Even terug naar … Bedford!

Eigenlijk had het merk qua eerste letter thuisgehoord voor Buick of BMW, maar ik was het even vergeten. Dus nu alsnog. Een merk waarvan velen vast wel eens hebben gehoord, maar dat we nu, anno 2020, zelden meer voorbij zien komen; Bedford! Een ooit zeer groot merk waarvan ook in ons landje talloze trucks en bestelwagens voorbijkwamen. Grote transportbedrijven of leveranciers als Coca-Cola hadden hele vloten van deze wagens in gebruik en ook de PTT had heel wat bestellers van dit Britse merk onder dak. Oorspronkelijk dateert de naam Bedford van 1931 toen het als Britse tegenhanger voor ook in Engeland gebouwde Chevrolet bestel- en lichtvrachtwagens uit de grond werd gestampt en in feite de bestelwagenpoot werd voor het merk Vauxhall. Al snel maakte men hele reeksen lichte trucks en bestelwagens en pakte een behoorlijk deel van de toenmalige markt. En Bedford speelde in op klantenwensen want men bood talloze varianten aan op een enkel thema.

Van sommige vrachtwagens maakte men ook bus versies en die werden mateloos populair. Denk maar aan de befaamde OB die tijdens en na de oorlog heel wat busbedrijven op de wielen zette. Dat gold overigens ook voor de afgeleide trekkers, trucks en Vans. Tijdens WO2 bouwde men voor de Britse strijdkrachten meer dan 250.000 voertuigen van diverse pluimage, aangeduid als de OY, OX en QL. In 1947 had men al meer dan een half miljoen bedrijfswagens gebouwd maar baseerden veel van die wagens toch nog steeds op vooroorlogse typen. Dat moest anders vond men en al snel leverde men opgewaardeerde en gemoderniseerde trucks en trailers, maar kwam men ook met de op dat moment zeer modern aandoende CA-besteller.

Die wagens verschenen in 1954 en hadden o.a. een plezierig korte neus, schuifdeuren en een netjes presterende 1,5 liter motor die 56 pk leverde. Deze wagens kwamen er als echte bestelwagen maar ook als minibus, aangeduid als Utilabrake die zelfs 12 passagiers kon vervoeren. Nog een truck die het bij ons goed deed was de TK. Een modern ogende front bestuurde truck met een uit de VS overgenomen styling. Via een tunnel achter onder de cabine kon je als monteur bij de motor komen en dat hielp weer bij het onderhoud. Ze waren er o.a. met zescilinder benzinemotoren en ook een bijna 5 liter grote diesel. TK’s waren stoere wagens die heel lang mee gingen en je nu nog wel eens ziet bij klassieker-bijeenkomsten.

Latere trucks groeiden qua formaat en motorvermogen, terwijl ook het laadvermogen steeg. Bij de bestelwagens nam Bedford vooral marktaandeel weg van andere merken met de CF. Een erg aardige besteller en Van die maar liefst 11 jaar geproduceerd werd. Kom je nu nog wel eens tegen als ijscoverkoopwagen of als klassieke camper. Voor de wat kleinere vervoerder bouwde men wagens op basis van de Vauxhall Viva en Chevette. Later mocht men ook bestellers leveren aan Opel toen daar de eigen bedrijfswagendivisie werd gesloten. In onze streken verdween Bedford ergens in de jaren tachtig van het toneel. In het Verenigd Koninkrijk ging het nog even door met het merk, al leverde men dan vaak auto’s die door anderen waren ontwikkeld. Zoals de Suzuki Carry die onder het Bedford label werden verkocht. Mooi merk, dat ondanks de Amerikaanse wortels, toch oer-Brits was en ook in onze streken een prima naam had. Blijft toch jammer dat je dit spul niet meer ziet. (Foto’s: Internet/Yellowbird archief)

Werken op Schiphol 9 – Bedrijfsstructuur en cultuur…

Om te duiden in welke omstandigheden wij werkten op dat altijd dynamische Schiphol is het goed om even uit te leggen hoe het bedrijf waar ik was aangetreden in elkaar stak. Het was een oud en traditioneel denkend expeditiebedrijf dat een hoofdkantoor kende in Rotterdam en werd aangestuurd door een telg van de naamgevende familie. Daarnaast waren er wat bestuurders te vinden met een leeftijd die weliswaar seniority in zich hadden, weinig op leken te willen krijgen met wat wij wilden; vooruit! Het bedrijf in Rotterdam werkte nog in het stukgoed, behandelde ladingen uit de scheepvaart, het wegtransport en ook spoorvervoer. Naast een hoofdkantoor was er ook een loodsencomplex en men hield daar heel wat mensen aan de slag. In alle eerlijkheid heb ik dat hoofdkantoor nooit van dichtbij of binnen gezien. Je was er niet welkom en had er eigenlijk ook niks te zoeken. Wij vielen in eerste instantie onder het Amsterdamse bewind van hetzelfde bedrijf waar men in die jaren ook nog steeds goed leefde door het behandelen van lading die per trein, schip of truck werd aan- of afgevoerd.

Ook daar was een tweetal heren verantwoordelijk voor het draaiend houden van die operatie, beide in de functie van procuratiehouder en er omheen hing een aardige staf aan kantoormensen, aangevuld door loodsmedewerkers en chauffeurs die actief waren in de loodsen die het bedrijf in Amsterdam-Oost onderhield. Ons Schipholse kantoor was eigenlijk min of meer een vooruitgeschoven verkenningspost in dat bijzondere wereldje van de luchtvracht. Een wereld die voor de beide hoofdkantoren toch een beetje buiten hun aandachtsveld viel qua meedenken en dat leidde vaak tot bijzondere gesprekken tussen ‘baas Breems’, zelf ook procuratiehouder, en die aanvoerders van de traditionele vervoersvormen. Elke pen of andere aankoop moesten we zien te verantwoorden en men was meer van de administratie dan van de omzet en winst. Men wilde inzicht in het proces en dus werden we genoodzaakt om onze administratie te doen op de bij de andere kantoren bekende wijzen.

Wat inhield dat we in enorme boeken onze zendingen moesten registreren, met zowel de inkoop- als verkoopprijzen. En dat alles met de hand en pen, plus rekenmachine. En dan moest je ook nog factureren. Zowel nationaal, internationaal als met de overheid, die haar invoerrechten en accijnzen veilig stelde middels stevige heffingen. We waren er als kleine staf maar druk mee. En eigenlijk was dit doodzonde van de tijd in die opbouwfase. Afstemming met onze kantoormanager Ruud Breems vond vaak plaats doordat een van de hogere heren even langs kwam. Met name de naamgevende directeur uit Rotterdam was een man die vrij kritisch kwam kijken of we wel voldoende deden op Schiphol en of we de procedures wel volgden. Af en toe een schouderklopje kon er net vanaf, maar vaker werd gewaarschuwd tegen die altijd weer opdoemende ‘wolken aan de horizon’ die de transportbranche nu of in de toekomst konden treffen’. Dat klopte zeker voor die traditionele kantoren, wij hadden alleen maar van doen met groei. Maar dit systeem van werken zou op den duur toch leiden tot ellende. Maar dat wist ik aan het einde van de jaren zestig nog niet. Wij knokten door en behaalden successen. Zonder echte steun uit Rotterdam of Amsterdam. Een eiland. En dat geeft toch een bepaald gedrag van de bewoners. Waarvan ik er een was…(Beelden: Yellowbird archief)

Heel lang onmisbare werkpaarden – Commer!

Zij die zo oud zijn dat ze zich pakjesvervoerder Van Gend & Loos of de eigen vloot van Coca Cola nog kunnen herinneren hebben er wellicht nog een beeld bij; Commer. Brits bestelwagen- en truckmerk dat heel lang belangrijk bleef op de markt van juist dat soort vervoer. Het merk startte al in 1905 als onderdeel van het toenmalige CCL-concern dat zich vooral richtte op logistiek vervoer. Daarnaast bouwde men bussen en brandweerwagens. In 1920 werd het beschreven als de eerste echte onderneming die wagens produceerde met een interne verbrandingsmotor. Terwijl heel wat Britse truckmerken van toen vooral bezig waren met door stoom aangedreven voertuigen. Later zette men de eigen dieselmotoren in elkaar die opvielen die doordat ze driepitters waren met een 3,3, liter grote inhoud en ook nog eens van het tweetaktprincipe. Best uniek. Al in 1931 trad Commer toe tot de Rootesgroep waar je ook veel andere merken vond. Denk aan Hillman of Sunbeam.

En zo werd Commer een tegenhanger voor het bij ons ook bekende Bedford, wat weer toebehoorde aan General Motors/Vauxhall. Veel wagens die men in de kleine bestelwagenklasse leverde hadden direct een gezicht dat ze herkenbaar Hillman maakte, maar dan met een bestelwagen-opbouw en andere aanpassingen. Dat zorgde er voor dat je ze ook in ons land nog wel eens tegenkwam.

Met de 1,5 tons FV uit 1958 kreeg Commer ook vat op de echt bestelwagenmarkt en zie je al snel dat bedrijven als Van Gend & Loos in beeld komen. Dat bedrijf had al BF’s en kocht in 1969 ook de moderne Walk-Thru, ook bekend als KC. Wagens die slim waren ontworpen met diverse schuifdeuren waardoor chauffeurs zo van de ene kant van de wagen naar de andere konden lopen waardoor uitleveren van pakketjes veel efficienter ging dan bij andere bestelwagens.

Ze bleven heel lang een vertrouwd gezicht. Intussen was in 1964 Commer overgenomen door Chrysler dat daardoor ook meteen datgene fout ging doen wat men elders met personenwagenmerken ook deed, ontmantelen en vervangen door iets anders. Ineens werden Commers Dodges en bouwde men dat oude Britse merk helemaal af. Zeer jammer natuurlijk. Het duurde allemaal niet te lang, want 15 jaar later was het voor Chrysler en Dodge over en uit en verkocht men de boel aan Peugeot. En dat Franse merk mikte de naam Commer in de vuilnisbak en had maling aan de rijke geschiedenis. Gelukkig bleven er ook in ons land nog wat oude Commers over die na een lang en zwaar leven bij Van Gend & Loos of andere bedrijven werden omgebouwd tot camper of rijdende voedselkraam. En bleven er genoeg op de weg om zelfs een eigen rijdersclub op de been te krijgen. En dat is maar goed ook. Want zo’n merk moet je koesteren. Niet vernielen. (Beelden: Internet)

Bang voor diefstal? Koop een…minder geliefd merk!

Uit de jaarcijfers over 2017 blijkt dat het aantal autodiefstallen in ons land met ruim 10 procent is gedaald. Kennelijk is de behoefte aan gestolen auto’s in de buitenlanden waar de opdrachtgevers meestal te vinden zijn, minder groot! Of zijn de anti-diefstal-maatregelen door autofabrikanten of de leasebranche sterk verbeterd. Bij de personenwagens is de daling 10%, bij de bestellers ruim 15% en van de vrachtwagens wordt nog ‘maar’ 3% gestolen. In totaal gaat hem om 23.595 voertuigen. Een deel daarvan verdwijnt in het criminele circuit en komt soms bij overvallen of plofkraken weer boven water. Het gross van de gestolen auto’s of motoren verdwijnt echter over de grenzen en zien we niet meer terug. Of er moet een elektronische tracker in zitten die duidelijk maakt waar dat voertuig is gebleven. Sommige daarvan werden in het Midden-Oosten getraceerd. De kansberekening dat een auto wordt gestolen is 1:1100. Valt best mee. Maar het is wel mede merkafhankelijk.

De dieven hebben zo hun voorkeuren. Audi’s zijn zeer in trek bij genoemde beroepsgroep die bezig is met geld van een andermans rekening plunderen of proletarisch winkelen bij juweliers of dure kledingshop. Maar ook BMW en VW Golf’s zijn nog steeds zeer in trek. Motorfietsen profiteren niet van de genoemde daling van het aantal gestolen exemplaren. Integendeel. Motoren worden juist meer gestolen. Yamaha, Suzuki en KTM zijn daar de merken die het meest in trek zijn. Later zal vast nog eens blijken waarom die motoren zo in trek zijn geraakt. Van alle voertuigen die worden gestolen komt zo’n 40% al dan niet na bemiddeling van de politie terug bij de eigenaar of verzekeraar. En voor de goede orde, van alle voertuigen is de grootste categorie gestolen exemplaren die van de brom/snorfietsen. Over e-bikes is nog geen cijfer bekend gemaakt, maar het zou mij niet verbazen als die ook best groot is. (RAI)

Onveilig..

Wij mensen zijn wonderlijk optimistisch en wat weinig realistisch als het er op aankomt. Zo hebben we jarenlang gedacht dat ellende en narigheid zich in onze streken niet zou kunnen afspelen. Ach..er ging wel eens een bom af in Londen of Noord-Ierland, we zagen beelden uit het Midden-Oosten van dood en verderf, er waren allerlei akelige regimes aanwezig in Midden- en Zuid-Amerika, maar bij ons kwam dat niet voorbij. We gingen met een gerust hart op citytrips, of lieten ons per kameel door de Egyptische woestijn vervoeren dan wel door het qua veiligheid levensgevaarlijke Turkse verkeer. Sinds een jaar of 25 is alles veranderd. Oorlog bleef niet ver weg, het kwam heel dichtbij. Denk maar eens aan de Balkanoorlogen die op een uurtje of 1,5 vliegen van onze thuisbasis plaatsvonden en waarbij duizenden doden vielen. Begin deze eeuw zaten we hoe New York door de barbaren werd getroffen, daarna Madrid, Londen, en tegenwoordig weten we dat heel Europa in de onveilige zone is terechtgekomen door de terreur van de haat.

Los van de barbaarse moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh hielden wij het in ons land nog redelijk veilig, maar sinds we zien dat terreur ook met vrachtwagens of zelfs SUV’s kan worden uitgeoefend weten we dat ook Londen en Berlijn behoren tot de primaire doelen van het uitvoerende schorem. Intussen zien we ook dat de wereldreizigers door hebben dat bepaalde landen minder veilig zijn geworden. Dat andere landen juist meer zorgen voor een gevoel zoals we dat voor de terreurjaren kenden. Onlangs verscheen een onderzoek rond de mening van zakenreizigers over dit onderwerp. Washington zag men als veilige stad om heen te reizen, net als Los Angeles. Londen stond voor de aanslag met die SUV van onlangs ook nog wel als veilig, net als het op 9/11 zo heftig getroffen New York. Ook Munchen wordt nog als veilig ervaren.

Amsterdam komt niet op het lijstje voor. Zegt wel iets over het verschil van inzicht over hoe wij en anderen veiligheid ervaren. Onveilig zien zakenreizigers momenteel vooral Turkije, Mexico, Lagos, Brazilie en Jakarta. Met die keuzen kan ik mij wel vinden. Daar wil je niet heen en als je er heen moet omdat het niet anders kan, bereidt jij je er goed op voor. Drie van die bestemmingen zijn moslim-gerelateerd, hoewel als je het in-corrupte Lagos mee zou moeten tellen, zijn het er zelfs vier. Het zegt toch wel iets dat er door relatief veel reizende en ervaren zakenmensen zo tegen deze bestemmingen aan wordt gekeken. En voor de goede orde, Aziaten in het algemeen zijn zodanig minder overtuigd van de veiligheid van Europese hoofdsteden, ik kan me daar iets bij voorstellen, dat men deze bestemmingen massaal de rug toe keert. Met alle gevolgen van dien. De angst regeert ook daar en in die zin heeft de terreur toch enige zin gehad. Het is nu aan ons om te bewijzen dat al die kritische meningen onterecht zijn. Door eindelijk die veiligheid nu eens te garanderen en ons te richten op de daders en voorkoming van hun waanzinnige aanvallen op onze vrijheden en democratie. De gevolgen zijn ons nu wel bekend. Al vrees ik dat men de economische kant daarvan nog wel eens onderschat.

Richting raden

OLYMPUS DIGITAL CAMERAStel je de volgende situatie nu eens voor; je loopt een bakkerswinkel binnen en gaat voor de balie staan van die zaak. Als de winkelmeneer/mevrouw je vraagt wat je wilt hebben zeg je niks. Je kijkt wat in de rondte. Wat zou de reactie zijn denk je? Of dat je bij een dokter binnenstapt voor een al dan niet vermeende klacht en de dokter je vraagt wat er aan scheelt en je ook daar zwijgt. Vreemd gedrag? Valt mee hoor. Wij mensen doen dit veelvuldig. Maar dan vooral in het verkeer. We zijn te belazerd om fatsoenlijk richting aan te geven en laten het aan anderen om het spelletje ‘gaat ie/zij heen of niet’ te spelen. Of we ons nu in een auto bewegen, op een scooter of de fiets, we weigeren steeds vaker de basis-verkeersregels die in dit land gelden te gehoorzamen. Ik pleitte al eerder voor het niet meer standaard meeleveren van richtingaanwijzers op gemotoriseerde vervoermiddelen, zonde van het geld en de energie.

Car crash 2Kennelijk zijn we zo druk met andere dingen dat aangeven welke kant we op willen te veel gedoe is. En dat leidt weliswaar tot gevaarlijke situaties, maar die worden vooral veroorzaakt door hen die op degene rijden die de richting niet aangaven. Moeten die maar  opletten. Net als die bakker en dokter. Gewoon raden welke kant wij op gaan. Wij zijn te macho voor die regels, onze telefoon vraagt de aandacht, of de kinderen op de achterbank. Overmatig veel vrouwen lijden aan dit euvel, maar naar respect hunkerende nieuwkomers in het verkeer kunnen er ook wat van, zelfs een enkele SUV-piloot vindt dat zijn rijdende container groot genoeg is om anderen in het ongewisse te laten omtrent welke richting deze mastodont op zal waaien. Nu spot ik er een beetje mee, maar het is levensgevaarlijk gedrag. Richting aangeven moet! Ook op rotondes! Ook op de fiets! En graag op het moment dat je een meter of tien af bent van de plek waar je gaat afslaan.

Verkeerslicht - 2Als je al bent afgeslagen je richting aangeven is mosterd na de bekende maaltijd. Het is vastgelegd in de Wegenverkeerswet en leidt (als de agenten ooit eens een controle zouden uitvoeren, wat ze nooit doen) absoluut tot een bekeuring. Elke zichzelf respecterende rijschool leert het je ook, maar kennelijk is die regel na het behalen van het roze gekleurde creditkaartje niet meer nodig. Ik zou er voor willen pleiten dat we met elkaar nu eens afspreken dat we met zijn allen weer gewoon richting aangeven. Of dat we dit niet doen, maar dan ook graag bij de bakker en slager. Wie zwijgt, stemt toe en het scheelt mij veel tijd als ik in de rij sta of in de wachtkamer zit voor een bezoekje aan de dokter. Ik vertel wel altijd wat ik ergens van vind, welke kant het op moet en doe dat ook in het verkeer. Als laatste der Mohikanen wellicht?

 

Over leugens en verkeerde conclusies…

EHAM in de sneeuw. foto van dia CJvR Scan10765Overdrijven is een vakgebied apart en als je aandacht wilt voor jouw ‘zaak’ of passie moet je vooral de meest wonderlijke of uit het verband gerukte conclusies voortkomend uit een ‘onderzoek’ in de media brengen. Onlangs wond ik me weer eens op over zo’n conclusie. Breed gebracht in de vaak erg weinig kritische media en als waarheid opgevoerd. Die conclusie luidde dat als de wind uit het zuidwesten waait (hoe kom je er op) de fijnstofbelasting in Amsterdam groeit door de invloed van de startende en landende vliegtuigen op Schiphol. Milieu Defensie had deze conclusies gehaald uit een of ander TNO-onderzoek, maar het was allemaal weinig gefundeerd. Natuurlijk stortte ik me er op, omdat het allemaal uiteraard de grootst mogelijke kolder is. Het waarom kom ik zo op. Maar de reactie die ik kreeg vanuit de kring van de milieugroepen was dat men al jaren bezwaar had tegen de vliegerij als zodanig en dat we allemaal in de trein dienen te stappen op de korte tot middellange afstanden. En dan voer je een onderzoek op waarin jouw gelijk naar jouw mening wordt bewezen.

KLM aircraft at EHAMKijk, koren op mijn molen! Want dan verdraai je dus conclusies om zo tot je gelijk te komen? Weten we meteen hoe die lui werken bij die actiegroepen. De luchtvaart is relatief gezien een van de kleinste milieuvervuilers op de planeet. Ook al zullen die vliegtuigen veel mensen irriteren door hun lawaai of de ingenomen openbare ruimte voor hun vliegvelden, dan nog is het bepaald niet de grote vervuiler die MD ons wil doen geloven. Dat zijn wij zelf, als mensen en consumenten, dat zijn koeien, industriële complexen, noem maar op, maar niet de luchtvaart. Daarbij komt dat wij maar niet willen leren dat als je stil en schoon wilt wonen, je niet met al je nieuwbouwplannen steeds dichter bij zo’n luchthaven moet gaan zitten. Dat nu deden de meeste steden nu juist wel. Net zoals ze gaan bouwen langs een snelweg om daarna te mekkeren over lawaai en uitstoot.

SPL Airport somewhere in the 70's...Wie rust wil moet gewoon in de Noordoostpolder of Oost-Groningen gaan wonen, daar is alles pais en vree al is er verder  behalve een aardbevinkje af en toe, helemaal niets te beleven. Vliegtuigen zijn in de afgelopen pakweg 30 jaar tientallen procenten schoner, zuiniger en stiller geworden. De industrie past zich steeds meer aan, maar verzorgt ook tienduizenden banen, vervoert miljoenen passagiers en maakt dat voor clubs als MD subsidies te halen zijn waarmee ze hun rapporten kunnen schrijven en uitdelen die werken als een rode lap op een stier. Een hond die in de hand van de baas bijt is vermoedelijk vals. Net zo vals als de uitkomsten van dit soort rapporten. En dus moeten we in deze tijd maar doen wat het meest handig is met deze rapportages en conclusies. In de open haard er mee en ons dan maar schamen over de uitstoot die dan weer onze schoorstenen verlaten zal.