gegaan bij me. Want in die godsdienst is er altijd wel ergens een of andere engel of heilige te vinden die iets voor de gelovigen doet. Overigens komt dit dan weer voort uit veel andere geloven waar men voor ieder doel wel een of andere god bedacht die je kon helpen op het gebied van de strijd, liefde of zelfs de oogst.

Toch ben ik wel overtuigd dat ik af en toe een engeltje op de schouder heb gehad. Ik beschreef al eerder dat ik onlangs van de trap kegelde. Pijnlijk, alles bont en blauw, maar zonder al te veel ernstige gevolgschade. Ik ben trouwens als kind zijnde al een paar maal aan de dood ontsnapt. Avontuurlijk kind als ik was liep ik nog wel eens in een sloot of wat tegelijk. Figuurlijk, maar zeker ook letterlijk. Drijfzand was twee keer in mijn jonge leven een ernstige bedreiging voor mijn voortbestaan en gelukkig werd ik er in beide gevallen op het laatste moment uitgehaald. De omgeslagen kano in het Almeerse Weerwater en de zwemtocht voor het leven die daarop volgde is bij mijn omgeving sinds de jaren tachtig waarin dat speelde, een bekend en huiveringwekkend verhaal. De dood in de ogen kijkend kwam ik toch net op tijd aan de kant nadat ik echt dacht dat het nu dan zo maar over was. Ik heb op mijn toenmalige fietsen en brommers dingen meegemaakt die achteraf gezien best heftig waren en hadden kunnen leiden tot veel ernstiger schade dan dat van het jeugdig trotse maar ook gedeukte imago.

Immers, niemand reed zo goed op die tweewielers als ik. Maar de vele crashes die ik meemaakte gaven toch te denken. Gek genoeg heb ik dat met vierwielers zelden of nooit meegemaakt. Al stond ik nog een keer achterstevoren op de snelweg toen een van de remmen van mijn toenmalige Oldsmobile aan een kant vastsloeg en de auto 180 graden deed draaien. We vlogen tussen het omringende drukke verkeer door en eindigden naast de vangrail zonder ook maar een enkel schrammetje. Die oude Chinees had het er maar druk mee. En als je dat lijstje zo ziet verdient hij dus ook een compliment. En een oprecht bedankje. En moge hij nog maar niet met pensioen gaan voorlopig…

De Z van Zorg

Zorg regelen lijkt zo simpel. Mensen die het nodig hebben krijgen het en de mensen die ervoor door hebben geleerd en ook nog eens betaald krijgen voor dat werk, verstrekken het. Maar niet in ons land. Van een welvaartsstaat dreigen wij af te glijden naar een plek onder aan de ranglijst van landen die al dan niet goed omgaan met mensen die zorg behoeven. En voor de goede orde, dat zijn lang niet altijd ouderen. Je zult gehandicapt zijn, een soort kwaal hebben die door niemand wordt gezien, maar door jou zelf wel gevoeld of dingen van dien aard. Was voorheen allemaal eenvoudig in vakjes te duwen en op te lossen. Maar dat is wel voorbij. Participeren moet we en dat houdt in dat we allemaal de ouders in de tuin moeten opvangen waar we onze schuren ombouwen tot luxe lofts waar die mensen dan nog een tijdje onder onze hoede blijven. Afvoeren naar een bejaardentehuis is er niet meer bij. Die worden of werden gesloopt en wat overbleef viel ineens onder de veranderdwang van managers met het gevoel dat ze een hotel moesten runnen voor rijkere mensen zonder mening of stem.

De ziekenzorg kent ook zo haar wonderlijke kanten. Zo maakte ik in de woonomgeving van mijn nog altijd best kwieke en zelfstandig levende schoonmama mee dat in de buurt het bejaardencentrum werd gesloten. Gesloopt, omwille van de moderne tijd. Maar dat centrum gaf de toenmalige huisartsenpost een aardige klantenkring. En die zat een flatgebouw verderop bij mijn schoonmama vandaan. Handig en altijd bereid tot een goed gesprek als dat even nodig bleek. Na de sloop van het bejaardencentrum sloot ook de HAP zijn deuren. Kwam nu te zitten in een nieuwbouwwijk op een kwartiertje lopen van de oude. Maar dan wel een kwartiertje voor mensen met een kwieke tred. Zoals ik die heb. Voor een oudere dame met een rollator als ondersteuning best een heel stuk lopen.

Komt ze daar dan aan is er geen lift. Niet erg als je bij de apotheek moet zijn die ook in dat nieuwe gebouw is opgenomen. Wel als je naar de huisarts moet. Die zit op de eerste etage. Geen lift, wel een steile trap. En een soort traplift die even steil omhoog of omlaag beweegt als je op de juiste knoppen drukt. Levensgevaarlijk ding. Eng ook. Maar niet over nagedacht. Nog veel erger is het feit dat de assistentes volgens protocol werken. Dus niet in staat of van plan zijn om je bij een eerste bezoek te helpen met de uitslag zodat je meteen door kunt naar de dokter. No Way! Dan moet je terugkomen. In de middag. Twee keer op en neer voor dat ene gesprek. En men wijkt er niet van af. Een ander voorbeeld. Vrouwlief moet bloed laten prikken in een ziekenhuis. Daar moet ze heen vanwege een specialist die elke keer dat ze daar heen gaat behoefte heeft aan haar bloedwaarden of zo. Zonder afspraak naar binnen. Niet druk, sterker nog, op een Japanse klant met zijn vrouw na zit er niemand in de wachtkamer. Maar om een of andere reden zijn de witjassen druk met van alles, echter niet met het afwerken van hun echte klus. Bloed aftappen en in een buisje stoppen met een labeltje waarop relevante informatie. Ik keek ernaar en kreeg direct kromme tenen. Had ik tijd genoeg voor want we zaten er al snel 20/25 minuten te wachten op niets…

Geen wonder dat die zorg peperduur is en matig wordt ingevuld. Vergeet maar snel dat je cliënt bent. Je bent patiënt. Betaalt elk jaar meer voor die zorg maar krijgt relatief gezien steeds minder service. Vreemd dat dit bij veel dierenartsen nog beter is geregeld. En ik spreek hen er niet op aan die uiteraard de patiënt(en)centraal stellen en bijna onderbetaald hun werk moeten doen. Tuurlijk zie ik de nuance, maar de voorbeelden zijn net even te wrang om niet te vermelden. Participeren is leuk. Maar niet altijd. Wel eens voor iemand mantelzorg gedaan? Bedacht hoeveel tijd en inspanning dat vraagt?! Ach, het zijn maar kleine voorbeeldjes. Nu maar hopen dat dit kabinet daar oog voor heeft of krijgt. Maar ik ben bang dat dit niet meer goed komt. Ik laat alvast maar een schuurtje ombouwen in de achtertuin. Wie weet wie ik er nog een plezier mee doe…wellicht me zelf??

De ontmoeting….

Hij vermoedde wel dat zijn nieuwe buurvrouw met een vriendin samenleefde maar wie dat was had hij nog niet gezien. De buurvrouw zelf was een prettige verschijning. Blond, blauwe en sprekende ogen, een beetje zijn leeftijd. Ze kleedde zich modern, op het randje van uitdagend, maar dat stond haar goed. Hij zag ook wel dat ze veel werkte en vaak laat thuiskwam. Op enig moment botste hij bijna tegen haar op toen hij zijn appartement uit kwam en zij in de gang naar het hare langs liep. Zijn gemompelde excuus werd met een glimlach ontvangen. Het leidde tot een kort gesprek waarin ze zich voorstelde als Dinie. Ze bleek advocate te zijn en daardoor alleen al steeg ze meteen in zijn waardeoordeel. Een slimme vrouw en dan een spannend privéleven, het was voor hem een fantasie. En dat mocht. Hij was al enige tijd geleden van zijn vrouw gescheiden. Hun huwelijk was ingeslapen geraakt en hij had er zelf een streep onder gezet. Hun huis hadden ze verkocht en van de opbrengst kon hij na hun scheiding een appartement kopen in een andere stad. Veel opvallende zaken op het liefdespad had hij hierna niet te melden gehad. Hij was tenslotte de vijftig gepasseerd. Tot de buurvrouw, Dinie, met haar slanke lijf en fraaie kleding naast hem kwam wonen en hem op bepaalde wijze intrigeerde. Het was een paar dagen na die eerste ontmoeting dat hij ook haar vriendin zag. Een schoonheid. Slank, jonger dan Dinie en in een glimmende strak zittende broek met daar boven een lederen jack. Stoer maar supersexy. Hij kon in zijn fantasie zo oproepen hoe dat tussen die twee moest gaan als ze bezig waren met…. Zijn aandacht voor het paar verlegde zich direct. Het maakte dat hij alleen al om die nieuwsgierigheid naar beide vrouwen te bevredigen het contact wilde aanhalen. Hij bedacht dat dit het beste kon door gewoon eens een uitnodiging te doen aan Dinie voor een etentje. En dat deed hij ook. Op de bewuste avond had hij een lekker maaltje laten komen van de traiteur wat hij alleen maar hoefde op te warmen. Hij ontkurkte een mooie wijn en liet die even staan zodat de drank straks nog beter zou smaken. Op enig moment ging de bel van zijn voordeur. Daar zou je ze hebben. Hij deed open en daar stonden ze. Dinie en dat schitterende wezen dat hij eerder al had gezien. ‘Hoi buurman, daar zijn we dan’ zei Dinie met haar heerlijke omfloerste stem. ‘Mag ik je even voorstellen…dit is Angelique!’. Hij gaf hen beiden een hand. De parfum van Angelique bedwelmde hem zowat. Zijn ogen konden bijna niet van haar lichaam weg blijven. Hij liep achter de dames aan naar binnen en liet ze even rondkijken in zijn een paar dagenlang keurig opgeruimde appartement. Speciaal voor hen had hij echte kaarsen aan gestoken en de temperatuur in het huis op behoorlijk niveau gebracht. ‘Zo buurman, jij hebt het mooi voor elkaar’ zei Dinie nadat ze had rond gekeken. En al snel ontstond er een geanimeerd gesprek waarin ook Angelique zich af en toe met wat korte zinnen mengde. ‘Dus jij bent advocaat?!’ stelde hij vast. ‘Ja’ zei Dinie kort. ‘En wat doe jij voor de kost?’ vroeg hij aan Angelique. ‘Ik?, ik studeer nog hoor….’. En terwijl ze dat zei keek ze hem aan op een manier die hem deed smelten. ‘Ja Angelique studeert ook rechten’ nam Dinie het gesprek over. En in feite vond hij dat niet leuk. Hij wilde met Angelique praten en zien of hij haar op het ‘rechte pad’ kon krijgen. Hij was tenslotte een echte man en vond haar aantrekkelijk, prachtig, sexy, geweldig. Maar dat mocht hij niet laten blijken uiteraard. Maar wat zou het mooi zijn als ze ook op mannen viel. ‘Ja mijn dochter moet nog het nodige leren dan kan ze bij mij in de praktijk komen’. ‘Dochter??? Ik uh…ik dacht…’ Hij verslikte zich bijna in een slok wijn die hij net had genomen. En ontvluchtte de kamer door iets te mompelen over naar het eten kijken en zo meer. Achter zich hoorde hij de dames klaterend lachen. Dit kon nog wel eens een bijzondere avond worden. Maar wel heel anders dan hij had verwacht.

Echte mannen huilen niet…

Mannen horen niet te huilen. Althans niet in onze westerse cultuur. Toch? Er zijn culturen waarin huilen wordt gezien als oprecht teken van respect voor het lijden van sommige profeten of vanuit een ware aanbidding van de lokale leider(s). Bij ons is huilen toch wat meer een vrouwending dan dat mannen er meteen mee te koop lopen. Verdriet of een diep geval van affectie verberg je onder een dikke laag emotioneel beton. Mannen zijn pas echte kerels als ze niet huilen. Ook niet op momenten van wanhoop of pijn. Voor je het weet ben je een ‘watje’ of een ‘mietje’. Maar biologisch ligt dat toch allemaal een stuk anders. Uit Duits wetenschappelijk onderzoek bleek dat de gemiddelde vrouw jaarlijks tussen de 30 en 64 keer huilt. De gemiddelde man echter ook nog steeds tussen 6 en 17 keer. En die cijfers horen bij uitslagen die komen van volwassen mensen. Kinderen laten in soortgelijk onderzoek zien dat er op dit punt vrijwel geen verschil is tussen jongens en meisjes. Tot ze kennelijk door de pubertijd gaan en hormonen hun opvoedende maar ook geesten en emoties scheidende werk doen. Huilen is dus een uiting van emoties en die kunnen enorm verschillen.

Woede, pijn, onmacht, oprechte liefde, aanbidding, bedenk er een emotie bij en het kan allemaal leiden tot gesnotter of geween. Bij overlijden van een dierbare is ook dat gesnotter in onze streken vaak wat ingehouden. In andere culturen vallen mannen en vrouwen wenend over de kist van de overledene en laten hun tranen de vrije loop. Vrouwen weeklagen dan en roepen elke bekende god aan om over de ziel van de dode te waken. Wij, Nederlanders, nemen afscheid, luisteren naar de toespraken, breken wellicht pas als het moment van achterlaten daar is, maar gaan daarna weer gewoon en in stilzwijgen door met de dagelijkse gang der dingen. Op dat punt is de maatschappij best hard geworden. Ook het verlies van een huisdier kan enorme effecten hebben op de traanbuis en wat daar achter zit. Maakte ik zelf onlangs ook weer mee. Het verlies van de kleine en veel te jonge huisgenoot die zo ziek werd en uit mededogen moest inslapen maakte me wanhopig en woest. Het einde is dan definitief en nooit zul je meer mogen genieten van wat zo’n kleine rakker je aan plezier en liefde gaf.

Dieren zijn onbaatzuchtig. En dat vertaalde zich in heel wat tranen. Schaamte kende ik op dat moment niet hoor. Zou niet weten waarvoor. Het onverwachte, het onrechtvaardige, het hulpeloze, en dan dat komende gemis, het hield me emotioneel heel even intensief bezig. Om me heen waren er wat vrouwen, en die hielden het ook niet droog. Dan valt het minder op. Maar ik werd er vast niet (meer)gezien als de horkenman die ik als imago in het verleden al dan niet verdiend opbouwde. Nee, dit was een moment van zwakte. Gekoesterd hoor. Ik kan me soortgelijke momenten uit het verleden ook nog goed herinneren. Enkele malen voorgekomen. En daarna opgeborgen in het kistje met emoties waarin je dit soort zaken als echte vent opslaat. Want stoere mannen huilen niet. Voor het geval ik de uitzondering ben op die regel heb ik altijd een schone zakdoek bij me. Je weet maar nooit…

IKEA in de herfstvakanties

Wil je weten hoe de Nederlandse samenleving er vandaag de dag uitziet? Gewoon een dagje naar de IKEA gaan! Vestigingen genoeg en die bieden vrijwel allemaal hetzelfde beeld. Van oud tot jong, van arm tot rijk, multiculti?, IKEA is the place to be. Onlangs bezocht ik de Amsterdamse vestiging omdat ik had beloofd een enkel onderdeel op te halen voor een familielid die dat nu net te kort kwam bij de bouw van een of ander door de Zweden geleverd meubel. Het was herfstvakantie en buiten druilde het dat het een lieve lust was. Dus gaan mensen dan kennelijk massaal hun dagje besteden bij de Efteling van de huisklussers, IKEA! Het drukke restaurant gebruikte ik dit keer voor observaties en wat daar om je heen gebeurt zorgt voor veel inzicht in de overeenkomsten en/of verschillen tussen de vele bevolkingsgroepen die hier rondlopen. Daarbij hoor je dan pas echt hoe de Nederlandse taal (niet) is opgenomen in het handboek soldaat van veel van die bezoekers.

Men vervalt ook in de jongere generaties onderling al snel in het oorspronkelijke thuisjargon en dat maakt dat het beeld qua gehoor en beeld kleurrijk is. En dan heb ik het echt niet alleen over Surinaams, Marokkaans of Turks. Echt elke taal valt tegen te komen bij dat Zweedse woonwarenhuis. Daarbij zie je ook hoe populair dat bedrijf is. Zij waren als international bedrijf indertijd uitermate vlot met het binnentrekken van Oost-Europa na de Wende in 1989/90. Veel van die mensen daar vandaan die hier (tijdelijk) kwamen wonen doen hun meubel- of inrichtingsboodschappen bij IKEA. Bij de kassa (voor mij het equivalent van de hel op Aarde…) sta je met al die lui in de rij. Karren vol. Daartussen kinderen die alles leuk vinden daar bij die Zweden, behalve de kassa, want juist daar gaan de meesten dreinen, janken of zelfs schreeuwen.

Hun ouders zijn dan vaak al in de stress door de zoektochten naar meubels of accessoires die op de gereedstaande computers (zoek hier je artikel…) niet te vinden waren omdat die beeldschermen voor 60% stuk blijken. Er lopen mensen tussen de schappen in het magazijn dan maar wanhopig zelf te zoeken naar het begeerde. En hoe platter het volk, hoe harder de schreeuw. Het is een kakafonie van lawaai op zo’n doordeweekse vakantiedag. Dan heb je nog de dwarsliggers. Mensen met een grote transportkar die overdwars in een gangpad hun verhaal gaan doen bij toevallig ook daar op bezoek of zoektocht zijnde buren en vrienden. Het zorgt voor een hoop ergernis en gedoe. Kom je bij veel winkels niet tegen. Ik kan in dat opzicht de WoonXL aanbevelen. Soortgelijk aanbod, maar een divisie hoger qua beleving. Maar dit terzijde. Dat ene artikel vond ik op goed geluk, kwestie van kijken. En ik leverde het af bij de jongelui die het nodig hadden. Maar onder een voorwaarde. Volgende keer niet meer tijdens de herfstvakanties vragen om deze gunst, want dat gaan we niet meer doen. Echt niet!

De X van X-benen…

Met die letter X is het best lastig om er een begrip aan vast te knopen dat ergens over gaat. Dus doe ik dat maar niet. Ik ga het hebben over een intrigerend onderwerp. De loop van mensen in relatie tot de stand van hun benen. Meer speciaal hun looptechniek. Daartoe moet je wel even een studie maken van die wijze van lopen en ik ben daar nogal goed in. Al eens eerder schreef ik een blogje over dat lopen van ons mensen op twee benen. Een wonderlijke constatering eigenlijk. Zijn mensen wel gemaakt om op die twee onderste ledematen te lopen? Je zou zeggen van niet. Voortbewegen is een betere term. De een doet dat als een zeeman met uit elkaar staande voeten die vreemde bewegingen maken tijdens dat loopproces. Maar de meest voorkomende is toch het type X-been wat ik voor de kop van dit verhaaltje bedoelde. Waarbij de knietjes dus dicht tegen elkaar aan zitten en onder en bovenbenen op een of andere wijze uit elkaar staan.

Dat type mens loopt heel anders dan die zeelui. Ze zijn ook zelden in staat deel te namen aan sporten als hardlopen of voetballen. De stand van hun benen maakt dat ze niet snel genoeg zijn. Dus doen ze aan schaken of pakweg biljarten, maar dat zware fysieke werk is niks voor ze. Ook bij vrouwen kom je dit type benen veel tegen. Het zorgt voor extra slijtage van de hakken en zolen van hun schoenen en het zijn die types die zelden of nooit pumps dragen, ze zwikken er domweg bij door de enkels. Nee, sneakers en andere sportieve schoenen maken dat ze nog een beetje netjes door het leven gaan. Panty’s of kousen slijten door het langs elkaar wrijven, en ze zijn vaak eerder vermoeid door het lopen of wandelen. X-benen komen meer voor dan je denkt.

De vraag is maar waardoor dat komt. Is het iets wat je in de genen meekrijgt? Ik heb er geen idee van hoor. Maar jou zou het wellicht kunnen (af)leren? Dat moeten experts me maar eens trachten uit te leggen. Overigens is dit verhaaltje geen waardeoordeel over X-beners hoor. Zitten heel lieve en aardige tussen. En als ik ze niet ken kijk ik ze wel altijd met belangstelling na. Mits ze natuurlijk van die vrouwelijke soort zijn waar het zelfs nog iets mystieks heeft. Of zou dat komen omdat ik verder weinig kritisch aankijk tegen de achterkanten van de dames? Dat zal het vast zijn. Verder is deze observatie slechts bedoeld als een ironisch kijkje op ons loopgedrag en zijn er geen wetenschappelijke waarden of claims aan verbonden. Maar ben wel benieuwd waar jij, liever lezer(es) toe behoort. Zijn er ook mannequins onder jullie die de speciale modellenloop toepassen die hen is aangeleerd? Ben zo benieuwd….

 

 

Van krekels en mieren…

Mijn tante Hannie, jongere zus van mijn moeder, was een noeste en hardwerkende vrouw. Samen met haar in  mijn ogen volkomen nutteloze man, mijn aangetrouwde Ome Jan, kreeg ze vier kinderen maar was meteen ook hoofdkostwinster. Ze had een grote mond, was stevig van postuur en daardoor meteen zeer geschikt voor een leidinggevende rol op wat lager niveau. Zoals zij op enig moment voorvrouw was bij een schoonmaakbedrijf dat bedrijfsgebouwen elke dag spic-en-span verzorgde. Zij liep daar dan in een witte jas in de rondte en deelde orders uit, controleerde of het werk wel goed werd gedaan en was bij vlagen meedogenloos voor werknemers die er de kantjes vanaf liepen. Ook thuis had zij de wind eronder, al moet ik zeggen dat ze wel buitengewoon vergevingsgezind was voor haar man die echt nergens voor deugde. En man van dertien ambachten en even veel ongelukken. Niets in zijn leven lukte. Of hij nu als vertegenwoordiger aan de slag ging voor van die automatische olifantjes of ander vee dat werkte op een ingeworpen kwartje, horecazaken trachtte te exploiteren of in auto’s handelde. Altijd eindigde het in narigheid en ellende. Oorzaak, anders dan mijn tante was hij te lui om te werken eigenlijk. Hij had wel altijd hele verhalen waarom het hem niet lukte.

Maar wij wisten aan onze kant van de familie wel beter. In de steun leven was een stukje handiger en minder vermoeiend dan altijd maar zoeken naar een stukje inkomen door hard te werken. Dus deed mijn tante het werk. En hoe! Werken was bij ons in de familie een belangrijk onderdeel van het leven. Met werken verkreeg je een stukje welvaart. Denk maar eens aan een nieuwe tv, of je kon zomaar een week op vakantie. Dat maakte je toch vrolijker in die jaren. En dus werkten wij altijd. Dat deed de hele familie. En soms kwamen die zaken bij elkaar. Zo heb ik nog eens een tijdje, samen met mijn oudere broer, voor mijn tante Hannie gewerkt. In de vakantieperiode, gewoon even wat bijverdienen. Nu was ik niet zo geschikt voor het schoonmaak vak zo bleek al snel. Ik ben nogal ‘vies uitgevallen’ en was beter in het met een poetsmachine omgaan om zo de gangen van die gebouwen glimmend te maken dan om vieze prullenbakken van anderen te legen. Nog erger was het om toiletten schoon te maken. Je weet gewoon niet wat je tegenkomt. Gelukkig duurde het voor mij niet zo lang, andere (bij)banen lonkten. Maar ik leerde mijn tante meteen van haar strenge kanten kennen.

Opvallend was dat haar kinderen iets hadden van de een of de andere ouder. Twee leken sprekend op hun moeder, maar hadden het karakter van pa, de andere twee leken op niemand, maar waren qua inzet en werkinstelling precies hun moeder.  Tante Hannie en Ome Jan verschenen nog wel op onze (in het vorige blog benoemde)oorspronkelijke trouwdag, daarna waren ze wat mij betreft buiten beeld verdwenen. Tot ze oud en krakkemikkig geworden af en toe opdoken bij mijn moeder thuis. En we er nog weleens tegen aan liepen. Tante Hannie was een lieve oudere maar ook fysiek vermoeide dame geworden. Niets meer over van haar strenge voorkomen uit de jonge jaren. Voor Ome Jan gold dat die nog steeds niets deed. Het was hem aan te zien. Ze overleden kort na elkaar. En bleken, naar verluid, tot op hoge leeftijd gek op elkaar te zijn gebleven. Het maakt dus niks uit of je hard werkt of niets doet. Daar gaan die persoonlijke emoties aan voorbij…zeker binnen die ouderwetse huwelijken…

Die eerste 50 jaar….

Morgen vieren vrouwlief en ik dat we samen officieel 50 jaar een stel vormen. Als we daar de jaren bij op tellen dat we mekaar kennen is die periode in ons leven nog langer. Ongekend bijna in de moderne tijd waarin mensen vaak pas later een echte band smeden die via gemeentehuis, ringen en feest wordt bevestigd. Tegenwoordig nemen jonge mensen vaak veel langer de tijd om elkaar te doorgronden dan wij deden. Daarbij oefenen ze meestal vooraf met wat verschillende dates om zo te zien wat ze van hun gedroomde partner al dan niet mogen verwachten. Wij moesten dat allemaal in de praktijk van alle dag ervaren. Maar als ik terugkijk denk ik dat wij op dat punt voor onze jeugdige leeftijd bijna ‘ouwelijk’ waren in ons denken en doen. Verantwoordelijk ook. We moesten alles zelf uitvogelen. De tijd dat je een heel pakket goede adviezen mee kreeg voor een huwelijk was nog niet aangebroken, maar gelukkig hadden we zelf al het nodige aan beginnerservaring opgedaan. Het eerste huis was in feite niet veel groter dan een van onze huidige slaapkamers. Maar wat waren we trots! Een eigen onafhankelijk leven! Samen werken en bouwen aan wat voor ons lag. Diverse hobbels moesten we nemen. Niet alles is nu eenmaal altijd rozengeur en maneschijn.

Zoals dat binnen huwelijken nu eenmaal gaat. Wie meent dat altijd alles over die bekende rozen moet hobbelen snapt het niet helemaal. Elastiek rekt vaak aardig mee, soms knapt het. Dat van ons hield het zelfs onder spanning aardig vol. Kameraadschap en liefde hield ons samen. Dat tweede gevoel zit meestal diep. Zorgt ook voor respect. Kameraadschap is dat je dingen ‘samen’ doet, ook al zijn ze dan verschillend van karakter of inrichting. Wat wij samen vooral altijd goed hebben gekund is praten. Over van alles en niks. Kwekkerdekwek. Dat zat voor dat het officiële karakter van onze band werd gesmeed al goed. Hele wandelingen maakten we als jeugdige a.s. partners en praatten of filosofeerden dan flink wat af.

Er was in die periode ook al veel te bepraten. De jeugdjaren waren niet bepaald rimpelloos in beider levens en dat gaf veel stof tot…. Vandaar ook het besluit om vroeg te kiezen voor die onafhankelijkheid. Wat indertijd weer leidde tot extra complicaties. Families die uit elkaar zijn gerukt door vroegere breuken maakten toestemming vragen voor dat huwelijk (zo ging dat indertijd) ingewikkeld en dat leidde dan weer tot nieuwe verwikkelingen. Vandaar dat ik zo blij was dat onze trouwdag achter de rug was en we het toegangsluik van ons huisje met de partijspoorten op de vierde etage van een oud herenhuis aan de Amsterdamse Amstel met een klap dicht gooiden. Afgesloten dat oude leven, op naar het nieuwe. Vijftig jaar volgehouden! Knap toch? We vieren het in bescheidenheid. Passend bij onze manier van leven. Maar het gaat niet zomaar voorbij uiteraard. Vandaar ook dit blogje. Om duidelijk te maken dat we bezig zijn er nog eens 50 jaar achteraan te gooien. U wish! Maar mocht u me missen op die 4e, want dat is de officiële trouwdatum, dan weet u waarom! En intussen feliciteer ik vrouwlief uiteraard met de bijzondere trouwdag en die partner die haar leven zo gelukkig maakte…….

 

Het genoegen van kussen…of gekust worden..

Als we dan al vol tederheid en liefde naar elkaar kijken overvalt ons soms de behoefte om de ander te kussen. Dat is binnen een relatie vaak een gewenste en zelfs noodzakelijke reflex en kan daarbij allerlei gevoelens opwekken. Of het nu mannen of vrouwen betreft, een kus is een uiting van een of andere emotie. Kussen kan ook gebruikt worden om iemand te begroeten of gedag te zeggen. Meestal is het daarbij niet de bedoeling dat je dan meteen je tong in iemands keel ramt. Bij die liefdevolle kussen kan dat nog net wel. In sommige culturen is het heel normaal dat mannen elkaar stevig op de wang kussen bij begroeting, ik zelf ben daar niet zo van…. Maar dat is persoonlijk. En er is de Judaskus natuurlijk, waarbij de verrader van Jezus in dat trieste verhaal van het einde van zijn leven op aarde een hoofdrol speelde. Mede door dat gekus op de wang van zijn meester werd het lijdend voorwerp overgeleverd aan de Romeinen.

Alles bij elkaar dus wisselende emoties bij het begrip en die daad. Een meer negatief kantje van al dat gekus is dat het een ideale overbrenger is van allerlei ziekten. Hoe intiemer mensen zijn hoe sneller een of andere microbe of parasiet overspringt om zijn ziekteverwekkers bij de ander naar binnen te brengen. Griep of Herpes gaan zo als een lopend vuurtje door de wereld. Een mondkapje is handiger. Toch pleit ik wel voor het benutten van kussen om al die emoties gestalte te geven hoor. We zijn het zo gewend en dat moet maar zo blijven. Mits ik niet iedereen meteen om mijn nek moet laten hangen. Drie kussen geven aan mensen die ik nauwelijks ken vind ik soms al een beste opgave. Ik ben toch teveel opgevoed met handen schudden en afstand bewaren. Dat past me toch meer.

Behalve bij aardige of mooie en sexy dames natuurlijk, maar dat mag in mijn geval voor zichzelf spreken. Maar enige terughoudendheid is mij ook op dit punt niet vreemd. Ik weet niet hoe het jullie vergaat op dit punt maar dat hoor of lees ik graag. Zijn jullie fervente kussers of juist niet? En maakt het niet uit wie of wat je zou moeten kussen, man of vrouw, vriend of kennis? Ben benieuwd of mijn vragen op dit punt ook voor jullie, beste lezers, gelden. Dank bij voorbaat…