Kinderen en huisdieren…

Laten we de gemiddelde mens, man of vrouw, eens bij de kop nemen en uitgaan van de gedachte dat deze zich verhoudt tot de standaard gebruikelijke gedachten, wensen of verlangens. Dan komen toch al snel twee zaken boven water die voor ons allen herkenbaar zijn. De wens ‘kinderen te krijgen’ en/of het hebben/houden van huisdieren omdat die zoveel gezelligheid en afleiding bieden. Om met dat laatste te beginnen, ik ben er zo een en kan me niet heugen dat ik in een situatie verkeerde waarin huisdieren geen rol van betekenis speelden. Van huis uit meegekregen. Hond, kat, aqariumvissen, het is er allemaal geweest of maakt nog steeds deel uit van ons gezin. En gekoesterd zijn de leden van dat huisgezin die intussen zijn gaan hemelen maar zoveel liefde of vreugde brachten. Bijkomend nadeel? Kostenfactoren. Want niets is gratis in het leven. Een beetje huisdier kost geld bij aanschaf, moet eten en drinken, verzorgd worden, er komt een dierenarts aan te pas, tegenwoordig moet er gechipped worden, je hebt tuigjes nodig, riemen, aangepaste kleding (hond) en wat dies meer zij.

Nee, gratis is het niet. Maar dan krijg je wel weer veel terug. Met kinderen is dat nog een factor tien erger. En wie er een paar heeft weet dat het familiebudget van de gemiddelde Nederlander aardig onder druk staat. Als je per kind maar eens rekent dat er 30 euro per maand nodig is voor een beetje kleding, dat er zakgeld moet komen, ze op sportclubs willen, tientallen pogingen doen om een of ander instrument onder de knie te krijgen en later willen studeren, snapt dat je per kind duizenden euro’s per jaar aan extra kosten mag opvoeren als boventallige uitgaven op de familiepot. Hoe mensen met een krappe beurs dat doen is mij een raadsel. Soms zie ik op tv wel eens gevallen voorbij komen van vrouwen die een of meerdere kinderen alleen opvoeden. En dan leven in een bijna armoedige situatie. Kinderopvang niet beschikbaar, terugvallen op familie voor zover aanwezig. Het kan verkeren. Dan heb je het met veel kinderen een stukje eenvoudiger.

Klinkt vreemd, maar toch is het zo. Grote gezinnen krijgen als voordeel dat kleding kan worden doorgegeven. Er komt meer ‘Kinderbijslag binnen’, kortom het budget verruimt. Daarbij zijn die grote gezinnen veelal wat gezelliger, leren kinderen dat ze moeten delen en niet voorbestemd zijn als Koning of Koningin Selfie door het leven te gaan en dat de Aarde om de zon draait en de zon niet alleen voor hen individueel schijnt. Is ook wat waard. In arme landen zijn die kinderen een soort verzorgingsgarantie voor later. De opvoeding die ze krijgen is er op gericht om de oude dag van de ouders plezieriger te laten verlopen. De jongere generatie zoekt dan naar middelen om het beter te krijgen en de familie te onderhouden. De migratiestromen laten veel van die bewegingen zien. Geld dat de jongelui verdienen gaat veelal richting thuisland en familie. Dat ligt bij ons toch anders. Ouderen zijn vaak last, worden zelden overeind gehouden door de kinderen maar meer door het sociale systeem. Of je er nu veel hebt of niet. En dat maakt dan weer dat die oudere generaties gezien worden als kostenpost. Het kan verkeren. Maar intussen moet je toch best nadenken over al die aspecten voor je er aan begint. Want gratis is het allemaal niet. En ik kan het weten. Heb zowel het een als het ander toegevoegd aan ons gezin….. En toch…bezint eer gij begint…Het maken is leuk, het krijgen iets minder, het onderhouden een hele klus…(Beelden: Internet/archief)

Uitgelicht; Roxann Dawson a.k.a. B’Elanna Torres

Sinds ik in de jaren 60/70 de avonturen begon te volgen van Captain Kirk en zijn bemanning aan boord van de USS Enterprise op weg naar plekken in het Heelal waar nog nooit iemand of iets heen reisde ben ik wat je noemt een fan van de serie Star Trek. Elke afgeleide reeks was me goed. De een beter geslaagd dan de andere, maar altijd weer met genoegen bekeken. Al was het maar omdat men in die serie zo’n vijftig jaar geleden technieken voorspelde die we nu als dagelijks benutten. Onze smartphones als de communicators van toen en zo zijn er nog wel wat voorbeelden te vinden. Een van de betere reeksen was die met de Voyager. Captain Janeway met haar New Yorkse accent (Kate Mulgrew) aan het roer en een bemanning die bestond uit de meest wonderlijke types.

Een daarvan was B’Elanna (Beelana) Torres. De hoofdingenieur van het vliegende decor voor deze serie en half mens en half Klingon. Om dat goed te snappen moet je wel een beetje into Star Trek zijn, want Klingons speelden en spelen in deze reeksen een bijzondere en niet altijd positieve rol. Hoe dan ook, de knappe B’Elanna wordt gespeeld door actrice Roxann Dawson die in 1994 aan deze reeks begon en het zeven seizoenen volhield. En hoe. Een geniaal bemanningslid met een (want Klingon…) kort lontje. Prachtig vertolkt, mooie meid. Maar dat niet alleen.

De actrice heeft een CV die vol staat met filmrollen, tv-series (waaronder The Untouchables, Matlock, en Baywatch). Maar ze schreef ook scripts voor verschillende producties en kreeg voor al haar creatieve werk vaak te maken met nominaties richting eervolle prijzen. Zo won ze ook een ALMA-prijs voor haar rol in Star Trek Voyager als beste actrice. Ze trouwde met een acteur en paste daarvoor haar acteernaam aan bij die van haar man. Dawson kwam haar echtgenoot tegen op de set van een NBC-serie en zorgde er later voor dat hij o.a. in de cast terechtkwam van Matlock en Jake and the Fat Man. Het huwelijk liep begin jaren negentig af en ze hertrouwde met Eric Dawson met wie ze al samenwerkte aan een andere reeks, Nightingales. Haar naam hing ze op aan haar man, haar meisjesnaam was trouwens Caballero.

Met haar echtgenoot heeft ze twee kinderen, een op natuurlijke wijze verkregen, de ander geadopteerd vanuit China. Dawson is een veelzijdig mens en toch bij ons min of meer onbekend. Als karakter B’Elanna Torres is ze intrigerend en vooral dat gespeelde explosieve karakter maakte haar leuk. En voor wie dat wil zien, de hele reeks is te zien op Netflix. En wil je zien hoever de techniek van deze serie is gevorderd? Kijk dan naar de laatste reeks, Star Trek Discovery uit 2018. Ik weet zeker dat het je dan duizelt…Of niet….want naast Trekkies heb je ook mensen die nog nooit van het fenomeen hebben gehoord…..! ‘Beam me up Scotty’.  (Beelden: Internet)

Tatoeages…

Natuurlijk, ik ben geen norm op dit gebied. Ik ben al bang voor de naald van de dokter of in dat kader, de assistente van Dracula als er weer eens bloed wordt gevraagd. Dus om dat vrijwillig te ondergaan is net een brugje of wat te ver. Maar afgelopen zomer zag ik wel dat ik een eenling begin te worden. Hoe heter het weer, hoe meer kleding verdwijnt bij ons volkje en wat dan tevoorschijn komt is soms echt opzienbarend. Waren tatoeages vroeger het domein voor dronken zeelieden die zich in een ver weg gelegen haven van een al dan niet geslaagde afbeelding van een zeemeermin op hun bovenarm lieten voorzien, tegenwoordig schijnt het normaal te zijn om 50% van je lijf te lenen als platform voor een ‘kunstwerk’. Waarbij ik het begrip ‘kunst’ maar even tussen aanhalingstekens zet, want sommige van die artiesten hebben zeker niet de Rietveld-Academie voor Beeldende Kunsten doorlopen. Het lijkt soms wel of er een blinde met naald en inkt aan de gang is gegaan. Net als het dragen van Talibanbaarden lijkt dat tatoeages laten aanbrengen tot regel verheven. Met een verschil natuurlijk.

Die barbaarse beharing is vrijwel zeker in een kwartier of zo te verwijderen. Met dat in de huid aangebrachte spul ligt dat toch iets anders. Gaat nooit meer weg of je moet over kapitalen beschikken en een ijzeren zenuwstelsel, dan is het min of meer weg te laseren. Maar in normale situaties loop je dus je leven lang met zoiets in het rond. Mannen moeten het vooral zelf weten hoor. Wellicht behoren ze bij een criminele bende of zijn onderdeel van een fanatieke stripboekenclub, maar bij vrouwen ligt dat toch een stuk genuanceerder. Ik ben nog opgevoed met de splitsing tussen fatsoen en ordinair en helaas dames vol bekladderde armen benen of zelfs gezicht, ik vind dat toch behoren tot het laatste.

Doodzonde soms. Prachtig koppies, mooie lijven en dan al die flauwekul die alleen maar afleidt van het origineel. Dat je vroeger een vlinder liet zetten op een borst….mwah. Een pijl of iets anders op het punt waar al je zenuwen samenkomen in je onderlijf…OK! Was voorbehouden voor de mensen die daar op die plek even mochten rondkijken en had nog iets sexy’s, maar dat halve lijf vol min of meer onherkenbare flauwekul…nee. Ordinair. Dat je ergens een naam laat plaatsen, klein, minder opvallend, vooral doen! Maar bedenk nou eens dat je ook een normaal leven moet leiden. Wellicht op kantoor of in de zorg. Je vergooit toch een stuk van je toekomst. Het lijkt bij sommige werkgevers al een rol te spelen. Maar zeker ook omdat je nu niet weet hoe we straks, in de toekomst, naar die dingen kijken. Om het over verval niet te hebben. Oud houdt meestal in slap hangen, uitzakken, rimpels. En dan is een tatoeage ineens verworden tot iets compleet anders. Wil je echt niet. Ik zeker niet. Maar ja, ik ben dan ook niet van die naalden… Dus denk nog eens na voor je zelf tot lopend kunstwerk wordt omgevormd. Overigens…die inkt is naar verluid niet onschuldig. Net zo min als de manier waarop veel van die kunstenaars de properheid in acht nemen. Een ontsteking of Hepatitis liggen al snel op de loer dan. En nu krijg ik vast commentaren van lezers die uiteraard ‘hier’ ‘daar’ of ‘overal’ een tatoe hebben laten zetten. Ik ben benieuwd. Komt u maar…..desnoods met plaatjes…(Beelden: Internet/Google)

Van lange tenen en gefrustreerde zielen…

Wat zijn we toch vaak lichtgeraakt en wat krijgen leden van de Lange Tenen Brigade in ons land daarbij vaak ook veel publiciteit. Men is daarbij niet veel meer dan gefrustreerd over vermeend persoonlijk onrecht en krijgt hulp uit de hoek van lieden die menen dat we voor iedereen uit groepen minderheden altijd vriendelijk moeten zijn. Opmerkelijk! Zo mag niet meer worden geprofileerd op etniciteit, ook al struikel je bij justitie over verdachten uit bepaalde bevolkingsgroepen of landen. We mogen niet meer ‘voor Israel’ zijn, omdat we dan automatisch worden gezien als anti-islam of tegen de Palestijnen. Wie dat laatste politiek verkoopt krijgt meteen een stempel ‘rascist’ of erger mee, en wie Zwarte Piet gewoon op kleur wil houden moet zich volgens anarchisten en frustristen in dit land diep schamen. Het lijkt wel of de gekte heeft toegeslagen. Onlangs verscheen een wetenschappelijk onderbouwd verhaal van een gerespecteerde professor die eens had gekeken hoe het nu zat met die vooral door Surinaamse actievoerders steeds maar weer aangehaalde ‘slavenhandelarenmentaliteit’ van ons volk.

Het bleek met de historische Nederlandse bijdrage aan die handel nogal mee te vallen. Wij waren ook in het verleden bepaald niet de gangmakers van deze handel in mensen die op zich natuurlijk al verwerpelijk genoeg was. Maar dat willen die actievoerders niet weten. Die willen excuses, gevolgd door schadevergoedingen. Je wordt er echt een beetje mallotig van. Alsof de recente geschiedenis geen enkele rol meer speelt en we op school niets meer leren over de vaderlandse historie. Katholieken moeten zich schamen voor het misbruik binnen hun kerk, ook al kan 95% van de leden binnen die godsdienst natuurlijk helemaal niks doen aan dat leed. Vrouwen moeten zich schamen voor hun lijf. Bloot mag niet meer, voor je het weet ben je een ‘hoer’ of erger. Ben je tegen het logge en ondemocratische bestuursniveau van Brussel wordt je weg gezet door bepaalde elitaire lieden als ‘kletskop’ of ‘rechtse populist’. Wie het waagt zich te ergeren aan de enorme en ongecontroleerde instroom van migranten krijgt een soortgelijk stempel mee.

Iedereen heeft ergens wel een persoonlijk taboe en wijst graag met zijn vingertje naar anderen die meningen verkondigen die niet de hunne zijn. Nieuw in deze discussie zijn de grachtengordelbetweters die menen dat onze wereld slechts kan worden gered als we met elektrische auto’s gaan rijden. Ik heb ze hier al eens de revue laten passeren. Onlangs was ik weer eens in discussie met zo’n vogel. Overtuigd van zijn gelijk, ‘zeker wetend’ dat diesel en benzine maar ook gas voor het vervoer van ons allen op korte termijn zal verdwijnen. En dat we ons moeten schamen voor onze meer realistische keuzes. Zelf natuurlijk rijdend in een Tesla van de baas, maar dit terzijde.

Tegenargumentatie werd afgedaan met N=1 onderzoeken uit eigen kring. Tegenwerpingen waren allemaal onzin, en ik als protesteerder een ‘Petrol head’. Een Geuzentitel die ik intussen met verve voer. Omdat ik voor het realisme ben en niet van de valse dromen. Die laatsten zijn bedrog zo is me wel duidelijk geworden in de tot nu toe beleefde jaren. Laten we dus in dat kader zaken benoemen die er toe doen en oplossingen zoeken die voor iedereen acceptabel zijn. En laten we hopen dat de toch wat linkse media eindelijk weer eens tot hun zinnen komen en fictie weten te scheiden van feiten. Want daar mankeert het nog wel eens aan. Tot grote ergernis van mij. En tot mijn schrik zie ik dat mijn tenen niet meer in de sokken passen…. O jee….

Relatief leven….

Ach, dacht het jonge stel, laten we eens een kind maken. Dat moet kunnen en past bij de verwachting die mensen van ons hebben. Daarbij was het maakproces uiterst plezierig en soms verdween daardoor het beoogde doel wat buiten beeld als het ging om het genoegen elkaar het leven plezieriger te maken. Maar op enig moment was er dan toch resultaat. Een blozend rond en blond kereltje dat vanaf moment een zijn keel aardig roerde en zijn maag goed vulde met alles wat hem werd aangeboden. Intussen had het stel ook een leuk klein poesje ontdekt bij het dierenasiel. Een kitten van een paar weken oud. Mooi gekleurd en goed gezond. Ook die kwam in huis en hij kreeg de verzorging die het diertje verdiende. Al snel was het gezin gelukkig. Het kind groeide op tot een kruipende peuter, de kitten werd een grote en gecastreerde kater. De jaren vlogen voorbij, het leven gaat nu eenmaal snel. Na de oudste zoon werd het stel gezegend met nog twee kinderen, meisjes dit keer. De kater bekeek die schreeuwerds met enige argwaan en bleef uit de buurt als ze hem al kruipend en later lopend te dicht bij kwamen.

Kinderen zijn leuk, maar niet voor katers die houden van jagen en hun rust op zijn tijd. Toen zoonlief tien jaar oud werd was de kater nog in goede conditie. Hij scharrelde in de woonbuurt rond en stond bekend als een lieverd, maar ook een kat die kleine vogeltjes het leven zuur maakte en af en toe een insluipingspoging deed bij de buren. Bij sommigen daarvan was hij vaste gast. Hij hield er van een dutje te doen, de drukte thuis gaf hem dat recht zo leek hij te denken. Het jonge stel was intussen druk met opvoeden, maar ook keihard werken om het nog zo jonge gezin een goed inkomen te verzorgen. De kater leek voor zichzelf te kunnen zorgen al was hij gaarne bereid zijn bak vol te stoppen met dat wat een kat nu eenmaal achterlaat als dank voor het aangenaam verpozen. De jaren gleden bijna ongemerkt voorbij. De oudste zoon werd al zestien. Stond aan het begin van zijn eigen liefdesleven. Was veel weg, de meiden plaagden hem daarmee.

Zochten uit met wie hij nu weer verkering had. Hij deed het goed op school en zou vermoedelijk door kunnen om te gaan studeren. De kater was intussen ruim middelbaar. Hij werd wat dik, ging minder frequent naar buiten, liep moeizamer de trappen op en af en vond het heerlijk in zijn mandje voor de CV. Op een dag was iedereen druk. Examens vroegen de aandacht, op het werk moest er ook van alles en nog wat worden gedaan en de meiden hadden zo hun eigen besognes. Niemand keek meer om naar de kater. Die leek te slapen, tot ze eens goed keken of hij nog wel ademde. Dat deed hij niet meer. Ingeslapen. Weg van deze wereld. Het gezin verlatend waar hij al die jaren te gast was geweest en wiens dienstbaarheid hem gelukkig had gemaakt tijdens zijn zo snel verlopen leven. 17 jaar oud was hij geworden. Vele tranen werden er geplengd over zijn verscheiden. Hij werd keurig begraven in de tuin van het huis waar de jongelui met hem waren opgegroeid. Hij kreeg een eigen tegen boven zijn grafje. Beschreven met vetvrij krijt. Daarna ging men over tot de orde van de dag. De plicht en zo. Het gezin was nog steeds jong en dynamisch, de ouders hielden nog steeds enorm van elkaar en de passie spatte er soms nog best vanaf. Alleen die kater misten ze. En dus haalden ze op een dag een nieuw exemplaar uit het asiel. Weer een kleintje….Als die net zo oud zou worden als zijn voorganger zouden ze zelf middelbaar zijn als diens leven ook weer eindigde. Ze vonden dat best een confronterende gedachte……

Beschermengel…

Volgens een ooit geraadpleegde (ex)collega van het toenmalige werk waar ik van wist dat hij ‘speciale gaven’ bezat, was mijn beschermengel een wat oudere Chinese man die mij weerhield van al te bruuske stappen in het leven en me net beetpakte als het weer eens dreigde fout te gaan. De betreffende collega ‘zag’ die man achter me staan. En eerlijk gezegd gaf me dat wel een prettig gevoel. Immers je wilt graag beschermd worden. Als kind door je ouders, in een relatie door je partner(s), en als je later het tijdelijke voor het eeuwige verwisselt hoop je dat al die beschermers op je staan te wachten. Al dan niet uitgerust met vleugels en een warme glimlach. Het oude katholieke denken is toch niet helemaal verloren gegaan bij me. Want in die godsdienst is er altijd wel ergens een of andere engel of heilige te vinden die iets voor de gelovigen doet. Overigens komt dit dan weer voort uit veel andere geloven waar men voor ieder doel wel een of andere god bedacht die je kon helpen op het gebied van de strijd, liefde of zelfs de oogst.

Toch ben ik wel overtuigd dat ik af en toe een engeltje op de schouder heb gehad. Ik beschreef al eerder dat ik onlangs van de trap kegelde. Pijnlijk, alles bont en blauw, maar zonder al te veel ernstige gevolgschade. Ik ben trouwens als kind zijnde al een paar maal aan de dood ontsnapt. Avontuurlijk kind als ik was liep ik nog wel eens in een sloot of wat tegelijk. Figuurlijk, maar zeker ook letterlijk. Drijfzand was twee keer in mijn jonge leven een ernstige bedreiging voor mijn voortbestaan en gelukkig werd ik er in beide gevallen op het laatste moment uitgehaald. De omgeslagen kano in het Almeerse Weerwater en de zwemtocht voor het leven die daarop volgde is bij mijn omgeving sinds de jaren tachtig waarin dat speelde, een bekend en huiveringwekkend verhaal. De dood in de ogen kijkend kwam ik toch net op tijd aan de kant nadat ik echt dacht dat het nu dan zo maar over was. Ik heb op mijn toenmalige fietsen en brommers dingen meegemaakt die achteraf gezien best heftig waren en hadden kunnen leiden tot veel ernstiger schade dan dat van het jeugdig trotse maar ook gedeukte imago.

Immers, niemand reed zo goed op die tweewielers als ik. Maar de vele crashes die ik meemaakte gaven toch te denken. Gek genoeg heb ik dat met vierwielers zelden of nooit meegemaakt. Al stond ik nog een keer achterstevoren op de snelweg toen een van de remmen van mijn toenmalige Oldsmobile aan een kant vastsloeg en de auto 180 graden deed draaien. We vlogen tussen het omringende drukke verkeer door en eindigden naast de vangrail zonder ook maar een enkel schrammetje. Die oude Chinees had het er maar druk mee. En als je dat lijstje zo ziet verdient hij dus ook een compliment. En een oprecht bedankje. En moge hij nog maar niet met pensioen gaan voorlopig…

Overcomplete auto’s en egocentrische bestuurders…

Ooit, lang geleden, waren auto’s simpele dingen. Ze hadden (meestal) vier wielen, een motor, een paar stoelen en als je geluk had een dakje. Daarmee bewogen automobilisten zich door het verkeer dat indertijd veelal rustig was en waar je als berijder van zo’n kuchend apparaat al van kilometers ver kon worden gehoord. Dus was het nauwelijks of niet nodig om achteruitkijkspiegels mee te leveren, aan richtingaanwijzers deed men al helemaal niet. Wie zich een beetje netjes gedroeg stak zijn of haar hand uit. Dat werd na de Tweede W.O. anders. Toeters werden gemeengoed op de naoorlogse modellen, maar ook echte richtingaanwijzers (dat waren elektrisch bediende pijlen die uit de carrosserie kwamen zetten als je een schakelaar naar links of rechts draaide). Een spiegel zat vaak op een van de voorschermen. Je zag beperkt wat er achter je gebeurde. Door de decennia heen ontwikkelde de auto zich tot een meer dan volwassen en veilig bedoeld vervoermiddel.

Tegenwoordig is het mogelijk met camera’s een beeld op te roepen van het verkeer om je heen, een beetje auto heeft een automatisch noodstopsysteem aan boord dat vooral in steden handig en veiliger is, maar er zitten ook drie spiegels bij en aan al die wagens en die zijn zodanig in te stellen dat je vele meters breed kunt zien wat er achter je gebeurt. Daarnaast worden auto’s voorzien van een hele reeks richtingaanwijzers. Allemaal het gevolg van de wens van overheden het drukke verkeer steeds veiliger te maken. Helaas is die wens niet die van de in veel die auto’s rondrijdende figuren die in veel gevallen geen van die attributen gebruiken. Men komt bij een baanwissel naar links zonder te kijken, geeft daarbij geen richting aan en snijdt waar men denkt dat het handig is. Afslaan doet men ook vaak zonder acht te slaan op rechtdoor gaande fietsers (die overigens bij het afslaan ook zelden een vinger uitsteken..) en wie zich aan de verkeersregels houdt wordt door deze lieden vaak beticht van tuttig rijden.

Opschieten is de boodschap van de macho-mannen en vrouwen die dit verwijt betreft en wie niet horen wil moet maar voelen. Opzij gedrukt, opgejaagd en zo meer. Het  moderne verkeer is een slangenkuil en veel van die rondkruipende serpenten hebben hun rijbewijs gekregen via een spaaractie van de lokale supermarkt zo lijkt het. Geen idee waarom fabrikanten dus zoveel moeite doen om hun modellen zo compleet uit te rusten. Nergens voor nodig zo lijkt het soms. Maakt het allemaal veel te duur. Let ook maar eens op bij een rotonde. (De ontwerpers en bouwers van die dingen hebben goud verdiend zoveel kom je er tegen..) Op die rotondes MOET je bij het afslaan richting aangeven. Als ik een tientje kreeg voor elke keer dat op een enkele rotonde iemand dat gewoon na laat zou ik rijk worden van het staan kijken. Zit niet in de genen. Of het nu dom of macho-gedrag is. Het zit in het hele verkeer. Is dat verhuftering? Ik denk vooral slordigheid. Net als het nutteloos links rijden op een snelweg, het werken met je smartphone terwijl je rijdt, het maling hebben aan de snelheid in de stad of woonerf. Nee, het is niet best gesteld met onze verkeerskennis of inschatting van ons eigen rijgedrag. Ik ben geen moraalridder hoor, maar weet wel dat we flink kunnen besparen als we auto’s gewoon zouden uitrusten als we dat deden in 1910. En dan maar hopen dat die mannetjes en vrouwtjes die nu maling hebben aan de regels wel hun vingers zouden uitsteken….

Loopkunsten

leo-schaduw-voor-kruidvat-weesp-wp_004695Mensen onderscheiden zich van de gemiddelde hond, aap, kat of mier door een paar extra vermogens die maken dat wij ons zelf als superieure wezens in de ‘schepping’ of evolutie beschouwen. Zo denken wij (in veel gevallen) na over wat we doen, maken muziek, bouwen hele steden of landen, voeren oorlogen en zijn in veel gevallen tevreden met slechts een enkele partner. Maar wat ons ook onderscheidt van de dieren om ons heen, wij kunnen lopen. Op twee benen wel te verstaan. Een kind wordt al beoordeeld op het vermogen zo snel mogelijk op die twee pootjes te kunnen rond hobbelen en als het wat groter en halfvolwassen is op denkbeeldige exemplaren zelfstandig het leven in te gaan. Dat lopen lijkt dus vanzelfsprekend maar is het bepaald niet. Om te zien hoe bijzonder dat vermogen is moet je eens op een terrasje gaan zitten kijken naar wat er zoal voorbijloopt. En dan vooral naar het hoe!

wp_000084Elk mens heeft zijn eigen stijl. Je ziet schuifelaars, wijdbeners, x-beners, heupwiegers, mensen met een kromme rug, anderen met een rechte en de nodige zwaaiende armen. Er lopen er tussen met een vorm van chimpanseegedrag, armen wijd en een soort opvanghouding voor alles wat om hen heen beweegt. Mensen hobbelen, hinken, rennen of wat voor vorm van voortbeweging je ook maar wilt bedenken. Het is het gevolg van de evolutie. Want wij stammen allemaal af van een naakte aap of oermens die op handen en voeten liepen. We klommen in bomen, we deden allerlei zaken die we nu als primitief beschouwen. En de vrouwtjes showden met dat wat hun mannetjes kon aantrekken. De billen en later borsten, showen, pronken, dus aantrekken maar. Wie nu in het rond kijkt ziet dat gedrag nog steeds. De billen worden geaccentueerd door de vrouwtjesmensen die op zoek zijn naar erkenning, de borsten pront vooruit, de lipjes getuit. Kleding daarop aangepast.

 

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Maar het grootste wonder blijft toch dat wij mensen op die twee benen rondlopen. Best een kunstje en als je er lang naar kijkt soms gênant. Als je ziet dat er exemplaren tussen zitten die dat lopen min of meer bij toeval hebben geleerd en niet verfijnd. Waar de schoenzolen telkens snel versleten zijn omdat ze de voeten verkeerd neer zetten. Of waar de gewrichten door overbelasting stuk gaan en op termijn aan vervanging toe. Lopende mensen, het blijft bijzonder. En toch is het onderdeel van de evolutie. Waarin geleerden theorie na theorie bedachten waaruit zou moeten blijken dat wij mensen voortkomen uit een dolfijnensoort die ooit in de oersoep die de Aarde bedekte lekker rond robberde, en met elke tegenvoeter van het andere geslacht de voortplanting regelde. Tot we uit het water kwamen en gingen kruipen en later lopen. Toen werd het pas echt saai in de wereld. Behalve voor hen die op dat terras zitten en observeren. Die hebben de grootste lol. Nou ja, tot we zelf weer in de benen komen natuurlijk. (Beelden: Archief)

Netwerktaal…

costuums-3-dit-soort-pakken-heb-ik-nu-aan-en-die-gaan-nog-niet-wegIn de jaren dat ik mij zakelijk actief door de wereld bewoog om zo te zien mijn eigen bedrijfje nog wat meer op de kaart te zetten bij potentiele opdrachtgevers kwam ik ze vaak tegen. Mooipraters, interessantdoeners, uitvinders van wit garen of buskruit. Gelukkig ben ik voorzien van een stevige dosis zelfkennis, ervaring en het nodige cynisme, waardoor ik die wonderlijke types al snel in de gaten had. Vaak uit op jouw ‘handel’ zonder daar zelf ook maar iets voor te hoeven doen. Immers zij zaten in een unieke (..) handel en hun aanbod was zo bijzonder dat al mijn kennis en ervaring, plus mijn creativiteit en ondersteunende partners er bij verbleekten. Ik heb er heel wat ontmoet. Een beetje ondernemer wordt namelijk lid van ondernemersclubs, van lobby-verenigingen en zo meer. Ik dus ook. Uitwisseling van visitekaartjes was daar schering en inslag. Altijd met het idee dat je iemand zou kunnen vinden die snapte wat jij deed of te bieden had. Pas dan kun je met elkaar praten over wederzijdse belangen.

imago-van-autoverkopers-moet-beterOnlangs kreeg ik een reclame te horen van een bank die haar ‘unieke diensten voor de zakelijke ondernemer’ aan de man of vrouw wilde brengen en dat deed met de gevleugelde zin: ‘Bel ons dan kunnen we kijken wat wij voor elkaar kunnen betekenen’ of woorden van die strekking. Die zin heb ik vaak gehoord. Wat we voor ‘elkaar kunnen betekenen’. Ik legde dat altijd letterlijk uit in mijn eigen voordeel. Dus…als ik jouw diensten afneem ga jij jouw reclamecampagne of PR-actie via mij laten lopen? ‘Nou nee, zo is het niet, ik bedoelde meer dat ik dan aan jou mijn unieke diensten of die van mijn bedrijf zou mogen leveren’, was dan steevast het antwoord. Altijd hetzelfde beeld. Wel het een maar niet het ander. Hoe zo voor elkaar iets kunnen betekenen?? Ik heb zelf al jaren genoeg wit garen en ook mijn voorraad zelf uitgevonden buskruit is groot genoeg. Blijft lastig in die netwerken.

vent600Een ander iets gunnen als je zelf zo uniek bent dat je dat op allerlei manieren wilt uiten. Zelden op de juiste. Daarvoor heb je dan iemand nodig die je daarbij helpt. Maar daar is vaak geen budget voor beschikbaar. Dat is overigens een probleem dat je bij banken zelden tegenkomt. Daar doen ze veel in eigen beheer. Vandaar dat je bij die reclame deze zin benut. Want als ik dat letterlijk neem zou ik me dus meteen als ondernemer melden en zien hoeveel wit garen en buskruit ik kan leveren in ruil voor een bancair professioneel advies. Ik vrees heel weinig. En weet genoeg over die bank om er nooit zaken mee te doen. Al ben ik dan officieel gestopt, opletten doe ik nog steeds. Opdat u het weet….

Perronrel

WP_20141104_006Het openbaar vervoer van onze stad kent een redelijke servicegraad waar het mensen betreft die met de fiets naar, van of in het centrum van Amsterdam willen reizen. Die kunnen dan tegen extra betaling voor hun tweewieler mee. Toen wij onlangs ook weer eens met de Metro reisden, de auto is geen optie gezien de bespottelijke parkeertarieven in de hoofdstad, werd het deel van het verder redelijk volle metrostel waar wij instapten deels geblokkeerd door drie fietsen. Twee stonden naast elkaar geparkeerd tegen de wand naast de ingang, een derde stond midden in het looppad, de eigenaar zat er half op. Niks mis mee, wij konden nergens zitten, dus bleven maar in de buurt van die uitgang staan. Vier haltes was best te doen toch? Bij het uitstappen bleken de twee geparkeerde fietsen toe te behoren aan een wat ouder licht gekleurd echtpaar. Ze wrongen en stootten zich een weg tussen de overige passagiers door naar hun tweewielers. Die dingen moesten van het slot en dan weer tussen de andere passagiers door naar de uitgang gebracht. Geen woord van excuus, geen vraag om even te mogen passeren. Nee, gewoon doorduwen. Dat leidde tot wrevel. Ook bij ons, en dat ontaardde weer tot een klein relletje.

fietsersWant de man van het tweetal was niet zo van de kritiek. Hij vond dat wij hem sowieso al aankeken met een ‘neerbuigende blik’. Op het perron van het station ging het nog even verder. Nu ben ik niet zo’n ruziezoeker, je koopt er niks voor en is zonde van je tijd. Maar vrouwlief laat een discussie niet zo maar lopen. Wel opgevoed als zij is verweet ze de man dat hij ‘ordinair’ was….. Dat kwam aan. De man bleef op afstand roepen over discriminatie en zo meer. Hij had vermoedelijk respect gewild, maar dat kreeg hij als aanstichter van de rel echt niet. Gelukkig stapten ze met hun fiets in een andere metro. En ik pakte het krantje met die titel en las me een weg door de nieuwsberichten. Fietsers zijn rare mensen, respect vragende fietsers nog een klasse erger. Gewoon vergeten is het beste. Maar voortaan gaan we niet meer in een hoek staan waar de fietsen zijn geparkeerd. Je weet maar nooit wat voor types je dan weer tegenkomt….