Fantasie

Terwijl hij uit het raam van zijn kamer keek bedacht hij zich al mijmerend dat hij die blonde vrouw die af en toe bij hem langs kwam, graag eens een lesje zou leren. Ze deed altijd zo badinerend tegen hem. Praatte met hem alsof hij dement was of zo. Hij had wel een plannetje om haar een keer aan zich te binden. Hij zou haar beetpakken, de armen omdraaien, zou haar de kleren van het lijf scheuren en haar daarna aan zich onderwerpen. Geen genade, geen gevoel voor haar ach en wee geklaag. Dan zou ze weten wie hij was. Nooit meer belerend toegesproken. Maar gewoon overgave aan lust en plezier. En hij zou dat een dik uur volhouden. Dan was ze daarna zeker verliefd op hem en kon hij met haar aan tafel om zich vol te vreten met halve kippen met friet, waarbij het vet van zijn kin op haar blote borsten zou druipen en ze hem alleen maar liefdevol zou aankijken. Natuurlijk kocht hij haar dan de nodige mooie zaken waar ze vast voor zou vallen. Gouden kettingen, diamanten, de mooiste kleding en een sportwagen. Die mocht ze dan samen met hem benutten. Kap open, hun haren wapperend in de wind. En ze zouden samen op vakantie gaan naar Nice of Zuid-Italiaanse badplaatsen waar ze zich in het mondaine leven zouden storten. Zo maar, zonder zorgen. Hij voelde de opwinding door zijn lijf stromen, hij voelde zich heerlijk en zag het allemaal voor zich. Intussen begon het buiten te regenen. De herfst…..het zat normaal al in zijn botten, nu even niet. Achter hem ging de deur open en kwam een blonde verzorgster zijn kamer in. ‘Zo meneer de Klugt, zal ik u even lekker naar de douche brengen, want u zit daar nu al veel te lang in de pyjama he?’ En ze pakte de handvaten van zijn rolstoel, draaide die stoel om en reed naar de ruime doucheruimte waar hij om haar hals hangend op de toiletpot werd gezet. Een blik in haar ruim vallende blouse kon hij niet stoppen, het ging vanzelf……En hij zuchtte diep. Het leven was mooi geweest…ooit!

Jarige JOB

Jarige JOB

Ik was een jong en zeer onstuimig ventje toen ik vrouwlief leerde kennen. Zij een jaar jonger en in mijn ogen zeer interessant omdat ze al snel deed wat ik leuk vond in alle opzichten. Zo ging ze mee op de brommer naar het winterse Schiphol om vliegtuigen te kijken, een van mijn passies indertijd. We konden ook altijd over van alles een hele boom opzetten. Kwekkerdekwek. Wandelden door de stad, kilometers lang. Het gaf een band. Veel zaken uit de individuele jeugd waren soms met dezelfde meetlat te meten. In die jaren niet zo gek, ouders toch een beetje geschuffeld na de oorlog in onze ogen. We werkten allebei bij een bankinstelling, ik een jaar langer dan zij. In die afdeling waar wij zaten waren de ‘dames’ toch een beetje spannend maar ook door de indeling van dat gebouw afgezonderd. De oude tijden maakten die scheiding der seksen nog noodzakelijk. Er werd ook streng op toegezien. Gelukkig vonden we altijd een plekje om ons even terug te trekken. Dat gaf een band. En die band werd vastgelegd. We trouwden jong. Niet omdat het moest maar omdat het mocht. Samen tegen de wereld, een nieuwe start. En zo knokten we ons omhoog vanuit een soms wat beladen verleden. Zij de vrouw met het overzicht, liefdevol, een eigen carriere. Ik de man die zocht naar erkenning via het harde werken. En ook die altijd weer een rol spelende carriere. Het moest en zou er van komen. Inmiddels hebben we heel wat stormen samen genomen. Niet altijd zonder averij, kan ook niet, maar gelukkig nog wel steeds pratend met elkaar. Over van alles en nog wat, en die wandelingen zijn er ook nog. Vandaag is ze jarig. Vrouwlief, na al die jaren. We zitten in de leeftijd der risicovollen bij dat verrekte virus. Gezondheid dus belangrijker dan wat ook. Al is geluk dan best een aardige bonus. Op Dierendag vierden we dat samenzijn, helaas op veel bescheidener wijze dan we wel eens gewend waren. Moest van de premier, dus dat doen we dan. De verjaardag zal vermoedelijk ook wat rustiger verlopen. Neemt niet weg dat we nog wat jaartjes verder willen in gezondheid en geluk. Ik wens het haar natuurlijk zeer toe. Waarmee ik dat ook voor mezelf veilig stel. Want zo zit dat na al die jaren…PROFICIAT SCHAT!

Werken op Schiphol – 22 – Peyton Place en Ricoh…

Het Vrachtgebouw waarin wij indertijd zetelden was negen etages hoog en alle kantoren waren gesitueerd rond een centraal lift/trappenhuis. Op die manier kon men er per etage een twintigtal kantoren aanbieden. Sommige bedrijven (zoals het onze) nam een aantal aaneengesloten kantoren af waardoor men wat ruimer in de jas zat, andere bedrijven hadden slechts een relatief bescheiden kantoortje op een van die etages. Een wat grotere huurder was begin jaren zeventig ook het Japanse bedrijf Ricoh. Dat zocht en vond een markt in Nederland (en Europa) en startte bescheiden in dat Vrachtgebouw op dezelfde etage als waar wij zaten. Binnen de kortste keren zat chef Breems bij die lui binnen en regelde dat wij hun  in/uitvoer en entrepot-opslag mochten verzorgen. Een slimme set. Al was de communicatie met die Japanners best ingewikkeld. Soms hadden ze de documentatie voor hun zendingen gewoon niet voor mekaar, maar bleek dit door de lastige communicatie niet uit te leggen.

Daarbij hadden zij ook een soort reparatie-afdeling in eigen huis waarvoor je dan weer speciale afspraken met de douane moest maken. Hoe dan ook, het was een aardige klant en ze groeiden als kool. Ik hield er zelf nog wel eens een camera aan over die ze wilden testen op bruikbaarheid. Zo kreeg ik eens een compactcamera met een opwindsysteem van die lui, waardoor je tien foto’s achter elkaar kon maken. Ongewoon in die tijden. Maar het bleek ook niet zo’n geweldige constructie, want het ding gaf het na enige maanden gebruik op, de veer gebroken en Ricoh intussen verhuisd naar Amstelveen. Voor zover mij bekend werd het systeem nooit op de Nederlandse markt gebracht. Een ander gevolg van die indeling van dat gebouw was dat het er net Peyton Place was. Er werden verhalen verteld, geroddeld, er waren kroegvrienden (beneden in het gebouw zat een horecagelegenheid) die de nodige sprookjes de wereld in hielpen. En niemand had daarbij een onbevlekt blazoen.

Het leek een verslaving. Kwam ook omdat het gebouw werd bevolkt door mannen en vrouwen, veelal van niet al te gevorderde leeftijd en het leek dat sommige wel wat oudere lui een soort geestelijke tik hadden voor ze in die luchtvaartwereld waren toegetreden. Uitsloverij leidde nog wel eens tot schade. Zowel in de relationele als fysieke sfeer. Daarbij was men graag op de hoogte van wat de concurrentie nu weer voor klanten had binnengetrokken en werden op het oog ‘spontane vriendschappen’ soms benut om informatie los te krijgen ten bate van het eigen bedrijf. Vertegenwoordigers van airlines die nu wel regelmatig over de vloer kwamen waren soms geweldige bronnen voor dit nieuws, al wist je wel dat wat zij jou toevertrouwden soms wel met een korreltje zout te nemen was, terwijl je ook besefte dat ze nieuws over jouw handel graag weer met anderen zouden delen. Ik had daarom alleen al met sommigen echt een mindere band dan met anderen.

Maar dat had ook andere redenen. In mijn luchtvaartperiode dronk ik niet. Nooit gedaan, geen behoefte. Maar was daarmee een witte duif onder de zwarte eksters. Die kroeg beneden was een magneet voor sommigen en soms kwamen vaak heel wat lieden lichtelijk beschonken van beneden om hun werkdag min of meer af te maken. En dat was soms best frustrerend. En omdat ik als ‘saai’ door het leven ging was elke roddel die mijn persoon betrof natuurlijk interessant. Ik heb er best wel eens last van gehad. Overigens was ik zelf op dit punt zeker niet heilig, al had ik de neiging net de verkeerde dingen te geloven en dan met open ogen in een val te trappen die door anderen was opgezet. Misschien had ik dan toch meer moeten drinken. Was het me vast vergeven. Want achteraf is me gebleken dat onder de toenmalige drinkebroers dat gedrag nog steeds normaal is. (Beelden: Yellowbird archief/internet)

Spiegelbeeld….

Vanaf het moment dat zij zichzelf had herkend in de spiegel van het vroegere ouderlijk huis was ze ervan overtuigd geraakt dat alles wat zij meemaakte of vond dat het aandacht vroeg, gedeeld moest worden met anderen. Dat deed ze eerst met gewone foto’s. Die maakte ze dan net als iedere Japanse toerist op vakantie bij belangrijke gebouwen, of zo maar met vriendinnen. En zette die dan op het forum waar ze in eerste instantie actief raakte op jonge leeftijd. Later, de moderne sociale media werden haar ding, deed ze dit elke dag een paar maal. Eerst met foto’s, later filmpjes. En die werden steeds professioneler, want je kunt jezelf natuurlijk maar op het allerbest laten zien uiteraard.

Ze vertelde dingen over make-up, eten, drinken, vakanties, haar familie, de hond, haar verkering, hoe de seks verliep (niet in beeld, maar ze deed wel verslag van hoe bevredigend het allemaal was geweest). Al snel had ze vele fans die haar volgden. Het succes was niet zo maar, immers, zij was een interessant type, en zo vond ze ook dat ze weinig hoefde te weten over de wereld om zich heen. Zij was het centrum in haar eigen universum. En grote thema’s waren niet aan haar besteed, maar zeker niet aan haar volgers. Het succes was zodanig groot dat de aanbieders van die media reclame verkochten rond haar accounts. Ook deed ze aan gesponsorde inhoud, waarbij nogal eens wat gratis spullen op haar af kwamen als ze die maar aan den volke showde.

En dat deed ze. Immers, die spullen maakten dat zij nog mooier, slimmer en knapper, maar ook belangrijker leek. Een relatie was meestal van korte duur. De meeste daarvan, en ze was niet kieskeurig geweest, konden niet aan haar tippen of stelden haar op veel fronten teleur. De ergsten waren die lui die zelf ook actief waren op die media en haar naar de kroon trachtten te steken. Niks daarvan, in haar universum kon er maar een godin zijn. Zij! En zo leefde zij voort. Haar spiegelbeeld vertelde haar elke keer weer dat zij toch echt de knapste vrouw in het land was.

Zij geloofde daar ook zelf in. En daarom had ze niet door dat er meer knappe meiden (en jongens) waren die snel opstoomden naar die toppositie waar zij zelf zo geloofde die te bezitten. Toen het succes uit begon te blijven en ze minder relevant werd, zocht ze een leuke man, meldde dat nog even en genoot van alle lieve berichtjes van haar fans. Ze werd serieus, ging nu praten over eten en drinken en toen haar eerste kind geboren was, over hoe dat voelde en welke nachten ze al dan niet geslapen had. Ze zag er moe uit, geen make-up kon dat meer verbergen. En toen ze op een dag de wallen onder haar ogen zag en bijna huilde van vermoeidheid, stopte ze met haar vlog….en  werd weer gewoon mens. Er was meer dan haar eigen spiegelbeeld. Haar genen verpakt in dat kleine mormeltje in haar wiegje. En ze voelde zich na een tijdje weer helemaal senang. Maar dat deelde ze nu niet meer…(Beelden: Archief en internet)

Tweeling…

En daar zat ik dan, op een bankje voor een winkelcentrum waar tevens een soort MBO gevestigd is waar jongelui o.a. leren om in de toekomst een winkel of iets soortgelijks op te zetten of te leiden. Ik ken de omgeving en weet dat op deze scholen (er is om de hoek ook een voor de horeca gevestigd, waar je heel lekker kunt eten..) leerlingen van diverse pluimage en afkomst hun opleiding volgen. En in vrije uurtjes zwermen ze uit over het winkelcentrum of hangen op de bankjes voor de deur. Ik kijk er met plezier naar omdat je hier de vermenging ziet die door voorstanders van een ruimhartig immigratiebeleid wordt voorgestaan. Veel verschillende culturen dus, en vaak plezier met elkaar makend. Op dat moment dat ik hier op dat bankje zat omdat vrouwlief een van de winkels in het centrum frequenteerde zag ik op enig moment een fraaie jongedame naar buiten komen.

Ze was een jaar of 16 oud denk ik, en had de glans van de jeugd over haar hele slanke lijf vastgeplakt zitten. Een fraai gezichtje, mooi lijf. Ze gaf een bijna twee meter lange gast van dezelfde leeftijd en afkomst (ik vermoed Braziliaans of zo iets) keurig een hand. In deze coronatijd toch bijzonder. Al snel hielden ze een geanimeerd gesprek samen. Wel op 1,5 meter afstand. Ik lachte als observator in mijn vuistje. Zij lachte veel, een wit-ivoren gebit voegde veel van haar schoonheid toe aan de uitstraling die ook de in het rood geklede jongeling bekoorde. Even later voegde zich een derde persoon bij het gezelschap. In het zwart gekleed, een kloon van de andere jongeling. Toen ik goed keek, geen kloon maar gewoon diens broer. De jongedame liet zich gewillig omhelzen en zoenen. Vol op de fraaie mond. De in het zwart geklede jongen gaf de andere een ellebooggroet.

En hield zich daarna met de dame bezig. Die was duidelijk in de wolken dat ze haar vriendje bij zich had. Het gesprek werd steeds vrolijker en ongedwongen. De ‘vriend’ steeds bezitteriger want bleef maar aan haar frunniken en trachtte ook constant om haar te kussen. De broer stond er bij en keek er naar. Maar niet zo maar een beetje. Ik zag dat hij de dame wel wilde opvreten. Niet uit boosheid, maar…hij was gewoon verliefd. Ik zag het aan alles wat ik aan signalen kon oppikken. Hij had een hand gehad, gunde zijn broer alle geluk, maar deze dame niet. Die wilde hij voor zichzelf. Het klassieke Kain en Abelverhaal. Op enig moment vertrokken ze. De jongen zonder vriendin liep in slentergang terug de school in. De dame sprong achterop bij zijn broer en reed weg. Ze keek niet meer om. Hij wel….. En ik had met hem te doen….zoveel verlangen… (Beelden: Internet)

Afstand houden….

Ze had het allemaal al meegemaakt vond ze zelf. Mannen die van alles van of met haar wilden toen ze nog een puber was. Ze hield ze sindsdien op afstand. Want voor je het wist zaten ze met hun handen op plekken die ze toen zelf nog nauwelijks had ontdekt. Later op haar werk kreeg ze te maken met collega’s die meenden dat het halen van een extra kopje koffie voor die lui een vrijbrief was om even onder haar rok te graaien of haar een tik op de billen te geven in het voorbijgaan. Ze leefde liever in een wereld waarin dit niet voor kwam. Boeken met een romantisch inslag, over prinsen die slapende prinsessen wakker kusten of desnoods redden uit een toren waar die dames gevangen werden gehouden door boze vaders of stiefmoeders. Ze zweefde weg bij romantische teksten van bepaalde zangers of zangeressen. Ze genoot van bepaalde films of series op tv. Maar in het echte leven wilde het maar niet lukken met de romantiek. Omdat ze zelf afstand hield. Op vakantie ging maar alle hunks aan zich voorbij liet gaan. Geen zin in het gedoe. Ze vermaakte zichzelf wel. Geen zin in zwangerschap, ziekten of gedoe. En zo leefde ze haar verdere leven. Weinig dieptepunten, een enkel hoogtepunt. Woonde op haar flat met haar kat en genoot van wat het leven te bieden had. Die ene keer dat ze eindelijk een man toeliet in haar leven werd het een mislukking. Hij was dominant, vertelde precies wat zij allemaal moest doen, maar stak zelf geen vinger uit in het huishouden. Nou ja, wel naar haar en dat was even leuk. Op enig moment vermoeide het haar echter en nam ze afstand. Mikte hem de deur uit. Weer een ervaring rijker en een illusie armer. Ze kon zich  niet geven had ze gemerkt, maar wilde ook niet nemen. Ze wilde gewoon met rust gelaten worden. Op het werk deden ze dat gelukkig. Ze werd ouder, men tikte haar niet meer op de billen en de collega’s waren vaak jonger dan zij. Op haar 60e kreeg ze een leuk uitje van haar chef. Restaurant, een bonus,een toespraakje. Na afloop ging ze naar huis. De kat wachtte op haar. Daarmee hield ze hele gesprekken. Die was altijd goed voor haar. Na haar pensioen, een aantal jaren later, maakte ze de balans op. Geen kinderen, dus ook geen kleinkinderen, geen schoonfamilie en haar eigen vader en moeder intussen overleden. Ze was alleen. En zo stierf ze. Werd begraven door buren en enkele oud-collega’s. Die bij het afscheid nemen keurig afstand hielden. Het was coronatijd…..zij had er wellicht zelf van genoten. Heerlijk, niet klef of zo. Nou ja de cake na afloop…maar verder. Het was goed zo….

Passende stellen…

Op ieder potje past een dekseltje. Een gezegde dat soms hout snijdt, maar ook vaak niet. Zeker niet in de ogen van een observator als uw meninggever. Die er heel wat jaartjes ervaring bij heeft opgedaan om dit fenomeen te kunnen bestuderen. Zittend op een terras, een bankje in een park, of gewoon tijdens zijn werk. Waar ik het over heb? Over stellen. Die (naar mijn mening)al dan niet bij mekaar horen. Soms bijna uit een en het zelfde nest komend (of zo lijkt het) in andere gevallen oogt het alsof men ergens in de uitverkoop een partner heeft gevonden en aan zich verbonden. Niemand maakt zichzelf hoor, laat ik daar meteen duidelijk over zijn, en schoonheid is altijd aanwezig vanuit het oogpunt van diegene verblind door de liefde. Maar ik zie soms echt waar het op termijn mis zal gaan of wellicht al bezig is te gaan.

In veel culturen houdt men het liefst van relaties en vooral huwelijken tussen gelijkgestemden. Neef en nicht nog een milde vorm van verbinden. Herkenning het voornaamste punt. Lastiger is het als een ander dan het eigen geloof om de hoek komt kijken. Dat mixen leidt weer tot verwatering. Volgens de sociaal/cuturele omgeving van een potentieel stel. Zelfde geldt wat mij betreft ook voor lengte- en omvangsverschillen tussen partners. Ik heb er combi’s van gezien die me verbijsterden. Een piepkleine vrouw met een meer dan twee meter lange man, een vrouw van 150 kilo met een schriel mannetje, een hunk met een prachtige vrouw, die alleen al om haar uiterlijk ongeveer alle ogen van voorbijlopende mannen weet te vangen en de blikken beantwoordt met iets dat je niet kunt vertalen in nette woorden. Toch zoeken we natuurlijk als mens de juiste frequentie op bij de partner.

Al was het maar om die sociale druk. Want een oudere man met een jonge blom wordt nogal eens bespottelijk gemaakt, omgekeerd is dat helemaal het geval. Alsof onderling geluk leeftijdsgebonden zou zijn. Sommige jeugdigen hebben een oude geest, sommige ouderen zijn meer dan jong van geest. Liefde maakt ook op dat punt blind. Waarbij opvalt dat sommige mensen zelfs na drie huwelijken hun draai niet lijken te kunnen vinden. Afwisseling is fijn, maar de sleur maakt ze onzeker en altijd hongerig om het nog eens met een ander te proberen. Dat avontuurlijke en spontane uit het begin van een relatie dan ineens een probleem als de huwelijkse voorwaarden zijn voorgelezen. Of dat rustige uit de jeugd ineens saai bij het ouder worden.

De kinderwens kan ook een dingetje zijn, vooral als de een die sterker heeft dan de ander. Maar in de meeste gevallen blijft men toch lang bij elkaar en beleeft samen allerlei hoogte- en dieptepunten. Men vecht zich door het leven, laat verliefdheid uitdoven en liefde opbloeien, pakt elkaar bij de hand en zoekt het pad dat voor beiden het beste is en niet confronterend. Hoe meer strijd hoe sneller een jurist nodig is om te helpen uit elkaar te gaan. Partners moeten vooral dat zijn, op basis van gelijkheid en niet met een dominantie door de een en onderwerping van de ander. Mits je daar erotische gevoelens bij hebt, want dan kan het wellicht prima werken… Mensen zijn wonderlijk ingesteld op het punt van de relaties. Heel anders dan veel andere zoogdieren, die vooral bezig zijn met voortplanten en daarvoor steeds wisselende partners zoeken om dat doel te bereiken. Maar als mensen lang bij elkaar zijn en eigenlijk volledig vergroeid en ze vieren hun 75-jarig huwelijk of zo is dat wel weer aardig natuurlijk. Vaak is bij navraag het antwoord van soortgelijke oudere stellen dat je veel water bij de wijn moe(s)t doen. En dat je mekaar ruimte moet gunnen. Dan maakt het niet meer uit of de een twee meter in omvang is en de ander doorschijnend bij tegenlicht. Maar toch zijn dat de ware uitzonderingen en zijn die mensen die wat op elkaar lijken toch de meest succesvollen… (Beelden: Internet)

Het!

Het zal niet lang meer duren maar dan zijn wij naast ons land ook onze persoonlijkheid kwijt. Onze sekse, onze lichamelijke herkenbaarheid. Hoe bedoelu? Nou simpel, er is een plan gelanceerd om alle identiteitsbewijzen voortaan geslachtsloos uit te voeren. Je bent dus geen man of vrouw meer, maar Het! Het omdat er anders weer lieden zijn die op een of andere manier in een verkeerd lijf zijn geboren maar zich het tegenovergestelde voelen. Man wil vrouw zijn of omgekeerd. Kan, mag, niks mis mee. Maar waarom dan voor de overigen 99,9% van de bevolking een aangepast identiteitsbewijs? Het is me een raadsel. We zijn allemaal mensen. De een wat mannelijker, de ander een echte vrouw. Ik wordt daar zelf veelal erg vrolijk van. Vind vrouwen prachtig om naar te kijken vaak en heerlijk om mee om te gaan. Mannen zijn veelal stoer en daarmee kunnen we als van hetzelfde geslacht zijnde in conditie blijven qua werk, kennis of sport.

Vrouwen toch vooral op de wereld om kinderen te baren, en het ons mannen naar de zin te maken… Alle kruisbestuivingen(..) van geslachten kunnen zorgen voor eigen variaties op dat thema. Maar moet ik dan ineens een HET zijn omdat dit voor komt? Is een zwaan ineens een eend omdat hij achter een verkeerd moederdier aan zwemt?  Het zwaan? Het mens? Ik snap die gevoeligheden niet zo. Maar dat is leeftijd. Ik ben als jongen opgevoed, als man volwassen geworden. Al vroeg ontdekt wat de lol is van met meiden en vrouwen omgaan. De ogen niet voor niks gekregen en de hormonen vonden hun weg vanzelf. Van veel vrouwen zo niet alle die ik kende of ken ging dat proces vergelijkbaar. Of ze nu met Barbies speelden of met auto’s, vrouwelijk bleven ze meestal wel. En plus en min vinden elkaar net zo makkelijk als min en min of plus en plus. Die laatste variaties keurig in de wetgeving verankerd als samenlevend of getrouwd zonder enig probleem. Waarom dan die HET-behoefte? Wat is de volgende stap? Zijn we straks ook koe of paard omdat er mensen zijn die menen dat we anders dat vee tekort doen? Omdat wij ons superieur wanen aan de dieren en zo ook gebruiken als niet meer dan etenswaar?

Mina 23 voortaan ook maar Mina Janssen noemen? Ik ga de katten hier alvast maar voorbereiden. Ze krijgen een achternaam, worden nu pas echt geadopteerd en voorzien van een eigen id-bewijs. Ze hadden al een paspoort maar daar staan ze nog in als kater, met naam en ras, maar zonder die achternaam. Kan niet natuurlijk. We slaan door mensen, echt! De LTB-brigades krijgen net als BLM en KOZP teveel aandacht. Erkenning kan ook door gewoon accepteren en niet verder over ouwenelen. Anders blijft er echt niks meer over van ons allen en zijn we straks gewoon alleen nog maar nummers. Ik zie daar niks in, ontleen mijn identiteit toch echt aan iets anders. Maar als je dat anders ziet mag je het zeggen. Hier wel. Elders is het taboe om tegengas te geven…zo lijkt het althans. (beelden: Yelloqbird/archief) (Teksten ironisch bedoeld uiteraar….d! vrouwen zijn ook gewoon lief)

Apenvirus…

Terwijl we in deze maand een beetje bij komen van de pandemie die afgelopen half jaar over de wereld raasde en niet alleen een gezondheidsrisico voor iedereen in zich had, maar ook een economische crisis met grote gevolgen, is het goed om eens te kijken naar een ander virus dat wij als mensen nog steeds niet hebben kunnen bedwingen. Wel de gevolgen, niet de infecties. Ook al zou dat laatste wel moeten. Het waarom ligt vast in veiligheidsmaatregelen. In dit geval bij intermenselijk verkeer. Of dat nu geslachtelijk is of via bloedtransfusies. Want dit virus verspreidt zich langs de wegen van het lichaamsvocht. HIV (Human Immunodeficiency Virus) heet het en het stamt volgens de moderne geschiedschrijving over dit onderwerp uit Centraal Afrika waar het te vinden is in apen. In de jaren zeventig en vooral tachtig sloeg het ongenadig toe in bepaalde gemeenschappen. En net als bij het huidige COVID-19 virus ging het vanuit slechts een enkel persoon heel snel. Het waarom zat ook in de manier waarop mensen indertijd leefden. De seksuele moraal was erg veranderd, we wisselden sneller van partner en we lieten ook actieve homoseks toe.

En dus springt het virus mee met al dat vocht dat wij mensen daarbij rond sproeien of via ons bloed en nestelde zich in de volgende mens. Zonder dat de dragers het merkten. En die brachten dat dan weer over op anderen. Vanuit Afrika trok het virus naar Haiti, van daar naar Amerika. Binnen de kortste keren sprong het van de een op de ander. Raakte ook mensen die aan de drugs waren en vervuilde spuiten gebruikten. Man/man, maar zeker ook man/vrouw-contact op seksgebied de primaire verspreidingsvorm. Het waarom er zo weinig mee werd gedaan zit vooral in de gluiperige aard van dit specifieke virus. De ziekten die het veroorzaakt komen pas na een jaar of tien naar buiten. En dan is het eigenlijk oncontroleerbaar te laat. Het virus trekt je hele immuniteitssysteem aan stukken en een simpele keelontsteking kan al dodelijk zijn. Patienten die ziek werden kregen de verwante ziekte AIDS en hadden meestal nog maar heel even te gaan voor ze er bijzonder pijnlijk aan overleden. We kennen allemaal nog wel de ernstige beelden van vermagerde slachtoffers met de meest vreselijke kwalen, overdekt door vlekken en zweren.

Je ging er akelig lijdend aan dood. Het antwoord van de medische wetenschap liet even op zich wachten. Eerst vond men het een typisch Afrikaans probleem, later een homoprobleem, dan een voor de drugsscene, maar toen men er echt eens voor ging zitten bleek dat het toch wel een paar miljoen mensen wereldwijd bedreigde in het voortbestaan. Met name in de homoscene woedde AIDS als in een bos vol droge brandende bomen. Ook bekende mensen werden getroffen, Hollywood en de artiestenwereld sidderden. Gelukkig heeft men sindsdien niet stil gezeten. Men vrijde veiliger met condoom voortaan, nam properheid in acht bij die drugsspuiten, er werd veel meer getest en uiteindelijk kwamen er geneesmiddelen om de stap van HIV-geinfecteerd naar AIDS af te remmen of zelfs te stoppen. Ellendig genoeg is daarna een sfeer ontstaan waarin HIV zelf als minder erg wordt ervaren omdat er pillen tegen zijn. Onveilig vrijen kwam weer voor, niet alleen in de homoscene, zeker ook in het oorsprongsgebied; Afrika. Daar is het nog steeds een grote bedreiging voor de volksgezondheid.

Zeker ook omdat men de meest wonderlijke culturele gedragsregels hanteert. Vrije seks is iets wat kennelijk moet en ontmaagden van jonge meiden als middel tegen AIDS komt er nog steeds voor. Overigens stamt dit virus al van heel erg lang geleden. Bij dieren zelfs al miljoenen jaren oud. Verwanten van het HIV-virus vond men in oude kadavers van muizen en kon men traceren tot de tijd van ver voor de huidige primaten. En al die tijd bleef het onopgemerkt. Tot we ineens in contact kwamen met wilde dieren die het bij zich droegen. En daar vinden we meteen de parallel met het huidige COVID-19 virus. We hebben nog lang niet door welke gevaren er nog schuilen voor ons mensen op microscopisch niveau. Wellicht goed om daar toch nog eens over na te denken…(Beelden: Internet)

Isolatie in de ruimte…

De gemiddelde man of vrouw is niet gemaakt voor lange perioden van eenzaamheid. Denk maar eens aan de vele verhalen die over dit thema verschenen. Onbewoonde eilanden, lijken leuk, in de praktijk kan 99,9% van de mensheid daar niet overleven zonder mentaal ziek te worden. Om het over honger en dorst niet eens te hebben. Een paar maanden niet kunnen winkelen of naar de kroeg in coronatijd maakte duidelijk dat velen al symbolisch tegen de wanden klimmen. Moet je eens indenken dat je dan jaren vast komt te zitten in de oneindige ruimte om ons heen. En oneindig is die ruimte zeker. Zodanig dat we als mensheid vermoedelijk niet veel verder kunnen reizen dan pakweg een deurtje verder in een straat die is gelegen in een stad die weer is gesitueerd in een land zo groot als Rusland en dat dan weer op een wereldbol die eerder zo groot is als Saturnus dan de aarde zoals we die kennen. Lichtjaren weg houdt in dat je met de snelheid van het licht vele jaren zult moeten reizen om ergens te komen. Nou, voorlopig zijn onze raketten voorzien van een technologie die tripjes als die van een slak in een teerton mogelijk maken.

En niet veel meer. Hoe dan ook, we plannen trips naar de Maan (opnieuw nadat we in de jaren 60/70 al eerder die kant op gingen) waarvoor je ongeveer een dikke week moet reizen, maar ook naar Mars. En dat laatste is andere koek., Want een jaar ben je zo onder weg. Enkele reis. Want heen en weer is nog best een oefening. En dus selecteert men mensen die in staat zijn die eenzaamheid in de ruimte te doorstaan, maar ook een verblijf op een zeer mensvijandige planeet vol te houden gedurende een periode van wellicht een normaal mensenleven. Tuurlijk zijn de mannen en vrouwen die dit willen doen van oordeel dat ze dit aan kunnen, maar de vraag is of ze zich wel realiseren wat ze dan bedenken. De trips die astro- en kosmonauten maakten naar en in de ruimte (denk aan het ISS) gaven als resultaat te zien dat een jaar in de ruimte het menselijke fysiek aardig verandert. Ons beenderstelsel geeft het op, de spieren verslappen, hoe zeer we ook trainen, en ook de bloedsomloop is een probleem.

Komen die lui dan weer terug op aarde zijn ze een paar centimeter gekrompen en voelen zich tijdenlang niet lekker. Erger lijkt me de optie dat er bij zowel die lange Marsvluchten of de landing op die planeet misloopt en je roemloos ten onder gaat. Of een noodlanding maakt die grote schade geeft aan jouw vervoermiddel en je dan langzaam aan sterft op die rode planeet. Ik moet er niet aan denken, maar ja, ver weg van de Westertoren begint het al te jeuken. Dus ik ben om diverse redenen niet geschikt. Als je besluit om een kolonie te stichten op Mars, en die plannen zijn er, moet je dus ook mannen en vrouwen sturen om die kolonie duurzaam de toekomst in te leiden. Samen zoveel mogelijk kinderen maken, gezinnen stichten die de missie kunnen voortzetten en de basis daar gevestigd desnoods ontginnen. Met een rood waas voor de ogen en vooral verlangend kijken naar die ene blauwe planeet die heel ver weg in de sterrenhemel te zien is. Het lijkt mij vreselijk. Maar goed, ik hoef ook niet. Nee, met beide benen op de aardse grond. Toch net even plezieriger. Maar wie het aandurft is voor mij wel heen held(in)hoor. Ik wens hen behouden vlucht….(Beelden: Internet)