Droomland

Ik weet niet hoe het de diverse lezers en lezeressen vergaat als ze eenmaal in bed van bewust naar onbewust overgaan en een fase van slapen bereiken die tot dromen leidt, maar bij mij is die fase soms buitengewoon heftig. Alsof Netflix ook een programma kent dat mijn geest in ruste helpt om spanning en sensatie op te roepen die me bij wakker worden aardig de adem beneemt soms. Is dat iets specifieks voor mij of komt het ook bij anderen voor?! Als je even op Google kijkt zie je direct dat een dromer zeker niet uniek te noemen is. Sommige mensen maken de meest fijne dingen mee in hun dromenland. Vrouwen vaak romantischer dan wij mannen. Net als bij de vroegere seksescheiding is bepaald houden vrouwen van avonturen met prinsen op witte paarden die hen lokken in kastelen vol bedienend personeel en minnaars die hen verwennen op een wijze die het normale leven meestal niet in zich heeft. Mannen beleven vooral andere avonturen.

De een is vechtend en rollebollend bezig om de straat te beveiligen, een ander zweeft over daken en kijkt in andere buurten rond. Mensen dromen dat ze tijdens een bedrijfsspeech ineens in hun nakie staan en anderen vallen in het water. Mijn dromen bewegen zich veel in het umfeld van vroeger werk. Met name een specifieke periode, waarover ik in mijn vervolgverhaal nog zal vertellen, waarin de emoties vaak heel hoog opliepen komt telkens weer terug. Soms vermengd met actuele dingen, maar wel een herhalend fenomeen. Sommige dromen ben ik bij het wakker worden snel vergeten, anderen blijven hangen. En dat weer leidt tot een zekere dufheid omdat het gedroom me vast weet te houden en doet nadenken over kennelijk slecht verwerkte emoties. Al ligt de bewuste periode dan ook al dertig jaar achter me. Dan nog.

Een specifieke droom is me uit het verleden altijd bijgebleven al heeft die niks met werk van doen. Een vliegtuig dat op ons vroegere ouderlijke huis neerklettert en op het dak blijft liggen. Ik zie het in de droom dan van afstand en bedenk me dat er mensen maar ook huisdieren in dat pand moeten zitten. En als ik dan naar binnen en boven loop kom ik bekenden tegen die gewoon doorleven en niet willen geloven dat op het dak een brandend vliegtuig te vinden is. Ik zoek de dieren. En die lopen constant voor me weg. Ik krijg ze niet te pakken. Zo frustrerend…. Noem het maar geen bijzondere droom. Zeker als je bedenkt dat ik hem al drie keer in verschillende vormen heb mogen beleven. Frustraties alom. Vermoedelijk toch een al te grote zorg om have en goed. Maar in veel situaties ook zeer vermoeiend. En hoe gaat het jullie op dit punt zoal? Intense of oppervlakkige dromer? Van de warme of de avontuurlijke soort???

Ideale mannen…..bestaan ze echt??

Ineens heb ik het door. Het licht gezien, de antwoorden op mijn al een leven lang spelende vragen gevonden. Het is lastig om te ontdekken dat je ‘het’ niet blijkt te bezitten. Dat je altijd achter de feiten aan dreigt te lopen en anderen er met jouw beoogde trofeeën van door zijn gegaan. Ik snap ineens het succes van mijn goede vriend Victor indertijd. Die had niet alleen een goed figuur, brede schouders en manen als een leeuw tot op zijn schouders als grootste aantrekkingskracht op het zwakke geslacht, hij kon ook lekker koken! En daarmee blijkt hij zijn tijd ver vooruit geweest. Want de moderne man is volgens de nieuwe stromingen in trend- en modeland vooral kookgericht. Hij is daarmee Gastrosexueel. Nu was ik dat dus nooit. Een beetje ei koken is al redelijk veel gevraagd voor me, ik kan een biefstuk bakken en wat aardappelen, maar daarmee versier je het hart van een beetje vrouw tegenwoordig echt niet meer. Die willen een verfijnde keuken, die willen een man die moeiteloos kan omschakelen van Thaise naar Griekse keukens, die Russische Borsjh weet te fabriceren en als toetje iets van zelf gebakken flensjes met dito zelf gemaakt ijs, gelardeerd met ook graag zelf geplukte vruchten van het veld. Als je dat als man een beetje beheerst mag je in de buurt komen van de moderne jonge vrouw die in is voor een avontuur.

Wil je een stapje verder op het pad van de liefde zal er elke dag gekookt moeten worden, liefst vanaf drie uur ’s-middags, en dient de tafel onberispelijk gedekt te worden. Je moet verstand hebben van elke wijn die momenteel op de markt is, en koffie na is geen koffie meer als er geen speciale uit Patagonie geïmporteerde Pampalikeur bij wordt geserveerd. Kortom, de gastrosexueel is in opmars en die heeft zijn toekomstige bruid heel wat te bieden. En figuren zoals ik zijn de losers in de maatschappij. Die kunnen niet koken, hebben er geen belangstelling voor, drinken wijnen die ze ‘lekker’ vinden voor de prijs die hij kostte, genieten alle jaren met volle teugen van de voorgezette brouwsels van vrouwlief en nemen wel een kopje thee met een klein likeurtje als er een feestelijke of verleidelijke reden voor is. Wat is er mis met de gedachte dat mannen ook goede minnaars zullen zijn als ze gewoon genieten van het kookwerk van een vrouw?

Moet ik nu perse Gordon Rampzalig zijn om te genieten van een beetje vrouwelijke aandacht. Ik heb zoveel meer te bieden dan mijn kookkunsten. Ik ben gewoon aardig en lief, ook al wordt dat niet elke dag erkend. En waardeer mijn echtgenote meer dan normaal om haar kookkunsten. Zij kan het echt, schotelt me elke avond weer iets anders en lekkers voor en geniet daar dan op een bepaalde manier zelf ook van. En als beloning voor al dat verzorgen vertel ik haar af en toe ook dat het goed smaakte………want een echte vent is op dat punt natuurlijk best te horkerig om altijd galant te zijn. Misschien moet ik daar eens wat meer op gaan letten dan, en als ik toch bezig ben om mezelf her-op-te-voeden is het handig om alsnog te leren koken. Even kijken…….waar is die eierwekker gebleven?

 

 

Gekoesterde vriendschappen…

Echte vriendschappen zijn het best maar uitgebreid te koesteren. Telkens weer blijkt dat je dit in feite te weinig deed als je beseft of ontdekt dat je iemand zo maar uit je eigen kringetje verliest. Dat hoeft niet eens te komen door dramatische gebeurtenissen, soms is een verhuizing naar een of ander ver buitenland al genoeg om dit soort emotionele zaken te doen verwateren. Dat is jammer, en soms blijft ergens in je ziel een beschadigd en wat pijnlijk plekje zitten. Toch doen we zelf soms te weinig aan het goed onderhouden van vriendschapsbanden met hen die redelijk nabij zijn. Er is natuurlijk altijd een reden voor te bedenken dan. ‘Geen zin’, ‘geen tijd’, ‘mijn werk’, ‘de verbouwing’, ‘de kinderen’, ‘mijn gezondheid’ enz. Altijd is er wel een keer een excuus aan te halen rond het waarom je ‘even geen zin hebt in anderen dan je geliefden of wellicht quality-time voor en met jezelf’.

Toch heb je echte vrienden hard nodig. Een mens kan nu eenmaal niet zonder warmte, een aai over de bol (of meer), een luisterend oor, of gewoon even een middag of avond onbegrensde lol. Vrienden zijn er in voor- en tegenspoed. Over en weer. Komt het niet van beide kanten is het vaak oppervlakkiger en spreek je eerder van goede kennissen. Naarmate de leeftijd vordert ontdek je ook dat er steeds minder echte vrienden overblijven. Dat komt zeker ook doordat sommige mensen je letterlijk ontvallen. Vaak veel te jong meestal, want naarmate je zelf ouder wordt, zijn leeftijdgenoten ‘veel te jong’ natuurlijk. En als die leeftijd stijgt komen de fysieke en geestelijke kwetsbaarheden nog wel eens sneller dan gewesnt naar boven.

Ook in de vriendenkring. Men begint wat te mankeren, je moet ineens gaan relativeren. Dromen en verlangens worden weggeschoven en maken plaats voor een meer berustend accepteren. De heftigheid gaat er af, de verwijten verdwijnen, wat blijft is puurder dan voorheen en staat open voor een warm gevoel van bij elkaar willen zijn. Elkaar beschermen tegen die boze wereld met al zijn vervelende kantjes. Noem het bijna een liefdesgevoel. Emotioneel mens als deze Mokummer nu eenmaal is voel ik dat bij veel van onze vrienden. Wil niet dat ze iets overkomt, wil ze omarmen, er zijn als het nodig is. Wellicht zijn we daarin wat naïef, hebben een te roze bril op, maar vriendschappen moet je koesteren. De echte dan! En die zijn toch een beetje uniek…… Wie er anders over denkt mag dat uiteraard hier bij mij nu uiten….:) Maar o wee als me de commentaren niet bevallen. Je bent zo ontvriend natuurlijk…

Hufters uit 2009

In 2009, intussen dus 9 jaar geleden, schreef ik op mijn toenmalige weblog (www.altijdeenmening.com) een verhaal over acties vanuit de reclamewereld tegen huftergedrag. Als je het nu leest zie je dat die acties maar weinig hebben geholpen. Integendeel. De wereld is sindsdien in een stroomversnelling gekomen wat huftergedrag betreft. En wie niet wil geloven dat dit zo is, moet af en toe toch even de kranten beter lezen. Maar ook hoe ik me al in dat jaar 2009 kritisch opstelde t.a.v. de doelstellingen uit uitgekozen onderwerpen…

‘Sire, een organisatie van reclamemakers met een maatschappelijk doel, komt met een campagne tegen huftergedrag. Ik ben het daar van harte mee eens, maar vrees toch dat men er geen Effie’s mee gaat verdienen. Voor hen die dat misschien niet weten, de reclamewereld geeft zich zelf het hele jaar door allerlei prijzen, slechts een mag zich verheugen op enige realiteitszin, de Effie. Die prijs wordt verstrekt op basis van effectiviteit van de boodschap en het gevolg op gedrag van de ontvangers. Ik kreeg er een in 1998 toen we een nieuwe auto introduceerden met zoveel reclameflair dat we direct in de leveringsproblemen kwamen, zoveel vraag was er naar die nieuwe auto ontstaan. Ziet u in dat kader zelf al de effecten onder hufters? Mensen die vanuit hun ego redenerend in feite een last zijn voor de samenleving?

En die dan door een serie spotjes aangesproken worden en daardoor hun gedrag veranderen? Ik niet! Zo cynisch ben ik wel. Een uurtje rijden over de vaderlandse wegen en je weet direct dat daar al een aardige dwarsdoorsnede te vinden is van wat Sire hufters noemt. Snijden, bumperkleven, links blijven rijden, geen richting aan geven, een deur openmikken zodat de achterop komende fietsers zich lens schrikken en ga maar door. En wat dat openmikken van die deuren betreft, het werkpaard heeft er weer een deukje bij. Opgelopen doordat een of andere hufter in zijn (hogere) suv zijn vette lijf kennelijk niet uit een iets bescheidener doorgang kon persen en dus die deur tegen die van mijn werkpaard liet rusten. Dader natuurlijk gevlogen, maar dat geldt niet voor het bewijs voor zijn daad. Stap je in het openbaar vervoer zie je dat de daar gratis beschikbaar gestelde krantjes na lezen worden achtergelaten. Niet op een zitplaats of op de plek waar ze voor het oprapen liggen, maar het liefst op de vloer. Net als etensresten, verpakkingen daarvan en kauwgum. Het mobiele telefoontje kan net zo goed worden afgeschaft, want mensen schreeuwen zo hard in zo’n ding tijdens een gesprek dat je de man/vrouw aan de andere kant van de verbinding ook ‘zo’ had kunnen toespreken. Hetzelfde geldt voor die leuke mp-3 spelers of iPod. Vaak staan die zo hard dat je via de vette oortjes van die apparaatjes de dito beat van de gedraaide nummers zo kunt volgen.

Hufters zitten ook onder de voetbalhooligans die het gebied rond de Amsterdam-Arena (en vermoedelijk alle andere voetbalstadions) het aanzien geven van een of andere achterstandswijk in Sarajevo. Bushokjes en abri’s gesloopt, talloze bierblikjes en andere troep over de grond en in de brand gestoken vuilnisbakken. En dan heb ik het nog niet over de wonderlijke vernielzucht in achterstandswijken, het opgefokte gedrag tegen hulpverleners als ambulancebroeders en wat dies meer zij. ‘Huftergedrag zit in ons allemaal’, zo laat Sire ons weten. En daarbij wijst men op een paar voorbeelden van zaken die daarmee van doen zouden hebben. Die voorbeelden staan niet in mijn lijstje. Echte hufters zijn zij die ik hiervoor al noemde, zonder respect voor de spullen van anderen, zelfs niet voor het bestaan van anderen. Echte hufters hebben geen respect voor anderen en laten we maar tot de conclusie komen dan dat ze dit dus ook zelf niet verdienen. Dat besef alleen al maakt dat de actie van Sire wel als geslaagd mag worden gezien als hij weer van de buis en uit de ether verdwijnt. Maar een Effie? Nee, daarvoor zit de hufterigheid al veel te diep verankerd in onze samenleving’.

Wie nu, anno 2018, nog wat wil aanvullen moet dat vooral niet laten hoor…..

Appels en bomen…

Had ik het in een van mijn vorige blogs nog over een zanger die wij nauwelijks meer kennen, hoe anders gaat het met mensen als Andre Hazes. Een fenomeen in zijn jaren als zanger en entertainer. Levend bewijs dat onzekerheid en drank geen goede combinatie vormen, maar ook dat je met slimme teksten en een snik in de (goede) stem hele volksstammen kunt ontroeren. Nog steeds is ‘Bloed, zweet en tranen’ een klassieker. En met name als hij dat met onvervalst Mokums accent ten gehore bracht. Andere uitvoeringen zijn zelden een juiste afspiegeling. Ellende, pijn, narigheid, je moet in de goot hebben gelegen om die teksten over de buhne te krijgen. Hazes kon dat. Zijn zoon niet. Hoe aardig ik dat jong ook vind hoor. Want ondeugend, dwars, humorvol. Maar als zanger niet geschikt. Laat dat jong leuke programma’s maken s.v.p. maar geen levensliedjes zingen. Veel te beschermd en rijk opgevoed door de moederkloek van de familie Rachel. Toch zie je vaak de impuls van kinderen om hun vaders of moeders na te doen en een eigen carriere na te streven waarbij de herkomst helpt. Soms lukt dat, in veel gevallen niet.

Willeke Alberti streefde die carriere ook na, maar deed dat samen met pa. Willy Alberti was een mensenmens en kon dingen in beweging krijgen. Dochterlief leerde zo het vak. En is nog steeds actief. Met in gedachten altijd haar vader die over de schouder meekijkt. Maar echt, er zijn voldoende voorbeelden van mensen die het probeerden maar mislukten. En soms kiezen de appels voor een totaal andere carriere dan de voorouders. Wat maar goed is ook. Bij ons, normale mensen zonder tv-bekendheid, liggen de zaken soortgelijk. Er zijn mensen wiens ouders jurist, dokter of wat ook waren en dan zelf ook in die hoek een carriere wil(d)len opbouwen. Anderen werden dominee omdat Pa dat ook was. Maar er zijn zat voorbeelden waar die appel en boom-situatie volkomen anders uitpakte. Ik zelf kan min of meer bogen op een carriere die toch op een of andere manier verbonden is met het familieverleden.

Denk aan de autobranche waar ik toch heel wat jaartjes al werkend doorbracht. Toch meegekregen van ouderkant zonder overigens die kant op gedirigeerd te zijn. Een goede vriend nam ooit de zaak van zijn pa over en bouwde die succesvol uit tot een miljoenentent. Maar ik heb er ook voldoende zien mislukken op dat gebied. Misten toch dat specifieke gen van pa om tot grote prestaties op zakelijk gebied te komen. Maar ach, je moet maar zo denken, als je echt niks kunt en weinig voorbeelden bezit hoe te handelen is er altijd nog een job vol zekerheden bij de overheid, je kunt de politiek ingaan en als het niet anders kan wordt je journalist. Een enkele beroepsuitoefenaar heeft dat vak meegekregen van pa of ma. Meestal benoemt men zichzelf en denkt dat opschrijven wat voorlichters vertellen ook een vorm van journalisme is. Voor iedereen wat dus. Maar ik ben wel benieuwd wie van jullie als appel niet ver van de ouderlijke boom viel…. Komt u maar….

Mensentrouw en loyaliteit…

Had ik het in mijn vorige blogverhaal nog over de vermeende en soms geschonden trouw van een hond. Wij mensen kunnen er ook wat van. Wij doen ons best trouw te zijn aan onze partners, familie, vrienden. Soms gaat dat dan ten koste van de eigen persoonlijkheid. We leveren onszelf soms (deels)in om het de anderen naar de zin te maken. Het waarom hult zich vaak in raadselen. Immers, je bent wie of wat je bent en meekleuren met de rest is vaak een letterlijk ziekmakende eigenschap. Je gaat er uiteindelijk onder door. Ik heb heel wat relaties gezien waarin de ene partner zich opofferde voor de ander zonder er al te veel voor terug te krijgen. Vrouwen vaker dan mannen. Wellicht zit hem dat in de economische afhankelijkheid of zo. Maar moet je dodelijke saaiheid, drankzucht, speelverslaving of nog erger, geestelijke of fysieke mishandeling blijven accepteren ten koste van jouw eigen persoonlijkheid?!

Trouw? Vast en zeker. Liefde? Wellicht! Maar goed voor de geest en het fysiek kan het niet zijn. Nu snap ik wel dat het leven niet altijd rozengeur en maneschijn is maar je kunt ook in sleur sterven. Of de relatie zelf zien doodgaan. Bij vriendschappen zie je nog wel eens hetzelfde. Eenzijdigheid is een oorzaak van veel gedoe. Eisen gesteld krijgen, wensen en verlangens, en daar vrijwel niets tegenover mogen stellen. Omdat anders de vriendschap wordt verbroken. Het zal sommigen bekend voorkomen. En toch accepteren veel mensen dit soort relaties. Ze omarmen die lui alsof ze van het koninklijk huis zijn. Noem het een vorm van hondentrouw. Maar wellicht moet je net als dat hondje uit het vorige verhaal wel aan je stutten trekken en gewoon bedenken dat het soms beter is korte dan lange pijn te lijden. Maar durven we dat?

De meeste mensen niet. Die laten het soms jaren lang voortduren. Tegen beter weten in vaak. Ik ken uit mijn verleden voorbeelden zat. Maar ook voorbeelden van levenspartners die ogenschijnlijk alleen maar bij elkaar waren om de ander het leven zuur te maken! Ga dan scheiden!! Trek je eigen plan en stop er mee. Zeker als de kinderen op enige leeftijd zijn is er geen reden om liefdeloos naast elkaar voort te leven. Alleen ben je dan wellicht veel beter af. Maar toch blijft men trouw als een hond voortgaan en verwijt de pot de ketel constant dat die zwart ziet. Wat bindt je dan nog? Als alles wat leuk is voor een mens uit je leven is verdwenen? Het zal die hondentrouw zijn. Loyaliteit naar de ander, het gevoel dat die ander fysiek of geestelijk in de kreukels zit en niet alleen verder zou kunnen, de financiële situatie of gewoon om de buren? Neem van mij aan dat die toch wel iets te roddelen hebben of dat anders wel zullen zoeken. Niets zo leuk als het leed van de ander.  En wie dat niet gelooft moet maar eens opletten als je ergens heen gaat. Altijd mensen die van achter hun gordijntjes zien wat je zoal doet en wellicht zelfs bijhouden met wie en hoe lang. Beter een naaste buur dan een verre vriend? En gee geleuf da?

Het feilende kookgeluk…

Als je zoals ik nu even tijdelijk partner loos door het leven gaat houdt dit ook direct in dat e.e.a. gevolgen heeft voor het eten wat ik tot mij neem. Van alle kwaliteiten die ik wellicht bezit is koken er zeker geen van. Ik kan eieren koken, bakken, potjes en blikken openen en de inhoud op redelijke wijze verhitten tot een eetbare substantie en aardappelen koken of bakken. Maar meer moet je niet van me vragen. Het is er nooit van gekomen en verdiepen wat te veel gevraagd. Nee, koken is niet mijn ding. Wel (mee)eten. Altijd fijn om bij liefdevolle koks of kokkinnen aan te mogen schuiven in zo’n situatie. Gelukkig zijn er een paar die begrijpen dat het niet zo meevalt voor een man als ik in zijn eentje…. Dus komen er wat uitnodigingen die me naast een lekker maaltje ook een gezellige avond bezorgen.

De dank daarvoor en uiteraard de waardering zijn groot. Maar blijft toch de kwestie van het gebrek aan talent op dit gebied. Ik had de pech dat mijn moeder vroeger thuis met alleen mannen om zich heen min of meer gedwongen werd om het kookwerk te verrichten. Dat deed ze met duidelijke tegenzin en dat was soms goed te merken (of te proeven). Uitdragen van haar wellicht aanwezige kennis op dit gebied was zinloos. Wij mannen waren bezig met de dingen die bij onze sekse behoorden en daar paste al te veel huishoudelijk werk niet bij. Koken dus ook niet. En dat heeft zich toch wat gewroken. Nadat ik mij om allerlei positieve redenen bond aan mijn echtgenote voor de decennia die tot de dag van vandaag duurden, was zij automatisch degene die ging koken.

En door haar erfelijke connecties met goed kokende voorouders had ik daarna weinig tot niets meer te klagen. Ze maakt er vaak iets bijzonders van en dat is bijster smakelijk. Van puur-Nederlandse pot, maar dan net even smakelijker tot inheemse gerechten die dan weer op mijn smaak zijn gebracht door links en rechts wat al te scherpe zaken weg te laten. Je moet als man nu ook weer niet overdrijven natuurlijk. Zij kookt ook efficiënt. Kan een maaltijd op tafel zetten binnen een uur. En nog lekker ook. Elke dag iets anders. Knap staaltje kookkunsten vertonen. Maar als ze dan even op reis gaat heb ik het lastig. Want ik pikte in al die jaren maar weinig op van dat kooktalent. Nu komt dat wel vaker voor hoor, ze maakt de fraaiste trips en geniet daarvan. Maar voor mij is het dan altijd even wennen. En toch heeft het wel iets. Nog los van al dat lekkers dat me door de lieve gastvrouwen en dito heren wordt voorgezet is het ook best lekker om met enige trots je zelf bereide maaltijd naar binnen te werken. En gezien de belangstelling die beide harige huisgenoten tonen als ik dan aan tafel zit, moet er wel iets goeds aan te ontdekken zijn. Vandaar…Smakelijk eten allemaal……Doe ik het ook….

Op reis…

Vrouwlief gaat op reis. Samen met onze schoondochter. Goede combi, kunnen het prima vinden. En ik blijf thuis. Samen hebben ze vast weer veel plezier en de plannen voor dit nieuwe tripje werden al enige tijd geleden gemaakt. Lekker ver weg, een bestemming met grote culturele en toeristische potentie. De opslagkaartjes in hun camera’s zullen er vermoedelijk tot de rand mee worden gevuld. Het is hen helemaal meer dan gegund natuurlijk. Ik ben er ook al wat aan gewend geraakt. Vaker met de familie op stap in de afgelopen jaren en ik blijf dan thuis. Dat laatste is deels een eigen keuze. In mijn carriere heb ik zo veel gereisd en gevlogen dat ik er op enig moment een beetje moe van werd. Daarbij is dat vliegen ook niet meteen comfortabeler geworden. Wellicht nog wel in de lucht, maar zeker niet op de grond. Ik stam nog uit het tijdperk dat als je ging reizen je een ticket kreeg van de airline waarmee je geacht werd te vliegen en dat je dan ging inchecken op Schiphol, je eventuele koffer afgaf en daarna de paspoortcontrole passeerde voor een wandeling richting de Gate waar jouw vlucht op je wachtte. Eventueel nog even ‘taxfree’ shoppen en daarna op het gemakkie een bakkie doen. Alles binnen redelijke tijd voor vertrek.

Zo vloog ik heel Europa door, maar ook naar de VS. Tegenwoordig is alles anders. Je boekt via het internet, print zelf een A4tje uit met je ticketgegevens en checkt ook jezelf in. Bagage meenemen is een oefening waarvoor je moet afstuderen wil je het snappen en de veiligheidsvoorzieningen zijn zodanig streng dat je zowat drie uur van te voren aanwezig moet zijn om op tijd bij die gate te komen. Het taxfree shoppen verloor haar aantrekkelijkheid sinds we in de EU grenzenloos met elkaar omgaan en de prijzen in die winkels vergelijkbaar zijn (zo niet duurder) met die in de hoofdstedelijke Kalverstraat. Als je met een zgn. prijsvechter vliegt moet je zelf maar zien dat je snel aan boord komt als het startschot voor het ‘boarden’ heeft geklonken. Daarna is het ieder voor zich en God voor ons allen. Nee, ik ben daar niet van al weet ik nog steeds goed waar je wel en niet moet zitten in zo’n kist. En op elk vliegveld is de procedure gelijk. De magie van het vliegen voor mij daardoor deels verdwenen. Het vliegen zelf het leukste deel van de reis, alles op de grond vervelend. Daarbij ben ik zelf van het op tijd zijn en kan slecht tegen vertragingen.

Iets wat je bij de moderne luchtvaart toch met een korreltje zout moet nemen. Een probleempje met een los zittend lampje in de cockpit en jouw vlucht gaat een paar uur later de lucht in. Vreselijk! Kortom, ik hoef niet meer zo nodig. Nou ja, wellicht nog eens naar Berlijn of zo. Maar langere vluchten? Nee! En dat voor iemand die zijn hart verpachtte aan die luchtvaart. En dat ook nog steeds is. Maar dat gaat dan meer om die vliegtuigen zelf. Hun uiterlijk, geluid. De magie van het vliegen is er na een paar honderd vluchten wel wat vanaf. Hoe anders was dat toen ik nog aan het puberen was en twee tot drie keer per week op het oude Schiphol kou en slecht weer trotseerde om naar die prachtige vliegtuigen van toen te kijken. Die naar bestemmingen vlogen als New York, Stockholm, Rome of Helsinki. Moskou was er ook zo een, en Praag. Als ik nu in mijn logboek kijk en de bestemmingen zie die ik allemaal vliegend bezocht weet ik intussen dat die magie van toen deels bewaarheid werd. Prachtige steden gezien, dito landen. Leuke mensen ontmoet. Sommige dromen kwamen uit, andere niet. De komende dagen moet ik mijn eigen kostje zien te koken en via de sociale media communiceren met de reizigsters. Die vast enorm genieten. Net als ik. Voor hen. Ik wens ze uiteraard heel veel plezier. En een veilige terugreis. Ik luister met plezier naar de verhalen….

Het belang van ego!

Volgens van Dale staat het begrip ego voor een (stevig) gevoel van eigenwaarde. Als iets gegroeid is de afgelopen jaren dan juist dat! Vrijwel iedereen lijdt aan een steeds maar groeiend ego zo lijkt het. De selfiecultuur geeft dat al goed weer, maar zeker ook de uitingen in sociale en andere media. Mensen oreren vooral over zichzelf en zien zich daarbij als het centrum van de wereld. Het feit alleen al dat ik mij in een kring van mensen mag bewegen die op sociale media of eigen blog actief zijn bewijst de stelling. Wie geen last heeft van een te vergroot ego laat zich daar niet gelden. Er is uiteraard enig verschil in de manier van uiten. Zo lijkt Twitter op een soort open riool waar iedere zichzelf als heel belangrijk mens profilerende medeburger een reactie geeft op zaken die hem/haar al dan niet bevallen. Veelal in termen die men in normale gesprekken niet zou uiten. Maar ook de reactiekaders bij de traditionele media die zich op het www uiten worden vaak bevolkt door mensen die de eerste beginselen van fatsoen uit het oog zijn verloren en alleen maar bezig zijn met de wedstrijd wie de meeste beledigingen kan stoppen in een paar korte zinnen. Soms gaat men vanuit dat ego zo ver dat er ook wordt bedreigd.

Hoe dat werkt kunnen de ‘slachtoffers’ je feilloos uitleggen. Wie een stevige mening verkondigt moet overigens niet raar kijken dat er altijd lieden zijn die menen dat je benen breken of dat een of andere ernstige ziekte jou en je familie moge treffen het beste antwoord is op wat jij zoal durft te verkondigen. Overigens zonder dat ik nu meteen dadergroepen aanwijs hoor. Ik heb op dat punt met enige verbijstering gelezen wat voor- en tegenstanders van Zwarte Piet elkaar toewensen. Het is beneden elk peil. Maar het ego van de schrijvers werd er vermoedelijk wel door gestreeld. Ego is ook in de politiek van toepassing. En er zijn politici die daarvan leven. Hun ego steekt boven de middelmaat uit en zij hebben naar eigen idee de waarheid in pacht. Denk aan figuren als Pechtold of Klaver, maar ook nieuwkomer Baudet kan er wat van. Het zal bij het spel horen in die beroepsgroep, maar soms is dat gedrag echt stuitend. Ik stel mij altijd voor hoe ik met deze mensen zou omgaan in een meer normale werksituatie bij een commercieel bedrijf. Er zou zeer stevig worden gesproken met dit soort types. Echt in de smaak vallen ze maar zelden.

Ook in de schijnwereld van de  TV maak je ze mee. De ‘nulmensen’ die als zelf benoemde BN-ers verhalen vertellen die niet interessant zijn maar voor hen de ultieme uiting van hun eigen gevoel van waarde. Zij doen er toe en ze krijgen het platform om hun wonderlijke meningen of adviezen te spuien. Ik heb zelf daarom maar het  begrip nulmensen geintroduceerd voor die types. Veelal afkomstig uit de kringen van DWDD maar ook bij RTL kent men dit soort lieden. Ze worden gekatapulteerd richting het ‘gewone publiek’ alsof ze de Messias zelf zijn. Waarbij je wellicht moet nadenken over hoe die volgens de media van het jaar 30 van onze jaartelling zelf zijn PR verzorgde en zijn ego dienstbaar maakte aan de mensheid van toen. Wijsheid, en dan bedoel ik de puurste soort, is zelden voorbehouden aan mensen met een groot ego. Het is het een of het ander, samen gaat dat zelden. Nou ja, een enkele keer, zoals bij mij. Maar dat weet u als lezer intussen wel…

Luidkeels omageluk…

Als ik haar tijdens een party, receptie of in een kroeg zou zijn tegengekomen, had ik haar door haar goed verzorgde uiterlijk en redelijk strakke kleding vermoedelijk zelfs als leuk en vrouwelijk omschreven, maar dat beeld werd nu direct geweld aan gedaan door haar gedrag. Locatie; een restaurant waar we ergens theedronken en een broodje aten. De vrouw zat schuin naast me, aan een belendende tafel en koesterde met alles wat ze in zich had aan liefde een klein kleutermeisje. Al snel wist ik dat het kind 2,5 jaar oud was. Erg bewegelijk en luidruchtig. Van wie ze dat had bleek al snel. Van haar oma volgens mijn inschatting. Want die vertelde alles net even te luid voor alle andere mensen in dit restaurant. Sprak met een jonge vrouw aan weer een andere tafel met een soortgelijk kind, maar vooral toch tegen zichzelf. Op een toon die je ook wel eens hoort bij mensen die menen dat alleen hun hond een vorm van intelligentie heeft die zelfs Midas Dekkers nog zou verwonderen. Hele gesprekken met het kleine meisje, maar weinig correctie. Al snel wist het restaurant dat oma zo trots was op haar kleine ‘baby’ en ook zo blij dat ze een paar dagen per week op die kleine mocht passen.

Het gaf haar telkens weer een goed gevoel. Omdat die kleine zo slim was en zo lief. Slim was de kleine zeker, want ze wond oma zo om haar vingertje. Lief was een tweede. Maar ja, leeftijd en zo meer. Oma bleef maar oreren. Haar hele dagelijkse leven kwam voorbij. Toen ze in dat restaurant ook nog eens iemand ontdekte die ze van het werk kende was het hek helemaal van de dam.  Hele verhalen en intussen de kleine meid behandelend als een volwassene. Ik dacht er het mijne van. Net zoals ik dat doe bij mensen die zoals ik al beschreef in gezelschap constant met hun hond aan het kakelen zijn. Dat ze zoiets thuis doen, het zal me roesten. Moet je zelf weten en ook ik wil wel eens praten met de poezen hier, maar dan vooral om complimenten uit te delen voor hun grote mensenliefde en bereidheid ons gezelschap te dulden. Als personeel ken ik mijn plek. Maar in het openbaar? Never-nooit. Ook nooit gedaan.

Daarbij, pochen is me vreemd. Dus dat deed ik in het verleden ook niet. Ons kind was weliswaar het mooiste, slimste, snelste, liefste en intelligentste, maar dat ging ik echt niet luidkeels in de Hema of Bijenkorf staan of zitten verkondigen. Nee hoor, niks voor mij. Maar deze dame die ik moest dulden aan een belendende tafel had geen enkele schaamte op dit punt. Haar kleinkind was het centrale draaipunt in haar wereld. Om dat kleine meisje ging het, de rest telde niet. Nou ja, wel om oma zelf die graag de aandacht op zich vestigde. Gelukkig ging ze halverwege het door mij te consumeren broodje weer op stap. Vertelde precies en tot in detail dat ze nu haar jas aan deed en die van de kleine. Dat ze nu het wagentje pakte en de kleine spontaan geacht werd daarin te stappen. Wat de kleine nog deed ook. Slimme meid! Toen ze wegliep keek ze nog eens om zich heen. Oma dan. Of iedereen wel zag dat zij het wel erg getroffen had met haar kleinkind. Van dat beeld wat ik in eerste instantie van haar had gekregen bleef maar weinig over. Deed de bruine glimmende en strak zittende (semi)leren broek niets aan af. Gewoon een selfietut. Op leeftijd! En thuis weinig tot geen aandacht vermoed ik…