IKEA in de herfstvakanties

Wil je weten hoe de Nederlandse samenleving er vandaag de dag uitziet? Gewoon een dagje naar de IKEA gaan! Vestigingen genoeg en die bieden vrijwel allemaal hetzelfde beeld. Van oud tot jong, van arm tot rijk, multiculti?, IKEA is the place to be. Onlangs bezocht ik de Amsterdamse vestiging omdat ik had beloofd een enkel onderdeel op te halen voor een familielid die dat nu net te kort kwam bij de bouw van een of ander door de Zweden geleverd meubel. Het was herfstvakantie en buiten druilde het dat het een lieve lust was. Dus gaan mensen dan kennelijk massaal hun dagje besteden bij de Efteling van de huisklussers, IKEA! Het drukke restaurant gebruikte ik dit keer voor observaties en wat daar om je heen gebeurt zorgt voor veel inzicht in de overeenkomsten en/of verschillen tussen de vele bevolkingsgroepen die hier rondlopen. Daarbij hoor je dan pas echt hoe de Nederlandse taal (niet) is opgenomen in het handboek soldaat van veel van die bezoekers.

Men vervalt ook in de jongere generaties onderling al snel in het oorspronkelijke thuisjargon en dat maakt dat het beeld qua gehoor en beeld kleurrijk is. En dan heb ik het echt niet alleen over Surinaams, Marokkaans of Turks. Echt elke taal valt tegen te komen bij dat Zweedse woonwarenhuis. Daarbij zie je ook hoe populair dat bedrijf is. Zij waren als international bedrijf indertijd uitermate vlot met het binnentrekken van Oost-Europa na de Wende in 1989/90. Veel van die mensen daar vandaan die hier (tijdelijk) kwamen wonen doen hun meubel- of inrichtingsboodschappen bij IKEA. Bij de kassa (voor mij het equivalent van de hel op Aarde…) sta je met al die lui in de rij. Karren vol. Daartussen kinderen die alles leuk vinden daar bij die Zweden, behalve de kassa, want juist daar gaan de meesten dreinen, janken of zelfs schreeuwen.

Hun ouders zijn dan vaak al in de stress door de zoektochten naar meubels of accessoires die op de gereedstaande computers (zoek hier je artikel…) niet te vinden waren omdat die beeldschermen voor 60% stuk blijken. Er lopen mensen tussen de schappen in het magazijn dan maar wanhopig zelf te zoeken naar het begeerde. En hoe platter het volk, hoe harder de schreeuw. Het is een kakafonie van lawaai op zo’n doordeweekse vakantiedag. Dan heb je nog de dwarsliggers. Mensen met een grote transportkar die overdwars in een gangpad hun verhaal gaan doen bij toevallig ook daar op bezoek of zoektocht zijnde buren en vrienden. Het zorgt voor een hoop ergernis en gedoe. Kom je bij veel winkels niet tegen. Ik kan in dat opzicht de WoonXL aanbevelen. Soortgelijk aanbod, maar een divisie hoger qua beleving. Maar dit terzijde. Dat ene artikel vond ik op goed geluk, kwestie van kijken. En ik leverde het af bij de jongelui die het nodig hadden. Maar onder een voorwaarde. Volgende keer niet meer tijdens de herfstvakanties vragen om deze gunst, want dat gaan we niet meer doen. Echt niet!

De X van X-benen…

Met die letter X is het best lastig om er een begrip aan vast te knopen dat ergens over gaat. Dus doe ik dat maar niet. Ik ga het hebben over een intrigerend onderwerp. De loop van mensen in relatie tot de stand van hun benen. Meer speciaal hun looptechniek. Daartoe moet je wel even een studie maken van die wijze van lopen en ik ben daar nogal goed in. Al eens eerder schreef ik een blogje over dat lopen van ons mensen op twee benen. Een wonderlijke constatering eigenlijk. Zijn mensen wel gemaakt om op die twee onderste ledematen te lopen? Je zou zeggen van niet. Voortbewegen is een betere term. De een doet dat als een zeeman met uit elkaar staande voeten die vreemde bewegingen maken tijdens dat loopproces. Maar de meest voorkomende is toch het type X-been wat ik voor de kop van dit verhaaltje bedoelde. Waarbij de knietjes dus dicht tegen elkaar aan zitten en onder en bovenbenen op een of andere wijze uit elkaar staan.

Dat type mens loopt heel anders dan die zeelui. Ze zijn ook zelden in staat deel te namen aan sporten als hardlopen of voetballen. De stand van hun benen maakt dat ze niet snel genoeg zijn. Dus doen ze aan schaken of pakweg biljarten, maar dat zware fysieke werk is niks voor ze. Ook bij vrouwen kom je dit type benen veel tegen. Het zorgt voor extra slijtage van de hakken en zolen van hun schoenen en het zijn die types die zelden of nooit pumps dragen, ze zwikken er domweg bij door de enkels. Nee, sneakers en andere sportieve schoenen maken dat ze nog een beetje netjes door het leven gaan. Panty’s of kousen slijten door het langs elkaar wrijven, en ze zijn vaak eerder vermoeid door het lopen of wandelen. X-benen komen meer voor dan je denkt.

De vraag is maar waardoor dat komt. Is het iets wat je in de genen meekrijgt? Ik heb er geen idee van hoor. Maar jou zou het wellicht kunnen (af)leren? Dat moeten experts me maar eens trachten uit te leggen. Overigens is dit verhaaltje geen waardeoordeel over X-beners hoor. Zitten heel lieve en aardige tussen. En als ik ze niet ken kijk ik ze wel altijd met belangstelling na. Mits ze natuurlijk van die vrouwelijke soort zijn waar het zelfs nog iets mystieks heeft. Of zou dat komen omdat ik verder weinig kritisch aankijk tegen de achterkanten van de dames? Dat zal het vast zijn. Verder is deze observatie slechts bedoeld als een ironisch kijkje op ons loopgedrag en zijn er geen wetenschappelijke waarden of claims aan verbonden. Maar ben wel benieuwd waar jij, liever lezer(es) toe behoort. Zijn er ook mannequins onder jullie die de speciale modellenloop toepassen die hen is aangeleerd? Ben zo benieuwd….

 

 

Van krekels en mieren…

Mijn tante Hannie, jongere zus van mijn moeder, was een noeste en hardwerkende vrouw. Samen met haar in  mijn ogen volkomen nutteloze man, mijn aangetrouwde Ome Jan, kreeg ze vier kinderen maar was meteen ook hoofdkostwinster. Ze had een grote mond, was stevig van postuur en daardoor meteen zeer geschikt voor een leidinggevende rol op wat lager niveau. Zoals zij op enig moment voorvrouw was bij een schoonmaakbedrijf dat bedrijfsgebouwen elke dag spic-en-span verzorgde. Zij liep daar dan in een witte jas in de rondte en deelde orders uit, controleerde of het werk wel goed werd gedaan en was bij vlagen meedogenloos voor werknemers die er de kantjes vanaf liepen. Ook thuis had zij de wind eronder, al moet ik zeggen dat ze wel buitengewoon vergevingsgezind was voor haar man die echt nergens voor deugde. En man van dertien ambachten en even veel ongelukken. Niets in zijn leven lukte. Of hij nu als vertegenwoordiger aan de slag ging voor van die automatische olifantjes of ander vee dat werkte op een ingeworpen kwartje, horecazaken trachtte te exploiteren of in auto’s handelde. Altijd eindigde het in narigheid en ellende. Oorzaak, anders dan mijn tante was hij te lui om te werken eigenlijk. Hij had wel altijd hele verhalen waarom het hem niet lukte.

Maar wij wisten aan onze kant van de familie wel beter. In de steun leven was een stukje handiger en minder vermoeiend dan altijd maar zoeken naar een stukje inkomen door hard te werken. Dus deed mijn tante het werk. En hoe! Werken was bij ons in de familie een belangrijk onderdeel van het leven. Met werken verkreeg je een stukje welvaart. Denk maar eens aan een nieuwe tv, of je kon zomaar een week op vakantie. Dat maakte je toch vrolijker in die jaren. En dus werkten wij altijd. Dat deed de hele familie. En soms kwamen die zaken bij elkaar. Zo heb ik nog eens een tijdje, samen met mijn oudere broer, voor mijn tante Hannie gewerkt. In de vakantieperiode, gewoon even wat bijverdienen. Nu was ik niet zo geschikt voor het schoonmaak vak zo bleek al snel. Ik ben nogal ‘vies uitgevallen’ en was beter in het met een poetsmachine omgaan om zo de gangen van die gebouwen glimmend te maken dan om vieze prullenbakken van anderen te legen. Nog erger was het om toiletten schoon te maken. Je weet gewoon niet wat je tegenkomt. Gelukkig duurde het voor mij niet zo lang, andere (bij)banen lonkten. Maar ik leerde mijn tante meteen van haar strenge kanten kennen.

Opvallend was dat haar kinderen iets hadden van de een of de andere ouder. Twee leken sprekend op hun moeder, maar hadden het karakter van pa, de andere twee leken op niemand, maar waren qua inzet en werkinstelling precies hun moeder.  Tante Hannie en Ome Jan verschenen nog wel op onze (in het vorige blog benoemde)oorspronkelijke trouwdag, daarna waren ze wat mij betreft buiten beeld verdwenen. Tot ze oud en krakkemikkig geworden af en toe opdoken bij mijn moeder thuis. En we er nog weleens tegen aan liepen. Tante Hannie was een lieve oudere maar ook fysiek vermoeide dame geworden. Niets meer over van haar strenge voorkomen uit de jonge jaren. Voor Ome Jan gold dat die nog steeds niets deed. Het was hem aan te zien. Ze overleden kort na elkaar. En bleken, naar verluid, tot op hoge leeftijd gek op elkaar te zijn gebleven. Het maakt dus niks uit of je hard werkt of niets doet. Daar gaan die persoonlijke emoties aan voorbij…zeker binnen die ouderwetse huwelijken…

Die eerste 50 jaar….

Morgen vieren vrouwlief en ik dat we samen officieel 50 jaar een stel vormen. Als we daar de jaren bij op tellen dat we mekaar kennen is die periode in ons leven nog langer. Ongekend bijna in de moderne tijd waarin mensen vaak pas later een echte band smeden die via gemeentehuis, ringen en feest wordt bevestigd. Tegenwoordig nemen jonge mensen vaak veel langer de tijd om elkaar te doorgronden dan wij deden. Daarbij oefenen ze meestal vooraf met wat verschillende dates om zo te zien wat ze van hun gedroomde partner al dan niet mogen verwachten. Wij moesten dat allemaal in de praktijk van alle dag ervaren. Maar als ik terugkijk denk ik dat wij op dat punt voor onze jeugdige leeftijd bijna ‘ouwelijk’ waren in ons denken en doen. Verantwoordelijk ook. We moesten alles zelf uitvogelen. De tijd dat je een heel pakket goede adviezen mee kreeg voor een huwelijk was nog niet aangebroken, maar gelukkig hadden we zelf al het nodige aan beginnerservaring opgedaan. Het eerste huis was in feite niet veel groter dan een van onze huidige slaapkamers. Maar wat waren we trots! Een eigen onafhankelijk leven! Samen werken en bouwen aan wat voor ons lag. Diverse hobbels moesten we nemen. Niet alles is nu eenmaal altijd rozengeur en maneschijn.

Zoals dat binnen huwelijken nu eenmaal gaat. Wie meent dat altijd alles over die bekende rozen moet hobbelen snapt het niet helemaal. Elastiek rekt vaak aardig mee, soms knapt het. Dat van ons hield het zelfs onder spanning aardig vol. Kameraadschap en liefde hield ons samen. Dat tweede gevoel zit meestal diep. Zorgt ook voor respect. Kameraadschap is dat je dingen ‘samen’ doet, ook al zijn ze dan verschillend van karakter of inrichting. Wat wij samen vooral altijd goed hebben gekund is praten. Over van alles en niks. Kwekkerdekwek. Dat zat voor dat het officiële karakter van onze band werd gesmeed al goed. Hele wandelingen maakten we als jeugdige a.s. partners en praatten of filosofeerden dan flink wat af.

Er was in die periode ook al veel te bepraten. De jeugdjaren waren niet bepaald rimpelloos in beider levens en dat gaf veel stof tot…. Vandaar ook het besluit om vroeg te kiezen voor die onafhankelijkheid. Wat indertijd weer leidde tot extra complicaties. Families die uit elkaar zijn gerukt door vroegere breuken maakten toestemming vragen voor dat huwelijk (zo ging dat indertijd) ingewikkeld en dat leidde dan weer tot nieuwe verwikkelingen. Vandaar dat ik zo blij was dat onze trouwdag achter de rug was en we het toegangsluik van ons huisje met de partijspoorten op de vierde etage van een oud herenhuis aan de Amsterdamse Amstel met een klap dicht gooiden. Afgesloten dat oude leven, op naar het nieuwe. Vijftig jaar volgehouden! Knap toch? We vieren het in bescheidenheid. Passend bij onze manier van leven. Maar het gaat niet zomaar voorbij uiteraard. Vandaar ook dit blogje. Om duidelijk te maken dat we bezig zijn er nog eens 50 jaar achteraan te gooien. U wish! Maar mocht u me missen op die 4e, want dat is de officiële trouwdatum, dan weet u waarom! En intussen feliciteer ik vrouwlief uiteraard met de bijzondere trouwdag en die partner die haar leven zo gelukkig maakte…….

 

Het genoegen van kussen…of gekust worden..

Als we dan al vol tederheid en liefde naar elkaar kijken overvalt ons soms de behoefte om de ander te kussen. Dat is binnen een relatie vaak een gewenste en zelfs noodzakelijke reflex en kan daarbij allerlei gevoelens opwekken. Of het nu mannen of vrouwen betreft, een kus is een uiting van een of andere emotie. Kussen kan ook gebruikt worden om iemand te begroeten of gedag te zeggen. Meestal is het daarbij niet de bedoeling dat je dan meteen je tong in iemands keel ramt. Bij die liefdevolle kussen kan dat nog net wel. In sommige culturen is het heel normaal dat mannen elkaar stevig op de wang kussen bij begroeting, ik zelf ben daar niet zo van…. Maar dat is persoonlijk. En er is de Judaskus natuurlijk, waarbij de verrader van Jezus in dat trieste verhaal van het einde van zijn leven op aarde een hoofdrol speelde. Mede door dat gekus op de wang van zijn meester werd het lijdend voorwerp overgeleverd aan de Romeinen.

Alles bij elkaar dus wisselende emoties bij het begrip en die daad. Een meer negatief kantje van al dat gekus is dat het een ideale overbrenger is van allerlei ziekten. Hoe intiemer mensen zijn hoe sneller een of andere microbe of parasiet overspringt om zijn ziekteverwekkers bij de ander naar binnen te brengen. Griep of Herpes gaan zo als een lopend vuurtje door de wereld. Een mondkapje is handiger. Toch pleit ik wel voor het benutten van kussen om al die emoties gestalte te geven hoor. We zijn het zo gewend en dat moet maar zo blijven. Mits ik niet iedereen meteen om mijn nek moet laten hangen. Drie kussen geven aan mensen die ik nauwelijks ken vind ik soms al een beste opgave. Ik ben toch teveel opgevoed met handen schudden en afstand bewaren. Dat past me toch meer.

Behalve bij aardige of mooie en sexy dames natuurlijk, maar dat mag in mijn geval voor zichzelf spreken. Maar enige terughoudendheid is mij ook op dit punt niet vreemd. Ik weet niet hoe het jullie vergaat op dit punt maar dat hoor of lees ik graag. Zijn jullie fervente kussers of juist niet? En maakt het niet uit wie of wat je zou moeten kussen, man of vrouw, vriend of kennis? Ben benieuwd of mijn vragen op dit punt ook voor jullie, beste lezers, gelden. Dank bij voorbaat…

De S van Seks – nut en noodzaak…

En voor dat in het vorige blog beschreven krijgen van kinderen moet je wat zaken organiseren die maken dat je 1+1 tot drie weet om te toveren. Man en vrouw, gemaakt om kinderen te krijgen mits je de benodigde componenten daarvoor op de juiste wijze met elkaar vermengd. En daartoe zijn wij uitgerust met een fysiek ingebouwd stukje mechaniek dat lust veroorzaakt en maakt dat mannen en vrouwen zo met elkaar omgaan als ze doen. Ik heb het dan uiteraard over een vrije samenleving waarin niet de een dominant is boven de ander en slechts onderdrukking of verkrachting kan leiden tot bevruchting. En als we dat laatste eens los koppelen blijft datgene over wat ons mensen ook en vooral bindt. Seks! Overigens ook een door alle dieren bedreven kunst van het liefhebben, zonder dat die laatste groep daar nu bewust mee bezig is. Wij mensen in 98% van de gevallen wel. En wat ook zorgt dat we leven zoals we dat doen.

Zonder seks geen plezier, maar ook wellicht geen echte reden om samen met elkaar een keuze te maken om het jarenlang vol te houden. Liefde is een gevoel, seks de daad die nodig is om dat gevoel af en toe even nieuw leven in te blazen. En dan heb ik het ook weer niet over die 20 seconden hip-hap-hop zoals sleurrelaties kenmerken, maar gewoon even aandacht voor mekaar. Seks zit overigens niet alleen in die gemeenschap die mannen en vrouwen met elkaar consumeren. Nee, het zit uiteraard in elke andere relatievorm verpakt, gewoon omdat wij mensen die gevoelens en genoegens kunnen loskoppelen van de al dan niet gewenste bevruchting. Dat ligt bij dieren toch wat anders. Die doen het omdat de soort in stand moet blijven. Wij ook, maar als dat na drie keer treffend raak heeft geleid tot een paar kamers vol kloontjes, gaan we over tot het maken van plezier. Gewoon omdat dit leuk is. Zolang beide partijen dat natuurlijk nog plezierig vinden. En anders zorg je maar voor jezelf. Niks mis mee. Hele kloosters vol met smachtende lieden die dat soort handelingen moeten verrichten om niet helemaal gek te worden.

De mode- en cosmetica-industrie bestaat trouwens ook slechts bij de gratie van dit fenomeen hoor. Seks is overal, in de muziek, de media, boeken, tijdschriften, echt overal. Opdat wij niet vergeten waar het echt om gaat tussen ons mensen. Pas als er wordt geremd, afgeknepen, verboden, be- of veroordeeld, dan zie je de frustraties ontstaan. Met alle gevolgen van dien. Dus stop de vertrutting en show wat je hebt waar het kan en maak plezier als het zich voor doet. Pas dan voel je je echt een mens. Wie het anders ziet mag het zeggen hoor. En ja, ik weet dat het soms door welke omstandigheid ook even anders is. Maar dat is altijd zo. Uitzonderingen bevestigen de regel nu eenmaal….

Ethisch nageslacht..

Stel nu eens dat we als mens vooraf zouden weten dat ons eventueel nageslacht zou worden geboren met aangeboren defecten op fysiek of psychisch gebied. Zouden we dan nog zo enthousiast zijn om onze kinderen daarmee op te schepen als ik nog wel eens zie? Hopen we wellicht op een voortschrijdend wetenschappelijk inzicht om zo de ergste ellende in de toekomst weg te nemen? Best een lastige vraag niet? Toch moeten sommige stellen zich die vraag stellen als ze weten dat in hun familielijnen van vaders of moeders kant een erfelijke aandoening wordt meegegeven als ongewild cadeau. Nu is dat relatief simpel te ontdekken door wat onderzoek vooraf. Als blijkt dat in jouw familie bijvoorbeeld jongens worden geboren met een blauwe Smurfachtige huid dan valt daar wel iets mee te doen. Anders ligt het als het gaat om aandoeningen die verborgen blijven tot op een zekere leeftijd. En die daarna het leven van een mens aardig kunnen verzieken. Waarmee je ook in de medische molens terecht komt die aardig prijzig zijn met dank aan het semi-liberale beleid van de afgelopen regeringen.

Maar bij fysieke erfenissen is er nog wel een medisch touw aan vast te knopen. Hoe ligt dit echter bij geestelijke problemen?! Denk maar eens aan depressiviteit. Veelal aanwijsbaar in een familie aanwezig. Geef je dit bewust door? Of doe je dat toch maar niet. Heel lastige vragen die raken aan alles waar wij mensen voor kunnen komen te staan. Vroeger, toen ik zelf nog jong was, dacht ik hier overigens ook niet echt over na. Je vond een liefde voor het leven en bedacht je dat met elkaar drie (of meer)kinderen wilde. Allemaal voorzien van de een of andere leuke afspiegeling van wie wij zelf waren. Ik zag blonde haren voor ogen, liefst met een wat andere structuur dan mijn eigen melkboerenhondenhaardos, en ook blauwe ogen. Stevig gebouwd, lang, en min of meer Hollands glorie. Niet eens nagedacht over wat wij in de genen verpakten bij die verwekking van dat zo gewenste nageslacht. We waren immers gezond en ook geestelijk redelijk op orde. Toch??

En zo redeneren vast de meeste mensen en die doen geen onderzoek en laten het verder voor wat het is. En zo kan het voor komen dat je soms ziet dat afwijkingen door de generaties heen worden doorgegeven en het niet eenvoudiger maakt om goed en fijn te leven. Zo graag willen wij voor eeuwig leven dat we dit onze kinderen ook gunnen. Maar moet je die ook eventuele kwalen gunnen? Ellende? Narigheid? Ethische kwesties die ook de diverse godsdiensten aardig bezig weten te houden. Ik wijs niet met een vinger hoor. Of claim het ethisch gelijk. Ik pleit alleen voor het nemen van verantwoording op dit punt. Als je weet dat……weeg dan goed af wat de kwaliteit van leven is voor dat wurm dat je op de wereld zet. Zonder aanmatigend over te willen komen. Het geluk van die kleintjes voor ogen houdend. Want dat is primair toch het doel van ons mens zijn. Gelukkig worden. Vooral ook op Aarde, veel alternatieven zijn er niet.

 

De R van Revolutie…

Als iets de maatschappij dreigt te verscheuren is het toch het dedain waarmee sommige stromingen menen dat andersdenkenden vooral moeten zwijgen, niet weten waar het over gaat of wat goed voor hen is. De gemiddelde mens in onze streken heeft echter tegenwoordig een aardig stukje onderwijs gekregen en kan vrij zelfstandig denken. Niet dat dit meteen leidt tot grote intelligentie of overzicht hoor, maar dat zit ook niet aan die kant van het spectrum waar men meestal probeert wetten en normen vast te leggen die moeten gelden voor alle burgers. Opdat we niet te kritisch worden. Los van het fatsoen dat een normaal mens mee krijgt van zijn ouders of opvoeders, is het wel zo dat we steeds meer zien dat bij discussies de grenzen worden overschreden van het betamelijke. Ben je tegen de massa-immigratie ben je meteen een Wilders fan. Geloof je niet in de propaganda rond de door de mens veranderde leefomgeving behoor je tot de dommen die niet snappen dat als we nu niet extra lasten gaan betalen er nooit iets zal veranderen en het klimaat ons alle zal doden.

De inhoud van die discussie is net zo fel als die tussen voor- en tegenstanders van de toestroom van vooral economische immigranten. Men beschimpt de andere partij en neemt heel wat grofheid in de mond of geschreven uiting om argumenten kracht bij te zetten. Vaak worden feiten niet gebruikt, maar veel aannames en emoties. Men zit in het kamp van de ene of de andere politieke stroming en oreert vooral wat men in eigen kring graag hoort of leest. Zonder dat men de argumenten van de andere kant ook maar een glimp of momentje waardig acht. Opmerkelijk gedrag. Wat wel blijft is frustratie. Bij een groep Nederlanders die moe wordt van het gebadineer, het hautaine neerkijken op belastingbetalers met een mening, maar ook in de dagelijkse praktijk zien dat hun leefomgeving wordt overspoeld met de nadelen van al dat optimistische en vaak groen-socialistische denken.

Delen is leuk, maar als dat een halve eeuw moet gaan duren zonder kans op goede integratie gaat dat leiden tot extremistisch denken. En dat is de voedingsbodem voor revolutie. En dat kan van links of rechts komen en zelfs vanuit het midden. De geschiedenis heeft voldoende voorbeelden van dit soort aan elkaar geknoopte zaken. Van het een naar het ander en dan ineens de vlam in de pan. Nederlanders zijn normaal niet zo fel of oorlogszuchtig, maar kom niet in hun leefomgeving, huis of aan hun auto. En juist dat is waar die hautaine politici aan de linkerkant van het spectrum sterk in zijn. Laat de ander maar de rommel opruimen en vooral betalen. Het maakt niet uit voor wat, als de massa dat maar doet. En dan mooi weer spelen met een of andere vage agenda over groene zaken of sociaal denken. Het is een revolutie waard. Al is het maar in ons aller denken. Blijven we dit zwijgend accepteren of komen we in actie? Of blijven we gewoon commentaar geven en doen verder niets? Hoe zie jij dat?

Geslachtbepalend gedrag..

Als partners kinderen plannen is het wellicht een van der meest belangrijke zaken bij een komende zwangerschap of men een wens heeft voor een jongen of meisje. Vroeger liet men Gods water over diens akkers lopen en accepteerde wat de voorzienigheid voor de a.s. ouders in petto had. Maar tegenwoordig willen wij het gelukkige gezin maakbaar houden en dus kijken we na twee weken zwangerschap via een pretscan al of er een jongen of meisje aan staat te komen. Het ligt aan de persoonlijke verwachtingen (..) of het ene of het andere geslacht gewenst is. Pret-echo’s en zo meer vertellen veel over de richting die het nog zo jonge vruchtje op gaat qua groei. Dat ene kleine aanhangsel maakt al veel uit.

Toch wordt er ook door wetenschappers gekeken naar oorzaken en gevolg bij het krijgen van jongens of meisjes. Het blijkt voor een belangrijk deel de moeder te zijn die oorzaak en gevolg met elkaar kan verbinden. Uit onderzoek van een paar jaar terug bleek dat moeders met veel stress veel vaker meisjes krijgen dan jongens. Hebben die moeders mannenberoepen krijgen ze juist vaak zoons. Is moeder niet van het uiterlijk moederlijke type met stevige heupen, maar neigt ze meer naar smalle exemplaren en kleine billen is de kans groot dat ze jongens zal baren. Moeders die in een oorlogssituatie terechtkomen krijgen heel vaak meisjes, maar hebben ze een leven vol vrede en intussen een hoge opleiding gevolgd is de kans op jongens veel groter.

Als de moeder 30plus is en alsnog aan kinderen begint zal ze sneller een meisje krijgen en hoe vreemd het ook klinkt, als diezelfde moeder gewoon elke dag rustig en goed ontbijt krijgt ze jongens als nageslacht. De wetenschap is er nog niet uit hoe dat precies werkt, maar statistieken liegen niet. Kortom, als je nog in die leeftijd zit dat je keuzes moet maken, zorg dan dat je een gedrag vertoont dat past bij de geslachtskeuze die je zou willen uitvoeren. En roken en drinken hoort niet bij a.s. moeders uiteraard. Het door mij teruggevonden onderzoek vermeldde niets over de kwaliteit van het mannelijk zaad, het gedrag van die mannen etc. Kennelijk maakt dat minder uit dan die zaken die ik hiervoor opnoemde. Ben benieuwd naar jullie ervaringen als vaders of moeders. En of je een koppeling kunt maken tussen theorie en praktijk…

De P van Patsergedrag…

Onlangs zag ik weer eens iemand die volledig voldeed aan mijn (vooroordeel)beeld van een patser. Veel te opvallend pak aan, een horloge als een wekker om zijn gebruinde linker pols en autosleutels van een merk waarvan een ster het boegbeeld is naast de glimmende smartphone die uiteraard een te luide ringtoon voortbracht toen de man op meerdere momenten werd gebeld. Zijn al te donkere zonnebril maakte het beeld compleet. Compleet als in ‘het bewijs is geleverd, jij bent een patser’. Mensen als deze menen ook dat de wereld hen toebehoort en zijn vaak luider in de conversatie dan mensen met een minder uitgesproken karakter. Noem die patsers gewoon lieden met ‘nieuw’ of vooral ‘zwart’ geld en je komt een eind. En ik moest aan die man die ik hier beschreef denken toen ik onlangs hoorde van een douane-ambtenaar die zijn ambt misbruikte door in de Rotterdamse haven hele containers met drugs door te laten waarmee de onderwereld het nodige geld kon verdienen.

Elke container die hij doorliet leverde hem 5% op van de omzet die werd behaald met de inhoud.  Nu is maar de vraag of de aanbieders van die provisie ook echt eerlijk genoeg waren om die 5% zuiver te maken, maar de man had een enorm bedrag ontvangen. En dat vond de politie bij hem thuis, maar ook op zijn normale bankrekening. Miljoenen! En ook zijn auto, inrichting, horloges, kleding en vakantie waren op dat nieuwe gedrag aangepast. Zijn al dan niet nieuwe partner ook denk ik. Want hoe patserig het potje ook is, er past altijd een dekseltje op. Vaak van de uiterlijk aantrekkelijke soort, en met de insteek dat gedeelde smart halve smart is of dat er altijd wel wat kruimels vallen aan de kant van het snijbord als er grof brood wordt gesneden. Voorbeelden te over als ik weer eens in de grote koopgoten van ons land rond kijk. Foute auto voor de deur, foute man met vette creditcard en toch ook wel foute dames aan de armen.

Patsergedrag zie je ook bij hen die van hun werkgever mogen rijden in ‘patserbakken’ waartoe ik de hedendaagse SUV’s maar reken. Ik stam nog uit de tijd dat je met een auto van de baas netjes om ging en je een merk koos dat bij jouw klantenkring niet zou stuiten op weerstand. Die zelfreflectie bestaat kennelijk helemaal niet meer bij mensen die menen dat groot altijd groter kan en dat je daarmee indruk maakt. Het tegendeel is waar. Wie mij zou bezoeken om iets te verkopen of zo en dan met zo’n bak voor de deur kwam hoefde niet te rekenen op enige order. Dat geldt ook voor die overmatige horloges of dat al te geblondeerde haar. Doe normaal, dan doe je al gek genoeg. Echt Nederlands, ik weet het. En heeft niets van doen met jaloezie voor zover je dat zou denken. Want dat is mij vreemd. Net als patsergedrag. Pas niet bij een simpele mening gever. Sorry!